CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210492095 4. Bijlage 3 OER Omgevingsvisie Haarlem met aanvulling definitief

gemeenteraad 23 december 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie Haarlem 204534.562 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Hierbij is onderscheid gemaakt in: 1) Wettelijke normen; 2) Vastgestelde beleidsnormen of -doelstellingen; 3) Advieswaarden van instituten (bijvoorbeeld GGD, RIVM, WHO); 4) Vraag versus aanbod (vanuit maatschappij, markt); 5) Benchmark ten opzichte van landelijk gemiddelde, tijdreeksen (ontwikkelingen van de indicator over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (cijfers en trends van vergelijkbare gemeenten of de provincie Noord-Holland); 6) Expert-judgement. Bovenstaande opsomming moet als rangorde gezien worden qua objectiviteit, navolgbaarheid en reproduceerbaarheid. Per beoordelingsaspect is het afgelopen als een ladder. Daar waar er wettelijke normen beschikbaar zijn, zijn die gehanteerd. Bij afwezigheid van wettelijke normen is teruggevallen op vastgestelde beleidsnormen en zo verder. Daar waar geen enkele andere referentie beschikbaar is om een kwaliteitsniveau aan te relateren, is teruggevallen op expert-judgement. In de Foto van de leefomgeving (bijlage A1) is per beoordelingsaspect aangegeven wat voor referentiewaarde is gebruikt voor het toekennen van het kwaliteitsniveau.

Waardering autonome ontwikkeling Ten aanzien van de autonome ontwikkeling is een beoordeling opgesteld op basis van een kwalitatieve inschatting van ontwikkelingen die optreden als gevolg van: • De mate waarin autonome trends en ontwikkelingen leiden tot een vooruitgang of achteruitgang van de huidige situatie, zoals demografische veranderingen, klimaatveranderingen en veranderingen in de woningmarkt. • De mate waarin voortzetting van bestaand (gemeentelijk) beleid leidt tot een vooruitgang of achteruitgang. • De mate waarin besluiten over plannen, programma’s en projecten die worden geïnitieerd door andere partijen zoals Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap van Rijnland en omliggende gemeenten leidt tot een vooruitgang of achteruitgang.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

24

4.3

Kwaliteiten van de Haarlemse leefomgeving, huidig en autonoom

Hieronder wordt op hoofdlijnen de referentiesituatie beschreven aan de hand van onderstaand Rad van de leefomgeving (Figuur 4-1Error! Reference source not found.). Het rad laat de gemeentebrede kwaliteiten van de beschouwde leefomgevingsaspecten zien, in de huidige situatie (witte lijn) en bij autonome ontwikkeling in 2030 (stippellijn). De volledige beschrijving van de referentiesituatie en de onderbouwing daarbij is opgenomen in de Foto van de leefomgeving in bijlage A1. Huidige situatie: wisselend kwaliteitsbeeld De huidige staat van de fysieke leefomgeving laat een wisselend beeld zien. Vooral qua verkeersveiligheid, voorzieningenniveau en behoefte, bodemkwaliteit, energieverbruik, droogte en openbaar vervoer staat de fysieke leefomgeving er op dit moment over het algemeen goed voor (beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘groen’). Leefomgevingsaspecten met een beoordeling met kwaliteitsniveau (‘rood’) zijn gezonde leefstijl en leefomgeving, verkeersveiligheid, woningaanbod en behoefte, grondwater, circulariteit, hitte, broeikasgassen, kwaliteit en kwantiteit werklocaties, werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten. Autonome ontwikkeling 2030: negatieve en positieve trends De autonome ontwikkeling laat wisselende trends zien in de kwaliteit van de leefomgeving.

De leefomgevingsaspecten grondwater, hitte en werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten laten autonoom een negatieve trend zien waar in de huidige situatie de kwaliteit al tekortschiet (‘rood’). Bij verkeersveiligheid en circulariteit is ook in 2030 nog sprake van een tekortschietend kwaliteitsniveau, naar verwachting op hetzelfde niveau als in de huidige situatie. Bezien vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij deze aspecten belangrijke opgaven voor de Omgevingsvisie. Voor het leefomgevingsaspect duurzame opwekking geldt dat er sprake is van positieve autonome trend maar dat deze niet voldoende is om uit kwaliteitsniveau ‘rood’ te komen. Dat betekent dat ook hier opgaven liggen voor de Omgevingsvisie. Problemen doen zich vooral voor op de volgende plekken: • Grondwater: gemiddelde laagste grondwaterstanden (zowel GHG als GLG) liggen in het Zijlwegkwartier en in het zuiden van de Schalkwijk, en delen van de Waarderpolder (enkel GLG) • Hitte: het stedelijk hitte-eiland effect van meer dan 2°C bevindt zich in de binnenstad, de Amsterdamsewijk, bij de Koepelgevangenis en in het zuidelijke deel van de Waarderpolder. • Werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten: doet zich verspreid over de gemeente Haarlem voor. • Verkeersveiligheid: doet zich verspreid over de gemeente Haarlem voor. • Circulariteit: doet zich verspreid over de gemeente Haarlem voor.

Negatieve trends binnen kwaliteitsniveau ‘oranje’ zijn zichtbaar voor leefomgevingsaspecten externe veiligheid, inclusiviteit en cultuurhistorie en erfgoed. Ook hier liggen opgaven voor de Omgevingsvisie. Problemen doen zich vooral voor op de volgende plekken: • Externe veiligheid: buisleiding voor transport van gevaarlijke stoffen vanuit het westen via de Waarderpolder via de Parkwijk, de Boerhaavewijik, Europawijk naar Zuid-Schalkwijk. Daarnaast een korte buisleiding vanaf het noorden tot in het Vondelkwartier en vanaf het zuiden tot in Den Hout • Inclusiviteit: doet zich verspreid over Haarlem voor • Cultuurhistorie en erfgoed: doet zich verspreid over Haarlem voor en betreft met name tekortschietende zichtbaarheid en herkenbaarheid van de lange lijnen en het verval van zichtlijnen op stedelijke oriëntatiepunten en zichtassen. De leefomgevingsaspecten geluidhinder, gezonde leefstijl en leefomgeving, woningaanbod en behoefte, beschermde natuurgebieden en kwaliteit en kwantiteit werklocaties laten autonoom een verbetering zien van kwaliteitsniveau ‘rood’ naar ‘oranje’. Positieve trends binnen oranje zijn er bij de leefomgevingsaspecten luchtkwaliteit, oppervlaktewater, stadsnatuur, soorten en leefgebieden, fiets en duurzame en slimme mobiliteit.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

25

De leefomgevingsaspecten waar de kwaliteit in de huidige situatie goed is (‘groen’) en bij autonome ontwikkeling verder verbetert zijn energieverbruik en openbaar vervoer. Voor de leefomgevingsaspecten voorzieningenniveau en behoefte en bodemkwaliteit geldt dat deze autonoom gelijk blijven aan de huidige situatie binnen kwaliteitsniveau ‘groen’. Tenslotte geldt voor leefomgevingsaspect droogte dat er sprake is van een verslechterende trend binnen kwaliteitsniveau ‘oranje’.

Figuur 4-1: Rad van de leefomgeving huidige situatie en autonome ontwikkeling.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

26

2

Autonome ontwikkeling en COVID-19 Tijdens het opstellen van het OER was er sprake van landelijke maatregelen ingesteld door de Rijksoverheid om de verspreiding en gevolgen van het coronavirus COVID-19 terug te dringen. De ingestelde maatregelen hebben een impact op economische en maatschappelijk activiteiten en het gebruik van de openbare ruimte. Deze maatregelen hebben daarnaast ook impact op de leefomgeving. Bijvoorbeeld zoveel mogelijk thuiswerken, wat in korte tijd leidde tot minder autogebruik en afname van reizigers in het OV. Op de korte termijn zijn er onder andere daardoor positieve effecten op de leefomgeving: verminderde druk op natuur en milieu, schonere lucht en een stillere leefomgeving4. De vraag is wat de gevolgen voor de middellange en lange termijn kunnen zijn, en daarmee ook op de autonome ontwikkeling zoals in dit OER in beeld gebracht. De in dit OER beschreven autonome ontwikkeling (zichtjaar 2030, doorkijk naar 2045) is op basis van de best beschikbare actuele inzichten en (model)prognoses opgesteld. Mogelijke gevolgen van COVID-19-maatregelen op de middellange en lange termijn zijn op dit moment per definitie onzeker en nog niet in (model)prognoses opgenomen. Het is daarom op dit moment niet mogelijk om tot een robuust onderbouwde prognose te komen van de mogelijke gevolgen van COVID-19-maatregelen op de langere termijn.

Een daarop aangepaste autonome ontwikkeling is dan ook niet zinvol. In die zin is de in dit OER beschreven autonome ontwikkeling een best mogelijk in beeld gebrachte toekomstprognose. Wat wel kan is op basis van expert-inschatting en inzichten van nu een beeld geven van leefomgevingsaspecten die potentieel gevoelig zijn voor impact van COVID-19-maatregelen op de langere termijn. Dat is in de Foto van de leefomgeving gedaan, voor de leefomgevingsaspecten die in dit OER beschouwd zijn (zie bijlage A1, hoofdstuk 15). Het moet gezien worden als een gevoeligheidsanalyse op de in beeld gebrachte autonome ontwikkelingen (2030-2045).

2

Verwest, F., J. Nooteboom, O.-J. van Gerwen (2020), Van coronacrisis naar duurzaam herstel. Den Haag: Planbureau voor de leefomgeving. PBL-publicatienummer: 4209. 28 juni 2020. 1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

27

5

Wat zijn de beleidsalternatieven en de effecten daarvan?

5.1

Totstandkoming alternatieven

De gemeente Haarlem heeft in samenwerking met FABRICations twee ‘perspectieven’ uitgewerkt over wat voor stad Haarlem in de toekomst wil zijn: ‘Spoor’ en ‘Spaarne’. Deze perspectieven zijn opgesteld met als doel om de keuzes van consequenties van mogelijk nieuw beleid in beeld te brengen. Van daaruit wil de gemeente Haarlem komen tot een voorkeursalternatief voor in de omgevingsvisie op te nemen nieuw beleid. Dat kan bestaan uit elementen uit beide perspectieven. De resultaten van de alternatievenbeoordeling zijn tussentijds in een notitie aan de gemeente Haarlem opgeleverd, zie Notitie beoordeling alternatieven (bijlage A5). Belangrijk element in de toekomstige ontwikkeling van Haarlem is de positie van Haarlem binnen de Metropoolregio Amsterdam. Daarbij constateert de gemeente naast het succes van metropoolvorming (zoals: motor van economie, hoog voorzieningenniveau, bundeling van kennis en innovatie) ook de keerzijden daarvan (zoals: toenemende ongelijkheid, druk op de woningmarkt).

Dat is door de gemeente als vertrekpunt genomen bij het opstellen van de perspectieven, waarbij twee dominante, uiterste invalshoeken zijn gekozen: ‘Haarlem aan het spoor’ als metafoor voor vergaande integratie met de metropoolregio, en ‘Haarlem een het Spaarne’ als metafoor voor inzet op eigen positie van Haarlem en zelf voorzien in voldoende aanbod van en balans in wonen, werken en voorzieningen. In de onderstaande tabel zijn de alternatieven opgenomen. Tabel 5-1: Alternatieven en dominante invalshoeken. Alternatief

Dominante invalshoek ´Haarlem aan het spoor´: een kosmopolitische woonkern complementair aan de metropoolregio.

Spoor

Zorgen dat Haarlem zo goed mogelijk verbonden is met locaties waar voor iedereen geschikte woningen, werkplekken en voorzieningen aanwezig zijn. ´Haarlem aan het Spaarne´: een complete en inclusieve stad voor de mensen die in Haarlem wonen en werken.

Spaarne Zorgen dat Haarlem als stad voor iedereen het juiste aanbod aan woningen, werk en voorzieningen heeft.

5.2

Beschrijving alternatieven

Voor de alternatievenbeoordeling in het OER is per alternatief een selectie van te beoordelen beleidsuitspraken gemaakt op basis van de volgende criteria: • Het is nieuw beleid, het wordt nu nog niet gedaan; • Er kan een relatie gelegd worden met beoordelingsaspecten van het OER (zoals opgenomen in het beoordelingskader); • Het is voldoende concreet om te kunnen beoordelen op kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

28

Alternatief 1: Spoor Zorgen dat Haarlem zo goed mogelijk verbonden is met locaties waar voor iedereen geschikte woningen, werkplekken en voorzieningen aanwezig zijn. Tabel 5-2: Beleidsuitspraken alternatief 1. Beleidsuitspraken 1.

Verdichting voornamelijk op herontwikkellocaties nabij OV knooppunten, met economische en kennisclusters

2.

Transformatie Waarderpolder naar woon-werkgebied, met nieuwe bedrijven passend binnen gemengd woon-werk karakter

3.

Ontwikkeling schone deelmobiliteit

4.

Ontwikkeling Spaarnedriehoek tot zakentoerisme en congresactiviteiten

5.

Ontwikkeling nieuwe HOV-verbindingen met grote knooppunten (Amsterdam, Schiphol, Den Haag) en HOV-verbinding vanuit alle wijken naar het station, waardoor een nieuw spinnenwebstructuur ontstaat

6.

Doorontwikkeling HOV-punten tot mobiliteitshub met stallingsmogelijkheden en verblijfsplek met specialistische/ specifieke voorzieningen op regioniveau

7.

Ontwikkeling van regionaal open warmte netwerk waar verschillende partijen netwarmte kunnen leveren en opnemen

8.

Autonome ontwikkellocaties worden klimaatadaptief en natuurinclusief ingericht

Alternatief 2: Spaarne Zorgen dat Haarlem als stad voor iedereen het juiste aanbod aan woningen, werk en voorzieningen heeft. Tabel 5-3: Beleidsuitspraken alternatief 2. Beleidsuitspraken 1.

Realiseren meer woningen t.o.v. autonoom, d.m.v. inbreiding/verdichting in de hele stad, ook optoppen van woningen en opsplitsen van appartementen

2.

Optimaliseren van lokale en regionale (richting Amsterdam) verbindingen per fiets en OV, ook richting landschap/buitengebied. Uitbreiding verbindingen tussen de wijken met fiets- en wandelpaden, fietsenstallingen en ruimte voor groen

3.

Toevoegen werklocaties: voor ZZP-ers ruimte in wijken en stadsstraten ontwikkelen zich als economische corridors (‘third places’ ZZP); in het stadscentrum kleine kantoren in leegstaande winkels; verspreid in de stad ruimte voor kleine bedrijven om te groeien, zowel in de dienstverlening als in de maakindustrie

4.

Uitbreiden autoluwe gebieden, ook in wijken, en ontwikkeling deelmobiliteit

5.

Parken inrichten als ontmoetings- en sportplek

6.

Realiseren buurtplein in elke buurt, te combineren met voorzieningen als wijkcentra, onderwijs, zorg

7.

Realiseren moes-/ volkstuinen aan stadsranden

8.

Versterken ecologische structuren in en rondom de stad

9.

Realiseren zonnepanelen op geschikte daken

10.

Realiseren warmtenet en lokale winning thermische energie uit oppervlaktewater

11.

Realiseren warmtenet en lokale winning thermische energie uit geothermie

12.

Faciliteren burgerinitiatieven voor coöperatieve WKO’s, collectieve zonnedaken, collectieve warmtenetten, buurtbatterijen

13.

Opheffen parkeervlakken voor vergroening

14.

Reserveren ruimte voor groen-blauw structuren, t.b.v. waterberging, te combineren met routes vanuit de wijken naar natuurgebieden

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

29

5.3

Wijze van beoordeling

Ambities De alternatieven zijn beoordeeld op basis van een selectie van beoordelingsaspecten die gerelateerd zijn aan de ambities van de omgevingsvisie. Daarnaast zijn ook de beoordelingsaspecten toegevoegd waar in de Foto van de leefomgeving bij autonome ontwikkeling (2030) kwaliteitsniveau ‘rood’ is toegekend (overwegend sprake van problemen en/knelpunten). Op deze manier levert de alternatievenbeoordeling zo gericht mogelijke informatie op om keuzes te maken voor een voorkeursalternatief. In de onderstaande tabel zijn de ambities en daaraan gerelateerde beoordelingsaspecten in het OER opgenomen. In bijlage A2 is een uitgebreide uitwerking van de ambities opgenomen. Tabel 5-4. Ambities omgevingsvisie en gerelateerde beoordelingsaspecten OER. Ambitie omgevingsvisie

Gerelateerde beoordelingsaspecten OER

Klimaatbestendig Haarlem

Hitte, droogte, wateroverlast.

Energietransitie in Haarlem

Energieverbruik, duurzame opwekking, duurzame en slimme mobiliteit, circulariteit.

Versterken van het sociaal weefsel in de stad

Gezonde leefstijl en leefomgeving, sociale cohesie in buurten, woningaanbod en behoefte, voorzieningenaanbod en behoefte, fiets.

Versterken aantrekkelijke woon- én werkstad voor iedereen

Cultuurhistorie en erfgoed, kwaliteit en kwantiteit werklocaties, werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten.

Haarlem is een gezonde stad voor mens en dier

Luchtkwaliteit, geluidhinder, gezonde leefstijl en leefomgeving, mogelijkheden tot ontspannen en groenbeleving, verkeersveiligheid, stadsnatuur, beschermde soorten.

Bereikbare stad met robuuste netwerken

Fiets, duurzame en slimme mobiliteit.

broeikasgassen,

Beoordeelde beleidsuitspraken De geselecteerde uitspraken zijn voor beide alternatieven op systematische wijze met de op basis van de ambities geselecteerde beoordelingsaspecten geconfronteerd. Bij elk beoordelingsaspect is bepaald wat de gevolgen van de betreffende uitspraak kunnen zijn ten opzichte van de autonome ontwikkeling, gerelateerd aan de beoordelingscriteria zoals beschreven in de Foto van de leefomgeving. Het gaat daarbij om een kwalitatieve beoordeling op basis van expert-judgement in termen van kansen op positieve en risico’s op negatieve effecten. Benadrukt wordt dat het om alternatieven ter verkenning van mogelijkheden voor nieuw beleid gaat, met richtinggevende uitspraken op hoofdlijnen. De beoordeling van kansen en risico’s op positieve en negatieve effecten is daarop aansluitend ook op hoofdlijnen gedaan. Daarbij zijn de beoordelingskarakteristieken gehanteerd zoals opgenomen in onderstaande tabel. Met deze beoordeling is een totaalbeeld ontstaan van alle kansen en risico´s op positieve en negatieve effecten van de alternatieven, de mate waarin de alternatieven zich onderscheiden van de autonome ontwikkeling en van elkaar en op welke aspecten ze onderscheidend zijn.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

30

Tabel 5-5. Beoordelingskarakteristieken alternatievenbeoordeling. Beoordeling

Toelichting

+

Kans op positief effect

0/+

Kansen op positief effect, - in geringe mate

In geringe mate vanwege afhankelijkheid van derden, kleine geografische omvang, kleine effectomvang en/of betreft deel van beoordelingsaspect.

0/-

Kansen op negatief effect, - in geringe mate

In geringe mate vanwege afhankelijkheid van derden, kleine geografische omvang, kleine effectomvang en/of betreft deel van beoordelingsaspect.

-

Risico op negatief effect

+/-

Zowel kans op positief als risico op negatief effect

0

Geen effecten te verwachten

n.v.t.

5.4

Geen relatie tussen uitspraak en beoordelingsaspect

Effecten van alternatieven

Onderstaand figuur laat voor beide alternatieven het totaalbeeld zien van alle toegekende kansen op positieve en risico’s op negatieve effecten, uitgezoomd naar de lagen ‘people’, ‘planet’ en ‘profit’. Het gaat om een rekenkundige optelling van kansen en risico´s, geen gewogen optelling 3. Het geeft daarmee een beeld van het aantal geconstateerde kansen en risico’s en laat zien hoe de alternatieven zich qua aantallen kansen en risico’s verhouden tot de autonome ontwikkeling (2030) en tot elkaar. De volledige beoordeling en bijbehorende onderbouwing is opgenomen in bijlage A3 en A4.

Figuur 5-1: Cumulatieve scores van de alternatieven, onderscheiden naar People, Planet en Profit.

Beeld op hoofdlijnen Het bovenstaande figuur laat zien dat beide alternatieven zich onderscheiden van de autonome ontwikkeling, en Spaarne meer dan Spoor. Dat is vooral op het vlak van ‘planet’, zowel qua kansen op positieve effecten als qua risico’s op negatieve effecten. Dat hangt samen met het realiseren van woningen door inbreiding door de hele stad, toevoegen werklocaties in wijken en stadstraten, realiseren van warmtenetten met lokale winning thermische energie uit oppervlaktewater en uit geothermie en reserveren van ruimte voor groen-blauwe structuren voor waterberging. Vooral vanwege deze uitspraken laat Spaarne bij ‘planet’ meer kansen zien dan risico’s, terwijl in Spoor het aantal risico’s op dat vlak groter is. Die risico’s in Spoor hangen vooral samen met stedelijke verdichting nabij OV-knooppunten, ontwikkeling HOVverbindingen en transformatie Waarderpolder. 3 Elke + en – is als 1 geteld, o/+ en o/- als 0,5. Bij +/- is in de optelsom zowel een 0,5+ als een 0,5– gerekend.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

31

Op het vlak van ‘people’ laten beide alternatieven meer kansen dan risico’s zien, en onderscheiden ze zich beiden van de autonome ontwikkeling. Op het vlak van ‘profit’ zijn er in beide alternatieven vooral enkele kansen geconstateerd. Op dit vlak onderscheiden beide alternatieven zich het minst ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Overallbeeld in relatie tot kwaliteitsniveaus bij autonome ontwikkeling In de Foto van de leefomgeving zijn de kwaliteitsniveaus van de beoordelingsaspecten bij autonome ontwikkeling in 2030 in beeld gebracht. Als daarin gekeken wordt naar aspecten met kwaliteitsniveau rood (problemen of knelpunten geconstateerd), dan zijn er voor een deel van deze aspecten kansen geconstateerd in de alternatieven. Voor het alternatief ‘Spoor’ zijn deze kansen gerelateerd aan de beoordelingsaspecten gezonde leefstijl en leefomgeving, verkeersveiligheid, hitte, broeikasgassen en werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten. Voor ‘Spaarne’ betreft dit de beoordelingsaspecten gezonde leefstijl en leefomgeving, verkeersveiligheid, woningaanbod en behoefte, grondwater, duurzame opwekking, hitte, broeikasgassen en werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten. Dit betekent dat de alternatieven ingrediënten bevatten voor verbeteringen op aspecten waar kwaliteiten bij de autonome ontwikkeling tekort schieten, waarbij dit voor ‘Spaarne’ meer geldt dan voor ‘Spoor’.

Voor het beoordelingsaspect circulariteit worden in beide alternatieven enkel risico’s voorzien, wat betekent dat dit beoordelingsaspect verder zal verslechteren ten opzichte van de autonome ontwikkeling bij uitvoering van de alternatieven. Beeld per alternatief Alternatief Spoor ‘Spoor’ onderscheidt zich het meest qua kansen op positieve effecten bij de beoordelingsaspecten luchtkwaliteit, geluidhinder en broeikasgassen. Die kansen hangen vooral samen met inzet op ontwikkeling nieuwe HOV-verbindingen, doorontwikkeling HOV-punten tot mobiliteitshubs en ontwikkeling deelmobiliteit. Tegelijkertijd zijn er bij deze aspecten ook meerdere risico’s op negatieve effecten geconstateerd, zij het minder in aantal dan de kansen. De risico’s hangen samen met ontwikkeling Spaarnedriehoek tot zakentoerisme en congresactiviteiten (risico op meer verkeer), transformatie Waarderpolder naar woonwerkgebied (risico op woningen nabij bedrijfsverkeer) en verdichting nabij OV-knooppunten (hoogbouw geeft op straatniveau risico op slechtere luchtkwaliteit). Qua risico’s op negatieve effecten onderscheidt Spoor zich het meest qua beschermde soorten en stadsnatuur, zij het in mindere mate dan Spaarne. Deze risico’s hangen vooral samen met verdichting nabij OV-knooppunten, transformatie Waarderpolder en ontwikkeling HOV-verbindingen.

Door randvoorwaarden aan dergelijke nieuwe beleidsinvullingen te verbinden (bijvoorbeeld randvoorwaarden als natuurinclusiviteit en bescherming van ecologische hotspots en leefgebieden van gevoelige soorten) kunnen risico’s beperkt of weggenomen worden. Verder laat Spoor overwegend kansen zien bij gezonde leefstijl en leefomgeving, mogelijkheden tot ontspannen en groenbeleving en duurzame en slimme mobiliteit. Alternatief Spaarne: ‘Spaarne’ onderscheidt zich het meest qua kansen op positieve effecten bij de beoordelingsaspecten duurzame energieopwekking en broeikasgassen, zowel ten opzichte van autonome ontwikkeling als ten opzichte van Spoor. Deze kansen hangen vooral samen met het realiseren van warmtenetten met lokale winning thermische energie uit oppervlaktewater en uit geothermie. Ook zonnepanelen op daken en faciliteren burgerinitiatieven collectieve duurzame energieopwekking dragen daar aan bij. Daarnaast is Spaarne het meest onderscheidend qua risico’s op negatieve effecten bij stadsnatuur en beschermde soorten. Die hangen samen met de uitspraken gericht op duurzame energieopwekking (realiseren van warmtenetten met lokale winning thermische energie uit oppervlaktewater en uit geothermie, 1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

32

faciliteren burgerinitiatieven collectieve duurzame energieopwekking), en ook met realiseren woningen, parken inrichten als sport- en ontmoetingsplek en realiseren volks- en moestuinen. Door randvoorwaarden aan dergelijke nieuwe beleidsinvullingen te verbinden (bijvoorbeeld randvoorwaarden als natuurinclusiviteit en niet toestaan ontwikkelingen bij ecologische hotspots en leefgebieden van gevoelige soorten) kunnen risico’s beperkt of weggenomen worden. Verder laat Spaarne overwegend kansen zien bij luchtkwaliteit, gezonde leefstijl en leefomgeving, mogelijkheden tot ontspannen en groenbeleving, sociale cohesie in buurten, fiets en duurzame en slimme mobiliteit. Overwegend risico´s zijn er op het vlak van circulariteit. Die hangen samen met nieuwe ontwikkelingen die tot meer energiegebruik en meer afval leiden (uitbreidingen woningen, toevoegen werklocaties). Door randvoorwaarden aan dergelijke nieuwe beleidsinvullingen te verbinden (bijvoorbeeld doelstellingen op het vlak afvalreductie) kunnen risico’s beperkt of weggenomen worden. Op het vlak van geluidhinder, verkeersveiligheid, woningaanbod- en behoefte, energieverbruik, hitte, wateroverlast zijn er min of meer in dezelfde mate kansen en risico’s geconstateerd.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

33

6

Wat is het gekozen nieuwe beleid en wat zijn de effecten daarvan?

6.1

Totstandkoming voorgenomen nieuw beleid

Op basis van de ambities voor de omgevingsvisie, de foto van de leefomgeving en de alternatievenbeoordeling in het OER, is de gemeente Haarlem in samenwerking met FABRICations gekomen tot een voorkeursalternatief voor in de omgevingsvisie op te nemen nieuw beleid. Daarbij zijn elementen uit de twee onderzochte alternatieven samengevoegd tot één omvattend geheel van strategische en richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw omgevingsbeleid. Dit voorkeursalternatief kent een fijner detailniveau dan de twee onderzochte alternatieven. Bij de totstandkoming van het voorkeursalternatief heeft de gemeente gekeken naar elementen/keuzes die zoveel mogelijk positief scoren in de alternatievenbeoordeling, en tegelijkertijd samengebracht kunnen worden in een integraal, samenhangend voorkeursalternatief gericht op de ambities van de omgevingsvisie. In bijlage A8 is een verantwoording opgenomen van de beleidsuitspraken die in de omgevingsvisie terecht zijn gekomen, wat de link met de onderzochte alternatieven is en waarom er voor is gekozen om het in de omgevingsvisie op te nemen. Dit in relatie tot de resultaten van de alternatievenbeoordeling. Een eerste versie van het nieuwe beleid is beoordeeld op effecten. De resultaten daarvan zijn in een tussentijdse notitie opgeleverd (zie bijlage A6).

Op basis van deze tussentijdse notitie heeft de gemeente onderdelen van het beleid verduidelijkt, gewijzigd en aangescherpt. In bijlage A7 is opgenomen welke wijzigingen zijn doorgevoerd naar aanleiding van de tussentijdse effectbeoordeling. Vervolgens is een finale effectbeoordeling uitgevoerd, zoals opgenomen in dit hoofdstuk.

6.2

Voorgenomen nieuw beleid

Voor de effectbeoordeling van het voorgenomen nieuwe beleid is net als bij de alternatievenbeoordeling een selectie van te beoordelen beleidsuitspraken gemaakt op basis van de volgende criteria: • Het is nieuw beleid, het wordt nu nog niet gedaan; • Er kan een relatie gelegd worden met beoordelingsaspecten van het OER; • Het is voldoende concreet om te kunnen beoordelen op kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. De effectbeoordeling is in aansluiting op de autonome ontwikkeling primair op 2030 gericht. Voor de uitspraken waarvan doorwerking/uitvoering na 2030 is voorzien, is een doorkijk naar 2045 gemaakt. In de onderstaande tabellen zijn de beoordeelde beleidsuitspraken opgenomen. Beleidsuitspraken waarvan doorwerking/uitvoering na 2030 is voorzien, zijn apart benoemd. De beleidsuitspraken in onderstaande tabellen zijn de verkorte uitspraken, de volledige uitspraken zijn opgenomen in bijlage A7.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

34

Tabel 6-1: Beleidsuitspraken 2030. Beleidsuitspraken 2030 1.

Beweegvriendelijker maken openbare ruimte

2.

Versterken ’10-minuten-netwerk’ gericht op bewegen en ontmoeten

3.

Ruimte voor sociaal-maatschappelijke hubs

4.

Binnenstedelijk verdichten en functies mengen

5.

Versterken voorzieningenclusters

6.

Versterken ecologische hotspots en ecologisch netwerk

7.

Benutten zonne-energie

8.

Ruimte voor elektriciteitsnetwerk

9.

Klimaatbestendig maken leefomgeving

10.

Instellen autoluwe gebieden

11.

Instellen 30 km/u binnen bebouwde kom

12.

Minder ruimte voor stilstaande auto’s

13.

Uitbreiden en versterken fiets- en voetgangersverbindingen en -voorzieningen

14.

Uitbreiden en versterken HOV-verbindingen

15.

Realiseren logistieke hubs

Tabel 6-2: Beleidsuitspraken 2045 Beleidsuitspraken 2045 1.

Isoleren bebouwing

2.

Realiseren warmtenet

3.

Realiseren warmtebronnen voor voeden warmtenet

4.

Uitbreiden en versterken waterbuffercapaciteit

5.

Hittebestendig maken leefomgeving

6.

Ontwikkelen Waarderpolder

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

35

Figuur 6-1: Visuele weergave van de Omgevingsvisie Haarlem 2045

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

36

6.3

Wijze van beoordeling

Elke uitspraak is op systematische wijze beoordeeld binnen het beoordelingskader, dat bestaat uit verschillende beoordelingsaspecten. Bij elk beoordelingsaspect is bepaald wat de gevolgen van de betreffende uitspraak kunnen zijn op dat aspect ten opzichte van de autonome ontwikkeling, gerelateerd aan de beoordelingscriteria zoals beschreven in de Foto van de leefomgeving. Het gaat daarbij om een kwalitatieve beoordeling op basis van expert-judgement in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. De omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen het nieuwe beleid voor de lange termijn. De beoordeling van kansen en risico’s op positieve en negatieve effecten is daarom ook op hoofdlijnen gedaan, waarvan de beoordelingskarakteristieken zijn opgenomen in onderstaande tabel. De mate waarin nieuw beleid daadwerkelijk positieve dan wel negatieve effecten oplevert, is afhankelijk van hoe het strategische beleid uit de omgevingsvisie wordt doorvertaald in vervolgbeleid of instrumenten en de sturingsfilosofie die de gemeente daarin voor ogen heeft. Met deze beoordeling is een totaalbeeld ontstaan van alle kansen en risico´s op positieve en negatieve effecten van het voorkeursalternatief ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Voor het gros van de beschouwde beleidsuitspraken geldt dat uitvoering dan wel doorwerking in de periode 2020-2030 verwacht wordt.

Voor een aantal andere uitspraken geldt dat dat na 2030 verwacht wordt. Voor die uitspraken is aanvullend een beoordeling voor 2045 gedaan. Tabel 6-3: Beoordelingskarakteristieken alternatievenbeoordeling. Beoordeling +

Kans op positief effect

0/+

Kansen op positief effect, - in geringe mate

0/-

Kansen op negatief effect, - in geringe mate

-

Risico op negatief effect

+/-

Zowel kans op positief als risico op negatief effect

0

Geen effecten te verwachten

n.v.t.

6.4

Toelichting

In geringe mate vanwege afhankelijkheid van derden, kleine geografische omvang, kleine effectomvang en/of betreft deel van beoordelingsaspect.

Geen relatie tussen uitspraak en beoordelingsaspect

Effecten van voorgenomen nieuw beleid

Hieronder beschrijven we op hoofdlijnen de resultaten van de effectbeoordeling. Het gaat om kansen op positieve effecten en risico’s negatieve effecten ten opzichte van de autonome ontwikkeling in 2030, en een doorkijk naar 2045. Belangrijk om te weten is dat de mate waarin positieve dan wel negatieve effecten zich in de praktijk voor zal doen afhankelijk is van de manier waarop het beleid na vaststelling van de omgevingsvisie verder wordt uitgewerkt in bijvoorbeeld omgevingsplan of programma’s. De in dit OER beschreven kansen en risico’s zijn gebaseerd op kwalitatieve expert-inschattingen, voor zover die nu op basis van de beleidsomschrijving in de omgevingsvisie gegeven kunnen worden. In bijlage 5 is de volledige effectbeoordeling per uitspraak en beoordelingsaspect opgenomen, in bijlage A10 de onderbouwing per beoordeling. Daarin zijn de beoordeling per uitspraak te zien en de bijbehorende onderbouwing. Op de volgende pagina zijn de effecten van het nieuwe beleid in het Rad van de leefomgeving geprojecteerd, in vergelijking met de huidige situatie en autonome ontwikkeling 2030. In de figuur is per beoordelingsaspect het effect van de beleidsuitspraken op de autonome ontwikkeling 2030 met pijlen weergeven. Dit effect kan zowel positief (groene pijlen) of negatief (rode pijlen) zijn ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Er is onderscheid gemaakt in twee soorten pijlen.

De kleine dunne pijl geeft kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten weer, waarbij het aantal geconstateerde kansen of 1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

37

risico’s kleiner is dan of gelijk is aan 2. De grote dikke pijl geeft kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten weer, waarbij het gecumuleerde aantal kansen of risico’s groter is dan 2.

Figuur 6-2: Rad van de leefomgeving met daarin de effecten van de omgevingsvisie

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

38

Resultaten van de effectbeoordeling in een notendop (2030) Impact gerelateerd aan beoordelingsthema’s: • Grootste impact: het nieuwe beleid heeft de meeste impact op de thema’s gezondheid, natuur en biodiversiteit, bereikbaarheid en klimaat. • Vooral kansen op positieve effecten: gezondheid, bereikbaarheid, wonen en voorzieningen, klimaat, sociale samenhang, werklocaties en werkgelegenheid, bodem en water en veiligheid. • Vooral risico´s op negatieve effecten: energie en grondstoffen. In 2045 zijn hier meer kansen dan risico’s voorzien, zie paragraaf 0. • Kansen en risico’s min of meer in evenwicht: natuur en biodiversiteit en cultuurhistorie, erfgoed en archeologie. • Geen kansen of risico’s geconstateerd: kennis en innovatie Impact gerelateerd aan beleidsuitspraken: Grootste impact: ‘binnenstedelijk verdichten en functies mengen’ laat de meeste kansen en risico’s zien, gevolgd door ‘ruimte voor sociaal maatschappelijke hubs’, ‘beweegvriendelijker maken openbare ruimte’ en ‘minder ruimte voor stilstaande auto’s’. In volgorde van aantal geconstateerde kansen en risico’s: o ‘Binnenstedelijk verdichten en functies mengen’ laat de meeste risico’s zien (vooral energie en grondstoffen en klimaat), maar ook veel kansen (vooral wonen en voorzieningen), zij het in mindere mate dan het aantal risico’s.

o ‘Ruimte voor sociaal maatschappelijke hubs’ laten veel kansen zien (vooral veiligheid, sociale samenhang en wonen en voorzieningen) maar ook risico’s (vooral natuur en biodiversiteit en klimaat) o ‘Beweegvriendelijker maken openbare ruimte’ en ‘minder ruimte voor stilstaande auto’s’ laten vooral kansen op positieve effecten zien (vooral gezondheid, klimaat en bereikbaarheid), maar daarnaast ook enkele risico’s op negatieve effecten. • Bij alle andere beleidsuitspraken zijn vooral kansen op positieve effecten te zien, bijvoorbeeld ‘versterken ecologische hotspots en ecologisch netwerk’, ‘uitbreiden en versterken fiets- en voetgangersverbindingen en voorzieningen’ en ‘instellen 30 km/uur binnen de bebouwde kom’. Bij ‘uitbreiden en versterken HOV-verbindingen’ zijn naast kansen ook meerdere risico’s geconstateerd. • Voor de beleidsuitspraak ‘versterken voorzieningencluster’ zijn zowel kansen als risico’s geconstateerd, waarbij er meer risico’s dan kansen voorzien zijn. • Voor de beleidsuitspraak ‘ruimte voor elektriciteitsnetwerk’ zijn alleen risico’s op negatieve effecten geconstateerd. Effecten per thema In onderstaande tabellen zijn de resultaten van de effectbeoordeling in samengevatte vorm weergegeven. Eerst voor de thema’s waar de meeste kansen en risico’s zijn geconstateerd en daarmee meeste impact (Tabel 6-4).

Daarna voor de thema’s met minder geconstateerde kansen en risico’s, en daardoor minder impact (Tabel 6-5). In de tabellen is telkens aangegeven in welke mate het om kansen of risico’s gaat, vanwege welke beleidsuitspraken en op welke plekken. Het nieuwe beleid laat bij de meeste thema’s in 2030 meer kansen op positieve effecten zien dan risico’s op negatieve effecten. Bij drie thema’s is dat niet het geval: natuur en biodiversiteit en cultuurhistorie, erfgoed en archeologie en energie en grondstoffen; daar zijn in 2030 het aantal risico’s en kansen nagenoeg in evenwicht of meer risico’s dan kansen geconstateerd. Bij kennis en innovatie zijn geen kansen en risico’s geconstateerd.

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

39

Tabel 6-4: Beleid met de meeste impact 2030 Impact

Gerelateerde meest impactvolle beleidsuitspraken

Effectlocaties en -gebieden

Vooral kansen, ook risico’s Kansen Uitspraken die leiden tot een toename in beweging of de (1) beweegvriendelijkheid van de leefomgeving door nieuwe (2) (sport en OV) voorzieningen: (3) • Beweegvriendelijker maken openbare ruimte (1) • Versterken ’10-minutennetwerk’ gericht op (4) bewegen en ontmoeten (2) • • • • • •

Ruimte voor sociaal-maatschappelijke hubs (3) Binnenstedelijk verdichten en functies mengen (5) (4) (6) Instellen autoluwe gebieden (5) Minder ruimte voor stilstaande auto’s (6) Uitbreiden en versterken fiets- en voetgangersverbindingen en voorzieningen (7) (7) Uitbreiden en versterken HOV-verbindingen (8) (8)

Gezondheid

Uitspraken die resulteren in een verbetering van de (1) luchtkwaliteit en geluidhinder: • Instellen 30 km/uur binnen bebouwde kom (1) (2) • Uitbreiden en versterken fiets- en voetgangersverbindingen en voorzieningen (2) • Realiseren logistieke hubs (3) (3)

Stadsstraten, oevers Spaarne, sportparken Fietsring rondom het centrum, ontwikkelzones In elke Haarlemse woonwijk een sociaalmaatschappelijke hub, op het Beatrixplein specifiek een wijkcentrum Nieuw Zuid, Oostpoort, Stationsplein, Delftplein, wijken rondom binnenstad, lange stadsstraten en rondom OV-knooppunten Stadscentrum, Schalkwijk Centrum Waarderpolder nabij Spaarnegasthuis, Haarlem Noord, Oostpoort, Leidsebuurt, Transvaal, Amsterdamse Buurt Centrum en rond OV-knooppunten en het Spaarnegasthuis, verbindingen tussen stadsdelen, verbinding Waarderpolder en omliggende stadsdelen, Spaarne en stadsrandpark. Nieuw OV-knooppunt Haarlem Nieuw Zuid bij Europaweg/Schipholweg, Haarlem Noord en Zuidwest Binnen de bebouwde kom (m.u.v. hoofdroutes auto en HOV) Centrum en rond OV-knooppunten en het Spaarnegasthuis, verbindingen tussen stadsdelen, verbinding Waarderpolder en omliggende stadsdelen, Spaarne en stadsrandpark. Hub in Waarderpolder, wijkhubs in elke wijk

Risico’s Uitspraken die leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit en een toename in geluidhinder door meer verkeersbewegingen: • Versterken voorzieningencluster

Verspreid over Haarlem met als focusgebieden Schalkwijk centrum en ontwikkelzones

Uitspraken die leiden tot een toename in geluidhinder door Nieuw OV-knooppunt Haarlem Nieuw Zuid bij railverkeer: Europaweg/Schipholweg, Haarlem Noord en Zuidwest • Uitbreiden en versterken HOV-verbinding Kansen

Klimaat

1-10-2021

Uitspraken gericht op een toename van groen in de (1) openbare ruimte en daarmee een reductie van hittestress, (2) droogtestress en wateroverlast: • Beweegvriendelijker maken openbare ruimte (1) (3) • Versterken ecologische hotspots en ecologisch netwerk (2) • Klimaatbestendig maken leefomgeving (3) (4) • Minder ruimte voor stilstaande auto’s (4)

Stadsstraten Groenstructuren en ecologisch netwerk verspreid over Haarlem Openbare ruimte verspreid over Haarlem, met als focusgebieden de vooroorlogse wijken: Leidsebuurt, Rozenprieel, Amsterdamse buurt, Centrum, Transvaalbuurt, Leidsevaartbuurt Leidsebuurt, Transvaal, Amsterdamse Buurt, nieuwe woonwijken

Uitspraken gericht op het verminderen van (individueel) (1) verkeer en daarmee en reductie in de uitstoot van broeikasgassen (verkeer en bebouwing): (2) • Benutten zonne-energie (1) • Instellen 30 km/uur binnen bebouwde kom (2) (3) • Uitbreiden en versterken fiets- en voetgangersverbindingen en voorzieningen (3) • Uitbreiden en versterken HOV-verbindingen (4)

Waarderpolder, beschermd stadsgezicht (buiten zicht), parkeerplaatsen Binnen de bebouwde kom (m.u.v. hoofdroutes auto en HOV) Centrum en rond OV-knooppunten en het Spaarnegasthuis, verbindingen tussen stadsdelen, verbinding Waarderpolder en omliggende stadsdelen, Spaarne en stadsrandpark.

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

40

•

Realiseren logistieke hubs (5)

(4)

(5)

Nieuw OV-knooppunt Haarlem Nieuw Zuid bij Europaweg/Schipholweg, Haarlem Noord en Zuidwest Hub in Waarderpolder, wijkhubs in elke wijk

Risico’s Uitspraken die leiden tot een toename in verhard Nieuw Zuid, Oostpoort, Stationsplein, Delftplein, wijken oppervlakte en daardoor een mogelijke toename in rondom binnenstad, lange stadsstraten en rondom OVhittestress en wateroverlast: knooppunten • Binnenstedelijk verdichten en functies mengen Uitspraken die leiden tot een toename in broeikasgassen (1) als gevolg van een toename in verkeersbewegingen en woningen: • Ruimte voor sociaal-maatschappelijke hubs (1) (2) • Binnenstedelijk verdichten en functies mengen (2) (3) • Versterken voorzieningenclusters (3)

In elke Haarlemse woonwijk een sociaalmaatschappelijke hub, op het Beatrixplein specifiek een wijkcentrum Nieuw Zuid, Oostpoort, Stationsplein, Delftplein, wijken rondom binnenstad, lange stadsstraten en rondom OV-knooppunten Verspreid over Haarlem met als focusgebieden Schalkwijk centrum en ontwikkelzones

Kansen Uitspraken die leiden tot vermindering van het (1) congestieniveau en een betere doorstroming: (2) • Minder ruimte voor stilstaande auto’s (1) • Uitbreiden en versterken HOV-verbindingen (2) • Realiseren logistieke hubs (3) (3)

Leidsebuurt, Transvaal, Amsterdamse Buurt, nieuwe woonwijken Nieuw OV-knooppunt Haarlem Nieuw Zuid bij Europaweg/Schipholweg, Haarlem Noord en Zuidwest Hub in Waarderpolder, wijkhubs in elke wijk

Uitspraken die leiden tot een verbetering van het (1) fietsnetwerk en een toename van het fietsgebruik (modal (2) split fiets): (3) • Beweegvriendelijker maken openbare ruimte (1) • Versterken ecologische hotspots en ecologisch (4) netwerk (2) (5) • Instellen 30 km/uur in de bebouwde kom (3) • Minder ruimte voor stilstaande auto’s (4) • Uitbreiden en versterken fiets- en voetgangersverbindingen en voorzieningen (5) • Uitbreiden en versterken HOV-verbindingen (6) (6)

Stadsstraten Verbindingen tussen stad en duinrand Binnen de bebouwde kom (m.u.v. hoofdroutes auto en HOV) Leidsebuurt, Transvaal, Amsterdamse Buurt, nieuwe woonwijken Centrum en rond OV-knooppunten en het Spaarnegasthuis, verbindingen tussen stadsdelen, verbinding Waarderpolder en omliggende stadsdelen, Spaarne en stadsrandpark. Nieuw OV-knooppunt Haarlem Nieuw Zuid bij Europaweg/Schipholweg, Haarlem Noord en Zuidwest

Uitspraken die leiden tot een toename in gebruik van het (1) openbaar vervoer of een afname in de afstand tot een OVhalte: • Binnenstedelijk verdichten en functies mengen (2) (1) (3) • Minder ruimte voor stilstaande auto’s (2)

Nieuw Zuid, Oostpoort, Stationsplein, Delftplein, wijken rondom binnenstad, lange stadsstraten en rondom OV-knooppunten Leidsebuurt, Transvaal, Amsterdamse Buurt, nieuwe woonwijken Nieuw OV-knooppunt Haarlem Nieuw Zuid bij Europaweg/Schipholweg, Haarlem Noord en Zuidwest

Bereikbaarheid

•

Uitbreiden en versterken HOV-verbindingen (3)

Risico’s Uitspraken die leiden tot een toename in (1) verkeersbewegingen en congestieniveau of tot een (2) afstand tot een ontsluitingsweg: • Beweegvriendelijker maken openbare ruimte (1) • Ruimte voor sociaal-maatschappelijke hubs (2) (3) • Binnenstedelijk verdichten en functies mengen (3) (4) • Instellen autoluwe gebieden (4)

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

Stadsstraten In elke Haarlemse woonwijk een sociaalmaatschappelijke hub, op het Beatrixplein specifiek een wijkcentrum Nieuw Zuid, Oostpoort, Stationsplein, Delftplein, wijken rondom binnenstad, lange stadsstraten en rondom OV-knooppunten Stadscentrum, Schalkwijk Centrum

BH3405MIRP2110010958

41

Impact

Gerelateerde meest impactvolle beleidsuitspraken

Effectlocaties en -gebieden

Kansen en risico’s min of meer in evenwicht Kansen

Natuur en biodiversiteit

Uitspraken die resulteren in een uitbreiding van (1) groenoppervlak en verbetering van leefgebied van (2) beschermde soorten: • Beweegvriendelijker maken openbare ruimte (1) (3) • Versterken ecologische hotspots en ecologisch netwerk (2) • Klimaatbestendig maken leefomgeving (3) • Instellen 30 km/uur binnen bebouwde kom (4) (4) • Minder ruimte voor stilstaande auto’s (5) (5)

Stadsstraten Groenstructuren en ecologisch netwerk verspreid over Haarlem Openbare ruimte verspreid over Haarlem, met als focusgebieden de vooroorlogse wijken: Leidsebuurt, Rozenprieel, Amsterdamse buurt, Centrum, Transvaalbuurt, Leidsevaartbuurt Binnen de bebouwde kom (m.u.v. hoofdroutes auto en HOV) Leidsebuurt, Transvaal, Amsterdamse Buurt, nieuwe woonwijken

Uitspraken die leiden tot een vermindering in de (1) stikstofuitstoot: • Instellen 30 km/uur binnen bebouwde kom (1) (2) • Uitbreiden en versterken fiets- en voetgangersverbindingen en -voorzieningen (2) • Uitbreiden en versterken HOV-verbindingen (3) (3) • Realiseren logistieke hubs (4)

Binnen de bebouwde kom (m.u.v. hoofdroutes auto en HOV) Centrum en rond OV-knooppunten en het Spaarnegasthuis, verbindingen tussen stadsdelen, verbinding Waarderpolder en omliggende stadsdelen, Spaarne en stadsrandpark. Nieuw OV-knooppunt Haarlem Nieuw Zuid bij Europaweg/Schipholweg, Haarlem Noord en Zuidwest Hub in Waarderpolder, wijkhubs in elke wijk

(4) Risico’s

1-10-2021

Uitspraken die resulteren in een toename van de (1) stikstofuitstoot: • Ruimte voor sociaal-maatschappelijke hubs (1) • Binnenstedelijk verdichten en functies mengen (2) (2) • Versterken voorzieningencluster (3) (3)

In elke Haarlemse woonwijk een sociaalmaatschappelijke hub, op het Beatrixplein specifiek een wijkcentrum Nieuw Zuid, Oostpoort, Stationsplein, Delftplein, wijken rondom binnenstad, lange stadsstraten en rondom OV-knooppunten Verspreid over Haarlem met als focusgebieden Schalkwijk centrum en ontwikkelzones

Uitspraken die resulteren in verstoring van (1) groenstructuren, ecologische hotspots en leefgebieden van beschermde soorten: (2) (3) • Versterken voorzieningencluster (1) • Ruimte voor elektriciteitsnetwerk (2) • Uitbreiden en versterken HOV-verbindingen (3)

Verspreid over Haarlem met als focusgebieden Schalkwijk centrum en ontwikkelzones Verspreid over Haarlem Nieuw OV-knooppunt Haarlem Nieuw Zuid bij Europaweg/Schipholweg, Haarlem Noord en Zuidwest

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

42

Tabel 6-5: Beleid met minder impact 2030 Impact

Gerelateerde meest impactvolle beleidsuitspraken

Effectlocaties en -gebieden

Vooral kansen, beperkt of nagenoeg geen risico’s Kansen

Wonen en voorzieningen

Uitspraken gericht op het toevoegen van nieuwe (1) (ouderen)woningen: • Binnenstedelijk verdichten en functies mengen (2) (1) • Versterken ’10-minutennetwerk’ gericht op bewegen en ontmoeten (2)

Nieuw Zuid, Oostpoort, Stationsplein, Delftplein, wijken rondom binnenstad, lange stadsstraten en rondom OV-knooppunten Fietsring rondom het centrum, ontwikkelzones

Uitspraken die leiden tot nieuwe voorzieningen en/of een (1) verminderde afstand tot voorzieningen: (2) • Versterken ’10-minutennetwerk’ gericht op bewegen en ontmoeten (1) • Ruimte voor sociaal-maatschappelijke hubs (2) (3) • Binnenstedelijk verdichten en functies mengen (3) (4) • Versterken voorzieningenclusters (4) • Uitbreiden en versterken fiets- en voetgangersverbindingen en -voorzieningen (5) (5)

Fietsring rondom het centrum, ontwikkelzones In elke Haarlemse woonwijk een sociaalmaatschappelijke hub, op het Beatrixplein specifiek een wijkcentrum Nieuw Zuid, Oostpoort, Stationsplein, Delftplein, wijken rondom binnenstad, lange stadsstraten en rondom OV-knooppunten Verspreid over Haarlem met als focusgebieden Schalkwijk centrum en ontwikkelzones Centrum en rond OV-knooppunten en het Spaarnegasthuis, verbindingen tussen stadsdelen, verbinding Waarderpolder en omliggende stadsdelen, Spaarne en stadsrandpark.

Kansen

Sociale samenhang

Uitspraken gericht op het versterken van de sociale (1) cohesie in buurten en inclusiviteit door het bieden van (2) ruimte voor ontmoetingen: (3) • Beweegvriendelijker maken openbare ruimte (1) • Versterken ’10-minutennetwerk’ gericht op (4) bewegen en ontmoeten (2) • •

Ruimte voor sociaal-maatschappelijke hubs (3) Versterken voorzieningenclusters (4)

Stadsstraten Fietsring rondom het centrum, ontwikkelzones In elke Haarlemse woonwijk een sociaalmaatschappelijke hub, op het Beatrixplein specifiek een wijkcentrum Verspreid over Haarlem met als focusgebieden Schalkwijk centrum en ontwikkelzones

Kansen Uitspraken gericht op het vergroten van het (1) werkgelegenheid door het toevoegen van nieuwe functies (2) en voorzieningen, waarmee nieuwe werkgelegenheid Werklocaties en gecreëerd wordt: (3) • Versterken ’10-minutennetwerk’ gericht op werkgelegenheid bewegen en ontmoeten (1) • Ruimte voor sociaal-maatschappelijke hubs (2) • Binnenstedelijk verdichten en functies mengen (4) •

(3) Versterken voorzieningenclusters (4)

Fietsring rondom het centrum, ontwikkelzones In elke Haarlemse woonwijk een sociaalmaatschappelijke hub, op het Beatrixplein specifiek een wijkcentrum Nieuw Zuid, Oostpoort, Stationsplein, Delftplein, wijken rondom binnenstad, lange stadsstraten en rondom OV-knooppunten Verspreid over Haarlem met als focusgebieden Schalkwijk centrum en ontwikkelzones

Kansen

Bodem en water

1-10-2021

Uitspraken gericht op het verbeteren van de kwantiteit en (1) kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater: • Klimaatbestendig maken leefomgeving (1) • Versterken ecologische hotspots en ecologisch (2) netwerk (2)

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

Openbare ruimte verspreid over Haarlem, met als focusgebieden de vooroorlogse wijken: Leidsebuurt, Rozenprieel, Amsterdamse buurt, Centrum, Transvaalbuurt, Leidsevaartbuurt Groenstructuren en ecologisch netwerk verspreid over Haarlem

BH3405MIRP2110010958

43

Impact

Gerelateerde meest impactvolle beleidsuitspraken

Effectlocaties en -gebieden

Vooral kansen, ook risico’s Kansen

Veiligheid

Uitspraken die leiden tot meer en een veiligere ruimte voor (1) de fiets en voetganger: (2) • Beweegvriendelijker maken openbare ruimte (1) (3) • Versterken ’10 minuten-netwerk’ gericht op bewegen en ontmoeten (2) • Uitbreiden en versterken fiets- en voetgangersverbindingen en -voorzieningen (3)

Stadsstraten Fietsring rondom het centrum, ontwikkelzones Centrum en rond OV-knooppunten en het Spaarnegasthuis, verbindingen tussen stadsdelen, verbinding Waarderpolder en omliggende stadsdelen, Spaarne en stadsrandpark.

Uitspraken die leiden tot minder autoverkeer door (1) ontmoediging en autoluwe gebieden: • Instellen 30 km/uur binnen bebouwde kom (1) (2) • Ruimte voor sociaal maatschappelijke hubs (2) • Uitbreiden en versterken HOV-verbindingen (3) (3) • Realiseren logistieke hub (4)

Binnen de bebouwde kom (m.u.v. hoofdroutes auto en HOV) In elke Haarlemse woonwijk een sociaalmaatschappelijke hub, op het Beatrixplein specifiek een wijkcentrum Nieuw OV-knooppunt Haarlem Nieuw Zuid bij Europaweg/Schipholweg, Haarlem Noord en Zuidwest Hub in Waarderpolder, wijkhubs in elke wijk

(4) Risico’s Uitspraken die leiden tot een toename in oppervlakte (1) binnen externe veiligheid risicocontouren: • Binnenstedelijk verdichten en functies mengen (2) (1) • Ruimte voor elektriciteitsnetwerk (2) Uitspraken die leiden tot een toename in verkeersbewegingen: • Versterken voorzieningenclusters

Nieuw Zuid, Oostpoort, Stationsplein, Delftplein, wijken rondom binnenstad, lange stadsstraten en rondom OV-knooppunten Verspreid over Haarlem

Verspreid over Haarlem met als focusgebieden Schalkwijk centrum en ontwikkelzones

Kansen en risico’s min of meer in evenwicht Kansen

Cultuurhistorie, erfgoed en archeologie

Uitspraken gericht op het versterken van de aanwezige (1) cultuurhistorische waarden: • Ruimte voor sociaal-maatschappelijke hubs (1) • Binnenstedelijk verdichten en functies mengen (2) (2) Risico’s Uitspraken die leiden tot verstoring van de aanwezige (1) cultuurhistorische of archeologische waarden: • Uitbreiden en versterken HOV-verbindingen (1) (2) • Ruimte voor elektriciteitsnetwerk (2)

1-10-2021

In elke Haarlemse woonwijk een sociaalmaatschappelijke hub, op het Beatrixplein specifiek een wijkcentrum Nieuw Zuid, Oostpoort, Stationsplein, Delftplein, wijken rondom binnenstad, lange stadsstraten en rondom OV-knooppunten

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

Nieuw OV-knooppunt Haarlem Nieuw Zuid bij Europaweg/Schipholweg, Haarlem Noord en Zuidwest Verspreid over Haarlem

BH3405MIRP2110010958

44

Impact

Gerelateerde meest impactvolle beleidsuitspraken

Effectlocaties en -gebieden

Vooral risico’s, ook kansen Risico’s

Energie en grondstoffen

Uitspraken die leiden tot een toename in energieverbruik (1) door toevoeging van woningen, voorzieningen en functies: • Binnenstedelijk verdichten en functies mengen (2) (1) (3) • Versterken ’10 minuten-netwerk’ gericht op bewegen en ontmoeten (2) • Ruimte voor sociaal-maatschappelijke hubs (3) (4) • Versterken voorzieningenclusters (4)

Nieuw Zuid, Oostpoort, Stationsplein, Delftplein, wijken rondom binnenstad, lange stadsstraten en rondom OV-knooppunten Fietsring rondom het centrum, ontwikkelzones In elke Haarlemse woonwijk een sociaalmaatschappelijke hub, op het Beatrixplein specifiek een wijkcentrum Verspreid over Haarlem met als focusgebieden Schalkwijk centrum en ontwikkelzones

Uitspraken die leiden tot een toename in (huishoudelijk) (1) afval: • Binnenstedelijk verdichten en functies mengen (2) (1) (3) • Versterken ’10 minuten-netwerk’ gericht op bewegen en ontmoeten (2) • Versterken voorzieningenclusters (3)

Nieuw Zuid, Oostpoort, Stationsplein, Delftplein, wijken rondom binnenstad, lange stadsstraten en rondom OV-knooppunten Fietsring rondom het centrum, ontwikkelzones Verspreid over Haarlem met als focusgebieden Schalkwijk centrum en ontwikkelzones

Kansen Uitspraak gericht op een toename van duurzame energieopwekking: • Benutten zonne-energie

Waarderpolder, beschermd stadsgezicht (buiten zicht), parkeerplaatsen

Uitspraak gericht op hergebruik van afval en het bevorderen van circulariteit: • Ruimte voor sociaal-maatschappelijke hubs

Verspreid over Haarlem

Effecten per thema Het nieuwe beleid laat bij de meeste thema’s in 2030 meer kansen op positieve effecten zien dan risico’s op negatieve effecten. Bij twee thema’s is dat niet het geval: cultuurhistorie, erfgoed en archeologie en energie en grondstoffen; daar zijn in 2030 meer risico’s dan kansen geconstateerd. Verder zijn er de volgende conclusies te trekken: • Thema’s met duidelijk meer kansen dan risico’s: o Gezondheid: beleidsuitspraken gericht op het uitbreiden van en versterken van fiets- en voetgangersverbindingen en voorzieningen, realiseren logistieke hubs en het instellen van 30 km/uur in de bebouwde kom dragen bij aan het verminderen van gemotoriseerde verkeersbewegingen. Als gevolg hiervan dragen deze beleidsuitspraken bij aan het verbeteren van de luchtkwaliteit en het reduceren van geluidhinder. Aanvullend resulteren de beleidsuitspraken gericht op onder meer het versterken van ecologische hotspots en ecologisch netwerk, het beweegvriendelijker maken van de openbare ruimte, het versterken van het 10 minuten-netwerk gericht op bewegen en ontmoeten en het instellen van autoluwe gebieden bij aan het beweegvriendelijker maken van de openbare ruimte wat resulteert in kansen voor de indicator gezonde leefstijl en leefomgeving. Naast de kansen zijn er ook risico’s geconstateerd, maar in mindere mate dan de kansen.

De risico’s hangen vooral samen met het versterken van het voorzieningencluster door een risico op toename in verkeersbewegingen met als gevolg een toename in geluidhinder en een verslechtering van de luchtkwaliteit. Ook door de aanleg van een HOV-verbinding bestaat het risico op een toename in geluidhinder. o Bereikbaarheid: kansen op positieve effecten doen zich met name voor bij beleidsuitspraken gericht op het uitbreiden en het versterken van HOV-verbindingen, minder ruimte voor stilstaande auto’s en het uitbreiden en versterken van fiets- en

1-10-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405MIRP2110010958

45

o

o

o

1-10-2021

voetgangersverbindingen en voorzieningen. Voor autobereikbaarheid zijn er kansen op positieve effecten, vanwege mogelijke afname van binnenstedelijke congestieniveau als gevolg van de ontwikkeling van alternatieven voor de auto zoals hierboven benoemd. Voor de fiets en openbaar vervoer geldt dat nieuwe verbindingen leiden tot een tot een betere kwaliteit van het netwerk en een afname tot stations. Daarnaast worden ook ten aanzien van beoordelingsaspect duurzame en slimme mobiliteit kansen op positieve effecten voorzien. Deze hangen samen met de beleidsuitspraken gericht op het stimuleren van gebruik van de fiets (modal split fiets) en inzet op elektrische vormen van vervoer zoals ‘uitbreiden en versterken fiets- en voetgangersverbindingen en voorzieningen’ en ‘minder ruimte voor stilstaande auto’s’. Naast de kansen zijn er ook risico’s geconstateerd, maar in mindere mate dan de kansen. De risico’s hangen vooral samen met autobereikbaarheid en zijn gerelateerd aan uitspraken gericht op het beweegvriendelijker maken van de openbare ruimte, ruimte voor sociaal-maatschappelijke hubs, binnenstedelijk verdichten en functies mengen en het instellen van autoluwe gebieden. Gemeenschappelijke noemer in deze uitspraken zijn maatregelen gericht op het verminderen van autodominantie en/of het autoluw maken van stadsdelen.

Als gevolg hiervan bestaat het risico dat verkeer om moet rijden en er sprake is van verminderde doorstroming. Wonen en voorzieningen: beleidsuitspraken gericht op het toevoegen van woningen zoals ouderenwoningen als onderdeel van de uitspraak versterken 10-minuten-netwerk gericht op bewegen en ontmoeten en binnenstedelijk verdichten en functies mengen resulteren met name in kansen op positieve effecten binnen beoordelingsaspect woningaanbod en behoefte. Deze beleidsuitspraken dragen ook bij aan kansen op positieve effecten ten aanzien van voorzieningenaanbod en behoefte. Aanvullende kansen worden voorzien door beleidsuitspraken gericht op ruimte voor sociaal-maatschappelijke hubs, versterken voorzieningencluster en uitbreiden en versterken fiets- en voetgangersverbindingen en voorzieningen. Waarbij de eerste twee uitspraken gericht zijn op uitbreiding van het aantal voorzieningen en de laatste uitspraak op het verbeteren van de bereikbaarheid en vermindering van afstand tot voorzieningen Klimaat: beleidsuitspraken gericht op het toevoegen van groen in de openbare en particuliere ruimte, zoals het versterken van ecologische hotspots en ecologisch netwerk, klimaatbestendig maken leefomgeving, minder ruimte voor stilstaande auto’s en beweegvriendelijker maken openbare ruimte dragen bij aan een klimaatadaptievere leefomgeving.

Deze beleidsuitspraken leiden ook binnen het thema natuur en biodiversiteit tot kansen op positieve effecten. Naast de kansen zijn er ook risico’s geconstateerd, maar in mindere mate dan de kansen. De risico’s hangen vooral samen met een toename in de uitstoot van broeikasgassen. Dit komt met name door een toename in het aantal verkeersbewegingen als gevolg van een toename in voorzieningen (ruimte voor sociaal maatschappelijke hubs en versterken voorzieningencluster) en woningen (binnenstedelijk verdichten en functies mengen). Veiligheid: kansen binnen het thema veiligheid zijn met name gerelateerd aan het beoordelingsaspect verkeersveiligheid. Beleidsuitspraken die bijdragen aan kansen op positieve effecten zijn onder meer de uitspraken gericht op het stimuleren van het gebruik van langzaam verkeer (fiets en voetganger) en het reduceren van gebruik van gemotoriseerd vervoer. Voorbeelden hiervan zijn het beweegvriendelijker maken van de openbare ruimte, het versterken van het 10-minuten-netwerk gericht op bewegen en ontmoeten, het instellen van 30 km/uur binnen de bebouwde kom, het uitbreiden en versterken van fiets- en voetgangersverbindingen en voorzieningen, het uitbreiden en versterken van HOV-verbindingen en het realiseren van logistieke hubs. Naast de kansen zijn er ook risico’s geconstateerd, maar in mindere mate dan de kansen.

De risico’s hangen vooral samen met een mogelijke toename van het aantal woningen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12266875/1