CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210385018 Rapport Berenschot Haarlem

commissie Bestuur 9 september 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Toezenden Stukken organisatieontwikkeling.39.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Fysiek domein

wordt gevonden. Ook geeft minder dan de helft van de medewerkers aan vlot antwoord te krijgen op vragen die aan

Sociaal domein

collega’s gesteld worden. VECH

Dit werkt door naar de dienstverlening aan burgers en de 0-10%

10-20%

20-30%

30-40%

40-50%

50-60%

60-70%

70-80%

80-90%

90-100%

Zeer mee oneens

Mee oneens

Neutraal

Mee eens

Zeer mee eens

Geen mening

Figuur 13. Nut van overleggen.

samenwerking met partners buiten. Deze dienstverlening wordt over het algemeen goed beoordeeld. Echter, op het moment dat burgers met een complexe vraag aankloppen bij de gemeente, waarbij meerdere afdelingen een bijdrage dienen te leveren om

In het sociaal domein horen we tijdens de interviews dat de

tot een antwoord te komen, blijkt dat de interne afstemming/

coördinatie tussen de managers en de medewerkers goed tot

communicatie gebreken kent. Burgers ervaren dat ze in dit

stand is gekomen de afgelopen jaren. De managers hebben hier

soort situaties lang doorverbonden worden en dat zij met hun

besloten de overlegstructuur voort te zetten, waarmee men twee

vraag onvoldoende geholpen worden.25 (zie ook hoofdstuk 5).

jaar vóór de organisatiewijziging reeds was begonnen; zij het met minder managers. Zij geven zelf aan dat dit goed werkt. In dit netwerkteam geven de managers aan dat ook medewerkers elkaar goed weten te vinden en de tussenkomst van managers hierin niet meer nodig is. In dit netwerkteam is geïnvesteerd in het vormen van een gezamenlijke mening en in het bespreken van casuïstiek. 34

24 25

Signalenkaart dienstverlening (2020). Bijlage notitie nieuwe bestuursstijl (2015).

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

Samenwerking

Programma’s en gebiedsmanagement

Ik krijg vlot antwoord van collega’s in onze organisatie als ik een vraag heb

De capaciteitstoedeling aan programma’s en gebiedsmanage­ ment wordt als (groot) aandachtspunt aangeduid; er is sprake van ‘concurrentie’ tussen deze sturingsprincipes.

Ik ben tevreden over de samenwerking met collega’s van andere afdelingen, programma’s of gebiedsteams

Zowel programma’s als de gebiedssturing zijn in grote mate afhankelijk van de afdelingen. De medewerkers functioneren primair binnen de afdeling (c.q. het team) en kunnen van

Ik ervaar de samenwerking met collega’s als respectvol

daaruit een bijdrage leveren aan programma’s en gebieden.

Ik ben tevreden over de samenwerking met collega’s binnen de afdeling

Enerzijds maakt het dat voor de medewerkers overzichtelijk. Anderzijds maakt dit het voor bijvoorbeeld opgavemanagers, project- of programmamanagers ingewikkeld om de horizontale

0-10%

10-20%

20-30%

30-40%

40-50%

50-60%

60-70%

70-80%

80-90%

90-100%

Zeer mee oneens

Mee oneens

Neutraal

Mee eens

Zeer mee eens

Geen mening

opgaven te realiseren. Deze ‘horizontale managers’ hebben immers geen directe sturing richting de medewerkers die

Figuur 14. Enquêteresultaten over samenwerking in en tussen afdelingen.

het werk binnen de opgave moeten doen. Uit de interviews

In een onlangs gehouden enquête onder raadsleden,

moet onderhandelen om je opgave voor elkaar te krijgen’.

college­­leden en ambtenaren sprak 95% zich uit voor het

Een opdrachtgeverschap waarbij taken en capaciteit wordt

verbeteren van de onderlinge (keten)samenwerking binnen

toebedeeld aan afdelingsoverstijgende programma’s wordt

de gemeentelijke organisatie. In gesprekken met medewerkers

gemist. Van stevige startopdrachten is zelden sprake.

26

wordt duidelijk dat je als projectmanager ‘vanuit de relatie

van de gemeente Haarlem over hoe zij hun werk ervaren, komt ditzelfde beeld naar voren dat het niet altijd goed lukt

Het gaat beter wanneer het programma over exclusieve

om samen te werken binnen de organisatie. Het is lastig

capaciteit beschikt. Een voorbeeld van een dergelijk eigenstandig

antwoorden op vragen te krijgen. Men voelt zich niet snel

programma is het Haarlemse ‘Nieuwe democratie’. Tot en met

eigenaar van een vraag.

de prioritering (tot het college aan toe) bestaat dit uit een aparte structuur waarbij initiatieven uit de stad ruimte en steun krijgen.

Corona als versneller Opvallend is de snelheid waarmee de organisatie in

Gebiedsmanagement is de eerste jaren meer (vanuit aard en

verband met corona handelt en kan handelen. Gevraagd

historie) meer georiënteerd geweest op het ruimtelijk dan het

naar de succesfactoren hierbij, wordt aangegeven dat de

sociaal domein. Gebiedsmanagers zijn budgethouder voor

netwerkteams van managers dichtbij het bestuur zitten en

(ruimtelijke) projecten. De aansluiting met het sociaal domein

de lijntjes kort zijn. De besluitvorming is erop gericht om

wisselt per gebied en de betrokken personen (zowel aan de kant

stroperigheid te voorkomen.

van het gebied als het sociaal domein).

In coronatijd werd het NT ‘VECH’ (Veiligheid, Economie,

Werkwijze en processen

Cultuur en Handhaving) ingesteld. In dit team zitten

De gemeentelijke organisatie wil graag snel, zorgvuldig en

verschillende disciplines die elkaar nodig hebben, waardoor

wendbaar kunnen opereren. In de interviews wordt door

er snel en vanuit integraliteit kan worden gehandeld. Naast

gesprekspartners aangegeven dat er een neiging is elkaar

het NT VECH zijn ook de NT’s Bedrijfsvoering, Concernstaf,

veel te controleren. Er zijn veel processen, regeltjes, formats

Fysiek Domein en Sociaal Domein opgestart.

en besluitvormingslijnen die leiden tot bureaucratie, omslachtigheid en inefficiëntie. Ook uit de cultuuranalyse

Het fenomeen netwerkteam ontwikkelde zich, in de

dienstverlening blijkt dat binnen de gemeente processen nogal

aanpak van Corona, tot een adequaat coördinatie- en

eens trager verlopen dan gewenst. Er wordt aangegeven dat dit

besluitvormingsinstrument dat nu op permanente basis is

komt door een sterke cultuur van controle en verantwoording.

ingesteld, merendeels langs de lijnen van de domeinen.

Medewerkers geven aan twijfels te hebben over het nut, de noodzaak en de effectiviteit van deze processen en procedures. 42% van de medewerkers geeft aan dat ze in hun werk dingen moeten doen die niet nuttig zijn en 34% van de medewerkers geeft aan dat er regels zijn die niet nodig zijn. Bij de concernstaf

35

26

Quickscan Lokale democratie, 2020.

ligt dit met 47% het hoogst.

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

adhoc

afdelingsgericht

afwisselend

ambitieus

ambtelijk

bureaucratisch chaotisch collegiaal complex

betrokken

chaos

doelgericht drukduidelijk dynamisch eilandjes fijn flexibel gedreven

dienstverlenend efficiënt

gedstructureerd geweldig goed hard individualistisch

hiërarchisch

inefficiënt

ingewikkeld klantgericht log moeizaam

omslachtig ongestructureerd onsamenhangend ouderwets overlegcultuur prettig prima professioneel redelijk rommelig stroperig traag uitdagend samenwerkend

top

voldoende

zelfstandig

Werkwijze en processen Ik kan snel en makkelijk mijn manier van werken veranderen als dat nodig is

In mijn werk zijn er geen regels die niet nodig zijn

In mijn werk hoef ik alleen dingen te doen die nodig zijn

De afspraken binnen mijn afdeling over hoe we werken helpen mij om mijn werk beter te kunnen doen 0-10%

10-20%

20-30%

30-40%

40-50%

50-60%

60-70%

70-80%

80-90%

90-100%

Zeer mee oneens

Mee oneens

Neutraal

Mee eens

Zeer mee eens

Geen mening

Figuur 16. Enquêteresultaten over werkwijze en processen.

4.2.3 Analyse

Figuur 15. Woordwolk over de wijze van werken in de organisatie (op basis van de enquête).

Het werk is verdeeld (geknipt) naar 24 afdelingen met veel

Tegelijkertijd geeft ruim 60% van de medewerkers ook aan

sterke afdelingen zijn ontstaan die primair vanuit de eigen

dat de afspraken die ze binnen de afdeling hebben over de

prioriteiten handelen. Om welk organisatieontwerp dan

werkwijze, en de mate waarin ze deze werkwijze snel aan

ook tot zijn recht te laten komen, is een uitwerking van

kunnen passen, wel positief te vinden.

sturingsmechanismen en coördinatiemechanismen, het

verantwoordelijkheden. Het effect van het knippen is dat

plakken, belangrijk. Dit is niet uitgewerkt. Een flexibele “Ik zou willen dat de passie waarmee wordt verteld

netwerkstructuur is een complexe structuur waarbij juist de

dat iets niet kan, wordt ingezet om iets wel voor elkaar

werking van deze mechanismen extra belangrijk is.

te krijgen.” Aanvankelijk voorzag de nieuwe structuur dus onvoldoende Burgers en medewerkers geven aan dat in de aanpak binnen de

in coördinatiemechanismen. Oorspronkelijke platforms

organisatie voorzichtigheid en soms overmatige zorgvuldigheid

waren weggevallen. Als ‘organisch proces’ zijn vervolgens de

vaker de overhand krijgt dan snelheid. Alhoewel voorzichtigheid

huidige mechanismen tot stand gekomen. Afdelingsmanagers

als belangrijk wordt ervaren, moet het niet leiden tot

begonnen elkaar al snel op te zoeken om de basis te

verkramping van het gedrag van ambtenaren. Hiervoor

verstevigen. Daar werden echter geen vaste procedures

ziet men het als noodzakelijk dat de cultuur van het breed

ontwikkeld om de coördinatie te verbeteren. Enerzijds werd

uitmeten en afrekenen van fouten wordt losgelaten. Hierin

teruggevallen in oude mechanismen, anderzijds ontstonden

is zowel het gedrag van bestuurders als dat van raadsleden

(veel) hulpstructuren en overleggen. De overleggen die (zijn)

van belang. Medewerkers werd gevraagd aan te geven welke

ontstaan, kenmerken zich door consensus.

27

dienstverleningswaarde verbeterd zou kunnen worden. 60% koos hier voor de waarde ‘we werken snel en simpel waar het

De opzet voorzag in sterke programma’s waarvan de capaciteit

kan’. Voor de waarde ‘we zijn betrouwbaar’ werd het minst

zou worden geleverd door de lijnafdelingen. In de praktijk

gekozen. In de cultuuranalyse dienstverlening wordt ook

zien we dat de programma’s en gebieden daarmee in een

aangegeven dat men nog sterk redeneert vanuit protocollen en

‘vragende’ en ‘afhankelijke’ positie zitten omdat, ook voor

er minder wordt gekeken naar de menselijke maat. Men heeft

overkoepelende opgaven, de hiërarchische lijnorganisatie

het bij de signalenkaart dienstverlening dan ook over termen

dominant is. De lijnsturing en prioritering van de

als ‘de paarse krokodil’ en ‘bureaucratisch’. Het vermogen om

lijnmanagers, met hun eigen taken, verantwoordelijkheden

buiten de gebaande paden snel en simpel te schakelen is vaak

en werklast prevaleren. Het eigenaarschap gaat onvoldoende

onvoldoende.

over de afdelingsgrenzen heen. Daarmee komt de beoogde

28

29

horizontale samenwerking en coördinatie vanuit de huidige structuur niet tot stand.

36

27 28 29

Bijlage notitie nieuwe bestuursstijl (2014 of 2015). Cultuuranalyse dienstverlening gemeente Haarlem – Onderzoeksrapport (2020). Signalenkaart dienstverlening (2020).

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

In het sociaal domein is de opgave ‘Transformatie Sociaal Domein’ voortgezet in een programma. In het fysiek

4.3 Besluitvorming, sturing en strategie

domein zijn de plannen om (meer) met opdrachtnemer/ opdrachtgeverschap te werken inclusief portfoliomanagement.

4.3.1 Korte besluitvormingslijnen en sterke managers

Centrale ambities (opgaven) die door de organisatie heen

De organisatievisie stelde dat de organisatie platter zou worden,

lopen moeten worden waargemaakt, lopen stuk op de

en er zou worden gewerkt met kortere besluitvormingslijnen.

afdelingen. Rechtstreeks aan de programma’s toegekende middelen zorgen voor resultaten (nieuwe democratie) maar

Uitgaande van de visie30 werd gesteld dat het bestuur van het

verlopen ‘naast’ de staande organisatie; een vraagpositie ten

‘wat’ zou zijn en de organisatie van het ‘hoe’.

opzichte van de afdelingen (dienstverlening) leidt tot interne strijd en vertragingen.

Als leidende sturingsprincipe werd vastgesteld dat er één (meervoudige) directie is die werkt vanuit een collectieve

Medewerkers streven naar zorgvuldigheid en willen geen

opdracht en ambitie. Zij stuurt gezamenlijk richting de

fouten maken. Er wordt veel gecontroleerd en er is een

organisatie. De directie is een collectief en daarmee zijn alle

focus op protocollen. Met de bedoeling zorgvuldig te zijn en

directeuren voor het geheel (en alle onderdelen daarbinnen)

geen fouten te maken, lopen processen trager dan gewenst.

verantwoordelijk. De directie zorgt ervoor dat de bestuurlijke

De positieve afwijking hierin is de Gemeentebrede Corona

doelen worden vertaald naar opdrachten en prioriteiten,

Aanpak. Hier is een coördinatie-aanpak op gezet met

en naar meetbare resultaten met heldere kwaliteitseisen en

korte lijntjes en heldere besluitvormingslijnen. Met deze

afspraken rond de inzet van middelen. Binnen de directie

Gemeentebrede Corona Aanpak heeft de gemeente slakrachtig

wordt het werk (en de daarbij horende afdelingen) verdeeld.

kunnen handelen.

Directieleden zijn hiërarchisch verantwoordelijk voor de afdelingsmanagers die onder hen vallen.

We concluderen dat de coördinatiemechanismen niet hebben bijgedragen aan de wendbaarheid van de organisatie en de

In het Organisatieplan directie- en bestuursondersteuning

slagkracht op complexe maatschappelijke vraagstukken.

werd omschreven hoe de bestuurs- en directieondersteuning

Opgaven die afdelingsoverstijgend in programma’s of gebieden

van de gemeente Haarlem31 wordt vormgegeven. Daarbij geldt

werden ondergebracht, waren afhankelijk van de capaciteit

dat de verantwoordelijkheid voor uitvoering in principe bij

die vanuit de lijnorganisatie beschikbaar werd gesteld of

afdelingen ligt. Het formuleren, vertalen en realiseren van

‘eigen’ capaciteit. Zorgvuldig en betrouwbaar te werk te gaan

bestuurlijke doelen en het toewijzen van middelen vergt daarbij

is sterk ontwikkeld en er wordt veel afgestemd, maar dit gaat

coördinatie en afweging die bij de directie wordt gelegd. Het

ten koste van de snelheid en (uiteindelijk) de dienstbaarheid

Organisatieplan geeft aan dat het daarbij zoeken is naar een

aan collega’s en burgers. De optelsom van betrouwbare

balans van centrale sturing en decentraal mandaat, met de

medewerkers betekent niet dat een organisatie als geheel

nadruk op dat laatste. Het doel was daarom om de omvang

betrouwbaar is.

van de ondersteuning van directie en bestuur ‘niet groter te maken dan strikt noodzakelijk om besluitvormingsprocessen en beheersing soepel te laten verlopen en concernbrede belangenafweging mogelijk te maken’. “Als resultaatverantwoordelijk manager moet je wel weten wat je resultaten moeten zijn”

30

37

31

Betrouwbare dienstverlener, een professioneel opdrachtgever, een deskundig regisseur en een aantrekkelijk en maatschappelijk bewuste werkgever. Voor Zandvoort werd deze vraag separaat opgepakt.

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

De afdelingsmanagers werden destijds als resultaat­

4.3.2

Uitwerking naar de organisatie

verantwoordelijke managers (RVM’s) verantwoordelijk voor de inhoud, de realisatie van de opdrachten vanuit bestuur en/of

Voor de functies van de bestuurders/directieleden en

directie en het behalen van afgesproken resultaten. Verder zijn

afdelingsmanagers heeft de gemeente Haarlem de taken

zij integraal manager op alle piofac -taken, hierbij ondersteund

en bevoegdheden uitgewerkt in het document Taak en

door spelregels vanuit de directie en staf en bedrijfsvoering. De

werkomschrijvingen per rol in bestuurlijk-ambtelijke

sturing richting medewerkers verloopt via de lijn.

samenwerking uit 2016.35 Hierin staat beschreven hoe verticaal

Voor wat betreft de strategische richting voorzag men in

gezien de verantwoordelijkheden binnen de organisatie zijn

concernbreed strategisch advies in de vorm van ‘stadsgerichte’

afgebakend, langs de lijnen van de hiervoor vermelde ambities.

32

33

strategen die werden ondergebracht in de afdeling P&G34, ook omdat deze afdeling sterk in verbinding staat met de

De meeste oorspronkelijke afdelingen zijn onveranderd terug

lijnorganisatie vanwege het in dezelfde afdeling ondergebrachte

te vinden in het nieuwe organogram. Er wordt dan ook gesteld

programmamanagement en gebiedsmanagement.

dat de grootste veranderingen zitten op de besturingsstructuur. De vijf hoofdafdelingsmanagers zijn vervangen door

Bij concernbreed strategisch advies gaat het om het volgen van

24 resultaatverantwoordelijke afdelingsmanagers. De

maatschappelijke trends en ontwikkelingen op lokaal, regionaal

afdelingsmanagers moeten ‘resultaatgericht flexibel werken

en landelijk niveau en in de ambtelijke organisatie die een

in verbinding met elkaar en partners.’ De afdelingen hebben

(politiek) strategische opstelling en standpuntbepaling van het

een integrale verantwoordelijkheid. Het afdelingshoofd

gemeentebestuur vragen. Signalen van buiten en trendanalyse

draagt de volle verantwoordelijkheid op de verschillende

vormen input voor het formuleren van bestuurlijke

resultaatgebieden; personeel, bedrijfsvoering, beleid &

doelen. Deze doelen worden vervolgens doorvertaald in

innovatie. De managers nemen deel aan de staven met

bestuursopdrachten die ambtelijk uitgevoerd kunnen worden.

bestuurders. Een medewerker krijgt zijn of haar werkopdrachten

Ook gaat strategisch advies over de positionering van de

in de nieuwe organisatie inrichting via de verantwoordelijke

gemeente, bestuurders én ambtenaren in relevante netwerken.

lijnmanager. Dit geldt ook voor werkzaamheden die

Strategisch adviseurs zijn daarmee enerzijds een belangrijke

voortvloeien uit afdelingsoverstijgende, of horizontale,

sparringpartner van directie en bestuur en anderzijds een

werkzaamheden. De 24 resultaatverantwoordelijke managers

verbindende schakel naar de organisatie.

sturen 39 teammanagers aan die op hun beurt weer hun eigen team aansturen. Sinds 2020 zijn er Netwerk Teams (NT’s) ingesteld. Dit zijn overleggen van de afdelingsmanagers onder voorzitterschap van een directielid. De indeling van de NT’s loopt grotendeels langs de lijnen van de domeinen, waarbij sommige managers aan meerdere NT’s deelnemen.

32

33

38

34

De term Resultaat Verantwoordelijk Manager wordt in de huidige organisatie niet meer toegepast. We hebben deze term wel hier opgenomen omdat dit bij aanvang van de organisatie ontwikkeling specifiek zo is uitgelicht, en aangeeft dat veel verantwoordelijkheden bij de afdelingsmanagers zijn komen te liggen. Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie. Organisatieplan directie- en bestuursondersteuning, 2017.

35

Taak- en werkomschrijvingen per rol in bestuurlijk-ambtelijke samenwerking 2016.

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

4.3.3 Over sturing in de praktijk

Al in maart 2018 was onder afdelingsmanagers behoefte aan

Afdelingsmanagers: zelfstandig en onder grote druk

een zakelijk platform, waarop afstemming, coördinatie en het

Met de organisatieontwikkeling hebben de afdelingsmanagers

ontvangen van concernboodschappen (bijvoorbeeld P&C) zou

een centrale rol gekregen. Zij zijn als resultaatverantwoordelijk

plaatsvinden. Deze behoefte komt met name voort uit ‘het

manager zowel voor de inhoud als de bedrijfsvoering op hun

wegvallen van het MT, de overstromende inbox met e-mails,

onderwerp verantwoordelijk. Voor wat betreft de inhoud

takenlijsten en de volle agenda’s.’ Deze leidden onder meer tot

vormen zij het primaire aanspreekpunt voor bestuurders en

‘onrust, binnen de organisatie zoeken naar de juiste persoon,

wonen zij in dat verband ook de staven bij. Hieronder valt ook

dubbel werk en coördinatievragen’.

de strategie. Verder vervullen zij de managementtaken voor

Vanuit deze behoefte namen de afdelingsmanagers het initiatief

– vaak – omvangrijke afdelingen waaronder de personeels­

tot het instellen van een wekelijks Afdelingsmanagersoverleg

aangelegenheden. Al met al is de druk op de afdelingsmanagers

op dinsdagmiddag (zodat hier ook een terugkoppeling vanuit

groot. Dat blijkt ook uit de span of control, die zeker op

het college kon worden gedaan door de gemeentesecretaris,

een aantal afdelingen erg groot lijkt. Ook uit de gesprekken

die alleen voor dit doel welkom was). Ook was er een aparte

komt dit naar voren. Uit de interviews blijkt verder dat in de

appgroep. De groep afdelingshoofden ontwikkelden hiermee

praktijk binnen de 24 afdelingen een extra laag is ontstaan van

een band los van de directielaag.

teamleiders en/of coördinatoren. Op basis van de gesprekken lijken er geen hele duidelijke afspraken binnen de organisatie

Overigens wijzen afdelingsmanagers erop dat de groep te

te zijn. Afspraken over wat de functie van coördinator/

massaal was om slagkracht te ontwikkelen. De huidige NT’s

teammanager inhoudt en hoe daar ook verantwoordelijkheid

zijn overzichtelijker, maar brengen aan de andere kant de ‘oude’

naartoe gemandateerd kan worden, zijn niet eensluidend

domeinoriëntatie weer terug. Sommige managers schuiven

binnen de organisatie en/of worden niet herkend.

(soms alleen wanneer nodig) bij meerdere NT’s aan.

Uit de enquêteresultaten komt naar voren dat medewerkers

Directie op afstand

overwegend heel tevreden zijn over de sturing vanuit hun

Uit de gesprekken in de organisatie blijkt dat de (ervaren)

leidinggevenden binnen de afdeling (zie figuur 17). Het is

afstand tot de directie groot is. De verbinding tussen de

voor medewerkers duidelijk wat de leidinggevende van hen

afdelingen en de directie kwam aanvankelijk onvoldoende

verwacht, medewerkers kunnen bij de leidinggevende terecht en

tot stand. Enerzijds wordt dit geweten aan de grote

ze zijn tevreden over het functioneren van de leidinggevende.

zelfstandigheid die de afdelingen en hun managers aan de dag

Het belangrijkste aandachtspunt in het functioneren van

leggen, waarbij bovendien (te) laat of niet wordt geëscaleerd

de leidinggevende is het sturen op het contact met andere

naar de directietafel. Anderzijds wordt gewezen op een

afdelingen.

handelingsverlegenheid vanuit de directie om te sturen op de grote thema’s. Op de directietafel werden vaak (slechts)

Reflectie op sturing vanuit leidinggevende

bedrijfsvoeringsvraagstukken geagendeerd en behandeld. De

Dankzij mijn direct leidinggevende verloopt het contact met andere afdelingen goed

directie geeft daarbij aan dat zij zich minder in de afdelingslijn hebben gepositioneerd, maar een rol zien en vervullen op complexe opdrachten en programma’s. Dat doen ze mede als

Ik kan altijd bij mijn direct leidinggevende terecht

voorzitter van de staven in Haarlem. Onlangs is ingevoerd dat directeuren eigenaar zijn van een onderwerp op de agenda.

Het is duidelijk wat mijn direct leidinggevende van mij verwacht

Er is (nog) geen jaarplan van de directie waarlangs zichtbaar wordt gewerkt. Niet alleen vanuit de organisatie, maar ook

Ik ben tevreden over mijn direct leidinggevende

door het bestuur (zowel Haarlem als Zandvoort) wordt de directie regelmatig gemist in een sturende strategische rol: ‘we

0-10%

10-20%

30-40%

40-50%

50-60%

60-70%

70-80%

80-90%

90-100%

Zeer mee oneens

Mee oneens

Neutraal

Mee eens

Zeer mee eens

Geen mening

Figuur 17.

39

20-30%

Enquêteresultaten over de sturing vanuit leidinggevenden.

verwachten meer van de directie’. Of de directie die rol dan ook wordt gegund, is nog wel een vraag.

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

Besluitvorming traag

Binnen de afdelingen slaagt men er in het algemeen in om

We constateren – in lijn met paragraaf 4.2 – dat er veel interne

te prioriteren, binnen de eigen capaciteit en uitgaande van

afstemming nodig is voordat tot besluitvorming over kan

de staande taken. Wel horen we vaak dat hier de druk als

worden gegaan. Zowel in de gesprekken als in de vragenlijst zien

hoog wordt ervaren; het is – aldus een medewerker in een

we dat medewerkers lang op besluiten moeten wachten. Om

interview – ‘de dag doorkomen en je taken doen’. 30% van de

in de organisatie ‘iets gedaan te krijgen’ moeten vaak meerdere

respondenten in de vragenlijst geeft aan dat zij onvoldoende tijd

afdelingen en loketten worden betrokken. Er zijn veel regels,

hebben om hun werk af te krijgen. 51% van de respondenten

processen, formats en besluitvormingslijnen. Alleen het is niet

geeft aan dat zij regelmatig meer werk te doen hebben dan zij

helder hoe je daarin snel besluitvorming tot stand krijgt. Het is

aankunnen. Als zij het te druk hebben, dan is daar niet altijd

ook niet altijd duidelijk wie gemandateerd is, of dat is bij veel

tijdig een oplossing voor.

verschillende personen belegd. Dat leidt tot stroperigheid in de organisatie. Slechts 32% van de respondenten scoort (zeer)

Mate waarin overleggen als nuttig worden ervaren

mee eens op de stelling ‘ik hoef nooit lang te wachten op een

Ik kan mijn werk netjes en met aandacht doen

besluit als dat nodig is’. 38% van de medewerkers geeft aan het hier (zeer) mee oneens te zijn en geeft aan vaak lang te moeten

Ik heb bijna nooit meer werk te doen dan ik aankan

wachten op besluiten. Er wordt eveneens aangegeven dat de systemen besluitvormingsprocessen niet goed ondersteunen. “Voordat je een definitief besluit hebt, ben je 4-5

Ik heb voldoende tijd om mijn werk op tijd af te krijgen

Ik slaag erin om mijn eigen doelen en resultaten in het werk goed en op tijd te halen

maanden verder” Een van de effecten van de omslachtige besluitvorming is het bewandelen van ‘olifantenpaadjes’, waarmee afgeweken wordt van de vaste procedures. Via informele kanalen en routes weet de medewerker zijn/haar weg te vinden. Dat is volgens velen de

We slagen er met de afdeling in om onze doelen en resultaten goed en op tijd te halen

Als ik het te druk heb dan geef ik dat op tijd aan

snelste manier om toch iets gedaan te krijgen. Als ik het te druk heb dan is daar op tijd een oplossing voor

Reflectie op sturing vanuit leidinggevende Ik hoef nooit lang te wachten op een besluit als dat nodig is

Als het te druk is op de afdeling dan wordt dat op tijd opgelost 0-10%

Het is bij mijn werk duidelijk wie waarover beslist 0-10%

10-20%

20-30%

30-40%

40-50%

50-60%

60-70%

70-80%

80-90%

90-100%

Zeer mee oneens

Mee oneens

Neutraal

Mee eens

Zeer mee eens

Geen mening

Figuur18.

Enquêteresultaten over besluitvorming.

10-20%

20-30%

30-40%

40-50%

50-60%

60-70%

70-80%

80-90%

90-100%

Zeer mee oneens

Mee oneens

Neutraal

Mee eens

Zeer mee eens

Geen mening

Figuur 19. Prioritering en capaciteit.

Op basis van de enquête komt naar voren dat een ruime meerderheid van de werknemers (74%) aangeeft zijn/haar eigen doelen en resultaten in het werk goed en op tijd te

Sturing op capaciteit en prioriteit loopt via de

halen. Dat percentage is in het fysiek domein lager (65%)

afdelingen

dan bij de andere domeinen (75% of meer). Wat opvalt is dat

De prioritering binnen de Haarlemse organisatie loopt langs

medewerkers aangeven dat de afdeling zelf er minder goed in

de lijnen van afdelingen. De capaciteit en formatiebudgetten

slaagt om doelen en resultaten goed en op tijd te halen. Van

zitten volledig vast in de afdelingen. Zeer regelmatig wordt

de medewerkers geeft 52% aan dat dit wel het geval is, 18%

capaciteit aangeduid als een groot issue binnen de organisatie.

geeft aan dat dat niet het geval is. Als we dit uitsplitsen naar

De capaciteit van afdelingen wordt in de P&C-cyclus bepaald

domeinen dan geeft ongeveer 25% van de medewerkers bij

en gaat uit van de bestaande situatie.

bedrijfsvoering en dienstverlening, concernstaf en het fysiek domein aan dat de afdeling er niet in slaagt om tijdig doelen en resultaten te halen. Ook opvallend is dat als het te druk is daar op individueel niveau tijdiger een oplossing voor lijkt te zijn (41%), maar dat dit op het niveau van de afdeling vervolgens

40

in mindere mate tijdig wordt opgelost (32%).

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

In een derde (32%) van de gevallen is er op afdelingsniveau

‘Je kunt alleen prioriteren als je overzicht hebt van het

geen tijdige oplossing en in 28% van de gevallen bij individuele

geheel’, wordt aangegeven, maar daar ontbreekt het aan.

medewerkers is er geen tijdige oplossing.

Er wordt niet centraal op organisatiedoelen geprioriteerd en gestuurd. Het overzicht ligt niet op directieniveau; het is

Afdeling overstijgend wordt er niet goed geprioriteerd

gesegmenteerd. De prioritering is dat (dus) ook. Het realiseren

Op het moment dat er afdelingoverstijgende prioriteiten,

van integraliteit in kaderstelling, uitvoeringsplanning en

programma’s of projecten zijn, is het enorm moeilijk om

uitvoering in het fysieke domein ligt in de praktijk bij het

hiervoor capaciteit of middelen vrij te spelen. Er is weinig

project- en contractmanagement. Bovendien ontbreken

flexibiliteit en veel capaciteit en middelen zijn al toegewezen

de interventiemogelijkheden. Een verschijnsel waar in de

aan het reguliere werk. De kortetermijnvragen van het bestuur

gesprekken ook op wordt gewezen, is dat op medewerkersniveau

krijgen prioriteit boven strategische opgaven. En door de

eigen prioriteiten worden gesteld. In de cultuur (hierover meer

constante vraag vanuit de politiek en het bestuur zijn er bijna

onder ‘cultuur’) worden mensen te weinig aangesproken.

altijd wel dergelijke vragen die alle aandacht krijgen. Daardoor ontstaat druk op de capaciteit, omdat toezeggingen extra werk

Binnen het fysiek domein worden plannen ontwikkeld om

betekenen waar eigenlijk geen tijd voor is. Medewerkers geven

(meer) gebruik te maken van beter belegd opdrachtgeverschap/

aan de andere kant aan dat er weinig ruimte is om nee te

opdracht­nemerschap en portfoliomanagement om zo (op

zeggen tegen het bestuur. Vanuit het bestuur en de organisatie

domein­niveau) de werklast overzichtelijk en beheersbaar

worden vragen gestapeld en wordt geen eenduidige prioritering

te maken. Ook is het plan om te differentiëren tussen een

ervaren. Alles heeft prioriteit. Aan de andere kant ervaren

‘opgavegericht’ en een ‘continue’ domein.

bestuurders juist dat de organisatie haar eigen prioriteiten stelt en dat hun wensen (voor de wat langere termijn) ‘erbovenop’

Ondanks dat alles prioriteit heeft, horen we ook in de

komen.

interviews dat het geen gevolgen heeft om zaken niet op te pakken. De vrijheid binnen de gemeente is groot. Medewerkers

“Er ontstaan geen brokken als je niet over

stellen veelal hun eigen prioriteiten.

afdelingsgrenzen heen werkt. Wel als je niet de problemen van het bestuur oplost”.

Concernstaf: verbinding tussen bestuur, directie en organisatie?

Er is geen duidelijk mechanisme om te (her)prioriteren

In het Organisatieplan Directie- en Bestuursondersteuning36

tussen de (vaak overkoepelende) flexibele opgaven en de

werd een kader ontwikkeld waarbinnen bestuurs- en

(vaste afdelingsgebonden) taken. Afdelingen zitten ‘vol’ en

directieondersteuning wordt vormgegeven. Daarbij is sprake

‘vast’. Hierin wordt een doorzettingsmacht gemist op die

van de afdelingen Directie- en Bestuursondersteuning,

momenten dat het schuurt tussen afdelingen. Bij conflicten

Communicatie, Concerncontrol, Programma- en Gebieds­

geldt eerder non-interventiegedrag dan dat er wordt geëscaleerd.

management37. Directie- en Bestuursondersteuning en

Schakelen naar boven, ofwel het escaleren naar management

Communicatie zijn nu gezamenlijk ondergebracht in

of directie, wordt snel genoemd als ‘verraad’, in plaats van het

de afdeling Bestuur & Communicatie (B&C). Bij elkaar

zien als hulp inschakelen. De wensen die vanuit het bestuur

genomen worden deze afdelingen met daarbij ook HRM op

(college, raad) op de organisatie afkomen, verlopen via de

dit moment aangeduid als de concernstaf, met (sinds kort)

portefeuillehoudersoverleggen waarbij de afdelingsmanagers

ook een eigen overleg van afdelingshoofden. Hieraan neemt

aanschuiven. De directie speelt hierin als zodanig geen rol.

overigens ook Programma- en Gebiedsmanagement (P&G)

Mede hierdoor wordt gesignaleerd dat de directie onvoldoende

deel. Het concernstaf-overleg is een nog niet geformaliseerde

functioneert als schakel en filter tussen organisatie en bestuur

structuurwijziging.

of als tegenwicht tegen die laatste. “Wat mij vaak opvalt is dat vooral de verschillende afdelingen niet overduidelijk naar hetzelfde doel toewerken. De afdelingen lijken soms eigen bedrijfjes binnen de gemeente” 36 37

41

Organisatieplan Directie- en Bestuursondersteuning, 2017. Managementondersteuning wordt op dit moment ontvlochten waarbij de medewerkers ‘de lijn’ in gaan. Dit valt buiten de scope van dit onderzoek.

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

Zoals hiervoor al aangegeven, is de directie- en bestuursonder­

Naast de financiële component en de communicatie is een

steuning compact vormgegeven vanuit de filosofie dat de

derde functie van de concernstaf de bestuursondersteuning.

verantwoordelijkheden laag in de organisatie liggen. Een relatief

Deze taak is gekoppeld aan de wethouders; bestuursonder­

kleine staf moet de directie ondersteunen in het formuleren,

steuners worden meer gezien als een verzameling

vertalen en realiseren van bestuurlijke doelen en het toewijzen

‘oliemannetjes’ dan ondersteunend aan een inhoudelijke

van middelen.

strategische richtingbepaling. Ook zien we geen integrale beleids­control: waar staan we ten opzichte van onze ambities?

Uit de gesprekken binnen de organisatie komt naar voren dat met name de (ondersteuning van de) functie van de toewijzing

Tot slot gaan we in op het element strategisch advies, als

van middelen (capaciteit, financiën) sterk ontwikkeld is. De

aanvulling op wat hierover eerder is aangegeven in hoofdstuk 3.

afdeling Concerncontrol wordt daarbij gezien als een sterke

In principe is iedere afdeling verantwoordelijk voor strategie op

afdeling met een sterke positie, met een dominante focus

het eigen beleidsterrein. Onder de afdeling P&G, onderdeel van

op toedeling van financiële middelen en het navolgen van

de concernstaf, ressorteren medewerkers op strategisch niveau

procedures. De ordening binnen de organisatie van capaciteit

die in de plannen onder meer als ‘stadsgerichte’ strategen’

en financiën en de toedeling van financiële en personele

zouden functioneren. In de praktijk wordt gezien dat P&G in

middelen vindt primair plaats via de kadernota en de begroting.

voor het gedeelte programmamanagement in de praktijk niet in

Daarin staan veel van de middelen al ‘vast’ geprogrammeerd.

positie is gekomen om de integrale strategiefunctie te vervullen.

Concerncontrol heeft hierin het voortouw en de regie en

Concernbrede strategieontwikkeling komt niet van de grond.

schakelt met het bestuur. Betrokkenheid van B&C is er wel,

Door bestuurders wordt merendeels een (groot) beroep gedaan

maar beperkt zich met name tot het formuleren van teksten.

op afdelingsmanagers om strategisch (mee) te denken. Dat

De afdeling levert in dit proces geen bredere inhoudelijke en

vergroot de druk op deze groep, die er toch al was met de

integrale strategische richtingbepaling of prioritering.

managementtaken (en een grote span of control). De directie vult het gemis aan integrale strategische advisering op door die

De afdeling Concerncontrol wordt gezien als ‘machtig blok’;

inhoud zelf te ontwikkelen en zelf de pen ter hand te nemen

niet alleen in termen van het toedelen van middelen maar

om stukken te (her)schrijven.

ook in termen van beheer. De organisatie is goed ‘in control’; de cyclus is ‘strak ingeregeld’. Op zich wordt dit gezien als

Als allerlaatste noemen we nog de factor van organisatie­

een grote kwaliteit maar er wordt (door afdelingsmanagers)

ontwikkeling. Verwijzend naar de paragrafen 2.2 en 3.2 zien we

ook op gewezen dat de nadruk al met al ligt op beheersing en

dat vanuit de concernstaf geen gestructureerde sturing hierop

controle van (procedures rond) financiën. Het is in de praktijk

tot stand is gekomen.

minder gericht op het flexibel en wendbaar kunnen inspelen op (onverwachte) ontwikkelingen en opgaven. Verder ontstaat

4.3.4 Analyse

een gevoel dat (ook) de directie meer bouwt op legitimatie van

De organisatie kent een groot aantal ‘zelfstandige’

haar beslissingen via de financiële as dan op basis van een meer

afdelingen, zonder escalatiemogelijkheid naar het niveau

inhoudelijke prioritering en beleidscontrol.

van hoofdafdelingen waarbinnen of -tussen knopen konden worden doorgehakt. We zien een terughoudendheid in het

Met betrekking tot de externe en interne communicatiefunctie

meteen escaleren naar de directie. Vraagstukken blijven

wordt in gesprekken aangegeven dat deze functie (te)

daardoor ‘hangen’ tussen de afdelingen. Met de komst van

gefragmenteerd binnen en buiten de afdeling georganiseerd

NT’s is de besluitvorming verbeterd.

is. Ook lijnafdelingen en programma’s (bijvoorbeeld bij gebiedsgericht werken) houden zich bezig met communica­

In hun afstand tot de directie ging de laag van

tietaken. Aparte aandacht verdient de (interne) communicatie­

afdelingsmanagers zichzelf organiseren in het

functie als het gaat om de organisatieontwikkeling.

Afdelingsmanagersoverleg. Dit versterkte de onderlinge

Ofschoon communicatie een intrinsiek onderdeel is van deze

band, maar vergrootte de afstand tot de directie nog verder.

ontwikkeling, kan het hier niet bij blijven. Gesprekspartners

Het overleg slaagde er zoals we eerder zagen ook niet in om

geven aan dat zij communicatie als enige (vrijblijvende)

horizontale coördinatiemechanismen te ontwikkelen of te

instrument terug zagen komen in het sturen op de verandering

versterken.

in de organisatie. 42

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

Er is geen overkoepelend mechanisme om te prioriteren tussen

4.4 Bedrijfsvoering

de (vaak overkoepelende) flexibele opgaven en de vaste (vaak krijgen op de eigen opdracht en komen de flexibele opgaven

4.4.1 Naar een ‘hybride model’ model voor de bedrijfsvoering

onvoldoende van de grond.

In juni 2017 werd onder de vlag van ‘programma

afdelingsgebonden) taken. Hierdoor focust men op het grip

bedrijfsvoering & ondersteuning’ een Organisatieplan Via de bestuursondersteuning kan worden gecoördineerd

bedrijfsvoering opgeleverd. Het Organisatieplan was onder

via de inhoud, procedures of de toedeling van financiële

meer nodig omdat er daarvóór bedrijfsbureaus bestonden die

middelen. Dat laatste is goed, zij het sterk beheersmatig

waren gekoppeld aan de hoofdafdelingen. De structuurwijziging

geborgd. We zien een sterke afdeling Concerncontrol.

naar afdelingen gaf aanleiding om bedrijfsvoering binnen de

Daardoor is de beheersmatige kant goed geborgd; ook in de

organisatie onder de loep te nemen.

toedeling van middelen is de beheersmatige kant dominant en is de organisatie minder wendbaar. Het gevaar van een

Het nieuwe bedrijfsvoeringsmodel is een ‘hybride model’

stevige beheersmatige rol dat de vakafdelingen ‘achterover

waarbij integrale advisering en middeloriëntatie in aparte

gaan leunen’ en/of de verantwoordelijkheden (middelen

afdelingen zijn ondergebracht. Het model plaatst de afdelings­

toekennen) meer bij control leggen dan zelf met ideeën en

hoofden en de afdeling centraal. Het afdelingshoofd is

alternatieven komen.

daarbij naast verantwoordelijk voor de inhoudelijke taken ook verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van zijn of haar

Op inhoud zijn de strategievorming en beleidscontrol

afdeling. Ondersteuning op het gebied van bedrijfsvoering

primair belegd in de lijnorganisatie en niet centraal in de

werd in ringen om de afdelingshoofden heen georganiseerd.

bestuursondersteuning. De bedoeling was dat strategievorming

Dat begint met een ‘stevig fundament’ van basisvoorzieningen:

door de afdelingen zou worden uitgevoerd. Integrale strategie

zowel systemen als diensten ten behoeve van medewerkers

berustte bij P&G, maar deze heeft zich niet ontwikkeld tot

en managers. Als de basisvoorzieningen niet afdoende zijn,

een integrale strategiefunctie. Een centrale, integrale grip op

kan gebruik worden gemaakt van de eerste ring van adviseurs

inhoud ontbreekt daarmee. In de praktijk lag er teveel druk op

(ondersteuning). Zij dienen als het eerste aanspreekpunt

de afdelingen (vast/flexibel) om boven de eigen strategische

van het afdelingshoofd. De eerste ring bestaat uit adviseurs

producten uit te stijgen en verbinding te leggen met het geheel.

van verschillende vakdisciplines (zoals financiën, HRM en

De verbinding met de stad (ook een aspect van communicatie)

informatiemanagement) die meerdere afdelingen kunnen

is ad hoc en domeingebonden.

bedienen. Deze adviseurs in de eerste ring bepalen wanneer specialisten uit de tweede ring van specialisten moeten worden

Kortom de basis van de organisatie, de afdelingen, heeft veel

ingezet. De eerste ring werd gevormd door een nieuwe,

verantwoordelijkheden gekregen die zij niet waarmaken als het

multidisciplinaire afdeling: de afdeling interne dienstverlening

om overstijgende zaken gaat en de bestuursondersteuning werd

(ID). De middelenfuncties (basisvoorzieningen en de tweede

bewust klein gehouden. Dat wreekt zich nu.

ring van specialisten) bleven als aparte afdelingen georganiseerd. 2e ring

Naast de functies binnen de samenwerking (coördinatie,

Specialisten

strategie en inhoudsontwikkeling, verbinding met bestuur en

1e ring

stad) zouden de afdelingen ook een rol moeten spelen op de

Ondersteuning

samenwerking; i.e. de organisatieontwikkeling. Dit is niet van de grond gekomen. Ook HR heeft hier vanuit bedrijfsvoering

Afdeling

geen ontwikkelende of coördinerende rol in gepakt.

(Budgethouder/ resultaatverantwoordelijk manager)

We concluderen dat de besluitvorming niet bijdraagt aan de wendbaarheid van de organisatie en de slagkracht op complexe maatschappelijke vraagstukken. Opgaven worden primair vanuit afdelingen aangegaan zonder integraal geformuleerde strategie. Zorgvuldig en betrouwbaar te werk te gaan, is

Figuur 20. Bedrijfsvoeringsmodel.38

geborgd. 43

38

Organisatieplan bedrijfsvoering

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

van de klantorganisatie heeft op de inhoud van de

4.4.2 Uitkomsten: tevredenheid over bedrijfsvoering, maar ook onduidelijkheid

bedrijfsvoeringsdienstverlening. Met andere woorden:

Bij het bespreken van de uitkomsten van dit onderzoek

welke verandering in de dienstverlening is nodig nu de

beginnen we hier bij de tevredenheid van medewerkers over de

organisatie van een domeinorganisatie verandert naar een

dienstverlening van de bedrijfsvoeringsfuncties. Hier zien we

netwerkorganisatie?

over het algemeen dat medewerkers zich goed geholpen voelen,

Het blijft onderbelicht welke impact de veranderingen

met een (lichte) variatie in de verschillende disciplines. Definitie bedrijfsvoering Onder ‘bedrijfsvoering’ worden verschillende aspecten van

Ik voel mij goed geholpen op het gebied van...

de organisatie aangeduid. In algemene zin wordt onder het

...facilitaire zaken

begrip letterlijk het voeren van het bedrijf verstaan, oftewel alles dat nodig is om de organisatie te laten functioneren

...juridische zaken

om haar primaire taak te kunnen (laten) uitvoeren. In meer specifieke zin gaat het daarbij om de ‘PIOFACH’-taken:

...financiële zaken

Personeel, Informatievoorziening, Organisatie(ontwikkeling), Financiën, Automatisering, Communicatie en Huisvesting.

...ICT

Beleid en uitvoering van deze taken zijn doorgaans

...personeelszaken

verdeeld over delen van de organisatie die het primaire proces als primaire taak hebben (‘de lijn’), en gespecialiseerde afdelingen die zich specifiek richten op deze bedrijfsvoeringstaken (‘de staf’) door hierop beleid te

0-10%

10-20%

20-30%

30-40%

40-50%

50-60%

60-70%

70-80%

80-90%

90-100%

Zeer mee oneens

Mee oneens

Neutraal

Mee eens

Zeer mee eens

Geen mening

Figuur 21. Waardering voor bedrijfsvoeringsfuncties.

ontwikkelen, zelf zorg te dragen voor uitvoering en/of de overige delen van de organisatie hierin te ondersteunen.

In de gesprekken die in het kader van deze evaluatie werden gevoerd, ontstaat een wisselend beeld. De hiervoor vermelde

De mate waarin bedrijfsvoeringstaken in de lijn zijn belegd

uitkomsten worden geduid in het licht van ‘going concern’

(bijvoorbeeld bij het management) en in hoeverre de

versus de meer complexe of ontwikkelingstaken die ook bij

staf zich richt op beleid, uitvoering en ondersteuning kan

bedrijfsvoering horen. De basisvoorzieningen voor medewerkers

verschillen. Ook kleven hieraan verschillende voor- en

‘going concern’ zijn in dit beeld op orde, in tegenstelling tot de

nadelen. Het leggen van (veel) verantwoordelijkheden

niet-standaard dienstverlening.

op deze onderwerpen in de lijn heeft als voordeel dat wordt ingespeeld op de behoeften en ontwikkelingen

Dit begint met de prioritering van het werk. Gesprekspartners

die hier spelen. Een voorwaarde is wel dat de lijn dan

(met name op managementniveau) wijzen er op dat de

goed wordt ondersteund. Bovendien moet er rekening

prioriteiten van lijn- en bedrijfsvoeringsafdelingen onvoldoende

mee worden gehouden dat er een grens is aan de

op elkaar zijn afgestemd. Een factor die daarbij wordt genoemd

capaciteit en expertise van de lijn; met name op complexe

is dat managers van de lijn- en stafafdelingen elkaar ook

onderdelen. Het is een risico dat de lijn zijn eigen capaciteit

niet logischerwijs vinden. Ook bedrijfsvoering heeft een

en expertise gaat ‘regelen’, hetgeen ten koste gaat

management-NT, maar dat staat op zichzelf, of – in de woorden

van (de voordelen van) standaardisatie van processen,

van een respondent – is ‘losgezongen van de domein-NT’s’.

overzicht en sturingsmogelijkheden. Het leggen van veel

Bovendien wordt aangegeven dat ook binnen bedrijfsvoering

verantwoordelijkheden in de staf geeft meer mogelijkheden

weinig samenwerking wordt gezocht en/of gevonden. Interne

van standaardisatie, overzicht en sturingsmogelijkheden

Dienstverlening en afdelingen zoals IV, FIN en HRM opereren

maar heeft als risico dat het beleid en uitvoering loszingen

voor een groot deel nog steeds los van elkaar.

van de behoeften en ontwikkelingen in de lijn. Hoe moeilijk het ook is: evenwicht en aansluiting zijn hier geboden.

44

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

Verder wordt door het merendeel van de managers en ook de

Uit de evaluatie kunnen we concluderen dat de afdeling ID nog

meeste betrokken medewerkers geen toegevoegde waarde gezien

niet voldoende uit de verf komt als vanzelfsprekende partner

in het ‘ringenmodel’. Bedrijfsvoering heeft daarmee een eigen

waar men op bouwt en vertrouwt. Voor een belangrijk deel

schil die het juist complexer maakt, vinden respondenten uit

komt dat door het speelveld, dat een stuk ingewikkelder blijkt

bedrijfsvoering, mensen van interne dienstverlening zelf, alsook

en nog niet op de wijze functioneert waarvoor het bedacht was.

de medewerkers. Naar aanleiding van de evaluatie is een aantal aanpassingen In de praktijk lijken de verantwoordelijkheden en de toegevoegde

van de afdeling ID doorgevoerd. Daarbij ontwikkelt ID zich

waarde van de ringen niet scherp afgebakend te zijn: ‘Er zit

naar een meer domeingeoriënteerde structuur met daarbij

een schakel tussen, bedoeld als extra dienstverlening, maar zo

aansturing door een inhoudelijk betrokken teammanager per

ervaar ik het niet’. ‘Bedrijfsvoering en interne dienstverlening

domeinteam. Het is nog te vroeg om de mogelijke effecten

missen kennis van de klant. Vroeger hoorde het bij de afdeling

van deze aanpassing te meten. Wel is duidelijk dat over de

en nu is de afstand groter. Ook komt interne dienstverlening

toegevoegde waarde van ID, zoals hiervoor aangegeven, (nog

tijd te kort. Daarbij zijn er verschillende prioriteiten en moet je

steeds) wisselend wordt gedacht door afdelingsmanagers;

pitchen om capaciteit te claimen’. Het om kunnen gaan met

variërend van ‘de toegevoegde waarde zie ik niet’, ‘ik ervaar

de rolonduidelijkheid (wie levert welke service, waar bestaat die

het als een schakel die nergens over gaat’ tot ‘ik geloof er wel

service uit) wordt zelfs gezien als een randvoorwaarde om het als

in’. Vaak wordt ID gezien als een eenheid die laveert tussen de

medewerker ‘te redden’ in de organisatie.

(andere) bedrijfsvoeringsafdelingen en de lijn, met een afstand tot die laatste: ‘Het is teveel werk om bij 24 afdelings-MT’s aan

Evaluatie Interne Dienstverlening

te schuiven’. Nog steeds is er een (groot) verschil tussen de

In 2019 werd de afdeling ID intern geëvalueerd. De conclusie

verwachtingen en verantwoordelijkheden en de mate waarin

was dat nog aan geen van de gestelde voorwaarden werd

daaraan wordt voldaan.

voldaan om managers zelf verantwoordelijk te laten zijn voor de bedrijfsvoering van hun afdeling: een stelsel van

4.4.3 Analyse

goed functionerende basisvoorzieningen, voldoende nabije

Bedrijfsvoering als basisvoorziening voor de medewerkers

ondersteuning met kennis van de business, voldoende tijd

wordt goed gewaardeerd; men voelt zich in voldoende mate

van de afdelingshoofden voor bedrijfsvoeringszaken en

ondersteund. Dat beeld verschuift als het gaat om complexe

een procesgerichte en goede samenwerking met duidelijke

en ontwikkelingstaken. De bedrijfsvoering is in principe als

rollen. In de plannen van de opzet van de ondersteuning

een ring om de afdelingshoofden en de afdelingen opgezet.

van de bedrijfsvoering was uitgegaan van ondersteuning van

De aansluiting op de lijnorganisatie en/of het grote geheel

afdelingen. Het organiseren van domeinbrede ondersteuning

is daarbij onvoldoende tot stand gekomen. Het gevolg is dat

of ondersteuning op beleidsvelden bleek daarom een uitdaging

de lijnorganisatie en bedrijfsvoering hun eigen koers varen.

die niet direct opgepakt kon worden. Met het opheffen

Prioriteringen worden vanuit het eigen perspectief gesteld.

van de hoofdafdelingen verviel het afdelingsoverstijgend coördinatiemechanisme, maar daar kwam geen domeinsturing

De ondersteuning van een netwerkorganisatie vergt een

voor in de plaats. Bij de ‘informele directiesturing’ op de

andere opzet dan die van een lijnorganisatie. Niet alleen

domeinen was ID niet betrokken. Ook aan de andere kant,

organisatie-eenheden, maar ook projecten en programma’s

richting de afdelingshoofden, ondervond men problemen.

over de onderdelen heen kunnen een eigenstandige vraag om

Managers organiseerden binnen hun afdeling eigen

ondersteuning ontwikkelen. Sowieso raakten met de opheffing

ondersteuning in plaats van samen te werken met ID. Ook

van de hoofdafdelingen processen versnipperd. Bedrijfsvoering

binnen ID werd de samenwerking lastig gevonden: ‘Voor de

is hier niet op ingericht. Er is een rolonduidelijkheid binnen

inzet van het processenteam is een prioritering van de projecten

bedrijfsvoering en ten opzichte van de rest van de organisatie.

gemaakt. Sommige afdelingen die laag op de prioriteitenlijst zijn geplaatst, gaan vervolgens zelf direct capaciteit inhuren om

We concluderen dat de bedrijfsvoering – met de basisonder­

de processen alsnog snel op orde te krijgen’.

steuning aan medewerkers – zich met goed gevolg richt op zorgvuldigheid en betrouwbaarheid. De voorgenomen wendbaarheid van de organisatie betekende voor de bedrijfsvoering dat er aansluitingsproblemen ontstonden. De

45

slagkracht en het aangaan van opgaven lijden daaronder.

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

4.5 Gedragspatronen Tijdens ons onderzoek hebben we van allerlei kanten veel gehoord over de Haarlemse cultuur en over het belang om de cultuuraspecten en gedragspatronen goed mee te nemen in het evaluatieonderzoek. Juist in de ontwikkeling van de organisatie is niet alleen de bovenstroom (de organisatiestructuur), maar ook de onderstroom van belang: het gedrag van mensen. Wat ons betreft zijn deze twee niet los van elkaar te zien en staan

afstandelijk

ambtelijk

betrokken eilandjes eigenbelang

behulpzaam

beter

divers

collegiaal gezellig goed complex constructief

idee goede hiërarchisch hokjes laagdrempelig ieder individualistisch ingewikkeld matig minimaal onsamenhangend persoonsafhankelijk oke ondersteunend rommelig positief slecht toegankelijk verschillend samen samenwerken stroef uitdagend warm fijn

gedreven gemoedelijk

moeizaam

informeel

prettig

prima

open

stroperig

vriendelijk

redelijk

welwillend wisselend

Figuur 22. Woordwolk over de cultuur van de organisatie (naar aanleiding van de enquête).

ze in wisselwerking met elkaar. In de voorgaande paragrafen

4.5.1 Een loyale en betrokken familiecultuur

van dit hoofdstuk hebben we de onderstroom en bovenstroom

De cultuur wordt in de interviews door zowel leidinggevenden

zoveel mogelijk in samenhang met elkaar in beeld gebracht.

als medewerkers omschreven als een familiecultuur. De duiding die men hier vervolgens aan geeft is dat men erg betrokken is

Samenvatting eerder beschreven gedragspatronen

met elkaar en men veel voor elkaar opvangt. Er is een ‘can-do’

• Er is geen duidelijke stip op de horizon, en we zien een

mentaliteit met een sterke gezamenlijke drive om aan de slag te

stapeling van prioriteiten in de organisatie. Medewerkers

gaan. Er is, zeker met de directe collega’s, een prettige werksfeer

hebben moeite om ‘nee’ te zeggen tegen het bestuur. De

en onderlinge verbondenheid.

stapeling van steeds wisselende prioriteiten maakt dat men een hoge werkdruk ervaart. Gevolg is dat medewerkers veelal hun eigen prioriteiten stellen.

Culuur en sfeer Met mijn directe collega’s heb ik een prettige werksfeer

• Door de hoge ervaren werkdruk in combinatie met onduidelijke taakafbakening, ontstaat de neiging om zoveel mo-

Ik beleef in de organisatie een prettige werksfeer

gelijk taken van het eigen bordje af te krijgen. Het gevolg is dat er veel zaken worden afgeschoven en doorgescho-

Ik voel mij verbonden met onze organisatie

ven, zonder eindstation. • Omdat taken en rollen niet helder zijn afgebakend en men

Ik ben trots op onze organisatie

niet gewend is elkaar aan te spreken, laveren medewerkers langs en tussen procedures door. • Medewerkers streven naar zorgvuldigheid en willen geen

0-10%

10-20%

20-30%

30-40%

40-50%

50-60%

60-70%

70-80%

80-90%

90-100%

Zeer mee oneens

Mee oneens

Neutraal

Mee eens

Zeer mee eens

Geen mening

fouten maken. Er wordt veel gecontroleerd en er is een

Figuur 23. Enquêteresultaten over cultuur en sfeer.

focus op protocollen. Processen verlopen trager dan ge-

De familiecultuur heeft ook een keerzijde: het is zo nu en

wenst.

dan een probleemfamilie, aldus treffend verwoord door een

• De interne afstemming in de organisatie kan beter, vooral

van de respondenten. Dat zit met name in het feit dat men

tussen afdelingen. Het feit dat er onduidelijk is wie waar-

elkaar onvoldoende aanspreekt en geen ruimte voelt om dat te

voor verantwoordelijk is, helpt niet om de ingewikkelde

doen. Er worden wel afspraken gemaakt, maar de organisatie

afstemming te verbeteren.

wordt beschreven als ‘boterzacht’. De eerder beschreven rolonduidelijkheid, in combinatie met een cultuur van niet-

In deze paragraaf duiden we – op basis van de gesprekken,

aanspreken, kan er echter toe leiden dat men ‘zijn eigen gang

interviews en documenten – de gedragspatronen in de

gaat’ in plaats van zich te voegen naar organisatiedoelstellingen.

Haarlemse organisatie die nog niet eerder aan bod zijn

De zakelijkheid ontbreekt.

gekomen. Mensen die collega’s wel aanspreken, worden als lastig ervaren. Er wordt wel achter de rug van mensen over mensen gepraat, zo wordt aangegeven. Het eigen team wordt als veilig omschreven (of zelfs een kleinere kring daarbinnen); daarbuiten kan sprake zijn van ‘intriges en achterklap’. Wanneer er iets niet goed gaat in de organisatie is het lastig hierover persoonlijk het gesprek aan te gaan. 46

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

4.5.2

Eerder vindt er een evaluatieonderzoek plaats, of wordt

Analyse

überhaupt aan een conflictsituatie geen gevolg gegeven. ‘Meer

We zien een organisatie met loyale en betrokken medewerkers

imploderend dan dat het knettert’.

die hard werken. De betrokkenheid naar elkaar maakt dat men veel voor elkaar opvangt. Tegelijkertijd lijkt men het

De vragenlijst laat een iets ander beeld zien als het gaat

lastig te vinden om elkaar aan te spreken als het niet gaat

om aanspreken. 79% van de respondenten geeft aan dat zij

over gemaakte afspraken. Er wordt weinig ‘productief’ ruzie

collega’s erop aanspreken als zij afspraken niet nakomen. 66%

gemaakt. Het lijkt erop dat conflicten hierdoor ontstaan en

van de respondenten geeft aan dat zij worden aangesproken

de kans krijgen om lang te blijven bestaan. Het échte gesprek

door collega’s als zij hun afspraken niet nakomen. Hierbij

tussen mensen komt niet tot stand.

moet worden aangetekend dat hier specifiek is gevraagd naar aanspreken op het niet nakomen van afspraken. Aanspreken op

Familiecultuur staat zakelijkheid in de weg. De familiecultuur

gedrag is niet uitgevraagd in de vragenlijst.

leidt enerzijds tot een veilig gevoel (onderling aanspreken gebeurt niet zo snel) maar anderzijds tot belemmeringen

Aanspreken

in productieve samenwerking. Het zorgt ook voor

Ik mag mijn mening geven en daar met anderen over praten

terughoudendheid en afwachtendheid binnen de organisatie.

Er is voldoende tijd en ruimte om fouten te maken

We concluderen dat de cultuur meer in het teken staat van zorgvuldigheid en betrouwbaarheid dan wendbaarheid en slagkracht. Opgavegerichtheid is er op de eigen taken, maar

Als ik een fout maak, geef ik dat gemakkelijk toe

gebrek aan zakelijkheid en aanspreekgedrag belemmert de Mijn collega’s spreken mij erop aan als ik een afspraak niet nakom

Ik spreek collega’s erop aan als zij een afspraak niet nakomen 0-10%

10-20%

20-30%

30-40%

40-50%

50-60%

60-70%

70-80%

90-100%

Zeer mee oneens

Mee oneens

Neutraal

Mee eens

Zeer mee eens

Geen mening

Figuur 24. Enquêteresultaten over ‘aanspreekgedrag’.

47

80-90%

onderlinge samenwerking.

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

HOOFDSTUK 5

Draagvlak bij inwoners en partners In dit hoofdstuk zoomen we in op het draagvlak van partners en inwoners voor de gemeentelijke organisatie en de wijze waarop deze samenwerkt aan het realiseren van publieke waarde. We brengen op hoofdlijnen het draagvlak voor de gemeentelijke dienstverlening in beeld (1), de wijze waarop de gemeente met partners werkt aan het realiseren van maatschappelijke opgaven (2) en het draagvlak voor de samenwerking met stakeholders (3).

Gegeven de scope van dit onderzoek hebben we het

Wat de missie en visie zeggen over samenwerking met

draagvlak onder inwoners en partners niet uitgebreid

inwoners en partners

gemeten. We baseren onze bevindingen op verschillende

De gemeentelijke organisatie beoogt tegelijkertijd wendbaar,

onderzoeken die recent zijn uitgevoerd (Quick Scan Lokale

slagkrachtig, opgavegericht, betrouwbaar en zorgvuldig

Democratie, Omnibusonderzoek, de Ondernemerspeiling van

- met de samenleving - te werken aan het realiseren van

waarstaatjegemeente.nl, Evaluatie Haarlem-Zandvoort) en

maatschappelijke resultaten voor de inwoners van Haarlem

relevante documenten die de organisatie beschikbaar heeft

en Zandvoort. Hier beoogt de gemeente door middel van

gesteld. Aanvullend hebben we een tweetal sessies georganiseerd

de missie en visie richting aan te geven.39 De gemeentelijke

met partners uit het maatschappelijke en fysieke domein.

organisatie wil functioneren als één organisatie met slagkracht, weinig regels en veel ruimte die samenwerking met partners binnen en buiten de stad aangaat in steeds wisselende netwerken. De gemeente beoogt een professioneel opdrachtgever en deskundig regisseur te zijn met daadkrachtige medewerkers die de ruimte krijgen om met een breder mandaat te werken.40

39

48

40

Deze formulering is tot stand gekomen en vastgesteld in de directie bij de bespreking van de vraagstelling van deze evaluatie. Daarbij werd de visie van 2015 als uitgangspunt genomen (wendbaar, flexibel, slagkracht). Zorgvuldigheid en betrouwbaarheid zijn daaraan toegevoegd om de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in het overheidshandelen te benadrukken, en opgavegericht omdat dit verwijst naar wendbaar inspelen op wat nodig is en daarop prioriteren. Missie en visie op de organisatie.

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

partners

5.1 Draagvlak voor het realiseren van publieke waarde met partners

5.1 Draagvlak voor het realiseren van publieke waarde

5.1.1

• De dienstverlening van de gemeentelijke organisatie van

Naar aanleiding van de organisatievisie in 2015 is er een

Hoofdbevindingen hoofdstuk 5: draagvlak bij inwoners en

Naar een integrale dienstverlening

Haarlem komt uit de verschillende onderzoeken op onder-

deeluitwerking geweest voor integrale dienstverlening.41 In

delen met een (ruime) voldoende uit de bus. Medewerkers

deze deeluitwerking zijn een aantal kaders, uitgangspunten

worden gezien als betrokken en betrouwbaar. Over het

en ontwikkelopgaven voor de gemeentelijke dienstverlening

algemeen zijn inwoners positiever over de dienstverlening

opgenomen. Deze vatten we als volgt samen:

van de gemeente dan ondernemers.

•

Er wordt (efficiëntere) integrale dienstverlening nagestreefd

• Met name op slagvaardig, transparantie en vlot opereren

die burgers, bedrijven en instellingen faciliteert om zelf

lijken aanknopingspunten voor verbetering te liggen.

hun zaken vlot en waar mogelijk in één keer te kunnen

Betrouwbaarheid gaat op dit moment boven snelheid. Bij

regelen, zoveel mogelijk digitaal, met als doel tevredenheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12266714/1