CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210157165 Transcript commissie Ontwikkeling 2 september 2021

commissie Ontwikkeling 30 september 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 2 september 2021 openbaar en besloten deel (alleen naar aanleiding van)48.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Hoe wordt ervoor gezorgd dat wat er tot 2024 wordt opgebouwd daarna niet weer opgedoekt moet worden, of langzaam weg gaat sterven? Daarnaast is er ook nogal wat afhankelijk van dit budget. Er ligt een uitdagend palet aan nieuwe ambities voor ons waarin de cultuurorganisaties in de stad zich zeker kunnen vinden. Deze ambities zullen wel voor een groot deel gefinancierd moeten gaan worden uit die programmasubsidies. Daarnaast ligt er een opgave om instellingen die tot nu toe ook exploitatiesubsidie ontvingen, maar geen onderdeel zijn van de BIS eventueel ook te ondersteunen in hun activiteiten. Tevens is er daarna ook natuurlijk nog spraken van de daadwerkelijke schade aan en de komende uitdagingen voor de bestaande exploitatie van zowel BIS als niet-BIS cultuurorganisaties als gevolg van de coronacrisis. Dat is dus een flinke aanspraak op … De voorzitter: Uw tijd is inmiddels op. Kunt u tot een afronding komen? Mevrouw Sterman: Ja. Wij verwachten graag dat er ook een substantieel budget zal zijn wat genoeg zal zijn om al deze aspecten te realiseren. Dank u wel.

36

De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu naar mijnheer Van Balken, die een inleiding gaat geven. Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Nee? Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Staat uw microfoon op dempen, mijnheer Van Balken? Hij blijft op dempen staan, dat is dan toch wel lastig. Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Want anders dan wil ik in ieder geval voorstellen, dan gaan we als dat wordt opgelost, dan gaan we kijken of er vanuit de commissie vragen zijn voor deze insprekers, dan beginnen we daar vast aan. Ik wil het gezien de tijd graag kort houden. Mijnheer Krouwels. De heer Krouwels: Ik had één vraag aan mijnheer Schrik. Ik herken het Houtfestival altijd als een heel cultureel, en wij hebben ook een inhoudelijke vraag zal D66 ook stellen aan de wethouder. Wij hebben er ook mee geworsteld. Hoe krijgt u nu steun vanuit de gemeente, en gaat dat nu naar wens? De heer Schrik: Nou ja, kijk, ik moet je eerlijk bekennen dat ik daar niet heel erg betrokken bij ben. Ik denk, we zijn best wel tevreden over de afgelopen jaren hoe de steun steeds meer wordt vanuit de gemeente, maar we zijn voornamelijk voor de inhoud eigenlijk altijd wel echt afhankelijk van fondsen.

Wat we ook merken, wat ik net nog niet echt genoemd dat, want dat had ik even geskipt vanwege de tijd, want ik had best wel veel tekst, maar er zijn ook gewoon fondsen die kleinere festivals niet meer geld geven, omdat zij ook weer heel krap zitten. Dus zij maken ook weer keuzes om juist toch de grotere festivals. Dan val je gewoon als Haarlems festival een beetje buiten de boot. De voorzitter: Mijnheer Rijbroek. De heer Rijbroek: Trots Haarlem. Mevrouw Van der Wijden, Museum Haarlem. Wat interessant was, die opmerking: over een aantal jaar dan stopt onze subsidie, volgens de wethouder. Zijn daar de redenen nog aan u verteld waarom? Mevrouw Van der Wijden: Ja, het museum is van ondergeschikt belang in de stad. De heer Rijbroek: Oké. De voorzitter: Helder. Andere vragen nog? Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: We hebben hier al jaren in de raad het Haarlems Museum als onderwerp van discussie of het gesubsidieerd moet worden of niet. Er zijn in het verleden ook moties aangenomen. Als ik dit stuk lees, dit Cultuurplan, voldoet u in mijn opinie aan zeker drie ambities zoals die hier zijn geformuleerd, namelijk cultuureducatie, het erfgoed van Haarlem veiligstellen en ook dwarsverbanden leggen tussen sociaal – u heeft uw vrijwilligers, u heeft het allemaal zelf verteld.

Mijn vraag is aan u, want die indruk heb ik een beetje, dat het een persoonlijke zaak is dat, zoals wij eerder merken in andere zaken, sommige mensen zijn welkom op het stadhuis en krijgen alles wat ze willen en andere mensen, daar wordt altijd de deur keer op keer

37

dichtgegooid. Kunt u mij uitleggen hoe dat zit, of u dat ook zo ervaart en waar dat dan eigenlijk aan kan liggen? Ik snap het dus gewoon niet meer. De voorzitter: Even, ja. Mevrouw Van der Wijden: Ik sprak gisteren nog met een oud-bestuurder van het museum en die zegt: al twintig jaar wordt bij ons de deur dichtgeslagen. Ik weet niet waar het aan ligt. Ik weet het eigenlijk wel, er is in het verleden een ambtenaar geweest die al heel lang heeft geroepen dat wij eigenlijk geen plaats in de stad hebben en daar is enorm naar geluisterd. De voorzitter: Nou, laten we het hierbij laten. Zijn er nog vragen? Want anders geef ik het woord aan mijnheer Van Balken. Mijnheer Van Balken zit inmiddels klaar, heb ik begrepen. De heer Van Balken: Volgens mij wel. Ben ik te verstaan nu? De voorzitter: Ja, helemaal goed, luid en duidelijk. Gaat uw gang, mijnheer Van Balken. De heer Van Balken: Hartstikke goed. Dank voor deze aandacht. Inderdaad, ik ben Edwin van Balken, directeur Schouwburg & Philharmonie. Ik spreek hier net als Tamara namens alle beoogde BIS-instellingen van Haarlem. We hebben vandaag een schrijven gestuurd naar de raadsleden en het college waarin wij tien punten hebben aangegeven als reactie op het Cultuurplan. Er zitten punten van zorg en kritiek tussen, maar ook positieve aanbevelingen en complimenten.

Want wij willen ook graag complimenten geven aan wethouder Meijs en al haar ambtenaren voor het zorgvuldige proces wat ze hebben doorlopen, waarin wij ons in ieder geval zeer betrokken hebben gevoeld. Het heeft geleid tot een ambitieuze visie die wij op hoofdlijnen zeker herkennen en ondersteunen. Het is ook heel fijn en goed om te zien dat de bevestiging in het plan is opgenomen dat alle coronanoodsteun van het Rijk, die 2,6 miljoen, voor de volle honderd procent ten goede gaat komen aan de cultuur in Haarlem. Nou, dat is denk ik een uitstekende afspraak om met elkaar te maken, want daar was dat geld inmiddels voor bedoeld. Dan toch twee kanttekeningen, waarvan Tamara er al één heeft toegelicht. Ik zal de andere kort toelichten. Kijk, we zijn natuurlijk hartstikke blij dat wij als elf instellingen tot de basisinfrastructuur van cultureel Haarlem behoren. Maar de betekenis daarvan is in dit plan niet nader omschreven, ook niet of er daarmee een garantie bestaat van een meerjarige subsidie die voldoende is voor alle afzonderlijke BIS-instellingen. Er moet dus wat ons betreft een definitie komen van wat een BIS-instelling nou precies is en hoe de gemeente haar belofte van het structureel verantwoordelijkheid nemen voor deze instellingen concreet invult qua subsidie en hoe zij deze borgt in de planperiode 2022 tot 2028.

Kortom, wat betekent het label van de BIS? Uiteraard zijn natuurlijk ook bereid om daar als elf instellingen over mee te denken. Dank. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Zijn er nog vragen vanuit de commissie voor mijnheer Van Balken? Was het verhaal verder duidelijk? U heeft een helder verhaal gehouden. Dan wil ik u allen namens de commissie hartelijk danken voor de moeite die u heeft genomen om vanavond een bijdrage leveren, dat wordt zeer gewaardeerd. Ik wil u in ieder geval de raadsleden die fysiek hier aanwezig waren … Moet er nog schoongemaakt worden? Nee, dat hoeft allemaal niet? Hoeft allemaal niet meer. U mag aan die kant de zaal verlaten. Dan gaan wij starten met de behandeling van dit agendapunt. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Slik, ChristenUnie. De heer Slik: Dank u, voorzitter. De ChristenUnie heeft vier punten. Allereerst, ook wat mevrouw Demeester van het Frans Hals Museum in haar bijdrage, in haar inspraak al noemt: er is nog steeds geen structurele

38

oplossing voor het Frans Hals Museum en vele BIS-instellingen zitten nu al jarenlang in zwaar weer, maar het budget wordt nou niet echt verruimd. De relatie tot de Toeristische Koers en het kader voor citymarketing is ons niet geheel duidelijk. Er wordt hier en daar – dat is dan alweer punt drie – over samenwerking gesproken, zou dat niet wat geïntensiveerd kunnen worden, bijvoorbeeld de bieb, de Pletterij en Hart? De Pletterij heeft een nieuwe locatie nodig, zou dat niet dan daarbij getrokken worden, met ontwikkelingen van de bieb bijvoorbeeld? En tot slot, meer aandacht voor kleinere podia en initiatieven, wat aansluit bij wat de heer Schrik al aangaf, en ik zou graag van het college willen horen of dat inderdaad door criteriaverandering zou kunnen bewerkstelligd worden, of wat daar andere mogelijkheden voor zijn. Dat sluit ook aan bij het pleidooi van mevrouw Van der Wijden. Wij zouden toch graag wel weten wat nou echt gewoon precies het geval is met Museum Haarlem, waarom wel, waarom niet? En we zouden vooral graag willen horen waarom wel. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Dank u wel. Eergisteren was ik aanwezig bij de opening van de nieuwe Schuur, voormalige Toneel- en Filmschuur.

Als dat de vertaalslag is van de vijf ambities uit de kernboodschap, dan is Actiepartij in de breedte wel hoopvol, want dat was een interessant programma en daar zou ik iedereen voor uitnodigen dat gauw te gaan bekijken. Maar van wie zijn die ambities? Zijn die van de gemeente, of zijn die van de culturele partners in de stad? Op pagina 32 staat daar een mooi overzicht van, maar hoe worden nu meetbare doelen gehangen onder die ambities? En vooral, wat is de financiële onderbouwing van het geheel? Wij zouden een meerwaarde zien wanneer de exploitatiesubsidies uit bijlage 6 meer worden vertaald naar de ambities die in het Cultuurplan zijn omschreven. Dat missen we. Dan over het noodfonds. Wij begrijpen dat er middelen zijn overgebleven en dat ze alleen voor de gesubsidieerde instellingen beschikbaar waren. Onderwijl zijn veel makers kopje onder gegaan, dreigen kopje onder te gaan. De vraag is dan ook: kan het college deze toch noodlijdende groep mensen ook niet met dit noodfonds alsnog na corona, tijdens corona een helpende hand bieden? Dan de BIS. Nou ja, ik hoor toch wel met wat verbazing aan dat bepaalde instellingen hier ontbreken, maar mij viel ook op dat het Dolhuys niet wordt genoemd, dat het Slachthuis niet wordt genoemd, dat het Teylers Museum niet wordt genoemd.

Het gaat er volgens mij niet in dat het alleen gaat over een subsidierelatie, het gaat gewoon om het DNA – wat ik ook net iemand heb horen zeggen – van onze stad. Dan de risico’s. Punt twee, de structurele … De voorzitter: Interruptie van mijnheer Kla… ‘…’. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Dank u wel, voorzitter. Maar u bent toch ervan bewust dat zoals het Teylers en als het Dolhuys een totaal andere financieringsstructuur hebben? Dus die horen niet in de BIS, omdat BIS is een financieringsstructuur voor de culturele sector en de culturele instellingen die geld krijgen van de gemeente. Die organisaties krijgen geld van de gemeente, dus die passen dan ook niet in de lokale BIS. Weet u dat? De heer Van Leeuwen: Dat is een beetje kip-ei, want wie bepaalt wie wel en wie geen geld krijgt? Maar ik ben het met u eens dat als er geen relatie is, dan is het wellicht niet nodig. Het Slachthuis is volgens mij ook een locatie die daaronder valt, ik hoor net een andere locatie ook, dus wat mij betreft is dat niet een vaststaand gegeven. Maar daar ben ik bereid toe om dat aan te horen, hoor. Ja, u kijkt er heel bij, maar volgens mij hebben we tonen, tonnen, tonnen in het Dolhuys gestoken onlangs om een pand op te knappen. We hebben wel degelijk een financiële relatie. Maar goed, dat is wat anders. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten.

39

Mevrouw Van Zetten: Ter verheldering. Daar hebben we gewoon zesenhalf miljoen in gestoken. De voorzitter: Dat is net gezegd. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Er worden echt dingen verward. We hebben een gebouw en dat verhuren we aan een museum en dat gebouw moeten we goed opleveren en dat kostte geld. Dat is heel iets anders dan een exploitatiesubsidie, of een subsidie voor het gebouw wat ze van de gemeente huren en waar andere doelstellingen voor zijn. De voorzitter: Ja, helder. De heer Van den Doel: Dus ik ben op zich sympathiek wat mijnheer Van Leeuwen zegt en het is goed om ernaar te kijken, maar laten we wel ons concentreren op zoiets als het Slachthuis en niet zoiets als het Dolhuys en het Teylers, die hun eigen wegen hebben. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen, gaat u verder. De heer Van Leeuwen: Dank voor uw bijdrage. Volgens mij is de opdracht vooral dat wij inderdaad die oproep ter harte nemen dat we een goede definitie gaan geven van wat dan die BIS is, wat daaraan vasthangt, hoe dat in elkaar steekt. Volgens mij zijn we er dan. Over die structurele ambities, die subsidiëring loopt tot 2024.

Nou, de vraag is dan lijkt mij opportuun: is dat voldoende horizon voor dit soort instellingen, moeten we niet over die grens gaan heen kijken? De vijf fte, dat vinden wij echt een zorgpunt in onze organisatie, want wij denken dat de organisaties ook met accountmanagement binnen de gemeente geholpen zijn. Nou ja, goed, dan toch nog inderdaad: wat als u niet iedereen kunt helpen, hoe kunt u dan uw ambitie waarmaken dat cultuur voor iedereen moet zijn, dat er ruimte moet zijn voor cultuurmakers? Want er gaan echt slachtoffers vallen, omdat we een groot deel van de groep in Haarlem niet kunnen gaan ondersteunen. Dus onder de streep, we zien veel ambities, we zien weinig financiële zekerheden, we zien veel inzet op wat er al is, maar we zien nog weinig op wat aanvullend waardevol kan zijn – denk aan de nachtcultuur, nauwelijks genoemd. Je zou toch mogen verwachten dat de financiële middelen in dit plan staan. U kiest ervoor om dat bij de begroting te doen en wat ons betreft maakt u dan de laatste bestuursbegroting van dit bestuur een best wel pittige behandeling waar de hele sector met grote ogen gaat kijken wat er de komende periode gaat gebeuren, of zij volgend jaar nog een overlevingskans hebben. Dus dat vinden we een gemiste kans, maar we hopen dat u voor de begroting meer duidelijkheid biedt. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Krouwels, D66.

De heer Krouwels: Dank u wel, voorzitter. De Actiepartij heeft een paar goede vragen gesteld, zeker de laatste en bij de tweede wil ik me graag aansluiten. Allereerst, wat fijn dat we het over cultuur kunnen hebben zo na de zomer, want het is een belangrijke sector. Ook zeker zo na de coronacrisis, die veel meer focus had mogen krijgen vanuit Den Haag, maar die die focus wel krijgt van Haarlem. Zeker in de participatie, die is heel zorgvuldig gedaan, de wethouder heeft heel veel mensen ook uit de sector gesproken en de tijd ervoor genomen en dat kan je terugzien in het stuk, waarvoor dank. We roepen ook de cultuursector op om de haakjes op te zoeken in dit brede Cultuurplan, met brede ambities en we zijn ook benieuwd wat Haarlem hiervan te zeggen heeft. Een paar opmerkingen en vragen vanuit D66. Allereerst, we vinden het belangrijk dat het geld wat we voor cultuur gaan vrijmaken, dan wel in een later stadium, ook wel naar cultuur gaat. Als ik de vijf brede ambities bekijk, dan ambitie vier is het verstevigen van dwarsverbanden tussen cultuur, zorg en welzijn. Ik wil niet vraagtekens zetten bij Hart of bij de bibliotheek, maar je proeft een beetje bestuiving en dat

40

willen we niet. Er druppelt ook geen euro uit de Wmo voor cultuur. Geld voor cultuur moet echt naar cultuur gaan. Een idee kwam al uit de voorgenomen BIS: kunnen we misschien prioritering in de ambities neerzetten? Dat zou helpen bij het toewijzen van gelden voor cultuur. Zo breed als de ambities zijn, zo breed is de invulling niet altijd. We hebben het veel over broedplaatsen ook voor muzikanten, ateliers. Heel erg belangrijk natuurlijk, maar ik denk ook aan de digitale kunstenaar, ik denk aan artiesten als dj’s, of mijn favoriete kunstvorm, de kunst van het schrift. Ik denk ook aan de culturele festivals. Mijnheer Schrik van het Houtfestival heeft het uitstekend gezegd, dat valt direct of indirect ook onder dit Cultuurplan. We begrijpen dat er voor de evenementen wat anders is, maar hier worstelde D66 wel wat mee. Het is niet de bedoeling dat we die festivals en ook alle kunstenaars die daar optreden en makers die daarmee te maken hebben buiten dit Cultuurplan vallen. Het zou ook mooi zijn om die mee te nemen in de 3-miljoenmotie, zoals beschreven staat op pagina 30. Ja, ik was op zoek naar iets meer durf daarin. Graag een reactie van de wethouder. De voorzitter: U heeft twee interrupties. Mevrouw Van Zetten en mijnheer Blokpoel. Mevrouw Van Zetten: Ik vroeg mij nou af of u nu wilt dat de gemeente alles gaat betalen, de kunst gaat financieren.

Wilt u nu alle creatievelingen aan het overheidsinfuus leggen en denkt u dan dat dat betere kunst gaat opleveren? Want juist die dynamiek van zelf ook fondsen vinden – dat is namelijk de kracht ook van het Teylers Museum en hebben we net gehoord van mevrouw Van der Wijden van het Museum Haarlem ook. Want die hebben via fondsen heel veel geld binnengehaald en je hoeft niet alles aan de gemeente Haarlem te vragen, want volgens mij dooft dan die creativiteit wel heel snel uit. De heer Krouwels: Ik heb volgens mij niks gezegd om dat niet te bevestigen. Dus ontzettend goede opmerking van mevrouw Van Zetten. De voorzitter: Mijnheer Blokpoel. De heer Blokpoel: Nee, mijn interruptie is al voorbij, dat was vijf minuten geleden. De voorzitter: O, … De heer Krouwels: Ik sta er nog voor open. De voorzitter: U heeft hem niet kunnen onthouden? Dat is jammer. De heer Blokpoel: Ik wel, maar u lette niet op, voorzitter. De voorzitter: Nou, gaat u verder, mijnheer Blokpoel … of, mijnheer Krouwels. De heer Krouwels: Dank u wel. Voor de rest zien wij jongeren weinig terug in het Cultuurplan. Dat zegt u ook dat u moeilijk weet te bereiken. Maar de Haarlemse straten zijn gelopen weken gevuld met jongeren door de introweken en zelfs die organisaties en die studieverenigingen hebben de fractie van D66 weten te bereiken. Zijn ze überhaupt gebeld? Volgens mij zitten de Haarlemse jongeren ook daar.

De Nachtwacht was ook al genoemd. Het college steunt de Nachtwacht, zo lees ik. Waar dat uit bestaat is nog een vraagteken. Ik heb aandachtig geluisterd naar de sessies in het Patronaat over de Nachtwacht en daar krijg ik nog niet zoveel concreets uit terug. Daar kijken we erg naar uit. Tot slot, we hebben nu zo’n iets over de drieënhalve ton aan subsidie klaar voor cultuur. Klopt het dat wij dat nog niet altijd weggezet krijgen in die drie aanvragen? Dat sluit aan op mijn eigenlijke vraag: hoe gaan we ervoor zorgen dat dit wel naar de culturele makers gaat? Tot

41

zover even. Het zijn brede ambities met nog weinig actiepunten en we kijken erg uit naar wat er hier financieel van terechtkomt om de Haarlemse cultuur echt een boost te geven. De voorzitter: Mijnheer Klaver, CDA. De heer Klaver: Termijn, voorzitter. Voorzitter, het plan is prachtig, maar de speelruimte is smal. De zogenaamde BIS-instellingen leggen een groot beslag op de cultuurbegroting, waardoor er nog weinig ruimte is voor programmasubsidies. Wethouder, de ambities in het plan zijn groot, maar gaat u die in het huidige speelveld ook waarmaken? Het CDA vindt het begrip basisinfrastructuur een verkeerde term en dat blijkt ook wel uit de discussies van zojuist. De basisinfrastructuur van onze stad gaat veel verder dan de door de gemeente gesubsidieerde organisaties. U doet met de term basisinfrastructuur al die organisaties tekort die hun eigen broek ophouden. Vele van die organisaties beschouwden het CDA als onderdeel van de basisinfrastructuur van onze stad: evenementen, koren, kerken, moskeeën. Het begrip basisinfrastructuur vind ik dus verkeerd. Bovendien willen wij graag weten welke criteria u hanteert voor het al dan niet in aanmerking komen voor meerjarige gemeentelijke subsidies. Het lijkt nu nogal arbitrair. Het pleidooi van Museum Haarlem lijkt dit te ondersteunen.

Bij de startnotitie heeft het CDA een sterk pleidooi gehouden voor samenwerking binnen de culturele sector. Mooi om te zien dat uit alle bijeenkomsten die vooraf zijn gegaan aan het concept Cultuurplan als rode draad laten zien dat de behoefte aan verbinding en samenwerking enorm is. Hoe gaat u die samenwerking binnen de culturele sector borgen? Hoe gaat u ervoor zorgen dat de samenwerking zich niet beperkt tot die zogenaamde BIS-instellingen? Als CDA zijn we ook blij dat u een relatie legt tussen culturele activiteiten en zingeving. Zingevingsvraagstukken zijn niet iets voor achter de voordeur. Culturele activiteiten geven juist een goed platform om zingevingsvraagstukken een plek te geven. Laten we voorzichtig zijn met het toekennen van programmasubsidies vanuit rijksmiddelen zolang de onzekerheden als gevolg van corona nog steeds voortduren. Wij steunen de keuze om de programmasubsidies te verstrekken via het CSF en niet ook nog een kunstraad op te richten. Goed dat u zoekt naar mogelijkheden om een bredere doelgroep te bereiken en daarvoor naar de mensen toe gaat, de wijken in. Goed dat u hier programmasubsidies voor wilt inzetten. Ook mooi dat u de toegankelijkheid voor mensen met een beperking daarbij op het vizier heeft.

Het doel om ieder kind op school in aanraking te laten komen met kunst en cultuur en tijdens zijn schooltijd de lokale culturele instellingen te bezoeken wordt door ons van harte ondersteund. Overigens, welke culturele instellingen heeft u daarbij voor ogen? U gaat van elk stadsdeel een culturele startfoto maken. U stelt dat u vervolgens gaat bepalen met welke ambities we in een stadsdeel aan de slag gaan. Voorzitter, wordt dit niet te veel ambtelijk bureauwerk met het idee van de maakbare samenleving? Het mooie van cultuur is dat het zich niet laat sturen. Zou u de dynamiek in de culturele sector niet vooral aan de mensen en organisaties zelf overlaten? U stelt in het plan dat voor de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed wordt begonnen met een pilot van een selectie uit de vastgoedportefeuille. Doet u hiermee recht aan het amendement over de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed voor optimaal duurzaam rendement? Waarbij is bepaald dat de 9 miljoen die hiervoor nu beschikbaar is volgens het kostenefficiëntscenario wordt ingezet. Het CDA is blij met de ontwikkeling van de kerkvisie, maar mist in het plan de betekenis en de waardering voor de bijdrage van religieuze organisaties aan het culturele leven in onze stad.

Het CDA constateert dat het wensenlijstje voor de beschikbare 3 miljoen investeringsruimte groot is en roept de wethouder op hierin keuzes te durven maken en dus niet van alles een beetje. Voorzitter, tenslotte, het CDA heeft geen hele hoge verwachtingen van de nachtcultuur. Als ik vroeger tot diep in de nacht op pad was zei mijn vader: de nacht is voor het ongedierte. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bloem, SP.

42

De heer Bloem: Zo, dan weten we ook hoe het CDA over mij denkt, dat is fijn. Mevrouw …: Zijn vader, toch? De heer Bloem: Cultuurvisie, het begint wel goed. Ambities, goede ambities. Tenminste, bij ambitie vijf begint SP al te denken: wacht even, dat zijn toch wel rare sprongen waar het college doorheen aan het springen is. “Vergroten van het belang van culturele voorzieningen en erfgoed voor Haarlem als cultuurstad.” Vergroten van het belang? Volgens mij hoeven we het belang niet te vergroten, hoor. Volgens mij is het belang heel groot en volgens mij vindt de wethouder dat ook, maar waarom schrijft ze het dan op? Vergroten van culturele voorzieningen en erfgoed voor Haarlem als cultuurstad, dat vindt de SP een heel goed idee. Maar gaan we daar dan ook de stappen voor zetten? Gaan wij daar dan ook het geld voor uittrekken? Wat voor voorstellen kan ik van het college verwachten naar aanleiding van dit stuk bij de begroting? Want dat is natuurlijk het zwaard van Damocles wat boven dit stuk hangt. Wat gaat er nou echt met het geld gebeuren? Komt er extra geld voor al die ambities? Graag willen wij daar antwoord op. En er is al over gesproken, ja, die basisinfrastructuur. Ja, omdat een stuk … Ja, dat moet dan blijkbaar ook steen zijn. Onze culturele basisinfrastructuur, dat is steen. Nee, het is ook al door anderen gezegd, dat is veel meer.

Dat zijn juist ook al die kleinschalige activiteiten die niet per se een structurele subsidie hebben. Sterker nog, wat de SP betreft zijn die kleine dingen echt de smaakmakers. Dat zijn degene die echt cultuur verder brengen. Dus dat het geen verbonden partij is maakt het wat de SP betreft niet dat het geen deel kan zijn van een basisinfrastructuur. Eigenlijk moet die wel weg, die term, want de basisinfrastructuur is in het sociaal domein natuurlijk al heel vaak gebruikt om te bezuinigen. Om vooral te zeggen: wij vinden u niet belangrijk genoeg om structureel te ondersteunen. Dat kan met geld zijn, maar ook als het voor festivals gaat door te zeggen: ja, wij vinden jullie wel tot de infrastructuur horen. Op het moment dat wij dat niet doen, ja, dan brengen wij het Houtfestival bijvoorbeeld een slag toe. Dan zeggen wij: we maken het nog moeilijker voor jullie om fondsen te vinden. Dat kan toch niet de bedoeling zijn, dus ik neem aan dat er in het volgende stuk echt niet meer te zien is, of in ieder geval een veel bredere, duidelijkere blik op wat onze basisinfrastructuur, wat onze parels zijn, expliciet. Niet alleen de verbonden partijen, want dat is eigenlijk de definitie die hier gehanteerd wordt. Wat dat betreft heeft de SP wat andere signalen gekregen over de participatie dan D66. De participatie was vooral binnen de kaders: ja, er is per definitie niet meer geld.

Dat is wat ik heb gehoord van ervaringen. Nou, de ervaring van Museum Haarlem zoals we hier hebben mogen horen spreken dat dan ook in zekere zin bevestigen dat. Wat de SP betreft moet dat ook aan de orde kunnen komen en vinden we het jammer dat die participatie dus blijkbaar binnen die kaders is gebleven, terwijl wij die helemaal niet in de startnotitie hebben gesteld. Dat is jammer, een gemiste kans. Wat de SP betreft hadden we liever nog een keer participatie, maar dan zonder die kaders, zonder dat knellend harnas, zodat er openlijk geparticipeerd kon worden en hier dan over gerapporteerd. Maar goed, als dat niet kan, dan maar gewoon een nieuwe nota naar aanleiding van de inspraak, want dit kan natuurlijk zo niet. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: U roept op tot nog een ronde voor participatie, dat op zich is niet per definitie slecht. Maar aan de andere kant zegt u: zonder kaders. Dus dat betekent dat je straks drie keer het budget wat beschikbaar is overvraagt. En wat doe je dan, wat stelt u voor dat er dan gebeurt? De heer Bloem: Nou dat is, kijk, ik zeg niet dat je per definitie luistert naar wat er allemaal gezegd wordt, wat alle verschillende wensen zijn. Participeren betekent niet dat iedereen zijn zin krijgt, want zo werkt het gewoon niet in een democratie. Maar als je van tevoren zegt: je mag heel vrij nadenken, maar het mag geen

43

geld kosten. Ja, dan heb je geen open participatie. Dan beknel je de discussie en dat is jammer, dat is een gemiste kans. De voorzitter: Dank u wel. Was u klaar met uw termijn? Ja? Mijnheer Van den Doel, GroenLinks. De heer Van den Doel: Dank u wel. Ja, de basisinfrastructuur, daar gaat het steeds over. Dat is een lelijk ding, hoor van sommige mensen, of in ieder geval niet een gewenst ding. De basisinfrastructuur is een instrument wat in de cultuurwereld veelvuldig wordt gehandhaafd om de beperkte financiële middelen op een goede manier daar terecht te laten komen waar het geld het meest rendeert voor cultuur, voor de stad, voor het land. Dat is wat hier ook gepoogd wordt. Wat wel in onze ogen is gedaan, zijn de instellingen die we al hebben die geld krijgen, die hebben we in die basisinfrastructuur gedaan en dat zou inderdaad van belang zijn om de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de basisinfrastructuur, om die heel helder op te schrijven. Want voor nu is die praktische overweging buitengewoon belangrijk om te houden wat we hebben en daar hechten wij veel aan, maar het is wel goed om naar de toekomst toe daar duidelijke kaders voor te stellen zodat niet altijd dezelfde het geld krijgt – zoals overigens ook overal elders gebeurt – maar dat ook andere instellingen eventueel daartoe, als ze aan de kaders voldoen, voor in aanmerking kunnen komen.

De voorzitter: Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Mijnheer Van den Doel, wij zijn het geloof ik eens dat de criteria om in aanmerking te komen voor meerjarige subsidies, dat die helder moeten zijn. Dat hoor ik u zeggen. U gebruikt de term basisinfrastructuur, ik heb gesteld dat ik die term onplezierig vind en onrecht doet aan al die instellingen die eigenlijk onderdeel uitmaken van die basisinfrastructuur. Bent u het met mij eens dat we op zoek moeten naar een andere term? De heer Van den Doel: Absoluut niet, dus laten we daar duidelijk over zijn. Ik denk dat het juist, wat interessant is aan dit stuk is dat er is een visie gegeven: waar willen we heen en hoe willen we er komen? Er is een enorme ambitie uitgeschreven, dus er zijn eigenlijk enorm veel stippen aan de horizon gezet waar we met cultuur als Haarlem heen willen en dat is te prijzen in dit stuk. Dat sommige ambities waarschijnlijk niet gerealiseerd kunnen worden omdat het geld er niet is hoort daarbij en dat zal in de toekomst ook keuzes vragen, harde keuzes, en het zal ook teleurstellingen opleveren. Kunnen we de basis – zoals de SP zegt, dat zijn al de kleine – kunnen we die niet op een of andere manier financieren? Dat gaat nooit lukken, want dat is te veel en te klein en dan ga je enorm veel geld steken en een enorm apparaat optuigen om dat te doen.

Ik denk dat het van belang is dat de samenwerking die de grote instellingen nu met de kunstenaars en de kleine instellingen op de mat leggen, elke week weer opnieuw, dat is waar het over gaat en daarvoor is die basisinfrastructuur en daarom is ook dat andere fonds in het leven geroepen om te zorgen dat ook die kleine cultuurmakers, dat die geld krijgen via de samenwerkingsverbanden. De voorzitter: Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Voorzitter, mijnheer Van den Doel, u heeft het over geld. Ik heb het over taal en taal is van betekenis. Als wij tegen de culturele sector spreken over basisinfrastructuur en we hebben daarmee pakweg tien organisaties voor ogen en wij geven die een etiket: u bent basisinfrastructuur en die andere, al die organisaties horen niet tot de basisinfrastructuur. Weet u wat taal dan met die organisaties doet? Het gaat mij dus niet om het geld, het gaat mij om een ander begrip te hanteren voor wat wij hier met elkaar bedoelen voor meerjarige subsidieafspraken.

44

De heer Van den Doel: U probeert het weer. Ik deel uw mening niet, omdat de basisinfrastructuur is een landelijk ingevoerde term die overal gebruikt wordt in de cultuur en de kunsten. De mensen die buiten die basisinfrastructuur vallen, die worden daarmee niet geschoffeerd of aan de kant gedouwd, maar het is simpelweg dat het geld op een andere manier verdeeld wordt en dan krijg jij wat minder bij, omdat je of je aanvraag niet goed hebt, of omdat je iets doet wat er niet binnen valt binnen de kaders, of wat … We zullen, of het nou links- of rechtsom, er is beperkt budget en we kunnen dat maar één keer uitgeven en een basisinfrastructuur is daar een uitstekend vehikel voor om dat op een goede manier te doen. De voorzitter: Het lijkt een beetje een semantische discussie te worden die ik graag wil afronden. Zijn dit interrupties, of wilt u graag een termijn? Mevrouw …: Drie, hè? De voorzitter: Drie, oké. Wie was eerst? Mijnheer Bloem. De heer Bloem: Voorzitter, GroenLinks gaat eraan voorbij dat het Houtfestival hier komt: ja, wij hoeven geen geld, nadrukkelijk we houden niet onze hand op, maar door ons erbuiten te plaatsen doet u ons geen plezier, doet u ons kwaad. Wat is het antwoord van GroenLinks daarop? De voorzitter: Mijnheer Van den Doel.

De heer Van den Doel: Ik denk dat is een andere discussie dan de BIS, want dat gaat over: is het een cultuurinstelling of is het een evenement? Dat gaat voorbij die basisinfrastructuur, dat is een veel bredere vraag. Ik sta sympathiek tegenover de oproep die zij doen, maar ik weet niet of dat binnen de huidige regelgeving die we hier in Haarlem hebben en landelijk hebben, of dat kan. Maar ik bedoel, ik steun die oproep, omdat het is, zij vragen geen geld, ze vragen alleen: noem ons cultuur, want dan kunnen wij meer geld aanvragen. Nou, dat lijkt me op zich een buitengewoon goede vraag. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Dank u wel. Het mag duidelijk zijn dat ik het volledig eens ben met hetgeen de heer Klaver zegt over dat talige. U heeft daar dan een andere mening over omdat u zegt: dat is in de rest van het land ook zo. Maar tegelijkertijd zegt u dat juist die kleintjes – u hangt er zelf het financiële punt aan – dat die kleintjes zich eigenlijk volgens mij maar moeten voegen naar de dan basisinfrastructuur om überhaupt aan bod te komen. Dat vind ik best wel … Dan heb ik dat of niet goed gehoord, dan graag een uitleg. Maar anders hebben we volgens mij dan duidelijk de conclusie dat de kleintjes het wel kunnen shaken hier in Haarlem en dat kan ik me niet voorstellen.

Kunt u dat uitleggen? De heer Van den Doel: Ik denk dat een basisinfrastructuur ervoor zorgt dat je een compleet aanbod hebt in de stad en daaronder zit heel veel. We kunnen niet elke cultuurmaker geld geven, zo werkt het niet. Ik denk dat dat het goede is van die basisinfrastructuur. De opdracht ligt er en in programmasubsidies met nadruk op samenwerking, ook vanuit de BIS-instellingen met de cultuurmakers en met de kleine instellingen. Dus op die manier via programmabegroting kunnen ze ook geld krijgen. Ze werken al samen, dus er stroomt geld van de grote instellingen naar de kleine instellingen en op deze manier hou je het in de hand en hou je het werkbaar. Het is een gebruikelijke structuur en we kunnen de semantiek, snap ik wel wat u aanhaalt, ik zeg dat ik dat niet vind. Ik ben het niet helemaal eens met het effect van de woorden die u daaraan geeft, het gewicht, daar ben ik het niet mee eens. Ja, maar ik was bijna …

45

De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. De heer Van den Doel: Ik wilde nog wat vragen stellen, als het mag. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. De heer Van den Doel: Of zijn we nog niet uitgeïnterrumpeerd? De voorzitter: O, nee, maar dat is een interruptie. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Eigenlijk een vraag, want ik hoor u zeggen dat we met dit plan kunnen zien waar we heen willen. Maar ja, want ik snap dat niet helemaal van waar we dan heen gaan, want ik denk: we hebben een fundamenteel probleem met de depots, het gebrek aan depots en de positie van het Frans Hals Museum. Ik zie op geen enkel moment in deze plannen terugkomen waar we daarmee heen willen en ik denk dat dat toch wel een groot probleem is. Als we dat willen oplossen, dan zullen we toch iets moeten bedenken. Maar hoe kijkt u daar dan tegenaan? Want u bent een expert in de kunst, vindt u niet dat dat ook dan een plekje verdient in dit plan? De heer Van den Doel: Ja, dat is timing. De timing is nooit goed, of is altijd goed. De timing is dat de vragen die we als raad gesteld hebben over het depot van het Frans Hals met name, maar ook over andere depots die tekortschieten, van de zomer is als het goed is daar een onderzoek naar geweest en daar krijgen wij binnenkort neem ik aan de resultaten van te horen.

Dus dat kan je niet loslaten in je cultuurbegroting, omdat je niet weet A, wat eruit komt, hoeveel geld dat kost, wat … – of, de cultuurbegroting, in je Cultuurplan – maar het wordt wel geadresseerd, het wordt wel gezegd dat het wordt uitgezocht en dat we gaan kijken of we die 3 miljoen daarvoor kunnen inzetten, of dat er eventueel wat andere middelen nodig zijn. Dat staat er, dus dat lijkt me dat … Uw vraag is zeer terecht, maar op dit moment zoals het Cultuurplan er nu uitziet kan je die vraag niet beantwoorden, dus kan het er ook niet in. Het is wel aangegeven dat er wat aan gedaan wordt, dus dat lijkt mij in dit geval voldoende. De voorzitter: Dank u wel. Ik wilde u erop wijzen dat mevrouw Meijs inmiddels verwacht wordt in de commissie Samenleving, dat ze dan aan het wachten zijn. Dus ik wil u toch een beetje vragen te bespoedigen. Mijnheer Van den Doel, maakt u uw termijn af. De heer Van den Doel: Ja, ik maak het even af.

Dus zijn er al ideeën over financiering van de programmasubsidies na het noodfonds, kunt u daar al wat over zeggen? De taakstellingen voor effectiever gebruik van de accommodaties per 2022, is dat nog steeds noodzakelijk dat we dat bezuinigen? En is er een mogelijkheid om die bezuinigingen eventueel wel aan te wenden om weer te steken in cultuur? De programmasubsidies, die moeten uit het Cultuurstimuleringsfonds – of tenminste, dat wordt aangegeven ergens in dat stuk – en dat lijkt me dat het als het even kan niet moet, omdat het dan een sigaar uit eigen doos is. Dan hou je hetzelfde geld en dan ga je het alleen op een andere manier verdelen. Kunt u dat ondersteunen? Wij zouden wel graag, en dat is misschien nog belangrijker, een evaluatiemoment over dit Cultuurplan willen zien rond ’24-’25, omdat het is een ambitieus programma en we weten waar we heen willen en of we dat ook gaan halen, het zou fijn zijn om dat halverwege de looptijd te evalueren. Nou, de quick scan depots en depotruimte, is die al afgerond? Daar komt die, die had ik al opgeschreven. Samenvattend, een mooi stuk met een grote ambitie, een goede visie en veel aanzet om tot een betere culturele sector te komen. Wel leven er nog veel vragen over de haalbaarheid en enkele gemaakte keuzes, maar we hebben nu wel een

46

plan waar de lijnen zijn vastgesteld om langs te werken – om met het formatieplan te spreken. GroenLinks is dan ook akkoord met de tervisielegging van dit Cultuurplan 2022-2028. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Rijbroek, Trots. En dan mijnheer Oomkes. De heer Rijbroek: Dank u wel, voorzitter. Cultuurplan 2022-2028, iets nieuws wat ik zag en waar ik een warm hart van kreeg was dat culturele kleine instellingen naar de wijken moeten, naar de bewoners. Ik mis bijvoorbeeld ook voor categorie jeugd tot en met zestien voldoende – het nachtleven is aangekaart – maar ook voor ouderen op hogere leeftijd. Centraal staat, dat is nu inmiddels wel gebleken vanavond, de BIS, bijna vloeken in de kerk. En als je dan kijkt naar de hoeveelheid subsidie, en dat vind ik enorme bedragen die aan dat soort organisaties worden verstrekt, dan zie ik iets heel opvallend. Ze zijn op voorwaarde verstrekt en als tegenprestatie is het onderhoud uitbesteed. Wie herinnerde zich nog dat op haar blote knieën bijna – figuurlijk gesproken – de wethouder vroeg om subsidie voor de Philharmonie van vijf tot negen ton voor onderdeel van het ontruimingsplan als het gaat om de brandmeldinstallatie. Dan zou je zeggen: was dat dan wel nodig als we de criteria gebruiken? Technisch gezien, veiligheidstechnisch, ja. Daarnaast, als we het dan hebben over de kleine cultuur en zeggen: ja, daar moeten we geld aan besteden.

Maar geen ruimte, omdat de financiën voor de BIS min of meer in zeg maar beton gegoten is. Dan vraag ik de wethouder met een uitdagende vraag: heeft u al enig idee hoe u dat invulling dan gaat geven met een gedeelte aan subsidie – want iets moet zichzelf kunnen bedruipen, je bent niet afhankelijk van overheid – maar een bijdrage in de wijk, hoe u dat als beleid gaat invullen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Dank u wel, voorzitter. Met de globale insteek van de Cultuurplan kan elke Haarlemmer instemmen. In nauwelijks verholen trots wordt een beeld van een zelfbewuste sector neergezet, die VVDstaatssecretaris Halbe Zijlstra in zijn afbraakbeleid heeft overleefd en met zijn allen moet het toch mogelijk zijn om de COVID-ontberingen meester te worden. Dat is nog maar de vraag als je in dit Cultuurplan openlijk twijfelt over de vraag of het publiek wel de weg terug zal weten te vinden naar de podia, festivals en musea. De eerste cijfers wijzen desondanks, zou ik bijna zeggen, en ondanks de praktische beperkingen van afgelopen jaar op een hongerig en hunkerend publiek. Net zoals je tegenwoordig moet reserveren voor een plaatsje op de horecaterrassen in de stad, zijn de eerste vertoningen zeer in trek. Neem bijvoorbeeld de Soulfilm in het Openluchttheater deze week, compleet uitverkocht, 900 mensen die naar een film zitten te kijken.

De problemen van deze nota zijn ondertussen evident. Los van de mooie gedachte om meer ruimte te scheppen voor de zogeheten makers, ontbreekt het aan realiteitszin. Welk aanbod wil je in Haarlem? Welke ambities wil je als subsidieverstrekkende overheid in het culturele veld bevorderen? Welk aanbod moet er met behulp van steun gecreëerd worden? Waarom wel een accent op de samenhang tussen cultuur en zorg, maar niet tussen sport en cultuur, of onderwijs en cultuur? Dit soort onderscheidende leidende gedachtes zullen ongetwijfeld opkomen in de inspraakperiode die nu voor ons staat. Maar dergelijke vragen moet je juist aan de bevolking en instellingen aan de voorkant stellen, evenals te vragen naar het hoe. Een voorbeeld: tussen de regels van de nota door de lees je dat het college ernaar streeft om een einde te maken aan de financiële ondersteuning van Museum Haarlem – we hebben u net al gehoord – wat betekent dat voor de collectie? De heer …: Ik heb een interruptie op een ander onderwerp. De voorzitter: Ja, dat is wel eens. Ik wachtte even op een natuurlijk moment … De heer Oomkes: Ik ben bijna klaar.

47

De voorzitter: … en hij was net aan een voorbeeld begonnen. Ja, dat gebeurt. De heer Oomkes: Wat betekent dat voor het pand in het Groot Heiligland waar ze nu zit? Een ander voorbeeld: waar is de visie op de culturele festivals, de betekenis van kunstonderwijs en wijkgericht werken op cultureel gebied? Meer decentraal? Wat moet er dan met het ontginningsgebied Haarlem-Noord gebeuren? Welke productie-eisen stel je aan de culturele makers? Wat komt er kortom terug voor het geld wat je gaat investeren? De voorzitter: Kijk, dat is een punt. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Briljant, mijnheer Oomkes, uw gebruik van komma’s, moet ik eerlijk toegeven. De heer Oomkes: Dank u wel. De heer Van den Doel: U zei over samenwerking tussen onderwijs en de cultuursector, ik begrijp daar eerlijk gezegd niet wat u daar precies bedoeld. Kunt u dat specificeren? Want er is volgens mij ontzettend veel uitwisseling tussen onderwijs en cultuur. Patronaat stelt zijn podium beschikbaar en stimuleert, de Toneelschuur doet dat, Philharmonie, de Stadsschouwburg doet dat. Ze werken enorm veel samen met scholieren en het onderwijs, dus ik snap niet helemaal wat u daarmee bedoelt. De heer Oomkes: Daar ben ik uiteraard van op de hoogte, maar ik zie dat niet terug in deze nota. Ik zie ook niet terug wat het ambitieniveau op dat vlak is.

Want dat is nog maar heel beperkt ontgonnen, zou je kunnen zeggen en juist in dat onderwijs heeft cultuur een hele belangrijke rol. Nog even terug naar het eind van mijn betoog. Wat moet er in het ontginningsgebied Haarlem-Noord gebeuren? Daar zijn geen centrale concentratiepunten van cultuur. En tot slot, welke productie-eisen stel je aan de culturele makers? We sturen desondanks waarschijnlijk als commissie deze conceptnota door de inspraak in. Prima, zo vindt de PvdA, maar wel met bovenstaande vraagstellingen vooraf verwoord aan de betrokken partijen, en dan liefst zo concreet mogelijk. De PvdA wil met name uitgewerkt zien hoe de extra financiën bedoeld als steun voor de culturele sector in tijden van COVID is besteed en in de voorliggende voorstellen zal worden uitgegeven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Blokpoel, VVD. De heer Blokpoel: Ja, dank u wel. Het stuk ligt gelukkig al ter inzage, dus iets meegeven heeft vrij weinig zin. We zijn hier om onze inzagen zelf onze inspraak daarop te geven, dus dat gaan we dan ook doen. Ontzettend goed dat animo voor de deelnemende panels, de nieuwsbrief of de vragenlijst zo groot was. Dat er vele honderden mensen hebben meegedacht en laten weten wat ze van het aanbod vinden, hoe ze ertegen aan kijken en hoe ze het graag zouden willen zien. De visie leest prettig weg en omvat de kern waar het om draait.

Daarbij ademt het respect naar de culturele makers, wat ook zeker op zijn plaats is. En ze verdienen meer. De oproep voor diversiteit, spreiding en bereikbaarheid herkennen we dan ook. Het is naar onze mening dan ook goed dat er meer makers meedoen voor de verbreding van het aanbod. Laten we wel waakzaam zijn op de overlap in het aanbod. Want in meerdere wijken initiatieven ontplooien, dat kan prachtig zijn en dat kan inderdaad goed werken, maar het kan ook vijf keer hetzelfde aanbod zijn waar vijf keer middelen naartoe gaan en dat weten we dan niet van elkaar. Dus hoe gaat u dat doen, wethouder? Hoe zorgt u dat daar geen overlap in plaatsvindt? Dat kwam ook terug in de rode draad. Er staat verbinding, maar ook eilandjescultuur is een gevaar. Dus hoe gaat u dat doen? Gaat u als gemeente dat doen? Het lijkt me niet persé de rol van de gemeente. Gaat u het aan de sector overlaten? Dan legt u extra claim op de sector. Dus ja, al met al: hoe gaat u dat doen? Dat komt niet duidelijk in de visie naar voren. U benoemt de visie waarbij verbinden een van de

48

speerpunten is, maar ook nu komt het niet terug hoe. Hoe u het hele veld meekrijgt en anders dan bijvoorbeeld een cultuurkantine die u wil oprichten. Dat enkele malen per jaar mensen bij elkaar brengt. Want dat zorgt niet voor een structurele samenwerking. De culturele infrastructuur, het idee dat helpt inderdaad voor de stabiliteit. Het helpt voor fondsen om ook te laten zien van: oké, een instelling krijgt een dergelijke subsidie, daar kunnen wij aan matchen of wellicht kunnen we dat ook gebruiken. Maar niet op de middelen die zij nu ontvangen. Want de middelen die zij nu ontvangen, dat hoor ik keer op keer weer, zijn te weinig om goed financieel gezond kader te hebben. Waar de fondsen ook af dreigen te vallen en daarmee teniet gedaan te worden. En daarmee wordt het probleem alleen maar groter. Maar dan ook, hoe wil u die basis infrastructuur goed vormgeven? Want we hoorden het net ook van meneer Klaver, daar had die een goed punt te pakken van: waarom moet het nou een dergelijke terminologie hebben en wie valt er nou wel onder en wie valt er niet onder? Want er zijn inderdaad heel veel instellingen die heel goed werk in Haarlem verrichten die inderdaad een soort basis cultureel aanbod hebben in de stad. Maar dan nu niet daaronder zouden vallen. Oftewel, de intentie is goed, het geeft ook vertrouwen. Maar we zoeken nog naar de uitwerking en willen dat graag ook zien van u.

Het werd door een van de collega’s ook benoemd, het Frans Hals. Ja, u schuift het weer voor u uit, wethouder. We zouden er vorig jaar maart zouden we al van u een uitwerking krijgen over de plannen voor het Frans Hals. Vorig jaar maart zouden we al te horen krijgen van: o, zoveel is er nodig, jullie kunnen uit scenario’s kiezen, dan kunnen we het Frans Hals museum structureel ondersteunen. We kunnen onze gemeentelijke collectie ook veiligstellen met een solide financieel beleid en een toekomstperspectief. Inmiddels is het september 2021 en wordt het weer doorgeschoven naar de begroting. Laat u als college nou net deze weken ook de begroting vaststellen met elkaar. Laat u nou net die keuzes nu deze weken maken, zodat u het uit kunt werken, zodat wij het in november in de raad bespreken. En we hebben nog geen kader voor Frans Hals vastgesteld. Oftewel, dat kunnen we ook nu concluderen: u komt helemaal niet met een uitwerking voor Frans Hals eind dit jaar in de begroting, want we hebben nog helemaal niks besproken hier in de commissie. U komt helemaal niet met een aanbod, u komt gewoon weer met een eenmalige donatie waarschijnlijk om het volgend jaar weer staande te houden en u schuift het door naar de nieuwe coalitie. Oftewel, hoe gaat u hiermee om? Hoe gaat u dit eindelijk eens structureel oplossen? De samenwerking bevorderen, u zei het al of u schrijft het.

Dat vraagt veel van instellingen die al steun ontvangen, dat is een soort extra taak. Krijgen zij daar dan extra middelen voor, zodat ze die uren ook kunnen vergoeden? Of wordt er gewoon extra geëist en moeten ze dat maar doen voor de bestaande subsidies? U gaat er ook van uit dat iedereen die samenwerking wil. Anderzijds kunnen we ook wel zeggen: het moet, anders krijgt u gewoon minder subsidie. U staat open voor initiatieven, maar ondertussen worden culturele festivals als evenement weggezet en biedt museum Haarlem bijvoorbeeld zo’n basis infrastructuur museum volgens u geen meerwaarde. Waar zit de grens, hoe duidt u dat? De voorzitter: U heeft een interruptie van meneer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja, het is een aantal keer aangehaald, niet alleen door u, meneer Blokpoel. Maar dat gaat over de samenwerking van de instituten, de culturele instituten die we in Haarlem hebben. En u moet weten dat Haarlem een voorbeeld is nationaal voor hoe je als culturele instellingen met elkaar moet samenwerken. Hoe je als grote instellingen de kleine instellingen meeneemt. En hoe je als grote instellingen met elkaar je programmering afstemt, zodat in de stad een prachtige tentoonstelling is van Tijlers en een prachtige tentoonstelling van het Frans Hals.

Dat er een bepaalde thematiek leidend is voor twee of drie instellingen om hun tentoonstellingen, een theaterstuk of muziekstukken uit te brengen. Dus er wordt al enorm veel samengewerkt. En in het vervolg daarvan doet het cultuurplan een beroep op de instellingen om het nog een trapje hoger te doen. En om zeker het niet minder te gaan doen. Dus hoe, nou, dat is de praktijk van alledag zou ik willen zeggen.

49

De heer Blokpoel: Dank u wel voor deze culturele les. Uiteraard zien wij dat die samenwerking er is. Uiteraard zien we ook dat bloeien met elkaar. Maar ik doel erop dat er nu overal nieuwe initiatieven ontplooid moeten worden in de wijken en dat die daar maar op aangetakt moeten worden. Het vraagt nogal een infrastructuur om dat te bewerkstelligen en ik vraag me af of dat allemaal vanuit de bestaande capaciteiten en middelen kan. Wethouder, u zet in op gebruik van gemeentelijke panden. Maar die run op gemeentelijke panden kennen we al een tijdje en ondertussen is de wethouder vast goed bezig om zo veel mogelijk alvast goed af te stoten. Hoe ruimt u dit met elkaar? En bovendien, hoe kijkt u hier met de financiële pet naar? Want ook de panden van de gemeente die kosten geld. Andere onderwerp nachtwacht, die wordt ondersteund en er wordt gekeken naar mogelijkheden. Erg vrijblijvend. Natuurlijk, het is ook nog in de opbouwfase. Maar de Haarlemse nacht is stil en verlaten, niet wat bij een bruisende stad als Haarlem past. Wat ons betreft zet deze visie harder in op een 24-uurs horeca. Dat het er komt, schrijf in de visie van: zet in op die … Nee, u gaat het onderzoeken. Dat is veel te vrijblijvend. Het onderwijs moet beter aangehaakt worden en dat is belangrijk en een must. U onderkent het probleem van lerarentekort en het tijdtekort.

Maar u komt niet met het beeld hoe u dat wil oplossen. Bijvoorbeeld: ieder kind moet minimaal twee keer per jaar een Haarlemse culturele instelling bezoeken, groot of klein, op school of op locatie. U geeft daar geen beeld bij. Oftewel, de ambities zijn wel hoog, maar de uitwerking ontbreekt. En de capaciteit ontbreekt al helemaal. Want het zit niet in een plan. En u zegt: daar komen we wel voor, dat komt met de begroting. Nou, dat lijkt me gek, want in de kadernota hebben we het er niet over gehad. Dus u wijst naar de incidentele middelen. U neemt incidentele middelen op in een visie, die voor vele jaren geldt. Ja, dat is helemaal niet aan de orde, want volgend jaar is dat er helemaal niet meer. Oftewel, er is nog wel wat werk aan de winkel, wethouder. We kijken uit naar de volgende uitwerking van het plan. De basis is goed, maar de uitwerking verdient nog een hoop tijd. De voorzitter: Mevrouw Kok, OPH. Mevrouw Kok: Ja, dank u wel, voorzitter. Als eerste wou OP Haarlem ook aangeven dat wij net zoals meerdere collega’s gezegd hebben het niet eens zijn met de term basis infrastructuur. Niet correct onzes inziens. Als tweede wou ik nog iets zeggen over het cultuurplan en een wat oudere motie van OP Haarlem.

Met de Haarlempas moet echt veel meer gebeuren, want voor OP Haarlem was en is de actieve deelname van de grote podia en de bereikbaarheid voor de pashouder een zeer belangrijk item in deze motie. Verder dan een ambitie voor een lagere drempel voor de grote podia komt het cultuurplan niet. Zoals al door meerdere mensen gezegd: dit plan is heel vrijblijvend en totaal niet concreet. OP Haarlem acht de motie pas voldaan als de ambities duidelijk tot uitvoering komen en de toegangsdrempel verlagen, zoals en dat melden wij heel graag de voormalige toneelschuur dat wel gedaan heeft. Want op pagina 12 bijvoorbeeld staat: de Haarlempashouders kunnen bovendien aan de kassa van de podia kaartjes met korting kopen. Met de podia is gesproken over de mogelijkheid van nog goedkopere last minute tickets. Nou, dat is leuk en fijn dat er gesproken is, maar ja, maak het concreet. En dit is heel vaag. Net als het plan voor de cultuur op de scholen, voeg er wat concretere maten aan toe, zodat het ook meetbaar is en duidelijker is. Dus ja, wellicht een aardige basis dit plan, maar onzes inziens nog veel te weinig concreet en mate name over de motie zouden wij graag een reactie van de wethouder krijgen. De voorzitter: Dank u wel. Heeft iedereen het woord gehad? Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Nou, dit plan loopt tot 2028, dat is een aardig lange periode.

Wat mij dan opvalt dat er toch wel heel veel over COVID wordt gesproken. En het wordt een beetje, ik zie het een beetje als een disclaimer van: alles wat er misgaat, dat is aan COVID te danken. En ja, we moeten maar zien of dat werkelijk zo zal zijn. Er is natuurlijk veel gepraat over die bies. Ja, hoe u het noemt, dat interesseert me eigenlijk niet zo.

50

Het is natuurlijk een term uit het cultuurwereldje, dat begrijp ik nu wel. Maar wij hebben het natuurlijk wel over de Haarlemse burger en of die het begrijpt waar we het over hebben. En ik denk een ding wat de Haarlemse burger niet zal begrijpen is dat het museum Haarlem, waar heel veel kinderen naartoe gaan, heel veel vrijwilligers bij zijn betrokken, ook sterk heeft geleefd in deze gemeenteraad. Want het gaat uiteindelijk maar om 40 duizend euro. Dan denk je natuurlijk: wat is het probleem? En dat zou ik graag van deze wethouder willen horen. En ik zou iedereen eens aanraden om te kijken van wat daar toch gepresteerd is op de bovenste verdieping, wat toch eigenlijk wel een beetje een verslonsd pand is geweest altijd. Als ik daar op in … De voorzitter: Mijnheer Klaver. Mevrouw Van Zetten stopt vanzelf. De heer Klaver: Ja, ik begrijp uw pleidooi voor het museum Haarlem. Maar loopt u niet het risico dat u zich ook schuldig maakt aan dezelfde willekeur als die in dit stuk zit? Moeten we niet vragen om heldere criteria, welke instellingen wel in aanmerking komen en niet voor meerjarige subsidie. En dat u niet nu een pleidooi gaat houden voor een instelling, want dan is er een andere die houdt een pleidooi voor een andere instelling die ook onderdeel zou moeten uitmaken van de basisinfrastructuur. Vindt u dat wel juist? Om nu ook de willekeur toe te passen voor het museum Haarlem.

Mevrouw Van Zetten: Volgens mij is het helemaal geen willekeur als ik de ambities lees die iedereen ongetwijfeld zou kunnen omschrijven. En zoals ik al zei, het stuk over Haarlem City marketing, als jij toch het doel hebt als Haarlem een eenduidig verhaal moet komen, dat cultuurhistorisch erfgoed wel heel erg belangrijk is en dat het ook het visitekaartje is van Haarlem. Dat je daar kan zien in een gebouw wat eerlijk gezegd onderdeel is van het museumkwartier. En dan is mijn vraag aan de wethouder: hoe kan het dat ik dit lees in het stuk, want ze zitten in hetzelfde gebouw als 37PK als het ABC. Ze zitten daar middenin. Dat er dan wel een plan zou zijn om de entree van 37PK met het ABC daar een beetje op te popen, omdat dat natuurlijk meer aandacht moet krijgen. En dan laat je gewoon Haarlem daar maar tussen zitten? Ik vind dat echt onbegrijpelijk en ik kan me daar ook over opwinden. Wat betreft dat museumkwartier, natuurlijk daar heeft GroenLinks gelijk in, dat depot is natuurlijk een apart verhaal. Maar we zitten nu natuurlijk toch met de gebouwen van het Frans Hals, we zitten met de Vleeshal, we zitten nog met de Verweijhal. We hebben nog geen begin van een oplossing gevonden.

En ondertussen als je het hebt over gemeentelijke panden is de Egelantier verkocht zonder vast te leggen dat het Frans Hals museum, dat precies daar aan de overkant zit, dat we daar die 1500 vierkante meter voor zouden kunnen gebruiken. Dat is allemaal een gemiste kans. En natuurlijk heb je het cultuurplan is natuurlijk heel breed. Maar ik denk dat dit gewoon een probleem is dat we met ons meeslepen de komende jaren. En ik had eigenlijk gehoopt dat er een oplossing zou komen. Ja, niet van dit college, dat moet ik eerlijk zijn, dat had ik eerlijk gezegd ook niet verwacht. Maar afijn, we moeten er toch over nadenken. Want we hebben de volgende keer verkiezingen en dan hebben we een nieuwe periode. En ja, dat vraagt gewoon om een oplossing, dat speelt al heel erg lang. Wat betreft nog een ding is die popschool, dat is toch een beetje ondergeschoven onder hard die gewoon financiële problemen altijd heeft gehad. En het Patronaat, waarvan we ook nog niet weten hoe dat gaat lopen. Die popschool wordt natuurlijk iets in de exploitatie, we moeten maar zien hoe dat allemaal gaat lopen. Ik ben heel benieuwd. Wat ik dan heb, toch een opmerking over bis. Als je dan toch wil zeggen welke organisaties vallen daaronder, dan begrijp ik eerlijk gezegd niet wat het Noord-Hollands archief daarbij moet. Als ik zou moeten kiezen tussen het Haarlems museum en het archief.

Want het archief, ik ben zelf een groot fan van het archief, maar dat is wel regionaal, waar het Rijk ook in participeert. De hele omgeving participeert erin. Dus het is niet specifiek, het is niet meer ons gemeentearchief. Het is het Noord-Hollandse archief. En dan denk ik van: als je een keuze moet

51

maken, als je geld moet zoeken, streep dat Noord-Hollands archief eruit. En dan is er meer ruimte voor anderen. De voorzitter: Ja, mevrouw Meijs wordt al een hele tijd verwacht in de commissie samenleving. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: U zegt dat het Noord-Hollands archief dan maar eruit moet en dat andere instellingen daar gebruik van kunnen maken. Maar hoe gaat u dat financieel doen, waar haalt u dat geld vandaan? Mevrouw Van Zetten: Ik hoef daar op dit moment helemaal geen oplossing voor. Als ik zie dat er 40 duizend worden geschrapt van het Haarlems museum, die dan ineens niet is opgenomen terwijl we al jaren geleden daar moties voor hebben ingediend en die zijn aangenomen. En je hebt wel het Noord-Hollands archief, wat een regionale functie heeft. Want u heeft net zelf gezegd van: Dolhuis is weer een ander soort museum, Tijders ook. Ja, dank je de koekoek, dat is waar. Niet? Zie ik dat verkeerd? U heeft er meer verstand van dan ik. De heer Van den Doel: Nee, u gaat door in uw redenering, terwijl het heel eenvoudig was van: u claimt dat als het Noord-Hollands archief uit de cultuursector haalt, uit de bis haalt, dat er dan opeens geld vrijvalt. En dat lijkt mij onvoorstelbaar. Mevrouw Van Zetten: Zo zeg ik het niet. Ik zeg: waarom wordt die keuze gemaakt om het museum Haarlem eruit te halen? Want ik zou denk ik volgens de criteria past het er helemaal in.

En je kan ze ook ze er allebei uithalen, maar het punt is gewoon: ik snap gewoon dat niet. Maar misschien dat de wethouder het wel snapt. Misschien kan de wethouder het uitleggen. Ik ben heel benieuwd. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ik ondersteun uw vraag dat u zegt waarom het een wel en waarom het ander niet, dat daar verduidelijking over is. Maar u liet blijken dat er dan opeens geld beschikbaar zou komen. En daar vroeg ik naar. Mevrouw Van Zetten: Nee, nee. Ik zeg die criteria. En dat is al verder die criteria zijn volstrekt onduidelijk en niet consequent. De voorzitter: Heeft iedereen het woord kunnen voeren? Ja, dan gaan we naar wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Ja, dank u wel. Als eerste hartelijk dank voor alle op- en aanmerkingen. Ook de kritische noten en ook de vele vragen die er liggen. Dit is een conceptplan, dus de zienwijze die jullie als raad of als commissie hebben meegegeven zullen allemaal terugkomen in het definitieve plan. Dus het is ook niet de bedoeling dat ik hier nu op al uw vragen antwoorden ga geven. Maar ik neem ze mee, en dat is geen politieke afschuiver omdat ik bij de commissie samenleving verwacht wordt, maar dat is de consequentie van het presenteren van een conceptplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12267328/1