20210157165 Transcript commissie Ontwikkeling 2 september 2021
Tekst van het document
Dus akkoord met deze lijnen en vooral voort. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Krouwels, D66. De heer Krouwels: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook even gebeld met mijn collega Thessa van der Windt uit de commissie bestuur. Goed dat Haarlem Marketing van het financieel toezicht wordt gehaald. Haarlem Marketing lijkt te hebben geprofiteerd van de coronacrisis als we het puur hebben over de centen. Kostenbesparingen zijn goed doorgevoerd. Op de inhoud: Haarlem Marketing minder toeristenmarketing en
19
meer richting Citymarketing en stadsmarketing, dat staat er uitstekend in. Ik heb volgens mij de local food fietsroute gedaan die ook is geïmplementeerd door de Haarlem Marketing. Ontzettend goed duurzaam initiatief, dus dat past al goed bij de toeristische koers die wordt ingezet. De voorzitter: Mijnheer Slik, ChristenUnie. De heer Slik: Dank u, voorzitter. Ja, op zich is de ChristenUnie redelijk positief. Ik hoorde hier een aantal verhalen: ja, de afstemming met de toeristische koers is er wel, maar Citymarketing kiest toch voor de NoordHollandse en Zuid-Hollandse bezoekers. Nou, dan past het misschien mooi dan bij het verhaal van de SP: ja, verduidelijk dan maar met die waardevolle bezoeker, wie moet het nou worden? Er staat ook het moet een strategische koers bepalende en regisserende partner worden. Dan ben ik toch wel benieuwd hoe het college dat nou precies ziet, want in hoeverre kan de raad of het college dan nog invloed op de strategie uitoefenen en blijven alle rollen en taken en verantwoordelijkheden dan nog wel goed gescheiden? Dat is mijn vraag. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Klaver, CDA. De heer Klaver: Ja, voorzitter. Het geformuleerde kader voor Haarlem Marketing en het wensbeeld voor de toekomst van Haarlem Marketing spreekt het CDA aan. We kunnen ons ook vinden in de fasering, die beoordelen wij als realistisch en voldoende ambitieus.
Ik heb wel een aantal vragen aan de burgemeester. Is Haarlem Marketing nu al voldoende toegerust om de toeristische koers handen en voeten te geven? Er is geen aanvullend budget nodig voor de eerste doorontwikkeling, zo wordt gesteld. Wat is de onderbouwing voor dit statement? Want in het onderzoeksrapport werd juist vastgesteld dat er meer budget nodig is voor campagnes, nieuwe initiatieven, verbinding met stakeholders en strategieontwikkeling. Dan over de meetbaarheid van de prestaties van Haarlem Marketing. Die is lastig vast te stellen wordt gesteld. Wat geeft het vertrouwen dat de realisatie van nieuw te maken prestatieafspraken wel voldoende meetbaar is? In het onderzoeksrapport werd geconstateerd dat Haarlem Marketing een uitgebreid en divers takenpakket heeft. Worden er in het licht van het voorliggende kader en de concept toeristische koers nu al keuzes gemaakt? Wat doet Haarlem Marketing inmiddels niet meer of juist wel om meer aandacht te geven aan zaken die passen bij het kader van de toeristische koers? Bij de behandeling van het onderzoeksrapport heeft de burgemeester aangegeven dat de verantwoordelijkheid voor beleid bij het college ligt, dat het beleid helder moet zijn en dat we vervolgens aan Haarlem Marketing kunnen vragen of zij hiervoor de uitvoering kunnen leveren.
Bent u nu zo ver dat u Haarlem Marketing om offerte voor de uitvoering kunt vragen? Wanneer is de subsidieaanvraag van Haarlem Marketing dan te verwachten? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bloem, SP. De heer Bloem: Ja, voorzitter. Ik kom toch nog even terug op wat ik eerder heb gezegd, namelijk, want het staat nog een keer in het kader, inzet op de gewenste bezoeker. Nou ja, dat is beter dan inzet op de ongewenste bezoeker, dus dat lijkt me goed, maar zoals omschreven in de toeristische koers. Maar die omschrijving van wie die gewenste bezoeker is die ontbreekt, die staat niet zo omschreven. Dus dat is het enige probleem. De planning is goed, financiën staan er weer beter voor, daar kunnen wij wel tevreden over zijn, maar het is wel heel belangrijk dat wij kaders meegeven. Het antwoord kan ook zijn: nou, eigenlijk zijn we nog niet helemaal uit wie die gewenste bezoeker echt is en dat willen we nog met inderdaad de mensen van de investeringszone spreken, dat wil ik hier niet zwartwit vastleggen. Vind ik ook een antwoord, maar het zweeft nu in het midden. In het kader staat dat het in het stuk staat, maar het staat niet zo in het stuk.
20
De voorzitter: Helder. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Ja, Hart voor Haarlem heeft het idee dat de leiding toch stevig in handen is gekomen van een nieuwe directeur en dat de zaken daardoor veel beter gaan. In het kader wat geschetst wordt, ja, er staan heel veel woorden waar je het eigenlijk niet mee oneens kan zijn. Wat ik onderschrijf, is dat het verhaal van Haarlem eenduidig moet zijn. Wij zijn ons belangrijkste punt is natuurlijk de historische stad met al die cultuur die eromheen loopt. Dan vraag ik mij af, want wij zien in die stukken van dat wat we allemaal heel goed samenwerken. Nou, dat vind ik prima, maar wat mij stoort is dat tegelijkertijd deze avond behandelen we ook dus de cultuurnota, dan hebben we gewoon het Museum Haarlem dat staat voor de historie van de stad, voor de samenwerking en natuurlijk ook voor het toerisme en dat wordt dan niet opgenomen in de basisstructuur van onze cultuurorganisaties. Dus in die zin vraag ik de burgemeester om, het is uw portefeuille om dit moment, om daar toch eens even stevig naar te kijken. Daar laat ik het bij. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan mijnheer Wienen. Burgemeester Wienen: De … De voorzitter: Oh, mevrouw Oosterbroek toch nog. Mevrouw Oosterbroek, GroenLinks. Mevrouw Oosterbroek: Ja, sorry.
Ja, ik heb nog één vraag: neemt Haarlem Marketing net zoals in onze begroting ook CO2 mee in haar jaarrekening? Want ik zie dat er wel integraal rekening wordt gehouden met duurzaamheid en dan zou het mooi zijn als zo ook de CO2 meten door middel van de CO2 ladder. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Wienen. Burgemeester Wienen: Ja, dank u wel. Dat we het hier nu behandelen is inderdaad heel nadrukkelijk het stond op de agenda bij de commissie Bestuur en toen is het nadrukkelijk door de commissie Bestuur van de agenda afgehaald en gezegd: het moet bij Ontwikkeling. Dat is in de fracties besproken, dus het is uw eigen wens. Althans, zo heb ik het begrepen. De heer Wiedemeijer zegt: ik wacht het proces af. Dat snap ik. Wat wij doen is aangeven: Haarlem Marketing focust, gaat een aantal dingen nu opzetten en dan komen we bij u terug, want wij moesten ook wachten met de inhoudelijke kant totdat de toeristische visie klaar zou zijn. Dat was voor ons ook wel een beetje een spannend punt, want ja hoelang kan je dan blijven wachten? Dus we hebben een aantal dingen gezegd: die geven we nu in ieder geval aan, maar de verdere uitwerking kunnen we pas doen als de raad ook daadwerkelijk de toeristische koers vaststelt. Ten aanzien van financiën: dat begrijp ik niet helemaal over die grote financiële ruimte, de vraag van de heer Van Leeuwen.
Wat je constateert dat is dat de Haarlem Marketing zat met een tekort doordat het in het jaar waarin er heel veel extra aandacht besteed is aan een campagne, toen is er teveel uitgegeven, nou dat moest aan gecijferd worden, dat is gelukt. Er is nu zelfs een stukje reserve weer gevormd. Maar waar dan het probleem zit met die bezoldigingsstructuur dat snap ik niet helemaal. Er is echt heel kritisch gekeken naar personeel en volgens mij zit er juist helemaal geen ruimte daarin. Het zal heel hard werken zijn om met het budget wat er nu is die nieuwe koers vorm te geven, maar dat is wel het uitgangspunt geweest. Wij komen terug, en dat is ook meteen een vraag over: hoe zit dat nou precies met de investeringen die toch eigenlijk nodig zijn? De heer Klaver die vraagt er ook naar. Dat is terecht, maar het voorstel van het college, misschien is dat wel het meest substantiële op dit moment, dat is om te zeggen: de aanbeveling was, en daar heeft toen de raad ook mee ingestemd: ga meer naar Citymarketing en kijk dan ook nadrukkelijk naar het bedrijfsleven. Dus hoe ga je Haarlem Marketing daar ook een rol in geven? Het college kiest er nu voor en legt dat ook aan u voor om te zeggen: nou, dat willen we wel doen, maar laat Haarlem Marketing nou eerst even focussen op de meer toeristische kans en daarna die
21
andere kant verder gaan uitwerken. Dan kunnen we ook kijken: welke financiële consequenties heeft dat? Dan leggen we dat apart aan u voor. De vraag van Trots of ik nog bij de organisatie zit: nee, ik ben gewoon portefeuillehouder. In die zin daarom zit ik hier. Maar de rol in de raad van Toezicht die heb ik vorig jaar neergelegd. Nee, dat is al anderhalf jaar geleden. Dan even kijken. De Citymarketing: ja, er is door de heer Krouwels aangegeven: nou, dat is een goede richting. Maar nogmaals, wij gaan dus pas de verdere invulling daarvan oppakken als we het gevoel hebben: we hebben de zaak nu op de rit voor wat betreft die toeristische kant. Maar dan is er dus nog wel wat te verwachten, want als we doen wat u zelf hebt aangegeven, die verbreding die ook uit dat rapport kwam, die analyse, dan zal er echt nog nader geïnvesteerd moeten worden. De Noord- en Zuid-Hollandse bezoeker: ja, het viel mij op dat u zegt: we krijgen helemaal geen handen en voeten rond dat begrip waardevolle bezoeker. Ik heb die toeristische koers ook bekeken. Ik heb het gevoel dat daar wel een paar dingen over gezegd worden, en dat is in de eerste plaats een bezoeker die wat langer in Haarlem verblijft. Dus als het gaat om toeristisch bezoek, dan wil je graag mensen die wat langer in Haarlem zijn en ook nadrukkelijk een op Haarlem gerichte bezoeker die wat dat betreft niet alleen halen, maar ook brengen.
Daar worden wat dingen over gezegd in de nota. Wij proberen daar ook invulling aan te geven. Daarnaast zie je bij Haarlem Marketing dat ze gezegd hebben, zeker in de periode van corona: laten wij ons in eerste instantie gaan richten op de mensen uit de naaste omgeving. Dus niet de mensen die van heel ver komen, maar de mensen die in de omgeving zitten, die weten: Haarlem is een prachtige stad met hele mooie voorzieningen, daar willen we eigenlijk best wel graag naartoe. Dan begin je met de … Haarlem ligt ook ongeveer op de grens van Noord- en Zuid-Holland, dan begin je met de twee provincies waar wij bijna het hart van vormen. Dus wat ons betreft is dat bij Haarlem Marketing heel goed dat men gezegd heeft: wij zien daar juist mogelijkheden en die willen we ook graag campagne voor voeren. Betekent dat dan dat we die andere dingen niet doen? Nee, maar dat is wel een uitdaging die er nu lag en waar we nu ook mee aan de slag konden. Hoe kunnen wij nog invloed uitoefenen als we de opdracht geven om dingen verder uit te werken? Nou, door er aan toe te voegen: in lijn met de toeristische koers. Daarom konden we dat ook nog niet eerder doen. Wij konden niet aan Haarlem Marketing vragen: nou ja, werk het allemaal maar uit en daarna vertellen we wel wat wij willen. Dat is een beetje raar.
Dus wij hebben gezegd: de raad gaat de toeristische koers vaststellen en dan vragen wij aan Haarlem Marketing: wilt u dat nu verder ook concretiseren? Hoe kunt u daar handen en voeten aan geven, campagne voeren en dat merk neerzetten van Haarlem zoals het volgens ons vanuit de toeristische koers logisch is? Het CDA: een aantal, nou, indringende vragen. Is Haarlem Marketing nu al voldoende toegerust? Nee, het is echt heel hard werken. Men is er in geslaagd om met een kleine organisatie een koerswending te maken. Ik denk dat dat heel goed gelukt is, dat men ontzettend sterk geweest is op het weer op orde krijgen van de financiën, maar wil je nu ook echt effecten hebben, dan zal je na de coronatijd ook moeten kijken: waar kunnen we de beschikbare middelen dan inzetten? Zowel qua personeel, waarbij meer gewerkt zal worden met internet, als qua campagnes. Dan wordt het heel erg krap met de middelen die we nu hebben, en ik heb al gezegd: er komt vanuit het college nog een nieuw voorstel waarin we die verbreding handen en voeten willen geven. Daar is dus echt wel extra budget voor nodig. Terecht constateert u dat, dat stond in dat rapport en dat willen we ook.
De prestaties vaststellen dat blijft voor deze sector een ongelofelijke uitdaging, want altijd zal de vraag blijven van als je bijvoorbeeld zegt: we meten het aantal toeristen, ja komt dat nou omdat Haarlem Marketing het goed gedaan heeft of, ja, omdat het gewoon goed gaat met toerisme in Nederland en Haarlem Marketing heeft daar weinig aan bijgedragen? Dus het is echt lastig om een outputmeting te doen waarbij je zegt: nu hebben we echt zicht op wat is nou de daadwerkelijke invloed van Haarlem Marketing geweest? We zijn aan het zoeken, ook door te kijken in andere plaatsen: wat zijn dan de beste indicatoren om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van wat heb je dan precies gedaan en wat is het effect wat je daaraan zou kunnen toerekenen? De heer Klaver: Voorzitter?
22
De voorzitter: Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja, burgemeester, u noemt eigenlijk zelf een voorbeeld wat redelijk makkelijk meetbaar lijkt, namelijk als we bezoekers willen aantrekken uit Noord-Holland en Zuid-Holland, dan zou het makkelijk meetbaar zijn om te kijken: is dat dan gelukt? Ja, succes kent vele eigenaren, hoe zeggen we dat ook alweer? Nou ja, dat komt dan ook Haarlem toe, Haarlem Marketing toe denk ik als dat in zijn algemeenheid is gelukt. Burgemeester Wienen: Zeker, maar daar zijn we dus nu naar op zoek om een aantal van dat soort zaken goed op een rij te zetten en dan te zeggen: nou, dan geven we aan: dit is wat we graag willen en we kijken ook of dat gebeurt en proberen zo goed mogelijk in te schatten of Haarlem Marketing daar inderdaad een positieve invloed op heeft gehad. Worden er wel keuzes gemaakt? Ja. Er worden keuzes gemaakt. Er zijn ook dingen die we niet doen. Er is dus vanwege een aantal factoren die u ook noemt, ook de heer Bloem die heeft dat genoemd, gezegd: wij gaan niet volledig het congresbureau opnieuw bemensen. Daar liggen op dit moment te weinig mogelijkheden, dus daar is op bezuinigd. We willen die niet helemaal laten liggen, want we zien mogelijkheden. Ik vind, ik ben het met mevrouw Van Zetten eens: Haarlem heeft als een historische stad een aantal unieke mogelijkheden, dus laten we alsjeblieft proberen om daar wel gebruik van te maken.
Er zijn dingen die we hier naartoe kunnen halen en die hier ook echt heel goed passen qua schaal, maar ook qua sfeer, maar een bureau wat dat in algemene zin doet, waar we flink wat geld aan kwijt zijn, er is bewust voor gekozen om te zeggen: nee, dat doen we dus nu niet. De voorzitter: Mijnheer Wienen, kunt u afronden? Burgemeester Wienen: Ja. Even kijken. De inzet op de gewenste bezoeker. Nou, daar heb ik al iets over gezegd: kijk op dit moment vooral ook naar de regio en kijk hoe je daar mogelijkheden kan doen. Het andere is al genoemd door de heer Krouwels. Wij hebben bijvoorbeeld vanuit Haarlem Marketing die local food route ook echt gestimuleerd. Dat heeft ook gewerkt, daar worden mensen enthousiast van; ook lokale ondernemers worden enthousiast als op die manier mensen worden gefaciliteerd om daar gebruik van te maken. Museum Haarlem: ik neem in ieder geval mee wat u daarover zegt. Ik snap het. Die discussie voert u zo meteen met de andere portefeuillehouder, maar ik snap wat u zegt en ook de vraag. De Co2 ladder: dat vind ik een beetje lastig. Er wordt echt heel erg gefocust op duurzaam. Of je dit specifieke instrument nou moet vragen aan Haarlem Marketing dat weet ik niet.
Dan zou je echt even de afweging moeten maken: is dat voor het specifieke werk van Haarlem Marketing nu van voldoende meerwaarde dat je moet vragen om daar dan extra inspanningen voor te gaan doen? ik wil er best nog eens even naar kijken, maar ik durf het niet op voorhand toe te zeggen. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja, ik had wethouder Berkhout ook gevraagd naar: wie gaat wat nu wanneer doen? Misschien is deze vraag dan ook voor de burgemeester bestemd. Haarlem Marketing gaat nu aan het werk, kunt u iets van een tijdpad aangeven wanneer wij de concretisering van Haarlem Marketing kunnen verwachten? Burgemeester Wienen: Ik denk dat het logisch is, ik heb binnenkort ook gesprek met de directeur, maar dat Haarlem Marketing het komende jaar daar zich op in gaat zetten en daarna met een voorstel en ideeën komt richting gemeente en dat wij in diezelfde periode, 1-2 jaar, moeten gaan kijken: welke mogelijkheden zien wij om Haarlem Marketing ook te gaan inzetten op dat punt van bredere Citymarketing? Dat … De voorzitter: Dank u wel.
23
Burgemeester Wienen: Moet dan daarna eerst door de raad of de raad daarmee instemt en daar ook de middelen voor vrij wil maken. De voorzitter: Dank u wel. Hoe mag dit agendapunt naar de raad? Hamerstuk? Hamerstuk is het. Dan gaan wij eten. we lopen een beetje uit de tijd, maar ik wil voorstellen om tien voor zeven weer te beginnen. Dan schors ik nu de vergadering. 7.
Participatie Haarlem in Regionale Ontwikkel Maatschappij Metropoolregio Amsterdam en Noord-HollandNoord (ROM MRA/NHN) (RB) De voorzitter: We beginnen met agendapunt 7. We gaan beginnen. Ja? Everybody here? Agendapunt 7: participatie Haarlem in de Regionale Ontwikkel Maatschappij Metropoolregio Amsterdam en Noord-HollandNoord. Het college stelt namelijk aan de raad voor om als zienswijze, dat woord is belangrijk, aan te geven dat de raad akkoord is met het voornemen van het college om in te stemmen met voorgenoemde oprichting van de ROM, afgekort, is de participatie van de gemeente in de ROM bepaald op een bedrag van maximaal 5,5 miljoen waarbij het uitgangspunt is dat … Uitgangspunt is dat structurele kosten binnen de bestaande begroting binnen de MRA worden gedekt. Ten derde de risico’s uit het voorstel af te dekken uit de algemene reserve en tenslotte bij de kadernota volgend jaar het financiële beeld, de al gereserveerde drie ton, als dotatie aan de reserve economische regiosamenwerking vrij te laten vallen ten gunste van de algemene middelen. Nou, een mondvol. Wie mag ik het woord geven? CDA, VVD, ChristenUnie, D66. Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Nou, voorzitter, goed dat in dit deel van het land ook een regionale ontwikkelmaatschappij wordt opgericht en daarmee is er dan landelijke dekking.
Goed dat de stap wordt gezet van de MRA Invest naar de ROM MRA Noord-Holland-Noord waarin dus ten opzichte van de MRA Invest ook Noord-HollandNoord en het Rijk zijn betrokken. Met dit initiatief kan de energietransitie verder vorm krijgen en kan de regionale economie extra worden gestimuleerd. Een mooie stap gebaseerd op regionale samenwerking. Het CDA is akkoord met de oprichting van de Regionale Ontwikkeling Maatschappij en de deelname van de gemeente Haarlem. CDA is ook akkoord om de risico’s af te dekken uit de algemene reserve en dus met de voorgestelde vrijval van dotaties. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Bruch, VVD. De heer Bruch: Ja. Dank u wel, voorzitter. Nou, ik kan mij in grote lijnen aansluiten bij het CDA. Wel, ja, alles wordt tegenwoordig regionaal en dan komen we toch weer: waar is de democratische legitimiteit? Ik begrijp dat we het moeten doen met de jaarverslagen die de ROM maakt. Het doel is goed, hoor, begrijp me goed, maar het is wel ruim 5 miljoen euro van de Haarlemmers die we inleggen. We hebben geen resultaten uit het verleden en geen garanties voor de toekomst, dus dan vonden we één zo’n jaarverslag wel een beetje magertjes. Er staat na 2024 is het nogal onzeker, dus misschien dat we in 2023 een evaluatie zouden kunnen inplannen of misschien een halfjaarlijkse rapportage.
Het is een goed plan, alleen we willen graag weten hoe goed het in de praktijk blijkt te zijn. Ik weet niet hoe de andere fracties erover denken, maar als gezegd een goed verhaal en doen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Slik, ChristenUnie. De heer Slik: Dank u, voorzitter. Ja, de ChristenUnie vindt het een goed idee van de VVD om dat goed te blijven monitoren. We zijn positief. Je bent, ja, gekke Gerritje zogezegd als je het als enige regio niet hebt en je bent helemaal gekke Gerritje als de regio het wel heeft en je gaat niet meedoen, dus ja wat dat betreft ook gewoon
24
geen keuze. Er staat wel: ja, de gemeente Haarlem brengt relatief beperkte middelen en heeft daarmee relatief weinig invloed. Ja, als ik even goed nadenk, volgens mij valt dat nogal mee. Volgens mij hebben we relatief een vrij reële inbreng dan op basis van bijvoorbeeld het inwonertal. Het is logisch dat Amsterdam gewoon groter is en daardoor meer inbreng, dus daar ziet de ChristenUnie ook geen probleem in. Dus positief. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Wie van de twee was het? Mijnheer De Groot, D66. De heer De Groot: Ja. Dank u, voorzitter. Ook D66 is positief over de oprichting hiervan en zoals al door mijn voorgangers gezegd we zijn de laatste regio die nog geen investeringsfonds heeft en het is een logische uitwerking van de MRA Invest die we eerder besproken hebben. Ik kan mij wel vinden in de opmerkingen van de VVD. Wij keken ook met name naar governance: hoe regel je dit nou op een goede manier? Nou, u heeft ons ook niet voor het eerst en ook niet voor het laatst horen zeggen dat we wel zoeken naar hoe je democratie terugbrengt in vormen van de MRA, maar in dit geval er is een duidelijk doel en duidelijke investeringsmogelijkheden die er zijn. Ik denk daarvan dat we het gewoon moeten gaan proberen en zien wat het oplevert.
Wethouder, zou u inderdaad nog kunnen reageren op dat evaluatieverzoek? Het zou goed zijn om even te weten wanneer we hier weer wat over terug horen. Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Verhoeff, PvdA. Mevrouw Verhoeff: Dank u wel, voorzitter. Het zal geen verrassing zijn dat wij ons ook aansluiten bij, nou, ook onderstrepen dat het een goed idee is om aan te sluiten bij deze ROM, zeker omdat we daarmee met name de energietransitie en de circulariteit een extra aandacht boost kunnen geven. Wij vragen daar wel bij, en dan niet als primair doel, dus niet een extra doel toevoegen, om daar waar, hoe het gaat functioneren dat zullen we ook zeker bij een evaluatie die we ook onderstrepen, ook goed op te letten dat de sociale component, ik bedoel goed werkgeverschap in dit soort zaken, nou ja alle zaken die ook maar enigszins de sociale positie van werknemers niet ten nadele wordt beïnvloed en als het even kan eerder bevordert, bijvoorbeeld in de zin van social return. We gaan het niet eisen, maar dat zijn wel dingen die wij hopen in de evaluaties terug te lezen. We hebben nog een vraag aan de wethouder.
Het gaat hier niet om in de governance of er een plek is voor de gemeente Haarlem, daar vragen wij niet om, maar zou het mogelijk zijn dat in dat hele plaatje bijvoorbeeld een plek voor het Haarlems MKB of de industriekring zeg maar een rol zou kunnen vervullen zodat vanuit het bedrijfsleven er een insteek is? Er zijn wat klankbordmomenten en mogelijkheden in die governance, nou wilt u daar naar kijken? Dat was het eigenlijk voor ons, want het is gewoon een goed plan. De voorzitter: Mijnheer Rijbroek, Trots. De heer Rijbroek: Ja, nog een vraag aan de wethouder wat betreft de uitvoering van de energietransitie in zijn algemeenheid. We lopen natuurlijk tegen een paar punten aan. Ik heb het wel vaker gezegd: CO2 uitspraak rechter Den Haag, nog eens besluitraad Van State, de ontwikkeling, de overspannenheid van de arbeidsmarkt, vooral te weinig technisch personeel, een stijgende, en ik ben daar soms wel eens van geschrokken ook, stijgende grondprijs voor materialen. Daar loop je tegenaan. Dan kunnen dus aanbieders af gaan haken. Dan lopen we dus risico met alle betrokken partners. Hoe kunnen we dat, niet alleen als Haarlem, maar als gezamenlijke gemeentes, via de VNG naar het Rijk toe dit in gezamenlijkheid oplossen? Want we lopen er nog steeds tegenaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Oosterbroek, GroenLinks.
25
Mevrouw Oosterbroek: Ja, GroenLinks is in de basis positief. Ik heb wel drie punten waar ik graag, ja, waar ik een vraag over heb. De definitie van duurzame energie in het stuk is: energie uit hernieuwbare niet-fossiele bronnen gerealiseerd. Ja, energie uit hernieuwbare niet-fossiele bronnen daarvan sluiten we houtige biomassaverbranding nog niet uit en dat zou ik wel mooi vinden als dat nog goed in de papieren komt. Dus prima als duurzame energie uit hernieuwbare niet-fossiele bronnen zijn, maar dan dus ook expliciet: dus niet houtige biomassaverbranding. Het tweede is: mooi dat er wordt gekeken bij de investeringen naar het beleid van maatschappelijk verantwoord ondernemen en de social return, dat vinden we erg belangrijk, maar we hebben ook een hele mooie agenda stad impact ondernemen. Hoe gaan we dat verder koppelen? Dus de kennis die wij hebben vanuit de stadsgarage waarbij we het Kennemer inkoopplatform hebben gerealiseerd, hoe zorgen we ervoor dat die twee faciliteiten elkaar verder kunnen versterken? Dan als derde: op dit moment heeft Invest NL vel capaciteit, veel mensen rondlopen, ze doen veel onderzoek, maar ze zijn nog niet echt aan het investeren. Dus er is heel veel geld beschikbaar, maar omdat de politiek dit veel te strak heeft gezet, kunnen ze eigenlijk de risico’s die de ondernemingen wel nodig hebben om te groeien niet nemen.
Hoe gaan wij ervoor zorgen als, ja, mede aandeelhouder dat we wel die juist omloopsnelheid hebben van investeringen zodat we daadwerkelijk onze economische groei gaan realiseren? Dus dat we gewoon het geld ook gaan uitboeken en niet alleen de faciliteit nu oprichten. De voorzitter: Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Ja. Dank u, voorzitter. Korte vraag. Wat bedoelt u met dat de afspraken nu te strak zijn? Dus kunt u aangeven wat u daarmee … Mevrouw Oosterbroek: Ja, bij … De heer De Groot: Waar u op doelt? Mevrouw Oosterbroek: Invest NL daar heb je die investment managers die hebben we dan bij het reglement, en ik heb wel naar het reglement van investeringen gekeken. Daar staat bijvoorbeeld: voorwaarde moet zijn dat het een revolverend fonds is. Nou, dan kom ik soms tot de conclusie, vooral als je een heel groot fonds optuigt, wat we gelukkig nu niet per se doen, maar dan kom je al heel snel tot de conclusie dat je hoge rendementen moet vragen en dat je weinig risico kan nemen van die ondernemers en dat is nou net niet de bedoeling waarom we dit, ja, oprichten. We richten dit op zodat we de ondernemers kunnen helpen om verdere duurzame groei voor ons te gaan faciliteren.
Daarin is het dus ook belangrijk dat als de investment manager of het bestuur tot de conclusie komt: hey, ik kan niet werken met deze propositie, dat we op tijd bijsturen zodat we kunnen investeren en het geld kunnen bestemmen en niet dat het bij ons op de reserve blijft staan. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Bloem, SP. De heer Bloem: Ja, voorzitter, ik hoor een hele hoop andere partijen eigenlijk hele zinnige dingen zeggen: goh, hoe zit het met die democratische controle? Wat voor invloed hebben we erop? Het antwoord was eigenlijk heel duidelijk op de vraag ook die GroenLinks al eerder technisch stelde: ja, die hebben we niet meer. We gaan akkoord, dan zijn we aandeelhouder en rien ne va plus het geld is niet meer van u, om een oud D66wethouder te citeren. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek.
26
Mevrouw Oosterbroek: Maar u bent toch ook geen investeringsmanager? Het is toch ook niet uw vak? Waarom zou je dan als politiek op die stoel weer willen gaan zitten? Ja, waarom wilt u zich daar overal mee bemoeien? De heer Bloem: Ja, dat is eigenlijk waarom de Haarlemmers me hier neergezet hebben, dat is het. Ik ben geen investeringsmanager. Wat wij nu doen is dat wij, nou het is geen blanco cheque, dan overdrijf ik, maar we geven wel gewoon het geld en dan moeten wij er maar op hopen dat dat allemaal goed gaat op basis van de stukken die er zijn. Er is geen goede manier om hier governance op te doen. Nou gaan we over het stuk was niet eens op tijd klaar, gaan we uitgebreid over hebben hoe wij nou omgaan met onze aandelen, hoe we dat onze verbonden partijen, dat is een grote discussie hier in deze gemeenteraad, en vervolgens doen we even een verbonden partij erbij waarbij we echt heel weinig te zeggen hebben. Daar maakt SP zich zorgen over: wat zou er mis kunnen gaan? Nou, wat zou er mis kunnen gaan? Dat bijvoorbeeld binnen de reglementen we de Tata Steel een hele hoop geld over kunnen maken om te verduurzamen. Onze centen. Dat zou kunnen. Nou, dan denk je: dat is harstikke goed. Dan wordt Tata toch duurzamer? Ja, of geld verdwijnt toch op een of andere manier net zoals de IT-afdeling en alle kennis die daar zat naar India is verdwenen. We hebben geen controle.
Er zijn grote risico’s. Ik vraag echt aan de wethouder: we hebben risico’s, wat zijn nou onze sturingsmiddelen? Ik herhaal de vraag die andere ook gesteld hebben. En welke noodrem hebben wij als het toch niet goed gaat? De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Ja, ik denk dat u de stukken niet gelezen heeft, want in ons Transitiefonds gaan we ook meten op CO2. Dan is een logische discussie dat je eigenlijk het loze gevoel van die investeringsreglementen is dat een bedrijf als Tata Steel hier niet in dit mandje past. Dus heeft u het gelezen voordat u deze, ja, eigenlijk vierkolf van onze economische duurzame groei gaat afbranden? De heer Bloem: Nou, voorzitter, ik brand helemaal niks af. U brandt mij bij voorbaat af, omdat ik mijn stukken niet goed zou lezen. Dat is wat er hier gebeurt. Nee, het is flauw en ik lees het anders. Ik zie die risico’s wel en ik word niet gerust gesteld door wat er staat en ik word ook niet gerustgesteld dat wij als samenleving overal allemaal overheid niet overheidsgeld, het geld van belastinggeld in allemaal fondsen hebben hangen, soms inderdaad niet eens uitgegeven krijgen, omdat bedrijven hun verantwoordelijkheid niet nemen om de winsten die ze maken ten goede te laten komen van de werknemers en van de duurzaamheid. Daarmee zijn wij de problemen van het kapitalisme aan het oplossen met het geld wat de arbeiders duur verdienen.
Daar heb ik echt een probleem mee. De voorzitter: Goed. Dank u wel. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Ja, het is blijkbaar onontkoombaar. We lezen ook dat MRA Invest een schaalvergroting, nou hoe heet dat andere spul? De ROM. Ik wil wel even een opmerking maken. We hebben natuurlijk hier voor de vakantie de kadernota gehad en dan mag elke wethouder vertellen waar hij mee bezig is. Dat zijn meestal hele magere verhaaltjes en ik had eigenlijk wel kunnen waarderen als u toen wat heeft kunnen vertellen over het stadium waar wij ons in bevinden, want ik ben eigenlijk … Ja, ik ben het eigenlijk nooit zo eens met de SP, maar ik zie het dus wel. Het gaat natuurlijk om de onrendabele top van bedrijven die zich bezighouden met duurzaamheid. Wij gaan natuurlijk wel die experimenten die er gaan plaatsvinden, gaan zij doen op onze kosten. Ik zie ook wel, ja, dat wij … Hoe noem je dat? Die legitimiteit gaan wij afgeven aan inderdaad zo’n fonds met aandeelhouders. Dus wat we al eerder hebben gezegd, en waar D66 toentertijd ook kritisch over was, hoe zit het met die legitimiteit? Hoe wordt de raad erin betrokken? Dan heb ik wel een
27
vraag, want wij gaan zelf natuurlijk moeten we gaan experimenteren met geothermie, het warmtenet en al dat soort zaken. Deelt dat fonds dan ook in de kosten die wij moeten maken? Hoe is dat regionaal geregeld? Daar zouden wij graag een antwoord op willen hebben. De voorzitter: Niemand meer vanuit de commissie? Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Nou, één opmerking in aanvulling van mevrouw Van Zetten. Ik weet uit ervaring in onder andere gemeente Haarlemmermeer waar ik lang heb gewerkt dat het de raad een doorn in het oog was dat er zo weinig grip en zicht was op de ontwikkelvehikel SHBC. Dat zou ik de wethouder zeker willen meegeven dat we dat beter verankeren, dat het democratisch gehalte daarin gewoon goed geregeld is. De voorzitter: Dank u wel. Heeft iedereen het woord kunnen voeren? Ja? Dan is het woord aan wethouder Berkhout. Wethouder Berkhout: Ja, dank u wel. We zitten hier vandaag volgens mij niet voor het eerst over de ROM, of voorheen MRA Invest, te praten. Ook misschien meteen in reactie op mevrouw Van Zetten van Hart voor Haarlem: we hebben in november hierover gesproken bij de begroting, ik heb u een raadsinformatiebrief verstuurd. Dat was ongeveer de dag dat ook de SP een amendement indiende, want dat was de dag dat MRA Invest ROM werd. Nogmaals dank ook SP daarvoor, want dat was denk ik een heel constructief amendement.
Vervolgens heb ik u ook meegenomen in, dat duurde wat langer, dat klopt, maar uiteindelijk de ontwikkeling ook middels een raadsinformatiebrief en ook in de kadernota, nogmaals ook via de dekking. U heeft ook, ik heb u een technische sessie aangeboden, maar die heeft u afgewezen, dus in die momenten heb ik u wel gepoogd mee te nemen. Dat eventjes vooraf. Dan ga ik even … De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ik zei het omdat de kadernota wel een soort gelegenheid is om een soort visie te geven hoe je het komende jaar te werk gaat. Dan vind ik dat de raad altijd heel erg hun best doet om een visie per partij te geven en dat het college eigenlijk er schameltjes bij afsteekt. Ik vind juist met dit soort ontwikkelingen, en het gaat juist over die duurzaamheid en al die experimenten die u heel graag wil, dat u daar dan ook wel een stevige bijdrage had moeten leveren. Ik vind dat ik dan toch een beetje verrast word door dit stuk, maar dat kan ook aan mij liggen, hoor. Wethouder Berkhout: Nou, kijk ik wil u erop wijzen dat bij het raadsbesluit bij 4 staat bijvoorbeeld dat we weer de dotaties in de kadernota aangegeven laten vervallen, dus ook daar kwam het terug.
Ik ben het met u eens, ik heb graag liever meer tijd tijdens de kadernota om ook mijn verhaal over de duurzame ontwikkelingen te doen, maar vaak merk ik dat ik dan nog teruggebracht ben tot dertig seconden en u minimaal één keer heeft aangegeven dat het college teveel spreektijd heeft gebruikt. Dus dat is ook de dynamiek waarin ik mij bevind naar u toe. Mevrouw Van Zetten: Mijn voornaamste kritiek is dat u nu natuurlijk niet een … Eigenlijk heel weinig helder verhaal houdt. Dat kunt u gewoon als u uw teksten beter voorbereid had, kunt u dat ook in kortere tijd doen. Wethouder Berkhout: Oké. Dank, mevrouw Van Zetten. Ik ben altijd wel blij met uw kraakheldere verhalen. Oké, dan gaan wij nu door naar de beantwoording van een aantal partijen. Fijn trouwens in algemene zin ik denk ik heb u meegenomen in november vorig jaar met de ontwikkeling en u verwijst daar ook naar in uw bijdragen over het algemene zin, omdat u dat nog goed van op de hoogte bent hoe wij deze doorontwikkeling
28
maken. Ik denk dat we heel erg blij kunnen zijn met deze doorontwikkeling. Hij is nu stevig ingebed in onze overheidslagen door aansluiting van het Ministerie van Economische Zaken en de ChristenUnie zei het al, een gekke Gerritje zouden we zijn. Ja, het is wel enorm opvallend dat wij aan de ene kant zeggen als MRA: wij zijn de economische motor van dit land, 20 procent van het BNP komt hiervandaan, en dan hebben we nog geen regionale ontwikkelmaatschappij. Dus dat is een enorm hiaat wat ik denk dat we al veel eerder hadden moeten dichten, maar gelukkig nu doen en ook gelukkig gezien dat we daarmee ook de focus kunnen aanbrengen op die transitie die we zo belangrijk vinden met elkaar. Daarnaast, nou … De voorzitter: Mevrouw Verhoeff heeft een vraag. Wethouder Berkhout: Ja. Mevrouw Verhoeff: Ja, ik ben natuurlijk een stuk ouder als u, maar het is juist een compliment dat wij hem niet eerder nodig hadden, want juist de delen van het land waar het moeilijk ging, Limburg, het noorden, die zijn begonnen met de ROM’s. Wethouder Berkhout: Oh, kijk. Nou, dat is fijn het historisch perspectief daar even bij te halen. Ik denk wel dat de afgelopen jaren we hebben gezien dat dat ook een gemiste kans is, omdat een ROM ook breder ingezet kan worden, en dat hadden wij dus eventjes niet. Dus dat hiaat dichten we en ik denk dat we daar dus, ik hoor u daar brede steun voor uitspreken.
Dan de democratische legitimiteit: de VVD geeft dat denk ik heel helder aan. Ik kan toezeggen dat we dat vaker gaan rapporteren dan over de jaarverslagen. Dus zowel een evaluatie, dat zal dan 2023 zijn, maar daarvoor moeten we ook eventjes kijken, misschien ook wel om de inhoudelijke vraag van mevrouw Oosterbroek een beetje beter te kunnen volgen: blijft er niet geld liggen of hoe gaat dat nou in de praktijk? Dat we daar eventjes wat vaker over rapporteren. Volgens mij … Ik sluit niet uit dat dat binnen de MRA vaker gevraagd wordt door gemeenten, daar speelt natuurlijk inderdaad, en in zoverre heeft de heer Rijbroek misschien wel gelijk, de democratische legitimiteit is natuurlijk bij uitstek wel iets wat de discussie ook is van de governance van de MRA waar we over komen te spreken volgende week in de commissie Bestuur, maar nou kijk ik kan u dat dus toezeggen. Ik kan u ook zeggen, misschien, en dan sluit dat aan bij het punt van de uitsluiting van houtige biomassa, om beide punten misschien aan de zienswijze toe te voegen. Suggestie. Ik sta daarachter. Laat ik duidelijk zijn. Ik vind dat een goede. Laten we wat vaker monitoren en laten we in lijn met ons kaderstellend besluit voor de energietransitie dat ook meegeven hier. Ik denk dat het … Ik vraag u om uw zienswijze.
Als dat gedragen is, dat zal de voorzitter moeten afconcluderen, kan dat toegevoegd worden aan … De voorzitter: Kunt u even iets met houtige biomassa … Wat zegt u nu precies toe? Wethouder Berkhout: Zoveel mogelijk houtige biomassa verbranden. Nee, dat zei ik niet. Ik zei het punt van mevrouw Oosterbroek van GroenLinks is eigenlijk het standpunt wat de raad al enige tijd bezigt om aan de zienswijze uit te sluiten dat ook hier, nou misschien kan mevrouw Oosterbroek die zin concreter toezeggen, maar uit te sluiten dat hier sprake is van investering of iets dergelijks in houtige biomassa. Mevrouw Oosterbroek: Ja en houtige biomassaverbranding. Wethouder Berkhout: Ja, verbranding. Mevrouw Oosterbroek: Voor energie.
29
De voorzitter: Dan wil ik voorkomen dat … Mevrouw Oosterbroek: Dus dat willen we niet. De voorzitter: Dat we dat gaan aanvullen met allerlei andere dingen waar we niet in willen investeren, maar straks even in uw termijn meenemen of daar draagvlak voor is. Mijnheer Bloem. De heer Bloem: Ja, ik vind het een mooi voorbeeld. Dat komt in de zienswijze dan, dat gaan wij dan als Haarlem zeggen. En dan? De voorzitter: De heer Berkhout. Wethouder Berkhout: Dan nemen we dat mee, gelijk als hoe we dat in de MRA meenemen. De heer Bloem: En dan mogen we als je gelovig bent naar boven kijken en dan hopen dat het goed komt. Wethouder Berkhout: Ja, misschien moet ik nog iets nadrukkelijk zo stilstaan bij de punten die u noemde, want u zei eigenlijk: we hebben helemaal geen controle. Dat ben ik niet met u eens. Ik denk wij zijn aandeelhouder straks, dus wij zitten in de AVA, ja, 5,5 miljoen op 130 miljoen, maar u ziet ook bij de Q&A, de bijlage … Even kijken. De bijlage 7, daar ziet u bij de vragen 57, 58, 59 exact deze vraag over zeggenschap en daar ziet u ook hoe daar wel degelijk op gestuurd kan worden. Dat gaat ook denk ik, en daar is ook het linkje met mevrouw Oosterbroek, daar zien wij ook wel echt de investeringen die daadwerkelijk worden gedaan en daar heb je ook invloed als aandeelhouder.
Daar staat ook precies dat er ook vanuit de kleinere gemeenten, dus de 5,5 miljoen, daar zijn we nog een van de grotere van de kleinere, naast de provincie Noord-HollandNoord en Amsterdam, daar moeten minimaal drie daarvan zeggenschap hebben. Of akkoord gaan. De heer Bloem: Nou, voorzitter, ik heb nog geen antwoord op mijn concrete vraag: kunnen we dat nou afdwingen? Dat we gewoon geen houtige biomassa direct of indirect de verbranding van dat gaan doen of kunnen we dat niet? Dat is een hele simpele vraag. De voorzitter: Ja, die is helder. Mijnheer Berkhout. Wethouder Berkhout: Ja. Nee, dus ik denk we kunnen op meerdere momenten daarop sturen, dus ik denk inderdaad dat u gelijk heeft dat we dat misschien niet, ik zou dat ook technisch nog even moeten navragen, volgens mij zitten er tweeledig: u kunt het als zienswijze meegeven, ik denk dat het dan heel goed is dat de balans wordt opgemaakt bij de oprichting. Wij zijn namelijk een van de eerste aandeelhouders, dus ook de founding fathers. Daar kan ik het heel nadrukkelijk of wij als aandeelhouder aangeven. Daarnaast zal dat, ja … De voorzitter: Mijnheer Berkhout heeft er vertrouwen in. De vraag is … Wethouder Berkhout: Zeker. De voorzitter: Heeft u er draagvlak voor? Mijnheer Rijbroek. De heer Rijbroek: Nog even een aanvulling.
Mijnheer Berkhout, wethouder Berkhout, u heeft het over volgende week mogelijk in de governance te bespreken, misschien mag ik een suggestie doen vooruit: neem eens contact op met Bouwend Nederland en Techniek Nederland om te kijken wat zij nu als oplossingen zien
30
en eventuele uitdaging op dit moment waarom het allemaal stagneert en daaruit zeg maar verdere visie te ontwikkeling. Het is maar een idee. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Berkhout: Ja. De voorzitter: Gaat u verder, mijnheer Berkhout. Wethouder Berkhout: Ja, mijnheer Rijbroek, dat waren uw generieke opmerkingen voor de vertraging van de energietransitie. Dat begrijp ik heel goed. Ik denk dat iedereen in Nederland kan zien dat de grondstoffenprijzen stijgen en de arbeidsmarkt krap is. Ik denk dat dat een evident punt is, eerlijk gezegd, maar weerhoudt ons dat ervan om dit dan niet op te richten? Zou mijn wedervraag zijn. Ik denk dat het iets is waar we heel erg zorgvuldig naar moeten kijken en waar ook een opgave bij de formatie op landelijk niveau ligt om daar een oplossing voor te verzinnen. De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder Berkhout: Dan, eventjes kijken, de PvdA. Die gaf aan: de sociale component. Ik denk dat dat ook een verstandige is, wellicht ook voor de zienswijze. Maar een ander punt, u gaf aan de lokale ondernemersverenigingen, de IKH en de MKB Haarlem. Zij hebben zoals u denk ik weet, hebben we ook eerder aangegeven, een letter of intent ondertekend. Zij zijn groot voorstander van deze ontwikkeling en zij zijn dus ook daarmee ook in eerste instantie gesprekspartner geweest. Ik moet nagaan of zij ook in de klankbordgroep gaan of zullen plaatsnemen.
Maar zij zijn vanaf het begin af aan nadrukkelijk betrokken geweest en hebben ook hun letter of intent gegeven, beide partijen. De voorzitter: Mevrouw Verhoeff. Mevrouw Verhoeff: Puur ter verduidelijking, wethouder. Kan worden opgenomen in de zienswijze, verwacht u dan van iemand van deze kant, van mijn kant of vanuit de commissie om daar iets voor te formuleren of komt u met een voorstel om dat te formuleren? Wethouder Berkhout: Dus dat is hoe we dat gebruikelijk doen, dus a) u dient het in. Dan is het eventjes aan de voorzitter om, tot nu toe, de drie punten genoemd te kijken: is daar draagvlak voor? Dan denk ik dat het eenvoudig is dat dat via de griffie die drie punten worden meegenomen aan het raadsbesluit. Dan, ja, de tweede vraag van GroenLinks ging over het Kennemer inkoopplatform. Ik wil u er wel even op wijzen: dat is wel een hele andere schaal. Dat is de lokale MKB, veel kleiner. Het gaat niet om miljoeneninvesteringen zoals op dit niveau, dus dat is … Ik ben er heel trots op dat we dat hebben, maar het is voor de lokale MKB, en dat is iets anders dan voor de grotere partijen op dat niveau. Dat laatste punt wat u zei dat is volgens mij exact het doel, maar ik denk dat u daar moet ook de praktijk ook uitwijzen: hoe gaat dat in de praktijk? U geeft daar aan u maakt zich zorgen over hoog rendement of hoog risico waardoor projecten stagneren.
Ja, dat lijkt mij dan dit is juist de vehikel om juist dat gat in de markt mogelijk te maken, dus dat lijkt me dan een beetje tegenstrijdig. Maar daarvoor heb ik ook eerder tegen de heer Bruch toegezegd: wij gaan dat monitoren, maar dat lijkt me in essentie dus niet het idee van de ROM, laat dat maar duidelijk zijn. Dat waren denk ik de punten, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Is er draagvlak voor de voorgestelde wijziging? Handen, graag. Ja?
31
Mevrouw …: Goed, die houtige biomassa. De voorzitter: Welke? Die ene is de houtige biomassa. Ja. Even … De eerste was die houtige biomassa waar we niet in willen investeren. Was daar draagvlak voor? Ja. Ja, dat begrijp ik. Mevrouw Oosterbroek, zou u daarvoor een zin willen aanleveren? Tweede was, zo heb ik hem begrepen, de deelname van de IKH. Nee? Oh, dat gaat u navragen. Wat was de tweede dan? Wethouder Berkhout: Nee, volgens mij was het het voorstel van de heer Bruch van vaker terugkoppeling of meenemen, moet ook even een goede zin voor verzinnen. De voorzitter: Oh, dat … Wethouder Berkhout: Maar het gaat om … De voorzitter: Wil u er in opnemen. Wethouder Berkhout: De rapportages vanuit de MRA op dit vlak. U moet vaker meegenomen worden. Nou, de houtige biomassa en dan was er het voorstel voor de ‘…’. Ja, dat moet u misschien even toelichten, mevrouw Verhoeff. Maar die drie onderwerpen waren het. De voorzitter: Mevrouw Verhoeff. Mevrouw Verhoeff: Heel simpel. Wij zeiden al: niet als een eis, maar wel om een toetsing op de sociale component. Daar moeten we dan iets slims voor verzinnen in de tekst. De voorzitter: Oké, dat wilt u ook terugzien? Dus de social return on investment terug in de tekst. Is daar steun voor? Dat vind ik niet overtuigend. Nee, ja? Oké, ja. Meerderheid.
Dan was dus van mijnheer Bruch, wilt u het even toelichten? De heer Bruch: Ja, ik zou graag … De voorzitter: Mag u ook een zin aanleveren. De heer Bruch: Ik zou graag in 2023 bijvoorbeeld een evaluatie willen hebben en iets vaker een tussenrapport. Ik vraag me alleen af of het in de zienswijze moet, want we zitten erbij, dus ik kan me ook voorstellen dat de wethouder af en toe gewoon toelicht hoe het eraan toegaat, dat wij niet van de MRA een tussenrapportage. De voorzitter: Precies, dus ... De heer Bruch: Maar dat is wat … De voorzitter: Ik had hem ook niet als zienswijze geregistreerd. De heer Bruch: … wat vindt de heer Berkhout daarvan? Want volgens mij hoeft dit niet in zienswijze. De voorzitter: Dus de wethouder … De heer Bruch: Wij nemen in principe genoegen met een toezegging van de wethouder.
32
De voorzitter: Kijk. Wethouder, doet u een toezegging. Wethouder Berkhout: Ik heb nog even een toelichting. Ik heb het ook eventjes – dat is de luxe van de techniek – ook even technisch nagevraagd. Ik krijg hier te horen dat houtige biomassa al is uitgesloten. Ja, ik wou het toch even melden. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Maar ik lees het niet. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek. Wethouder Berkhout: Nou, dat krijg ik nu wel technisch door, dus dat is één. Daarnaast krijg ik ook mee dat wij in de eerste instantie via de kaderstellende stukken in het reglement hier ook nog eens harde voorwaarden aan kunnen verbinden. Dus er zijn, in generiek, dus A, hij is uitgesloten volgens mijn technisch advies en het tweede, daar is ook nog een ander moment om dat uit te sluiten. De voorzitter: Ja, maar daar waren we niet. We waren bij dat u een toezegging net ging doen naar mijnheer Bruch. Wethouder Berkhout: Nee, maar die heb ik al gedaan, dus die kan ik bij deze bevestigen. Wij hebben ook die invloed om te zeggen: een evaluatie in 2023 en tussentijds periodiek meenemen, ja. De voorzitter: Oké, dus dan hebben we een toezegging, twee toevoegingen aan de zienswijze. Eén over de SROI en die ander over de houtige biomassa. Daarvan vermoed ik dat daar nog wel wat technisch heen en weer gaat. U levert daarvoor een zin aan, beiden, aan de griffie. Ja, oké. Dank u wel.
Dan, hoe mag dit stuk naar de raad? Stemverklaring, hamerstuk met stemverklaring. Oké, helemaal goed. Dank u wel. Dan, mevrouw Meijs, die zit aan de zijkant, ja. 8.
19.10 uur Vrijgeven Cultuurplan 2022-2028 voor inspraak (MTM) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 8, ‘Vrijgeven Cultuurplan 2022-2028 voor de inspraak’. Op 26 november vorig jaar heeft de gemeenteraad de startnotitie, de inhoudelijke en financiële kaders voor het nieuwe cultuurbeleid vastgesteld. Vervolgens is er uitgebreid een participatietraject doorgelopen – online, dat wel. In het nieuwe Cultuurplan wordt de visie voor de cultuur in Haarlem gepresenteerd en aan de agenda voor 2024. Het college geeft nu dit Cultuurplan vrij voor de inspraak en stuurt het besluit dus naar deze commissie. De reactie – wacht even – de reactie van de commissieleden wordt meegenomen in het definitieve Cultuurplan dat in het najaar ter besluitvorming wordt voorgelegd. Ja, vorige agendapunt nog. Wethouder Berkhout: Ja, even een nabrander voor het vorige agendapunt. Ik kan u mededelen dat er vergaande gesprekken zijn van de organisatie van de ROM om zich ook in Haarlem te gaan vestigen. Zij gaan zich in de Koepel vestigen. De voorzitter: In de Koepel? Nou, dat is een aardig nieuwtje. Er hebben zich voor agendapunt 8 een aantal insprekers aangemeld, een vijftal. Mevrouw …: Nee, vier. Eentje schriftelijk.
33
De voorzitter: Ja, dat ga ik dan vertellen. Maar ik had er twee hier verwacht. Mevrouw …: Klopt, en mevrouw Van der Wijden en die is even weg. Maar anders dan komt ze zo. De voorzitter: Dus schriftelijk is er een inspreekbijdrage van ‘…’ Frans Hals Museum. Twee digitale insprekers, die komen straks. Wij hebben twee mensen hier in de vergadering, dat is mijnheer Schrik namens het Houtfestival, en mevrouw Van der Wijden. De heer Schrik, bent u vaker geweest? De heer Schrik: Hier niet, maar … De voorzitter: Nee, maar u weet hoe het werkt dan? Dan heeft u drie minuten om uw verhaal te vertellen. Gaat uw gang. De heer Schrik: Yes, oké. Ik ga heel erg mijn best doen dit in drie minuten. Is er een timer ergens? Nee, oké. O, achter me? Ja, dan kan ik hem niet zien, ik kan hem niet in de gaten houden. Oké. Ik ben hier namens het Houtfestival. Het Houtfestival kijkt enorm uit naar het organiseren van haar 35e editie. Want dat er al 34 keer een festival georganiseerd is dat gratis toegankelijk is, met kunst en cultuur die mensen nog niet kennen, daar zijn wij enorm trots op. Wat goed is om te weten, is dat iedereen die aan het Houtfestival meewerkt niet alleen bevlogen en gemotiveerd is, maar het ook om het niets doet, allemaal vrijwilligers dus. Al het geld van het Houtfestival van de gemeente en de vele culturele fondsen in de giften van mensen gaat voor honderd procent naar de inhoud.
Dat mensen het vrijwillig doen, mag geen reden zijn om te denken dat wij maar een beetje hobbyisten zijn … Sorry, is een beetje hard, hè? Ik ben een artiest, ik treed ook op, en dan moet je goed in de microfoon praten. Dat ben ik gewend. Nee, ik zit ook zo ver naar voren omdat moet lezen, ik heb het allemaal voorbereid en nu gaan mijn drie minuten maar voorbij. Maar goed, waar was ik? De inhoud. Maar we zijn niet alleen maar hobbyisten, de productie wordt gedaan door professionals, de communicatie door professionals, de techniek en het geluid, ga zo maar door. Wij doen het vrijwillig, maar we zijn geen goedkope kunst en cultuur. De afgelopen tijd mochten wij meespreken over het Cultuurplan. U kunt lezen dat onze directeur en onze voorzitter mee hebben gedaan aan verschillende inspraaksessies. Het was de gemeenteraad die vorig jaar aangaf dat het Houtfestival als één van de drie culturele festivals ook betrokken moest worden bij het opstellen van het Cultuurplan. Daar zijn we jullie dankbaar voor, dat we daaraan mee hebben gedaan. Maar we zitten hier toch nog met een verzoek om hulp. Er staan mooie en warme woorden in het Cultuurplan voor de culturele festivals en het Houtfestival, maar er gaat wel iets mis op het einde. Want daar wordt aangegeven dat de culturele festivals onder het evenementenbeleid zullen blijven vallen.
Nu kan je denken: dat is een technischheidje, dat maakt toch verder niet uit. Maar dat doet het jammer genoeg wel. Voor onze middelen zijn we namelijk aangewezen op culturele fondsen. Bij de aanvraag voor een fonds is het eerste criterium dat je als aanvrager cultuur moet maken, organiseren en presenteren. Logisch. Voor een fonds is het heel belangrijk hoe de overheid lokaal of provinciaal de waarde van de aanvragen beoordeeld. Dat is aan de ene kant of er overheidssubsidie is en hoe de aanvrager te boek staat, en hier zit het hem nou. Als het Houtfestival als evenement te boek staat, is dat simpelweg geen cultuur. Dus we komen vandaag niet vragen om geld, onze hand omhooghouden, we komen vandaag om de inhoud. We zouden aan jullie willen vragen om de wethouder te bewegen om het Houtfestival, maar ook de andere twee culturele festivals, de Koorbiënnale en Orgelfestival, op te nemen als onderdeel van het cultuur-DNA van de stad. Wij worden door de media- en cultuurexperts geroemd om de cultuur en de kunst die we weten te presenteren op het festival en dat zou heel jammer zijn als de gemeente ons niet zo opneemt in het Cultuurplan voor de komende zes jaar. Tot slot, wij zijn heel erg blij dat we dit jaar toch iets weten te doen, want we hebben al twee jaar vanwege corona niks kunnen doen.
19 september staan we op het Slachtstrand met een heel leuk event en het is gratis, dus jullie zijn allemaal van harte welkom. Dat was hem.
34
De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Van der Wijden van Museum Haarlem. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Wijden: Geachte leden, u heeft in het Cultuurplan kunnen lezen dat er voor Museum Haarlem nog separaat besluitvorming zal plaatsvinden aan de hand van de meerjarenmuseumbegroting over het al dan niet continueren van onze subsidie. Maar in een persoonlijk gesprek heeft de wethouder ons nu al laten weten dat dit een gepasseerd station is en dat de exploitatiesubsidie voor Museum Haarlem na 2022 niet langer gecontinueerd wordt. Dit houdt in dat er straks in een historisch rijke stad als Haarlem niet langer het grote, brede verhaal van de geschiedenis verteld kan worden. Dat er niet langer een plek is waar de relaties tussen de middeleeuwen, de vroegmoderne tijd en het heden gelegd kunnen worden en dat er een plek in Haarlem verloren gaat waar de geschiedenis samen met, en meestal en vaak, op verzoek van inwoners gemaakt wordt en getoond. Dat er een plek in Haarlem verloren gaat waar de stad en haar bewoners centraal staan. Elke stad verdient een stadsmuseum. Het is bekend dat het een verbindend vermogen heeft en in de globaliserende wereld waarin wij leven wordt de eigen omgeving steeds belangrijker. Het verenigingsleven is al jaren geleden weggevallen. Wat mensen bindt is een gezamenlijke geschiedenis en die kunnen de Haarlemmers in het museum vinden.
Daarnaast is er het educatieve belang voor volwassenen, maar zeker ook voor de scholieren. Zij leren in het museum dat hun eigen omgeving niet vanzelfsprekend is, maar zo gegroeid is onder invloed van de geschiedenis. De afgelopen jaren heeft het museum ruim zevenenhalve ton bij fondsen en sponsoren opgehaald om de grote vaste opstelling Allemaal Haarlemmers te maken, die zo’n vijf tot zeven jaar blijft staan. Deze tentoonstelling over duizend jaar geschiedenis van de stad is afgelopen september door de burgemeester geopend. Weet u met welke reden wij de fondsen straks moeten overtuigen dat hun geld eigenlijk weggegooid is omdat de gemeente haar stadsmuseum niet langer wil steunen? En al 45 jaar verzamelt het museum objecten uit de Haarlemse geschiedenis. Het zijn er ruim 4500. Dit is uw collectie, de collectie van alle Haarlemmers en inwoners van Zuid-Kennemerland. Een collectie onderhouden kost geld. Dat wordt nu voor heel weinig door onze vrijwilligers onderhouden en in stand gehouden. Wat gaat de gemeente met de collectie doen als Museum Haarlem straks wegvalt? En volgens het Cultuurplan wil de gemeente het belang van erfgoed voor de stad vergroten. Maar erfgoed speelt in het Cultuurplan een zeer ondergeschikte rol.
Waar is bijvoorbeeld de rol die het Archeologisch Museum speelt? En worden de taken van het Noord-Hollands Archief wel voldoende onderkend? En waarom is Museum Haarlem hier op voorhand geheel uit weggepoetst? Het historisch belang van Haarlem wordt met dit plan ontkend. Onze vraag is: hoe belangrijk vindt u het dat onze rijke geschiedenis voor de stad behouden, bewaard en getoond wordt? Hoe belangrijk vindt u het dat de jeugd een plek heeft waar zij kennis kunnen maken met hun eigen omgevingsgeschiedenis? Vindt u dit op jaarbasis een kwartje per inwoner waard? En niet op de laatste plaats, we geven zo’n honderd vrijwilligers een plek om mee te draaien in de maatschappij. Wat gaat u hen vertellen? Mijn verzoek is: neem Haarlem op in de BIS en erken hiermee het belang van wat een stadsmuseum voor de stad betekent. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben zich ook twee insprekers digitaal aangemeld. Dat is mijnheer Van Balken van de Philharmonie en mevrouw Sterman van de Philharmonie. Omdat ze all… De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: O, kijk, dat scheelt. Dat scheelt enorm. Zitten ze er allebei in? Nou, dan geef ik het woord aan mijnheer Van Balken. U moet uw microfoon nog aanzetten, mijnheer Van Balken. Mijnheer Van Balken, we horen u nog niet. Soms zit er gewoon even een vertraging in. Nee, nog steeds niet. En bij mevrouw Sterman,
35
gaat het daar wel? Mevrouw Sterman, kunt u iets in de microfoon zeggen en kijken of we u kunnen verstaan? Nou zien we u niet meer. Mevrouw Sterman: Ja, volgens mij, bij mij zou die het nu moeten doen. De voorzitter: Ja, mevrouw Sterman, dan heeft u het woord voor maximaal drie minuten. Gaat uw gang. Mevrouw Sterman: Prima. In principe zou mijn collega Edwin het inleidende woordje doen namens de instellingen. De voorzitter: Ach, moeten we even wachten? Mevrouw Sterman: Nou, ik begin wel, maar dan komt een soort van inleiding over hoe wij samen zijn opgetrokken nog even bij hem aan bod. Geachte raadsleden, heel erg fijn dat er nu een nieuw Cultuurplan ligt waarin de ambities voor de komende jaren verwoord zijn. Mijn naam is Tamara Sterman, ik ben directeur van 37 PK, Platform voor Kunsten en een van de beoogde BIS-instellingen. Ik reageer hier namens de hele groep van culturele instellingen die beoogd zijn als BIS. We vinden het heel mooi om te zien dat er een plan is samengesteld waarin een brug wordt geslagen tussen structurele culturele activiteiten in de stad en nieuwe, incidentele projecten. Want al jaren bestond er in het culturele veld een flinke spanning tussen continuïteit en vastigheid enerzijds, en flexibiliteit en innovatie anderzijds.
Maar praktisch bijna iedere instelling, organisatie, maker of initiatief die ambities koesterde die verder reiken dan een incidenteel project, liep vast op de onmogelijkheid om door te groeien, om meer langlopendere programmering te realiseren, om verder te kunnen kijken dan bijvoorbeeld één productie, één uitvoering, of één editie. Dit heeft in het verleden veel culturele initiatiefnemers gefrustreerd en helaas regelmatig ook doen afzien van het doorzetten van hun activiteiten, wat eigenlijk een aderlating was voor de cultuur in Haarlem. Met het plan voor het opzetten van de programmasubsidies kan eindelijk ruimte ontstaan voor deze organisaties en initiatiefnemers om hun activiteiten beter te bestendigen en uit te bouwen. Zo kunnen ook meer structurele samenwerkingsverbanden, zowel binnen als buiten de cultuursector groeien. We hebben alleen wel zorgen over de onderliggende benodigde financiering daarvoor. Er is dekking gevonden in een eenmalige coronanoodsteun die vanuit het Rijk aan de gemeente is gedelegeerd ter ondersteuning van de getroffen cultuursector. Dat is zeker een werkbaar plan, denken wij, maar het bevat wel een paar risico’s waar we graag uw aandacht extra op willen vestigen. Deze noodgelden zijn eenmalig beschikbaar en daardoor slechts tijdelijk in te zetten.