20201211832 2. Bijlage 1 Concept SPvE knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid
Tekst van het document
meter maakt het geheel compleet, zorgt voor voldoende diversiteit en voor een geleidelijke overgang naar delen met een lagere hoogte. Voor bovenstaande hoogbouw stelt het gemeentelijk beleid dat een Hoogbouw Effect Rapportage (HER) moet worden opgesteld. Hierin spelen onder meer technische aspecten als bezonning en windhinder een rol. Een HER komt bij voorkeur tot stand in onderlinge samenwerking tussen de ontwikkelende partijen om maximaal inzicht te krijgen in de omgevingseffecten. De HER wordt gekoppeld aan de te voeren planologische procedure, zoals het bestemmingsplan en maakt hiervan onderdeel uit.
uitgangspunt. Komend vanaf de stadsrand neemt de stedelijkheid in westelijke richting toe. Tevens ontstaat zowel vanuit zuidelijk als noordelijke richting een helder en herkenbaar silhouet van Haarlem Nieuw-Zuid als stedelijk knooppunt. Aan het Spaarne ontstaat een abrupte overgang naar de lage bebouwing aan de overzijde van het water. Hier manifesteert Schalkwijk
Compositie: Vanaf verschillende plekken binnen en buiten de stad ontstaat zicht op het toekomstige ensemble. Het componeren hiervan luistert nauw en gebeurt in samenhang en aan de hand van belangrijke zichtlijnen. Een compositie waarbij een opgaande lijn wordt opgezocht langs de Schipholweg is het royale plinten geven het gebied een aantrekkelijke uitstraling en zorgen voor stedelijke dynamiek op maaiveld
oplopende compositie van hoogbouw richting Spaarne (gezien vanuit het Noorden)
CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
RUIMTELIJK KADER zich zichtbaar aan het Spaarne als bijzonder stadsdeel van Haarlem. Overigens is het nuttig om in de toekomst de westkant van het Spaarne nader vorm te geven. Enerzijds om de wel heel scherpe schaalsprong beter op te vangen en anderzijds om de ruimtelijke kwaliteit van de locatie te verhogen als aanlandplek vanuit het knooppunt in de oude stad. Clusters De projecten vallen binnen het plangebied in drie clusters uiteen, die drie verschillende lange lijnen markeren: het Spaarne, de Schipholweg en de Europaweg. Binnen de clusters wordt voor de samenhang en de begeleiding van de genoemde lange lijnen gezocht naar samenhang in de architectuur.
Overgang naar bestaande buurten De overgangen naar de bestaande laagbouwbuurten (Slachthuisbuurt in het Noorden; Kruidenbuurt in het Zuiden) verloopt via een tussenschaal. Als overgang naar de Slachthuisbuurt geldt dat de bebouwing in principe uit maximaal vier tot vijf lagen bestaat. Hiermee blijft de hoogte ondergeschikt aan de vijflaagse bouwplannen op de hoek met de Schalkwijkerstraat en het Spaarne. Het Spaarne geldt in de stedenbouwkundige hiërarchie als een hoofdruimte met eerstelijnebebouwing die in de regel hoger is dan tweedelijnebebouwing (bijvoorbeeld een zijstraat). Het is dus logisch dat er aan het Spaarne hoger gebouwd kan worden dan in een zijstraat. Als referentie naar de bestaande buurten vormt de bovenste bouwlaag een bijzondere bouwlaag in de vorm van een kapverdieping of een setback. Een eventuele gedeeltelijke zesde laag is stedenbouwCONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
kundig gezien niet wenselijkheid voor deze locatie, maar kan vanuit volkshuisvestelijke en financiële overwegingen (meer woningen) wel wenselijk zijn. Als overgang naar de Kruidenbuurt zijn een twee- of drietal losse gebouwen mogelijk van maximaal vijf bouwlagen. Voorwaarde voor toepassing van deze maximale hoogte is een minimale afstand tot bestaande hoofdgebouwen in de Kruidenbuurt van 20 meter. Binnen de minimale afstand is bebouwing mogelijk tot maximaal vier bouwlagen. Overgangen naar het binnenterrein van Van der Valk en het voormalige terrein van Rijkswaterstaat hebben een maximale hoogte die gemiddeld ondergeschikt is aan de hoogte van de bebouwing langs de Europaweg en Schipholweg. Het gaat hier om bebouwing van maximaal vier tot acht bouwlagen. De overgang naar het sportpark kenmerkt zich door ruime doorzichten van park naar Schipholweg en
clusters van torens als markering van lange lijnen
andersom. Hier loopt de bebouwing in het geval van het realiseren van een mobiliteitshub op deze plek, af tot maximaal vijf bouwlagen aan de nieuwe rand van het sportpark. Eventuele bebouwing gaat een directe relatie aan met de groene omgeving.
Sportpark en entree groene zoom Het sportpark wordt geïntensiveerd, openbaarder en er komen nieuwe entrees richting Schipholweg en Spaarne. Mogelijk ontstaat hier een bebouwde mobiliteitshub die deels kan worden gecombineerd met sportfuncties. Bij een keuze voor een bebouwde mobiliteitshub op deze plek is aandacht voor de overgang naar de achtergelegen sportfuncties en groene doorzichten vanaf de Schalkwijkerstraat en in het verlengde van het nieuwe pleintje aan de Hamelinkstraat. We maken de entree van de Groene Zoom flink breder, tot circa 45 meter en het krijgt het karakter van het begin van een oeverpark. Het sportpark wordt hier
stedenbouwkundige accenten en bijzondere hoeken
33
RUIMTELIJK KADER onderdeel van. Wandelpaden trekken we door naar het sportpark om de toegankelijkheid, zichtbaarheid en aantrekkelijkheid in het algemeen te vergroten. Het sportpark en de hoogbouw brengen een gunstige luchtcirculatie op gang waarbij verkoelende lucht het gebied in trekt en via nieuwe doorgangen de versteende Slachthuisbuurt in wordt geleid.
Dag en nacht Knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid is een van de weinige plekken in Haarlem waar 24 uur per dag beweging is. Met de komst van de mobiliteitshub wordt dit karakter verder versterkt. Het gebied is straks overdag, ’s avonds en in de nacht een prettige plek. Van 08.00 uur tot 24.00 in hoge intensiteit en daartussen in lage intensiteit. Bij voorkeur stemmen we de programmering en de plek van bijzondere functies zoals fietsparkeergarages en wachtruimten hierop af. Deze plekken, de gebouwen en de functies zullen aantrekkelijk en verlicht zijn, wat prettig is voor de bezoekers en reizigers. Bij het ontwerp van de openbare ruimte kijken we nadrukkelijk naar alle momenten van de dag. Het ontwerp heeft een dag- en nachtschets. In de projectbeschrijving staat hoe de bebouwing reageert op licht en wat wordt gedaan om de ruimtelijke beleving in de donkere uren te versterken.
OPENBARE RUIMTE Ambitie De ambitie van het ontwikkelen van een succesvolle openbare ruimte worden samengevat in een ambitieweb met zes thema’s: • identiteit/placemaking • verblijfskwaliteit • mobiliteit • klimaatadaptatie • flora en fauna • bodem en ondergrond Voor deze thema’s is een nulmeting gedaan en zijn de startpunten vastgelegd. Per thema bepalen we de ambitie. Het model streeft geen exacte wetenschap na, maar geeft indicatief en verhoudingsgewijs aan hoe hoog de onderlinge ambities per thema is.
schematische weergave kwaliteiten openbare ruimte huidige situatie
34
Identiteit / placemaking De openbare ruimte kenmerkt zich als een groene stedelijke ruimte doorsneden door een netwerk van wandelroutes met een semi-informeel karakter. Het geheel bestaat uit een tweetal gekoppelde pleinen gericht op het Spaarne en de Europaweg. De groene pleinruimten stimuleren ontmoeten, gezondheid en verbinden. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire netwerken voor langzaam verkeer: primaire routes langs lange lijnen en een dwaalmilieu in de tweede lijn.
Spaarneplein Het ‘Spaarneplein’ (ter hoogte van Schipholweg 1) wordt ingericht als verhard plein met veel groenvakken en bomen. Het is onderdeel van de dynamische stadsentree. De functies en het verblijf zijn meer op de wijk gericht met ruimte voor terrassen en uitbundige
schematische weergave kwaliteiten openbare ruimte op basis van geformuleerde ambitie
CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
RUIMTELIJK KADER publieksfuncties in de plint en de aangrenzende ruimte. De ruimte is gericht op dynamiek tussen 08.00 uur en 00.00 uur. De mobiliteitshub maakt onderdeel uit van dit plein en is medebepalend voor de identiteit van de plek.
Europaplein Het ‘Europaplein’ krijgt de functie en uitstraling van een eigentijds buurtplein en markeert het begin van de Europaweg. Het wordt een groen boomrijk plein met verhardingsvakken. We verbeteren de oversteekbaarheid van de Europaweg. Daarbij is het uitgangspunt dat voetgangers en fietsers voorrang hebben op het autoverkeer, dat zichtbaar ondergeschikt is aan het langzaam verkeer. Plintfuncties (zoals winkels, horeca en maatschappelijke voorzieningen) worden van harte uitgenodigd om gebruik te maken van de aangrenzende publieke buitenruimte. De uitstraling van de huidige grote, open ruimte, wordt door de aanplant van veel bomen en divers groen veel beschutter en lommerrijker. Hoogteverschillen passen binnen deze landschappelijke inrichting en geven de plek een intieme sfeer. Hoofdroutes voetgangers en fietsers Nieuwe routes voor voetgangers ontstaan in het plangebied. De hoofdroutes lopen via de lange lijnen Schipholweg, Europaweg en langs het Spaarne. Er komen royaal brede wandelroutes in het groen die de pleinen verbinden met het aansluitende gebied. Nieuwe bomen en zeer divers groen zorgen voor voldoende schaduw en worden zo geplaatst dat zichtlijnen worden versterkt. De plinten staan direct aan de pleinruimte zodat plintfuncties zich vanuit de gebouwen naar de buitenlucht kunnen uitbreiden.
We koppelen wandelroutes aan open watergangen en wadi’s, die aantrekkelijk zijn vormgegeven en toegankelijk worden gemaakt. CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
Secundaire routes voetgangers Naast de hoofdruimte gekoppeld aan de lange lijnen, ontstaat ter contrast een dwaalmilieu in de tweede lijn (smalle voetpaden, wandelpaden etc.) Het dwaalmilieu kenmerkt zich door rust, intimiteit en kleinschaligheid. Het dwaalmilieu wordt nog groener en informeler aangezet en draagt bij aan een fijnmazige vertakking van het voetgangersnetwerk. Speelplekken en zitplekken liggen bij de plintfuncties. Het dwaalmilieu is bij uitstek geschikt voor een blokje om, lezen en muziek luisteren en een picknick in het groen.
De oversteekbaarheid van de Schipholweg wordt verbeterd en de barrièrewerking van de weg wordt minder. De weg en de mobiliteitshub worden integraal onderdeel van het plein dat zich uitstrekt over de volledige breedte van het profiel van gevel tot gevel. Het uitloopgebied van het sportpark leent zich voor sportactiviteiten in de openbare ruimte, zoals hardlopen of wandelen.
Mobiliteit
De buitenruimte biedt maximaal ruimte om te ontmoeten en te verblijven én stimuleert de gezondheid. Door de diversiteit van de functies wordt het gebied levendig; dat draagt bij aan de verblijfskwaliteit. Het autoverkeer blijft aanwezig, maar is niet langer de dominante factor in het gebied. Voetgangers en fietsers krijgen de ruimte.
Het gebied is op basis van de principes van de SOR ingericht voor de voetganger, fietser en het OV. De openbare ruimte kent geen auto-dominantie meer en er wordt vol ingezet op een duurzame mobiliteitstransitie. De ingebruikname van een moderne mobiliteitshub speelt hierin een essentiële rol. Op grond van de SOR zijn voetgangers en fietsers de gewenste hoofdrolspelers in de openbare ruimte. De ambitie is om loop- en fietsroutes in en door het gebied te verbeteren en bewegen te stimuleren.
klimaatadaptieve buitenruimte als onderdeel van
groen en lommerrijk dwaalmilieu in de tweede lijn
Verblijfskwaliteit
35
RUIMTELIJK KADER Voetgangers
Fietsers
De ambitie zet maximaal in op het versterken van het fijnmazige voetgangersnetwerk en het creëren van nieuwe looproutes door het gebied. Naast een centrale rol voor de hoofdvoetgangersroutes langs lange lijnen, wordt waar mogelijk via het dwaalmilieu aansluiting nagestreefd met aansluitende voetgangersdomeinen in naastgelegen buurten. Er ontstaat aansluiting met de groene corridor via het aanliggende terrein van het Kennemer Gasthuis. Aanlandplekken van voetgangersroutes aan de noordkant van de Schipholweg zijn de toekomstige pleintjes richting Hamelinkstraat en Graafschapstraat. Via de Hamelinkstraat ontstaat een kleinschalige doorbraak naar de achtergelegen Slachthuisbuurt. Er ligt een kans om na de beëindiging van het tankstation een oversteek te maken richting Merovingenstraat. Daarmee wordt deze informele route ingebed in het geheel van fijnmazige voetgangersroutes in het noordwestelijk deel van Schalkwijk.
Het fietsverkeer neemt een belangrijke plek in binnen het plangebied. We verbeteren de bereikbaarheid voor fietsers, verhogen de fietsbeleving en faciliteren een soepele overstap tussen fiets en HOV. Fietsparkeerplekken hebben logische uitgangen en sluiten aan op fietsroutes. De oversteekbaarheid van de Schipholweg wordt verbeterd en via de Hamelinkstraat ontstaat een informele fietsroute naar de Slachthuisbuurt. Binnen en rond het zoekgebied van de mobiliteitshub komen extra fietsstalingsplekken. Uitgangspunt is dat de hoofdfietsroutes direct aan de lange lijnen Spaarne, Schipholweg en Europaweg gekoppeld blijven. Hierdoor neemt de ruimtelijke beleving toe en vindt een constante aanvoer van bezoekers en passanten plaats wat voor dynamiek op de plek zorgt.
gewenste verbindingen voetgangers
gewenste verbindingen fietsverkeer
36
Mobiliteitshub Het realiseren van een mobiliteitshub is een complexe
opgave. Voor de hub wordt een eigen programma van eisen opgesteld. Dat neemt niet weg dat de gebiedsopgave als geheel moet worden bekeken. Daarom staan in dit SPVE de ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit verwoord. Die vormen de basis voor de vormgeving van de hub en het eisenprogramma dat daarbij hoort. Voor de mobiliteitshub zijn drie mogelijke locaties voorzien tussen het Spaarne en Europaweg: 1. aan de noordkant van het sportpark. 2. in het midden van het wegprofiel van de Schipholweg 3. aan de noordkant van de Schipholweg Voor alle locaties geldt dat voor de inpassing en vormgeving van de hub zeer hoge ruimtelijke kwaliteitseisen gelden. De hub is van enorm belang voor het regionale (H)OV, geeft identiteit aan de plek en wordt daarmee een herkenbaar punt in de stad. Dat uit zich in onder meer in de architectuur, goed aansluitend op de openbare ruimte en een royale beleving voor gebruikers ervan. Het is nadrukkelijk niet het uitgangspunt dat de mobiliteitshub alleen vanuit infrastructureel oogpunt waarde toevoegt aan Knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid. De (her-) introductie van tram of ligthrail vormt een wenkend perspectief en daarom nemen we de inpassing hiervan op langere termijn mee als ontwerpuit-
indicatie maten en programma mobiliteitshub
CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
RUIMTELIJK KADER gangspunt Los van het OV levert de hub een meerwaarde op het gebied van soepelere verbindingen van routes voor het langzaam verkeer langs en over de Schipholweg. De hub wordt hiermee als verbindende factor zowel onderdeel van Haarlem-Oost als van Haarlem NieuwZuid. Ook de zichtrelatie met het Spaarne nemen we vanaf het begin mee in het ontwerp. De mobiliteitshub kan op verschillende manieren vorm krijgen. Er zijn drie varianten.
Locatie A De noordvariant sluit aan op de openbare ruimte vóór Schipholweg 1. Hier ligt een kans om de hub direct te koppelen aan een autovrije ruimte met toegang tot de plint van de nieuwbouw op de plek. In deze variant ligt het voor de hand dat een deel van het ondersteunende programma voor de mobiliteitshub een plek krijgt in de nieuwbouw. De pleinruimte tussen gebouw en hub krijgt daarmee betekenis als transferruimte tussen plintfuncties en het HOV-opstappunt. Aandachtspunten in deze variant zijn de bereikbaarheid van de zuidkant van de Schipholweg voor voetgangers, de leefbaarheid rond de plinten van Schipholweg 1 en de routing vanaf de hoofdfietsroute naar de fietsparkeergarage. Ongelijkvloerse verkeersoplossingen worden direct meeontworpen en maken herkenbaar onderdeel uit van de vormentaal en uitstraling van de hub zelf.
de hub niet als eiland tussen rijwegen te beschouwen maar te zoeken naar manieren om aan weerszijden van de Schipholweg aanlandplekken te maken van en naar de hub die de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte verhogen. Ongelijkvloerse verkeersoplossingen worden direct meeontworpen en maken herkenbaar onderdeel uit van de vormentaal en uitstraling van de hub zelf. De looproutes van de functies naar de aanlandplekken zijn logisch en versterken het karakter van het knooppunt als dynamische plek in de stad.
Locatie C In deze variant houden we rekening met een inpandige mobiliteitshub aan de noordkant van de sportvelden. De lengte van de mobiliteitshub maakt het lastiger om open doorzichten te waarborgen vanaf de Schipholweg richting de sportvelden. Door openingen in het gebouw te creëren, bijvoorbeeld via een ruime passage met lichtstraat kan toch een tastbare relatie ontstaan
vanaf de Schipholweg met het achterliggende sportpark. Uitgangspunt is dat bij een keuze voor deze locatie vanaf het begin de relatie met de sportvelden vanaf de Schipholweg wordt meeontworpen. Ongelijkvloerse verkeersoplossingen worden direct meeontworpen en maken herkenbaar onderdeel uit van de vormentaal en uitstraling van de hub zelf.
Wijze van ontwerpen De totstandkoming van de mobiliteitshub geschiedt op basis van ontwerpend onderzoek. Dat houdt in dat voor iedere verkeerskundige oplossing een ruimtelijke schets gemaakt wordt die de impact op de omgeving weergeeft. Andersom dient een ruimtelijke schets te worden voorzien van de verkeerskundige haalbaarheid. Technische oplossingen en stedenbouwkundige inpassing gaan hier hand in hand.
Autoverkeer
Locatie B Deze variant behelst een feitelijke middenligging van de hub in het bestaande profiel. Hier is het van belang om CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
zoekgebied mobiliteitshub met daarin de drie varianten
sfeerbeeld van een mogelijke mobiliteitshub aan de Schipholweg
37
RUIMTELIJK KADER Als hoofduitvalsweg van Haarlem richting A9, blijft de Schipholweg in de toekomst een belangrijke rol innemen in het stedelijk en regionaal autoverkeersnetwerk. Dat betekent dat een zekere borging van de doorstroming van het autoverkeer op deze plek een randvoorwaarde is voor verdere ontwikkeling van het gebied. Het is echter van wezenlijk belang dat het autoverkeer een minder dominante rol krijgt op deze plek. De maximumsnelheid is nu 50 km/uur, maar in de praktijk wordt er harder gereden. Een andere inrichting kan ervoor zorgen dat er fysiek niet harder kan worden gereden. Er wordt daarom kritisch gekeken naar de breedte van het autoprofiel. Waar mogelijk versmallen we dit profiel door slimme maatregelen binnen en buiten het plangebied. Dat kan door het bundelen van rijwegen, het aantal afslagen te beperken of het profiel van de rijwegen al verder naar het oosten te versmallen in plaats van ten westen van het Spaarne. Ook met het oog op de luchtkwaliteit in het gebied kunnen deze oplossin-
gen bijdragen aan een gezondere leefomgeving. Een andere punt van onderzoek is het herdefiniëren van de mate van gewenste doorstroming. Als we accepteren dat de reistijd van het autoverkeer gemiddeld toeneemt met één minuut, biedt dat vele mogelijkheden om de openbare ruimte anders in te richten. Zodanig dat fietsers en voetgangers meer ruimte krijgen, de verblijfskwaliteit verbetert en er meer aandacht is voor klimaatadaptatie. Een onderzoeksrichting die binnen deze acceptatie past, is het toepassen van ander materiaal van de rijweg waardoor de rijsnelheid gaat naar maximaal 50 km/u. Daardoor is minder ruimte nodig voor het autoverkeer.
waterberging als onderdeel van groen-blauwe stadsverfraaiing
kansen voor koele luchtcirculatie vanaf een getransformeerd sportpark en via nieuwbouw de bestaande buurten in
38
Klimaatadaptatie Het gebied is klimaatrobuust ingericht met een degelijk waterbergend vermogen. Het waterbergend vermogen kan door een drietal methodes worden bepaald: • lokale infiltratie door het toepassen van waterpas-
• •
serende verharding en waterbufferende groenvlakken zoals wadi’s lokale opslag van water door watergangen zoals sloten en dakoppervlak seizoensberging; het overtollige water wordt in natte periodes opgeslagen om deze in droge periodes te gebruiken
Het gebied krijgt een gescheiden stelsel. Regenwater en vuilwater (riolering) wordt dus gescheiden. Het regenwater wordt lokaal afgevoerd en geïnfiltreerd. Een sterke overmaat aan water wordt naar het oppervlaktewater van het Spaarne afgevoerd. In het gebied komen veel bomen bij om water vast te houden en om in warme periodes droogte te voorkomen. Om hittestress in de toekomst te voorkomen, leggen we extra groenvlakken aan. De extra bomen zorgen ook voor verkoeling door schaduw.
uitgebalanceerde beplatingstypen stimuleren ecologische waarde
CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
RUIMTELIJK KADER Flora en fauna Een grote hoeveelheid aan kwalitatief divers groen brengt geur en kleur in het natuurinclusieve gebied. Meer groen leidt tot meer biodiversiteit. De natuurwaarde wordt verhoogd van laag naar middel en hoog. Het aantal plant- en boomsoorten wordt uitgebreid. Dit kunnen ook de water- en oeverplanten zijn. Bij nieuw te planten bomen kiezen we voor een grotere maat dan de minimale eis van de gemeente. Dit om bij aanplant een volwassen eindbeeld van de bomen te krijgen. Uiteraard gaan biodiversiteit en verblijfskwaliteit voor een groot deel hand in hand. Bij een eventueel belangenconflict wordt langs de Schipholweg en Europaweg voorrang gegeven aan het belang van de verblijfskwaliteit.
Bodem en ondergrond De bodem wordt slim en effectief ingericht, waardoor ruimte ontstaat voor het ondergrondse netwerk voor de energietransitie. Ondergronds moet extra plek gemaakt worden voor klimaatadaptatie en infrastructuur voor de energietransitie. De ondergrondse ruimte is schaars. Daarom kiezen we in dit gebied voor innovatieve ruimtebesparende oplossingen, bijvoorbeeld door leidingen compact bij elkaar of op elkaar aan te leggen. In dit gebied loopt een aantal hoofdtransportleidingen van onder meer de Amsterdamse watervoorziening waarvan de huidige ligging als randvoorwaarde geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen, gezien de kostbare verplaatsing ervan. Het wordt technisch mogelijk gemaakt om bomen in nabijheid van kabels en leidingen te planten voor een maximaal resultaat voor klimaatadaptieve inrichting, verblijfskwaliteit, flora en fauna en identiteit. CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
relevante kabels en leidingen in het plangebied
39
RUIMTELIJK KADER
Ambitieschets en gebruiksmogelijkheden openbare ruimte
40
CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
RUIMTELIJK KADER PROGRAMMA Interactiemilieu De Metropoolregio Amsterdam ziet een sterke groei in sectoren als ICT en Financiële Diensten. In Haarlem zijn voornamelijk Zorg en Detailhandel de grote sectoren. Zakelijke dienstverlening vormt eveneens een belangrijke economische pijler voor Haarlem en het aantal ZZP’ers in Haarlem (16%) vormt een stevige basis en onderscheidende kwaliteit van de stad. Waar in het verleden de vestigingsplaatsfactoren voor A-locatie-kantoorgebieden zich kenmerkten door een dominante werkfunctie, heeft de laatste jaren een verandering plaatsgevonden waarbij kennisintensieve bedrijven en innovatieve bedrijven vooral gebaat zijn bij veel interactie; zogenaamde interactiemilieus. Dit zijn gemengde hoogstedelijke gebieden waar wonen, werken en stedelijke voorzieningen gemixt zijn en waar de verblijfswaarde (o.a. pleinen en parken) zeer hoog is. Dit soort interactiemilieus valt of staat bij een zeer goede kwalitatief van de openbare ruimte, waar het prettig verblijven is, waar rondom voorzieningen in plinten zitten en waar het ook ’s avonds na 7 uur nog druk is op straat. Voor OV-knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid betekent dit, dat als de wens en ambitie is om te groeien in stuwende werkgelegenheid, het gebied aan de ruimtelijke voorwaarden van een interactiemilieu moet voldoen.
Het gebied zal daarom moeten transformeren van een op de auto gericht gebied, naar een gebied voor voetgangers en fietsers. Met ruimte om te verblijven, leven op straat en een mix aan allerhande functies en CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
het gebouwconcept en verbinding met het toekomstig gebiedsconcept. Vanuit visie, doelgroep-specificatie en programmatische vertaling naar woonconcept, plintconcept(en) en wijze van inrichting/ gebruik openbare ruimte.
voorzieningen. Dat betekent kortweg dat de kans om stuwende werkgelegenheid aan te trekken groter wordt als de auto-dominantie wordt afgeschaald.
Gebiedsconcept Met alleen een gebiedsverandering is deze omgeving zijn we er nog niet. Er is behoefte aan een duidelijke programmatische laag, die energie geeft, die positiviteit uitstraalt en waar trots aan kan worden ontleend. Met een programmatisch geladen gebiedsconcept kan Schalkwijk vanuit met eigen kwaliteiten werken aan zijn Knooppuntwaarde. Als overkoepelend thema ligt het, op basis van de kwaliteiten en positie van het plangebied, voor de hand om gezondheid en sport centraal te stellen. Sport vanwege de nabijheid van het sportpark en de recreatief-sportieve aantrekkelijkheid van de groene zoom. Gezondheid vanwege de potentie die het Kennemer Gasthuis biedt in de innovatieve (werkplekken) en verzorgende sfeer (welzijn). Dit gebiedsconcept wordt verder uitgewerkt.
2.
Minimaal 2 plintlagen van het gebouw zijn gereserveerd voor niet-woon-functies. Functies zijn zoveel mogelijk openbaar en toegankelijk voor de gehele omgeving. De begane grond is in ieder geval geprogrammeerd; de andere laag/lagen mogen ook op andere verdiepingslagen zijn gesitueerd.
3.
Programmatische exploitatieconcepten in de openbare ruimte kunnen (deels) meetellen/meewegen bij het plintareaal. Kan eventueel ook in de vorm van financiële/exploitatiebijdrage voor programma dat (deels) buiten de contour van het vastgoedgebouw valt.
4.
Programmatische invulling richt zich zowel op lokale/verzorgende functies als ook op bovenregionale aantrekkingskracht, bij voorkeur in samenhang met het gebiedsconcept. Nieuwe stuwende werkgelegenheid wordt in het bijzonder op prijs gesteld (kennisintensief, hoog opgeleid, aansluitend bij gebiedsconcept). Ontwikkelaars geven vooraf inzicht in de (verwachte) bijdrage aan werkfuncties/ arbeidsplaatsen, zowel in aantal als in kwalitatieve duiding.
5.
Indien vanuit de locatiekwaliteit of zaken van technische aard geen kwalitatief goede plintinvulling van de begane grond mogelijk is, zorgt de ontwik-
Eisen ten aanzien van niet-woonprogramma De wijze waarop een ontwikkeling bijdraagt aan de algehele levendigheid in het gebied en een toekomstig gebiedsconcept versterkt, is uiteindelijk belangrijker dan de hoeveelheid vierkante meters aan niet-woonfuncties die hiermee gemoeid gaat. In dit SPVE legt de gemeente daarom de volgende eisen neer voor wat betreft het programma: 1.
Elk project draagt aantoonbaar bij aan de levendigheid in het gebied, zowel op straatniveau, vanuit
41
RUIMTELIJK KADER kelaar voor een passende compensatie en doet hiertoe een concreet voorstel. Compensatie voor de plintinvulling kan geschieden door exploitatie van andere plintlagen. Het niet-woonprogramma wordt getoetst aan de volgende criteria, die voor vaststelling van het definitieve SPVE nader worden uitgewerkt: bijdrage aan levendigheid in het ge bied en op straatniveau mate van (openbare) toegankelijkheid aantal arbeidsplaatsen bijdragen aan mobiliteitstransitie en relatie met mobiliteitshub 6.
7.
42
De gebouwontwikkeling maakt duidelijk op welke wijze een relatie bestaat met het OV-knooppunt. Ontwikkelaars dragen actief bij aan de mobiliteitstransitie binnen het plangebied door aan te sluiten bij de thema’s sport en gezondheid (actieve, gezonde leefstijl) en promotie van voetgangersbewegingen, fietsen, OV-gebruik en deelmobiliteit. De routes/verbindingen met het OV-knooppunt worden meegenomen in het gebouwontwerp en visie/plan voor de openbare ruimte. Programmatische koppelingen vanuit (plint)voorzieningen worden op prijs gesteld (bv. fietsconcepten, horeca/wachtruimte, mobiliteitshub). Vóór vaststelling van het SPVE stelt de gemeente nadere eisen vast ter bepaling van eventueel passende compensatie indien niet tegemoet kan worden gekomen aan de gewenste programmatische invulling. Dat geldt ook voor het wegen van
argumenten voor het afzien van deze invulling. 8.
vóór vaststelling van het SPVE stelt de gemeente vast in hoeverre de ambitie voor het creëren van een interactiemilieu, dat is gericht op ontmoetingen, door het terugdringen van de dominantie van het autoverkeer, haalbaar is.
9.
Ontwikkelaars en gemeente werken gezamenlijk aan het opstellen van een gebiedsconcept en betrekken diverse stakeholders daarbij. In de tussenliggende periode werken ontwikkelende partijen toe naar een mate van flexibiliteit van de invulling van de bebouwing als het om niet-woonfuncties gaat. Zij maken aannemelijk dat de wijze waarop wordt omgegaan met deze flexibiliteit in het ontwerpproces, positief bijdraagt aan het versterken van de gebiedsidentiteit in de toekomst.
Woonprogramma De functie wonen is sterk vertegenwoordigd in zowel de omgeving als de plannen in en rondom het OV-knooppunt. Dat past bij de ambities in de Haarlemse ontwikkelzones om te voldoen aan een grote woningvraag voor Haarlemmers (10.000 extra woningen tot en met 2025). De inzet in de omgeving van het knooppunt is het bouwen van gecombineerde concepten van onderscheidende nieuwe woonmilieus met economische en maatschappelijke functies. De wisselwerking is dat een hoogwaardig woonprogramma met gemengde plinten bijdraagt aan de kwaliteit van de omgeving en aan de aantrekkelijkheid voor vestiging van bedrijven. De voorgestelde plannen hebben daarbij allen een eigen woonaccent dat van toegevoegde waarde is voor Haarlem
en voor deze locatie. Woonwerkwoningen behoren ook tot de mogelijkheden. Er wordt gericht op doelgroepen met een laag autobezit, die willen profiteren van de aanwezigheid van het knooppunt: zoals studenten, starters en stellen, zorgpersoneel en leraren. Aanpasbaar/toekomstbestendig bouwen is nodig zodat de woningen op termijn ook voor ouderen geschikt zijn. Dit is een groeiende doelgroep vanuit Schalkwijk en Oost (doorstroming bevorderen). Niet iedereen kan zelfstandig wonen. De gemeente stuurt erop aan dat bij nieuwbouwplannen diverse vormen van begeleid wonen tot stand komen, ook bij deze gebiedsontwikkeling
DUURZAAMHEID Algemeen Hieronder volgen de ambities en eisen die horen bij de Haarlemse duurzaamheidsambities, onderverdeeld in de thema’s mobiliteit, klimaatadaptatie, circulariteit, energie & warmte en groen & ecologie
Mobiliteit Bij knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid wordt gewoond en gewerkt naast een moderne mobiliteitshub met snelle busverbindingen naar Amsterdam en Schiphol. Haarlemmers, toeristen en werknemers kiezen voor de bus. De hoeveelheid asfalt in de omgeving van de drie projecten mag niet toenemen en neemt bij voorkeur af. Zo blijft de stad bereikbaar en het gebied leefbaar. Er komen goede fietsverbindingen door het gebied en voldoende, makkelijk bereikbare fietsparkeerplekken voor de gebruikers van de omliggende gebouwen en de mobiliteitshub. Een mobiliteitsplan stimuleert bewoners en werknemers om af te zien van het gebruik en bezit CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
RUIMTELIJK KADER van een eigen auto.
•
Klimaatadaptatie Overtollig hemelwater mag niet worden afgevoerd via het gemengd riool maar moet worden afgekoppeld. Overtollig hemelwater van de Schipholweg (of de daaraan liggende gebouwen en particuliere terreinen) mag niet worden afgewenteld op de Romolenpolder. Er moet voldaan worden aan de volgende uitgangspunten, die zijn overgenomen uit het adviesrapport klimaatbestendige nieuwbouw (maart 2020) van de MRA.
•
Hitte: •
•
Wateroverlast: •
• • •
•
de neerslag van een hevige bui (1/100 jaar, 70 mm in een uur) op privaat terrein wordt op dit terrein opgevangen en vertraagd afgevoerd •de berging wordt de eerste 24 uur daarna niet geleegd en is in maximaal 60 uur weer beschikbaar in het gebied is natuurlijke afwatering zoveel mogelijk aanwezig bij een waterdiepte van 20 cm op rijbaan door extreme regen en/of overstromingen mag er geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar de ontwikkeling gebeurt zo veel mogelijk waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden en waar mogelijk hergebruikt op eigen terrein
Droogte: •
de inrichting is afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte
CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kosteneffciënt zijn over de levensduur van 60 jaar worden in het ontwerp opgenomen vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte
•
•
tijdens de hoogste zonnestand in de zomer is er tenminste 30% schaduw voor belangrijke langzaamverkeersroutes en verblijfsplekken in de openbare ruimte in het gebied tenminste 50% van alle daken worden warmtewerend of verkoelend ingericht/gebouwd om opwarming van het stedelijk gebied te verminderen; daken bedekt met zonnepanelen zijn uitgezonderd van de berekening en moeten zoveel als mogelijk groen toevoegen vitaal en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen hitte (denk bijvoorbeeld aan de energie- en warmtevoorzieningen van de gebouwen) slaapvertrekken worden tijdens hitte niet te warm en koeling leidt niet tot ongewenste opwarming van de verblijfsruimtes in de directe omgeving
Circulariteit Het gebied is flexibel in gebruik en voorbereid op veranderende behoefte van haar gebruikers als het gaat om bijvoorbeeld wonen, werken, zorg en mobiliteit. In de gebouwen gebruikte materialen worden geregistreerd (bijvoorbeeld in een materialenpaspoort) en de openbare ruimte wordt gerealiseerd conform de aanpak duurzaam GWW. Voor de te slopen gebouwen verlangt de gemeente een circulair sloopplan. Het scheiden van afval en grondstoffen moet makkelijk zijn voor de toekomstige bewoners.
Energie en warmte Knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid voldoet aan de BENG-eisen, is mogelijk energieneutraal of zelfs energiepositief. Dat betekent dat per dag meer energie wordt geproduceerd dan gebruikt. De gebouwen worden ontworpen om zo min mogelijk energie te verbruiken, met behoud van comfort voor de gebruikers. De resterende warmtevraag zal uit duurzame bronnen komen. Opwekking van elektriciteit moet 100% duurzaam zijn. Er wordt geen aardgas gebruikt om gebouwen te verwarmen, te koken en water te verwarmen. De kansen voor aansluiting op het Haarlems Warmtenet moet voor elk van de drie gebouwen worden onderzocht.
Groen en ecologie Aspecten met betrekking op groen en ecologie zijn opgenomen in het gedeelte over de openbare ruimte.
Duurzaamheidsstrategie per project De projecten binnen het knooppunt Haarlem NieuwZuid voeren ieder een eigen duurzaamheidsstrategie waarmee voldaan wordt aan bovengenoemde eisen. Het ontwerp voor de openbare ruimte is erop gericht zo veel mogelijk de verblijfskwaliteit te verbeteren en prettige en groene routes te maken voor fietsers en voetgangers. De drie gebouwontwikkelingen onderscheiden zich met bijvoorbeeld onderstaande unieke ambities:
Spaarnepoort Spaarnepoort komt met haar unieke startersconcept tegemoet aan de grote behoefte aan woningen in de starterscategorie. Jonge Haarlemmers en mensen die 43
RUIMTELIJK KADER in Haarlem werken in beroepen als leerkracht, zorgmedewerker of politieagent, kunnen hier een huis vinden. Dit heeft een duurzame impact op de Haarlemse samenleving. De ambitie van de ontwikkelaar is om een BREEAM Excellent certificaat te behalen. Circulaire sloop, modulaire bouw en zoveel mogelijk gebruik van circulaire materialen dragen bij aan een duurzamer Haarlem.
Schonenvaert Op de kavel van Schonenvaert ligt een grote waterpartij. Deze wordt met een nieuw aan te leggen open watergang verbonden met de boezem. De planten, struiken en kleine bomen in de tuin en op de groene daken stimuleren biodiversiteit. Er worden planten gekozen waar insecten en vogels graag in huizen. Mogelijk plaatsen we bijenkorven of insectenkasten. Aan de gevels van het gebouw komen voorzieningen voor vleermuisverblijven. Het gebouw wordt flexibel in te delen. Hierdoor is gegarandeerd dat in de toekomst verschillende functies en alternatieve indelingen mogelijk zijn.
eerste circulaire houten gebouw in Haarlem. Zo krijgt het project een circulaire en duurzame identiteit.
OMGEVING EN GEZONDHEID Parkeren In het gemeentelijk parkeerbeleid wordt uitgegaan van generieken normen voor 4 type woningen (sociale huur, goedkoop, middel en duur), waarbij de bijbehorende parkeernorm afhankelijk is van de ligging (centrum – schil centrum – rest bebouwde kom – buiten gebied). Dit beleid is het vertrekpunt, maar is vrijwel nooit 1 op 1 toepasbaar op een ontwikkeling. Daarom is het mogelijk om de parkeerbehoefte op basis van maatwerk vast te stellen. Afwijken van de norm is daarom onderbouwd toegestaan.
De parkeerbehoefte voor bewoners is gebaseerd op recent onderzoek (uit 2018) naar autobezit naar woningwaarde en oppervlakte in Haarlem. Dit onderzoek is uitgevoerd voor heel Haarlem en bevat een gemiddelde voor zowel gereguleerd als ongereguleerd gebied. Het projectgebied bevindt zich in de schil van het centrum, in een ongereguleerde wijk van Haarlem, waarbij bekend is dat het autobezit in ongereguleerd gebied hoger is dan in gereguleerd gebied. Echter, vanwege de nabijheid van het gereguleerd gebied en het feit dat de ontwikkelplots zelf ook gereguleerd worden, ligt de keuze voor de hand om toch de waarden uit de tabel toe te passen. Omdat er onvoldoende betrouwbare data is voor de kleinste en grootste woningen in het onderzoek naar
Schipholweg 1 De gebouwen worden ontworpen om op een duurzame manier de beleving en het welzijn van de gebouwgebruikers te verbeteren. Daarvoor dienen specifieke thema’s uit de WELL systematiek, een certificeringssysteem specifiek gericht op gezondheid en welzijn, als inspiratie. De ontwerpers richten zich met name op duurzaamheidsprestaties op het gebied van water, materiaalgebruik en samenleving. Het gebouw aan de J.J. Hamelinkstraat wordt uitgevoerd in hout. Dit wordt het 44
geldende parkeernormen in het plangebied
CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
RUIMTELIJK KADER woningwaarde en oppervlakte is ervoor gekozen om voor de kleinste wooncategorie aan te sluiten bij de CROW-norm van 0,5. Die waarde is gebaseerd op landelijke en betrouwbare data. Dit resulteert in de volgende vertaling naar woningtype voor de ontwikkelingen in het plangebied in bijgaande tabel. Effect Mobiliteitshub en deelmobiliteit Een korting op de parkeernorm vanwege de nabijheid van HOV maakt geen onderdeel uit van het vigerende beleid. Onderzoek in Haarlem toont aan dat het autobezit nabij HOV-haltes in Schalkwijk 12,22% lager ligt dat in de rest van Schalkwijk. In grote steden (Rotterdam, Amsterdam, Utrecht) wordt al langer gewerkt met dergelijke kortingen. Het lagere autobezit rondom HOV-haltes zit al verdisconteerd in het onderzoek naar woningwaarde en oppervlakte. Daarin zien we dat de kleinere woningen veelal gelegen zijn rondom HOV-haltes in Schalkwijk. Nog een keer een volledige reductie op basis van het onderzoek doorvoeren zou resulteren in een te lage parkeernorm, met parkeeroverlast tot gevolg. Gezien de ligging ten opzichte van de toekomstige mobiliteitshub is wel lagere parkeerbehoefte te verwachten waarbij de reductie maximaal 5% is. Over deelmobiliteitsconcepten bestaat nog veel onzekerheid. Het risico is te groot om volledige parkeerbehoeftes hierdoor te vervangen.
Het huidige beleid van Haarlem is realistisch en gebaseerd op enkele pilots in de stad, dus 1 deelauto op 30 woningen en die vervangt 5 plekken, maar neemt zelf 1 plek in, dus per saldo een korting van 4 parkeerplaatsen per deelauto.
CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
Bezoekersparkeren De Haarlemse en CROW-norm gaat vaak uit van 0,3 parkeerplaats per woning in ongereguleerd gebied. Uit onderzoek blijkt dat in de grote steden in gereguleerd gebied de parkeerbehoefte voor bezoekers vaak lager ligt. Gezien de relatief nabije ligging van de binnenstad en de ambitie om een hoogstedelijke leefomgeving te creëren, is een bezoekersnorm van 0,2 voorstelbaar. Dit is het gemiddelde tussen de binnenstad met regulering (0,1 parkeerplaats per woning) en de overige stad (CROW) en sluit aan bij landelijke voorbeelden van middelgrote steden zoals Delft en Eindhoven. Daarnaast is het in lijn met de SOR om actieve mobiliteit te stimuleren en de auto op een lagere plek te zetten. Hieraan gekoppeld dient gereguleerd parkeren binnen het ontwikkelgebied te worden ingevoerd. Dat wil zeggen: binnen de ontwikkelgebieden zijn geen vrij te gebruiken parkeerplaatsen in openbaar gebied. Parkeernormen voor niet-woonfuncties Het is nog niet duidelijk welke voorzieningen precies komen in de plinten van de toekomstige gebouwen. Daarom wordt vastgehouden aan de generieke norm van 2,5 parkeerplaats per 100m2 BVO voor de commerciële ruimtes. Voor functies waarvan nu al wel bekend is wat het gaat worden sluiten we aan bij de landelijke CROW-normen.
Bijvoorbeeld voor een restaurantfunctie gaan wij uit van de parkeernormen bij een restaurant (CROW) met een parkeernorm van 8 parkeerplaatsen per 100m2 BVO. Als laatste zijn er nog de kantoorfuncties waarbij we uitgegaan van 1 parkeerplaats per 100m2 BVO. Mogelijk kunnen we dit nog optimaliseren als de functies bekend zijn.
Geluid
De gemeente Haarlem heeft sinds 2009 een hogere waardebeleid. In het beleid worden drie essentiële componenten genoemd: • de aanwezigheid van een geluidluwe gevel. Aan deze gevel bedraagt de geluidbelasting niet meer dan 48 dB (wegverkeerslawaai) of 55 dB (railverkeerslawaai) dan wel 50 dB(A) (industrielawaai) • vanaf 53 dB wegverkeerslawaai moet er tenminste 1 slaapkamer aan de geluidluwe zijde zijn gesitueerd • de buitenruimte moet aan de geluidluwe zijde worden gesitueerd
Deze eisen worden vanaf het begin van het ontwerpproces meegenomen. Er wordt zichtbaar gemaakt op welke manier de eisen zijn vertaald in het ontwerp. Een van de manieren om een buitenruimte vorm te geven binnen de eisen is door toepassing van een, al dan niet afgesloten, loggia. Voor relatief kleine overschrijdingen van de geluidbelasting is een gesloten borstwering/balkonafscherming een goede oplossing. Daarnaast wordt vrijwel altijd absorptiemateriaal aangebracht aan de binnenzijde van de loggia c.q. het balkon om geluidreflecties te vermijden. Bij appartementen met een galerijontsluiting aan de wegzijde kan een afgeschermde galerij een oplossing bieden. Afwijken van het geluidbeleid is mogelijk nadat is aangegeven waarom niet kan worden voldaan, en tot en met 60 dB gecumuleerd, inclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder. Vanaf 61 dB (gecumuleerd, inclusief aftrek) zijn geen afwijkingen mogelijk.
Luchtkwaliteit en stikstofdepositie Voor wat betreft de luchtkwaliteit moet worden voldaan 45
RUIMTELIJK KADER aan de NSL-grenswaarden of NIBM. Op grond hiervan worden kinderdagverblijven, scholen e.d. in de eerstelijnsbebouwing langs de Schipholweg en Europaweg uitgesloten. Een milieueffectrapportage is op basis van de aeriusverkenning in 2020/2021 naar verwachting niet nodig. Voor een SPVE is de mer-beoordeling overigens nog niet relevant; om tijdig voorbereid te zijn is het verstandig wel al vroeg een inschatting van stikstofdepositie te maken, met name voor de gebruiksfase.
Externe Veiligheid en explosieven In dit gebied is alleen wegtransport van LPG via Schipholweg/Europaweg een relevante risicobron (BeVT). Er dient in de vervolgfase rekening te worden gehouden met risico lpg-transporten en het onderzoek daarnaar. Bureau REASeuro heeft aan de hand van een historisch vooronderzoek (RO-160069 versie 1.0 19 juli 2016) beoordeeld welke delen van de gemeente Haarlem verdacht zijn op mogelijk achtergebleven niet-gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog. Uit dit onderzoek blijkt dat de Kruidenwijk en omgeving, gelegen ten zuiden van het plangebied, is aangeduid als een risicogebied (zie afbeelding), maar dat het plangebied zelf geen NGE-Risicogebied betreft. Niet-gesprongen explosieven vormen daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied.
Magneetvelden Het effect op de gezondheid door Extreem Laag Frequente-elektromagnetische velden (ELF-EMV) moet meegewogen worden bij het bepalen van de locatie van 46
transformatorhuisjes. Vanuit ruimtelijk oogpunt is het vereist om een transformatorhuisje inpandig te realiseren. Voorkomen moet worden dat kinderen tot 15 jaar langdurig blootgesteld worden aan magneetvelden die gemiddeld over een jaar sterker zijn dan 0,4 microtesla. Met langdurige blootstelling wordt bedoeld een verblijftijd die past bij woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen. De aanleiding hiervoor is dat in wetenschappelijk onderzoek aanwijzingen zijn gevonden dat er rond bovengrondse hoogspanningslijnen mogelijk een verhoogde kans op kinderleukemie is als de blootstelling over langere tijd gemiddeld boven de 0,4 microtesla uitkomt.
ingezameld. Dit gebeurt in een 5-tal stromen: restafval, papier, glas, PMD (plastic, metaal en drinkkartons) en GFT [groente-, fruit- en tuinafval]. Dit geldt voor zowel particulieren als voor bedrijfsafval.
Het is niet eenvoudig om blootstelling aan ELF-EMV te verlagen. Omdat het vrijwel onmogelijk is om magnetische velden af te schermen, is afstand aanhouden de enige maatregel om de blootstelling aan magnetische velden te verlagen. Uit voorzorg moet daarom een veilige afstand aangehouden worden tot nieuw te realiseren transformatorhuisjes. In de praktijk blijkt vaak dat de 0,4 microtesla contour bij transformatorhuisjes ligt op 1,4 tot 4 meter afstand daarvandaan. Meestal is het magneetveld aan één kant van het trafohuis hoger dan aan de andere drie kanten. Dat is de zijde waar de elektriciteit met de lage spanning van 230 volt de transformator verlaat. In nieuwbouwsituaties moet de trafo dus zo gesitueerd worden dat de zijde met de hogere magnetische straling aan de buitengevel ligt of in ieder geval niet grenst aan een verblijfsruimte.
•
Afvalinzameling PM: check volgt bij Spaarnelanden In de openbare ruimte worden de grondstoffen centraal
Particulier afval •
• •
•
particulier wordt aangesloten op ondergrondse containers. Het aantal ondergrondse containers is afhankelijk van het aantal huishoudens. Locatievoorwaarden Spaarnelanden op hoofdlijnen: loopafstand vanaf entree naar container, maximaal 75m containers zijn bereikbaar voor inzamelwagen vanaf openbare weg bij voorkeur geen drukke wegen oversteken voor bereiken container
Het inrichten van aanbiedplaatsen voor particulier afval gebeurt volgens SOR-richtlijnen om de ruimtelijke impact van deze containers te beperken: • containers zijn niet zichtbaar vanaf ‘lange lijnen’ Schipholweg / Europaweg. • containers zijn minimaal zichtbaar vanaf straatzijde • containers worden centraal geclusterd (milieustraat) in lijn- of blokopstelling • clustering vindt plaats met overig meubilair • groenstroken blijven vrij van containers
Bedrijfsafval: •
de berging en opstelruimte voor rolcontainers dient inpandig te worden opgelost voor behoud van ruimtelijke kwaliteit in de openbare ruimte CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
RUIMTELIJK KADER •
•
de aanbiedplaatsen in de openbare ruimte niet in zicht vanaf Schipholweg en Europaweg; bedrijfsafval wordt aangeboden in verrijdbare containers wanneer men rekening houdt met bovenstaande voorwaarden en de ruimtelijke impact van de deze containers beperkt houdt, zijn de Hamelinkstraat, Schipholpoort en Toekanweg geschikte zoekgebieden voor de aanbiedplaatsen
beslismodel fungeert voor wanneer een windonderzoek nodig is. Op basis hiervan ontstaat een beoordeling van het windklimaat in de categorieën slecht, matig en goed voor verschillende situaties en activiteiten (doorlopen, slenteren en langdurig zitten).
Bezonning en windhinder Het creëren van een hoogbouwcluster in de bestaande stad brengt een verandering in bezonning met zich mee. Het heeft ook gevolgen voor het windklimaat op de locatie. Voor wat betreft het beoordelen van voldoende zon op de gevel, maakt de gemeente gebruik van de zogenaamde lichte TNO-norm binnen het plangebied. Deze norm gaat uit van tenminste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam. De norm geldt niet alleen voor effecten van nieuwbouw op bestaande bouw, maar ook voor de nieuwbouw zelf. Voor een beoordeling van het windklimaat, dient een windonderzoek te worden uitgevoerd. Uitgangspunt is dat de ontwikkelingen een goed windklimaat opleveren op plekken in de openbare ruimte die als belangrijke verblijfsplekken worden aangemerkt. Hetzelfde geldt voor de verblijfsfunctie van de mobiliteitshub. Hierbij refereert de gemeente aan de NEN-8100-norm die als CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
47
RUIMTELIJK KADER legenda spelregelkaart
spelregelkaart SPVE Knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid
48
CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
BEELDKWALITEIT
CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
49
BEELDKWALITEIT Toetsingskader Deze beeldkwaliteitsparagraaf heeft als doel de kwaliteit en sfeer van de architectuur en inrichting van de openbare ruimte vast te leggen als toetsingskader. Het kader moet samenhang borgen en biedt tegelijkertijd flexibiliteit in de uitwerking. Een toekomstige supervisor van het gebied kan de paragraaf gebruiken als uitgangspunt voor de beeldkwaliteit. De paragraaf biedt een leidraad voor de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Als zodanig vervangt deze paragraaf binnen het plangebied de toetsingscriteria van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit.
Basisprincipes Alzijdigheid Het gebouw is van alle zijden even aantrekkelijk en daarmee alzijdig op verschillende niveaus. De onderbouw, de hoogbouw en de zogenaamde vijfde gevel: het dakvlak. Alzijdigheid betekent niet dat alle zijden van het gebouw precies gelijk hoeven te zijn: gevels voegen zich naar de plek en geven herkenbaarheid aan
de plek. Voor de onderbouw is dat onderscheid groter dan voor de bovenbouw. De onderbouw is vast ingebed in de aangrenzende stedelijke ruimte, terwijl de bovenbouw een belangrijke rol speelt in het stadslandschap. Voor de bovenbouw geldt dan ook dat alle zijden van de gevel een sterke onderlinge samenhang hebben.
Ambitie Als ambitie voor de beeldkwaliteit geldt dat de architectuur het hoogstedelijk karakter van de plek versterkt. De architectuur bepaalt in grote mate het aangezicht van de plek. Het geheel bepaalt in belangrijke mate de ruimtelijke beleving. Concreet heeft bebouwing in het gebied een royale uitstraling die uitnodigt tot een bezoek en het verblijven in de aansluitende openbare ruimte. Gebouwen zijn markant en karakteristiek voor de plek. Het geheel straalt harmonie uit, maar is nooit saai. Er is sprake van een gebalanceerd geheel met aansprekende diversiteit zonder schreeuwerig te zijn. De diversiteit vormt de belichaming van het samengestelde karakter van Schalkwijk; de harmonie staat voor de potentie en kracht van het stadsdeel. Op het niveau van de stad vormt het geheel een aantrekkelijk beeld aan de stadshorizon. Langs het Spaarne en vanuit de binnenstad is de hoogbouw van verre te zien. Een herkenbaar punt, dat de oriëntatie op de stad versterkt. Buitenruimte en gebouwen zijn elkaars verlengde: de architectuur geeft de plek herkenbaarheid en identiteit
50
CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
BEELDKWALITEIT Plinten Gebouwen gaan nadrukkelijk een innige relatie aan met de aangrenzende stedelijke ruimte eromheen. De plint is het visitekaartje van een gebouw en nodigt uit tot een bezoek. Langs het Spaarne, de Schipholweg en Europaweg is sprake van royale plinten. Een bijzonder onderdeel van de plint vormen de entrees tot de functies en de entrees tot bovengelegen woningen. • de plint vormt een waarneembare verbijzondering van de onderbouw • een royale plint bestaat uit twee lagen en is minimaal 7 meter hoog • iedere laag in de royale plint is minimaal 3,5 meter hoog • overige plinten bestaan uit minimaal één laag van 3,5 meter • royale plinten worden minimaal 5 meter de hoek omgezet • plinten zijn open en uitnodigend met in de basis een uitstraling van minimaal 70% transparantie, waarbij gebouwen wel stevig op deze plinten kunnen staan • entrees tot de woonfuncties vormen een onderscheidend onderdeel van de plint • entrees tot overige plintfuncties gaan op in het geheel van de plint • toegangen tot technische ruimten worden meeontworpen als onderdeel van de plint
• • • • • • •
gevels beschikken over voldoende tektoniek en plasticiteit voor een waarneembare dieptewerking de onderste 5 tot 8 lagen zijn fijner en rijker gedetailleerd dan de lagen daarboven gevels kennen geen grote blinde vlakken; iedere gevel is representatief gevels zijn helder en evenwichtig opgebouwd gevelvlakken worden altijd zichtbaar beëindigd in de architectuur geluidwerende maatregelen maken integraal deel uit van de architectuur het onderscheid in onderbouw en bovenbouw is te zien door bijvoorbeeld een andere materiaalkeuze en vensterindeling
De verschillende bovenbouwen vormen herkenbare punten in de stad op lange zichtlijnen en als onderdeel van het stedelijk silhouet in het algemeen. Een waarneembare gevelbeëndiging vormt de verticale bekro-
Royale plinten worden de hoek om gezet
Gevelbeëindiging bovenbouw
Gevelopbouw Gevels zijn helder opgebouwd. De overgang tussen onderbouw en bovenbouw is altijd waarneembaar, wordt op subtiele wijze vormgegeven. Daar waar de relatie tussen gevel en openbare ruimte het sterkst is, is sprake van een rijkere en fijnere detaillering. CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
onderscheid onder-/bovenbouw door materiaal, rand, inspringen
ondanks transparantie in de plint staat gebouw duidelijk op de grond
51
BEELDKWALITEIT ning (bovenkant van een toren) van hoogbouwensemble. • de gevelbeëindiging geeft blijk van het zorgvuldig afzomen van het plafond van het ensemble. Hoogte tektoniek in de gevel
•
•
•
en vormgeving zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd. de beëindiging vindt plaats door een afwijkende vensterindeling, een andere omgang met buitenruimtes, het terugspringen van geveldelen en/of het toepassen van een overstek aanvullend kan de beëindiging worden aangezet door een variatie in kleur, het gebruikmaken van sierbanden, het toepassen van extra verticaliteit in de gevel en/of extra transparantie in de bovenste verdiepingen de gevelbeëindiging kan subtiel vorm krijgen als voortzetting van de hoofdmassa, wat ook geldt voor eventuele technische en duurzaamheidsvoorzieningen boven de hoofdmassa, maar is altijd duidelijk waarneembaar als onderdeel van het stedelijk silhouet
Materiaal & kleurgebruik We gebruiken duurzame bouwprincipes om zo bij te
dragen aan de beleidsdoelstellingen die Haarlem stelt aan duurzaamheid. De toepassing, uitstraling en het kleurgebruik van gevelmateriaal sluit in hoofdzaak aan op het gebruikte materiaal in de omgeving. Dit om de continuïteit te versterken van de lange lijnen Schipholweg en Europaweg. • materialen ondersteunen de massa en stevigheid van het gebouwen • het toe te passen of het verwerken van materiaal in de onderbouw beschikt over een grote mate van tactiliteit • het hoofdmateriaal van de gevels lang Schipholweg en Europaweg is steenachtig, bij voorkeur baksteen of gebakken keramisch materiaal • in ondergeschikte mate zijn natuursteen en hoogwaardig beton (bijv. gepolijst beton) toegestaan • in de tweede lijn is de toepassing van warmer materiaal in de vorm van hout denkbaar • groene gevels of gevels waarvan onderdelen uit zichtbaar groen bestaan zijn altijd toegestaan • het kleurgebruik bestaat uit warme aardetinten variërend van lichte beigetinten tot roodbruine tinten overeenkomstig bijgevoegde kleurenwaaier • reflectie wordt beperkt door materiaalgebruik, verbreking van de volumes en kleurgebruik, bijvoorbeeld door terughoudend te zijn met witte elementen
Buitenruimte en galerijen Ruim opgezette, goed georiënteerde buitenruimtes van woningen dragen bij aan de kwaliteit van de woning en
subtiel onderscheid door terugspringen, toepassen van doorlopend balkon en andere vormgeving raampartijen
52
de bovenbouw beschikt altijd over een helder waarneembare beëindiging
CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
BEELDKWALITEIT aan de verblijfskwaliteit op straat. Bij lagere verdiepingen is er contact met de straat, hogere verdiepingen hebben uitzicht op de omgeving. Buitenruimtes als balkons en loggia’s maken onderdeel uit van de architectuur van de gebouwen. Binnenhoven en dakterrassen hebben een groene uitstraling. Groene daken worden overal gestimuleerd. Buitenruimten en galerijen zijn onderdeel van de architectuur en zorgen voor interactie met de straat • buitenruimten maken deel uit van de gevelopbouw en zijn nooit ‘los aan de gevel geplakt’ • buitenruimten (balkons) kunnen geheel rond de gevel lopen, op een vaste afstand van elkaar bijdragen aan het ritme van de gevel, of zichtbaar zijn op het dak van de onderbouw • rondom doorlopende buitenruimten steken maximaal 1,5 meter uit de gevel • losse buitenruimten steken maximaal 0,60 meter uit de gevel aan pleinen en brede profielen. In tussenstraten maximaal 0,40 meter. Aan aan binnenterreinen gelegen buitenruimten worden geen maximale maten verbonden. • losse galerijen zijn als onderdeel van de gevel onacceptabel en worden in geval van toepassing achter een volwaardige gevel geplaatst • de onderkanten van buitenruimten passen binnen het architectuurconcept van het gebouw • mogelijke technische voorzieningen in gevels maken onderdeel uit van de architectuur
de schemer de plek herkenbaar is en veilig aanvoelt. ieder ontwerp beschikt vanaf minimaal de VO-fase over een impressie van het nachtbeeld galerijen worden zodanig aangelicht dat vanuit de openbare ruimte geen lichtbronnen zichtbaar zijn bijzondere hoeken zijn ook in de avonduren herkenbaar; dit kan door bijzondere aanlichting, het spelen met schaduwwerking door omgevingslicht of door het accentueren van hoeken door middel van grote raampartijen. Plinten vormen ook na sluitingstijd aantrekkelijke vensters voor fietsers en voetgangers en versterken de functie van de locatie als verblijfsplek onderdoorgangen en ruimte-overkragingen beschikken over aantrekkelijke indirecte verlichting
kleurenwaaier: warme aardetinten
galerijen zijn onderdeel van de architectuur
Nachtbeeld We creëren een aantrekkelijke stedelijke plek die tot middernacht bruist en in de nachtelijke uren nog steeds aangenaam is. De bebouwing is zodanig dat ook vanaf CONCEPT SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID
groene elementen in gevels en als onderdeel van de buitenruimten worden uitdrukkelijk toegestaan
aanlichting zorgt ook na zonsondergang voor herkenbaarheid van de plek
53
BEELDKWALITEIT Openbare ruimte en mobiliteitshub De openbare ruimte vormt zowel in gebruik als aantrekkelijkheid het logische verlengde van de aangrenzende gebouwen. De openbare ruimte nodigt uit tot verblijf en versterkt de functies gelegen in de plinten van de bebouwing. De mobiliteitshub heeft een uitnodigende uitstraling en markeert zichtbaar de plek in het regionale HOV-netwerk. Hub en openbare ruimte zijn optimaal met elkaar verweven. De volgende ambities gelden voor de uitwerking van de openbare ruimte en de ontwikkeling van de mobiliteitshub. • de openbare ruimte richt zich op voetganger en fietser en is voor deze gebruikers ruim opgezet • de openbare ruimte wordt vormgegeven als groene stedelijke ruimte • klimaatmaatregelen versterken de uitstraling van de openbare ruimte en zijn integraal meeontworpen • ieder gebouw beschikt over een ruime ‘uitloop’ als openbare voortzetting van de plint • de delen van Schipholweg en Europaweg binnen het plangebied worden aangemerkt als bijzondere plekken en hebben een eigen thema dat de plek duidt en mag afwijken van de inrichting van de overige gedeelten van de genoemde wegen • de mobiliteitshub heeft geen infrastructurele uitstraling • de vormgeving van de mobiliteitshub geeft als markant eigentijds architectonisch element extra identiteit aan de plek in de stad • de mobiliteitshub heeft een luxe en hoogwaardige uitstraling;
bezoekers zijn hier meer dan welkom • transparantie is een belangrijk thema in de architectuur van de mobiliteitshub 54