2 Bijlage A Wonen in de metropoolregio 2023 (WiMRA)
Tekst van het document
53
Figuur 6.1
Belangrijkste verhuisstromen naar, binnen en vanuit de MRA*, 2017-2018, 2019-2020 en 2021-2022
* In deze visualisatie wordt het aantal huishoudens dat vanuit de MRA naar het buitenland verhuisde niet weergegeven. De reden hiervoor is dat de uitstroom naar het buitenland niet een-op-een vergelijkbaar is met de instroom uit het buitenland zoals hier weergegeven. Het weergeven van de uitstroom naar het buitenland in bovenstaande figuur zou de verhouding tussen in- en uitstroom daarom verkeerd weergeven.
Zie voor dit beeld van in- en uitstroom Zie voor meer uitleg over dit verschil
54
figuur 6.13. paragraaf 6.2.
Bijna een kwart van de huishoudens in de MRA is in 2021 en 2022 verhuisd In 2021 en 2022 zijn in totaal 302.000 huishoudens binnen of naar de MRA verhuisd. Het gaat om 24% van alle huishoudens die eind 2022 in de MRA woonden. De verhuisdynamiek is daarmee groter dan in 2019 en 2020, toen 271.500 huishoudens binnen of naar de MRA verhuisden (23% van de huishoudens) en 2017 en 2018 (22%; 265.000 huishoudens). De toegenomen dynamiek komt vooral door meer verhuizingen vanuit het buitenland. Van alle huishoudens is 4% in de afgelopen twee jaar vanuit het buitenland naar de MRA verhuisd. Dit was 3% in 2019-2020 en 2017-2018. De meeste verhuizingen vinden binnen de deelregio plaats en deze dynamiek nam toe tussen 2017-2018 en 20192020 (van 12% naar 13%). De afgelopen twee jaar bleef deze even groot. Vooral in Amsterdam wordt vaker binnen de deelregio verhuisd. Het aandeel huishoudens dat vanuit de rest van Nederland naar de MRA verhuisd is, is stabiel (3%).
Verhuisdynamiek toegenomen in vier van de zes deelregio’s Van de zes deelregio’s is de verhuisdynamiek het grootst in Amsterdam. Hier is 31% van de huishoudens die er eind 2022 woonden in de twee voorgaande jaren verhuisd. In de andere deelregio’s ligt dit tussen de 22% (Amstelland-Meerlanden) en 17% (Zaanstreek-Waterland). Dit verschil heeft te maken met de grote verhuisdynamiek onder jonge huishoudens, die zich relatief vaak in Amsterdam vestigen en daar ook relatief vaak weer doorverhuizen. Met uitzondering van ZuidKennemerland/IJmond en Gooi en Vechtstreek nam de verhuisdynamiek in alle deelregio’s toe. Dit komt in de meeste deelregio’s vooral door de toegenomen instroom uit het buitenland. Ook in Zuid-Kennemerland/IJmond en Gooi en Vechtstreek nam de buitenlandse instroom toe, maar hier werd er minder verhuisd binnen de deelregio. Dit geldt ook voor Almere/Lelystad. In Amsterdam groeide het aandeel interne verhuizingen juist, van 17% naar 18%.
Figuur 6.3
Figuur 6.2
Verhuisdynamiek naar herkomst, MRA, 2017-2018, 2019-2020, 2021-2022
� Verhuisdynamiek naar herkomst, deelregio’s, 2019-2020, 2021-2022 Figuur 6.3B �
Zaanstreek-Waterland 2019-2020 2021-2022
85 83
Almere/Lelystad 2019-2020 2021-2022
80 79
12 11
Gooi en Vechtstreek 2019-2020 2021-2022
82 82
11 3 3 1 10 3 3 2
Amstelland-Meerlanden 2019-2020 2021-2022
80 78 82 82
2017-2018
78
12
4 3 3
Zuid-Kennemerland/IJmond 2019-2020 2021-2022
2019-2020
77
13
4 3 3
Amsterdam 2019-2020 2021-2022
2021-2022
76
13
4 3 4
niet verhuisd
binnen de eigen deelregio verhuisd
binnen de MRA verhuisd, andere deelregio
vanuit elders in NL naar de MRA verhuisd
%
MRA 2019-2020 2021-2022 niet verhuisd binnen de MRA verhuisd, andere deelregio vanuit het buitenland naar de MRA verhuisd
vanuit het buitenland naar de MRA verhuisd
71 69 77 76
9 4 11 9 4 12
8 8
4 32 4 33
6 33 6 3 5 11 11
17 18 13 13
3 22 3 22
3 5 5 3 5 6 4 33 4 3 4
binnen de eigen deelregio verhuisd vanuit elders in NL naar de MRA verhuisd
bron: CBS, bewerking O&S
bron: CBS, bewerking O&S
55
Figuur 6.4
Hoogste aandeel verhuisde huishoudens in binnenstedelijke gebieden, nieuwbouwwijken en studentenwijken Figuur 6.4 geeft de verhuisdynamiek per wijk in de MRA weer, op basis van het percentage van alle huishoudens dat in de afgelopen twee jaar verhuisd is. Hierin zien we terug dat de verhuisdynamiek in Amsterdam het grootst is, veel wijken kleuren hier donkerblauw. Het gaat zowel om oudere wijken in de binnenstad (waar veel particuliere huurwoningen zijn met een hoge doorstroom) als om nieuwbouwwijken. In Sloterdijk Nieuw-West, IJburg-Oost en Coenhaven/ Minervahaven in de Houthavens betrokken veel huishoudens een nieuwbouwwoning. Ook in delen van Almere en Lelystad en AmstellandMeerlanden zijn wijken waar meer dan 50% van de huishoudens recent is verhuisd. In Almere geldt dit onder meer voor Randstad, Markerkant, De Vaart, Europakwartier Oost en Gooisekant. In Lelystad is de verhuisdynamiek het hoogst in De Warande. In Diemen is in Holland Park en Bergwijkpad een groot deel van de huishoudens er pas komen wonen. In Amstelveen valt studentenwijk Uilenstede op.
Percentage van alle huishoudens dat in 2021-2022 verhuisd is per wijk
bron: CBS, bewerking O&S
56
6.2 Verhuizingen uit het buitenland
Van huishoudens die naar of uit het buitenland verhuizen is minder informatie beschikbaar dan van binnenlandse verhuizingen. Van huishoudens die naar het buitenland verhuizen is de (nieuwe) huishoudenssamenstelling niet bekend in Nederlandse registraties. Van huishoudens die uit het buitenland naar de MRA verhuizen is het inkomen niet bekend. De meest recente inkomenscijfers zijn namelijk van begin 2021 en toen woonde deze groep nog niet in Nederland. Daarom wordt hier in deze paragraaf niet op in gegaan.
Totale buitenlandse instroom groeit van 59.600 op naar 81.500 huishoudens De hiervoor beschreven instroom uit het buitenland betreft alleen huishoudens van wie de meest recente verhuizing vanuit het buitenland naar de MRA was (50.000). Maar veel huishoudens vestigen zich vanuit het buitenland en verhuizen daarna al snel weer door binnen de MRA. Daarom kijken we ook naar de totale buitenlandse instroom: huishoudens van wie de meest recente verhuizing uit het buitenland was plus de huishoudens die in de afgelopen twee jaar uit het buitenland verhuisden en daarna binnen de MRA door verhuisden. Deze totale buitenlandse instroom bestond in 2021-2022 uit 81.500 huishoudens, een sterke toename ten opzichte van 2019-2020 (59.600). Het grootste deel (48.900) vestigt zich in Amsterdam, gevolgd door Amstelland-Meerlanden (12.400).
Figuur 6.5
In Gooi en Vechtstreek en Zaanstreek-Waterland groeide totale buitenlandse instroom verhoudingsgewijs het hardst Hoewel de totale buitenlandse instroom het grootst is in Amsterdam, nam deze in de andere deelregio’s sterker toe in 2021 en 2022. In Gooi en Vechtstreek bedroeg de toename 61% (van 2.600 naar 4.100), in Zaanstreek-Waterland ging het om 60% (van 2.800 naar 4.500). In Zuid-Kennemerland/IJmond, waar de totale buitenlandse instroom na Amsterdam en Amstelland-Meerlanden het grootst is, was de groei ervan met 32% relatief beperkt (van 4.600 naar 6.000). Ook in Amsterdam was de groei relatief beperkt (+29%).
Totaal aantal verhuisde huishoudens van het buitenland naar de MRA per deelregio, 2019-2020, 2021-2022 (duizendtallen)
Zaanstreek-Waterland 2019-2020 2021-2022
x 1.000 2,8 4,5
Almere/Lelystad 2019-2020 2021-2022
3,7 5,6
Gooi en Vechtstreek 2019-2020 2021-2022
2,6 4,1
Amstelland-Meerlanden 2019-2020 2021-2022
Figuur 6.6
Zaanstreek-Waterland Gooi en Vechtstreek
Amsterdam 2019-2020 2021-2022
37,8
48,9
MRA 2019-2020 2021-2022 20
+61
30
40
50
+52
Zuid-Kennemerland/IJmond
+32
Amsterdam
+29
MRA 59,6
10
+53
Amstelland-Meerlanden
4,6 6,0
0
+60
Almere/Lelystad
8,2 12,4
Zuid-Kennemerland/IJmond 2019-2020 2021-2022
Ontwikkeling totale instroom uit het buitenland per deelregio (percentages)
60
70
0
81,5 80
+37 10
20
30
40
% 50
60
70
80
90
100
ontwikkeling aantal huishoudens verhuisd uit het buitenland 2021-2022 t.o.v. 2019-2020
90
bron: CBS, bewerking O&S
aantal huishoudens verhuisd uit het buitenland
bron: CBS, bewerking O&S
57
Vooral meer jonge huishoudens vanuit het buitenland naar MRA verhuisd Huishoudens die vanuit het buitenland naar de MRA verhuizen zijn vaak jonge alleenwonenden. Het gaat om bijna de helft in 2021-2022 (49%). Gemiddeld in de MRA vormt deze groep 14% van de huishoudens. Gezinnen zijn juist ondervertegenwoordigd in de buitenlandse instroom. De afgelopen twee jaar nam de instroom van studenten uit het buitenland weer toe, van 7% naar 13% van de buitenlandse instroom. In Amsterdam en Amstelland-Meerlanden is het aandeel van jonge alleenwonenden in de buitenlandse instroom het grootst. In Gooi en Vechtstreek vestigen zich relatief veel stellen met kinderen vanuit het buitenland, maar dit aandeel is wel afgenomen, ten gunste van jonge alleenwonenden.
Figuur 6.7
Hoogste inkomens oververtegenwoordigd in buitenlandse instroom, aandeel laagste inkomens in instroom redelijk in verhouding met bevolking MRA Vergeleken met alle huishoudens die in de MRA wonen is de hoogste inkomensgroep sterk oververtegenwoordigd onder huishoudens die zich vanuit het buitenland gevestigd hebben. Van hen heeft 44% een inkomen van €88.070 of hoger, gemiddeld in de MRA is dat 30%. Het aandeel van de laagste inkomensgroep in de buitenlandse instroom komt meer overeen met dat in de totale bevolking (20% tegenover 23%). Dit heeft ermee te maken dat studenten en arbeidsmigranten, die vaak een lager inkomen hebben, een substantieel deel van de instroom vormen. Huishoudens met een inkomen tussen de grens voor passend toewijzen en de sociale huurgrens zijn juist ondervertegenwoordigd in de buitenlandse instroom (12% tegenover 22% onder alle huishoudens). Dit geldt ook voor middeninkomens (sociale huurgrens tot €66.053). Zij vormen 7% van de buitenlandse instroom, tegenover 13% van alle huishoudens.
Verhuisde huishoudens van het buitenland naar de MRA naar huishoudenstype per deelregio, 2019-2020, 2021-2022 (percentages)
Zaanstreek-Waterland 2019-2020 2021-2022
34 38
22 20
Almere/Lelystad 2019-2020 2021-2022
35 37
18 18
Gooi en Vechtstreek 2019-2020 2021-2022
32 36
15 6 5 15 7
Amstelland-Meerlanden 2019-2020 2021-2022 Zuid-Kennemerland/IJmond 2019-2020 2021-2022 Amsterdam 2019-2020 2021-2022 MRA 2019-2020 2021-2022
alleenwonend <35 jaar 35-55 jaar
55+ jaar
44 46 34 35
6 5 7 7 4 6 6 7
15 15 19 17
9 33 4 4
5 4 6 6
16 14
9 5 2 9 42
18 17
10 5 2 10 4 2
25
18 18 16
9
8
Figuur 6.8
6 3 43
11 5 1 10 4 1
18 15
12 12
7 2 6 2
51 55
14 2 2 7 12 3 2 6
17 17
61 51
46 49
15 3 3 11 14 4 4 10
14 14
6 1 51
� Huishoudens naar inkomensgroep, vanuit het buitenland verhuisd en alle huishoudens in de MRA, 2023 (percentages) Figuur 6.8B �
vanuit buitenland verhuisd naar de MRA
20
alle huishoudens in de MRA
23 0
12
20
4 3
16
22
8 40
44 6
12 60
30 80
% 100
inkomens tot inkomens lage middenmiddenhogere hoogste grens vanaf grens inkomens inkomens inkomens inkomens passend passend (sociale (€55.044(€66.053(>€88.070) toewijzen* toewijzen tot huurgrens€66.053) €88.070) sociale €55.044) huurgrens** * grens passend toewijzen: eenpersoonshuishoudens €25.475, meerpersoonshuishoudens €34.575 ** sociale huurgrens: eenpersoonshuishoudens €44.035, meerpersoonshuishoudens €48.625
met kinderen stel zonder kinderen eenoude stel met <35 jaar 35-55 55+ jaar rgezin kinderen jaar bron: CBS, bewerking O&S
Bron: WiMRA 2023
58
Figuur 6.9
Wijken met veel instroom uit het buitenland liggen verspreid over de MRA In een aantal wijken in de MRA is meer dan 40% van de verhuisde huishoudens vanuit het buitenland naar de wijk toe verhuisd. In Lelystad is dat het geval in de Zuiderzeewijk. In Amstelveen geldt dat voor Uilenstede, Kronenberg en voor Amsterdamse Bos. In Aalsmeer voor Oosteinde. In Haarlemmermeer is het aandeel verhuizingen uit het buitenland hoog in Aalsmeerderbrug/Oude Meer en in Lijnden/Boesingheliede. Ook in Veilinggebied en het Glastuingebied in Uithoorn is er relatief veel instroom vanuit het buitenland. In Diemen geldt dat voor Centrum en Holland-Park en in Amsterdam voor de Zuidas, de Noordelijke IJoevers Oost en de Coenhaven/Minervahaven.
Aandeel verhuisde huishoudens uit het buitenland per wijk, 2021-2022
Figuur 6.33B � toont de herkomst van verhuisde huishoudens per gemeente.
bron: CBS, bewerking O&S
59
6.3 Verhuizingen vanuit en naar de rest van Nederland
Vertrekoverschot van gezinnen groeit, vestigingsoverschot van jonge alleenwonenden ook De uitstroom van de MRA naar de rest van Nederland nam sterker toe dan de instroom (van 42.000 naar 46.000; +9%). Er is een vertrekoverschot van 4.000 huishoudens (was -3.000). Het vertrekoverschot is het grootst bij gezinnen en dit is gegroeid (van -4.300 naar -5.100). Dit zorgt niet voor een afname van het aantal gezinnen in de MRA, er vormen zich ook nieuwe gezinnen en er vestigden zich 6.000 gezinnen uit het buitenland. Na gezinnen is het vertrekoverschot het grootst bij oudere stellen zonder kinderen (-2.100). Alleen bij jonge huishoudens zonder kinderen heeft de MRA een vestigingsoverschot met de rest van Nederland. Voor alleenwonenden nam dit saldo de afgelopen twee jaar toe tot +6.000, voor stellen nam het iets af tot +800. Hier zien we een toegenomen vertrek.
Binnenlandse instroom bestaat vooral uit jonge huishoudens Aan het begin van dit hoofdstuk werd duidelijk dat 3% van alle huishoudens in de afgelopen twee jaar vanuit de rest van Nederland naar de MRA verhuisd is. In aantallen zien we een groei van 38.500 naar 42.000 (+8%). Net als de buitenlandse instroom bestaat de binnenlandse instroom voor een groot deel uit jonge alleenwonenden zonder kinderen (48%) en jonge stellen zonder kinderen (18%). Op MRA-niveau is dit de afgelopen jaren niet veranderd. In sommige deelregio’s zien we kleine verschuivingen. Zo neemt het aandeel jonge alleenwonenden in de binnenlandse instroom toe in Almere-Lelystad, Gooi en Vechtstreek en Zaanstreek-Waterland, terwijl het licht afneemt in Amsterdam. Figuur 6.10
Vanuit overig Nederland naar de MRA verhuisde huishoudens naar huishoudenstype, 2019-2020 en 2021-2022 (percentages)
Zaanstreek-Waterland 2019-2020 2021-2022
26 27
13 14
14 13
19 18
7 8
Almere/Lelystad 2019-2020 2021-2022
24 28
13 7 7 7 12 13 7 6 6 12
22 20
8 7
Gooi en Vechtstreek 2019-2020 2021-2022
29 31
11 11 5 6 11 11 4 4
16 17
9 8
Amstelland-Meerlanden 2019-2020 2021-2022 Zuid-Kennemerland/IJmond 2019-2020 2021-2022
48 48 11 12
20
0
7 32 3 7 32 3
20 21
41 31
-10
9 4 9 4
-20
-13,4-14,0
-5,7 -6,6
-15
1 -2
1 -2
3,5 3,7 -7,7 -8,7
1,7 1,7 -2,5 -2,8
1,5 1,5 -3,4 -3,7
3,2 3,7 -4,2 -4,5
2,0 2,1 -3,1 -3,4
-1,2 -1,3
-0,4 -0,5
-4,3 -5,1
-0,8 -1,1
-1,9 -2,1
-1,0 -0,8
-25
alleenwonend 35-55 jr
'21-'22
stel zonder kinderen >55 jr
'19-'20
stel zonder kinderen 35-55 jr
'21-'22
stel met kinderen
'21-'22
eenoudergezin
'21-'22
bron: CBS, bewerking O&S
stel zonder kinderen <35 jr
'21-'22
alleenwonend <35 jr
'21-'22
met kinderen stel zonder kinderen 55+ jaar eenoude stel met <35 jaar 35-55 55+ jaar rgezin kinderen jaar
'21-'22
18 18
-5
6,8 7,4
'19-'20
8 7
'19-'20
13 14
saldo
1,1 0,8
'19-'20
15 15
18,7 20,0
5
instroom
'19-'20
10
uitstroom
'19-'20
5 4
5 3 4 5 34
x 1.000 5,4 6,0
15
14 13
In- en uitstroom MRA en migratiesaldo met overig Nederland per huishoudenstype, 2019-2020 en 2021-2022 (duizendtallen)
'19-'20
8 9
12 12
25
'21-'22
alleenwonend <35 jaar 35-55 jaar
5 4 5 5 4 5
9 5 6 9 5 5
60 58 49 48
15 13
Figuur 6.11
'19-'20
MRA 2019-2020 2021-2022
8 9
33 33
Amsterdam 2019-2020 2021-2022
9 7 6 7 5 7
alleenwonend >55 jr
bron: CBS, bewerking O&S
60
Figuur 6.12
20 15
In- en uitstroom MRA en migratiesaldo met overig Nederland per inkomensgroep, 2019-2020 en 2021-2022 (duizendtallen)
x 1.000 5,0
10 5
1,9
2,5
6,3
8
-4,4
-5,5
13,4 12,9
0 -5
uitstroom
4,5
-8,4
-8
-10
instroom
4,5
3,9
3,8
3,9
2,5
2,6
-5,9
-5
-5,7
-5,9
-4,6
-4,9
-1,5 -1,1
-1,9
-2,0
-2,1
-2,3
5
-9,1 -11,1 -4,3
-6,1
'21-'22
-15
4,8
saldo
'19-'20
Meer huishoudens met een hoger inkomen verruilen de MRA voor de rest van Nederland Vooral bij de hogere inkomens heeft de MRA een negatief migratiesaldo met de rest van Nederland en dit saldo is negatiever geworden. In 2021 en 2022 verhuisden 11.100 huishoudens met een belastbaar jaarinkomen hoger dan €80.048 (in de situatie voor de verhuizing) van de MRA naar elders in Nederland en maakten 5.000 huishoudens de omgekeerde beweging; een vertrekoverschot van 6.100. In 2019 en 2020 was dat nog - 4.300. Daarmee vertrok 4% van de hoogste inkomens naar de rest van Nederland, in 2019-2020 was dit nog 3%. In paragraaf 1.2 zagen we dat het aantal hoge inkomens in de MRA desondanks toeneemt. Huishoudens die in de MRA blijven treden door inkomensstijging ook toe tot deze groep en daarnaast is er een grote instroom van hoge inkomens vanuit het buitenland (paragraaf 6.2).
-20 '21-'22
€40.024 €60.036
'19-'20
'21-'22
€23.725 €40.024
'19-'20
'21-'22
tot €23.725
'19-'20
'21-'22
starter, inkomen niet bekend
'19-'20
'21-'22
'19-'20
Er vertrekken ook meer middeninkomens uit MRA naar de rest van Nederland dan er instromen. Bij de middeninkomens is het vertrekoverschot ook gegroeid, maar minder sterk dan bij de hoogste inkomens. Van alle middeninkomens vertrok 3% naar de rest van Nederland, net als in 2019-2020.
€60.036 €80.048
€80.048 en meer
bron: CBS, bewerking O&S
Alleen bij de laagste inkomensgroep (tot €23.725) is er een vestigingsoverschot. Dit heeft voor een deel te maken met de instroom van studentenhuishoudens met een lager inkomen. Van alle huishoudens in de laagste inkomensgroep vertrok 2% naar de rest van Nederland, net als in 2019-2020. Dat is minder vaak dan midden(3%) en hogere inkomens (4%). Studenten vormen ook het merendeel van de starters. Omdat starters voor hun verhuizing naar de MRA nog bij hun ouders woonden, is er van deze starters geen huishoudensinkomen van voor de verhuizing bekend.
61
6.4 Conclusie binnenlands en buitenlands migratiesaldo Figuur 6.13
Binnenlands migratiesaldo daalt naar -4.000, buitenlands saldo stijgt naar +40.000 Per saldo leidde de totale binnenlandse en buitenlandse migratie in 2021 en 2022 tot een groei van 36.000 huishoudens in de MRA. In 2019 en 2020 was het positieve migratiesaldo maar 11.000. De toename komt vooral door een sterk toegenomen instroom uit het buitenland, maar ook door minder vertrek naar het buitenland en een grotere instroom uit de rest van Nederland. Tegenover de toegenomen instroom vanuit andere delen van Nederland staat een nog sterker toegenomen uitstroom. Het binnenlands migratiesaldo daalt daardoor naar 4.000. Het buitenlands migratiesaldo is +40.000.
150
In- en uitstroom MRA en migratiesaldo met overig Nederland en het buitenland, 2019-2020 en 2021-2022 (duizendtallen)
x 1.000 123 98
100 81 50
0
60 42
-3
-4
-42
-46
-45
-42
20192020
20212022
20192020
20212022
-50
Zowel de binnenlandse als de buitenlandse instroom bestaat voor een groot deel uit jonge huishoudens. Vanuit het buitenland komen er relatief veel hoge inkomens naar de MRA toe. De inkomensverdeling in de binnenlandse instroom lijkt meer op die van de totale bevolking in de MRA. Als we kijken naar de toegenomen uitstroom naar de rest van Nederland, zien we vooral een toename in het aantal vertrekkende stellen, zowel met als zonder kinderen. Vooral huishoudens met een hoger inkomen verruilen de MRA vaker voor andere delen van het land.
-100
40
39
14
binnenland
36 11
buitenland
-87
-87
20192020
20212022
totaal
bron: CBS, bewerking O&S
62
Tabel 6.14
6.5 Verhuizingen binnen de MRA Toename aantal verhuizingen binnen en tussen de MRA-deelregio’s De meeste verhuizingen vinden binnen de MRA plaats. Het gaat om 70% (210.000 huishoudens) van de huishoudens die in 2021 en 2022 binnen of naar de MRA verhuisd zijn. Van alle verhuisde huishoudens verhuisde 54% binnen de eigen deelregio en 47% binnen de eigen gemeente. De meeste verhuizingen vinden dus dicht bij huis plaats. Tussen de deelregio’s verhuisden 48.000 huishoudens (16% van alle verhuizingen). De dynamiek tussen de deelregio’s nam sterker toe (+9%) dan die binnen de deelregio’s (+5%). In Almere-Lelystad, Gooi en Vechtstreek en Zuid-Kennemerland/IJmond nam het aantal verhuizingen binnen de deelregio af, terwijl de instroom uit andere delen van de MRA toenam. In Zaanstreek-Waterland, Amstelland-Meerlanden en Amsterdam nam zowel het aantal interne verhuizingen als de instroom uit de rest van de MRA toe. Per saldo verliezen Amsterdam en in mindere mate AmstellandMeerlanden huishoudens aan de rest van de MRA. De andere deelregio’s hebben allemaal een positief migratiesaldo, vooral door instroom uit Amsterdam.
Verhuisde huishoudens binnen deelregio’s, vanuit en naar andere deelregio’s, 2021-2022 (aantallen) en ontwikkeling t.o.v.2019-2020 (percentages)
20212022
20212022
20212022
20212022
binnen deelregio
uit overig MRA
naar overig MRA
saldo
ontw. t.o.v. 20192020 (%) binnen deelregio
ontw. t.o.v. 20192020 (%) uit overig MRA
ontw. t.o.v. 20192020 (%) naar overig MRA
ZW
14.644
5.920
3.996
1.924
5
10
1
AL
14.920
5.246
3.322
1.924
-1
11
10
GV
10.746
3.872
3.117
755
-8
6
9
AM
13.452
10.519
10.711
-192
3
5
14
ZK/IJ
19.230
6.229
4.302
1.927
-4
8
2
A
88.921
15.864
22.202
-6.338
11
11
8
MRA
161.913
47.650
47.650
-
5
9
9
bron: CBS, bewerking O&S
Er zijn grote verschillen tussen gemeenten als het gaat om de herkomst van verhuizingen. In sommige gemeenten wordt veel binnen de gemeente verhuisd. Het gaat om meer stedelijke gemeenten als Amsterdam (56%), Purmerend (52%), Almere (52%), Zaanstad (49%) en Lelystad (48%). In Edam-Volendam wordt verhoudingsgewijs echter het meest binnen de gemeente verhuisd (58%). In kleinere gemeenten als Diemen (16%), Blaricum (18%), Bloemendaal (21%) en Ouder-Amstel (24%) wordt het minst binnen de gemeente verhusid. Hier is de instroom vanuit andere delen van de MRA juist relatief groot. Figuur 6.33B � toont de herkomst van verhuisde huishoudens per gemeente.
63
Grootste verhuisstromen in de MRA lopen van en naar Amsterdam De 48.000 verhuizingen tussen deelregio’s zijn vooral verhuizingen van en naar Amsterdam (38.000). De grootste stromen lopen tussen Amsterdam en Amstelland-Meerlanden. Buiten de stromen van en naar Amsterdam lopen er substantiële stromen (met 1.000 of meer verhuizingen) tussen AmstellandMeerlanden (vooral Amstelveen) en Zuid-Kennemerland/IJmond (vooral Haarlem) en van Amstelland-Meerlanden naar Almere-Lelystad.
Meer uitstroom dan instroom naar Amsterdam, maar instroom neemt wel wat sterker toe Zowel van als naar Amsterdam waren er in alle deelregio’s meer verhuizingen dan in 2019 en 2020 (zie tabel 6.17). In totaal groeide het aantal verhuizingen van andere deelregio’s naar Amsterdam met 11% naar 15.900. Het aantal verhuizingen in omgekeerde richting groeide met 8% naar 22.200. De instroom uit Amsterdam groeide het sterkst in Zuid-Kennemerland/IJmond (+13%) en Almere/Lelystad (+12%). Het aantal verhuizingen van Amstelland-Meerlanden naar Amsterdam nam sterk toe, met 16% tot 7.200. Tabel 6.16
Figuur 6.15
In- en uitgaande verhuisstromen tussen deelregio’s MRA, 2021-2022*
van:
Verhuizingen tussen deelregio’s MRA, 2021-2022 (duizendtallen)
naar: ZW
GV
0,3
AM
ZK/IJ
0,1
0,4
0,5
2,5
4,0
0,5
0,5
0,2
1,8
3,3
0,2
0,1
2,1
3,1
1,6
7,2
10,7
2,2
4,3
0,3
GV
0,1
0,6
AM
0,6
1,0
0,4
ZK/IJ
0,5
0,2
0,1
1,2
A
4,4
3,1
2,7
8,2
3,8
totaal
5,9
5,2
3,9 10,5
6,2
A
totaal
22,2 15,9
47,7
Verhuizingen tussen deelregio’s, ontwikkeling t.o.v. ‘19-‘20 (percentages)
naar:
* De dikte van de pijlen geeft het aantal verhuizingen weer, de aantallen staan in tabel 6.16
AL
AL
Tabel 6.17
van:
ZW
ZW
AL
ZW
GV
-10
AM
ZK/IJ
-11
-6
-8
7
1
1
15
-8
9
10
4
19
11
9
5
16
14
1
2
AL
42
GV
11
2
AM
11
22
3
ZK/IJ
28
10
8
-5
A
6
12
8
6
13
totaal
10
11
6
5
8
A
totaal
8 11
9
bron: CBS, bewerking O&S
64
Almere/Lelystad heeft vestigingsoverschot vanuit alle deelregio’s De figuur hieronder laat het migratiesaldo tussen de deelregio’s zien. De richting van de pijl geeft weer in welke richting er een vertrekoverschot is en de dikte geeft de grootte van dat vertrekoverschot weer. De tabellen rechts laten de grootte van het vertrekoverschot in aantallen zien in 2021-2022 en 2019-2020. De verhuisstromen tussen de meeste deelregio’s zijn redelijk in balans. Alleen Amsterdam en Amstelland-Meerlanden hebben een duidelijk vertrekoverschot richting de andere deelregio’s. Verder verliest Amsterdam per saldo 986 huishoudens aan Amstelland-Meerlanden.
Figuur 6.18
In grote lijnen zijn deze patronen hetzelfde gebleven. Wel valt op dat er per saldo meer huishoudens vertrekken uit Amstelland-Meerlanden dan in 2019 en 2020. Ook zien we een toegenomen vertrekoverschot van Amsterdam naar alle deelregio’s behalve Amstelland-Meerlanden. Almere-Lelystad is de enige deelregio met een positief migratiesaldo met alle andere deelregio’s.
Migratiesaldo huishoudens (instroom minus uitstroom) tussen deelregio’s MRA, 2021-2022
Figuur 6.19
Migratiesaldo huishoudens (vertrekoverschot) tussen deelregio’s MRA
2021-2022
2019-2020
bron: CBS, bewerking O&S
bron: CBS, bewerking O&S
65
Meer huishoudens met een hoog inkomen verhuisd tussen de deelregio’s Vergeleken met 2019 en 2020 zijn er in 2021 en 2022 meer huishoudens in de hoogste inkomensgroep verhuisd tussen deelregio’s. Van de huishoudens die in 2021 en 2022 tussen de deelregio’s verhuisden, had 25% een inkomen van €80.048 of hoger (prijspeil 2021). In 2019 en 2020 was dat nog 23%. In alle deelregio’s behalve Amsterdam nam het aandeel hoge inkomens in de instroom uit andere delen van de MRA toe, terwijl het aandeel van de lagere inkomensgroepen en starters in de instroom afnam. Vooral in Gooi en Vechtstreek zijn hoge inkomens dominant in de verhuizingen uit andere delen van de MRA (47%). In AlmereLelystad was de instroom van hoge inkomens nog relatief beperkt, maar is deze ook sterk gestegen (van 22% naar 27%). In Almere/Lelystad en ZaanstreekWaterland vestigen zich nog relatief veel middeninkomens uit andere delen van de MRA, maar dit aandeel neemt wel af.
Huishoudens met hoog inkomen verlaten in toenemende mate Amsterdam voor andere delen van de MRA Als we kijken naar de inkomens van huishoudens die een deelregio verlaten voor een andere deelregio, dan zien we dat vooral uit Amsterdam relatief veel huishoudens met een hoog inkomen vertrekken. Dit aandeel is bovendien gestegen van 30% naar 34%. Ook middeninkomens vormen een relatief groot deel van de uitstroom uit Amsterdam (28% ten opzichte van 25% onder alle huishoudens die tussen de deelregio’s verhuisden), maar dit aandeel neemt wel af. Starters vormen een groot deel van de uitstroom binnen de MRA in alle regio’s behalve in Amsterdam.Dit komt omdat het vaak om studenten gaat die van een andere deelregio naar Amsterdam verhuizen voor studie. De omgekeerde weg wordt minder vaak bewandeld. In Gooi en Vechtstreek vormen starters bijvoorbeeld het grootste deel van de vertrekkers (figuur 6.21) maar het kleinste deel van de vestigers (6.20).
Figuur 6.20
Figuur 6.21 Huishoudens vertrokken naar andere delen van de MRA per deelregio, naar inkomensgroep, 2021-2022 en 2019-2020 (percentages)
Huishoudens gevestigd in een deelregio vanuit andere delen van de MRA, naar inkomensgroep, 2021-2022 en 2019-2020 (percentages)
Zaanstreek-Waterland 2019-2020 2021-2022
35 33
Almere/Lelystad 2019-2020 2021-2022
28 25
Gooi en Vechtstreek 2019-2020 2021-2022
24 20
Amstelland-Meerlanden 2019-2020 2021-2022
33 31
24
26
31 30
Zaanstreek-Waterland 2019-2020 2021-2022
29 28
22 27
13 12
Almere/Lelystad 2019-2020 2021-2022
31 32
42 47
8 8
Gooi en Vechtstreek 2019-2020 2021-2022
26 30
15 13
Amstelland-Meerlanden 2019-2020 2021-2022
17 15
Zuid-Kennemerland/IJmond 2019-2020 2021-2022
28 27
26 25
26 26
Amsterdam 2019-2020 2021-2022
29 31
16 17
MRA 2019-2020 2021-2022
29 29
€40.024 - €80.048
13 12
36 35
Zuid-Kennemerland/IJmond 2019-2020 2021-2022
tot €40.024
20 24
32 33 13 13
25 25
42 39 23 25
13 14
24 25 19 19
33 34 24 24
37 36
45 45
21 21 25 25
31 29
14 14
17 18 18 18
29 27
19 21
Amsterdam 2019-2020 2021-2022
30 28
29 28
MRA 2019-2020 2021-2022
29 29
25 25
23 21
€80.048 en meer
19 18
20 22
32 31 30 34 23 25
11 9 23 21
starter, ink. onbekend* * van starters is geen inkomen voor verhuizing bekend, omdat zij voor de verhuizing nog thuis woonden
starter, ink. onbekend* * van starters is geen inkomen voor verhuizing bekend, omdat zij voor de verhuizing nog thuis woonden
bron: CBS, bewerking O&S
bron: CBS, bewerking O&S
tot €40.024
66
€40.024 - €80.048
€80.048 en meer
Vertrek van lagere inkomens uit Amsterdam afgenomen De tabel hieronder laat het migratiesaldo tussen deelregio’s zien voor huishoudens met een inkomen tot €40.024. De aantallen geven het vertrekoverschot weer. Het gaat om kleine aantallen. Per saldo vertrekken huishoudens met een lager inkomen vooral uit Amsterdam en Amstelland-Meerlanden naar andere deelregio’s. Het vertrekoverschot van Amsterdam naar Zaanstreek-Waterland is het grootst (650 huishoudens). Dit is wel afgenomen (was 740), net als het vertrekoverschot van lage inkomens van Amsterdam naar andere deelregio’s. Het vertrek van lage inkomens vanuit Amsterdam neemt af, omdat er ook in de regio minder betaalbaar woningaanbod is.
Toegenomen vertrek hoge inkomens van Amsterdam naar AmstellandMeerlanden, Gooi en Vechtstreek en Zuid-Kennemerland/IJmond Huishoudens met een hoog inkomen (€80.048 of meer) verlaten per saldo vaak Amsterdam en vestigen zich met name in Amstelland-Meerlanden, Gooi en Vechtstreek en Zuid-Kennemerland/IJmond. Dit patroon was in 2019 en 2020 hetzelfde, maar de uitstroom van hoge inkomens uit Amsterdam is gegroeid, waardoor het vertrekoverschot van hoge inkomens uit Amsterdam naar deze deelregio’s groter is dan in 2019 en 2020.
Figuur 6.22
Figuur 6.23
Migratiesaldo (vertrekoverschot) tussen deelregio’s MRA, inkomen tot €40.024, 2021-2022
bron: CBS, bewerking O&S
Migratiesaldo (vertrekoverschot) tussen deelregio’s MRA, inkomen vanaf-€80.048, 2021-2022
bron: CBS, bewerking O&S
67
Huishoudens met kinderen dominant in verhuizingen binnen de MRA naar Gooi en Vechtstreek en Almere-Lelystad Huishoudens die binnen de MRA naar een andere deelregio verhuizen zijn vaak jonge huishoudens zonder kinderen (49%) of huishoudens met kinderen (26%). De eerste groep verhuist vaak naar Amsterdam en de laatste groep verhuist vaak naar de andere deelregio’s, vooral Gooi en Vechtstreek en Almere-Lelystad. Dit patroon is niet sterk veranderd ten opzichte van 2019 en 2020. Huishoudens met kinderen worden wel wat dominanter in de instroom in Almere-Lelystad, terwijl zij juist minder vaak naar Zaanstreek-Waterland verhuizen. In Gooi en Vechtstreek vormen gezinnen de grootste groep in de instroom uit andere delen van de MRA.
Ruim een op de drie uit Amsterdam naar elders in de MRA vertrekkende huishoudens heeft kinderen Als we kijken naar de uitstroom naar andere deelregio’s in de MRA, valt vooral het vertrek van huishoudens met kinderen uit Amsterdam op. Het gaat om 35% van de uit Amsterdam vertrekkende huishoudens. Dat is in de andere deelregio’s veel lager. Het aandeel gezinnen onder de vertrekkers uit Amsterdam is wel wat afgenomen ten opzichte van 2019-2020. Het aandeel huishoudens zonder kinderen tussen de 35 en 55 jaar in de uitstroom uit Amsterdam groeit licht.
Figuur 6.24
Figuur 6.25
Huishoudens gevestigd in een deelregio vanuit andere delen van de MRA, naar huishoudenstype, 2021-2022 en 2019-2020 (percentages)
Huishoudens vertrokken naar andere delen van de MRA per deelregio, naar huishoudenstype, 2021-2022 en 2019-2020 (percentages)
Zaanstreek-Waterland 2019-2020 2021-2022
34 35
35 32
19 20
13 13
Zaanstreek-Waterland 2019-2020 2021-2022
Almere/Lelystad 2019-2020 2021-2022
34 35
36 37
19 18
11 10
Almere/Lelystad 2019-2020 2021-2022
29 29
42 42
17 17
12 12
Gooi en Vechtstreek 2019-2020 2021-2022
62 62
14 14
13 14
11 10
62 62
16 16
14 14
8 7
16 17
9 9
17 18
9 9
16 17
9 9
Gooi en Vechtstreek 2019-2020 2021-2022 Amstelland-Meerlanden 2019-2020 2021-2022
44 42
32 32
16 17
9 9
Amstelland-Meerlanden 2019-2020 2021-2022
Zuid-Kennemerland/IJmond 2019-2020 2021-2022
42 43
28 27
19 20
11 10
Zuid-Kennemerland/IJmond 2019-2020 2021-2022
7 6
Amsterdam 2019-2020 2021-2022
9 9
MRA 2019-2020 2021-2022
Amsterdam 2019-2020 2021-2022 MRA 2019-2020 2021-2022
huishouden zonder kinderen, < 35 jaar
huishouden met kinderen
70 70 49 49
huishouden zonder kinderen, 35-54 jaar
10 10 26 26
13 14 16 17
huishouden zonder kinderen, > 55 jaar
huishouden zonder kinderen, < 35 jaar
bron: CBS, bewerking O&S
huishouden met kinderen
57 56
18 17
49 49
21 21
57 55 37 37
18 18
19 20 36 35
49 49
huishouden zonder kinderen, 35-54 jaar
15 17
26 26
9 10 13 11
huishouden zonder kinderen, > 55 jaar
bron: CBS, bewerking O&S
68
6.6 Verhuisde starters Starters die thuis woonden in de MRA vestigen zich vaak in de eigen deelregio Nu zoomen we in op de starters die voor ze uit huis gingen, in de MRA thuis woonden. Waar gaan zij als starter wonen? Hierbij kijken we alleen naar starters die in Nederland blijven. Over de afgelopen jaren is dit beeld weinig veranderd. Ruim de helft blijft in dezelfde deelregio wonen. Dit aandeel nam iets toe, van 52% in 2019-2020 naar 53% in 2021-2022. Ongeveer een kwart (24%) blijft in de MRA wonen, maar wisselt van deelregio. 23% verlaat de MRA en gaat elders in Nederland wonen.
Aandeel starters onder de recent verhuisden afgenomen naar 13% Starters op de woningmarkt zijn in deze analyse huishoudens die voorafgaand aan de verhuizing bij hun ouder(s) inwoonden. In 2021 en 2022 waren er 40.460 starters die zich in de MRA vestigden. Het gaat om 13% van alle recent verhuisde huishoudens. Hoewel het aantal starters in absolute zin vrijwel gelijk bleef, is hun aandeel onder de recent verhuisde huishoudens afgenomen. In 2019-2020 ging het nog om 15% en in 2017-2018 ging het om 14%. Tussen 2017-2018 en 20192020 nam de ruimte voor starters dus wat toe, vooral doordat er tijdens de coronacrisis minder instroom vanuit de rest van Nederland en het buitenland was. De afgelopen twee jaar zien we dus weer een afnemend aandeel starters. De grootste groep starters blijft binnen de eigen deelregio wonen en dit aandeel neemt voor de tweede meting op rij toe (47%). Ongeveer een op de drie starters vestigt zich vanuit de rest van Nederland (32%) en een op de vijf verhuist binnen de MRA naar een andere deelregio (21%). De instroom van starters uit de rest van Nederland neemt verhoudingsgewijs af, terwijl het aandeel dat binnen de eigen deelregio verhuist toeneemt. Het aandeel starters dat binnen de MRA van deelregio wisselt bij het uit huis gaan, is door de jaren heen redelijk stabiel.
Starters uit Amsterdam en Amstelland-Meerlanden verhuizen het vaakst binnen de eigen deelregio (67%), starters uit Gooi en Vechtstreek het minst vaak (35%). Zij vertrekken relatief vaak naar Amsterdam of andere delen van Nederland. Van alle starters uit de MRA die binnen de MRA verhuisden, was Amsterdam na de eigen deelregio de meest gekozen bestemming. De figuren op deze pagina zijn in de bijlage naar deelregio uitgesplitst.
Figuur 6.27
� Waar woonden de starters die zich in de MRA vestigden eerst? 2017-2018 t/m 2021-2022 (procenten) Figuur 6.26B �
Figuur 6.26
� Waar gaan de starters wonen die in de MRA thuis woonden? 2017-2018 t/m 2021-2022 (procenten) Figuur 6.27B �
2017 - 2018 (n=38.270)
44
21
35
2017 - 2018 (n=32.560)
52
25
23
2019 - 2020 (n=40.650)
46
22
33
2019 - 2020 (n=35.690)
52
24
24
2021 - 2022 (n=40.460)
47
21
32
2021 - 2022 (n=35.980)
53
24
23
0
20
binnen deelregio verhuisd
40
vanuit elders in MRA verhuisd
60
80
%
0
100
binnen deelregio verhuisd
vanuit elders in NL verhuisd
20
40
vanuit elders in MRA verhuisd
60
80
% 100
vanuit elders in NL verhuisd
bron: CBS, bewerking O&S
bron: CBS, bewerking O&S
69
Starters op latere leeftijd voor het eerst de woningmarkt op Gemiddeld zijn de starters die in 2021 en 2022 binnen of naar de MRA zijn verhuisd 26,4 jaar. In 2019-2020 waren zij gemiddeld wat jonger: 26,3 jaar. Ook hierin zien we terug dat het voor starters moeilijker wordt om een woning te vinden in de MRA. Het verschil is het grootst onder starters die binnen de MRA naar een andere deelregio verhuisden (26,2 versus 25,9). Van de starters in de MRA is 42% student. Onder starters die zich vestigden vanuit de rest van Nederland vormen zij de grootste groep (56%). Onder starters die binnen de eigen deelregio zijn verhuisd, zijn studenten relatief het minst vertegenwoordigd, met bijna een derde. In de gemeenten Amsterdam, Diemen en Amstelveen komt een relatief groot deel van de zich vestigende starters vanuit elders in Nederland (43%, 41% en 49%). Starters die zich vanuit elders in Nederland in de MRA vestigen, hebben het vaakst een laag inkomen tot €23.725 (71%) en starters die binnen de deelregio verhuizen het minst vaak (54%). Starters die tussen deelregio’s verhuizen zitten daar tussenin (62%). Figuur 6.28
Gemiddelde leeftijd bij het uit huis gaan van starters naar herkomstlocatie, 2021-2022 en 2019-2020
28
Leeftijd
27
2019-2020 27,2 27,3
26 25,9
26,3
26,2
26,4
25,2 25,3
25
24
2021-2022
binnen de eigen deelregio
binnen de MRA, andere deelregio
vanuit elders in NL naar de MRA
totaal
bron: CBS, bewerking O&S
70
6.7 Naar nieuwbouw verhuisde huishoudens Nieuwbouw vaak betrokken door huishoudens die binnen de deelregio verhuizen Huishoudens die de nieuwbouw betrokken, woonden vaak al in dezelfde regio (62%), maar dat aandeel neemt wat af. 18% van de huishoudens die in de nieuwbouw gingen wonen, wisselde van deelregio en 12% woonde hiervoor elders in de Nederland. Ten slotte woonde 8% hiervoor in het buitenland. Het aandeel dat vanuit het buitenland nieuwbouw betrok is gestegen ten opzichte van de vorige periode. In veel deelregio’s gaat het echter nog maar om 1 of 2 procent. In Amsterdam en Amstelland-Meerlanden is dit met 13% een grotere groep. Het aandeel dat binnen de eigen deelregio naar een nieuwbouwwoning is verhuisd, is het laagst in Amstelland-Meerlanden (46%) en het hoogst in ZaanstreekWaterland (77%).
22.000 huishoudens naar nieuwbouw verhuisd, vaak naar vrije sector huurwoningen In 2021-2022 verhuisden er iets minder dan 22.000 huishoudens naar een nieuwbouwwoning (met het bouwjaar 2021 of 2022). Dit is een stijging ten opzichte van 2019-2020, toen er ruim 19.000 huishoudens naar een nieuwbouwwoning verhuisden. De nieuwbouw bestaat voor een relatief groot deel uit vrije sectorhuurwoningen van particulieren. Van alle huishoudens die naar nieuwbouw verhuisden ging het in 38% van de gevallen om een particuliere vrije sectorwoning. 30% betrok een koopwoning en 26% een sociale huurwoning van een corporatie. Sociale huurwoningen van particulieren vormen met 2% een zeer klein deel van de nieuwbouw.
Figuur 6.30 Figuur 6.29
Recent verhuisde huishoudens naar nieuwbouw (bouwjaar 2021 of 2022) en oudbouw naar woningmarktsegmenten, 2023
verhuisd naar nieuwbouw
26
2 4
verhuisd naar bestaande bouw
23
9
totale woningvoorraad
6 3
30 0
sociale huur, corporatie
sociale huur, particulier
3
20
38
30
35
30
14 40
vrije sector huur, corp.
%
47 60
vrije sector huur, part.
80
100
� Herkomst van de naar nieuwbouw verhuisde huishoudens, MRA, 2017-2018, 2019-2020, 2020-2022 (procenten) Figuur 6.30B �
2017-2018 (n= 19.820)
63
2019-2020 (n= 19.280)
65
2021-2022 (n=21.910)
62 0
Koopwoning
binnen deelregio verhuisd
bron: WiMRA 2023
20
vanuit elders in MRA verhuisd
16
13 20
11
18 40
60
vanuit elders in NL verhuisd
8
12 80
4 %
8
100
vanuit het buitenland verhuisd
bron: CBS, bewerking O&S
71
Stellen zonder kinderen boven de 55 jaar verhuizen het vaakst naar nieuwbouw Een aantal huishoudenstypen verhuist relatief vaak naar nieuwbouw. Zo verhuisde 14% van alle in 2021-2022 verhuisde stellen zonder kinderen van 55-plus naar een nieuwbouwwoning. En van alle stellen met kinderen verhuisde 10% naar nieuwbouw, dat is wel minder dan in 2019-2020, toen het nog om 13% ging. Van het totale aantal verhuizers naar een nieuwbouwwoning in de periode 20212022 is 17% een starter. Dit aandeel ligt iets hoger in Zuid-Kennemerland/IJmond, waar deze groep 22% van het totaal vormt. In Amstelland-Meerlanden, en met name in Gooi en Vechtstreek is het aandeel dat deze groep vormt lager (13% en 7%).
alleenwonend
55+ jaar 2021-2022 7 2019-2020 7 35-55 jaar 2021-2022 6 2019-2020 5 < 35 jaar 2021-2022 6 2019-2020 5
stel zonder kinderen
Verhuizingen naar nieuwbouw als aandeel van totaal aantal verhuizingen, naar huishoudenstype, MRA, 2019-2020 en 2021-2022 (procenten)
55+ jaar 2021-2022 2019-2020 35-55 jaar 2021-2022 2019-2020 < 35 jaar 2021-2022 2019-2020
met kinderen
Figuur 6.31
Oppervlak nieuwbouwwoningen verschilt sterk tussen deelregio’s Er zijn aanzienlijke verschillen per deelregio wat betreft het oppervlak van de woning van verhuizers naar nieuwbouw. In Amsterdam heeft 26% van deze woningen een oppervlakte tot 40 vierkante meter, terwijl woningen van deze grootte in Gooi en Vechtstreek (o%), Zuid-Kennemerland/IJmond (2%) en Amstelland-Meerlanden (2%) nauwelijks voorkomen. Met name in Gooi en Vechtstreek is het woonoppervlak van nieuwbouwwoningen groot. Zes op de tien nieuwbouwwoningen hebben daar een oppervlak van 120 vierkante meter of meer. In Amsterdam is dat slechts 10%.
stel met kinderen 2021-2022 2019-2020 eenoudergezin 2021-2022 2019-2020
93 93 94 95 94 95 14 15
0
Figuur 6.32
7 7 7 7
86 85 93 93 93 93
10 13 8 7
90 87 92 93 20
40
naar nieuwbouw
60
Oppervlakte woning van verhuizers naar nieuwbouw, MRA, 2021-2022
Zaanstreek-Waterland
7
Gooi en Vechtstreek
8
Almere/Lelystad
9
10 17
Amstelland-Meerlanden 2
18
Zuid-Kennemerland/IJmond 2
20
80
100
14 15
27 19 20
32 61
26
< 40 m2 80 - 100 m2
7
6
23
15 0
18
21
26
Metropoolregio Amsterdam
naar bestaande bouw
7
10
Amsterdam
%
28
22 40
15
31 30
12 26
11
21
11
14 60
40 - 60 m2 100 - 120 m2
9
15 5
10
22 80
% 100
60 - 80 m2 > 120 m2
bron: CBS, bewerking O&S
bron: CBS, bewerking O&S
72
7 Woonwensen
De verwachte huishoudenssamenstelling na de verhuizing is meestal dezelfde als daarvoor. Zo gaat 81% van de alleenwonenden na de verhuizing ook alleen wonen en vormt 13% van de alleenwonenden na de verhuizing een stel zonder kinderen.
Hoewel de meeste verhuisgeneigde huishoudens willen kopen, is deze voorkeur wel licht afgenomen. Huishoudens zoeken minder vaak een koopwoning in het goedkoopste segment, mogelijk vanuit de wetenschap dat het aanbod zeer beperkt is. Het aandeel dat zich op een sociale huurwoning oriënteert neemt toe.
Meer dan de helft (56%) van de zelfstandige huishoudens in de MRA heeft verhuisplannen: 27% wil zeker binnen twee jaar verhuizen en 29% misschien. De verhuisgeneigdheid is hetzelfde als in 2021. In 2019 gaven huishoudens minder vaak aan zeker te willen verhuizen (25%).
De huishoudens die buiten de MRA op zoek zijn, richten zich vaak op koop, onder degenen die binnen de MRA zoeken is de voorkeur voor sociale huur relatief groot.
Huishoudens in een particuliere vrijesectorwoning willen het vaakst zeker of misschien verhuizen (84%), gevolgd door huurders in de particuliere sociale huur (73%). Woningeigenaren zijn het minst verhuisgeneigd (46%).
Van de zelfstandige huishoudens die nu huren en naar een koopwoning willen verhuizen, heeft 81% voor vrijwel het volledige aankoopbedrag hypothecaire dekking nodig. Onder doorstromende kopers is dit slechts 20%.
Vaker op zoek naar een groter woning en een werkruimte
Kernpunten
Dit hoofdstuk bespreekt de woonwensen van huishoudens in de MRA. Het gaat daarbij alleen om de woonwensen van zelfstandig wonende huishoudens. De laatste paragraaf bespreekt kort de woonwensen van thuiswonende jongeren.
Verhuisgeneigdheid gelijk aan die in 2021
Jonge alleenwonenden zijn het meest verhuisgeneigd. Stellen en alleenwonenden boven de 65 jaar hebben het minst vaak verhuisplannen.
De belangrijkste reden om te willen verhuizen blijft de wens om groter te willen wonen (34%). De wens om meer buitenruimte te hebben (28%), om gelijkvloers te wonen (20%) en om goedkoper te wonen (17%) worden vaker dan in 2021 als verhuisreden genoemd. De situatie op de woningmarkt en de prijzen van koop- en huurwoningen zijn belangrijke redenen om niet te willen of te kunnen verhuizen.
Van de huishoudens die willen verhuizen is 38% een alleenstaande jonger dan 65 jaar, 17% vormt een stel jonger dan 65 jaar, 31% is een gezin en 13% is een 65+-huishouden.
73
Verhuisgeneigden zijn vergeleken met 2019 en 2021 minder uitgesproken in het gewenste woningtype: het aandeel dat zowel interesse heeft in een eengezinswoning als een meergezinswoning is gestegen van 25% naar 37%. Een op drie (34%) zoekt een meergezinswoning, 29% een eengezinswoning.
De trend dat huishoudens vaker een woning met een werkruimte of een praktijkruimte willen, zet door. In 2023 wil 25% van de verhuisgeneigden dit. Ook is er meer vraag naar gelijkvloerse woningen: 38% van de verhuisgeneigden is hiernaar op zoek, in 2021 ging het om 32%.
De vraag verschuift naar grotere woningen. In 2019 gaf nog 18% aan een woning van meer dan 120 m2 te zoeken, in 2023 is dat 27%.
Huishoudens die buiten de MRA naar een woning op zoek zijn, hebben vaker een ruime woning van meer dan 120 m2 op het oog dan degenen die in de MRA willen blijven wonen (34% versus 24%).Onder huishoudens die binnen de MRA zoeken is tussen de 60-100 m2 een populaire grootte (45%).
Woonwensen thuiswonende kinderen divers maar vaak voorkeur voor huren
Bij 8% van de huishoudens in de MRA zijn er kinderen die binnenkort uit huis willen. Het merendeel van de thuiswonende jongeren dat uit huis wil, is tussen de 18 en 22 jaar.
De woonwensen van starters zijn divers: 27% zoekt een (sociale) huurwoning, 25% een kamer en 22% een koopwoning.
De meeste thuiswonende jongeren (50%) willen in de eigen gemeente gaan wonen. De groep die in Amsterdam wil gaan wonen is in vergelijking met 2021 gegroeid.
Thuiswonende jongeren die willen huren, willen vaak maximaal €808 betalen. Thuiswonende jongeren die zoeken naar een onzelfstandige woonruimte geven dit vaker aan dan thuiswonende jongeren die zoeken naar een zelfstandige huurwoning (94% versus 84%).
Thuiswonende jongeren die willen kopen, zijn veel vaker dan in 2021 op zoek naar een woning in het dure segment (55% versus 35%).
74
7.1 Hebben huishoudens verhuisplannen? Hoogste verhuisgeneigdheid in delen van Amsterdam De verhuisgeneigdheid is het hoogst in een aantal gebieden in Amsterdam. Hier geeft ruim de helft van de huishoudens aan zeker te willen of moeten verhuizen binnen twee jaar. In Amsterdam Zuidoost gaat het om Amstel III/ Bullewijk (62%), Amsterdamse Poort (59%) en de H-buurt (57%). Daarnaast vallen Westlandgracht (57%) en de Kolenkitbuurt (55%) en Omval/Overamstel (55%) op. Bewoners van de Bloemendalerpolder in Weesp (7%), ’s Graveland (7%), UithoornZijdelwaard (10%), Purmerend-Beemster (10%) en Heemskerk-Van Acker tot Burcht (10%) zijn het minst vaak zeker van plan om binnen twee jaar te verhuizen.
Meeste huurders in de particuliere vrije sector willen binnen 2 jaar verhuizen Meer dan de helft (56%) van de zelfstandige huishoudens in de MRA heeft verhuisplannen: 27% wil zeker binnen twee jaar verhuizen en 29% misschien. In 2021 was dit net zo, maar in 2019 gaven huishoudens minder vaak aan zeker te willen verhuizen (25%). De verhuisgeneigdheid is het hoogst onder huurders in de particuliere vrije sector: 50% wil zeker verhuizen en 34% misschien. Daarna volgen de huurders in de particuliere sociale huur, waarvan 73% van de huishoudens verhuisplannen heeft. In dit segment komen tijdelijke huurcontracten relatief veel voor (24%). Woningeigenaren zijn het minst verhuisgeneigd (46%). Tussen 2019 en 2021 groeide in alle segmenten de verhuisgeneigdheid. Hier speelde mee dat sommige huishoudens door de corona-lockdowns in 2021 andere woonbehoeften kregen. In 2023 is in een aantal segmenten de verhuisgeneigdheid weer wat afgezwakt, maar overal is de verhuisgeneigdheid hoger dan in 2019.
Figuur 7.1
Figuur 7.2
Verhuisgeneigdheid zelfstandige huishoudens (wil zeker verhuizen), MRA, 2023 (%)
Verhuisgeneigdheid zelfstandige huishoudens naar huidig segment, MRA, 2023 (%)
sociale huur, corporatie 2019 2021 2023
30 32 32
sociale huur, particulier 2019 2021 2023
24 23 24
46 44 44
42 48 46
vrije sector huur, corporatie 2019 2021 2023
28
38 42 36
vrije sector huur, particulier 2019 2021 2023
29 31
14 15 15 0
wil zeker binnen twee jaar verhuizen
33 29 32
30
48 51 50
koopwoning 2019 2021 2023
30 26 27
26 27
34 34 34 31 32 31
20
18 15 16 55 53 54
40
60
wil misschien binnen twee jaar verhuizen
%
80
100
wil niet verhuizen
bron: WiMRA 2023
bron: WiMRA 2023
75
Meer buitenruimte, gelijkvloers wonen en goedkoper wonen vaker genoemd als verhuisreden De meest genoemde redenen om te willen verhuizen zijn de wens om groter te wonen (34%), een (grotere) tuin of balkon (28%) en mooier of beter te wonen (25%). Vergeleken met 2021 willen vooral meer huishoudens een (grotere) tuin of balkon (toen 18%). Ook willen meer huishoudens gelijkvloers wonen (20% tegenover 15%) en goedkoper wonen (17% tegenover 10%). Van de verhuisgeneigde huishoudens geeft 15% aan te willen verhuizen om energiezuiniger te wonen. Deze reden kon in 2021 nog niet worden aangekruist. De top vier verhuisredenen van huurders in het sociale segment en eigenaarbewoners komt overeen. Groter willen wonen wordt door sociale huurders wel vaker genoemd. Huurders in de vrije sector hebben andere verhuisredenen, met als grootste verschil dat hun belangrijkste verhuisreden is dat ze liever willen kopen (46%). Ook deze huurders willen vaak groter wonen (40%) en de derde meest genoemde verhuisreden is goedkoper wonen (39%).
De situatie op de woningmarkt is voor ruim een kwart een reden om niet te verhuizen Aan alle huishoudens is gevraagd wat redenen zouden zijn om niet te verhuizen. De belangrijkste redenen om niet te verhuizen zijn dat de huidige woning en buurt goed bevallen. De situatie op de woningmarkt is de derde meest genoemde reden. Dit aandeel nam tussen 2019 en 2021 toe en blijft in 2023 op dat niveau (28%). Redenen die hiermee samenhangen, namelijk dat het aanbod aan koop- of huurwoningen te duur is, worden door ongeveer een op de vijf genoemd. Ten opzichte van 2021 wordt de nabijheid van werk, studie of school vaker als reden genoemd om niet te verhuizen (25%).
Figuur 7.4 Figuur 7.3
Redenen om wel te willen verhuizen naar huishoudens en huidige segment, MRA, 2019-2023 (%) sociale huur
Redenen om niet te willen verhuizen, MRA, 2017-2023 (%) huidige woning is goed buurt bevalt goed
vrije sector huur 46
situatie op de woningmarkt
groter wonen
40
woon dichtbij werk/studie/school
wil goedkoper wonen
39
groter wonen
36
wil een (grotere) tuin / balkon
26
mooier/beter wonen
23
gelijkvloers wonen / minder trappen
22
wil een (grotere) tuin / balkon
35
vanwege gezondheidsredenen
19
mooier/beter wonen
26
aanbod koopwoningen is te duur
verandering huishouden
21
mijn leeftijd
wil goedkoper wonen 15 slechte kwaliteit woning 14
kopen i.p.v. huren/huren i.p.v kopen
29
wil een (grotere) tuin / balkon
27
mooier/beter wonen
26
gelijkvloers wonen / minder trappen
23
wil kleiner wonen 17 verandering huishouden 17 dichter bij groen wonen 15
groter wonen wil een (grotere) tuin / balkon mooier/beter wonen wil gelijkvloers wonen / minder trappen wil goedkoper wonen
34 33 34 18 18 28 32 33 25 15 13 20 12 10 17
25 23 20 18 17
woon hier nog maar net
2019 2021 2023
14
wachttijden sociale huur zijn te lang
13
mijn (onzekere) financiële situatie
13
kan niets geschikts vinden
11
kan mijn huis nu niet verkopen
%
1
0
bron: WiMRA 2023
2023
28
aanbod huurwoningen is te duur
meest genoemd totaal
koop groter wonen
2021
53
woon dichtbij familie/vrienden
wil energiezuinige / duurzame woning 17
2019
59
10
20
30
40
50
60
70
bron: WiMRA 2023
76
Van de verhuisgeneigden is 17% een 65-plushuishouden Figuur 7.5 vergelijkt de samenstelling van de groep verhuisden met de samenstelling van alle huishoudens in de MRA. Als we de totale groep verhuisgeneigden (zeker+ misschien) vergelijken met de huishoudenssamenstelling in de MRA, dan lopen die op het eerste oog niet heel sterk uiteen. Onder de totale groep verhuisgeneigden zijn verhoudingsgewijs vooral meer alleenstaanden jonger dan 65 jaar in vergelijking met alle huishoudens in de MRA (33% versus 27%). Onder de groep die zeker wil verhuizen, zijn zij nog sterker oververtegenwoordigd (38% versus 27%). Verder valt op dat 65-plussers, zowel alleenstaanden als stellen, wat ondervertegenwoordigd zijn onder de totale groep verhuisgeneigden (17% versus 24%). Ze zijn met name ondervertegenwoordigd onder de verhuisgeneigden die zeker willen verhuizen (13% versus 24%). Onder groep verhuisgeneigden die misschien willen verhuizen is hun ondervertegenwoordiging beperkt (20% versus 24%). Voor gezinnen geldt dat zij onder de verhuisgeneigden zo goed als even vaak vertegenwoordigd zijn als in de totale huishoudenssamenstelling van de MRA (32% versus 33%).
Jonge alleenwonenden meest verhuisgeneigd De huishoudens die het vaakst aangeven dat zij zeker of misschien willen verhuizen binnen twee jaar zijn alleenwonenden jonger dan 65 jaar (70%) en stellen jonger dan 65 jaar (62%), gevolgd door eenoudergezinnen (61%). Van de stellen met kinderen is 51% verhuisgeneigd. Stellen en alleenwonenden boven de 65 jaar hebben het minst vaak verhuisplannen (41% en 43%). Zie ook de factsheet Wonen in de MRA. MRA-bewoners die hebben aangegeven te willen verhuizen, is gevraagd hoe hun huishouden er na de verhuizing uit zal zien. Meestal blijft de samenstelling ongewijzigd. Van de alleenwonenden gaat 81% na de verhuizing ook alleen wonen en 13% vormt na de verhuizing een stel zonder kinderen. Van de stellen zonder kinderen wijzigt bij het overgrote deel (92%) de samenstelling van het huishouden niet. Eenoudergezinnen wisselen wat vaker van samenstelling na de verhuizing, het grootste deel blijft een eenoudergezin (72%) of gaat alleen wonen (16%).Van de stellen met kinderen vormt de meerderheid na de verhuizing eenzelfde huishoudenstype (83%) en bij 13% zullen de kinderen niet meegaan.
Figuur 7.6 Figuur 7.5
Huishoudenstype na de verhuizing, naar huidig huishoudenstype, MRA, 2023 (%)
Huishoudenstype na de verhuizing, naar huidig huishoudenstype, MRA, 2023 (%)
alleenwonend zeker
38
misschien
29
zeker + misschien
15 20
stellen <65 jaar
40 gezinnen
7
32 17
27 0
31
17
33
samenstelling huishoudens MRA
alleenstaanden <65 jaar
17
11
32
9
33
13
60
80
alleenstaanden >65 jaar
6 2 9
1
8
1
11
2 %
stel zonder kinderen 2
13 92
eenoudergezin
16
stel met kinderen 1
13
overig
100
stellen >65 jaar
81
4 1
16
11
2 4
13 2 5
72
7 2
83
2 68 %
0 alleenwonend
overig
bron: WiMRA 2023
20 stel zonder kinderen
40 60 80 eenoudergezin stel met kinderen
100 overig
bron: WiMRA 2023
77
7.2 Benodigde hypotheek
Vraag naar koop het grootst, tegelijkertijd stijging van vraag naar sociale huur Onder zelfstandige huishoudens die willen verhuizen (zeker/misschien) is de voorkeur voor kopen groter dan voor huren, ongeacht de gewenste woonlocatie. Deze voorkeur is echter afgenomen ten opzichte van 2021. Dit geldt zowel onder huishoudens die binnen de MRA willen verhuizen als daarbuiten. Huishoudens zoeken minder vaak een koopwoning in het goedkoopste segment, mogelijk vanuit de gedachte dat het aanbod zeer beperkt is. Ook in het segment erboven (€296.000-€438.000) neemt de vraag af, terwijl de vraag naar het duurste koopsegment blijft stijgen. Tegelijkertijd is er een toename van de vraag naar sociale huurwoningen, ongeacht de gewenste woonlocatie. Van de zelfstandige huishoudens die binnen de MRA willen doorstromen, is een derde op zoek naar een sociale huurwoning en onder de groep die de MRA wil verlaten, gaat het om 21%. De vraag naar middeldure huur slinkt, zowel onder de huishoudens met een verhuiswens binnen de MRA als daarbuiten (6% en 4%). De vraag naar dure huur blijft beperkt, maar is licht toegenomen onder de verhuisgeneigden binnen de MRA (4%). In WiMRA 2021 is onderzocht hoe realistisch woonwensen zijn. Zie: Kader A: Hoe realistisch zijn woonwensen? (WiMRA 2021) � Figuur 7.7
� Gewenst woonsegment per gewenste woonlocatie, doorstromers MRA, 2019-2023 (%) Figuur 7.7B totaal 2019
30
2021
26
2023
30
7
binnen de Metropoolregio Amsterdam 2019
32
2021
30
2023 buiten de MRA 2019
18
2021
15
€808-€1123
21
€1123 en meer
6
9
2 3
22
20
22
5
29
19
33 29
28
7
40
77 80
9 9
€296.000 - €438.000 2021 23 13 2023 23 13
76 76
€438.000 en meer 2021 4 7 14 2023 4 6 13 totaal 2021 34 12 2023 34 12
koopdoorstromer 24 26
17 20 21 15
34 31
5 8
7 5
25 31
25 28
25 22 3 22 17 2
74 74
2 3
20 24
27 29
32 28
20 1 18 1
75 76
6 5 %
22 26
25 28
29 26
22 2 18 2 %
60
80 100
40
60
24 37
26
koop: €296.000
tot €296.000 2021 32 9 2023 417
30 34
15
21 13
4 2
20
4
Benodigde hypotheek als aandeel van de gewenste aankoopprijs, per gewenst segment naar koopstarters en koopdoorstromers, 2023 (%) koopstarter (huurder)
20
23 21
9
Figuur 7.8
�
23
10
6 6 2
16
4
7
5 3
0
2
3 5
34
2023
huur: tot €808
8
Acht van de tien koopstarters hebben bijna volledige hypotheek nodig Van alle zelfstandige huishoudens die naar een koopwoning willen verhuizen, heeft 64% voor minstens de helft van het beoogde aankoopbedrag hypothecaire dekking nodig. In 2021 ging het om 68%. De verschillen tussen de huishoudens die nu huren (koopstarters) en de huishoudens die al in een koopwoning wonen (koopdoorstromers), zijn echter aanzienlijk. Acht van de tien huurders moeten vrijwel het volledige bedrag met een hypotheek financieren. Voor de huurders die in het segment tot €296.000 zoeken, geldt dat voor een nog grotere groep (86%) en die groep is ook groter geworden in vergelijking met 2021 (84%). Van de kopers hebben twee va n de tien huishoudens voor bijna het volledige bedrag een hypotheek nodig. In 2023 hebben kopers echter bij alle gewenste koopsegmenten minder hypothecaire dekking nodig om de aankoopsom te financieren dan in 2021.
60
€296.000€438.000
40
%
80
100
0 minder dan 25%
>€438.000
20
40
25% - 50%
50% - 75%
0
20
75% - 100%
80
100
100% - 125%
bron: WiMRA 2023
bron: WiMRA 2023
78
7.3 Woningvoorkeuren
Behoefte aan werkruimte in de woning verder toegenomen Net als in 2019 en 2021 vinden verhuisgeneigden het aantal kamers en een tuin de belangrijkste aspecten van de gewenste woning. Daarna volgen een balkon of dakterras en bergruimte. Vergeleken met de eerdere jaren zijn er geen heel grote verschillen in wat huishoudens belangrijk vinden aan nieuwe woning. Wat wel opvalt, is dat er meer vraag is naar gelijkvloerse woningen: 38% van de huishoudens die zeker of misschien willen verhuizen, is hiernaar op zoek; in 2021 ging het om 32%. De trend dat huishoudens vaker een woning met een werkruimte of een praktijkruimte willen, zet door. Een teken dat niet alleen tijdens, maar ook na de coronapandemie, de behoefte aan een geschikte thuiswerkplek vaker op de woonwensenlijst terecht is gekomen. Huishoudens die op zoek zijn naar een eengezinswoning hechten meer belang aan het aantal slaapkamers dan huishoudens die een meergezinswoning zoeken. Bij de huishoudens met een voorkeur voor een meergezinswoning, is er relatief veel vraag naar een gelijkvloerse woning en een lift.
Huishoudens oriënteren zich vaker op zowel eengezins- als meergezinswoningen Van de verhuisgeneigde huishoudens zoekt 29% een eengezinswoning, wil 34% een meergezinswoning en richt 37% zich op beide woningtypen. De huishoudens die buiten de MRA zoeken, willen echter veel vaker een eengezinswoning (42%). Huishoudens die binnen de MRA willen verhuizen, zoeken vaak naar een meergezinswoning. Dit jaar is er ook gevraagd naar de interesse in gemeenschappelijk wonen. Die interesse is er, zij het in beperkte mate. Zo heeft 6% van de zelfstandige huishoudens interesse in een woning in een wooncomplex met gedeelde voorzieningen. Drie procent is geïnteresseerd in een woongroep en 11% in een ouderenhofje. Naar een (studenten) kamer is maar 2% van de zelfstandige huishoudens op zoek. Ten opzichte van 2019 en 2021 is men minder uitgesproken in het gewenste woningtype: het aandeel dat zowel interesse heeft in een eengezinswoning als een meergezinswoning is gestegen van 25% naar 37%. De stijging komt deels doordat respondenten nu ook gemeenschappelijke woonvormen konden kiezen. Maar ook als we die voorkeuren niet meenemen, oriënteren huishoudens zich vaker op beide woningtypen. Figuur 7.9
Figuur 7.10
29
44
26
2021
31
44
26
2023
25
38 27
24
54
23
23
25
33
42
25
2021
35
40
25
29 0
eengezinswoning
34 20
meergezinswoning
40
60
37
%
80
100
45 44
65
13
64 57
46
46 46
36
44
33 32
werkruimte/praktijkruimte
16 23
garage
16 18
44 17 25
18
%
2019
56
33
25
20
50
49
11
38
0
eengezins- of meergezinswoning
86
30
58
gelijkvloers/lift/geen trappen
totaal 2019 2023
58 62
schuur/berging
33
85
69 78
76
balkon of dakterras
49 42
aantal slaapkamers
37
2021 2023
76 75
tuin
buiten de MRA 2019
gewenst woningtype 2023
2019-2023
Gewenst woningtype per gewenste deelregio, MRA, 2023 (%)
binnen de Metropoolregio Amsterdam 2019
Belangrijke ruimten bij gewenste woning, MRA, 2019-2023 (%)
40
60
80 100
2021
2023
11 16 0
32
% 20
40
eengezins
60
80 100
meergezins
beide
bron: WiMRA 2023
bron: WiMRA 2023
79
Vraag naar ruimere woningen toegenomen Naar woningen kleiner dan 40 m2 is er onder doorstromende huishoudens nauwelijks vraag (2%). De woningen tussen 60-80 m2 zijn populairder: hier heeft 23% interesse in. Verder zoekt 19% een woning tussen 80-100 m2, 18% zoekt een woning tussen 100-120 m2 en 27% wil een woning van meer dan 120 m2. De vraag verschuift naar deze grotere woningen: in 2019 gaf nog 18% aan een woning van meer dan 120 m2 te zoeken. Met name voor woningen tussen 40-60 m2 en tussen 80-100 m2 is de belangstelling afgenomen. Huishoudens die buiten de MRA naar een woning op zoek zijn, hebben vaker een ruime woning van meer dan 120 m2 op het oog dan degenen die in de MRA willen blijven wonen (34% versus 24%). Maar ook bij de huishoudens die binnen de MRA willen verhuizen, is de vraag naar grotere woonoppervlakten gestegen. Onder deze huishoudens blijft de vraag naar woningen tussen 60-80 m2 stabiel (25%), terwijl er minder interesse is in woningen tussen 40-60 m2 en tussen 80-100 m2 .