2 Bijlage A Wonen in de metropoolregio 2023 (WiMRA)
Tekst van het document
Stellen met kinderen zoeken gemiddeld 122 m2, alleenwonenden 71 m2 Over het algemeen willen huishoudens die op zoek zijn naar een koopwoning een groter woonoppervlakte dan huishoudens die een huurwoning zoeken. Bij degenen die een sociale huurwoning willen, ligt het accent op woningen tussen 60-80 m2. Dat geldt eveneens voor huishoudens die zich op middeldure huur richten, al zoeken zij ook vaak een oppervlak van 80-100 m2. Degenen die zich oriënteren op dure huur, zijn vaker op zoek naar meer dan 100 m2 (31%). Bij de interesse in koop is onder de huishoudens die in de duurdere segmenten zoeken (>€296.000) de voorkeur voor een woning van meer dan 100 m2 veel groter. Onder huishoudens die zoeken in het duurste segment, wil bijna de helft (46%) een woning van meer dan 120 m2. Ook als men op zoek is naar een eengezinswoning, gaat het vaak om een woning van meer dan 120 m2 (53%). Hoe groot de woning is die men zoekt, hangt samen met de huishoudenssamenstelling. Gemiddeld zoeken degenen die alleen gaan wonen 71 m2 en eenoudergezinnen 87 m2. Stellen zonder kinderen zoeken gemiddeld 95 m2 en stellen met kinderen 122 m2.
Figuur 7.11
Figuur 7.12
Gewenste minimale woninggrootte naar gewenste woonlocatie, MRA, 2019-2023 (%)
binnen de Metropoolregio 2019 3 2021 2
15
25
24
17
11
42
14
25
24
17
11
42
2023 2
12
buiten de MRA 2019 3 11 2021 2 11 2023 2 8
20
17
14
3 6
18
22
20
16
5 4
18
23
21
16
5 4
17
18
20
20
2
14
24
23
17
12
42
23
24
18
12
4 3
2023 2
11
40-60 m2
60-80 m2
19
20
40
80-100 m2
100-120 m2
18 60 120 -160 m2
16 80 160-200 m2
20
40
15 16
koopwoning (tot €296.000) 5 koopwoning (€296.000- €438.000) 1 10
4 7
100
0
groter dan 200 m2
tot 40 m2
bron: WiMRA 2023
40-60 m2
60-80 m2
24
22
28 24
20 80-100 m2
12
3 4
9
6
16 21
25
17
7 3 4
26
27
eengezinswoning 2 8 13 meergezinwoning 5 17 eengezins of meergezins 2 13
%
20
35
koopwoning (>€438.000) 2 10
13
23
sociale huur 5 middeldure huur (€808- €1.123) 4 dure huur (meer dan €1.123) 1
11
totaal 2019 3 2021 2 0 tot 40 m2
25
Gewenste woninggrootte naar gewenst segment en woningtype, MRA, 2023 (%)
25
8
3
23
13
13
3
34
5
8
23
34
5
13
33
22
12
6
30
24
17
40
60
80
100-120 m2
120-160 m2
160-200 m2
5
9 15
%
100 200 m2 of groter
bron: WiMRA 2023
80
7.4 Woonwensen thuiswonende kinderen Er is gekozen om thuiswonende jongeren (vanaf 18 jaar) die uit huis willen mee te nemen in dit deel van het onderzoek. Bij twee of meer thuiswonende jongeren per huishouden die uit huis willen, is de respondenten gevraagd te antwoorden namens de jongere die het snelst uit huis wil.
Bij 8% van de huishoudens zijn er kinderen die binnenkort uit huis willen Ongeveer 8% van de huishoudens in de Metropoolregio Amsterdam heeft thuiswonende kinderen die binnen twee jaar het huis uit willen. In 2021 was dit aandeel eveneens 8%. Binnen de groep huishoudens met kinderen ligt dit aandeel op 23%. Ook dit is vergelijkbaar met 2021, toen was dit 22%. In 71% van de huishoudens met kinderen die het huis uit willen, gaat het om één thuiswonende jongere die uit huis wil. Een kwart (24%) van deze huishoudens geeft aan twee thuiswonende jongeren te hebben die binnenkort uit huis willen. Het overige deel geeft aan drie of meer thuiswonende jongeren te hebben die uit huis willen binnen twee jaar.
Figuur 7.13
Merendeel thuiswonende jongeren dat uit huis wil is tussen de 18 en 22 jaar In de MRA is de grootste groep thuiswonende jongeren die uit huis willen tussen de 18 en 22 jaar (51%). Voor een derde van de huishoudens (35%) geldt dat de nu nog thuiswonende jongere tussen de 23 en 27 jaar is en 15% is 28 jaar of ouder. Deze aandelen zijn vergelijkbaar met die in 2021. De voornaamste bezigheid van deze thuiswonende jongeren die binnenkort uit huis willen, is divers. Eén op de tien (11%) gaat nog naar de middelbare school. Dit aandeel ligt een stuk hoger dan in 2021 (toen 3%). Ongeveer vier op de tien (42%) studeren, in 2019 was dit 48%. Circa vier op de tien (39%) werken.
Huishoudens met thuiswonende jongeren die binnen twee jaar uit huis willen, MRA, 2021-2023 (%)
30
Figuur 7.14
2023 2021
25 22
20
� Leeftijdsklassen en voornaamste bezigheid thuiswonende jongeren die binnen twee jaar uit huis willen, MRA, 2021-2023 (%) Figuur 7.14B �
23
15
2023
51
35
15
2021
52
33
15
18-22 23-27
0
20
40
60
80
%
28+
100
10 8
8
2021 3
5
0
2023
% alle huishoudens
48
11
42
43
6
39
7
scholier student werkend %
huishoudens met kinderen
0
bron: WiMRA 2023
20
40
60
80
anders
100
bron: WiMRA 2023
81
Wat meer thuiswonende jongeren willen in Amsterdam gaan wonen Thuiswonende jongeren zoeken vaak een woning in hun eigen gemeente (50%). Dit aandeel is wel wat afgenomen ten opzichte van 2021 (53%). Thuiswonende jongeren geven in 2023 vaker dan in 2021 aan dat zij in Amsterdam willen gaan wonen (8% naar 12%).
Meeste starters willen zelfstandig huren of woningdelen De gewenste woonvormen van de thuiswonende starters lopen sterk uiteen. Een vijfde (22%) van de thuiswonende jongeren wil een kamer huren of een woning delen met anderen. Bijna de helft (49%) is uitsluitend gericht op een zelfstandige woning. In totaal geeft ruim een kwart (27%) aan bij voorkeur een zelfstandige woning te willen kopen. Dit aandeel ligt lager dan in 2021 (30%). Een vijfde (22%) richt zich op een zelfstandige huurwoning. Dit aandeel ligt iets hoger dan in 2021 (19%). De overige groep, 29%, heeft geen duidelijke voorkeur voor een kamer of een zelfstandige woning, of denkt aan een andere woonvorm. Enkele voorbeelden van andere woonvormen die worden opgegeven zijn begeleid wonen vanwege een handicap, of op een campus wonen. Als het inkomen van de ouders minder dan €44.035 per jaar is, geven jongeren vaker aan een zelfstandige huurwoning te willen. Als het inkomen van de ouders hoger dan €88.070 per jaar is, willen de thuiswonende jongeren vaker een kamer huren of woningdelen, of een zelfstandige woning kopen.
Amsterdamse thuiswonende jongeren willen het vaakst in hun eigen gemeente blijven (70%), jongeren in Gooi en Vechtstreek het minst vaak (36%). In deze regio wil een grote groep thuiswonende jongeren elders in Nederland buiten de MRA gaan wonen. Gemiddeld in de MRA is dat 16%.
Figuur 7.15
� Gewenste woonregio thuiswonende jongeren die binnen twee jaar uit huis willen, MRA, 2021 -2023 (%) Figuur 7.15B �
2021
53
8
4
1
16
19
Figuur 7.16
� Gewenste woonvorm van thuiswonende jongeren die binnen twee jaar uit huis willen naar gewenst, MRA, 2021-2023(%) Figuur 7.16B �
2021
25
19
30
26
2023
22
22
27
29 %
2023
50
12
6
16
0
16 %
0
20
eigen gemeente
Amsterdam
40
60
80
elders in de MRA
elders in Nederland
buitenland
20
40
60
80
100
kamer huren of woningdelen zelfstandige woning, bij voorkeur huren zelfstandige woning, bij voorkeur kopen geen specifieke voorkeur
100 geen voorkeur
bron: WiMRA 2023
bron: WiMRA 2023
82
Thuiswonende jongeren die willen huren, willen vaak maximaal €808 betalen Jongeren die de voorkeur geven aan kamerhuur of woningdelen zijn nagenoeg even vaak als in 2021 op zoek naar een huur tot €808 (94%). Wel geven ze minder vaak aan zich te richten op een lage huur tot €452: in 2023 zoekt 22% zo’n lage huur, terwijl dat in 2021 nog 29% was. Het grootste deel (72%) zoekt in het segment tussen de €452 en €808. Een klein deel van 6% is bereid om meer dan €808 aan huur voor de onzelfstandige woonruimte te betalen.
Thuiswonende jongeren die willen kopen vaker op zoek naar duurdere woning Bij de jongeren die graag willen kopen is in vergelijking met 2021 een veel groter deel op zoek naar een woning van meer dan €296.000 (55% versus 35%). Waarschijnlijk is de nadruk verschoven naar het segment boven de €296.000 vanuit de gedachte dat er weinig aanbod is van koopwoningen onder dit bedrag. Het vaakst denken de jongeren aan een maximale koopprijs tussen €296.000 en €438.000, het gaat om de helft (48%). Ook richten jongeren zich vaak op een maximale koopprijs tussen €188.000 en €296.000 (38%). Het deel dat naar een koopwoning van maximaal €188.000 op zoek is, bedraagt 7%. Een even groot aandeel denkt juist aan een koopwoning waarvan de prijs boven de €438.000 ligt.
Ook de jongeren die op zoek zijn naar een zelfstandige huurwoning geven ongeveer even vaak als in 2021 de voorkeur aan een huur tot de sociale huurgrens (84%). Het deel dat een zelfstandige woning met een lage huur tot €452 zoekt, bedraagt 8%. In 2021 was dat 10%. De meerderheid (76%) is bereid om maximaal een huur tussen €452 en €808 te betalen. Zestien procent van de jongeren die op zoek zijn naar een zelfstandige huurwoning denkt aan een maximale huur die hoger is dan €808.
Figuur 7.17
Gewenste woonvorm van thuiswonende jongeren die binnen twee jaar uit huis willen n aar maximale huurprijs, MRA, 2021-2023 (%) Figuur 7.18
kamer huren of woningdelen 2021
29
2023
64
22
7
72
Wat zijn thuiswonende jongeren die binnen twee jaar uit huis willen en op zoek zijn naar koop maximaal, bereid te betalen? MRA, 2021-2023 (%)
6
zelfstandige woning, bij voorkeur huren 2021
10
75
15
2023
8
76
16 %
0
20 tot €452
40 €452 - €808
60
80
100
meer dan €808
bron: WiMRA 2023
bron: WiMRA 2023
83
Verhouding woningvraag en vrijgekomen aanbod
In voorgaande hoofdstukken stonden de woonwensen van zelfstandig wonende huishoudens in de MRA centraal. Ook is er gekeken naar de woonwensen van thuiswonende jongeren in de MRA. Zij vertegenwoordigen echter niet de totale vraag naar woningen in de MRA. Daarvoor is ook een beeld nodig van de woningvraag van starters en van vestigers van buiten de MRA. In deze paragraaf wordt een inschatting gemaakt van de totale woningvraag en het totale beschikbare aanbod. De vraag is bepaald op basis van het aantal woningzoekenden en het aanbod is bepaald aan de hand van waar recent verhuisde huishoudens zijn gaan wonen.
Kernpunten
Het woningaanbod in de MRA, gemeten in het aantal recent betrokken woningen, is in 2023 groter dan in 2021, 2019 en 2017. De totale vraag naar woningen is ook toegenomen, maar minder sterk dan tussen 2019 en 2021. Desondanks is de vraag naar woningen nog altijd veel groter dan het aanbod.
Dat de vraag minder sterk toeneemt dan eerdere metingen hangt samen met een afname van het aantal woningzoekende starters. De vraag van doorstromende huishoudens binnen de MRA bleef op hetzelfde niveau. Alleen de vraag van woningzoekenden vanuit het buitenland nam toe.
84
De grootste vraag en tekorten zijn er in de sociale huur en koop tussen €296.000-€438.000.
In het middeldure huursegment (€808 - €1.123) is de vraag ook groter dan het aanbod. Het aanbod aan middenhuur is klein, slechts 9% van de recent verhuisden betrok een woning in dit segment.
In de dure huur (>€1.123) is er meer aanbod dan vraag. Veel recent verhuisden kwamen in een dure huurwoning terecht (29%). Woningzoekenden die geen andere keus hebben, wijken uit naar dit segment en wonen er vaak maar kort. Door de snelle doorstroming is het aanbod relatief groot.
In het duurste huursegment (>€1.504) is er met name in Amsterdam en Amstelland-Meerlanden een groot theoretisch overschot in aanbod. Door de toegenomen instroom van hoge inkomens uit het buitenland is ook het aantal huishoudens dat in dit segment gaat wonen gegroeid.
In het koopsegment verlegt de vraag zich naar de duurdere segmenten omdat er onder €296.000 nauwelijks aanbod meer is. Woningzoekenden passen hun wensen aan op de markt; huishoudens met een laag inkomen zien het kopen van een woning niet als een optie. Dit laatste geldt ook steeds vaker voor middeninkomens.
7.5 Woningzoekenden en vrijgekomen aanbod Over de methode Om het woningaanbod in de MRA te schatten, wordt uitgegaan van het aantal recent betrokken woningen (periode 2021-2022). De woningvraag van doorstromers wordt bepaald op basis van het aantal huishoudens uit de MRA die hebben aangegeven zeker te willen verhuizen binnen de MRA. De woningvraag van starters en vestigers uit binnen- en buitenland is bijgeschat met behulp van het landelijke onderzoek ‘WoON 2021’ (de meest recente editie). De WOZ-waardes van deze woningen zijn gecorrigeerd voor de prijsstijging tussen de bepaling van de WOZ-waarde (1/1/2022, op basis van verkoopwaardes in 2021) en het peilmoment van de woningvraag (voorjaar 2023).
Woningtekort blijft groot, vooral meer vraagdruk vanuit het buitenland Het woningaanbod in de MRA, gemeten in het aantal recent betrokken woningen, is in 2023 groter dan in 2021, 2019 en 2017. De totale vraag naar woningen is ook toegenomen, maar minder sterk dan tussen 2019 en 2021. Dit komt vooral doordat de vraag van doorstromende huishoudens binnen de MRA stabiliseerde en de vraag van Nederlandse starters van binnen en buiten de MRA afnam. Desondanks is de totale vraag naar woningen nog altijd veel groter dan het aanbod, dit komt vooral doordat er meer woningenzoekenden vanuit het buitenland zijn.
Figuur 7.19
� Woningaanbod (recent betrokken woningen) en woningvraag van doorstromers, vestigers, starters en woningzoekenden uit het buitenland, 2017-2023 Figuur 7.19B �
400000
buitenland
300000
starter
250000 200000
woningvraag
350000
vestiger
150000
doorstromer aanbod (recent betrokken)
100000 50000 0
2017
2019
2021
2023
WiMRA 2023/CBS microdata, bewerking O&S
85
Tekorten in sociale huur en (middel)dure koop, overschot dure huur Figuur 7.20 op de volgende bladzijde geeft een inschatting van hoe de totale vraag naar woningen per segment zich ontwikkelt, afgezet tegen het aanbod.
Minder betaalbaar aanbod dan vraag in alle deelregio’s In de deelregio’s zien we in grote lijnen dezelfde patronen (Figuur 7.19B �).Wel zijn er accentverschillen. Binnen de koopsector zien we overal dat het aanbod richting het duurste segment van €438.000 is opgeschoven. Almere/Lelystad is de enige deelregio waarin het meeste koopaanbod in de afgelopen twee jaar nog in het segment tussen €296.000 en €438.000 viel, in de andere deelregio’s is het segment duurder dan €438.000 het grootst. In Almere/Lelystad en ZaanstreekWaterland is er (binnen de koopsector) de meeste vraag naar woningen tussen €296.000 en €438.000, terwijl de vraag zich in de andere deelregio’s net als het aanbod naar het duurste segment heeft verlegd.
De vraag naar woningen is groter dan het aanbod en dit zien we vooral terug in het sociale huursegment (< €808) en de duurdere koopsegmenten. Uitzondering zijn de dure huursegmenten: hierin overstijgt het aanbod de vraag. De vraag naar sociale huurwoningen is toegenomen tussen 2021 en 2023, terwijl het aanbod maar beperkt groeit. Een grote groep starters zoekt in dit segment. In het middeldure huursegment (€808 - €1.123) is de vraag ook groter dan het aanbod. Het aanbod aan middenhuur is klein, slechts 9% van de recent verhuisden betrok een woning in dit segment terwijl 29% een dure huurwoning betrok. In dat segment is het aanbod veel groter dan de vraag. Woningzoekenden die geen andere keus hebben, wijken uit naar dit segment en wonen er vaak maar kort. Door de snelle doorstroming is het aanbod relatief groot. De vraag neemt ook toe, bij gebrek aan betaalbaarder woningen zoeken meer huishoudens in dit segment. In het duurste huursegment (€1.504 per maand of meer) komt de vraag vooral en in toenemende mate vanuit het buitenland.
In alle deelregio’s is er meer vraag naar sociale huur dan er aanbod is. Dit geldt ook voor de middeldure huur (€808-€1.123), maar hier ontlopen vraag en aanbod elkaar in de meeste deelregio’s maar in beperkte mate. Vooral in ZuidKennemerland/IJmond en Zaanstreek-Waterland is er meer vraag naar middeldure huur dan er aanbod is. In Amsterdam en Amstelland-Meerlanden is er veel aanbod in het duurste huursegment van €1.504 of duurder, veel meer dan er vraag naar is. In de andere deelregio’s is het segment tussen €1.123 en €1.504 groter dan het duurste huursegment en is er in dit segment een overschot aan huurwoningen.
In het koopsegment zijn er tekorten in alle prijsklassen. De vraag verlegt zich naar de duurdere segmenten omdat er onder €296.000 nauwelijks aanbod is. Woningzoekenden passen hun wensen aan op de markt; huishoudens met een laag inkomen zien het kopen van een woning niet als een optie. Dit geldt ook steeds vaker voor middeninkomens. Het aantal huishoudens dat zich nog oriënteert op een koopwoning (in de MRA) neemt dan ook af, van ongeveer 181.000 naar 160.000, terwijl de vraag naar huurwoningen toeneemt van ongeveer 190.000 naar 216.000. In 2021 zochten veel starters nog een koopwoning in het segment tussen €188.000 en €296.000, maar dit aandeel neemt af. Starters die het zich kunnen veroorloven, zoeken nu in de duurdere koopsegmenten.
86
Figuur 7.20 Woningaanbod (recent betrokken woningen) en woningvraag van doorstromers, vestigers, starters en woningzoekenden uit het buitenland, 2021-2023
160000 buitenland
140000 120000
starter
100000
woningvraag vestiger
80000 60000
doorstromer
40000 aanbod (recent betrokken)
20000 0
2021 2023 2021 2023 2021 2023 2021 2023 2021 2023 2021 2023 2021 2023 2021 2023 tot €188.000 €188.000 €296.000
€296.000 €438.000
meer dan €438.000
tot en met €808 - €1.123 €808
koop in WOZ-klassen buitenland
starter
€1.123 €1.504
meer dan €1.504
huur in huurklassen vestigers
doorstromer
aanbod (recent betrokken) WiMRA 2023/CBS microdata, bewerking O&S
87
Deel lll Prettig wonen en duurzaamheid
8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7 9 9.1 9.2 9.3
88
Prettig wonen Buurttevredenheid stabiel, wel afname in positieve verwachtingen over de buurtontwikkeling Grote verschillen in ervaren leefbaarheid in de MRA Woningtevredenheid weer even hoog als in 2019 Aandeel dat woning te klein of groot vindt is stabiel Mate waarin ouderen de buurt geschikt vinden om oud in te worden niet veranderd Helft ouderen vindt de huidige woning geschikt om oud in te worden Drie op de tien ouderen heeft interesse in een aangepaste woonvorm Duurzaamheid Aanwezigheid van duurzame voorzieningen Hoe wil men in de toekomst de woning verduurzamen? Bereidheid of mogelijkheid om te investeren in verduurzaming
89 91 92 98 99 99 102 103 105 106 108 109
8 Prettig wonen Kernpunten
Tijdens de coronaperiode nam de overlast van vervuiling toe. In 2023 is het cijfer hiervoor licht verbeterd maar de mate van overlast is nog wel sterker dan in 2019. In stedelijke gebieden en rond de hoogovens in IJmond ervaren bewoners de meeste overlast van vervuiling.
Het vaakst genoemde verbeterpunt in de woonomgeving is het schoonhouden van de straten en stoepen, gevolgd door het onderhoud daarvan, rond een derde noemt dit. In vergelijking met 2021 geven bewoners in de MRA beduidend vaker aan dat het openbaar vervoer een verbeterpunt is. In onder andere Muiden, Nederhorst den Berg, landelijk Noord, IJburg en delen van de Haarlemmermeer noemt een betrekkelijk groot deel het ov als verbeterpunt.
Het gevoel van veiligheid ’s avond wordt met een 7,4 beoordeeld, dat is iets lager dan in 2019 en 2021 (7,5). Het gevoel van veiligheid overdag krijgt gemiddeld een 8,3, in 2021 was dit een 8,4 maar in 2019 bedroeg het rapportcijfer ook een 8,3.
Bewoners voelen zich over het algemeen thuis in hun buurt (7,8). In vergelijking met 2021 worden alle sociale buurtaspecten gelijk of net iets lager beoordeeld. De mate waarin buurtbewoners elkaar helpen en de betrokkenheid van buurtbewoners bij de buurt werden tijdens de coronaperiode iets hoger gewaardeerd, maar zijn nu weer terug op het niveau van 2019.
Tevredenheid met de buurt
De tevredenheid met de buurt blijft in de MRA stabiel op gemiddeld een 7,7 liggen. Gemiddeld is de verwachting van de ontwikkeling van de buurt iets getemperd en komt in 2023 uit op een 7,0. Eerder was dat een 7,2 (2021) en daarvoor een 7,1 (2017 en 2019). In grote delen van de MRA ligt de buurttevredenheid boven een 7,0. De laagste cijfers worden gegeven in Amsterdam Nieuw-West en Burgwallen-Oude Zijde. In deze gebieden en in Zaanstad Zuidoost en in Purmerend Purmer Noord verwachten bewoners een negatieve ontwikkeling van de buurt. De beoordelingen van de staat van onderhoud en het schoonhouden van het groen, de bestrating en de speelvoorzieningen zijn niet veel veranderd in vergelijking met 2019 en 2021.Het onderhoud van de straten en stoepen scoort met gemiddeld een 6,5 het laagst, en dat is een daling is ten opzichte van de twee eerdere metingen (6,7). De matige tevredenheid hiermee speelt in alle regio’s in de MRA. Ook de beoordeling van het aanbod aan verschillende voorzieningen in de buurt is redelijk stabiel. Het minst tevreden is men met fietsparkeervoorzieningen (6,0). Daarna volgen de culturele voorzieningen in de buurt (6,3), hierbij zien we wel dat het oordeel na een dip, weer op het niveau is van voor corona.
89
Tevredenheid met woning
De tevredenheid met de woning steeg tussen 2021 en 2023 van een 7,9 naar een 8,0. De hoogste rapportcijfers worden gevonden in AlmereLelystad en Gooi en Vechtstreek (beide 8,2) en de laagste in Amsterdam (7,7). Huiseigenaren zijn meer tevreden dan huurders.
Met de staat van onderhoud van de woning zijn eigenaren van een nieuwbouwwoning het meest tevreden (9,1). Bewoners van een vooroorlogse sociale huurwoning van een particulier zijn het minst tevreden met het onderhoud (5,8). Bewoners vinden vooral dat in hun woning maatregelen nodig zijn tegen warmteverlies en tegen hitte. Ook de badkamer, douche en toilet moeten volgens een relatief grote groep huishoudens verbeterd worden.
Net als in 2021, vindt in 2023 9% van de huishoudens de woning te klein en 3% de woning te groot. Vooral in Amsterdam vinden huishoudens hun woning te klein. Hetzelfde geldt voor relatief veel bewoners van een sociale huurwoning, eenoudergezinnen, stellen met drie of meer kinderen en bewoners tot 55 jaar.
Ouder worden in de woning
De 65-plussers in de MRA geven in 2023 gemiddeld een 7,5 voor de mate waarin hun buurt geschikt is om oud in te worden, gelijk aan het cijfer in 2021. In Gooi en Vechtstreek wordt geschiktheid van de buurt om oud in te worden het hoogst beoordeeld (7,7). Dit is tevens de regio waar naar verhouding de meeste ouderen wonen. Inwoners van Amsterdam geven een relatief laag rapportcijfer aan de geschiktheid van de woning om oud in te worden (7,3). Geschiktheid van de buurt om oud in te worden hangt vooral samen met de mate waarin men zich er thuis voelt. Ook het aanbod van zorgvoorzieningen en groen, frequent contact en behulpzaamheid tussen buurtgenoten, de verwachte buurtontwikkeling, het veiligheidsgevoel en de afwezigheid van burenoverlast zijn factoren die meespelen. 90
Ruim de helft van de 65-plussers in de MRA vindt de huidige woning geschikt om oud in te worden. Vijftien procent vindt de woning ongeschikt. Drie op de tien ouderen vinden dat er aanpassingen nodig zijn om de woning geschikt te maken. Ouderen in een particuliere huurwoningen vinden deze relatief vaak ongeschikt (22%).
65-plussers die hun woning ongeschikt vinden om er oud in te worden, zouden zelden de woning willen (laten) aanpassen om er te kunnen blijven wonen (5%). De meesten verhuizen liever naar een woning die hiervoor wel geschikt is (72%). Ouderen die de huidige woning ongeschikt vinden, noemen vooral de trap als aandachtspunt. Ook de aanpak van de badkamer en het toilet zou volgens veel ouderen de woning geschikter maken op lange termijn.
Drie op tien 65-plus bewoners in de MRA hebben interesse in een woonvorm die speciaal geschikt is voor ouderen, zoals een woongroep, zelfstandige woning in een ouderenhofje, gezamenlijke zorginkoop, aanleunwoning of verpleeghuis. Ruim de helft van deze geïnteresseerden denkt hierbij aan een zelfstandige woning in een hofje voor ouderen, daarna is de aanleunwoning het populairst (34%).
8.1 Buurttevredenheid stabiel, wel afname in positieve verwachtingen over de buurtontwikkeling
Buurttevredenheid in de MRA scoort tussen een 5,9 en een 8,7 Er zijn grote verschillen in buurttevredenheid binnen de MRA, hoewel alle gebieden een voldoende scoren. De hoogste beoordelingen worden gegeven in Gooi en Vechtstreek, Waterland, Bloemendaal, Ouder-Amstel en in delen van Amsterdam: Zuid, Oostelijk Havengebied, Watergraafsmeer en Houthavens. De laagste scores zijn gegeven in Amsterdam Nieuw-West, Burgwallen-Oude Zijde, Amsterdam Zuidoost en Haarlem Schalkwijk.
De tevredenheid met de buurt is in 2023 niet veranderd ten opzichte van eerdere metingen. Gemiddeld beoordelen bewoners van de MRA hun buurt met een 7,7, dat is gelijk aan het gemiddelde cijfer in 2021, 2019 en 2017. Bewoners is daarnaast gevraagd hoe zij verwachten dat de buurt zich zal ontwikkelen de komende jaren, waarbij een 1 staat voor een zeer negatieve ontwikkeling een 10 voor een zeer positieve ontwikkeling. De verwachte ontwikkeling van de buurt krijgt in de MRA gemiddeld een 7,0. Bewoners zijn dus iets minder positief geworden over de verwachte ontwikkeling van de buurt. In 2021 was dit gemiddeld nog 7,2 en in 2019 en 2017 een 7,1.
Figuur 8.2
onvoldoende data
Figuur 8.1
Tevredenheid met de buurt, MRA, 2023 (rapportcijfer) min: .
5,5 6,0 6,5 7,0 7,5 8,0 5,9
max: . 8,7
Tevredenheid met de buurt en verwachte buurtontwikkeling, MRA, 2017-2023 (rapportcijfer)
10,0 9,0 8,0 7,0
7,7
7,7
7,7
7,7
7,1
6,0
7,1
7,2
7,0
5,0 4,0 3,0 2,0 1,0
buurttevredenheid 2017
buurtontwikkeling 2019
2021
2023
Bron: WiMRA 2023
Bron: WiMRA 2023
91
8.2 Grote verschillen in ervaren leefbaarheid in de MRA
Positieve verwachtingen over de buurtontwikkeling in onder andere nieuwbouwwijken en welgestelde gebieden Bewoners van Weesp-Bloemendalerpolder zijn het positiefst gestemd over hoe hun buurt zich zal ontwikkelen (8,2). Ook in Bloemendaal, Haarlem, Wijk aan Zee, Volendam, Diemen, grote delen van Gooi en Vechtstreek en de Amsterdamse wijken Houthavens, Oostelijk Havengebied, IJburg en De Omval verwachten bewoners dat de buurt zich positief zal ontwikkelen. In een aantal gevallen gaat het om nieuwbouwwijken of om relatief welgestelde gebieden. In Amsterdam Burgwallen-Oude Zijde is men het negatiefst over de verwachte ontwikkeling van de buurt (5,2). In Amsterdam Nieuw-West, Zaanstad Zuidoost en Purmerend Purmer-Noord verwachten bewoners ook een negatieve ontwikkeling. Figuur 8.4
onvoldoende data
De MRA-bewoners is ook gevraagd naar hun oordeel over de leefbaarheid van de buurt. Leefbaarheid is een verzamelterm voor het oordeel over een aantal verschillende buurtkenmerken: fysieke buurtkenmerken, het voorzieningenaanbod, sociale buurtkenmerken en overlast. Onderhoud en schoonhouden buurtvoorzieningen matig beoordeeld Fysieke buurtkenmerken worden gemiddeld beoordeeld met een cijfer lager dan 7,0. Ook scoren vrijwel alle fysieke kenmerken in 2023 iets lager dan in 2021. Dat geldt het sterkst voor de staat van onderhoud van straten en stoepen. Bewoners beoordelen dit in 2023 met een 6,5 tegenover een 6,7 in 2021 en 2019. De staat van onderhoud van groenvoorzieningen wordt van alle fysieke kenmerken het hoogst beoordeeld (6,8). De staat van speelvoorzieningen (6,7) en het schoonhouden van speelvoorzieningen (6,6) zijn na een lichte stijging in 2021 weer terug op het niveau van 2019
Verwachte ontwikkeling van de buurt, MRA, 2023 (rapportcijfer, 1= zeer negatief, 10= zeer positief) min: .
5,5 6,0 6,5 7,0 7,5 8,0 5,2
max: .
8,2
Figuur 8.5
Oordeel over fysieke buurtkenmerken, MRA, 2019-2023 (rapportcijfer) 6,9 6,9
staat van groenvoorzieningen
6,8
6,8 6,8
schoonhouden groenvoorzieningen
6,7
staat van speelvoorzieningen schoonhouden speelvoorzieningen
2019
6,7
2021
6,6 6,7
2023
6,6
6,7 6,6
schoonhouden straten en stoepen
6,6
6,7 6,7
staat van straten en stoepen
6,5 1
Bron: WiMRA 2023
6,7 6,8
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Bron: WiMRA 2023
92
Staat van onderhoud straten en stoepen scoort tussen een 5,3 en 8,1 Van enkele aspecten met een opvallende ontwikkeling sinds 2021 wordt een kaart getoond, zoals de staat van het onderhoud van straten en stoepen. Meer kaartjes worden gepubliceerd in het Dashboard MRA. In iets minder dan de helft van de gebieden wordt de staat van onderhoud van straten en stoepen lager dan gemiddeld (6,5) beoordeeld en deze gebieden liggen verspreid over de MRA. De hoogste beoordeelding is in Weesp-Bloemendalerpolder en in delen van Amsterdam (Houthavens, Zuidas, Venserpolder). De laagste scores worden gevonden in Amsterdam (Burgwallen-Oude Zijde, Noord, Osdorp), HaarlemSchalkwijk en Loosdrecht.
(Fiets-)parkeervoorzieningen en culturele voorzieningen minst goed beoordeeld, wel verbeterd Het voorzieningenaanbod in de buurt wordt wisselend beoordeeld. Het aanbod winkels voor dagelijkse boodschappen (7,5) en het aanbod basisscholen (7,4) worden het hoogst beoordeeld. Het aanbod culturele voorzieningen (6,3) en het aanbod fietsparkeervoorzieningen (6,0) worden het laagst beoordeeld. Ten opzichte van 2021 zien we een redelijk stabiel beeld. Opvallend is dat het oordeel over culturele voorzieningen en sportvoorzieningen, na een afname in 2021, weer terug is op het niveau van 2019. Hier kan sprake zijn van een corona-effect, aangezien deze voorzieningen langdurig gesloten zijn geweest tijdens de coronajaren.
Figuur 8.6
Figuur 8.7
onvoldoende data
Oordeel over de staat van onderhoud van straten en stoepen, MRA, 2023 (rapportcijfer) min: .
5,5 6,0 6,5 7,0 7,5 8,0 5,3
max: .
8,1
Oordeel over voorzieningenaanbod in de buurt, MRA, 2019-2023 (rapportcijfer)
winkels dagelijkse boodschappen
7,5 7,6 7,5
speelvoorzieningen
6,6 6,7 6,7
basisscholen
7,4 7,4 7,4
buurthuizen / wijkcentra
6,6 6,4 6,5
openbaar vervoer
7,1 7,3 7,2
horeca
6,6 6,5 6,5
groenvoorzieningen
7,0 7,0 7,1
parkeervoorzieningen
6,4 6,5 6,4
sportvoorzieningen
6,8 6,7 6,8
culturele voorzieningen
6,3 6,1 6,3
zorgvoorzieningen
6,8 6,8 6,7
fietsparkeervoorzieningen
5,9 6,0 6,0
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
2019 2021 2023
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Bron: WiMRA 2023
Bron: WiMRA 2023
93
Het aanbod aan culturele voorzieningen scoort tussen een 3,5 en 8,8 Het aanbod aan culturele voorzieningen wordt het hoogste gewaardeerd in de centrale delen van Amsterdam en Haarlem en in de gemeente Laren. Dit komt doordat culturele voorzieningen zoals musea en theaters vaak gevestigd zijn in de centra van grote steden. Ook Laren heeft een kunstmuseum. Landelijke gebieden, maar ook delen van Almere en Amsterdam-Nieuw-West scoren laag.
Figuur 8.8
MRA-bewoners voelen zich thuis in hun buurt Ook de sociale buurtkenmerken worden wisselend gewaardeerd. Bewoners voelen zich in sterke mate thuis in hun buurt (7,8) en men vindt ook- in iets mindere matedat verschillende groepen prettig met elkaar omgaan (7,3). Deze twee aspecten hangen sterk samen met de buurttevredenheid en verwachte buurtontwikkeling. Het contact met buurtbewoners (6,6) en de betrokkenheid van buurtbewoners bij de buurt (6,6) worden het laagst gewaardeerd. Ten opzichte van 2021 worden alle aspecten gelijk of iets lager beoordeeld. De mate waarin buurtbewoners elkaar helpen en de betrokkenheid van buurtbewoners bij de buurt werden tijdens de coronaperiode iets hoger gewaardeerd, maar zijn nu weer terug op het niveau van 2019.
Oordeel over aanbod culturele voorzieningen, MRA, 2023 (rapportcijfer)
min: . onvoldoende 3,5 data
5,5 6,0 6,5 7,0 7,5 8,0
Figuur 8.9
max: . 8,8
Oordeel over sociale buurtkenmerken, MRA, 2019-2023 (rapportcijfer) 7,9 7,9 7,8
Voelt u zich thuis in uw buurt? Hoe gaan verschillende groepen mensen in uw buurt met elkaar om?
7,2 7,3 7,3
Helpen mensen elkaar in uw buurt?
6,7 6,9 6,8
Hoe beoordeelt u de betrokkenheid van de buurtbewoners bij de buurt?
6,6 6,7 6,6
In welke mate heeft u contact met buurtbewoners?
6,5 6,6 6,6 1
Bron: WiMRA 2023
94
2
3
4
5
6
2019 2021 2023
7
8
9 10 Bron: WiMRA 2023
Cijfer voor zich thuisvoelen in de buurt liggen tussen een 6,2 en 8,7 Op Marken, op de dijken in Amsterdam-Noord, in Haarlem-Duinwijk en in Beemster voelen bewoners zich het meest thuis in hun buurt. En ook in de kleine kernen van Waterland, in Bloemendaal, de binnenstad van Weesp, in Wijk aan Zee en in de villaparken in Hilversum is de beoordeling gemiddeld een 8,5 of hoger. Ook enkele andere gebieden binnen Amsterdam vallen in positieve zin op, zoals het gebied van de Grachtengordel tot aan de Zuidas, het Oostelijk Havengebied, Watergraafsmeer, landelijk Noord en Weesp-Bloemendalerpolder. In Amsterdam Nieuw-West en Zuidoost geven bewoners een lager rapportcijfer voor het zich thuis voelen in de buurt.
Figuur 8.10 onvoldoende data
Gevoel van veiligheid is licht afgenomen Gevoelens van veiligheid zijn in lichte mate gedaald. MRA-bewoners beoordelen de veiligheid overdag met een 8,3, in 2021 was dat 8,4 en in 2019 eveneens een 8,3. Voor het veiligheidsgevoel ’s avonds geven bewoners gemiddeld een 7,4, in 2021 en 2019 was dat een 7,5. In de MRA lopen de gemiddelde rapportcijfers voor de veiligheid ’s avonds uiteen van een 5,6 tot een 9,1. In Amsterdam Osdorp en Burgwallen Oude-Zijde geven bewoners de laagste cijfers voor het veiligheidsgevoel ’s avonds. In laatstgenoemde gebied zakte dit veiligheidsgevoel zeer sterk tussen 2019 en 2021, van een 7,1 naar een 5,7. Buiten Amsterdam is het veiligheidsgevoel ’s avonds het laagst in Haarlem Meerwijk (6,1). Bewoners van de Bloemendalerpolder in Weesp voelen zich juist erg veilig ’s avonds in hun buurt (9,1), net als in Marken (8,6). Ook de sterkste verbetering van het veiligheidsgevoel in de avond zien we in Amsterdam, vooral in twee gebieden in Zuidoost: Amsterdamse Poort (+0,6; 6,0) en Ganzenhoef (+0,7; 6,7).
Voelt u zich thuis in uw buurt? MRA, 2023 (rapportcijfer) min: .
5,5 6,0 6,5 7,0 7,5 8,0 6,2
max: . 8,7
Figuur 8.11
gevoel van veiligheid overdag en ’s avonds, MRA, 2019-2023 (rapportcijfer)
10,0 9,0 8,0 7,0
8,3
8,4
8,3 7,5
7,5
7,4
6,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0
overdag
's avonds 2019
Bron: WiMRA 2023
2021
2023
Bron: WiMRA 2023
95
Overlast van vervuiling afgenomen, meeste overlast in Amsterdam Bewoners van de MRA denken wisselend over overlast. Een laag cijfer staat hier voor veel ervaren overlast en een hoog cijfer staat hierbij voor weinig ervaren overlast. Overlast wordt vooral ervaren door vervuiling (6,4), geparkeerde auto’s (6,6) en verkeerslawaai (6,8). Er wordt minder overlast ervaren van horeca (8,1), buren (7,6) en andere mensen in de buurt (7,3). De verschillen ten opzichte van 2021 zijn minimaal. Hoewel er in 2023 minder overlast wordt ervaren door vervuiling dan in 2021 is het gemiddelde rapportcijfer wel nog steeds lager dan in 2019 (6,6). Figuur 8.12
In stedelijke gebieden en rond hoogovens meeste overlast van vervuiling Overlast door vervuiling wordt vooral veel ervaren in delen van Amsterdam, zoals Burgwallen-Oude en Nieuwe Zijde, Nieuw-West en Zuidoost. Maar in meer delen van de MRA geven bewoners aan dat zij overlast hebben van vervuiling, zoals in delen van Zaanstad en Beverwijk. En ook in Wijk aan Zee, waar de hoogovens staan, ervaren bewoners relatief veel overlast van vervuiling. In Haarlem speelt deze vorm van overlast het sterkst in Meerwijk. In Bloemendaal, Heemstede, Heemskerk, Waterland, Amstelveen, Aalsmeer, Ouder-Amstel en Het Gooi wordt de minste overlast door vervuiling ervaren.
In welke mate ervaart u overlast van de onderstaande categorieën? MRA, 2019-2023 (rapportcijfer, 1=ernstige overlast, 10=geen overlast)
8,1 8,2 8,1 7,6 7,5 7,6 7,5 7,4 7,3
horeca (hotels, restaurants, cafés) buren andere mensen in de buurt bouwoverlast
7,2 7,1 7,1 7,1 7,0 7,0 6,9
criminaliteit verkeersdrukte dierplagen buiten (ratten/muizen/vogels)
Figuur 8.13
Oordeel over overlast door vervuiling, MRA, 2023 (rapportcijfer,1=ernstige overlast, 10=geen overlast)
min: . onvoldoende 3,4 data
5,5 6,0 6,5 7,0 7,5 8,0
max: .
8,1
2019 2021 2023
6,9 6,9 6,8 6,8 6,6 6,6 6,6 6,6 6,3 6,4
verkeerslawaai parkeren auto's vervuiling 1
2
3
4
5
6
7
8 9 10 Bron: WiMRA 2023
Bron: WiMRA 2023
96
Met name straten en stoepen een verbeterpunt in de woonomgeving, openbaar vervoer vaker genoemd dan in 2021 Een overgrote meerderheid van de MRA-bewoners (92%) geeft aan dat er zaken in hun woonomgeving verbeterd zouden kunnen worden. Het meest genoemd worden het schoonhouden van straten en stoepen (35%), het onderhoud van straten en stoepen (32%) en meer parkeergelegenheid voor de auto (27%). Ten opzichte van 2021 wordt meer groen minder vaak genoemd: 25% tegenover 30% in 2021. Het openbaar vervoer wordt vaker als verbeterpunt genoemd: 17%, tegenover 13% in 2021. Bij de categorie anders noemt men onder meer dat de afvalinzameling beter kan en verkeersmaatregelen (30 km/u, meer of juist minder betaald parkeren). Acht procent geeft aan dat er niets te verbeteren valt.
Openbaar vervoer vooral verbeterpunt in Nederhorst den Berg, Muiden en landelijk Amsterdam-Noord Het openbaar vervoer wordt in Nederhorst den Berg, Muiden en in landelijk Amsterdam-Noord door minstens de helft van de bewoners als verbeterpunt voor de woonomgeving genoemd. Ook aan de randen van de Haarlemmermeer, in Aalsmeer en in IJburg vindt een relatief groot deel van de bewoners dat de bereikbaarheid per openbaar vervoer beter zou kunnen. In hoogstedelijke gebieden als Burgwallen-Oude Zijde, De Weteringschans en Almere Stad (Centrum en Oost) wordt het openbaar vervoer weinig genoemd als verbeterpunt.
Figuur 8.15 Figuur 8.14
Op welke zaken zou de woonomgeving verbeterd kunnen worden? MRA, 2023 (procenten)
schoonhouden straten en stoepen 32 32
onderhoud straten en stoepen meer parkeergelegenheid fiets meer groen schoonhouden groen veiligheid onderhoud groen onderhoud/verbeteren bestaande woningen inrichting van de verkeerssituatie meer winkels voor dagelijkse boodschappen 13
openbaar vervoer anders 8 8
niets te verbeteren 0
min: 15% 28% 40% 53% max: onvoldoende data
36 35
28 27 27 25 30 25 24 24 22 23 21 22 21 21 19 19
meer parkeergelegenheid auto
Aandeel dat openbaar vervoer noemt als verbeterpunt voor de woonomgeving, MRA, 2023 (procenten) 2%
66%
2021 2023
16 17
17 14 13 % 20
Bron:
40
WiMRA 2023
Bron: WiMRA 2023
97
8.3 Woningtevredenheid weer even hoog als in 2019 Met een 8,0 gemiddeld is de woningtevredenheid met de woning na een lichte daling in 2021 (7,9) weer terug op het niveau van 2019. In grote delen van de MRA is de tevredenheid hoog. De laagste beoordelingen komen uit Amsterdam Venserpolder (6,9) en de H-buurt (6,8) en ook de hoogste scores zijn te vinden in Amsterdam: Nieuwendammerdijk/ Buiksloterdijk (8,8) en Waterland (8,7). Buiten Amsterdam worden vooral woningen in Blaricum en Laren (beide 8,6) en in delen van Purmerend, Hilversum, Wijdemeren, Beverwijk, Edam-Volendam en Heemskerk (allen 8,5 of hoger) goed beoordeeld. De woningtevredenheid ligt al jaren hoger onder kopers (8,4) dan onder vrije sector huurders (7,5) en sociale huurders (7,2).
Staat van onderhoud laagst beoordeeld in particuliere sociale verhuur Bewoners van een eigen koopwoning zijn vaker dan huurders tevreden met de staat van onderhoud van hun woning. Dit verschil bestond ook in eerdere jaren. Huurders van een particuliere sociale huurwoning zijn het minst tevreden over de staat van onderhoud (6,3) en hun tevredenheid daalde iets ten opzichte van 2021.Verder loopt de tevredenheid met het onderhoud van naoorlogse woningen op met het bouwjaar van de woning. Bewoners van een vooroorlogse sociale huurwoning van een particulier zijn het minst tevreden met het onderhoud (5,8) en eigenaren van een nieuwbouwwoning het meest tevreden (9,1).
Figuur 8.16
Figuur 8.17
onvoldoende data
Tevredenheid met de eigen woning, MRA, 2023 (rapportcijfer) min: .
5,5 6,0 6,5 7,0 7,5 8,0 6,8
max: . 8,8
Tevredenheid met de staat van onderhoud van de woning, naar eigendomsvorm, 2017-2023 (rapportcijfer) sociale huur, corporatie
6,6 6,7 6,5 6,6
sociale huur, particulier
6,4 6,4 6,4 6,3
2019 2021
vrije sector huur, corporatie
7,1 7,1 7,0 7,0
vrije sector huur, particulier
7,0 7,2 7,1 7,2
2023
8,0 8,1 8,0 8,1
koopwoning 0
Bron: WiMRA 2023
2017
2
4
6
8
10
Bron: WiMRA 2023
98
8.4 Aandeel dat woning te klein of groot vindt is stabiel
Maatregelen tegen warmteverlies meest genoemde aandachtspunt Bewoners vinden vooral dat in hun woning maatregelen nodig zijn tegen warmteverlies, zoals dubbelglas. Ook maatregelen tegen hitte worden vaak genoemd als aandachtspunt, net het sanitair. Bij particuliere huur zijn warmteverlies, hitte en de geluidsisolatie tussen woningen de meest genoemde verbeterpunten. Bij corporatie huur zijn dat geluidsisolatie tussen woningen, het sanitair en warmteverlies. Van bewoners van een vooroorlogse woning vindt bijna de helft (45%) dat hun woning beter beschermd moet worden tegen warmteverlies. Een op de vijf heeft geen aanmerkingen op de woning. Deze groep is groter onder bewoners van nieuwbouw (36%) en koopwoningen (25%).
In 2023 vindt 9% van de huishoudens de woning te klein en 3% de woning te groot. Deze aandelen blijven stabiel over de tijd. De helft (52%) vindt de woning niet (te) groot en niet (te) klein, 20% vindt de woning klein maar passend en 16% vindt de woning groot maar passend. Amsterdamse huishoudens vinden hun woning vaker te klein dan huishoudens elders in de MRA. Hetzelfde geldt voor bewoners van een sociale huurwoning, eenoudergezinnen, stellen met drie of meer kinderen en bewoners tot 55 jaar. 55-plushuishoudens vinden de woning vaker te groot. Dit geldt vooral voor de ouderen in een koopwoning.
Figuur 8.18 Top tien aandachtspunten woningonderhoud, meerdere antwoorden mogelijk, naar eigendomsverhouding en totaal, MRA, 2023 (%) geluidsisolatie tus. woningen badkamer, douche, toilet warmteverlies hitte vocht en schimmel keuken / keukenblok geluidsisolatie lawaai buiten buitenschilderwerk coll. installatie (trappen, lift) beveiliging tegen inbraak brandveiligheid algemeen
corporatie huur 34 33 31 30 28 27 24 21 16 16 9 koop
buitenschilderwerk warmteverlies badkamer, douche, toilet hitte keuken / keukenblok geluidsisolatie tus. woningen gevel, dak(goot), fundering geluidsisolatie lawaai buiten vocht en schimmel beveiliging tegen inbraak geen aanmerkingen
27 24 22 20 16 14 14 11 10 8 25
warmteverlies hitte geluidsisolatie tus. woningen badkamer, douche, toilet vocht en schimmel geluidsisolatie lawaai buiten keuken / keukenblok buitenschilderwerk coll. installatie (trappen, lift) beveiliging tegen inbraak brandveiligheid algemeen
particuliere huur 36 30 29 27 27 25 23 21 17 16 10
warmteverlies badkamer, douche, toilet hitte buitenschilderwerk geluidsisolatie tus. woningen keuken / keukenblok vocht en schimmel geluidsisolatie lawaai buiten gevel, dak(goot), fundering beveiliging tegen inbraak geen aanmerkingen
totaal MRA 28 26 25 24 24 21 19 18 13 12 19
Figuur 8.19
Bron: WiMRA 2023
Mate waarin huishoudens vinden dat zij te klein of te groot wonen, naar peiljaar, segment, huishoudenstype en leeftijd (%)
Bron: WiMRA 2023
99