CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage A: Ontwerpbestemmingsplan Spaarndamseweg 13 (toelichting, bijlagen bij de toelichting en regels)

commissie Ontwikkeling 12 januari 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21.15 uur Ter inzage leggen ontwerpbestemmingsplan Spaarndamseweg 13, ontwerpbesluit hogere grenswaarden Wet geluidhinder (FR)30.400 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Aan de hand van onderstaande tabel 4.7, afkomstig uit de NEN 8100, kan een beoordeling worden gegeven van de te verwachten mate van windhinder. t4.7 Criteria windhinder volgens NEN 8100 Overschrijdingskans

Kwaliteitsklasse

p(vLOK > vDR;H) in procenten van het aantal uren per jaar

Activiteit I. Doorlopen

II. Slenteren

III. Langdurig zitten

Goed

Goed

< 2,5

A

Goed

2,5 – 5

B

Goed

Goed

Matig

5 – 10

C

Goed

Matig

Slecht

10 – 20

DD

Matig

Slecht

Slecht

≥ 20

E

Slecht

Slecht

Slecht

Afhankelijk van de activiteitenklasse wordt de waardering van het lokale windklimaat gekwalificeerd met ‘goed’, ‘matig’ of ‘slecht’ (zie tabel 4.7). Bij een goed windklimaat ondervindt men geen overmatige windhinder. In een situatie zonder overmatige windhinder heeft het merendeel van het publiek onder normale omstandigheden geen last van windhinder. Bij een matig windklimaat ervaart men af en toe overmatige windhinder. In een slecht windklimaat ervaart men regelmatig overmatige windhinder. In een dergelijke situatie heeft het merendeel van het publiek last van windhinder. Er wordt naar gestreefd, om binnen de verschillende activiteitenklassen, een goed, eventueel nog matig windklimaat te realiseren. Activiteitenklasse ‘langdurig zitten’ is dusdanig kritisch dat deze met terughoudendheid wordt toegepast. Voor windgevaar wordt 15 m/s uurgemiddelde windsnelheid als drempelwaarde v DR;G gehanteerd. Op basis van tabel 4.8, afkomstig uit de NEN 8100, wordt bepaald of sprake is van windgevaar. t4.8 Criteria windgevaar volgens NEN 8100 Overschrijdingskans

Kwalificatie

p(vLOK > vDR;G) in procenten van het aantal uren per jaar 0,05 < p < 0,30

Beperkt risico

p ≥ 0,30

Gevaarlijk

De norm stelt: “Situaties waarvoor een overschrijdingskans geldt van 0,05 < p < 0,30 mogen alleen worden geaccepteerd als deze vallen binnen activiteiten klasse I (doorlopen). Voor activiteiten klasse II en III geldt de eis p ≤ 0,05. Situaties met een overschrijdingskans van p ≥ 0,30 zijn evident gevaarlijk en behoren te allen tijde te worden vermeden; het publiek mag hier niet aan worden blootgesteld.” O 16087-4-RA-006 57

4.13.3 B e o o r d e l i n g

Door Peutz is met behulp van Computational Fluid Dynamics (CFD) een indicatief onderzoek (bijlage 6) verricht naar de te verwachten windklimaatsituatie rondom de geplande bebouwing. Het doel van het onderzoek was het vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing. Opgemerkt dient te worden dat het windremmende effect van geplande begroeiing, gezien het beperkte effect bij jonge aanplant, vooralsnog niet in de berekening is meegenomen. In figuur 4.11 wordt in een horizontale doorsnede op hoofdhoogte (1,75 meter boven plaatselijk maaiveldniveau) de berekende hinderkans met kleurcontouren voor de geplande bebouwingssituatie weergegeven. De kleuren komen overeen met de kwaliteitsklassen (A-E) uit tabel 4.7. Uit de resultaten van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat voor de geplande situatie aan de oost- en zuidzijde van de geplande bebouwing overwegend een lage hinderkans te verwachten is, waarmee het windklimaat voor het criterium doorlopen als goed beoordeeld wordt. Aan het Spaarne is hiermee een goed te verwachten windklimaat, en is het een prettig gebied om te verblijven. Ten westen van de geplande bebouwing is een matig windklimaat vastgesteld. Hier wordt een goede terreininrichting geadviseerd om het windklimaat te verbeteren.

Rond de geplande bebouwing is geen sprake van een slecht windklimaat of overschrijding van het gevaarcriterium. f4.11 Het te verwachten windklimaat in de geplande bebouwingssituatie, beoordeeld volgens de NEN 8100

O 16087-4-RA-006 58

Naar aanleiding van de resultaten van de geplande situatie is aanvullend het effect van geplande begroeiing inzichtelijk gemaakt. In figuur 4.12 wordt in een horizontale doorsnede op hoofdhoogte (1,75 meter boven plaatselijk maaiveldniveau) de berekende hinderkans met kleurcontouren voor de geplande bebouwingssituatie weergegeven. f4.12 Het te verwachten windklimaat in de geplande bebouwingssituatie, beoordeeld volgens de NEN 8100

Sp aa r

nd am

se

rug terb

we g

Scho

Uit de resultaten blijkt dat ten gevolge van de geplande begroeiing het windklimaat rond de geplande bebouwing duidelijk verbeterd. Op de Spaarndamseweg neemt de hinderkans af, waardoor het gebied met een matig windklimaat kleiner wordt. Ten zuidoosten van de geplande bebouwing, boven aan de trap, is tevens een afname van de hinderkans vastgesteld, waardoor hier nu sprake is van een goed (groen) windklimaat voor de activiteit doorlopen. Voor het plaatsen van gebouwentrees dient bovendien gestreefd te worden naar een hinderkans van lager dan 5%, hetgeen overeenkomt met een beoordeling goed voor het criterium slenteren. De beoogde entree van het gebouw is gesitueerd aan de zuidzijde, waar sprake is van een goed windklimaat voor slenteren. Mocht de gebouwentree echter worden geplaatst op een positie waar een hogere hinderkans is vastgesteld dienen lokale windafschermende maatregelen te worden toegepast, zoals schermen of het plaatsen van O 16087-4-RA-006 59

de entree in een nis. Op de kade, waar windgevoelige functies zijn beoogd en een aangenaam verblijfsklimaat wordt nagestreefd , is sprake van een goed windklimaat. 4.13.4 Co n c l u s i e

Geconcludeerd kan worden dat in de omgeving van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar windklimaat. Aan de kade, alwaar een aantrekkelijk verblijfsgebied gecreëerd zal worden, is daarnaast sprake van een goed windklimaat. 4.14 L a d d e r v o o r d u u r z a m e v e r s t e d e l i j k i n g

4.14.1 We t t e l i j k k a d e r

Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen dient te worden aangetoond dat er behoefte bestaat aan de beoogde ontwikkeling, oftewel de 'Ladder' dient te worden doorlopen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Voor situaties waarbij sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen de volgende twee stappen doorlopen te worden: − beschrijving/beoordeling van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt; − indien de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Ook wanneer de ’Ladder’ niet van toepassing is, zal gemotiveerd moeten worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. In het kader van uitvoerbaarheid moet hiertoe aandacht worden besteed aan de behoefte van het plan. 4.14.2 B e o o r d e l i n g

Voordat wordt getoetst aan de Ladder, dient te worden vastgesteld of het plan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling omvat de toevoeging van meer dan 11 woningen ten opzichte van de planologische mogelijkheden, dat conform jurisprudentie als ondergrens voor de definitie stedelijke ontwikkeling geldt. Om deze reden moet de 'Ladder' voor de beoogde ontwikkeling worden doorlopen. Onderstaand worden daarom de stappen van de 'Ladder' doorlopen voor de beoogde ontwikkeling. B e s c h r i j v i n g / b e o o r d e l i n g va n d e b e h o e f t e

In zowel provinciaal, regionaal als gemeentelijk woonbeleid wordt de vraag naar woningen aangekaart (zie paragraaf 3.3.2, 3.4.1 en 3.5.5). Thans is op provinciaal niveau sprake van een woningtekort. De provincie wil dan ook de woningproductie versnellen. In de beleidsstukken aangaande woningbouw wordt aangegeven dat vraag is naar kwalitatief, betaalbare en passende woningen.

O 16087-4-RA-006 60

Conform woningmarktonderzoek door Rigo (2020) is de actuele vraag naar woningen in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond groter dan het (potentiële) aanbod. Met name in Haarlem is meer vraag dan aanbod. Zowel aan sociale huurwoningen als aan koopwoningen is in alle prijsklassen daarbij een tekort. Daarnaast zijn appartementen, zowel huur als koop, meer gevraagd dan aangeboden. Aangegeven wordt dat Haarlem sterk in trek is bij woningzoekenden van buiten de gemeente, en dat binnen Haarlem veel mensen willen verhuizen. Daarnaast neemt het aantal huishoudens in de regio toe. In 2030 zullen 13.150 extra woningen nodig zijn om deze groei te kunnen accommoderen. Hiervan zijn 8.200 woningen voorzien in Haarlem zelf. Woningzoekenden uit de omgeving van Haarlem, en dan met name vanuit Amsterdam, zien Haarlem als een aantrekkelijke stad om in te wonen. Een groot aandeel betreft starters. De woningmarkt is echter thans moeilijk toegankelijk voor starters. Haarlemmers met lage en middeninkomens vinden steeds moeilijker betaalbare woonruimte. Daarnaast stijgen de prijzen en wachttijden voor woonruimte. Starters in de huursector zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met afname van aanbod in de particuliere sociale (gereguleerde) huur en forse prijsstijgingen in de vrije sectorhuur.

Voorgaande, in combinatie met het feit dat het aantal eenpersoonshuishoudens toeneemt, zorgt ervoor dat er voorzien moet worden in passende en betaalbare woningen voor starters en overige jongeren. De beoogde ontwikkeling, welke de realisatie van kwalitatief hoogwaardige en betaalbare huurappartementen betreft, sluit goed aan op deze vraag. Resumerend kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling zowel aansluit op de vraag naar woningen binnen Haarlem, als de vraag naar woningen op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ontwikkeling binnen/buiten bestaand stedelijk gebied

De beoogde ontwikkeling wordt binnen bestaand stedelijk gebied op een goed bereikbare locatie gerealiseerd. Gebruik wordt gemaakt van reeds bebouwde gronden, waarmee op duurzame wijze gebruik wordt gemaakt van de ruimte. Gezien voorgaande hoeft niet verder gemotiveerd te worden waarom de behoefte aan de beoogde ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen. 4.14.3 Co n c l u s i e

Er kan gesteld worden dat er een behoefte is aan de beoogde ontwikkeling van 150 appartementen, aangezien er een sterke vraag naar woningen in Haarlem. Deze behoefte kan worden opgevangen binnen bestaand stedelijk gebied waarmee sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. 4.15 D u u r z a a m h e i d

Als er te veel broeikasgassen (zoals CO 2 en methaangas) in de lucht komen, stijgt de temperatuur op aarde. Hierdoor verandert het klimaat, stijgt de zeespiegel en kunnen planten of dieren verdwijnen. In het kader van duurzaamheid is het dan ook van groot O 16087-4-RA-006 61

belang dat er rekening wordt gehouden met het klimaat. Bij nieuwbouw is het mogelijk zoveel mogelijk rekening te houden met duurzaamheid. Er dient immers bewuster met het milieu te worden omgegaan om zodoende de aarde ook voor toekomstige generaties leefbaar te houden. Daarom hebben bijna alle landen in 2015 in Parijs het klimaatakkoord ondertekend. Het akkoord heeft als doel de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, met een duidelijk zicht op 1,5 graden Celsius. Ook voor gemeente Haarlem is duurzaamheid een belangrijk aspect. Alle woningen moeten in 2050 daarom van het gas af zijn. Gemeente Haarlem is bovendien onderdeel van de Energieregio Noord-Holland Zuid, en deelregio IJmond & Zuid-Kennemerland. Thans is voor deze regio een concept Regionale Energie Strategie (RES) opgesteld. Dit betreft een langjarige samenwerking, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt hoe er voor minder CO2-uitstoot gezorgd gaat worden. Bij de beoogde ontwikkeling wordt rekening gehouden met het aspect duurzaamheid. De beoogde ontwikkeling zal niet op aardgas worden aangesloten. Op het dak zullen zonnepanelen worden gesitueerd. Duurzaamheid zal in het ontwerp worden geborgd, waarbij eveneens rekening gehouden wordt met de gevolgen van de klimaatverandering. In de uitwerking van het gebouw zal aandacht uitgaan naar natuurinclusief bouwen en klimaatadaptie.

Zo zullen nestmogelijkheden voor vogels, vleermuizen en insecten worden voorzien in het gebouw. De daken zullen zoveel als mogelijk als groendak uitgevoerd worden. Dit heeft niet alleen een ecologische waarde, maar zorgt ook dat regenwater langer vastgehouden kan worden. Ook heeft dit een isolerende werking. De beoogde ontwikkeling zal in de toekomst een geringe milieubelasting kennen en sluit daarom aan op de gemeentelijke ambitie inzake duurzaamheid. 4.16 M i l i e u e ff e c t r a p p o r t a g e

4.16.1 We t t e l i j k k a d e r

Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen 'm.e.r.--plichtige activiteiten' waarvoor een volledig milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en 'm.e.r.--beoordelingsplichtige activiteiten' waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significante negatieve gevolgen voor het milieu (indien significant wordt een MER opgesteld). Op 1 september 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Hierbij zijn drempelwaarden opgenomen vanaf wanneer er voor plannen en besluiten een milieueffectrapportage opgesteld moet worden.

O 16087-4-RA-006 62

4.16.2 B e o o r d e l i n g

Om te kunnen beoordelen of vanuit het Besluit m.e.r. de verplichting bestaat een m.e.r.-(beoordelings)procedure te doorlopen, dienen de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het bestemmingsplan te worden getoetst aan de C- en D-lijst uit dit Besluit. De beoogde ontwikkeling van 150 woningen valt in het Besluit m.e.r. onder één van de categorieën waarvoor afgewogen dient te worden of er sprake is van een m.e.r.(beoordelings)plicht. De beoogde ontwikkeling valt in het kader van een stedelijk ontwikkelingsproject in het Besluit milieueffectrapportage in de D-lijst onder D.11.2 . 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Hierbij zijn drempelwaarden opgenomen vanaf wanneer een stedelijk ontwikkelingsproject een milieueffectrapportage behoeft. Er is sprake van een m.e.r.-(beoordelings)plicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: − een oppervlakte van 100 hectare of meer; − een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; of − een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. Deze drempelwaarden wordt in de voorliggende situatie niet overschreden. Dit betekent dat er dus geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt.

Op basis van artikel 2 lid 5 gelezen in samenhang met categorie D.11.2, Kolom 3 van het Besluit milieueffectrapportage dient voor het te nemen besluit wel een vormvrije m.e.r.--beoordeling te worden opgesteld. Voor de beoogde ontwikkeling is een aanmeldingsnotitie in het kader van de m.e.r.-beoordeling opgesteld. Gezien de aard en beperkte omvang van de beoogde ontwikkeling en het feit dat de wijziging geen betekenisvolle milieueffecten tot gevolg heeft kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling geen nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben. 4.16.3 Co n c l u s i e

Naar alle verwachting levert dit aspect geen belemmeringen op voor de beoogde ontwikkeling, daar op basis van de aanmeldingsnotitie geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling geen nadelige gevolgen voor het milieu heeft.

O 16087-4-RA-006 63

5

Uitvoerbaarheid

5.1 A l g e m e e n

Wettelijk bestaat de verplichting inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. 5.2 E c o n o m i s c h e u i t v o e r b a a r h e i d

De verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer om de financiële uitvoerbaarheid te garanderen. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente zal dan ook een anterieure overeenkomst worden gesloten, waarin de kosten duidelijk worden en de financiële uitvoerbaarheid zal worden toegelicht. De initiatiefnemer zal geheel voor eigen rekening en risico overgaan tot de ontwikkeling en realisatie van het plan. 5.3 M a a t s c h a p p e l i j k e u i t v o e r b a a r h e i d

Het bestemmingsplan zal de wettelijk van toepassing zijnde procedure doorlopen waarbij een ieder in de gelegenheid wordt gesteld een zienswijze in te dienen. In voorliggende situatie wordt zorgvuldig invulling gegeven aan het participatieproces. De initiatiefnemers zijn in gesprek over de plannen met de gemeente Haarlem, bewoners van omliggende woningen en andere belanghebbenden. Ook is er een buurtpeiling gehouden om te inventariseren wat er speelt in de omgeving. Daarnaast zijn er twee klankbordgroepen van start gegaan om verder invulling te geven aan de plannen. Een klankbordgroep bestaande uit jongeren, en met een klankbordgroep die bestaat uit omwonenden en andere belanghebbenden. Op deze wijze, en door middel van diverse bijeenkomsten, worden omwonenden en overige belanghebbenden betrokken bij de totstandkoming van de nieuwbouwplannen. In voorliggende situatie wordt de beoogde ontwikkeling maatschappelijk aanvaardbaar geacht, aangezien in de regio een sterke vraag is naar woningen, en de beoogde ontwikkeling bovendien voorziet in de realisatie van nieuwbouw op een locatie waar thans sprake is van verouderde bebouwing, maar die uitermate geschikt is voor woningbouw. De beoogde ontwikkeling zal daarbij de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van de omgeving ten goede komen.

O 16087-4-RA-006 64

5.4 V o o r o v e r l e g

Daarnaast is het bestemmingsplan in het kader van vooroverleg aan diverse vooroverlegpartners voor advies voorgelegd. Op het bestemmingsplan zijn vier reacties binnengekomen, te weten van de GGD, het Hoogheemraadschap van Rijnland, de Veiligheidsregio Kennemerland en Omgevingsdienst IJmond. De adviezen van deze partijen zijn meegenomen in het voorliggend bestemmingsplan. Daarnaast is een groot aantal adviezen van toepassing op de uiteindelijke uitvoering van de beoogde ontwikkeling. Bij de uitwerking van het bouwplan zal rekening gehouden worden met deze adviezen.

O 16087-4-RA-006 65

6

Juridische plantoelichting

6.1 L e e s w i j z e r j u r i d i s c h e r e g e l i n g

In deze paragraaf wordt een beschrijving gegeven van de juridische regeling van het bestemmingsplan. De juridische regeling bestaat uit een verbeelding en een set regels. De verbeelding en regels zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en dienen dan ook altijd in samenhang geraadpleegd en gelezen te worden. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. Deze heeft in beginsel geen rechtskracht. De toelichting beschrijft de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is geconformeerd aan de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening, welke van kracht zijn per 1 juli 2008. Voor de bestemmingen en regels is gebruikgemaakt van de RO Standaarden 2012. De RO Standaarden 2012 zijn onder andere verankerd in de Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). De SVBP2012 regelt de standaardisering en uniformering van bestemmingen en regels. 6.2 L e e s w i j z e r r e g e l s

De regels van dit bestemmingsplan zijn verdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1: Inleidende regels

Hoofdstuk I bevat inleidende regels zoals begripsbepalingen (artikel 1) en regels voor de wijze van meten (artikel 2). Deze regels zijn noodzakelijk voor een juiste interpretatie van de bestemmingsregels. Hoofdstuk 3: Bestemmingsregels

In hoofdstuk II zijn de afzonderlijke bestemmingen opgenomen die voor het plangebied van toepassing zijn. Dit is in feite de kern van de juridische regeling. Welke bestemming aan een bepaald stuk grond is toegekend, blijkt uit de verbeelding. De bestemming wordt in de bestemmingsregels nader toegelicht. Het overgrote gedeelte van het plangebied zal de bestemming 'Wonen' kennen. Daarnaast zullen de gronden deels de bestemming 'Groen' en 'Verkeer' kennen. Ten behoeve van het behoud en de bescherming van archeologische waarden is bovendien een dubbelbestemming toegekend aan de gronden in het bestemmingsplan.

O 16087-4-RA-006 66

Hoofdstuk 3: Algemene regels

Hoofdstuk III bevat algemene bepalingen die op het gehele plangebied van toepassing zijn: − anti-dubbeltelregel; − algemene bouwregels; − algemene gebruiksregels; − algemene aanduidingsregels; − algemene afwijkingsregels; − overige regels. Deze algemene bepalingen zijn van belang voor een juiste interpretatie van de bestemmingsbepalingen. Daarnaast zijn in dit hoofdstuk een algemene afwijkingsregels opgenomen die ruimte bieden van de bepalingen die in de voorafgaande hoofdstukken zijn opgenomen, af te wijken. Hoofdstuk 4: O vergangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 zijn de overgangs- en slotbepalingen ondergebracht. In de overgangsbepalingen wordt onder andere vastgelegd hoe om te gaan met het gebruik en bouwen voor zover dit in strijd is met de bepalingen van het bestemmingsplan. In de slotbepaling is de benaming van het bestemmingsplan vastgelegd.

Zoetermeer,

Dit rapport bevat 67 pagina's en 6 bijlagen.

O 16087-4-RA-006 67

Bijlage 1 Akoestisch onderzoek

O 16087-4-RA-005 1. 1

Woningbouw Spaarndamseweg 13 te Haarlem Wegverkeers- en industrielawaai

Rapportnummer O 16087-2-RA-004 d.d. 13 juli 2022

Woningbouw Spaarndamseweg 13 te Haarlem Wegverkeers- en industrielawaai

opdrachtgever

1 82 8- I C b . v .

rapportnummer

O 16 08 7- 2 - R A- 0 04

datum

1 3 j u l i 20 22

referentie

K v d N/ I K a / D vd H / O 16 08 7- 2 - R A- 0 04

verantwoordelijke ir. K.V. van der Nat opsteller

MSc I.H. Kalverboer +31 85 8228758 i.kalverboer@peutz.nl

peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, zoetermeer@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook – zoetermeer – groningen – düsseldorf – dortmund – berlijn – nürnberg – leuven – parijs – lyon

O 16087-2-RA-004 2

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

2

Plangebied en de beoogde ontwikkeling

5

2.1 2.2 2.3 3 3.1 3.2 3.3 3.4 4 4.1 4.2 4.3 4.4 5 5.1 5.2 5.3 6 6.1 6.2 6.3 7 7.1 7.2 7.3 7.4 8

Locatie plangebied Vigerend bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling We t - e n r eg el g ev i n g Algemeen Wet g elui dhi nd er Beleid hogere grenswaarden gemeente Haarlem Kwaliteitsindicatie geluid (RIVM) Uitgangspunten Weg ver ke ers lawa a i Industrielawaai To e t s p u n t e n Modelvorming Rekenresultaten Weg ver ke er Industrielawaai Cumulatie wegverkeers- en industrielawaai Beoordeling Algemeen Wet g elui dhi nd er Hogere waarden beleid gemeente Haarlem Maatregelen Algemeen Bronmaatregelen Maatregelen in het overdrachtsgebied Maatregelen bij de ontvanger Conclusie

5 6 7 8 8 8 10 11 12 12 13 14 15 16 16 18 19 20 20 20 21 23 23 23 24 24 26 O 16087-2-RA-004 3

1

Inleiding Aan de orde is de beoogde ontwikkeling van een appartementencomplex aan de Spaarndamseweg 13 te Haarlem. Dit complex zal ruimte bieden aan circa 150 appartementen. Alsmede zal voorzien worden in gemeenschappelijke voorzieningen, horeca en parkeergelegenheid. Het gebouw zal uit circa 7 bouwlagen bestaan. Het vigerende bestemmingsplan ’Land in Zicht’, dat op 20 april 2011 onherroepelijk is geworden, voorziet niet in deze ontwikkeling. Om de beoogde ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken zal een nieuw bestemmingsplan opgesteld worden. Hiertoe dient gemotiveerd te worden dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met wet- en regelgeving en de beginselen van een goede ruimtelijke ordening. Het plangebied is gelegen binnen de geluidzone van meerdere wegen. Alsmede is de beoogde ontwikkeling binnen de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein 'Waarderpolder' gelegen. In dit kader vragen daarom de aspect wegverkeers- en industrielawaai om aandacht. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de geluidbelasting ter plaatse van de geplande woningen en deze te toetsen aan de van toepassing zijnde geluidgrenswaarden uit de Wet geluidhinder (Wgh) en het geluidbeleid van de gemeente Haarlem. Alsmede wordt bij een overschrijding van de geluidgrenswaarden de (on)mogelijkheid van geluidreducerende maatregelen omschreven.

O 16087-2-RA-004 4

2

Plangebied en de beoogde ontwikkeling

2.1 L o c a t i e p l a n g e b i e d

Het plangebied is gesitueerd aan de Spaarndamseweg 13 te Haarlem. Dit betreft een locatie ter plaatse van een terrein gelegen tussen de Schoterbrug en de Spaarndamseweg. In de huidige situatie is ter plaatse van het plangebied een transformatorstation gesitueerd. Dit transformatorstation is echter al enige tijd buiten gebruik. In figuur 2.1 is de ligging van het plangebied in de omgeving weergegeven. f2.1 Ligging plangebied en omliggende wegen (bron luchtfoto: Google Earth)

Rondom het plangebied zijn twee 50 km/uur-wegen gelegen, te weten de Schoterbrug en de Spaarndamseweg1 (50 km/uur). Rondom het plangebied bevinden zich ook diverse 30 km/uur-wegen, te weten een gedeelte van de Spaarndamseweg1 (30 km/uur), de Bandoengstraat, de Botterboulevard, de Kedoestraat, de Klipperkade en de Tjalkkade (zie ook figuur 2.1). Ten zuidoosten van het plangebied, aan de overzijde van de Spaarne, bevindt zich het gezoneerde industrieterrein 'Waarderpolder'. 1 De Spaarndamseweg is verdeeld in twee wegdelen een 50 km/uur deel en een 30 km/uur deel. O 16087-2-RA-004 5

2.2 V i g e r e n d b e s t e m m i n g s p l a n

Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ’Land in Zicht’ 2, dat op 20 april 2011 onherroepelijk is geworden. In figuur 2.2 wordt een uitsnede van het vigerend bestemmingsplan opgenomen. De gronden ter plaatse van het plangebied kennen de bestemming 'Bedrijf' of 'Groen'. Deze gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor respectievelijk een nutsvoorziening en groenvoorzieningen. f2.2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan

De beoogde realisatie van woningbouw past niet binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan. Om de beoogde ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken zal daarom een planologische procedure doorlopen moeten worden.

2 Recentelijk zijn bovendien een aantal reparatieplannen in werking getreden waarmee onvolkomenheden in de vigerende bestemmingsplannen zijn gerepareerd. Hiermee blijft echter het onderliggende bestemmingsplan alsnog van kracht. O 16087-2-RA-004 6

2.3 D e b e o o g d e o n t w i k k e l i n g

De centrale ligging binnen Haarlem, in combinatie met de ligging aan het water, maakt het plangebied een zeer aantrekkelijke locatie voor woningbouw. Hier zal dan ook een nieuw appartementencomplex worden gerealiseerd. Het transformatorstation ter plaatse van het plangebied zal voorafgaand aan de beoogde ontwikkeling worden gesloopt. Deze ontwikkeling past binnen het concept '1828'. Dit concept bestaat uit huurappartementen voor starters en overige jongeren tussen de 18 en 28 jaar. Thans wordt voorzien in de realisatie van circa 150 appartementen. Daarnaast wordt voorzien in collectieve voorzieningen en parkeergelegenheid. De beoogde ontwikkeling bestaat uit 7 bouwlagen. De begane grond biedt uitsluitend ruimte voor parkeergelegenheid en collectieve voorzieningen. In de plint van de bebouwing zal bovendien naar verwachting een horecagelegenheid worden gesitueerd. In figuur 2.3 wordt een impressie van de beoogde ontwikkeling weergeven. f2.3 Impressie beoogde ontwikkeling

O 16087-2-RA-004 7

3

We t - e n r e g e l g e v i n g

3.1 A l g e m e e n

De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van woningen. Aangezien geluidgevoelige objecten (woningen), conform de Wet geluidhinder, gerealiseerd gaan worden is het van belang de optredende geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen in beeld te brengen. In het voorliggende hoofdstuk zal ingegaan worden op de relevante wet- en regelgeving ten aanzien van wegverkeers- en industrielawaai. 3.2 W e t g e l u i d h i n d e r

Wegverkeerslawaai

In artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) is aangegeven hoe breed de geluidzone (het onderzoeksgebied) langs wegen is. Deze breedte hangt af van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk dan wel buitenstedelijk gebied ligt. De Wgh stelt geen eisen ten aanzien van 30 km/uur-wegen. In tabel 3.1 is een overzicht gegeven van de zonebreedtes. t3.1 Zonebreedtes van wegen

Aantal rijstroken

Zonebreedte in meter

Stedelijk gebied 1 of 2

200

3 of meer

350

Buitenstedelijk gebied 1 of 2

250

3 of 4

400

5 of meer

600

Voor de “juridische” geluidbelasting, ten gevolge van wegverkeer op gevels van woongebouwen binnen een geluidzone geldt volgens de Wgh een voorkeursgrenswaarde van 48 dB (Lden). Deze geluidbelasting is inclusief aftrek conform artikel 3.4 van het Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012. De gemeentelijke overheid is in een aantal situaties bevoegd om van deze waarde van 48 dB af te wijken en een hogere grenswaarde vast te stellen tot een maximum van 53 dB respectievelijk 63 dB. De maximum grenswaarde van 53 dB is van toepassing indien sprake is van een buitenstedelijk gebied of van een auto(snel)weg; de maximum grenswaarde van 63 dB geldt indien sprake is van een binnenstedelijk gebied. In de onderhavige situatie is sprake van een binnenstedelijk gebied en is hiermee de maximum grenswaarde van 63 dB in voorliggende situatie van toepassing.

O 16087-2-RA-004 8

Industrielawaai

De beoogde ontwikkeling is gelegen op een geluidgezoneerd industrieterrein. Buiten de om het industrieterrein vastgestelde geluidzone mag krachtens artikel 40 van de Wgh de geluidbelasting vanwege dit terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan. De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting op de gevels van binnen de geluidzone gelegen geluidgevoelige bestemmingen bedraagt conform artikel 44 Wgh eveneens 50 dB(A). Indien niet aan deze grenswaarde kan worden voldaan kunnen burgemeester en wethouders conform artikel 45 hogere grenswaarden vaststellen van maximaal 55 dB(A) voor geprojecteerde woningen. Hogere waarden

Conform artikel 110a lid 5 Wgh kan een hogere waarde verleend worden indien de toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van een weg van de gevel van de betrokken woningen tot de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. D ove gevels

De geluidnormen uit de Wgh zijn niet van toepassing op dove gevels. Onder een dove gevel wordt volgens artikel 1b van de Wgh verstaan: “Een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering, die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A)” of “Een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte”. In situaties waarbij de maximaal toegestane wettelijke grenswaarde(n) worden overschreden, bestaat daarmee toch een mogelijkheid om de bouw van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen te realiseren als deze wordt voorzien van een zogenaamde “dove gevel”. Cumulatie

Ingevolge artikel 110a, lid 6 van de Wgh moet bij de vaststelling van hogere waarden rekening worden gehouden met cumulatie van geluid ten gevolge van andere relevante geluidbronnen. De Wgh bepaalt dat een hogere waarde alleen wordt vastgesteld, voor zover de gecumuleerde geluidbelasting in een bepaalde situatie niet leidt tot een naar het oordeel van burgemeester en wethouders onaanvaardbare geluidbelasting. In de Wgh is echter niet geregeld in welke situatie sprake is van een onaanvaardbare geluidbelasting.

O 16087-2-RA-004 9

3.3 B e l e i d h o g e r e g r e n s w a a r d e n g e m e e n t e H a a r l e m

Het beleid van de gemeente Haarlem inzake het verlenen van hogere grenswaarden is opgenomen in het document 'Beleidsregels Hogere Waarden Wet Geluidhinder' van augustus 2009. De beleidsregels geven het kader waarbinnen nieuwbouw op de meer geluidbelaste locaties mogelijk wordt, waarbij tevens de toekomstige bewoners worden beschermd tegen een hoge geluidbelasting. Een hogere waarde procedure wordt gestart indien op basis van akoestisch onderzoek is aangetoond dat de geluidbelasting niet verlaagd kan worden door: 1. het treffen van bronmaatregelen; 2. het treffen van overdrachtsmaatregelen; 3. het vergroten van de afstand tussen bron en ontvanger. Bovendien kan een hogere waarden procedure alleen gestart worden indien ten minste aan één van de volgende criteria wordt voldaan: 1. De woningen worden gesitueerd als vervanging van bestaande bebouwing. 2. De gekozen bouwvorm of situering vervult een doelmatige functie als akoestische afscherming voor bestaande of nieuw te bouwen geluidgevoelige bestemmingen. 3. De woningen vullen een op een plaats op tussen bestaande bebouwing. 4. Het betreft een grond- of bedrijfsgebonden woning.

De Gemeente Haarlem stelt bij een hogere waarde procedure de volgende voorwaarden bij maatregelen in/bij de woning: − Bij een geluidbelasting groter dan 48 dB vanwege wegverkeer, 55 dB vanwege railverkeer of 50 dB(A) etmaalwaarde vanwege industrielawaai, moet de woning ten minste één geluidluwe zijde hebben. De buitenruimte(n) die als buitengebruiksruimte(n) word(en)t gebruikt moet(en) aan de geluidluwe zijde gesitueerd zijn. − Bij een geluidbelasting groter dan 53 dB vanwege wegverkeer, 58 dB vanwege railverkeer of 55 dB(A) etmaalwaarde vanwege industrielawaai, gelden de volgende woningindelingseisen: − Verblijfsruimten moeten zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde liggen. − Ten minste één slaapkamer moet aan de geluidluwe zijde liggen. Een geluidluwe zijde wordt aangemerkt als een gevel waar aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan. Conform het geluidbeleid van gemeente Haarlem is het bovendien mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de beleidsregels indien de uitvoering hiervan stuit op bezwaren van milieuhygiënische, stedenbouwkundige of volkshuisvestelijke aard.

O 16087-2-RA-004 10

3.4 K w a l i t e i t s i n d i c a t i e g e l u i d ( R I V M )

In het kader van goed woon- en leefklimaat dient een beoordeling plaats te vinden van het akoestisch woon- en leefklimaat. Teneinde de optredende geluidbelasting te kunnen classificeren wordt aansluiting gezocht bij de 'kwaliteitsindicatie geluid' van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) 3. Deze kwaliteitsindicatie heeft betrekking op de gecumuleerde geluidbelasting als gevolg van weg-, rail- en vliegverkeer, windturbines en industrie. In onderstaande tabel is voornoemde classificering opgenomen. t3.2 Kwaliteitsindicatie geluid volgens het RIVM Lden in dB

Geluidkwaliteit

< 45

zeer goed

46-50

goed

51-55

redelijk

56-60

matig

61-65

slecht

>65

zeer slecht

3 Zoals volgt uit de kaart op https://geluid.rivm.nl/geluid/geluidbel_maps.php. O 16087-2-RA-004 11

4

Uitgangspunten

4.1 W e g v e r k e e r s l a w a a i

Ve r k e e r s i n t e n s i t e i t e n

De beoogde ontwikkeling is gelegen in de geluidzone van de Spaarndamseweg en de Schoterbrug. Dit betreft een tweetal 50 km/uur wegen. Ten behoeve van het akoestisch onderzoek is een rekenmodel opgesteld, waarin de geluidemissie ten gevolge van de voornoemde wegen is gemodelleerd. De verkeersgegevens voor het jaar 2031 van de beschouwde wegen zijn d.d. 18 juni 2021 aangeleverd door gemeente Haarlem. Door gemeente Haarlem is daarbij aangegeven dat deze verkeersgegevens ook nog voor het toetsingsjaar 2032 van toepassing zijn. Voor de beschouwde wegen zijn de verkeersintensiteiten, inclusief de verdeling van licht, middelzwaar en zwaar verkeer, alsmede de verdeling over de dag-, avond- en nachtperiode aangegeven. Daarnaast zijn eveneens de van toepassing zijnde maximumsnelheden en wegdektypes aangegeven. In tabel 4.1 zijn de gehanteerde intensiteiten, de maximale toegestane snelheid en het wegdektype weergegeven. t4.1 Etmaalintensiteiten, maximaal toegestane snelheid en wegdektype van de (akoestisch) relevante omliggende wegen Weg

Etmaalintensiteit 2032

Snelheid (km/uur)

Wegdektype

(weekdag) Spaarndamseweg (Schoterbrug – Boeroestraat)

7785

50

SMA 0/5

Spaarndamseweg (Boeroestraat - Schoterbrug)

6164

50

SMA 0/5

Spaarndamseweg (Spaarnhovenstraat – Boeroestraat)

5842

50

SMA 0/5

Spaarndamseweg (Boeroestraat - Spaarnhovenstraat)

7318

50

SMA 0/5

Spaarndamseweg (Schoterbrug – Jan Gijzenkade)

13662

50

SMA 0/5

Spaarndamseweg (Jan Gijzenkade - schoterbrug)

16653

50

SMA 0/5

Schoterbrug (Waarderweg – Spaarndamseweg)

13988

50

Referentiewegdek

Schoterbrug (Spaarndamseweg – Waarderweg

12691

50

Referentiewegdek

In het kader van een goed woon- en leefklimaat dienen 30 km/uur-wegen doorgaans eveneens meegenomen te worden in akoestisch onderzoek. Door gemeente Haarlem is ook aangegeven dat de nabijgelegen 30 km/uur wegen een verwaarloosbare verkeersintensiteit kennen. Daarnaast wordt een groot aantal van deze 30 km/uur wegen afgeschermd door omliggende bebouwing. In voorliggende situatie is hiermee geen sprake van 30 km/uur-wegen op korte afstand van het plangebied welke van invloed zijn op de geluidbelasting ter plaatse van de beoogde woningen. Daarnaast zijn de Spaarndamseweg en Schoterbrug zijn maatgevend wat de geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde ontwikkeling betreft. Gezien voorgaande worden deze wegen niet nader beschouwd in voorliggende rapportage.

O 16087-2-RA-004 12

In bijlage 1 is de situatie weergegeven in een modelplot van het akoestisch rekenmodel, waarin tevens het plangebied en de beoogde ontwikkeling zijn weergegeven. Een overzicht van de verkeersintensiteiten, wegdektypes en snelheden op de beschouwde wegen is weergegeven in bijlage 2. Ve r k e e r s g e n e r a t i e b e o o g d e o n t w i k k e l i n g

De beoogde ontwikkeling van circa 150 appartementen zal in relatief beperkte mate verkeer genereren dat thans nog niet is meegenomen in de verkeersprognoses van gemeente Haarlem. De verkeersaantrekkende werking van de beoogde ontwikkeling is bepaald met behulp van CROW-kengetallen. De verkeersgeneratie voor een huurappartement in het midden/goedkope segment op een locatie in de schil van het centrum in een zeer sterk stedelijk gebied bedraagt maximaal 2,6 verkeersbewegingen per appartement. In totaal worden er circa 150 appartementen gerealiseerd, hetgeen resulteert in een verkeersgeneratie van 390 motorvoertuigen per etmaal. Het verkeer gegenereerd door de beoogde ontwikkeling zal zich met name verdelen over de Schoterbrug en de Spaarndamseweg. De inrit van de parkeervoorziening is gelegen aan de Spaarndamseweg. Vanuit een worst case benadering wordt uitgegaan van een toename van 390 motorvoertuigen per etmaal. In voorliggend onderzoek is ervan uitgegaan dat 50% rechtsaf slaat en 50% linksaf slaat op de Spaarndamseweg 4. Overigens wordt tevens opgemerkt dat dit aantal motorvoertuigen, gezien het te verwachten lage autobezit van de doelgroep van de beoogde ontwikkeling, naar verwachting lager zal zijn. 4.2 I n d u s t r i e l a w a a i

De beoogde ontwikkeling is gelegen in de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein 'Waarderpolder', zie figuur 4.1. Door gemeente Haarlem is op 2 juli 2021 de optredende geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde ontwikkeling als gevolg van het industrieterrein aangegeven. Hierbij wordt opgemerkt dat de geluidbelasting voor een groot deel wordt bepaald door een bedrijf wat puin en sloopafval verwerkt. Thans lijkt het zo dat de kranen die hiervoor gebruikt werden er niet meer staan. Onbekend is of deze kranen terugkomen. Hiermee is de feitelijke geluidbelasting naar verwachting lager dan berekend.

4 Vanuit een worst case benadering is vanaf de kruising van de Spaarndamseweg met de Schoterbrug in beide richtingen uitgegaan van 195 (50% van 390) verkeersbewegingen. O 16087-2-RA-004 13

f4.1 Gezoneerd industrieterrein 'Waarderpolder' en diens geluidzone

4.3 T o e t s p u n t e n

Voor de situering en indeling van de beoogde bebouwing is gebruikgemaakt van plattegronden van het concept ontwerp van Van Ommeren architecten d.d. 11 april 2022. In figuur 4.2 wordt de plattegrond van de eerste verdieping van de beoogde ontwikkeling weergeven. De overige bouwlagen zijn op een soortgelijke wijze opgebouwd.

O 16087-2-RA-004 14

f4.2 Plattegrond eerste verdieping van beoogde ontwikkeling

De toetspunten zijn gesitueerd ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen. De beoogde ontwikkeling bestaat uit zeven bouwlagen. Uitgegaan is van een hoogte van 3,8 meter voor de eerste bouwlaag, voor de overige bouwlagen wordt uitgegaan van een hoogte van 3,0 meter per bouwlaag. Ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen zijn de toetspunten per verdieping op een hoogte van 1,5 meter gesitueerd. Volledigheidshalve zijn ook toetspunten gesitueerd ter plaatse van de gevels van de overige functies binnen het plan. In bijlage1 zijn de locaties van alle toetspunten weergegeven. 4.4 M o d e l v o r m i n g

Voor de berekening van het wegverkeerslawaai is gebruikgemaakt van een rekenmodel conform de Standaardrekenmethode 2 (SRMII) zoals genoemd in het Rmg2012. In het akoestisch rekenmodel is een standaard bodemfactor van 0,0 gehanteerd. Ter plaatse van akoestisch zachte oppervlakten (gras e.d.) wordt een bodemfactor van 1,0 gehanteerd. In het rekenmodel is rekening gehouden met mogelijke hoogteverschillen. De hoogte is daarbij gemodelleerd op basis van de AHN-hoogtekaart. Voor de kruising van de Schoterbrug en de Spaarndamseweg is, aangezien dit een gelijkwaardig kruispunt van de eerste orde betreft, een kruispuntcorrectie van 1 gehanteerd. In bijlage 1 is een modelplot opgenomen van het akoestische rekenmodel, waarin de toetspunten, het bodemgebied en de wegen zijn weergegeven. In bijlage 2 zijn de relevante invoergegevens van het akoestisch rekenmodel opgenomen. O 16087-2-RA-004 15

5

Rekenresultaten

5.1 W e g v e r k e e r

5.1.1 G e l u i d g e z o n e e r d e w e g e n

De maximaal optredende geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen ten gevolge van de omliggende geluidgezoneerde wegen is weergegeven in tabel 5.1. De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer is weergegeven inclusief aftrek conform artikel 110g Wgh. t5.1 Hoogst optredende geluidbelasting L den ten gevolge van wegverkeer geluidgezoneerde wegen (inclusief aftrek artikel 110g Wgh)

Positie

Maximaal optredende geluidbelasting L den [dB] Spaarndamseweg

Schoterbrug

Noord

61

58

Oost

56

63

Zuid

54

61

West

62

47

De maximaal optredende geluidbelasting bedraagt 63 dB ten gevolge van wegverkeer over de Schoterbrug. Daarnaast bedraagt de geluidbelasting als gevolg van wegverkeer over de Spaarndamseweg maximaal 62 dB. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. In figuur 5.1 en 5.2 wordt de optredende geluidbelasting (inclusief aftrek artikel 110g Wgh) als gevolg van wegverkeer over de Schoterbrug en Spaarndamseweg op de plattegronden van de ontwikkeling weergegeven. De gevelzijden waarvoor wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde worden in deze figuren met groen aangegeven. Opgemerkt wordt dat voor verdieping 4 t/m 6 de hoogst optredende geluidbelasting per gevelpositie wordt weergeven. De volledige rekenresultaten worden opgenomen in bijlage 3.

O 16087-2-RA-004 16

f5.1 Optredende geluidbelasting als gevolg van wegverkeer over de Schoterbrug

O 16087-2-RA-004 17

f5.2 Optredende geluidbelasting als gevolg van wegverkeer over de Spaarndamseweg

5.1.2 O v e r i g e w e g e n

In het kader van een goede ruimte ordening worden 30 km/uur wegen doorgaans eveneens betrokken bij de beoordeling van een ruimtelijke plan. Zoals tevens door gemeente Haarlem aangekaart is echter geen sprake van overige wegen in de omgeving van het plangebied welke relevant zijn voor de optredende geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde ontwikkeling. 5.2 I n d u s t r i e l a w a a i

In tabel 5.2 zijn de berekende etmaalwaarden (L etmaal) ten gevolge van het industrieterrein Waarderpolder ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen weergegeven. De etmaalwaarde is de hoogste van de volgende drie waarden: − Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L Ar,LT) over de dagperiode. − Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L Ar,LT) over de avondperiode + 5 dB. − Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L Ar,LT) over de nachtperiode + 10 dB.

O 16087-2-RA-004 18

t5.2 Berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (L etmaal) ten gevolge van industrielawaai Positie

LEtmaal in dB(A) (etmaalwaarde)

Noordzijde

0

Oostzijde

54

Zuidzijde

55

Westzijde

0

Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van industrielawaai op de gevels van de beoogde ontwikkeling ten hoogste 55 dB (A)-etmaalwaarde bedraagt. De voorkeursgrenswaarde van 50 dB (A) uit de Wgh wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 55 dB (A) wordt niet overschreden. Opgemerkt wordt dat de geluidbelasting ter plaatse van de gevels welke gesitueerd zijn aan het binnengebied een geluidbelasting lager dan 50 dB( A) kennen. In bijlage 4 zijn alle rekenresultaten weergegeven. 5.3 C u m u l a t i e w e g v e r k e e r s - e n i n d u s t r i e l a w a a i

Ingevolge artikel 110a, lid 6 van de Wgh moet bij de vaststelling van hogere waarden rekening worden gehouden met cumulatie van geluid ten gevolge van andere relevante geluidbronnen. Aangezien in voorliggende situatie hogere waarden aangevraagd worden, is het benodigd om de cumulatie van geluid nader te beschouwen. Omdat sprake is van zowel wegverkeerslawaai als industrielawaai, is tevens de gecumuleerde geluidbelasting van belang. Het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 beschrijft een methode om deze cumulatie uit te voeren, rekening houdend met verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidsbronnen (verschillende geluidbronnen worden immers niet allemaal even hinderlijk ervaren). Hiertoe wordt op de berekende geluidbelasting per geluidbron (aangeduid met L VL voor wegverkeerslawaai en LIL voor industrielawaai) een correctie toegepast volgens: L*VL = 1,00 * LVL + 0,00 L*IL = 1,00 * LIL + 1,00 Wegverkeerslawaai wordt aldus als minder hinderlijk ervaren dan industrielawaai. Vervolgens wordt de gecumuleerde geluidbelasting berekend door middel van energetische sommatie van de verschillende geluidbronnen. De gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van wegverkeers- en industrielawaai ter plaatse van de gevels van de beoogde woontoren bedraagt ten hoogste 69 dB. Deze gecumuleerde geluidbelasting treedt op ter plaatse van de oostgevel op een hoogte van 8,3 meter.

Wegverkeerslawaai is op alle posities bepalend voor de gecumuleerde geluidbelasting. In bijlage 4 wordt een overzicht gegeven van de gecumuleerde geluidbelasting als gevolg van wegverkeers- en industrielawaai. O 16087-2-RA-004 19

6

Beoordeling

6.1 A l g e m e e n

De rekenresultaten worden eerst in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) beoordeeld. Vervolgens wordt getoetst of wordt voldaan aan het hogere waarden beleid van gemeente Haarlem. 6.2 W e t g e l u i d h i n d e r

Uit akoestisch onderzoek volgt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeer ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Er treden ten gevolge van wegverkeer over de Schoterburg en Spaarndamseweg ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen geluidbelastingen op tot ten hoogste respectievelijk 63 en 62 dB (inclusief aftrek conform artikel 110 g Wgh). Tevens wordt voor industrielawaai een waarde van 55 dB (A) berekend ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 50 dB (A) voor industrielawaai tevens overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 55 dB (A) wordt niet overschreden. O verschrijding voorkeursgrenswaarde

Daar waar de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden dient een 'hogere waarde' aangevraagd te worden. Hogere waarden kunnen op grond van de Wgh slechts worden vastgesteld indien het redelijkerwijs niet mogelijk is aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Derhalve dient voorafgaand aan het nemen van een hogere waarden besluit onderzocht te worden of het mogelijk is geluidreducerende maatregelen te treffen. Daarbij geldt de voorkeursvolgorde bron-overdracht-ontvanger, hetgeen inhoudt dat het treffen van maatregelen aan de bron de voorkeur verdient boven het treffen van maatregelen in de overdracht, en dat het treffen van maatregelen in de overdracht de voorkeur verdient boven het treffen van maatregelen bij de ontvanger. In hoofdstuk 7 komen de mogelijke maatregelen aan bod. Cumulatie

Aangezien er voor de beoogde ontwikkeling naar alle verwachting hogere waarden aangevraagd moeten worden, is het noodzakelijk de gecumuleerde geluidbelasting nader te beschouwen. In de voorliggende situatie is sprake van een ligging binnen de invloedssfeer van een tweetal wegen en het industrieterrein Waarderpolder, welke in het kader van de Wet geluidhinder, worden beschouwd als gezoneerde geluidbronnen. Er is geen sprake van overige relevante geluidbronnen op korte afstand van de beoogde ontwikkeling. De gecumuleerde geluidbelasting, als gevolg van wegverkeers- en industrielawaai, bedraagt ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen ten hoogste 69 dB (exclusief aftrek conform artikel 110g Wgh).

O 16087-2-RA-004 20

In welke gevallen sprake is van een onaanvaardbare gecumuleerde geluidbelasting wordt niet in de Wet geluidhinder vastgelegd. In de voorliggende situatie is voor de afzonderlijke geluidbronnen geen sprake van een overschrijding van de maximale ontheffingswaarde. Een relatief hoge gecumuleerde geluidbelasting op een dergelijke stedelijke locatie is daarnaast niet ongebruikelijk. Bovendien zullen de beoogde woningen wat betreft het binnenniveau voldoen aan de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit 2012. Ook zal ter plaatse van de gemeenschappelijke binnentuin, en de gevels die hieraan zijn gelegen, sprake zijn van een goede geluidkwaliteit conform de classificering van het RIVM, zie ook tabel 3.2. Hiermee wordt een goed woon- en leefklimaat nagestreefd. 6.3 H o g e r e w a a r d e n b e l e i d g e m e e n t e H a a r l e m

Aangezien de voorkeursgrenswaarde in de voorliggende situatie wordt overschreden, dienen er hogere waarden aangevraagd te worden. Hierbij dient aangesloten te worden op het hogere waarden beleid van gemeente Haarlem. Een hogere waarde procedure kan enkel worden gestart indien op basis van akoestisch onderzoek is aangetoond dat de geluidbelasting niet verlaagd kan worden door het treffen van maatregelen. Dit sluit aan bij hetgeen wat de Wet geluidhinder voorschrijft. In hoofdstuk 7 komen deze maatregelen aan bod. Hogere waarden kunnen op grond van het geluidbeleid van de gemeente Haarlem slechts worden aangevraagd als wordt voldaan aan één van de criteria, zoals omschreven in paragraaf 3.3. In voorliggende situatie is sprake van een situatie waarin bestaande bebouwing wordt vervangen voor nieuwbouw. De beoogde woningen daarbij op een plaats tussen bestaande bebouwing gesitueerd. Bovendien zorgt een deel van de nieuwbouw voor een afschermende werking voor overige beoogde geluidgevoelige bestemmingen ter plaatse van het plangebied. Hiermee wordt voldaan aan meer dan één van de criteria, waarmee aldus hogere waarden aangevraagd kunnen worden. Bovendien kunnen hogere waarden enkel worden verleend indien de beoogde woningen ten minste één geluidluwe zijde hebben. Onder een geluidluwe zijde wordt hierbij verstaan een zijde waar aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan.

Indien sprake is van buitenruimten die gebruikt worden als buitengebruiksruimte moeten deze aan de geluidluwe zijde gesitueerd zijn. Voor de posities alwaar de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer hoger dan 53 dB is of ten gevolge van industrielawaai hoger dan 50 dB (A) is, zal tevens rekening gehouden moeten worden met een aantal woningindelingseisen. Verblijfsruimten moeten hier zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde liggen, en ten minste één slaapkamer moet aan de geluidluwe zijn liggen. Hier dient aldus rekening mee gehouden te worden bij het ontwerp daar alle woningen worden blootgesteld worden aan een geluidbelasting welke hoger is dan 53 dB als gevolg van wegverkeer.

O 16087-2-RA-004 21

Uit de rekenresultaten volgt dat een deel van de beoogde woningen reeds beschikt over een geluidluwe zijde in de zin van het hogere waarden beleid van gemeente Haarlem. Deze geluidluwe zijde bevindt zich overwegend aan het binnengebied. Op een groot aantal posities wordt dan ook, zoals volgt uit figuur 5.1 en 5.2, aan de voorkeursgrenswaarde voldaan. Aan dit binnengebied is ook sprake van een geluidluwe zijde ten aanzien van industrielawaai. Hier zal conform het gemeentelijk hogere waarden beleid ten minste één slaapkamer gesitueerd moeten worden. De beoogde woningen beschikken overigens niet over een eigen buitenruimte. De bewoners kunnen echter gebruik maken van een gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimte, welke zich ter plaatse van het binnengebied bevindt. De appartementen op de hoeken van het appartementencomplex beschikken (nog) niet over een geluidluwe zijde waar ten minste één slaapkamer aan gesitueerd kan worden. In hoofdstuk 7 komen de mogelijke maatregelen aan bod waarmee voor de overige woningen mogelijk eveneens kan worden voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid inzake hogere waarden.

O 16087-2-RA-004 22

7

Maatregelen

7.1 A l g e m e e n

In het voorliggende hoofdstuk worden de mogelijke maatregelen voor het reduceren van de geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde ontwikkeling nader inzichtelijk gemaakt. Hierbij wordt de voorkeursvolgorde bron-overdracht-ontvanger aangehouden. Tevens wordt aangesloten op het hogere waarden beleid van gemeente Haarlem. Opgemerkt wordt dat enkel ingegaan wordt op de mogelijke bron- en ontvangermaatregelen ten aanzien van wegverkeerslawaai. Maatregelen bij de bron betreft voor industrielawaai het toepassen van geluidreducerende maatregelen bij de bedrijven op het gezoneerde industrieterrein Waarderpolder. Aangezien de hoogst toelaatbare geluidbelasting van 55 dB (A) in voorliggende situatie niet wordt overschreden en bestaande bedrijven hiermee niet verder beperkt worden in hun bedrijfsvoering, worden dergelijke maatregelen niet nader beschouwd. Maatregelen in het overdrachtsgebied kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het plaatsen van schermen of wallen. Rekening houdend met de ligging van de beoogde ontwikkeling ten opzichte van het industrieterrein, kan worden geconcludeerd dat het treffen van een maatregel in het overdrachtsgebied niet effectief is. Daarnaast is de feitelijke geluidbelasting mogelijk lager gelegen dan in voorliggend onderzoek is berekend. Hiermee worden dergelijke maatregelen te ingrijpend geacht voor een relatief kleinschalige ontwikkeling.

7.2 B r o n m a a t r e g e l e n

Ten aanzien van wegverkeerslawaai kunnen bronmaatregelen bestaan uit het toepassen van geluidreducerend asfalt of snelheidsverlaging. Snelheidsverlaging heeft een direct effect op de geluidemissie van wegverkeer. Het terugbrengen van de maximumsnelheid van 50 km/uur naar 30 km/uur op de Schoterbrug en Spaarndamseweg wordt in voorliggende situatie niet realistisch geacht, aangezien dit de capaciteit van deze wegen zal verlagen. Door de toepassing van geluidreducerend asfalt kan tevens de geluidemissie van de bron gereduceerd worden. In het 'Actieplan Omgevingslawaai Haarlem 2014' worden toetsingscriteria opgenomen voor het toepassen van stil asfalt. Opgemerkt wordt dat stil asfalt alleen wordt aangebracht op het moment dat andere werkzaamheden, zoals herasfaltering, worden uitgevoerd. De criteria luiden als volgt: − relevant aantal woningen boven 63 dB in de nabije toekomst; − geen sprake van een locatie op of nabij kruispunten (afstand 50m) of op een locatie waar sprake is van veel wringend verkeer; − minimumlengte daadwerkelijke toepassing stil asfalt circa 75-100 m; − liever niet bij veel zwaar verkeer (zwaardere belasting van het asfalt en weinig reductie).

O 16087-2-RA-004 23

In voorliggende situatie is geen sprake van een geluidbelasting boven de 63 dB, waardoor de Schoterbrug en Spaarndamseweg aldus niet in aanmerking komen voor stil asfalt. Hierbij dient tevens opgemerkt te worden dat de Spaarndamseweg reeds een stil wegdektype kent. In stedelijke situaties is stil asfalt bovendien om technische redenen niet altijd wenselijk. In voorliggende situatie is sprake van een ligging nabij kruisingen, waardoor stil asfalt minder geschikt is. In het Actieplan wordt tevens aangegeven dat stil asfalt de geluidbelasting met circa 3-4 reduceert. Door deze reductie zal alsnog niet worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Gezien voorgaande en het beperkte effect kan deze bronmaatregel, mede gezien diverse verkeerskundige en financiele overwegingen, als niet effectief worden beschouwd. 7.3 M a a t r e g e l e n i n h e t o v e r d r a c h t s g e b i e d

Overdrachtsmaatregelen kunnen bestaan uit het plaatsen van schermen of geluidwallen. Gezien de ligging van de voorgenomen ontwikkeling is het treffen van een maatregel in het overdrachtsgebied eveneens niet effectief. Aangezien de afscherming tussen een woning of ander geluidsgevoelig gebouw voor een goede effectiviteit een behoorlijke lengte en hoogte dient te hebben, nemen de kosten voor een geluidsscherm al snel toe. Bovendien geldt als vuistregel bij het plaatsen van schermen tussen de bron en het plangebied dat het scherm, om effectief te zijn, ten minste de zichtlijn tussen bron en ontvanger moet onderbreken. Een deel van de beoogde woningen is op enige hoogte gelegen. Tevens is de beoogde ontwikkeling zeer dicht op de nabijgelegen wegen gelegen, waardoor er slechts een zeer beperkte hoeveelheid ruimte beschikbaar is voor dergelijke maatregelen. Derhalve kan gesteld worden dat de plaatsing van geluidschermen geen geschikte maatregel is. 7.4 M a a t r e g e l e n b i j d e o n t v a n g e r

Indien bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk of onvoldoende blijken te zijn om de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai (en industrielawaai) effectief te beperken, kunnen voorzieningen aan of in de woningen worden gerealiseerd. Bovendien kan bij het ontwerp rekening gehouden met de situering van de woningen. Het is immers aan te raden om geen woningen, maar overige niet-geluidgevoelige functies, aan de meest geluidbelaste geveldelen te situeren. Eventuele maatregelen, zoals de toepassing van schermen, loggia's of balkons met een verhoogde borstwering, kunnen er tevens zorg voor dragen dat aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan. Indien maatregelen echter niet kosteneffectief en/of haalbaar zijn, kan een hogere waarde worden vastgesteld. Wel dient hierbij aangesloten te worden op de eisen die gelden vanuit het gemeentelijk geluidbeleid inzake het verlenen van hogere waarden. De voorkeursgrenswaarde (48 dB voor wegverkeerslawaai en 50 dB voor industrielawaai) wordt op meerdere posities overschreden. Voor deze posities dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Hogere waarden kunnen op grond van het geluidbeleid van gemeente Haarlem slechts worden vastgesteld indien aan de ontheffingsvoorwaarden, zoals omschreven in paragraaf 3.3, wordt voldaan. O 16087-2-RA-004 24

Één van deze ontheffingscriteria is het realiseren van een geluidluwe zijde. De geluidbelasting op de geluidluwe zijde moet voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Hier kan bij de woningindeling rekening mee gehouden worden. Opgemerkt wordt dat voor alle woningen tevens sprake is van geluidbelastingen boven de 53 dB ten gevolge van wegverkeer. Bij de woningindeling zal daarom rekening gehouden moeten worden dat ten minste één slaapkamer aan de geluidluwe zijde moet liggen. Tevens moet in eerste aanleg gestreefd worden om verblijfsruimten zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde te situeren. Met name voor de hoekappartementen, waar de mogelijkheden beperkt zijn om een slaapkamer te situeren grenzend aan het binnengebied, vraagt het voldoen aan het geluidbeleid om een zeker inspanning. Conform het geluidbeleid van gemeente Haarlem is het mogelijk om af te wijken van de beleidsregels indien de uitvoering hiervan stuit op bezwaren van milieuhygiënische, stedenbouwkundige of volkshuisvestelijke aard. In voorliggende situatie is sprake van een aantal woningen alwaar niet direct aan de beleidsregels kan worden voldaan. Om te kunnen voldoen aan het gemeentelijk geluidbeleid zullen ingrijpende maatregelen getroffen moeten worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12307910/2