2 Bijlage A Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Tekst van het document
Dit geldt zowel voor gemeenten, provincies, als voor de waterschappen. Door het toevoegen van deze indicatoren, is een eerste stap gezet richting het integreren van de Brede Welvaartsindicatoren in de ESG systematiek. In de aanvullende kernsets van gemeenten en provincies zijn enkele andere Brede Welvaartsindicatoren opgenomen.
19
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Governance Voor Governance is er één ESRS, namelijk: Zakelijk gedrag. Gesteld wordt dat Professioneel gedrag een beter passende term is voor decentrale overheden. Qua inhoud wijzigt er niets; de lading van de ESRS blijft hetzelfde.
Aanvullende kernsets Gemeenten/Provincies/Waterschappen Gedurende het opstellen van de kernset werd inzichtelijk dat veel van de ESRS’en op een gelijksoortige wijze toepasbaar zijn op zowel gemeenten, provincies als waterschappen. Echter, wat betreft verantwoordelijkheden en activiteiten verschillen de organisaties op vlakken. Daarom is gekozen om aanvullend drie sets op te stellen, waar de specifieke onderwerpen van de gemeenten, provincies en waterschappen terug komen. In de aanvullende kernsets van de gemeenten en provincies is bij Environment meer aandacht voor de specifieke activiteiten en verantwoordelijkheden van deze organisaties op het gebied van o.a. duurzame mobiliteit, openbaar vervoer en groen. Onder Social is, net zoals in de kernset, gekeken naar Brede Welvaartsindicatoren relevant voor gemeenten, dan wel provincies. Voor waterschappen is de kernset op het onderdeel Environment uitgebreid. Waterschappen ondernemen diverse activiteiten in het kader van klimaatverandering en verontreiniging. Maar logischerwijs is met name ESRS ‘Water en mariene hulpbronnen’ terug te vinden in deze aanvullende set.
Eigen Organisatie Tot slot is een separaat blok toegevoegd in de kernset over de ‘Eigen organisatie. Onder dit thema zijn indicatoren toegevoegd die inzicht geven in de eigen organisatie van de decentrale overheden, verdeeld over de thema’s Environment, Social en Governance. Er wordt in de kernset specifiek aandacht gegeven aan ESG indicatoren van de eigen organisatie als gevolg van de doorwerking van de CSRD verplichting vanuit de publieke banken naar de decentrale overheden. Doorwerking CSRD in de keten naar publiek domein / decentrale overheden De eerder beschreven CSRD wetgeving voor bedrijven geldt niet alleen voor de banken waar decentrale overheden zaken mee doen, ook andere partijen waar decentrale overheden mee te maken hebben kunnen vanuit de CSRD behoefte hebben aan additionele (duurzaamheids)informatie. De publieke partijen vallen zelf echter buiten de reikwijdte van de CSRD en hoeven hier dus zelf niet te rapporteren conform deze richtlijn. De CSRD is niet van toepassing op decentrale overheden; ook zijn tot nu toe geen plannen bekend dat decentrale overheden onder de CSRD (of een gelijksoortige) richtlijn zullen komen te vallen. Decentrale overheden hebben dus geen direct belang (eigen rapportageverplichtingen) om bepaalde informatie te verzamelen en hierover te rapporteren, maar wel een secundair belang (ten behoeve van rapportageverplichtingen van derden).
Dit is niet anders dan voor ondernemingen die zelf niet onder de CSRD vallen. Wat wel een verschil is, is de unieke positie van een decentrale overheid. Enerzijds is er (veelal) het gebrek aan concurrentie; waar marktpartijen gemakkelijker in te ruilen zijn voor een alternatief, is de overheid per definitie een soort monopolist. Anderzijds is er het element dat er sprake is van een democratisch gekozen vertegenwoordiging. De grondwettelijke grondslag van hun bestaan wortelt hen in de diepste laag van ons (bestuurs)rechtelijke systeem. Hoewel decentrale overheden niet hoeven te rapporteren conform de CSRD kunnen zij wel hun voordeel doen met de informatie die bedrijven onder de CSRD verstrekken, decentrale overheden kunnen hiermee hun toeleveranciers toetsen op verschillende duurzaamheidscriteria.
20
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Informatiebehoefte banken Zoals eerder aangegeven is de informatiebehoefte van een onderneming die op grond van de CSRD moet rapporteren afhankelijk van de gekozen materiële thema’s op grond van de dubbele materialiteitsanalyse. De gekozen thema’s bepalen volgens de richtlijn van de ESRS’en welke informatiebehoefte hier bij hoort. Wanneer puur vanuit een bancair perspectief gekeken wordt, dan zijn de volgende thema’s voor de hand liggend om te kwalificeren als materieel: • Gebruik hulpbronnen en circulaire economie • Klimaatverandering (mitigatie en adaptatie) • Getroffen gemeenschappen • Water en mariene hulpbronnen • Bedrijfsethiek en cultuur • Water vervuiling • Eigen werknemers (geen informatie nodig vanuit de • Biodiversiteit en ecosystemen decentrale overheden) Publieke banken financieren voornamelijk decentrale overheden en organisaties in het publieke domein met een link naar de Nederlandse overheid. Publieke banken zijn onderhevig aan de CSRD en zullen dus hun impact op de hierboven genoemde onderwerpen moeten rapporteren. Om dit toereikend te kunnen doen zullen zij ook informatie over deze thema’s in hun ketens moeten gaan opvragen waarvan hun financieringsketen een van de belangrijkste onderdelen is.
Het is daarom aannemelijk dat de CSRD-gerelateerde informatiebehoefte van de publieke banken ook bij de decentrale overheden die klant zijn van de publieke banken neergelegd zal worden. De aanwezigheid van duurzaamheidsrapportages van decentrale overheden kan op termijn van invloed zijn op rentepercentages. De informatiebehoefte van de publieke banken is opgenomen in de kernset onder ‘eigen organisatie’. Hierbij dient benadrukt te worden dat ook de indicatoren opgenomen ten behoeve van de informatiebehoefte van de publieke banken nog in ontwikkeling zijn. Diverse indicatoren zijn nog niet concreet genoeg geformuleerd. Er dient onder andere aanscherping te komen in enkele definities, zodat decentrale overheden op dezelfde wijze, over dezelfde jaren rapporteren. In de komende periode zal hier aan gewerkt worden.
5.3 Kernset en aanvullende sets Op de volgende pagina’s worden de kernset en de aanvullende sets voor gemeenten, provincies en waterschappen gepresenteerd. In bijlage 4 worden de kernset en de aanvullende sets voor gemeenten, provincies en waterschap toegelicht. In bijlage 5 worden de datadefinities per indicator gepresenteerd.
21
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Legenda Beschikbare data
Eigen data
Ontwikkeldata
Basis kernset (1/2) Environmental
Indicator
E1 Klimaatverandering
Social
Indicator
Governance
Indicator
S3 Getroffen gemeenschappen & samenleving
Preventie en herstel: inzicht in acties die ondernomen worden om negatieve impact te voorkomen, te mitigeren of te herstellen (beschrijvend)
G1 Professioneel gedrag
Fraudemeldingen
Energietranistie Energieverbruik
Aantal meldingen klokkenluiderregeling Gasverbruik
S4 Inwoners
Datalekken
Aantal integriteitsmeldingen
Elektraverbruik
Bestaan en werking klachtenprocedure
%Woo-verzoeken door gemeenten binnen de in de wet gestelde beslistermijn beantwoord
CO2-uitstoot
Tevredenheid met de woonomgeving
Aantal Woo verzoeken, afgezet tegen het aantal inwoners
Totaal bekende hernieuwbare energie
Vertrouwen in instituties
Warmteverbruik Klimaatadaptatie Hitte
Gemiddelde oppervlaktetemperatuur Gezondheidsrisico ouderen (agv hittestress)
Water
Ontwikkelopgave: Toe of afname panden in gebieden waar aandachtspunten zijn vanuit water- en bodemsysteem (aansluiten bij regionale monitor klimaatadapatie)
Droogte
De toe- of afname van de waterbergingscapaciteit in de tijd
E2 Verontreiniging Luchtkwaliteit
Blootstelling NO2+PM10
Bodem
Bodemkwaliteit
E4 Biodiversiteit en ecosystemen Soorten
Aantal soorten wilde bijen
Habitats - ecosystemen
Oppervlakte ecologisch beheerd groen
Ontwikkelopgave
Ontwikkelopgave om gestandaardiseerde indicatoren tbv biodiversiteit
E5 Materiaalgebruik en circulaire economie Materiaalsubstitutie / Ontwikkelopgave: In afwachting van het Levensduur-verlening/ monitoringsraamwerk van het Rijk, conform Hoogwaardige verwerking het Nationaal Programma Circulaire Econmie
22
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Legenda Beschikbare data
Eigen data
Basis kernset (2/2) Eigen organisatie - Environment Klimaatimpact
Eigen organisatie - Social
Scope 1 en 2 Voortgang Parijsakkoord Scope 3
Eigen vastgoed
Energielabels Vierkante meters eigen vastgoed Elektriciteitsverbruik Gasverbruik Gebruik stadswarmte EAN codes CO2-prestatieladder Fysieke klimaatrisico’s gemeentelijk vastgoed
Invulling wettelijke taken
Afval: inzameling, scheiding en hergebruik
Beleid/acties fysieke klimaatrisico’s
Overstromingen Aanpak bodemdaling en verschilzetting
Vrijwillige onderwerpen Eigen organisatie
Vrijwillige onderwerpen Eigen organisatie
Klimaatimpact
Meerjarenplan incl. verduurzamingsplannen
Lonen (S1 Eigen personeel)
Loonkloof
Gemeentelijke infrastructuur
S2 Werknemers in de waardeketen)
Incidenten werknemers (in de voorraadketen)
Gemeentelijk waterbeheer
Goed werkgeverschap
% realisatie quotum participatiewet
Hitteproblematiek en sociale gevolgen
Invulling wettelijke taken
Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet, Jeugdhulp
Klimaatbestendig groen/biodiversiteit bebouwde omgeving
Huisvesting culturele instellingen
Realisering groen-blauw dooradering
Huisvesting scholen
Materiaalgebruik renovatie & ontwikkeling vastgoed (incl aanbesteed werk)
23
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Eigen organisatie - Governance
Ontwikkeldata
Legenda Beschikbare data
Eigen data
Aanvullend Gemeenten Environmental
Indicator
E1 Klimaatverandering Duurzame mobiliteit
Openbaar vervoer
Indicator
S4 Inwoners Dekkingsgraad laadbehoefte van elektrische auto's
Wonen
Tevredenheid met de woning
Aantal Deelauto's
Welzijn
Tevredenheid met het leven
Verplaatsingen - Trein Verplaatsingen - Bus/tram/metro
Groen
Social
Tevredenheid met vrije tijd Gezondheid
Oppervlakte openbare ruimte groen totaal excl agrarisch
Personen met één of meer langdurige ziekten of aandoeningen
Het aantal bomen per inwoner E5 Materiaalgebruik en circulaire economie
Ervaren gezondheid
Overgewicht Samenleving
Grondstoffen verminderen Huishoudelijk restafval
Vertrouwen in anderen Sociale cohesie Vaak onveilig voelen in de buurt
Arbeid en inkomen
Nettoarbeidsparticipatiegraad Brutoarbeidsparticipatiegraad Mediaan besteedbaar inkomen
24
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Governance
Indicator
Ontwikkeldata
Legenda Beschikbare data
Eigen data
Aanvullend Provincies Environmental
Indicator
E1 Klimaatverandering
Social
Indicator
S4 Inwoners
Duurzame mobiliteit
Verplaatsingen - Bus/tram/metro
Voldoende recreatieruimte
Beschikbare recreatieruimte per inwoner
Openbaar vervoer
% duurzame bussen
Krapte op de woningmarkt
% zoekende starters
% duurzame trams
% doorstroom die niet verder kan
Groen
Oppervlakte openbare ruimte groen totaal excl agrarisch
Tevredenheid woning
Energie transitie
% woningen 'van het gas af'
kwaliteit van woningen
% gerealiseerde aansluitingen tov gewenste aansluitingen Klimaatadaptatie
toename % groen in de openbare ruimte
Biobased bouwen
% biobased areaal
Landbouw
Gezondheid
Overgewicht Levensverwachting
Arbeid en vrije tijd
Tevredenheid met vrije tijd
% toepassing biobased: denk aan houtbouw of iets anders
Nettoarbeidsparticipatiegraad
% kringloop landbouw
Tevredenheid met werk Mediaan besteedbaar inkomen
25
Samenleving
Vertrouwen in anderen
Veiligheid
Vaak onveilig voelen in de buurt
Algemeen
Perceptie rondom milieuproblemen
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Governance
Indicator
Ontwikkeldata
Legenda Beschikbare data
Eigen data
Aanvullend Waterschappen Environmental
Indicator
E1 Klimaatverandering
Teruggewonnen energie: m3 biogas/ gas
Social
Teruggewonnen / opgewekte energie: Kwh E2 Verontreiniging Zuiveringsprestaties
% RWZI's dat voldoet aan zuiveringsprestaties uit de vergunningen/ vergunningseisen
Gezuiverd water
Aantal RWZI's (RioolWaterZuiveringsInstallaties) Nalevingspercentage RWZI's voor vergunningseisen Voldoen aan afname verplichting richting gemeenten
E3 Water en mariene hulpbronnen KRW (Kader Richtlijn Water
% Waterlichamen dat voldoet aan KRW-eisen
Zwemwater
% officiële zwemwaterlocaties dat voldoetaan zwemwaterkwaliteitseisen Aantal zwemwaterlocaties met blauwalg
Waterveiligheid
% van aantal KM's waterkeringen dat voldoet aan norm jaar 2050
Wateroverlast/ Voldoende % beheergebied dat voldoet aan de water wateroverlastnorm % beheergebied met acties voor oplossing wateroverlast norm Klimaatmonitor
26
Mate van energieneutraliteit
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Indicator
Governance
Indicator
Ontwikkeldata
5.4 Kernset in relatie tot mondiale en Europese beleidsdoelstellingen Dit hoofdstuk legt de link tussen de kernset (en aanvullende sets) en de brede internationale doelen zoals die van de SDG’s en de European Green Deal (EGD). Deze analyse is uitgevoerd, omdat ten tijde van het opstellen van de Handreiking vanuit betrokkenen werd aangegeven dat hier behoefte aan was. Decentrale overheden zijn dikwijls reeds gestart met duurzaamheidsverantwoording langs bijvoorbeeld de SDG’s, deze analyse laat zien dat de kernset hoogover dezelfde informatie beslaat. Beoogd wordt een eventuele overstap naar de kernset te vergemakkelijken. In paragraaf 5.4.2 wordt de link gelegd tussen de Green Deal doelen en de kernset, zodat decentrale overheden zicht hebben op welke wijze zij een bijdrage leveren de nationale doelen, welke een doorvertaling zijn van de Europese doelstellingen.
5.4.1 Kernset en de SDG’s In paragraaf 3.1 ‘Internationale en Nationale Doelstellingen’ zijn de SDG’s opgenomen. De SDG’s zijn 17 wereldwijd erkende doelen opgesteld door de Verenigde Naties: 10. Ongelijkheid verminderen 1. Geen armoede 11. Duurzame steden en gemeenschappen 2. Geen honger 12. Verantwoorde consumptie en productie 3. Goede gezondheid en welzijn 13. Klimaatactie 4. Kwaliteitsonderwijs 14. Leven in het water 5. Gendergelijkheid 15. Leven op het land 6. Schoon water en sanitair 16. Vrede, justitie en sterke publieke diensten 7. Betaalbare en duurzame energie 17. Partnerschap om doelstellingen te bereiken 8. Eerlijk werk en economische groei 9. Industrie, innovatie en infrastructuur In bijlage 2 worden deze doelen, inclusief een korte beschrijving, gepresenteerd. Diverse decentrale overheden rapporteren al over de SDG’s. Wanneer de bovenstaande doelen vergeleken worden met de gepresenteerde indicatoren uit de kernset en de aanvullende sets voor gemeenten, provincies en waterschappen, kan hoogover geconcludeerd worden dat er een zekere mate van overlap in zit. Om de organisaties die al begonnen zijn met het rapporteren op de SDG’s op weg te helpen, is een analyse uitgevoerd.
Gekeken is in hoeverre de kernset en aanvullende sets (5.2), welke gebaseerd zijn op de CSRD en aangevuld met thema’s die relevant zijn voor decentrale overheden, raakvlakken hebben met de 17 SDG’s. Belangrijk om te benadrukken is dat de doelen op hoogover niveau zijn gekoppeld, gekozen is voor de ‘best passende’ SDG bij de indicator. Logischerwijs kan het voorkomen dat een indicator te linken is aan meerdere SDG doelstellingen. Deze analyse tussen de kernset en aanvullende sets en de SDG’s wordt als eerste startpunt aan de decentrale overheden aangeboden, opdat zij hier naar eigen inzicht op voort kunnen bouwen. Het is aan de organisaties vrij om deze aan te vullen en/of aan te passen. Geconstateerd wordt dat het overgrote deel van de 17 overkoepelende SDG’s terug te vinden is in de kernset/ aanvullende sets. Dit geldt niet voor SDG 1 Armoede, SDG 5 Gendergelijkheid, en SDG 17 Partnerschap om doelstellingen te bereiken. SDG 1 Armoede richt zich hoofdzakelijk op extreme armoede en het opbouwen van weerbaarheid van armen en kwetsbaren. In de kernset zijn indicatoren opgenomen aangaande inkomen, deze passen echter beter onder SDG 10 Ongelijkheid verminderen, omdat deze doelstelling meer gericht is op inkomenstoename. SDG 5 Gendergelijkheid is gericht op gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes.
In de kernset zijn geen indicatoren opgenomen die specifiek gericht zijn hierop. SDG 17 Partnerschap om doelstellingen te bereiken gaat over het versterken van implementatiemiddelen en wereldwijd partnerschap. Dit is voor de kernset voor decentrale overheden geen relevant doel om op te nemen. In bijlage 6 zijn de (kern)sets weergegeven, inclusief de SDG’s waar de betreffende indicatoren aan bijdragen.
27
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
5.4.2 Kernset en de doelen op het terrein van de Green Deal In 2019 presenteerde de Europese Commissie de Europese Green Deal. De Europese Green Deal is een reeks beleidsinitiatieven van de Commissie – Von der Leyen met als doelstelling Europa in 2050 klimaatneutraal te maken. In 2030 moet bijvoorbeeld de CO2-uitstoot al met 55 procent verminderd zijn ten opzichte van 1990. De Green Deal bestaat uit verschillende beleidsafspraken op het gebied van klimaatverandering en energietransitie, milieukwaliteit en circulariteit, en natuur en biodiversiteit. Eén van de belangrijkste doelen van de Green Deal is klimaatverandering tegen te gaan. In bijlage 3 worden de Europese Green Deal doelen gepresenteerd. Vanuit de Europese Commissie zijn circa 200 kwantitatieve doelstellingen geformuleerd die onder de European Green Deal vallen, welke vervolgens geclassificeerd kunnen worden onder zeven thema’s: • Klimaatambitie • Schone, betaalbare en zekere energie • Industriële strategie voor een schone en circulaire economie • Duurzame en ‘slimme’ mobiliteit • Vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid / Strategie “van boer tot bord” • Biodiversiteit behouden en beschermen • Richting een ambitie van nul vervuiling voor een gifvrij milieu Er is een analyse uitgevoerd welke indicatoren vanuit de kernset en/of aanvullende sets bijdragen aan de specifieke Green Deal doelen.
Hierbij is gekeken naar directe link tussen enerzijds hetgeen de indicator meet en anderzijds waar het betreffende doel voor staat. Er is gekozen om maximaal vijf doelstellingen te koppelen per indicator, waarbij kritisch is gekeken naar de meest directe koppeling tussen indicator en doel. Diverse doelen haken namelijk op elkaar in en zijn op (in)directe manier aan elkaar gelieerd en/of hebben een zekere overlap. Ter illustratie: de indicator ‘CO2-uitstoot’ is gekoppeld aan twee Green Deal doelen, namelijk: Climate Neutrality by 2050 (+ interim 2040 climate target) en Reduce at least 55% GHG emissions compared to 1990 levels, by 2030. Er is bewust voor gekozen om doelstellingen aangaande duurzame mobiliteit of hernieuwbare energie niet te koppelen aan de indicator, ondanks dat geredeneerd kan worden dat beide een link hebben met CO2. Echter, beide doelen hebben een directere link met respectievelijk indicatoren over het gebruik van openbaar vervoer en de schone opwek; en daarom is ervoor gekozen deze doelen aan de meer specifieke indicatoren te koppelen. Deze redenatielijn is gehanteerd gedurende de gehele analyse. In bijlage 7 is de koppelingen tussen de indicatoren en de Green Deal doelstellingen gepresenteerd. Naast de European Green Deal (EGD) is ook de European Pillar of Social Rights (EPSR) een belangrijk onderdeel van het Europees duurzaamheidsbeleid.
Hoewel de EPSR als beleidsdoelstelling in CSRD wordt genoemd, is deze op dit moment nog minder ver ontwikkeld dan de EGD. In de Handreiking ligt de focus daarom vooral op de beleidsdoelstellingen die aansluiten op de huidige praktijk van decentrale overheden (d.w.z. SDG’s en de EGD).
28
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
5.5 Groeimodel: doorontwikkeling van duurzaamheidsrapportage De voorliggende handreiking wordt aangeboden aan Commissie BBV en Commissie BADO, dit betekent echter niet dat het voorliggende product volledig is. Zoals eerder aangegeven: duurzaamheidsrapportage is een groeimodel. In komende periode zullen de Handreiking en sets aan indicatoren nog in (door)ontwikkeling blijven.
Doorontwikkeling Handreiking: uitbreiden van Environmental, Social en Governance De Handreiking en de kernset zijn een eerste stap richting het rapporteren over duurzaamheid. Zoals beschreven in paragraaf 5.2: gesteld kan worden dat de rapportage over milieu gerelateerde thema’s, zoals opgenomen onder Environment, over het algemeen redelijk goed te meten zijn. Echter zijn er ook nog ontwikkelopgaven, dit betreffen onderwerpen waarvoor nog geen indicatoren en/of meetinstrumenten zijn. Hierbij kan gedacht worden aan biodiversiteit en circulaire economie. Ook de onderwerpen onder Social zijn nog niet goed meetbaar, noch is deze informatie beschikbaar in landelijke databronnen. Het verder vormgeven van deze thema’s is onderdeel van de doorontwikkeling. Verwacht wordt dat ook Governance nog uitgebreid zal worden.
Dashboard vormgeven Het uitgangspunt van de indicatoren opgenomen in de duurzaamheidsrapportage van decentrale overheden is de beschikbaarheid van de data, bijvoorbeeld door middel van een landelijk toegankelijke databron. Een deel van de indicatoren opgenomen in de kernset zijn reeds beschikbaar via diverse landelijke databronnen (Klimaatmonitor van het Rijk, CBS dashboards, Dashboard van de Unie van Waterschappen). Om dit beter te organiseren zal in de doorontwikkeling nagedacht worden over het oprichten van één dashboard, waarin alle benodigde data ontsloten wordt. Enerzijds omdat dit de drempel om over de duurzaamheidsthema’s te rapporteren verlaagt voor decentrale overheden. Anderzijds biedt dit dashboard een plek waar onderling kan worden vergeleken. Wanneer nieuwe indicatoren worden toegevoegd aan de kernset, zullen ook deze ontsloten worden in het ontwikkelde dashboard. Daarnaast zal gekeken worden in hoeverre de indicatoren die vooralsnog uit eigen data berekend dienen te worden, geautomatiseerd kunnen worden.
Dubbele materialiteitsanalyse Afgeleid van de CSRD richtlijn, dient er een dubbele materialiteitsanalyse uitgevoerd te worden. Deze analyse is nog niet uitgevoerd. Er wordt meerwaarde gezien in het uitvoeren hiervan, aanvullend op de voorliggende kernset, omdat dit tot waardevolle inzichten kan leiden waarop de kernset vervolgens kan worden aangevuld. Deze dubbele materialiteitsanalyse zal op sectorniveau uitgevoerd worden, en zal tevens een voorbeeld/ startpunt zijn waarop de decentrale overheden kunnen voortbouwen.
29
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
6. Hoe te starten met duurzaamheidsrapportage Stapsgewijze ontwikkeling Om te komen tot duurzaamheidsrapportage en -verantwoording wordt gesteld dat het belangrijk is om klein te beginnen, waarna op een later moment uitgebouwd kan worden. In Hoofdstuk 6 is een tweetal voorbeelden vanuit de praktijk, vanuit gemeente Haarlem en Provincie Utrecht, opgenomen. Voor beid geldt dat is gestart met duurzaamheid, de E van ESG. Duurzaamheid is echter een breed begrip, beide organisaties hebben daarom gekozen voor een eerste toegankelijke stap, namelijk, het inzichtelijk maken van de CO2 uitstoot van de gemeente en provincie. Vervolgens hebben de twee organisaties de landelijke doelstelling naast de inzichten gelegd, wat resulteerde in inzicht in de opgaven ‘te reduceren CO2 reductie in 2030’. Op basis hiervan kunnen maatregelen geformuleerd worden. De methode van ‘klein beginnen, en later uitbouwen’ heeft succesvol uitgepakt bij de twee praktijkvoorbeelden.
P&C cyclus voor duurzaamheidsdoelstellingen (stappenplan) Verantwoording in rapportages begint met het erkennen van relevante thema’s, het inkaderen van de impact van de gemeente op die thema’s en risico’s die daar aan gekoppeld zijn, en het uitspreken van ambitie en stellen van doelen. Vervolgens dient de voortgang gemonitord te worden aan de hand van indicatoren, waarover verantwoording wordt afgelegd in toekomstige rapportages. Het is daarbij belangrijk om de organisatie en het geografisch gebied nadrukkelijk van elkaar te scheiden, de decentrale overheid heeft directe invloed op de impact van haar organisatie, en de impact van het geografische gebied is onderdeel van haar keten. Op hoofdlijnen worden vier stappen onderkend om te komen tot een P&C-cyclus voor klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen. Hierbij is het van belang diverse themadeskundigen in te schakelen, zoals medewerkers van duurzaamheid, beleidsafdelingen, financiën, inkoop, risicomanagement en control, P&O en juridische zaken.
Stap 1: Formuleer concrete doelstellingen, de resultaatindicatoren en bepaal de opgaven Ook voor klimaat- en duurzaamheidsambities (gerelateerd aan de uitkomsten van de materialiteitsanalyse) start het met het formuleren van de concrete doelstellingen inclusief de daarbij behorende resultaatindicatoren voor de onderkende materiële thema’s, zowel met betrekking tot de eigen ‘voetafdruk’ als het te voeren beleid (insideout) of de risico’s voor de eigen organisatie (outside-in). Vaak zijn de te bereiken (beleids)doelstellingen landelijk al bepaald (in verdragen, akkoorden, strategieën), maar moet nog wel inzicht worden verkregen in de (lokale) opgave: Waar staan we nu en wat moeten we dan in de komende 5, 10 en 15 jaar realiseren. Op basis daarvan kunnen ook goed mijlpalen worden geformuleerd.
Stap 2: Bepaal de kansrijke maatregelen in transitiepaden Als de opgaven bekend zijn, is het zaak kansrijke maatregelen te identificeren en die te ‘plotten’ in de tijd (waar mogelijk gerelateerd aan de tussentijdse mijlpalen). Veelal hebben lokale overheden al maatregelen genomen op allerlei diverse beleidsterreinen en is het allereerst zaak om deze goed te inventariseren om ze mee te kunnen nemen in de analyse. Inmiddels is het mogelijk om wetenschappelijk onderbouwd binnen bepaalde bandbreedtes de bijdragen van mogelijke maatregelen te berekenen: het geschatte resultaat of ‘outcome’ per maatregel. Met een ‘drawdown’ is vast te stellen welke maatregelen met de huidige inzichten gezamenlijk voldoende zijn om de doelstellingen te realiseren en wordt dus de strategie bepaald en uitgewerkt in transitiepaden (per pijler) voor de komende jaren. De uitkomst is uiteraard afhankelijk van de lokale situatie/natuurlijke omgeving en dus de specifieke kenmerken van de decentrale overheden.
30
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Stap 3: Bepaal de stuurindicatoren (input/output) bij de transitiepaden Per transitiepad worden dus de meest kansrijke maatregelen geselecteerd op basis van de geschatte ‘opbrengst’ (bijvoorbeeld aan CO2-reductie), inclusief de bepaling van de ‘doelgroep’ van de maatregelen (inwoners, bedrijven, instellingen et cetera). Op basis hiervan kunnen de (belangrijkste) input en output indicatoren van de verschillende transitiepaden worden geïdentificeerd. Voor zowel de resultaat, input- als outputindicatoren is het verstandig om aan te sluiten bij de landelijke gegevens, metingen en normen, die beschikbaar zijn. Zo wordt een gemeenschappelijke taal gebruikt waarlangs de voortgang kan worden gevolgd. Met het vaststellen van de doelstellingen en de transitiepaden is de ‘klimaatbegroting’ bepaald. Nu is het zaak om te zorgen dat de maatregelen worden uitgevoerd/gerealiseerd én daarop te monitoren, als ook op de realisatie van het beoogde resultaat (per mijlpaal). Een intern duurzaamheidsdashboard passend bij de verschillende governance ‘lagen’ (Raad, college, organisatie) moet hiertoe worden ingericht met de daarvoor benodigde interne rapportagelijnen, processen en beheersmaatregelen.
Stap 4: Veranker de sturing in de P&C-cyclus in een programma of specifieke paragraaf Ook voor duurzaamheidsdoelstellingen geldt de kracht van de P&C-cyclus, waarin kaderstelling en verantwoording is verankerd en het bestuur haar controlerende rol kunnen vervullen. Voor de sturing en verantwoording zien we dat meestal de concrete doelstellingen aan de verschillende begrotingsprogramma’s binnen de gemeente/provincie zijn toebedeeld. Een integrale klimaatbegroting als paragraaf of specifiek programma is aan te bevelen omdat dan de resultaten van de transitiepaden gezamenlijk goed te volgen zijn. Het is noodzakelijk om een gestructureerd proces te ontwikkelen voor het verzamelen, analyseren en rapporteren van duurzaamheidsgegevens, waarbij interne verantwoordelijkheden helder zijn vastgesteld. Stel duidelijke richtlijnen op voor de inhoud van de indicator en voor het vastleggen van gegevens. Zorg ervoor dat medewerkers op de hoogte zijn van de verslaggingsdefinities, -vereisten en de procedures. Verzamel daarbij gegevens uit betrouwbare bronnen en voer (controleerbare) checks en interne controles uit om de nauwkeurigheid en consistentie van de gegevens te waarborgen.
Evalueer jaarlijks aan de hand van de resultaten van je duurzaamheidsgegevens om verbeteringen door te voeren, zowel ten aanzien van het totstandkomingsproces, de indicatoren als ten aanzien van het verrijken van het inzicht. Bron: PricewaterhouseCoopers (2023)
31
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
7. Voorbeelden vanuit de praktijk Gemeente Haarlem De Haarlemse duurzaamheidsbegroting wordt jaarlijks als onderdeel van de programmabegroting opgeleverd. Een “duurzaamheidsbegroting” is een instrument voor het gemeentebestuur van Haarlem om tot een efficiënte besluitvorming te komen over een doelmatige en doeltreffende inzet van middelen, en hierover verantwoording af te leggen aan de raad. Sinds 2021 wordt de Haarlemse duurzaamheidsbegroting opgesteld. Door het zetten van deze stappen wordt toegewerkt naar een situatie waarbij de gemeente de “duurzaamheidsopgave” steeds beter en op verantwoorde wijze kan vertalen naar kwantitatief onderbouwde impactanalyses en de impact hiervan op klimaatdoelstellingen. De duurzaamheidsbegroting zal dan ook in ontwikkeling blijven. De duurzaamheidsbegroting richt zich op de Haarlemse duurzaamheidsdoelstellingen, 2040 aardgasvrij en een circulaire stad, en in 2050 een klimaatbestendige stad. In eerste instantie bestond de duurzaamheidsbegroting voor een groot deel uit de verantwoording op de CO2 uitstoot in de Haarlemse transitiepaden van de energietransitie over de voorgaande jaren. Normaliter worden in een begroting de doelstellingen gepresenteerd met daarbij de realisatie van afgelopen jaar en een meerjarenperspectief van de aankomende jaren. In het jaarverslag wordt vervolgens verantwoording afgelegd ten opzichte van de begroting.
In 2023 is de stap gezet naar verantwoording. Dit houdt in dat in de programmabegroting jaarlijkse doelstellingen van de energietransitie gepresenteerd worden, in het jaarverslag wordt vervolgens verantwoord over de realisatie CO2 uitstoot ten opzichte van de in de Duurzaamheidsbegroting opgenomen doelstellingen. Zie voor de meest recente duurzaamheidsbegroting de Programmabegroting 2025-2029 (blz. 333). In de duurzaamheidsbegroting wordt verwezen naar (inter)nationale opgaven. Deze verwijzing wordt in de Handreiking toegelicht in hoofdstuk 5, waardoor de eigen doelstellingen explicieter in samenhang worden gebracht met bredere beleidsdoelstellingen c.q. maatschappelijke opgaven.
Provincie Utrecht Met ingang van de Programmabegroting 2024 is in de begroting van de provincie Utrecht een paragraaf ‘klimaat’ opgenomen. Provinciale Staten hadden met een motie 79 in 2022 daartoe opdracht gegeven. De bedoeling van deze paragraaf is overzicht en inzicht te bieden in de vraag hoever de provincie is met het behalen van de doelen voor broeikasgasreductie, de zogenaamde klimaatmitigatie. Uitwerking van de klimaat-activiteiten zelf staat in de programma’s elders in deze begroting, hiernaar wordt verwezen in de tekst. In Nederland komt het klimaatmitigatiebeleid voort uit het Klimaatakkoord van 2019, waaraan ook de provincie Utrecht en de gemeenten zich hebben gecommitteerd. Om het overzicht te behouden van het grote aantal maatregelen is een indeling gemaakt naar vijf klimaattafels: Elektriciteit, Industrie, Mobiliteit, Gebouwde Omgeving, Landbouw & Landgebruik. De provincie Utrecht heeft daar nog een tafel aan toegevoegd: De Provincie als Voorbeeld. Per klimaattafel is een indicatief restemissiedoel uitgewerkt. Al deze deel-doelen komen opgeteld uit op de 55 procent reductiedoelstelling voor 2030 die ook landelijk wordt gehanteerd, maar dan vertaald naar het provinciale grondgebied. De klimaatparagraaf is een groeimodel. Jaarlijks bekijken we hoe we deze paragraaf door ontwikkelen en daarbij ook de input van externe partijen betrekken. Klimaatparagraaf
32
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Bijlagen
33
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Bijlage 1: Verdieping: Monitoringsinstrumenten Brede Welvaart De Monitor Brede Welvaart (MBW) van het CBS meet de kwaliteit van leven in ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’ (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2023). Gebaseerd hierop is een Regionale Monitor Brede Welvaart (Rmbw) ontwikkeld, welke relevant is voor gemeentes, provincies en COROP-gebieden. Aan de hand van 42 indicatoren, verdeeld over 12 thema’s wordt de Brede Welvaart in beeld gebracht. De Nationale Monitor Duurzame Gemeenten van het Pon Telos geeft aan de hand van meer dan 137 indicatoren verdeeld over 22 thema’s een beeld van het sociaal, ecologisch en natuurlijk kapitaal van een gemeente weer (Het PON & Telos, 2020). De uitgebreidheid van de monitor is tegelijkertijd een voor- en nadeel. De monitor biedt een gedetailleerde kijk op belangrijke parameters van de Brede Welvaart maar door de grote hoeveelheid is het houden van overzicht en dus leggen van verbanden op de lange termijn moeilijker. De BWI van Rabobank en Universiteit Utrecht poogt om aan de hand van een beknopt aantal indicatoren een indexcijfer voort te brengen dat in één oogopslag te vergelijken is met voorgaande jaren (Universiteit Utrecht, z.d). De weging tot 1 indicator is gebaseerd op de waardering die Nederlanders binnen het Better Life Initiative van de OESO hebben gegeven aan de individuele dimensies.
De Better Life Index is ontworpen om een aantal van de belangrijkste factoren - zoals onderwijs, huisvesting, milieu, enzovoort - die bijdragen aan het welzijn in OESO-landen te visualiseren en te vergelijken. Het vatten van de Brede Welvaart in één kerncijfer biedt een eenduidige kijk op de staat van Brede Welvaart, maar verliest daardoor de veelzijdige complexe aard van Brede Welvaart uit het oog, en vernauwd het tot een één dimensionaal thema. Brede Welvaart is een concept dat de afruil en complementariteit tussen verschillende Brede Welvaartsdoelen expliciet kan maken. Wanneer Brede Welvaart wordt gevat in één kerncijfer gaat de waarde die Brede Welvaart kan toevoegen in bestuurlijke keuzes en besluiten verloren.
34
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Bijlage 2: Duurzame beleidsdoelstellingen op mondiaal niveau – SDG’s DUURZAME ONTWIKKELINGSDOELSTELLINGEN
Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen
Van 25 25 tot september 2015 2015 vond ervond in het er hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York de Van tot2727 september in het hoofdkwartier van de Verenigde Duurzame Ontwikkelingstop plaats waar alle staatshoofden, overheidsen topvertegenwoordigers Naties in New York de Duurzame Ontwikkelingstop plaats waar alle staatshoofden, samenkwamen. bespraken de nieuwe Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) tegen 2030 overheidsen Ze topvertegenwoordigers samenkwamen. Ze bespraken dedienieuwe bereikt moeten worden. Die treden in werking vanaf 1 januari 2016. Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) die tegen 2030 bereikt moeten worden. Die treden in werking vanaf 1 januari 2016. Doel 1. Beëindig armoede overal en in al haar vormen.
Doel 1. Doel 2. Doel 2.
Doel 3. Doel 3. Doel 4. Doel 4.
Doel 5. Doel 5. Doel 6. Doel 6. Doel 7. Doel 7.
Doel 8. Doel 8. Doel 9. Doel 9.
Beëindig armoede overal en in al haar vormen. Beëindig honger, bereik voedselzekerheid en verbeterde voeding en promoot Beëindig duurzame honger, landbouw.bereik voedselzekerheid en verbeterde voeding en promoot duurzame landbouw. Verzeker een goede gezondheid en promoot welvaart voor alle leeftijden. Verzeker een goede gezondheid en promoot welvaart voor alle leeftijden. Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen. Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen. Bereik gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes. Bereik gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes. Verzeker toegang en duurzaam beheer van water en sanitatie voor iedereen. Verzeker toegang en duurzaam beheer van water en sanitatie voor iedereen. Verzeker toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen. Verzeker toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen. Bevorder aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige Bevorder aanhoudende, en duurzame en productieve tewerkstelling inclusieve en waardig werk voor iedereen.economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen.
Bouw veerkrachtige infrastructuur, bevorder inclusieve en duurzame industrialisering Bouw veerkrachtige infrastructuur, bevorder inclusieve en duurzame en stimuleer innovatie. industrialisering en stimuleer innovatie.
Doel 10 Dring ongelijkheid ongelijkheid in en landen landen terug. terug. Doel 10.. Dring intussen en tussen Doel 11.. Maak menselijke nederzettingen inclusief, veilig,enveerkrachtig Doel 11 Maak steden steden enen menselijke nederzettingen inclusief, veilig, veerkrachtig duurzaam. en duurzaam. Doel 12. Verzeker duurzame consumptie- en productiepatronen. Doel 12. Verzeker duurzame consumptie- en productiepatronen.
Doel 13 Neem dringend actie om de klimaatverandering en haar impact te bestrijden. Doel 13.. Neem dringend actie om de klimaatverandering en haar impact te bestrijden. Doel 14. Behoud en maak duurzaam gebruik van de oceanen, de zeeën en de maritieme Doel 14. Behoud en maak duurzaam gebruik van de oceanen, de zeeën en de hulpbronnen. maritieme hulpbronnen. Doel 15. Bescherm, herstel en bevorder het duurzaam gebruik van ecosystemen, Doel 15. Bescherm, herstel en bevorder het duurzaam gebruik van ecosystemen, beheer bossen duurzaam, bestrijd woestijnvorming en landdegradatie en draai het terug beheer bossen duurzaam, bestrijd woestijnvorming en landdegradatie en roep het verlies aan biodiversiteit een halt toe. en draai het terug en roep het verlies aan biodiversiteit een halt toe. Doel 16 Bevorder vreedzame en inclusieve samenlevingen met het oog met op duurzame ontwikkeling, Doel 16.. Bevorder vreedzame en inclusieve samenlevingen het oog op verzeker toegang tot justitie voor iedereen en creëer op alle niveaus doeltreffende, duurzame ontwikkeling, verzeker toegang tot justitie voor iedereen open instellingen. enverantwoordelijke creëer op alleenniveaus doeltreffende, verantwoordelijke en open instellingen. Doel 17. Versterk de implementatiemiddelen en revitaliseer het wereldwijd partnerschap voor Doel 17.
Versterk implementatiemiddelen en revitaliseer het wereldwijd duurzamede ontwikkeling. partnerschap voor duurzame ontwikkeling. Bron: Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen - Verenigde Naties - Nederlands, 2021
Mere information visite: www.un.org/sustainabledevelopment Documentation: www.unric.org/en/unric-library/29897
35
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Bijlage 3: Duurzame beleidsdoelstellingen op Europees niveau Onderzoek mobiliseren en innovatie bevorderen
De economie van de EU transformeren voor een duurzame toekomst
Het ambitieniveau van de EU inzake het klimaat voor 2030 en 2050 verhogen Zorgen voor schone, betaalbare en veilige energie
Streven om vervuiling tot nul terug te brengen voor een gifvrij milieu Behoud en herstel van ecosystemen en biodiversiteit
De Europese Green Deal
Het bedrijfsleven mobiliseren voor een schone en circulaire economie
“Van boer tot bord”: de ontwikkeling van een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem
Op energie- en hulpbronnenefficiënte wijze bouwen en renoveren
De overgang naar duurzame en slimme mobiliteit versnellen Ervoor zorgen dat niemand achterblijft (rechtvaardige transitie)
De transitie financieren
De EU als wereldleider
Een Europees klimaatpact
Bron: De Europese Green Deal (Europese Commissi 2020)
Naast bovenstaand overzicht van de specifieke beleidsthema’s van de European Green Deal is er een detailoverzicht van de Commissie van alle daarbij behorende specifieke (wettelijk verplichte) beleidsdoelstellingen (ca. 200 in totaal). Dit overzicht is nog in bewerking bij het Joint Research Centre van de Commissie en zal worden gepubliceerd als onderdeel van het Green Deal dashboard van het CBS. Access to essential services
Housing and assistance for the homeless
Education, training and life-long learning
Gender equality
Equal opportunities
Long-term care
Inclusion of people with disabilities
19
20
1
2 3
18
4
17 Healthcare
European Pillar of Social Rights
16 15
Old-age income and pensions
Active support to employment
Secure and adaptable employment
5 6
14
Wages
7 13
Minimum income
8 12
11
10
Information about employment conditions and protection in case of dismissals
9
Social dialogue and involvement of workers
Unemployment benefits Social protection
Childcare and support to children
Healthy, safe and well-adapted work environment and data protection
Work-life balance
Bron: The European Pillar Of Social Rights Action Plan (Publications Office of the European Union, 2021)
36
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Bijlage 4: Toelichting thema’s kernset en aanvullende sets Onderstaand worden de thema’s opgenomen in de kernset nader toegelicht.
Basis kernset Environmental Klimaatverandering (ESRS E1) De energietransitie is de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzaam opgewekte energie. Het gebruik van gas, olie en kolen wordt steeds verder afgebouwd. En er wordt steeds meer energie opgewekt uit wind, zon en biologische reststoffen. Deze veranderingen vragen om aanpassing en om een uitbreiding van onze energieinfrastructuur. Het verduurzamen van mobiliteit speelt een belangrijke rol in de energietransitie. Klimaatadaptatie betreft het uitvoeren van maatregelen om aan te passen/in te spelen op de gevolgen van klimaatverandering zoals overstroming, wateroverlast, droogte, hitte en bodemdaling (als gevolg van te lage waterstand). Klimaatadaptatiebeleid staat niet op zichzelf en de effecten van het beleid zijn ook afhankelijk van tal van andere factoren. Daarom wordt de mate van klimaatadaptatie veelal aangeduid in capaciteit of oppervlakte. Bij het vormen van de set indicatoren is aansluiting gezocht bij de Regionale Monitor Klimaatadaptatie (RMK). Verontreiniging (ESRS E2) Verontreiniging heeft betrekking op het vervuilen van lucht, water en bodem, evenals het gebruik en de distributie van schadelijke stoffen. Biodiversiteit en ecosystemen (ESRS E4) Biodiversiteit verwijst naar de verscheidenheid aan levende organismen, hieronder wordt o.a.
planten, dieren en micro-organismen, en de ecosystemen waarin ze leven verstaan. Een ecosysteem is een complex netwerk van levende organismen en hun omgeving, hiertoe behoort ook de interactie tussen de verschillende soorten en hun leefgebieden. Materiaalgebruik en circulaire economie (ESRS E5) Het thema Materiaalgebruik en circulaire economie gaat over het inzichtelijk maken van de positieve dan wel negatieve invloed door gebruik van materialen op de circulaire economie. Het verantwoord beheer van materialen en de overgang naar een circulaire economie zijn belangrijke stappen naar een duurzame toekomst.
Social Getroffen gemeenschappen (ESRS S3) Binnen het thema Getroffen gemeenschappen dienen de decentrale overheden inzicht te geven in hun impact op de getroffen gemeenschappen. De decentrale overheden rapporteren over preventie en herstel maatregelen die ondernomen zijn om negatieve impact te voorkomen, te mitigeren en of te herstellen. Consumenten en eindgebruikers (ESRS S4) Het doel van het thema Consumenten en eindgebruikers is het inzicht bieden in de wijze waarop de organisatie consumenten en eindgebruikers beïnvloedt. Er zijn indicatoren opgenomen aangaande het aantal datalekken en het bestaand/werking van de klachtenprocedure. Wonen Decentrale overheden hebben een actieve rol als het gaat om de woonomgeving. Binnen het thema Wonen wordt inzicht gegeven in tevredenheid met de woonomgeving.
37
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Samenleving Onderling vertrouwen is een belangrijke bouwsteen van de sociale cohesie in de samenleving. Het vertrouwen in instituties, zoals gemeenten, provincies en waterschappen, is daar een belangrijk onderdeel van. Dit is daarom opgenomen als indicator.
Governance Zakelijk gedrag (ESRS G1) Binnen het thema Professioneel gedrag gaat het over op welke wijze de organisatie bijdraagt aan goed beheer van de bedrijfsvoering en integriteit. WOO Wet Open Overheid Iedereen heeft recht op informatie over wat decentrale overheden doen, hoe ze dat doen en waarom. Er zijn twee indicatoren opgenomen die inzicht geven in de (afhandeling van) WOO verzoeken. Eigen organisatie De CSRD vraagt van organisaties dat ze rapporteren over duurzaamheid in hun eigen organisatie en hun keten. De indicatoren die hierbij horen zijn terug te vinden onder het thema ‘Eigen organisatie’. Hier gaat het onder andere over de klimaatimpact van de eigen organisatie, de energieprestatie van het eigen vastgoed en de invulling van wettelijke taken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een verplicht deel met indicatoren, welke benodigd zijn als gevolg van de indirecte doorwerking van de CSRD wetgeving, en een deel met vrijwillige onderwerpen. Het staat decentrale overheden vrij om wel/niet te rapporteren over (een deel van) de vrijwillige onderwerpen aangaande de eigen organisatie.
Aanvullende set: gemeenten Environment Klimaatverandering (ESRS E1) Aanvullend voor gemeenten wordt gerapporteerd over duurzame mobiliteit, gezien de impact van gemeenten hierop. Daarnaast wordt gerapporteerd over het oppervlakte groen in de openbare ruimte en het aantal bomen per inwoner. Materiaalgebruik en circulaire economie (ESRS E5) Gemeenten moeten huishoudelijk afval inzamelen, dit is vastgelegd in de Wet Milieubeheer. Om deze reden is de indicator huishoudelijk restafval voor gemeenten toegevoegd.
Social Wonen Gemeenten hebben een sturende rol als het gaat om wonen, zo bepalen zij via het grondbeleid mede de ontwikkeling van nieuwe woningen. In woonvisies komen allerlei aspecten van wonen aan bod, waaronder kwantiteit, kwaliteit, locaties en doelgroepen. Om deze reden is de indicator tevredenheid met de woning toegevoegd aan de indicatorenset voor gemeenten. Welzijn Gemeenten bieden ondersteuning en hulp op een breed scala aan thema’s. Bij welzijn gaat het met name over het subjectieve welzijn, wat wordt gemeten door de aanvullende indicatoren tevredenheid met het leven en tevredenheid met de vrije tijd.
38
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Gezondheid Gemeenten hebben een wettelijke taak op het terrein van volksgezondheid. Hierbij kan gedacht worden aan het investeren in een stevig integraal en preventief gezondheidsbeleid. Samenleving Gemeenten spelen een rol in het bevorderen van de sociale cohesie en het vertrouwen in de samenleving. Om deze reden is het thema Samenleving, zoals opgenomen in de kernset, uitgebreid voor gemeenten met een drietal indicatoren. Arbeid & inkomen Gemeenten zetten zich in voor een inclusieve samenleving. Ze staan onder andere voor de maatschappelijke opgave om de participatie van inwoners te bevorderen, bij voorkeur door werk, maar ook door een andere zinvolle vorm van dagbesteding of activering. Bestaanszekerheid is hierbij een belangrijke voorwaarde.
Governance Openbare orde en veiligheid Inwoners willen zich veilig voelen in de eigen leefomgeving. Dit kan gaan om kleine zaken, maar ook over grotere vraagstukken zoals overlast en onveilige situaties op straat. De gemeente speelt hierin een rol door het vroegtijdig signaleren. Digitalisering Ook gemeenten dienen mee te ontwikkelen als het gaat om digitalisering.
Aanvullende set: provincies Environment Klimaatverandering (ESRS E1) Aanvullend voor provincies dient in het kader van klimaatverandering gerapporteerd te worden over duurzame mobiliteit, openbaar vervoer, groen, de energietransitie, klimaatadaptatie, biobased bouwen en landbouw.
Social Voldoende recreatieruimte Het is een verantwoordelijkheid van de provincie om te bepalen waar recreatieve voorzieningen komen. Krapte op de woningmarkt De provincie is verantwoordelijk voor het verdelen van de ruimte, onder andere bepaalt zij in welke gebieden woningen gebouwd zullen worden. Gezondheid De provincie bevordert gezondheid door regionale samenwerking te stimuleren en milieueffecten op de gezondheid in het omgevingsbeleid mee te nemen Arbeid en vrije tijd De provincie stimuleert werkgelegenheid en vrije tijd door recreatieve en toeristische voorzieningen te ontwikkelen en economische ontwikkeling te bevorderen.
39
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Samenleving Provincies spelen een rol in het bevorderen van de samenleving door ruimtelijke ordening, infrastructuurontwikkeling en door ondersteuning van maatschappelijke initiatieven. Veiligheid Toezicht houden op een goede voorbereiding op rampen en toezicht houden op de naleving van veiligheid- en milieuregels voor bedrijven zijn taken waarmee de provincie zorgt voor veiligheid. Algemeen De provincie draagt zorg voor een veilige en schone leefomgeving.
Aanvullende set: waterschappen Environment Klimaatverandering (ESRS E1) Waterschappen spelen een belangrijke rol in de opgave om duurzame energie op te wekken. Verontreiniging (ESRS E2) Waterschappen hebben een specifieke taak als het gaat om het zuiveren van water, daarom zijn er aanvullende indicatoren toegevoegd die inzicht geven in het uitvoeren van deze taak. Water en mariene hulpbronnen (ESRS E3) Het thema Water en mariene hulpbronnen dient inzicht te geven in de impact van de organisatie op water en mariene ecosystemen. Binnen de decentrale overheid is dit thema hoofdzakelijk relevant voor waterschappen. Er wordt onder ander inzicht gegeven in waterveiligheid, of er voldoende water is en de kwaliteit van zwemwaterlocaties.
40
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Bijlage 5: Data definities Indicator
Definitie
Bron
Gasverbruik
De hoeveelheid aardgas (m3) die daadwerkelijk door verschillende sectoren in Nederland wordt verbruikt door huishoudens, industrieen, elektriciteitscentrales en andere toepassingen.
https://klimaatmonitor.databank.nl/ dashboard/dashboard/energieverbruik
Elektraverbruik
Het totale gebruik van electriciteit (kWh) door eindgebruikers, zoals huishoudens, bedrijven en andere sectoren.
https://klimaatmonitor.databank.nl/ dashboard/dashboard/energieverbruik
CO2-uitstoot
Emissie van koolstofdioxide (CO2) in de atmosfeer.
https://klimaatmonitor.databank.nl/ dashboard/dashboard/co2-uitstoot
Totaal bekende hernieuwbare energie
De totale hoeveelheid energie (TJ) die wordt geproduceerd uit hernieuwbare bronnen in Nederland.
https://klimaatmonitor.databank.nl/ dashboard/dashboard/hernieuwbareenergie
Warmteverbruik
De hoeveelheid warmte (TJ) die wordt gebruikt door verschillende sectoren, zoals huishoudens, industrie, landbouw en diensten.
https://klimaatmonitor.databank.nl/ dashboard/dashboard/energieverbruik
Gemiddelde oppervlaktetemperatuur
Het gemiddelde van alle temperaturen op een specifiek oppervlak over een bepaalde periode.
Viewer - Gemiddelde oppervlaktetemperatuur https:// www.waarstaatjegemeente.nl/ viewer/JiveEmbedded.aspx?presel_ code=hittestress&geoitem=93
Gezondheidsrisico ouderen (agv hittestress)
De risico (weining tot veel) op hittestress bij ernstig eenzame ouderen van 75-plus
https://www.waarstaatjegemeente.nl/ viewer?var=gzndhdsrisico_ouderen
Ontwikkelopgave: Toe of afname panden in gebieden waar aandachtspunten zijn vanuit water- en bodemsysteem (aansluiten bij regionale monitor klimaatadapatie)
De uitdagingen en taken die voor een bepaald gebied moeten worden uitgevoerd om de balans tussen stedelijke ontwikkeling en de natuurlijke omgeving te waarborgen
Ontwikkelopgave
De toe- of afname van de waterbergingscapaciteit in de tijd
De toe- of afname van de capaciteit om water vast te houden in noodberging ten tijdevan extreem weer.
https://app.pdok.nl/viewer/#x =104346.00&y= 488689.50&z= 8.2067&background=BRT-A%20 standaard&layers=46c7d3f5632b-43e1-a7867bb3fd0cdda4;waterbergingsgebied
Blootstelling NO2+PM10
De mate waarin mensen worden blootgesteld aan NO2 en PM10.
https://www.waarstaatjegemeente.nl/ viewer?var=lk_ind
Bodemkwaliteit
Kwaliteit van de bodem zoals vastgelegd in de Regeling Bodemkwaliteit, die elke vijf jaar wordt geactualiseerd.
Eigen data
Aantal soorten wilde bijen
De biodiversiteit gementen aan de hand van het aantal soorten wilde bijen
Eigen data
Oppervlakte ecologisch beheer groen
De totale oppervlakte (hectare) groen die ecologisch verantwoord wordt beheerd
Eigen data
Ontwikkelopgave om gestandaardiseerde indicatoren tbv biodiversiteit
Ontwikkeling van gestandaardiseerde indicatoren voor het meten van biodiversiteit.
ontwikkel
Ontwikkelopgave: In afwachting van het monitoringsraamwerk van het Rijk, conform het Nationaal Programma Circulaire Econmie
In afwachting van een monitoringsraamwerk van het Rijk, zoals vastgelegd in het Nationaal Programma Circulaire Economie.
Ontwikkelopgave
Preventie en herstel: inzicht in acties die ondernomen worden om negatieve impact te voorkomen, te mitigeren of te herstellen (beschrijvend)
41
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Eigen data
Indicator
Definitie
Bron
Datalekken
Beveiligingsincident waarbij vertrouwelijke, gevoelige of beschermde gegevens ongeoorloofd worden vrijgegeven of toegankelijk worden gemaakt.
Eigen data
Bestaan en werking klachtenprocedure
Proces dat bedrijven of organisaties opzetten om klachten van consumenten en eindgebruikers te ontvangen, onderzoeken en oplossen.
Eigen data
Tevredenheid met de woonomgeving
Het percentage particuliere huishoudens dat zeer tevreden of tevreden https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/ regionale-monitor-brede-welvaart/ is met de huidige woonomgeving. indicator
Vertrouwen in instituties
Percentage mensen van 15 jaar en ouder dat vertrouwen heeft in drie instituties (Tweede Kamer, politie, en rechters).
https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/ regionale-monitor-brede-welvaart/ indicator
Fraudemeldingen
Het rapporteren of aangeven van een vermoeden of incident van fraude bij een bevoegde instantie
Eigen data
Aantal meldingen klokkenluiderregeling
De hoeveelheid meldingen die binnen een organisatie zijn gedaan via de klokkenluiderregeling
Eigen data
Aantal integriteitsmeldingen
Het aantal ingediende klachten over vermeende schending van ethische normen, regels of weteen binnen een organisatie.
Eigen data
%Woo-verzoeken door gemeenten binnen de in de wet gestelde beslistermijn beantwoord
Percentage Woo-verzoeken die binnen wettelijke termijn zijn beantwoord door gemeenten
Eigen data
Aantal Woo verzoeken, afgezet Aantal woo verzoeken per inwoner tegen het aantal inwoners
Eigen data
Scope 1 en 2
(1) Direct en (2) indirecte broeikasgasemissies die organisaties gebruiken om hun totale impact op het milieu te meten. (vervoersbewegingen oa uitgesplitst: vervoer werknemers en tbv taken) Conform afbakening GHG-protocol
Eigen data
Voortgang Parijsakkoord
Plan + voortgangsrapportage t.a.v. het reduceren van de CO2eemissies (scope 1 en 2) van de gemeente(lijke organisatie). Plan bevat: 1) doelstelling, 2) acties, 3) opvolging, 4) bijsturing en 5) verantwoording richting 2030. (kwalitatief beschrijvend)
Scope 3
Scope 3-emissies zijn indirecte broeikasgasemissies die plaatsvinden in de voorraadketen. Definieer helder welke zaken meegenomen zijn qua scope bij het bepalen van de ketenemissies (ton CO2-eq) Onder de scope 3 klimaatimpact zijn met name relevant: ingekochte materialen en producten, de verwerkingen van materialen en producten na einde levensduur, en de activiteiten van aannemers en toeleveranciers. Zie ook: GHG protocol.
Eigen data
Energielabels
Overzicht energielabels eigen vastgoed. Met eigen vastgoed wordt bedoeld: in eigendom / op de balans.
Eigen data
Vierkante meters eigen vastgoed
Aantal vierkante meters eigen vastgoed (m2) Met eigen vastgoed wordt bedoeld: in eigendom / op de balans.
Eigen data
Elektriciteitsverbruik
Hoeveelheid verbruik van stroom van eigen vastgoed (kWh) Met eigen vastgoed wordt bedoeld: in eigendom / op de balans.
Eigen data
Gasverbruik
Hoeveelheid verbruik van gas van eigen vastgoed (Nm3) Met eigen vastgoed wordt bedoeld: in eigendom / op de balans.
Eigen data
Gebruik stadswarmte
Hoeveelheid verbruik stadswarmte door eigen vastgoed (GJ) Met eigen vastgoed wordt bedoeld: in eigendom / op de balans.
Eigen data
EAN codes
EAN codes van alle energiemeters van het gemeentelijk vastgoed (codes)
CO2-prestatieladder
Definitie conform: https://www.co2-prestatieladder.nl/nl. (niveau)
42
| Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden
Indicator
Definitie
Bron
Fysieke klimaatrisico’s gemeentelijk vastgoed
Overzicht van materiele fysieke klimaatrisico's van het eigen vastgoed, en de maatregelen die daar voor worden getroffen. Benoem de relevantie van ten minste: hittestress, overstromingen, wateroverlast, droogte, verschilzetting, stormen en natuurbranden. Zie ook: PBL (2024) - Klimaatrisico's in Nederland, De huidige stand van zaken
Eigen data
Afval: inzameling, scheiding en Bevestig de werking van het ophalen, scheiden en bevorderen van hergebruik recyclen of hergebruiken van afvalmateriaal binnen de gemeente. (past toe of leg uit)
Eigen data
Overstromingen
Pecentage van het areaal dat onder water staat als gevolg van een overstroming met een kans groter dan 1 op 30 jaar. Hanteer de plaatsgebonden overstromingkans meer dan 50cm Het tijdelijk onder water staan van land als gevolg van het stijgen van waterniveaus in rivieren, meren of zeeën, of door hevige regenval die niet snel genoeg kan worden afgevoerd. Zie ook: LIWO, https://basisinformatie-overstromingen.nl/#/maps.
Eigen data
Aanpak bodemdaling en verschilzetting
Bevestig aanwezigheid adequaat beleid voor beperken en beheersen Eigen data van de negatieve effecten van bodemdaling en verzakkingen, inclusief funderingsproblematiek binnen het gemeentelijk areaal. (pas toe of leg uit)
MJOP incl. verduurzamings plannen eigen vastgoed
Bevestig aanwezigheid van een meerjarenonderhoudsplan, incl. verduurzamingsopgave. (pas toe of leg uit) Met eigen vastgoed wordt bedoeld: in eigendom / op de balans.
Eigen data
Gemeentelijke infrastructuur
Bevestig de succesvolle planning, bouw, beheer en onderhoud van openbare voorzieningen. Geef een overzicht van kwaliteit, kwetsbaarheden en achterstallig onderhoud. (pas toe of leg uit)
Eigen data
Gemeentelijk waterbeheer
Bevestig de aanwezigheid van beleid waarin de gemeente vastlegt hoe zij de inzameling en verwerking van afvalwater, hemelwater, en grondwater regelt. Benoem ten minste: gemeentelijk rioleringsplan, aanpak droogte, en aanpak wateroverlast. (pas toe of leg uit) Ref: waterwet en wet milieubeheer
Eigen data
Hitteproblematiek en sociale gevolgen
Percentage plekken in de gemeente waar de temperatuur boven de 35C komt (%) Hitte - Klimaatadaptatie (klimaatadaptatienederland.nl)
Eigen data
Klimaatbestendig groen en biodiversiteit in bebouwde omgeving
Percentage niet-versteend oppervlak in de gemeente (%) Meet biodiversiteit in uw gemeente met de Biodiversiteitsstresstest | TAUW
Eigen data
Realisering groen-blauw dooradering
Het realiseren van een netwerk van groene (vegetatie) en blauwe (water) infrastructuren in een gebied, wat bijdraagt aan ecologische connectiviteit en klimaatresistentie. (Investeringsbedrag in euro? percentage areaal? Zie definities samenvoorbiodiversiteit.nl) Begrippenkader Groen-Blauwe Dooradering (wur.nl) https://www.samenvoorbiodiversiteit.nl/pdf/svbd-handreikingdefinities-landschapselementen.pdf