CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage 1 Kadernota 2023 en Voortgangsrapportage 2022

gemeenteraad 14 juli 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: voorzitter: J. Wienen Stemming over moties, amendementen en (geamendeerd) besluit Kadernota 2023 en Voortgangsrapportage 202240.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

24

waarmee de gemeente duurzaamheidsmaatregelen van derden probeert te sturen. Maar ook door uitvoering van de eigen taken en investeringen heeft de gemeente een impact op het milieu. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie. Hierbij gaat het o.a. om investeringen in de openbare ruimte of om de wijze waarop de gemeente met de eigen panden omgaat. Door duurzaamheid te verweven in de investerings- en (nieuwe) beleidsvoorstellen wordt inzicht gegeven in de CO2reductie, bijvoorbeeld door het opnemen van een duurzaamheidsratio (CO2/€). De raad krijgt hiermee een instrumentarium in handen om de duurzaamheidscomponent objectief te laten meewegen en te prioriteren bij (investerings)afwegingen. In de afgelopen jaren zijn er reeds ervaringen opgedaan op het gebied van duurzaamheid. Een goed voorbeeld hiervan is de prioritering van het verduurzamen van strategisch vastgoed (2021/570677) op basis van kosteneffectiviteit van maatregelen (CO2/€). De inzichten die dit heeft gegeven over de vraag waar de grootste CO2-winst te behalen is, kunnen gebruikt worden bij het prioriteren tussen andere investeringsvoorstellen. Een ander voorbeeld van een (indirecte) bijdrage van de gemeente aan duurzaamheid is het verlenen van een garantstelling aan het WijkEnergieBedrijf Ramplaankwartier ten behoeve van het ZonneWarmteNet Ramplaankwartier (2021/404461).

Het ZonneWarmeNet is begonnen als wijkinitiatief van bewoners en door samenwerking en co-creatie met en de garantstelling door de gemeente kan de wijk worden voorzien van een betaalbare, duurzame en aardgasvrije warmtevoorziening. De verscherpte Europese doelstelling is om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 55% omlaag te brengen ten opzichte van het niveau van 1990, deze doelstelling wil de Europese Commissie realiseren door haar ‘Fit for 55’-pakket1. Haarlem zal in de uitvoering aansluiten op de Europese doelstelling om tot CO2-reductie te komen. Gelet op deze Europese ontwikkelingen ziet Haarlem mogelijkheden om voort te bouwen op deze duurzaamheidsbegroting zodat al ontwikkeld duurzaamheidsbeleid en -instrumentarium een centrale plek krijgt in de beleids-, investerings- en besluitvormingsprocessen van de gemeente. Daarbij wordt ingezet op het goed meetbaar maken van CO2-reductie. Het afwegingskader wordt verrijkt door naast CO2 effecten ook rekening te houden met wat nodig is voor klimaatadaptatie en voor een circulaire economie. Er is een revolverend fonds energiebesparing (RFE) ingesteld om belemmeringen weg te nemen om renderende investeringen in duurzaamheid te doen. Bij de begroting 2023 worden nieuwe revolverende voorstellen ten laste van het RFE verwacht.

De duurzaamheidsimpact van de gemeente wordt vergroot door ook als opdrachtgever de verbonden partijen te stimuleren om de CO2-effecten te meten en als grote opdrachtgever te normeren. De uitvraag naar duurzaamheid van de verbonden partijen is als vast onderdeel opgenomen in de paragraaf verbonden partijen van programmabegroting en het jaarverslag. In de komende jaren word beoogd de Routekaart Duurzaamheid door te ontwikkelen zodat deze aansluit bij het Europese programma. De routekaart zal worden aangepast aan de verscherpte Europese doelstelling van 55% reductie van CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van het niveau van 1990. Bij de Programmabegroting 2023-2027 wordt het Investeringsplan definitief vastgesteld. Op basis van het verrijkte afwegingskader zal de gemeenteraad een voorstel ontvangen waarbij inzicht wordt vergroot hoe investeringen bijdragen aan duurzaamheidsrendement.

1 Centraal Planbureau publicatie ‘Economische beschouwing Fit for 55-pakket’

Kadernota 2023

25

2 Ontwikkelingen meerjarenraming en financiële positie 2.1 Financiële ontwikkeling en meerjarenraming De meest recente meerjarenraming komt uit de Programmabegroting 2022-2026 (inclusief aanvullende voorstellen), die in november 2021 is vastgesteld door de raad. In deze meerjarenbegroting zijn de financiële gevolgen verwerkt van moties en amendementen en van de aanvullende voorstellen bij de begroting. Sinds de vaststelling zijn er een aantal ontwikkelingen geweest die buiten de invloedssfeer liggen van de gemeente. Deze ontwikkelingen zijn grotendeels al eind maart gedeeld in het financieel kader ten behoeve van de coalitievorming. In de kadernota wordt het financieel kader geactualiseerd naar de huidige inzichten. In de startnota van het Kabinet-Rutte IV wordt het coalitieakkoord “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’’ financieel vertaald. Onderdeel van deze vertaling is de doorwerking naar medeoverheden, waaronder de gemeente Haarlem. In het financieel kader zijn de effecten van de startnota voor zover mogelijk door vertaald naar de gemeente Haarlem. De definitieve doorrekening vindt plaats bij de meicirculaire. De doorrekening van het regeerakkoord leidt tot beperkte beschikbaarheid van structurele middelen.

Hoofdoorzakelijk hiervoor is het ontkoppelen van het accres met de Rijksuitgaven vanaf 2026, het bevriezen van de opschalingskorting tot 2025 en de bezuiniging op Jeugdzorg van € 500 miljoen. Gezien het belang van stabiele gemeentefinanciën en de mogelijkheid om lokaal beleid te kunnen realiseren wordt het niet waarschijnlijk geacht dat het huidige pallet wordt doorgezet. De verwachting is dat er meer structurele ruimte voor gemeenten zal komen. Op welk onderwerp en hoeveel zal moeten blijken uit gesprekken tussen gemeenten en het Rijk. In de maartbrief van het ministerie van BZK aan gemeenten en provincies geeft de minister aan bewust te zijn van de beperkte financiële ruimte in het jaar 2026 en een traject voor het opstellen van een contourennota in te richten, o.a. met de VNG. Doel van deze contourennota is duidelijkheid geven over de hoofdrichting, zodat de verdere uitwerking van een toekomstbestendige en stabiele financieringssystematiek zorgvuldig kan worden ingevuld. De verwachting is dat de eerste resultaten in juni 2022 worden gedeeld. Vooruitlopend op de uitkomsten van deze gesprekken zijn in het financieel kader aannamen gemaakt op structureel hogere baten.

Bij het maken van de aannamen voor het accres en de opschalingskorting is uitgegaan van gemiddelde scenario’s, om te voorkomen dat de inschatting te pessimistisch is maar ook om te voorkomen dat er te optimistisch geraamd wordt. De aannamen leiden tot geraamde voordelen op het accres in 2026 (€ 0,5 miljoen) en de opschalingskorting 2026 (€ 3,2 miljoen). In het financieel kader voor de coalitievorming is voor de bezuiniging jeugdzorg aangenomen dat de helft van de bezuiniging daadwerkelijk ingevoerd wordt (voordeel € 2,1 miljoen). In het bijgewerkte kader is deze aanname verhoogd naar het geheel terugdraaien van de bezuiniging (voordeel € 4,2 miljoen). Met deze aannamen is de structurele begrotingsruimte € 14,2 miljoen voordelig.

Kadernota 2023

26

2.2 Financieel Kader 2022 Meerjarenraming Programmabegroting 2022-2026 1. Septembercirculaire 2. Decembercirculaire Saldo na circulaires Regeerakkoord 3. Accres regeerakkoord Onder realisatie Rijk (25%) Extra verwacht accres o.b.v. gemiddelde van 2022-2025 Subtotaal 4. Jeugd Opgenomen in regeerakkoord Terugdraaien van de bezuiniging Reeds begroot in PB22 Saldo Realiseren hervormingsagenda jeugd 5.Wmo 6. Bevriezen opschalingskorting Bevriezen helft van de opschalingskorting 7. Fondsen Saldo na regeerakkoord 8. Autonoom Kadernota 9. Autonoom Voortgangsrapportage 10. Reservering autonoom 11. Reeds besloten: opkoopbescherming 12. Taakstelling effectiever accommodatiegebruik culturele instellingen 13. Hoeveelheidsverschillen reserve groei 14. Reserve groei dotatie voor voorbereidingskosten Bereikbare steden 15. Maatregelen noodsteun corona eerste helft 2022 16. Aanpassing BUIG 2022 17. Indexatie 18. Herijking gemeentefonds 19. Algemene taakstelling schrappen Begrotingskader

Kadernota 2023

2023

2024

2025

2026

0

-5.506 v

-3.027 v

-2.597 v

-3.876 v

-8.968 v -359 v -9.327 v

-6.471 v

-6.471 v

-7.151 v

-7.661 v

-11.977 v

-9.498 v

-9.748 v

-11.537 v

-5.987 v 1.497 n

-8.391 v 2.098 n

-15.528 v 3.882 n

-17.708 v 4.427 n

-8.410 v -518 v

-4.490 v

-13.817 v

1.448 n 71 n

-6.293 v

-11.646 v

-13.281 v

-8.928 v

-12.359 v 7.800 n -4.559 v pm pm -3.807 v

-10.753 -850 7.200 -4.403 pm pm -5.087

-6.443 -4.250 6.500 -4.193 pm pm -6.417

-3.120 -4.250 6.500 -870 pm pm

pm -26.636 v

pm -30.634 v

pm -33.639 v

-3.209 v pm -24.543 v

2.214 -490 2.000 61

2.365 -361 2.000 61

2.491 -430 2.000 61

1.927 -430 2.000 61

n v n n

80 n

v v n v

v

n v n n

v v n v

v v n v

v

n v n n

n v n n

80 n

1.847 n 1.215 n 2.260 n -626 v

-7.602 v

-6.317 2.996 pm 3.000 -23.092

v n n v

2.863 n pm 4.000 n -19.626 v

2.807 n pm 4.000 n -22.710 v

2.752 n pm 4.000 n -14.223 v

27

Beschikbare middelen structureel en incidenteel 25.000

20.000

15.000

10.000

5.000

0 2023

2024 Structureel

2025

2026

Incidenteel

1. Septembercirculaire De septembercirculaire heeft geresulteerd in een groot positief effect voor het financieel meerjarenbeeld. Voor toelichting wordt verwezen naar de informatienota (2021/546668). 2. Decembercirculaire De decembercirculaire leidt tot een positief effect van € 360 duizend in 2022. Voor toelichting wordt verwezen naar de informatienota (2022/30676). 3. Accres De bestaande afspraken tussen het Rijk en de gemeenten zijn dat een stijging van de rijksuitgaven leidt tot een hogere algemene uitkering, het accres. Dit staat ook wel bekend als het trap-op-trap-af principe. In het coalitieakkoord wordt dit toegepast tot 2025. De hogere uitgaven van het Rijk als gevolg van het coalitieakkoord, leidt dan ook tot een positief effect op het financieel beeld van Haarlem. Het extra te ontvangen accres voor Haarlem is € 6,0 miljoen in 2022, oplopend tot € 17,7 miljoen in 2025. In het coalitieakkoord is besloten om vooralsnog de trap-op-trap-af systematiek voor 2026 los te laten en vast te zetten op € 1 miljard ten opzichte van de miljoenennota 2022. Voor Haarlem betekent dit een voordeel van € 8,4 miljoen. Door het grote verschil tussen het voordeel van 2025 (€ 17,7 miljoen) en 2026 (€ 8,4 miljoen) worden de structurele mogelijkheden van de gemeente beperkt. Tegelijkertijd wordt het accres gekort met € 100 miljoen ten behoeve van de woningbouwimpuls.

Ditzelfde geldt voor de volkshuisvesting met € 150 miljoen voor 2023, 2024, 2025 en 2026 (beide kortingen zijn reeds verwerkt in het “accres regeerakkoord” in het financieel kader). De fondsen worden door de coalitie gedekt door een lager accres uit te keren aan de gemeente. Of en hoeveel middelen de gemeente Haarlem ontvangt uit deze fondsen is nog niet bekend. Ten opzichte van het financieel kader voor de coalitievorming is waarschijnlijker dat de woningbouwimpuls en de volkshuisvesting voor 2026 al verwerkt zijn buiten het vaste bedrag van € 1 miljard ten opzichte van de miljoenennota. Hierdoor is het verwachte accres voor 2026 hoger. Kadernota 2023

28

Het is nog maar de vraag of het Rijk de geplande extra uitgaven, waaraan het accres gekoppeld is, realiseert. Het Centraal Planbureau waarschuwt het kabinet voor onderuitputting. Bovendien is er krapte op de arbeidsmarkt wat de uitvoerbaarheid van de plannen onder druk zet. Ook staat er nog een aantal uitgaven op de zogeheten ‘aanvullende posten’ in de startnota. Deze bedragen moeten nog toebedeeld worden aan een ministerie om uit te geven maar tellen wel mee in het accres. Als deze toch niet worden toebedeeld en uitgegeven worden dan heeft dat een dempend effect op het accres. Mocht het Rijk de geplande uitgaven niet realiseren, dan valt het accres van het gemeentefonds lager uit. Uit voorzorg wordt er in het meerjarenbeeld uitgegaan van een onder realisatie van het Rijk van 25%. Dit leidt tot een lager verwacht accres. Voor 2026 heeft het kabinet eenzijdig besloten om af te wijken van de bestaande afspraken. Hogere of lagere rijksuitgaven leiden dan niet meer tot mutaties in het accres. Doordat er een vast bedrag van € 1 miljard ten opzichte van de miljoenennota 2022 is bepaald, wordt voor 2026 niet uitgegaan van onder realisatie. De beweegreden van het kabinet om het accres handmatig neerwaarts bij te stellen is dat het kabinet kijkt naar een andere bekostigingssystematiek voor gemeenten en een ruimer lokaal belastinggebied.

Voor gemeenten leidt dit tot een sterke daling van de structurele ruimte. Gezien het belang van stabiliteit voor gemeentelijkbeleid is de werkwijze van het kabinet niet logisch. Een nieuwe bekostigingssystematiek of een groter lokaal belastinggebied zou niet tot een daling van inkomsten voor gemeenten moeten leiden. Het eenzijdige besluit van het kabinet om het accres los te koppelen van rijksuitgaven en de daaruit volgende beperkte structurele ruimte lijkt dan ook niet houdbaar. In het financieel kader is daarom de aanname gemaakt dat het accres in 2026 gelijk is aan het gemiddelde accres over de jaren 2022-2025. Het gemiddelde over 2022-2026, na verwerking van de aanname van 25% onder realisatie, is € 8,9 miljoen per jaar. Na aftrek van het toegekende accres van € 8,4 miljoen, leidt dit tot een verwacht extra accres van € 0,5 miljoen in 2026. Door het hogere accres in 2026, korting woningbouwimpuls en huisvesting binnen vaste bedrag, is de aanname lager dan in het financieel kader voor de coalitievorming (€ 3 miljoen).

Terugval Accres 20.000 18.000 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0 2022

2023

2024

2025

2026

4. Middelen jeugd In 2021 is een arbitragecommissie ingesteld tussen Rijk en gemeente voor de middelen jeugdzorg. De uitspraak van deze commissie van wijzen was bindend en concludeerde dat het Rijk ruim € 1,5 Kadernota 2023

29

miljard extra beschikbaar moet stellen voor gemeente om de jeugdzorg te financieren. In de Programmabegroting 2022-2026 is 75% van het aflopende bedrag geboekt als structurele baten. Voor Haarlem resulteerde dit in een voordeel van € 7,8 miljoen in 2023, aflopend naar € 6,5 miljoen in 2025. Naast de extra middelen werd besloten om tot een hervormingsagenda jeugd te komen om de kosten van jeugdzorg toekomstbestendig te maken. In het coalitieakkoord komt het kabinet-Rutte IV terug op deze bindende afspraak. Eenzijdig is besloten om de extra middelen jeugd conform uitspraak van de commissie van wijzen te verlagen met € 100 miljoen in 2024 en € 500 miljoen vanaf 2025. Dit leidt tot een lager voordeel dan vanuit gegaan was bij de Programmabegroting 2022-2026 in 2026 voor Haarlem (€ 3,4 miljoen nadelig). Het Rijk verwacht dat de gemeenten deze extra besparing kunnen realiseren. Aangezien er tot voor kort gewerkt werd aan de hervormingsagenda Jeugd. Echter, een resolutie van de VNG om de hervormingsagenda op te schorten na aanleiding van de bezuinigingen is met 100% van de stemmen aangenomen. Het is te bezien of de bezuinigingen gerealiseerd kunnen worden en het is dan ook opmerkelijk dat het Rijk met extra bezuinigingen komt en afwijkt van de bindende uitspraak van de commissie van wijzen. Inmiddels is een kamerbief betreffende de hervormingen jeugdzorg gedeeld met de Tweede Kamer.

Daarin staat dat het kabinet heeft besloten om de aanvullende bezuinigingen een Rijksverantwoordelijkheid te maken. Dit houdt in dat de deze middelen op dit moment niet gekort worden uit de middelen die de gemeenten ontvangen. Door het geheel terugdraaien, in plaats van de helft, ontstaat er een extra voordeel van € 2,1 miljoen ten opzichte van het kader van eind maart. Het totale voordeel door het terugdraaien van deze bezuiniging is € 4,2 miljoen.

Extra middelen jeugdzorg 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 2023

2024

2025

Uitspraak Commissie van Wijzen

2026 Regeerakkoord

2027

2028

Gemiddelde

5. Middelen Wmo In het coalitieakkoord is geconstateerd dat het stijgende gebruik van huishoudelijke hulp de beschikbaarheid van Wmo voorzieningen onder druk zet. Er wordt daarom gewerkt aan een eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp. In de doorrekening van het regeerakkoord van het CPB wordt ook genoemd dat de eigen bijdrage voor hoge inkomens verhoogd wordt en dat dit leidt tot een lagere rijksbijdrage aan gemeenten. Dit is € 95 miljoen taakstellend vanaf 2025, maar door hogere eigen bijdragen vooralsnog budgettair neutraal.

Kadernota 2023

30

6. Opschalingskorting In 2015 is de opschalingskorting geïntroduceerd. Deze korting is opgelegd omdat gemeenten moesten opschalen naar grotere en efficiëntere gemeenten en daardoor kosten besparen. De efficiencykorting voor gemeenten loopt op tot € 975 miljoen in 2025. De ambitie en beleidswijziging van het opschalen is niet gerealiseerd, op dit moment zijn er 345 gemeenten, maar de korting voor gemeenten is wel blijven staan. In het coalitieakkoord wordt de korting niet geschrapt, maar opnieuw bevroren. Dit houdt in dat er geen extra opschalingskorting is tot en met 2025. Dit leidt voor Haarlem tot een oplopend voordeel van € 3,8 miljoen in 2023 naar € 6,4 miljoen in 2025. Echter, in 2026 wordt de opschalingskorting weer effectief en is er geen voordeel meer voor de gemeenten. Ook dit beperkt de structurele mogelijkheden van gemeenten. Gezien de bevriezing van de opschalingskorting in het coalitieakkoord tot 2025 loopt en daarmee de gehele coalitieperiode bestrijkt, is het niet de verwachting dat een volgend kabinet de gehele opschalingskorting effectief maakt in 2026. Des te meer omdat de ambitie van het Rijk om gemeenten verder op te schalen er niet meer is. Om deze verwachting te kwantificeren maar tegelijkertijd prudent te blijven ramen is in het financieel kader gerekend met het terugdraaien van de (extra) opschalingskorting met 50% vanaf 2026.

Hierdoor ontstaat een structureel voordeel in het kader van € 3,2 miljoen (in 2026 e.v.).

Opschalingskorting (Haarlem) 9.000 8.000 7.000

x € 1.000

6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Extra korting

Korting voorgaande jaren

7. Fondsen In het coalitieakkoord zijn verschillende fondsen opgenomen: woningbouwfonds, volkshuisvestingsfonds, stikstoffonds, klimaatfonds en het nationaal groeifonds. In de startnota van het kabinet Rutte IV is nog geen uitwerking gegeven aan deze fondsen. Het is dan ook nog niet bekend of de gemeenten middelen ontvangen vanuit deze fondsen. En mocht een deel van deze fondsen toe komen aan de gemeenten, dan is ook niet bekend hoe deze verdeeld worden. Voordelen uit de fondsen worden verwerkt volgens het principe van rijksbudget is werkbudget. Voor het woningbouwfonds en het huisvestingsfonds is wel bekend dat deze worden gedekt vanuit het accres van het gemeentefonds. Voor Haarlem betekent dit een misgelopen voordeel van € 2,4 miljoen vanaf 2023. Afhankelijk van de verdeling van deze fondsen kan dit alsnog resulteren in een voordeel voor Haarlem. Kadernota 2023

31

8. Autonome ontwikkelingen Kadernota De gemeente krijgt elk jaar te maken met autonome ontwikkelingen, voor deze ontwikkelingen is weinig tot geen keuzemogelijkheid. De ontwikkeling overkomt de gemeente en het college kan beperkt de afweging maken om deze middelen wel of niet toe te kennen.

Areaaluitbreidingen openbare ruimte Structureel hogere beheerlasten fietsenstallingen Wijzigingen governance en directie MRA Bijstelling budget huur onderwijshuisvesting Omgevingswet Business continuïteit management Technisch beheer Business continuïteit management Totaal

2023 200

n

2024 250 150

n n

2025 250 350

n n

2026 250 350

n n

174

n

174

n

174

n

174

n

366

n

502

n

428

n

-136

v

Pm 695 779

n n n

Pm 695 594

n n n

Pm 695 594

n n n

Pm 695 594

n n n

2.214

n

2.365

n

2.491

n

1.927

n

Areaaluitbreidingen openbare ruimte Jaarlijks zijn er wijzigingen in de kosten van het onderhoud van de openbare ruimte doordat de stad groeit en (beperkt) door een actualisatie van het bestaande areaal dat in onderhoud is. Hierdoor stijgen de kosten van onderhoud. De kosten van deze areaaluitbreiding worden jaarlijks bij de Kadernota verzameld, afgewogen en verwerkt in het budgettaire kader. Structurele hogere beheerlasten fietsenstallingen De komende jaren worden veel fietsparkeervoorzieningen geopend en zullen er ook beheerlasten zijn. Deze lasten zijn nog niet (volledig) geraamd. Het gaat om bijvoorbeeld huurlasten en beheerlasten van Hudsons Bay en Houtplein. Daarentegen vervallen er kosten vanwege het sluiten van de parkeervoorziening Botermarkt. Per saldo is in 2024 € 150 duizend extra nodig en vanaf 2025 € 350 duizend structureel. Wijzigingen governance en directie MRA Met de vaststelling van de nota “Vaststellen samenwerkingsafspraken Metropoolregio Amsterdam 2021/572281” zijn ook de afspraken rond het beschikbaar stellen van medewerkers aan het MRA bureau geaccordeerd. De gemeentelijke medewerkers dienen ‘om niet’ en naar evenredigheid van de gemeentegrootte / grootte van de deelregio beschikbaar te worden gesteld. Het betreft 1,3 fte voor heel Zuid Kennemerland schaal 13, waarvan 1 fte (€ 116.000) voor Haarlem.

Daarnaast vervalt de financiële dekking van de flexibele schil MRA voor de programma-manager circulaire economie. Deze financiële dekking is structureel ingerekend. Dit betekent een dekkingsverlies van € 58.0000 voor 0,5 fte schaal 13. Omdat de medewerkers werkzaam zijn voor het MRA-bureau (1 fte) of al deel uitmaken van de bestaande formatie (0,5 fte) wordt geen overhead toegerekend en bedraagt het totaal benodigde bedrag € 174.000. Bijstelling budget huur onderwijshuisvesting Het investeringsplan voor onderwijshuisvesting kent een uitvoeringplanning die regelmatig onderhevig is aan wijzigingen. Enerzijds komt dit door de tijdspanne tussen vaststellen van het investeringsplan en de uitvoeringsplanning. Anderzijds doen zich regelmatig situaties voor die buiten Kadernota 2023

32

de invloedsfeer van de gemeente liggen. Tijdens de uitvoeringswerkzaamheden maken scholen gebruik van tijdelijke huisvesting waarvan de kosten zijn opgenomen in de exploitatie. Als de uitvoeringsplanning wijzigt bewegen de kosten voor tijdelijke huisvesting mee. Voor de meerjarenbegroting betekent dit voor de komende jaren een bijraming ten laste van de algemene middelen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en vaste huurkosten. De incidentele extra kosten voor tijdelijke huisvesting bedragen in 2023 € 366 duizend, in 2024 € 502 duizend, in 2025 € 428 duizend en in 2026 een voordeel van € 136 duizend. Omgevingswet Na diverse malen uitstel, treedt de Omgevingswet naar verwachting op 1 januari 2023 definitief in werking. Door de verantwoordelijk minister is inmiddels het ontwerp-Koninklijk Besluit (KB) met de nieuwe inwerkingtredingsdatum aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer. De tijd tot inwerkingtreding is nodig om verder te werken aan de stabiliteit van de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Op basis van een stabiel stelsel kan binnen de gemeente vervolgens het inregelen van de werkprocessen en het oefenen met de systemen starten. Haarlem ligt op schema om in ieder geval overeenkomstig de minimale eisen van de Omgevingswet te kunnen werken, zodra deze in werking treedt.

Niet alleen omdat de Omgevingswet dit vraagt, maar ook omdat onderdelen als integraal werken, ruimte geven voor initiatieven vanuit de samenleving en het creëren van een samenhangend beleidskader, aansluiten bij de ontwikkelingen en ambities die wij als gemeente en organisatie zelf hebben De structurele claims welke op dit moment bekend zijn worden opgevoerd op het moment dat meer duidelijkheid is over de hoogte van de bijdrage van het rijk. Business continuïteit management Omdat wereldwijd het aantal ransomware aanvallen toeneemt, zijn extra maatregelen genomen om de gemeentelijke bedrijfsvoering hiertegen te beschermen. In februari 2022 heeft de gemeenteraad voor dit doel een bedrag van € 1.065.000 voor 2022 ter beschikking gesteld. Omdat deze vorm van criminaliteit sterk stijgt, is het onvermijdelijk dat Haarlem ook na 2022 structureel extra middelen uittrekt om de verdedigingslinie verder te versterken. In het raadsvoorstel van januari jl. was hiervoor al een inschatting gemaakt. Mede op basis van een second opinion is de raming van het structureel benodigde bedrag nog aangescherpt. Voorstel is om in 2023 € 779.000 extra te ramen en vanaf 2024 jaarlijks € 594.000. Door te investeren in security komt extra kritische personele capaciteit beschikbaar waar ook andere digitaliseringsprojecten van profiteren doordat een bottleneck wordt opgeheven. 9.

Autonoom Voortgangsrapportage Voor toelichting wordt verwezen naar de Voortgangsrapportage en de actualisatie van het investeringsplan.

Kadernota 2023

33

Jeugd 2022 Wmo 2022 Incidenteel lagere beheerlasten fietsenstallingen Aanpassing huurbaten en aanhuur Bijstelling budget leerlingenvervoer Voorbereidingskosten boerderijcomplex Noord Akendam Jaarlijkse bijstelling exploitatievergoeding SRO Lager rentesaldo 2022 Herstel schades bruggen en bomen Omgevingswet Capaciteitsuitbreiding ontwikkelprojecten vastgoed Actualisatie aantallen gemeentefonds Actualisatie investeringsplan Stelpost kapitaallasten Totaal Voortgangsrapportage

2022 2.080 -342

2023

2024

2025

2026

n v

-210

v

-180

v

-325 300

v n

-487 300

v n

-473 300

v n

-473 300

v n

-473 300

v n

270

n

267

n

191

n

191

n

191

n

191

n

-700 300 235

v n n

66

n

132

n

66

n

-205 -2.177 2.177 1.448

v v n n

-446 -3.779 3.779 -490

v v n v

-445 -2.039 2.039 -361

v v n v

-448 -1.153 1.153 -430

v v n v

-448 -1.145 1.145 -430

v v n v

10. Reservering autonoom De gemeente krijgt elk jaar te maken met autonome ontwikkelingen, voor deze ontwikkelingen is weinig tot geen keuzemogelijkheid. De ontwikkeling overkomt de gemeente en het college kan beperkt de afweging maken om deze middelen wel of niet toe te kennen. Het spreekt van goed financieel beleid om voorafgaand aan de afwegingen en keuzes een reservering te maken voor de ontwikkelingen die bij de en Programmabegroting 2023-2027 kenbaar zullen worden. Gebaseerd op werkelijke bedragen voor deze ontwikkelingen in het afgelopen jaar en de autonome ontwikkelingen van de Kadernota 2023 en Voortgangsrapportage 2022 wordt een bedrag van € 2 miljoen gereserveerd voor autonome ontwikkelingen. 11. Reeds besloten: opkoopbescherming De Huisvestingswet is in 2021 gewijzigd waardoor het voor gemeenten mogelijk is om koopwoningen te beschermen voor opkopen en verhuren door investeerders(opkoopbescherming). Voor de invoering en uitvoering van handhaving van de opkoopbescherming is een bedrag van €10.000 incidenteel en €61.000 structureel beschikbaar gesteld (2021/673255). 12. Taakstelling effectiever accommodatiegebruik culturele instellingen Het niet ingevulde deel van de taakstelling effectiever accommodatiegebruik culturele instellingen is nog niet verwerkt. Dit betreft het verduurzaming bibliotheek van € 80.000 in 2023 en 2024. 13.

Hoeveelheidsverschillen reserve groei Voor toelichting wordt verwezen naar de Voortgangsrapportage, hoofdstuk 3.

Kadernota 2023

34

14. Dotatie reserve groei voor voorbereidingskosten Bushub Europaweg en gebiedsontwikkeling Stationsgebied Voor toelichting wordt verwezen naar de Voortgangsrapportage, hoofdstuk 3. 15. Maatregelen noodsteun corona eerste helft 2022 Voor toelichting wordt verwezen naar de Voortgangsrapportage hoofdstuk 3. 16. Aanpassing BUIG 2022 Voor toelichting wordt verwezen naar de Voortgangsrapportage hoofdstuk 3. 17. Indexatie De begroting wordt opgesteld conform de richtlijn van de begroting (2022/563794). De indexatie is onderdeel van de richtlijn en wordt verwerkt in de kadernota. In het financieel kader voor de coalitievorming zijn verschillende scenario’s uitgewerkt met betrekking tot de indexatie. Gezien de inflatieontwikkelingen is in de kadernota gekozen om een indexatie van 4,5% te hanteren voor materiele uitgavenstijging en belastingen en overige eigen inkomen. Met betrekking tot de baten en lasten van vastgoed en de doorwerking van inflatie aan beide zijden kan worden opgemerkt dat een aanhoudende hoge inflatie, dan wel verdere stijging hiervan, kan leiden tot meer of minder kostendekkendheid van huren, waarbij een deel mogelijk doorwerkt op de begroting van de gemeente (voor zover het gaat over gemeentelijk bezit). De programmabegroting wordt hiervoor het volgende ijkmoment. De hogere indexatie werkt door in de woonlasten, voor toelichting wordt verwezen naar paragraaf 5. 18.

Herijking gemeentefonds De middelen van het gemeentefonds worden via een verdeelmodel aan de gemeenten toegekend. Het huidige model is verouderd en stamt uit 1997. Inmiddels hebben gemeenten nieuwe taken gekregen waardoor herijking van het model nodig is. In maart 2019 zijn de fondsbeheerders van het ministerie van Binnenlandse Zaken samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gestart met het onderzoek naar de herijking van het verdeelmodel. In februari 2021 heeft de minister van Binnenlandse Zaken de Raad aan het Openbaar Bestuur (ROB) advies gevraagd over het nieuwe voorstel voor het verdeelmodel. Met dit verzoek werden ook de eerste herverdeeleffecten tussen gemeenten bekend. Zodoende is in de Kadernota 2022 een voordeel van € 2,4 miljoen geraamd vanaf 2023. Later zijn de gegevens van het model geactualiseerd, van 2017 naar 2019, dit heeft geleid tot een bijstelling van € 0,9 miljoen negatief voor Haarlem, dit is verwerkt in de Programmabegroting 2022-2026. De huidige ramingen gaan daarmee uit van een voordeel van ongeveer € 1,5 miljoen structureel vanaf 2023. In december 2021 heeft opnieuw een herberekening plaatsgevonden, waarbij het lijkt alsof het voordeel voor Haarlem kan stijgen. Gezien de terugkerende schommelingen bij de actualisatie van (de gegevens vanuit) het nieuwe model is er voor gekozen om dit positieve effect nog niet te ramen.

Het daadwerkelijke nieuwe verdeelmodel van het Gemeentefonds inclusief de gevolgen voor de gemeente worden naar verwachting bekend in de Meicirculaire 2022, verwerking van deze (afwijkende) effecten vindt plaats in de Programmabegroting 2023-2027. 19. Schrappen algemene taakstelling Alvorens de meer jaren begrotingsruimte wordt weergegeven wordt de nog bestaande algemene taakstelling afgetrokken. Kadernota 2023

35

Besluit: 1. De financiële consequenties, van de onontkoombare uitgaven, meerjarig te ramen en deze financieel technisch te verwerken in de begroting 2023. 2. De meerjarige consequenties en structurele doorwerking van de Voortgangsrapportage 2022 (paragraaf 3) te verwerken in de begroting 2023. 3. Het uitgangspunt voor materiele uitgavenstijging en belastingen en overige eigen inkomsten, in afwijking van de richtlijn van de begroting, aan te passen naar een indexering van 4,5%. 4. De algemene taakstelling van € 3 miljoen in 2023 en € 4 miljoen vanaf 2024 e.v. te laten vervallen en ten lasten te brengen aan de algemene middelen.

2.3 Ontwikkeling reserves Algemene reserve

2022

2023

2024

2025

2026

Stand per 1-1

-34.210 v

-53.515 v

-53.785 v

-53.663 v

-53.663 v

Saldi meerjarenbegroting

-2.691 v

-1.146 v

Extra middelen jeugd

-6.000 v

Dotatie t.b.v. bestemming resultaat 2021:*

-7.619 v

Dotatie restant resultaat 2021:*

-16.817 v

(Voorgenomen) dotaties

-33.127 v

0 v

0 v

0 v

Saldi meerjarenbegroting

5.000 n

Bestemming resultaat 2018 (Kadernota 2019)

50 n

Terugdraaien onttrekking reserve Vastgoed

1.000 n

Voormalig reserve Sociaal domein

-1.146 v

50 n

627 n

473 n

Diverse voorstellen t.l.v. rekeningresultaat 2021*

7.144 n

353 n

122 n

(Voorgenomen) onttrekkingen

13.821 n

876 n

122 n

0 n

0 n

Stand per 31-12

-53.515 v

-53.785 v

-53.663 v

-53.663 v

-53.663 v

* Over de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2021 wordt bij deze Kadernota 2023 besloten Reserve Groei van de stad

2022

2023

2024

2025

2026

Stand per 1-1

-712 v

-1.278 v

-1.045 v

-1.187 v

-819 v

Dotatie meerjarenraming

-897 v

-1.133 v

-1.156 v

-451 v

Hoeveelheidsverschillen gemeentefonds (lagere dotatie)*

897 n

791 n

814 n

451 n

Extra dotatie hoeveelheidsverschillen gemeentefonds*

-1.847 v

Voorbereidingskosten Bereikbare Steden*

-1.215 v

(Voorgenomen) dotaties

-3.062 v

-342 v

-342 v

0 v

0 v

368 n

819 n

Woningbouwinitiatieven Pilot stadsbrede uitbreiding huurderssteunpunt

75 n 100 n

Hoeveelheidsverschillen gemeentefonds*

1.881 n

Voorbereidingskosten Bereikbare Steden *

440 n

575 n

200 n

(Voorgenomen) onttrekkingen

2.496 n

575 n

200 n

368 n

819 n

Stand per 31-12

-1.278 v

-1.045 v

-1.187 v

-819 v

0 v

*Betreft voorstellen waarover bij de Voortgangsrapportage 2022 wordt besloten

Kadernota 2023

36

2.4 Bestemming rekeningresultaat 2021 Het rekeningresultaat 2021 bedraagt € 32,1 miljoen positief. Bestemmingsvoorstel Jaarrekening 2021 Resultaat

-32.094 v

Besluiten reeds genomen: Besluit besteding TONK middelen

1.800

Besteding ICT-middelen

1.065 2.865 n

Voorstellen: Regiogelden personen met verward gedrag

285

Regionale middelen Opvang, wonen en herstel September- en Decembercirculaire 2021

2.235

Regionale middelen arbeidsmarktbeleid

2.236

Mantelzorgbeleid, pilot verbeteren toegang mantelzorgregelingen

50

Kwaliteitsborging bouw- en woningtoezicht

95

DU Cultuur lokaal septembercirculaire € 569.000 en DU lokaal cultuur aanbod € 477.000

1.046

Vergroten veiligheid Reinaldapark

125

Havendienst RI&E budget

82

Frans Hals Museum depot

250

Duurzaamheid

370

Corona Herstelpakket

254

Bereikbare steden

200

Ondertussengroep inburgering

66

Extra inzet schulddienstverlening

110

Cruyff-Krajicek court in Schalkwijk

192

Versterken arbeidsmarktcommunicatie en werving personeel

750

Projectbudget voor uitvoering onderzoek Frans Hals museum

50

TONK (tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten)

579

Inzet versterkers handhaving

250

Slachthuisbuurt Zuidstrook Blok II

2.500

KOT (Kinderopvangtoeslag affaire)

458

Uitvoeringsagenda Woonvisie

230 12.412 n

Resterend saldo

-16.817 v

Kadernota 2023

37

Bestemming rekeningresultaat: 1. Besluit besteding TONK-middelen (€ 1.800.000) Bij het raadsstuk (2022/67024) “Haarlem biedt financieel kwetsbare inwoners ondersteuning bij hoge energielasten” is besloten om vooruitlopend op de bestemming van het rekeningresultaat 2021 een bedrag van € 1,8 miljoen overgebleven TONK-gelden beschikbaar te stellen voor het budget bijzondere bijstand. 2. Besteding ICT-middelen (€ 1.065.000) Bij het raadsstuk (2022/5626) is besloten om € 1.065.000 beschikbaar te stellen voor ICT middelen vooruitlopend op de bestemming van het rekening resultaat. 3. Regiogelden personen met verward gedrag (€ 285.000) Bij de decembercirculaire is € 285.000 beschikbaar gekomen voor “Versterken dienstverlening gemeenten: personen met verward gedrag”. Deze Decentralisatie Uitkering ontvangt Gemeente Haarlem als centrumgemeente voor het zorg- en veiligheidshuis. Deze middelen worden beschikbaar gesteld aan het zorg en veiligheidshuis. De bestuurlijke regiegroep van het zorg en veiligheidshuis en de bestuurscommissies VRK gaan over de inhoudelijke invulling van het geld. Omdat daarbij het bedrag van € 285.000 wordt toegekend in 2022 wordt hierbij verzocht om resultaatbestemming. 4.

Regionale middelen Opvang, wonen en herstel September- en Decembercirculaire 2021 (€ 2.234.682) In de Septembercirculaire is de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang met € 17.458 naar beneden bijgesteld. De verdeling voor 2021 is ten opzichte van de Meicirculaire gewijzigd door het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstaven. In de Decembercirculaire is € 1.708.140 aan middelen ontvangen als dekking voor de meerkosten door het coronavirus in de maatschappelijke opvang 2021. Om de continuïteit van zorg voor cliënten in de maatschappelijke opvang tijdens en na de coronamaatregelen te garanderen, zijn er in 2021 extra kosten gemaakt voor bijvoorbeeld het realiseren van extra opvanglocaties/-plekken. Deze extra kosten zijn gedekt uit de regionale reserve Opvang, Wonen en Herstel. In de Septembercirculaire is € 334.000 toegevoegd aan de IU Beschermd wonen en in de Decembercirculaire is hier nog eens € 215.000 aan toegevoegd. Deze middelen zijn bedoeld voor de continuïteit van de zorg voor cliënten. In de Septembercirculaire is de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang met € 14.000 naar beneden bijgesteld. Daarnaast is in de Decembercirculaire € 9.000 aan extra middelen binnen gekomen voor de extra kosten voor de Vrouwenopvang door het coronavirus in 2021.

Alle (per saldo) extra middelen voor Beschermd wonen, Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang ontvangt Haarlem als centrumgemeente. Deze middelen moeten, conform de bestaande afspraken, verrekend worden met de regionale reserve Opvang, wonen en herstel. Omdat de middelen uit de Septembercirculaire en Decembercirculaire niet verwerkt zijn in de P&Cdocumenten zijn deze middelen op programma 7 terechtgekomen. Vanuit dit programma wordt niet afgerekend met de reserve waardoor de middelen vrijvallen in het resultaat. Voorgesteld wordt om deze middelen van in totaal € 2.234.682 via resultaatbestemming toe te voegen aan de reserve Opvang, wonen en herstel. 5. Regionale middelen arbeidsmarktbeleid (€ 2.235.547) De gemeente Haarlem heeft in 2020 en in 2021 als centrumgemeente verschillende regionale middelen ontvangen. Het gaat daarbij om: • Middelen voor versterking van de arbeidsmarktregio Kadernota 2023

38

• •

Middelen in het kader van Perspectief op Werk Middelen in het kader van crisisdienstverlening (waaronder aanpak Jeugdwerkloosheid)

In de Jaarrekening 2020 zijn de niet-bestede regionale budgetten bestemd voor 2021. Ook in 2021 zijn deze middelen voor een groot deel niet besteed. Hiervoor zijn verschillende oorzaken te benoemen. Sommige projecten zijn vertraagd als gevolg van corona, of kennen een gefaseerde uitrol. Daarnaast zijn veel coronaherstelmiddelen- en bijbehorende kaders pas in de loop van 2021 vrijgekomen. Tot slot is een deel van de middelen ontvangen voor de uitvoering over meerdere jaren. Het gaat om tijdelijke middelen bestemd voor de hele regio en gekoppeld aan de opdracht voor de gemeente Haarlem om deze te besteden in samenwerking met sociale partners en andere gemeenten. Voor de komende jaren zijn in dit kader regionale bestedingen gepland. Om de middelen voor de regio beschikbaar te houden en jaarlijkse overhevelingen te voorkomen wordt bij de Kadernota 2023 voorgesteld hiervoor een aparte bestemmingsreserve “regionaal arbeidsmarktbeleid” in te stellen en het saldo van 2021 hieraan toe te voegen. 6. Mantelzorgbeleid, pilot verbeteren toegang mantelzorgregelingen (€ 50.000) Het ministerie van VWS heeft eenmalig aan een aantal gemeenten geld beschikbaar gesteld dat zij kunnen inzetten voor activiteiten ter versterking van het lokale mantelzorgbeleid.

De gemeente Haarlem heeft in de Decembercirculaire 2021 een bedrag van € 50.000 toegekend gekregen om de toegang tot mantelzorgregelingen te verbeteren. In Haarlem zetten we dit geld in 2022 in om op basis van een onderzoek met een concreet voorstel te komen om (de toegang tot) logeervoorzieningen te verbeteren. Dit dient als basis voor de verwerving van logeeropvang vanaf 2023. 7. Kwaliteitsborging bouw- en woningtoezicht (€ 95.000) De wet kwaliteitsborging bouw brengt met zich mee dat het toezicht op de technische uitvoering van bouwprojecten overgelaten wordt aan de markt. Dit houdt in dat er ook voor de gemeente een nieuwe taak bij komt. In het systeem zitten nog wat meldingen verwerkt, waar actief op gehandeld moet worden. De wet kwaliteitsborging bouw treed gelijk in werking met de omgevingswet. Dat houdt in dat de inwerkingtreding ook recentelijk is uitgesteld, en dus niet per 1 juli 2022 start. Er van uitgaande dat dit per 1 oktober 2022 of 1 januari 2023 zal zijn is er in 2022 nog veel werk te verzetten in het opleiden van mensen hoe om te gaan met deze nieuwe taak. Het inregelen van werkprocessen is ook nog in volle gang. Vanuit het ministerie is de oproep gedaan om proefprojecten te starten. Dit vergt ook extra inzet, en meefinancieren van de kosten van deze proefprojecten. 8.

DU Cultuur lokaal septembercirculaire € 569.000 en DU lokaal cultuur aanbod € 477.000 (€ 1.046.000) Tegenover de in 2021 genomen maatregelen stonden Rijksmiddelen ter ondersteuning van de lokale culturele sector, ontvangen over de eerste helft van 2021. Bij de bestedingsvoorstellen is verwezen naar de nog te ontvangen middelen via de septembercirculaire. Bij het steunpakket van begin 2022 zijn rijksmiddelen uit de september- en decembercirculaire ook meegenomen. Net als in de afgelopen twee jaar is nog niet met zekerheid te zeggen hoe de situatie met betrekking tot corona zich zal ontwikkelen. En in hoeverre het steunpakket eerste helft 2022 voldoende ondersteuning gaat bieden. De prognose voor 2022 blijft onzeker, onder meer wat betreft publieksbereik en -inkomsten. De noodzaak van verdere steunmaatregelen wordt bepaald in het voorjaar, na indienen van jaarrekeningen en op basis van geactualiseerde begrotingen 2022 van de gesubsidieerde instellingen. Kadernota 2023

39

9. Vertraging proces aanpak Reinaldapark, afronding in 2022 (€ 125.000) Op verzoek van de raad is de buurt actief betrokken bij de aanpak. Tijdens het participatietraject is het niet gelukt om een eenduidig beeld te verkrijgen van de aard en omvang van overlast in het Reinaldapark en de gewenste maatregelen. Daarom is eind 2021 onder 7.700 huishoudens een enquête uitgezet. Op grond van alle informatie zal begin 2022 een collegebesluit volgen over de aanpak. Daarom is het van belang het hiervoor beschikbaar gestelde budget in 2021 van € 125.000 over te hevelen naar 2022, zodat het kan worden gebruikt om de te nemen maatregelen waarover het college nog zal besluiten te realiseren. Bij de behandeling van de locatiekeuze Domus Plus heeft de raad het college middels een motie verzocht om direct aan de slag te gaan met de huidige veiligheidsissues in het Reinaldapark. 10. Havendienst RI&E budget (€ 82.000) Bij de implementatie van de RI&E-maatregelen is regelmatig meer technisch onderzoek nodig dan vooraf ingeschat. Hierdoor worden enkele maatregelen die gepland waren in 2021 nu in 2022 uitgevoerd. 11. FHM depot (€ 250.000) In de Bestuursrapportage 2021 is € 250.000 beschikbaar gesteld voor collectiebeheer Frans Hals Museum, voor de registratie en uithuizing van de collectie opgeslagen bij Baars. Het project start in 2022. 12.

Duurzaamheid (€ 370.000) Er is sprake van een totale onderschrijding van € 370.000. Van dat bedrag dient € 140.000 voor de Regeling Reductie Energiegebruik woningen doorgezet te worden naar 2022 omdat dit budget door het Rijk is gegeven voor 2021 en 2022. De regeling loopt dus nog door in 2022. In 2021 is voor de warmtetransitie € 120.000 rijksbijdrage ontvangen waardoor extra activiteiten uitgevoerd konden worden. Deze activiteiten zijn wel in kaart gebracht maar konden mede door corona niet allemaal worden uitgevoerd. Dit zal in 2022 plaatsvinden. Daarnaast zijn wederom door de coronamaatregelen projecten achtergebleven waardoor € 50.000 voor duurzaamheidsadvies ten aanzien van deze projecten en diverse acties voor bewoners en ondernemers (€ 60.000) in 2021 niet besteed zijn. De middelen van € 50.000 en € 60.000 zullen in 2022 alsnog ingezet gaan worden. 13. Corona Herstelpakket (€ 254.000) In 2021 is het nog niet mogelijk geweest gebruik te maken van cofinanciering bij de provincie voor inzet op sociaal-maatschappelijke maatregelen (€ 150.000) omdat de regeling hiervoor nog niet is opengesteld. Daarnaast hebben de coronabeperkingen aan het einde van het jaar gezorgd voor minder inzet vanuit het corona initiatievenbudget. Voorgesteld wordt om de onderbesteding van € 254.000 over te hevelen naar 2022 en toe te voegen aan het budget voor het herstelpakket in 2022 à € 500.000.

Dan kan de aanvraag voor cofinanciering bij de provincie worden ingediend en kunnen initiatieven vanuit de stad langer worden ondersteund. 14. Bereikbare Steden (€ 200.000) Haarlem heeft de afgelopen jaren de samenwerking in MRA en G40 verband geïntensiveerd. Dit heeft tot een aantal mooie (regionale) projecten geleid, omvangrijke externe subsidies en een betere positionering van onze stad. Met het beschikbaar stellen van incidentele middelen voor het intensiveren en professionaliseren van belangenbehartiging en lobby heeft Haarlem een mooie stap gezet met het vaststellen van de Nota Versnellers Duurzaam doen.

Kadernota 2023

40

Voor de gebiedsontwikkeling in de ontwikkelzones en OV-knooppunten draait Haarlem samen met acht andere gemeenten mee in het project Bereikbare steden van rijk-MRA-Haarlem. Doel van dit project is om samen met onze partners (o.a. provincie, regiogemeenten, ProRail, NS, Rijk, VRA en marktpartijen) de woningbouwopgave te versnellen en het inhoudelijk en financieel mogelijk maken van de drie OV knooppunten (en gebiedsontwikkeling rondom) Nieuw-Zuid, Stationsgebied en Oostpoort. Om dit project ook in 2022 voort te kunnen zetten is – net als in 2021 - een projectbudget nodig. Dit budget wordt ingezet voor externe inhuur voor specifieke deskundigheden (bv mobiliteit en projectmanagement) en concrete lobbyactiviteiten en het creëren van ‘reuring’ in de stad. Meer dan de helft van de kosten voor externe inhuur wordt gedekt uit het budget voor de flexibele schil van de provincie. Voorgesteld wordt om van € 200.000 beschikbaar stellen voor Bereikbare steden. 15. Ondertussengroep inburgering (€ 66.050) Het College wil inburgeraars die vallen onder de oude wet Inburgering zoveel mogelijk gelijke kansen bieden en van gelijk aanbod voorzien als de inburgeraars onder de nieuwe wet Inburgering.

Daarom biedt het college ook een brugklasprogramma aan en adviseren we deze groep zoveel mogelijk gebruik te maken van het nieuwe inburgeringsaanbod en taalonderwijs bij de gecontracteerde aanbieders te volgen. Dit is ook toegezegd aan de gemeenteraad en de participatieraad. De afgelopen 2 jaar heeft het inburgeringsonderwijs niet altijd doorgang kunnen vinden. Daardoor hebben veel inburgeraars achterstanden opgelopen. Om in 2022 alle mogelijkheden te kunnen blijven bieden voor de inburgeraars onder de oude wet, wordt voorgesteld om het in 2021 niet gebruikte budget voor de ondertussengroep te bestemmen voor 2022. 16. Extra inzet schulddienstverlening (€ 110.000) Vanuit de coronareserve is bij de Voortgangsrapportage 2021 € 354.000 beschikbaar gesteld ten behoeve van extra inzet budgetcoaches. Bij de Bestuursrapportage 2021 is voorzien dat hiervan € 225.000 benodigd zou zijn in 2021 en € 129.000 in 2022. Bij deze inschatting is voorzien in de afloop van corona-steunmaatregelen door het rijk in 2021. Bij nader inzien zijn als gevolg van de nieuwe opleving van het coronavirus ook de steunmaatregelen voortgezet en bleek er in 2021 minder extra budgetondersteuning nodig. Na het beëindigen van de rijkssteun wordt nog wel een grote hausse aan schuldenproblematiek verwacht. Daarom wordt voorgesteld om het niet bestede budget à € 110.000 beschikbaar te stellen voor 2022. 17.

Cruyff-Krajicek court in Schalkwijk (€ 192.000) Bij de Voortgangsrapportage 2021 en de Bestuursrapportage 2021 is € 680.000 beschikbaar gesteld voor extra activiteiten en voorzieningen voor jongeren tijdens corona. Een overzicht hiervan is gedeeld met de raad via een raadsinformatiebrief (2021/169956) van 23 maart 2021. Van deze middelen is een bedrag van €192.000 bestemd voor een nieuw Cruyff-Krajicek court in Schalkwijk. De plannen en besluitvorming voor de Cruyff-Krajicek courts in Schalkwijk zitten nog in de inspraakprocedure en konden daardoor nog niet gerealiseerd worden. De planning voor realisatie van de Cruyff-Krajicek courts staat nu op 2022 (behoudens bezwaarschriften). Daarom wordt voorgesteld deze €192.000 via resultaatbestemming naar 2022 over te hevelen zodat het court in 2022 gerealiseerd kan worden.

Kadernota 2023

41

18. Versterken arbeidsmarktcommunicatie en werving personeel (€ 750.000) Op verschillende beleidsvelden blijven middelen over als gevolg van het niet invullen van vacatures door krapte op de arbeidsmarkt. Daarnaast resteren er middelen op het opleidingsbudget vanwege uitval door de coronamaatregelen. Gelet op de krappe arbeidsmarkt ook in het openbaar bestuur wordt ingezet op het versterken en zichtbaar maken van het werkgeversmerk van de organisatie, alsook inzet op actieve recruitment. Traineeships hebben afgelopen jaren bijgedragen aan het opleiden en laten instromen van talent binnen de organisatie. Een organisatie-brede traineepool en een traineepool gericht op het fysiek domein worden opgezet voor de komende twee jaar. Daarom wordt voorgesteld € 750.000 van het rekeningresultaat te bestemmen voor het vergroten van de instroom van medewerkers. 19. Projectbudget voor uitvoering onderzoek Frans Hals museum (€ 50.000) In 2021 is € 50.000 aan projectbudget voor uitvoering onderzoek Frans Hals museum beschikbaar gesteld dat niet meer kon worden uitgevoerd. De medewerker die dit onderzoek zal uitvoeren is begin 2022 gestart waardoor deze middelen in 2022 wel ingezet zullen worden. 20. TONK (tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten) (€ 578.689) In 2021 is er minder gebruik gemaakt van de TONK regeling dan dat er middelen vanuit het rijk zijn verstrekt.

In 2022 wordt nog een geringe uitgave verwacht op basis van de regeling 2021. De TONK was bedoeld voor huishoudens die door de coronasituatie te maken kregen met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke kosten niet meer konden voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas boden. Hiermee ligt de TONK regeling in lijn met de doelstelling van het minimabeleid. Voor het minimabeleid/bijzonder bijstand is een stijgende trend te zien van kosten gelijk aan die van de bestedingsvoorwaarden van de TONK, vooral wat betreft de bijstand voor woonlasten. Daarboven is er voor langere tijd sprake van een problematische stijging van de energiekosten. Voor 2022 is voor schrijnende energiearmoede een voorstel gedaan met het raadsstuk Haarlem biedt financieel kwetsbare inwoners ondersteuning bij hoge energielasten. De vooruitzichten op stabiele of dalende prijzen op de energiemarkt worden steeds ongunstiger. De verwachting is dat in de komende periode (mogelijk ook na 2022) vanuit minimabeleid/bijzondere bijstand hierop extra financiële ondersteuning nodig zal zijn. Daarom wordt voorgesteld het saldo 2021 van de TONK toe te voegen aan de middelen voor minimabeleid en bijzondere bijstand en de extra uitgaven 2022 voor energiekosten hieruit te dekken. 21.

Inzet versterkers handhaving (€ 250.000) Met de versterkers is afgesproken om eerdere bezuinigingen op handhaving weer tijdelijk terug te draaien en het handhavingsbudget gedurende 3 jaar met 250.000 euro te vergroten. Met dit budget worden extra handhavers ingehuurd. Daarom kunnen de middelen naar verwachting ingezet worden in 2022 om handhaving te versterken en wordt verzocht om het incidentele budget uit 2021 over te hevelen naar 2022. Met een grote inhuurpool kunnen pieken in de lente en zomer worden opgevangen en extra acties worden gehouden. Tevens is de inhuurpool een goede kweekvijver voor nieuw aan te trekken handhavers. Bij gebleken geschiktheid komen de handhavers in dienst van de gemeente. 22. Slachthuisbuurt Zuidstrook Blok II (€ 2.500.000) In het raadsstuk "Afsluiten grondexploitaties Transformatieprojecten" (2015/394907) is aangegeven dat de boekwaarde Slachthuisbuurt Zuidstrook Blok II toegevoegd zou worden aan de reserve leefomgeving en dat jaarlijks de positieve resultaten van de transformatieprojecten toegevoegd en de negatieve resultaten onttrokken zouden worden aan deze reserve. De reserve wordt aangewend voor de verbetering van de leefomgeving. Aangezien het toevoegen van de verkoopopbrengsten niet Kadernota 2023

42

als expliciet besluitpunt is opgenomen in het raadsstuk kunnen de middelen niet direct worden toegevoegd aan de reserve leefomgeving. In 2021 is de verkoop Slachthuisbuurt Blok II gerealiseerd. De opbrengst van deze grondverkoop (inclusief de dotatie aan de reserve leefomgeving) is niet opgenomen in de begroting. Dit leidt tot een voordeel van € 2.5 miljoen. Voorgesteld wordt om via resultaatbestemming deze opbrengst alsnog te doteren aan de reserve Leefomgeving. 23. KOT (Kinderopvangtoeslag affaire) (€ 457.683) In de KOT-regeling ontvangt de gemeente middelen voor de uitvoering van begeleiding van KOTgedupeerden en het regelen van vrijstellingen van schulden. Daarnaast worden alle ingekochte trajectkosten en verleende vrijstellingen voor deze doelgroep vergoed. De looptijd van het project is van 2021 tot en met maximaal 2025. Een deel van de inkomsten in 2021 betreft vergoedingen voor uitgaven die zich in de hele projectperiode voordoen. Omdat onzeker is tot hoeveel uitvoeringskosten deze regeling nog leidt, wordt voorgesteld de niet bestede middelen toe te voegen aan een nieuwe bestemmingsreserve KOT voor de periode 2022-2025, waarmee in die periode de resultaten KOT verrekend kunnen worden. Bij de Kadernota 2023 wordt een voorstel gedaan om de reserve KOT in te stellen. 24.

Uitvoeringsagenda Woonvisie (€ 230.000) De meicirculaire 2021 heeft geleid tot een incidenteel voordeel voor de jaren 2021 en 2022. Voor de uitvoeringsagenda woonvisie zijn middelen beschikbaar gesteld bij de Bestuursrapportage 2021. De middelen zijn bedoeld voor de gehele periode van de uitvoeringsagenda Woonvisie en hadden daarom aan de reserve Wonen gedoteerd moeten worden. Deze middelen zijn derhalve nog niet volledig uitgegeven in 2021. Om de middelen beschikbaar te houden voor de uitvoeringsagenda woonvisie wordt voorgesteld om deze toe te voegen aan de reserve wonen.

Resterend saldo Voorgesteld wordt het resterend saldo na bestemming (€ 16,8 miljoen) te doteren aan de Algemene reserve.

Besluit 1. In te stemmen met de bestemmingsvoorstellen jaarrekeningresultaat 2021 tot een totaalbedrag van € 12.412.000 (paragraaf 2.3). 2. Het restant jaarrekeningresultaat 2021 na bestemming € 16.817.000 te doteren aan de algemene reserve (paragraaf 2.3).

Kadernota 2023

43

3 Voortgangsrapportage 2022 3.1 Inleiding en samenvatting In de voortgangsrapportage worden de wijzigingen op het lopende jaar gepresenteerd. Ook de structurele doorwerking van deze wijzigingen wordt weergegeven in de voortgangsrapportage. Echter, het besluit over de structurele toekenning middelen voor de posten 2023 e.v. volgt in de Kadernota 2023. Dat maakt dat besluitvorming t.a.v. de voortgangsrapportage enkel betrekking heeft op 2022. De voortgangrapportage 2022 resulteert in een voordeel van € 3,2 miljoen. De verslechteringen in het huidige jaar zijn in totaal € 8,5 miljoen, waarvan de scenarioanalyse Jeugd/wmo met € 1,8 miljoen, de steunmaatregelen corona € 2,3 miljoen en de hoeveelheidsverschillen van de reserve groei € 1,8 miljoen de grootste nadelen zijn. De verbeteringen zijn voor 2022 totaal € 11,7 miljoen, voornamelijk veroorzaakt door de verwerking van de Septembercirculaire (€ 9,0 miljoen voordeel). De structurele doorwerking van de Voortgangsrapportage 2022 wordt besloten bij de Kadernota 2023, maar weergegeven in de Voortgangsrapportage 2022. De scenarioanalyses Jeugd en Wmo zijn incidenteel opgenomen in de voortgangsrapportage. De structurele doorwerking en de begrotingsmethode zijn onderdeel van de coalitievorming.

Leeswijzer Eerst wordt de samenvatting van de budgettaire wijzigingen gepresenteerd. In paragraaf 3.3 wordt nader ingegaan op de steunmaatregelen m.b.t. corona en bijbehorende voorstellen. In paragraaf 3.4 worden de wijzigingen per programma weergegeven. Door de vaststelling van deze wijziging keurt de raad de gewijzigde budgetten en de reservemutaties in de begroting 2022 goed. Ook wordt de bestemming jaarrekeningresultaat 2021 en de wijzigingen uit het Investeringsplan verwerkt. Voor toelichting wordt verwezen naar Bestemming jaarrekeningresultaat 2021 (paragraaf 2.4) en Investeringsplan 4.1.

Kadernota 2023

44

3.2 Samenvatting budgettaire wijzigingen Budgettair effect; v (-) is voordelig; n is nadelig Pr. Omschrijving budgettaire wijzigingen

2022

2023

2024

2025

2026

Verslechteringen

1 1 2 2 4 4 5 7

3 5 5 7 7 7 div div

Budgettair effect wijzigingen corona (per saldo):

2.260 n

Onvermijdelijk bijstelling budget leerlingenvervoer Jaarlijkse bijstelling exploitatievergoeding aan SRO Trendanalyse Jeugd/Wmo Voorbereidingskosten Skaeve Huse Omgevingswet Voorbereidingskosten Bereikbare Steden Herstel schades bruggen en bomen Hoeveelheidsverschillen reserve groei

300 267 1.738 270 235 1.215 300 1.847

n n n n n n n n

300 n 191 n

300 n 191 n

300 n 191 n

300 n 191 n

pm

pm

pm

pm

Overige verslechteringen Subtotaal verslechteringen

66 n 8.498 n

132 n 623 n

66 n 557 n

491 n

491 n

Verbeteringen Aanpassing BUIG 2022 Incidenteel lagere beheerlasten fietsenstallingen Aanpassing huurbaten en aanhuur Lager rentesaldo 2022 Business continuïteit management Actualisatie aantallen gemeentefonds Septembercirculaire gemeentefonds 2021 Decembercirculaire gemeentefonds 2021

-626 -210 -325 -700 -288 -205 -8.968 -359

-6.317 v -180 v -487 v

-473 v

-473 v

-473 v

-446 v -6.473 v

-445 v -6.473 v

-448 v -7.153 v -1 v

-448 v -7.662 v 2 n

Overige verbeteringen Subtotaal verbeteringen

-1 v -11.680 v -13.903 v

-1 v -7.392 v

-1 v -8.075 v

-1 v -8.582 v

Resultaat Voortgangsrapportage 2022

-3.182 v -13.281 v

-6.835 v

-7.584 v

-8.092 v

v v v v v v v v

3.3 Financiële gevolgen coronacrisis Inleiding In de raadsvergadering van februari jl. is een voorstel aan de orde geweest met steunmaatregelen corona voor de eerste helft van 2022 (2022/68733). In deze paragraaf is een update opgenomen voor het onderwerp steunmaatregelen corona. De volgende onderwerpen komen aan de orde: - Beschikbare middelen voor steunmaatregelen corona - Financiële verwerking nota februari 2022 - Updates en aanvullende maatregelen vanuit thema’s Beschikbare middelen voor steunmaatregelen corona Voor de dekking van de kosten van de steunmaatregelen is eind 2020 de reserve steunmaatregelen corona ingesteld. In de reserve zit een bedrag van afgerond € 6,2 miljoen. Van dit bedrag is bijna € 5,2 miljoen gereserveerd voor ontvangen Rijksbijdragen om de uitvoeringskosten van de Tozoregeling te kunnen dekken en eerder vastgestelde meerjarige maatregelen voor cultuur en de sociale basis uit te kunnen voeren. Deze middelen zijn daarom niet vrij inzetbaar. Het vrij inzetbare bedrag Kadernota 2023

45

binnen de reserve steunmaatregelen is derhalve € 1 miljoen (€ 6,2 miljoen - € 5,2 miljoen). In onderstaand cijferoverzicht is aangegeven hoe dit bedrag tot stand is gekomen. Reserve Steunmaatregelen Corona

2022

2023

2024

Startbanenplan - Leerwerktrajecten met baangarantie Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (TOZO) Cultuursubsidies Dekking taakstelling "effectiever accommodatiegebruik culturele instellingen" Totaal gelabelde gelden

330 n 2.617 n 500 n

218 n 500 n

218 500 n

170 n

170 n

3.617 n

888 n

718 n

2025

2026

0 n

0 n

Naast deze reeds bestaande reserveringen uit 2021 zijn bij de nota ‘steunmaatregelen corona 1e helft 2022’ (2022/68733) nieuwe maatregelen vastgesteld die ten laste komen van de reserve steunmaatregelen corona. Aangezien in de nota is opgenomen om deze maatregelen financieel te verwerken bij de Voortgangsrapportage 2022 zijn deze maatregelen nog niet afgetrokken van het beschikbare saldo. Financiële verwerking nota februari 2022 De raad heeft met het raadsvoorstel coronasteunmaatregelen eerste helft 2022 maatregelen vastgesteld voor afgerond € 4,4 miljoen waarvan een deel ten laste van de reserve steunmaatregelen komt (€ 2,3 miljoen) en een deel ten laste van de algemene middelen (€ 2,2 miljoen). Het bedrag wordt ingezet voor de volgende maatregelen: Categorie Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Evenementen Sport Sport Sport Sport Sociaal maatschappelijk Sociaal maatschappelijk Werk, inkomen, schulden Werk, inkomen, schulden Verbonden partijen

Onderwerp

Ondersteuning amateurkunst Huurders gemeentelijke accommodaties Noodsteun aan niet-gesubsidieerde organisaties Publiekscampagne Patronaat/Slachthuis Steun aan de makers en culturele zelfstandigen Continuering van de projectmedewerker corona Fight Club Haarlem Evenementen Huurders gemeentelijke accommodaties Huurders binnensport (niet gedekt door TVS) Huurders SRO Huurders gemeentelijk vastgoed Dock en Haarlem Effect Kleine initiatieven uitbreiding team budgetcoaches Schulddienstverlening Haarlem Marketing Regionale aanpak van arbeidsmarkt Zuid-Kennemerland en IJmond 2020Reservemutatie 2022 Subtotaal reserve steunmaatregelen corona Verbonden partijen Aframen dividend SRO Belastingen Precariobelasting naar 0 tot juli 2022 Belastingen Verlaging tarieven BIZ-heffing Belastingen Verlaging tarieven reclamebelasting Parkeren Verlaging parkeerbaten Ambtelijke organisatie Coronacrisisorganisatie Subtotaal algemene middelen Totaal

Kadernota 2023

Bedrag 60 100 100 25 60 150 60 15 125 90 PM PM 24 185 50 129 66 100 920 2.259 200 200 162 20 1.500 84 2.166 4.425

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12265787/1