CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage 1 Kadernota 2023 en Voortgangsrapportage 2022

gemeenteraad 14 juli 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: voorzitter: J. Wienen Stemming over moties, amendementen en (geamendeerd) besluit Kadernota 2023 en Voortgangsrapportage 202240.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Kadernota 2023

gemeente Haarlem

Kadernota 2023

1

Kadernota 2023

2

Voorwoord Na twee jaren een richtinggevende kaderbrief te hebben gepresenteerd ligt nu de laatste kadernota (incl. besluitvorming) van dit college voor. De grote onzekerheden die gepaard gingen met de coronacrisis zijn grotendeels voorbij. Het college acht het dan ook opportuun om met deze nota besluitvorming aan de raad voor te leggen. Echter, 2022 is ook een bijzonder jaar: lokale verkiezingen en een wisseling van het bestuur. Het is dan ook gepast dat het zittend college prudent omgaat met nieuwe beleidswensen en intensiveringen. De grote beleidskeuzes worden betrokken bij het opstellen van het nieuwe coalitieakkoord. Een nieuw college geeft hier uitvoering aan. Ten tijde van het voorbereiden van de Kadernota 2023 is er nog geen zicht op het installeren van een nieuw college. Het is daarom dat het zittend college u voor het laatste een beperkte kadernota voorlegt. Beperkt in de besluitvorming die wordt voorgelegd. Net als voorgaande twee jaar is ervoor gekozen autonome ontwikkelingen op te nemen in het financieel kader. Dit omdat hier geen keuze aan ten grondslag ligt, maar het zaken zijn die de gemeente overkomt. Daarnaast heeft het college gekozen een aantal posten op te nemen waarvan zij besluitvorming dusdanig urgent acht dat uitstel onverantwoord is.

Specifiek met betrekking tot deze posten is nauw contact onderhouden met de onderhandelaars voor een nieuwe coalitie, om verassingen te voorkomen. Onderdeel van de Kadernota is de Voortgangsrapportage 2022, deze resulteert in een voordeel van € 3,2 miljoen. Verslechteringen zitten met name bij Jeugd/Wmo (€ 1,8 mil.) en steunmaatregelen corona (€ 2,3 mil.). Daar staan verbeteringen tegenover, zoals de verwerking van de Septembercirculaire 2021 (€ 9 mil.). In deze kadernota is onder de paragrafen 4.1.6 en 4.1.7. een toelichting opgenomen over het realistisch plannen van investeringen in sport, onderwijshuisvesting en de openbare ruimte. Tussen kadernota en begroting zal het nieuwe college dit onderwerp betrekken bij de actualisatie van het IP waarbij ook aanvullende wensen vanuit het nieuwe coalitieakkoord worden meegenomen. Raadsbehandeling Kadernota 2023 Op het moment van schrijven kan nog niet met zekerheid worden gesteld of de raadsbehandeling van de Kadernota 2023 plaatsvindt in aanwezigheid van een nieuwe college, of het zittend college. Raadsleden hebben de mogelijkheid technische vragen in te dienen t/m donderdag 23 juni 12.00 uur. De raadsbehandeling van de Kadernota 2023 staat gepland voor 11 t/m 14 juli.

Het college van burgemeester & wethouders, 31 mei 2022

Leeswijzer Alle in de financiële tabellen vermelden bedragen zijn maal € 1.000, tenzij anders vermeld. Naast de papieren versie is er een digitale versie (pdf) van de kadernota en voortgangsrapportage beschikbaar op de website, waar ook de bijlagen digitaal beschikbaar zijn. De begrippenlijst en afkortingenlijst is opgenomen in een online Lexicon. Kadernota 2023

3

Inhoudsopgave

Voorwoord .......................................................................................................................................... 3 Inhoudsopgave .................................................................................................................................... 4 1 Beleidsmatige ontwikkelingen en toezeggingen .................................................................................. 6 1.1 Corona noodsteun en herstel ........................................................................................................ 6 1.2 Overige beleidsmatige ontwikkelingen en toezeggingen ............................................................. 6 1.3 Financiële ontwikkelingen Wmo en Jeugd .................................................................................. 16 1.4 Invulling taakstellingen ................................................................................................................ 23 1.5 Duurzaamheidsbegroting ............................................................................................................ 24 2 Ontwikkelingen meerjarenraming en financiële positie .................................................................... 26 2.1 Financiële ontwikkeling en meerjarenraming .............................................................................

26 2.2 Financieel Kader .......................................................................................................................... 27 2.3 Ontwikkeling reserves ................................................................................................................. 36 2.4 Bestemming rekeningresultaat 2021 .......................................................................................... 37 3 Voortgangsrapportage 2022 .............................................................................................................. 44 3.1 Inleiding en samenvatting ........................................................................................................... 44 3.2 Samenvatting budgettaire wijzigingen ........................................................................................ 45 3.3 Financiële gevolgen coronacrisis ................................................................................................. 45 3.4 Wijzigingen per programma ........................................................................................................ 53 4 Investeringen en MPG/Grondbeleid .................................................................................................. 76 4.1 Hoofdlijnen Investeringsplan ......................................................................................................

76 4.2 Hoofdlijnen MPG/grondbeleid .................................................................................................... 91 5 Belastingen en woonlasten ................................................................................................................ 94 5.1 Uitgangspunten en landelijke ontwikkelingen ............................................................................ 94 5.2 Woonlasten ................................................................................................................................. 94 5.3 Overige belastingen en heffingen ............................................................................................... 96 6 Bedrijfsvoering.................................................................................................................................... 97 6.1 Ontwikkeling formatie ................................................................................................................. 97 6.2 Ontwikkeling inhuur .................................................................................................................... 97 6.3 Ontwikkeling thuiswerken lange termijn .................................................................................... 99 6.4 Dienstverleningshandvest ambtelijke samenwerking Zandvoort .............................................

100 6.5 Informatieveiligheid .................................................................................................................. 100 6.6 Inkoopdoelstellingen: opgaven en kansen 2023 ....................................................................... 102 6.7 Investeringen Bedrijfsvoering ................................................................................................... 102 Kadernota 2023

4

7 Besluit ............................................................................................................................................... 103 Bijlage 1: Begrotingskader ............................................................................................................... 106 Bijlage 2: Begrotingswijziging Voortgangsrapportage 2022............................................................ 108 Bijlage 3: Neutrale verschuivingen binnen beleidsveld .................................................................. 111 Bijlage 4: Overzicht nieuw in te stellen reserves............................................................................. 112 Bijlage 5: Financiële vergoeding ambtelijke samenwerking Zandvoort .......................................... 114 Bijlage 6: overzicht nieuwe en hogere investeringen waarover later wordt besloten ................... 115

Kadernota 2023

5

1 Beleidsmatige ontwikkelingen en toezeggingen 1.1 Corona noodsteun en herstel In 2020 werd een noodfonds gecreëerd, bedoeld voor acute ondersteuning door de gemeente van een aantal specifiek benoemde door corona getroffen sectoren/doelgroepen die voor de cohesie en het sociaal maatschappelijke en culturele netwerk in de stad cruciaal zijn, en waarvan de continuïteit zonder steun in gevaar zou zijn. Ook in 2022 wordt nog gebruik gemaakt van noodsteun, hierover wordt gerapporteerd in de Voortgangsrapport 2022 (paragraaf 3.3 Financiële gevolgen coronacrisis). Daarnaast is vanaf juni 2021 een start gemaakt met de invulling en uitwerking van een pakket herstelmaatregelen, bedoeld voor korte termijn-activiteiten en -maatregelen op sociaal maatschappelijk, economisch-cultureel vlak. Voor de jaren 2021 en 2022 is per jaar een half miljoen euro beschikbaar gesteld voor herstelsteun. In de nota ‘Bevorderen van het herstel na de coronacrisis - Vervolgaanpak 2022 en verder’, die als separate bijlage bij deze kadernota wordt aangeboden, wordt beschreven welke inzet er voor noodsteun en herstelsteun is geweest 2021 en zal worden gepleegd in 2022. Verder wordt ingegaan op de behoefte om de verschillende sectoren en doelgroepen op een meer duurzame wijze te helpen bij het herstel en het realiseren van ambities op de langere termijn.

1.2 Overige beleidsmatige ontwikkelingen en toezeggingen 1.2.1 Algemeen Motie “Ook verbonden partijen ondernemen maatschappelijk verantwoord en duurzaam circulair” – 2021/0645349 Afgelopen jaar is de nota verbonden partijen geëvalueerd en herijkt. Inmiddels is de herijking afgerond en door de raad vastgesteld op 25-11-2021. Verbonden partijen spelen een grote rol bij het realiseren van de Haarlemse publieke belangen. De raad heeft tijdens de bespreking van de Nota Verbonden Partijen op 25 november 2021 de motie ‘Ook verbonden partijen ondernemen maatschappelijk verantwoord en duurzaam circulair’, aangenomen om verbonden partijen aan te sporen om ook in ecologische en sociale zin een positieve bijdrage aan Haarlem te leveren. Gemeente Haarlem hanteert een brede definitie van verbonden partijen. De term verbonden partijen geldt voor alle organisaties waar de gemeente zowel een financieel belang als een bestuurlijk belang in heeft. Er zijn echter ook organisaties waar de gemeente alleen subsidie aan geeft, zonder dat zij in het bestuur van die organisaties zit. De nota verbonden partijen bevat de kaders voor de omgang met verbonden partijen en grote gesubsidieerde instellingen, dit omdat met de laatste Kadernota 2023

6

groep vaak ook een intensieve relatie bestaat en er veel geld mee gemoeid is. De positie van de gemeente is echter wel anders dan ten opzichte van verbonden partijen. Dat leidt tot andere mogelijkheden in de omgang met deze instellingen. De mate waarin bedrijven doen aan MVO is niet wettelijk vastgelegd. Bedrijven maken daarin zelf keuzes. Wel neemt de maatschappelijke druk op bedrijven toe om bij hun productie rekening te houden met de effecten daarvan op mens, milieu en maatschappij. De gemeente hecht veel waarde aan MVO en vindt het belangrijk dat de deelnemingen waarin zij participeert en instellingen waaraan zij opdrachten verleent dit ook doen. De gemeente kan als aandeelhouder of opdrachtgever wensen op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) aan bedrijven niet opleggen. MVO heeft namelijk betrekking op de bedrijfsvoering van de deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en gesubsidieerde instellingen. Als aandeelhouder of opdrachtgever heeft de gemeente geen formele zeggenschap over de bedrijfsvoering van een bedrijf. Desondanks is er wel degelijk ruimte voor de gemeente om in haar rol als aandeelhouder of opdrachtgever MVO onder de aandacht te brengen. Eén van de manieren om aandacht op het belang van MVO te vestigen is met rapportage over maatschappelijk relevante indicatoren (MRI) in het jaarverslag van de verbonden partijen en de gemeente.

Voorstel is om in de rapportage onderscheid te maken tussen de deelnemingen en instellingen onderling omdat ze in grootte en aard verschillen. Zo is informatie over duurzaamheid of goed werkgeverschap voor deelnemingen/instellingen met weinig of geen werknemers niet altijd goed te meten, niet representatief of niet aan de orde. In lijn met de motie wordt voorgesteld enkel de Vennootschappen en coöperaties en Gemeenschappelijke regelingen (met een eigenstandige bedrijfsvoering) te betrekken bij de rapportage. Er is in 2021, bij de jaarrekening 2020, gestart met een inventarisatie over duurzaamheid. Hierbij is aan deze partijen gevraagd om informatie aan te leveren met betrekking tot CO2 prestatieladdercertificering, het voornemen tot certificering en CO2 uitstoot (indien gecertificeerd), doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en al behaalde resultaten op dit vlak. Daarnaast stelt de gemeente waar relevant duurzaamheid aan de orde in gesprekken met de deelnemingen, bijvoorbeeld tijdens de aandeelhoudersvergaderingen, passend binnen actief aandeelhouderschap. Het voorstel is om een gelijke aanpak te hanteren om ook de sociale component onder de aandacht te brengen.

Concreet houdt dit in dat de jaarlijkse uitvraag aan verbonden partijen wordt uitgebreid, naast financiële gegevens (is en) wordt gevraagd ook de volgende gegevens aan te leveren: MRI kerngegevens CO2 emissie (ton) CO2 emissie reductie (ton / %) Medewerkers waarderingsonderzoek Man/vrouw verdeling bestuur en RvC (%) Aantal stageplekken Werknemers met afstand tot arbeidsmarkt Ziekteverzuim %

Kadernota 2023

(indien gecertificeerd) (indien gecertificeerd)

7

Via deskresearch en in gesprek (o.a. raadplegen van de jaarverslagen) wordt aanvullend gerapporteerd over het vastgestelde beleid bij de deelnemingen (per begroting 2023): o o o o o o

MVO beleid; Diversiteitsbeleid; Sociale Toegankelijkheid: Duurzaamheidsbeleid; Circulariteitbeleid; Certificering (CO2-prestatieladder).

Daarnaast wordt aan deze partijen ook gevraagd om inzicht te geven in hun duurzaamheidsvoornemens (concrete duurzaamheidsdoelstellingen) en doelstellingen aangaande social return on investment (SROI). In de paragraaf verbonden partijen kan hiermee per jaarrekening 2022 langs de volgende drie thema’s worden gerapporteerd: − Evenwichtige samenstelling bestuur en RvC − Goed werkgeverschap − Duurzaamheid: CO2-uitstoot en circulaire economie Vanzelfsprekend omvat duurzaamheid meer dan CO2 uitstoot en kijkt de gemeente bij diversiteit verder dan de man-vrouw verhouding. De uiteindelijke rapportage beoogt trends te ontwaren en deelnemingen bewust te maken hoe zij presteren ten opzichte van de andere verbonden partijen. Bovendien kunnen of mogen organisaties veelal niet rapporteren over andere vormen van diversiteit in het werknemersbestand. Daarnaast beschikt het college met deze verantwoording over informatie waarmee zij MVO bij de verbonden partijen verder kan agenderen en bevorderen. Met voorgesteld proces en rapportage geeft het college invulling aan de wens van de raad zoals verwoord in de motie. Het college beschouwt met deze (proces)afspraken de motie daarom als afgedaan.

Motie "Ook bij Verbonden Partijen is het minimum-uurloon 14 euro" Bij de behandeling van de nota Verbonden partijen op 25 november 2021 is de motie “Motie 17.01 Ook bij Verbonden Partijen is het minimum-uurloon 14 euro” (2021/0645341) aangenomen waarin wordt gevraagd om: • Te komen tot een beeld van de huidige stand van zaken met betrekking tot de hoogte van het gehanteerde minimum-uurloon; • Om op basis van de verkregen inzichten een beeld te schetsen wat er gedaan zou moeten worden om overal een minimum-uurloon van 14 euro te hanteren, inclusief de mogelijke consequenties daarvan voor de begroting van de gemeente Haarlem; Deze vraag heeft betrekking op de volgende Gemeenschappelijke Regelingen (8x) en privaatrechtelijke rechtspersonen (5x):

Kadernota 2023

8

Verbonden partij Veiligheidsregio Kennemerland Recreatieschap Spaarnwoude Noord Hollands Archief Cocensus Spaarne Werkt Omgevingsdienst IJmond Bereikbaarheid/mobiliteit Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten regio westKennemerland SRO Spaarnelanden N.V. Werkpas Holding B.V.

BNG Alliander

Voldoet reeds aan minimumloon € 14? Ja, voldoet. Ja, voldoet. Ja, voldoet. Ja, voldoet. Ja voldoet (CAO Sociale werkvoorziening). Ja, voldoet. Ja, voldoet. Ja, voldoet (geen aparte organisatie, vallen onder gemeente Haarlem) Nee, voldoet niet. Nee, voldoet nog niet. Wel voornemens dit aan dit passen. De holding wordt eind 2022 geliquideerd, enkel de nieuwe GR Spaarne werkt (vervanger van GR Paswerk) blijft bestaan. Ja, voldoet. Nee, voldoet niet. Alliander hanteert wettelijk minimumloon op basis van Bedrijfs-cao Alliander 2018 – 2021

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat een aantal partijen nog niet voldoen aan het minimum uurloon van € 14. Voor deze partijen is in kaart gebracht wat de financiële consequentie zou zijn wanneer het huidige gehanteerde uurloon wordt verhoogd tot veertien euro. SRO N.V. Medewerkers werkzaam voor SRO Kennemerland BV vallen onder de CAO Vermo. CAO Vermo kent vanaf 2022 een eigen salaristabel, los van de CAO gemeente. De impact van het hanteren van een minimum uurloon van € 14,- gaan hanteren geeft een effect van ongeveer € 125.000 op jaarbasis. Dit bedrag is voor SRO als totaal, niet enkel voor SRO Kennemerland. Dit is ook niet mogelijk gezien alle medewerkers binnen het concern eenzelfde beloning moeten krijgen. Overleg met de andere aandeelhouder (gemeente Amersfoort) zou plaats moeten vinden over dit bedrag. Spaarnelanden N.V. Voor Spaarnelanden geldt de CAO Grondstoffen Energie & Omgeving (GEO). Spaarnelanden heeft recent in een directeurenoverleg GEO aangegeven dat ze de lijn van haar achterban wil volgen en in de CAO onderhandelingen met vakbonden inbrengt dat het laagste loon dat betaald wordt niet lager is dan de € 14. De huidige CAO-GEO loopt tot en met 31 maart 2022.

Wanneer het minimumloon bij Spaarnelanden naar € 14 wordt verhoogd (via de nieuwe CAO-GEO) leidt dit tot een geringe stijging van de gemeentelijke kosten voor de activiteiten die van Spaarnelanden worden afgenomen, zoals afvalinzameling en reiniging en daarmee tevens tot een geringe stijging van de Afvalstoffenheffing. Alliander Alliander hanteert het wettelijk minimumloon (€ 9,96 op basis van 40-urige werkweek bij 21 jaar en ouder). Aangezien het aandeel van de gemeente Haarlem in Alliander 0,009% bedraagt zal Haarlem het tekort op de personeelslasten van deze organisatie niet dekken. Met bovenstaande beantwoording geeft het college invulling aan de wens van de raad zoals verwoord in de motie. Het college beschouwt met deze beantwoording de motie als afgedaan.

Kadernota 2023

9

Besluit: 1. Met het procesvoorstel zoals verwoord onder 1.2.1. de motie Ook verbonden partijen ondernemen maatschappelijk verantwoord en duurzaam circulair (2021/0645349) als afgedaan te beschouwen. 2. Met de beantwoording zoals opgenomen onder 1.2.1 de motie Ook bij Verbonden Partijen is het minimum-uurloon 14 euro” (2021/0645341) als afgedaan te beschouwen.

Motie Duurzaamheidsbegroting Bij de Kadernota 2022 heeft de raad de motie Duurzaamheidsbegroting aangenomen. In deze motie wordt opgeroepen om bij de volgende klimaatbegroting deze uit te breiden met onderwerpen die refereren aan een bredere duurzaamheidsdefinitie. Gegeven de omvang van de opgave kiest het college ervoor dit stapsgewijs te verankeren in de P&C-producten en het begrotingsproces. De motie blijft daarmee actief en heeft blijvende aandacht van het college en raad.

Wijzigingen streefwaarde en omschrijving prestatie-indicatoren aantal bomen en aantal aangeplante bomen in de openbare ruimte In het jaarverslag is aangegeven dat de registratie van het aantal bomen in de openbare ruimte is aangescherpt, waarbij bijvoorbeeld bomen op sportvelden uit de telling zijn gehaald (geen openbare ruimte). Deze aanscherping werkt ook door in de streefwaarde voor het aantal bomen in 2022 en verdere jaren zoals opgenomen in de Programmabegroting 2022-2026. Ook is de inschatting over de stijging van het aantal bomen in de openbare ruimte geactualiseerd. Bij deze laatste indicator is aanscherping van de omschrijving nodig: in de huidige omschrijving staat dat het gaat om het aantal nieuw aangeplante bomen, terwijl bedoeld wordt het aantal nieuw toevoegde bomen (en bijvoorbeeld niet de herplant bij kap). Voor beide indicatoren wijzigen de streefwaarden en de omschrijving als volgt. Aanscherping streefwaarden en omschrijving bomen openbare ruimte

2022

2023

2024

2025

2026

62.600 60.900

62.800 61.200

62.900 61.500

63.000 61.800

63.100 62.100

Was - Aantal nieuw aangeplante bomen in de openbare ruimte

300

200

100

100

100

Is - Aantal nieuw toegevoegde bomen in de openbare ruimte

500

300

300

300

300

Was - Aantal bomen in de openbare ruimte Is - Aantal bomen in de openbare ruimte

Besluit: 1. In te stemmen met een wijziging van de streefwaarden bij de prestatie indicator Aantal bomen in de openbare ruimte (beleidsveld 5.1, Programmabegroting 2022-2026) conform het voorstel in de Kadernota 2023 (paragraaf 1.2) en te rapporteren conform de gewijzigde streefwaarden.. 2. In te stemmen met het wijzigen van de prestatie indicator Nieuw aangeplante bomen naar Nieuw toegevoegde bomen en te rapporteren conform de gewijzigde streefwaarden..

Kadernota 2023

10

1.2.2. Cluster sociaal Instellen nieuwe reserves kinderopvangtoeslag en regionale arbeidsmarkt 1. Regionale middelen arbeidsmarktbeleid: € 2.281.797 De gemeente Haarlem heeft in 2020 en in 2021 als centrumgemeente verschillende regionale middelen ontvangen. Het gaat hierbij om: • Middelen voor versterking van de arbeidsmarktregio • Middelen in het kader van Perspectief op Werk • Middelen in het kader van crisisdienstverlening (waaronder aanpak Jeugdwerkloosheid) In de Jaarrekening 2020 zijn de niet-bestede regionale budgetten bestemd voor 2021. Ook in 2021 zijn deze middelen voor een groot deel niet besteed. Hiervoor zijn verschillende oorzaken te benoemen. Sommige projecten zijn vertraagd als gevolg van corona, of kennen een gefaseerde uitrol. Daarnaast zijn veel coronaherstelmiddelen- en bijbehorende kaders pas in de loop van 2021 vrijgekomen. Tot slot is een deel van de middelen ontvangen voor de uitvoering over meerdere jaren. Het gaat om tijdelijke middelen, bestemd voor de hele regio en gekoppeld aan de opdracht voor de gemeente Haarlem om deze te besteden in samenwerking met sociale partners en andere gemeenten. Voor de komende jaren zijn in dit kader regionale bestedingen gepland.

Om de middelen voor de regio beschikbaar te houden en jaarlijkse overhevelingen te voorkomen wordt voorgesteld hiervoor een aparte bestemmingsreserve Regionaal arbeidsmarktbeleid in te stellen en het saldo van 2021 hieraan toe te voegen. 2. KOT (Kinderopvangtoeslag affaire): € 457.683 In de KOT-regeling ontvangt de gemeente middelen voor de uitvoering van begeleiding van KOTgedupeerden en het regelen van vrijstellingen van schulden. Daarnaast worden alle ingekochte trajectkosten en verleende vrijstellingen voor deze doelgroep vergoed. De looptijd van het project is van 2021 tot en met maximaal 2025. Een deel van de inkomsten in 2021 betreft vergoedingen voor uitgaven die zich in de hele projectperiode voordoen. Omdat onzeker is tot hoeveel uitvoeringskosten deze regeling nog leidt, wordt voorgesteld de niet bestede middelen toe te voegen aan een nieuwe bestemmingsreserve Kinderopvangtoeslag voor de periode 20222025, waarmee in die periode de resultaten KOT verrekend kunnen worden. Zie ook 2.4 Bestemming rekeningresultaat

Besluit: 1. De reserve Regionaal arbeidsmarktbeleid, waaruit de regionale bestedingen voor het versterken van de regionale arbeidsmarkt gedekt worden, in te stellen en een bedrag van € 2.281.797 aan deze reserve te doteren. 2. De reserve Kinderopvangtoeslag (KOT) voor de periode 2022-2025, waarmee nog te maken kosten voor de uitvoering van de KOT-regelen gedekt worden, in te stellen en een bedrag van € 457.683 aan deze reserve te doteren.

Kadernota 2023

11

1.2.3. Cluster fysiek Ontwikkeling Reserve Vastgoed In de nota Reserves en Voorzieningen 2021-2025 (2021/608291) is het doel van de reserve Vastgoed vastgesteld. Mutaties in de reserve Vastgoed worden voorgelegd aan de gemeenteraad in de reguliere Planning en Control-cyclus (voortgangsrapportage, programmabegroting en bestuursrapportage). In aanvulling daarop wordt in de kadernota een beeld gegeven van de ontwikkeling van de reserve. De structurele onderhoudsmiddelen in de exploitatiebegroting zijn niet toereikend om het jaarlijks benodigde onderhoud aan het gemeentelijke vastgoed uit te kunnen voeren. Sinds 2013 worden er jaarlijks middelen vanuit de reserve Vastgoed toegevoegd aan de exploitatiebegroting om zo toch het benodigde onderhoud uit te kunnen voeren. Niet strategisch vastgoed wordt verkocht door de gemeente. Omdat de niet strategische portefeuille vastgoed eindig is, zal ook de voeding uit verkopen aan de reserve Vastgoed eindigen. De huidige werkwijze kan volgens de huidige inschattingen tot in ieder geval 2027 aangehouden worden, mogelijk minder lang indien de hoge inflatie aanhoud. Voor de lange(re) termijn zal een oplossing gevonden moeten worden om het onderhoud structureel te kunnen blijven uitvoeren. In onderstaande tabel is de stand per begin 2022 en de verwachte ontwikkeling van de reserve Vastgoed tot en met 2027 opgenomen.

Per saldo stijgt de reserve naar verwachting tot eind 2025 door de geraamde verkoopopbrengsten. Na 2025 vervallen deze dotaties en daalt de reservestand. Begrote ontwikkeling Reserve Vastgoed

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Beginstand

8.129

6.509

3.416

5.133

6.497

4.834

Dotaties: Verkoopvoorraad Reservering GREX Zwemmerslaan

6.727

1.000

5.280

4.017 750

Subtotaal

6.727

1.000

5.280

4.767

Onttrekkingen: Onttrekking Verkoopkosten Onttrekking aanvulling onderhoudsbudget Onttrekkingen ten behoeve toegankelijkheidsmaatregelen Onttrekking ten behoeve bijdrage begrotingstekort Overig

428 4.436 750 2.500 233

128 2.465 750 750 -

100 2.463 750 250 -

400 1.663 1.165

1.663

1386

Subtotaal

8.347

4.093

3.563

3.403

1.663

1.386

Eindstand

6.509

3.416

5.133

6.497

4.834

3.448

175

Groei van de stad: woningbouwopgave De druk op de woningmarkt in Haarlem blijft onverminderd hoog. Afgelopen jaar is de bevolking van Haarlem, na een jaar van afname, weer gegroeid. De groei van het aantal woningen neemt af.

Kadernota 2023

12

Ontwikkeling aantal woningen Woningen aantal

2005

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

68.521

72.998

73.674

74.037

74.796

75.633

76.424

77.200

77.496

4.477

676

363

759

837

791

776

296

mutatie

Ontwikkeling aantal inwoners Inwoners

2005

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

aantal

146.790

156.635

158.123

159.202

159.717

161.260

162.891

162.526

162.933

9.845

1.488

1.079

515

1.543

1.631

-365

407

mutatie

Ontwikkeling aantal huishoudens Huishoudens

2005

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

70.814

75.959

76.564

76.799

76.946

77.813

78.171

78.202

nnb

5.145

605

235

147

867

358

31

Bezetting

2005

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Bezetting per woning

2,14

2,15

2,15

2,15

2,14

2,13

2,13

2,11

2,10

aantal mutatie

Ontwikkeling bezetting

De afname van de groei van het aantal woningen komt doordat woningbouwplannen vertragen, anderzijds omdat als gevolg van het restrictieve splitsingsbeleid minder wordt gesplitst. Het probleem is niet alleen het aantal woningen, maar ook de aanwezigheid van woningen voor de juiste doelgroepen. De afgelopen jaren is het aantal woningen in het sociale en middensegment afgenomen ten gunste van dure koop en vrije sector huur. Zo is de betaalbare koopsector met woningen onder de 200.000 euro in Haarlem nagenoeg verdwenen. Om ook de lagere en middeninkomens een plek te bieden in de stad is het van belang woningen toe te voegen in de juiste segmenten. De woningcorporaties hebben door afschaffing van de verhuurdersheffing nu meer financiële ruimte voor de bouw van sociale huurwoningen. De gemeente heeft met hun prestatieafspraken over de gezamenlijke inzet om dit te bereiken. De focus voor de woningbouwopgave in Haarlem ligt op realisatie van woningen in de zeven ontwikkelzones. Deze bieden niet alleen de mogelijkheid om een aanzienlijke hoeveelheid woningen toe te voegen, maar ook om woningen voor de juiste doelgroepen te bouwen In de zones wordt dan ook beoogd een groot aantal sociale en betaalbare woningen toe te voegen.

Naast woningen worden andere functies en (maatschappelijke) voorzieningen toegevoegd die horen bij een aantrekkelijk stedelijk woonmilieu, maar ook voldoende groen en water. Zowel op rijksniveau als op gemeentelijk niveau is er gekozen om de stedelijke groei met name binnenstedelijk te laten plaatsvinden. Vooral om de groene buffers en natuurgebieden te ontzien. Grootschalige, binnenstedelijke ontwikkelingen zijn complexer dan voorheen het geval was. De binnenstedelijke locaties zijn meestal niet in eigendom van de gemeente, en er is veelal sprake van versnipperd grondeigendom. Aanvullend speelt problematiek zoals stikstof en het ontbreken van duidelijke stedelijke keuzes, bijvoorbeeld op het gebied van parkeren. Verschillende ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, mobiliteit, duurzaamheid en klimaatadaptatie moeten samen een plek krijgen en uiteindelijk leiden tot een plan dat financieel haalbaar is. Om de ontwikkeling van de Kadernota 2023

13

zones financieel mogelijk te maken is voor de drie geprioriteerde zones een Woningbouwimpuls subsidie toegekend. Ontwikkeling van de zones is een langjarig proces. Gelet op de geschetste problematiek is voorinvestering in proces- en plankosten en het uitvoeren van diverse onderzoeken van belang. Om die reden zijn er inmiddels ook ontwikkelzonemanagers voor de niet-prioritaire zones aangesteld. De woningbouwontwikkeling, en daarmee stedelijke ontwikkeling, betekent dat ook geïnvesteerd moet worden in de leefbaarheid en de bereikbaarheid van de stad. Dit vertaalt zich onder andere in het programma ‘Bereikbare steden’, een aantal maatregelen met betrekking tot de ontwikkeling van drie OV-knooppunten in Haarlem. In 2021 is de nota Bovenwijkse netwerkvoorzieningen (2021/86978) vastgesteld waarin onder andere is vastgelegd hoe gebiedsontwikkelingen gaan bijdragen aan een aantal infrastructurele ingrepen in de stad. Omgevingswet Na diverse malen uitstel, treedt de Omgevingswet naar verwachting op 1 januari 2023 definitief in werking. Door de verantwoordelijk minister is inmiddels het ontwerp-Koninklijk Besluit (KB) met de nieuwe inwerkingtredingsdatum aangeboden aan de Eerste- en Tweede Kamer. De tijd tot inwerkingtreding is nodig om verder te werken aan de stabiliteit van de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Op basis van een stabiel stelsel kan binnen de gemeente vervolgens het inregelen van de werkprocessen en het oefenen met de systemen starten. Haarlem ligt op schema om in ieder geval overeenkomstig de minimale eisen van de Omgevingswet te kunnen werken, zodra deze in werking treedt. Niet alleen omdat de Omgevingswet dit vraagt, maar ook omdat onderdelen als integraal werken, ruimte geven voor initiatieven vanuit de samenleving en het creëren van een samenhangend beleidskader, aansluiten bij de ontwikkelingen en ambities die wij als gemeente en organisatie zelf hebben. Door het meermaals uitstellen van de Omgevingswet zijn de invoerings- en implementatiekosten de afgelopen jaren flink opgelopen. In de voortgangsrapportage zijn, vooruitlopend op de rijksbijdrage, extra middelen gevraagd. De structurele financiële claims welke op dit moment bekend zijn worden opgevoerd op het moment dat meer duidelijkheid is over de hoogte van de bijdrage van het rijk. De claims welke afhankelijk zijn van beleidskeuzes zullen worden voorgelegd wanneer de beleidskeuzes door de raad zijn gemaakt. In het regeerakkoord is € 150 miljoen gereserveerd om gemeenten te compenseren voor de kosten van de invoering van de Omgevingswet. Het precieze bedrag per gemeente zal later duidelijk worden en worden uitgekeerd via de meicirculaire.

De verwachting is dat een (groot) deel van de huidige en toekomstige claims gedekt kan worden uit deze tegemoetkoming. Verder start een monitoringsproces en volgen drie interbestuurlijk afgesproken financiële evaluaties van de stelselherziening. De laatste hiervan zal plaatsvinden in 2027. Hieruit zal ook moeten blijken in hoeverre het uitgangspunt budgettair neutrale invulling gegarandeerd blijft of kan worden.

Versnelling investeringen openbare ruimte In de informatienota Versnelling bestedingsruimte Investeringen Openbare Ruimte (2021/0549531) heeft het college oplossingsrichtingen geformuleerd om de bestedingen te versnellen. In deze Kadernota 2023 wordt een eerste uitwerking van de oplossingsrichtingen gegeven. In de geactualiseerde Strategische Beheervisie 2022-2031 wordt voorgesteld om op een slimme manier werk met werk te maken, door de bestuurlijk vastgelegde beleidsambities (duurzaamheid, groen, klimaat, mobiliteit) direct mee te nemen bij de onderhoudsprojecten in de openbare ruimte. Het nieuwe college zal hierover een besluit nemen.

Kadernota 2023

14

Om dit ook organisatorisch mogelijk te maken wordt de strategische beheercapaciteit van de organisatie versterkt en middels meer data gedreven werken wordt er voor gezorgd dat de onderhoudsconditie van het areaal beter wordt gemonitord en dat maatregelen optimaal worden geprogrammeerd. In 2022 is ook de portfoliomanager aangesteld. Met die functie wordt er een beter overzicht gecreëerd op onder andere de portfolio onderhoudsprojecten en kan beter worden gestuurd op prioritering en voortgang. Hiermee wordt invulling gegeven aan de versterking van de capaciteit en competenties van de organisatie. Voor de diverse beleidsambities uit de omgevingsvisie voor de openbare ruimte zoals de mobiliteitstransitie, vergroenen en vernatten is in factsheets op hoofdlijnen inzichtelijk gemaakt wat de extra investeringslasten zijn om die ambities waar te maken. Wanneer het niveau van de ambities en de bijbehorende middelen zijn bepaald en vastgesteld kunnen die middelen ook kaderstellend worden ingezet voor de te realiseren ambities van de projecten. Bij de start van het project is bekend binnen welke beleids- en financiële kaders het project gerealiseerd moet worden en kan de realisatie in overleg met de bewoners starten.

Participatie richt zich dan vooral op de wijze waarop de ambities worden gerealiseerd en dus niet meer primair op de ambitie zelf (bijvoorbeeld: niet meer op de vraag of een straat ingericht moet worden als 30-km zone maar hoe de straat wordt ingericht als 30km zone. Niet hoeveel parkeerplaatsen voor auto’s beschikbaar zijn, maar waar de parkeerplaatsen komen). Daarmee zijn de kaders voor inspraak helder; dit versterkt de mogelijkheid om een project ook binnen de afgesproken kaders en termijn te realiseren. In deze kadernota wordt voorgesteld om alle voorbereidingskredieten voor 2022 direct vrij te geven. Daarmee wordt ambtelijke capaciteit bespaard die direct ingezet kan worden op het maken van het voorlopig ontwerp conform de beleidsambities. Ook worden op deze wijze de voorbereidende werkzaamheden beter over het jaar gespreid. Die spreiding zorgt voor een efficiëntere inzet van personeel en dat is zeker gelet op de huidige krapte op de arbeidsmarkt belangrijk. Dit jaar is een 213a onderzoek gepland naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het investeringsprogramma. De conclusies en aanbevelingen uit dit onderzoek worden gebruikt om de uitvoering van het investeringsprogramma verder te optimaliseren. Kanttekeningen t.a.v. versnelling uitvoering investeringsprogramma openbare ruimte Naast voorgenoemde stimuleringsmaatregelen zijn er ook knelpunten bij de uitvoering.

Belangrijkste knelpunten zijn de stijgende prijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne, het gebrek aan materiaal bij aannemers en de voortdurende krapte op de arbeidsmarkt.

Besluit: 1. Met oog op het realiseren van een versnelling in de investeringen in de openbare ruimte de voorbereidingskredieten voor 2022 direct vrij te geven

Gebiedsgericht werken Met het gebiedsgericht werken sluit de gemeente goed aan op wat nodig is in de stad. Iedere vier jaar wordt voor elk gebied de gebiedsopgave beschreven. Deze opgave komt tot stand op basis van een analyse, de ervaringen van samenwerkingspartners, georganiseerde bewoners en van de gemeente. De bestuurlijke ambities zijn leidend. Er wordt op dit moment gewerkt aan een nieuwe opgave 2023-2026. Jaarlijks vertaalt het college de opgave door naar een gebiedsplan: een compact overzicht van doelen en activiteiten per gebied, waarin de belangrijkste speerpunten en

Kadernota 2023

15

bijbehorende acties staan beschreven. Vanaf 2022 zijn de Gebiedsplannen opgenomen binnen de begrotingscyclus. Naast de doelen en acties is tevens beschreven met welke partners wordt samengewerkt. Van het stimuleren van initiatieven tot grote bouwopgaven, van vergroeningswensen tot armoede en sociale cohesie. De integrale uitvoering draagt bij aan een groter effect. De doelen zijn meerjarig en alle gebieden kennen vergelijkbare thema’s als ook een aantal gebied specifieke speerpunten. Zo krijgt in alle gebiedsplannen de groei van de stad aandacht. Leefbaarheid staat eveneens in alle gebieden centraal. En hoewel de gebieden levendig en karakteristiek zijn, is de onderlinge diversiteit groot. Een aantal bewoners in Schalkwijk en in Oost ervaren belemmeringen om ‘mee te doen’. In de speerpunten van deze gebieden komen dan ook kwetsbare Haarlemmers en jeugd naar voren. Bewoners in Noord en Zuid-West zijn initiatiefrijk; de focus ligt hier vooral op kansen (programma Nieuwe Democratie) en duurzaamheid. Overigens zonder oog te verliezen voor de sociale problematiek in bepaalde buurten van deze wijken. Het Centrum, als huiskamer van de stad, richt zich ook op ondernemers en het vinden/houden van een balans tussen leefbaarheid en toerisme. Het gebiedsplan richt zich dus op de speerpunten uit de opgave en beschrijft de acties, die bijdragen aan de realisatie van de doelen.

In alle gebieden wordt echter meer uitgevoerd. Zoals bijvoorbeeld projecten uit het Detailhandelactieplan, het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs, het Programma Onderhouds Werken voor de openbare ruimte en het Integraal Veiligheid- en Handhavingsplan. Uitvoering van dergelijke projecten vindt in afstemming met, of in samenhang met de doelen uit het gebiedsplan plaats. In het Gebiedsprogramma komen al deze werkzaamheden samen en is een overzicht van alle projecten per gebied opgenomen. De Gebiedsopgave, het Gebiedsplan en het Gebiedsprogramma vormen de instrumenten om met elkaar aan de stad te werken, afspraken vast te leggen en ook uit te voeren. Bij de Kadernota 2023 heeft het college het Concept Gebiedsprogramma 2023 – 2027 vastgesteld. Dit Concept Gebiedsprogramma is een weergave van de projecten die de gemeente voornemens is gebiedsgericht uit te voeren in het aankomende jaar en een meerjarenperspectief voor de vier jaren daarop. In de overzichten wordt elk project kort beschreven, wordt aangegeven onder welk begrotingsprogramma het valt en in welke jaren het wordt uitgevoerd. Bij behandeling van de Programmabegroting 2023 – 2027 wordt het gebiedsgerichte uitvoeringsprogramma 2023 definitief vastgesteld. Via de online applicatie van het gebiedsprogramma worden de Haarlemmers op de hoogte gehouden van wat er in hun stad, wijk of straat gebeurt en wanneer.

Transparant, openbaar (via de gemeentelijke website) en actueel, zo wil de gemeente communiceren richting inwoners en andere belanghebbenden. De raad wordt binnen de reguliere planning en control cyclus geïnformeerd over de voortgang van lopende programma’s en projecten.

1.3 Financiële ontwikkelingen Wmo en Jeugd Financiële ontwikkeling Sociaal Domein In deze paragraaf worden de actuele financiële ontwikkelingen voor Wmo en Jeugd op een rij gezet en wordt zichtbaar gemaakt wat het effect op de begroting en meerjarenbegroting is. Startpunt voor deze analyse is het meerjarenbeeld dat in de Kadernota 2022 is opgenomen. De financiële voorstellen voor 2023 en verder zijn vorig jaar voor de Wmo niet in de begroting verwerkt vanwege de onzekerheid over de ontwikkeling van de inkomstenkant (arbitragecommissie Jeugd, al dan niet Kadernota 2023

16

aanpassen abonnementstarief Wmo). Onzekerheid die met een nieuw regeerakkoord weggenomen zou kunnen worden. Voor de Wmo was er door het uitblijven van een nieuw kabinet geen duidelijkheid over een vorm van extra middelen. De financiële effecten voor 2022 (€ 4,8 miljoen extra budget) zijn in de begroting 2022 zonder aanvullende maatregelen ten laste van het resultaat gebracht. In afwachting van een nieuw regeerakkoord zijn de (financiële) effecten voor 2023 en verder niet verwerkt om in deze Kadernota 2023 opnieuw, geactualiseerd, op te nemen. Daarna wordt dezelfde trend- en scenario-analyse gemaakt als bij de vorige Kadernota’s, een analyse langs 4 lijnen: 1. De structurele effecten vanuit de Jaarrekening 2021 zijn in beeld gebracht. 2. De autonome ontwikkelingen die zich de afgelopen maanden hebben voorgedaan (na de begroting 2022) zijn financieel vertaald. De prijscomponent is hierin een belangrijk element. 3. Voor zowel Wmo als Jeugd is de verwachte ontwikkeling van de volumes (lees: zorggebruik) in beeld gebracht. 4. Realisatie taakstellingen. Deze 4 elementen zijn financieel vertaald in een groeiscenario Wmo en een groeiscenario Jeugd. Effecten regeerakkoord De scenario’s gaan over de ontwikkeling van de gemeentelijke uitgaven. Daar staan bijdragen van het Rijk tegenover. Aan de batenkant hebben zich ook belangrijke ontwikkelingen voorgedaan.

In de periode tussen de Kadernota 2022 en de begroting 2022 kwam er meer duidelijkheid over de extra middelen Jeugd. De arbitragecommissie gaf het bindende advies structureel ruim € 1,5 miljard aan het budget toe te voegen. Door het Rijk is voor 2022 en 2023 invulling aan dit advies gegeven. Met de extra middelen kon in de Begroting een aantal knelpunten voor 2022 opgelost worden én resteerde een positief saldo van € 6,0 miljoen dat aan de Algemene reserve is toegevoegd. Voor de jaren erna is een stelpost van 75% van adviesbedrag in de begroting opgenomen. Het regeerakkoord heeft voor de inkomsten Wmo en Jeugd niet gebracht wat er door de gemeente van verwacht werd. In het coalitieakkoord komt het kabinet-Rutte IV terug op het bindende advies van de arbitragecommissie. Eenzijdig is besloten om de extra middelen Jeugd met € 100 miljoen in 2024 te verlagen en met € 500 miljoen vanaf 2025. Dit leidt tot een lagere Rijksbijdrage dan in de Programmabegroting 2022-2026 is opgenomen. Voor 2026 € 3,4 miljoen nadelig. Argument van het Rijk is dat de gemeenten deze extra besparing kunnen realiseren door uitvoering te geven aan de Hervormingsagenda Jeugd en de daarin op te nemen maatregelen. Het is de vraag of die besparingen haalbaar zijn, belangrijke maatregelen zijn al ingevoerd (zoals de POH-ers), of vragen nog besluitvorming van het Rijk (invoeren Eigen bijdrage).

De Eerste Kamer heeft tot 2 keer toe een motie aangenomen waarin het kabinet wordt opgeroepen de bezuiniging terug te draaien. Ook onderhandelt de VNG niet meer met het kabinet over de hervormingsagenda. Het is dan ook niet de verwachting dat het Rijk de gehele bezuiniging doorzet. In het financieel kader voor de coalitievorming is rekening gehouden met het gemiddelde tussen de uitspraak van de commissie van wijzen en de startnota. Vanaf 2025 leidt deze aanname tot een extra verwacht voordeel van € 2,1 miljoen (Financieel kader 31-03-2022, 4.1.2. Jeugd, p.p. 8).

Kadernota 2023

17

Recentelijk is gemeld dat het kabinet de aangekondigde bezuiniging van € 500 miljoen vanaf 2025 gaat schrappen. Wel wordt er nog onderzocht of het mogelijk is een eigen bijdrage voor de jeugdzorg in te voeren en of het mogelijk is om behandelingen te schrappen die nu nog uit het jeugdzorgpotje worden betaald. De betekenis hiervan voor het financiële beeld Haarlem is in beeld gebracht bij het financieel kader (paragraaf 2.1) en leidt tot een voordeel van € 4,2 miljoen. De cijfers worden officieel bekend bij,naar verwachting, de Meicirculaire 2022. Het Kabinet constateert in het Regeerakkoord dat het stijgende gebruik van huishoudelijke hulp de beschikbaarheid van Wmo voorzieningen onder druk zet. Er wordt daarom gewerkt aan een eerlijker abonnementstarief/eigen bijdrage voor huishoudelijke ondersteuning. Er is geen nieuwe wet- en regelgeving aangekondigd die het mogelijk maakt om op een andere wijze te sturen op de uitgaven van de Wmo maatwerkvoorzieningen. In de doorrekening van het regeerakkoord van het CPB wordt ook genoemd dat de eigen bijdrage voor hoge inkomens verhoogd wordt en dat dit leidt tot een lagere rijksbijdrage aan gemeenten van taakstellend € 95 miljoen vanaf 2025. In het Financieel kader is opgenomen dat deze korting door een hogere eigen bijdrage vooralsnog budgettair neutraal is.

Wmo Ontwikkeling uitgaven Onderstaande tabel laat zien hoe de uitgaven Wmo zich de komende jaren ontwikkelen. Er is nog steeds sprake van volumegroei, met als gevolg stijgende uitgaven. Ook de loon- en prijsstijgingen zorgen voor nadelen ten opzichte van het huidige kader. De stijging van uitgaven wordt grotendeels teniet gedaan door structurele voordelen uit de Jaarrekening 2021. De taakstellingen uit de Kadernota 2023 worden vrijwel volledig gerealiseerd. Doordat de effecten voor 2023 en verder uit de Kadernota 2022 nu verwerkt worden, ontstaat er een nadeel van structureel € 3,8 miljoen. Nog meer maatregelen zijn niet mogelijk.

Kadernota 2023

18

Financiële ontwikkeling Wmo

2022

2023

2024

2025

2026

Lasten 1. Nog te verwerken Kadernota 2022

0

3.785 n

3.760 n

3.760 n

3.760 n

2. Effecten vanuit Jaarrekening 2021 Volume

-1.700 v

-2.090 v

-2.090 v

-2.090 v

-2.090 v

650 n -310 v

700 n -310 v

700 n -310 v

700 n -310 v

700 n -310 v

3. Overige effecten Loon- en prijseffecten (m.n. lonen) Rijkbijdrage lonen (decembercirculaire) Effecten circulaires

163 n

34 n

26 n

26 n

26 n

Totaal

-1.197 v

-1.666 v

-1.674 v

-1.674 v

-1.674 v

4. Groei

800 n

1.600 n

1.600 n

1.600 n

1.600 n

-2.240 v

-3.324 v

-3.449 v

-3.449 v

-3.449 v

-2.075 v

-3.159 v

-3.284 v

-3.284 v

-3.284 v

165 n -232 v

165 n 3.884 n

165 n 3.851 n

165 n 3.851 n

165 n 3.851 n

5. Maatregelen en taakstellingen Te realiseren (basis Begroting 2022) Gerealiseerd Saldo Effect Begroting

1. Nog te verwerken Kadernota 2022 Vorig jaar zijn de financiële mutaties (het saldo van alle ontwikkelingen) voor de jaren 2023 en verder niet verwerkt (zie ook de inleiding hierboven). Omdat de feitelijke situatie ten opzichte van dat moment niet gewijzigd is, worden deze mutaties nu opnieuw in het financiële scenario opgenomen. 2. Effecten vanuit Jaarrekening 2021 De Jaarrekening 2021 laat een flink voordeel op de uitgaven voor de Wmo zien. Dit voordeel is ten behoeve van deze kadernota geanalyseerd op structurele effecten; die zijn van betekenis voor het meerjarenbeeld. Uitkomst van deze analyse is dat er voor € 1,7 miljoen in 2022, oplopend naar ruim € 2,0 miljoen aan structurele voordelen zijn. Voornamelijk te verklaren door een lagere groei in het aantal cliënten Huishoudelijke Ondersteuning en Ambulante begeleiding. De groei voor deze voorzieningen is overigens nog steeds boven populatiegroei (vanwege aanzuigende werking abonnementstarief en meer en langer zelfstandig wonen) en drukt daarom in het gekozen groeiscenario nog steeds zwaar op de budgetten. 3. Overige effecten Gemeenten zijn wettelijk verplicht reële tarieven te betalen. Naar aanleiding van de aanbesteding voor Huishoudelijke Ondersteuning is een tariefonderzoek gedaan en als gevolg daarvan zijn de tarieven significant naar boven bijgesteld. Dit was deels voorzien bij de Kadernota 2022.

Daarnaast is de contractuele tariefstijging voor zorgaanbieders op alle overige Wmo-voorzieningen hoger dan de ca. 1,5% indexatie op de gemeentelijke budgetten, waardoor ook op deze budgetten nadelen ontstaan. Daar staat wel een extra looncompensatie vanuit het rijk tegenover (zie Decembercirculaire 2021 (2022/30676)), maar per saldo leiden de prijsontwikkelingen tot een nadelig saldo van structureel ruim € 400.000. De huidige ontwikkelingen, zoals inflatie, krapte op de arbeidsmarkt, lopende CAO-onderhandelingen in het brede zorgdomein en de stijgende prijzen voor diverse materialen (los van de inflatie) zijn niet

Kadernota 2023

19

verwerkt. Deze loon- en/of prijseffecten vormen een fors risico, in een aantal gevallen is de gemeente verplicht deze te compenseren (bijvoorbeeld doelgroepenvervoer). Een groot deel van de zorg wordt afgerekend in grote aantallen uren, dat maakt dat het zelfs bij relatief beperkte toename van de prijs uiteindelijk om grote financiële effecten gaat. 4. Groei Om de impact van een verdere stijging in het aantal cliënten Wmo te analyseren voor de periode 2022-2026 is er per Wmo voorziening, in lijn met voorgaande jaren, een set van scenario’s opgesteld. Uiteindelijk is gekozen om de kosten voor 2022 in te schatten op basis van de groei over het afgelopen jaar, omdat de groei nog steeds boven de populatiegroei ligt die voorspelt wordt in externe rapportages (vanwege aanzuigende werking abonnementstarief en meer en langer zelfstandig wonen). Dit geldt voornamelijk voor de voorzieningen huishoudelijke ondersteuning en ambulante begeleiding. Vanaf 2023 en verder wordt in dit scenario aangenomen dat de groei zich conform de populatiegroei zal ontwikkelen. Hieronder is zichtbaar gemaakt wat het financiële risico van de verwachte volumegroei (stijgende lijn) versus de geraamde volumegroei (vlakke lijn) is. In 2026 zou dat, onder gelijkblijvende omstandigheden, een (extra) tekort van € 2,3 miljoen betekenen.

5. Maatregelen De taakstelling die in de Kadernota 2023 is opgenomen, wordt vrijwel volledig gerealiseerd. Eén maatregel bij huishoudelijke ondersteuning, het aanmerken van wassen en strijken als een algemene voorziening, kan niet ingevoerd worden. Een structureel nadeel van € 165.000. Sinds 2019 zijn – waar mogelijk– al diverse maatregelen genomen om de kosten binnen de Wmo te beheersen. Het betreft bijvoorbeeld versoberingen van de maatwerkvoorzieningen door middel van het aanscherpen van toegangscriteria, het verlagen van vergoedingen en het afschaffen van bovenwettelijke voorzieningen. In de lopende verwerving Gewoon in de Wijk is ook een flinke taakstelling in de opdrachtsom opgenomen. In de nieuwe contracten voor Huishoudelijke ondersteuning en Woningaanpassingen is de mogelijkheid opgenomen om vanaf 2024 budgetplafonds vast te stellen. Voor de Kadernota 2024 wordt in beeld gebracht welke effecten het instellen van plafonds heeft. Ervaringen in het land maken duidelijk dat budgetplafonds gaan leiden tot wachtlijsten (> 1jaar). De instroom van nieuwe

Kadernota 2023

20

cliënten is afhankelijk van de uitstroom van bestaande cliënten. En die uitstroom is (verklaarbaar) laag. Ook is er geen nieuwe wet- en regelgeving die het mogelijk maakt om op een andere wijze te sturen op de uitgaven van de Wmo maatwerkvoorzieningen (via resultaatgericht beschikken of een inkomensafhankelijke eigen bijdrage). Dat betekent dat met de bestaande financiële kaders en wetgeving de Wmo uitgevoerd moet worden en dat het nemen van meer of andere maatregelen om de uitgaven te beheersen vrijwel onmogelijk is.

Jeugd Ontwikkeling uitgaven Onderstaande tabel laat zien hoe de uitgaven Jeugd zich de komende jaren ontwikkelen. Ondanks de budgetplafonds zijn de zorgkosten in 2021 verder toegenomen. Uit de trendstudie blijkt dat er de komende jaren ook sprake blijft van volumegroei, met als gevolg stijgende uitgaven. Ook de loon- en prijsstijgingen zorgen voor nadelen ten opzichte van het huidige kader. De taakstellingen worden via de budgetplafonds gerealiseerd. Per saldo is de verwachting dat de kosten structureel ruim € 3,3 miljoen gaan toenemen.

1.

2.

Financiële ontwikkeling Jeugd

2022

Lasten Effecten vanuit Jaarrekening 2021 Zorgaanbieders Bijstellen budgetplafonds 2022 Niet gecontracteerde noodzakelijke zorg RET

450 175 500 65

Overige effecten Innovatiebudget Motie Vaktherapie Formatie

150 n 45 n 400 n

Loon- en prijseffecten (m.n. lonen) Rijkbijdrage lonen (decembercirculaire) Effecten circulaires Saldo

2023

n n n n

450 175 300 65

2024

n n n n

450 175 300 65

2025

n n n n

450 175 300 65

2026

n n n n

450 n 175 n 300 n 65 n

150 n 115 n 400 n

150 n 115 n 400 n

400 n

400 n

700 n -370 v

700 n -370 v

700 n -370 v

700 n -375 v

1.985 n

1.985 n

1.720 n

1.715 n

0

1.400 n

1.400 n

1.400 n

1.400 n

600 -375 70 2.080

n v n n

3.

Groei

4.

Maatregelen en taakstellingen Te realiseren (basis Begroting 2022) Gerealiseerd Saldo

-2.318 v -2.318 v 0

-2.318 v -2.318 v 0

-2.318 v -2.318 v 0

-2.318 v -2.318 v 0

-2.318 v -2.318 v 0

Totaal bijstelling lasten

2.080 n

3.385 n

3.385 n

3.120 n

3.115 n

1. Effecten vanuit Jaarrekening 2021 Op basis van een analyse van de 2021 jaarrekening resultaten, zijn de structurele kosten in kaart gebracht. Voor deze structurele effecten wordt de begroting 2022 met circa € 1,1 miljoen naar boven bijgesteld.

Kadernota 2023

21

2. Overige effecten Verder is er een inventarisatie gedaan naar de ambtelijke inzet op Jeugdhulp. Hieruit volgt de noodzaak om de formatie met ca. 4 FTE / € 400.000 uit te breiden. Tot slot zijn er € 330.000 aan extra middelen nodig voor de uitvoering van de motie vreemd omarmd/pilot vaktherapie, het instellen van het Regionaal Expertise Team (RET) (zie collegebesluit 2021/614290), uitvoeringskosten Sociale Verzekeringsbank voor de Persoon Gebonden Budgetten (PGB’s) en een innovatiebudget. Gemeenten zijn wettelijk verplicht redelijke tarieven te betalen. Naar aanleiding van een onderzoek en de bevindingen van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en het Rijk op de tarieven voor Gecertificeerde Instellingen is besloten om de tarieven vanaf 2022 te verhogen (zie collegebesluit 2021/598932). Dit was slechts deels voorzien bij de begroting 2022. Daarnaast was de contractuele tariefstijging voor overige zorgaanbieders hoger dan de ca. 1,5% indexatie op de gemeentelijke budgetten, waardoor ook daar een nadeel ontstaat. Daar staat wel een extra looncompensatie vanuit het rijk tegenover (zie Decembercirculaire 2021), maar per saldo leiden de prijsontwikkelingen tot een nadelig saldo. De huidige ontwikkelingen, zoals inflatie, krapte op de arbeidsmarkt, de nieuwe CAO-Jeugd zijn niet verwerkt. Deze loon- en/of prijseffecten vormen een fors risico.

Een groot deel van de zorg wordt afgerekend in grote aantallen uren, dat maakt dat het zelfs bij relatief beperkte toename van de prijs uiteindelijk om grote financiële effecten gaat. 3. Groei Om de impact van een verdere stijging in het aantal cliënten Jeugd te analyseren voor de periode 2022-2026 is in lijn met voorgaande jaren, een set van scenario’s opgesteld. Uiteindelijk is gekozen om de kosten voor 2022 en verder te schatten op basis van de groei zoals opgenomen in de Kadernota 2022 (financieel verwerkt in de begroting 2022). Dit betekent dat de in 2021 voorspelde populatiegroei is aangehouden. De daadwerkelijke groei in 2021 van het aantal cliënten lag lager dan het gekozen scenario in de Kadernota 2022, maar er is daarbij geen rekening gehouden met de impact van corona en wachtlijsten. Daarom is ervoor gekozen om de iets hogere groei uit het gekozen scenario in de Kadernota 2022 vooralsnog aan te houden voor 2022 en verder, zodat een post-corona effect (eg. hogere instroom) en het effect van het afbouwen van de wachtlijsten in ieder geval deels in de begroting is opgenomen. Hieronder is zichtbaar gemaakt wat het financiële risico van de verwachte volumegroei (stijgende lijn) versus de geraamde volumegroei (vlakke lijn) is. In 2026 zou dat, onder gelijkblijvende omstandigheden, een (extra) tekort van € 4,2 miljoen betekenen.

Kadernota 2023

22

4. Maatregelen De taakstelling voor 2022 van € 2,3 miljoen (na bijstellingen uit de Kadernota 2022) wordt naar verwachting door middel van budgetplafonds gerealiseerd. Vanaf 2023 en verder zullen de nieuwe opdrachtnemers de kosten moeten opvangen binnen het totaal beschikbare jeugdhulp budget, inclusief de taakstelling.

Besluit: De financiële ontwikkelingen voor Wmo en Jeugd zijn voor 2022 verwerkt in de Voortgangsrapportage 2022. De besluitvorming over de financiële ontwikkelingen voor 2023 en verder wordt verschoven naar de Programmabegroting 2023-2026 in afwachting van het nieuwe coalitieakkoord, het nieuwe college en de raad. Daarom zijn de hierboven toegelichte effecten voor 2023 en verder financieel (nog) niet verwerkt.

1.4 Invulling taakstellingen Bezuinigingen Taakstelling effectiever accommodatiegebruik culturele instellingen Bij de Programmabegroting 2020 is een taakstelling vastgesteld “effectiever accommodatiegebruik culturele instellingen” van € 250.000 voor 2022 oplopend tot € 330.000 vanaf 2023. Deze taakstelling is inmiddels voor € 80.000 structureel ingevuld met concrete maatregelen. Voor het restant geldt het volgende: - Voor € 170.000 is er nog geen structurele invulling. Voor 2022 en 2023 is dit incidenteel opgelost door de restantmiddelen cultuur uit de coronagelden te benutten. In overleg met de culturele instellingen zal voor latere jaren gewerkt worden aan voorstellen om de resterende € 170.000 te realiseren. De uitwerking van de scenario’s voor besparing is in de Programmabegroting 2022 aangekondigd. De uitwerking heeft tot op heden nog niet geresulteerd in bezuinigingsopties. Door de impact van de coronacrisis is het voor de culturele instellingen moelijker om de besparingspotentieel in beeld te brengen. Hier wordt meer tijd voor gevraagd. Bij de Kadernota 2024 worden de mogelijke scenario’s voor de besparing uitgewerkt. Kadernota 2023

23

-

Voor € 80.000 is de taakstelling gekoppeld aan de verbouwing van de stadsbibliotheek. Aangezien de taakstelling van € 80.000 voor de bibliotheek samenhangt met besparing op energie nadat de verduurzamingsmaatregelen zijn doorgevoerd, kan de bezuiniging pas plaatsvinden nadat het gebouw van de bibliotheek is verbouwd. Verwachting is dat dit in 2024 gereed is.

Taakstelling capaciteit Fysiek Domein Begin 2021 is besloten tot uitbreiding van de personele capaciteit van het fysiek domein met 16,57 fte (2021/87667). Hierbij is een inverdientaakstelling opgenomen op de personele capaciteit van € 293.000 vanaf 2023. Doelstelling voor de komende jaren is het realiseren van de woningbouwopgaven en het realiseren van de ambities die zijn geformuleerd in de omgevingsvisie. Daarbij is het noodzakelijk om voldoende capaciteit en kwaliteit van de ambtelijke organisatie hierop in te zetten zodat de ambities ook worden gerealiseerd. Het fysiek domein ziet dan mogelijkheden om meer capaciteit van de ontwikkelorganisatie te verhalen op de betreffende gebiedsontwikkeling. Ambtelijke capaciteit die actief bijdraagt om zoneontwikkeling te realiseren, bijvoorbeeld de zonemanagers, wordt dan in rekening gebracht bij de betreffende gebiedsontwikkeling en komt dan niet ten laste van de algemene middelen. Indien de zone-ontwikkeling niet wordt gerealiseerd, of in een veel lager tempo wordt gerealiseerd, dan is het uiteraard veel minder mogelijk om capaciteit te verhalen. Als die ontwikkeling zich voordoet dan is in bredere zin er ook binnen het fysiek domein minder formatie nodig. Dus als de omzet van de gebiedsontwikkeling krimpt dan krimpt ook de formatie van de ontwikkelgerichte organisatie in de volle breedte van het fysieke domein.

Besluit: 1. Het niet gerealiseerde deel van de taakstelling effectiever accommodatiegebruik culturele instellingen voor 2023 en 2024 (verduurzaming bibliotheek ad € 80.000) ten laste te brengen van de algemene middelen.

1.5 Duurzaamheidsbegroting Duurzaamheid was in het coalitieprogramma 2018-2022 een belangrijk thema. Ook in de nieuwe raadsperiode blijft duurzaamheid een centraal thema, mede door mondiale en Europese ontwikkelingen. Gedurende de vorige raadsperiode is er toegewerkt naar een Duurzaamheidsbegroting, verder was de ambitie om ‘Duurzaamheid’ altijd als beoordelingscriterium mee te nemen voor investeringen en nieuw beleid. In lijn met deze ambitie is in de Programmabegroting 2019-2023 voor het eerst een duurzaamheidsparagraaf opgenomen. Verder is bij de Kadernota 2022 een duurzaamheidsbegroting opgeleverd. Dit instrument helpt het gemeentebestuur om tot een efficiënte besluitvorming te komen over een doelmatige en doeltreffende inzet van middelen. Ook helpt het om te verantwoorden over de al dan niet behaalde duurzaamheidsdoelstellingen. Bij de duurzaamheidsbegroting hoort de Haarlemse Routekaart Duurzaamheid (2021/430881). De routekaart brengt de doelstelling voor CO2-reductie in beeld en laat zien hoe deze doelen bereikt kunnen worden, de duurzaamheidsbegroting monitort in hoeverre de doelstellingen behaalt (lijken te) worden. Door het geformuleerde beleid voor duurzaamheid, heeft de gemeente impact op diverse partijen in de stad. Een voorbeeld hiervan is o.a. de subsidieregelingen (bv hoogrendement isolerend glas) Kadernota 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12265787/1