CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Factsheets Haarlem

gemeenteraad 7 april 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Achtergrondinformatie42.995 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Het opstellen van een uitvoeringsplan voor deze watergangen helpt om goed aan te sluiten bij cycli van andere werkzaamheden en het organiseren van de benodigde financiering. • Voor kwetsbare functies zoals (nieuw aan te leggen) transformatieruimtes voor elektriciteit is het van belang dat deze beschermd worden tegen de gevolgen van klimaatverandering ten behoeve van o.a. de veiligheid.

Wat is de rol van de gemeente? De gemeente is verantwoordelijk voor vraagstukken in de openbare ruimte. De gemeente heeft een informerende rol, faciliterende en/of coördinerende rol bij klimaataanpassingen door eigenaren. Voor het bovengemeentelijke watersysteem is het hoogheemraadschap verantwoordelijk. De impact hiervan beïnvloedt n toenemende mate andere opgaven en maakt goede samenwerking tussen gemeenten, provincie, rijk en waterschap in MRA-verband noodzakelijk.

Wat zijn de financiële consequenties? De financiële consequenties zijn groot. Het reasliseren van het basisveiligheidsniveau van de MRA met doelmatige maatregelen voor de bestaande stad betekent een benodigd bedrag van 160 tot 240 miljoen. Het risico zonder (afdoende) maatregelen loopt in de honderden miljoenen. Een voorbeeld is wateroverlast: overstroomde/ontoegankelijke straten, water dat in panden stroomt, hagelschade (tijdens hevige buien) en schade aan netwerken: € 1.400.000,- per keer dat het voorkomt.

Refenties 1 Omgevingsvisie Haarlem 2045: Toekomstgericht met oog voor historie 2 Convenant Waarderpolder 2021-2025 3 Basisrioleringsplan (BRP) 4 Plan Klimaatadaptatie 5 Mobiliteitsbeleid

Aanvullende bronnen • Klimaatatlas | Mra • Facts & figures’ over klimaatadaptatie in de Metropoolregio Amsterdam • Deltaplan Ruimtelijke adaptatie 2018 - Klimaatadaptatie (klimaatadaptatienederland.nl) • Klimaatadaptatie - metropoolregioamsterdam

64 

Fysiek domein | FD03: Vergroenen en Vernatten

FD04: Bevorderen gezonde leefomgeving (Een gezonde stad) Leeswijzer Deze fact­sheet geeft nader toelichting bij de fact­sheet ‘Majeure overwegingen fysiek domein’ en bevat enkele andere overwegingen binnen het thema Bevorderen gezonde leefomgeving. De fact­sheet heeft primair betrekking op de thema’s gezondheid, biodiversiteit, natuur, sport en groen.

Wat is het kernvraagstuk? Haarlem wil een gezonde stad voor mens en dier zijn. Het verbeteren van de luchtkwaliteit, het uitbreiden van de recreatie mogelijkheden in en om de stad, op land en op water, het beweegvriendelijk maken van de stad en natuurinclusief denken en werken zijn hierbij de opgaven.

Toelichting Er zijn grote verschillen als het gaat om levensverwachting en ervaren gezondheid. Een gezonde stad is een stad die uitnodigt tot gezond gedrag, met een veilige gezonde omgeving voor mens en dier. De ge­zonde keuze moet voor mensen de makkelijke keuze zijn. Omdat de stad verdicht en het aantal in­woners groeit, is het belangrijk te investeren in goede recreatieve- en sportvoorzieningen, een beweegvriendelijke aantrekkelijke openbare ruimte, een aantrekkelijke buitengebied en natuurontwikkeling.

Wat moet er nog gebeuren?

Wat hebben we hier al aan gedaan? • In de omgevingsvisie heeft Haarlem de ambitie uitgesproken om alle wijken via aantrekkelijke dagelijkse en recreatieve routes in de vorm van een ‘tien-minuten-netwerk’ in de openbare ruimte met elkaar te verbinden. Dagelijkse voorzieningen, zoals winkels, wijkcentra en gezondheidscentra worden daarmee comfortabel op loopafstand toegankelijk voor iedereen. Hiermee wordt de gezonde keuze ook een makkelijke keuze. • De inzet op een mobiliteitstransitie conform het vastgestelde mobiliteitsbeleid2 levert een belangrijke bijdrage aan het bevorderen van een gezonde en beweegvriendelijke leefomgeving.

65 

• Haarlem zet verder in op versterken, verder ontwikkelen en verbinden van waardevolle ecologische gebieden om de waarde en biodiversiteit te vergroten.1,3,4 Het beleidskader Natuurnetwerk Haarlem wordt daarvoor gemaakt, met onder meer de benodigde ingrepen om natuurverbinding tot stand te brengen. • Op het gebied van sport is een Investeringsplan Sport (IP) voor meerjarige vervangingsinvesteringen van sportaccommodaties opgesteld. Hiernaast zijn er verschillende nieuwbouwplannen voor sportaccommodaties en gymnastiekzalen in voor­ bereiding, ook in relatie tot ontwikkelingsplannen. • Voor het buitengebied heeft de gemeente de afgelopen decennia een heel restrictief planologisch beleid gevoerd om de landschappelijke waarden van het Westelijk Tuinbouwgebied te beschermen. Dit beleid is echter gericht op het tegengaan van ongewenste ontwikkelingen en niet op het mogelijk maken van gewenste ontwikkelingen. Versterking van de landschappelijke, ecologische en recreatieve waarden van het Westelijk Tuinbouwgebied is in het Perspectief Binnenduinrand opgenomen. In de omgevingsvisie is het Stadsrandpark Oost geagendeerd om verder te ontwikkelen als aantrekkelijk buitengebied aan de oostkant van de stad. • Haarlem is een van de gemeentes die het Schone Lucht Akkoord (SLA) heeft ondertekend.

Hiermee is de ambitie uitgesproken bij te willen dragen aan het permanent verbeteren van de luchtkwaliteit.

• • In welke mate loopt het investeringsniveau in sportvoorzieningen en beweegvriendelijke openbare ruimte mee met de bevolkingsgroei. • Met de groei van de stad neemt de druk op het omliggende landschap toe. Natuurgebieden met de hoogste natuurwaarden zoals de Kennemerduinen, moeten beschermd worden tegen teveel bezoek. Door in de omgeving van Haarlem te zorgen voor meer natuurwaarde en mogelijkheden voor recreatie kan deze druk worden verminderd. Bijvoorbeeld bij landbouwgrond, maar ook het starten van het proces om te komen tot realisatie van het Stadsrandpark Oost. De energietransitie kan hier een belangrijke drijvende kracht bij zijn.

Fysiek domein | FD04: Bevorderen gezonde leefomgeving

• In het Westelijk Tuinbouwgebied doen zich kansen voor om aan te sluiten bij het gebiedsproces Stikstof en realisatie Natuurnetwerk Nederland van de Provincie Noord-Holland en bij plannen van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland om het park robuuster te maken. Het verzilveren van deze kansen vraagt van de gemeente actieve participatie en co-financiering. Het opstellen van een plan van aanpak, bestuurlijke afspraken maken met provincie, Nationaal Park en Rijnland en het opstellen van een inrichtingsplan en een realisatieplan zijn hier onderdeel van. • Bij nieuwbouw en de inrichting van de buitenruimte kan meer rekening gehouden worden met flora en fauna. Natuurinclusief bouwen maakt dit mogelijk maar kan tevens tot vertraging of hogere kosten van woningbouw leiden. • Er ligt een opgaven om sportparken multifunctioneler en opener te maken. Kwetsbare doelgroepen maken momenteel minder gebruik van de sportvoorzieningen. Om sportvoorzieningen meer bij te laten dragen aan de gezondheid van Haarlemmers zal budget vrijgemaakt moeten worden. • In Haarlem Zuidoost wonen relatief grote groepen kwetsbaren, met een lager inkomen en kwetsbare gezondheid. De als goed ervaren gezondheid onder inwoners is relatief laag en minder inwoners voldoen aan de beweegrichtlijn. Een integrale aanpak in dit deel van de stad (o.a.

het tien-minuten-netwerk, de recreatiemogelijkheden, groen en OV-bereikbaarheid) kan helpen bij het aanpakken van gezondheidsproblematiek. • Haarlem wil de creatieve stad van toegepaste innovatie zijn. Dit kan bijdragen aan een gezonde stad door proeftuinen en living labs te faciliteren, bijvoorbeeld rondom het Spaarne Gasthuis. En door nieuw ondernemerschap op het gebied van gezondheid, zoals e-health toepassingen, te stimuleren en faciliteren. • De verkoop van ongezonde voeding nabij scholen kan worden ontmoedigd.

Wat is de rol van de gemeente? De gemeente realiseert en onderhoudt de buitenen binnensportaccommodaties (incl. zwembaden). De gemeente heeft een wettelijke taak om het bewegingsonderwijs van basis- en voortgezet onderwijs te faciliteren. In het Westelijk Tuinbouwgebied is de gemeente eigenaar van een aantal (verpachte) percelen en

66 

heeft daarmee de kans actief te participeren in het gebiedsproces van de provincie en het Nationaal Park en gronden en financiën beschikbaar te stellen voor een gezamenlijke aanpak van het gebied. Aan de oostkant van de stad bij het stadsrandpark oost kan de gemeente de rol van initiatiefnemer en verbinder op zich nemen. Ook heeft de gemeente op verschillende plaatsen grond in eigendom. Bij gebiedsontwikkelingen heeft de gemeente een kaderstellende rol waarin zaken over bijvoorbeeld natuurinclusief bouwen kunnen worden afgedwongen.

Wat zijn de financiële consequenties? • De gewenste gemeentelijke bijdrage aan het gezamenlijke gebiedsproces voor het Westelijke Tuinbouwgebied is circa 5 miljoen euro. • In het kader van de groei van de stad is het noodzakelijk om ruimte en budget te reserveren voor voorzieningen op het gebied van sportaccommodaties, zodat sport en bewegen bereikbaar en beschikbaar blijft voor de (groeiende) Haarlemse bevolking. Investeringen voor uitbreiding van het binnensportareaal zijn deels opgenomen in het IP sport. Zo zijn er middelen gereserveerd voor de sporthal Sportweg, gymzaal Wijzer, nieuwe turnhal en een sportzaal aan de Belgiëlaan, maar nog geen middelen voor een nieuwe sporthal in Schalkwijk, sporthal in Zuid West en sportzaal in stadsdeel Oost. • Onderzoek naar de benodigde investeringen voor het beweegvriendelijker maken van de openbare ruimte moet nog gedaan worden.

Referenties 1 Omgevingsvisie Haarlem 2045 2 Mobiliteitsvisie Haarlem 3 Groenbeleidsplan 4 Natuurnetwerk Haarlem 5 Economische Visie Integraal uitvoeringsplan sportaccomodaties ‘Sport aan Zet’

Aanvullende bronnen • Haarlem in cijfers - Dashboard - Zorg en gezondheid - Haarlem • Homepage: Gezondheid per buurt, wijk en gemeente (rivm.nl)

Fysiek domein | FD04: Bevorderen gezonde leefomgeving

FD05: Ruimte voor de Energietransitie Leeswijzer Deze fact­sheet geeft nader toelichting bij de fact­ sheet ‘Majeure overwegingen fysiek domein’ en bevat enkele andere overwegingen binnen het thema Ruimte voor Energietransitie. De fact­sheet heeft primair betrekking op het thema energie.

Wat is het kernvraagstuk? Haarlem wil in 2040 aardgasvrij zijn. De regie voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving, met warmtevoorziening als belangrijkste component, is belegd bij gemeenten. Waar het bij energiebesparing gaat om stevige isolatie van de woning en meer energie-efficiënte mobiliteit, gaat het bij opwekking van energie vooral om het vinden van ruimte voor windmolens, zonnepanelen en bodemenergiesystemen. Deze transitie heeft ook invloed op de arbeidsmarkt en vraagt mogelijk om omscholing van bepaalde beroepsgroepen. Ondertussen kan het ook kansen bieden ten aanzien van nieuwe vormen van bedrijvigheid.

Toelichting De uitstoot van CO2 en andere broeikassen dient te verminderen om te voorkomen dat de aarde meer dan twee graden opwarmt. Dit betekent dat ons energieverbruik verlaagd moet worden, efficiënter omgegaan moet worden met energie en overgestapt moet worden op hernieuwbare energiebronnen. De opgave is groot: de komende twintig jaar wil de gemeente circa 76.000 woningen en 11.000 andere gebouwen van het aardgasnet loskoppelen en aansluiten op andere geschikte warmtebronnen. Daarnaast zet Haarlem in op het duurzaam opwekken van 75% van de elektriciteit voor de huishoudens binnen de gemeentegrenzen. Vanwege de hoge dichtheid van Haarlem zal de lokale winning en productie van duurzame energie het energieverbruik in de toekomst niet geheel kunnen dekken en zal samenwerking met de regio

67 

en de rest van Nederland nodig zijn. Om dit alles te kunnen doen moet geïnvesteerd worden in een robuuste en betrouwbare infrastructuur die de juiste bronnen op het juiste moment aan de energie­ behoefte van de stad koppelt door boven- en ondergrondse ruimte voor energieopslag en -transport te reserveren en creëren. Deze infrastructuur is gebaseerd op bestaande netwerken en wordt uitgebreid met warmtenetten met duurzame warmtebronnen, verzwaarde elektriciteitsnetten, extra laag-, midden-, en hoogspanningsstations en bodemenergiesystemen voor warmte- en koudeopslag (WKO).

Wat hebben we hier al aan gedaan? • Haarlem zet al jaren in op het besparen en beter benutten van energie. De gemeente ondersteunt individuele bewoners en ondernemers bij verduurzaming en beter isolatie van gebouwen. • De gemeente heeft een visie voor meer energiebesparing en een groter aandeel warmte in de gehele stad tot 2040 vastgelegd.1 Voor de opwek van energie is op regionaal niveau onderzocht waar potentie ligt voor relatief grootschalige opwek en heeft daarnaast de lokale ambitie voor opwek in de gehele stad vastgelegd.2,3 Er wordt gewerkt aan zonnepanelen op daken, geothermie, aquathermie, windmolens en zonne-energie op Schoteroog. In regionaal verband wordt nagegaan hoe de restwarmte die bijvoorbeeld vrijkomt bij datacenters benut kan worden. • Er is beleidsmatig onderzocht hoe zonnepanelen in kunnen worden gepast zonder cultuurhistorische waarden te schaden. Hierdoor kan meer energie lokaal worden opgewekt. • Bij de warmtetransitie kunnen warmte-koude-opslagen (WKO) in de bodem helpen bij het efficiënter benutten van energie en dus voor een significante energiebesparing zorgen. De hele ondergrond van de stad is geschikt voor de opslag van warmte en koude. • In Meerwijk wordt met de corporaties gewerkt aan een warmtenet. In de Waarderpolder wordt met ondernemers gewerkt aan een warmtenet dat restwarmte van bedrijven benut voor verwarming van andere bedrijven.

• Op diverse plekken in de stad schakelen woningen al over op alternatieven voor aardgas. Noemens-

Fysiek domein | FD05: Ruimte voor de Energietransitie

waardig is het Ramplaankwartier waar de wijk zelf een ambitieuze transitievisie opstelt voor de wijk om volledig van het aardgas af te schakelen. • Enkele andere strategische keuzes leveren een verdere bijdrage aan de besparing van energie.4 De hogere woonen werkdichtheid waar we op inzetten zorgt ervoor dat we minder grote afstanden af hoeven te leggen en dus minder brandstof verbruiken. Gestapelde en geschakelde gebouwen hebben daarnaast een lagere verwarmingsbehoefte dan vrijstaande gebouwen. Ook de keuze voor een mobiliteitstransitie betekent dat we minder gebruik zullen maken van gemotoriseerd vervoer en dat de uitstoot en het energieverbruik van de stad dus zullen afnemen.

Wat moet er nog gebeuren? • De energietransitie legt een grote ruimtelijke claim op de ondergrond in de vorm van warmtenetten en uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk. Deze ruimtevraag zal toenemen naarmate in de loop van de tijd meer gebouwen van het aardgas gaan, er meer elektriciteit lokaal opgewekt wordt en er meer elektrisch vervoer komt. Op plekken waar hiervoor op dit moment nog niet voldoende ruimte is, is het daarom nodig deze ruimte tijdig te reserveren of te creëren (regie en planning van de ondergrond en openbare ruimte). Het is nodig de komende collegeperiode een strategie op te stellen voor de ondergrond. Dat helpt de ondergrond efficiënt te gebruiken waardoor de snelheid in bouwprojecten blijft en meer ambities gerealiseerd kan worden; met name op het gebied van klimaatadaptatie en energietransitie. • Uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk legt een claim op bovengrondse ruimte in de vorm van conversiepunten. Er zijn enkele tientallen tot honderden extra distributieruimten nodig. Dit gaat een enorme claim leggen op de openbare ruimte en vraagt om goede regie en planning van de openbare ruimte. • Ook in Haarlem speelt dat er te weinig capaciteit op het stroomnet is om nieuwe bedrijven aan te sluiten. Netbeheerders hebben dit onder de aandacht gebracht bij de landelijk politiek.

Gevraagd is om wetten te maken die tegen kunnen gaan dat een grootverbruiker de hele elektriciteitscapaciteit van een station kan opsouperen. Om te zorgen dat dit probleem op termijn niet onnodig verergert kan de eerder genoemde visie op de ondergrond uitkomst bieden.

68 

• Aangezien binnen twintig jaar de gehele stad van het aardgas af moet zijn is het van belang verdere stappen te zetten om de eerste wijken van het gas te krijgen. • De binnenstad van Haarlem heeft een rijk erfgoed. Transformatie van historische panden is echter altijd maatwerk én voor een groot deel afhankelijk van de welwillendheid van inwoners. Om de transformatie mogelijk te maken dienen inwoners goed geïnformeerd, geïnspireerd en waar mogelijk (financieel) ondersteund te worden. Het oprichten van een duurzaamheidsloket voor de burger in een nieuw erfgoedcentrum helpt hierbij. • Aan de oostkant van de stad ligt de Stelling van Amsterdam, een groot samenhangend landschap. De geschiedenis van het landschap biedt aanknopingspunten voor ruimte voor energieproductie. Maar energieproductie moet ook integraal onderdeel worden van een landschap waarin deze samenkomen met andere opgaven en kwaliteiten. Om hier op termijn meer opwek van energie mogelijk te maken kan het opstellen van een samenhangende visie op dit Stadsrandpark Oost uitkomst bieden. • Vanwege toenemende hitte is het van belang ook na te gaan denken over het koel houden van woonen werkruimten. Koelen is energie-intensiever dan verwarmen en dit kan op termijn dus tot een steeds grotere energievraag leiden.

Zeker wanneer woningen zo goed geïsoleerd zijn dat deze warmte in de hitte nauwelijks meer op natuurlijke wijze kwijt kunnen.

Wat is de rol van de gemeente? De regie voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving, met warmtevoorziening als belangrijkste component, is belegd bij gemeenten. De energietransitie heeft ook een belangrijke regionale component, in de eerste plaats omdat we als Haarlem niet al onze eigen energie kunnen opwekken maar ook omdat de infrastructuur niet bij de grenzen van de stad stopt. Goede regionale samenwerking is daarom voor de energietransitie van groot belang. Vanwege de fijnmazigheid van de opgave is er een belangrijke rol voor collectieve initiatieven in de buurt of wijk. Door als gemeente dit samen met bewoners te doen kan de energietransitie een

Fysiek domein | FD05: Ruimte voor de Energietransitie

belangrijke bijdrage leveren aan de sociale cohesie in de stad.

Wat zijn de financiële consequenties? De gemeente heeft met overwegend eigen middelen de voorbereiding van de energietransitie bekostigd. Voor de uitvoering van de plannen is de gemeente afhankelijk van het Rijk. Een gemeente zo groot als Haarlem zou voor de uitvoering ongeveer 40 fte vergoed moeten krijgen, volgens het onafhankelijke onderzoek dat de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) heeft laten uitvoeren, het artikel 2 onderzoek. Het artikel 2 onderzoek voorziet niet in de uitvoeringslasten van partners zoals de corporaties. Onlangs is het regeerakkoord gepresenteerd. Hierin staan middelen voor de ‘uitvoeringskosten medeoverheden en planbureaus’. Op dit moment is nog niet duidelijk hoeveel middelen de gemeente Haarlem daarvan zal ontvangen en op welke wijze deze middelen toegekend gaan worden. Voor het realiseren van de Haarlemse Routekaart Duurzaamheid is er ingeschat dat Haarlem in 2023 ca 2.5 miljoen Euro ontvangt en de jaren erop ca 3,75 miljoen Euro.

De duurzaamheidslening wordt al jaren verstrekt, verder heeft de gemeente zelf beperkt mogelijkheden om subsidies te verlenen aan derden. Voor het maken van meer structurele financiële afspraken met het rijk voert de gemeente Haarlem samen met de Provincie Noord-Holland lobby bij het Rijk. Subsidies worden aangevraagd met als doel te innoveren, snelheid te maken en geleerde lessen door te geven. Grootschalige projecten zoals warmtenet Schalkwijk en Ramplaankwartier worden mede gefinancierd door de gemeente, bijvoorbeeld via een garantstelling. Ook met de Provincie Noord-Holland worden afspraken gemaakt voor financiering en garantstelling. Financiën voor het opstellen van een samenhangende visie voor het Stadsrandpark Oost zijn beperkt. Onderdeel van de visie kan een uitvoeringsparagraaf zijn die inzicht geeft in de benodigde financiën voor de uitvoering.

Referenties 1 Transitievisie Warmte 2 RES 1.0 3 Actieplan Schone Energie 4 Omgevingsvisie Haarlem 2045

Overige bronnen • Haarlem in cijfers - Dashboard - Duurzaamheid - Haarlem • Onderzoek naar uitvoeringslasten Klimaatakkoord | VNG • Klimaatakkoord | Klimaatakkoord

69 

Fysiek domein | FD05: Ruimte voor de Energietransitie

FD06: Mobiliteitstransitie Leeswijzer Deze factsheet geeft nader toelichting bij de fact­ sheet ‘Majeure overwegingen fysiek domein’ en bevat enkele andere overwegingen binnen het thema Mobiliteitstransitie. De factsheet heeft primair betrekking op het thema mobiliteit.

Wat is het kernvraagstuk?

De uitbreiding van de autoluwe binnenstad en de voetganger en fietser een prominentere plek geven bij herinrichtingen is begonnen. Er is budget vrijgemaakt voor maatregelen die de mobiliteitstransitie verder versnellen, zoals het aanpakken van diverse (ontbrekende) schakels in het fietsnetwerk4, het realiseren van extra fietsparkeerplekken en het versterken van de knooppunten Station Haarlem, Station Spaarnwoude (Oostpoort) en Haarlem Nieuw Zuid.

In het mobiliteitsbeleid en de omgevingsvisie is vastgesteld de stad duurzaam bereikbaar te houden.1,2 Dit betekent dat we inzetten op een goed en efficiënt functionerend mobiliteitssysteem, dat zowel gericht is op de bereikbaarheid als op andere doelen van de stad. Dit vraagt om een transitie naar meer ruimte-efficiënte, duurzame en actieve manieren van vervoer, zoals de voetganger, fietser en het OV in plaats van de (privé) auto. Het doel is de mobiliteitstransitie snel genoeg te laten voltrekken om de klimaatopgave, woningbouwopgave en de energietransitie tijdig doorgang te kunnen laten vinden zodat maatschappelijke en financiële kosten relatief beperkt blijven.

Het belang te zorgen voor betere (H)OV-verbindingen5,6 wordt regionaal behartigd. Het versterken van Haarlemse werkgelegenheid en het beter laten aansluiten hiervan op de Haarlemse beroepsbevolking7 wordt opgepakt. Dit draagt bij aan de mobiliteitstransitie omdat Haarlemmers dichter bij huis kunnen werken en dus niet in de spits de stad uit hoeven.

Toelichting

De urgentie om aan de slag te gaan met de mobiliteitstransitie is dé grote opgave voor de komende jaren. Onderdeel daarvan is het terugdringen van de auto op straat. Dit blijft lastig maar is wel noodzakelijk, aangezien hiermee ruimte kan worden vrijgespeeld die nodig is voor vrijwel alle andere ambities van de gemeente: de woonopgaven, de klimaatopgave, de economische opgave etc. In de komende coalitieperiode kan met deze urgente opgave worden gestart, onder meer door: • Aan de ingrepen in de openbare ruimte moeten de opgaven voor de toekomst gekoppeld worden. De stad moet op tijd klaar zijn voor de ergste effecten van de klimaatverandering zich voordoen. De beheeren onderhoudscyclus loopt nu al zo’n 2 à 12 jaar achter. Het koppelen van toekomstige opgaven zorgt voor lagere kosten op (middel)lange termijn, maar vragen om hogere investeringen en doorzettingsvermogen op korte termijn. Het betekent namelijk ook dat er een zekere mate van transitiepijn zal optreden. Bijvoorbeeld wanneer bij herinrichtingen al parkeerplaatsen uit de straat verdwijnen, terwijl de

De ambitie de stad duurzaam bereikbaar te houden is niet nieuw3 maar de urgentie ervan is verder toegenomen doordat de ernst en omvang van klimaatverandering steeds verder duidelijk aan het worden is. De noodzaak om (veel) meer openbare ruimte in de stad vrij te spelen van de auto ten behoeve van klimaatadaptatie (en andere zaken zoals gezondheid, verblijf en biodiversiteit) is urgent. Ook omwille van de gewenste versnelling van de woningbouw, de CO2-verminderingsopgave uit het Klimaatakkoord, de stikstofproblematiek, de energietransitie en de veiligheid en het welzijn van de inwoners. De mobiliteitstransitie is daarmee cruciaal voor het bereiken van vrijwel alle doelen in de Omgevingsvisie.

Wat hebben we hier al aan gedaan? Op beleidsniveau zijn grote stappen gemaakt.1,2,3 De basis ligt er om de mobiliteitstransitie op te pakken.

70 

Wat moet er nog gebeuren? Naast de majeure overweging spelen ook nog diverse belangrijke vraagstukken die de komende periode aandacht verdienen:

Fysiek domein | FD06: Mobiliteitstransitie

combinatie van fiets, OV en deelmobiliteit als alternatief nog niet volledig ‘af’ is. Gezien de opgaven is de enige reële optie om minder ruimte beschikbaar te stellen aan de auto, in de wetenschap dat de nu gebruikte ruimte voor de auto in sommige wijken oploopt tot wel 55% van de totale openbare ruimte. Dit niet doen, leidt tot een vertraging van de mobiliteitstransitie en dat betekent indirect niet alleen vertraging of noodzaak tot het bijstellen van ambitieniveau van vrijwel alle andere ambities, maar leidt op termijn dus ook tot (veel) hogere kosten. • De ambitie is woonen werkruimte toe te voegen aan de stad en het is belangrijk dat deze bereikbaar is. In het verleden werd dit gelijkgeschaard aan bereikbaarheid per auto. Bij nieuwe ontwikkelingen is dit niet langer mogelijk en gewenst. Toename van autoverkeer verslechtert de bereikbaarheid voor iedereen. Door in te zetten op de mobiliteitstransitie houden we de stad wel bereikbaar en gezond. Ook zijn er minder beperkingen in het kader van de stikstofproblematiek. Bij­ komend voordeel is dat er minder nieuwe, inpandige, dure parkeeroplossingen voor auto’s gerealiseerd hoeven te worden. Hierdoor is een significant deel van de projecten in de stad te versnellen of financieel haalbaar te maken.

• Voor de woonopgave geldt dat een groot deel van de ontwikkelingen vertraging oploopt doordat de auto-infrastructuur niet is toegerust op de uitbreidingen die we beoogd hebben en/of dat de woningbouwprojecten geen haalbare businesscase hebben doordat de parkeernorm voor een onrendabele top zorgt. Bij zeker 3.300 woningen die vóór 2025 gepland staan8, is dit het geval, door bijvoorbeeld de huidige parkeernorm en/of infrastructuur. Hoe meer en eerder bij nieuwe ontwikkelingen wordt ingezet op een vergaande mobiliteitstransitie (zoals substantieel lagere parkeernormen en het invoeren van parkeerregulering in en rondom het gebied), hoe meer we de opgaven voor de toekomst kunnen beperken. • Snelheid en mate waarin fietsers en voetgangers prioriteit krijgen in de stad (ten koste van de auto) moeten worden verhoogd. Verbeteringen kunnen bij herinrichtingsprojecten, maar ook bij alle andere onderhoudsprojecten en nieuwe projecten zoals ontbrekende schakels kunnen worden voor geïnitieerd. • De mobiliteitstransitie moet centraal staat bij OV-knooppunten andere gebiedsontwikkelingen (o.a. lagere parkeernormen en de inzet op voetganger, fiets, OV en deelmobiliteit).

71 

• Er moet meer worden ingezet op een gedragsverandering (de stad meer betrekken bij de mobiliteitstransitie; o.a. werkgeversaanpak, onderwijsaanpak, bewonersaanpak). • Snelheid en voorwaarden waarmee parkeerregulering wordt ingevoerd in de stad kan worden verhoogd. • Het vrijspelen van de ruimte op straat ten koste van parkeren kan worden gecompenseerd in centrale parkeervoorzieningen c.q. mobiliteitshubs in de wijk. Gereguleerd parkeren is randvoorwaardelijk voorhet behalen van deze ambitie. • Er kan actiever worden gestuurd op deelmobiliteit om zo (privé)auto verkeer te verminderen (hoe meer inzet/regie hier naartoe gaat vanuit de gemeente, hoe meer effect). • Snelheid waarmee 30 km/u als norm wordt ingevoerd in de stad (bijv. verspreid over groot aantal jaren of alles in één keer zoals in Amsterdam). • Mate waarin wordt ingezet op verkeersveiligheid (in aanvulling op invoeren 30 km/u en prioriteit voor fietser en voetganger). • Mate waarin wordt ingezet op het faciliteren/ afdwingen van zero emissie vervoer (van personen , maar ook van goederen in een slimme, schone efficiënte stadslogistiek) • Cruciale keuzes waarbij er afhankelijkheid is andere partijen: Uitbreiden en herverdelen van het Hoogwaardig Openbaar Vervoer-netwerk in de regio en binnen Haarlem, inclusief het nieuwe OV-knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid en de herinrichting van het stationsplein bij station Haarlem.

• Voor een levende en fysiek en economisch gezonde stad is behalve voor het personenvervoer ook voor de bevoorrading een goed doorstromend, schoon, efficiënt duurzaam logistiek systeem onontbeerlijk. Nulemissiezones in tenminste 40 middelgrote steden in 2025 is een van de belangrijke doelstellingen uit het Klimaatakkoord. Ook Haarlem heeft zich hieraan gecomitteerd. Om duurzame en nulemissiestadslogistiek mogelijk te maken is meer nodig dan het verbieden van fossiele voertuigen. Wil de bevoorrading niet stokken dan zal vóór die tijd de infrastructuur beschikbaar moeten zijn voor schone equivalenten van fossiele voertuigen, op stroom, wellicht op waterstof. Het is tevens het moment om een efficiëntieslag te maken en door minder voertuigbewegingen, kleinere voertuigen, combinatie van vrachten, met name in de laatste stap van de bezorging het beslag op ruimte en leefmilieu in de stad te verbeteren. Dit alles in onderlinge samen-

Fysiek domein | FD06: Mobiliteitstransitie

werking met de stakeholders: winkeliers, transporteurs, bewoners, kennisinstellingen, bouwbedrijven etc.

Wat is de rol van de gemeente? Voor lokale infrastructuur en bijbehorend beleid is de gemeente verantwoordelijk. Bij ontwikkelprojecten is de gemeente deels afhankelijk van de ontwikkelende partij maar deze afhankelijkheid is wederzijds. Omdat parkeren bijzonder duur is staan ontwikkelaars meestal positief tegenover het autoluw ontwikkelen (met een lage parkeernorm), mits zij uiteraard vertrouwen hebben dat de ontwikkeling nog verkoopwaardig is. Hoe beter een ontwikkeling met het OV verbonden is, hoe minder belang potentiële afnemers aan de auto zullen hechten en hoe makkelijker ontwikkelaars dus mee zullen gaan in autoluw ontwikkelen. Om parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen is het de rol van de gemeente om dit middels parkeerregelgeving te voorkomen. Voor bovengemeentelijke infrastructuur en de exploitatie van het openbaar vervoer is de gemeente niet zelf verantwoordelijk. Hier is samenwerking noodzakelijk en een goede afstemming en vertegenwoordiging in regionaal en bovenregionaal verband. Bij de verduurzaming van de stadslogistiek staat een stimulerende, faciliterende, coördinerende rol van de gemeente voorop. Het afdwingen van zero-emissie in de nul-emissiezone is eigenlijk een sluitstuk van een transitie, biedt vooral een richtpunt in plaats en tijd.

Wat betreft duurzame stadslogistiek is een vaste trekker en contactpersoon namens de gemeente nodig, die de Projectgroep Stedelijke Distributie voorzit, inspireert, contacten met andere gemeenten en landelijke werkgroepen onderhoudt, helpt bij het organiseren van Living Labs, bemiddelt bij eventuele subsidieaanvragen voor zulke pilots.

Wat zijn de financiële consequenties? Op korte termijn brengt de mobiliteitstransitie extra onderzoeks-, proces-, ontwerp en realisatiekosten met zich mee, omdat het vraagt om een meer integrale benadering van beheer & onderhoudsprojecten en de aanleg van extra fietsvoorzieningen, zoals ontbrekende schakels en fietsparkeergarages. Verder worden een aantal beleidsvelden verder verdiept. Een voorbeeld hiervan is het fietsbeleid. Het ambitieniveau waar de gemeente voor kiest, bepaalt de extra middelen die voor bijvoorbeeld voor fiets nodig zijn. Op deze manier creëren we wel tijdig ruimte voor opgaven zoals klimaatadaptatie die anders op (middel)lange termijn een veelvoud van deze kosten zullen bedragen. [PM]

Referenties 1 Omgevingsvisie Haarlem 2045: Toekomstgericht met aandacht voor historie (2021) 2 Mobiliteitsbeleid (2021) 3 Structuurvisie Openbare Ruimte 2040: Groen en bereikbaar (2017) 4 SOR Uitvoeringsprogramma 2020-2040 (2019) 5 Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) 6 Bereikbare Steden 7 Economische Visie Haarlem 8 o.b.v. Plancapaciteitsmonitor Woningbouw

Overige bronnen • Haarlem in cijfers - Dashboard - Mobiliteit - Haarlem

72 

Fysiek domein | FD06: Mobiliteitstransitie

FD07 Ontwikkelgerichte organisatie en versterken uitvoeringskracht Wat is het kernvraagstuk? Ook in Haarlem blijft de vraag naar woningen groot en is de wachttijd voor sociale huur nog te lang, ondanks alle inspanningen die al zijn gedaan. Er zijn extra middelen geworven via de woningbouwimpuls voor de ontwikkelzones Europaweg en Zuidwest. Er zijn stappen gezet om de ontwikkelcapaciteit en -expertise van de gemeentelijke organisatie te versterken, zowel in processen als capaciteit, maar een verdere versterking is noodzakelijk om bestuurlijke ambities op het gebied van wonen en andere ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. Daarnaast is er in een aantal buurten aanleiding om met een integrale aanpak de leefbaarheid te versterken.

Toelichting Groei Haarlem groeit. Er ligt een grote woningbouwopgave dat tevens vraagstukken met zich meebrengt rondom mobiliteit, bereikbaarheid, openbare ruimte, werkgelegenheid en voorzieningen. Door te investeren in ontwikkelcapaciteit en -expertise, (financieel) instrumentarium en door nog meer samen te werken met de stad kan de woningbouwproductie verder worden versneld en geïntensiveerd. Het versterken van een ontwikkelgerichte organisatie (inclusief processen en bestuur) is randvoorwaardelijk voor binnenstedelijke gebiedsontwikkeling en voor het realiseren van bestuurlijke ambities en gewenste ontwikkelingen. Overige opgaves Naast de woningbouwopgave liggen er ook andere grote opgaves die met een ruimtelijke en financiële impact en daarmee ook op de ontwikkel- en uitvoeringskracht van onze organisatie. Deze opgaven staan beschreven in de Omgevingsvisie en hebben onder meer betrekking op klimaatadaptatie, energietransitie en gezonde leefomgeving.

Waar hebben we hier al aan gedaan?

woningen. De Raad heeft in de periode 2017-2019 de ontwikkelvisies voor de ontwikkelzones vastgesteld te weten; Spaarnesprong, Spaarndamseweg, Europawegzone, Oostpoort, Orionzone, Zijlweg en Zuid- West. De visies geven richting en verwoorden de ambities die de gemeente heeft per gebied om Haarlem verder te ontwikkelen over een periode van vele jaren. De gebiedsontwikkeling in deze zones bevindt zich in verschillende stadia van ontwikkeling, waarbij prioriteit is gegeven aan de zones Oostpoort, Zuidwest en Europaweg. De visies zijn uitgewerkt in businesscases. Er is daarbij een grote afhankelijkheid van ontwikkelaars en initiatiefnemers; de gemeente zelf heeft weinig grondposities. Vanwege schaarste aan ontwikkelcapaciteit zijn drie zones tot prioriteit benoemd: Oostpoort, Zuidwest en Europaweg. Voor de laatste twee is succesvol beroep gedaan op de Woningbouwimpuls (WBI) waarmee het Rijk 16 miljoen bijdraagt aan deze gebiedsontwikkelingen. Er zitten ook verplichtingen aan deze rijkssubsidie, daarom wordt de beschikbare ambtelijke capaciteit geprioriteerd voor deze drie zones. Dat betekent dat overige ontwikkelingen in de stad, binnen en buiten de ontwikkelzones, alleen worden opgepakt indien er capaciteit beschikbaar is. De toekenning van 16 miljoen WBI-subsidie aan Europaweg en Zuidwest geeft dekking voor de publiek onrendabele top van beide zones.

Voor deze zones is er nu een stevige ruimtelijke en financiële basis gelegd voor de ontwikkeling van beide gebieden. Dat neemt niet weg dat voor de overige zones en voor opgaven op het gebied van maatschappelijke voorzieningen, groen en mobiliteit meer geld nodig is. Voor alle zones geldt dat de eerste financiële vertaling op basis van de ontwikkelvisies leidt tot een op het eerste gezicht onoverbrugbare financiële opgave. Aan de hand van verschillende optimalisaties zijn deze zones inmiddels teruggebracht naar financieel meer realistische ontwikkelperspectieven.

De huidige woningbouwopgave betreft 10.000 woningen, met een groot aandeel betaalbare

73 

Fysiek domein | FD07 Ontwikkelgerichte organisatie en versterken uitvoeringskracht

Voor de prioritaire zones Oostpoort en Zuidwest wordt een ontwikkelstrategie op zoneniveau voorbereid. Met deze ontwikkelstrategieën op zone­ niveau wordt met name bepaald hoe de gemeente wil samenwerken met marktpartijen, welke rol zij wil nemen, welke risico’s en beheersmaatregelen daarbij horen en welke financiële arrangementen er worden gemaakt. In het collegebesluit ‘Vaststellen plan van aanpak ontwikkelgerichte organisatie’ (2021/87667) is het fysiek domein formatief versterkt ten behoeve van de realisatie van ambities over het brede fysiek domein, waaronder duurzaamheid, economie, beheer en onderhoud openbare ruimte. Het betrof een eerste tranche aan formatie, een tweede tranche is nog niet bestuurlijk vastgesteld. In de begroting 2022 is daarnaast 2 fte zone­ management opgenomen voor de overige ontwikkel­zones. Hierdoor kan de ontwikkeling in de zone in samenhang op gang gebracht worden, tesamen met de private en publieke partijen die in het gebied al aan het ontwikkelen zijn. Tevens kan worden gezorgd voor goede communicatie met bewoners, ondernemers en eigenaren. Voor realisatie van de visies van de betreffende zones is op het gebied van maatschappelijke voorzieningen, groen en mobiliteit meer capaciteit en meer geld nodig.

Leefbaarheid in wijken en buurten Om de leefbaarheid in een aantal buurten en wijken te versterken is er in een aantal buurten aanleiding voor een integrale aanpak met externe partners. Dat doen we in een zogenaamde wijkaanpak. Een wijkaanpak is een samenhangende set aan activiteiten gericht op het verbeteren van de leefsituatie van bewoners in een gebied, waar sprake is van een optelsom van sociale en/of fysieke problemen. De thema’s hebben een directe relatie met de bestuurlijke doelen zoals armoedebestrijding, kansen voor participatie, gezondheid, kansen voor jeugd, ondersteuning en zorg, klimaatadaptatie, zorgen voor een veilige en toegankelijke openbare ruimte, bestrijden overlast. Vastgestelde wijkaanpakken zijn er in het Rozenprieel en Transvaalwijk; geëxperimenteerd wordt met vergelijkbare aanpakken in de Slachthuisbuurt en Delftwijk. Geëxperimenteerd wordt met vergelijkbare aanpakken in de Slachthuisbuurt in Oost en Delftwijk in Noord. Dit vindt plaats op basis van

74 

analyses en opgedane ervaringen, in samenspraak met externe partijen (zoals een woningcorporatie). Haarlem kent meer kwetsbare buurten, zoals Meerwijk en Waddenbuurt, die qua leefbaarheid ‘slecht’ scoren. Wijkaanpakken zijn zaak van lange adem (meerjarig); zowel voor het Rozenprieel als voor de Transvaalwijk is verlenging gewenst. Een investeringsbudget wijkaanpakken is hierbij randvoorwaardelijk. Voor de wijkaanpak Rozenprieel is tot en met 2022 budget vrijgemaakt door zowel gemeente als Ymere.

Wat is de rol van de gemeente? Rol in gebiedsontwikkeling In algemene zin geldt dat de gemeente regie voert op gebiedsontwikkeling, zowel over het ruimtelijk proces als het inhoudelijk programma. Voor het overige geldt dat de rol van de gemeente kan verschillen. Dit hangt samen met de mate van complexiteit en samenhang van de betreffende gebiedsontwikkeling, de mogelijke strategische inzet van eigen grondposities, de mate waarin betrokken partijen bereid zijn met elkaar samen te werken en het stadium waarin initiatieven zich bevinden. In algemene zin staat de gemeente aan de lat voor het ruimtelijk juridisch kader en vergunningverlening, het realiseren van maatschappelijke voorzieningen, inrichting openbare ruimte, groen, parkeren en mobiliteit. Via kostenverhaal of met de winst uit een grondexploitatie worden deze zaken voor een beperkt deel door de marktpartijen of met subsidies betaald. Er is sprake van een afhankelijkheid van initiatiefnemers/marktpartijen doordat de gemeente weinig eigen grondposities heeft en Haarlem relatief weinig grondexploitaties heeft. Er is ook een samenwerking met andere overheden en stakeholders zoals ProRail. Rol bij de wijkaanpak De rol van de gemeente is hier regievoerder op de integrale samenwerking met partners en de buurt.

Daarnaast is de gemeenten opdrachtgever bij civiele projecten zoals herinrichting van straten en verbeteren van de openbare ruimte en vergroenen van de stad. En de gemeente is samenwerkings-

Fysiek domein | FD07 Ontwikkelgerichte organisatie en versterken uitvoeringskracht

partner voor welzijnsinstellingen op inhoudelijke thema’s zoals ontmoeting, spelen, gezondheid, activering, etc.

Wat moet er nog gebeuren? Welke scenario’s en handelingsperspectieven c.q. keuzes zijn er? Scenario niets doen: Gebrek aan ontwikkelcapaciteit (middelen en formatie) leidt tot het achterblijven van realisatie van de woningbouwopgave. Gebrek aan ruimtelijke regie op initiatieven van ontwikkelaars kan onwenselijke gevolgen hebben voor de stedelijke en ruimtelijke kwaliteit van de stad, het gebied, de wijk. Alleen aandacht voor de prioritaire zones. Overige ontwikkelingen worden alleen opgepakt indien de beschikbare capaciteit en middelen dit mogelijk maakt. Overige ontwikkelingen worden plotgewijs opgepakt waardoor er te weinig aandacht is voor stad in balans en een integrale aanpak. Scenario investeren in uitvoeringskracht en een op ontwikkeling gerichte organisatie In dit scenario kiest het college voor een versnelling van realisatie van ruimtelijke ambities en versnelling van de woningbouwopgave waarbij een meer integrale gebiedsaanpak de norm wordt. Verschillende ambities en opgaven komen hier samen: in relatie tot de vastgestelde omgevingsvisie worden er meerdere inhoudelijke thema’s uitgewerkt in programma’s die op hun beurt weer moeten worden geïntegreerd in de gebieden (zoals wonen, werken, klimaat, energietransitie, mobiliteit, vergroening). Daarbij wel waken voor een stapeling aan ambities per gebiedsontwikkeling.

Wat zijn de consequenties? Organisatiekracht 1) Verder inzetten op de inrichting van een ontwikkelgerichte regie- en ontwikkelorganisatie. Er ligt een voorstel tweede tranche versterken uitvoeringskracht fysiek domein die nog moet worden vastgesteld. 2) Om de formatie-uitbreiding binnen het fysiek

75 

domein financieel mogelijk te maken is voor twee jaar gebruik gemaakt van de stelpost bedrijfsvoering. Voor het versterken van de uitvoeringskracht doet het fysieke domein een zwaar beroep op bedrijfsvoering. Omdat bedrijfsvoering deze extra vraag op dit moment niet kan waarmaken zou het helpen om met incidentele middelen deze korting ongedaan te maken. Daar staat dan wel tegenover dat de kwaliteit en kwantiteit van de dienstverlening structureel omhoog moet zodat bijvoorbeeld de projectcontrol op de zones versterkt kan worden en de ondersteunende informatiesystemen voor portefeuillemanagement en planning geïmplementeerd kunnen worden. Kosten 1 mln. verdeeld over 2021 en 2022. Instrumentarium en middelen 1) Realiseren van een werkbudgetten voor gebiedsontwikkeling, onder meer ten behoeve van voorbereidend onderzoek en planvorming 2) Investeringsbudget maatschappelijke voorzieningen, openbare ruimte en mobiliteit. 3) Formuleren van investeringsstrategieën en het aanboren van externe financieringsbronnen bij medeoverheden 4) Het inrichten van een knelpuntenpot, zoals al beschikbaar voor civiele projecten. Kleinere wensen van bewoners, politieke ambities en nieuwe inzichten die gedurende het proces in beeld komen kunnen uit deze knelpuntenpot worden gefinancierd en zo vertragingen voor­ komen.

Voor de civiele onderhoudsprojecten is circa 4% onderhoudsbudget gereserveerd om kleine wensen vanuit de gemeenteraad gedurende het jaar te kunnen honoreren. Voor de ruimtelijke ontwikkeling kan ook met een dergelijke knelpuntenpot gewerkt worden zodat er meer bewegingsruimte ontstaat in het systeem om tegemoet te komen aan nieuwe inzichten. Uitgaande van 15 mln. bijdrage gemeente komt dat neer op 0,6 mln. 5) De optelsom van complexe ontwikkelopgaven waar Haarlem voor staat, vragen een herijking van de risicofilosofie en risicobereidheid van de gemeente. Een risicomijdend scenario is niet mogelijk voor de opgaven waar Haarlem voor staat. Een voorbeeld hiervan is het voeren van een actief grondbeleid: enerzijds om grondspeculatie te voorkomen, anderzijds om minder afhankelijk te zijn van grondeigenaren en zo meer regie te kunnen voeren op ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit. Een ander voorbeeld is

Fysiek domein | FD07 Ontwikkelgerichte organisatie en versterken uitvoeringskracht

het mogelijk maken van één op één verkoop bij gebiedsontwikkeling. 6) Vaststellen van een stedelijke ontwikkelstrategie Gezonde wijken 1) Integrale aanpakken mogelijk maken op basis van gebiedsanalyses en gesignaleerde (drei-

gende) problematiek op wijkniveau zoals segregatie, gezondheidsverschillen, criminaliteit et cetera 2) Zorgdagen voor een voorzieningenniveau dat past bij de wijk en het mee laten groeien van de sociale basis met de groei van de stad.

Meer informatie •  Zie ook You Tube, Wat de gemeente doet in het Rozenprieel (https://youtu.be/2-Vjlw5evw8) Kader stellende beleidsnota’s •  Actieplan versnelling woningbouw (2020/485204) •  Vaststellen plan van aanpak ontwikkelgerichte organisatie (2021/87667) •  Stand van zaken ontwikkelzones in Haarlem (2021/177438) •  Omgevingsvisie, Sor, mobiliteitsbeleid, woonvisie, etc. Overig •  Masterplan wonen provincie Noord-Holland

76 

Fysiek domein | FD07 Ontwikkelgerichte organisatie en versterken uitvoeringskracht

FD 08 Economie en werkgelegenheid Wat is het kernvraagstuk? Haarlem wil een woon-werkstad blijven. Om de economische structuur te versterken en voldoende werkgelegenheid te behouden, ook als de stad met inwoners gaat groeien, staan we voor een aantal uitdagingen: het borgen van voldoende ruimte voor werkfuncties, het behouden, aantrekken en ontwikkelen van talent, het aanjagen van innovatie en het stimuleren van ondernemerschap.

Toelichting Jaarlijks monitort de gemeente de stand van de Haarlemse economie. Hieronder een samenvatting van de Economische Monitor 2021. De Economische Monitor 2021 is hier te downloaden.

Economische groei Haarlem had tot 2015 een dalend aantal banen ten opzichte van het inwonertal. In vergelijking met andere steden scoort Haarlem met 0,44 baan per inwoner laag. In de afgelopen jaren is er echter wel sprake van een lichte groei van het aantal banen per inwoner. Deze banengroei komt voor de helft op conto van zzp’ers. Met de groei van het aantal banen neemt ook het woon-werkverkeer van Haarlemmers naar de regio licht af, hoewel nog steeds twee derde van onze beroepsbevolking een baan heeft buiten Haarlem.

Ruimte De gemeente zet in op een evenwichtige winkel-, bedrijven en kantorenmarkt. Het winkelvloeroppervlakte is met 218m2 per duizend inwoners relatief beperkt. De winkelmarkt kent een leegstand van 5,2% (2020) van het totale winkelvloeroppervlakte; dat is lager dan andere steden in Noord-Holland. Internet en digitale zichtbaarheid van fysieke winkels worden steeds belangrijker voor de detailhandel. Haarlem heeft relatief weinig areaal aan bedrijventerrein ten opzichte van andere steden en regio’s in de MRA. Het belangrijkste bedrijventerrein van Haarlem, Waarderpolder Haarlem Business Park, biedt zo’n 81 banen per hectare. Van het totaal aantal banen in Haarlem is een vijfde te vinden in de Waarderpolder. Op het bedrijventerrein is nog 8 ha direct uitgeefbaar en de leegstand is zeer beperkt, namelijk 2%. De kantorenleegstand in Haarlem was voor de uitbraak van de corona-pandemie al enkele jaren aan het dalen. De leegstand is nu zo’n 11% en dat is onder het gemiddelde van de MRA (13%). De focus op het gebied van kantorenlocaties ligt rond nieuwe multifunctionele woon-werkgebieden rondom de drie ov-knooppunten (Haarlem Centrum, Oostpoort, Nieuw-Zuid).

Ontwikkeling kantorenleegstand Zuid-Kennemerland (1-1-2021) Banengroei per kansrijke sector (2020) (bron: LISA) 2010

2019

2020

Groei 2010 -2020

25%

15%

Procesindustrie

2948

2390

2419

-17,9%

Bouwnijverheid

2805

2807

2899

3,4%

Handel & Reparatie

11672

11888

12044

3,2%

Detailhandel

7641

8164

8354

9,3%

Horeca

3145

3775

3782

20,3%

Onderwijs

5211

6149

6191

18,8%

Zorg

11099

12582

12707

14,5%

Cultuur

11672

11888

12044

3,2%

Sport & Recreatie

2410

2788

2792

15,9%

77 

30%

20%

10% 5% 0% 2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019 2020

Bron: kantorenmonitor 2021, bewerking door BCI & Tympaan.

Fysiek domein | FD 08 Economie en werkgelegenheid

2021

Talent De aanwezigheid van arbeidskrachten speelt een steeds belangrijker rol bij de locatiekeuze van bedrijven. De krapte op de arbeidsmarkt neemt steeds meer toe door de vergrijzing en een kwalitatieve mismatch: Haarlem kent relatief veel banen voor praktisch geschoolden tegenover een relatief theoretisch opgeleide beroepsbevolking. De grootste tekorten doen zich voor in de techniek, ict, onderwijs en zorg. Uitdaging is om jong talent (leeftijd 15-30 jaar) voor Haarlem te behouden, vanwege de betaalbaarheid en beschikbaarheid van kamers en woningen. Duurzaamheid Haarlem wil in 2040 een circulaire stad zijn, waarin slimmer en efficiënter omgegaan wordt met eindige en schaarse grondstoffen, energie en afval. Met het programma Haarlem Circulair 2040 wil de gemeente een versnelling tot stand brengen. Innovatie Haarlem zet in op creatief ondernemerschap door ruimte te bieden aan hub-vorming, proeftuinen en broedplaatsen gericht op toegepaste innovatie. Een voorbeeld hiervan is de Koepel. Eind 2021 start Cupola XS als een kennis- en innovatiecentrum met een onderwijsinstelling en met een mkb-hub.

Wat hebben we hier al aan gedaan? • De Economische visie Haarlem (EVH)1 zorgt voor een trendbreuk, omdat ter voorkomen dat Haarlem steeds meer enkel een stad om in te wonen. Met de EVH wordt het been bijgetrokken, ook als de stad met inwoners gaat groeien. • De EVH met vijf strategische uitvoeringslijnen Ruimte, Talent, Innovatie, Ondernemerschap en Profilering is de koers voor de lange termijn (lees: 2040). Het uitgangspunt is groeien en ontwikkelen in balans. Balans tussen wonen, werken en andere functies. Dit is belangrijk voor een aantrekkelijke stedelijke dynamiek, het beheersbaar houden van de woon-werk pendel en een gezonde en inclusieve arbeidsmarkt dichtbij huis. • Met de EVH hebben we een kompas in handen hoe we Haarlem verder willen ontwikkelen tot een creatieve stad van toegepaste innovatie, met een focus op digitalisering van het mkb, circulaire economie en gezondheid. • Er wordt al volop uitvoering gegeven aan de

78 

bijbehorende Economische agenda 2020-2024. Medio 2023 wordt de agenda geactualiseerd. Ruimte Zie de factsheet FD 01 Mengen en Verdichten. Talent • Met de Regionale aanpak arbeidsmarkt Zuid-Kennemerland en IJmond 2020-2022 met Haarlems addendum2 is in 2020 een verdere stap gezet in de versterking van een samenhangende regionale aanpak en een slagvaardig publiek-private samenwerking. • De komende jaren wordt gewerkt aan een meer integrale benadering tussen Werk & Inkomen en Economische Zaken en de doorontwikkeling van de regionale uitvoeringsstructuur waarin uitkering naar werk, opleiding naar werk, werk naar werk en Levenslang Ontwikkelen centraal staan. De gemeente Haarlem heeft als centrumgemeente een belangrijke taak in het aanjagen van de regionale samenwerking op dit thema (zie factsheet Arbeidsmarkt (Borging regionale samenwerking)). Innovatie • Innovatieve ondernemers zijn nodig voor het versterken van de concurrentiepositie, economische groei, banencreatie, het kunnen investeren in buitenlandse markten, productiviteitsontwikkeling en goed betaalde banen. Maar ook voor het maken van impact. Bij impact ondernemers is winstmaximalisatie niet de enige factor bij het meten van resultaat maar telt ook de sociale en maatschappelijke impact.

Met de uitvoering van het Actieprogramma Impact Ondernemen 202020243 is een eerste stap gezet om impact ondernemen in Haarlem te stimuleren. • Een belangrijk ontwikkeling op het gebied van innovatie is De Koepel als mkb-innovatiecentrum met (universitair) onderwijs, gericht op business studies en een leergang circulair. Deze ontwikkeling moet een vliegwiel worden voor innovatie en als inspiratie dienen voor bestaande en toekomstige ondernemers. Ondernemerschap • Het Actieplan Detailhandel en Horeca 2020 t/m 20224 en het Convenant Waarderpolder 202120255 zijn opgesteld en worden uitgevoerd. • Via verschillende Bedrijven Investeringszones (BIZ-en) en publiek-private samenwerkingsverbanden zoals de Centrum Management Groep en

Fysiek domein | FD 08 Economie en werkgelegenheid

Stichting Parkmanagement Waarderpolder wordt er samengewerkt om gebieden te versterken. Profilering • Er wordt gewerkt aan een Economische visie Zuid-Kennemerland, een actiepunt uit de Zuid Kennemer Agenda6. Ook wordt er vanuit deze deelregio in de MRA input geleverd voor het economisch ontwikkelperspectief, loopt er een onderzoek naar innovatieve ecosystemen in de MRA en wordt uitvoering gegeven aan de MRA Verstedelijkingsstrategie7.

Wat moet er nog gebeuren? Ruimte • Het borgen van ruimte voor werkfuncties is essentieel, in de ontwikkelzones en met name rondom de OV-knooppunten (focusgebieden: Oostpoort, Haarlem Nieuw-Zuid, NS station Centrum). • De Waarderpolder volledig beschikbaar houden voor werken (niet wonen), knelpunten wegnemen voor (ruimtelijke) initiatieven en het zuidelijk deel (de economische corridor) intensiveren en hoogwaardige werkruimte toevoegen in een kwalitatieve omgeving. • Opstellen en vaststellen ruimtelijk economisch beleid, minimaal voorzien van een afwegingskader en kwaliteitscriteria voor verdichten, verhogen, stimuleren intensieve werkvormen en mate van functiemenging, met daarbij de randvoorwaarden voor vervanging van het aantal banen bij transformatie en een voorstel voor de kwalitatieve invulling van werkfuncties per gebied. • Zie ook de factsheet Mengen en Verdichten. Talent • De krapte op de arbeidsmarkt. Door de coronacrisis is de problematiek die er in bepaalde sectoren al was groter en zichtbaarder geworden. Ook aandacht voor de ontwikkeling van tech-talent. • Voor een gezonde arbeidsmarkt en de publiek-private samenwerking hierin, is het belangrijk dat Werk & Inkomen en Economische Zaken meer samen gaan optrekken en de arbeidsvraagstukken integraal en ook regionaal gaan aanpakken.

• Om als werkstad te groeien is het voor Haarlem belangrijk om talent aan de stad te verbinden, met name ook talent dat in onze eigen stad wordt opgeleid en woont.

79 

• Het versterken van de samenwerking tussen overheid, onderwijs en ondernemers, het samen investeren in concrete acties voor het behouden, aantrekken en ontwikkelen van talent en daarmee Haarlemse bedrijven behouden en meer stuwende werkgelegenheid in Haarlem te creëren. • De aard van de bedrijvigheid in Haarlem veranderd, de nadruk komt steeds meer te liggen op stuwende, kennisintensieve economie. Het is in het competitieve landschap van talentwerving van belang om deze profilering meer zichtbaar te maken. Bedrijven vestigen zich immers steeds vaker daar waar het aanbod van talent groot is. • Meer aandacht voor profilering, positionering en communicatie over wat Haarlem als werkstad te bieden heeft is wenselijk. Innovatie • Om meer slagkracht op het gebied van impact ondernemen te genereren wordt het Actie­ programma Impact Ondernemen 2020-2024 doorontwikkeld en is er meer budget voor de uitvoering nodig. • Het vormgeven van de verdere samenwerking met de ROM InWest en andere partijen in de Koepel, zoals CuploaXS en de onderwijsinstellingen. • Opschalen Uitvoeringsagenda Circulaire Economie (onderdeel Routekaart Duurzaamheid8) met een focus op voedsel en textiel. • Doorontwikkelen C-district en hiermee het faciliteren van de proeftuinfunctie voor toegepaste innovatie op het gebied van circulaire en duurzame economie.

• Opleveren en vaststellen plan van aanpak innovatief gezondheidscluster. Ondernemerschap • Uit het onderzoek van de Rekenkamercommissie Haarlem9 onder 28 vergelijkbare steden blijkt dat Haarlem -op Zaanstad nahet minst uitgeeft aan economisch beleid per inwoner. Of zoals het onderzoek van Platform3110 het verwoord: ‘In vergelijkend perspectief zijn de middelen beperkt’. • De economische visie en de acties uit de economische agenda kunnen sneller -en op sommige onderdelen effectievergerealiseerd worden als er meer capaciteit en middelen beschikbaar zouden zijn. Dit geldt met name op het gebied van accountmanagement, acquisitie, stimulering van innovaties (waaronder impact ondernemen) en de transitie naar een circulaire en duurzame economie.

Fysiek domein | FD 08 Economie en werkgelegenheid

• Accountmanagement en gerichte acquisitie zijn één van de belangrijkste instrumenten om bestaande bedrijven te behouden, partijen en initiatieven te verbinden, de kracht van de stad te benutten en kansen voor nieuwe en innovatieve bedrijvigheid te verzilveren. Bovendien kan accountmanagement een belangrijke bijdrage leveren aan de (versnelling van de) uitvoering van Groei van de Stad door de (her)vestiging van bedrijven in de ontwikkelzones in goede banen te leiden. • Het stimuleren van ondernemerschap, het aantrekken van jonge bedrijven en het bevorderen van innovatie en impact ondernemen in de stad is essentieel voor de versterking van de economische structuur en de transitie naar een duurzame en circulaire economie. Extra capaciteit en middelen kunnen helpen om dit te versnellen. • Het inzetten van ondernemerschap voor de aanpak van maatschappelijke vraagstukken. Ook wel de transitie naar een betekeniseconomie, zoals verwoord in het Actieprogramma Impact Ondernemen 2020-2024. • In navolging op het Actieplan Detailhandel en Horeca 2020 t/m 2022 wordt een startnotitie Detailhandelsen Horecabeleid Haarlem opgesteld. • Opstellen nieuw Convenant Binnenstad en input leveren voor het Vitaliteitsplan om de binnenstad van Haarlem toekomstbestendig te houden. Voor uitvoering van het Vitaliteitsplan Binnenstad is extra budget nodig.

• De ondernemersdienstverlening wordt geoptimaliseerd, waarbij aandacht voor meer communicatie vanuit economie wenselijk is.

80 

Profilering • Bij het opstellen van een stadsbrede merkstrategie in samenwerking met Haarlem Marketing ook de economische-/business marketing borgen.

Wat is de rol van de gemeente? De gemeente kan de economie niet regisseren en ook geen banen creëren. Wel kan de overheid zorgen voor goede randvoorwaarden voor een aantrekkelijk vestigings- en ondernemingsklimaat. De inhoud van de EVH is opgebouwd aan de hand van dit principe en dient ook als zodanig gelezen te worden. De gemeente kan de visie niet alleen realiseren. Uitvoering is afhankelijk van de inzet van ondernemers, kennis- en onderwijsinstellingen en andere partijen in de stad en regio. Het gaat hierbij om het nemen van initiatieven, het inzetten van budgetten en capaciteit, en het delen van risico’s.

Referenties 1 Economische visie Haarlem inclusief Economische agenda 2020-2024 2 Regionale aanpak arbeidsmarkt Zuid-Kennemerland en IJmond 2020-2022 met Haarlems addendum 3 Actieprogramma Impact Ondernemen 2020 – 2024 4 Actieplan Detailhandel en Horeca 2020 t/m 2022 5 Convenant Waarderpolder 2021 -2025 6 Zuid-Kennemer Agenda 7 MRA Verstedelijkingsstrategie 8 Routekaart Duurzaamheid 9 Woon-werk balans gewogen; Second opinion Economische Visie Haarlem, RKC Haarlem 10 Second opinion Economische Visie Haarlem, Platform31

Fysiek domein | FD 08 Economie en werkgelegenheid

FD09 Impact coronacrisis, met specifiek aandacht voor toerisme Wat is het kernvraagstuk? De coronacrisis heeft grote impact op de samenleving, ook in Haarlem. In mei 2021 is een herstelaanpak vastgesteld die bijdraagt aan het behoud van Haarlem als aantrekkelijke stad voor inwoners, ondernemers, bezoekers en werkenden. Naast inzet op sociaal-maatschappelijk vlak is er inzet op herstel op economisch-cultureel vlak. De sectoren horeca, detailhandel, cultuur, evenementen zijn hard zijn getroffen door de coronacrisis en dit zijn juist de sectoren waarmee Haarlem bezoekers trekt. Corona en de effecten ervan zijn hardnekkige factoren waarvoor in ieder geval in de beleidsvoornemens op langere termijn aandacht moet blijven om te kunnen bijdragen aan het herstel.

Toelichting De herstelaanpak richt zich op herstel op meerdere sporen. Herstel op sociaal-maatschappelijk vlak wordt bevorderd: ‘Iedereen doet (weer) mee’. Maatregelen en activiteiten zijn gericht op het tegengaan van eenzaamheid, ondersteunen van kwetsbare inwoners, bevorderen van een gezonde leefstijl en het stimuleren van sporten en bewegen. Ook is een half miljoen euro voor 2021 en 2022 beschikbaar gesteld voor herstel op economisch-cultureel vlak: ‘Haarlem weer open en aantrekkelijk’. Doel is het bijdragen aan Inzet van deze invalshoek is gericht op ondersteuning van ondernemers in de sectoren horeca en detailhandel, maar ook op de ondernemers in de cultuursector en de evenementen- en toeristenbranche. Het aantal dag- en verblijfstoeristen is flink afgenomen. Met name de internationale en zakelijke markten blijven achter. Daarnaast moest de 1,5 meter afstand in acht worden genomen wat impact had op de capaciteit. Als Haarlem niet voldoende bezoekers trekt zal het aantal voorzieningen (zoals winkels en horeca) en de werkgelegenheid teruglopen, de leegstand toenemen en de stad minder levendig worden. Herstel van de bezoekersmarkt is wenselijk om de stad voor bezoekers en bewoners aantrekkelijk te houden, mits met oog voor de leefbaarheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12266069/1