CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Factsheets Haarlem

gemeenteraad 7 april 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Achtergrondinformatie42.995 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Wat moet er nog gebeuren? • Uitvoeren acties uit de beleidsvisie 2021-2024. De concrete acties zijn veelal meerjarig en worden uitgevoerd met een strakke tijdlijn. • Voorkomen en bestrijden kinderarmoede. Kinderarmoede is één van de speerpunten en vraagt om een integrale en meerjarige aanpak binnen en vanuit het gehele sociaal domein. • Gebiedsverbindend werken. De gemeente intensiveert de verbinding en de samenwerking met de gebiedsmanagers en de wijken in Haarlem. De gemeente brengt in kaart wat passende acties zijn gericht op deze gebieden. De organisatie legt de verbinding met de wijken waar kinderarmoede is. • Snel en efficiënt schulden regelen. De ingeslagen weg om inwoners snel ondersteuning te bieden die de stress van schulden wegneemt wordt doorgezet. De gemeente start met het implementeren van het Kwaliteitskader Schulddienstverlening van de branchevereniging NVVK. • Optimaliseren van sturing en monitoring. Het verder ontwikkelen van het dashboard van indicatoren op basis waarvan passende sturing, monitoring, evaluatie en advies voor aanpassingen gerealiseerd kan worden. • Verdere digitalisering van werkprocessen. Met name in de werkprocessen van te minimaregelin-

Sociaal domein | SD09 Armoede en Schulden

gen is nog veel winst te behalen door verdere digitalisering. • Gericht aanschrijven van HaarlemPashouders. Er is een wens om inwoners met een laag inkomen gericht aanschrijven over regelingen waar ze nog geen gebruik van maken, zoals de Individuele inkomenstoeslag (IIT) voor langdurige minima en de onvermijdbare schoolkostenregeling.

Wat zijn de consequenties? Er is voldoende budget opgenomen in de begroting om het huidige beleid uit te voeren. Het streven naar optimaal bereik van minima, bijvoorbeeld door het gericht aanschrijven van minima die geen gebruik maken van de regelingen, vraagt wel om aanvullende structurele middelen. Indicatief is hiervoor op jaarbasis € 800.000 nodig. Door het open einde karakter van de minimaregelingen en bijzondere bijstand is de begroting gevoelig voor een stijging in de grootte van de doelgroep. Dit risico wordt continu meegenomen en herijkt in

de risicoparagraaf en jaarrekening. De reserve minimagelden zorgt dat eventuele onderbestedingen van minimagelden beschikbaar blijven voor de doelgroep. Overig De coronacrisis heeft zowel op de korte als langere termijn gevolgen voor Haarlemmers en voor de lokale economie. Na het aflopen van de meeste landelijke steunmaatregelen per 1-10-2021 ligt het in de lijn der verwachtingen dat het aantal bijstandsaanvragen zal toenemen en dat betekent direct meer mensen in de doelgroep voor de HaarlemPas. Zzp’ers, jongeren, parttimers en/of flexwerkers komen mogelijk in beeld als nieuwe minima. Een (groot) deel van deze mensen zal voor het eerst te maken hebben met financiële problemen en doet mogelijk een beroep op schulddienstverlening. Het aantal aanvragen minimaregelingen en schulddienstverlening stijgt hierdoor. Op termijn levert dit mogelijk een tekort in het budget en een capaciteits­probleem op.

Meer informatie Kaderstellende beleidsnota’s • Integrale beleidsvisie Armoede en schulden ‘In Haarlem meer kans voor financieel kwetsbaren’, 2021-2024 2020/935630 Relevant naslagwerk • Platform 31 Fact­sheet Armoede & Schulden 2019 • BS&F de maatschappelijke kosten-baten analyse van de gemeentepolis • BKR Schuldenmonitor 2020 • Divosa Handreiking Kinderarmoede • Nationale Ombudsman Vervolgonderzoek 2018 over toegang tot gemeentelijke schuldhulp • Nationale Ombudsman Knelpunten analyse corona steunmaatregelen ondernemers en zzp’ers

43 

Sociaal domein | SD09 Armoede en Schulden

SD10 Wonen en Zorg Woonopgave ouderen en kwetsbaren met GGZ/LVB achtergrond

passende woonvormen en aansluiting van flexibele (verpleeg)zorg vanuit Wet Langdurige zorg.

Wat is het kernvraagstuk

Wat gebeurt er nu al

Het aantal mensen dat een beroep doet op de Wet maatschappelijke ondersteuning stijgt. Hier liggen onder meer demografische oorzaken aan ten grondslag. De belangrijkste daarvan is “dubbele vergrijzing”: meer mensen worden steeds ouder. Landelijk wordt een verdubbeling van het aantal 80plussers verwacht. Daarnaast merken we de concrete gevolgen van het landelijk beleid dat al een aantal jaar geleden is ingezet. Als gevolg van de afschaffing van de lichtere zorgzwaartepakketen is de groep ouderen die in een verzorgings- of verpleeghuis woont kleiner geworden. De zorginstellingen zien echter voor de komende jaren een groeiende behoefte aan intramurale woonvormen waarbij intensieve zorg geleverd kan worden, en een aantal verzorgings- en verpleeginstellingen zijn aan vervanging toe.

Landelijke ontwikkelingen Brancheverenigingen van zorgorganisaties en woningcorporaties, de ministeries van BZK en VWS hebben de handen ineen geslagen om te komen tot fors meer woningen realiseren voor ouderen. Het doel is om in de komende 5 jaar zowel extra woningen voor ouderen als extra verpleegzorgplekken te creëren. In het bestuurlijk akkoord is afgesproken dat alle gemeenten medio 2021 een Woonzorgvisie 2021 geformuleerd hebben waarin staat hoe zij met zorgorganisaties en corporaties werken aan voldoende woningen voor ouderen en de benodigde voorzieningen creëren.

Een groot deel van de groeiende groep ouderen zal echter zelfstandig blijven wonen en zorg aan huis ontvangen. Voor deze groep zijn er in Haarlem onvoldoende passende woningen. Er is hier directe samenhang met de recente kostenstijgingen in de Wmo. Er is een dringend behoefte aan woonvormen die geschikt zijn om op hoge leeftijd veilig en zelfstandig te kunnen wonen. Nodig zijn woonvormen die bijdragen aan het voorkomen van sociaal isolement, eenzaamheid en samenredzaamheid mogelijk maakt en daarbij bijdragen aan kwaliteit van leven. De opgave van voldoende woningen voor ouderen is onlosmakelijk verbonden aan de bredere opgave om voor alle kwetsbare groepen in Haarlem passende woonplekken met voldoende zorg en ondersteuning te bieden. Juist een grotere integrale sturing op woonplekken voor alle aandachtgroepen versterkt de samenhang qua woonvraagstukken en op- en afschaal mogelijkheden in het bieden van passende en betaalbare zorg en steun. Met Gewoon in de Wijk maakt Haarlem van de kant al een beweging die daarvoor nodig is. Van belang is nu dat er aansluitend op deze beweging ook resultaten bereikt gaan worden door het realiseren van

44 

Haarlem Ook in Haarlem is de ambitie om tot meer woningen voor ouderen te komen. De Woonvisie en de daaraan gekoppelde Uitvoeringsagenda gaat uitgebreid en concreet in op de situatie en de ambities in Haarlem. Dit kan dan ook beschouwd worden als de Woonzorg-visie van Haarlem. Onderdeel van de uitvoeringsagenda van de Woonvisie is de totstandkoming van een stadsdeal ouderenhuisvesting met zorgorganisaties, woningcorporaties, gemeente en eventueel welzijnsorganisaties, projectontwikkelaars, en huurdersorganisaties afspraken worden gemaakt over de opgave ouderenhuisvesting en de realisatie daarvan de komende jaren. Afspraken over de manier waarop de doelen worden behaald over nieuwbouw in verschillende segmenten die aantrekkelijk is voor ouderen ( gelijkvloers, geclusterd), het realiseren van tussen- en beschutte woonvormen met flexibele zorgzwaarte en welke ruimtes hiervoor beschikbaar komen in bestaande gebouwen, in gebieden of gebouwen waar sloop-nieuwbouw gaat plaatsvinden en in de ontwikkelzones. De verwachting is dat de stadsdeal nog voor de bestuurswisseling tot stand zal komen.

Sociaal domein | SD10 Wonen en Zorg

Wat moet er nog gebeuren (handelingsperspectief en keuzes) De visie om wat er op gebied van Wonen en Zorg voor ouderen moet gebeuren is er, afspraken met de meest relevante partijen zijn in voorbereiding. De bestuurlijke keuze ligt in de mate van urgentie die

aan deze opgave wordt toegekend. Samenwerking met corporaties, zorgkantoor, projectontwikkelaars en zorgaanbieders gaat niet vanzelf. Een Investering van ambtelijke capaciteit en bestuurlijk tijd is daarvoor nodig.

Meer informatie: Kaderstellende beleidsnota’s •  Woonvisie Haarlem 2021-2025 Doorbouwen aan een duurzaam (t)huis 2021-2025 Overig: •  Home | Wonen en zorg op de kaart | Wonen en Zorg op de Kaart Ouderenzorg in Kennemerland (argumentenfabriek.nl) Bestuursakkoord Oud en Zelfstandig in 2030 – Advies van Commissie Toekomst thuiswonende ouderen

45 

Sociaal domein | SD10 Wonen en Zorg

SD Bijlage Gewoon in de Wijk De gemeente Haarlem wil dat alle inwoners zich prettig voelen, redzaam zijn en kunnen meedoen in de samenleving. Maar soms lukt dat (even) niet meer. Gewoon in de wijk is een aanpak die ervoor zorgt dat mensen die dit niet zelf kunnen organiseren redzaam kunnen zijn en mee kunnen doen in de samenleving door het bieden van ondersteuning en activiteiten in de eigen leefomgeving. De aanpak start met een aanbestedingsprocedure waarbij de gemeente in gesprek met zorg- en welzijnsaanbieders tot een opdracht met bijbehorende samenwerkingsafspraken komt. Hiermee wil het college wijkgericht invulling geven aan de in de Wet maatschappelijke ondersteuning gestelde taken. Het betreft ondersteuning die op dit moment binnen de Sociale Basis, door het Sociaal Wijkteam en via maatwerkvoorzieningen Begeleiding wordt geboden. Met Gewoon in de Wijk geeft de gemeente een andere invulling aan de samenwerkingsafspraken met partners in de stad en wordt een belangrijke stap gezet naar het beheersbaar maken van de kosten in het sociaal domein. Kern van deze stelselwijziging is dat gewerkt wordt met één integrale opdracht, een samenwerkingsverband van een beperkt aantal strategische partners, een taakgerichte bekostiging (lumpsum) en een overeenkomst

46 

voor 8,5 jaar. Dit wordt gerealiseerd door middel van een dialooggerichte aanbestedingsprocedure. Het budget voor de opdracht is ruim € 30 miljoen op jaarbasis; hierin is een taakstelling van een kleine € 2 miljoen op de Wmo verwerkt. Volgens de huidige planning (najaar 2021) wordt in april 2022 bekend welk samenwerkingsverband de opdracht voor Gewoon in de Wijk gegund krijgt. Omdat de huidige contracten en subsidierelaties verlengd zijn tot 1 januari 2023 heeft het samenwerkingsverband tot die datum de tijd om de nieuwe werkwijze te implementeren en afspraken te maken met partijen die zij daarbij nodig heeft. Verwacht mag worden dat dit een grote impact heeft voor inwoners en organisaties in de stad. De implementatie van Gewoon in de Wijk wordt tijdig en zorgvuldig voorbereid, maar het is een complexe operatie die ongetwijfeld onrust zal veroorzaken en waar niet alles in één keer goed zal gaan. Ook na 1 januari 2023 zal nog niet alles direct lopen zoals beoogd. Het is daarom belangrijk dat de gemeente en het samenwerkingsverband direct na gunning als strategische partners samenwerken en dat de wethouder, het college en de raad op de hoogte worden gehouden van de voortgang, en waar nodig kunnen interveniëren om een soepele overgang naar het nieuwe stelsel mogelijk te maken.

Sociaal domein | SD Bijlage

Fysiek domein

FD00 M  ajeure overwegingen fysiek domein Wat is het kernvraagstuk? Haarlem groeit en past zich aan. In de Omgevingsvisie Haarlem 2045, vastgesteld in december 2021, staan de opgaven die deze transitieperiode meebrengt. Het realiseren van de visie is een zaak van de langere termijn, maar in de komende collegeperiode kunnen al veel concrete stappen gezet worden in de opgaven die cruciaal zijn om als stad met oog op de lange termijn door te ontwikkelen met behoud van kwaliteit en niet in te leveren op de gestelde ambities.

Toelichting Om ook in de toekomst een aantrekkelijke stad te blijven, is regie voeren op de ontwikkeling van de stad belangrijker dan ooit. Daartoe is met de Omgevingsvisie Haarlem 2045 een hoofdlijn vastgesteld die richting geeft aan de ontwikkeling van de stad tot 2045. De visie benoemt de zes grote opgaven voor de stad en maakt zes strategische keuzes die integraal bijdragen aan deze grote opgaven. De strategische keuzes zijn: • Mobiliteitstransitie • Mengen & Verdichten • Buurtgericht ontwikkelen • Vergroenen & Vernatten • Bevorderen gezonde leefomgeving • Ruimte voor de Energietransitie Het is een ambitieuze stip op de horizon. Om op basis van deze visie en de daarin gemaakte keuzes voortvarend aan de slag te gaan geven we bij ‘Wat moet er nog gebeuren? / Welke scenario’s en handelingsperspectieven c.q. keuzes zijn er?’ keuzes mee die bestuurlijke prioriteit verdienen.

47 

Fysiek domein | FD00 Majeure overwegingen fysiek domein

Waar hebben we tot nu toe naar toe gewerkt? Maatschappelijk effect Een leefomgeving die door de inwoners van Haarlem als aantrekkelijk wordt ervaren. Hoofddoelstelling Een duurzame, veilige en gezonde fysieke leefomgeving nu en in de toekomst

Wat is de rol van de gemeente? De gemeente heeft veel verschillende rollen in deze opgaven, van regie tot facilitator tot uitvoering.

Wat gebeurt er nu al? In de afgelopen jaren zijn al veel projecten afgerond en gestart en is beleid ontwikkeld waarmee wordt bijgedragen aan de visie en de opgaven. Goede voorbeelden hiervan zijn het realiseren van woningen in de ontwikkelzones, het toevoegen van arbeidsplaatsen in de Waarderpolder, het vergroten van het voorzieningenaanbod en het uitbreiding van het cultureel aanbod door onder andere de uitbreiding van de Koepel.

Wat moet er nog gebeuren? Welke scenario’s en handelingsperspectieven c.q. keuzes zijn er? 1. Mobiliteit Snelheid maken met de mobiliteitstransitie is noodzakelijk om (vrijwel) alle andere opgaven mogelijk te maken. Om de groei van de stad aan te kunnen is gekozen voor een mobiliteitstransitie waarbij de rol van de auto afneemt en die van fietsen en OV toeneemt. De mobiliteitstransitie is noodzakelijk om alle andere vijf de strategische keuzes mogelijk te maken en de stad ook op termijn bereikbaar te houden. De mobiliteitstransitie vormt daarom de basis voor andere ontwikkelingen in de komende jaren. Deze mobiliteitstransitie is beschreven in het afgelopen jaar vastgestelde mobiliteitsbeleid. Door in de komende bestuursperiode te starten met de mobiliteitstransitie door concrete maateregelen te nemen betekent ook dat op termijn ook tot (veel) hogere kosten en vaak pijnlijkere maatregelen voorkomen kunnen worden. Keuze: Werkzaamheden voor beheer en onderhoud van de omgeving worden toekomstbestendig uitgevoerd: klimaatadaptief, georiënteerd op actieve mobiliteit, gezondheid- en natuurinclusief. Hiermee worden hogere kosten op langere termijn voorkomen. (Nadere toelichting in HLM FD06.)

48 

Fysiek domein | FD00 Majeure overwegingen fysiek domein

Op deze wijze werken betekent dat het aantal parkeerplaatsen zal afnemen, terwijl de combinatie van fiets, OV en deelmobiliteit als alternatief nog niet volledig ‘af’ is. Alleen door deze tijdelijke situatie als ‘transitiepijn’ te accepteren, kunnen we de overgang naar een toekomstbestendig mobiliteitssysteem maken. Hierbij kunnen we ter plaatse natuurlijk wel direct de fietsinfrastructuur en stallingsplaatsen goed inpassen. Door in te zetten op het alternatief voor de auto kunnen stappen worden gezet in de nieuwe bestuursperiode en kan voorkomen worden dat op de ambities moet ingeboet. Keuze: De knooppuntontwikkelingen (Haarlem Station, Oostpoort, Nieuw Zuid) met voorzieningen voor ketenmobiliteit, het versterken van regionale OV- en fietsnetwerken en het versterken van het 10-minuten-netwerk (stedelijke fiets- en wandelnetwerk) snel mogelijk maken door eigen gemeentelijke inzet, samenwerking en lobby en belangenbehartiging (bijvoorbeeld via het programma Bereikbare Steden). Hiermee blijft de stad bereikbaar. Totaal inversteringen bovenwijkse infra

150,4

Ten laste van de reserve Bovenwijks (GebiedsOntw)

20,3

Ten laste van Algemene Middelen

130,1

Benodigde investeringsruimte voor groei van de stad komenede 3 bestuursperioden Deze bestuursperiode

43,4 investering

In de nota bovenwijkse voorzieningen (zie 2021 0086978 bijlage Nota bovenwijkse netwerkvoorzieningen 2021, blz 42,43 vastgesteld GR 22 april 2021) zijn de investeringen aangegeven die nodig zijn om de mobiliteitsgroei te accommoderen. Deze investeringen bedragen € 150 mln. waarvan € 20 mln. als bijdrage vanuit de ontwikkelaars wordt betaald. Het restant van € 130 mln. komt ten laste van de Gemeente Haarlem voor de komende 12 jaar. In deze bestuursperiode is dan circa 43,4 mln. nodig om de stad bereikbaar te houden en te investeren in de mobiliteitstransitie. Daarnaast zijn omvangrijke bijdragen vanuit het Rijk en Provincie noodzakelijk om de 3 mobiliteitsknooppunten te versterken (Nieuw Zuid, Oostpoort, Stationsplein). Haarlem heeft een opgave om voor betaalbare woningen te zorgen. Deze woningen worden grotendeels gerealiseerd in ontwikkelzones. Door deze groei ontstaan andere opgaven voor de leefbaarheid in de stad. De druk op het mobiliteitssysteem en de toch al schaarse ruimte wordt hoger. Daarom werkt Haarlem samen met acht andere middelgrote gemeenten rond Amsterdam aan een betere verdeling en bereikbaarheid van wonen en werken in het traject ‘Bereikbare Steden’, onderdeel van het rijks- en regioprogramma SBaB (Samen Bouwen aan Bereikbaarheid).

Met het toevoegen van woningen en werkgelegenheid op en rondom de drie OV-knooppunten heeft Haarlem een belangrijk aandeel in de groei van de MRA. Elk van de negen gemeenten heeft vorig jaar een Gebiedsplan opgesteld, waarin projecten staan opgenomen om de volgende doelen te bereiken: • Het versneld aanpakken van het woningtekort; • Het optimaliseren van de ov-bereikbaarheid; • Het stimuleren van de werkgelegenheid; • Het verduurzamen en klimaatveranderingsbestendig maken; en • Het blijvend investeren in de leefbaarheid, de ontmoetingsfunctie en inclusiviteit

49 

Fysiek domein | FD00 Majeure overwegingen fysiek domein

• Bereikbare Steden is een aanpak op maat, waarin wonen, werken, openbare ruimte en bereikbaarheid samenkomen. Momenteel wordt het Haarlemse Gebiedsplan Bereikbare steden geactualiseerd. In het gebiedsplan zijn 26 (was 25) investeringen in beeld gebracht die nodig zijn om te zorgen voor een evenwichtige ontwikkeling op en rondom de drie OV-knooppunten van Haarlem. De financiële haalbaarheid en fasering wordt grotendeels bepaald door bijdragen van het rijk. Daarover komt de komende maanden meer informatie beschikbaar. Ondertussen is het belangrijk dat we als stad onze cofinanciering zelf op orde hebben, en dat we andere partijen bewegen om mee te betalen. In het Investeringsplan is reeds een cofinancieringspost opgenomen van 3 maal € 15 mln in de jaren 2024, 2025 en 2026. Het onrendabele deel van de projecten bedraagt in totaal echter nog een kleine € 300 mln. We hebben het rijk en andere partijen dus echt nodig om onze (boven)regionale ambities te realiseren. Keuze: Ophogen en doortrekken van de cofinancieringspost Bereikbare steden en blijven inzetten op Haarlemse lobby en belangenbehartiging. Zie ook Fact­sheet Belangenbehartiging. Haarlem stelt veel eisen aan woningbouw. Dit kost geld en zorgt voor een langere doorlooptijd, maar ook voor betere kwaliteit.

Eén van de meest kostbare eisen is de parkeernorm die Haarlem aan woningbouw stelt; deze kost vaak meer dan 50 duizend euro per woning. Deze kosten komen indirect voor rekening van de bewoners, waardoor woningen duurder worden. Tegelijkertijd zorgen al deze extra parkeerplaatsen voor meer auto’s in de stad, waardoor de bereikbaarheid en de leefbaarheid in de stad verslechtert. Het inzetten op dure investeringen in de auto-infrastructuur om de extra auto’s te faciliteren, is onwenselijk omdat hiermee ruimte en geld worden gebruikt verbruikt die niet meer kunnen worden gebruikt voor andere opgaven zoals woningbouw, klimaatadaptatie, vergroening, energietransitie en het verbeteren van alternatieve mobiliteit (fiets-, wandel-, en OV-netwerken en fietsparkeren). Andersom geldt dat een substantieel lagere parkeernorm deze doelen juist éérder in beeld brengt. Daarnaast is het reguleren van parkeren in meer delen van de stad dan nu van belang om mogelijk te maken dat bewoners van nieuwbouw hun auto in de omgeving stallen, om ruimte vrij te spelen voor andere opgaven en om meer bewustwording creëren van het ruimtebeslag van de auto in de stad en zo ook bijdragen aan de mobiliteitstransitie. Keuze: Een substantieel lagere parkeernorm bij woningbouw vaststellen. Hiermee wordt woonruimte in de stad beter betaalbaar te houden en wordt de mobiliteitstransitie versneld.

Keuze: In meer delen de stad het parkeren reguleren. Hiermee wordt de mobiliteitstransitie versterkt.

50 

Fysiek domein | FD00 Majeure overwegingen fysiek domein

2. Werkgelegenheid Om het aantal arbeidsplaatsen in balans te kunnen houden met het aantal inwoners moet werkgelegenheid worden toegevoegd in de stad. Een gebiedstransformatie naar een intensief werkgebied in het zuidelijk deel van de Waarderpolder, als onderdeel van de economische corridor tussen Haarlem Centraal en Oostpoort is daarvoor noodzakelijk. Complementair aan de mobiliteitstransitie is het realiseren van (kennis)intensieve werkgelegenheid nabij de woonomgeving, dit levert namelijk relatief minder of andere pendelbewegingen op. Haarlem wil werkgelegenheid realiseren passend bij de aanwezige beroepsbevolking en het woonprogramma moet aansluiten op het type werkgelegenheid dat nodig is (onderwijzers, zorgpersoneel, etc.). De werkfunctie moet zo goed mogelijk in balans zijn met de woonfunctie, maar blijft nu nog achter. In de economische visie wordt ingezet op het verbeteren van de woon-werkbalans. Voor ontwikkelaars levert het meer op om woningen te realiseren dan werkfuncties. Het aandeel werkfuncties dat bij ontwikkelingen gerealiseerd wordt blijft mede daardoor achter. Door ruimte te maken voor meer (kennis)intensieve werkgelegenheid in de Waarderpolder en bij de knooppunten kunnen in de ontwikkelzones sneller woningen worden gerealiseerd. Voorzieningen blijven uiteraard noodzakelijk in de zones.

Voor het zuidelijk deel van de Waarderpolder betekent dit een transformatie naar een ander werkmilieu, met gevolgen voor het type bedrijven dat zich er zal vestigen, het soort gebouwen dat er zal worden gebouwd, het mobiliteitspatroon, de inrichting en uitstraling van de openbare ruimte en op het ruimtelijk beleid dat de gemeente er zal moeten voeren. Keuze: Het zuidelijk deel van de Waarderpolder aanwijzen als ontwikkelzone voor transformatie en significante intensivering van de arbeidsplaatsendichtheid. Hiermee blijft de stedelijke woon-werkbalans op peil. Werkgelegenheid

Gebiedstransformatie zuidelijk deel Waarderpolder, naar arbeidsintensief werkgebied Investering C district, MAAK terrein

PM

(Nadere toelichting in HLM FD01.)

3. Wonen Woningen die gebouwd worden leveren een bijdrage aan het principe van ‘De ongedeelde stad’. Het principe van ‘De ongedeelde stad’ gaat ervan uit dat iedereen op een gelijkwaardige manier kan wonen en leven in de stad en kan deelnemen op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en aan de woningmarkt. De zes strategische keuzes uit de omgevingsvisie zorgen voor een gebalanceerde ontwikkeling van de stad die voor iedereen betaalbaar, bereikbaar, gezond en veilig is. Belangrijk is om betaalbare, passende woningen en aantrekkelijke gemengde woonmilieus te realiseren. Een goede balans tussen koopwoningen en huurwoningen is daar-

51 

Fysiek domein | FD00 Majeure overwegingen fysiek domein

voor van belang. Het toevoegen van koopwoningen in de stad, in het betaalbare en middeldure segment is gewenst. Keuze: Naast sturen op sociale en middeldure huur, ook sturen op toevoeging van betaalbare/middeldure koopwoningen, inclusief sturing op het betaalbaar houden van deze woningen op langere termijn. Hiermee wordt bijgedragen aan een ‘ongedeelde stad’. WBI zones

WBI OT Gemeente OT

totaal Woningen

Europaweg

7,6

7,6

15,2

2.937

Zuidwest

8,2

8,2

16,4

1.472

Oostpoort

6,5

6,5

13,0

1.009

44,6

5.418

Totaal OT Overige zones

OT € 1 mln.)

woningen

% sociaal

Totaal OT overige zones, komende 12 jaar

32,8

4.340

44%

Aankomende bestuursperiode

10,9 investering

1.919

Met de keuze voor een hoog percentage sociale en middeldure huur zijn niet alle investeringen in de gebiedsontwikkeling verhaalbaar op de ontwikkelaars en ontstaat er een zogenaamde onrendabele top (OT). Uitgaande van de onrendabele top in de 3 WBI-zones, zal bij een vergelijkbare ontwikkeling in de overige 3 zones ook een onrendabele top ontstaan van € 32,8 mln. in de komende 12 jaar. Voor deze bestuursperiode komt dat neer op € 10,9 mln. (Nadere toelichting in HLM FD01.) Met de gebiedsontwikkeling ontstaan ook kansen voor de inpassing van maatschappelijke voorzieningen en uitbreiding van maatschappelijk voorzieningen ten behoeve van de nieuwe bewoners. Voor deze bestuursperiode ligt de keuze voor om de bibliotheek te herhuisvesten in het winkelcentrum van Schalkwijk en in de vrijkomende ruimte van de oude bibliotheek de uitbreiding van maatschappelijke voorzieningen te voorzien. Schalkwijkcentrum Nieuwbouw Bibliotheek 4,9 investering Het bijbouwen van woningen blijft ook in de komende bestuursperiode een grote opgave. De stikstofproblematiek kan tot vertragingen, extra kosten en bijstelling van plannen leiden (zie HLM01). In de Ontwikkelzone Zuid-West is stikstofproblematiek bekend en ook elders in de stad kan zich mogelijk stikstofproblematiek voor gaan doen.

Hier ligt autoluw ontwikkelen het meest als oplossing voor de hand maar ook elders compenseren kan worden onderzocht, bijvoorbeeld door landbouwbedrijven in het Westelijk Tuinbouwgebied uit te kopen of door mogelijk gebruik te maken van de provinciale stikstofbank. Keuze: Onderzoeken of landschapsontwikkeling uitkomst kan bieden voor de stikstofproblematiek, zoals de realisatie van Stadsrandpark Oost en/of uitkoop van landbouwbedrijven in het Westelijk tuinbouwgebied. Hiermee wordt de woningbouwambitie ondersteund en landschappelijke kwaliteit toegevoegd.

52 

Fysiek domein | FD00 Majeure overwegingen fysiek domein

onderzoek landschapsontwikkeling i.v.m. stikstof strategisch aankoopbudget Westelijk tuinbouwgebied realisatie stadsrandpark

PM geen investering alleen rentelasten PM investering

4. Vergroenen en Vernatten Vergroenen en Vernatten is noodzakelijk om de stad leefbaar te houden. In de vastgestelde omgevingsvisie staat dat de stad in 2050 klimaatadaptief is ingericht zodat deze hevige regenval, ernstige hittestress en langdurige droogte aan kan. Deze opgave vereist significant meer groen en water verspreid over de hele stad en daarnaast veel technische ingrepen, bijvoorbeeld vergrotingen en aanpassingen van het rioleringsstelsel Nieuwbouw dient klimaatbestendig te worden uitgevoerd. Een deel van de kosten kan worden gedragen door de kopers, maar voor het deel sociale woningbouw ontstaat een onrendabele top. Bij een maximale beleidsambitie bedraagt deze 2.500 per woning en bij een minimale ambitie 1.200 per woning. De gemeente is verantwoordelijk voor het klimaatadaptief maken van de openbare ruimte. In ruim opgezette wijken zoals Meerwijk is dit al uitdagend maar in krappe wijken zoals de Leidsebuurt of het Rozenprieel is dit zeer complex. De ruimte die hiervoor nodig is, is zowel openbare ruimte als private ruimte. • De opgave is de stad in 2050 klimaatadaptief te hebben ingericht. De onderhoudscyclus van de openbare ruimte bedraagt 30 à 40 jaar en de meeste vervangingsprojecten zijn nog niet klimaatadaptief gedaan. Er is daarmee bij voorbaat een achterstand tussen de 2 en 12 jaar.

• Klimaatadaptief groot onderhoud kost meer geld, deze meerkosten zullen meegenomen moeten worden in de investeringsbedragen. • De ruimte die primair voor de auto is bedraagt momenteel 38-56% van de openbare ruimte afhankelijk van de wijk. Om maatregelen mogelijk te maken zal deze ruimte moeten verminderen. • Nader onderzoek is nodig over de meest kosten- en ruimte-efficiënte oplossingen en de meest maatschappelijk wenselijke oplossingen in verschillende wijken. • De omgevingsvisie heeft een aantal nieuwe hoofdboezemwaterverbindingen benoemd. Het opstellen van een uitvoeringsplan voor deze watergangen helpt om goed aan te sluiten bij cycli van andere werkzaamheden en het organiseren van de benodigde financiering. • Voor kwetsbare functies zoals (nieuw aan te leggen) transformatieruimtes voor elektriciteit is het van belang dat deze beschermd worden tegen de gevolgen van klimaatverandering ten behoeve van o.a. de veiligheid. Bij het vergroenen van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met de beleidsambities uit het groenbeleidsplan. Aanvullend op het Strategisch Plan Klimaataaptatie zijn extra maatregelen noodzakelijk om ook de ecologische waarde van het groen te versterken.

53 

Fysiek domein | FD00 Majeure overwegingen fysiek domein

Vergroenen en Vernatten (HLM03) en aanvullende beleidsambities Onderhoud Openbare ruimte

Klimaatbestendige nieuwbouw keuzen max beleidsambitie

2,37 IP

Klimaatbestendige nieuwbouw keuzen min beleidsambiti

1,14 IP

Bestrijden knelpunten wateroverlast

13,17 IP, t.l.v. rioolheffing

Bestrijden alle knelpunten hittestress

2,21 IP

mekoppelen beleid klimaatadaptatie bij onderhoud OR

9,77 IP, nader onderbouwen met onderzoek Panterra, vGRP

onderzoek, strategie, evaluatie en communicatie kosten

0,17 str

stimuleringsregeling

0,15 str

ambities routekaart Groenbeleidsplan

PM kosten per jaar

5. Wijkgerichte aanpak van (lokale) beheer- en ontwikkelopgaven Alle grote opgaven worden alleen gerealiseerd door een integrale aanpak en door goed samen te werken met de inwoners van de stad. Op een aantal plekken in de stad krijgen de opgaven uit de omgevingsvisie vorm in grootschalige ontwikkelingen (zones). Maar ook de buurten waar dit niet speelt veranderen. Er zijn ook daar maatregelen nodig voor bijvoorbeeld de energietransitie en klimaatverandering. De directe leefomgeving van de Haarlemmers zal hierdoor ingrijpend veranderen. Nog niet iedereen is hierop voorbereid en ziet hier het nut van in en ook niet iedere Haarlemmer is zelfredzaam genoeg om mee te komen. Het onderhoud van de openbare ruimte loopt momenteel al achter ten opzichte van het kwaliteitsniveau dat we er als gemeente aan stellen. Door de verschillende beheer- en ontwikkelopgaven (klimaatadaptatie, energietransitie, glasvezel, mobiliteitstransitie, vergroening, etc.) te integreren en tegelijk op te pakken kan in een buurt in een keer het gewenste niveau en en de opgaven gerealiseerd worden. Dit betekent wel dat soms straten of infrastructuur wordt aangepakt die daar qua planning nog niet aan toe was, maar voorkomt dat er ingrepen na elkaar moeten worden gedaan.

Het betekent ook dat op sommige plekken in de stad het kwaliteitsniveau tijdelijk verder zal dalen omdat niet elke wijk tegelijk opgepakt kan worden, omdat de verdeling van ruimte en financiële middelen over alle opgaven wordt geoptimaliseerd. De veranderingen bieden kansen om tegelijkertijd sociale vraagstukken zoals sociale veiligheid en criminaliteit op te pakken. Door een integrale wijkaanpak kunnen sociale en fysieke opgaven in samenhang en samen met belanghebbenden worden opgepakt. Onderdeel daarvan is versterking van het sociaal weefsel. Dit betekent onder meer dat er voldoende ruimte is voor sociale basisvoorzieningen die ondersteuning bieden waar nodig. Dit zorgt ervoor dat mensen zich prettiger voelen in hun buurt, de kwaliteit van leven toeneemt en de samenleving als geheel versterkt wordt. Ook ontstaan kansen buurten te vergroenen en de verblijfs- en ontmoetingsruimtes in de buurt te versterken.

54 

Fysiek domein | FD00 Majeure overwegingen fysiek domein

Keuze: De opgaven uit de Omgevingsvisie worden deels gerealiseerd in de openbare ruimte, en deels door de inwoners zelf. We onderzoeken hoe inwoners kunnen worden bewogen noodzakelijke maatregelen te nemen en welke ondersteuning daarbij behulpzaam is (zie HLM FD02). Hiermee dragen de inwoners bij aan de transitieopgaven voor de stad. Keuze: De integrale wijkaanpak die al op een aantal plekken in Haarlem succesvol is, wordt voortgezet (Rozenprieel) en uitgebreid over andere wijken. De basis voor de aanpak is een (ruimtelijke) gebiedsanalyse, waaronder de inventarisatie van beheer- en ontwikkelopgaven en gesignaleerde (dreigende) problematiek op wijkniveau zoals segregatie, gezondheidsverschillen en criminaliteit. Een tijdelijk lager kwaliteitsniveau van de openbare ruimte in delen van de stad is mogelijk in afwachting van een integrale aanpak. Hiermee wordt bijgedragen aan een leefbare stad. Wijkgerichte aanpak beheer en ontwikkelopgaven

integrale wijkaanpak uitbreiden over andere wijken

PM

wijkgerichte aanpak Rozenprieel voortzetten va 2023

0,12

6. Ruimte in de bodem Door een strategie voor de ondergrond te creëren kunnen de ambities op het gebied van energietransitie, gezondheid, klimaatadaptatie, vergroening en bouw van woon- en werkruimte zo goed mogelijk blijven realiseren. Opgaven als de energietransitie, mobiliteitstransitie en klimaatadaptatie hebben een bovengrondse ruimteclaim die in wijkaanpakken kan worden opgepakt, maar ook een claim op ruimte in de bodem en ondergrond. Aanleg van warmtenetten, significante uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk, aanleg van nieuwe watergangen en aanleg van glasvezel zijn hier voorbeelden van. Deze ondergrondse ruimtevraag zal toenemen naarmate in de loop van de tijd meer gebouwen van het aardgas gaan, er meer elektrisch vervoer komt, het rioleringsstelsel uitbreidt, afval meer gescheiden wordt ingezameld en meer bomen worden geplant die wortelruimte behoeven. Op plekken waar hiervoor op dit moment nog niet voldoende ruimte is, is het nodig deze ruimte tijdig te reserveren of te creëren. Keuze: Er wordt een strategie opgesteld om de Haarlemse bodem en ondergrond efficiënt te kunnen gebruiken om de opgaven te realiseren. Hiermee worden voorwaarden geschapen om de transities met een ruimtelijke claim te kunnen realiseren (zie HLM FD05). Ruimte in de bodem

Opstellen strategie bodem en ondergrond

55 

PM

inc

Fysiek domein | FD00 Majeure overwegingen fysiek domein

7. Verder versterken ontwikkelcapaciteit en -expertise Het versterken van een ontwikkelgerichte gemeente is randvoorwaardelijk voor het realiseren van de Haarlemse doelstellingen in het fysiek domein. De opgaven waar Haarlem voor staat zijn grote opgaven. Dit vraagt iets van de organisatie. In de afgelopen jaren is de ontwikkelcapaciteit en -expertise al versterkt en is al veel bereikt. Er is echter nog veel te doen en er liggen veel kansen. Haarlem is een aantrekkelijke stad voor ontwikkelaars en ook in regionaal verband wordt de potentie van Haarlem gezien en ondersteund, bijvoorbeeld met subsidiemogelijkheden. Een verdere versterking van de organisatie en instrumenten vergroot de mogelijkheden ambities te realiseren. Belangrijk onderdeel van de versterking van gemeente als ontwikkelgerichte organisatie is het voeren van actief grondbeleid. Dit zorgt voor meer strategische sturingsmogelijkheid en is maakt het over de gehele linie mogelijk ruimte te bieden aan maatschappelijke opgaven. Bij actief grondbeleid hoort echter ook een ander risicoprofiel. Keuze: Er wordt een stedelijke strategie uitgewerkt. Dit houdt in dat een ruimtelijk-financieel instrumentarium wordt opgesteld met onder meer actief grondbeleid, het gebruik van fondsen, subsidiering, investeringsstrategie, lobbystrategie en het verhalen van kosten.

Hiermee wordt het realiseren van de opgaven uit de omgevingsvisie versterkt. (Nadere toelichting zie HLM FD07.) Keuze: Het risicoprofiel van de gemeente wordt heroverwogen en ander risicomanagement wordt hierbij onderzocht. Door een hoger risiconiveau te accepteren wordt de slagkracht van de organisatie vergroot (Nadere toelichting zie HLM FD07.) Keuze: Er wordt integraal gestuurd op de strategische hoofdlijn en de lange termijn. Keuzes en besluiten worden getoetst aan de lange termijn en het integrale karakter van de Omgevingsvisie. Hiermee wordt bewust gewerkt aan het bijdragen aan het realiseren van de Omgevingsvisie (zie HLM07). (Nadere toelichting zie HLM FD07.) Keuze: Haarlem ontwikkelt een lobbystrategie en zet in op actieve participatie in de regio en in Den Haag. Door de Haarlemse belangen goed te behartigen kunnen financieringsmogelijkheden (binnenhalen subsidies en fondsen) worden uitgebreid. Hiermee kunnen ontwikkelingen, met name woningbouw als financiële aanjager van andere ambities, worden versneld of versterkt. (Nadere toelichting zie HLM FD07.) Verder versterken ontwikkelcapaciteit en -expertise (HLM07 Uitvoering)

56 

capaciteit uitwerken stedelijke strategie

PM

str

capaciteit uitwerken lobby/subsidie strategie

PM

str

verstrekken ondersteuning en sturingsinstrumentarium FD

PM

str

Fysiek domein | FD00 Majeure overwegingen fysiek domein

Wat zijn de consequenties? Financieel Voor de financiële consequenties van bovenstaande keuzes wordt verwezen naar het financieel kader. Algemeen: De diverse opgaven brengen grote investeringen met zich mee over een lange periode. Opgaven kunnen daarnaast ook gevolgen hebben voor de exploitatie. Op dit moment wordt voor verscheidene opgaven (zoals de energietransitie en de klimaatopgave) geraamd wat het geschatte investeringsvolume is en wat dat zou kunnen betekenen voor de komende collegeperiode, afhankelijk van de keuzes die in het nieuwe coalitieprogramma worden gemaakt. De komende periode wordt ook voor de andere opgaven een inschatting gemaakt. Deze raming helpt naast de inhoudelijke overwegingen bij de te maken keuzes. De planning is dat dit eind dit jaar gereed is. Overig --

Bijlagen en meer informatie Bijlagen: • HLM FD01: Mengen & Verdichten • HLM FD02: Buurtgericht ontwikkelen • HLM FD03: Vergroenen & Vernatten • HLM FD04: Bevorderen gezonde leefomgeving • HLM FD05: Ruimte voor energietransitie • HLM FD06: Mobiliteitstransitie • HLM FD07: Uitvoering Kaderstellende beleidsnota’s Omgevingsvisie Haarlem 2045

57 

Fysiek domein | FD00 Majeure overwegingen fysiek domein

FD01: Mengen en Verdichten (Ruimte om te wonen en te werken) Leeswijzer Deze fact­sheet geeft nader toelichting bij de fact­ sheet ‘Majeure overwegingen fysiek domein’ en bevat enkele andere overwegingen binnen het thema Mengen en Verdichten. De fact­sheet heeft primair betrekking op de thema’s wonen, economie, voorzieningen en erfgoed.

Wat is het kernvraagstuk? In de vastgestelde omgevingsvisie staat dat Haarlem een ongedeelde, dynamische, inclusieve en gebalanceerde stad wil blijven.1 Om dit te bereiken moet voldoende woon- en werkruimte worden toegevoegd. Om in een groeiende stad de balans tussen wonen en werken goed te houden is de wens in de periode 2016-2025 per saldo minimaal 10.000 woningen en 6.020-9.030 arbeidsplaatsen* toe te voegen. En in de periode 2025-2030 nog eens minimaal 6.000 woningen en 3.612-5.418 arbeidsplaatsen*.2,3

Toelichting De woningbouw wordt zoveel mogelijk geconcentreerd in grootschalige gebiedsontwikkelingen zoals de ontwikkelzones. De woningbouw moet in verschillende segmenten wordt gerealiseerd en er moet worden vastgehouden aan minimale kwaliteitseisen en toewijzingscriteria. Binnen de ontwikkelzones is het doel tenminste behoud van het aantal arbeidsplaatsen en op sommige plekken op een uitbreiding. Hier komt voornamelijk de verzorgende economie (voorzieningen) en groeit het aantal sociaal-maatschappelijke voorzieningen mee (sportvelden, scholen, etc.). De stuwende economie (bedrijven die zich niet per se op de Haarlemse markt richten zoals maakindustrie, kantoren, etc.) komt vooral bij de knooppunten (Stationsplein, Oostpoort, Nieuw Zuid) en in (het zuidelijk deel van) de Waarderpolder. De Waarderpolder kent momenteel als bedrijventerrein de hoogste arbeidsplaatsendichtheid in de MRA en Noord-Holland. Hier nog duizenden arbeidsplaat-

58 

sen (dat willen zeggen ongeveer een verdubbeling van het huidige aantal in de Waarderpolder) aan toevoegen gaat niet vanzelf. Om dit te realiseren kan (het zuidelijk deel van) de Waarderpolder zich van een bedrijventerrein doorontwikkelen naar een intensief werkgebied. Het vraagt dat er naast actieve sturing in de ontwikkelzones ook actief gestuurd dient te worden op de transformatie van het zuidelijk deel van de Waarderpolder naar (kennis)intensieve werkfuncties. Hierdoor ontstaat er een economische corridor tussen Haarlem Centraal en Oostpoort, met ontwikkelingen als C-District, Koepel, Haarlemmerstroom als onderdeel daarvan. Met name voor hoogwaardige werkruimte in een kwalitatieve ruimtelijke omgeving is veel vraag, Het goed functioneren van de OV-knooppunten Oostpoort en Stationsplein is een voorwaarde. Haarlem heeft, als vijfde erfgoedstad van Nederland, bijzonder veel kwaliteit. De groei moet met aandacht voor het bestaande plaatsvinden en daarom wordt ingezet op het toevoegen van hoogwaardige en aantrekkelijke nieuwe stukken stad. Dit zorgt voor een aangename woonomgeving maar ook voor een beter vestigingsklimaat voor bedrijven.

Wat hebben we hier al aan gedaan? De afgelopen vier jaar is het fundament gelegd voor woningbouwontwikkeling in de ontwikkelzones: • De visie voor de zones zijn vastgesteld en op verschillende plekken in de stad zijn hier projecten uit voortgekomen. • Voor Europaweg en Zuid-West zijn woningbouwimpulsgelden verkregen en voor Oostpoort is een aanvraag voor deze woningbouwimpuls gedaan. • Het uitgangspunt is 40% sociale huur, 40% middelduur en 20% vrij. In de ontwikkelzones aan de westkant van de stad is 50% sociale huur geprogrammeerd. In alle ontwikkelzones wordt gericht op het toevoegen van voldoende voorzieningen binnen de zone. Op het gebied van werkgelegenheid is in de Economische Visie een ambitieuze koers uitgezet die zich richt zich op intensiveren en het beter laten aansluiten van Haarlemse werkgelegenheid op de

Fysiek domein | FD01: Mengen en Verdichten

beroepsbevolking van Haarlem. 3 De knooppunten en (het zuidelijk deel van) de Waarderpolder zijn als belangrijkste intensiveringslocaties aangewezen.

Wat moet er nog gebeuren? In de fact­sheet ‘Majeure overwegingen fysiek domein’ staan bij 2. en 3. de belangrijkste keuzes voor de komende periode benoemd met betrekking tot wonen en werken. Een andere overweging betreft de grote hoeveelheid randvoorwaarden bij woningbouw (autoparkeren, doelgroepen, woningkwaliteit, duurzaamheid, groen, erfgoed, andere functies maatschappelijk draagvlak). Dit maakt het moeilijk of soms onmogelijk woningbouw (snel) tot stand te brengen en het blijft van belang mogelijkheden te versnellen te onderzoeken. Voorbeelden hiervan zijn: • Meer flexibiliteit, bijvoorbeeld met betrekking tot beeldkwaliteit; • De markt beter benutten en de ambtelijke organisatie daarmee ontlasten; • Extra geld inzetten, bijvoorbeeld met actief grondbeleid; • Het uitgangspunt 40-40-20 bijstellen, bijvoorbeeld naar 50-50 in ontwikkelzones; • Leegstaande incourante werkruimte benutten voor woningbouw; • De mogelijkheid woningen te kunnen splitsen gebruiken als dit bijdraagt aan een toekomst­ bestendige buurt; Andere overwegingen zijn: • Het realiseren van woonruimte voor bijzondere doelgroepen (woningen, woonzorgwoningen / verzorgd wonen en woonvormen voor woon / bewonerscollectieven) draagt bij aan de ongedeelde stad en zorgt voor de benodigde balans in het woningbestand.

Meer inzet op huisvesting voor ouderen kan bijvoorbeeld helpen de doorstroom in de totale woningmarkt op gang te brengen en kan helpen bij bestrijding van eenzaamheid en zorgt voor een duurzamer gebruik van het woningbestand. • De betaalbaarheid van het wonen heeft een ruimtelijke weerslag in de kaart van de energiearmoede in de stad. Meerwijk is hierin als een prioriteitsgebied. Dit kan uitgebreid worden naar andere wijken voor de aanpak van de bestaande woningvoorraad.

59 

• Het instellen van een stedelijk huurderssteunpunt. • Strengere handhaving op van de huisvestings­ verordening, bijvoorbeeld op vakantieverhuur en bestrijding leegstand. • Circulair en duurzaam bouwen vormen zijn belangrijke opgaven voor de toekomst. Een belangrijk aandachtspunt voor de komende periode is houtbouw. Met de Green Deal MRA Houtbouw is een inspanningsverplichting aangegaan om in 2025 minimaal 20% van de nieuwbouw via houtbouw tot stand te brengen. Dit is een zeer grote opgave die veel nieuwe expertise van de organisatie en de markt vraagt en mogelijk op korte termijn tot hogere kosten leidt. • De stikstofproblematiek krijgt inmiddels ook voor Haarlem relevante impact, bijvoorbeeld voor ontwikkelzone Zuid-West. Door landelijke ontwikkelingen in de rekenwijze en de jurisprudentie daarover is de kans op impact voor andere ontwikkelzones ook groter geworden. Als oplossing staat aanpassing van mobiliteit voorop: zoveel mogelijk autoluw ontwikkelen, al dan niet in samenhang met een andere verdeling van het bouwprogramma over het gebied. De uiterste consequentie kan zijn dat het bouwprogramma moet worden aangepast (omlaag gebracht). De mogelijkheden van compensatie elders worden onderzocht (‘stikstofbanken’; uitkopen of verschonen van bedrijven, vooral agrarisch), maar zijn in Haarlem en de regio beperkt.

• De woningvoorraad moet worden aangepast voor de energietransitie, klimaatverandering, en op sommige plaatsen funderingsproblematiek. Daarbij zien we dat door ontwikkelingen als bijvoorbeeld extramuralisering, een groeiende sociale tweedeling en toenemende ondermijning de kwetsbaarheid in wijken toeneemt toe en ook de leefbaarheid soms onder druk staat. Dit maakt focus op het op peil houden van de leefbaarheid in wijken noodzakelijk (incl. middelen en capaciteit om hier op complex, buurt en/of wijkniveau in samenwerking met onze maatschappelijke partners aanpakken voor te ontwikkelen). • Haarlem is één van de grootste monumentensteden van Nederland. Haarlem heeft gekozen om de groei en ontwikkeling van de stad richting 2045 met aandacht voor het bestaande te laten plaatsvinden. Erfgoed kan bijdragen aan het toevoegen van hoogwaardige nieuwe ontwikkelingen in de stad. Hiervoor is een hoger budget nodig om in te zetten bij grote ruimtelijke projecten, zoals herbestemming van het V&D-gebouw, het herbestemmen van leegkomende kerken en het aanvragen

Fysiek domein | FD01: Mengen en Verdichten

van een uitkering Erfgoed Deal voor transformatieopgaven. • Het noordelijk deel van de Waarderpolder kan, o.a. door het bestaan van de milieuzonering, een essentiële rol spelen bij de duurzaamheidsambities van Haarlem door ruimte te bieden aan (toekomstige) innovatieve bedrijvigheid. Zoals het ontwikkelen van een warmtenet, duurzame energieopwekking en op het gebied van de circulaire economie. Wonen in de Waarderpolder is onwenselijk, maar het gebied kan wel een essentiële rol spelen aan woningbouwontwikkelingen in de stad door (tijdelijk) plek bieden aan bedrijvigheid die momenteel in de ontwikkelzones gevestigd is, waardoor werkgelegenheid in Haarlem behouden kan worden terwijl er binnen de ontwikkelgebieden (versneld) ruimte ontstaat voor woningbouw. • OV-knooppunten vormen een unieke vestigingslocatie voor intensieve werkfuncties, zoals kantoren. Het is daarom essentieel om hier voldoende ruimte voor werkgelegenheid te creëren. Dit is beter voor de woon-werk-balans in de stad, zorgt voor meer aantrekkelijke knooppunten en draagt bij aan een kleinere dagelijkse woon-werkpendel. Werkruimte heeft echter vaak niet de hoogste opbrengst voor ontwikkelaars, die daardoor liever woningbouw realiseren. Het is van belang om aan de keuze, om hier intensieve werklocaties te creëren, vast te houden.

• De Haarlemse historische binnenstad is een van de belangrijkste werkgebieden van de stad. Het gebied kenmerkt zich door de hoge aanwezigheid

van detailhandel en horeca; sectoren die de afgelopen periode aan stevige veranderingen (zoals corona en de opkomst van online shoppen) onderhevig zijn geweest. Om te zorgen dat het centrum de belangrijke werklocatie en het kloppende hart van Zuid-Kennemerland blijft is de komende tijd inzet nodig om een antwoord op de uitdagingen van het gebied (leegstand, digitalisering, krapte op de arbeidsmarkt, etc.) te formuleren.

Wat is de rol van de gemeente? De rol van de gemeente is divers: kaderstellend, faciliterend, samenwerkingspartner en actieve trekker. Ontwikkelingen in de stad zijn sterk afhankelijk van bewoners, ondernemers, ontwikkelaars, corporaties, andere overheden en andere investerende partijen. Goede samenwerking, zowel op lokaal, regionaal als nationaal niveau is daarom van belang om alle doelstellingen gerealiseerd te krijgen. Meer dan ooit is het van belang bij ontwikkelingen na te denken over de rol die de gemeente in wil nemen om de maatschappelijke waarde van de uitkomst te optimaliseren. Refenties 1 Omgevingsvisie Haarlem 2045: Toekomstgericht met aandacht voor historie 2 Woonvisie 3 Economische Visie

Aanvullende bronnen • Haarlem in cijfers - Dashboard - Bevolking - Haarlem • Haarlem in cijfers - Dashboard - Wonen - Haarlem • Haarlem in cijfers - Dashboard - Economie - Haarlem

60 

Fysiek domein | FD01: Mengen en Verdichten

FD02: Buurtgericht ontwikkelen Leeswijzer

Wat hebben we hier al aan gedaan?

Dit fact­sheet geeft nader toelichting bij de fact­sheet ‘Majeure overwegingen fysiek domein’ en bevat enkele andere overwegingen binnen het thema Buurtgericht ontwikkelen. De fact­sheet heeft primair betrekken op de thema’s sociaal, nieuwe democratie en voorzieningen.

In een aantal buurten is gekozen voor de zogeheten wijkaanpak: een samenhangende aanpak gericht op het verbeteren van de leefsituatie van bewoners in een gebied, waar sprake is van een optelsom van sociale en/of fysieke problemen. Dit gebeurt met externe partners, met een belangrijke rol voor de corporaties. Vastgestelde wijkaanpakken zijn er in het Rozenprieel en Transvaalwijk. Geëxperimen­­ teerd wordt met vergelijkbare aanpakken in de Slachthuisbuurt in Oost en Delftwijk in Noord. Daarnaast zijn projecten zoals het project Lelie mogelijk waar het accent ligt op het tegengaan van ondermijning en ook het doel is de leefbaarheid en sociale cohesie in de buurt te bevorderen.

Wat is het kernvraagstuk? Met de omgevingsvisie kiest Haarlem ervoor het sociaal weefsel in de stad te versterken.1 Er staan meerdere grote opgaven voor de deur die veel vragen van de stad en haar inwoners. Het is daarom van belang om te werken aan een stad met sterke sociale netwerken waarin iedereen mee kan komen om daarmee het zelforganiserend vermogen in de stad te versterken.

Toelichting Sociale netwerken dragen bij aan persoonlijke ontwikkeling en maken inwoners zelfstandiger, (mentaal) gezonder en weerbaarder. Sterke sociale netwerken zorgen voor weerbaarheid doordat mensen elkaar steun kunnen bieden in moeilijke tijden, kennis en inzichten kunnen delen, lief en leed met elkaar kunnen delen en gezamenlijk aan hun toekomst kunnen bouwen. Hiermee wordt geanticipeerd op mogelijke toekomstige sociale problematiek. Ook in het licht van de grote opgaven die op de stad afkomen en die een beroep doen op alle Haarlemmers zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, de circulaire economie, de mobiliteits­ transitie en het werken aan een biodiverse stad is het belangrijk om te zorgen voor sociale cohesie met veel zelforganiserend vermogen. Dit kan door te zorgen voor ruimte voor ontmoeting, goed onderwijs, werkgelegenheid, een tien-minutennetwerk en een sociale basisinfrastructuur die ondersteuning biedt waar nodig, soms geclusterd in ‘huizen van de wijk’. Het zelforganiserend vermogen dat al in de stad zit kunnen we daarnaast nu al beter benutten door meer ruimte in regelgeving te creëren waarmee Haarlemmers vaker zelf een bijdrage kunnen leveren aan de opgaven van de stad.

61 

Onder de noemer ‘Nieuwe Democratie’ is daarnaast op verschillende wijzen geëxperimenteerd met een andere rolverdeling tussen gemeente en bewoners. Verschillende initiatieven vanuit de stad zijn hierdoor tot ontplooiing gekomen in de stad. In Oost wordt ter bevordering van het sociaal weefsel een ‘huis van de wijk’ ontwikkeld waarin diverse sociale voorzieningen geclusterd worden. In Schalkwijk bestaat zo’n laagdrempelige ontmoetingsplek (Da Vinci) al een aantal jaar.

Wat moet er nog gebeuren? • Opgaven zoals de energietransitie en de klimaatadaptieve stad spelen zich zowel in openbaar als op private grond af. Wat in openbaar gebied moet gebeuren hangt echter (gedeeltelijk) af van wat er op private grond gebeurt en vice versa. Een warmtenet in de openbare ruimte heeft bijvoorbeeld alleen zin als voldoende woningen hier gebruik van maken. De belangen van inwoners en de gemeente kunnen tegenstrijdig zijn en niet iedereen is in staat mee te denken over de toekomst van zijn omgeving. Goede samenwerking is daarom van belang. Dit betekent dat de gemeente duidelijke kaders stelt om het algemeen belang te borgen maar daarbinnen voldoende ruimte overlaat waarbinnen bewoners en andere belanghebbenden (al dan niet ondersteund door de gemeente) zelf invulling kunnen geven aan de wijze waarop de opgaven

Fysiek domein | FD02: Buurtgericht ontwikkelen

worden opgepakt. Op lokaal niveau verdienen bewoners- en ondernemerscollectieven hierbij speciale aandacht. Wanneer Haarlemmers zich als collectief organiseren kan de gemeente gericht een deel van haar taken om het algemeen belang te borgen op lokaal niveau loslaten. Collectieven kunnen dan in hun directe leefomgeving met elkaar bepalen wat ze wel en niet in hun belang achten. Een voorbeeld hiervan zou kunnen zijn dat bewoners van een straat zonder doorstroomfunctie er gezamenlijk zelf voor zouden mogen kiezen dat ze (een deel van) de parkeerplaatsen in de straat opheffen ten bate van meer groen. Ook bij dergelijke collectieve initiatieven blijft het van belang dat de gemeente er zorg voor draagt dat problemen niet naar de omgeving worden verdrukt. Het is met oog op bovenstaande van belang dat de gemeente binnen de strategische keuzes van de omgevingsvisie beleidsmatige ruimte creëert die het voor bewoners, ondernemers en collectieven mogelijk maakt om een eigen bijdrage te leveren zonder dat hier in elk individueel geval uitgebreid maatwerk voor nodig is. • Bij gebiedsontwikkeling blijkt het moeilijk de ruimte voor sociaal-maatschappelijke voorzieningen te realiseren. Onderzocht moet worden hoe we hier het beste resultaat kunnen boeken.

proces als het inhoudelijk programma. Per gebied wordt samen met de maatschappelijke partners waaronder de corporaties, gekeken opgaven zo goed mogelijk gecombineerd en ingepast kunnen worden. De gemeente gaat uit van een gedeelde verantwoordelijkheid met de bewoners en vraagt hen mee te denken over en mee te bouwen aan de toekomst van hun buurt.

Wat zijn de consequenties? Financieel Voor (het continueren en uitbreiden van wijkaanpakken en projecten zoal project Lelie is geen budget beschikbaar. Onderzoek naar het toekomst bestendig maken van de huidige maatschappelijke voorzieningenstructuur naar een toekomstbestendige voorzieningenstructuur geeft inzicht in de financiële consequenties hiervan. Overig Om buurtgerichte vraagstukken met inwoners en ondernemers samen op te pakken is een andere rol en verantwoordelijkheid van de gemeente gewenst. Dit betekent dat we op een andere manier kaders moeten stellen en vaker los moeten durven laten waar dat kan.

Wat is de rol van de gemeente? In algemene zin geldt dat de gemeente regie voert op gebiedsontwikkeling, zowel over het ruimtelijk

Aanvullende bronnen • Haarlem in cijfers - Dashboard - Leefomgeving - Haarlem • Haarlem in cijfers - Dashboard - Veiligheid - Haarlem • Haarlem in cijfers - Dashboard - Cultuur, vrije tijd en toerisme - Centrum

62 

Fysiek domein | FD02: Buurtgericht ontwikkelen

FD03: Vergroenen en Vernatten (Aanpassen aan een ander klimaat) Leeswijzer

Wat hebben we hier al aan gedaan?

Deze fact­sheet geeft nader toelichting bij de fact­ sheet ‘Majeure overwegingen fysiek domein’ en bevat enkele andere overwegingen binnen het thema Vergroenen en Vernatten. De fact­sheet heeft primair betrekking op de thema’s klimaatadaptatie en vergroening.

• In de Omgevingsvisie zijn de fundamenten gelegd voor een klimaatadaptieve stad. Essentiële nieuwe hoofdboezemwaterverbindingen zijn benoemd om wateroverlast te voorkomen. Er is gekozen ruimte te creëren voor maatregelen door auto’s waar nodig uit de straat te laten verdwijnen. Het Convenant Waarderpolder voorziet in maatregelen om het bedrijventerrein meer klimaatadaptief in te richten.2 • Er loopt onderzoek om duidelijk te krijgen wat de gemeente waar moet doen om klimaatgevolgen op te vangen, bijvoorbeeld een model waarmee duidelijk wordt waar de ernstigste waterproblematiek verwacht wordt.3,4 Ook wordt onderzocht hoe gemeentelijke objecten in de openbare ruimte klimaatadaptief beheerd kunnen worden. • Het project Integrale Vernieuwing Openbare Ruimte in Meerwijk (IVORIM) loopt. Hiermee wordt het groot onderhoud klimaatadaptief aangepakt, ruimte voor een warmtenet gecreëerd en ingezet op een gezondere leefomgeving. De uitkomsten van deze pilot kunnen waardevolle inzichten bieden voor vergelijkbare delen van Haarlem die op termijn ook klimaatadaptief moeten worden. • Haarlem heeft de afgelopen vier jaar het programma MRA Klimaatbestendig getrokken. Vanuit de Metropoolregio Amsterdam is er door de samenwerkende overheden gewerkt aan een intentieverklaring Klimaatbestendige nieuwbouw/ gebiedsontwikkeling, waar mee provincies en gemeenten zich achter scharen.

De inzet is dat alle overheden samen een gelijk speelveld bieden aan de markt door op een eenduidige manier via het Basisveiligheidsniveau fysieke projecten aan te besteden. (Zie tekstkader bij financiële consequenties). • In de Verstedelijkingsstrategie MRA is in samenspraak met het Rijk op regionaal niveau gekeken hoe bovengemeentelijke klimaatvraagstukken kunnen worden opgepakt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het voorkomen van overstromingen.

Wat is het kernvraagstuk? In de vastgestelde omgevingsvisie staat dat de stad in 2050 klimaatadaptief is ingericht zodat deze hevige regenval, ernstige hittestress en langdurige droogte aan kan. Deze opgave vereist significant meer groen en water verspreid over de hele stad en daarnaast veel technische ingrepen, bijvoorbeeld vergrotingen en aanpassingen van het rioleringsstelsel.

Toelichting Het streven is dat bij een ‘normale’ regenbui het water zonder problemen of overlast wegloopt. Bij een ‘zware’ bui mag het hemelwater op straat, in tuinen en op andere plekken in de openbare ruimte blijven staan, maar wordt het water wel weghouden van panden, vitale gebouwen en infrastructuur. Bij een ‘extreme’ bui, met kans op overstromingen, kan schade optreden, maar vitale gebouwen en infrastructuur blijven beschikbaar blijven en goede hulpverlening blijft mogelijk. Bij overmatige hitte willen we in de warmste, meest versteende delen van de stad de temperatuur omlaag krijgen, om te voorkomen dat extreme hitte het onmogelijk maakt om dagelijkse activiteiten te ondernemen. Tenslotte kunnen er ook meer periodes van droogte voorkomen. Dus moet ook dat worden ondervangen. Al deze opgaven vereisen significant meer groen en water verspreid over vrijwel de hele stad en daarnaast veel technische ingrepen, bijvoorbeeld vergrotingen en aanpassingen van het rioleringsstrelsel.

63 

Wat moet er nog gebeuren? • De gemeente is verantwoordelijk voor het klimaat­ adaptief maken van de openbare ruimte. In ruim

Fysiek domein | FD03: Vergroenen en Vernatten

opgezette wijken zoals Meerwijk is dit al uitdagend maar in krappe wijken zoals de Leidsebuurt of het Rozenprieel is dit zeer complex. De ruimte die hiervoor nodig is, is zowel openbare ruimte als private ruimte. In een voorbeeld: In een deel van de De Clerq­ straat is 114% van de bestaande openbare ruimte nodig om een extreme bui op te vangen. Oplossingen zij dan infiltratie (ipv parkeerplekken) en/of verhogen van drempels of stoepen zodat meer water op straat kan staan. • De opgave is de stad in 2050 klimaatadaptief te hebben ingericht. De onderhoudscyclus van de openbare ruimte bedraagt 30 à 40 jaar en de meeste vervangingsprojecten zijn nog niet klimaat­adaptief gedaan. Er is daarmee bij voorbaat een achterstand tussen de 2 en 12 jaar. Klimaatadaptief groot onderhoud kost meer geld, deze meerkosten zullen meegenomen moeten worden in de investeringsbedragen. • De ruimte die primair voor de auto is bedraagt momenteel 38-56% van de openbare ruimte afhankelijk van de wijk. OM maatregelen mogelijk te maken zal deze ruimte moeten verminderen. • Nader onderzoek is nodig over de meest kostenen ruimte-efficiënte oplossingen en de meest maatschappelijk wenselijke oplossingen in verschillende wijken. • De omgevingsvisie heeft een aantal nieuwe hoofdboezemwaterverbindingen benoemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12266069/1