1. Factsheets Haarlem
Tekst van het document
Sociaal domein | SD03 Maatschappelijke opvang en beschermd wonen
c. De toegangscriteria voor de opvang aan te scherpen De gemeente Haarlem gaat er bij de toegang vanuit dat mensen waarbij het niet lukt om onderdak te vinden onderliggende problemen hebben en een beroep kunnen doen op de maatschappelijke opvang. Er zijn ook gemeenten die strikter zijn in het toegangsbeleid, deze gemeenten nemen bijvoorbeeld remigranten met alleen een huisvestingsvraag niet op. Deze gemeenten baseren zich op de recentelijke uitspraak van Centrale raad1 van Beroep waaruit blijkt dat de gemeenten op grond van de Wmo géén opvang hoeven te bieden als er uitsluitend een huisvestingsvraag speelt. d. Door strikter te sturen op meewerken aan een traject. In het huidige beleid is meewerken aan een hersteltraject als voorwaarde opgenomen in de beschikking. De maatschappelijke opvang is een noodvoorziening en het doel is altijd om door te stromen naar een passende (begeleid of zelfstandige) woonplek. Langdurig verblijf in de maatschappelijke opvang draagt niet bij aan het herstel van individuen. Mensen die niet aan herstel willen werken worden daarom vanaf het begin gemotiveerd om dit wel te doen. Dit is maatwerk waarbij hulp voor persoonlijke, belemmerende factoren zoals psychische problemen een belangrijke rol speelt.
Indien mensen zonder zwaarwegende redenen medewerking aan het hersteltraject blijven weigeren, zijn daar op dit moment niet altijd consequenties aan verbonden. Dit heeft gevolgen voor de cultuur in de maatschappelijke opvang. In sommige gevallen beschouwen cliënten de opvang als goedkope verblijfplaats. Door strikter te sturen op uitstroom uit de maatschappelijke opvang, zorgen we dat mensen niet langer gebruik maken van de maatschappelijke opvang dan nodig, en dat de plekken vrij komen voor mensen die het echt nodig hebben. e. Verhogen eigen bijdrage Uit de benchmark van HHM blijkt dat de eigen bijdrage voor sommige MO locaties in Haarlem in vergelijking met andere gemeenten laag is. Het gaat hierbij met name om de 24-uurs gezinslocatie Velserpoort. Voor deze locatie wordt nu een eigen bijdrage gevraagd van € 5,75. Dit tarief is gelijk aan het tarief van de nachtopvang. Volgens het eindrap1 https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:CRVB:2019:3446
23
port evaluatie contracten zou een eigen bijdrage van € 11,65 meer passend zijn voor een 24-uurs locatie.
Wat zijn de consequenties? Financieel? 1. Bijdrage vanuit het lokale budget. Omdat de afspraken met de regiogemeenten nog in ontwikkeling zijn is het lastig om een inschatting te maken van de kosten voor de gemeente Haarlem. Een manier om de kosten te verrekenen is op basis van het gebruik per gemeente. De afgelopen jaren was ongeveer 50% van de mensen in de opvang afkomstig uit de gemeente Haarlem. Als het tekort wordt verrekend op basis van het gebruik dan moet 50% van het tekort worden betaald uit de lokale middelen van de gemeente Haarlem. Dit komt ongeveer op een bedrag van € 1,5 miljoen per jaar. 2. De kosten te beheersen door de opvang af te bouwen, de opvang te versoberen, de toegangscriteria aan te passen en strikter te sturen op meewerken aan het traject. Om het tekort van € 3 miljoen in te kunnen lopen moeten er scherpe keuzes worden gemaakt. De verwachting is dat alle voorgestelde maatregelen moeten worden doorgevoerd om het volledige tekort in te lopen. Voor het uitwerken van de maatregelen is mogelijk incidenteel extra ambtelijke capaciteit nodig. Overig? Wat zijn andere consequenties van de voorgestelde maatregelen?: 2. De kosten beheersen door a. Afbouwen van plekken. Door het afbouwen van plekken kunnen er wachtlijsten gaan ontstaan voor de opvang.
Uit de benchmark van HHM blijkt dat mensen die op een wachtlijst staan vaak nog in het eigen netwerk kunnen overbruggen Mensen die een beroep doen op de opvang maar nog niet terecht kunnen, kunnen vaak toch nog een overnachtingsplek vinden. Hierbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat het niet inzichtelijk is hoe wenselijk deze overnachtingsplekken zijn. Het kan zijn dat de situatie in deze periode verergert en dat het herstel hierna in de opvang langer duurt. Ook is de verwachting dat de overlast op straat en in de openbare ruimte (zoals parkeer-
Sociaal domein | SD03 Maatschappelijke opvang en beschermd wonen
garages) toeneemt als mensen geen structurele verblijfplek hebben. b. De opvang versoberen Het beleid is nu gericht op zo snel mogelijk herstel. Door de opvang te versoberen en minder begeleiding te bieden en de opvang terug te brengen naar nachtopvang bestaat de kans dat het herstel van de cliënten minder snel gaat en cliënten hierdoor langer in de opvang moeten verblijven of na uitstroom eerder terugvallen. c. De toegangscriteria voor de opvang aan te scherpen; Als de toegangscriteria worden aangescherpt kunnen sommige groepen géen gebruik meer maken van de opvang. Denk hierbij aan remigranten zonder OGGZ problematiek en economische daklozen (zonder binding met Haarlem). Voor de groep cliënten zonder binding met Haarlem geldt dat er weinig uitstroommogelijkheden zijn, waardoor zij vaak langdurig in de opvang verblijven, hetgeen grote druk legt op de beschikbare plekken. Mogelijk zorgt dit beleid voor een toename in het aantal klachten, bezwaren en beroepen. Deze aanpak vereist dan ook een goede uitwerking van de beleidsregels.
d. Strikter sturen op meewerken traject. Een consequentie is dat opvang niet onvoorwaardelijk is. Als cliënten medewerking weigeren kan de opvang worden beëindigd. Pas als de cliënt meewerkt aan een traject kunnen de cliënten weer worden toegelaten. De verwachting dat dit beleid zorgt voor een toename in het aantal klachten, bezwaren en beroepen. Deze aanpak vereist dan ook een goede uitwerking van de beleidsregels. e Verhogen eigen bijdrage Uit de benchmark van HHM blijkt dat verschillende gemeenten zien dat de eigen bijdrage een belemmering kan zijn voor de doorstroom/uitstroom uit de MO. Dit omdat vervolgplekken vaak een hogere eigen bijdrage hanteren dan in de eerste crisis/ nachtopvang het geval is, bijvoorbeeld omdat deze plekken werken volgens de Wlz-systematiek/ of een eigenbijdrage vergelijkbaar aan huur. Door de eigen bijdrage van de Maatschappelijke Opvang te verhogen wordt het verschil met de bijdrage bij de vervolgplek kleiner. Hierdoor vervalt de financiële prikkel om langer in de Maatschappelijke Opvang te blijven. De verwachting is dat door deze maatregelen cliënten in de gezinslocatie sneller doorstromen, waardoor er waarschijnlijk ook minder gezinnen aan de voorkant opgevangen hoeven te worden in hotels.
Meer informatie Kader stellende beleidsnota’s • Regionaal Kader Opvang Wonen en Herstel • Raadstuk Oprichten gemeenschappelijk orgaan Beschermd Wonen • Voortgangsrapportage Opvang Wonen en Herstel Overig • Brede aanpak Dak- en Thuisloosheid 2020-2021 • Eindrapportage benchmark bureau HHM (haarlem.nl) • Eindrapportage evaluatie contracten MO Haarlem - bureau HHM • Rapportage Staat van de nachtopvang (landelijk)
24
Sociaal domein | SD03 Maatschappelijke opvang en beschermd wonen
SD04 Sport Wat is het kernvraagstuk? Het huidige areaal voor zowel buiten-, binnen- en zwemsport is kwantitatief en kwalitatief ontoereikend. Met name voor de binnensport bestaan knelpunten en kunnen sportverenigingen niet groeien en minder activiteiten aanbieden dan zij zouden willen. Op basis van de autonome groei en groei op basis van de woonvisie, is de verwachting dat dit knelpunt alleen nog verder zal toenemen in de toekomst. Om sport en bewegen beschikbaar en bereikbaar (laagdrempelig) te houden voor de (groeiende) Haarlemse bevolking, is het noodzakelijk om ruimte en budget te reserveren voor extra voorzieningen op het gebied van sportaccommodaties (uitbreiding sportareaal). Ook zijn investeringen noodzakelijk voor het vervangen van het bestaande areaal. Denk aan de zwembaden, gymzalen en sporthallen, maar ook klee dkamers die aan het einde van hun levensduur zijn. Daarnaast zijn investeringen in de openbare ruimte nodig om in te kunnen spelen op de toenemende behoefte van inwoners om in de openbare ruimte te sporten en bewegen. Haarlem kent momenteel geen beleid op sport en bewegen in de openbare ruimte en heeft hiervoor geen investeringsbudget gereserveerd.
Toelichting Om nu en in de toekomst voldoende sportvoorzieningen beschikbaar te hebben, moet er extra geïnvesteerd worden in sportaccommodaties en sporten in de openbare ruimte. Noodzakelijke investeringen binnensportaccommodaties en kleedkamers Het Integraal uitvoeringsplan sportaccommodaties 2018-2028 is in februari 2018 als informatienota aangeboden aan de commissie samenleving. In dit uitvoeringsplan wordt uiteengezet hoeveel nieuwe sportaccommodaties voor de binnen- en buitensport benodigd zijn voor de periode 2018 – 2028. Hierin is rekening gehouden met de huidige knelpunten en de groei van Haarlem (autonome groei en woonvisie). In
25
het plan staat opgenomen dat voor de periode 2018 – 2028 een investering voor de buiten- en binnensport benodigd is van € 18,6 miljoen (op basis van autonome groei) tot € 31,6 miljoen (op basis van de autonome groei en de woonvisie). De raad heeft voor de periode 2019 – 2022 hiervan reeds € 9,2 miljoen beschikbaar gesteld. Daarnaast staat in het plan dat de zwembaden in Haarlem in 2028 technisch afgeschreven zijnen grootschalige renovatie en/of nieuwbouw noodzakelijk is. Momenteel wordt de haalbaarheid van (nieuwbouw) locaties voor de zwembaden de Planeet en het Boerhaavebad nader onderzocht en financiële consequenties in beeld gebracht. Eerste ramingen van de kosten geven aan dat afhankelijk van het gekozen scenario hiervoor een investering benodigd is van € 43 miljoen (prijspeil 2019). Het buitenzwembad de Houtvaart is ook dringend aan renovatie toe. De installaties zijn technische afgeschreven en het gebouw zelf dient op onderdelen gerenoveerd te worden. Door de monumentale status van het gebouw is dit een complex geheel. Vanuit de afdeling Vastgoed zal in 2022 onderzocht worden hoe dit het beste uitgevoerd kan worden. Eerste voorzichtige ramingen geven aan dat er rekening gehouden moet worden met renovatiekosten van circa € 1 tot € 1,5 miljoen. Binnen het huidige investeringsplan zijn deze eventuele vervangingsinvesteringen nog niet voorzien.
Vervangingsinvesteringen voor het huidige areaal buitensport (denk aan de bestaande gras- en kunstgrasvelden) zijn in het investeringsplan voorzien, maar de vervangingsinvesteringen voor het huidige binnensport areaal (denk aan de bestaande gymzalen en sporthallen) nog niet. SRO stelt op dit moment in opdracht van de gemeente een Meerjaren investeringsplan (MJIP) voor het huidige areaalbinnensportaccommodaties en kleedkamers op. Dit zal naar verwachting in 2022 richting de raad gebracht worden. Bewegingsvriendelijke omgeving: nieuw beleid, investeringen en capaciteit Naast de traditionele sportaccommodaties willen steeds meer mensen ook gebruik maken van de openbare ruimte om te sporten en bewegen. Als gevolg van corona lijkt deze ontwikkeling in een stroomversnelling te zijn gekomen. Deze trend is
Sociaal domein | SD04 Sport
terug te zien in een groeiend aantal initiatieven van sport-, welzijn en zorgorganisaties én inwoners uit Haarlem om sport- en beweegmogelijkheden te realiseren en/of te verbeteren in de openbare ruimte. Een beweegvriendelijke omgeving raakt veel andere beleidsterreinen: speelruimte-, sport- en gezondheidsbeleid, doelstellingen binnen de gebiedsprogramma’s, visies voor de ontwikkel gebieden en de omgevingsvisie en -plannen. Het onderwerp is dus breed, hierdoor vrij complex en vraagt om een integrale aanpak. De aandacht voor dit thema is vrij nieuw en mede daarom heeft Haarlem nog geen beleid op dit thema en/of zijn hiervoor structureel middelen en capaciteit voor vrij gemaakt.
Waar hebben we tot nu toe naar toe gewerkt? Maatschappelijk effect Iedere Haarlemmer moet kunnen sporten en bewegen in veilige en aantrekkelijke sportgelegenheden: zowel in buitensport- en binnensportaccommodaties (incl. zwembaden) als in de openbare ruimte in het kader van de beweegvriendelijke omgeving. Hoofddoelstelling We realiseren voldoende aantrekkelijke, laagdrempelige en toegankelijke plekken (binnen-, buiten-, zwemsportaccommodaties en in de openbare ruimte) om sport en bewegen mogelijk te maken, die goed gebruikt worden, duurzaam zijn en aansluiten bij de veranderende wensen van sporters en sportaanbieders in Haarlem.
Wat is de rol van de gemeente? De gemeente realiseert en onderhoudt de buitensport- en binnensportaccommodaties (incl. zwembaden) en kleedaccommodaties. Onder andere verenigingen nemen deze accommodaties in gebruik door hiervoor een vergoeding aan de gemeente te betalen. Ook het (bewegings)onderwijs maakt gebruik van de sportaccommodaties. De gemeente heeft een wettelijke taak om het bewegingsonderwijs van basis- en voortgezet onderwijs te faciliteren. De gemeente is dus verantwoordelijk voor de realisatie of herbouw van sportaccommodaties, zeker waar het gaat om ruimte voor het bewegingsonderwijs. Daarnaast wil de gemeente
26
het ‘goede voorbeeld’ geven als het gaat om klimaatdoelstellingen. Door de bouw en aanleg van duurzame en klimaat adaptieve sportaccommodaties geeft de gemeente het goede voorbeeld richting de inwoners en draagt ook bij aan bijvoorbeeld voorkomen van hittestress, waterberging of CO2reductie. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. In de omgevingsvisie van Haarlem is als één van de pijlers ‘het bevorderen van een gezonde leefomgeving’ benoemd. In dit kader is het van belang dat de gemeente visie ontwikkelt op het gebied van een beweegvriendelijke omgeving. De gemeente Haarlem heeft de komende jaren een opgave om extra woningen te bouwen, daarvoor zijn ontwikkelzones of gebieden aangewezen door het bestuur. Woningbouw in deze gebieden heeft veelal effect op de aanwezige sportinfrastructuur. Herinrichting van de sportparken is in sommige gevallen noodzakelijk om ontwikkelingen mogelijk te maken en/of soms een kans om extra kwaliteit toe te voegen aan het gebied. Binnen het huidige investeringsplan zijn eventuele middelen voor herinrichting van sport parken niet voorzien.
Belangrijke actoren bij dit vraagstuk zijn de interne afdelingen PC, BBO en OMB, maar ook partners als SRO, die het onderhoud en exploitatie van de accommodaties doet, partners voor beheer en onderhoud van openbare ruimte Spaarnelanden en SportSupport, als uitvoeringspartner van sport stimuleringsprogramma’s.
Wat gebeurt nu al? • Beheer en onderhoud van buiten-, binnensportaccommodaties en zwembaden; SRO is hiervoor onze uitvoeringspartner; • Investeringsplan Sport buitensport (IP) voor meerjarige vervangingsinvesteringen van buitensportaccommodaties; • Een gezamenlijk inkoop-, aanbesteding- en ontwikkelproces met de gemeente Amsterdam voor duurzame, circulaire, klimaat adaptieve en innovatieve kunstgras sportvelden; • Uitvoering geven aan de Investeringsagenda binnensport 2019 – 2022 (2019/237490) voor uitbreiding areaal binnensport (projecten afgerond en/of in voorbereiding: nieuwe sporthal aan de Sportweg, nieuwe turnhal, nieuwe gymzaal Phoenixstraat, nieuwe gymzaal Vilniusstraat);
Sociaal domein | SD04 Sport
• Onderzoek naar een locatie voor een nieuwe sporthal in Schalkwijk en Zuid West en uitwerking van scenario’s voor de toekomst van het zwembadareaal na 2028 en renovatie van zwembad de Houtvaart; • Onderzoek naar een sportzaal in Haarlem Oost in combinatie met een “huis van de wijk”; • Ondersteuning/ faciliteren van verschillende initiatieven voor een beweegvriendelijke omgeving middels verbindingen met onder andere het Haarlems Sportakkoord en SportSupport.
Wat moet er nog gebeuren? • Het ontwikkelen van een IP (dus vervanging/ nieuwbouw en klimaat besparende aanpassingen) van de bestaande binnensportaccommodaties en kleedkamers; • Op basis van de haalbaarheidsstudie die momenteel loopt, een keuze maken voor een scenario van het zwembadareaal in Haarlem vanaf 2028 en rekening houden met de financiële consequenties hiervan; • Op basis van het onderzoek naar de renovatie van zwembad de Houtvaart middelen vrij laten geven voor de werkzaamheden; • Updaten van de Investeringsagenda uitbreiding areaal binnensport voor de periode 2022 – 2026 en hiervoor middelen beschikbaar stellen, zodat het areaal binnensport uitgebreid wordt met verschillende nieuwe, duurzame, sportaccommodaties, waaronder een nieuwe sporthal in Schalkwijk, nieuwe sporthal in Zuid West en een sportzaal in Haarlem Oost (Beatrixdreef); • Meer inzet op een beter passende bezettingsgraad van de bestaande accommodaties, onder meer door multifunctioneel gebruik te stimuleren en accommodaties aan te passen (innovatie) aan de veranderde (sport)behoefte van inwoners. Denk aan een functie-uitbreiding van de atletiekbaan tegelijkertijd met de renovatie hiervan, waardoor meer doelgroepen en inwoners gebruik kunnen maken van de bestaande sportfaciliteit; • Het ontwikkelen van een visie op de beweegvriendelijke omgeving en bijbehorend investeringsplan.
• Meer inzet op ondersteuning van zowel de ontwikkelprogramma’s als de verenigingen in de ontwikkelzones om woningbouw in die gebieden mogelijk te maken.
Wat zijn de consequenties? Financieel? • Beheer en onderhoud van de het bestaande sportareaal zijn opgenomen in de begroting (sport en vastgoed). • Vervangingsinvesteringen voor het bestaande buitensportareaal zijn bekend en opgenomen in het IP sport. • Investeringen voor uitbreiding van het binnensportareaal zijn tot en met 2022 opgenomen in het IP sport. Zo zijn er middelen gereserveerd voor de sporthal Sportweg, gymzaal Wijzer, nieuwe turnhal en een sportzaal aan de Belgiëlaan, maar nog geen middelen voor een nieuwe sporthal in Schalkwijk, sporthal in Zuid West en sportzaal in stadsdeel Oost. Inschatting van benodigde investeringen is € 25 miljoen. • Om het gebruik van de atletiekbaan te optimaliseren en in te spelen op de veranderende (sport) behoefte van inwoners is een functie uitbreiding benodigd, dit kan gecombineerd worden met de renovatie van de atletiekbaan. Hiervoor wordt in 2022 een plan geschreven en voorgelegd aan de raad. Indicatie van de kosten zijn € 1 miljoen (uitbreiding en renovatie). • Vervangingsinvesteringen voor het bestaande binnensport areaal en de kleedkamers van de buitensport- en worden in 2022 uitgewerkt en zijn deels opgenomen in het investeringsplan sport. Op basis van een investeringsplan wat momenteel in samenwerking door SRO wordt opgesteld, worden de financiële consequenties duidelijk en kunnen keuzes gemaakt worden.
Dit wordt aangekondigd bij de KN2023 en voor de behandeling van de begroting 2023 naar de raad gebracht worden. Een eerste indicatie van de kosten voor de periode 2022 – 2026 is € 3 miljoen1 voor het binnensport areaal en € 1,5 miljoen voor de kleedkamers buitensport.2 • Er zijn middelen benodigd voor het opstellen van een visie en uitvoeringsplan voor het beweegvriendelijker maken van de openbare ruimte (€ 40.000). Afhankelijk van de visie en uitvoeringsbudget is een jaarlijks investeringsbudget benodigd (IP) en fte (beleid en projectbegeleiding) voor de uitvoering. Globale inschatting van het jaarlijkse benodigde investeringsbudget is € 1 miljoen en inschatting fte is 1,5. 1 Dit gaat om investeringen in het bestaande areaal op het gebied van functieverbetering en verduurzaming, in deze bedragen zijn de sloop en nieuwbouw van accommodaties niet voorzien. 2 Idem als hierboven
27
Sociaal domein | SD04 Sport
• Mogelijke herinrichting van sportparken om woningbouw mogelijk te maken in de ontwikkelzones is niet voorzien binnen het IP-sport, op dit moment is hiervoor nog geen inschatting van de kosten aan te geven.
Overig? Bij een nieuw te bouwen accommodatie is het vinden van voldoende ruimte vaak een knelpunt. Er zal altijd een ruimtekwestie in het geding zijn. In het dichtbebouwde Haarlem zijn veelal meer ruimteclaims aanwezig. Daarom wordt ook gekeken naar het multifunctioneel gebruik.
Meer informatie Kader stellende beleidsnota’s • Agenda voor de Sport 2020+ • Investeringsplan (IP) Sport • (Regionale) Gezondheidsnota • Haarlems Sportakkoord en Nationaal Preventieakkoord (via www.sportsupport.nl/sportakkoord en Maatregelen in het Nationaal Preventieakkoord | Gezondheid en preventie | Rijksoverheid.nl Overig • Haarlems Sportakkoord en Nationaal Preventieakkoord (via www.sportsupport.nl/sportakkoord en Maatregelen in het Nationaal Preventieakkoord | Gezondheid en preventie | Rijksoverheid.nl
28
Sociaal domein | SD04 Sport
SD05 Onderwijshuisvesting Wat is het kernvraagstuk? De komende jaren zijn extra financiële middelen nodig om de wettelijke taak rond onderwijshuisvesting te kunnen blijven uitvoeren. Dit als gevolg van de groei van de stad (uitbreiding), om de kwaliteit te verbeteren (onderhoud en duurzaamheid) en (mogelijk) aanvullende wensen zoals een nieuwe VO-school in Schalkwijk1 te kunnen realiseren. Dit vergt niet enkel aanvullende middelen maar ook een uitbreiding van de capaciteit van betrokken afdelingen.
Toelichting De komende jaren zijn extra financiële middelen nodig om de wettelijke taak rond onderwijshuisvesting te kunnen blijven uitvoeren. Enerzijds gaat het om uitbreiding van de capaciteit. Hoewel de leer lingengroei minder groot is dan eerder gedacht, zal het leerlingenaantal in bepaalde wijken naar verwachting nog wel toenemen vanwege de groei van de stad. Anderzijds gaat het om verbetering van de kwaliteit van de schoolgebouwen. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de gebouwen maar wanneer onderhoud niet meer opweegt tegen nieuwbouw, moet de gemeente nieuwbouw bekostigen. Daarnaast hebben bij renovatie van bijvoorbeeld monumenten schoolbesturen en gemeente een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ook de verduurzamingsopgave is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Naast de wettelijke verantwoordelijkheden zijn er aanvullende politieke wensen zoals een school voor voortgezet onderwijs in Schalkwijk.
Waar hebben we tot nu toe naar toe gewerkt? Maatschappelijk effect Het uitvoeren van de wettelijke taak om te voorzien in voldoende onderwijshuisvesting van voldoende kwaliteit en het verduurzamen van de bestaande gebouwenvoorraad.
1 In 2021 is in opdracht van de Commissie samenleving een onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van een VO-voorziening in Schalkwijk. De resultaten daarvan zijn op 3 februari 2022 in de commissie besproken.
29
Hoofddoelstelling 1. Wettelijke basis: Voldoende middelen beschikbaar stellen om te kunnen voorzien in onderwijshuisvesting (zowel kwantiteit als kwaliteit); 2. Het invullen van aanvullende politieke wensen; 3. Het aanbrengen van een versnelling in 1 en 2 door meer geld en/of capaciteit beschikbaar te stellen.
Wat is de rol van de gemeente? De gemeente heeft de wettelijke taak om te voorzien in voldoende onderwijshuisvesting van voldoende kwaliteit, inclusief lokalen voor bewegingsonderwijs (gymzalen en sporthallen).
Wat gebeurt nu al? Het huidige Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs (SHO 2019-2022) zet sterk in op uitbreiding van de capaciteit, daar waar mogelijk gecombineerd met vervangende nieuwbouw in het kader van de groei van de stad. Afgelopen jaren is gebleken dat de groei van het aantal leerlingen minder sterk toeneemt dan verwacht. Daarnaast is er in 2020 een ‘technische nulmeting’ van schoolgebouwen ouder dan 10 jaar uitgevoerd. De gebouwen zijn beoordeeld op de onderdelen energie, technische kwaliteit, functionaliteit en binnenmilieu. De beoordeling heeft plaatsgevonden op basis van nieuwbouw niveau. Een groot aantal scholen scoort lager dan een 6. Voor het komende nieuwe SHO 2022 – 2038 zal de focus niet enkel liggen op het vergroten van de capaciteit maar ook gelegd moeten worden op het verbeteren van de bestaande capaciteit. Hiervoor is de komende jaren extra geld nodig. Hoeveel er nodig is, wordt inzichtelijk gemaakt bij het opstellen van het nieuwe SHO. Op dit moment lijkt het reëel om uit te gaan van zeker ca. € 15 miljoen per jaar. Het is de bedoeling dat het nieuwe SHO in het vierde kwartaal van 2022 wordt vastgesteld. De afgelopen 4 jaar is ca. € 45 miljoen beschikbaar gesteld voor onderwijshuisvesting.
Zo zijn onder meer de nieuwe gymzaal Phoenixstraat en het nieuwe Rudolf Steinercollege gebouwd, is de Cruquiusschool gerenoveerd en is begonnen met de vernieuwbouw van de Wijde Wereld, de uitbreiding
Sociaal domein | SD05 Onderwijshuisvesting
van het Schoter en de renovatie van het Stedelijk Gymnasium.
Wat moet er nog gebeuren? In het huidige Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs (SHO) zijn projecten opgenomen die uitgevoerd dienen te worden maar waarvoor nog geen budget beschikbaar is gesteld. Daarnaast zijn er aanvullende politieke wensen en eisen die kosten met zich meebrengen. Ook zullen er als gevolg van het uitvoeren van de technische nulmeting naar de staat van de schoolgebouwen aanvullende projecten opgevoerd worden, al dan niet in het kader van duurzaamheid. Al deze projecten hoeven niet de komende 4 jaar uitgevoerd te worden. Wettelijk wordt de gemeente waarschijnlijk verplicht om een Integraal Huisvestingsplan (IHP, in Haarlem SHO genoemd) voor 16 jaar op te stellen. Het Ministerie van OCW heeft wetgeving hieromtrent aangekondigd, die op zijn vroegst in 2023 in zal gaan. Het is de bedoeling dat het nieuwe SHO 2022-2038 in 2022 wordt vastgesteld. Hierin wordt een actueel investeringsoverzicht opgenomen voor de komende 16 jaar. Hiervoor moeten voldoende financiële middelen beschikbaar gesteld worden. In dit SHO en bij de Kadernota moet meer inzichtelijk worden hoeveel er precies nodig is. Op basis van de huidige inzichten verwachten we een noodzakelijke investeringsbehoefte van ca. € 15 miljoen/jaar. Naast financiële middelen is het ook van belang dat er voldoende personele capaciteit is om de plannen te realiseren.
Binnen onderwijshuisvesting is voldoende capaciteit aanwezig. Echter, op het gebied van vergunningen, plantoetsen, stedenbouw, verkeer etc. is onvoldoende capaciteit aanwezig, waardoor het realiseren van plannen mogelijk meer tijd kost dan gewenst. Voor het nieuwe SHO zal afstemming plaatsvinden met genoemde afdelingen om zo goed als mogelijk inzichtelijk te maken in hoeverre de plannen passen binnen de beschikbare capaciteit.
Wat zijn de consequenties? Financieel? Op dit moment wordt voor het nieuwe SHO inzichtelijk gemaakt wat de benodigde investering is. Een eerste inventarisatie laat zien dat een jaarlijkse investering van ca. € 15 miljoen reëel lijkt. Aangezien
30
er afgelopen 4 jaar € 45 miljoen beschikbaar is gesteld (ca. 11 miljoen per jaar), zou dit investeringsniveau opgehoogd moeten worden. De in het nieuwe SHO op te nemen projecten omvat: • Projecten uit het SHO 2019-2022 waar nog geen financiering voor is gevonden; • Aanvullende projecten die nog niet opgenomen waren in het SHO 2019-2022 maar die we op dit moment verwachten tot 2038. • Definitieve huisvesting voor de ISK (wellicht in samenhang met de ITK) en ISH en mogelijk nieuwbouw voor een nieuwe VO-school in Schalkwijk. Overig? • Het uitvoeren van de plannen op het gebied van onderwijshuisvesting draagt bij aan het bereiken van de duurzaamheidsdoelstellingen. • In een aantal gevallen is de opgave afhankelijk van het tempo van ontwikkelgebieden en ontwikkelzones. • In een aantal gevallen is een benodigde locatie nog niet gevonden, met name voor de ISH en voor een VO-school in Schalkwijk. • Het uitvoeren van de plannen vraagt ook capaciteit van de organisatie bij afdelingen als OMB, BBOR, Vergunningen, PG, ECDW, PCM, Vastgoed. Deze afdelingen zijn betrokken bij bouwplannen (van scholen) en/of de realisatie van ontwikkelzones. Afdeling Vastgoed is bovendien eigenaar van enkele schoolgebouwen. Deze benodigde capaciteit is op dit moment niet altijd aanwezig.
• De uitvoering van de plannen vraagt ook capaciteit van de schoolbesturen zelf omdat het uitgangspunt van landelijke wetgeving is dat zij bouwheer zijn, tenzij gemeente en schoolbesturen daarvan in overleg afwijken. Het is de vraag in hoeverre zij die capaciteit altijd kunnen leveren. Risico’s • Onzeker tempo ontwikkelgebieden en ontwikkelzones; • Onzekere ontwikkeling leerlingenaantal; • Onzekere ontwikkeling bouwkosten.
Meer informatie Kaderstellende nota’s • Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs 20192022 • Technische nulmeting
Sociaal domein | SD05 Onderwijshuisvesting
SD06 Onderwijs Wat is het kernvraagstuk? De gemeente heeft de wettelijke taak om het onderwijsachterstandenbeleid en beleid op het verminderen van voortijdig schoolverlaten uit te voeren. De visie is daarbij dat jeugdigen het maximale uit zichzelf kunnen halen en hun vaardigheden optimaal kunnen ontwikkelen. Hiervoor wordt met alle partners in de stad de kansengelijkheid in het onderwijs versterkt en samen gewerkt om zo veel mogelijk jongeren hun opleiding af te laten sluiten met een start- of beroepskwalificatie om hen grotere kansen te geven in de samenleving te participeren. Op dit moment zijn er aanvullende interventies nodig om leerachterstanden (ontstaan door de coronacrisis) te verminderen. Ook sluiten nog te weinig jongeren in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond hun schoolloopbaan af met een start- of beroepskwalificatie.
Toelichting Afstemming en samenwerking met onderwijs en andere ketenpartners vindt plaats in het kader van het onderwijskansenbeleid, jeugd(hulp)beleid, armoedebeleid, de verzuimaanpak, de thuiszittersaanpak, de aanpak bestrijding voortijdig schoolverlaten (VSV) en de aanpak jongeren in kwetsbare posities van de regio Zuid-Kennemerland en IJmond. Uitvoering van de gezamenlijke visie vanuit de kansencirkel zal geïntensiveerd moeten worden, mede als gevolg van de effecten op jeugdigen door de coronacrisis.
Waar hebben we tot nu toe naar toe gewerkt? Maatschappelijk effect Het uitvoeren van de wettelijke taak om in het kader van onderwijsachterstandenbeleid en het verminderen van voortijdig schoolverlaten door: • Achterstand in hun (taal)ontwikkeling in te halen, • het aantal schoolverzuimers, het aantal (nieuwe) voortijdig schoolverlaters en thuiszitters te verminderen en kwetsbare jongeren extra te begeleiden in alle gemeenten van de regio Zuid-Kennemerland en IJmond, samen met de partners in de stad om elke jeugdige zo veel mogelijk gelijke kansen in
31
het onderwijs te bieden, zodat zij in staat zijn om vervolgens op de arbeidsmarkt en in de samenleving te participeren. Hoofddoelstelling Onderwijskansen voorschools en op de basisschool: • Zoveel mogelijk kinderen met een risico op achterstand worden geleid naar een VVE-gecertificeerde peuteropvang of VVE- school en volgen Voor- en Vroegschoolse Educatie. • Er is een doorgaande leerlijn van voor- naar vroegschool • Basisscholen worden gestimuleerd en ondersteund om samen te werken met andere partners op het gebied van preventie, zorg, sport, cultuur en welzijn. • Sterke verbinding tussen onderwijs, passend onderwijs en jeugdhulp Voortijdig schoolverlaters: • Vermindering van het aantal nieuwe vsv-ers met ruim 10% in schooljaar 2023-2024 • (regionaal van 584 naar 500), uitgaande van de situatie voor de corona-periode. • Vergroten van het percentage voortijdig schoolverlaters dat een jaar later terug naar school gaat, begeleiding naar stageplekken of aan het werk is: de streefcijfers hierbij zijn 30% naar school en 30% naar werk, wederom uitgaande van de situatie voor de corona-periode.
• Monitoren, ondersteunen en begeleiden van jongeren in kwetsbare posities, vooral bedoeld voor jongeren vanuit het praktijk- en voortgezet speciaal onderwijs, VMBO, entreeopleiding en jongeren van de Internationale Schakelklas (ISK) richting vervolgopleiding, werk of dagbesteding • Elke thuiszittende leerling is in beeld en krijgt in principe binnen drie maanden een traject aangeboden. Het streven is dat het aantal thuiszittende en verzuimende jongeren 10% in 2024 lager wordt.
Wat is de rol van de gemeente? De gemeente heeft de wettelijke taak om het onderwijsachterstandenbeleid en het verminderen van voortijdig schoolverlaten uit te voeren. Dit om achterstanden van jeugdigen in het onderwijs zoveel mogelijk te verminderen en hen gelijke kansen in het onderwijs te bieden.
Sociaal domein | SD06 Onderwijs
Hiernaast is de gemeente Haarlem door de rijksoverheid aangewezen als contactgemeente voor de regio Zuid-Kennemerland en IJmond en is als zodanig ook voorzitter van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling (GR). De aanpak wordt gezamenlijk uitgevoerd met ketenpartners, zoals voorschoolse VE-voorzieningen, het primair en voortgezet onderwijs, de MBO’s, en de partners uit het domein van preventie, zorg, sport, cultuur en welzijn, arbeidsmarkttoeleiding, dagbesteding, hulpverlening en veiligheid.
Wat gebeurt nu al? Uitvoering van: • Onderwijskansenbeleid • Meerjarenbeleidsplan Vervolgaanpak voorkomen voortijdig schooluitval van jongeren 2019 t/m 2022 RMC regio West Kennemerland (Zuid-Kennemerland en IJmond) • Aanvullende maatregelen 2021-2024 bestrijding Voortijdig Schoolverlaten (VSV), regio Zuid-Kennemerland en IJmond • Regionale Thuiszitterspact en Convenant Schoolverzuim • Aanpak Jeugdwerkloosheid • De regionale Arbeidsmarktagenda De visie is daarbij dat jeugdigen het maximale uit zichzelf kunnen halen en hun vaardigheden optimaal kunnen ontwikkelen. Hiervoor wordt met alle partners in de stad de kansengelijkheid in het onderwijs versterkt en samen gewerkt om zo veel mogelijk jongeren hun opleiding af te laten sluiten met een start- of beroepskwalificatie om hen grotere kansen te geven in de samenleving te participeren.
Wat moet er nog gebeuren? Uitvoering Onderwijskansenbeleid in combinatie tot het Nationaal Programma Onderwijs Scholen hebben in juni 2021 tijdelijke NPO- middelen gekregen om de onderwijsachterstanden die door corona zijn ontstaan aan te pakken. In de zomer 2021 ontvangen de gemeenten ook extra middelen om bij te dragen aan de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs in samenwerking met alle partners in de stad om de achterstanden van jeugdigen voorschools en in het onderwijs te verminderen en/of weg te werken.
32
Actualisatie over de periode 2023 tot en met 2026 van het regionale Meerjarenbeleidsplan Vervolgaanpak voorkomen voortijdig schooluitval van jongeren 2019 t/m 2022 door het bestuur van de GR Schoolverzuim en VSV van de regio(=wethouders Onderwijs). Een verdere uitvoering van drie thema’s in de brede Regionale Werkagenda, namelijk: de aansluiting binnen opleidingen/ onderwijs, de aansluiting met werk en de aansluiting met jeugdhulp/ dagbesteding.
Wat zijn de consequenties? Financieel De uitvoering van het onderwijskansenbeleid en het verminderen van voortijdig schoolverlaters, thuiszitters en schoolverzuimers is gebaseerd op rijksbudgetten. Hiernaast is er een gemeentelijk budget peuterspeelzalen/peuteropvang, een basisvoorziening voor de uitvoering van de wettelijke onderwijsachterstandenbeleid. De budgetten voor VSV inclusief thuiszitters en schoolverzuimers wordt vastgesteld via de begrotingen van de Gemeentelijke Regeling (GR), die voor zienswijze jaarlijks aan alle gemeenteraden in de regio Zuid-Kennemerland en de IJmond wordt voorgelegd. Overig? • In december 2021 ontvangt de gemeente rijksbudget t.b.v. de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs, naast de reguliere budgetten voor onderwijskansenbeleid en vermindering van voortijdig schoolverlaters. In samenwerking met het onderwijs en aanpalende beleidsterreinen wordt gekeken naar extra aanvullende interventies, bekostigd uit dit budget om de achterstanden bij jeugdigen door corona zoveel mogelijk weg te werken. • Aanpak onderwijskansenbeleid en vermindering van voortijdig schoolverlaters heeft samenhang met het opgestelde jeugdondersteuningsplan, waarin de activiteiten in het kader van onderwijs-passend onderwijs en jeugdhulp beschreven staan.
• De gevolgen van de corona-periode op het inhalen van de achterstanden bij jeugdigen is vooralsnog op korte en lange termijn onzeker, evenals de maatregelen die al dan niet worden getroffen in het kader van de uitvoering van het Interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO)
Sociaal domein | SD06 Onderwijs
Meer informatie Kaderstellende beleidsnota’s Welke kaderstellende nota’s zijn van belang om kennis van te nemen? • Onderwijskansenbeleid Haarlem 2019-2023 (2019/462550) • Samen voor Jeugd Haarlem (2019/293272) • Meerjarenbeleidsplan Vervolgaanpak voorkomen voortijdig schooluitval van jongeren 2019 t/m 2022 • RMC regio West Kennemerland (Zuid-Kennemerland en IJmond (2018/871454) • Aanvullende maatregelen 2021-2024 bestrijding Voortijdig Schoolverlaten (VSV), • regio Zuid-Kennemerland en IJmond (2020/1135473) • Regionale Thuiszitterspact en Regionaal Convenant Schoolverzuim (2021/85466) • Regionale Arbeidsmarktagenda (2020/0903313)
33
Sociaal domein | SD06 Onderwijs
SD07 Arbeidsmarkt (afstand tot) Arbeidsmarkt: extra inzet om werkzoekenden met een arbeidsbeperking te plaatsen op een garantiebaan bij een reguliere werkgever Wat is het kernvraagstuk? De gemeente Haarlem voert de Participatiewet uit en is verantwoordelijk voor inkomen en (de begeleiding naar) werk voor een van de meest kwetsbare groepen werkzoekenden op de arbeidsmarkt, te weten mensen met een arbeidsbeperking. Voor deze groep geldt dat zij door middel van loonkostensubsidie en begeleiding op het werk (jobcoaching), aan het werk kunnen op een garantiebaan bij een reguliere werkgever of gebruik kunnen maken van de voorziening beschut werk (niet regulier maar in een beschutte werkomgeving). Sinds het uitbreken van de coronacrisis blijft het aantal plaatsingen van deze kwetsbare werkzoekenden op een garantiebaan achter, zo ook in de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond. De arbeidsmarkt herstelt zich, maar deze kwetsbare werkzoekenden profiteren daar nog niet voldoende van. Om het volume van het aantal plaatsingen op niveau van de banenafspraak te brengen kan gekozen worden om op de korte termijn meer capaciteit toe te kennen en/of te verkennen wat er nodig is om structureel op de lange termijn het volume op niveau te brengen.
Toelichting
Toelichting (afstand tot) Arbeidsmarkt 650 600 550 500 450 400 350 300 2015 2020 2025 2030 2035 2040 2045 2050 2055 Vml wajonh Nwe doelgr. Regulier Nwe doelgr. Beschutg WSW oud Bijstand
In 2015 is daarom tussen kabinet en sociale partners de zogenaamde Banenafspraak gemaakt: een landelijke opgave om jaarlijks zoveel mogelijk garantiebanen bij werkgevers te creëren voor de doelgroep.
In 2015 neemt de doelgroep Participatiewet (volumeontwikkeling) voor de gemeente toe. De instroom in de Sociale Werkvoorziening is stopgezet en ook de mogelijkheid om als werkzoekende met een arbeidsbeperking in te stromen in de Wajong is sterk ingeperkt. Een groot deel van de groep werkzoekenden met een arbeidsbeperking valt vanaf die datum onder de Participatiewet die door de gemeenten wordt uitgevoerd. Deze groep werkzoekenden die niet meer terecht kan in de sociale werkvoorziening dan wel Wajong maar wel moet worden begeleid naar werk door gemeenten of het UWV, zal daardoor jaarlijks groeien.
34
Sociaal domein | SD07 Arbeidsmarkt (afstand tot)
Extra banen Banenafspraak, Zuid-Kennemerland en IJmond
1.394 1.205 980
920 702
572
1.239
1.091
440
1.170
1.155
738
Q4 Q1 2016
Q2 Q3 2017
Q4
Q1
Q2 Q3 2018
Q4
Q1
Q2 Q3 2019
Q4
Q1
Q2 Q3 2020
Q4
Q1
Q2 Q3 2021
Q4
= daadwerkelijk gerealiseerde extra banen = regionale opgave banenafspraak
Bovenstaand overzicht van deze extra banen op grond van de Banenafspraak (UWV-gegevens) laat zien dat het aantal extra banen in 2021 terugloopt. Ook het percentage van het aantal plaatsingen met loonkostensubsidie (39%) blijft achter bij het landelijke gemiddelde (46%).
Maatschappelijk effect Een inclusieve arbeidsmarkt waar iedereen een passende betaalde werkplek kan vinden, ook de groep werkzoekenden met een arbeidsbeperking. Hoofddoelstelling Werkzoekenden met een arbeidsbeperking plaatsen op een betaalde baan op de arbeidsmarkt
Wat is de rol van de Gemeente Haarlem? De gemeente is op grond van de Participatiewet verantwoordelijk voor de begeleiding naar werk van werkzoekenden met een arbeidsbeperking en wil bijdragen aan zoveel mogelijk plaatsingen van mensen met een arbeidsbeperking op een garantiebaan.
Wat gebeurt nu al? De gemeente zorgt voor re-integratietrajecten (begeleiding naar betaald werk) voor de doelgroep. Dit gebeurt in samenwerking met het Participatiebedrijf dat per 1 januari 2022 is opgericht en dat in opdracht van de gemeenten deze trajecten gaat uitvoeren. Gemeenten en Participatiebedrijf hebben afgesproken extra inzet te plegen om meer mensen
35
te plaatsen op een garantiebaan. Daarnaast zorgt de gemeente voor uitvoering van de genoemde participatie-instrumenten loonkostensubsidie en jobcoaching, voorlichting en verbinding met werkgevers bij het aanvragen van deze instrumenten door de inzet van twee klantmanagers. Verder is de gemeente opdrachtgever van het regionale Werkgeversservicepunt die werkgevers ondersteunt bij het creëren van garantiebanen en heeft de gemeente als centrumgemeente in de arbeidsmarktregio een faciliterende rol in de regionale samenwerking tussen werkgevers- en werknemersorganisaties, onderwijs, UWV en regiogemeenten (samenwerkingsvorm regionaal werkbedrijf).
Wat moet er nog gebeuren (handelperspectief, scenario’s) Er zijn meerdere factoren van belang om te komen tot meer plaatsingen op garantiebanen. Zo is de status van de arbeidsmarkt (ruim/krap) van belang en de bereidheid en betrokkenheid van werkgevers bij deze doelgroep. Ook in het versterken van de regionale samenwerking tussen partijen heeft de gemeente een belangrijke rol in het faciliteren en bij elkaar brengen van partijen op de arbeidsmarkt. Inloopscenario (korte termijn) om het volume van het aantal plaatsingen op niveau banenafspraak te brengen Extra inzet door gemeente en Participatiebedrijf en het WSP De gemeente heeft niet op alle factoren direct invloed, maar kan wel door extra inzet (capaciteit) in de organisatie en uitvoering het aantal plaatsingen op garantiebanen vergroten.
Sociaal domein | SD07 Arbeidsmarkt (afstand tot)
Dit betekent meer inzetten op klantmanagement Participatie-instrumenten: maatwerk en dienstverlening en verbinding tussen werkgevers en werknemers met betrekking tot de loonkostensubsidies en jobcoaching zijn nodig. Het Participatiebedrijf vervult een belangrijke rol in de samenwerking met de klantmanager om kandidaten doelgroep te vinden en te begeleiden en zo plaatsingen te realiseren. Het WSP speelt een belangrijke rol bij het vinden van vacatures voor de doelgroep en het verleiden van werkgevers om mensen uit de doelgroep in dienst te nemen. Meer succesvolle plaatsingen hebben op hun beurt dan weer als consequentie dat meer capaciteit klantmanagement nodig is om de complexe aanvragen loonkostensubsidie en job coaching af te wikkelen. Consequenties Voor de uitvoering van dit inloopscenario waarmee het aantal plaatsingen garantiebaan op niveau
banenafspraak wordt gebracht, is een structureel budget van € 250.000 nodig om de extra inzet in de samenwerking tussen de gemeente, Participatiebedrijf en Werkgeversservicepunt te financieren. Koploperscenario(lange termijn) om volume aantal plaatsingen boven het niveau banenafspraak te brengen Voor de lange termijn is een diepgaander onderzoek nodig. Door de omvang en aard van de doelgroep te analyseren en inzichtelijk te maken welke maatregelen het meest effectief zijn, kan er gerichter worden samengewerkt en het aantal plaatsingen op een hoger niveau gebracht. De gemeente wil dit graag regionaal aanpakken met het UWV en alle gemeenten van de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond. De uitwerking van het koploperscenario is pas relevant na een grondige analyse van de doelgroep en alle relevante factoren.
Meer informatie Kaderstellende nota’s • Koersdocument Werk en Inkomen Haarlem 2016 • Effectief ondersteuningsaanbod re-integratie Haarlem 2017 • Ontwerp Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland 2020 • Regionale doe agenda voor de arbeidsmarkt en lokaal addendum inzet Haarlem, 2020
36
Sociaal domein | SD07 Arbeidsmarkt (afstand tot)
SD08 Arbeidsmarkt (Borging regionale samenwerking) Arbeidsmarkt: Duurzame borging van de regionale samenwerkingsstructuur arbeidsmarktregio Wat is het kernvraagstuk? Arbeidsmarkt is een thema waarbij het gaat om het evenwicht tussen economische ontwikkeling enerzijds en gelijke kansen voor iedereen die kan en wil werken anderzijds. Als gemeente willen we dat passend werk voor iedereen haalbaar is, ook voor de mensen voor wie dit niet vanzelf gaat. Daarnaast heeft de gemeente een belangrijke taak om te zorgen voor een aantrekkelijk vestigings klimaat voor ondernemers. Bijvoorbeeld door te werken aan voldoende passend geschoolde arbeidskrachten in de regio. De arbeidsmarkt wordt echter door zoveel factoren bepaald, dat directe sturing door gemeenten niet mogelijk is. Via publiek-private samenwerking kan de gemeente wél invloed uitoefenen. Het is in het belang van de gemeente om de nieuw ontwikkelde regionale samenwerkingsstructuur vanaf 2022 te borgen (organisatorisch en financieel).
Toelichting In de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond bundelen 7 gemeenten1, UWV, werkgevers, werknemers en onderwijs al jarenlang hun krachten om in te spelen op actuele en toekomstige ontwikkelingen van de regionale arbeidsmarkt. Sinds 2015 geven genoemde partijen hieraan invulling met het Regionaal Werkbedrijf Zuid-Kennemerland en IJmond (RWB ZK-IJ). Met de regionale doe-agenda 2020-2022, het vernieuwde convenant Regionaal Werkbedrijf Zuid-Kennemerland en IJmond zijn er in onze arbeidsmarktregio in 2021 extra stappen gemaakt naar een samenhangende aanpak die moet leiden tot een goed lopende arbeidsmarkt. Deze stappen hebben ook geholpen om meer zicht te krijgen op de rolverdeling tussen gemeenten en UWV en de
1 De arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond omvat de gemeenten Haarlem, Zandvoort, Heemstede, Bloemendaal, Velsen, Beverwijk en Heemskerk.
37
samenwerking en besluitvorming met private partijen. Sinds het opstellen van de Regionale doe-agenda is het werkveld, mede door de coronacrisis, echter op een aantal punten ingrijpend veranderd. Denk daarbij aan de komst van een Regionaal Mobiliteitsteam (RMT), de vernieuwde wet SUWI met een aangescherpte opdracht voor het Werkgevers Service Punt (WSP) en de komst van het STAP2-budget in maart 2022. Ook heeft de coronacrisis nieuwe arbeidsmarktvraagstukken blootgelegd, die vragen om een brede en intensieve samenwerking. Met de komst van een RMT is de ontwikkeling ingezet naar een platform voor Levenslang Ontwikkelen (LLO). LLO is een belangrijke sleutel voor een dynamische arbeidsmarkt die kansen biedt voor alle werkenden. Begin 2022 wordt met partijen in de regio gekeken naar een aantal bestuurlijke scenario’s over de wenselijke regionale organisatorische structuur. Ongeacht de gekozen bestuurlijke organisatorische structuur, is er in gemeente Haarlem blijvend capaciteit nodig om de vernieuwde uitvoeringsstructuur in de regio aan te sturen en te faciliteren. Cofinanciering vanuit gemeenten en UWV en eventuele andere partijen ligt voor de hand. Maatschappelijk effect Zorgen voor een arbeidsmarkt waar passend werk voor iedereen haalbaar is, ook voor de mensen voor wie dit niet vanzelf gaat.
• het voorkomen van werkloosheid en het ondersteunen van zoveel mogelijk kwetsbare werkzoekenden ondersteunen bij het vinden en behouden van betaald werk • een gunstig vestigingsklimaat voor ondernemers door de beschikbaarheid van voldoende passend geschoolde medewerkers Hoofddoelstelling Financiële en organisatorische borging van de ontwikkelde regionale samenwerkingsstructuur vanaf 2022.
2 STAP staat voor STimulering Arbeidsmarkt Positie en is een belangrijk instrument in het Levenslang Ontwikkelen (LLO) van werkenden.
Sociaal domein | SD08 Arbeidsmarkt (Borging regionale samenwerking)
Wat is de rol van de gemeente? Vanuit de wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) is Haarlem als centrumgemeente verantwoordelijk voor de regionale samenwerking in de arbeidsmarktregio. Deze rol borgen wij door: • Het initiëren, faciliteren en voorzitten van verschillende ambtelijke, bestuurlijk en publiek-private overleggen • Het zorgen voor voldoende ambtelijke capaciteit om hieraan invulling te geven. Dat samenwerking op het thema arbeidsmarkt op regionaal en bovenregionaal niveau noodzakelijk is, is nog eens bevestigd door de coronacrisis. Vooral in de laatste twee jaar zien we een intensivering van de regionale samenwerking en daarmee een grotere rol voor Haarlem als centrumgemeente.
Wat gebeurt nu al In september 2020 is er een corona-herstelpakket toegekend om de economie te ondersteunen. Door een aantrekkende economie en arbeidsmarkt krapte in veel sectoren, is een deel van het toegekende budget niet noodzakelijk voor de (werkende) doelgroepen en het type dienstverlening dat bij de lancering van de corona-herstelpakket in september 2020 voor ogen lag. Voor andere groepen blijven de uitdagingen in de regio wel degelijk fors, het voorstel is om de beschikbare middelen vooral voor deze groepen in te zetten. Eind 2021 en begin 2022 wordt daarom voorgesorteerd op het volgende: 1. De kern van de dienstverlening voor werkenden, werkzoekenden en werkgevers in de regio wordt teruggebracht naar twee loketten: het Regionaal werkcentrum (werktitel) en het WSP. Deze fungeren als front-office en op basis van inzet wordt verbinding gemaakt met de juiste financieringsbron 2. De verantwoordelijkheid voor de re-integratie van niet-werkenden die extra ondersteuning nodig hebben blijft bij gemeenten en UWV. UWV en de door de gemeente ingeschakelde re-integratiepartners zorgen voor bemiddelbare kandidaten voor het WSP.
gecoördineerd, gemonitord, gecommuniceerd. Ook worden vanuit hier naar behoefte projectleiding ingekocht en regionale subsidieaanvragen gedaan. Nader uit te werken/bepalen: Omdat het project bureau wordt ingezet op de volle breedte van de dienstverlening in de arbeidsmarktregio is het belangrijk zorgvuldig te kijken naar de aansturing van dit projectbureau. Een vorm waarbij de centrumgemeente dit doet in samenwerking met UWV en andere publiek-private partijen in de regio is daarin een van de mogelijkheden.
Wat moet er nog gebeuren (handelperspectief, scenario’s) Elke arbeidsmarktregio ontvangt jaarlijks een budget ter versterking van de arbeidsmarktregio. Deze regeling loopt tot en met 2023. Tussen 2020 en 2022 zijn daarnaast nog andere regionale middelen toegekend, voornamelijk in het kader van crisisdienstverlening (eindigt eind 2022). Samenwerking met partners was een voorwaarde voor de besteding van de regionale budgetten. De coronacrisis heeft hiermee de tendens naar regionale financiering versterkt. De verwachting is dat deze trend doorzet in de komende jaren. Er is nog onzekerheid over vervolgfinanciering vanuit het Rijk. Om toekomstbestendig te zijn, kunnen de ontvangen regionale (crisis)middelen in een bestemmingsreserve worden geborgd. Dit is een keuze die samen met de andere gemeenten en samenwerkingspartners in de regio gemaakt moet worden, maar die wel vraagt om een visie vanuit Haarlem als centrumgemeente. Begin 2022 wordt met partijen in de regio gekeken naar een aantal bestuurlijke scenario’s over de wenselijke organisatorische structuur. Ongeacht de gekozen bestuurlijke organisatorische structuur, is er in gemeente Haarlem blijvend capaciteit nodig om de vernieuwde uitvoeringsstructuur in de regio aan te sturen en te faciliteren. Cofinanciering vanuit gemeenten en UWV en eventuele andere partijen ligt voor de hand.
Daarnaast is er een eenvoudiger en meer uniforme aansturing in de regio nodig. • De hele arbeidsmarktregio wordt ondersteund door een klein projectbureau van waaruit wordt
38
Sociaal domein | SD08 Arbeidsmarkt (Borging regionale samenwerking)
Consequenties Vanaf 2023 is er dekking nodig voor: Uitvoeringsorganisaties Regionaal werkcentrum (werktitel) en Werkgevers Service Punt (WSP): Inschatting is dat € 150.000 structureel nodig is voor een coördinator Regionaal werkcentrum en een ondersteuner voor het WSP. Projectbureau Inschatting is € 400.000 euro per jaar voor het continueren van een klein projectbureau. Structureel Er is € 550.000 nodig om de nieuwe regionale uitvoeringsstructuur aan te sturen en te faciliteren. Voor de periode tot en met 2023 is nog deels finan-
ciering beschikbaar vanuit de middelen voor de coördinatie Regionaal Mobiliteitsteam en vanuit de middelen ter versterking van de arbeidsmarktregio. De hoogte van het bedrag dat aanvullend nodig is, is afhankelijk van de hoogte van de nog aan te maken bestemmingsreserve bij de jaarrekening 2021 en afspraken die met UWV en eventuele andere partijen kunnen worden gemaakt in het kader van cofinanciering. Voor de lange termijn is een diepgaander onderzoek nodig. In sommige andere arbeidsmarktregio’s wordt er een bedrag tussen de €1 en € 3 euro per inwoner door gemeenten toegekend. Daarnaast kan het projectbureau ook zorgen voor aanvullend innovatiekapitaal door subsidieaanvragen of kan met partijen in de regio een passende financiering worden afgesproken.
Meer informatie Kaderstellende nota’s • Regionale doe agenda voor de arbeidsmarkt 2020-2022 • Convenant Regionaal Werkbedrijf 2021-2024 • Samenwerkingsovereenkomst Regionaal Mobiliteitsteam
39
Sociaal domein | SD08 Arbeidsmarkt (Borging regionale samenwerking)
SD09 Armoede en Schulden
In het voorkomen en tegengaan van geldzorgen en schulden zijn er veel ontwikkelingen. In samenwerking met de Sociaal Wijkteams wordt ingezet op preventie en vroegsignalering van betalingsachterstanden van de vaste lasten (zorgverzekering, water, energie en huur). Daarnaast werken de budget coaches en consulenten Schulddienstverlening met behulp van systeemverbeteringen aan het snel en efficiënt schuldenregelen van particulieren én ondernemers. Verlost zijn van de schuldendruk (schuldenzorgvrij) is belangrijk net als goede begeleiding en nazorg wanneer inwoners weer schuldenvrij zijn. Uitgangspunten in de uitvoering zijn: inwoners staan centraal, we leveren maatwerk en inwoners krijgen snel passende ondersteuning. De gemeente gebruikt hierbij de kansencirkel Grip op geld. Deze kansencirkel bestaat uit zes elementen en met deze
40
Grip op Geld
n
Sc h zo u l d e rg nz ij v r ij n
Haarlem heeft goed zicht op inwoners met een laag inkomen. Er wordt gestreefd naar optimaal gebruik van de bestaande regelingen, zeker daar waar het gaat om gezinnen met kinderen. Bij het invulling geven aan het voorkomen en bestrijden van armoede, geldzorgen en schulden is de aanpak van kinderarmoede één van de speerpunten. Om de stress van schulden weg te nemen wordt daarnaast ingezet op snel en efficiënt schuldregelen. Veel van de dienstverlening met erbij horende instrumenten is al vanaf 2016 beschikbaar en de netwerkpartners in de stad zijn goed op de hoogte van de mogelijkheden.
e ei ro r O p g n d e gen zo zo r d gel
Toelichting
Rond ku n n e n komen tj e un s te u g n er n Ee in d b b e he
De integrale beleidsvisie Armoede en Schulden ‘In Haarlem meer kans voor financieel kwetsbaren’ is voor de gemeente de basis om in de periode 20212024 invulling te geven aan het voorkomen en bestrijden van armoede, geldzorgen en schulden. Er is voldoende budget beschikbaar gesteld om het huidige beleid uit te voeren. Het streven naar een optimaal bereik van minima, bijvoorbeeld door het gericht aanschrijven van minima die (nog) géén gebruik maken van de regelingen, vraagt om structurele aanvullende middelen.
elementen bieden we financieel kwetsbare Haarlemmers meer kans op bestaanszekerheid1. Ook zet de gemeente in op verbetering van wet- en regelgeving.
Me ed o wein met en ig ge ld
Wat is het kernvraagstuk?
O p we g naar e en t n ie u w e toekoms
Waar hebben we tot nu toe naartoe gewerkt De verandering die gemeente Haarlem tot stand wil brengen, is dat financieel kwetsbare Haarlemmers meer kansen op bestaanszekerheid hebben, zodat zij volwaardig kunnen deelnemen aan de Haarlemse samenleving. Het onderstaande overzicht toont de maatschappelijke effecten van het beleid en de uitvoering:
1 Integrale beleidsvisie Armoede en schulden ‘In Haarlem meer kans voor financieel kwetsbaren’, 2021-2024 2020/935630
Sociaal domein | SD09 Armoede en Schulden
Bestaanszekerheid financieel kwetsbare inwoners Dienstverlening minima
Dienstverlening schulden
Meedoen
Stress en zorg wegnemen
8. Inwoners met een laag inkomen en/of geldzorgen doen mee
9. Inwoners met geldzorgen of schulden zijn snel schuldenzorgvrij
Rondkomen
Schuldenvrij
9. Inwoners met laag inkomen zijn geldzorgenvrij
10. Inwoners die problematische schulden hadden, zijn schuldenvrij
8. (a) Kinderen uit minimagezinnen groeien op zonder geldzorgen
Geen nieuwe schulden 11. Inwoners met een schone lei maken geen nieuwe problematische schulden
Brede preventie Vroegtijdige signalering 6. Betalingsachterstanden bij inwoners worden zo snel mogelijk ontdekt Jongeren financieel bewust 5. Kinderen (10 tot 23) zijn financieel bewust
Dienstverlening op maat 3. Inwoners met geldzorgen en/of een laag inkomen worden tijdig geholpen 4. Inwoners met geldzorgen en/of een laag inkomen ontvangen kwalitatief goede dienstverlening
Bekendheid en gebruik maatregelen 1. Inwoners met geldzorgen en/of een laag inkomen zijn bekend met de ondersteuning en regelingen die we kunnen bieden 2. Inwoners met geldzorgen en/of een laag inkomen maken gebruik van onze ondersteuning en regelingen
41
Sociaal domein | SD09 Armoede en Schulden
Hoofddoelstelling De hoofddoelstelling is het optimaal bereiken van financieel kwetsbare inwoners met alle beschikbare regelingen. Kinderen moeten kunnen opgroeien zonder geldzorgen. Inwoners met schulden, ook ondernemers, moeten snel en efficiënt schuldenzorgvrij zijn zodat zij weer kunnen meedoen in de maatschappij. Hiertoe is structurele budget beschikbaar gesteld in de Programmabegroting 2022.
Wat is de rol van de gemeente? De gemeente heeft een wettelijke taak in de vroegsignalering van schulden. Budgetcoaches en de sociaal wijkteams van de gemeente worden hier actief op ingezet. Het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden doet de gemeente niet alleen. Vanaf 2016 is er intensieve samenwerking op verschillende terreinen met de partners in de stad. Zo organiseert Haarlem informatie- en netwerkbijeenkomsten om professionals en vrijwilligers te informeren over het belang van preventie van schulden en de ondersteuning de gemeente hierbij biedt.
Wat gebeurt er nu al? • Uitvoering geven aan het bestaande beleid, zoals de regelingen voor inwoners met een laag inkomen en inzet van preventie en nazorg. • Het vroeg signaleren van schulden en actief en ongevraagd (‘outreachend’) afgaan op inwoners met achterstanden in betalingen. Op basis van lokale convenant-afspraken met de woningbouwcorporaties zijn er gezamenlijke inspanningen om huisuitzetting te voorkomen. • Gemeentelijke taken in Kindertoeslagaffaire. Naast de landelijke hersteloperatie vanuit de Belastingdienst biedt de gemeente aanvullende ondersteuning. In Haarlem zijn er meer dan 375 gedupeerde ouders. Een speciaal team onderhoudt contact met hen en biedt waar nodig en wenselijk aanvullende hulp bij vragen en problemen rond het inkomen, gezinssituatie, schulden, gezondheid of opvoeding van de kinderen. We zorgen voor kwijtschelding van gemeentelijke vorderingen op het moment dat ouders door de Belastingdienst erkend zijn als gedupeerden. Ouders kunnen zich tot en met 2023 melden als gedupeerden bij de Belastingdienst. De gemeentelijke ondersteuning zal daarvoor dus ook doorlopen.
42
• Aanvullende dienstverlening voor ondernemers. De gevolgen van de coronacrisis trekken een zware wissel onder ondernemers en zzp’ers. Veel ondernemers hebben te maken gehad met drastische afname van inkomsten, terwijl de vaste lasten zakelijk en privé doorliepen. Na een periode van de steunmaatregelen van het Rijk en de mogelijkheden om belastingbetaling uit te stellen, kregen/krijgen een aantal ondernemers te maken met forse (terug)betalingsverplichtingen. De gemeente spant zich in om deze Haarlemmers zowel op korte als langere termijn te ondersteunen. • Regie op beschermingsbewind. Er zijn convenant-afspraken met 35 bewindvoerderskantoren om na instroom de door- en uitstroom van inwoners onder schuldenbewind te bevorderen. Door intensieve samenwerking zijn deze inwoners sneller verlost van hun schuldenstress en waar mogelijk eerder in staat hun financiën weer zelf te beheren. Hierdoor is meer grip te houden op de bijzondere bijstand kosten voor bewindvoering.