1. Factsheets Haarlem
Tekst van het document
Gemeenteraad Haarlem
Ons kenmerk Datum Afdeling Contact Telefoon E-mail Bijlage(n) Kopie aan
T.a.v. leden van de gemeenteraad Grote Markt 2, 2011 RD Haarlem
18 maart 2022 Directie Frank van Hattem 023-511 3609 fdjhattem@haarlem.nl
Onderwerp: Informatie voor bestuurswisseling Geachte leden van de gemeenteraad, Allereerst wil ik u van harte feliciteren met uw (her)benoeming in de gemeenteraad Haarlem. Ik kijk uit naar een constructieve samenwerking tussen raad, college van B&W en ambtelijke organisatie voor de komende 4 jaar, waarin we samen voor en met onze stad mooie resultaten behalen. Bij dit schrijven bied ik u ter informatie een set factsheet aan. Ook bij de voorgaande bestuurswisselling is een dergelijke informatie-set aan de raad aangeboden. De factsheets zijn een informatiebron voor (nieuwe) raadsleden. Daarnaast kunnen ze ondersteunend zijn bij het opstellen van een coalitieprogramma voor de periode 2022-2026. Voor de factsheets is gebruik gemaakt van reeds beschikbare informatie. De informatie is beknopt weergegeven met digitale verwijzingen naar relevante brondocumenten en kaderstellende nota’s. Naast de factsheets wordt u een financieel document (kader) aangeboden. Dit bevat de verwachte ontwikkeling van het begrotingskader en geeft hoofdafwegingen weer voor de nieuwe bestuursperiode met betrekking tot investeringen, schulden etc. De informatie uit de factsheets is vertaald naar opties in het financieel kader. Via scenario’s worden verschillende samenhangende keuzemogelijkheden gepresenteerd.
Onderwerpen factsheets en samenhang De factsheets zijn geordend langs drie domeinen (Burger en Bestuur, Fysiek domein en Sociaal domein). Er is per domein een overkoepelend factsheet opgesteld met daarin majeure overwegingen. In de overige factsheets wordt nader ingegaan op onderwerpen c.q. wordt relevante informatie verstrekt. Deze informatie kan gaan over ontwikkelingen waarvan met zekerheid verwacht kan worden dat deze de komende jaren urgenter worden (bijvoorbeeld aanpassingen
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
van de openbare ruimte aan het veranderend klimaat) of nadere duiding van reeds ingezette ontwikkelingen (bijvoorbeeld verwerving ‘Gewoon in de wijk’). Naast de inhoudelijke factsheets is er een factsheet opgenomen over de verschillende ingezette ontwikkelingen in de ambtelijke organisatie n.a.v. de evaluatie van Berenschot uit 2021. Deze informatie is toegevoegd om de context te schetsen waarbinnen de bestuurlijke ambities zullen landen en de dienstverlening door de gemeente wordt uitgevoerd. De informatie is opgesteld om u te ondersteunen in de komende werkzaamheden voor de stad, de informatiepositie van raadsleden te verbeteren en handvatten te bieden voor bestuurlijke onderhandelingen. Waardepropositie Naast de factsheet en het financieel kader wordt u een waardepropositie aangeboden. De afgelopen jaren is gebleken dat het niet altijd even gemakkelijk is om alle ambities uit het coalitieprogramma te realiseren. Met name door een stapeling van ambities, waarvoor onvoldoende capaciteit en middelen beschikbaar waren, en door bestuurlijke wensen op detailniveau. Om die reden wordt u tevens informatie aangeboden over de uitvoerbaarheid in de vorm van (a) scenarioplanning, (b) waardesysteemanalyse en (c) organisatiediagnose. Deze informatie kan u helpen bij keuzen met betrekking tot ontwikkelingen die u meer of minder wilt versterken of juist afremmen.
De waardesysteemanalyse (kwetsbaarheden van de stad) en organisatiediagnose (kwetsbaarheden van de organisatie) zijn producten waarmee de uitvoerbaarheid kan worden beoordeeld. Wilt u meer informatie? In de factsheets zijn verwijzingen en links opgenomen naar brondocumenten. Mocht u behoefte hebben aan een verdere verdieping dan kunt u contact opnemen met Frank van Hattem (fdjhattem@haarlem.nl). Ik hoop dat dit een goede informatiebron voor u en uw mede raadsleden blijkt te zijn en dat het u helpt bij het maken van gefundeerde politieke keuzen voor de nieuwe bestuursperiode. Met vriendelijke groet,
Catrien Lenstra, Gemeentesecretaris / Algemeen directeur
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
Factsheets Haarlem
Inhoud Sociaal domein
5
SD00 Majeure overwegingen sociaal domein SD01 Kostenbeheersing SD02 Jeugd/ Jeugdhulp Haarlem (meningsvormend) SD03 Maatschappelijke opvang en beschermd wonen SD04 Sport SD05 Onderwijshuisvesting SD06 Onderwijs SD07 Arbeidsmarkt (afstand tot) SD08 Arbeidsmarkt (Borging regionale samenwerking) SD09 Armoede en Schulden SD10 Wonen en Zorg SD Bijlage
5 13 16 21 25 29 31 34 37 40 44 46
Fysiek domein
47
FD00 Majeure overwegingen fysiek domein FD01: Mengen en Verdichten FD02: Buurtgericht ontwikkelen FD03: Vergroenen en Vernatten FD04: Bevorderen gezonde leefomgeving FD05: Ruimte voor de Energietransitie FD06: Mobiliteitstransitie FD07 Ontwikkelgerichte organisatie en versterken uitvoeringskracht FD 08 Economie en werkgelegenheid FD09 I mpact coronacrisis, met specifiek aandacht voor toerisme FD10 Frans Hals Museum FD11 Bibliotheek Centrum Schalkwijk FD12 De Schuur
47 58 61 63 65 67 70 73 77 81 83 86 89
Burger en bestuur
90
BB00 Majeure overwegingen burger en bestuur BB01 Nieuwe Democratie BB02 Belangenbehartiging BB03 Trendstudie BB04 O rganisatieontwikkeling – Haarlem en Zandvoort BB04A A mbtelijke samenwerking Zandvoort en Haarlem BB04B O ndernemingsraad en de slagkracht van de organisatie BB05 Portefeuilleverdeling (programmabegroting en duurzaamheidsbegroting) BB06 Vormen van coalitie- of raadsprogramma’s BB07 Informatiesamenleving en informatiebeveiliging BB08 Openbaarheid van informatie BB09 Verbonden partijen BB10 Woonlasten BB11 Financiële positie van de stad BB12 Veiligheid
90 98 101 104 106 109 116 116 121 122 127 130 132 136 139
Sociaal domein
SD00 Majeure overwegingen sociaal domein Inleiding Bijgaand de factsheets van het sociaal domein. In deze oplegnotitie vatten we die factsheets samen die betrekking hebben op onvermijdelijke keuzes in de komende coalitieperiode: jeugdhulp, wet maatschappelijke ondersteuning, beschermd wonen, maatschappelijke opvang, investeringen in sport en onderwijs en armoedebeleid.
Wat is het kernvraagstuk? De komende jaren is er een impuls nodig binnen het brede sociaal domein. De hoofdopgave is zorgen dat het sociaal domein toekomstbestendig is en blijft. Haarlem wil de ondersteuning in het sociaal domein in de toekomst meer passend en betaalbaar laten zijn. Belangrijke ontwikkelingen daarbij zijn de regionale verwerving van voorzieningen jeugd en de lokale verwerving ‘Gewoon in de wijk’: de bundeling van een aantal maatwerkvoorzieningen Wmo met de sociale basis. Er zijn inhoudelijke en financiële keuzes te maken aangaande Jeugdhulp, Wmo, beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Deze worden mede gestuurd vanuit nadere regelgeving vanuit het Rijk. Daarnaast zijn er extra vervanging en uitbereidingsinvesteringen nodig in sport en onderwijshuisvesting om aan behoefte en wettelijke taken te voldoen.
Jeugdhulp Wat hebben we gedaan Bij alle gemeenten in Nederland hebben de oplopende tekorten in de jeugdhulp tot grote financiële vraagstukken geleid. Deze tekorten worden veroorzaakt door de toenemende vraag naar jeugdhulp en het uitblijven van een structurele toename van de rijksbijdrage. In Haarlem hebben de oplopende tekorten vanaf 2020 geleid tot kostenbesparende maatregelen waarvan de instelling van bud-
5
Sociaal domein | SD00 Majeure overwegingen sociaal domein
getplafonds per aanbieder vanaf 2021 de meest vergaande maatregel betreft. Daarnaast is de regionale aanbesteding jeugdhulp van start gegaan die eveneens moet bijdragen aan het financieel beheersbaar maken van de jeugdhulp. Contractering vindt plaats per 1 januari 2023. Waar staan we nu Ondanks een uitspraak van een landelijke arbitragecommissie komt het nieuwe kabinet niet met structurele financiële compensatie voor de toenemende vraag naar jeugdhulp. In het coalitieakkoord is zelfs sprake van een nieuwe bezuiniging, wat de verhoudingen tussen het nieuwe kabinet en de VNG opnieuw op scherp zet. De VNG heeft inmiddels haar medewerking aan de zogenoemde Hervormingsagenda ingetrokken. Wat staat het college te wachten Zonder een nadere afbakening van de reikwijdte van jeugdhulp (wat is de verantwoordelijkheid van de gemeente en wat is de verantwoordelijkheid van het individuele gezin, onderdeel van de Hervormingsagenda) blijft de vraag naar jeugdhulp toenemen zonder zicht op (voldoende) financiële compensatie. Dat wordt versterkt door de rijksbezuinigingen uit het coalitieakkoord, de incidentele extra rijksmiddelen lopen in 4 jaar tijd terug naar € 300 miljoen structureel, ruim € 1 miljard minder dan verwacht. Dit blijft de gemeente voor de jaren vanaf 2025 nog steeds voor aanzienlijke en toenemende financiële risico’s plaatsen.
Voor Haarlem is het verwachte financiële effect als volgt:
Macro (miljard) Haarlem (miljoen), 0,85% aandeel
2023
2024
2025
2026
2027
1.454
1.265
0,758
0,364
0,300
12,3
10,7
6,4
3,1
2,5
In de Kadernota 2023 wordt een nieuw scenario van de verwachte ontwikkeling van inkomsten en uitgaven opgenomen.
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Wat hebben we gedaan Ook binnen de Wmo is sprake van oplopende tekorten. Ook deze wordt veroorzaakt door de toenemende vraag naar ondersteuning, onder meer veroorzaakt door demografische ontwikkelingen, landelijke beleidskeuzes zoals langer zelfstandig wonen en door de invoering van het abonnementstarief. In 2021 zijn verschillende maatwerkvoorzieningen opnieuw aanbesteed, waarbij rekening is gehouden met de wettelijke plicht tot het bieden van reële tarieven. De aanbesteding huishoudelijke ondersteuning heeft dan ook een kostenverhogend effect. De aanbesteding hulpmiddelen leidt naar verwachting tot een kostenbesparend effect. De maatwerkvoorzieningen ambulante begeleiding zijn onderdeel geworden van de aanbesteding ‘Gewoon in de Wijk’ en worden hiermee onderdeel van ongeïndiceerde vrij toegankelijke voorziening in de sociale basis. Er zijn binnen de Wmo waar mogelijk al kostenbesparende maatregelen genomen. Er zijn niet of nauwelijks aanvullende kostenbesparende maatregelen mogelijk.
6
Sociaal domein | SD00 Majeure overwegingen sociaal domein
Waar staan we nu Het nieuwe kabinet is voornemens het abonnementstarief voor huishoudelijke ondersteuning aan te passen. Dit zal naar verwachting tot een afname in het gebruik van maatwerkvoorzieningen leiden en/of een toename van de te ontvangen eigen bijdrage Wmo. Gelet op de voorgenomen invoeringsdatum zal dit effect niet eerder optreden dan 2023- 2024. In het regeerakkoord is vanaf 2025 overigens met een korting van macro € 80 miljoen gerekend, voor Haarlem zou dat een bedrag van € 700.000 betekenen. Niet duidelijk is of deze lagere rijksbijdrage dan gecompenseerd wordt door lagere uitgaven (door minder gebruik) of hogere baten (door een hogere Eigen bijdrage). De financiële risico’s rondom het abonnementstarief lijken dus nog zeker niet van de baan. Wat staat het college te wachten De financiële beheersbaarheid van de Wmo maatwerkvoorzieningen blijft onder druk staan. In de Kadernota 2023 wordt een nieuw scenario van de verwachte ontwikkeling van inkomsten en uitgaven opgenomen.
Decentralisatie beschermd wonen en maatschappelijke opvang Wat hebben we gedaan In 2023 worden gemeenten individueel verantwoordelijk voor beschermd wonen en verliest de gemeente Haarlem haar rol als centrumgemeente en regionaal budget houder. Deze ‘door-decentralisatie’ wordt sinds 2020 binnen de gemeenten in Zuid Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer voortvarend voorbereid en heeft ook al tot de nodige bestuurlijk besluiten geleid, waaronder de vorming van een Gemeenschappelijk Orgaan voor gezamenlijk uitvoering van een aantal taken. Waar staan we nu In 2022 moet de inrichting van het gemeenschappelijk Orgaan zijn definitieve vorm krijgen. Het gaat dan om taken, bevoegdheden en budgetten. De regio heeft tot nu toe voldoende rijksmiddelen ontvangen voor deze taak en er zijn zelfs overschotten gerealiseerd waardoor een (regionale) reserve Opvang Wonen en Herstel is ingesteld. Deze reserve is in de afgelopen jaren mede ingezet om de tekorten op de maatschappelijke opvang te dekken. Naar verwachting zal het nieuwe verdeelmodel richting individuele gemeenten niet tot financiële knelpunten leiden, daarnaast wordt mogelijk een vereveningsafspraak tussen gemeenten gemaakt voor het geval dit effect wel zal optreden.
Maatschappelijke opvang Wat hebben we gedaan De gemeente Haarlem werkt volgens het uitgangspunt dat niemand tegen zijn/ haar wil op straat slaapt. Om deze ambitie te bereiken heeft de gemeente Haarlem zowel ingezet op het realiseren van extra opvangplekken als het verbeteren van de opvangplekken. In onze regio zijn de grootschalige slaapzalen in 2015 afgeschaft en heeft er een verbetering van de accommodaties plaatsgevonden. Bestaande accommodaties zijn gedifferentieerd naar subgroepen zoals jongvolwassen, alleenstaanden en gezinnen. Door de coronamaatregelen in 2020 en 2021 is de opvang tijdelijk fors uitgebreid en is de nachtopvang omgevormd naar
7
Sociaal domein | SD00 Majeure overwegingen sociaal domein
24-uursopvang. Alle cliënten in de maatschappelijke opvang krijgen hiernaast een traject aangeboden gericht op herstel. Waar staan we nu Er is al jarenlang sprake van een tekort op het regionale budget maatschappelijke opvang. Deze tekorten worden gedekt uit de reserve Opvang Wonen en Herstel. In het coalitie-akkoord van het nieuwe kabinet is weliswaar structureel extra budget beschikbaar voor Maatschappelijke opvang (macro € 65 miljoen). Op basis van het aandeel van de centrumgemeente Haarlem in de DU maatschappelijke opvang, een toename van ongeveer € 1,25 miljoen, dat is niet voldoende om het structurele tekort van € 3 miljoen te dekken. Wat staat het college te wachten De verwachting is dat de tekorten van de maatschappelijke opvang (structureel ongeveer € 3 miljoen) ook de komende jaren niet meer volledig gedekt kunnen worden vanuit de centrumgemeenten-gelden voor Maatschappelijke Opvang. Op dit moment zijn er in het kader van de Doordecentralisatie Beschermd Wonen met de regiogemeenten afspraken gemaakt over de verdeling van het tekort voor de Maatschappelijke Opvang na 1 januari 2023. De intentie is om het tekort van de Maatschappelijke Opvang de eerste drie jaar gezamenlijk te bekostigen. De regiogemeenten vinden het op de lange termijn niet wenselijk dat er een structureel tekort blijft bestaan.
Daarom is de verwachting dat er aanvullend wordt afgesproken dat gemeenten samen een plan opstellen om toe te werken naar een situatie per 2026 waarbij passende en goede zorg voor de MO-doelgroep gerealiseerd wordt binnen het budget dat daarvoor beschikbaar gesteld wordt door het Rijk. Gemeente Haarlem staat als centrumgemeente voor de keuze om het tekort in gezamenlijkheid met de regiogemeenten binnen 3 jaar volledig in te lopen, of om uit lokale middelen bij te dragen aan de Maatschappelijke Opvang.
Sport Wat hebben we gedaan? De gemeente realiseert en onderhoudt de buitensport-- en binnensportaccommodaties (incl. zwembaden) en kleedaccommodaties. Onder andere verenigingen nemen deze accommodaties in gebruik door hiervoor een vergoeding aan de gemeente te betalen. Ook het (bewegings)onderwijs maakt gebruik van de sportaccommodaties. De gemeente heeft een wettelijke taak om het bewegingsonderwijs van basis- en voortgezet onderwijs te faciliteren. De gemeente is verantwoordelijk voor de realisatie of herbouw van sportaccommodaties, zeker waar het gaat om ruimte voor het bewegingsonderwijs. Belangrijke actoren bij dit vraagstuk zijn partners SRO, die het onderhoud en exploitatie van de accommodaties doet, partners voor beheer en onderhoud van openbare ruimte Spaarnelanden en SportSupport, als uitvoeringspartner van sportstimuleringsprogramma’s Waar staan we nu? Het huidige areaal voor zowel buiten-, binnen- en zwemsport is kwantitatief en kwalitatief ontoereikend. Op basis van de autonome groei en groei op basis van de woonvisie, is de verwachting dat dit knelpunt alleen nog verder zal toenemen in de toekomst.
8
Sociaal domein | SD00 Majeure overwegingen sociaal domein
Om sport en bewegen beschikbaar en bereikbaar (laagdrempelig) te houden voor de (groeiende) Haarlemse bevolking, is het noodzakelijk om ruimte en budget te reserveren voor extra voorzieningen op het gebied van sportaccommodaties (uitbreiding sportareaal). Ook zijn investeringen benodigd voor het vervangen van het bestaande areaal. Denk aan de zwembaden, gymzalen en sporthallen die aan het einde van hun levensduur zijn. Daarnaast zijn investeringen in de openbare ruimte nodig om in te kunnen spelen op de toenemende behoefte van inwoners om in de openbare ruimte te sporten en bewegen. Haarlem kent momenteel geen beleid op sport en bewegen in de openbare ruimte en heeft hiervoor geen investeringsbudget gereserveerd. In het Integraal uitvoeringsplan sportaccommodaties 2018-2028 is rekening gehouden met de huidige knelpunten en de groei van Haarlem. Wat staat het college te wachten? In het plan staat opgenomen dat voor de periode 2018 – 2028 een investering voor de buiten- en binnensport benodigd is van € 18,6 miljoen (op basis van autonome groei) tot € 31,6 miljoen (op basis van de autonome groei en de woonvisie). De raad heeft voor de periode 2019 – 2022 hiervan reeds € 9,2 miljoen beschikbaar gesteld. Momenteel wordt de haalbaarheid van (nieuwbouw) locaties nader onderzocht en financiële consequenties in beeld gebracht.
Eerste ramingen van de stichtingskosten geven aan dat afhankelijk van het gekozen scenario hiervoor een investering benodigd is van € 33 tot € 43 miljoen. Binnen het huidige investeringsplan zijn eventuele vervangingsinvesteringen nog niet voorzien. Vervangingsinvesteringen en onderhoud van buitensportaccommodaties zijn meerjarig in het Investeringsprogramma opgenomen. De investeringsagenda binnensport (nieuwe investeringen) is financieel verwerkt in het IP tot en met 2022. Dat betekent dat voor alle nieuwe investeringen na 2022 nog geen kredieten geraamd zijn. Vervangingsinvesteringen voor het huidige binnensport areaal (denk aan de bestaande gymzalen en sporthallen) zijn nog niet opgenomen. Hiertoe wordt een Meerjaren investeringsplan (MJOP) voor de binnensport accommodaties en kleedkamers opgesteld.. Naast de traditionele sportaccommodaties willen steeds meer mensen ook gebruik maken van de openbare ruimte om te sporten en bewegen. Als gevolg van corona lijkt deze ontwikkeling in een stroomversnelling te zijn gekomen. Gemeentebreed is er nog geen beleid op dit thema en/of zijn hiervoor structureel middelen en capaciteit voor vrij gemaakt. De onderstaande grote investeringen vragen de komende coalitieperiode om besluitvorming.
Het uitvoeringsplan voorziet nog niet in de volgende investeringen: • In 2028 zijn de zwembaden technisch afgeschreven, waarvoor naar verwachting een investering benodigd is van € 33 tot € 43 miljoen, haalbaarheidsonderzoek loopt. • Vervangingsinvesteringen voor het huidige binnensport areaal. Een meerjaren investeringsprogramma wordt naar verwachting in 2022 aan de raad voorgelegd, een eerste schatting van de benodigde investeringen betreft € 25 miljoen. • Updaten van de Investeringsagenda uitbreiding areaal binnensport voor de periode 2022 – 2026 en hiervoor middelen beschikbaar stellen, zodat het areaal binnensport uitgebreid wordt met verschillende nieuwe, duurzame, sportaccommodaties, waaronder een nieuwe sporthal in Schalkwijk, nieuwe sporthal in Zuid West en een sportzaal in Haarlem Oost (Beatrixdreef);
9
Sociaal domein | SD00 Majeure overwegingen sociaal domein
• Uitbreiding binnensport in Schalkwijk binnen 3-4 jaar), benodigde investering minimaal € 11 miljoen die nog geen onderdeel van het IP is (BBV: 2021/662987). (https://gemeentebestuur.haarlem.nl/bestuurlijke-stukken/20210662987-1-Locatieonderzoek-multifunctionele-sporthal-Schalkwijk.pdf) • Krediet voor de vervanging van de Spaarnehal in Schalkwijk is niet opgenomen in het IP (bedrag naar schatting € 25 miljoen)
Onderwijs Wat hebben we gedaan? De wettelijke taak om achterstand in (taal)ontwikkeling in de voorschoolse periode en het basisonderwijs in te halen, is uitgevoerd. Evenals de wettelijke taak van het verminderen van voortijdig schoolverlaten. Hiernaast heeft de gemeente heeft de wettelijke taak om te voorzien in voldoende onderwijs-huisvesting van voldoende kwaliteit en het verduurzamen van de bestaande gebouwenvoorraad. Het huidige Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs (SHO 2019-2022) zet in op uitbreiding van de capaciteit, daar waar mogelijk gecombineerd met vervangende nieuwbouw in het kader van de groei van de stad. Daarnaast is in 2020 een ‘technische nulmeting’ uitgevoerd naar alle schoolgebouwen ouder dan 10 jaar. De gebouwen zijn beoordeeld op de onderdelen energie, technische kwaliteit, functionaliteit en binnenmilieu. De beoordeling heeft plaatsgevonden op basis van nieuwbouwniveau. Een groot aantal scholen scoort lager dan een 6. In het huidige Strategische Huisvestingsplan Onderwijs (SHO) zijn projecten uitgevoerd, hebben eerste uitbreidingen van capaciteit in onderwijshuisvesting plaats gehad als gevolg van de groei van de stad die minder sterk is als gedacht. Ook is start gemaakt met de verbetering van de kwaliteit van de schoolgebouwen als gevolg van onder meer duurzaamheidseisen.
Verder is een verkennend onderzoek in samenwerking met de schoolbesturen VO gedaan over de wens van de gemeenteraad voor een nieuwe VO-school in Schalkwijk. Waar staan we nu? Op dit moment wordt voor het nieuwe SHO inzichtelijk gemaakt wat de benodigde investering is. Een eerste inventarisatie laat zien dat een jaarlijkse investering van ca. € 15 miljoen reëel lijkt. Aangezien er afgelopen 4 jaar € 45 miljoen beschikbaar is gesteld (ca. 11 miljoen per jaar), zou dit investerings-niveau opgehoogd moeten worden. In het huidige SHO zijn projecten opgenomen die uitgevoerd moeten worden maar waarvoor nog geen budget beschikbaar is gesteld. Ook zijn er aanvullende projecten zoals de definitieve huisvesting van het ISK en ISH die nog niet in het huidige SHO staan. Hiernaast zal als gevolg van het uitvoeren van de technische nulmeting naar de staat van de schoolgebouwen aanvullende projecten opgevoerd worden, al dan niet in het kader van duurzaamheid. Al deze projecten hoeven niet de komende 4 jaar uitgevoerd te worden. Wettelijk wordt de gemeente vermoedelijk verplicht om een Integraal Huisvestingsplan (IHP, in Haarlem SHO genoemd) voor 16 jaar op te stellen. Het Ministerie van OCW is bezig met wetgeving hierover die op zijn vroegst in 2023 in zal gaan. Het is de bedoeling dat het nieuwe SHO 2022-2038 in
10
Sociaal domein | SD00 Majeure overwegingen sociaal domein
2022 wordt vastgesteld. Hierin wordt een actueel investeringsoverzicht opgenomen voor de komende 16 jaar. Hiervoor moeten voldoende financiële middelen beschikbaar gesteld worden. Naast financiële middelen is het ook van belang dat er voldoende personele capaciteit is om de plannen te realiseren. Binnen onderwijshuisvesting is voldoende capaciteit aanwezig. Echter, op het gebied van vergunningen, plantoetsen, stedenbouw, verkeer etc. is onvoldoende capaciteit aanwezig waardoor het realiseren van plannen meer tijd inneemt dan gewenst. De uitvoering van de plannen vraagt ook capaciteit van de schoolbesturen zelf omdat het uitgangspunt van landelijke wetgeving is dat zij bouwheer zijn, tenzij gemeente en schoolbesturen daarvan in overleg afwijken. Wat staat het college te wachten? Het Onderwijskansenbeleid wordt in combinatie tot het Nationaal Programma Onderwijs uitgevoerd. Zowel de schoolbesturen als de gemeente hebben NPOmiddelen van rijkswege om in twee jaar activiteiten te realiseren om leervertragingen als gevolg van de coronamaatregelen te verminderen en/of weg te werken. Hiernaast zal een actualisatie over de periode 2023 tot en met 2026 van het regionale Meerjarenbeleidsplan Vervolgaanpak voorkomen voortijdig schooluitval van jongeren 2019 t/m 2022 door het bestuur van de GR Schoolverzuim en VSV van de regio(=wethouders Onderwijs) plaatsvinden.
Verder zal de aansluiting binnen opleidingen/ onderwijs, de aansluiting met werk en de aansluiting met jeugdhulp/dagbesteding versterkt moeten worden. De portefeuille kinderopvang is verdeeld over drie portefeuilles (handhaving, onderwijskansen en economie/ werk en inkomen). Zeker in relatie tot de landelijke ontwikkelingen (95% gratis kinderopvang in het landelijk coalitieakkoord), is het wenselijk om hier in de toekomst de integrale aanpak te versterken ten behoeve van sturing en het uitzetten van een gedeelde visie op het dossier. De uitvoering van het onderwijskansenbeleid en het verminderen van voortijdig schoolverlaters, thuiszitters en schoolverzuimers is gebaseerd op rijksbudgetten. Hiernaast is er een gemeentelijk budget peuterspeelzalen/peuteropvang , een basisvoorziening voor de uitvoering van de wettelijke onderwijsachterstanden beleid. De budgetten voor VSV inclusief thuiszitters en schoolverzuimers wordt vastgesteld via de begrotingen van de Gemeentelijke Regeling (GR) Leerplein. Voor het komende nieuwe SHO 2022 – 2038 zal de focus op vergroten van de capaciteit daar waar nodig aangevuld worden met het verbeteren van de bestaande capaciteit. Hiervoor is de komende jaren veel extra geld nodig. Hoeveel er nodig is, wordt inzichtelijk gemaakt bij het opstellen van het nieuwe SHO. Op dit moment lijkt het reëel om uit te gaan van zeker ca. € 15 miljoen per jaar.
Uitbreiding en (vervangende) nieuwbouw van schoolgebouwen is een gemeentelijke taak. In het Investeringsprogramma zijn tot en met 2024 kredieten opgenomen: Jaar Beschikbaar krediet (mln.)
2022
2023
2024
2025
2026
19,225
11,460
5,370
0
0
Dat betekent dat voor alle nieuwe investeringen na 2024 nog geen kredieten geraamd zijn. Medio 2022 wordt het nieuwe SHO 2022-2038 aan de raad aangeboden en wordt zichtbaar welke investeringen de komende periode nodig zijn.
11
Sociaal domein | SD00 Majeure overwegingen sociaal domein
Gelet op de ramingen en werkelijke investeringen in de afgelopen periode, is een investeringsvolume van € 15 miljoen per jaar minimaal nodig. In het coalitieakkoord zijn geen extra middelen opgenomen voor investeringen in onderwijshuisvesting, verduurzaming daarvan of het verbeteren van ventilatie en binnenklimaat. Dat betekent dat ook deze extra investeringen -voor zover deze voor rekening van de gemeente komen- binnen de huidige middelen gedekt moet worden.
12
Sociaal domein | SD00 Majeure overwegingen sociaal domein
SD01 Kostenbeheersing Wat is het kernvraagstuk? De kosten voor de ondersteuning via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn de afgelopen jaren sterk gestegen. Dit komt voornamelijk door het Rijksbeleid om inwoners zolang mogelijk thuis te laten wonen, al dan niet met (zorg) ondersteuning door de overheid en de invoering van het vaste (niet inkomensafhankelijke) ‘abonnementstarief Wmo’ De verwachting is dat het beroep op ondersteuning via de Wmo de komende jaren verder stijgt, onder ander als gevolg van de vergrijzing. De Rijksmiddelen die voor de ondersteuning via de Wmo beschikbaar worden gesteld zijn onvoldoende om alle inwoners de ondersteuning te bieden binnen de wettelijke en juridische kaders.
Uitgaven WMO maatwerkvoorzieningen 30 25 20 15 10 5
Het handelingsperspectief van gemeenten om de kosten te beperken is beperkt en deels afhankelijk van landelijk beleid. De gemeente kan kiezen om in te zetten op het beheersen van de kosten door binnen de juridische kaders in te zetten op eigen kracht en verantwoordelijkheid van inwoners en/of door het invoeren van budgetplafonds voor maatwerkvoorzieningen Wmo.
0
Toelichting
Waar hebben we tot nu toe naar toe gewerkt?
De Wmo kent concurrerende zorgaanbieders en een enkele zorginkoper (de gemeente). De gemeente geeft beschikkingen af aan inwoners op basis waarvan ondersteuning ingezet kan worden. Daarbij betalen de gebruikers een eigen bijdrage. Sinds 2020 gaat het om een vast ‘abonnementstarief ’ van 19 euro per maand. Tot de invoering van het abonnementstarief in 2020 was de eigen bijdrage inkomensafhankelijk. De financiering van de ondersteuning uit de Wmo komt uiteindelijk uit de gemeentelijke begrotingen. Op haar beurt krijgt de gemeente het grootste deel van hun middelen van het Rijk, via het Gemeentefonds, waarvoor een deel bestemd voor de Wmo. Gemeenten, zoals ook Haarlem, kampen momenteel met grote overschrijdingen op de Wmo en hebben al veel geld bijgelegd om de tekorten op te vangen.
13
2017
2018
2019
2020
Huishoudelijke ondersteuning Dagopvang Individuele ondersteuning Woonvoorzieningen Vervoersvoorzieningen Rolstoelen Totale kosten
Maatschappelijk effect Inwoners zijn zelfredzaam en doen mee. Hoofddoelstelling(en) 1. Meer inwoners zijn lichamelijk en sociaal redzaam 2. Meer inwoners zijn praktisch redzaam 3. Meer inwoners zetten zich in voor elkaar en voor hun buurt, wijk of stad 4. Meer inwoners doen mee in de samenleving
Wat is de rol van de gemeente? Op grond van de Wmo moeten gemeenten inwoners ondersteuning bieden in de zelfredzaamheid en participatie als inwoners daarin een beperking ervaren (en opvang bieden in gevallen dat, dat nodig is). Dit doet de gemeente door de inzet van algemene voorzieningen zoals dagbestedingsactiviteiten of via maatwerkvoorzieningen zoals huishou-
Sociaal domein | SD01 Kostenbeheersing
delijke ondersteuning of een woningaanpassing. Gemeenten hebben de vrijheid om te kiezen welke ondersteuning zij als algemene voorzieningen (laagdrempelig toegankelijk) en welk ondersteuning zij als maatwerkvoorziening inzetten.
Wat gebeurt nu al? In 2020 en 2021 zijn maatregelen genomen om de kosten van de Wmo maatwerkvoorzieningen te beheersen. Denk hierbij aan de nieuwe aanbesteding Huishoudelijke Ondersteuning en de aanpak Gewoon in de Wijk. Zie ook: 20200705190-1-Maatregelen-kostenbeheersing-Jeugd-en-Wmo-1.pdf (haarlem.nl)
Welke scenario’s en handelings perspectieven c.q. keuzes zijn er? In tegenstelling tot de Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg, is ondersteuning vanuit de Wmo géén verzekerd recht. Wel zijn door de Centrale Raad van Beroep de afgelopen jaren diverse uitspraken gedaan die het handelingsperspectief van gemeenten binnen de Wmo beperken. Zo is het niet mogelijk om te beschikken op basis van een ‘resultaat’1 en dient bij een ‘algemeen gebruikelijke voorziening’ vastgesteld te worden of deze ook betaalbaar zijn voor inwoners met een minimuminkomen (ongeacht de feitelijke inkomenssituatie van de aanvrager). De beweging die met de Wmo was ingezet - waarbij er uit gegaan wordt dat burgers primair een eigen verantwoordelijkheid hebben voor de wijze waarop zij deelnemen aan de maatschappij en mocht de steun vanuit de eigen omgeving onvoldoende blijken, het dan mogelijk is een beroep te doen op de gemeente - komt daarmee onder druk te staan. Het verzekerd recht zoals dat bestond onder de Algemene wet bijzondere Ziektekosten en Wet voorzieningen gehandicapten lijkt ook binnen de Wmo van toepassing te zijn. Door het abonnementstarief Wmo, het langer zelfstandig blijven wonen en de vergrijzing zal de vraag naar Wmo ondersteuning de komende jaren verder stijgen.
Door gemeenten en de VNG is meermaals aangegeven dat de huidige ondersteu1 Een resultaat indicatie is bijvoorbeeld een ‘schoon en leefbaar huis’. Om zo’n resultaat te bereiken worden de omschrijvingen van de werkzaamheden en hoe vaak deze nodig zijn in de beschikking aangegeven, maar niet het aantal uren dat vergoed wordt – dit is niet langer toegestaan.
14
ning niet (financieel) toekomstbestendig is. Door de ‘Commissie Toekomst Zorg Thuiswonende Ouderen’ wordt dit onderschreven. De Commissie adviseert hoe om te gaan met de schaarse financiële middelen en het steeds groter wordende personeelstekort in de zorg. Een van de maatregelen is het organiseren van de Huishoudelijke Ondersteuning binnen de Bijzondere Bijstand. Het nieuwe kabinet heeft in het coalitie akkoord aangekondigd een eerlijker stelsel voor de eigen bijdrage Wmo te willen. Voor 2023-24 is daarvoor macro 10 miljoen geraamd, maar vanaf 2025 is er weer een korting van 80 miljoen ingerekend. Het is onduidelijk hoe eea wordt uitgewerkt. Scenario 1: beheersen van de kosten door de binnen de juridische kaders in te zetten op eigen kracht en verantwoordelijkheid van inwoners Met de maatregelen die eerder in 2020 en 2021 zijn genomen zijn de grenzen van de wettelijke en juridische mogelijkheden opgezocht. Een andere mogelijkheid om de kosten te beheersen is het inzetten op de eigen kracht en verantwoordelijkheid van inwoners. Door inwoners te vragen, indien zij dat kunnen, zelf ondersteuning te regelen (bijvoorbeeld in het geval van een woningaanpassing). Dit is binnen de huidige juridische en wettelijke kaders niet ‘afdwingbaar’.
Dat neemt niet weg dat steeds meer gemeenten in Nederland er in hun beleid en uitvoering bewust voor kiezen om in de communicatie met inwoners expliciet de optie om voorzieningen zelf aan te schaffen te noemen en inwoners te informeren hoe en waar dit kan. Scenario 2: beheersen van de kosten door het invoeren van budgetplafonds voor maatwerkvoorzieningen Wmo Binnen de Jeugdhulp zijn in 2021 budgetplafonds ingevoerd voor de aanbieders. Voor de Wmo-maatwerkvoorzieningen was dat binnen de overeenkomsten niet mogelijk. In de nieuwe overeenkomsten voor Woningaanpassingen en de Huishoudelijke Ondersteuning is deze mogelijkheid wel opgenomen. Invoering van een budgetplafond kan leiden tot het ontstaan van een wachtlijst. Scenario 3: Wijzigingen in Rijksbeleid In diverse verkiezingsprogramma’s voor de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen waren het afschaffen van het abonnementstarief Wmo, het beschikbaar stellen van voldoende budgetten voor het uitvoeren van de gemeentelijke taken in het Sociaal
Sociaal domein | SD01 Kostenbeheersing
Domein of hervorming van de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet opgenomen. Ook in de adviezen van de ‘Commissie Toekomst Zorg Thuiswonende Ouderen’ en van het ‘Expertiseteam reikwijdte rol gemeenten in de Wmo’ wordt geadviseerd om gemeenten handvatten te geven voor het beheersen van de kosten voor maatschappelijke ondersteuning óf om voldoende financiële middelen beschikbaar te stellen. Vanuit de gemeenten en VNG is meermaals aangegeven dat de Wmo in zijn huidige vorm niet houdbaar is. Met de toekomstige demografische ontwikkelingen ontstaat een steeds grotere vraag naar ondersteuning terwijl het personeelstekort in de zorg- en welzijnssector verder toeneemt. Bij de ‘Derde monitor abonnementstarief’ is aangegeven dat er momenteel gewerkt wordt aan een rapport met betrekking tot de houdbaarheid van de Wmo in zijn huidige vorm (door VNG en de ministeries van VWS, BZK en Financiën). Keuzes met betrekking tot het beschikbaar stellen van extra middelen of fundamentele keuzes over de reikwijdte van de Wmo worden doorgeschoven naar een nieuw Kabinet.
Wat zijn de consequenties? Financieel Scenario 1: Binnen de bestaande juridische kaders hebben gemeenten beperkte mogelijkheden om inwoners te stimuleren zelf oplossingen te realiseren. Het is momenteel niet mogelijk om de inzet van eigen mogelijkheden (bijvoorbeeld financieel) of een eigen verantwoordelijkheid af te dwingen. Het financiële effect (verwachtte kostenbesparing) is daarmee beperkt. Scenario 2: Door met budgetplafonds te werken wordt het mogelijk om te sturen op de kosten van de ondersteuning. Daarbij zullen (zeer) waarschijnlijk wachtlijsten ontstaan voor inwoners met een ondersteuningsvraag. Dit is in strijd met de zorgplicht die gemeenten vanuit de Wmo hebben om te zorgen voor een stelsel met voldoende en beschikbare algemene en maatwerkvoorzieningen. Door strak te sturen op budgetplafonds kan echter wel scherp op de budgetten gestuurd worden. Scenario 3: De financiële en inhoudelijke consequenties zijn afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden door een nieuwe Kabinet.
Meer informatie Kaderstellende beleidsnota’s • Strategische Agenda Sociaal Domein 2021-2025 - Strategische agenda sociaal domein (haarlem.nl) • Werkagenda Maatschappelijke Ondersteuning - 20200883976-3-Bijlage-2-Werkagenda-Maatschappelijke-Ondersteuning.pdf (haarlem.nl) Overig • 20200705190-2-Bijlage-1-Maatregelen-kostenbeheersing-Jeugd-en-Wmo-Voortgangsrapportage-1.pdf (haarlem.nl) • Advies Commissie Toekomst Zorg Thuiswonende Ouderen - Commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen | Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Rijksoverheid.nl • Inhoudelijke en financiële impact van het abonnementstarief Wmo - derde monitor abonnementstarief Wmo 2021 • Advies ‘Het verschil durven maken’ van het expertiseteam ‘Reikwijdte rol gemeenten in de Wmo t.a.v. oudere inwoners met een zorgvraag’ in opdracht van het bestuur van de VNG. - Het verschil durven maken: advies Expertiseteam reikwijdte Wmo | VNG • Vng ledenbrief Maatregelen beheersing kosten abonnementstarief - Maatregelen om extra kosten abonnementstarief te beheersen | VNG • Voorbeeld van communicatie naar inwoners over eigen verantwoordelijkheid door de gemeente: Den Haag - Wat is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Moreel appel om zelf Wmo-hulp te betalen - Binnenlands Bestuur
15
Sociaal domein | SD01 Kostenbeheersing
SD02 Jeugd/ Jeugdhulp Haarlem (meningsvormend) Wat is het kernvraagstuk? De gemeente is verantwoordelijk voor preventief jeugdbeleid en – sinds de transitie in 2015 – voor alle vormen van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. De gemeente staat voor de opgave te zorgen voor een goede sociale basis voor jeugd en goede jeugdhulp. Deze moet aansluiten bij de behoeften en mogelijkheden van jeugdigen, ouders en gezinnen én die betaalbaar is, nu en in de toekomst. Dit vraagt zowel inhoudelijke (de reik wijdte van jeugdhulp) als financiële keuzes (beschikbare budgetten).
Toelichting Preventief jeugdbeleid De gemeente Haarlem heeft een stevige sociale basis voor jeugd. Dat betekent dat er veel voorzieningen zijn in de wijken voor kinderen/ jongeren en hun ouders. Dat varieert van ontmoetingsplekken, opvoedondersteuning, speeltuinen, sportvoorzieningen tot jongerenwerk. Dit zijn allemaal vrij toegankelijke voorzieningen. Jeugdigen en gezinnen met een hulpvraag waarvoor geen jeugdhulp nodig is, kunnen bij deze voorzieningen terecht. Het CJG vormt de spil tussen de mogelijkheden die er zijn om jeugdigen en ouders in hun eigen netwerk en in de sociale basis steun te bieden, zelf lichte hulp te
16
geven en jeugdhulp erbij te halen. Zij hebben een belangrijke rol in het klein houden van gewone opvoed- en opgroeivragen en het tijdig passende hulp bieden als dit nodig is. Jeugdhulp Wanneer jeugdhulp nodig is wordt dit (tijdelijk) ingezet en waar mogelijk in de leefomgeving van kinderen, jongeren en ouders, daar waar zij wonen, hun vrije tijd doorbrengen werken en naar school gaan. Het aantal jeugdigen dat jeugdhulp krijgt in Zuid-Kennemerland en IJmond is sinds 2015 met schommelingen toegenomen van 7,6 naar 8,8 % in de eerste helft van 2020. De totale kosten voor de jeugdhulp stegen in de periode van 2018 tot en met 2020 harder dan het aantal cliënten, de stijging van de kosten is 31%. Dit komt overeen met het landelijke beeld. Door de druk op de jeugdhulp ontstaat er op sommige plekken een disbalans tussen vraag en aanbod. De uitstroom en doorstroming is soms onvoldoende en de complexiteit van de zorgvraag zien we toenemen. Specialistische jeugdhulp inzetten ter versterking van de basis Er worden tijdig signalen en jeugdhulp-vragen opgehaald en professionals in de sociale basis (op scholen, bij sportverenigingen, jongerenwerk)
Sociaal domein | SD02 Jeugd/ Jeugdhulp Haarlem (meningsvormend)
hebben handvaten om, om te gaan met normale hobbels in het opvoeden en opgroeien en lichte vragen en problemen. Als er sprake is van lichte (psychische) problematiek wordt deze ook als dusdanig behandeld, met lichte trajecten. Maar tegelijkertijd is de expertise beschikbaar om problematiek die om de inzet van specialistische jeugdhulp vraagt vroegtijdig te herkennen.
Waar hebben we tot nu toe naar toe gewerkt? Hoofddoelstelling Haarlem wil in samenwerking met de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond de volgende doelen realiseren: 1. Ouders en jeugdigen kunnen, met steun van hun omgeving, omgaan met de gewone hobbels in het opvoeden en opgroeien 2. Kinderen en jongeren krijgen tijdig de best passende hulp (zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig) 3. Kinderen en jongeren groeien zo thuis mogelijk op 4. Kinderen en jongeren groeien veilig op 5 Jeugdhulp en onderwijs zetten zich in samenhang in voor de ontwikkeling van jeugdigen Maatschappelijk effect Vanaf de voorbereiding van de decentralisatie van de jeugdhulp in 2015 werken de twee jeugdhulpregio’s Zuid-Kennemerland en IJmond samen. Met de decentralisatie is het nog niet gelukt een jarenlange trend van stijging van het aantal kinderen met jeugdhulp te keren.
Wat is de rol van de gemeente? De gemeente is verantwoordelijk voor preventief jeugdbeleid en – sinds de transitie in 2015 – voor alle vormen van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Het is van groot belang dat er een goede verbinding bestaat tussen de leefomgeving in de wijk en de gecontracteerde hulp en ondersteuning. De toegang tot jeugdhulp speelt hier een belangrijke rol. Door goed te sturen op de toegang tot jeugdhulp zorg je enerzijds dat direct passende hulp wordt geboden en anderzijds krijg je meer grip op de instroom in de jeugdhulp. Het is de lokale verantwoordelijkheid van iedere gemeente om te zorgen dat deze functies geborgd zijn in het
17
eigen CJG/lokale team. Dit vormt een belangrijke basis voor de transformatie van de jeugdhulp.
Wat gebeurt nu al? De sociale basis voor jeugd is vanaf 1 januari 2023 aanbesteed met de verwerving ‘Gewoon in de wijk’. Ook lopen de huidige contracten met jeugdhulpaanbieders per 1 januari 2023 af. Om deze reden loopt een inkoopprocedure voor de verwerving van de specialistische jeugdhulp. De komende jaren komt met de transformatie ook een verschuiving van gespecialiseerde jeugdhulp naar de ‘sociale basis’ en wordt meer aansluiting gezocht met de voorzieningen voor jeugd in de wijken. Waarneembaar is verder dat de gemeente Haarlem de afgelopen vier jaar veel heeft meegemaakt. De bestuurlijk en politieke ambities versus de landelijke ontwikkelingen en bijbehorende nieuwe wetgeving binnen het jeugdhulpdomein maakten dat de gemeente werkt aan veel verschillende ambities tegelijkertijd. De ontwikkelbehoefte zijn begrijpelijk en tegelijkertijd veelomvattend.
Om maar eens wat te noemen, is er gewerkt aan de volgende actualiteiten: • Versterken sociale basis • Terugdringen van gezondheidsverschillen • Lange wachtlijsten, want hulp niet altijd beschikbaar • Onvoldoende samenwerking in de keten / lange keten SWT/CJG-VT-RvdK-GI • Meer eenvoudig maatwerk voor gestapelde problemen, betere overgang tussen 18/18+, betere ondersteuning voor kinderen met LVB • Teveel doorverwijzing van aanbieder naar aanbieder om volledig aan hulpvraag van het kind te kunnen voldoen / meer aandacht voor de verbinding met onderwijs, Jeugd GGZ-Problematiek i.c.m. armoede en schulden. • Beweging stoppen met gesloten jeugdzorg • Betere samenwerking tussen zorg en veiligheid, samenwerking met zorgverzekeraars • Financiële tekorten en personeelstekorten bij aanbieders • Contractuele sturing op anders verantwoorden en kwaliteit De gemeente verwacht dan ook van toekomstige aanbieder dat zij kosteneffectieve maatregelen en werkwijze voorstaat. Daarnaast is de verwachting dat - juist door de wijze van financieren en de
Sociaal domein | SD02 Jeugd/ Jeugdhulp Haarlem (meningsvormend)
ruimte die de gemeente gaat bieden – hier meer mogelijkheden toe zijn dan tot dusver. Kostenbeheersingstraject De uitgaven in de gemeente Haarlem zijn gestegen van ongeveer € 28 miljoen in 2015 naar ruim € 40 miljoen in 2020. Dit budget wordt ingezet voor voorzieningen op het gebied van Jeugdpreventie en maatwerkvoorzieningen Hoog Specialistische Jeugdhulp. Voor de inzet van maatwerkvoorzieningen is € 35 miljoen gemoeid. Om deze groei af te remmen heeft de gemeente Haarlem kostenbeheersingsmaatregelen genomen. De maatregelen hebben als doel om de steeds verder oplopende kosten te begrenzen. Tegelijkertijd worden de kosten ook beheerst via “meer sturing aan de voorkant en scherper definiëren wat er onder de jeugdzorg valt”. De gemeente Haarlem zoekt nadrukkelijk in de samenwerking met de huisartsen, POH-ers, GI’s en het CJG naar mogelijkheden om het aantal verwijzingen zo laag mogelijk te houden. Dit wordt voort-
Uitgaven Jeugdhulp maatwerkvoorzieningen Bedragen * € 1.000.000
€ 30 € 25 € 20 € 15 € 10 €5 0 2019
Dagbehandeling Jeugd-ggz Jeugdhulp ambulant Jeugdhulp crisis Verblijf (excl. behandeling) Verblijf (incl. behandeling) Totale kosten
18
2020
Regionaal Zuid-Kennemerland en IJmond vormen ieder een eigen jeugdhulpregio. Bestuurlijk en ambtelijk wordt intensief samengewerkt binnen en tussen Zuid-Kennemerland en IJmond. De wijze waarop dit gebeurt is organisch gegroeid.
Wat moet er nog gebeuren?
€ 35
2018
gezet in de nieuwe verwerving. Naast deze sturingsmaatregel heeft de gemeente niet de mogelijkheid om de toegang tot jeugdhulp volledig te beperken. Hiervoor is een wijziging van de Jeugdwet noodzakelijk. Als samenleving moeten we weer meer accepteren dat opvoeden en opgroeien met hobbels gepaard gaat. De lichamelijke, mentale, emotionele en cognitieve ontwikkeling van kinderen en jongeren verloopt in fasen, met ups en downs. Vaak is dat gedrag of een gevoel weliswaar lastig of naar, maar niet abnormaal. Inzicht in wat normaal is bij het opvoeden en opgroeien, delen van ervaringen, steun uit eigen omgeving, vrijwillige inzet of welzijnswerk vanuit preventie is noodzakelijk en ondersteuning hoeft niet altijd jeugdhulp te zijn.
2021
Lokale/Regionale Ontwikkelingen: Verwerving specialistische jeugdhulp De verwerving is georganiseerd op regionale schaal: de gemeenten in IJmond en Zuid-Kennemerland. In 2021 is een regiovisie met de definitieve transformatiedoelen vastgesteld in de gemeenteraden. Deze regiovisie dient als inhoudelijk kader op basis waarvan tijdens de dialoogfase een uitvoeringsplan zal worden opgesteld. We kiezen voor meerjarige samenwerkingsrelaties met een overzichtelijk aantal strategische partners die medeverantwoordelijkheid nemen voor de inhoudelijke en financiële opgave binnen de jeugdhulp. Met deze verwerving koersen we op een versnelling van de realisatie van onze transformatiedoelen. Deze kunnen we alleen behalen met strategische partners die zich committeren aan de opdracht. De concretere invulling van deze opdracht geven we vorm in partnerschap en dialoog. Daarnaast is bovenregionale afstemming als het om weinig voorkomende specialistisch aanbod gaat. Landelijke ontwikkelingen Hervormingsagenda Jeugd 2022-2028 De hervormingsagenda Jeugd komt voort uit de bestuurlijke afspraken die de VNG en het Rijk hebben gemaakt. Deze landelijke agenda moet leiden
Sociaal domein | SD02 Jeugd/ Jeugdhulp Haarlem (meningsvormend)
tot verbetering van de hulpverlening en een financieel beheersbaar en duurzaam jeugdhulp stelsel. Dit moet een meerjarig financieel kader opleveren. Toekomstscenario kind en gezingszinbescherming – als gevolg van verbetering van de samenwerking 2023. De jeugdbescherming moet effectiever en slimmer worden georganiseerd. Het huidige stelsel is complex en knelt. Kinderen en gezinnen voelen zich onvoldoende gehoord en gezien. De achterliggende problematiek, die dikwijls op verschillende leefgebieden ligt en in het gezinssysteem wortelt, is te weinig in beeld. Om die reden moet de samenwerking tussen verschillende instanties (zoals Rechtbank, RvdK, VT, GI,CJG) verbeteren. Met de komst van het wetsvoorstel ‘toekomscenario kind en gezinsbescherming’ wordt dit voor gemeenten nog meer mogelijk gemaakt. Wet verandering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen – als gevolg van de beweging stoppen met gesloten jeugdzorg 2023 Op dit moment staat de beschikbaarheid van bepaalde vormen van specialistische zorg voor kinderen en jongeren onder druk. Door in de Jeugdwet samenwerking tussen gemeenten op regionaal niveau te verplichten kan die beschikbaarheid worden verbeterd. Met de komst van het wetsvoorstel ‘beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’ wordt dit voor gemeenten nog meer mogelijk gemaakt.
Wetsvoorstel doorbraakaanpak onderwijs en Jeugdhulp – als gevolg van aandacht voor jeugdhulp en onderwijs 2023 Het doel van het wetsvoorstel is om te voorkomen dat leerlingen thuis komen te zitten doordat er vanuit onderwijs en jeugdhulp niet tijdig een passend aanbod komt. Het voorstel regelt dat de taak voor samenwerkingsverbanden om te zorgen voor een dekkend aanbod explicieter in de wet komt. En wordt verbinding tussen de Wet Passend Onderwijs en de Jeugdhulp een feit. Met de komst van het wetsvoorstel ‘doorbraakaanpak Onderwijs – Jeugdhulp’ wordt dit voor gemeenten nog meer mogelijk gemaakt. Externe ontwikkelingen Gelet op bovenstaande ontwikkelingen is extern een situatie ontstaan waarin maatschappelijke ontwikkelingen vragen om een meer verbindende gemeente en zijn er meerdere taaie integrale strategische vraagstukken geïdentificeerd. Die
19
vraagstukken doen zich lokaal én over de gemeentegrenzen voor. Dit betekent dat het speelveld van gemeente Haarlem complexer is geworden, meer samenwerking rond vraagstukken die grensoverschrijdend zijn en meer strategisch vermogen vereisen. De vraagstukken kennen ook een veelzijdigheid aan perspectieven en thema’s die integraal verbonden moeten zijn om effect te realiseren. Keuzes: 1. Bepalen van beschikbare budget voor jeugdhulp: a) Wordt hiervoor het beschikbare rijksbudget ingezet (rijksbudget is werkbudget), of b) Stelt de gemeenteraad extra middelen ter beschikking en welke dekking is hiervoor voorzien? 2. Inzet van kostenbeheersingsmaatregelen, het inzetten van intelligente budgetplafonds of inzetten op preventie in de sociale basis. Budgetplafons kunnen financiële voordelen opleveren, tegelijkertijd kunnen zij ook leiden tot langere wachttijden en uitstel van zorg. Dit kan leiden tot hogere kosten in een later stadium en toename van administratieve lasten. a) Zet u in op de reikwijdte van jeugdhulp. Door problemen te normaliseren hoeft niet elke ondersteuning jeugdhulp te zijn, en/of; b) Zet u in op de verdeling van beschikbare middelen op de lijn preventie-specialistische jeugdhulp. Een verschuiving van budget van specialistisch naar preventie levert op lange termijn voordeel op, op de korte termijn is er echter sprake van een tekort op specialistische jeugdhulp.
Hierdoor zal een verschuiving op de korte termijn de tekorten doen oplopen, en/of; c) Zet u in op het door ontwikkelen van intelligente budgetplafons gerelateerd aan trendontwikkelingen.
Wat zijn de consequenties? • De uitkomst van de hervormingsagenda moet leiden tot duidelijkheid over de structureel beschikbare jeugdhulpbudgetten. • Normalisatie kan leiden tot een afname van de kosten. Bredere kaders voor de jeugdwet kunnen leiden tot overschrijding van de budgetten. Het is niet mogelijk om dit nu in concrete bedragen uit te drukken.
Sociaal domein | SD02 Jeugd/ Jeugdhulp Haarlem (meningsvormend)
• Het werken met strategische partners die mede verantwoordelijkheid nemen voor de financiële opdracht kan leiden tot betere financiële beheersbaarheid. • En multidisciplinair samenwerken (data- en opgavegericht) in de breedste zin van het woord op de verschillende domeinen binnen de jeugdhulp (zoals de wetsvoorstellen voorschrijven), is een vraagstuk waarop de ambitie van de gemeente gericht moet zijn om de kosten te kunnen dragen. • Tenslotte, in 2023 wordt er samengewerkt met 4 consortia voor perceel 1 en 118 ‘vrij gevestigden’ in perceel 2. De samenwerking met de consortia
die binnen het budgetplafond moeten opereren zal enorm complex worden en tegelijkertijd moet er goed gelet moet worden op de verwijzingen en bijbehorende budgetten die o.a. door CJG en POH/Huisarts worden ingezet aan de ‘vrij gevestigden’ in perceel 2. Bovenstaande betekent ook dat de incidentele formatie die steeds aan al deze hervormingen van het jeugdhulpstelsel ten grondslag liggen structureel ingebed moeten worden in de organisatie. Dit helpt ons om datgene te doen wat we moeten doen en noodzakelijk blijft om in een kalenderjaar 2022 e.v. te kunnen blijven doen.
Meer informatie Kader stellende beleidsnota’s • HRLM- Nota integraal jeugdbeleid ‘Samen voor jeugd’ (2019/293272) • HRLM - Regiovisie Jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond (2021/327593) • HRLM - Maatregelen kostenbeheersing Jeugd en Wmo 2021 en verder (2020/851367) • HRLM - Terugblik Uitvoeringsprogramma Jeugd 2020 (2021/83135) • HRLM - Regionale verwervingstrategie jeugdhulp (2021/46902)
20
Sociaal domein | SD02 Jeugd/ Jeugdhulp Haarlem (meningsvormend)
SD03 Maatschappelijke opvang en beschermd wonen Wat is het kernvraagstuk? Al enige tijd worden het jaarlijkse tekort op Maatschappelijke opvang van ca. 3 miljoen gedekt uit het overschot aan rijksmiddelen Beschermd Wonen. De verwachting is dat de structurele tekorten van de Maatschappelijke opvang vanaf 1 januari 2026 niet meer volledig gedekt kunnen worden vanuit de centrumgemeenten-gelden voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. In het kader van de doordecentralisatie Beschermd Wonen hebben de regiogemeenten in Zuid Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer afspraken gemaakt over de dekking van het tekort van de Maatschappelijke Opvang voor de periode 1 januari 2023- 2026. Afgesproken is het tekort de eerste drie jaar gezamenlijk te bekostigen. In 2025 zullen de regionale afspraken worden geëvalueerd. De regiogemeenten vinden het op de lange termijn niet wenselijk dat er een structureel tekort blijft bestaan. Daarom is de verwachting dat gemeenten samen een willen gaan plan opstellen om toe te werken naar een situatie per 2026 waarbij passende en goede zorg voor de MO-doelgroep gerealiseerd wordt binnen het budget dat daarvoor beschikbaar gesteld wordt door het Rijk.
Gemeente Haarlem kan dan voor de keuze komen te staan het tekort in gezamenlijkheid met de regiogemeenten binnen 3 jaar volledig in te lopen, of om uit lokale middelen bij te dragen aan de Maatschappelijke Opvang.
Toelichting De tekorten op het budget Maatschappelijke Opvang worden gedekt vanuit het budget Beschermd wonen. Jaarlijks ontvangt gemeente Haarlem als centrumgemeente € 7,5 miljoen voor de uitvoering van de Maatschappelijke opvang. De uitgaven voor de opvang zijn in onze regio, net zoals bij veel andere regio’s in Nederland, al jaren hoger dan de bijdrage vanuit het Rijk. In de afgelopen jaren was er in onze regio sprake van een jaarlijks tekort van ca. € 3 miljoen. Door de coronamaatregelen die van toepassing zijn geweest in 2020 en 2021, loopt het tekort mogelijk nog verder op. In het coalitie-akkoord van het nieuwe kabinet is weliswaar structureel extra budget beschikbaar voor Maatschappelijke opvang (macro € 65 miljoen). Op
21
basis van het aandeel van de centrumgemeente Haarlem in de DU maatschappelijke opvang, een toename van ongeveer € 1,25 miljoen, dat is niet voldoende om het structurele tekort van € 3 miljoen te dekken. Op 1 januari 2023 gaat het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Zuid Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer van start en gaat de financiële doordecentralisatie Beschermd Wonen in. De financiële doordecentralisatie verloopt via een ingroeipad van 10 jaar. In deze periode groeien gemeenten van de huidige historische verdeling (over centrumgemeenten) naar een objectieve verdeling (over alle gemeenten). In het Gemeenschappelijk Orgaan is er een gezamenlijke sturing op beleid en financiën. Op 1 januari 2023 draagt de gemeente Haarlem de rijksmiddelen beschermd wonen (exploitatie), de middelen in de reserve Opvang Wonen en Herstel (dit is opgebouwde regionale reserve Beschermd Wonen van de afgelopen jaren) en de verantwoordelijkheid voor de bestaande cliënten over aan het Gemeenschappelijk Orgaan. De overgedragen regionale reserve wordt ingezet voor ontwikkeling en innovatie, tekorten Maatschappelijke opvang en incidentele kosten en frictiekosten.
Waar hebben we tot nu toe naar toegewerkt? Maatschappelijk effect Alle cliënten Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Vrouwenopvang verblijven zo volwaardig mogelijk met herstelondersteuning, gericht op inclusie, burgerschap, participatie, zelfredzaamheid en informele steun in de lokale omgeving. Hoofddoelstelling De afgelopen jaren is ingezet op de volgende doelstellingen: 1. Een passend aanbod voor alle cliënten 2. Begeleiding op maat voor alle cliënten in de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. 3. Het verminderen van het aantal dak- en thuis lozen in onze regio.
Sociaal domein | SD03 Maatschappelijke opvang en beschermd wonen
Wat is de rol van de gemeente?
niet genoeg zijn om het tekort geheel te dekken.
Haarlem ontvangt de middelen voor Maatschappelijke opvang van het Rijk, het betreft een regionale taak en regionale voorzieningen voor inwoners uit de hele regio. Haarlem heeft de positie van centrumgemeente in de regio. In 2026, drie jaar na de financiële doordecentralisatie Beschermd Wonen, wordt besloten of de Maatschappelijke Opvang ook wordt door-gedecentraliseerd naar alle gemeenten. Tot die tijd blijft de opvang onder de verantwoordelijkheid van de centrumgemeente vallen.
Hiernaast heeft Haarlem in 2020 een benchmark uit laten voeren met zes referentiegemeenten om te onderzoeken of Haarlem in verhouding meer geld uitgeeft dan andere gemeenten. Uit deze benchmark blijkt dat Haarlem een gemiddelde overschrijding heeft van het budget ten opzichte van de referentiegemeenten.
Wat gebeurt nu al?
Het risico bestaat dat de regiogemeenten het tekort van maatschappelijke opvang vanaf 2026 niet langer uit de rijksmiddelen voor Beschermd wonen willen dekken. Dan staat Haarlem voor de keuze om: 1. Vanuit lokale middelen bij te dragen aan de maatschappelijke opvang. 2. De kosten samen met de regiogemeenten te beheersen door het treffen van maatregelen, zoals:
De gemeente Haarlem werkt volgens het uitgangspunt dat niemand tegen zijn/haar wil op straat slaapt. Om deze ambitie te bereiken heeft de gemeente Haarlem zowel ingezet op het realiseren van extra opvangplekken als het verbeteren van de opvangplekken. In onze regio zijn de grootschalige slaapzalen in 2015 afgeschaft en heeft er een verbetering van de accommodaties plaatsgevonden. Bestaande accommodaties zijn gedifferentieerd naar subgroepen zoals jongvolwassen, alleenstaanden en gezinnen. Door de coronamaatregelen in 2020 en 2021 is de opvang tijdelijk fors uitgebreid en is de nachtopvang omgevormd naar 24-uursopvang. Alle cliënten in de maatschappelijke opvang krijgen hiernaast een traject aangeboden gericht op herstel. Door de ingezette maatregelen heeft de gemeente Haarlem een structureel tekort. Het tekort op de opvang is niet alleen een probleem in onze regio, maar een landelijk probleem. In 2019 zijn de vier grootste steden een lobby gestart om tot een oplossing te komen voor de daklozen problematiek. In 2020 is, o.a. naar aanleiding van de lobby door gemeenten, landelijk 200 miljoen beschikbaar gesteld door VWS voor gemeenten die willen bijdragen aan de brede aanpak dak en thuisloosheid.
De gemeente Haarlem heeft namens de regio een plan ingediend voor de brede aanpak gelden en heeft hiervoor een bijdrage ontvangen van 5,6 miljoen (voor meer informatie zie Brede aanpak Dak- en Thuisloosheid 2020-2021). De bijdrage van VWS was eenmalig en geen oplossing voor het structurele tekort. Het nieuwe kabinet heeft in het coalitie akkoord aangegeven macro € 65 miljoen extra voor de opvang van daklozen vrij te maken, maar dat zal
22
Welke scenario’s en handelings perspectieven c.q. keuzes zijn er?
a. Het aantal opvangplekken af te bouwen De gemeente Haarlem heef in 2020 een benchmark uit laten voeren door onderzoeksbureau HHM. Uit deze benchmark blijkt dat de gemeente Haarlem, in vergelijking met zes referentiegemeenten, veel nachtopvang- en gezinsplekken heeft. Er kan een keuze worden gemaakt om het totaal aantal plekken af te bouwen. Het is ook mogelijk om alleen de tijdelijke opvang, zoals de winternoodopvang, direct af te bouwen. De huidige beleidslijn van gemeente Haarlem is om bij tijdelijke opvang via natuurlijk verloop de extra locaties af te bouwen. De grote steden kiezen er vaak voor om de winteropvang met ingang van een specifieke datum te beëindigen. Via deze systematiek kunnen plekken eerder worden afgebouwd. b. De opvang te versoberen Het is een mogelijkheid om de maatschappelijke opvang te versoberen en alleen nachtopvang te bieden in plaats van 24-uurs opvang. Daarnaast als er onvoldoende plek is in de opvang worden jongeren, gezinnen en zeer kwetsbare cliënten tijdelijk opgevangen in hotels/vakantiehuisjes, er kan onderzocht worden of er voor deze groep een sobere oplossing gezocht kan worden. Ook kan de trajectbegeleiding worden versoberd door minder uur begeleiding aan te bieden of aan minder cliënten begeleiding te bieden.