CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

05-25 Transcript commissie Bestuur 25 mei 2022

commissie Bestuur 16 juni 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. (alleen naar aanleiding van; volgt zsm)41.631 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Ja, want als ik ook luister naar de burgemeester, er zijn nog veel mensen die eigenlijk hopen om terug te kunnen keren naar het land van herkomst. Dus je probeert dan eigenlijk als gemeente, als ik de burgemeester goed begrijp, toch in te zetten op het mogelijk maken van die faciliteiten. En dan tegelijkertijd bevind je je nu nog een beetje in die spagaat van: kunnen we op korte termijn weer richting huis of moeten we ons hier toch gaan vestigen en dan ook echt iets anders gaan doen met de kinderen? Ja, ik begrijp dat dat wel een hele lastige situatie is op dit moment natuurlijk. De voorzitter: En uw vraag? Mevrouw Çimen: Nou ja, ik ben wel benieuwd. Ga je op een gegeven moment dan, als er de komende twee maanden geen animo is, ga je dan minder plekken beschikbaar maken? Of ga je dan toch zeggen van: nou ja, we blijven toch gewoon inzetten op zo maximaal mogelijk plekken en dan kijken we wel hoe het gaat de komende maanden. De voorzitter: Burgemeester. Burgemeester Wienen: Wij achten het onze taak om ervoor te zorgen dat de plekken beschikbaar zijn en dat de mensen dus het onderwijs kunnen volgen. En dat de mensen ook de informatie krijgen van hoe ze daar kunnen komen et cetera. En ik was afgelopen, wanneer was het, maandag bij de ingebruikname van het nieuwe gebouw.

Nou, daar waren ook, ik vind dat dan heel interessant want daar was een Nederlandse meneer die inderdaad mensen in huis heeft. En die kwam kinderen brengen. De voorzitter: ‘…’, burgemeester. Burgemeester Wienen: Ja, ik stop. Ik ga iets concreter. We gaan er echt zo zorgvuldig mogelijk mee om. En misschien nog iets concreter, want dan heb ik meteen een vraag die nog lag beantwoord. Er zijn mensen die nu al aangeven van: eigenlijk bevalt het ons hier heel goed en we willen niet meer terug. Op dit moment is dat overigens niet een optie waar zomaar voor gekozen kan worden. Men is hier en men heeft hier het volste

34

recht om te verblijven. Maar dat betekent niet dat er een soort automatisch recht is om hier te blijven. Als men dat wil, dan geldt de asielzoekersregeling. En als mensen daar gebruik van willen maken, dan is het ook absoluut niet gezegd, dat hangt dan heel erg van de situatie af als de oorlog daar voorbij is en het land wordt weer opgebouwd, dan denk ik eerlijk gezegd niet dat als de vrijheid daar gered is en de democratie dat dat heel snel een situatie oplevert waardoor mensen een vluchtelingenstatus hier in Nederland krijgen. Maar het is een beetje vooruitlopen. De meeste mensen heb ik het beeld willen eigenlijk als dat kan zo snel mogelijk weer terug. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Smit. De heer Smit: Ook kort, mevrouw de voorzitter. U zei net, het ging over het onderwijs: worden er gesprekken gevoerd met de Oekraïense ouders bijvoorbeeld. Zijn nou dit soort organisaties die achter mij zitten, ja ik zeg het even omdat ik ze niet aan kan kijken, zijn dat nou toe-leidingen waarmee die gesprekken sneller gevoerd kunnen worden en de doelgroep sneller bereikt kan worden? Of worden zij gepasseerd en wordt de doelgroep op een andere manier gezocht door de ambtelijke organisatie? Burgemeester Wienen: Nee, er wordt echt ook samengewerkt. Het gaat niet altijd vanzelf, want soms willen mensen veel sneller en willen we eigenlijk liever weer wat anders doen.

Maar er is overleg, er wordt gekeken: wat kunnen jullie aan bijdrage leveren? Er wordt geholpen bij als er tolken nodig zijn. Er wordt overlegd over mogelijkheden die organisaties zien. En ik zal niet zeggen dat dat altijd van een leien dakje gaat, want soms inderdaad is de wens van zo’n organisatie om heel snel dingen te gaan doen en de ambtelijke werkelijkheid van de regels, dat is niet altijd sluit het helemaal aan. Maar wat we zoeken is naar de goede weg om zo veel mogelijk gebruik te maken van het enthousiasme en de deskundigheid die bij vrijwilligersorganisaties beschikbaar is. En tot nog toe ben ik daar heel erg blij mee. Waar ik toch behoefte aan heb om nog even te zeggen. Mijnheer Van de Raadt, u heeft volgens mij het afgelopen jaar ten minste vier keer exact dezelfde vraag gesteld die u nu weer gesteld heeft. Namelijk: hoeveel Haarlemse woningzoekenden moeten nou extra wachten als gevolg van al die mensen die hier in Haarlem worden opgevangen? En u heeft elke keer van mij exact hetzelfde antwoord gehad en ik hoop dat u nog weet welk antwoord dat is. En dat antwoord is nu precies hetzelfde. Het antwoord is alle keren geweest, want het was elke keer deze vraag, en ik heb u elke keer gezegd: de opvang die wij doen kost geen enkele woningzoekende in Haarlem ook maar een dag dat ze langer moeten wachten.

Want er wordt geen gebruik gemaakt van de sociale woningbouw om mensen op te vangen. Het gaat om extra locaties, het gaat om schepen, het gaat om hotelkamers. Er is geen enkele Haarlemse woningzoekende die ook maar een dag heeft moeten wachten omdat er vluchtelingen worden opgevangen. Dat geldt voor Oekraïners en dat geldt voor statushouders. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja, voorzitter. Ik wil nog graag van de burgemeester horen of er nou beperkingen zijn in de besteding van die Rijksgelden om particuliere initiatieven, zoals die hebben ingesproken, om die financieel te ondersteunen waar nodig om hun goede werken zeg maar te helpen mogelijk te maken. Zijn er beperkingen voor de besteding van die Rijksgelden? De voorzitter: Het wordt een beetje een zooitje. Ik wil dan voorstellen dat we nog even een hele korte tweede termijn doen. Zeker, mijnheer Van Kessel. Ik geef de burgemeester even de kans om te antwoorden en dan doe ik nog even een kort rondje.

35

Burgemeester Wienen: Ja, nog een enkele vraag. Zit er ook gemeentegeld eigenlijk bij, bij de kosten die wij maken? Wij registreren dus alle uitgaven, daar heeft u hier een overzicht van. En de toezeggingen die van het Rijk zijn, die zijn voldoende om die ook allemaal te dekken. Dus ik ga ervanuit dat er maar op een manier echt direct een gemeentelijke bijdrage is. En dat is: het is ongelooflijk hoeveel inzet van Haarlemse ambtenaren, deels betaald in werktijd, maar voor een groot deel ook onbetaald uit de werktijd er is waar geen Rijksvergoeding tegenover staat. Dus dat is iets waar wij zelf in ieder geval bij betrokken zijn. En ik vind dat het ook goed is om mijn dank en respect voor ambtenaren van de gemeente Haarlem die zich hiervoor inzetten in de weekenden, ’s avonds, om die ook uit te spreken. En dat niet alleen in Haarlem zelf, maar soms ook in buurgemeenten. Gewoon als hulp om het zo goed mogelijk te kunnen organiseren. De voorzitter: Dat waren de antwoorden in deze termijn geloof ik. Burgemeester Wienen: Ja, ik kijk nog even of ik wat heb laten liggen, maar ik hoor het vanzelf. De voorzitter: Ik zie nog een aantal vingers. Mijnheer Abbasi, mijnheer Van den Doel en mijnheer Alberts. Uw vraag is al beantwoord inmiddels? Of u had ook nog een tweede termijn? Ik begin bij mijnheer, o, iedereen wil nog wat zeggen. Oké, goed, dat mag.

Maar ik wil u ook even attenderen op het feit dat we nu ruim een halfuur uitgelopen zijn en dat de insprekers zitten te wachten op hun bijdrage. Dus hou daar alstublieft rekening mee. Mijnheer Abbasi. De heer Abbasi: Dank u wel, ik zal het heel kort houden. Ja, het gaat me toch van het hart dat als we het hier over opvang van vluchtelingen hebben, dat toch de woningcrisis en allerlei andere dingen die er niks mee te maken hebben dat die weer hierbij worden getrokken. Dus laten we dat gewoon alsjeblieft niet doen. De vluchtelingen hebben niks te maken, of ze nou uit Oekraïne komen of welke andere landen, met de woningcrisis in Nederland. Dus laten we daar gewoon mee ophouden. Ik kan me in heel veel woorden van de burgemeester vinden, dus waarvoor dank. Tegelijkertijd denk ik dat de vergelijking met de vrijwilligers die al jaren zich inzetten voor allerlei zaken in Haarlem en de huidige vrijwilligers niet helemaal klopt. Want we zitten hier toch weer in een uitzonderlijke situatie. En ik weet zeker dat mensen die al maatschappelijk betrokken zijn enorm veel begrip zullen hebben voor het feit dat dit soort initiatieven die heel snel uit de grond moeten worden gestampt toch enigszins financiële compensatie krijgen. Dat hoeft niet te zijn dat ze een rekening sturen voor iets wat ze gedaan hebben, maar dat dat bijvoorbeeld onkostenvergoedingen kunnen zijn.

En uit de technische antwoorden op de technische vragen die ik gister gesteld heb wordt Haarlem Effect er toch bij gehouden. Maar ik begrijp nog niet zo goed, kunnen deze mensen die hierachter zitten contact opnemen met Haarlem Effect om te kijken of ze ergens meegeholpen kunnen worden? Ja, volgens mij mag u niet antwoorden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Abbasi. Mijnheer Slik maar even aan deze kant. De heer Slik: Dank u, voorzitter. Ja, mijn vraag stond nog open. Als Haarlem.nl/Oekraïne een mooi ingang portaal is, waarom is die niet in het Oekraïens en kan dat niet alsnog wel? Mevrouw Peetoom: Ja, ook mijn vraag staat nog open. Mijn vraag dat we heel erg benieuwd zijn naar de stand van zaken rondom de semipermanente opvangplekken die nog in ontwikkeling zijn en hoever u daarmee bent. De voorzitter: Mijnheer Smit.

36

De heer Smit: Misschien mag ik dat samen met mevrouw Otten doen, maar ik heb het antwoord ook niet gehad. Dat was: is er een ondersteuning, een toe geleiding naar de arbeidsmarkt? Ik heb het wel verteld bij het infopunt, Zeilweg 1. Oké, dan heb ik dat niet gehoord. Dank u wel, mijnheer de burgemeester. De voorzitter: Mevrouw Van den Broek. Mevrouw Van den Broek: Ja, ik had helemaal geen vraag over wat betekent nou niet zelfredzaam. En wat betekent dat voor de maatschappelijke steun voor de gewone Oekraïense vluchteling versus wat dan nietzelfredzaam is. De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter. Wij hadden ook weer openstaande vragen natuurlijk. Waar is het paviljoen, waar komen de 120 containers, waar is het kantoorpand? Dan de vraag over de inhuur van de taskforceregisseur, is dat nou een persoon? Want die krijgt 170 duizend euro in vier maanden. U heeft het over een verdienmodel. Stel dat dat drie personen zijn, dan krijgen ze nog steeds 13 duizend euro per maand. Als het een persoon is, dan krijgt die 42 duizend euro per maand. Dus als u het over een verdienmodel heeft, dan is dat pas een verdienmodel.

U heeft mij kennelijk niet goed gehoord, want ik vroeg: wat gebeurt er als al die mensen uiteindelijk, laten we nou eens een scenario aannemen dat die oorlog nog een paar jaar duurt, dat die mensen wel gewoon hier een asielprocedure aanvragen en we 1087 extra mensen krijgen dit jaar. Dan zullen we ze waarschijnlijk niet allemaal in Haarlem worden opgevangen. Maar wat voor impact schat u daarop? En uw opmerkingen over het verdienmodel, dat vind ik zeer kwalijk. Dat heb ik helemaal niet gezegd. Als je een economisch daklozenopvang doet en je zit in de bijstand, dan kan je tot 900 euro per maand extra verdienen door iemand op te vangen en hem eten te geven. Al doe je het als gastgezin goedbedoeld, en daarmee de overheid 21 duizend euro per persoon bespaart. Hoe meer we besparen, hoe meer mensen we kunnen opnemen, zo kunt u ook denken in plaats van een beetje een frame over verdienmodel te gaan gooien. Dan zou ik denken: kunnen we die gasten best wel een kleine vergoeding geven. En als ze dat niet aannemen of niet willen dan is dat ook prima. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Raadt. Ik moet u erop attenderen dat u geloof ik nog 15 seconden heeft aan spreektijd. En ik ga streng handhaven. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja, ik probeer ook een als dan-vraag, zoals mijn buurman heeft gedaan.

Maar de organisaties die nemen een aantal taken vrijwillig op zich en daar hoor ik ook een paar bepaalde taken van de gemeente bij. En zou dat niet een financiering kunnen zijn voor een deel van de vrijwilligerswerkers? Dat ze dus gemeentelijke taken overnemen en dat daar een budget voor vrij komt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Doel. Mijnheer Alberts. De heer Alberts: Dank u wel, voorzitter. Mijn respect en dank ook naar de ambtenaren die zich zodanig inzetten. Ik vind het vragen naar lange termijnvisie voor de opvang van vluchtelingen mede vanwege dat er in Nederland en ook in Haarlem problemen bestaan naast de verschrikkelijke oorlog in Oekraïne een relevante vraag uit de eerste termijn. Naast elkaar betekent niet dat de een in de problemen schuld heeft aan de problemen van anderen. De causaliteit die wordt gesteld over arbeidskrapte, wat ons inziens meer een inkomensprobleem is, hoeft niet met de woningnood die feitelijk bestaat zouden moeten benoemd mogen worden zonder dat er schuld geïnsinueerd is en ongeacht de gevoeligheid van het onderwerp. Dus of het gepast is. Ik vind mensen die mensen helpen helden. Ik gun Oekraïense mensen een betekenisvol en kansrijk

37

leven, ook hier. Maar juist ook als zij hier zouden blijven, dan zijn ze gebaat bij een stabiele samenleving met een goede kans op een woning, bijvoorbeeld later voor hun kinderen, en werk waar zij niet alleen de kosten uit kunnen betalen maar ook zichzelf kunnen ontplooien tot de mensen die zij kunnen zijn. Net zoals ik dat alle Nederlandse mensen gun. Om mevrouw Çimen te citeren uit een verkiezingsdebat dat wij hadden: laten we geen leed vergelijken. Dus ik steun bij deze de legitieme vraag of er al is nagedacht over de toekomst. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: U heeft een interruptie van mijnheer Abbasi. De heer Abbasi: Ja, dank u wel. Mijn vraag is, u zegt dat er een causaal verband is tussen de woningnood en vluchtelingen en statushouders. Kunt u daar wat meer over vertellen? Hoe lang moeten wij extra wachten in Haarlem doordat er hier vluchtelingen komen? Is dat maanden, jaren, weken? Hoelang is dat? De heer Alberts: Ik zeg dat er een verband is tussen wanneer er sprake is van een woningnood en er nog meer mensen bijkomen die ook een woning nodig hebben, dat die woningnood toeneemt. En daar hebben Nederlanders en Oekraïners uiteindelijk last van. Dus dat is de causaliteit die ik hier meen te benoemen, mijnheer Abbasi. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Otten. Mevrouw Otten: Ja, goed, de vraag die net gesteld wordt die is die ik ook heb gesteld.

En eigenlijk komt er weer een nieuwe reactie. Ik vind het eigenlijk niet prettig dat wij als collega’s onderling hier voor de bühne proberen iemand zwart te maken, terwijl er een hele concrete vraag is waar u zelf ook heus wel over nadenkt. En misschien de Oekraïner zelf ook. En ik wil helemaal niet praten over mensen uit de Oekraïne, maar we nemen mensen op dus we krijgen meer Haarlemmers erbij. Hoe gaan we dat probleem oplossen? Of het nou een Haarlemmer is of iemand anders, dat maakt niet uit. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Otten. Wij gaan door naar de burgemeester, gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Dank u wel, voorzitter. De Oekraïens zijn van teksten. Wij proberen in ieder geval ervoor te zorgen dat daar waar behoefte is, dat wij voor vertalingen kunnen zorgen op het informatiepunt. Wij leveren niet teksten inderdaad in het Oekraïens. Sommige teksten zijn wel beschikbaar via organisaties die dat doen. Maar de gemeente niet. En ik weet ook niet of het verstandig is dat we die kant uitgaan. We doen dat ook niet bij andere groepen vluchtelingen, statushouders, asielzoekers. Maar we doen wel ons best om te helpen dat het nieuws begrijpelijk is voor de Oekraïners.

Over de vraag naar de niet-zelfredzamen, wat betekent dat dan? Dat betekent dat wij de ondersteuning die gegeven wordt, dat wij daar gebruik van maken zoals we dat ook bij anderen doen van organisaties die in Haarlem daarvoor zijn ingehuurd en ook betaald worden. Er werd gezegd van: ja, kan je dan niet dat soort taken ook bij de vrijwilligersorganisatie neerleggen en er dan ook voor betalen? Deels staat onze eigen verordening in de weg. Dus dat zijn niet de Rijksregels, maar dat zijn onze eigen regels. Wij hebben afspraken gemaakt over op welke manier wij maatschappelijke opvang inhuren bij organisaties en daar zijn ook afspraken over. En dan kan je niet zomaar zeggen van: o, we zien nou een vrijwilligersorganisatie en die kan ook wel dingen leveren. Dus dan doen we het daar. Dat kan niet zomaar en dat heeft met onze eigen regels te maken. Ik denk dat het Rijk als er sprake is van een transparante financiële huishouding, want dan moet er ook gecontroleerd worden van waar is geld aan uitgegeven en wat is er precies geleverd en klopt dat met elkaar, dat dat voor het Rijk dan verder niet uitmaakt. Hooguit zal men misschien zeggen van: wij stellen ook bepaalde eisen aan de kwaliteit. En dat moet bijvoorbeeld blijken uit certificaten of weet ik allemaal niet wat. Dat maakt het wel wat ingewikkelder, maar ik

38

denk dat we er ook, daar werd net ook al naar gevraagd, enigszins pragmatisch mee omgaan. Als wij zien dat een bepaalde manier van hulpverlening dat dat verreweg het beste kan worden georganiseerd met de inzet van deze organisaties, en dat kan echt goed, dan denk ik dat we er in ieder geval over na kunnen denken van: kunnen we daar geen vorm voor vinden die dat mogelijk maakt? Dan de semipermanente huisvestingslocaties, hoe zit dat nou precies? Nou, ik zou even toe moeten, ja, ik heb nu even niet precies het beeld. Van sommige weten we het wel. Wij hebben bijvoorbeeld laten weten dat Paviljoen, dat is op het terrein wat braak ligt tegenover het schip aan de Spaarndamseweg. Daar willen wij ruimte creëren. Dat weten we nog niet helemaal zeker, want de particuliere eigenaar, dat is het punt, die moet daar wel mee akkoord gaan. Die particuliere eigenaar is de bouwer die daar straks gaat bouwen, maar dat duurt nog een tijdje. En die heeft daar bepaalde eisen aan gesteld. Nou, daarvoor hebben wij het Rijk weer nodig en daarover zijn we in gesprek. Dus het is nog niet definitief. Ik zeg het nu maar even open: meestal proberen wij die informatie pas naar buiten te brengen op het moment dat we eruit zijn en zeggen van het is nu rond.

Voor elke locatie die hier benoemd wordt hebben we hele concrete locaties in beeld en gaan wij in principe ervanuit dat wij binnenkort daarvoor de definitieve afspraak kunnen maken. Dus het kantoor dat dat beschikbaar is, dat we een contract kunnen sluiten over hoelang we dat gaan afnemen, welke werkzaamheden daar moeten plaatsvinden, hoeveel mensen we daar uiteindelijk kunnen huisvesten, et cetera, et cetera. Er is geen enkele van de hier genoemde locaties die wij niet concreet in beeld hebben waar wij dat denken te kunnen doen. Dan de taskforce, die 170 duizend dat is een hoog geld. Ik heb een wijziging op het voorstel wat hier ligt. Besluitpunt 4 wordt die 170 duizend genoemd. Dat gaat niet om een functionaris, maar dat zijn zaken die wij regionaal inhuren en waar wij van zeggen van: nou, door dat samen te doen, doen we het ook wel zo efficiënt. En het bedrag wat daar genoemd wordt dat wordt een hoog bedrag, 300 en zoveel duizend euro. Ik zal het nog nader laten toelichten van wat voor een werkzaamheden daar ook bij aan de orde zijn. Maar als er regionaal bepaalde dingen worden opgezet, monitor de contacten en de communicatie met allerlei verschillende organisaties, ook met landelijk, met de gemeente om ervoor te zorgen dat dat allemaal goed loopt, een coördinator die de operatie begeleid. Ja, dat kost allemaal geld.

En het inhuren van personeel, daar zijn gewoon standaardtarieven voor. Er worden geen extensieve bedragen voor betaald. Maar u krijgt dus nog een aanpassing van het voorstel op besluitpunt 4. En in de richting van mijnheer Van den Raadt, dat is denk ik de normale manier hoe wij werken. Als we mensen nodig hebben en we hebben daarvoor extra mensen nodig, dan worden die ingehuurd en daarvoor worden gewoon salarissen betaald. Dan die 1087 extra mensen in een jaar. Ik heb u iedere keer dat u die vraag stelde uitgelegd hoe het systeem werkt. De opvang van statushouders of sorry, van vluchtelingen, van asielzoekers, van die Oekraïense mensen, gaat niet ten koste van de woningvoorraad. Wat wel ten koste gaat van de woningvoorraad dat is de huisvesting van statushouders. Dat staat volkomen los van de vraag hoeveel mensen wij opvangen als vluchteling, als asielzoeker. Dat doen we, die mensen die worden op een gegeven moment als ze een status krijgen gekoppeld aan een gemeente waar zij gehuisvest gaan worden. Die opgave die is voor alle gemeenten in Nederland exact gelijk. Dus een grote gemeente, een gemeente die tien keer zo groot is krijgt tien keer zoveel mensen als statushouder te huisvesten. Haarlem krijgt niet een statushouder meer, of wij nou 1087 mensen opvangen of tweeduizend of honderd of drieduizend.

Het heeft geen enkele invloed op de vraag hoeveel statushouders wij moeten huisvesten. Want dat is namelijk gewoon ons eigen evenredige deel van wat er landelijk aan statushouders moet worden gehuisvest. Dus iedere suggestie die u iedere keer herhaalt dat wij door mensen op te vangen in Haarlem extra statushouders zouden moeten huisvesten is onjuist. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Van den Raadt. U heeft nog een paar seconden.

39

De heer Van den Raadt: Nou, bij Syrië waren we wel zo aardig bij de Koepel om te zeggen: die mensen zijn hier al zo gewend. Maar dat bent u dus niet van plan bij de Oekraïners? Dan zegt u gewoon: dat moeten we gelijk verdelen. Dat stelt me een beetje teleur. Burgemeester Wienen: Nee, maar dat is gewoon helemaal niet waar. Kijk, want dat is een hele andere kwestie. Als wij hier mensen hebben die ondertussen hier contacten hebben, die hier begeleid worden, die het hier prettig vinden. En wij moeten, laten we zeggen, we hebben ons evenredige deel en we moeten 500 statushouders huisvesten. Stel dat dat het getal is, ik zeg nu maar wat. Nou, om te voorkomen dat dat een eigen leven gaat leiden, ik zeg honderd. Precies, nee, maar daarom. Honderd, ja. Dan zeggen wij wel, dat zeiden we toen bij de Syriërs en dat zullen wij nu ook zeggen van: joh, dan is het handig dat je mensen die toch nu al hier gewend zijn, dat je die ook aan Haarlem toewijst. Geen extra mensen, maar gewoon mensen die dan hier bekend zijn. Dus het is een beetje zonde om mensen die hier nu een jaar lang geweest zijn om die in Groningen een huis te gaan geven. En iemand uit Maastricht te zeggen van: nou, die gaat dan naar Haarlem toe. Dus wij zullen dan zeker zeggen van: laat de mensen uit deze omgeving ook in Haarlem blijven voor zover dat past binnen onze taakstelling.

De voorzitter: Ja, ik wil deze behandeling graag afronden. Want we zijn een uur uitgelopen en we zijn een beetje, ga weg. En we zijn echt een uur over tijd nu. Maar het is wel, ja dat ben ik met u eens. Niet alles was even ter zake doend. En ik heb het nu door de vingers gezien, want dit onderwerp is belangrijk genoeg om duidelijkheid over te verschaffen, dat heeft u ook goed gedaan. Maar ik ga de volgende keer iets strikter handhaven. Er is gezegd wat er is gezegd. Dan gaat dit punt wel door naar de raad. En de vraag aan u is: hoe gaan we dat doen? Gaat het als hamerstuk of als hamerstuk met stemverklaring? Hamerstuk met stemverklaring. Ja, er komt nog … Mag ik nog even, hallo, hallo. Er komt dus nog een aanpassing op dat punt wat de burgemeester eerder noemde, die verhoging van die kosten van 170 duizend naar drie ton en nog een beetje. Wanneer krijgen we die? Burgemeester Wienen: Volgende week. De voorzitter: Volgende week krijgen wij die aanpassing. Ik wil niet vervelend zijn, maar de raad moet natuurlijk deze vrijdag al gepubliceerd, want dat is al donderdag. Dus ik weet niet of dat. Burgemeester Wienen: Nou, ik zal in ieder geval dan zorgen dat het bedrag, dat het juiste bedrag dan in ieder geval erin staat. De voorzitter: Maar de specificatie niet per sé en die wordt dan nagezonden. Dus het juiste bedrag komt erin, de specificatie volgt dan nog.

Hamerstuk met stemverklaring, prima. Dan gaan wij nu heel snel door met agendapunt 9. 9.

Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De voorzitter: En dat is het spreekrecht voor belangstellenden. We hebben drie insprekers vanavond, dat zijn mijnheer Hellenberg, mevrouw De Roos en mijnheer De Vries. Mijnheer De Vries ken ik, die heb ik zien zitten. Ik wil graag de insprekers, mag ik een beetje rust ook op de tribune en ook hier in de zaal? Dank u wel. Welkom, mevrouw De Roos. Als u alvast gaat zitten, dan geef ik u zo meteen als eerste het woord. Daarna mijnheer Hellenberg en daarna mijnheer De Vries. Dan is dat de volgorde. Bent u mijnheer Hellenberg? Oké, u mag nog even op de tribune gaan zitten.

40

Mevrouw …: Die mevrouw en die meneer hebben hetzelfde onderwerp. De voorzitter: O, echt. O ja, dan is dat misschien handiger. Mevrouw De Roos, u gaat inspreken over hetzelfde onderwerp als mijnheer De Vries. Dan stel ik toch voor, mijnheer Hellenberg sorry, dan gaat u als derde. Ja, akkoord. Mevrouw De Roos, ik heb u vaker gezien, u weet hoe het werkt. Dus ik wil u graag snel het woord geven. Gaat uw gang. Mevrouw De Roos: Oké, dank u wel. Dank u wel, voorzitter. Dames en heren, leden van de commissie. Nu is het aan ons, wijkraden van Haarlem, een oproep aan de nieuwe gemeenteraad. Nu is het aan ons, dat is de titel van het vorige maand verschenen boek van Eva Rovers. Dat overal brede aandacht kreeg. Het is een oproep om werk te maken van echte democratie. Rovers maakt zich in haar boek sterk voor het instellen van burgerpanels, omdat politici te veel gericht zijn op hun eigen politieke werkelijkheid waardoor de dagelijkse realiteit van burgers uit het zicht is geraakt. Daarom moeten er burgerberaden of burgerpanels komen. Volgens haar is dat een nieuwe manier om burgers te betrekken bij besluitvorming in het openbaar bestuur. Nieuw? Nee, niet nieuw. Onze wijkraden in Haarlem zijn vanuit hun oorsprong ook te beschouwen als burgerpanels, maar hebben na 50 jaar een update nodig.

Lees de artikelen van Mariloe de Nauter over de Haarlemse wijkraden en onze oproep aan de nieuwe gemeenteraad. Nu is het aan ons, wijkraden van Haarlem, om die update te laten uitvoeren bij onze softwareleverancier, de gemeenteraad van Haarlem. Wat houdt die update precies in? De wijkraden hebben twee nieuwe functies nodig, namelijk die van burgerberaad en van nieuwe democratie. Update de wijkraden naar het niveau van 2.0, zodat u leden van de gemeenteraad de stad kan gaan besturen op ooghoogte van de burger. Geeft u de wijkraden een formeel informatierecht alstublieft, vastgelegd in de wijkradenverordening. Laat u de wijkraden aantoonbaar hun achterban betrekken bij het geven van advies aan het gemeentebestuur. Geeft u de wijkraden een bredere functie en meer geld om wijkinitiatieven voor leefbaarheid, vergroening en community building financieel te ondersteunen. Bepaalt u de maximale bezettingsduur van wijkraadsleden op acht jaar en stimuleert u actief de afspiegeling binnen de wijkraden. Lukt dat niet, dan zet u het wijkbudget stop. Voor wat hoort wat. Dus gemeenteraad van Haarlem, aarzel niet en maak die wijkraden 2.0-proof. En ga de stad besturen op ooghoogte van de burger. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Roos. Zijn er nog vragen? Ja, mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, mevrouw, voor uw bijdrage. En ik kan me daar heel goed in vinden.

Behalve op het punt burgerberaad, want dat is toevallig ons initiatief samen met GroenLinks en D66. Dat is totaal iets anders. Maar ik kan u wel heel goed volgen. Aan de ene kant een versterking van de democratie denk ik van de wijkraden, maar ook wat daar tegenover zou moeten staan. En bent u dan het bijvoorbeeld met mij eens dat iedere wijkraad ook een huishoudelijk regelement zou moeten hebben waardoor ook zeg maar aantoonbaar is dat die achterban wordt bereikt? En ik bedoel, hoe kijkt u daar tegenaan? Mevrouw De Roos: Ik weet niet precies wat uw vraag is, want u praat naast de microfoon. Dat kan u niet helpen hoor. De heer Trompetter: Mijn vraag is of u ook vindt dat iedere wijkraad een huishoudelijk regelement zou moeten hebben. Want het is nu namelijk een optie en geen verplichting. Zodat het aantoonbaar is dat zij de verkiezingen gewoon goed doen zeg maar. Mevrouw De Roos: Ja, als u de artikelen hebt gelezen van Mariloe de Nauter en de weerspiegelingen die daarover zijn gehouden, dan ziet u dus dat de wijkraden van oorsprong vijftig jaar geleden een bepaalde drive hadden. En die is in de loop van de jaren minder geworden. En zeker ook minder geworden omdat in de

41

afgelopen collegeperiode er, ja, andere opvattingen waren over hoe je met de wijkraden zou omgaan. Want er werd een nieuwe functie bedacht, nieuwe democratie. Al met al kan ik wel zeggen dat als je die wijkraden niet in beeld houdt, als je ze niet zeg maar bevoegdheden geeft, maar als je ook niet voorschriften geeft van hoe de wijkraden zouden moeten gaan functioneren, ja, dan blijven we aanmodderen. Dus ik zou zeggen: u heeft nu vier jaar voor u liggen als nieuwe raad, ga dat nou eens aanpakken, probeer daar nou eens werk van te maken. En geef ook inderdaad, en dat is heel belangrijk, die burger het gevoel maar ook de waarde die die heeft om in te spreken. Heel belangrijk. En voor de rest, ja, we kunnen heel veel bespiegelingen houden, maar ik denk dat dat de essentie is. De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, nogmaals, voor uw bijdrage. De vorige raad op voorspraak van ons is het in ieder geval nu wel zo dat zeg maar de wijkraden vooraf worden geïnformeerd en betrokken bij wijzigingen van grote plannen en bij bezettingsplannen. We gaan hier voortvarend mee aan de slag verder in deze periode, maar nogmaals dank voor uw bijdrage. We gaan ermee aan de slag. De voorzitter: Mijnheer Smit. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. En mevrouw De Roos, u spreekt woorden die Open Haarlem ook al een tijd lang roept.

Bent u het met OP Haarlem eens dat ook de vorm van participatie en inspraak veel beter moet worden in gehecht eigenlijk in het wijkraad functioneren? Mevrouw De Roos: Ja, ik denk het wel. Als we terugkijken op ervaringen die in ieder geval binnen onze wijkraad de afgelopen twee jaar, ja, die we hebben opgedaan. Dan denken we dat het heel belangrijk is dat die wijkraad een serieuze rol krijgt en mee kan bepalen wat er gaat gebeuren. En het is heel belangrijk, en dat leest u ook in dit boekje, dat u niet zegt: dit moet het worden. Maar dat u een vraag stelt waarna uiteindelijk een resultaat eruit komt dat meestal wel dicht ligt bij wat algemeen gewenst wordt. De voorzitter: Een nabrander, mijnheer Smit. Gaat uw gang. De heer Smit: En dat betekent bij u niet eerst een besluit van de gemeenteraad en dan de participatie om het besluit erdoorheen te drukken. Maar eerst met de wijk gaan praten en vervolgens op grond van die dialoog tot een besluit komen? Mevrouw De Roos: Dat betekent het inderdaad. U legt dan de wijk een verzoek voor, de wijk gaat dat onderzoeken en geeft u advies. En u gaat kijken wat u met dat advies gaat doen. Dat is de betere situatie dan we de afgelopen jaren hebben gezien. En ik geef u op een briefje: dat gaat werken. De heer Smit: Dat weet ik zeker, dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Smit. Verder geen vragen? Dank u wel, mevrouw De Roos.

Dan geef ik nu graag het woord aan mijnheer De Vries. Ook u bent hier vaker geweest, dus ook u weet dat drie minuten maximaal en daarna komen vragen. De heer De Vries: Ja, ik kies een iets andere invalshoek, omdat we al een aantal jaren bezig zijn als werkgroep versterking lokale democratie. Dat heeft er ook mee te maken dat ik altijd wat bezwaar heb gehad tegen het begrip nieuwe democratie. Niet alleen omdat het de naam is van een rechts-extreme partij in Griekenland, en

42

zoals bekend is Griekenland evengoed in wieg de basis van democratie. We hebben als werkgroep versterking lokale democratie, en dat betekent dus op zich is er niks mis met de bestaande democratie, het kan alleen een stuk sterker dan we nu kennen. En dat bestaat voornamelijk in het beslissingsrecht geven en niet zomaar een beetje meedoen of meepraten, zoals er stond in het coalitieakkoord 2018. Maar dat het gaat over beslissen, beslissingen overlaten aan mensen die zelf in een wijk wonen. En daar horen de nodige bevoegdheden toe om dat mogelijk te maken. En daarmee gaat het over de traditionele onderwerpen die altijd aan de orde zijn binnen wijkraden, die liggen in de raad ook op wijkniveau en niet op landelijk of anderszins breder niveau dan strikt lokaal. En dat ziet er dan zo uit dat dus de eindverantwoordelijkheid bij de gemeenteraad uiteraard blijft liggen, maar dat er dus een soort, wat in het coalitieakkoord 2018 genoemd werd, een delegatie van bevoegdheden verstrekt wordt vanuit de gemeenteraad naar de wijkraden, die zelf kunnen beslissen over onderwerpen waar zij zelf het meeste verstand van hebben, namelijk omdat ze er zelf wonen. Dat gaat over groen en over allerlei problematiek die ook strikt op dat niveau speelt. Dat vind ik heel belangrijk omdat nog even naar voren te halen.

Ik kan nog even aanvullen, omdat ik nog eventjes tijd heb, dat we dus met het beschikbare budget wat we gekregen hebben als werkgroep versterking lokale democratie ook zijn wezen kijken in Groningen en Rotterdam. Dat zijn een soort referentiegemeentes in de loop van de tijd geworden, omdat daar al veel langer sprake is van niet alleen een andere vorm van wijkcomités, zoals ze dus in Rotterdam genoemd worden, of coöperatieve wijkraden zoals ze in Groningen heten, het Oosterparkwijk. Die worden ook gekenmerkt door een fenomeen wat we nu maar niet genoemd hebben, maar wel wat een rol speelt. Je moet bedenken dat oorspronkelijk waar mevrouw De Roos het over had wijkraden 50 jaar geleden zijn ontstaan. En ik vind het heel indrukwekkend om te zien dat je zag dat in de Lijsterbuurt bijvoorbeeld of Rozenprieel mensen met stembussen rondgingen omdat de verkiezingen plaatsvonden van wijkraden. Verkiezingen van wijkraden. Nou, we hebben nu geconstateerd dat dat nu geen haalbare kaart meer is om dat op die manier te doen. Dus een alternatief voor democratische verkiezingen per wijkraad, wat ze trouwens in Rotterdam wel doen. Want als ze zeggen: nou, als we toch verkiezingen doen, we gaan ook meteen verkiezingen voor wijkraden organiseren. Maar een ander systeem is loting.

En ik ben blij ook om te kunnen zien dat voortvloeiend uit ook het met name het bezoek in Groningen de vier experimenten die in Haarlem nog steeds lopen, een daarvan gaat over loting. En ik heb nu begrepen kortgeleden … De voorzitter: Mijnheer De Vries, uw spreektijd is wel om. De heer De Vries: Nog even een afrondende opmerking. Ik heb nu begrepen van mevrouw Kalsel, projectleider wat dan hier de nieuwe democratie wordt genoemd, dat pas in december beschikbaarheid is van de evaluaties over die vier experimenten. Maar goed, we kunnen daar te zijner tijd op terugkomen. Want het gaat erom: wil de gemeenteraad in Haarlem wijkraden of niet? Zo niet dan moeten ze het afschaffen. En zo ja, dan kunnen we altijd praten over op welke manier wijkraden een echte body kunnen krijgen, bevoegdheden kunnen krijgen en een stevige rol kunnen spelen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Vries. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Mijnheer De Vries, ik heb wel een vraag. Want u wordt niet echt specifiek in waar dan die wijkraden iets over te zeggen of beslissingsbevoegdheid over willen hebben. Dus dat is wel lastig tot de gemeenteraad. Bedoelt u zoiets als een buurtbegroting of hoe ziet u dat dan precies? De heer De Vries: Nou ja, dat is juist heel keurig te zien in wijken waar dat al veel langer het geval is.

Om een voorbeeld te noemen, wat er nu is gebeurd is dat allerlei initiatieven die mensen in de stad hebben die kunnen daarmee rechtstreeks naar de gemeente zelf lopen en krijgen dan al of niet een budget voor wat dan genoemd wordt een burgerinitiatief of een initiatievenbudget uit het initiatievenbudget. Wat je in Groningen

43

ziet is dat alles wat zich afspeelt binnen het Oosterparkwijk heet dat in Groningen, dat moet voorgelegd worden aan de wijkraad van die Oosterparkwijk in Groningen. Of het over groen gaat of over milieu, over elk denkbaar onderwerp en probleem wat speelt in de eigen wijk. Want dat is een kwestie van: hoe ga je dat afgrenzen? Dat moet natuurlijk afgegrensd worden maar dat is ook het geval. Dus we kunnen kijken naar de praktijk hoe die er elders uitziet om dat toe te passen op de situatie in Haarlem. Zo moeilijk is dat niet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Vries. Zijn er verder nog vragen aan mijnheer De Vries? Nee? Dan wil ik u hartelijk bedanken voor het inspreken, dank u wel. En dan wil ik nu graag het woord geven aan mijnheer Hellenberg. Het rechterknopje als u dat indrukt dan kunt u spreken. U heeft drie minuten de tijd. De heer Hellenberg: Dank u wel dat ik hier mag inspreken vanavond. Ik heb het genoegen om hier sinds november te mogen wonen samen met mijn vriendin. Eerder heb ik in Amsterdam gewoond en dit gaat over de gehandicapten parkeerkaart die zij heeft. In het afgelopen krappe halfjaar is het al drie keer voorgekomen dat zij ten onrechte bekeurd werd voor het hebben, nou ja, niet betaald hebbende voor een parkeerplaats. En toen wij hier contact mee over hadden met de handhaving werd er gezegd: ja, dan moet u maar even bellen.

Inmiddels kwamen de brieven van co-consensus rijkelijk binnen. U kunt bezwaar maken. Nou, dat werd dus een papieren heen en weer geschuif van jewelste. Inmiddels is het wel opgelost, maar ik dacht bij mezelf: dat kan toch niet waar zijn? Er is toch vast wel iemand die daar ooit al eens een keer eerder over nagedacht heeft? Dus schets ik even de vergelijking met dus de stad Amsterdam, waar ik zelf ook heb gewoond. En daar hebben ze een parkeervergunning voor gehandicapten, voor mensen met een gehandicapten parkeerkaart. Ik noem dat dan maar even de uitsluitingsdatabase, maar dan meld je je een keer aan voor een beperkte tijd dat die GPK actief is. En dan kun je in de hele stad gebruik maken van die gehandicapten parkeerkaart, zonder dat je per ongeluk aangemerkt wordt door de scanauto. Want dat is dat vergelijk met de stad Haarlem. In de stad Haarlem wordt ook gebruik gemaakt van zo’n mooie scanauto. En nou ja, daar maak ik dus de vergelijking met Amsterdam. Mijn vraag aan de raad en het college is of er nagedacht kan worden over een parkeervergunning voor houders van een GPK, zodat mensen niet onnodige bekeuringen krijgen en zodat er geen papier heen en weer gestuurd wordt tussen instanties. Deze mensen hebben vaak al te maken met heel veel overheidsinstanties waarmee ze van alles moeten regelen.

En elke twee maanden even een bekeuring op de mat waar ze nog weer bezwaar tegen aan moeten maken, dat is een extra belasting. Ja, dat is eigenlijk mijn verzoek. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hellenberg. Volgens mij is uw vraag duidelijk. En volgens mij, ik kan me vergissen, maar zie ik ook instemmend geknik. Ja, niet? Ja, toch. Misschien kunt u zelfs zeggen: nou, volgens mij gaan we daar even naar kijken. Want het is best een goede suggestie, toch commissie? Ja, dat kan eigenlijk niet. Ja, maar ja. Nou, burgemeester, voelt u de behoefte om hier … Ja? Mijnheer Hellenberg, u heeft geluk, want de burgemeester gaat er rechtstreeks even iets kleins over zeggen. Gaat uw gang. Want het kan ook vrij snel, dat lijkt me een vrij duidelijke vraag. Burgemeester Wienen: De problemen die benoemd zijn, zijn vervelend. Dat heeft te maken met het feit dat wij inderdaad net zijn overgeschakeld op een nieuw systeem met de scanauto. Wij hadden een scanauto, maar anders, waarbij alles handmatig werd nagelopen. Dat gebeurt nu niet meer, dan krijg je dit soort situaties. Dus wij zijn bezig om te kijken hoe wij inderdaad het systeem zo zouden kunnen aanpassen dat je dit voorkomt. Dus wat u wil zijn we mee bezig. Misschien niet op dezelfde technische manier, maar wel met een manier die voorkomt dat mensen ten onrechte een heffing opgelegd krijgen met een gehandicapten parkeerkaart.

44

De heer Hellenberg: Ik zou in deze zeggen: beter goed gejat dan slecht bedacht. Steek uw licht bij de buurgemeenten en misschien is het dan makkelijk en snel. Kijk, ik heb u getriggerd. De voorzitter: Goed, dank u wel, mijnheer Hellenberg. Voordat we hier een gemeentelijk potje wie doet ’t het beste gaan uitvechten. Dank u wel voor uw suggestie en uw opmerkzaamheid. En dan ga ik snel door met het volgende agendapunt. En dat is niet agendapunt 10, want die hebben we al gehad. Koffiepauze De voorzitter: Maar dat is namelijk agendapunt 11. Ik kan me voorstellen dat er misschien mensen zijn die behoefte hebben aan even vijf minuten koffie, thee en een snoepje. Dat mag. Maar echt, ik zweer het je, kwart over negen zijn wij terug. Dan ga ik gewoon beginnen, of u er nou bent of niet. 11. Ontwerp-programmabegroting 2023-2026 VRK_HLM (JW) De voorzitter: Om te laten zien dat deze voorzitter geen loze beloftes doet, wij gaan beginnen met agendapunt ontwerp programmabegroting, dat is agendapunt 11. Ontwerp programmabegroting 2023-2026 VRK Haarlem. Wij hebben agendapunt 10 reeds behandeld, die is een beetje gelieerd hieraan. Dat is de jaarrekening, dat was wat was en dit is wat komt wat betreft de VRK op financieel gebied. Dus ik, het college heeft vier besluiten die ze voorstelt, die zal ik nu niet helemaal gaan oplezen. Die heeft u als het goed is heeft u die zelf al kunnen lezen.

Het is een adviespunt, het gaat ter advisering, het gaat naar de raad. Wie mag ik als eerste het woord geven? Mijnheer Abbasi. De heer Abbasi: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, excuus, ik had 10 en 11 tegelijk voorbereid. Dus ik had eigenlijk al een vraag over agendapunt 11 gesteld en daar heeft de burgemeester al een antwoord op gegeven. Dus vanuit ons is dat klaar. En ja, het kan als een hamerstuk naar de raad. De voorzitter: U hoort mij niet klagen. Ja, mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Ik heb wel een wat langer betoog, sorry. Spelbreker. Nee, ik heb nog zat tijd. Voorzitter, de VRK is zoals ik het kan bezien uit de stukken en ook uit de ervaringen in mijn eigen werk is een goed aangestuurde solide organisatie met een goede weerstandscapaciteit. En de VRK kan hier door ook eventuele financiële klappen dragen. En wat D66 betreft ligt er een goede ontwerp-programmabegroting voor 2023. Tegelijkertijd een paar zaken zou ik nog wel willen uitlichten. Als eerste de loonkosten bij Veilig Thuis. Zoals ik het zie, de reserve voor de loonkosten wordt in 2022 al uitgeput. En daarnaast zou ik het ook nog graag willen hebben over de uitvoering van de risicoscan infectiepreventie. Want beide ontwikkelingen zijn nu niet meegenomen in de programmabegroting 2023. En het is mij niet duidelijk over wat voor bedragen we het hier hebben en of hier dan tijdig een dekking voor gevonden wordt.

En dan is de vraag: ja, komt de dekking dan uit de reserve of gaan we iets anders dan niet doen? En ik vraag ook met name naar die infectievirussen, want die zijn wederom behoorlijk actueel. Hier in Haarlem met de recente uitbraak van buiktyfus op de opvangboot, maar ook bijvoorbeeld het apenpokkenvirus. En in het stuk staat: de uitvoering van infectiepreventie heeft nog geen plek gekregen in de begroting door een omissie en moet nog worden hersteld. Wanneer heeft het college hier meer helderheid over, over beide punten? En komt er dan ook vervolgens een update naar de raad? En daarnaast zou ik aandacht willen vragen voor het programma nu niet zwanger. D66 is hier groot voorstander van, omdat dit vrouwen en ook mannen overigens in kwetsbare posities hulp biedt. Mensen die niet vaak bewust bezig zijn met hun kinderwens. En door dit programma worden alle mogelijkheden besproken van preventie, door toegang tot gratis anticonceptie tot alle opties op tafel leggen op het moment

45

dat er wel sprake is van een zwangerschap. En D66 is blij met de cofinanciering van VWS voor het jaar 2022, maar er is structureel geld nodig om dit voort te zetten vanaf 2023. En ik begrijp volgens mij uit het stuk dat dit vanaf 2023 geregeld gaat worden via een compensatie in het gemeentefonds. Maar daar werd al wel soort van een winstwaarschuwing op gegeven in het stuk. En zou het college er scherp op kunnen blijven letten en de raad informeren in het geval dit toch anders uitpakt of de compensatie afwijkt? Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Çimen. Mijnheer Slik. De heer Slik: Dank u wel, voorzitter. Ja, er wordt een sluitende begroting gepresenteerd met een positief meerjarenperspectief. En er wordt rekening gehouden met autonome ontwikkelingen. En we sluiten ons aan als ChristenUnie bij D66 met het pleidooi voor nu niet zwanger. Dus de ChristenUnie zal akkoord gaan met de besluitpunten 1 tot en met 4. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ook wij sluiten ons aan bij D66, de punten die genoemd zijn. En dus ook nog even over de samenwerking binnen Veilig Thuis. Want daar hebben we het ook wel een tijdje over gehad een aantal jaren geleden, dat er allerlei partijen zijn die daarin samenwerken. Pas sinds 2015-2016 ongeveer werken die echt met elkaar samen. Volgens mij kan dat nog beter.

En ja, de vraag is ook een beetje in het verlengde daarvan: hoe handels-bekwaam zijn die mensen? Wat kunnen ze? De voorzitter: Dat is geen toeval, hè, mijnheer Trompetter. Nee hoor, ik heb geen idee. Hij liep wel aan onze kant. Ja, volgens mij is het, hij ging aan en uit. Drukt u nog eens het knopje in, als u wil. De heer Trompetter: Nu ben ik er wel. Nou, ik begin even opnieuw, sorry. Maar ik ben voor de 50 e keer uitgelogd als vanzelf. Ik sluit mij aan dus bij het pleidooi van D66 als het gaat over wat zij hebben genoemd over de duurzame financiering van de kosten van Veilig Thuis. Maar ook vraag ik aandacht voor de samenwerking van de partijen die bij Veilig Thuis samenwerken en die Veilig Thuis zeg maar moet bellen of moet inschakelen op het moment dat er dingen misgaan. En volgens mij kan dat nog een stuk beter. Dan gaat het ook met name over dingen, zaken als huiselijk geweld, kindermishandeling, noem het allemaal maar op. Dus ik vraag zeg maar zowel van de regiefunctie vanuit de gemeente als van de VRK-bestuur om daar echt goed op te letten dat dat ook plaatsvindt en dat dat ook wordt verbeterd. En graag zou ik ook willen dat de commissie op de hoogte gehouden wordt over hoe die samenwerking verloopt en of dat zeg maar beter gaat in de toekomst. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. De heer …: Mag ik even, want het ontging mij.

De heer Trompetter: Het gaat erom dat zeg maar Veilig Thuis heeft zeg maar nu een signaleringsfunctie als het gaat zeg maar over zaken die zeg maar misgaan, zoals huiselijk geweld en kindermishandeling en dergelijke. De signalen die ik hoor is dat als Veilig Thuis dan ergens langskomt, dat ze eigenlijk niet zo zeer kunnen handelen maar dat ze zeg maar allemaal mensen en partijen moeten bellen. Dus dat ze niet zelfstandig dingen kunnen doen. Dus eigenlijk wat ik terugkrijg uit de stad, zeg maar die samenwerking is nog niet zo oud. Dat is pas van 2016 ongeveer vindt de samenwerking plaats tussen partijen als de kinderbescherming, noem het allemaal maar op, de politie, noem het allemaal maar op. En die samenwerking rondom die problematiek zou

46

ik graag willen dat daarop gelet wordt in de regie en in de monitoring. En graag worden we geïnformeerd hoe dat zich ontwikkelt. Dank u wel. De voorzitter: is de vraag duidelijk? Ja, wie mag ik het woord geven? Ja, mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja, heel kort. Bij het agendapunt van het jaarverslag hadden we natuurlijk een gedachtewisseling over de methodiek van de indexering. Gezien het antwoord op de technische vragen, de reactie van de burgemeester, kunnen wij ons ook vinden in beslispunt 4. Dus wat dat betreft is wat ons betreft 1 tot en met 4 akkoord zo. De voorzitter: Dus u zegt gewoon hamerstuk zegt u eigenlijk. Goed. Zijn er verder nog bijdragen? Nee, burgemeester. Burgemeester Wienen: U heeft helemaal gelijk, sorry. Er waren vragen over de loonkosten van Veilig Thuis. Daar zit een aanpassing in met naar een nieuwe cao. Daar was een reserve voor gevormd en dat is een operatie die nog steeds loopt. Natuurlijk worden de kosten gedekt, maar er wordt tegelijkertijd geprobeerd, en dat hebben we met elkaar al eens eerder besproken hier, om zo efficiënt mogelijk te werken. Dat was een van de opgaven bij het tot stand komen van het onderbrengen van Veilig Thuis bij de veiligheidsregio. Wij hebben hierover specifiek gesproken toen we het over de begroting hadden.

En de directie gaat ervanuit dat het lukt om dat binnen de begroting zeg maar op een goede manier te doen, dus zonder verdere ingrepen ofzo. Maar dat je door efficiënter werken, de beschikbare middelen en de reserve goed te gebruiken, dat je binnen de begroting uiteindelijk de kosten kunt dekken. En anders komen wij natuurlijk bij u terug. De vraag over hoe zit dat met de risico’s ken infectiepreventie. Nou, u ziet dat de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg, die staat onder voorzitterschap van wethouder Meijs, dat die daar druk mee bezig is en aan het kijken is van: wat is er nodig om ervoor te zorgen dat we dat helemaal goed krijgen? En dan zullen we ook als we daar een besluit over hebben en dat vraagt om een begrotingswijziging dan zullen we ook bij u terugkomen. Maar het punt is dus absoluut een punt van aandacht en zorg, terecht. Uw vraag over nu niet zwanger, het lijkt mij uitstekend. Ik denk inderdaad dat wij u op de hoogte moeten houden van: lukt dat zoals voorzien met de middelen die we daarvoor beschikbaar krijgen regionaal? En als er eventueel een probleem is, dan komen we daar op de lijn bij u. En dan over die signaleringsfunctie van Veilig Thuis en de samenwerking met anderen.

Kijk, ik zou daar wel iets over kunnen zeggen, maar eigenlijk denk ik dat het goed is dat wij toch nog eens even nadenken, deze begroting komt hier aan de orde omdat dit de begroting van de veiligheidsregio is. Maar de inhoudelijke kant en de manier waarop bijvoorbeeld die samenwerking vorm krijgt. Nou, omdat ik in de veiligheidsregio zit ben ik er ook wel bij betrokken, dus we hebben over dit onderwerp hebben we ook al diverse keren expertmeetings gehad. Dan zitten we met elkaar te kijken van: hoe doe je dat nou zo efficiënt mogelijk? Maar de inhoudelijke kant ervan valt eigenlijk onder de commissie samenleving. En ik denk dat het goed is dat wij met elkaar afspreken dat zeg maar die inhoudelijke behoefte die u hebt om nog eens wat dieper in te gaan op van: hoe functioneert dat nou in de praktijk en hebben we dat nou goed voor elkaar? Dat dat een keer geagendeerd wordt in de commissie samenleving en dat u daar de gelegenheid hebt om er ook dieper op in te gaan. En dat daar de direct verantwoordelijk portefeuillehouder er dan ook verantwoording over af kan leggen en toelichting op kan geven. De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Eens met de burgemeester. Maar dan wel als het gaat om het punt regie op dat verhaal, vanuit VRK en vanuit het bestuur, dan lijkt me dat ook wel een zaak voor de commissie bestuur.

Dus inhoudelijk eens, maar het regie-deel lijkt me toch een beetje hier passen.

47

Burgemeester Wienen: Zeker wel. En ik heb u al gezegd: wij hebben daarover vanuit de VRK dus een aantal bijeenkomsten georganiseerd om deze problematiek, want dat is lastig. Ik moet eerlijk zeggen: ik heb niet tijd en anders zou de voorzitter ingrijpen omdat het niet geserreerd genoeg is om het wat uitvoeriger te vertellen. Maar dan gaan wij ook tot op casusniveau kijken van: hoe functioneert dat nou in de praktijk? Want het is schrikbarend om te zien hoe organisaties soms langs elkaar heen werken ten koste van een efficiënte aanpak van problematiek in gezinnen. Maar dat heeft zeker de aandacht en u heeft gelijk, dat is dus niet alleen een kwestie van Veilig Thuis. Dat heeft ook te maken met de samenwerking in de regie. De voorzitter: Ik hoor het u zeggen. En als het ook te maken heeft met de samenwerking. Nee, maar even als voorzitter. En ik heb ook de behoefte gehoord van deze commissie in ieder geval in de vorm van mijnheer Trompetter, maar ook al eerder van mevrouw Çimen, dat er misschien toch wel behoefte is om dat gedeelte, de manier waarop er wordt samengewerkt tussen verschillende instanties rondom een bepaald thema, is dat nou samenleving wat u betreft? Want hij zit een beetje op de rand. En wat mij betreft denk ik dat die best een keer hiernaartoe mag komen.

Als het echt gaat over de organisatorische kant van deze organisaties, dan zou ik willen voorstellen om hem toch een keer hier naar de commissie bestuur te halen. Burgemeester Wienen: Ja. Nou ja, het lijkt me uitstekend. Maar ik zou wel ook in de commissie samenleving dat toch nog eens een keer, of ja hoe je dat dan het beste kan organiseren weet ik ook niet. Nee, dat is lastig. Maar om toch even te kijken van: hoe zorgen we er nou voor dat je de goede inhoudelijke discussie met de kennis die daar zit en ook de portefeuillehouder die daar dan bij hoort, dat je die ook aan tafel hebt op het moment dat je de discussie voert. Ik kan daar ook best vanuit een andere optiek over van gedachten wisselen, dat is op zich uitstekend. Ik vind het ook helemaal niet erg. Maar ik vind het ook een beetje lastig om op de stoel van mijn collega te gaan zitten. De voorzitter: Ja, ik denk dat ik hem inderdaad, gelukkig zit ik ook in het presidium nog steeds. Dus ik neem hem even mee naar het presidium om te kijken hoe we er daar tegenaan kijken. Maar het lijkt me best zinvol om hier een keer over die kant … We hebben de bijeenkomst op 21 juni. Dat gaat over de programmabegroting. Nee, nee, nee. Dus goed, ik neem het mee naar het presidium en we gaan een oplossing vinden hiervoor. We gaan iets verzinnen waardoor iedereen heel blij wordt.

Wat dat uw, zijn alle vragen beantwoord? Nou, dan stel ik voor dat we dit door laten gaan als hamerstuk naar de raad. Ik zie slechts knikkende hoofden, wat heerlijk. Dan gaan wij door, want eigenlijk staat er nu een pauze gepland, maar ja, die hebben we net gehad. Overige punten ter bespreking 12. Jaarverslag 2021 Commissie bezwaarschriften (JW) De voorzitter: Dus wij gaan door naar agendapunt 12, het jaarverslag 2021 commissie bezwaarschriften. Even een korte inleiding. Volgt artikel 3 van de verordening op de behandeling van bezwaarschriften. En brengt de commissie bezwaarschriften na afloop van ieder kalenderjaar verslag uit van haar werkzaamheden aan bestuursorganen. Met dit jaarverslag heeft de commissie inzage in het aantal behandelde bezwaarschriften, de uitkomsten van de advisering en welke onderwerpen het betreft. De commissie doet in haar jaarverslag tien aanbevelingen, die worden opgesomd in de nota die u allen heeft gelezen. Het is geen adviespunt, het is een bespreekpunt. Dus we gaan het hier gewoon over hebben, tenminste als daar behoefte aan is. Wie mag ik als eerste het woord geven? Mijnheer Trompetter, gaat uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Heel kort gezien mijn spreektijd die er niet meer is.

48

De voorzitter: O ja, u heeft geen spreektijd meer. Ja, het is dat u het zelf zegt. Ja, het spijt mij heel erg, mijnheer Trompetter, maar ik had me echt voorgenomen om streng te handhaven. Ik had u erdoor willen laten gaan, maar ja. De heer Trompetter: Ik heb een vraag, een. De voorzitter: Oké, u had net problemen met uw microfoon, dus die wil ik u, vooruit dat is uw coulance. Gaat uw gang. De heer Trompetter: Nou, dank voor het stuk uiteraard. Het is opvallend dat het aantal gewonnen beroepszaken, dus in tweede instantie, is toegenomen. En dat al jaren een klein beetje toeneemt. En is dat te wijten aan het inlopen van COVID-19 achterstand bij de rechtbank, zoals het in het stuk staat? Of heeft het ook te maken met de kwaliteit van de besluiten? Dank u wel. De voorzitter: Kunt u dat laatste nog een keer herhalen? De heer Trompetter: Heeft het alleen te maken met de achterstand bij de rechtbank vanwege COVID of ook met de kwaliteit van de besluiten? Want er zijn immers veel meer gewonnen bezwaren in tweede instantie. De voorzitter: Uw vraag is duidelijk, dank u wel. Ja, mijnheer Abbasi. De heer Abbasi: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik wilde het eigenlijk over een ander punt hebben en dat is namelijk de percentage behandelde bezwaarschriften die binnen de wettelijke termijn worden afgehandeld.

Wat mij opviel is dat het ieder jaar minder wordt, 84 procent in 2019, 81 procent in 2020 en maar 72 procent in 2021. En daar kon ik niet echt een verklaring voor vinden. Het enige wat ik las was dat het een bijzonder jaar was door de coronapandemie. Ja, dat klopt. Dus ik zou toch graag willen weten waardoor dit komt. Maar overal meer naar de toekomst gaan kijken, om aan het college en aan de burgemeester te vragen hoe we ervoor kunnen zorgen dat dit percentage omhooggaat. Is daar al een plan voor, voor het aankomend jaar of de jaren erna? En als er dan een plan ligt, hoe ziet dat eruit? Want 72 procent binnen de wettelijke termijn, dat is maar driekwart. Dat is echt heel, heel weinig. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Abbasi. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ik wil inderdaad daaraan toevoegen dat we zien dat er steeds meer bezwaren gegrond worden gesteld. En dat loopt ook op, bij alle gemeentes behalve bij Leiden, daar zakt het dramatisch. Dus in Leiden doen ze iets geweldigs goed. Ik kon niet goed uit het stuk halen waarom dat nou precies was, dus vandaar mijn vraag: is dat ook inderdaad de kwaliteit van besluitvorming of is het in dit geval de kwaliteit van het apparaat dat besluiten neemt? Die steeds makkelijker aan te vechten zijn en steeds meer het gelijk aan de kant van de klager ziet. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Slik.

De heer Slik: Dank u, voorzitter. Ja, ik mag me gelukkig aansluiten bij de vorige drie sprekers. En daar wil ik op aanvullen: de kosten van de wet dwangsom in beroep bij niet tijdig besluiten is wel omhoog gegaan van ongeveer drieduizend naar 4800 euro. Dat zijn nog kleine bedragen, vind ik, maar daar moet niet de grote stijgende lijn in zitten. Maar als je bij de oplegnota nummertje 5 kijkt naar de aanbevelingen, die lijken ons behoorlijk adequaat om alle opmerkingen van het hele stuk te verbeteren. Dank u wel.

49

De voorzitter: Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja, voorzitter. Een waarneming eigenlijk. Ik zie dat communicatie eigenlijk key is in het hele verhaal. Veel aanbevelingen hebben betrekking op communicatie. En ik zie ook dat meer dan 400 bezwaren die weer zijn ingetrokken door informele aanpak. Dus veel lijkt samen te hangen met communicatie. Dan een vraag. Het college, die heeft kennis genomen van de aanbevelingen en draagt ze eigenlijk over aan de afdelingen. En is dat niet te vrijblijvend? Zouden wij niet willen horen wat het college nu gaat doen met die aanbevelingen? Worden ze overgenomen, worden ze niet overgenomen? En nu is het eigenlijk een open eind. Het wordt aan de afdelingen overgelaten en wij weten eigenlijk niet wat er met de aanbevelingen gaat gebeuren. Dus ik zou dat toch wel anders willen zien. Dus ik zou eigenlijk graag een toezegging willen hebben dat wij een terugkoppeling krijgen van wat er met de aanbevelingen gaat gebeuren. En dan tenslotte sluit ik mij aan bij de Partij van de Arbeid als het gaat om de termijnen. Ik vind 12 weken al heel lang. Dat gaat zelfs voor een flink deel naar 18 weken. 28 procent van de bezwaren wordt niet voldaan aan de wettelijke termijn. Ik denk dat er echt een inhaalslag nodig is om te zorgen dat we weer ruim binnen 12 weken komen te zitten in de behandeling van de bezwaren. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klaver. Mevrouw Peetoom. Mevrouw Peetoom: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik kan me heel erg aansluiten bij de laatste spreker, want ook Jouw Haarlem heeft met name gekeken naar de aanbevelingen die door de commissie zelf gedaan zijn. Met als doel een aantal bezwaarschriften te laten afnemen. Het college erkent ook dat de conclusies en de aanbevelingen van de commissie een bijdrage levert aan de verbetering van de kwaliteit van de gemeentelijke besluitvorming. En daarmee zeggen we dus ook een verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening aan de stad. Dat is eigenlijk een cadeautje van een gewaardeerde erkende externe partij. Kijkende naar de tien aanbevelingen was ons ook opgevallen, dan lijken ze ook ons zeker uitvoerbaar. Zeker omdat heel veel verwijst naar communicatie en uitleg in een vroeg stadium, waardoor bezwaarschriften voorkomen kunnen worden. Ook aangespannen beroepszaken stoelen bijna altijd op het gebrek aan motiveringsuitleg vanuit de bestuursorganen. Dat het ook anders kan, dat was een heerlijk hoofdstuk in hoofdstuk 5 van het jaarverslag, waardoor een flexibele samenwerking tussen ambtenaren en de secretarissen van de bezwaarschriftencommissie 255 van de 295 ingediende TOZO-procedures ambtelijk geregeld zijn. Dat is eigenlijk een heerlijk hoofdstuk als het gaat over de interne organisatie wat wel kan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12266376/2