05-25 Transcript commissie Bestuur 25 mei 2022
Tekst van het document
18
Mevrouw Haan: Goedenavond. Mijn naam is Antoinette Haan. Naast mij staat Stella. Wij zijn Haarlem for Ukraine. Opgericht sinds het uitbreken van de oorlog, dus al op 1, 2 maart. Stella zit in het bestuur en is Oekraïens. Onze organisatie bestaat voor 75 procent uit Oekraïners, de meeste met een hoge opleiding. Vluchtelingen zijn intussen ook actief als vrijwilliger bij onze stichting. Wij hebben twee ontmoetingscentra en de stad. Dat is het badhuis op Leidseplein. Daar hebben we drie keer per week lunch kitchen van twaalf tot twee. Daar krijgen de vluchtelingen gratis maaltijden gesponsord door een aantal organisaties, zoals Toko Nina. Daar eten ze, maar dan krijgen ze ook informatie over hoe je aan werk komt, CV moet schrijven, taal. Eigenlijk vergelijkbaar met wat Razom doet qua hulp en ook psychologische hulp. Daar waar het kan, want er zijn weinig Oekraïense psychologen en ze praten graag in hun eigen taal. Daarnaast hebben we de Immanuelkerk in Haarlem Noord. Daar worden heel veel activiteiten georganiseerd. Ik raad u aan om te kijken bij www.haarlomforukraine.nl. Daar ziet u de evenementenkalender en dagelijks is daar iets te doen. Mensen kunnen daar naartoe gaan, kinderen kunnen er dansen, lezen, pubers kunnen er samen komen. Er gebeurt van alles. Los daarvan organiseren wij zelf activiteiten. Zo is er net een groep van 150 kinderen naar de Linnaeushof gegaan.
We hadden afgelopen zondag de grootste band van Nederland. De ijsbaan, wellicht heeft u daarvan gehoord. Ons team van vrijwilligers bestond uit acht Haarlemmers en vijftien Oekraïners, nu zeventien. Dus we waren met een team van 25. We hebben heel veel geld opgehaald voor de familie van Stella. Nou ja, niet alleen haar familie, nee, nee, nee, ik ga het toelichten, niet alleen jouw familie, maar zo gaat het wel. De mensen hier zitten in de problemen, maar ze hebben hun familie thuis. Stella haar broer werkt in Dnipro in een ziekenhuis. Tenminste, zijn vriend is daar chirurg. We hebben zoveel geld ingezameld dat we daar apparatuur voor hebben kunnen kopen. En u moet zich voorstellen, afgelopen maandag in het journaal, Sander van der Hoorn, misschien heeft u het gezien, de soldaten die daar met geamputeerde benen liggen en geen protheses kunnen krijgen. Wij hebben nu dus apparatuur voor Dnipro. Dat ligt aan de frontlinie. Dus we zijn bezig voor de Haarlemmers hier, de Oekraïense Haarlemmers, en de Oekraïners in het buitenland, in hun thuisland. Het is een enorm krachtige, ongelooflijke situatie en ik ben een van op een handje te tellen Haarlemmers die daaraan meedoet. Dus ik wil heel graag support van de gemeente en ook graag financieel als het kan.
Zo’n voorstel hebben wij nog niet ingediend, maar zoek nog met ons een extra locatie, want de Immanuelkerk, wij weten niet hoe lang dat nog kan. Wij hebben ruimte nodig, ook nog voor scholen. Er komt een debat in de Pletterrij op dinsdag 14 juni. Dan gaan wij praten over het onderwijs. We hebben al een weekendschool. Daar kon iedere zondag een team van 75 kinderen les krijgen van Oekraïense juffen en er is een wachtlijst van nog talloze. Spreektijd is over. De voorzitter: Ja, keurig, mevrouw Haan. Goed gedaan. En u kunt iets verder van de microfoon af spreken. Mevrouw Haan: Oh sorry, ik galm. De voorzitter: Nee, dat kunt u niet weten. En als u het knopje even wilt indrukken en u mag het weer indrukken als u antwoord wil geven op een vraag. Mevrouw Haan: Ik ben heel slecht met techniek. Welk knopje? De voorzitter: Het rechterknopje. Ja. Goed, zijn er vragen aan mevrouw Haan? Ja, mijnheer Abbasi. De heer Abbasi: Ja, dank u wel. Ook u natuurlijk, enorm veel waardering voor wat u doet. En u zei het zelf al, hij heeft nog geen voorstel ingediend bij de gemeente voor financiële ondersteuning. Is er wel bij u bekend hoe dat moet? Is de communicatie vanuit de gemeente daar helder en duidelijk over?
19
Mevrouw Haan: Het punt is een beetje, en dat is geen verwijt naar de gemeente, maar wij realiseren ons dat de gemeente een taak heeft gekregen van de rijksoverheid en dat u de formele weg bewandelen. Dus dat de gelden ook besteed moeten worden zoals de rijksoverheid dat vertelt op het gebied van onderwijs en heel veel terreinen. Dus we weten dat die formele weg echt anders is dan het particulier initiatief. Daar is ook gesproken over met Razom en de gemeente. Sorry, Razom. We zijn gewoon samen. Met Haarlem for Ukraine en de gemeente. Het allerliefste willen wij, hoeven niet per se gesprekspartner te zijn in de zin van continu om de tafel met elkaar, maar wel graag een keer de afdeling onderwijs een keer met de weekendschool, om maar een voorbeeld te noemen. Dus om eerlijk te zijn, die financiële vraag hebben wij nog niet neergelegd, omdat we weten dat de stromen vanuit de rijksoverheid anders verlopen dan wij als particulier initiatief graag ingezet zouden willen. Maar we staan er uiteraard enorm open voor als er ruimte is om de gelden van de rijksoverheid misschien ook te delen of anders in te richten, zodat het ook aan ons en aan Razom, want nogmaals we zijn nu twee sprekers, maar we hebben allemaal dezelfde doelgroep en dat zijn de Oekraïners. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Haan. Zijn er nog vragen? Ja, mijnheer Van den Raadt.
De heer Van den Raadt: Ja, wij gaan mevrouw, dank u wel ook, namens iedereen natuurlijk. We gaan straks over het stuk praten. In dat stuk staan mooie dingen wat er allemaal is. Onderwijs, kinderopvang, dat je overal terecht kan tot twaalf jaar, vier tot vijf kunnen weer daar terecht, taalklas. Dat komt u allemaal bekend voor of bent u daarmee bekend? Want als ik dit allemaal lees, dan denk ik nou, het is fantastisch hoe het hier gaat in Haarlem. Mevrouw Haan: We zijn op de hoogte van een aantal initiatieven. Afgelopen dinsdag ben ik inderdaad bij de Pletterij geweest, omdat we het onderwerp onderwijs op de agenda willen zetten voor een debat. Dan blijkt dat de weekendschool zelf niet goed op de hoogte is van de internationale schakelklas, de ISK, en de andere afdeling. Het is ook zo dat heel veel Oekraïense kinderen toch die weg niet weten te vinden. Er zijn heel veel kinderen toch thuis bij hun moeder. Pubers die volgen vaak online lessen vanuit huis, gewoonlijk op hun eigen middelbare school. Dus het aanbod is er, maar de concrete invulling daarvan, maar we houden ten goede, heel precies weet ik niet, maar ik hoor geluiden dat er initiatieven zijn vanuit de overheid maar dat ze elkaar nog niet goed kennen. Dus we moeten daar echt met elkaar om de tafel. Vandaar dat ik net als voorbeeld gaf van de ambtenaar voor onderwijs.
Graag met hem op tafel zodat wij als Haarlem for Ukraine en dus de kinderen van de Oekraïense vrouwen weten waar ze moeten zijn. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog verdere vragen aan mevrouw Haan? Ja, mijnheer Smit. De heer Smit: Het is een, meerdere opmerkingen. Straks gaan we praten over de beschikbaarheid van middelen om de Oekraïense mensen te helpen op veel gebieden. De voorzitter: Mijnheer Smit, u bent wat moeilijk … Ja, ik snap dat het lastig is. De heer Smit: Ja, dan kijk ik de verkeerde kant op. En dat betekent dat OPH aan de burgemeester zou willen vragen welke mogelijkheden er zijn om die link tussen u met uw achterban van Oekraïense mensen en de opdracht die de gemeente heeft zo kort mogelijk en zo duidelijk mogelijk te maken? De voorzitter: Ik ben het volkomen met u eens. Dan wil ik u hartelijk bedanken allemaal voor het inspreken en voor uw komst hier naartoe. U mag blijven zitten bij de behandeling van dit onderwerp. Zou ik u eigenlijk misschien wel aanbevelen, want het gaat erover. Dus blijft u vooral zitten. Dan gaan wij over tot de behandeling van dit onderwerp, agendapunt acht. Budget opvang Oekraïners Haarlem. Ik zal hem even heel
20
kort inleiden. De veiligheidsregio Kennemerland moet zorgen voor tweeduizend gemeentelijke opvangplaatsen voor Oekraïense vluchtelingen. Haarlem is een van de grootste gemeente in de VRK en heeft met de regio afgesproken 590 gemeentelijke opvangplaatsen te realiseren. De opvang voor vluchtelingen betekent in de eerste plaats dat de gemeente zorgt voor de basisvoorzieningen. Ook hebben de vluchtelingen onderwijs, zorg en inkomen nodig. Daarnaast verstrekte gemeente leefgeld en een woontoeslag aan vluchtelingen die onderdak hebben gevonden bij particulieren gastgezinnen. Door de regering is aangekondigd dat burgemeesters hiervoor de nodige financiële middelen zullen ontvangen. Waarom behandelen wij dit stuk? Want het Rijk heeft inmiddels besluitvorming geautoriseerd dat hen rechtvaardig is de noodzakelijke kosten daarvoor te maken, zonder dat daarvoor een besluit van de gemeenteraad nodig is. Uit het oogpunt van transparantie en zorgvuldigheid heeft het college besloten om met dit raadsvoorstel toch aan de gemeenteraad een budget te vragen om de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne voorlopig te bekostigen. Het gaat hier volgens het college om noodzakelijke uitgaven. Wie mag als eerste het woord geven op dit onderwerp? Mijnheer Slik, gaat uw gang. De heer Slik: Ja, ik ben nog een beetje onder de indruk van de insprekers, wat ze doen en wat ze willen.
Dat is alleen maar bewonderenswaardig. Ik vind het goed dat ook gewoon de gemeentewebsite, haarlem.nl/Oekraïne er is. Alleen dan vraag me wel meteen af, waarom is die informatie er niet in het Oekraïens? Want ik dacht, nou, ik vind het wel mooi dat, dit zou dan zo’n plek moeten zijn waar dus iedereen in ieder geval weet waar die zijn informatie kan vinden. Het hoeft niet allemaal hier te staan. Maar goed, dat vroeg ik me dus af. Haarlem is een gastvrije stad en het hoort gewoon ook zo te zijn, je moet gewoon opvangen met open armen. Dat doe je gewoon. Ja, zoals in het stuk staat, niemand weet hoe de oorlog zal verlopen en de kans bestaat dat er onnodige kosten zijn gemaakt of dat niet alle gemaakte kosten door het Rijk worden vergoed. En daar staat tegenover dat de regering heeft toegezegd dat de gemeenten er niet op achteruitgaan. Nou ja, dat is dan het formele stukje van dit agendapunt. Dat is het een daar is de ChristenUnie tevreden over. En ja, dat is het ook wel. De voorzitter: Dank u wel. Ja, mevrouw Peetoom. Gaat uw gang. Mevrouw Peetoom: Ja, dank u wel. Ik ben inderdaad een beetje geraakt door de insprekers vanavond omdat mijn … Mijn eerste opmerking zou zijn geweest, of is, dat dat een heel duidelijk kostenoverzicht is voor de opvangplekken en de bijkomende kosten voor de zes maanden periode.
Maar ik denk dat er inderdaad nog wel een gat tussen het vraag en aanbodverhaal, als ik de insprekers hoor. Er is wel geld, maar de communicatie over hoe daar aan te komen en hoe zijn de regels en zijn die op elkaar afgestemd, ik neem aan dat andere mensen daar ook nog een vraag over gaan stellen. Jouw Haarlem had eigenlijk meer vragen over de opvangplekken zelf, met name het onderdeel van de semipermanente plekken. Dus zeker nu de crisisopvang en de bijzaal deze week is ingezet en er dus een doorstroming mogelijk moet zijn op korte termijn. In de semipermanente opvangplekken zitten ook de grote aantallen. Van de containerwoningen 120 is de locatie nog niet bekend en het beoogde kantoorpand, ook 120 opvangplekken is nog in onderhandeling. Dus wij vragen ons af in hoeverre dat Haarlem voldoende op middellange en lange termijn de opvangplek in kan garanderen. Want het een is nog in onderhandeling, het ander is nog niet bekend. En daar zouden wij graag wat meer informatie over krijgen. Wat is de stand van zaken over de semipermanente opvangplekken? Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Peetoom. Mijnheer Smit. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Even terugkijken naar wat er destijds hebben gepresteerd in de koepel met de opvang van heel veel vluchtelingen. Toen is er denk ik een hele goede interactie geweest
21
tussen vrijwilligers, het COA en de gemeenten. Dat gevoel heb ik. En ik vraag ook aan de burgemeester om nu aan te geven hoe inderdaad een slimme inzet vanuit de gemeente, ambtelijke inzet, ertoe kan leiden dat de groep mensen die hier vertegenwoordigd wordt waarmee de lijn dus heel kortgesloten kan worden, hoe die inderdaad zo effectief mogelijk geholpen kunnen worden bij het aanbod dat dit moment staat en anderzijds met dat wat er misschien een aanbod niet is, maar wel nodig is, op laagdrempelige manier gefinancierd zou kunnen worden. Dat is de vraag aan de burgemeester. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Smit. Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Dank u wel, voorzitter. Even kijken. Maar ja, hartstikke goed dat die mensen worden opgevangen. Heel mooi dat ze bij particulieren worden opgevangen. Dat was ook het idee van Trots Haarlem, omdat dat veel sneller gaat en als we de berekeningen zien ook veel goedkoper is. Ik schrok eigenlijk wel van al die bedragen, want als het uitrekent en je ziet dan wat het kost als het door de gemeente wordt opgevangen, dan kom je op 36.406 euro persoon per jaar. En als je dan bij de particulieren gastgezinnen kijkt en dan zou je misschien nog die woontoeslag meerekenen, dan kom je op 4800 per persoon per jaar.
Dus kunt u verklaren waar dat enorme verschil vandaan komt? Ongeveer een verschil van 29 duizend euro per persoon per jaar. En dan hebben wij daar ook de vraag over dat, als er toch zoveel goedkoper is bij die particulieren gastgezinnen, dat zijn er niet alleen beloond worden door niet gekort te worden op toeslagen zoals in het stuk staat, maar dat ze dan misschien ook gewoon iets extra’s krijgen. Ik bedoel, als we 29 duizend euro per persoon winst kunnen maken, dan zou ik zeggen, geef die mensen negenduizend euro per jaar. Want als zij een Oekraïner opvangen, dan houden we nog steeds twintigduizend euro over. Het is tenslotte wel belastinggeld waar we het over hebben. Dan … De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, u heeft een interruptie van mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel voorzitter. Pleit u nu eigenlijk voor een verdienmodel maken voor het opvangen van vluchtelingen? De heer Van den Raadt: Ik heb altijd gepleit voor het systeem van Onder de Pannen. En bij Onder de Pannen krijg je ook geld als je een economisch dakloze opneemt. Dat klopt. Wij hebben ook vragen over die semipermanente opvang, want wat gebeurt er als dat, inderdaad over die plekken. Er wordt gesproken van een paviljoen. Waar staat dat? Die 120 containers, waar komen die? Een kantoorpand, waar is dat? Allemaal een beetje vaag. En dan die buurt wordt geloof ik pas geïnformeerd als echt alles rond is.
Kunnen die wat eerder geïnformeerd worden? Of moeten die per se op het laatste moment geïnformeerd worden? Even kijken. We vinden het goed dat die mensen dus die mensen thuis opvangen niet gekort worden op toeslagen, maar we zien graag dat ze daar misschien dan nog voor beloond worden, omdat het in totaal qua kosten veel lager is. Dan hebben we het over die regionale coördinator die gehuurd wordt. In het begin dat hij wordt genoemd, wordt er geen bedrag genoemd. Maar naderhand lezen we, regionale kosten inhuur taskforcemanager de regisseur, adviseur, ondersteuner. Ik neem aan dat dat allemaal dezelfde persoon is. We hadden ook misschien nog kunnen toevoegen mens en of man, vrouw. Dan lijkt het of er over vijf personen gaat, maar dat kost dan 170 duizend euro. Dat vonden wij eigenlijk wel wat veel. Kan dat niet wat minder? En dan overige kosten. Nou, daar weg net door de insprekers ook al over gesproken, want u zegt van kinderopvang, leerlingenvervoer, sport en cultuur. Daarvan weten we nog niet hoeveel dat gaat kosten. U gaat ervan uit dat de overheid dat allemaal betaald en dat we alles terugkrijgen. Dat hopen wij ook verwachten natuurlijk, dat dat zo is. En dan hebben we het aan het eind van het stuk over traditionele opvangplekken. Er wordt nog om 25 duizend traditionele opvangplekken gevraagd.
Hoeveel gaan daar naar Haarlem? Want in het begin van het stuk staat natuurlijk dat we er 590 opvangen, maar Trots Haarlem neemt aan dat het voor
22
één jaar is. Als deze oorlog nog vijf jaar duurt, gaan we dan elk jaar 590 plekken aanbieden? En het blijft natuurlijk een beetje raar dat we dan particuliere opvang niet meetellen, terwijl dat er al 497 zijn. Dus dat zou uiteindelijk kunnen leiden dat er dus als dat allemaal bij elkaar optelt, voor dit jaar hebben we het dan over 1087 mensen. Nou, laten we eens in het slechtste geval ervan uitgaan dat die mensen niet snel naar huis kunnen. Hier allemaal asielprocedure ingaan en dan hier graag in Haarlem willen blijven wonen omdat ze hier in Haarlem zitten. Wat voor effect heeft 1087 mensen op de wachtlijsten voor de sociale huurwoning? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Raadt. Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel voorzitter. Ik zag vorige week een toch wel intens treurig bericht dat er wereldwijd nog nooit zoveel miljoenen mensen op de vlucht zijn geslagen voor oorlog en geweld dan dit jaar. En de oorlog in Oekraïne, we hoorden er al verhalen over van de mensen die zich ermee bezighouden en de beelden die we elke dag weer te zien krijgen is natuurlijk hartverscheurend. En ik kan me eigenlijk ook niet voorstellen hoe het is voor mensen die daar nog zijn, maar ook voor de mensen die hier zijn en met hun gedachten nog bij hun familie zitten. Ik ben er trots op dat wij een gastvrij Haarlem zijn en honderden vluchtelingen opvangen.
En ook op het feit dat mensen in deze stad hun eigen huis hebben opengesteld om mensen op te vangen. En in dit stuk wordt de raad gevraagd om een budget van ruim twaalf miljoen euro voor te schieten, want we worden vergoed door het Rijk, om voor een periode van zes maanden opvang te regelen. Ik denk in alle eerlijkheid dat we er wel vanuit kunnen gaan dat daar nog wel een periode van een paar maanden of zelfs langer achteraankomen. Dus ik ben in dat opzicht blij te lezen dat een deel van de contracten voor de opvangplekken voor een langere periode dan die zes maanden wordt afgesloten. Ik heb nog wel wat vragen aan de burgemeester. We richten ons in Haarlem op het creëren van die 590 plekken. Daar zijn we, als ik de tabel in het stuk goed heb gelezen, nog lang niet. Worden alle plekken die we wel hebben gerealiseerd inmiddels gebruikt? En hoe komen we, indien nodig, aan nog meer plekken? En deze groep vluchtelingen die in Nederland door particulieren worden opgevangen gaat in de meeste gevallen gelukkig heel goed. Er zijn helaas wel gevallen bekend in andere steden ook van gastgezinnen die dit toch helemaal niet aankunnen, maar ook gevallen van uitbuiting en ik weet niet of je hier signalen van hebben in Haarlem.
Maar hoe houden wij vanuit de gemeente zicht op en contact met deze groep mensen? Hoe borgen wij de positie en de veiligheid van deze vluchtelingen? En is er dan een plek voor deze mensen, dan wel gezinnen, in de opvangplekken die de gemeente regelt? En het is wat D66 betreft heel goed dat kinderen ook een plek krijgen bij de kinderopvang en op school en dat we goede toegang tot zorg bieden voor jong en oud. De voorzitter: Mevrouw Çimen, heeft een interruptie van de heer Van den Raadt. Mevrouw Çimen: Mag ik nog één vraag stellen? Dan is dit stukje afgerond. De voorzitter: Vraag maar. Mevrouw Çimen: Is er ook een verantwoordelijkheid voor de gemeente om deze groep vluchtelingen te helpen aan een Nederlandse zorgverzekering? Want daar lees ik nu eigenlijk helemaal niks over. Kan de burgemeester daarop ingaan? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, dank voor de laatste toevoeging. Dat was ik nog vergeten te vragen. Maar die eerste vraag die ik wil stellen aan u is dat u zegt inderdaad, die 590 plekken zijn nog niet vol. We hebben er 497 nu altijd particulieren. In het stuk staat ook voor een ja, het is niet helemaal zeker of dat natuurlijk altijd
23
helemaal goed gaat. Zouden we dan niet een beetje een buffer moeten houden om die opvang van particulieren waren het niet goed gaat dan naar de gemeentelijke opvangplek te hebben? Of zegt u liever, we doen 590 helemaal vol en als het dan bij die 497 de helft niet goed gaat, dan zit je met de gebakken peren? Mevrouw Çimen: Ja, ik kan het in alle eerlijkheid niet helemaal goed inschatten, omdat ik nu ook gewoon nog niet weet hoe groot de groep is die hier via landelijk eigenlijk hiernaartoe komt. En de mensen die een particuliere situaties zijn opgevangen, ja, het blijft toch altijd een beetje gissen en erachter komen, hoe doen we dat? Ik denk wel dat het goed is om toch iets van een buffertje te hebben in de zin van plekken achter de hand voor het geval deze situaties zich wel voordoen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Çimen. Oh, toch nog een klein stukje. Gaat uw gang. Mevrouw Çimen: Gaan wij ook inzetten op het aan het werk of vrijwilligerswerk helpen van volwassenen? Zodat ze de komende maanden ook een netwerk kunnen gaan opbouwen en kunnen gaan meedraaien in Haarlem. Zoals we ook van de insprekers hebben gehoord, goede communicatie en informatievoorziening is noodzakelijk om dit alles in goede banen te leiden. En hoe zet het college hierop in in de komende periode? En voorzitter, tot slot.
Met elke vluchtelingenstroom wordt er gesproken over de terugkeer van vluchtelingen naar land van herkomst zodra het conflict is beëindigd. Maar we zien iedere keer weer het grootste deel van de groep om zeer terechte en begrijpelijke redenen toch blijft in het land waar ze asiel of onderdak hebben gekregen. En werken wij in Haarlem ook al aan het scenario dat mensen zich hier definitief gaan vestigen? Dank u wel. De voorzitter: Nog een interruptie op mevrouw Çimen? Gaat uw gang, mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, want u was er net een beetje verbaasd over, mijn voorstel. Ik bereken dat er 29 duizend euro goedkoper is als het in die gastgezinnen gebeurt. U weet zelf ook wel dat ze weinig plekken hebben. We kunnen onze eigen mensen niet eens een sociale huurwoning geven of opvangplek. Vluchtelingen ook niet eigenlijk, of slecht. Als je die dan niet dat we gewoon mensen die zo aardig zijn deze mensen gewoon op te vangen niet alleen maar dan de beloning geven nou, je wordt in ieder geval niet gekort op je uitkering of je toeslag, maar dat we daar gewoon iets financieels tegenoverstellen. Ik bedoel, uiteindelijk zou je dan veel meer mensen kunnen opvangen en dan is het voor iedereen. Die mensen worden opgevangen, die andere mensen krijgen er nog iets beloning voor misschien die hoge gasprijs vertegenwoordigd te betalen. De voorzitter: Mevrouw Çimen.
Mevrouw Çimen: Ja kijk, volgens mij nemen mensen geen vluchteling in huis omdat ze daar iets aan willen verdienen natuurlijk. Dat ze niet worden gekort op hun voorzieningen als van het UWV of van de SVB of een zorgtoeslag of huurtoeslag, dat lijkt me meer dan redelijk. En of dit een structurele situatie is, dat is natuurlijk ook maar de vraag. Ik bedoel, als je ook gewoon kijken naar je eigen situatie. In hoeverre kun je nou langdurig een heel gezin erbij opnemen? Dus ja weet je, daar moeten we ook vooruitgaan. Als mensen een manier zijn en hier blijven, dan is dit op lange termijn denk ik ook niet een hele realistische aanpak. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Ja nou, dank je wel. Dank u wel, voorzitter. Er is al heel veel gezegd. Ik sluit me heel graag aan bij het betoog van D66. Dank voor het stuk, burgemeester. Is goed dat er ook voorziening wordt getroffen. Dat zeg maar voor de opvang van de vluchtelingen, en nood breekt wet wat dat betreft. Haarlem is en blijft
24
een gastvrije stad. Er zullen wat kosten dienen te worden gemaakt voor de opvang en we gaan er nu vanuit dat die ook gecompenseerd worden door het Rijk. En ik ben ook wel onder de indruk van de insprekers en communicatie is dus heel belangrijk weet ik. En zeker als het gaat over om de samenwerking te kunnen organiseren, tenminste het op de hoogte stellen van elkaars bestaan en elkaar kunnen versterken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Abbasi. De heer Abbasi: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, in alle eerlijkheid, ik zit hier vanavond wel met een dubbel gevoel. Want ja, aan de ene kant ben ik heel blij om te zien dat wij als Haarlem, Nederland en Haarlem specifiek, heel gastvrij zijn en open zijn. En mensen die als vluchteling hiernaartoe komen willen opvangen. Maar tegelijkertijd is de aanleiding waarom die mensen hiernaartoe komen is natuurlijk verschrikkelijk. Ik lees dagelijks de krantberichten, je ziet de verschrikkelijke beelden die nog steeds gebeuren. En het gebeurt nog steeds en daar voel ik wel wat bij. En dat vind ik heel erg. Tegelijkertijd zie ik dus allerlei initiatieven vanuit de gemeente, maar ook particuliere initiatieven om die mensen te helpen. En dat doet mij deugd, daar ben ik echt heel blij om. Maar ik heb wel een vraag aan de burgemeester.
Want ik begreep dus dat vanuit de technische vragen die ik gesteld had dat Haarlem Effect een coördinerende rol gaat spelen of aan het spelen is met het oppakken van dergelijke particuliere initiatieven. En ik zag ook in het stuk dat daar 20 duizend euro voor beschikbaar is. Dat is een schatting las ik, maar ik zou wel graag willen weten of de twee insprekers, of deze twee initiatieven dan met Haarlem Effect contact kunnen opnemen om te kijken of zij financiële compensatie kunnen krijgen voor wat ze aan het doen zijn. En als dat niet zo is, dan zou ik toch echt willen vragen om dit soort aanvragen prio te geven. Laten we deze mensen helpen. Het hoeft helemaal niet zo duur te zijn, we kunnen het gewoon doen met kleinere bedragen. Maar alle kleine beetjes zullen helpen. En ja, nogmaals het feit dat vanuit de mensen zelf zoveel initiatief wordt genomen om mensen die vluchten voor oorlog en voor geweld te helpen, dat moeten we koesteren. En daar moeten we mee doorgaan, want Haarlem is een gastvrije stad en dat blijft het ook. Maar laat daar dan ook wel enigszins een financiële compensatie tegenover staan. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik zal niet herhalen wat er al gezegd is. Ook wij zijn onder de indruk van de initiatieven die particulieren nemen, die organisaties uit de grond stampen.
En allerlei spullen, waaronder zelfs ambulances en andere dingen, medische instrumenten sturen. Tegelijkertijd, we hebben het over de opvang hier in Haarlem. De particuliere opvang, we moeten ons wel realiseren dat de spanningsboog voor opvang van Oekraïners in je huis kort is. Als het langer dan een halfjaar gaat duren, dan heb je kans dat daar allerlei conflicten kunnen ontstaan of in ieder geval allerlei wrijvingen, laat ik het zo zeggen. Wrijvingen kunnen ontstaan. Want het is logisch, je hebt gasten in je huis en dat is met alle goede bedoelingen, dat is fantastisch. Maar als je dat een jaar lang moet doen, dat is iets anders dan drie maanden. En daarom hoop ik dat de gemeente toezicht daarop wil houden of in ieder geval een vinger aan de pols wil houden hoe dat gaat bij die gezinnen die opgenomen zijn. Daar moet ook geld heen en 20 duizend euro is niet heel veel geld, als het gaat over zoveel opvangplekken. Dus ik zou de burgemeester willen vragen of daar naar dat budget gekeken kan worden. En ik zie ook voor na de zes maanden zie ik problemen opdoemen. De oorlog is over vier maanden niet voorbij of over drie maanden. Helaas is dat zo, moeten we constateren. En dat betekent dat de problemen in de stad met de vluchtelingen diverser zullen zijn. De mensen gaan steeds meer hun plek zoeken, de mensen merken ook dat ze aan deuren kloppen waar ze geen gehoor krijgen.
Dus daar ontstaan allerlei situaties. Ik hoop en ik vraag ook aan de burgemeester of ze daarop willen gaan voorsorteren en ook degelijk zich willen realiseren dat de impuls van het moment moet veranderen in een lange termijn
25
inspanning. En dat gaat niet vanzelf. En ik lees in het stuk allemaal goede dingen, ik ben trots op Haarlem dat we 590 plekken opvangen, dat we eigenlijk bijna net zoveel particulieren hebben die zich inzetten. Dat we organisaties hebben die zich tot het uiterste toe inspannen om de mensen te helpen. Ik kan niet anders zeggen dat we daar zeker als GroenLinks, maar ik zeker, heel erg trots op zijn. Maar ik voorzie dat de uitgaven die we nu doen klein zijn in verhouding tot wat ons te wachten staat. En ik hoop dat de burgemeester daar ook landelijk gezien aandacht voor blijft vragen, want ik merk dat veel mensen die ik spreek niet over een termijn van na over de zomer heen kijken. En dat maakt me zorgen. Dus ik deel die zorgen graag met u en ik vraag of u daar aandacht voor wil vragen. En ook een realistische schatting neer te leggen of bij het Rijk te vragen voor het komend jaar en de komende twee jaar, hoe we ervoor zorgen dat de mensen die de oorlog ontvluchten een goede plek kunnen krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Doel. Mijnheer Alberts. De heer Alberts: Dank u wel, voorzitter. Het is altijd goed om te zien dat mensen kunnen bijdragen aan steun bij een verschrikkelijke situatie. Fijn dat er geholpen wordt. Verder hebben wij een vraag over de verduidelijking van een vraag uit het raadsstuk.
U heeft het in het raadsstuk over het vooruitlopen op de Rijksbijdrage voor Oekraïense vluchtelingen. Kunt u aangeven of er wat dit betreft al concrete toezeggingen zijn geweest vanuit het Rijk? Zoals een verhoging van de betreffende bijdrage die de gemaakte kosten voor 100 procent zal dekken. FVD wil graag op de hoogte gesteld worden of er uiteindelijk op enig vlak ook gemeentegeld naar de Oekraïense opvang in onze gemeente gaat. En zo ja, heeft u een indicatie hoeveel? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. Veel is al gezegd, veel daarvan deel ik ook. De VVD steunt in ieder geval alle inspanningen die door dit college worden gedaan om 590 Oekraïense vluchtelingen te kunnen opvangen. Dat is heel mooi en daar wordt heel hard aan gewerkt blijkt ook uit het stuk. We kijken natuurlijk altijd verder dan onze gemeentegrens. Dus ik zie ook dat dit past binnen in totaal tweeduizend opvangplaatsen in de regio. Ik had nog niet gehoord de vraag, maar kan de burgemeester ook een beeld geven over hoe het met die andere 1410 opvangplaatsen dan staat? Wij doen ons best en hoe zit dat bij anderen? Eigenlijk ook niet heel concreet gehoord de vraag of het college bereid is om met de Razom en Haarlem for Ukraine om de tafel te gaan zitten en te zien waar we als gemeente van hen kunnen leren bij het ondersteunen van Oekraïners.
En binnen de mogelijkheden ook zouden kunnen samenwerken. Dus dat even als expliciete vraag. En mijnheer Abbasi ging er al op in, de kosten voor de maatschappelijke ondersteuning die door de gemeente wordt gegeven die staat op 20 duizend. Die is niet onderbouwd, die lijken me in ieder geval laag. Dus ik vroeg me af: hoe komen jullie aan dat bedrag? En in navolging van jouw vraag denk ik ook: is die beschikbaar voor initiatieven zoals we net hebben besproken? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja, voorzitter. Eerst woorden van waardering. Waardering voor de initiatiefnemers, de insprekers. Waardering voor de gastgezinnen die Oekraïners opvangen. Waardering voor het college voor de slagvaardige wijze waarop geacteerd wordt. Dat geldt niet alleen voor de opvang van de Oekraïners, maar ook nu onlangs het ter beschikking stellen van de Beineshal voor asielzoekers. Daar waar andere gemeentes zich toch soms veel minder gastvrij tonen voor asielzoekers, toont Haarlem toch weer die gastvrije gemeente te zijn. En ik denk dat daar complimenten voor het college passen. Ook complimenten voor het Rijk dat er snel duidelijkheid wordt gegeven in financiële zin, zodat gemeentes weten waar ze aan toe zijn en slagvaardigheid
26
kunnen betrachten. Ik sluit mij aan bij de vraag van de VVD als het gaat om maatschappelijke ondersteuning en kinderopvang. In de beantwoording van de technische vragen staat: ja, de gemeente maakt nu nog geen kosten hiervoor. En er is eigenlijk wel een wens en een vraag vanuit de insprekers. En is het nu zo dat er beperkingen zijn vanuit het Rijk voor de besteding van Rijksgelden om particuliere initiatieven te ondersteunen? Want dat lijk ik te horen bij de insprekers. Zijn daar beperkingen of kunnen we gewoon de handen ineenslaan als gemeenten en particuliere initiatieven voor het goede doel en daarvoor de middelen inzetten? En dan lijkt de raming van die 160 duizend euro toch wel erg voorzichtig. Voor zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klaver. Mevrouw Van den Broek. Mevrouw Van den Broek: Ja, een beetje in navolging van mijnheer Klaver. Ik zag ook bij maatschappelijke ondersteuning dat het gaat om mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Dus ik vroeg me een beetje af: wat betekent dat, niet zelfredzaam? Juist omdat heel veel maatschappelijke organisaties dat gat vullen, van met name ook die dagbesteding. En ik had ook wel een beetje behoefte aan voor de uitsplitsing van alle taken die de maatschappelijke organisatie moet doen versus de taken die de gemeente doet.
En zitten we op elkaars stoel of vullen we elkaar aan? Daar had ik ook wel behoefte aan wat duiding aan, juist omdat er zoveel spontaan gebeurt. Toen dachten we wel van: wie moet nou wat uitvoeren? Dus daar ook nog graag wat verduidelijking over. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Otten. Mevrouw Otten: Ja, nou ja, er is al heel veel gezegd. En natuurlijk moeten we in Haarlem gastvrij zijn voor mensen die in nood zijn. Maar Hart voor Haarlem wil wel heel graag weten van de lange termijn, wat gaat er gebeuren met de mensen na een halfjaar of na langer of als de situatie daar weer veilig is? En naast alle ondersteuning door de vrijwilligers, waarvoor echt grote bewondering, vraag ik me ook af of de gemeente een rol kan spelen in het helpen naar werk. Want ik heb begrepen dat heel veel Oekraïners willen werken. Ik zie ze ook al werken, ik werk bij de NS zoals jullie weten. Op stations zie ik ze al werken. En ja, heel veel mensen worden daar heel blij van, maar wellicht dat daar een ambtenaar zich mee zal bezig kunnen houden. Dank u. De voorzitter: Er is een interruptie van mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. Mevrouw Otten die vraagt zich af: wat gaat er gebeuren met de Oekraïners op het moment dat het weer veilig is en dergelijke. Wat zou mevrouw Otten zelf willen dat er zou gebeuren met die Oekraïners? De voorzitter: Mevrouw Otten.
Mevrouw Otten: Nou ja, ik vind dat we dat geld niet alleen voor Oekraïners. Ik vind dat we kritisch moeten kijken naar mensen die hier blijven als het land weer veilig is, omdat we ook aan onze eigen inwoners in Haarlem moeten denken en we een enorm woningtekort hebben. Dus ja, goed, ik wil daar gewoon een kritische blik bij houden en een feitelijk antwoord hebben. De voorzitter: Nog een vervolgvraag van mijnheer Van Kessel. Gaat uw gang. De heer Van Kessel: Ja kijk, nu hoor ik u toch problemen op het gebied van de woningmarkt hoor ik u zal ik maar zeggen uitleggen over de rug van mensen uit de Oekraïne. Kunt u zich ook voorstellen dat mensen daar aanstoot aan nemen, dat de Oekraïner zullen we maar zeggen daar van de schuld zouden kunnen krijgen, of
27
vluchtelingen. Terwijl het echte probleem natuurlijk is dat het collegebestuur niet voldoende woningen in Haarlem heeft kunnen bouwen. Mevrouw Otten: Mijnheer Van Kessel, volgens mij is het nog geen campagne en legt u me nu allerlei woorden in de mond. U kent mij goed genoeg om te weten dat ik een zeer warm en hartelijk mens ben. En zeker niet over de rug van vluchtelingen dit ga vragen. De voorzitter: Nog een allerlaatste interruptie dan, mijnheer Van Kessel. Gaat uw gang. De heer Van Kessel: Nee, maar mijn vraag is natuurlijk wel: waar wil u dan met uw vraag heen? U vraagt: wat gaat er dan gebeuren met die Oekraïners? En u maakt zich zorgen over zullen we maar zeggen de Haarlemmers en de problemen die die hebben. Maar waarom brengt u dat in deze context op tafel? U zegt tegen mij dat het geen campagne is, maar u bent zelf degene die de link maakt tussen vluchtelingen en problemen op het gebied van de woningmarkt. Niet ik. Mevrouw Otten: Wat ik zeg denkt u waarschijnlijk. De voorzitter: Mijnheer Abbasi. De heer Abbasi: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de vluchtelingen die zijn niet het probleem van de woningmarkt, maar dat even in het midden.
Bent u bekend, mevrouw Otten, met het feit dat wij in Nederland ook hier in Haarlem, want dat hebben we net besproken, een enorm tekort hebben aan arbeidskrachten? En vooral mensen die hoogopgeleid zijn, zoals heel veel vluchtelingen uit de Oekraïne. Zouden die daar niet bij kunnen springen als ze blijven? Mevrouw Otten: Ja, ik heb geen zin om mij dingen toegeschoven te krijgen die ik niet zo bedoel. Wellicht heb ik me dan verkeerd uitgedrukt. Ik zit hier voor alle Haarlemmers en voor alle mensen die in Haarlem wonen. En dat zijn ook vluchtelingen uit welk land dan ook. Daar zit ik voor hier, dat vertegenwoordig ik. En volgens mij was ik degene die een pleidooi hield voor om mensen aan het werk te helpen, want de meeste mensen willen gewoon heel graag hun eigen brood verdienen. De voorzitter: Mijnheer Abbasi. De heer Abbasi: Maar zouden die mensen als ze hier aan het werk zijn ook hier mogen blijven? Mevrouw Otten: Dat weet ik niet of dat wettelijk kan hoor. De voorzitter: Mijnheer Smit. De heer Smit: Ik wil nog een vraag toevoegen, mevrouw de voorzitter, als dat mag. En dat is inderdaad in het verlengde van mevrouw Otten, die terecht zegt: ik zie al mensen, ik zie Oekraïners al aan het werk.
Kan de burgemeester toelichten of er inderdaad een zo drempelloos mogelijke begeleiding is van Oekraïense mensen die tijdelijk hoe dan ook in ieder geval nu aan de slag willen om zich nuttig in te zetten voor hun gezin, de maatschappij, enzovoort. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Smit, voor deze aanvulling. Waren dat de vragen vanuit deze commissie? Mijnheer Slik.
28
De heer Slik: Een beetje in het verlengde van mijnheer Smit toch ook nog een laatste vraag en een soort hartenkreet. We hebben het hier over getallen, over 590. En als ik het goed heb zijn er echt miljoenen mensen in Oekraïne op de vlucht. Dus dan nog een aanvullende vraag aan de burgemeester: moeten we niet meer mensen hier kunnen herbergen? En kunnen we dat? Is dat nodig? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Slik. Even in zijn algemeenheid van de orde. Voor de mensen die nog niet zo lang in de raad zitten, je mag een keer je bijdrage doen. En als je dan daarna nog iets denkt van: o, dat schiet me net te binnen, dat wil ik eigenlijk ook nog zeggen. Dan is het normaal gesproken, dan wacht je even de tweede termijn af en dan kan je alsnog. Anders komt er nooit een eind aan deze gezellige ronde van bijdragen. Maar dit even van de orde, terzijde. Ik heb het nu toegestaan, mijnheer Smit zou toch eigenlijk wel beter moeten weten. Maar vooruit maar. Burgemeester, ja, mijnheer Slik eigenlijk ook. De heer Smit: Voorzitter, ik wilde eigenlijk een tweede termijn wellicht voorkomen door die aanvullende vraag te stellen. De voorzitter: Ja, u brengt het heel leuk, maar de volgende keer toch graag een tweede termijn. Burgemeester, gaat uw gang.
Burgemeester Wienen: Ja, om te beginnen dank voor alles wat er gezegd wordt aan ondersteuning om zo goed mogelijk mensen in een ontzettend beroerde situatie, weggevlucht voor een afgrijselijke oorlog, te helpen als ze hier in Haarlem terecht komen. Ik denk dat het goed is dat dat in de samenleving en ook in het bestuur breed wordt gedeeld. En ook ontzettend fijn, ik heb dat bij u gehoord en ik wil me daar graag bij aansluiten, ik heb dat bij verschillende gelegenheden gezegd, dat heel veel vrijwilligers eigenlijk vanaf het allereerste begin hebben gezegd van: wij willen hier graag ook een bijdrage leveren. En dat doen ze ook en dat doen ze ook indrukwekkend. Wat de stichting Rasom voor elkaar gekregen heeft is echt heel bijzonder. Maar ook Haarlem for Ukraine heb ik bijzondere dingen van gezien, die zijn voortdurend bezig. En ik denk inderdaad dat er terecht heel veel waardering voor is uitgesproken. Als het gaat om de opvang, laat ik beginnen met te zeggen: er is door het kabinet gezegd ‘het Rijk is niet in staat’. Eerst dachten ze zelf van: nou, na een tijdje kunnen wij dan bepaalde dingen overnemen. Maar toen hebben ze gezegd: het lukt ons gewoonweg niet. Het lukt ons niet eens om de asielzoekers die onze taak zijn te huisvesten. Dus het Rijk zag geen mogelijkheden om zelf het te organiseren.
En die heeft gevraagd aan gemeenten, samenwerkend in veiligheidsregio’s: willen jullie alsjeblieft hier een bijdrage aan leveren. En vervolgens hebben ze gezegd: nou ja, eigenlijk vinden we dat jullie dat gewoon moeten doen en we wijzen het min of meer aan. In eerste instantie ging het om tweeduizend plekken per veiligheidsregio. Wij hebben dat als regio ingevuld, dus wij hebben als veiligheidsregio Kennemerland meer dan tweeduizend plekken gerealiseerd. Die zijn beschikbaar. Daar zou het evenredige aandeel voor Haarlem zou 590 zijn. En zoals u kunt zien zijn we daar nog niet. Desondanks worden er tweeduizend mensen opgevangen. U kunt daaruit afleiden dat andere gemeenten meer dan hun evenredige deel doen. Dat is met name de gemeente Haarlemmermeer. De gemeente Haarlemmermeer levert meer dan duizend opvangplekken. Dat heeft ze direct gedaan en dat is op een manier die relatief daar ook makkelijk te realiseren is. Maar dat is ook wat we met elkaar hebben afgesproken. Laten we kijken, wat kunnen we samendoen. En Haarlemmermeer zei: wij hebben veel mogelijkheden om in hotels ruimte te reserveren en met hotels samen daarover te overleggen. Dus er zijn in Haarlemmermeer heel veel hotelkamers beschikbaar gesteld om mensen op te vangen. En dat gebeurt tot op de dag van vandaag. Haarlem heeft dat ook gedaan, maar heeft veel minder hotelcapaciteit.
Heeft dus ook veel minder op die manier plekken kunnen realiseren. Met die enorme bijdrage van Haarlemmermeer met onze inzet, met die van alle andere gemeenten, komen wij samen tot die tweeduizend. De gemeente Haarlemmermeer heeft ook
29
aangegeven van: ja, sommige hotels willen ook hun capaciteit weer terug voor de gewone gasten die ze normaal gesproken ook hebben, toeristen en noem maar op. En men kijkt dus ook van: kunnen wij op een gegeven moment ook mensen doorplaatsen? Dat is ook wat er gebeurt. Wij hebben bijvoorbeeld vorige week, ja eind vorige week, een schip in gebruik genomen. Waarvan we hebben afgesproken van: de 160 plekken die daar beschikbaar zijn, die worden ingevuld niet met extra vluchtelingen maar die worden ingevuld deels door vluchtelingen uit Haarlemmermeer, uit de hotelsituatie over te nemen. Waardoor die scheefgroei ook weer een beetje wordt rechtgetrokken. Want wij willen uiteindelijk ook gewoon ons aandeel van 590 ter minste leveren. Daarnaast hebben we een deel van de capaciteit beschikbaar om mensen die uit de particuliere opvang komen en die daar tegen problemen aanlopen, om die op gemeentelijke plekken op te vangen. Overigens betekent de beschikbaarheid van dat schip dat onze capaciteit ook direct verdubbelde naar 320. Daarnaast hadden we een noodopvang, die telt ook overigens gewoon mee als beschikbare opvang. En dat is meteen een puntje om nog even te melden. Nederland heeft gezegd: we beginnen dus met die 50 duizend, 25 keer tweeduizend. Maar die plekken zijn nog steeds niet allemaal gevuld. Ook in onze regio’s zijn er plekken die wel beschikbaar waren, maar niet gevuld zijn.
Bijvoorbeeld die in de Beinishal, die hebben wij al een paar maanden beschikbaar. Die wordt wel gebruikt, want we proberen zo efficiënt mogelijk met de zaken om te gaan. Een enkele keer voor huisvesting dat mensen tijdelijk daar konden verblijven. Maar dat is maar een enkele keer geweest. Maar het wordt bijvoorbeeld dagelijks gebruikt voor het verstrekken van maaltijden. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen; Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ten aanzien van de Beinishal, maar dat is dus wel ook van zeer korte duur toch. Het is echt crisisopvang. Dus 72 uur maximaal wordt in het stuk ook aangegeven. Burgemeester Wienen: Voor dezelfde mensen. Maar je kunt dat natuurlijk diverse keren inzetten. Als het zo zou zijn geweest dat we zoveel vluchtelingen hadden gehad die zich hadden gemeld, dan hadden wij … Want dat is wat er gebeurt, mensen komen ergens aan en worden opgevangen, misschien kortdurend voor een aantal dagen, in ieder geval een week kan dat zijn. Maar daarna gaat men weer verder. Maar het zou kunnen zijn dat als die druk heel erg hoog is, dat je dan een andere groep daar weer huisvest. Dus de plekken zijn beschikbaar, maar nog niet nodig. Ja, een enkele uitzondering daargelaten nog niet nodig geweest.
Ik ga er nu verder niet uitgebreid op in, maar toe het COA een dringend beroep op ons deed hebben wij dus gezegd van: nou, dan zijn we bereid die plekken, want die zijn er wel, in te zetten om de noodsituatie in Ter Apel te verlichten. De opvang in gastgezinnen. De voorzitter: Sorry, u heeft nog een interruptie van mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, twee dingen tot nu toe. U zegt die hotels in Haarlemmermeer, krijgen die ook een vergoeding? En hoeveel krijgen die dan per dag? Burgemeester Wienen: Ja, dat verschilt. Want daar worden contracten over afgesloten. Maar dat zijn forse bedragen, dus dat maakt ook dat de kosten van door gemeenten georganiseerde opvang omvangrijk zijn. Dus het gaat om grote bedragen. De voorzitter: U heeft nog een vervolgvraag, mijnheer Van den Raadt? De heer Van den Raadt: Nee, de tweede vraag. Ik had twee vragen. Ik heb een tijd zitten wachten om twee vragen te sparen. Beschikbare ruimte die wordt altijd vergoed vanuit het Rijk, of het wel of niet bezet wordt lees ik uit het stuk. Wat vindt u ervan als het niet gebruikt wordt, dat we dan toch geld vangen wat wel door
30
iemand, de belastingbetaler, uiteindelijk betaald is. Vindt u niet dat we dan als we het niet gebruiken dat geld ook niet in ontvangst moeten nemen? Burgemeester Wienen: Ik moet eerlijk zeggen: ik ga met u nog wel wat discussies voeren over hoe u aankijkt tegen geld. Want ik begrijp dat u in sommige situaties vindt dan moeten wij dat geld gewoon toebedelen. Ik weet niet precies waarom, maar in ieder geval zei u van: waarom geeft u daar niet flink geld voor? En nu zegt u: weliswaar maken we kosten om die plekken geschikt te hebben, om die daadwerkelijk te kunnen gebruiken. Dus dan wordt er ruimte gehuurd, dan wordt die ruimte klaargemaakt. Die wordt gezorgd dat daar bedden zijn, dat alle uitrusting er is et cetera. Maar dan zegt u plotseling van: ja, maar waarom zouden we daar eigenlijk voor betalen? Dat moet toch gratis kunnen zijn? Dat zijn gewoon plekken die er zijn. En als ze gebruikt worden, dan komen er nog wat kosten bij. Maar die plekken die kosten ook geld. De voorzitter: Volgende vraag, mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, ter verduidelijking ook voor het volk thuis. Kijk, dat je wel natuurlijk die kosten krijgt die gemaakt worden om die ruimte beschikbaar te houden. Maar ik krijg de indruk uit het stuk dat je meer betaald krijgt dan die kosten. En daar heb ik het over.
En aan de andere kant hebt u wel een goed punt dat als een hotelkamer een flinke vergoeding krijgt, het natuurlijk een beetje krom is dat je als gastgezin dan alleen maar blij mag zijn dat je niet gekort wordt. Burgemeester Wienen: Nee, dat vind ik helemaal niet gek. En daarover verschil ik van mening met de meesten van u geloof ik. Kijk, wat er gebeurt dat is dat behalve dat de overheid echt enorme inspanning levert om ervoor te zorgen dat wij plekken beschikbaar hebben voor mensen die hier komen en die geen plaats hebben, zien we dat er ook mensen zijn die op allerlei manieren, hetzij omdat ze contacten hebben in Oekraïne, via-via of rechtstreeks. Of wat ook gebeurt, er zijn mensen die gaan met auto’s en soms zelfs met bussen zijn naar Polen gereden, hebben daar Oekraïners gezegd van: kom maar met mij mee, ik heb ruimte. En hebben mensen vervolgens thuis ontvangen. Ik vind het hartverwarmend en fantastisch. Maar tegelijkertijd vind ik het wonderlijk om te doen alsof het dan logisch is dat je vervolgens zegt van: nou, dan gaan we eens even kijken, waar kan ik een rekening neer gaan leggen? Dit is wat je doet als je mensen in nood wil helpen. En deze mensen die krijgen van de Rijksoverheid een extra vergoeding, dus die opgevangen worden bij particulieren. En kunnen van daaruit ook een bijdrage betalen aan de particulieren.
Of dat gebeurt of niet gebeurt is iets waar de overheid niet over gaat. Veel particulieren zeggen: dat hoeft voor ons helemaal niet. Wij maken ook nauwelijks extra kosten. Sommigen zeggen: het is prettig als er een kleine bijdrage kan zijn vanwege kosten verwarming, noem maar op. Maar het is niet een verdienmodel. Het is ook niet zo dat de overheid erom gevraagd heeft. De overheid heeft gezegd: als mensen geen huisvesting hebben, dan doen wij ons uiterste best om ervoor te zorgen dat er huisvesting geregeld wordt. En als particulieren vanuit de goedheid van hun hart zeggen van: wij zien wat er voor een ellende is en mensen zijn bij ons welkom. Ik vind dat fantastisch, maar ik vind eerlijk gezegd dat wij daar toch een rare vertoning van maken als we dan zeggen van: ja, hoeveel vangt dat? Hoeveel levert dat op? Dat is niet volgens mij hoe het in elkaar zit. Wij hebben ook niet om die plekken gevraagd, maar we zijn er blij mee. We zijn er dankbaar voor. Komen mensen in de problemen, en dat gebeurt, dat is op dit moment ook al aan de orde dat mensen zeggen van: nou, we hebben dat een tijdje gedaan maar het wordt ons te veel, het wordt te zwaar of het botert niet. Er zijn toch vervelende situaties. Of de mensen die te gast zijn die zeggen van: ja, we vinden het zelf toch eigenlijk een beetje onprettig, want we voelen ons te veel.
Dan zeggen we: dan helpen wij als overheid en dan gaan wij zorgen voor een plek. Nou, dat gebeurt ook. En eerlijk gezegd denk ik dat we op deze manier het gewoon goed met elkaar doen. Wij hebben daarnaast ook te maken met de enorme inzet van vrijwilligers. Ik heb net al gezegd dat ik het echt bewonder.
31
Ik vind het ontzettend mooi. Ik wil er toch ook even op wijzen, ik weet niet hoe u daarnaar kijkt, maar er zijn duizenden vrijwilligers die zich soms jaren en jaren en jaren inzetten voor ontzettend mooie initiatieven hier in Haarlem. En die krijgen van de gemeente geen geld. Dat is namelijk het bijzondere van vrijwilligers, dat ze het vrijwillig doen en niet tegen betaling. En je zou kunnen zeggen van; ja, waarom krijgen al die mensen geen geld? Nou, ik denk eerlijk gezegd dat als we zo’n model zouden willen hebben, dat het volkomen onbetaalbaar zou zijn. Ook voor de hulp aan Oekraïners is het beginsel, als je zegt als vrijwilliger van: ik ben zo begaan met die mensen en ik wil helpen, kan ik niet wat doen? Kan ik helpen met iets inzamelen? Ik heb wat spullen. Dan is dat fantastisch. Maar niet door vervolgens te zeggen: waar kan ik eigenlijk dan de rekening indienen voor mijn bijdrage? De voorzitter: Mijnheer Smit. De heer Smit: Ik denk dat dat allemaal in mijn ogen terechte woorden zijn van u. Maar, en even weer naar de mensen achter me, er zijn ook voorbeelden waarin je materiële kosten moet maken en daarvoor je te weinig middelen hebt om die te kunnen maken. Bedoelt u dat daarvoor wel ruimte is? Burgemeester Wienen: ik kom daarop. Want er zijn een paar punten waar wel specifiek aandacht voor is.
Wij hebben voor de specifieke activiteiten voor deze Oekraïense vluchtelingen hebben wij, zoals we dat altijd doen trouwens, ook als we statushouders hier in Haarlem ontvangen, dan zorgen we ervoor dat er maatschappelijke instellingen die daar ook voor betaald worden inderdaad, die krijgen dan contractueel bepaalde verplichtingen. Die zorgen bijvoorbeeld voor maaltijden. Er wordt door de cateraar, ik wil het hier toch ook benoemd hebben, wordt er echt ontzettend veel, want het gaat veruit boven gewoon bedrijfsmatig. Nou ja, joh, je bestelt vijftig maaltijden, er komen vijftig maaltijden, doei. Er wordt ongelooflijk betrokken gekeken van: hoe kunnen wij dit op een zo prettig en zo goed mogelijke manier doen? Met enorme inzet, veel meer uren dan je eigenlijk normaal gesproken zou mogen verwachten. Maar goed, dat gebeurt wel door organisaties die daarvoor zijn en die daar ook voor betaald krijgen. Daarvoor maken wij gebruik van organisaties die in de sociale basis van de gemeente Haarlem voorkomen en die daar ook speciaal voor zijn aangewezen. Het Rode Kruis speelt een belangrijke rol in de ondersteuning. En zo zijn er diverse instellingen die hun bijdrage leveren bij de opvang. Ook als het gaat om Oekraïners. Wij hebben met organisaties samen een informatiepunt opgezet, juist omdat we weten dat de taal een enorme barrière is.
Waarbij dankzij samenwerking ook met mensen uit Oekraïne er ook Oekraïense tolken beschikbaar zijn om ervoor te zorgen dat mensen daar ook voor hen toegankelijke informatie kunnen krijgen. Daar is een speciaal loket voor ingericht. Daarnaast vindt er dus heel veel particulier initiatief plaats. Niet ingehuurd door de gemeente, maar wel ontzettend waardevol. Waardevol omdat het geleverd wordt door landgenoten, die al bekend zijn in dit land. Die mensen wegwijs maken, die beter die kloof cultureel en qua taal kunnen overbruggen. Dus wij zijn daarmee in gesprek, ik heb zelf ook eerder gesprekken gehad. Ik ben diverse keren ook wezen kijken bij activiteiten van Razon, omdat ik het bewoner, omdat ik het geweldig mooi vind. En ik denk ook van waar wij kunnen helpen we. Razon heeft bijvoorbeeld, toen nog met een andere naam overigens, maar diverse keren soms zelfs via diverse wegen geprobeerd van: nou, kunnen jullie ons helpen, bijvoorbeeld aan ruimte? Ik herinner me nog een zondag, daar was de voorzitter nog bij betrokken, nou, dat was een van degenen via wie de hulpvraag gesteld werd. En dat was gemeend op een gegeven moment ruimte aanboden op zo’n hulpvraag. En toen hoorde van: ja, het is ondertussen al op een andere manier opgelost. Nou, hartstikke mooi. Het laat zien hoe erg, en dat was op een zondag trouwens.
Ja, dat betekent dat de organisatie niet gewoon open is zoals normaal. Maar dan wordt er geschakeld en dan wordt er gezegd van: joh, wij zorgen dat we plek hebben waar dingen kunnen gebeuren. Dus wij proberen echt te helpen en te ondersteunen. En nou, dat geldt ook op andere momenten. Als er speciale problemen zijn, er was op een gegeven moment een vraag rond
32
parkeren: kunnen we daar niet iets voor regelen? En dat hebben we met een voor ze geregeld. Dus op die manier staan wij klaar. Wij hebben ook gezegd: als je nou vrijwilligersactiviteiten hebt, maak dan gebruik van de mogelijkheden die we wel hebben als Haarlem om vrijwilligerswerk ook financieel tegemoet te komen. En je kunt bij Haarlem Effect kun je inderdaad een bijdrage krijgen voor de activiteiten die je doet. Want daar hebben we het budget voor beschikbaar gesteld en dat is extra ondersteuning. Als er specifieke vragen zijn, dan gaan we daar zo snel mogelijk op in en proberen we daaropin te spelen. Ik weet dat het onderwijs, daar is door een aantal van u over gepraat, dat is iets wat langzaam op gang komt, dat werd ook door de insprekers gezegd. Tegelijkertijd heeft dat allerlei oorzaken, voor een deel omdat de gemeente dat langzaam maar zeker moet organiseren. We zijn op zoek naar ruimte en het gaat echt om veel. Om een voorbeeld te noemen, we hebben meer dan tien klassen alleen al voor het taalonderwijs, waar we inzet op plegen. Nou, we hebben daarvoor nu weer tijdelijk ruimte beschikbaar gesteld, dat is deze week geopend in Schalkwijk. We hebben de gewone schakelklas, taalklas, die extra ruimte hiervoor beschikbaar heeft gekregen. Maar het loopt nog niet zo heel erg hard met de Oekraïense kinderen die ernaartoe komen. Wij gaan ervanuit dat dat gaat toenemen.
Een van de redenen waarom dat nog niet zo hardliep, het heeft deels te maken inderdaad met de communicatie. Maar het heeft ook met de beschikbaarheid die dus een tijdje lang niet optimaal was. Maar het heeft ook te maken met het feit dat heel veel Oekraïense ouders het prefereren dat hun kinderen inderdaad gewoon via video lessen volgen in Oekraïne, omdat ze dan niks hoeven te missen. En hopelijk als ze weer terug kunnen zo min mogelijk een gat hebben opgelopen. Want als zij hier in Nederland flink geholpen zijn met stukken taalonderwijs en dergelijke, dan loopt hun Oekraïense curriculum natuurlijk wel schade op. Dus zij kiezen ook zelf voor een deel voor: laten we alsjeblieft doorgaan met Oekraïens onderwijs. In het eerste gesprek wat ik had met Haarlem for Ukraine werd er gezegd van: ja, wij denken dat wij vluchtelingen en misschien ook wel mensen die hier zitten die Oekraïens onderwijs kunnen geven, dat wij het zouden kunnen organiseren dat er gewoon Oekraïens onderwijs hier gegeven kan worden in Nederland. Nou, dan begint het ook meteen te kraken. Want eigenlijk moeten wij volgens de Nederlandse wet ervoor zorgen dat kinderen hier in Nederland volgens Nederlands onderwijs het onderwijs ontvangen.
Dus wat kan er wel en wat kan er niet? En geloof me, er wordt door ambtenaren van de gemeente Haarlem en ook van de regio wordt er ongelooflijk hard gewerkt om al die verschillende aspecten van dagopvang, kinderopvang, taal, onderwijs, de toeleiding naar arbeidsmarkt, om dat zo te organiseren dat je de mensen zo goed mogelijk helpt en tegemoet komt. Nog een paar puntjes, o, eerst een vraag. De voorzitter: Eerst een aantal interrupties. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja, sorry dat ik nog even daar een vraag over heb. U zegt van: ja, het onderwijs in Nederland moet aan de Nederlandse standaard voldoen. Burgemeester Wienen: Nou, men is verplicht volgens de leerplichtwet om naar een school te gaan. En dat moet dan een erkende school zijn, maar goed. De heer Van den Doel: Maar kijk, dan lopen we weer in die valkuil dat we regels hebben die niet van toepassing zijn op de situatie. Ik denk dat ik de gemeente goed genoeg ken en dat ze daar wel een work around voor hebben. Maar ik wilde toch vragen aan u of dat inderdaad ook zo is. Burgemeester Wienen: Zeker. Ik dacht dat ik dat ook al had aangegeven. Kijk, heel veel kinderen gaan dus niet naar school, maar volgen op afstand onderwijs. Het is niet zo dat de inspectie daar bovenop gaat zitten om te zeggen: zodra wij weten daar zit een kind en dat komt nog niet naar school, dan gaan wij onmiddellijk.
Maar wij proberen wel het gesprek te openen, zijn de mensen op de hoogte, wordt er inderdaad onderwijs gevolgd. Is het niet verstandig dat kinderen toch onderwijs gaan volgen? Dus je probeert als het ware inderdaad mee te
33
bewegen en te kijken van: wat is nou in het belang van deze doelgroep, in het belang van de kinderen? En in de gist van de wet om ervoor te zorgen dat er zo goed mogelijk voor kinderen een aanbod is. De voorzitter: Ik zie nog een aantal vingers. Even van de orde, ook voor u burgemeester. We hebben nog een aantal insprekers, die zouden eigenlijk om vijf voor acht zouden zij al inspreken. We lopen een beetje uit, dus ook de vraag aan de commissie maar ook de vraag aan de burgemeester: probeer het graag een beetje kort. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja, ik had het nou ingezet, nou trek ik niet meer terug. Nee, maar precies. Maar het gaat erom dat er wordt gezegd van: we kunnen Oekraïens onderwijs hier in Nederland aan Oekraïense kinderen geven, want daar hebben we de mensen ondertussen voor, de vluchtelingen die ook onderwijzers vluchten. En ik begrijp uit de woorden dat dat lastig is en dat lijkt me toch een zaak dat moet kunnen. Burgemeester Wienen: Nou, ook qua organisatie is het heel erg lastig. Want je hebt plek nodig, je hebt de organisatie nodig om dat eventueel te doen. Zijn die mensen er inderdaad? Maar het was een van de dingen die in het eerste gesprek aan de orde kwamen, misschien dat we op die manier kunnen helpen. De voorzitter: Mevrouw Çimen was eerst en dan mijnheer Smit. Mevrouw Çimen, gaat uw gang. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter.