CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

05-25 Transcript commissie Bestuur 25 mei 2022

commissie Bestuur 16 juni 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. (alleen naar aanleiding van; volgt zsm)41.631 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BESTUUR VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 25 mei 2021

1.

Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Dames en heren, hartelijk welkom bij deze commissie bestuur. Het is vandaag 25 mei. Zijn er nog berichten van verhindering? Ik geloof het niet, want ik heb even geteld en volgens mij is iedereen vertegenwoordigd. Maar het kan zijn dat er iemand niet is. Geen bericht van verhindering? Goed. Ik heb een mededeling, let op. Op dinsdag … Mijnheer Van Kessel en mijnheer Slik. Dinsdag 21 juni, is de langste dag van het jaar, is er van half acht tot half tien een raadsbijeenkomst. De accountant bespreekt dan de huidige programma-indeling en de onderverdeling van ieder programma naar beleidsvelden en trekt voorbeelden van vergelijkbare gemeenten hierbij. Op basis van deze raadsbijeenkomst kan worden voorzien of de huidige programma-indeling en onderverdeling naar beleidsvelden volstaat of aanpassing behoeft. Ook zal tijdens deze bijeenkomst uitleg worden gegeven over de verplichte paragraaf in de begroting en de jaarstukken en zal er worden gepeild of er behoefte is aan één of meer extra paragrafen aan de begroting en jaarstukken toe te voegen, dus zet dat in uw agenda. 21 juni van half acht tot half tien.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan er nu over tot het vaststellen van de agenda. Kan de agenda conform worden vastgesteld? Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Even kijken. Ja, agendapunt zeven, verkenning Haarlem in de wereld. Heb ik gevraagd om dat te agenderen. Dat is één of twee keer uitgesteld, ik weet het niet meer precies, maar het is al van een tijdje geleden. Inmiddels heb ik mij laten vertellen dat de rapportage die wordt aangekondigd in deze informatienota volgende week in het college komt. Dus ja, een beetje door de tijd ingehaald heeft het nu niet zoveel zin apart over die informatienota te gaan spreken. Dus het lijkt nu verstandig, ingehaald door de tijd, het was natuurlijk mooi geweest als we eerder over die informatienota hadden gesproken, dan had dat meegenomen kunnen worden in de opmaak van de rapportage. Nu heeft dat denk ik niet zoveel zin. Dus mijn voorstel is om deze informatie, de behandeling daarvan, te combineren met de rapportage die aanstaande is en hopelijk lukt het dan, voorzitter, om dat voor de zondag nog op de agenda te hebben. De voorzitter: Ja, dank u wel mijnheer Klaver. Ik heb even navraag gedaan voordat ik u het woord geef. Hij komt weliswaar volgende week in het college, maar … Over twee weken in het college. Maar het is niet helemaal zeker of hij op tijd klaar is. Dus het zou kunnen dat hij dan niet meer mee kan voor het reces.

Dan zou er na het reces worden. En de vraag aan u is, hoe problematisch is dat? Ik kan u in ieder geval toezeggen dat ik mijn best zal doen om het toch de volgende keer te behandelen. Maar mocht het nu niet lukken, is het dramatisch als het na het reces wordt? De heer Klaver: Nou, dramatisch is het denk ik niet, maar het is wel een kwestie van prioriteiten natuurlijk. Het is al een paar keer opgeschoven. Dus ik reken erop, voorzitter, dat u uw stinkende best doet en dat u prioriteit stelt dat het voor de zomer alsnog in deze commissie aan de orde komt. De voorzitter: Ja, het is natuurlijk inderdaad aan het college of zij het op tijd gaan behandelen. Ik kan daar verder niet veel aan doen. Maar mocht het nu zo zijn ze gaan het op tijd behandelen, dan is het inderdaad, ga

1

ik mijn best doen om het bij de volgende vergadering erin te krijgen en dan hoop ik dat u niet kwaad op mij wordt, mocht het niet lukken. De heer Klaver: Nee, maar dus wetende dat de reportage onder handen is, volgende week in het college wordt behandeld en denk ik dat het niet zoveel zin heeft om nu apart over die informatienota te spreken. De voorzitter: Dat zou betekenen dat agendapunt zeven nu van de agenda af zou gaan. Mijnheer Smit. De heer Smit: Ja, maar dit terzijde. Dat is niet uw schuld. Als de informatienota niet komt, dan wil ik deze notitie toch wel graag op de agenda hebben de volgende keer, want het is niet zo dat dat dan deze notitie ook opschuift, want ik wil er toch wel wat over kwijt richting de burgemeester. Kunt u dat ook toezeggen, dat als we het nu laten zitten, dat die sowieso doorschuift naar de volgende vergadering als daar niets toegevoegd kan worden, de toegezegde informatienota? De voorzitter: Dat wil ik u wel toezeggen. De heer Smit: Dank u wel. De voorzitter: Ja. De heer Smit: Kan de heer Klaver zich daarin vinden? De voorzitter: Ja? Dan gaat die vandaag van de agenda af. Is iedereen het daarmee eens? En dan komt die sowieso de volgende keer terug, hetzij met of zonder informatienota. Steun voor wat eigenlijk? Ja, ja, ja, maar dat snap ik.

Kunt u zich voorstellen dat, stel nou dat er heel veel stukken nog aangeleverd worden voor deze commissie en die hebben een zekere urgentie. Misschien iets grotere urgentie dan dit stuk, hoewel urgent, mijnheer Klaver. Daar wil ik niks … Goed, ik ga het u gewoon toezeggen en dan moet iets anders maar naar achter, mocht het zo zijn dat … En dat is dan uw keuze. Dan gaat iets anders gewoon … Ja? Als u dat zowel. U gaat over uw eigen agenda. Precies, de kamernota kan best nog even tot na het reces wachten. Helemaal prima. Goed, mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel. Nu we het toch over de agenda hebben, de vorige keer heb ik de ‘…’, agendapunt zes, op de agenda gezet. Toen waren ze nog een beetje anders dan het nu is. We zijn natuurlijk nu met de coalitie onderhandelingen bezig. Dat punt vinden wij heel belangrijk. Maar het lijkt me in principe toch handig om het daarin mee te nemen en het misschien nu van de agenda af te halen. En nou ja, ik bedoel, als u echt per se over wil praten dan vind ik dat prima en ik wil uw mening heel graag horen of u het ook met ons eens bent, dat de subsidies onder de 25 duizend euro wel worden geïndexeerd. Ja, nee, maar goed, ik leg het maar even voor. Maar wat mij betreft hoeft het niet per se nu. De voorzitter: Het is aan u. Het is aan u. We hebben natuurlijk ook die bijeenkomst in grote lijnen die ook hierover gaat.

Ja, mijnheer Smit? De heer Smit: Nou, ik kan het voorstel wel steunen, ervan uitgaande dat de richtlijnen programmabegroting, als die wordt gehanteerd, ons de financiële kelder in helpt en als de komende coalitie, die erg formeel nog niet is, zich gaat heroriënteren op de wereldeconomie van vandaag, dan zal er ongetwijfeld een aanpassing komen. Dus wat dat betreft lijkt het me ook een beetje een discussie voor de ‘…’ nu. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek.

2

Mevrouw Oosterbroek: Ja, ik ben toch wel benieuwd naar de reactie van het college op dit stuk en de vraag van de heer Trompetter. Sowieso handig om het alvast te weten. De voorzitter: Dat is niet gebruikelijk. We hebben het nu over de agenda. Mevrouw Oosterbroek: Over de agenda, dus ik zou het wel graag willen behandelen, ook omdat het vanavond mijn enige punt is. De voorzitter: Nou, we gaan het gewoon even aan de commissie voorleggen. Mevrouw Oosterbroek … Ja, mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Ja, mag ik toch een punt van orde maken? Kijk, ik snap dat we hier allemaal voor de helft nieuw zijn, voor de helft oud gediend zijn, maar kunnen we dit soort verzoeken, wat mensen hebben het toch voorbereid omdat het op de agenda staat, kunnen we dit soort verzoeken dan van tevoren op de mail delen met de griffier erbij? Want dan kan iedereen opschuiven, hoeven wethouders niet voor niks aan te schuiven. Nou ja, ik zou hier in ieder geval toch ook dit punt even willen maken. De voorzitter: Ja, dat lijkt mij een redelijk voorstel. Mijnheer Smit. De heer Smit: Dat wil ik ten zeerste onderschrijven, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Goed, maar nu. Wat gaan wij doen met agendapunt zes? Gaan we dat behandelen, te ja, te nee? De heer …: Ik heb nog een technische vraag daarover gesteld, maar die is nog niet beantwoord helaas. Daar wacht ik nog op.

De voorzitter: Nee, ik stel gewoon … Ik doe gewoon een voorstel van de orde. We gaan het wel behandelen, maar we proberen het gewoon geserreerd te behandelen. Dus er zijn een aantal mensen die een punt hebben voorbereid en misschien kunnen die mensen inderdaad zich tot die punten beperken en dan kunnen we het op die manier doen, want er wordt nog uitgebreid over gesproken. Gaat iedereen daarmee akkoord? Dus we houden het op de agenda? Ja? Oké. 3.

Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Dan kijk ik even naar rechts, naar de wethouder. Heeft u nog een mededeling, wethouder? Nee? Was dit het trouwens wat betreft de agenda, het vaststellen van de agenda? Verder geen wijzigingen? Goed. Met even een woord van waarschuwing … Dank u wel, mijnheer Smit. Even een woord van waarschuwing. Zoals al gezegd, traditiegetrouw loopt de agenda behoorlijk vol vlak voor het reces. Toch wil ik u graag vragen, zijn er nog stukken ter kennisname die u zou willen agenderen? Houd rekening met mijn waarschuwing. Dan hoor ik u graag. Nee, wel een waarschuwing. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Nou, per se agenderen niet, maar het is wel belangrijk dat iedereen de dingen ter kennisneemt van het onderwerp agenderen versterk positie wijkraden. Maar daar gaan we verder ook nog wel over spreken later dan nog wel over spreken, neem ik aan.

3

De voorzitter: Prima, dank u wel mijnheer Trompetter. En ik geloof dat we ook een inspreker hebben op dit onderwerp vandaag. Verder geen stukken ter agendering? U neemt mijn waarschuwing ter harte? Mooi om te horen, prima. Ja, mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Voorzitter, wat ons betreft is de modules ‘…’ niet afgedaan. Die wordt nu even geprobeerd af te doen in de ‘…’ stuk. Wat ons betreft is daar geen sprake van. De voorzitter: En wilt u dat ook motiveren? De heer Trompetter: Jawel, want de argumentatie daarvoor is dezelfde als de vorige keer, een paar jaar geleden dat dat ook zeg maar afgedaan zou zijn. Maar die motie is gewoon aangenomen en het is gewoon het wachten op hoe het experiment waar wij niet aan deelnemen loopt, hoe dat verder gaat, hoe dat zich verder ontwikkelt. En het is gewoon een motie die de raad heeft aangenomen. Dus in weerwil wat in Den Haag gebeurt, zou ik er toch voor willen pleiten om die motie niet als afgedaan te beschouwen. De voorzitter: Wat vindt de commissie hiervan, voor zover zich al een mening heeft gevormd? De heer …: Van harte steunen. De voorzitter: Dan beschouw hem als niet afgedaan wat mij betreft laten we hem gewoon in de lopende zaak meelopen, dus dan komt die weer terug op de jaarplanning. Ja? 4.

Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: Oké, er is nog een mogelijkheid om wat te zeggen over de Jaarplanning en de Actielijst. Wilt u daar wat over zeggen, dit is het moment. Nee. Zijn er actiepunten die voor een commissieleden niet meer actueel zijn en van deze lijst kunnen afgehaald worden? Nee? Geen opmerkingen verder?

5.

Transcript commissie d.d. 21 april 2022 (alleen n.a.v.) De voorzitter: Het transcript, zijn daar nog opmerkingen over? Nee? Ook niet. Goed zo.

Overige punten ter bespreking 6.

Richtlijn Programmabegroting 2023-2027 (ER) De voorzitter: Gaan wij naar agendapunt zes. En nogmaals, we hebben afgesproken dat we daar redelijk kort over gaan spreken. Het is uw eigen tijd, dus ik ga daar verder ook niet over. Even een korte inleiding. Het college bereid de programmabegroting 2023-2027 voor. Onderdeel van die voorbereiding is het vaststellen van richtlijnen waarbinnen deze begroting moet worden vastgesteld. Deze richtlijnen worden in deze nota inzichtelijk gemaakt. Dit stuk is dus bedoeld om inzicht te geven in de uitgangspunten van de totstandkoming van de begroting van 2023. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Dank om dit punt te kunnen bespreken. Het is gegarandeerd op het moment dat het nog anders zat met de coalitie deelname van onze partij. Het is duidelijk dat er onzekere tijden op het afkomen. Binnen de coalitie-onderhandelingen is het fiscaal leidend zoals dat voorligt. Voor agendering is het feit dat structurele subsidies, dus niet incidentele subsidies, onder de 45 duizend euro nu niet worden geïndexeerd volgens deze kaders. Aan de subsidieontvanger heeft bij de structurele subsidies als

4

het bijvoorbeeld gaat om huurlasten ook te maken met kostenstijgingen. En de kostenstijgingen worden niet gesubsidieerd in onze optiek. Het bestaan van die subsidieontvangers uit en vaak kleine zelforganisaties, zowel in de cultuursector als in welzijn et cetera, et cetera. En mijn technische vraag die nog niet beantwoord is, over hoeveel subsidies gaat het dan die structureel zijn en die minder zijn dan 45 duizend euro? Dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u wel mijnheer Trompetter. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Ja, ik heb vooral veel vragen of het haalbaar is, administratief. En ook om het te indexeren waarom er eigenlijk voor gekozen is om dat niet te doen. De voorzitter: Dat was het? Ja? Mijnheer Smit. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Op 5 april heeft het college deze trendgetallen vastgesteld. En dat is in alle oprechtheid in integriteit gebeurt. Een uitgangspunt was de financieel notitie van 30 of 31 maart. En toen was de wereld al afschuwelijk in beweging in Oekraïne. En dat is er niet minder op geworden en de effecten op in ieder geval de Europese en Nederlandse economie zijn heel duidelijk. De inflatie die verwacht was op 5,9 procent staat op dit moment op 7,5 procent of hoger. Dat is dan nog de prijsindex voor de gezinsconsumptie. Dan heb ik er niet over prijsindex voor bouwkosten en loonontwikkeling.

Vervolgens merken we ook dat waar prijzen stijgen, ook voor gestegen prijzen vaak geen grondstoffen aanwezig zijn. Dus het zal een hell of a job zijn om de ambitie vorm te geven die we hebben in het kader van de openbare ruimte bijvoorbeeld en de bouw en los van stikstof en PFAS moet je maar aan bakstenen en andere dingen kunnen komen. Dat wetende gaat OPHaarlem ervan uit dat het college deze cijfers nu inmiddels, het is eind mei, in ieder geval gaat heroverwegen. En dat geldt voor de ontwikkeling van de begroting voor zover betreft de kosten, maar het gaat natuurlijk ook om de investering. We hebben op de commissie beheer nu een kaderwand, die moet hersteld worden en die gaat van 7,5 ton naar 1,65 miljoen even uit mijn hoofd. En er zitten wel een paar dingetjes bij extra, maar het merendeel is enorm gestegen materiaalkosten, personeelskosten. En dat ze natuurlijk in ons hele meerjarige investeringsplan verweven. Nou, OPHaarlem wil niet beginnen met verwijten, maar als dit uitgangspunt gecontinueerd blijft bij de kadernota, dan krijgt het college er fors van langs, want dan krijgt Haarlem geen correct beeld van de financiële positie van ons in de kadernota als vooroefening op de begroting. Kan deze wethouder in ieder geval die nu, u neemt financiën even waar, begrijp ik? U zit hier. De voorzitter: Is wethouder financiën. De heer Smit: Sorry, ik maak een fout even.

Ik stel die in de vorige agenda, neem me niet kwalijk. Nou, ik hoop van u te horen dat er hierop ook in de dialoog binnen de coalitie een herijking plaatsvindt die in ieder geval zijn weerslag kan of zal hebben op de kadernota en of begroting, want de tijd gaat snel, stukken worden gemaakt. Maar is er oog op de stand van vandaag? Dank u wel. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Oosterbroek. Gaat uw gang. Mevrouw Oosterbroek: Ja mijnheer Smit, speelt u niet een beetje paniekvoetbal? Ik bedoel, dit zijn allemaal gedegen cijfers wat zeker ook geïndexeerd is over verloop van een aantal jaar. En u denkt op een moment dat de grondstofprijzen een beetje stijgen, dat dan de beslissingen die hier gemaakt worden, opeens niet gedegen zijn. Dus ik weet niet zo goed wat uw punt is, maar ik zie in principe gewoon een goede inschatting. Dus nou ja, dat vraag ik me af.

5

De voorzitter: Mijnheer Smit. De heer Smit: Ik geef u graag een antwoord. Ik heb net gezegd, er is besloten door het college op 5 april op grond van cijfers van maart. Heel integer gedaan, heb ik net gezegd. Dat kan er terug geluisterd worden. Alleen nu is het inmiddels 25 mei. De wereld is echt fors aan het veranderen en dat gaat om de beschikbaarheid van grondstoffen, dat gaat om de prijzen van grondstoffen en dat gaat om de inflatie. Dus het enige wat ik vraag, is de situatie per vandaag voldoende reden voor het college, voor de nieuwe coalitie, om hierop te herijken? Punt. Ik heb niet gezegd dat deze cijfers fout waren, maar het waren de cijfers van eind maart. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Smit. Mevrouw Otten, dat zeg ik. Mevrouw Otten: Ja, mevrouw Otten. De voorzitter: Excuses. Mevrouw Otten: U kent me nu toch wel? De voorzitter: Jawel, maar u … Ja, u ziet er zo prachtig uit. Mevrouw Otten: Dank u wel. Nou ja goed, Liberaal Haarlem, of Liberaal Haarlem … Ja, ik ben helemaal in de war joh, door mevrouw Klazes. Hart voor Haarlem kan eigenlijk alleen maar heel erg aansluiten bij de woorden van de heer Smit van OPH. En de reactie van GroenLinks verbaast me ook echt enorm. Letterlijk praten hier over vooroorlogse cijfers en ik wil nog een stap verdergaan. Ik weet wel zeker dat dit niet de goede kaders zijn.

Dus ja, ik ben ook heel erg benieuwd naar het antwoord van de wethouder. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Otten. Mijnheer Slik. De heer Slik: Dank u, voorzitter. Ja, op zich vinden we het een duidelijk verhaal met die richtlijnen, waarvoor dank. Dat er geïndexeerd wordt op de loonkosten van Zandvoort vinden we heel logisch. Ik geloof dat daar al eens eerder gesteggel over is geweest. Duidelijk dat er aangegeven wordt onder 1.5, raming algemene uitkering, dat het nieuwe verdeelstelsel van het gemeentefonds invloed gaat hebben. En verder sluiten ons aan bij OPH van hoe flexibel is deze richtlijn als je denkt aan de onzekere veranderende wereld op dit moment? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Slik. Dat was het qua bijdragen. Dan geef ik nu graag het woord aan de wethouder. Gaat uw gang. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Ja, de richtlijnen bij de begroting. Nou, zoals door een aantal van jullie ook is opgemerkt, die zijn afgelopen maart opgesteld volgens de CPB-normen. Eigenlijk zoals we dat inderdaad elk jaar ook doen. Maar tegelijkertijd, en dat kan ik ook niet helemaal met u oneens zijn, voelt het huidige college ook wel wat ongemak bij de wat lage inflatie-indexatie. Nou, dat is ook de reden dat, dat is volgens mij ook met uw raad gedeeld, er ligt een financieel kader. Een financieel kader voor bij de coalitie onderhandelingen.

En daar wordt al een hoger inflatiecijfer genoemd. Dus nou ja, deze, ik zit nu even met twee petten op, maar ik ga er wel vanuit dat er ook hogere inflatie zal worden meegenomen bij de coalitieonderhandelingen. De voorzitter: Wethouder, u heeft een …

6

Wethouder De Raadt: Dat betekent dat ze ook zullen worden verwerkt in de begroting. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: ja, dank u wel. Ik had eigenlijk geen vragen hierop voorbereid, maar als ik hoor dat er bij de coalitieonderhandelingen een ander financieel kader ligt dan bij de Raad bekend is, is mijn verzoek of dat per omgaande naar de gemeenteraad gestuurd kan worden. De voorzitter: Wethouder. Wethouder De Raadt: Nee, dan heeft u mijn woorden verkeerd begrepen. Ik zei dat er een financieel kader is waar de coalitieonderhandelingen op gebaseerd worden en dat is juist naar uw raad gegaan. Dus daar kunt u kennis van nemen. Dan de vraag … Ik neem aan dat ik hiermee voldoende de vraag van OPH en Liberaal Haarlem en de ChristenUnie hebben beantwoord. Hart voor Haarlem inderdaad, mevrouw Otten. U heeft helemaal gelijk. Het is ons allemaal nog een beetje wennen. Interruptie van de heer, of tenminste interruptie, nog een vraag van de heer Smit. De heer Smit: Even in tweede termijn, of misschien een reactie, want u zegt, ik heb de vraag, heb ik de vraag afgerond in de beantwoording.

Neemt het college ook in de heroverweging mee de positie van het meerjaren investeringsplan? Met andere woorden, wordt daar de effecten van prijsstijging ook op de bedragen die nu in het MIP staan herbezien? Wethouder De Raadt: Ja, deze, dat is denk ik ook al met jullie gedeeld. De aankomende kadernota, die wordt beleidsarm. Die wordt nog vastgesteld door de oude coalitie. En nou ja, dus er zullen ook in de oude coalitie, het nieuwe coalitieakkoord, zullen ook meerdere zaken worden opgenomen die vervolgens weer worden verwerkt in de begroting, onder andere wat u mij net vroeg. Dan … De voorzitter: Ik geloof niet dat dat helemaal de vraag was van de heer Smit. Gaat uw gang. De heer Smit: Nee, maar ik … Nou mevrouw de wethouder, het gaat erom, worden ook de bedragen in het MIP herbezien? Want daar zitten op een aantal dingen enorme prijsstijgingen. Ik noem dit de kaderwand, maar zo komen er nog een hele hoop aan. De voorzitter: Wethouder. Wethouder De Raadt: Daar zijn onder andere ook nu, nog wel twee petten, maar volgens mij zijn daar wel gesprekken over tijdens de formatiebesprekingen. Maar vooralsnog kan ik u in ieder geval wel geruststellen, want de hogere prijzen die kunnen we alsnog opvangen doordat we helaas toch wat onder realisatie hebben laten zien de aankomende jaren. Dus financieel is het nog geen probleem. De voorzitter: Heel kort dan, mijnheer Smit.

De heer Smit: Ja, en dat laatste deel ik. Dat is voor het slechte, komen te weinig dingen tot stand. Maar het goede is dat je ruimte hebt, maar dat betekent nog steeds dat er heel veel bedragen inmiddels niet meer toereikend zijn er investeringspost. Ik hoop dat daar ook naar gekeken wordt. Dus uit de onder dekking, onderbezetting in feite wordt doorgeschoven naar verhoging van posten. Maar het antwoord van u is moeilijk. Ik geef het als gedachte mee.

7

Wethouder De Raadt: Ik zal uw gedachten doorgeven aan de onderhandelaars. Dan nog eventjes, want daar begon het natuurlijk allemaal mee, richting de Actiepartij. Ja, ik heb begrepen dat u, als het goed is moet u de technische beantwoording wel hebben gehad. Maar ik heb ook het cijfer voor u, dat is 41. Ja en nou ja goed, wellicht klein stukje geschiedenis. Dit is in 2011 is dit besloten om de kleinere subsidies onder de 45 duizend euro niet meer te indexeren. Dat was een bezuiniging. Ik denk dat het de afgelopen jaren ook niet tot heel veel problemen heeft geleid, juist omdat er zo’n lage inflatie was. Maar goed, we kijken allemaal het nieuws, we hebben het er net over gehad. Dus ja, ik begrijp uw wens en ik kan me zo voorstellen dat dat ook iets is wat u aan de onderhandelaars meegeeft, maar ik heb begrepen dat u vrij dicht op het vuur zit. Dus dat zou mijn advies zijn aan u. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Ja, toch nog een vraagje van, dus er zijn helemaal geen extra kosten operationeel om dit te indexeren met al die kleine subsidies? Dat is niet de reden geweest om dat niet te doen? Dat was echt alleen maar die indexatie op zichzelf? Wethouder De Raadt: Nou, het is inderdaad niet ingesteld omdat de administratieve lasten zo hoog was. Het was, maar ik heb begrepen, een bezuiniging in 2011.

Maar ik was daar toen ook niet bij, dus wellicht kunt u dat nog even technisch navragen als u dat exact wil weten. Gaan we dat nu indexeren, dan zijn er natuurlijk wel extra kosten mee gemoeid, maar dat spreekt denk ik voor zich. De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Nou inderdaad, dank u wel voor het antwoord. We komen erop terug, maar wat ik wel weet uit de periode 2012 nadat dat is ingevoerd, dat er een aantal organisaties omgevallen zijn. Ook omdat gewone kosten, vaste kosten zijn doorgelopen. En bij debat over zelforganisaties waar ik aan heb mogen meedoen, was toch wel de gedachte dat de kaalslag die heeft plaatsgevonden, dat we die op een of andere manier moeten zien te voorkomen. Hoe we dat dan precies doen, dat is vraag twee. Dat is daar wel denk ik de aanleiding van. De voorzitter: Dank u wel voor deze toevoeging, mijnheer Trompetter. Zijn er verder nog opmerkingen? Nee? Dan wil ik dit onderwerp graag afsluiten. Het gaat niet door naar de raad, dus we hoeven daar verder niks van te vinden. 7.

Verkenning Haarlem in de Wereld (JW) De voorzitter: Agendapunt zeven vervalt. Eens even kijken hoe laat het is. 18:20.

Ter advisering aan de raad 10. Jaarverslag 2021 VRK_HLM (JW) De voorzitter: Dus dan gaan we wat mij betreft naar agendapunt tien. Als u daarmee akkoord gaat, dan … We hebben namelijk insprekers op het volgende agendapunt na de pauze. Dus dan stel ik voor dat wij nu agendapunt tien gaan behandelen, het jaarverslag van de VRK, om goed op tijd tegen de pauze aan uit te komen, zodat we de insprekers niet teleur hoeven te stellen. Wat zegt u? En die komt eraan. Heel scherp, mevrouw Çimen. Ik zal hem wel alvast even inleiden, als we nu toch zitten te wachten op de burgemeester. De

8

veiligheidsregio Kennemerland is een gemeenschappelijke regeling waarbinnen negen deelnemende gemeenten hun veiligheids- en gezondheidszorg hebben georganiseerd. Ieder jaar rapporteert de VRK over de exploitatie van haar organisatie in het jaarverslag. En de VRK heeft het ontwerpjaarverslag 2021 aan de raden van de deelnemende negen gemeenten gestuurd. De gemeenteraad van Haarlem wordt in de gelegenheid gesteld hun zienswijze kenbaar te maken. Het algemeen bestuur van de VRK zal op 4 juli 2021 de stukken, 22 dat zijn neem ik aan, vaststellen. Nu is het altijd zo in deze commissie, we hebben wel vaker te maken met zienswijzen en dat is nog best ingewikkeld. En dat wordt er niet makkelijker op, want we zitten inmiddels met vijftien partijen hierom tafel. Ik wil graag voorstellen dat, mochten er zienswijze meegegeven worden, het moeten wel gedragen zienswijzen zijn. Dus niet dat iedereen zijn eigen klasse doet en dat het allemaal wordt meegenomen, maar alleen gedragen zienswijzen waar meerderheid voor bestaat in deze commissie, die worden meegenomen naar de uiteindelijke vaststelling van het jaarverslag. Dat u dat alvast even weet. U mag hier naartoe komen voor, burgemeester. Ik was de tijd aan het vol praten. Mijnheer Smit.

De heer Smit: Mevrouw de voorzitter, is wat u nu zegt een persoonlijke ambitie om de zaken zo beheersbaar mogelijk te maken? Dan kan ik dat snappen, maar ik ben het niet met u eens, want ik vind, nee, ik vind dat uiteindelijk elke fractie het recht heeft om zijn zienswijze kenbaar te maken. Ik geef toe dat we dan daarmee de administratieve belasting wat verhogend op zitten van de vorige periode, maar ik ga niet met uw goedbedoelde pragmatische voorstel mee, want dat belemmert een aantal andere om hun zienswijze zichtbaar te maken. De voorzitter: In mijn optiek is het altijd zo geweest dat een zienswijze uit de commissie, dat dat een gedragen zienswijze is. Want je kan natuurlijk, kijk, stel dat u nu alle vijftien een andere zienswijze hebt. Die kunnen natuurlijk niet alle vijftien verwerkt worden in het uiteindelijke jaarverslag. Dat zou een beetje gaat zijn. Vandaar ook dat ik vraag om een gedragen zienswijze waarvoor een meerderheid bestaat in deze commissie en dat is niet meer dan gebruikelijk. En daarbij is het ook zo dat als ik nu mijn griffie, dit is mijn belangrijkste onderwerp, dit is de belangrijkste reden. Als ik nu vraag en mijn griffie om nijver mee te schrijven met alles wat hier wordt gezegd en ervoor te zorgen dat het inhoudelijk wordt verwerkt in een jaarverslag, dan is mijn griffie verantwoordelijk voor een inhoudelijk stukje van de agenda.

Dat gaan we niet doen. Dat leg ik graag neer bij een ambtenaar die daar wel inhoudelijk verantwoordelijk voor wil zijn. Maar dan moet het dus wel een gedragen zienswijze zijn. Mijnheer Smit. De heer Smit: Recent hebben we bij Spaarnelanden met heel veel fracties een zienswijze gegeven waarin we in meerderheid overigens wel dingen vonden, maar ook soms in afwijking. Dat is allemaal genoteerd. Ik geef toe dat ik nooit weet wat daar precies de uitkomst van wordt, maar het is wel zo genoteerd en dat was ook terecht denk ik. Dus ja, een schot voor de boeg van u waardeer ik, maar ik vind het niet correct dat u dat probeert tot standaard te verheffen. De voorzitter: Ik wou dat ik zo creatief was om dit zelf bedacht te hebben, maar volgens mij is het altijd zo gegaan. Ik weet niet beter dan dat een zienswijze die hier in de commissie tot stand komt, dat die gedragen moet zijn. De heer Smit: Haar niet bij Spaarnelanden. Daar is de ruimte gegeven aan iedere fractie om een zienswijze te geven. De voorzitter: De heer Van Kessel gaat mij redden.

9

De heer Van Kessel: Ja, om het nog wat complexer te maken. Nee, volgens mij, hoewel ik het vaak eens ben met de zienswijze van de heer Smit, denk ik wel dat ik de voorzitter hier gelijk moet geven. Want wat we volgens mij hier doen, is uitvoering geven aan de regelgeving die binnen deze samenwerking zit en die geeft volgens mij de gemeenteraad de mogelijkheid om een zienswijze te geven. En alles wat u zegt wordt natuurlijk in de notulen opgenomen, dus dat zal zeker niet verloren gaan, maar is het wel de gemeenteraad die in positie is om een officiële zienswijze te geven in de zin van de gemeenschappelijke regeling, zeg ik even uit mijn hoofd, maar de regeling die hier ligt. De voorzitter: Uiteindelijk is het ook een adviesstuk, mijnheer Smit. Dus het komt nog terug in de raad. Ja? De heer Smit: Mijnheer Van Kessel, ik deel uw mening. Maar tot die tijd vind ik wel dat vastgelegd moet worden wat eenieder vindt. En dat er vervolgens vanuit de gemeenteraad een zienswijze komt op het stuk ben ik ook met u eens. Maar wat ik niet wil, is dat door te pragmatisch denken een aantal meningen te snel verdwijnen van het papier. De voorzitter: Mijnheer Smit, ik hoor u.

En ik denk, ik heb de ambtenaren van de gemeente Haarlem dusdanig hoog zitten dat ik me niet anders voor kan stellen dan degene die verantwoordelijk is voor het eventueel aanpassen van het inhoudelijke stuk, dat die ook nog even dit gesprek en het gesprek wat hier nu op volgt even gaat bekijken ook en daar dingen in meeneemt. En ik neem ook aan, maar dan kijk ik even naar mijn griffie, voordat het uiteindelijke stuk naar de raad gaat, worden die zienswijzen … Gaan we weer, hè? Ja. Maar het moet natuurlijk wel door u dan in deze commissie moest juist een weergave van de zienswijze terugkomen voordat het in de raad wordt vastgesteld. Toch? En dat gaat ook gebeuren, toch? Mevrouw …: Ja, en de raad is al volgende week. De voorzitter: Zullen we gewoon van start gaan? Misschien is … Ja, ik bedoel ja. Misschien heeft niemand een bijdrage. De heer Smit heeft verder helemaal niks, dus … Is het hier gewoon maar. Het is een principekwestie. Inderdaad, heel goed griffie. Dank u wel. Wie zal ik als eerste? Nou, mijnheer Smit. Weet u wat? U mag als eerste het woord. Mijnheer Slik wel. Gaat uw gang. De heer Slik: Ja, het verslag geeft een helder beeld. Het is een positief resultaat. Helaas komt het positieve resultaat dan dus wel voornamelijk ook wel door dat er vacatures ook vervuld zijn. Nou, maar goed, dat geldt overal.

En als je dan kijkt naar de besluitpunten, nou, dan kunnen wij aangeven als ChristenUnie dat we tevreden zijn met het behaalde resultaat en ook met de andere besluitpunten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Slik. Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel voorzitter. Ook 2021 heeft voor een groot deel in het teken gestaan van de coronapandemie en de bestrijding van die pandemie heeft ontzettend veel gevraagd van alle medewerkers van die veiligheidsregio’s. En D66 wil hen allen danken voor hun enorme inzet in de afgelopen periode. Het is zeker goed om te constateren dat het jaar 2021 met een positief resultaat van 1,8 miljoen wordt afgesloten. Tegelijkertijd, zoals de collega van de ChristenUnie ook zegt, zien we dat de belangrijkste verklaring hiervoor het lastig vervullen van vacatures is geweest. Daardoor zijn taken niet of veel later uitgevoerd. Dus ja, positief wat financiën betreft, maar het heeft wel wat betekent voor de werkdruk van onze mensen bij de veiligheidsregio, de uitval van collega’s en het niet kunnen uitvoeren van taken voor de gemeenschap. Er is keihard gewerkt door de VRK om een zo goed mogelijk resultaat neer te zetten in de regio. D66 is akkoord met het verwerken van het voordelig resultaat van ruim vijf ton in de BERAP van 2021, al hoop ik natuurlijk wel op

10

iets makkelijkere tijden voor de collega’s bij de VRK. En wat D66 betreft akkoord met de zienswijze en kan het jaarverslag als hamerstuk naar de raad. De voorzitter: Dank u wel. Dat zijn hoopvolle woorden. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Dank voor dit stuk. Het is … Eigenlijk zouden we graag aansluiten bij de woorden van D66 over de zwaarte die de mensen hebben moeten doorstaan. Het is daarbij heel goed dat er een voorziening is getroffen voor het ‘…’ ontslag bij de brandweer, want die hadden namelijk een heel vervelend pensioen gehad. Dus dan zijn ze heel blij mee, het kost wat geld, maar het is heel belangrijk. Het belangrijkste wat ik nog even wil aankondigen is dat veilig thuis effectief kan zijn en veel doelen kan uitvoeren. Er staat heel veel in over het stuk. Het liefst ook nog met handelingsbekwaamheid bij crisis als doorverwijzen, maar ook zelf iets kunnen doen. Actiepartij is het wel eens met de bestemming van de resultaat genoemde risico’s in begroting en de zienswijze op de jaarrekening. Het mag als hamerstuk naar de raad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. Mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel voorzitter. En ook fijn dat de burgemeester hier weer gezond en wel zit. Fijn.

Wij kunnen ons, de VVD kan zich vooral aansluiten bij de eerdere sprekers, zeker ook wat betreft complimenten aan alle mensen die hebben bijgedragen aan onze collectieve veiligheid. De brandweer, ambulance, meldkamer, veilig thuis, jeugd- en publieke gezondheid en al die anderen die ook in het jaarverslag terecht genoemd zijn. We zagen hetzelfde. Tevreden over positieve resultaat. Echter inderdaad de vacatures die niet ingevuld zijn, zijn daarmee, zijn de reden daarvoor. Dus eigenlijk de vraag aan de burgemeester, waar heeft dit het meeste geschuurd? Dus waar zijn taken later uitgevoerd of niet uitgevoerd hierdoor? U heeft daar, of de voorzitter van de raad heeft daar, nee, ook niet, de burgemeester heeft daar het beste zicht op. Dus nou, graag die vraag, of het antwoord daarop. Nog een ander punt wat ik niet gehoord heb. Het project ‘Vergroot het maatschappelijk rendement’ heeft tot een besparing van een half miljoen euro geleid. Mijn vraag is eigenlijk, zou het een goed idee zijn om dergelijk project gemeente breed uit te voeren? Wat nou, het was een goed resultaat. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van Kessel, heeft nog een interruptie van de heer Kuin. Oh, u stak, u stak iets te vroeg uw vinger op. Dan ben ik helemaal in verwarring. U wilt dan het woord neem ik aan. De heer Kuin: Nou, als het mag. De voorzitter: Nou, gaat uw gang.

De heer Kuin: Ja, dat was eigenlijk het idee, ja. Ik sluit aan bij de woorden van D66 en de waardering voor de medewerkers. Ik wil vragen aan de burgemeester of het overwogen is om het geld wat over is of overschot is, om dat ook in de medewerkers ten goede te laten komen in een soort bonus. De tweede vraag, er staat dat er bij communicatie-uitbreiding gaat plaatsvinden. Ik vind dat er overal veel te veel communicatiemensen zijn. Kunt u iets meer duiden wat daarmee gebeurt? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kuin. Mevrouw Otten. Mevrouw Otten: Ja, er zijn natuurlijk al heel veel woorden gezegd en ook Hart voor Haarlem wil alle medewerkers natuurlijk bedanken. Het is natuurlijk wel een beetje schijn bedriegt. Weliswaar een positief resultaat. De vraag van de heer Van Kessel vind ik zeer terecht, van wat is er dan blijven liggen? Maar waar ik

11

ook heel erg naar benieuwd ben, is er zicht op wanneer de vacatures wel ingevuld zijn en met name ook de werkdruk kan verminderen, maar ook alle afspraken die we hebben gemaakt over handhaving et cetera, wanneer die niet nagekomen kunnen worden? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Abbasi. De heer Abbasi: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik sluit me uiteraard aan bij alle woorden die gezegd zijn. Een focuspunt en ik zal graag de burgemeester willen vragen om aanbeveling vier, in eigen aanbeveling, om de methodiek van de indexering aan te passen, om daar wel echt de focus op te leggen. Want dat is wel heel belangrijk dat dat gedaan wordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat was het wat … Ja, mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja voorzitter, ik sluit me ook aan bij de complimenten voor iedereen die betrokken is geweest bij de aanpak van de coronapandemie. Ik heb wat technische vragen gesteld en de eerste technische vraag ging over de gezondheidsrisico’s, veiligheidsrisico’s als gevolg van klimaatverandering en droogte. In de beantwoording wordt eigenlijk onderstreept dat die risico’s er zeker zijn, alleen uit de beantwoording haal ik niet en uit het jaarverslag zeker niet in hoeverre het VRK oog heeft voor die risico’s verbonden aan klimaatverandering en droogte.

Misschien kan de burgemeester, misschien overval ik hem daar nu mee, maar vanuit zijn positie en zijn ervaring toch iets zeggen of comfort geven in hoeverre het VRK daar ook en aandacht voor heeft. Het tweede is, er wordt opgemerkt er efficiency voordelen zijn te behalen door regionaal oppakken, door de regionale aanpak van gemeentelijke taken. En uit de beantwoording van de technische vraag is mij niet duidelijk geworden om welke taken dat dan gaat. Dus welke taken hebben we voor ogen als we verdergaan op schalen als we die gemeentelijke taken binnen het VRK gaan oppakken? En het derde wat ik aan wil kaarten gaat over de methodiek, waar de Partij van de Arbeid over sprak. Verandering van methodiek betekent minder financieel risico voor de gemeente, maar meer financieel risico voor de VRK. Dat wordt ook geduid, dat dat zou kunnen betekenen bij financiële tegenvallers dat het VRK moet bezuinigen of dat taken minder of niet uitgevoerd kunnen worden. Nou zie ik ook dat in de methodiek al rekening wordt gehouden in de algemene reserve met die risico’s. Dus mijn vraag is eigenlijk, is die verandering van methodiek echt wel nodig en gaat dat niet leiden tot problemen bij het VRK als die risico’s zich toch openbaren? En zou de gemeente ze dan niet samen juist dat vangnet moeten zijn voor het VRK bij dat soort risico’s om wel voor hun taken te kunnen staan? Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klaver. Mijnheer Smit. De heer Smit: Ik zei dat ik geen opmerkingen had, maar ik hoor om mij heen dat het een hamerstuk mag worden en ik vind juist dat de raad het podium is bij uitstek om de waardering voor een heel bijzonder jaar toch even kort te benadrukken. Dus ik pleit voor een hamerstuk met stemverklaring, want dan wil ik wel wat zeggen in de raad. De voorzitter: Goed. Ik … Dat is ook de enige zienswijze die ik hier heb kunnen degusteren hier in deze commissie. Brede complimenten voor de medewerkers van VRK. Dus het lijkt mij heel terecht dat u dat nog even in de raad wilt herhalen. Dan geef ik nu het woord aan de burgemeester. Gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Ja, de naam klopt nog niet, maar … Die heb ik nooit gehad. Ja, ik heb wel een pasje, maar die werkt hier niet op. Goed zo. Dank, dank, dank. Dank voor de waardering in ieder geval voor de grote inzet van medewerkers. Ik denk dat zeer terecht daar een aantal sprekers ook melding van gemaakt hebben.

12

Het zijn twee uitzonderlijke jaren geweest waarin ook van het personeel van de veiligheidsregio’s en zeker het GGD-deel, maar ook de andere maar die zijn daar dan iedere keer weer bij gesprongen om te ondersteunen, heel veel gevraagd is. Ik denk dat het goed is, dus ik zal die waardering ook graag overbrengen. Is er iets te zeggen over van ja, waar zat nou die personele druk vooral in de zin van vacatures? Volgens mij gaat dat dan vooral om beleidsmatige functies en zijn er daardoor een paar dingen naar achteren geschoven. Die hebben met name te maken met het beleidsplan en risicoprofielen. Die moet je iedere keer opnieuw maken, alleen dat duurt nu wat langer. Het is niet zo dat er daardoor helemaal niets gebeurd of zo, maar het duurt gewoon langer. Er is, de VVD, ja, dat is waar het meest geschuurd heeft. Goed resultaat zou je dat ook niet een meter breed kunnen doen. Ik weet niet precies hoe u zich dat voorstelt. De voorzitter: Mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja nee, wat ik begrijp is dat er dus een project is geweest waar op een aantal manieren gewoon gekeken is naar, volgens mij hebben we de high score, in ieder geval naar benchmarks.

Hoe doen anderen het? En heeft dat geleid tot vijf ton aan kosten die niet nodig waren en die ook niet meer gemaakt zijn, waardoor er een financieel positief resultaat kwam? En op die manier kijken naar alle andere projecten zou misschien een goed idee zijn voor de gemeente. Dat was de vraag. De voorzitter: Burgemeester. Burgemeester Wienen: Ja, nou moet ik zeggen dat ik denk dat het in dit geval precies andersom is. Kijk, wat je bij gemeenschappelijke regelingen ziet, dat is dat er een soort natuurlijke druk is om te zeggen ja, dit is nodig en dat is nodig dus er moet gewoon extra geld bij. En wat je ziet, is dat deelnemers, gemeenten, dat die zeggen jongens, onze begroting staat onder druk, wij hebben de bezuinigingsoperaties gehad. Wij zijn voortdurend bezig te kijken naar onze bedrijfsvoering. Daardoor proberen we belastingverhoging zoveel mogelijk te voorkomen. En wij dwingen dus de gemeenschappelijke regeling, in dit geval de VRK, om heel kritisch door de eigen begroting te gaan en te kijken van, waar zijn voordelen te behalen? Dus ik snap wat u zegt. Het klopt ook. Het is ook mooi dat dat gelukt is, maar het is niet zo dat wij als gemeente nu zouden kunnen zeggen van nou, als zij dat kunnen moeten wij dat ook kunnen. Maar eigenlijk is er hier andersom.

Bij gemeente zie je ook dat als wij de begroting doornemen en kijken van waar zit er misschien besparingsmogelijkheden, waar kunnen dingen toch goedkoper, dat er dan ook benchmark gedaan wordt, dat we ook proberen te kijken van, zit hier mogelijkheden? En dat hebben we ook aan de VRK gevraagd en gelukkig heeft dat ook resultaat opgeleverd. Dan de communicatiemedewerkers. Ja, communicatie is wel een van de heel erg wezenlijke zaken waar een veiligheidsregio voor staat. Als er zich een crisis voordoet, dan is communicatie een van … Kijk, bestrijding is natuurlijk het allereerste. De brandweer gaat branden bestrijden of die gaat proberen hulp te verlenen, de GGD is inhoudelijk op bezig. Maar het andere punt is dat er ook telkens weer dat heel veel communicatie nodig is. En daar heb je ook mensen voor nodig, die maken scenario’s, die denken mee van hoe kun je dit zo goed mogelijk doen, hoe kan je zorgen dat het publiek ook zo goed mogelijk wordt geïnformeerd. Rond de coronacrisis is er ook heel veel communicatie geweest. Nou, daar was ook wel eens kritiek op, van dat wat beter gemoeten, dat had nog meer moeten. Ik denk niet dat het zo makkelijk is om te zeggen van nou ja, kan wel met veel minder communicatiemedewerkers. Ik begrijp wel de zorg. Ik denk dat het een heel algemeen punt is.

Als je ziet hoe ongelooflijk veel mensen bij de overheid bij communicatie betrokken zijn en daar functies in hebben dan vraag je je wel eens af van jongens, moet dat nou zoveel? Ja, bijna. Maar tegelijkertijd ja, ik ben er wel van overtuigd dat, zeker ook bij de aanpak van crisissituaties hebben we gewoon echt veel communicatie nodig. Ook als een burgemeester daar een rol speelt in de bestrijding van de crisis is een van de belangrijkste taken die die heeft zorgen om goed te

13

communiceren. Ook daar heb je dan weer die medewerkers voor nodig. De handhaving, wanneer is dat … Oh, is er overwogen om het resultaat van de … Nou, eerlijk gezegd niet. Het is op zichzelf nog wel interessant om naar dit soort dingen te kijken, maar daar moet je dan wel met elkaar heel erg goed over nadenken. Want kijk, als mensen een bijzondere prestatie leveren, dan kijken wij wel maar in hoeverre is hier gewoon gerechtvaardigd vanuit het personeelsbudget ook met bonussen te werken en die worden ook toegekend. Er wordt ook aan medewerkers bonussen verstrekt. De andere kant dat je zou zeggen er is wat geld over, er is grote werkdruk geweest, zou je niet een soort collectieve bonus gaan uitkeren? Ja, daar zouden aandeelhouders denk ik ook heel erg kritisch naar kijken, want dat is natuurlijk toch geld van de aandeelhouders wat dan gebruikt wordt. Gemeenten hebben ook personeel waar veel van gevraagd wordt. Ik denk als je die kant uitgaat, dat vraagt nogal wat aan overleg. En is dat nou hier gerechtvaardigd? Ik weet dat rond de coronacrisis er een bonus gekomen is in de zorg. Nou, daar hebben we een heleboel discussies over gehad. Wie precies wel, wie precies niet. Ik moet zeggen, ik hou het op dit moment erop, daar waar een bijzondere prestatie geleverd wordt die ik bonus verdiend, dan komt die er ook ten laste van het personeelsbudget.

Maar deze aanwending van middelen die over zijn, vooralsnog heb ik de neiging om te zeggen, ik zou er heel voorzichtig mee zijn. De heer Kuin: In 2020 is … De voorzitter: Mijnheer Kuin, gaat uw gang. De heer Kuin: Sorry. In 2020 is er volgens mij zowel aan de politie als de boa’s en heel veel gemeenten driehonderd euro betaald, eind van 2020. Ja, dat zou best kunnen dat het in 2021, best logisch als dat ook gebeurd is. Nou goed, in ieder geval verzoeken we … Burgemeester Wienen: We gaan hier niet onderhandelen. Goed, ik snap dat punt. Overigens gaat het dan om een specifieke groep medewerkers. En dat is niet omdat we geld over hebben, maar dat is dan echt nadrukkelijk omdat we van mening zijn dat daar echt een bijzondere prestatie geleverd is onder grote druk. En dan is het ook terecht om daar iets aan te doen. Volgens mij is dat overigens ook, ik zei dat het regulier gebeurt bij de veiligheidsregio. Ik weet niet precies welke medewerkers en of dat helemaal breed was, maar dat kan ik nog wel eens even natrekken. Maar het idee andersom van ergens geld over, dus we gaan dat verdelen als een bijzondere bonus, dat zou ik toch nog even wat voorzichtig mee zijn. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel.

De heer Van den Doel: Ja, ik zou adviseren als er geld overblijft op je personeelsbudget op dat je functies niet kunt vervullen, zou het natuurlijk wel interessant zijn of een oplossing zou kunnen zijn om mensen aan te nemen, die vervolgens te scholen, zodat ze die functie kunnen gaan voldoen. Dat is een veel interessantere optie dan bonussen, want de mensen denk ik krijgen een bonus, maar volgend jaar zit het weer op hun bord. En ik denk dat het handig is om, er zijn weinig mensen te krijgen, weinig gespecialiseerde mensen. Daar lopen allemaal op stuk. Misschien is het de oplossing om het geld dat blijft liggen op de plank in opleidingen te stoppen voor mensen die dus na die opleiding de functies kunnen vervullen. Hoe kijkt u daar tegenaan? De voorzitter: De burgemeester. Burgemeester Wienen: Ja, ik denk dat het best goed is om in eerste instantie in het dagelijks bestuur van de VRK nog eens met de directie ook van gedachten te wisselen, met de personeelszaken, of er specifieke categorieën zijn waar we ook misschien met specifieke maatregelen, zoals u noemt, iets zouden kunnen doen.

14

Vooralsnog constateer ik dat het probleem op de arbeidsmarkt zeker niet alleen voor veiligheidsregio’s is, maar ongelooflijk breed. We hebben er als gemeente mee te maken, bedrijven hebben ermee te maken. Dat je daar ook creatief naar kunt kijken. Ik neem het punt wel mee, maar als heel algemeen punt denk ik, dan moet je afvragen, moeten we überhaupt niet heel onze manier van werven van personeel nog eens tegen het licht houden? Want het is een veel breder probleem dan alleen bij de veiligheidsregio’s. De heer Van den Doel: Mag ik? De voorzitter: Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja, dan nu. Precies, dat is de spijker ben ik op zijn kop. We hebben allemaal opleidingsprogramma’s binnen bedrijven, grote bedrijven, gemeenten, welk bedrijf dan ook. Maar dat is vaak gericht op binnen een functie kwaliteitsvermeerdering teweeg te brengen. En ik denk dat je verder moet kijken dan dat, of je opleidingsbudget niet specifiek, zeker als je overhoudt, of je dat geld een op een kunt inzetten op opleiding op mensen die niet de papieren hebben om ze toch daar te krijgen. Maar goed, u neemt het mee heb ik gehoord. Dus daar ben ik al blij om. Dank u wel. Burgemeester Wienen: Ja. Dan ga ik naar over de indexering. Ik hoor daar twee verschillende dingen over. De een is van vooral stevig als gemeente inzetten.

Overigens zijn wij op dit moment enige gemeente die dat zeggen, dus dat moeten we het met alle gemeenten nog eens over hebben. Anderzijds zegt de heer Klaver van, is dit nou eigenlijk wel zo verstandig? Naar onze mening is dus die reserve beschikbaar en daardoor kun je ook enige ruimte nemen en is het dus ook niet nodig om te zeggen van nou ja, via die indexering moet je alle risico’s al van tevoren proberen eruit te halen. Naar onze mening is het een goede methodiek zoals we die zouden willen voorstellen. En mocht er eventueel dan nog een punt zijn, dan kun je dat A, in een goede methodiek nog corrigeren, dus dan gaat dat in een volgende begroting mee. En in de tweede plaats hebben we die reserve dan daar juist om dat soort dingen. Maar volgens mij, we gaan er dus nog over discussiëren ook met anderen en dan kijken we ook nog even wat de argumenten voor en tegen zijn. De voorzitter: Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja, dit is dus wel onderdeel van de zienswijze, want het is beslist punt vier. Dus wij moeten het hier wel over eens zijn of niet over eens zijn dat punt vier gehandhaafd blijft. Burgemeester Wienen: Zeker. Als u dat niet vindt, dan ga ik er natuurlijk niet inbrengen. Maar goed, ik reageerde ook op iemand die vroeg van, breng het beslist in. Zolang dat niet veranderd wordt door de raad, is het mijn inzet om het mee te nemen.

Maar dan gaan wij er niet in ons eentje over, dan praten we er met elkaar over en dan spelen ook de kracht van de argumenten in dat bestuurlijke overleg natuurlijk een grote rol. Klimaatverandering en droogte. Nou, mooi daar in de beantwoording van uw technische vragen gezegd wordt van, VRK is daar wel degelijk mee bezig. Maar waaruit blijkt dat dan? Het interessante is, ik zei net wat een beetje naar achteren gaat, dat zijn de risicoprofielen. Wij zijn als regio, de VRK is bezig telkens opnieuw te kijken van wat zijn mogelijke scenario’s van crisissituaties die zich kunnen voordoen en hoe reageren we daarop? En daarin zijn we steeds meer bezig om ook dit soort risico’s daarin mee te nemen, te benoemen en te kijken van, wat kunnen we dan als er zich situaties voordoen daaraan doen? De VRK heeft geen rol in regelgeving om die dingen te voorkomen. Er zit een nationale wetgeving, misschien soms in gemeentelijke regelgeving. Maar daar is de VRK niet van, dus daar kunnen we niks mee. Maar onze aanpak is dat wij ons ervan bewust zijn, er scherp opletten en in scenario’s meenemen van hoe kunnen we daar dan adequaat op reageren, zodat we in ieder geval de gevolgen zoveel mogelijk kunnen mitigeren. Over de vraag welke taken

15

zouden kunnen worden opgepakt, ik weet niet of er op dit moment al heel veel ideeën zijn. Wij hebben gezegd van nou ja, dit is voortgekomen uit een periode waarin er gezegd werd, de VRK is natuurlijk een wonderlijke organisatie. Je hebt daar een stevige organisatie nodig van deskundige mensen die soms een hele lange periode vooral bezig zijn met voorbereiding en nadenken, wat moeten we doen als er wat gebeurt? Maar dan gebeurt er niks en dan is er best aardig wat tijd en ruimte. En op het moment dat er wel dingen gebeuren, zoals bij zo’n coronacrisis, ja, dan staat de zaak gigantisch onder druk. Maar in die normale situatie waarin zich de crisissituatie niet voordoet, maar je bent daar aan het repareren, je bereidt je voor, je zorgt ervoor dat alles goed in elkaar zit. Is het dan denkbaar dat je ook bepaalde dingen voor gemeenten doet maar door gemeenten ontlast worden of misschien zelfs wel effectiever, of efficiënter kan ik beter zeggen, dingen voor gemeenten kunnen doen? Nou, daarvan heeft de directie gezegd, wij gaan er toch eens over nadenken of wij op dat punt mogelijkheden zien vanuit de expertise die wij hebben en daarover dan een gesprek met de gemeente. Op dit moment ken ik nog geen resultaten. Dat was het. De voorzitter: Maar was dat het ook? Burgemeester Wienen: Ja. De voorzitter: Ja, ik zie knikkende hoofden. Dan heb ik nog wel een opmerking voor de heer Klaver.

U had het net over punt vier, wat betreft die indexering. Maar dat valt onder agendapunt elf en dat gaat over de begroting. Dus de toekomst. En daar gaan we het nog over hebben. Oh nou, als dat zo is, dan kunnen we straks punt … Nee, mevrouw Siemen? Nou ja, ik denk ik zag weer een mogelijkheid om … U staat hier heel erg alleen in, mijnheer Klaver. Helaas. Ik denk dat de rest gewoon agendapunt elf apart wil behandelen. Dat u dat alvast weet. De heer Klaver: Heb ik dit punt alvast gehad. De voorzitter: Ja. Daarover gesproken, dit punt hebben we inderdaad gehad, agendapunt tien. Ik heb begrepen van de heer Smit dat hij duidelijk toch zijn complimenten wil overbrengen en ik heb nog meerdere partijen gehoord die dat ook willen. Dus we gaan dit wat mij betreft wat u betreft geloof ik als hamerstuk met stemverklaring naar de raad brengen. Nou, we zijn echt nog nooit zo precies op tijd geweest voor het eten, dus wij komen straks om kwart over zeven hier weer terug en dan wens ik u voor nu even smakelijk eten en dan gaan we straks door met agendapunt acht. Eet smakelijk. Eetpauze Ter advisering aan de raad 8.

Budget opvang Oekraïners in Haarlem (JW) De voorzitter: Ik heb even een vraag aan de heer De Vries op de publieke tribune. Er komen voor u nog een aantal insprekers op andere onderwerpen, dus misschien zou u nog even op een andere plek kunnen gaan zitten in plaats van de inspreektafel. Ja. Dank u wel. Oh, de burgemeester is terug, dus we gaan beginnen met het onderwerp nummer acht, budget opvang Oekraïners in Haarlem. Even een korte inleiding. Wij hebben twee insprekers vandaag. Dat zijn de mevrouw Ivanchenko en mevrouw Haan. Ze zijn respectievelijk van Razom en van Haarlem for Ukraine en dat zijn twee … Haarlem for Ukraine. En dat zijn twee particuliere organisaties die zich inzetten voor de vluchtelingen uit Oekraïne en in Oekraïne ook. Dat gezegd hebbende, ik ga het zo meteen verder inleiden. We gaan nu eerst beginnen met de insprekers. De insprekers heb ik verteld

16

hoe het werkt. Mevrouw Ivanchenko, u mag zo meteen de rechterknop indrukken. Dan krijgt u drie minuten de tijd om in te spreken en dan vervolgens is het aan deze commissie om nog wat vragen te stellen. En vervolgens is mevrouw Haan aan de beurt om hetzelfde te doen en daarna beginnen wij met de behandeling van het onderwerp wat hieraan gekoppeld is. Ik zie dat u een assistente heeft meegenomen met teksten op het bord. Ik weet niet of ze leesbaar zijn, maar je legt het waarschijnlijk allemaal uit. Dus goed, dan geef ik u nu het woord. Gaat uw gang. Mevrouw Ivanchenko: Ja, dank u wel. We do it Razom. Op 15 februari van dit jaar ben ik een grote inzamelactie begonnen voor Oekraïne en dit initiatief is uitgegroeid tot Stichting Razom. We hebben heel veel bereikt en een hele korte tijd. Start inzamelactie, aankoop van ambulance nummer twee of nummer één, oprichting van de stichting, opening van het ontmoetingscentrum en aankoop ambulance nummer twee. Inmiddels zijn we dus ons tweede project te worden, Razom, waar we bouwen aan een vaste community aan de Geerstraat 5. Dagelijks ontvangen wij ruim honderd mensen die op de vlucht zijn voor de oorlog. En de organisatie draait op toegewijde vrijwilligers, waarvan een groot deel Oekraïense mensen zijn. We zien mensen dagelijks terugkomen en een behoefte aan een plek als deze is zeer groot.

Onze kracht is dat we een laagdrempelige ontmoetingsplek zijn en iets extra’s bieden. De bezoekers kunnen bijvoorbeeld meedoen aan verschillende activiteiten, zoals danslessen voor kinderen, Engelse hulp en tevens bieden we psychologische hulp. Daarnaast bieden we ondersteuning bij praktische zaken, zoals helpen met registraties bij bepaalde organisaties of clubs. En aan de andere kant zijn we een belangrijke schakel worden voor de samenwerkende instanties van de gemeente Haarlem. En omdat wij goede en snelle toegang hebben tot de gemeenschap. We hebben een hele grote koffiehoek waar ruimte is voor een praatje met lotgenoten en we hebben een speelhoek voor kinderen. Er is grote behoefte aan een plek als Razom en de hulp die wij daar kunnen bieden. Ondanks dat we draaien op vrijwilligers is het van groot belang dat we kunnen bouwen aan het vaste kernteam en die ervoor kan zorgen dat deze plek kan voortbestaan. Daarvoor is natuurlijk ook financiële ondersteuning hard nodig. En wij zijn samen en wij zijn Razom. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Ivanchenko. Zijn er vragen aan mevrouw Ivanchenko? Mijnheer Slik. De heer Slik: Ja, wat betekent Razom? Mevrouw Ivanchenko: Het betekent samen in het Oekraïens. De voorzitter: Dat was uw vraag? Ja? Oké. Mijnheer … Ho. Abbasi, dat zeg ik, ja. Gaat uw gang. De heer Abbasi: Ja, dank u wel.

Ja, allereerst wil ik zowel mijn enorme waardering uitspreken voor wat u doet. Echt heel veel respect dat u dit doet. Dat vind ik echt heel mooi om te zien. Maar de vraag is, werkt u samen met de gemeente? En zo ja, hoe gaat dat, die samenwerking met de gemeente? Mevrouw Ivanchenko: Ja, we werken ook samen via de gemeente. Die heeft RIWW ingeschakeld, dus daar werken we ook samen. Maar ook andere organisaties die dus helpen in de boot nu. Daar hebben we ook samenwerking mee en dan helpen we hoe we kunnen. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Abbasi: En krijgt u ook financiële ondersteuning van de gemeente? Mevrouw Ivanchenko: Nee, nog niet. Nee.

17

De heer Abbasi: Oké. De voorzitter: Mijnheer Smit. De heer Smit: En daar wou ik even op doorgaan. Als ik dat laatste bord nog even van u mag zien. Ja, dan zegt u, financiële ondersteuning. Heeft u bij de gemeente een verzoek ingediend voor financiële ondersteuning en met de onderbouwing wat u ermee gaat doen? Is dat al bij de gemeente terecht gekomen? Mevrouw Ivanchenko: Ja, hebben we het al een aantal keer over gehad. Ja. En dat is denk ik wel nog in onderhandeling. Ja. Dank u. De voorzitter: Mevrouw Van den Broek. Mevrouw Van den Broek: Zijn jullie nu de enige plek voor Oekraïners waren zij een vorm van dagbesteding en ontmoeting hebben? Mevrouw Ivanchenko: Ja, ik denk wel dat wij op dit moment nou, eigenlijk krijg ik heel veel berichten uit heel Nederland, dat wij zo, mensen zijn uit Eindhoven geweest en Tilburg. En op dit moment zijn wij het enige centrum die zo’n groot iets biedt qua samenkomst. Maar er zijn ook andere organisaties natuurlijk, net als Haarlem for Ukraine, die ook heel veel biedt, ook verschillende locaties in Haarlem. Mevrouw Van den Broek: En jullie zijn maar één of twee uurtjes open toch, per dag? Mevrouw Ivanchenko: Nee, we zijn ongeveer zes tot acht uur open per dag, ja. Mevrouw Van den Broek: Oh, oké.

De voorzitter: Zijn er verder nog vragen? Ja, mijnheer Van den Raadt De heer Van den Raadt: Ja, omdat uw naam ‘samen’ betekent, overweegt u om met andere partijen die bijvoorbeeld ook hele goede dingen doen voor Nederlanders of Turkse of Marokkaanse mensen, om daarmee samen te gaan? Of wilt u specifiek een aparte plek voor u? Mevrouw Ivanchenko: Ja, op dit moment in deze crisissituatie en de hoeveelheid vrijwilligers, er zijn er gewoon qua vaste kernteam niet zoveel, richten wij ons nu op Oekraïense mensen. Maar in de toekomst zouden we wel heel graag echt meer doen voor vluchtelingen in het algemeen ook. Ja. Want dat is ook heel erg nodig, een plek als deze. De voorzitter: Zijn er verder nog vragen voor deze inspreekster? Nee? Dank u wel, mevrouw Ivanchenko. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Haan. Ja, u mag op de plek gaan zitten van mevrouw Ivanchenko. Mevrouw Haan: Ja? De voorzitter: Ja, we hebben even wat technisch overleg hier. Dat moet natuurlijk ook gebeuren. Maar het woord is aan u, u heeft drie minuten de tijd om in te spreken. En ook nu geldt weer dat de commissieleden hun vragen kunnen stellen. Gaat uw gang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12266376/2