CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

05-19 transcript commissie Samenleving

commissie Samenleving 9 juni 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 19 mei 2022 (alleen naar aanleiding van)33.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

18

wat het bedrijf nodig heeft, wat het bedrijf kan leveren. Maar we willen wel vasthouden aan die eis. In het rapport staat dat we misschien daar wat soepeler mee moeten zijn. Maar ik denk, als het op dit moment ons lukt om boven de honderd procent te scoren, dan zie ik eigenlijk niet direct aanleiding om daar dan nog verdere versoepeling te doen. Even, ik denk dat het in de organisatie ook hartstikke goed gaat. Ik denk, als je kijkt naar de aanbevelingen die dan worden gedaan, dan is het inderdaad niet zozeer dat wij dingen beter zouden moeten doen, maar het zou mooi zijn als onze opdrachtnemers wat meer het gesprek voeren met elkaar. Niet dat ze bij de gemeente komen, omdat ze een eis hebben en wij ze dan verwijzen naar een reintegratiebedrijf of dat wij ze naar andere instellingen, scholen, leerstages, meer sociale bedrijven die inderdaad ook op die manier kunnen helpen om die SROI-verplichting in te vullen. Dat doen wij. Ik denk dat wij al vrij veel doen, zeg ik richting D66. Ik denk dat wij daarin ook wel goed ons best doen. Ik denk dat we nog iets meer gaan proberen om te zorgen ook iets meer Haarlemmers even ... Dat mensen ook echt wat meer nog in deze regio hun SROI-verplichting doen. Het is zonde dat als wij, als gemeente Haarlem, heel veel geld uitgeven dat uiteindelijk, hoe zeer ik het ze ook gun, maar ergens in Oost-Groningen iemand aan een baan wordt geholpen.

Ik denk dan toch, het zou fijn als we in eerste instantie ook naar de gemeente waar ook de opdracht vandaan komt bij het bedrijf. Als gemeente hebben we daar in ieder geval een goed contactcentrum voor en kunnen mensen ook verder helpen. Maar wat er gesteld wordt is inderdaad, we kunnen iets meer de bedrijven nog aan elkaar knopen. Mevrouw Oosterbroek geeft daar ook een aantal goede voorbeelden van, vanuit het programma Impact Ondernemen, waarvan we zeggen, dat zijn inderdaad punten die men met elkaar moet ontwikkelen om te kijken of dat op die manier ook beter kan. In het stuk staan ook een aantal dingen die we gedaan hebben. In het fysiek domein zijn de raamcontractenpartners al wat meer aan elkaar geknoopt. Maar ik denk dat we met elkaar moeten gaan kijken hoe dat zich ontwikkelt. Laten we dan gewoon kijken in het jaarverslag of dat ook beter wordt. Ik weet niet precies of ... Volgens mij, dat Impact Ondernemen was, denk ik, eind vorig jaar gestart. Ik denk dat we dan pas in 2022 echt effecten daarvan zouden moeten kunnen rapporteren van, hoe gaat dat? Maar dat is, denk ik, een goed punt om aanvullend op te nemen in het jaarverslag. Dat we veel aan zorg en welzijn doen, is ook omdat we heel veel van de SROI-verplichtingen op het domein zorg en welzijn drukken. Heel veel van het geld wat we uitgeven en SROI-plichtig is, dat zit in het domein zorg en welzijn.

Dan zie je dat dat een relatief groot deel is. Maar goed, ook daarin hebben we gezien dat we de afgelopen jaren ook inderdaad de aanbesteding van vastgoed, van ontwikkelprojecten, dat die SROI-plichtig zijn geworden. Dat leidt ook weer tot nieuwe doelgroepen. Ik was laatst bij een bouwbedrijf dat een project doet in Schalkwijk, het oude Damiate-terrein, zal maar zeggen. Daar waren inderdaad een paar mensen die daar een BBL-traject, een leerervaringscertificaat ... Hadden geleerd bij dat bedrijf. Was overigens deels SROI-verplichting, maar ook gewoon intrinsieke motivatie van dat bouwbedrijf. Ik denk dat dat eigenlijk ook heel goed is. Dat is denk ik ook richting Hart voor Haarlem. Als je kijkt naar wat het ons lukt, gaat het over ... Heel veel van die dingen worden ingevuld door echte banen, maar ook als dat niet lukt vaak inderdaad werkplekken, stageplekken. Ik denk wel dat gewoon zulk soort plekken ook heel erg bijdragen aan langdurige duurzame inzetbaarheid. Je kunnen ontwikkelen door stages te lopen, door een BBL-plek te hebben. Dat kan ook heel erg goed bijdragen dat je uiteindelijk toch die duurzame plek op de arbeidsmarkt vindt. Wat we zeggen, dat loopt niet via onze afdeling HR. Want de ondernemers die daar een SROI-verplichting hebben die hebben zelf de verantwoordelijkheid daarvoor.

Maar vanuit de gemeente Haarlem is er een contactpersoon die hun kan helpen om contact te leggen met de re-integratiebedrijven, met onderwijsinstellingen et cetera om te zorgen dat onze inwoners, of misschien daarbuiten, uiteindelijk ook aan het werk geholpen worden of richting werk geholpen worden in ieder geval. Ik denk dat onderzoek laat volgens mij zien dat we best goed bezig zijn. Is nog wel inderdaad het fundamenteel, misschien ook wel een politiek punt, van, in hoeverre is het eigen Haarlemmers eerst? Die discussie heb ik weleens gehad met mijn regio gemeentewethouders van ... Ik bedoel, we werken in de regio samen. Dat is hartstikke goed. Dat is Zuid-Kennemerland, IJmond. Maar je zou nog een plus kunnen ... Mensen extra kunnen belonen, opdrachtnemers extra kunnen belonen als ze ook echt

19

in deze regio iemand aannemen. Maar nu is het op zich profiteren wij van opdrachten die de gemeenten ergens in het oosten van het land geven. Misschien dat die gemeenteopdrachten wel hier uiteindelijk met SROI worden ingevuld. Opdrachten die wij geven, worden misschien ergens in het oosten van het land ingevuld. Dat is de solidariteit die we tussen de gemeenten dan misschien ook wel hebben. Maar soms is het ook even zoeken van, dat we inderdaad ook willen dat de gemeente die de opdracht geeft, dat die uiteindelijk daar ook wel ... Dat zijn inwoners ook wel ... Dat daar het eerst naar gekeken wordt. Daar hebben we in ieder geval aanvullend nog het WerkgeversServicepunt gevraagd om daar wat meer actie op te nemen. Het WerkgeversServicepunt is het punt dat eigenlijk werkgevers helpt bij ... Eigenlijk een soort uitzendbureau voor specifieke doelgroepen. Daarmee hebben we weer een extra contact om uiteindelijk die ondernemers ook weer verder te helpen. Ik hoop dat dat wat meer duidelijkheid heeft gegeven. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek, GroenLinks. Mevrouw Oosterbroek: GroenLinks is blij met de toezegging van de wethouder dat het Impact Ondernemen wordt opgenomen in het jaarverslag en dat we op die manier op de hoogte blijven van de invulling daarvan. De voorzitter: Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor de antwoorden.

Ik vind de doorstroom naar duurzame banen nog een beetje dunnetjes. Het is niet echt van dat we daar echt achteraan zitten. Want volgens mij is dat namelijk het doel achter Social Return, dat je een opstapje creëert, maar daar wel zorgt dat mensen echt naar duurzame banen doorgroeien en dan ook gewoon in de maatschappij meedoen. Ik heb nog geen antwoord gehad op het risico met betrekking tot die ene Social Return coördinator en hoe hij dat risico wil wegwerken door middel van een systeem en een contractmanager of zoiets dergelijks. Dank u wel. De voorzitter: De heer Visser, PvdA. De heer Visser: Dank u wel. Daarop allereerst eventjes, mooi ook dat het college erg kritisch is op zichzelf in dit stuk met allerlei dingen die eventueel beter kunnen en oplossingen daarvoor. Ik ben het wel met mevrouw Zoon ook eens, ik zou voor dit soort oplossingen, die het college aandraagt, ook wel wat terug willen zien in de vorm van monitoring of wat dan ook, dat dat uiteindelijk naar ons toe terugkomt. Kan de wethouder dat dan toezeggen? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Zwemmer, D66. Mevrouw Zwemmer: Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor de antwoorden. Ik heb nog een korte vervolgvraag.

Of ik inderdaad goed heb begrepen dat er op dit moment vanuit het college geen regierol wordt weggelegd voor de gemeente om echt actief opdrachtnemers samen te brengen en wellicht daar ook bestuurders en ambtenaren bij te betrekken, wellicht een keer per jaar, om zo in kaart te brengen of we met zijn allen, opdrachtnemers en bestuurders in het veld, de ogen op dezelfde lijn hebben gericht. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog iemand? Nee? Wethouder. Wethouder Roduner: Even richting Partij van de Arbeid. We hebben elk jaar een jaarverslag waarin we rapporteren over de resultaten van het SROI-beleid. Dan kun je inderdaad elk jaar zien hoe ons SROI-beleid zich ontwikkeld heeft, hoeveel Haarlemmers of hoeveel mensen in deze regio een baan hebben gevonden, hoeveel een stageplek, hoeveel een leerwerkplek. Ik ben op zich wel ... Je ziet gewoon dat een derde

20

uitstroomt naar werk. Het hangt er ook een beetje vanaf waar degene vandaan komt. Vanuit de WW is het soms makkelijker om naar werk te gaan. Als je een wat verdere afstand tot de arbeidsmarkt hebt, heb je daar wat meer de tijd nodig. Het risico van de ene, dat staat duidelijk, volgens mij, in het stuk. Het risico van de ene SROI-coördinator ... Hebben we er een. Ik bedoel, je kunt er twee aannemen, maar dat is dan misschien ook een beetje overdreven. Maar we hebben in ieder geval gezegd dat hij het ondersteunende administratieve werk ... Dat staat in het stuk. Medewerker gewoon toegang heeft tot alle informatiebronnen. Het is één mailbox. Het wordt in ieder geval goed gedocumenteerd en geregistreerd. Volgens mij, alle documenten zijn ... Volgens mij is dat ... Ik denk dat dat op zich goed ingekaderd is. Ik denk dat er ... Ik denk dat hij wel ziek is, maar volgens mij loopt het dan niet per se helemaal spaak. Mevrouw Zoon: De meeste mensen gaan altijd op vakantie. Wethouder Roduner: Daarom. Mevrouw Zoon: Die zijn niet vaak ziek. Maar het gaat er natuurlijk over dat hier iets staat van, dat het een beetje ... Of hij is overbodig of hij kan overbodig zijn gelukkig. Maar het gaat over van, klopt het allemaal van dat de rest dan ook nog doorgaat? De voorzitter: Ter interruptie, mevrouw Jacobsz. Wethouder Roduner: Het gaat dan door. Het loopt niet in de soep gelukkig.

De voorzitter: Kijk, het is normaal dat we natuurlijk termijnen voorbereiden. U heeft een eerste termijn en dan hebben we nog een tweede termijn gehad. Het gaat wel iets meer anticiperen. Maar u mag nog even een vraag stellen. Gaat uw gang. Mevrouw Jacobsz, OPHaarlem. Mevrouw Jacobsz: Terwijl mensen praten, word ik gewoon getriggerd. Want dan heb ik het wel voorbereid, maar ... Maar een vraag kwam bij mij naar boven, want mijn indruk, als ik dit rapport lees, is dat de focus echt op de werkgevers is, op de bedrijven is om mensen het een SROI-verband aan te nemen. Maar aan de andere kant denk ik, het is misschien ook wel interessant om de mensen zelf, die geen kennis hebben over dat er zulke constructies bestaan, mensen die werkzoekende zijn, dat zij ook worden geïnformeerd en actief worden gemaakt op dit onderwerp. Want ik weet wel een aantal voorbeelden van bijvoorbeeld mensen met een Wajonguitkering, dat er best wel constructies zijn waarbij dit een interessant model is, een interessante optie is. Ik wil dit even toevoegen. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Roduner: Ik denk wel, de verplichting leggen we neer bij het bedrijf, bij de opdrachtnemer. Die heeft de verplichting om uiteindelijk te zoeken. Maar we proberen wel die twee werelden met elkaar te verbinden. Dat gaat door onze klantmanagers, die dat ook gewoon weten.

Die uiteindelijk bij hun klanten, Haarlemse klanten, bij het UWV, met mensen in de ... Er zijn verschillende manieren. Dat WerkgeversServicepunt is ook een hele belangrijke om werkgevers en werkzoekenden aan elkaar te verbinden. We doen al wat. In het stuk staat dat we nog iets meer gaan doen. Dat we nog iets meer ... Maar aanleiding van ook van het economisch plan over Impact Ondernemen, dat we iets meer gaan doen. Laten we gewoon kijken hoe dat gaat. Dat is een beetje mijn voorstel. We gaan een aantal acties ondernemen. Dat staat volgens mij in het stuk genoemd. Laten we dan gewoon jaarlijks kijken of die acties voldoende zijn of dat we zeggen, dat is nog ... Dat levert ons wat extra op. Of dat we zeggen, daar moet nog een tandje bij. Ik denk dat

21

we dat op die manier gewoon een beetje met elkaar in de gaten kunnen houden. Dan kunnen we elk jaar hier kijken hoe het gaat en of het beter moet. De voorzitter: Goed, dank u wel, wethouder. Volgens mij is het voldoende besproken, dit punt. Gaat die naar de raad. We sluiten het punt af. Dan wil ik voorstellen om nu even te gaan eten. Het is half zeven. Ik verwacht u rond ... Zeven uur. Niet rond, gewoon zeven uur weer terug. Ja? Tot zo. Check. Eetpauze De voorzitter: Overige punten ter bespreking 8.

Vaststellen selectiedocument Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang Haarlem (MTM) De voorzitter: Goed, welkom terug weer bij de commissie Samenleving van de 19 mei 2022. We gaan door met agendapunt 8. Dat is een bespreekpunt. Dat is het vaststellen selectiedocument Beschermd Wonen een Maatschappelijke opvang in Haarlem. Tijdens de vergadering van de commissie Samenleving van 14 april is de ter kennisname nota op verzoek van de SP, met instemming van de commissie Samenleving, ter bespreking geagendeerd voor deze vergadering. De motivatie heeft u ook weer bij de agenda kunnen zien. Nota bene, één bijlage zit er bij. Die is geheim toch of niet? Is openbaar. Dan mag u erover spreken. Dan ga ik ... Is openbaar. Ik hoor het. Dan geef ik als eerste woord aan mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Dank je wel. Blij dat het niet meer geheim is, want daar stond de meeste informatie in. Ik heb hem geagendeerd ten eerste, omdat we in januari, februari een stuk hebben behandeld waarin we ook wat input gegeven hebben om te kijken of dat meegenomen was. Dat was het. Ik kon hem in ieder geval terugvinden. Mijn dank daarvoor. Maar ik heb wel wat vragen over ... Daarvoor dank in ieder geval. Maar ik heb wel wat vragen. Voor ons ligt een selectiedocument. Daar staat in dat we gaan aanbesteden voor de aankomende zes jaar. Dat kan twee keer verlengd worden met twee jaar.

Dat is eigenlijk voor tien jaar bijna, als we dat bij elkaar nemen. De SP wil weten of er een moment van evaluatie is. Wij willen ook graag weten hoe dat zit met eventuele aansturing of bijsturing op het moment dat er iets speelt, zoals bijvoorbeeld laatst met de maatschappelijke opvang. Zijn die mogelijkheden er? Ten tweede, wederom de vraag, wat ik eerder ook bij Gewoon in de Wijk vroeg, hoe zit het met de cao-bepaling? Is daar ook hier in deze gunning of criteria iets in meegenomen? Cao-bepaling. Wat ik met de Gewoon in de Wijk ook vroeg. Even kijken. Een andere vraag is, gaat dit ook om de Domus Plus en de Skaeve Huse, want inmiddels zullen die er in die tien jaar ook wel staan, denk ik. Ook is er in Amsterdam bijvoorbeeld meerdere inschrijvingen mogelijk. Dan zie je dat als er een probleem is of een time-out bed nodig is dat er de mogelijkheid is dat daklozen onderling door kunnen naar een andere organisatie waar ze wel welkom zijn in een time-out bed. Dat is een vraag. Er is gesproken over eenpersoonskamers. Uit die problemen in de opvang bleek dat er behoefte daaraan was. Aangezien we nu voor tien jaar een gunning aangaan, is mijn vraag, wordt dat ook meegenomen, het werken naar eenpersoonskamers waarbij de daklozen tot rust kunnen komen, vooral met trauma’s. Een tweede is, het stukje uitstroom.

Wij hebben in ieder geval als SP gehoord, op het moment dat je toch hulp nodig hebt in verband met verwerken trauma en dergelijke, dat je eerst een rustplek nodig hebt om vervolgens eraan te kunnen werken. Dat heb je in de opvang niet. Een tweede vraag is, in de hulpverlening een passende hulp en een zachte landing bij verhuizing en dergelijke. Worden dat soort criteriapunten of in ieder geval punten meengenomen. Het laatste wat ik zou willen vragen is, ook in ons onderzoek, het zwartboek wat wij een aantal jaar geleden hebben gehad, bleek dat er in de opvang 65 plus daklozen in de opvang zitten. Er zitten

22

ook daklozen met angst- en paniekaanvallen, LHBTI eventueel, daklozen met beperking. Dat hebben we voor de verkiezingen ook uitgebreid behandeld tijdens de debatten. Is daar extra aandacht voor? Wordt daar een apart iets voor gecreëerd, zodat zij daar in alle rust ook in de opvang kunnen zitten en zich ook veilig voelen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik het woord geven? Niemand? Mevrouw Moedt, Partij voor de Dieren. Gaat uw gang. Mevrouw Moedt: Dank u wel. We begrijpen dat het een beetje, voor de Partij voor de Dieren, mosterd na de maaltijd is om hier nog iets aan toe te voegen. Wat wij misten, is de dieren natuurlijk. Er zijn een heleboel mensen met dieren. De helft van de Nederlandse huishoudens heeft een dier. Ook mensen die dakloos raken hebben dieren. Laatst in het Straatjournaal stond een verhaal over een echtpaar dat heel lang op straat heeft gewoond, omdat hun hond niet mee mocht naar de opvang en ze niet van hem wilden scheiden. Dat zou wat mij betreft een harde eis moeten zijn dat mensen bij hun dier kunnen blijven. Ze hebben al genoeg aan hun hoofd. Dank u wel. De voorzitter: Interruptie, mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: U heeft volledig gelijk. Ik ben het met u eens. Ik heb ook heel veel mensen gesproken die liever op straat gingen slapen, omdat hun hond niet in de opvang kon. Dat is gewoon schrijnend. Ik zal u steunen in uw betoog.

Ik ben benieuwd wat de wethouder daarvan vindt. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de wethouder. Of niet? Toch nog? Ik heb het niet gevraagd. Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Of dan bij deze aanbesteding ... Ik weet dat we bij die verbonden ook hebben meegenomen om de CO2-ladder in ieder geval te documenteren in onze jaarcyclus. Het zou mooi zijn als dat bij deze aanbesteding ook gebeurt. Een CO2-ladder voor de organisatie, of we dat kunnen vragen dat ze dat invullen voor ons. Dat doen we sowieso al, maar dat moet ook gebeuren. Mensen moeten het nu gaan doen. De voorzitter: Nu echt? We gaan naar de wethouder. Wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Als ik met dat laatste zou mogen beginnen, ik heb geen idee. Dat is een eerlijk antwoord, denk ik, maar ik weet het echt niet. Dat ga ik navragen hoe dat zit. Dan ga ik terug naar u. Dan doe ik de SP als laatste. Vorig jaar of twee jaar geleden hadden we ook een probleem met iemand die een hond had en die mee wilde nemen naar de opvang. Dat kon niet. Het dier is toen, volgens mij, in een pension gegaan. Het heeft te maken met verschillende dingen. A, zijn de opvanglocaties er niet voor ingericht dat er dieren opgevangen kunnen worden. En twee is dat er soms ook allergieën zijn onderling tussen ... Met dieren en mensen. Dat is eigenlijk de reden waarom ze niet opgevangen worden.

Het is ook gewoon heel onpraktisch, omdat we veelal nu te maken hebben met opvanglocaties waar meerdere mensen op een kamer leven. Dat relateert dadelijk weer aan de vraag van de SP. Maar dat is wel de omissie in het geheel. Ik weet als geen ander dat dieren enorm belangrijk zijn voor het welzijn van iemand. Het zou me wat waard zijn als het wel zou kunnen, maar het is wel op dit moment een probleem in een probleem. Ik kan daar niet zomaar een pasklaar antwoord op geven. De vraag van de SP over de evaluatie en de momenten van monitoring. We gaan inderdaad het aanbestedingstraject van twee keer drie jaar en dan mogelijk verlengen et cetera. De hele inrichting daarvan nemen we ook mee in deze aanbestedingsfase. Zal straks in die dialoogfase ook afgestemd worden. Alle verbonden partijen zullen zeker zich vergewissen van de positie van u als raad om te willen sturen, begeleiden,

23

maar ook kunnen zien wat de effectiviteiten zijn en wat de opbrengsten zijn. Daar wordt zeker aandacht aan gegeven. De cao-bepaling en de normering daaromtrent, in principe gaan wij daar niet over. We hebben al eens vaker die discussie gehad. Dat is natuurlijk toch een Rijksoverheidsverantwoordelijkheid en instelling. Wat we wel doen lokaal, is in ieder geval een onderzoek naar de zorgpartners hoe zij op dit moment met de tarieven omgaan. Dat nemen we nu wel vooraf aan de dialoogfase mee. Time-out willen, dat is ook onderdeel van de voorwaarden, volgens mij. Daar zullen we niet anders in staan. De vraag of de Domus Plus en de Skaeve Huse erin zitten. Ik moet u eerlijk zeggen, dat heb ik zelf in de voorbereiding ook gevraagd en heb ik geen antwoord op gehad. Blijf ik u schuldig, maar ik ga het u echt laten weten als ik daar ook een antwoord op heb. Omdat de locaties er nog niet zijn, nog gebouwd moeten worden en de hele inrichting nog een relatief vraagteken is, vermoed ik dat ze uiteindelijk wel hier in terecht zullen komen. Maar omdat het er nog niet is, zal het waarschijnlijk wel een aparte aanbesteding worden. Maar dan loop ik vooruit op het officiële ambtelijke antwoord wat ik nog niet heb. U vraagt aandacht voor verhuizingen. Volgens mij hebben we daar in het pact van uitstroom ook aandacht voor gevraagd om extra begeleiding daar waar het nodig is.

Waar mensen vanuit de diversiteit en de doelgroep gewoon met bijzondere psychische aandoeningen of psychische nood of psychische bijzondere kenmerken, om daar oor en oog voor te hebben. Dat is zeker een aandachtsgebied. Volgens mij zijn dat al uw vragen geweest. Eentje vergeten? Van de acht. Best goed. Mevrouw Özogul-Özen: Dank u wel. De vraag over eventueel in de toekomst naar eenpersoonskamers. De gunning kwam terug, begreep ik, criteria? Wethouder Meijs: De gunningscriteria zijn volgens mij al opgesteld. Die heeft u volgens mij ook al langs zien komen. Ga ik ook uitzoeken, want ik zie een vraag bij u en u weet bijna altijd wel precies wanneer en waar en hoe. Wij doen ook op dit moment een haalbaarheidsonderzoek naar die eenpersoonskamers, omdat dat ook een wens is die al langer op tafel ligt. Op dit moment is er een verdieping op de Wilhelminapoort, nee, de Wilhelminastraat is leeg. We zijn aan het kijken of we daar alvast kunnen anticiperen met die eenpersoonskamers. Dat wordt meegenomen. De voorzitter: Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Moedt, Partij voor de Dieren. Mevrouw Moedt: Met die eenpersoonskamers kan mooi de hond mee of de kat. Wethouder Meijs: Blijft altijd dat het niet zomaar mee kan. Ik bedoel, mensen komen met ... Kijk, een hond en een poes kan ik me iets bij voorstellen.

Maar u kunt zich voorstellen dat mensen ook wel met wat exotischere dieren komen. Het is een ding. De voorzitter: Is dat goed genoeg besproken zo? Mevrouw Marrée, Actiepartij nog even. Mevrouw Marrée: Bedankt. Wethouder, u geeft net aan dat het hebben van dieren belangrijk is voor het welzijn van mensen. Maar ik denk dat een betere uitgangshoek is om ook te kijken naar het belang van de dieren zelf. Ten tweede, als men naar een hotel gaat, dan is daar soms ook een kamer ingericht waar mensen met een hond in kunnen zitten. Wellicht dat dat als een oplossing is aan te dragen. Gewoon een deel van die opvang waar huisdieren mee naartoe kunnen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Ik heb natuurlijk die vraag ook gesteld voor mensen die met angst zitten en dergelijke. Misschien is dat inderdaad een apart iets creëren waar mensen, bejaarde mensen die rust nodig hebben,

24

mensen met bepaalde aandoeningen en dergelijke, wel ergens terecht kunnen met maatwerk. Als de wethouder dat mee zou kunnen nemen, graag. De voorzitter: Wethouder, gaat u het meenemen? Wethouder Meijs: Dat kan ik niet hier op voorhand zeggen, want dan gaan we een doelgroep in een doelgroep creëren. Maar dat een bepaalde doelgroep binnen de doelgroep extra aandacht nodig heeft, dat lijkt me evident. We hebben vorig jaar volgens mij te maken gehad met een dementerende dak- en thuisloze. Toen hebben we daar ook over gesproken binnen de afdeling. Daar zullen we zeker nog aand acht voor hebben. We komen nog terug op de vragen waar ik geen antwoord op had, zoals Domus Plus en Skaeve Huse. Ik denk echt dat dat nog niet helemaal uitgekristalliseerd is, om even diplomatiek te zeggen. Als antwoord op uw vragen, dak- en thuislozenzorg is geen hotelvoorziening. Is echt wat anders. Maar goed, ik hecht er waarde aan om dat wel te noemen. In hoge uitzondering brengen we weleens dak- en thuislozen onder in een hotelvoorziening, maar die zijn er echt niet op uitgerust. Daar moeten altijd extra voorzieningen bij. Wat dat betreft vind ik de vergelijking wat mank gaan. Ik ben het met u eens dat als we aandacht hebben voor de dak- en thuislozen en hun welzijn, dat we het ook voor het dierenwelzijn moeten hebben. Maar volgens mij hebben we daar ook weer andere organisaties voor.

Dat wil ik toch ook wel een beetje uit elkaar halen, voordat we alles op een hoop gaan gooien. De voorzitter: Mevrouw Özogul, SP eerst even. Mevrouw Moedt: Mag ik interrumperen? De voorzitter: Eerst was mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Ik vraag u niet iets speciaals, maar het gaat mij meer om, er zijn angstige mensen die niet in een groep met alcoholverslaafden en drugsverslaafden kunnen. Daar vraag ik aandacht voor. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Moedt, Partij voor de Dieren. Mevrouw Moedt: Ik vond het punt wat mevrouw Marrée maakte ook heel belangrijk. Als je je hond naar een asiel moet brengen, dan heeft die hond ook stress, want waar is de baas gebleven. Is niet alleen stress voor de mens, maar ook stress voor het dier. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat we het voldoende besproken hebben. Het gaat niet naar de raad, dit stuk. De wethouder komt nog wel even terug met een vraag van GroenLinks over die CO2-ladder. Over de vraag van de SP over die Domus Plus en Skaeve Huse. Ook nog even over dat ... Dat haalbaarheidsonderzoek komt eraan, of dat gaat ... Wordt uitgezocht? Wethouder Meijs: Ja, wordt uitgezocht. De voorzitter: Mooi. Dank u wel. 9.

Samenwerkingsagenda Zilveren Kruis – Gemeenten Zuid-Kennemerland - IJmond 2021-2023 (MTM) De voorzitter: Dan gaan we door naar het volgende punt. Dat is agendapunt 9. Dat is de samenwerkingsagenda Zilver Kruis, gemeenten Zuid-Kennemerland - IJmond 2021-2023. Tijdens de vergadering van de commissie Samenleving van 14 april is de ter kennisname nota op verzoek van D66 en met

25

instemming van de commissie Samenleving ter bespreking geagendeerd. U vindt ook weer de motivatie bij de agenda. Ik zie dat er een wissel gaat plaatsvinden bij D66. Want die wil ik wel het eerste het woord ... Even kijken, de heer Van Leeuwen, u gaat het woord hierop nemen? Oké. Als u weer ingelogd bent, dan krijgt u het woord. De heer Van Leeuwen, D66. Rustig aan. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, dank u wel. Gezondheid van Haarlemmers. Volgens mij is dat een van de zaken die ons hier als commissie Samenleving wel bindt. Wat mooi dat er ook zo’n samenwerking is in de regio en met een verzekeraar om dit nog wat beter te maken. Wat ons betreft hebben we hier een hele belangrijke vraag aan ons als commissie en ook aan het college, namelijk, gaan we het hier echt mee redden? Een aantal concrete zaken. Dan ga ik zo meteen mijn spreektekst opzoeken, want ik ben natuurlijk net aangeschoven. Tot die tijd doe ik het uit mijn hoofd. Een eerste is de rookvrije generatie. We willen met elkaar een rookvrije generatie. Het Rijk heeft er al voor gezorgd dat sigarettenreclames verbannen zijn, dat je sigaretten ook niet meer kan zien in een supermarkt. Wat wij missen is de concrete notitie, wat kunnen wij doen? Gaan wij bijvoorbeeld afspreken dat wij alle gemeentelijke panden of gemeentelijk vastgoed ...

Dat daar bijvoorbeeld ook voor de deur niet meer gerookt mag worden? Dat soort concreetheid mist D66 in deze notitie. Want uiteindelijk hebben we als gemeente niet alleen een beleidsmatige rol, maar wij hebben ook gewoon panden in bezit. Ook ten aanzien van die rookvrije generatie, wat doen we naar onze sportverenigingen die soms ook nog een subsidierelatie met ons hebben, waar wij soms gebouwbeheerder zijn. Welk gesprek gaan we daar aan, om uiteindelijk echt te zorgen dat die volgende generatie gewoon veel minder kanker krijgt. Want uiteindelijk leidt roken wel gewoon tot longkanker. Daar kunnen we lang en kort over zijn. Daar hebben we als gemeente, wat ons betreft, een belangrijke rol in. Dat is een eerste vraag, hoe concreet zit het hier nu in? Zit het dan in een ander beleidsstuk? Dat kan ook. Want uiteindelijk is dat wel de concreetheid die wij zoeken in een stuk als deze, waar is de rol van de gemeente en hoe kunnen we zorgen dat dit een stukje beter wordt? Nog zo’n rol is het belang van bewegen en sporten. We hebben het, dat zijn de ... Dat is volgende week in de commissie natuurlijk, de commissie Beheer. Dar hebben we het vaak over de inrichting van de openbare ruimte. Wat doen we met elkaar om wandelen en fietsen aantrekkelijk te maken? Hoe zorgen we dat er ook 10.000-stappenrondes zijn.

Dat er bijvoorbeeld van die paaltjes in het Schoterbos staan, waar inderdaad zo’n hardlooprondje is van een kilometer. Zodat je ook spelen, bewegen leuk maakt. Hoe zorg je dat er in de buurt van scholen speeltoestellen staan? Zodat kinderen verleid worden om voor school, na school, in de pauze te bewegen, te spelen. Die mate van concreetheid zouden we graag in dit stuk terugzien. Ondertussen ben ik stiekem natuurlijk mijn spreektekst erbij aan het zoeken. Want dit waren twee van de drie punten die ik wel uit mijn hoofd wist. Ik kom op die derde gewoon in mijn tweede termijn terug, want ik krijg het documentje nog niet geopend. Ik heb genoeg minuten, hoor ik. Kijk. De tijd loopt door. Dan pak ik heel rustig het moment, want dan heb ik hem ondertussen gewoon geopend. Dat gaat helemaal goed. Kan de wethouder ook alvast nadenken over de antwoorden. Dat is helemaal goed. Gezondheid, het lijkt nu redelijk abstract te blijven, maar dat mag wat ons betreft een stukje concreter worden. Openbare ruimte die verleidt tot bewegen, heb ik al gezegd. Hoe doen we echt zorgen dat er een rookvrije generatie komt? We hebben laatst in de media ook een voorbeeld gezien van een horecaondernemer die zelf heeft gezegd, het terras maak ik rookvrij.

Hoe gaat de wethouder gezondheid ook de wethouder economie aanspreken dat hij met Koninklijke Horeca Nederland in gesprek gaat met onze horecaondernemers van, jongens, dit kan ook voor jullie van waarde zijn. Want wellicht zijn er nu mensen die niet op uw terras gaan zitten, omdat zij een longaandoening hebben, omdat zij gewoon niet die rook om zich heen willen hebben. Op welke wijze gaan we dit echt concreet maken? Want we willen met elkaar de stad gezonder maken. Want van gezondheid wordt iedereen gelukkiger. Uiteindelijk is dat een breed thema die we hier ook vaak bespreken. Brede welvaart. Hoe zorgen we dat iedereen gezond blijft, zijn geld kan verdienen en een gezond en prettig leven heeft? Dat begint bij gezondheid. Daar moeten we jong mee beginnen, met die rookvrije generatie. We moeten zorgen dat de mensen, jong en oud, kunnen blijven

26

bewegen en dat we ze daartoe verleiden. Hoe doen we dit? Hoe kan het ook een stukje concreter? Heeft u nog meer van ons als raad nodig? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Booms, ChristenUnie. Of had u een interruptie of termijn, mevrouw Scholten. Dan gaat eerst mevrouw Booms en dan komt u. Mevrouw Booms-van der Meer: Dank, voorzitter. Er worden stappen gemaakt in de samenwerking tussen gemeenten en Zilveren Kruis. In de samenwerkingsagenda staan een groot aantal afspraken en zijn er analyses gegaan om knelpunten op te lossen. Dat is een goede zaak. Op pagina 4 wordt aangegeven dat er specifiek aandacht is voor de cijfermatige analyse van de regio rondom de 3 thema’s. De start is een nulmeting, zodat vervolgens de effecten ook financieel gemonitord kunnen worden. De financiële paragraaf ontbreekt echter. De vraag van de ChristenUnie is of we inzage krijgen in de financiële onderbouwing voor het zomerreces. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Scholten, Jouw Haarlem. Dank u wel, mevrouw Booms. Mevrouw Scholten: Goedendag. Jouw Haarlem heeft een korte aanvulling op D66. We zouden het graag ook willen hebben over een suikervrije of suikerarme generatie. Niet alleen maar over een rookvrije generatie. Een tweede aanvulling, gezondheid en bewegen in de openbare ruimte is ook een van onze speerpunten.

Maar wij zouden dan graag zien dat daar geen speeltoestellen komen per se, maar dat de openbare ruimte gericht op bewegen echt ook groen en ecologisch divers wordt ingericht. Want je kunt op veel mooiere manieren, veel natuurinclusievere manieren speelplekken organiseren. Dat is ook meteen goed voor het klimaat in de stad, de warmte, de hitte en de luchtkwaliteit. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Moedt zag ik eerst, Partij voor de Dieren. Mevrouw Moedt: Helemaal mee eens. Omgevallen beuk op het Staten Bolwerk. De Partij voor de Dieren vindt dat iedereen recht heeft op een schone omgeving. Dat betekent onder andere schone lucht. Niet alleen vrij van sigarettenrook, maar schone lucht in het algemeen. De luchtkwaliteitsnormen van de WHO zijn vorig jaar aangescherpt. Dat halen in deze regio bij lange na niet, de normen voor stikstof en fijnstof bijvoorbeeld, het verkeer, houtstook, maar ook de vervuilende bedrijven, zoals Tatasteel en Schiphol. Gemeenten kunnen schone lucht bevorderen door bijvoorbeeld op meer plekken gemotoriseerd verkeer te weren, strengere milieuzones in te stellen, houtstook aan banden te leggen, bijvoorbeeld door een stookverbod onder bepaalde weersomstandigheden. Extra groen aanplanten, want dat maakt de lucht ook schoner. Een duidelijke boodschap afgeven aan die vervuilende bedrijven.

Wij willen dat onze inwoners schone lucht inademen en niet de luchtverontreiniging die jullie veroorzaken. Willen we onze gezondheid en het milieu verbeteren, moeten we snel maatregelen nemen die nodig zijn. We hoeven dan niet ver te kijken. Bijvoorbeeld, Amsterdam en Rotterdam hebben al de ambitie uitgesproken om te gaan voldoen aan de nieuwe strengere advieswaarden van de WHO. Wat betreft stoppen met roken, we kregen laatst een e-mail van een inwoner van de Leidsebuurt met een klacht over vele sigarettenpeuken op de speelplek daar. Ze zijn gewapend met vuilniszakken en grijpers gaan kijken. Het leek inderdaad net een asbak. Het is, wat ons betreft, een taak van de gemeente om een verbod op roken in te stellen bij onder andere speelplekken, scholen, bushaltes rond ziekenhuizen en alle gemeentelijke gebouwen. Alleen zo kan je stappen maken die nodig zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ga ik eerst naar mevrouw Wegman en daarna mevrouw Marrée.

27

Mevrouw Wegman: Ten eerste, de Partij van de Arbeid is ontzettend blij dat er stappen zijn gezet om een samenwerking aan te gaan met de zorgverzekeraar, in dit geval Zilveren Kruis. Preventie is ontzettend belangrijk. Het is daarom goed dat het expliciet is meegenomen. Deze soort samenwerking zien we graag nog met meer organisaties, zoals zorgaanbieders en scholen. Het enige puntje van kritiek in het stuk is de evaluatie. Wellicht belangrijk om de samenwerking tijdig te evalueren en met elke indicator, zodat er op tijd bijgestuurd kan worden. Ik onderschrijf wat D66 zegt over de duidelijkheid. Mijn collega van D66 heeft dit stuk geagendeerd om het te hebben over de rookvrije generatie. Ook bij de Partij van de Arbeid vinden we de preventie en de begeleiding tot stoppen met roken erg belangrijk. We onderschrijven de gegeven suggesties. Een verdere suggestie die wij nog hebben, is het toegankelijk maken van preventie- en afkickprogramma’s. Naast voorlichting over drugs en alcohol, ook voorlichting over roken. Daarnaast zijn er ook veel programma’s om te stoppen met roken, welke ook al in de basisverzekering zitten. Het is belangrijk om dit zichtbaar te maken in de regio. Kortom, de Partij van de Arbeid steunt deze agenda. Wel vragen we aandacht voor de evaluatie en voor goede voorlichting over rook. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Marrée, Actiepartij.

Mevrouw Marrée: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik me even vol enthousiasme bij mevrouw Moedt aansluiten. Dit vinden wij ook heel erg belangrijk. Wat ik vooral las in dit document, was dat een heel groot deel van de gezondheidsproblematiek die bij Haarlemmers speelt eigenlijk een gevolg is van armoede en van stress en van het aannemen van een ongezonde levensstijl. Er stond ook in het document dat het Zilveren Kruis dan een soort van het sleutelfiguur is in het signaleren van schulden en achterstanden en mensen daarmee helpen. Wat ik zelf eigenlijk niet zo heel goed begreep is, waarom is een zorgverzekeraar met een winstoogmerk daar de aangewezen instantie voor? Dat is mijn eerste punt. Daar wilde ik nog iets aan toevoegen. Dat is namelijk dat het Zilveren Kruis een dochterorganisatie heeft, ook wel echt heel nauw samenwerkt, met de verzekeraar Pro Life. Dat is een verzekering die tegen abortus, tegen euthanasie al dat soort dingen is. Die ook heeft meegewerkt aan bijvoorbeeld dat reclamespotje van Schreeuw om leven, waar toen echt gigantisch veel klachten over zijn binnengekomen. Dat ik me afvroeg of het college daarvan op de hoogte is dat dat samenwerkingsverband er is. Zo niet, of het dan wellicht een idee is om het Zilveren Kruis daarop aan te spreken. Dan is er nog een heel klein punt waar ik het gewoon niet mee eens was.

Aan het eind van het document staat bij de doelen die behaald moeten worden dat minder mensen ... Dank jullie wel. Dat minder mensen te zwaar moeten gaan zijn. Het is eigenlijk zo dat dat vaak ten onrechte wordt gedacht dat mensen die zwaar zijn per definitie ongezond zijn. Maar heel veel onderzoek heeft uitgewezen dat dat helemaal niet zo is. Daar een punt van kritiek. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamzad, GroenLinks. Daarna mevrouw Klazinga van VVD. Mevrouw Hamzad: Dank u wel, voorzitter. GroenLinks vindt ook de samenwerking tussen zorgverzekeraar en de gemeente een goede stap. Met name ondersteuning van de gemeente voor welzijn en zorg van verzekering met. Het is van belang dat er een vloeiende lijn opgeschaald kan worden van ondersteuning naar zorg en dat er afgeschaald kan worden van zorg naar ondersteuning. De ondersteuning is de gemeente verantwoordelijk voor. Wat zijn de financiële consequenties? Er zijn landelijke afspraken gemaakt over samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars. Het belangrijke punt van landelijke afspraken is dat samenwerking streeksgewijs en niveau plaatsvindt. Voornamelijk ouderen, GGZ en preventie. Vraag is aan de wethouder of de zorgverzekeraar, voornamelijk Zilveren Kruis, meebetaalt aan preventiemaatregelen die de gemeente neemt om zorg te voorkomen en hoe de kosten zijn verdeeld. Dank u wel.

28

De voorzitter: Kleine technische vragen, maar ik ga door naar mevrouw Klazinga, VVD. Dank u wel. O ja, maar u sprak zo duidelijk. Tenminste, naar mij toe. Is alleen jammer dat ze het dan thuis niet horen, maar ... Wie nog? Niemand? Dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Dank u wel, voorzitter. Ik merk dat er een gap is in kennis wat hier in de vorige commissies welbekend uitgebreid besproken is. Dat neem ik u zeker niet kwalijk, maar ik zal naar aanleiding van de vragen die gesteld zijn u doen toekomen het gezondheidsplan, het lokale gezondheidsbeleid en een lokaal preventieakkoord. Dat zijn drie basisdocumenten die vorig jaar in april vastgesteld zijn door deze commissie, uitgebreid besproken zijn. Zijn ook uiterst leesbaar en ook uiterst niet vaag, maar heel concreet. Dit document, wat hier staat of wat hier ter bespreking staat, dat gaat in grosso modo hoog over gezondheid in zijn algemeenheid. Als u zegt van, God, ik mis wat concretisering of uitwerkingsagenda’s. Dat klopt. Dat hebben we sowieso vertaald in die drie plannen waar ik het zojuist over had. Die zal ik u doen toekomen. Verder verheug ik me er erg op dat, dat zal vooral dan mijn opvolger zijn, hier door D66 bij monde van de heer Van Leeuwen gezondheid toch als grootste prioriteit wordt aangemerkt.

Ik kan het me ook wel voorstellen, gezien uw persoonlijke voorkeur voor gezondheid en gedrag. Dat belooft veel goeds en ook veel aandacht voor dat onderwerp. Ik denk dat de kern, wat u zei, bredere welvaart ook te vinden is in een bredere gezondheidsaanpak. Dat hebben we vertaald in al die akkoorden. Die krijgt u toegezonden. Daar staan ook allerlei hele concrete afspraken in, die we afgestemd hebben op de lokale noodzakelijkheid binnen bepaalde wijken in Haarlem. We hebben daar een aantal voorbeelden in Haarlem-Oost en in Schalkwijk uitgelicht eigenlijk, omdat we daar zien dat het roken, gezond eetgedrag, suikervrij speelplezier, de relatie met sport broodnoodzakelijk is om dat meer en meer onder de aandacht te brengen, zodat dat ook ruimte geeft voor gedragsveranderingen. Evaluatie vindt regelmatig plaats. We hebben heel regelmatig, want dat was een vraag van de PvdA, overleg met het Zilveren Kruis. We worden regelmatig in landelijke bijeenkomsten bij elkaar geroepen. We hebben een-op-eengesprekken met de casemanagers. Een van de ambtenaren zit op de tribune. Onderhouden heel regelmatig contact met het Zilveren Kruis. Het vertaalt zich soms in hele directe financiering van bijvoorbeeld POH’s voor de jeugdafdeling. Maar zij herkennen en erkennen de preventiewaarden natuurlijk wel van onze gemeentelijke aanpak.

Maar van sommige dingen zeggen we, daar zijn wij niet van en sommige dingen zijn we wel van. Dat kunt u teruglezen. De Actiepartij vraagt ogen en oren voor de relatie tussen de economische factoren en de omgevingsfactoren. Daar zijn we ons zeker van bewust. Met enige schrik, was een van de eerste bijeenkomsten waarin ik hoorde dat een lage zes leidt tot zeven jaar eerder overlijden dan iemand met een hoge economische factor. Daar is zeker aandacht voor. Vandaar ook dat het samenwerkingsverband zich meer richt op Haarlem-Oost en Schalkwijk, want daar is gewoon een lage economische welvaart. Overgewicht, daar verschillen we dan misschien toch wel van mening. Ik denk dat u refereert aan feitelijke wetenschappelijke onderzoeken dat dat niet zo is. Die ken ik niet. Daar zou ik graag kennis van nemen. GroenLinks refereert aan de ladder van zorg en ondersteuning, om daar natuurlijk veel meer oog en oor te hebben voor die preventiekant. Dat levert sowieso kostenvermindering op, maar er is ook veel meer winst te behalen in de gezondheid. Daar kunt u in het preventieakkoord, waar ik u zal doen toekomen, goede voorbeelden van terugzien dat we daarop inzetten. Dat begint al voor de geboorte, al die ondersteuningsmaatregelen. Dat zijn de beroemde hele preventieve maatregelen tot aan de eerste honderd dagen of de eerste duizend dagen van een kind.

Zo loopt dat eigenlijk door tot aan de dood van een mens. Sluitend met vage plannen die u herkende, die zijn verconcretiseerd, als dat een woord is, in het gezondheidsbeleid, het lokale beleid en het preventieakkoord. Voor zover. De voorzitter: De heer Van Leeuwen, D66.

29

De heer Van Leeuwen: Voorzitter, dank u wel. Een hele korte tweede termijn. Want ik denk ... In ieder geval heel hartelijk dank voor de antwoorden. Ook heel fijn om te horen dat u het ook aan het hart gaat en de organisatie het aan het hart gaat om de Haarlemmers in gezondheid op te laten groeien en ook volwassen te laten zijn. We kunnen elkaar in praktische zin dan een beetje helpen. Want op het raadsinformatieformulier daar zat een mooie kolom. Daar staat relevante eerdere besluiten en daar staat hier de wonderlijke tekst n.v.t. U kunt ons helpen door daar de links in te voeren naar eerdere besluiten die deze commissie heeft gemaakt, want dan kunnen wij hier, waar toch meer dan de helft nieuw is, daar ook kennis van nemen en ons terdege voorbereiden. Wethouder Meijs: Mea culpa. De voorzitter: Mevrouw Booms, ChristenUnie. Mevrouw Booms-van der Meer: Dank u, voorzitter. Ik heb geen antwoord op de cijfermatige onderbouwing en de nulmeting, waardoor we kunnen kijken, wat zijn nu de resultaten en gaat het de gemeente meer kosten of gaat Zilveren Kruis wat meer bijdragen? Wel belangrijk en interessant. De voorzitter: Mevrouw Moedt, Partij voor de Dieren. Mevrouw Moedt: Ik zou het wel interessant vinden de vraag of de wethouder mee zou willen nemen naar het college de ambitie van Haarlem om zich ook te gaan voegen naar die nieuwe aangescherpte WHO-normen voor luchtkwaliteit.

De voorzitter: Mevrouw Marrée, Actiepartij. Mevrouw Marrée: Dank u wel. Ik geloof niet dat ik echt een antwoord heb gekregen op de vragen die ik stelde. Namelijk allereerst of het college ervan op de hoogte is dat het Zilveren Kruis die samenwerking met Pro Life heeft, ja of nee? Ten tweede, wethouder, u gaf zelf aan dat ik inderdaad, of Actiepartij, de economische kant wilde belichten. Maar mijn specifieke vraag daarin was of jullie denken dat een zorgverzekeraar, die zelf ook een winstoogmerk heeft, omdat het een geprivatiseerde partij is, of die de juiste aangewezen instantie is om mensen te helpen met schulden en achterstanden? Dan mijn punt nog over overgewicht. Het kan inderdaad het gevolg zijn van ongezond gedrag, maar het hoeft niet per se een indicatie te zijn van niet gezond zijn. Daar wil ik best een keer een artikel over de groepsapp in sturen. De voorzitter: Dank u wel. Is er verder nog iemand? Nee? Wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Een aantal zaken weet ik ook echt niet. Ik merk dat het ambtelijk ook niet bekend is, die samenwerking tussen Zilveren Kruis en Pro Life. Dat gaan we uitzoeken. Dat weet ik echt niet. De ambitie, zoals hij opgesteld is met de luchtkwaliteit, waar u aan refereert, heb ik ook geen idee. Ik weet dat we het in de omgevingsvisie wel hebben opgenomen.

Niet of het deze specifiek zijn, maar de verbintenissen tussen gezondheid, omgevingsvisie en andere deelgebieden van mijn collega’s, daar wordt natuurlijk uiteraard op afgestemd. Dat is het enige wat ik hier nu kan geven. Maar dat is een beetje een vaag iets. Daar kan ik nog wel wat naspeurwerk doen. De vraag van de ChristenUnie over de financiële verantwoording. Dit is een samenwerkingsverband waar wij aangaan met het Zilveren Kruis en de gemeenten. Dat gaat vooral over de inzet, daar waar het praktisch op kan. Waar het Zilveren Kruis in eerste instantie gewoon de financiering is van de zorgverzekering voor de individuele burgers, gaat het natuurlijk breder dan alleen maar dat deel. Wij kijken vooral van, wat is van belang voor de inzet van de gezondheid van de burgers? Wat kan het Zilveren Kruis

30

daaraan bijdragen? Wat heeft de gemeente daarvoor nodig? Dit is niet een financiële afrekening van, dit wordt door u betaald en dit wordt door ons betaald, maar is wel een samenwerkingsverband wat is opgezet om te kijken hoe we de gezondheid van de lokale inwoners kunnen verhogen. Daar waar zij een taak hebben, om op preventief of op curatief vlak dan te moeten financieren, dat doen zij. Maar wij kunnen dat niet afdwingen. Dat is gebaseerd op een samenwerkingsuitwerkingsagenda. Die heeft u hier ontvangen. De voorzitter: Mevrouw Booms, ChristenUnie. Mevrouw Booms-van der Meer: Op pagina 4 gaat het over de cijfermatige analyse en dat er een soort nulmeting is. Is die er dan wel? Want die zie ik niet terug. Ik kan me voorstellen dat het minder met financiën te maken heeft en misschien meer met aantallen of zo of cijfers of ... Maar ik zie dat niet terug. Als je nu wil kijken van, gaat dit helpen, wat is nu het resultaat, moeten we wel een nulmeting hebben. De voorzitter: Maar gaat die komen of niet? Wethouder Meijs: Ja, die gaat komen. Zeker. Niet op alle vlakken, dat is ondoenlijk. Maar wij monitoren natuurlijk vrij veel. Ook de gezondheidsmonitor monitoren we. Dat kunnen we toezeggen, dat we daar in de evaluaties of in de jaarlijkse rapportages daar wel wat over terug rapporteren. Zeker. De voorzitter: Dat was het zo? Ja. Mevrouw Hamzad. Mevrouw Hamzad: Dank u wel.

Wat ik ermee bedoelde over het verdelen van kosten, bijvoorbeeld, als een patiënt zich aanmeldt, bijvoorbeeld stoppen met roken ... Ik wil graag weten hoe draagt Zilveren Kruis hieraan bij of betaalt mee? Hoe worden de kosten verdeeld? Niet alleen het proces van voor de geboorte of na de geboorte, maar meer ... Wethouder Meijs: U kunt het voor een groot deel, denk ik, terugvinden in de preventieakkoorden en in de lokale gezondheidsakkoorden. Volgens mij hebben we daar wel een verantwoording afgelegd. Maar of dat precies zoveel door die er zoveel door die. We hebben hier eigenlijk al sinds jaar en dag de stopoktobermaand. Die wordt door vele partners ondersteund. Ik neem aan ook door het Zilveren Kruis. Maar als u me vraagt voor hoeveel geld? Ik zou het echt niet weten. Dat zal ongetwijfeld ambtelijk uitgezocht kunnen worden. Ik denk dat we daar wel een antwoord op kunnen verzinnen, geven. De voorzitter: Mevrouw Marrée, Actiepartij. Mevrouw Marrée: Bedankt. Kunt u misschien een indicatie geven van wanneer wij een reactie zouden kunnen verwachten op, wat u net aangaf, dat het niet bekend is of het wel bekend was of niet dat Zilveren Kruis samenwerkt met Pro Life. De voorzitter: Dat antwoord is gegeven. Dat kennen ze nog niet. Mevrouw Marrée: Sorry? De voorzitter: Hier weten we het niet, maar het gaat uitgezocht worden of het in de organisatie bekend is.

Wethouder Meijs: Ik weet het niet. Achter in de zaal wordt ook geschud van niet. Ambtelijk, is onbekend. Waar gaat dat zo snel mogelijk uitzoeken. Maar dat vergt wel even wat tijd. Ik kan nu niet beloven dat we dat morgenmiddag om drie uur al weten. As soon as possible.

31

De voorzitter: Goed, dan is dit stuk voldoende besproken. Het gaat niet door naar de raad. Ik mis alleen een plan. U had gezegd het gezondheidsplan en het lokaal preventieakkoord. Wethouder Meijs: We hebben een gezondheidsplan van de regio, we hebben een lokaal gezondheidsplan en we hebben een preventieakkoord. De voorzitter: Die komen nog terug. Wethouder Meijs: Ook nog. De voorzitter: Ik weet niet of het nog relevant is om die invitate toch maar eventjes in het document te veranderen met linkjes erin. Wethouder Meijs: Met de linkjes. Die krijgen ze. De voorzitter: Dan is het ook maar gelijk in het document beschikbaar. Wethouder Meijs: Jazeker. Gouden tip. De voorzitter: Het samenwerkingsverband wordt ook nog even uitgevoerd. Dat komt nog terug. Wethouder Meijs: Ja. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Meijs: Dank u. De voorzitter: Dan gaan wij door. Dank u wel, wethouder Meijs. 10. Informatienota Kinderen in de maatschappelijke- en vrouwenopvang (JB) 10.1 Toezegging: wethouder Botter heet toegezegd schriftelijk terug te komen op de vraag van de PvdA inzake de (doorlooptijd van de) evaluatieduur De voorzitter: Ik zit even te kijken of de heer ... De heer Botter zit daar. Die komt. Dan ga ik vast even de introductie doen. Deze. We gaan door naar agendapunt 10. Dat is de informatienota Kinderen in de maatschappelijke- en vrouwenopvang.

Dit stuk is geagendeerd door de Actiepartij en de SP samen. Met instemming natuurlijk van de commissie is dat geagendeerd. Ook weer de stukken staan ... De motivatie staat bij de agenda. Ik weet niet wie het eerste het woord op dit punt wil nemen. Dan gaan we naar mevrouw Marrée, Actiepartij. Gaat uw gang. Welkom wethouder Botter. Gaat uw gang, mevrouw Marrée, Actiepartij. Mevrouw Marrée: We hebben dit punt in de eerste instantie geagendeerd, omdat we met de Actiepartij veel belang hechten aan mentale gezondheid. Blijkt dat vervelende situaties uit de jeugd tot grotere psychische problematiek kunnen leiden in het latere leven. Toen hebben we ons ingelezen in het onderwerp. Daar kwam eigenlijk uit dat we ons met name zorgen maken over de kinderen en hun moeders die momenteel in de vrouwenopvang zitten. Deze kinderen en vrouwen komen veelal uit gewelddadige en onveilige gezinssituaties. Die kinderen hebben meestal maar een ouder om de zorgtaken op zich te nemen, terwijl deze ouder naar waarschijnlijkheid zelf ook zorg, begeleiding en tijd om te herstellen nodig heeft. Daarom heeft de

32

vrouwenopvang voor ons een enorm hoge prioriteit. Maar we vernemen ook dat op deze locatie de pilot gezinsaanpak nog het minst goed tot zijn recht komt. De redenen die hiervoor zijn gegeven, zijn het verouderde gebouw dat niet de nodige voorzieningen bevat en het niet goed aansluiten van de begeleiding binnen de opvang op ambulante begeleiding na het uitstromen. We willen vooral kijken naar of er mogelijkheden zijn om die locatie en het aansluiten van de zorg daar op de ambulante zorg bij de uitstroom of dat geoptimaliseerd kan worden. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Dit is een stuk ... Er is een initiatiefvoorstel geweest van D66 en de VVD, mevrouw Sterenberg. Dat is naar aanleiding geweest rondom de problematiek, met name in de vrouwenopvang in 2014, ’15. In de gesprekken met de cliënten kwam naar voren dat de vrouwen op zich wel hulp kregen, maar de kinderen in de opvang, daar was helemaal niks voor. Er is een start gemaakt met hulpverlening aan de kinderen. Maatschappelijke opvang is daarin meegenomen. Zoals de Actiepartij ook net zegt, juist in de vrouwenopvang, waar het eigenlijk mee begon, zien we dat toch het meeste niet aansluit, met name dan het CJG en de vrouwenopvang zelf. Wij vroegen ons af hoe dat komt. Ten tweede, inderdaad het gebouw is verouderd.

Er is in het verleden ook weleens gesproken over een vorm van eigen woningen, of in ieder geval aparte ruimte voor moeder en kind. In welke termijn zouden we daaraan kunnen denken? Misschien dat deze wethouder het niet weet, maar dat we later het antwoord krijgen. Ik lees ook iets over de maatschappelijke opvang, met name bij ouders met een niet Nederlandse achtergrond, dat daar wantrouwen is en dat het heel veel tijd kost om dat vertrouwen te winnen. We vroegen ons toch af hoe dat komt en wat daar nog meer aan gedaan kan worden. Wat ik weet, is dat in het oosten van het land zijn initiatieven waarbij de vrouw niet in een opvang komt, maar gelijk in een woning en van daaruit gewerkt wordt. Is er misschien een optie om dit ook mee te nemen in Haarlem? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Klazinga, VVD. Mevrouw Klazinga: Inderdaad destijds, u zei het al mevrouw Özogul, is door de VVD en D66 een initiatiefvoorstel ingediend om dit ter hand te nemen. We zijn blij om te zien dat dat is opgepakt en dat daar aan gewerkt wordt. Tegelijkertijd zie ik in de informatienota wel duidelijke mogelijkheden voor verbetering. Het werden net inderdaad door mevrouw Özogul ook al een aantal dingen genoemd. Maar wat ik heel concreet zie, is dat er ... Er zijn drie opvanglocaties. Er wordt over die drie locaties in de informatienota heel specifiek gerapporteerd over de ervaringen eigenlijk.

Wat je dan ziet, is dat de pilot gezinsaanpak heel goed werkt en dat vroege betrokkenheid van het Centrum Jeugd en Gezin heel goed werkt. Dan zie je dat met name bij de locatie Haarlemmermeer en de locatie vrouwenopvang die betrokkenheid van Centrum Jeugd en Gezin 25 procent respectievelijk 50 procent maar is. Vrij laag. Terwijl juist op de locatie Velserpoort blijkt dat die betrokkenheid heel goed werkt. Mijn vraag aan u is inderdaad wat u eraan gaat doen om ervoor te zorgen dat die betrokkenheid van Centrum Jeugd en Gezin in een vroeg stadium verhoogd wordt. Hoe u de samenwerking, met name bij de vrouwenopvang, tussen de Blijf Groep en Centrum Jeugd en Gezin gaat verbeteren? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Dank je wel, voorzitter. Om de kinderen veilig op te laten groeien en zich te laten ontwikkelen is meer nodig dan alleen het bieden van een slaapplek. We moeten een goede samenwerkingsafstemming komen tussen het CJG, RBIW en de sociale wijkteams. In dit stuk is te lezen dat bij ouders met een niet Nederlandse achtergrond wordt gesignaleerd dat er wantrouwen is, zoals de SP net zei. Wantrouwen is ten

33

aanzien van de hulpverlening. Volgens mij komt het wantrouwen ergens vandaan. Ik vraag me af in hoeverre HVO inzet op interculturele hulpverlening. Kan de wethouder hierop reageren? Als ervaringsdeskundige weet ik zeer zeker dat heel veel cliënten meer baat hebben binnen de opvanglocaties. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Scholten, Jouw Haarlem. Mevrouw Scholten: Ik sluit me echt van harte aan bij wat mijn voorganger zei, is er voldoende en voldoende divers personeelsbestand om inderdaad mensen te helpen? Er zijn heel veel voorbeelden van vrouwen die om hulp komen vragen en dan even weggestuurd worden, omdat de werknemer zegt, ik heb nu even geen tijd voor je. Eigenlijk dan bedoelt, kom zo meteen terug. De persoon in kwestie voelt zich weggestuurd en komt vervolgens eigenlijk nooit meer terug met die vraag. Dat is niet een keer, dat gebeurt echt best vaak. Dat pleidooi onderschrijven wij van harte. Daarnaast vraag ik me af, als ik het combineer, misschien doe ik dat verkeerd, maar ik ben nieuw, sorry ... Als ik het combineer en ik kijk ook naar de plannen voor het gemeenschappelijk orgaan voor de maatschappelijke opvang en voor Beschermd Wonen, dan vind ik dat nog wat mager op de zorg voor kinderen en jeugd. Ik heb het document nu een heel aantal keren doorzocht en ook deze.

Ik vraag me af, hoe gaan we dat borgen dat daar voldoende ruimte is, maar ook fysieke ruimte. Het is nu een verouderde locatie. We gaan op zoek naar nieuwere, goedkopere plekken in de wijken, in de gemeentes zelf om mensen te kunnen opvangen. Dat is denk ik niet een, twee, drie gerealiseerd. We hebben al hoge woningnood. Hoe gaat we zorgen dat die hele kwetsbare groepen een veilige plek gaan krijgen, waar ze ook kunnen zijn eventueel ook inderdaad wel met die huisdieren? De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Leeuwen, D66. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, dank u wel. De naam van mevrouw Sterenberg was genoemd van de VVD. Maar ook mijn voorganger, de heer Spijkerman van D66, heeft hier natuurlijk aan bijgedragen. Voor D66 blijft dit een belangrijk thema. Wel een iets andere boodschap dan dat ik eerder heb gehoord, bij de voorgaande sprekers. Want ik vind het een redelijk realistisch verhaal van het college. Het college schrijft immers bij het vervolg, onder kopje 3 is dat, de pilot gezinsaanpak is nog volop in ontwikkeling. Het vraagt voortdurend de aandacht en inzet van de betrokken organisaties. De aanpak wordt in 2022 duurzaam geborgd. Dat is nog even iets waar de samenwerking nog beter moet. Wij zijn eigenlijk gewoon heel erg benieuwd ook naar wethouder van, hoe gaat u zorgen voor die borging? Want u zegt, daar moet nog wat gebeuren.

Daarnaast, dat hebben we al de voorgaande sprekers gezegd, daar ben ik het natuurlijk mee eens, uiteindelijk staat de mens centraal. Hoe gaan we zorgen dat voorbij die organisatielijnen, of het Blijf Groep is of het sociaal wijkteam ... Hoe zorgen wij dat die mens centraal blijft staan? Wat ons betreft, college, volgens mij zet u de goede stappen. Ziet u ook dat er nog zaken nodig zijn. Wat heeft u van ons nodig het komende jaar en wat gaat u nog doen om te zorgen dat dit inderdaad geborgd gaat worden en dat de mens centraal blijft staan? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Oosterbroek, GroenLinks. Mevrouw Oosterbroek: GroenLinks sluit zich aan bij eigenlijk het meeste wat al gezegd is. We hebben toch nog een nieuw punt, waarin we in het verleden ook aandacht voor hebben gevraagd, namelijk de samenwerking met Buurtgezinnen, zodat de kinderen even weg zijn, vrolijk en gezellig weer terugkomen, waardoor de moeder tijd voor zichzelf heeft. Hoe staat het ermee en is daar ook ... Kunt u daar nog wat aandacht aan geven? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Jacobsz, OPH.

34

Mevrouw Jacobsz: Doet hij het? Ja. Dank u wel, voorzitter. OPHaarlem sluit zich aan bij de sprekers die we net hebben gehoord. Wat ik nog wel wilde toevoegen, is bij de maatschappelijke opvang voor eenoudergezinnen, daar heb je eenoudergezinnen met en zonder huiselijk geweld. OPHaarlem maakt zich zorgen over namelijk de eenoudergezinnen die te maken hebben met huiselijk geweld. Met name als eigenlijk de eenoudergezinnen kunnen uitstromen naar een andere plek. Maar dat de agressor nog steeds gewoon rondloopt. In de praktijk blijkt dat het best lastig is om daarbuiten toch een veilige omgeving voor de ... Slachtoffer wil ik niet zeggen, maar daar toch dan voor de gedupeerde, die daar last van hebben ... Daar wilde ik heel graag nog wat meer aandacht voor hebben. Nog een ander puntje is dat, ik geloof dat de begeleiding daarna, wat mevrouw Sterre Marrée van de Actiepartij zei over die begeleiding daarna ... Want onze vraag is ook van OPHaarlem, want de CJG coach bepaalt ook bijvoorbeeld wat er aan hulpmiddelen nodig zijn en wat voor hulp de hulpvrager nodig heeft. Maar die zijn ook in onze optiek, misschien hebben wij het wel fout hoor, maat dat die ook gaat over het budget.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12264941/1