CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

05-19 transcript commissie Samenleving

commissie Samenleving 9 juni 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 19 mei 2022 (alleen naar aanleiding van)33.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dat zij ook moeten gaan kijken van, wat is er nodig? Maar ook tegelijkertijd moeten kijken van, past dit binnen budget en gaan we daar niet overheen? Ik denk dat daar ook nog misschien een knelpunt zou kunnen zitten. Dat zijn onze punten. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Booms, ChristenUnie. Mevrouw Booms-van der Meer: Dank u, voorzitter. Op het moment dat moeders, ouders en kinderen in een opvang terechtkomen, dat is eigenlijk vreselijk. Het is vreselijk voor de ouders. Het is vreselijk voor het kind. Het kost ook verschrikkelijk veel geld. Ik denk dat er heel veel aandacht moet zijn voor preventie. Ook om te kijken van, is zo’n opvang het beste of is een ander huis of zo nu het beste? Waar ouders gewoon zoveel mogelijk zelfstandig door kunnen functioneren. Mijn vraag aan de wethouder is, in hoeverre gaat die ontwikkeling ook door? Want er is natuurlijk aandacht voor preventie. Maar ik kan me voorstellen dat we ook daarin veel meer stappen kunnen maken, waardoor we kunnen voorkomen dat moeders en kinderen, vaders en kinderen in dit soort opvangen terechtkomen. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Dat was ook wat ik bedoelde. In het oosten van het land heb je dat. Een vrouw gaat gelijk in een woning en van daaruit wordt ze verder geholpen. Ik hoop dat de wethouder daar antwoord op kan geven. De voorzitter: Dank u wel.

Hebben we iedereen gehad verder? Gaan we naar wethouder Botter. Wethouder Botter: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Volgens mij verschillen wij op geen enkele wijze van mening als het gaat over de stand van zaken zoals het nu georganiseerd is en ook van wat er verder nog nodig is. Ik wil wel, het is misschien een beetje een dooddoener, ook even in herinnering roepen dat we twee jaar een lockdown hebben gehad, waarbij het project min of meer tot stilstand is gekomen. Waarbij we wel binnen de kaders geprobeerd hebben om te zorgen dat het op een goede manier georganiseerd werd, maar niet altijd heeft betekend dat we ook een verdere ontwikkeling hebben kunnen realiseren. Ik zal wat dat betreft ook eigenlijk gewoon bij iedereen even stilstaan als het gaat over de vraag van de Actiepartij. Ik denk dat u gewoon herhaalt waarom destijds door de VVD en D66 dit initiatiefvoorstel is neergelegd. Juist vanwege het feit van dat men zich zorgen maakte en ook terecht, want er waren gewoon een aantal dingen niet goed geregeld. Met name in de maatschappelijke opvang van de locatie Hoofddorp ging het niet goed, maar ook in Heemskerk niet. Als je kijkt naar de situatie in Heemskerk, daar heb ik met mevrouw Özogul regelmatig discussies over gehad in het verleden. Dat ging over de vrouwenopvang. Die is inmiddels gesloten.

Daar is een Oranje Huis in volgens mij Almere of Lelystad, dat moet ik even uit mijn hoofd zeggen, terechtgekomen. Wat wij heel erg

35

graag zouden willen, is dat we ook een soort Oranje Huis in onze regio zouden gaan krijgen. Ik ben zelf drie jaar geleden, vlak voor de coronapandemie, in de opvang in Haarlem geweest. Wat ik vooral daar heb aangetroffen, is dat de kamers klein zijn. Dat de privacy die je vervolgens hebt als je daar bent misschien te wensen overlaat. Want je moet gezamenlijk de huiskamer delen. Er is een ruimte, ongeveer de helft van wat we hier in deze zaal hebben, daar staan zes kookeilanden en daar staan zes verschillende koelkasten. Daar wordt men geacht om te koken en dergelijke. Dat zijn allemaal gedeelde faciliteiten. Als ik dan sommigen ook hoor zeggen van, we zouden veel meer moeten doen aan preventie, dat is ook zo. Dat proberen we ook te doen. Alleen als je kijkt naar de problematiek die er vervolgens ontstaat ... Want heel veel van deze plekken worden ingevuld op het moment wanneer men nergens anders meer naartoe kan. Wanneer men een zekere mate van veiligheid moet krijgen, zodat ook het adres onbekend is. Dat maakt dat er soms snel gehandeld moet worden en dat we niet altijd alles voorhanden hebben. Op het moment dat je dat gaat verspreiden over de verschillende woningen, dan is ook het toezicht wat je vervolgens kunt houden en de veiligheid en de garantie die op veiligheid er is naar die vrouwen, dat is best wel een ingewikkeld issue.

Daar moet je altijd tussen zien te schipperen. Dat neemt niet weg dat we met elkaar op zoek zijn ook om te kijken of je op een andere wijze ook locaties kunt openen. Als het gaat over de samenwerking tussen de verschillende ketenpartners, daar zult u de komende jaren nog wel van versteld staan van hoe goed en hoe slecht het af en toe gaat. Dat is vast de winstwaarschuwing vooraf. Als ik kijk van hoe de samenwerking zich de afgelopen periode heeft ontwikkeld in deze sector, dan is het gelukkig een stuk verbeterd, maar het kan altijd beter. Dat ben ik helemaal met u eens. Dat is een hele andere commissie, dat is de commissie Bestuur, maar ik ben ook verantwoordelijk voor de interculturalisatie van het personeelsbeleid van Haarlem. Als ik zie van hoe langzaam dat eigenlijk is gegaan de afgelopen jaren en welke invalshoek we nu hebben, is dat eigenlijk ook in de hulpverlening een issue waar we de komende jaren echt veel meer aandacht voor moeten hebben. Je ziet het in de jeugdhulp in den brede. Je ziet het ook als het gaat over het aantal cliënten. Ik heb begrepen dat u binnenkort op werkbezoek gaat ook bij Kenter. Dan is het volgens mij best wel interessant om eens te kijken van, welke cliënten zitten daar nu? Hebben ze een kleurtje of zijn ze allemaal wit? In die zin is het bereik wat wij hebben evenredig aan het gebrek aan interculturalisatie in de sector.

Dat is echt een issue waar we naar moeten kijken. Het is ook een issue wat volgens mij weer besproken mag worden, want het is heel lang taboe geweest om het over dit onderwerp te hebben. Maar ik denk dat het gewoon goed is dat dat speelt. Als je dan vervolgens kijkt naar, hoe gaat dit in de toekomst? Buurtgezinnen, die heb ik heel expliciet erop aangesproken of zij hier een rol in zouden kunnen spelen. Dat kunnen ze niet. Buurtgezinnen is voor een bestendigende rol, een langdurigere situatie waarbij je gedurende een jaar of anderhalf jaar een situatie hebt dat een kind dan ook bij een gastgezin komt waarbij het ook leuke dingen gaat doen. Eigenlijk een beetje de tragiek van deze kinderen, is dat dit vaak een periode is van dat ze ergens een half jaar zitten met hun moeder, vaak met hun moeder en dat ze dan soms weer naar een hele andere gemeente gaan waar sprake is van een totaal andere context. Dat is wel een punt ook waar ik me zorgen over maak. Die overdracht vanuit Haarlem naar een andere gemeente, dat is nog wel een dingetje. Daar moeten we echt ook heel goed naar kijken. Maar dat maakt dat zo’n bestendigende rol die je langer zou willen hebben, zoals bij Buurtgezinnen eigenlijk niet mogelijk is.

Maar er zijn allerlei verschillende andere faciliteiten en projecten, ook vanuit de fondsen, die het mogelijk maken om kinderen in staat te stellen om toch af en toe eens een keertje een leuke dag naar een speeltuin of een dierentuin of andere leuke dingen, pannenkoeken bakken of eten, noem het maar op. Dat zijn allemaal dingen die weldegelijk ook naar aanleiding van het initiatiefvoorstel zijn opgepakt en worden betrokken. Volgens mij heb ik ... Ik had geen aantekeningen gemaakt, omdat ik heel graag ook naar u wilde luisteren om te voelen van wat er bij u speelde. Maar volgens mij heb ik het merendeel gehad, behalve dan de dieren. De dieren zouden meegenomen worden daarnaartoe. Ik heb geen idee hoe groot dat de problematiek speelt.

36

Mevrouw Scholten: Maar het ging mij in eerste instantie ... We hadden het er eerder over hoeveel mensen. De voorzitter: Wilt u de microfoon openzetten? Wethouder Botter: Ik heb geluisterd. Ik heb u allemaal gezien. Mevrouw Moedt: Mag ik daar nog iets over zeggen, voorzitter? Mevrouw Scholten: Het ging mij eigenlijk meer om, dat we de mogelijkheden wel ook goed verkennen. Want dat las ik gewoon niet zo goed in de stukken nog terug. Als we die nieuwe locaties gaan bouwen, dat je dan echt zorgt dat je ze, weet ik veel, flexibel inricht of modulair maakt, zodat je misschien wat makkelijker ook eens een keer er iets aan kan zetten. Ik wil hier niet pleiten voor containerbouw, als het ware, maar wel zoiets. Dat je het flexibel houdt, bijvoorbeeld. Wethouder Botter: Haarlemmermeer is containerbouw eigenlijk, om heel eerlijk te zijn. Als je kijkt naar de Velserpoort, is daar een hele mooie kinderboerderij. Ik weet helemaal niet hoe de Partij voor de Dieren denkt over kinderboerderijen of niet. Maar of je dieren in gevangenschap wel of niet mag houden? Ik heb zelf heel veel dieren in gevangenschap bij mij thuis. Ik kan er niks aan doen. Ik hou heel veel van ze en ik verzorg ze goed. Maar tegelijkertijd denk ik ook dat het goed is wanneer mensen in staat zijn om inderdaad ... Niet alleen omdat ...

Want dat weet ik natuurlijk van verschillende vormen van therapie ook waarbij dieren worden ingezet, maar het kan soms heel veel troost bieden, ook voor kinderen, om hun eigen kat of hond mee te kunnen nemen. Dat begrijp ik. Of konijn. De voorzitter: Mevrouw Moedt wil daar iets over zeggen, denk ik. Mevrouw Moedt: Daar heb ik nog een aanvulling op. Het is ook bekend dat waar geweld is tegen mensen, ook geweld is tegen dieren in heel veel gevallen. Als mensen hun dier moeten achterlaten omdat ze naar een vrouwenopvang moeten bijvoorbeeld, dan loopt het dier gevaar. Dat is nog eens een extra reden. Volgens mij is het bij een Blijf Groep ook mogelijk om je dier mee te nemen. Dat begrijp ik niet helemaal. Want bij maatschappelijke opvang staat in het reglement dat huisdieren niet worden toegelaten. Ik ben benieuwd hoe ze dat dan oplossen. Wethouder Botter: Maar dat is ook wel een punt bij de agendering dat eigenlijk maatschappelijke opvang en vrouwenopvang, dat wordt vrij makkelijk tegen elkaar uitgewisseld, maar het zijn wel verschillende werksoorten. Dat zal ongetwijfeld ook ertoe leiden dat daar verschillende regelingen voor zijn. Maar als je mij niet euvel duidt, ik weet niet precies hoe dat allemaal zit. De voorzitter: Mevrouw Moedt. Mevrouw Moedt: Nog een kleine aanvulling.

Want dat argument over, waarom mag een dakloze niet zijn dier meenemen naar de opvang, vanwege hygiëne en allergieën, dat geldt natuurlijk ook voor de vrouwenopvang waar het dan blijkbaar wel mogelijk is. Dat snap ik niet helemaal. Wethouder Botter: Ik kan u daar geen antwoord op geven. Als u daar een technische vraag over wil stellen, dan gaan we dat met alle plezier beantwoorden. De voorzitter: Dank u wel. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Met de microfoon.

37

Mevrouw Jacobsz: Ik had nog iets gezegd over aandacht voor de agressor als vrouwen misschien uitstromen naar een andere plek. Maar ook wel aandacht voor de aangifte. Als vrouwen aangifte doen van melding of echt aangifte op het gebied van preventie, dat er veel sneller acties worden ondernomen dan er toch in sommige gevallen wordt gedaan. Daarom wil ik graag wat aandacht ervoor vragen. Wethouder Botter: Dat is natuurlijk heel fijn dat u daar aandacht voor vraagt, maar dan zou ik wel ook willen vragen of u dat kunt onderbouwen. Want als je kijkt naar meldingen vanuit Veilig Thuis, er zijn natuurlijk verschillende instanties die daar een rol in spelen. Het is nog steeds voor tachtig procent ongeveer de politie die de meldingen doet. Als u denkt dat een follow-up gewoon niet goed is, dan wil ik graag weten of u naam en rugnummers heeft, bij wijze van spreken, om dat te duiden, zodat we daar achteraan kunnen. Een ander punt, als het gaat over de agressor, kijk, vaak is het waar twee mensen kijven, hebben twee mensen schuld. Op het moment dat het op een dusdanige situatie uitdraait dat iemand haar of zijn veiligheid moet zoeken in de opvang, dan hebben we natuurlijk al een bepaald station gepasseerd. Kijk, wij hebben scheidingshotels in Haarlem. Dat zit hier ook vlakbij. We hebben time-out mogelijkheden. We hebben straat verboden en alles en nog wat.

Het is ook vaak de reden van waarom we de plekken geheimhouden van waar vaak de vrouwen naartoe gaan, dat de mannen daarin, die vaak de agressor zijn, geen rol kunnen spelen. Ook op het moment dat de vrouwen elders, in een andere gemeente, worden geplaatst, weer een nieuw leven gaan beginnen, dan hopen we dat daarmee ook een situatie ontstaat dat mensen weer veilig en nieuw leven kunnen beginnen. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Ik ben blij te horen van de wethouder dat hij het met mij eens is als het om interculturele hulpverlening gaat. De afgelopen periode dachten wethouder daarvoor anders over. Ik vind het hartstikke goed om te horen dat je daar dan toch meer aandacht wil gaan besteden. Maar tegelijkertijd, als ik naar dit issue kijk en je hebt net Kenter genoemd ... Kenter, daar heb ik een tijdje geleden, in de jaren 90, ook gewerkt. Ik was daar als enige kleurling, wat dat betreft. Wat dat betreft is er eigenlijk nog niks veranderd. Nu zegt u van, daar moet heel veel aandacht aan besteed worden. Mijn vraag is, wat gaat de gemeente daaraan doen om dat te kunnen veranderen? Ik bedoel, wij zijn toch subsidiegever van bepaalde instellingen in Haarlem en omgeving. Wethouder Botter: Ik denk dat dat wat breder gaat dan de discussie waar we het nu over hebben als we het hebben over de vrouwenopvang.

Daar wordt weldegelijk ook naar gekeken bij de nieuwe aanbesteding. Het is niet zo dat ik zelf het gevoel heb dat ik daar heel erg in ben gaan schuiven. Maar het is wel zo dat het maatschappelijk meer geaccepteerd gaat worden, omdat we gewoon weten, dat hebben we ook gezien bij de voorlichting rondom COVID, via eigen taal en cultuur, dat het beter werkt toch om mensen te bereiken en ook te wijzen op het niet gebruik en op een aantal andere dingen. Dat zijn toch best wel nog steeds voorzichtige stappen die we moeten zetten. Er zijn ook partijen in onze gemeenteraad die daar een andere opvatting over hebben. Dat respecteer ik dan ook weer. Maar het is niet zo dat ik het gevoel dat van dat ik daarin heel erg ben gaan. Alleen volgens mij is de maatschappelijke context daar veel meer in gaan schuiven. Wat wij gaan doen, want dat was uw vraag. Dat is bij de aanbesteding ook goed naar kijken van, of we er zorg voor kunnen dragen dat we een jeugdhulpaanbod bieden die voor een breed scala van mensen en jongeren soelaas biedt. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi. De heer El Aichi: Het is mij niet concreet genoeg. Wij gaan daar naar kijken. Mijn vraag is, wat gaat u specifiek eraan doen om dat te kunnen veranderen?

38

Wethouder Botter: Ik vind dat best wel een hele lastige. Ik denk dat u dat verder ook niet met mij moet bespreken, maar met mijn opvolger. Dat u dat ook een issue zou moeten laten zijn van de discussie rondom de aanbesteding. Ik zal in mijn overdrachtsdossier in ieder geval heel nadrukkelijk aangeven van dat dit belangrijk is en dat ik dit ook een belangrijk thema vindt. Dat als ik u zo gehoord heb met elkaar dat de hele commissie, of een groot deel van de commissie dat belangrijk vindt. Dat is denk ik ook het maximale wat u op dit moment van mij mag verwachten. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Marrée, Actiepartij. Mevrouw Marrée: Dit schiet mij opeens te binnen. Maar ik vroeg me eigenlijk af, zijn er ook dingen in Haarlem beschikbaar voor mannen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld en plekken waar zij wellicht met hun kinderen terechtkomen? Want het is natuurlijk wel zo dat geweld tegenover mannen ... Huiselijk geweld komt weliswaar een stuk minder vaak voor dan tegenover vrouwen, maar het komt wel voor. Het wordt vaak in de maatschappij tamelijk gestigmatiseerd. Ik vroeg me opeens af, is er zoiets ook voor mannen? Wethouder Botter: Er zijn, in die zin, niet echt binnen de gemeentegrenzen van Haarlem dit soort faciliteiten. Maar er zijn wel regionaal of wat ik net al zei, zo’n Oranje Huis biedt ook soelaas voor mannen, heb ik begrepen.

De voorzitter: Ik wil wel gaan afronden. We zijn nu continu heen en weer ... Ik geef als laatste het woord aan mevrouw Özogul en dan gaan we dit punt afronden. Mevrouw Özogul-Özen: Is dat bijvoorbeeld ook voor mannen die hun huis moeten ontvluchten, omdat ze LHBTI zijn? Wethouder Botter: Het is heel erg om te zeggen, maar ik werd afgeleid door een plaatje dat uw collega mij liet zien in Alkmaar. Of ik daar weleens was geweest. Maar of er specifieke aandacht is ook voor LHBTI? Heb ik geen idee. Daar wil ik schriftelijk op terugkomen, maar ik heb geen idee. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we hier een punt aan breien. U komt daar nog schriftelijk terug op dat ene punt dan van mijn vrouw Özogul? Wethouder Botter: Ja. De voorzitter: Ik zie ook nog een toezegging staan die afgedaan moet gaan worden. Kunnen we die afdoen? Ik neem aan van wel? Ik vraag het even aan de PvdA, want die heeft het destijds natuurlijk ingebracht. Mevrouw Bastiaans. Mevrouw Bastiaans: Staat hij aan? Ja. We waren blij met de toezegging. Hij is volgens mij 2020. We vragen ons af op welke termijn we het antwoord kunnen verwachten. Schriftelijk. 10.1. Dat was een toezegging van de wethouder. De vraag is nu, binnen welke termijn we het antwoord kunnen verwachten. Wethouder Botter: Sorry.

U moet me wel nog even dan helpen, want ik heb dat ook bij de afdeling nagevraagd van, dat er een toezegging is gedaan, maar er staat echt helemaal niks bij qua onderwerp, er staat niks bij waar het over gaat of ... Ik ben gewoon heel erg nieuwsgierig van waar dit precies over gaat. Er staat ook geen tekst bij in het stukje. Is het goed als ik dat ... De voorzitter: Laten we daarop terugkomen gewoon. Zetten we hem de volgende keer op de agenda.

39

Mevrouw Bastiaans: Ik dacht dat de wethouder dit zelf meteen zou weten. De voorzitter: We gaan dit gewoon even terugkijken ergens in de verslagen. Wethouder Botter: Het enige wat ik mij kon bedenken, is dat het sloeg op het agendapunt waar we zojuist hebben besproken, namelijk dat we de voortgang zouden bespreken. Volgens mij is dat hetgeen wat we nu hebben gedaan. Maar zo heb ik het geïnterpreteerd, moet ik u heel eerlijk zeggen. De voorzitter: Maar u weet natuurlijk niet of u dat bedoelde destijds, want ze zat u er nog niet. Wethouder Botter: Normaal gesproken staat er een onderwerp bij. De voorzitter: Maar het onderwerp stond er niet bij, vandaar. Maar we kijken even na of het onderwerp betrekking had op dit stuk. Als dat zo is, met uw permissie, dan gaan we die afdoen. Heeft het op een heel ander onderwerp ... Is het van toepassing, dan gaan we even kijken wanneer we het terug laten komen. Mevrouw Bastiaans: Is goed. De voorzitter: We gaan het uitzoeken. Het komt vast wel goed. Dank u wel voor dit punt. Dan gaan wij door naar ... 11. Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De voorzitter: We hebben nu spreektijd voor belangstellenden. Die zijn er niet, volgens mij. Overige punten ter bespreking 12. Gevolgen schrappen Verwijsindex uit de Jeugdweg (JB) De voorzitter: Dan kunnen we gelijk door naar 12. Die gaan we ook overslaan.

Wethouder Botter: Ik heb het gehoord. De voorzitter: U heeft het gehoord? Daar gaan we agendapunt 12 overslaan. 13. Haarlemse invulling van het Nationaal Programma Onderwijsmiddelen (NPO) (JB) De voorzitter: Dan gaan we naar 13. Ik weet niet ... Ik zie geen koffiepauze. Heeft iemand trek in koffie of gaan we hem helemaal afmaken? We kunnen ook nu eventjes tien minuten pauze of zo. Ik vraag het maar hoor. Ik heb dorst. Dan gaan we door. We gaan naar agendapunt 13. Dat is de Haarlemse invulling van het Nationaal Programma Onderwijsmiddelen. Tijdens de vergadering van de commissie Samenleving van 14 april is op verzoek van de PvdA is stuk geagendeerd, met instemming natuurlijk van de commissie. Ook weer met een motivatie bijgevoegd bij de agenda. Dan wil ik bij deze het woord geven aan mevrouw Bastiaans, PvdA. Mevrouw Bastiaans: Dank u wel, voorzitter. Haarlem ontvangt 3,3 miljoen euro gedurende 4 jaar om achterstanden en leervertragingen door corona te verkleinen of weg te nemen. Dat is 840 duizend euro per jaar. Dat is veel geld, waar je goede dingen mee kunt doen om kansenongelijkheid te verminderen en het welbevinden van kinderen te vergroten. De PvdA wil ongelijk investeren voor gelijke kansen. Inmiddels is dit

40

ook door de andere partijen omarmd als instrument om die kansengelijkheid te bevorderen. Zet het geld in waar het het meest nodig is en waar het ook op langere termijn effect heeft. Op 26 september 2019 is in deze commissie de kaderstellende beleidsnota Samen voor de jeugd besproken. Daarin wordt aan de hand van acht elementen van de kansencirkel beschreven welke ambities de gemeente Haarlem heeft voor haar kinderen en jongeren. Een samenhangend geheel van maatregelen die achterstanden kunnen verkleinen en het welbevinden van kinderen bevorderen. In het voorliggende collegebesluit staan heel veel voornemens, interventies en maatregelen. Er is veel contact geweest met het veld. Iedereen heeft mogen aangeven waar men NPO-gelden aan wil besteden. Dat zie je ook terug in dit collegebesluit. Een overzicht, verdeeld over vijf bestedingsdoelen. Maar na lezing heb je het gevoel dat er veel druppels vallen die al verdampt zijn voor ze gevallen zijn. Wij zijn bang dat de grond droog blijft als je op deze manier gaat bewateren. Voorzitter, er lag al een beleidsnota, met een uitvoeringsprogramma, inclusief indicatoren. Een programma dat nog niet volledig is uitgevoerd en waar extra geld, bijvoorbeeld vanuit de NPO-middelen kan leiden tot verbetering van kansen en welbevinden van kinderen.

Dit collegebesluit, wat er nu voorligt, wekt de indruk dat al het werk opnieuw is gedaan, dat er veel is rondgevraagd in het veld en dat er nu een wensenlijst ligt die wellicht niet haalbaar is gezien het budget. De PvdA heeft volgende vragen aan de wethouder. Heeft het college zicht op het aantal kinderen dat een achterstand heeft opgelopen door corona, waar die middelen voor ingezet moeten worden? Met name dan voor kinderen met een lager sociaaleconomische status krijgen gemeenten een hogere uitkering. Kan de wethouder aangeven of Haarlem deze uitkeringen ook ontvangt en op basis van hoeveel kinderen? Dan krijg je al die indicatie. Om vast te kunnen stellen of de NPO-middelen hebben bijgedragen aan de doelen van het programma zien wij graag een jaarlijkse evaluatie van de voortgang. Welke maatregelen werken? Zodat we ook na afloop van de extra NPO-middelen deze maatregelen kunnen blijven inzetten. Aan de hand ... Wat wij ook zouden willen, is dat, ik noemde al die uitvoeringsagenda, daar liggen al heel veel plannen in, ook met indicatoren, als je dat ... Er zijn in het collegebesluit, wat nu voorligt, nog een heleboel zaken staan open. Dat moet nog besproken worden met het veld. Het moet nog ingevuld worden. Ik begreep dat de ambtenaren ... 1 april zijn er twee ambtenaren begonnen. Dat moet nog allemaal ingevuld worden.

Wij zouden eigenlijk het liefst zien dat die uitvoeringsagenda, die eigenlijk al goed is en met het veld is besproken en op basis van de kansencirkel, dat het collegebesluit nog eens herzien wordt op basis van de uitvoeringsagenda, omdat daar al heel veel goede dingen in staan. Er werd bij een ander agendapunt ook al gesproken over monitoren. Dan gaat het over cijfers. Maar hier gaat het over kinderen die nu achterstanden hebben. Je kan beter nu prioriteiten stellen en meteen gaan invullen, dan dat we achteraf monitoren en zien dat het misschien niet goed besteed is, het geld. Daar vraagt de PvdA aandacht voor. Dank. De voorzitter: U mag het altijd zeggen, mijnheer. Gaat uw gang. Wethouder Botter: Kijk, ik denk dat er op een of andere manier een misverstand is ontstaan als het gaat over de vraag van, doen wij alles wel of niet dubbel of bovenop wat er al is afgesproken? Daar zou ik nog graag wel wat uitleg over willen geven voordat andere partijen aan de slag die het misschien op deze manier ook hebben geïnterpreteerd. Is dat goed? De voorzitter: Met uw welnemen. Zullen we dat doen? Ja. Wethouder Botter: Kijk, wij hebben in 2019, toen er nog totaal geen sprake was van corona, met elkaar de nieuwe onderwijs- en jeugdnota genomen, met de kansencirkel daarin.

Die is eigenlijk heel breed gedragen, door het hele onderwijsveld, het maatschappelijke veld in Haarlem en ook de speeltuinen. Iedereen heeft zich daar achter geschaard. Daar hebben we ook budgetten aan gekoppeld. Vervolgens is corona ontstaan, waarbij we een flink bedrag hebben gekregen voor kinderen met achterstanden. Die coronamiddelen zijn bovenop de

41

middelen die de scholen hebben gekregen. Dat is ongeveer 110 euro per leerling. Die hebben daar heel nadrukkelijk voor gekozen om dat vooral in het personeel en in een aantal achterstandsprojecten te steken en dergelijke. Wat hebben wij vervolgens gedaan? Wij hebben gekeken van, waar liggen nog de prioriteiten van de scholen, bovenop hetgeen van wat we al in het kader van de jeugdnota wilden doen? Wat zijn dingen die we niet kunnen financieren vanuit de coronamiddelen, maar wel vanuit onze eigen middelen en vice versa? Aanvankelijk was het ook maar de bedoeling dat we gedurende twee jaar die middelen zouden krijgen. Dat is op verzoek van de scholen en de gemeenten opgerekt naar vier jaar, omdat je anders dat geld onmogelijk zou kunnen uitgeven. Vervolgens hebben wij nu een compleet plaatje gemaakt van allerlei activiteiten gericht op de jeugd, wat aansluit bij onze eigen nota en wat aansluit bij kansengelijkheid in het onderwijs en op scholen. We hebben de punten waar wij dachten dat er echt versterking nodig was, dat is vroeg- en voorschoolse educatie, dat is de Kinderuniversiteit, dat zijn allerlei andere activiteiten, daar hebben we extra budgetten voor gefinancierd. We hebben een match gemaakt met wat bij de vorige begroting door de gemeenteraad is aangegeven, namelijk de vergroening en scharrelbosjes op het terrein van de schoolpleinen. Schoolbosjes.

We hebben een aantal speeltuinen willen vergroenen. Omdat dat in het kader van het bewegen, wat ook een issue is geweest ... We hebben vooral met onze coronamiddelen geprobeerd een sociaalemotionele component te versterken. Als dat niet goed in dat stuk is overgekomen, dan bied ik daarvoor mijn excuses aan. Maar volgens mij is er echt bedoeld om die integratie op deze manier van bestaand beleid en nieuw beleid te integreren. Het is volledig afgestemd, daar zult u in de toekomst ook nog weleens van horen, met het BOPO/BOVO. Dat is dan het brede onderwijs en bestuurlijk overleg wat wij hebben, waar ook de welzijnsorganisaties bij zitten en de kinderopvang. Voordat we nu verder gaan op een eventueel beeld wat er niet bestaat inderdaad, dan is het misschien goed om dit even te zeggen. Sorry voor de interruptie, maar het ... De voorzitter: U heeft het al gezegd, bij deze. Ik geef het woord terug aan mevrouw Bastiaans. Mevrouw Bastiaans: Dat lezen we ook wel, het bestaand beleid, maar dat is juist ook het punt dat dat al zo goed is uitgewerkt en dat het op basis van die kansencirkel is. Daarom vond ik het verbazingwekkend om te lezen dat er nog veel ook op een punten in staan, dat er nog ... Dat is uit gevraagd in het veld. Maar er staan ook een aantal dingen waar beleid nog moet worden uitgewerkt.

Maar laat ik dan de vraag stellen, in september ’21 is het budget ingegaan, het is nu mei ’22, als het ook op basis van bestaand beleid is, kunt u dan aangeven wat er nu al direct is ingezet aan maatregelen? Want als het beleid er al was en er is nu geld voor, dan kun je het ook snel gaan inzetten. Heeft u voorbeelden van maatregelen die al direct zijn ingezet? Wethouder Botter: Dat zijn inderdaad de vergroening van schoolpleinen en speeltuinen. Dat is onder andere ook het versterken van de Kinderuniversiteit dat we met een extra klas volgend jaar, of in het najaar aan de slag gaan. Het High Dosage Tutoring wat we doen. Daar wil ik u met alle plezier nog wel meer over vertellen, maar dat is echt een heel erg mooi project voor kansarme kinderen die op vier jaar rekenen veel beter gaan presteren, ook taalvaardiger worden. Hoe bijzonder het ook is, want ons rekenonderwijs is heel taalvaardig. Je moet van A naar B en dan moet je van C naar D. Je moet ook de Nederlandse taal beheersen. Dat zijn voorbeelden. De groepen met vroeg- en voorschoolse educatie worden versterkt. Mevrouw Bastiaans: Ik vind het wel interessant dat u die High Dosage Tutoring noemt, want dat is ook een van de dingen die ik noem. Er zijn zoveel maatregelen, waarvan sommigen beetje dat ze echt heel goed werken. Dat noemt u ook.

Je zou ook kunnen zeggen, we stellen daar de prioriteit, dat werkt zo goed, we gaan daar veel meer geld voor inzetten. Dat zou ook een keuze kunnen zijn, maar dat ... Maar nog veel meer. Dat je zegt van, iets wat echt heel goed werkt, daar gaan we veel meer op inzetten. In plaats van zoals het nu overkomt

42

als ‘...’. Bij de VVE, met educatie, ik ben daarop werkbezoek ook geweest, daar heb ik nog niet de indruk dat daar nu direct wachtlijsten zijn weggewerkt of dat er doelgroepen zijn gemengd. Ik weet ook dat de aanvraag is gedaan vanuit de NPO-middelen, dat daar werd gezegd, dat moet uit het onderwijskansenbudget. Daar wordt nu van gezegd, daar kan het weer niet helemaal uit. Dat gaat nogal heen en weer. In die zin schiet het nog niet helemaal op, terwijl het wel ... Nu zijn die achterstanden er en er is heel veel geld beschikbaar. Bijvoorbeeld ook, er staat ook in voor de Summer School, niet alleen in Schalkwijk, maar ook in HaarlemNoord. Het is nu mei. Ik ben heel benieuwd, is er deze zomer een Summer School in Haarlem-Noord? De heer Van Leeuwen: Voorzitter, een punt van orde. Zullen we gewoon eerst een termijn doen. De voorzitter: Precies. Dat wilde ik net zeggen. Zullen we eerst even een rondje doen, want ik zag mevrouw Scholten ook al met haar hand omhoog. We gaan even ... Mevrouw Scholten, Jouw Haarlem. Dan mevrouw Hamzad. Mevrouw Scholten: Dank u wel. Bij Jouw Haarlem hebben we dit hele stuk doorgekeken. Ik zit natuurlijk ook zelf nogal in het onderwijs. Wat ik een beetje mis, is de borging bij jongeren en kinderen zelf uiteindelijk. Ik denk dat we uit deze periode heel erg veel lessen kunnen trekken. Ik spreek natuurlijk heel veel leerlingen heel uitgebreid en heel lang.

Je ziet dat de slagingspercentages op het ... Ik heb het nu alleen even over het middelbaar onderwijs, over het voortgezet onderwijs. Slagingspercentages zijn eigenlijk best oké, in vergelijking met andere jaren. Leerlingen komen er ook wel aardig doorheen. Maar ze geven zelf vooral aan dat ze, dat merk ik in de klassen ook, concentratieproblemen hebben, sociaal-emotioneel wat achterlopen. Dat geven ze zelf aan. Dat mis ik nog een beetje in de stukken. Wat ik ook nog wat mis, is dat we echt een moment kiezen dat in de niet al te verre toekomst ligt, waarbij we doorvragen bij jongeren wat ze zelf hebben gevonden van de ingezette maatregelen. Want het is ook een kans bij uitstek voor een gemeente om te leren van wat werkt, wat werkt voor jongeren zelf en voor kinderen zelf? Dat vergeten we nog weleens. We praten heel vaak over ze, maar niet zo heel vaak met ze. Ik mis dan vooral het aandeel van vmbo’ers. Tweede punt. Ik heb heel lang, ik wil dit geen particulier verhaal maken, maar ik heb gewoon heel veel casussen daaruit, in het voortgezet speciaal onderwijs gewerkt en daar gemerkt dat we met de inzet van passend onderwijs, dat is versterkt met corona, veel leerlingen binnenkregen pas in het derde jaar van de middelbare school.

Er is in ons plan, ik vind het plan verder trouwens prachtig hoor, aandacht voor de overgang van PO naar VO, maar weinig voor de overgang van onderbouw naar bovenbouw in het VO. Daar lopen vaak leerlingen heel erg vast. Dat wilde ik nog even meegeven. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamzad, GroenLinks. Mevrouw Hamzad: Dank u wel. In de rapporten staat dat de ondersteuningsregeling van huiswerkbegeleiding voor ouders met de HaarlemPas is toe aan vernieuwing. Het is prima, maar waarom moeten wij er zo moeilijk over doen? Maak dit kosteloos voor alle ouders met een inkomen tot 130 procent. Alle kinderen met een HaarlemPas, alleenstaande ouders en die net boven de norm verdienen, die met moeite rond kunnen komen moeten kosteloos gebruik kunnen maken van huiswerkbegeleiding. Dan verklein je de kansenongelijkheid. Gezien basisscholen vooral in laag sociaal economische wijken voornamelijk doen alles om alles uit de kinderen te halen en ze goed te laten uitstromen. Helaas zien die betreffende basisscholen vaak dat kinderen op de middelbare school afstromen. Het niveau dat zij op de basisschool hadden geadviseerd, kunnen de kinderen op de middelbare school niet waarmaken. Dat kan natuurlijk allerlei oorzaken hebben. Er gebeurt iets in het leven van het kind, dat maakt het niet meer makkelijk. De puberteit zorgt ervoor dat het kind niet meer wil.

Maar basisscholen waar ik een gesprek mee heb gehad denken ook dat er nog iets anders aan de hand is. Ze zien dat kinderen hun schoolloopbaan geheel op eigen kracht moeten bewandelen. Want helaas,

43

heel veel kinderen hebben analfabetische ouders. Daarom bestaat de kans op afstromen en vroegtijdige schooluitval, terwijl het kind intelligentie en vaardigheid bezit, maar toch door omstandigheden een niveau lager geschaald moet worden. GroenLinks wil een eerlijke doorstroom voor nu en de toekomstige generatie mogelijk maken. Een recent voorbeeld kan ik hier geven. De kinderen die door de coronatoestand een achterstand opgelopen hebben een huiswerkbegeleiding in dure instituten kunnen makkelijk bij. Maar helaas, kinderen die het niet kunnen betalen blijven er achter. Stop met onderzoek en vernieuwing en besteed het geld voor kosteloze huiswerkbegeleiding voor alle lagen van de samenleving. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wie nog? Mevrouw Klazinga, VVD. Mevrouw Klazinga: Wat ik merk in de discussie, zoals hij nu gevoerd wordt, is dat er wat mij betreft eigenlijk twee doelgroepen door elkaar gehaald worden. Daar waar ik ondersteun dat kinderen met leervertraging en leerachterstanden ondersteund moeten worden, in algemene zin, dat daar plannen voor moeten zijn, dat is absoluut het geval. Maar daar hebben we het op dit moment niet over. We hebben het, naar mijn mening, op dit moment over kinderen die als gevolg van corona te maken hebben met leerachterstanden.

Wat ik in dit plan zie, dat zijn allemaal prachtige plannen, dat onderschrijf ik, de rest ook, het zijn allemaal prachtige plannen ... Maar als ik de plannen lees, dan bekruipt mij toch het gevoel dat er veel aandacht is voor kinderen die uit die eerste doelgroep komen. Dat er wat minder oog is voor de kinderen waar normaal gesproken deze problematiek niet zo speelt, maar die door corona wel met deze problematiek te maken hebben gekregen. Mijn vraag aan de wethouder is, in hoeverre is er in deze maatregelen juist ruimte, wat net Jouw Haarlem ook zei, voor kinderen die normaal gesproken niet tot deze doelgroep behoren, maar door corona wel? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Heel kort. Ik had inderdaad ook een beetje dezelfde vraag. Dit zijn coronagelden. Alle kinderen hebben achterstand. Er is een mogelijkheid voor kinderen van de HaarlemPas dat ze naar huiswerkbegeleiding kunnen. Maar juist het groepje daarboven, die kan op dit moment heel weinig, ook met armoede, energiearmoede, levensmiddelen, alles wordt duurder. Daar zou ik toch ook aandacht voor willen vragen. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog iemand? Nee? Toch? De heer Van Leeuwen, D66. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, dank u wel. Het is al een aantal keer gezegd, alle kinderen in Haarlem verdienen een eerlijke start en een goede start.

Juist in coronatijd hebben we gezien dat de thuissituatie er nog meer toe deed dan normaal. Eigenlijk een hele concrete vraag van ons, hij is al een aantal keer aangehaald, zomerscholen lijken een effectieve maatregel om te zorgen dat we die kinderen weer een eerlijke start geven. In hoeverre zijn de zaken ook voor langere tijd geregeld? Want dit zijn natuurlijk echt incidentele coronagelden. De vraag is, hoe snel wordt deze achterstand ingehaald? Op welke wijze, wethouder Botter zei er net al iets over, is dit ook in het loopbaantraject geborgd, zodat we iedereen die goede start kunnen geven? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Hebben we nu iedereen gehad? Ja? De heer Botter. Wethouder Botter: Wat door de VVD werd aangegeven van dat er eigenlijk twee discussies door elkaar heen lopen, kan ik eigenlijk wel heel erg sterk onderschrijven. Er is eigenlijk ook nog zelfs een derde discussie die daar doorheen loopt, namelijk wat wij allemaal niet zien en hier niet bespreken, zijn die enorme bedragen die

44

de scholen zelf hebben gehad voor corona. Ik ben zelf bij het Sancta op werkbezoek geweest, omdat ik daar door de directeur ben uitgenodigd. Die hebben daar echt een fantastisch plan gemaakt over alle kinderen. Dat geldt niet alleen voor het Sancta, maar dat is voor alle andere middelbare scholen, voortgezette opleidingen die we hebben in Haarlem. Die hebben een heel uitgebreid plan gemaakt om ervoor te zorgen dat kinderen met een achterstand door corona, maar ook doordat zij zich mentaal minder sterk voelden dan daarvoor, een additioneel programma krijgen. Het Sancta heeft bijvoorbeeld ervoor gezorgd dat door een structurele wijziging in het lesprogramma, vroeger was geloof ik het uur 55 minuten, dat hebben ze teruggebracht naar 50 minuten, zodat er meer tijd ook aan het eind van de dag overblijft om vormen van bijles of additionele lessen te geven. Dat zien wij nu helemaal niet meer terug in dit hele programma. Net zomin, ik moet zeggen van de bijdrage vanuit GroenLinks is mij ook vanuit het hart gegrepen dat je moet zorgen dat je kwetsbare groepen of kwetsbare kinderen eigenlijk allemaal de gelegenheid moet geven om gratis huiswerkbegeleiding te krijgen. Dat ben ik met u eens, alleen dat is nu niet aan de orde in het kader van dit programma. Er wordt extra huiswerkbegeleiding gedaan.

Je ziet ook dat steeds meer scholen afspraken maken met de leerlingen en hun ouders dat het huiswerk al op school is gedaan, zodat het niet nodig is om je nog te bekommeren over het feit van, heeft het kind wel een eigen kamer waar hij of zij zijn huiswerk kan doen, of zijn er studiefaciliteiten voldoende? Dat zijn allemaal stappen die ook gezet worden met die coronamiddelen die de scholen zelf ingezet krijgen. Voor mij is het zo dat wij vooral hebben willen kijken van, wat is additioneel, boven op dat verhaal van de scholen, nog wenselijk? Samen ook met het welzijnswerk of het jeugd- en jongerenwerk en de, hoe heet het, kinderopvang. U was daar de vorige week bij, bij de jongerenraad. Ik hecht heel veel waarde aan een jeugd- en jongerenparticipatie. Ook van uw collega Aynan is de kinderburgemeester op een gegeven de suggestie gedaan. Die is er ook. Het feit van dat er met jongeren wordt gesproken is goed, maar dat is best wel heel erg ingewikkeld om dat in het kader van dit programma te doen. We hebben onze handen vol, dat heeft u op vorige week gemerkt, om in ieder geval op een goede manier ervoor te zorgen dat wanneer jongeren met twee thema’s bezig zijn, om daar een bepaald idee voor neer te zetten. Niks ten nadele van jongeren, maar het lijkt mij wel heel erg ingewikkeld om dit allemaal te kunnen overzien.

De punten die wij hebben meegenomen, zoals de vergroening van de schoolpleinen, zoals de speeltuinen en een aantal andere activiteiten van, niet alleen maar activiteiten organiseren voor kinderen die willen sporten, maar ook kinderen die cultuur, bij wijze van spreken, in de zomer willen gaan doen. Dat is er wel allemaal in meegenomen. Volgens mij ligt hier een mooi pakket, wat recht doet aan volgens mij de wensen van de commissie en de raad, als het gaat over van, voortbouwen op onze nota Integraal jeugdbeleid en de kansencirkel. We geven hiermee, volgens mij, een extra impuls aan een aantal activiteiten die ertoe zullen bijdragen dat kinderen weer mentaler weerbaar worden, maar ook de kinderen die een zetje nodig hebben dat die dat zetje op krijgen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Bastiaans, PvdA. Mevrouw Bastiaans: Voorzitter, we zijn het eens over dat het allemaal goede maatregelen zijn. Het punt waar wij op willen wijzen, is dat er voor ons te weinig aandacht is voor de prioriteiten. Er is ook vanuit die kansencirkel die uitvoeringsnota geschreven voor het welbevinden van kinderen. Het is voor alle kinderen in Haarlem. Dat werd hierop gezegd. Dat is ook voor ons een uitgangspunt. Alleen wij kijken ook maar het doel van de NPO-middelen. Die zijn om die achterstanden weg te werken. Die zie je nou eenmaal meer bij kinderen met die sociaaleconomische status.

Dat was ook mijn vraag aan u. Ik hoop dat daar een antwoord op komt. Of u al kunt zeggen op basis van hoeveel kinderen in Haarlem bij ook een extra uitkering daarvoor krijgen? Want dan kun je zien van, waar zitten de grootste achterstanden? Wethouder Botter: Wij krijgen geen ... Bij de coronamiddelen telt het niet mee of je wel of niet achterstandskinderen hebt. In de hele bekostigingssystematiek van het onderwijs ... Die is, heb ik begrepen,

45

vorig jaar of twee jaar geleden op de schop gegaan. Een aantal andere indicatoren op het terrein van de bekostiging van het onderwijs. Dat heeft tot grote verschuivingen geleid. Maar kijk, over de bekostiging van het onderwijs gaan wij als gemeente niet. Mevrouw Bastiaans: U krijgt het geld. Maar wat ik heb gezien uit de landelijke regeling, is er wel extra geld beschikbaar met die sociaaleconomische status. Dat was mijn vraag aan u. Heeft het college ook zicht op het aantal kinderen met achterstanden? Want we zijn ervoor om alle kinderen te helpen. Maar er zijn nou eenmaal wel kinderen die extra hulp nodig hebben. Daar moet je die middelen ook voor inzetten. Daar zijn ze echt voor bedoeld, die NPO-middelen. Wij willen graag weten ... Dat staat in de nota. Het doel is om die achterstanden weg te werken. Die achterstanden zijn er, dat blijkt gewoon, vaker bij kinderen uit sociaaleconomisch zwakkere gezinnen en uit kinderen met een gezin uit een niet-westerse achtergrond of met een migratieachtergrond. Daar willen wij als PvdA ook wat meer op inzetten. Vragen we van, kunt u dat laten weten hoeveel kinderen dat zijn? Ook, kunt u een evaluatie doen, over een jaar, welke middelen werken, zodat we daar ook op voort kunnen zetten als die NPO-middelen gaan stoppen? De voorzitter: Wethouder Botter en dan mevrouw Scholten. Nee? De heer Botter.

Wethouder Botter: Ik wil dat best proberen te achterhalen. De vraag is alleen een beetje van, welke criteria ga je dan hanteren? Hoe weten of de achterstanden die zijn ontstaan echt daadwerkelijk door corona zijn ontstaan of dat die op een ander moment als zijn ontstaan of er al waren? Ik heb begrepen dat een school gewoon ook een bedrag krijgt van 110 euro per leerling, ongeacht de achtergrond. Volgens mij is de berekening die wij hebben gekregen ook ongeacht hoeveel kinderen wij hebben in een achterstandspositie. Achterstand en achterstand, dat zijn natuurlijk wel heel verschillende dingen. Als u het heeft over kinderen met een niet-westerse achtergrond, is weer een ander uitgangspunt. Op die manier registreren wij niet. Ik vind het toch nog wel dan heel erg interessant om van u te horen van waar u precies naar op zoek bent. Want sommige kinderen die ... Kijk, ik kom zelf ook uit een arbeidersgezin. Ik had een mavo-advies. Ik ben ook op de mavo begonnen en toen naar havo, vwo en universiteit. Maar of ik echt tot de doelgroep achterstandskind hoorde, weet ik niet. De vraag is eventjes hoe je dat dan gaat administreren. De voorzitter: Ik wil er nu ook echt een eind aan ... Ik ga er geen eind aan maken, maar aan dit onderwerp. Maar misschien nog een concrete vraag en dan wil ik hem echt gaan afronden en naar het volgende onderwerp gaan.

Mevrouw Bastiaans: Misschien kan de wethouder dan toezeggen dat hij het uitzoekt of er voor die kinderen met een sociaaleconomische status een extra vergoeding is vanuit de NPO-middelen. Want ik heb dat echt gelezen. Wethouder Botter: Dat wil ik met alle plezier uitzoeken. Mevrouw Bastiaans: De tweede vraag was de evaluatie van wat werkt en wat niet werkt, zodat we ook als de NPO-middelen stoppen ... Wethouder Botter: Dat lijkt me ook heel wenselijk. Dat gaat om inmiddels nu dan in plaats ... Omdat het dan in plaats van twee jaar, vier jaar is, om acht ton per jaar. Ik vind dat u daar recht heeft op een jaarlijkse voortgangsrapportage en daar ook inzichtelijk wordt gemaakt van of dat wel of niet werkt.

46

Mevrouw Bastiaans: Als u zegt jaarlijks, is dat dan een jaar na ingang van de middelen? Kunnen we dat dan al in september verwachten? Wethouder Botter: Nee. Want we hebben in feite nog maar heel erg weinig uitgegeven. Wij zijn pas in februari begonnen. Dan is het volgend jaar februari. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Leeuwen: Is er nog een tweede termijn of ... De voorzitter: Is er niet genoeg over gepraat? Als u wilt, maar ik was aan het afronden op dit punt, heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Dat werd een beetje vraag en antwoord. Ik zat nog te wachten op een tweede termijn om nog een iets ander geluid te laten horen. Want volgens mij zijn we in de intentie heel erg eens met elkaar. We willen dat alle Haarlemse kinderen een eerlijke start krijgen. Ik wilde even aan het begin van deze raadsperiode met elkaar waken ... We zeggen altijd, we moeten minder bureaucratie hebben. Hoe meer wij vragen aan het college om dingen uit te zoeken, hoe meer mensen bezig gaan met dingen voor ons uit te zoeken. Als wij gewoon zeggen van, wij hebben hier de intentie afgegeven, alle Haarlemse kinderen moeten we een eerlijke start geven, dan gaat de aandacht naar die kinderen toe. Ik wil gewoon wel even de note to self. Laten we ook kijken wat we vragen van het college om aan ons aan te leveren.

Laten we vertrouwen op het vakmanschap in de organisatie met scholen om geld goed weg te zetten. Want elke vraag die wij stellen, maakt dat een aantal ambtenaren aan het werk gaan. Die weer een notitie rond gaan schrijven en niet met die kinderen bezig gaan. Even voor ons in het debat, wil ik toch even kort reageren. Hoe meer wij vragen, hoe meer aandacht naar ons gaat en des te minder aandacht naar die kinderen gaat. Dat is volgens mij wat ons met elkaar hier bindt. De voorzitter: Dank voor deze bijdrage. Mijnheer Botter heeft een leuke ... Wethouder Botter: Maar dat is echt een heel mooi bruggetje naar het vragenuurtje. Namelijk, bij het vragenuurtje heb ik aangeboden om een technische sessie of een informatiesessie te houden van, hoe wij de afgelopen jaren in Haarlem met het jeugd- en jeugdzorgbeleid zijn bezig geweest. Wat we allemaal wel hebben gedaan en wat de intenties zijn die daar achter zitten. Ik wil u graag bij deze aanbieden om een brede, technische sessie voor te laten bereiden. Als u specifieke vragen heeft, zijn van harte welkom. Als het een specifiek onderwerp is wat u graag wil weten. Maar het lijkt mij gewoon aan het begin, het is best wel heel erg ingewikkeld. Het duurt best ook wel een tijdje voordat u er echt helemaal goed in zit.

Maar het kan heel goed helpen om gewoon te horen van de afdeling van waar we mee bezig zijn, waarom we ermee bezig zijn en hoe we ermee bezig zijn. De voorzitter: Ik heb in ieder geval toch twee toezeggingen gehoord om toch eventueel te onderzoeken van hoeveel kinderen met achterstanden hebben we en die evaluatie wat wel werkt en niet werkt. U heeft gehoord, dat komt dan pas eigenlijk volgend jaar ergens in februari. Dan hebben we een jaar erop zitten. Dank u wel. Mevrouw Hamzad, GroenLinks. Mevrouw Hamzad: Dank u wel. Ik wil een heel klein punt toevoegen. Mijn vraag aan u. Ik heb ook een technische vraag gesteld over dat gemiddeld afstromen van havo-, vwo-leerlingen jaarlijks naar lager onderwijs. Hoeveel procent hiervan is kinderen uit lagere sociaaleconomische wijken? Helaas heb ik niet

47

concreet antwoord hierop gekregen. Ik vind het heel jammer dat ik geen inzicht kan krijgen over de cijfers. Als u dat even ... Wethouder Botter: Ik wil helemaal niet flauw doen, maar u zegt zelf al van, ik had ook nog een technische vraag gesteld. Technische vragen worden van tevoren schriftelijk ingediend. Wat? Dat is ook gebeurd? Maar er is geen antwoord op gekomen? Mevrouw Hamzad: Ik wel een antwoord, maar niet wat ik verwacht. Het is voor mij nog steeds onduidelijk. Ik wil graag weten ... Wethouder Botter: Dat is iets anders. Mevrouw Hamzad: Tien kinderen afstromen naar lager onderwijs. Hoeveel procent kinderen gewoon uit een niet-westerse achtergrond? Wethouder Botter: Maar wat het probleem daarbij is, is dat wij in Nederland hebben we als Kennemerland een van de regio’s waar de meeste hoge inschaling wordt gedaan van kinderen die naar voortgezet onderwijs gaan. Er is geen regio in Nederland waar het percentage hoger ligt dan Kennemerland, als het gaat over de kinderen die naar havo en vwo gaan. Dat is bijna zeventig procent. Dat maakt ook dat daar gewoon heel veel ouders zich nogal druk maken op het moment dat ze niet een kind hebben dat naar het havo of het vwo gaat. Daardoor is de druk bij de kinderen veel hoger dan normaal gesproken. Daardoor stromen ze ook vaker af en komen ze vaker in de jeugdhulp terecht.

Dat komt omdat er veel te hoge eisen aan ze gesteld worden die ze uiteindelijk niet waar kunnen maken en dergelijke. Ik zie ook nu aan uw gezicht dat u het gevoel heeft dat dit niet het antwoord is wat u wil hebben. Maar dan moeten we er op een ander moment op terugkomen. Mevrouw Hamzad: Ik ben het niet met u eens, want ik ... De voorzitter: Maar wacht even. Mevrouw Hamzad: Maar ik wil echt dat punt kwijt. Sorry. De voorzitter: Weet ik, maar dit is een technische vraag. Ik zou de technische vraag nog een keer misschien iets anders omschrijven en hem nog een keer indienen. Dan kijken wat daar het antwoord op is. Want we blijven nu echt ... We gaan dan van de hak op de tak op deze manier over het onderwerp. Ik wil dit onderwerp echt afronden. Dat heb ik al eerder gezegd. Mevrouw Hamzad: Sorry, ik wil het iets anders zeggen, maar ... De voorzitter: Alstublieft, stuur hem nog een keer in, maar misschien iets duidelijker omschreven, als het nog niet duidelijk genoeg was voor de organisatie, wat u wil weten. Dan ben ik benieuwd naar het antwoord. Zullen we het zo doen? Mevrouw Hamzad: Prima. De voorzitter: Dank u wel. Dit punt sluiten we nu.

48

14. Ontwikkelingen actieprogramma Kansrijke Start (JB) De voorzitter: Dan gaan we door naar het volgende punt. Dat is agendapunt 14. Dat zijn de ontwikkelingen actieprogramma Kansrijke Start. Tijdens de vergadering van de commissie Samenleving van 14 april is dit ter kennisname stuk door GroenLinks geagendeerd. De commissie heeft daar ook op ingestemd. Er is ook een motivatie bij de agenda toegevoegd. Ik wil het gehoor te geven aan mevrouw Hamzad. Gaat uw gang. Mevrouw Hamzad: Dank u wel, voorzitter. Een gezonde, kansrijke start bestaat uit een gezonde zwangerschap. Zo min mogelijk negatieve jeugdervaring en dat ouders in staat zijn om sensitief te reageren op het kind. We zien dat er een mooie link ligt naar de kansencirkel. Het is een nieuw beleid, in lijn met de inzet op preventie. Het is belangrijk om juist een duidelijk beeld te krijgen om het project voortgang te geven. Samen naar mogelijkheden kijken voor aanstaande, kwetsbare ouders hoe ze ondersteund kunnen worden, zodat een gezonde en verstandige start gemaakt kan worden. Dit is bedoeld voor zwakke doelgroepen en tieners waarbij zwangerschap ... Bij voorkomen. Maar ook achterstandengroepen die zorg niet goed weten te vinden. De Kansrijke Start heeft tot doel om meer kinderen kansrijke start te geven. In Nederland heeft iets minder dan de helft van de kinderen een valse start bij de geboorte.

Dit houdt in dat ze in de toekomst tegen problemen aanlopen en zo in de jeugdhulpverlening terechtkomen. De geboorte en de jeugdgezondheidszorg spelen daarom een belangrijke rol bij de preventie hiervan. Langs de steunpilaar hechting, ouderschap, weerbaarheid en gezondheid moeten de kwetsbare gezinnen ondersteuning ontvangen bij maatschappelijke problemen. Stress als kindermishandeling, schoolverzuim en armoede om problemen voor in de toekomst bij die jongeren tegen te gaan. Mijn vraag van GroenLinks is, hoe kunnen wij kwetsbare doelgroepen met een culturele en etnische achtergrond voornamelijk in laag sociaaleconomische wijken bereiken om de kern van het probleem vroegtijdig te signaleren? Hoe geven wij vorm en leggen wij de nadruk op effectieve preventie? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik dan het woord geven? Mevrouw Marrée, Actiepartij. Mevrouw Marrée: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het een hele mooie lijst. Er is echter een ding dat naar mijn idee nog ontbreekt. Dat is begeleiding bij de afbreking van de zwangerschap, oftewel abortus. Daarmee wil ik natuurlijk niet zeggen dat als iemand niet voldoende financiële middelen heeft dat dan abortus een goede optie is. Of een goede optie is, dat dan tot abortus over moet worden gegaan. Dat zou tamelijk bizar zijn.

Maar het is wel dat als je daadwerkelijk kinderen kansrijke start wil geven, moeten de ouders wel echt vrijwillig voor het kind gekozen hebben. Daarbij hoort, naar mijn idee, ook wel de optie om die zwangerschap te beëindigen als hij eigenlijk niet gewenst is. Ik heb zelf een aantal jaar geleden een abortus gehad. Toen woonde ik in Utrecht. Daar ben ik toen in contact gekomen met de organisatie FIOM, F, I, O, M. Was hij eigenlijk deden, was dat ze mensen die ongewenst zwanger waren of niet wisten of ze zwanger wilden zijn of niet, dat ze hen ... Dat was een onafhankelijke organisatie verder. Die had er verder geen belang bij of er wel of niet voor abortus werd gekozen. Maar die hielpen gewoon die mensen door middel van een aantal gesprekken over het onderwerp om een soort wel overwogen keuze te maken om de zwangerschap wel of niet te behouden. Ik vind dat behoorlijk belangrijk. Ik vroeg me af, zou het niet een idee zijn om ook iets van die strekking aan dit programma toe te voegen. Dan wil ik er toch nog een ding aan toevoegen. Ik vind dan eigenlijk ook, maar dat is een beetje een ‘...’ misschien, maar ik wil eigenlijk ook dat mensen dan gewoon de abortuskliniek kunnen bereiken zonder lastig te worden gevallen door demonstranten. Maar dat is wellicht iets voor een andere keer. De voorzitter: Andere commissie. Dank u wel. Mevrouw Zwemmer, D66.

49

Mevrouw Zwemmer: Dank u wel, voorzitter. D66 onderschrijft van harte de ontwikkelingen in het actieprogramma Kansrijke Start. Het is mooi om te zien hoe de coalitie ook steeds verder wordt uitgebouwd in de programma. Zo zie je bijvoorbeeld in het programma centering pregnancy dat naast dat het mooi is dat het vrouwen ondersteunt, zie je ook dat vrouwen elkaar vinden en daarmee ook steun aan elkaar hebben. Ik denk dat dat een hele mooie bijkomstigheid is. Daarnaast wordt er steeds meer ingezet op ketensamenwerking, wat ik juist alleen maar kan aanbevelen en bevorderen. Daarnaast wordt er nog voor de punten voor 2022 gewezen op monitoring en evaluatie. Maar ik dacht, wellicht kan monitoring van hoe het actieprogramma op dat moment ervoor staat worden meegenomen in een technische sessie wanneer die plaatsvindt, die de wethouder zojuist had toegezegd. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wie nog meer? Niemand? Wethouder Botter. Wethouder Botter: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik kan alleen maar zeggen van, dat onderdeel van het beëindigen van de zwangerschap is ook een onderdeel van het programma. Dat is heel bijzonder, omdat het destijds door een CDA-minister toch gelanceerd is. Het is weldegelijk ook een onderdeel van het geheel. In die zin is het zo dat je natuurlijk niemand mag en wil dwingen.

Maar als er echt geen andere optie is, dan wordt dat wel bespreekbaar gemaakt. Dat zit er wel in. Ik hoor van D66 eigenlijk van, dat men blij is met die ketensamenwerking en al die partijen die erbij zitten. Vanuit GroenLinks de vraag van, hoe gaan we die preventie verbeteren? Wat we zien, is dat al die partners daar wel aan hebben moeten wennen, om ook met elkaar in dit verband die keten vorm te geven. Maar eigenlijk geldt ook hier voor precies hetzelfde van, maar ik inmiddels eigenlijk de avond mee begon met u, dat daar die interculturele component wel versterkt zou kunnen of mogen worden. Omdat je te maken hebt van dat er sowieso op een andere manier tegen hulpverlening en ondersteuning wordt aangekeken. Dat kan soms cultureel ook bepaald zijn. Dan is het vaak lastig om de juiste hulpverlener ook te zien of te vinden. Dat moet je juist met name in deze situatie zo laagdrempelig mogelijk maken, omdat dat gewoon echt bewezen is dat intergenerationele armoede, maar ook intergenerationele ervaringen met jeugdhulp maken soms dat toch het kind of de jongste telgen uit het gezin daar ook weer mee te maken krijgen. Dat blijft een punt van aandacht, maar het is met name het CJG die natuurlijk heel laagdrempelig is. Je hebt de POH’ers jeugd, dat zijn de praktijkondersteuners jeugd die bij de huisartsen zitten, waar men op een laagdrempelige manier terecht kan.

Er zijn natuurlijk ook landelijke telefoonlijnen waar men terecht kan. Maar dat gezegd hebbende, betekent wel dat we er inderdaad ook alert op zijn, op het moment dat er een tweede kind geboren wordt, want dit gaat dan over de eerste negen maanden vaak in de situatie dat men een eerste kind krijgt. Maar ook bij een tweede kind moet men alert blijven, want het wil niet zeggen dat wanneer het bij het eerste kind goed is gegaan, dat het dan automatisch ook bij het tweede kind goed gaat. Dat kan ik erover zeggen. De voorzitter: Tweede termijn doen we dan. Dan wil ik eerst weer even bij mevrouw Hamzad beginnen, GroenLinks, die heeft het geagendeerd. Mevrouw Hamzad: Dank u wel. Mijn vraag is, zijn er mogelijkheden bij de huisartsenpraktijken dat zo’n lage drempel, zoals u zei, of een keer week een vertrouwelijk persoon aanwezig is voor die doelgroepen die moeilijk hulp te kunnen vinden om zich bij aan te melden. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Jacobsz, Actiepartij of OPHaarlem. Mevrouw Jacobsz: OPHaarlem, naast de Actiepartij. Ik heb het bestudeerd en ik heb nu twee dochters die allebei zwanger zijn van de tweede. Ik weet nog in het verleden, dan kwam er ook iemand op bezoek. Toen ik zelf zwanger was, kwamen er ook mensen op bezoek. Maar wat OPH toch wel enigszins ook zorgen baart, ik

50

vind het wel heel ver gaan toch op sommige punten. Ik weet het niet. Ik vind het, het is wel goed, want we zijn natuurlijk allemaal in het belang van het kind, in het belang van het gezin. Er zitten vast positieve, goede intenties bij. We willen allemaal het beste. Maar ik wil er toch wel iets ... Ik wil er toch een kanttekening bij zetten van, dat we dan wel toch heel zorgvuldig blijven met dit onderwerp, omdat, ik weet niet, net of je niet meer mag falen of dat je geen fouten meer mag maken of dat je ... Je leert toch ook om dingen niet goed te doen. In die zin vind ik, ik lees dit stuk en ik voel gewoon helemaal die druk zo op toch een hele blije gebeurtenissen, namelijk zwanger zijn en dan een kind krijgen en toch wel die wolk. Dat is het ook. In die zin, ik had er toch wel een beetje moeite mee, met deze materie. De voorzitter: Het mag. Dat mag u vinden. Mevrouw Zwemmer, D66. Mevrouw Zwemmer: Dank u wel, voorzitter. Ik mis eigenlijk alleen nog een kort antwoord op mijn vraag of we de monitoring van het programma nog wellicht in de technische sessie kunnen laten terugkomen. Ik weet niet, die had ik nog niet gehoord. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Marrée, Actiepartij. Mevrouw Marrée: Ik had wel nog een vraag, want ik heb het document er nog een keer op doorgescand. Ik kon eigenlijk niks vinden over de beëindiging van een zwangerschap.

Ik vroeg me een beetje af waar die informatie dan staat en waar dat te vinden is en wat daarover gezegd wordt. Ten tweede, wethouder, geeft u zelf aan dat men niet gedwongen kan worden tot abortus en dat het echt alleen maar als een soort van laatste, last resort wordt gezien, als ik het goed begrijp. Ik wilde eigenlijk gewoon zeggen dat ik het daar niet helemaal mee eens ben. Dat je ook gewoon zou kunnen zeggen, als je zwanger wil zijn, dan gaan we door met dit traject. Maar als je niet zwanger wil zijn, dan is er ook de optie om dat af te breken. Dat wilde ik nog even zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Nog iemand? Nee? De heer Botter. Wethouder Botter: Om maar met dat laatste te beginnen. Volgens mij heb ik dat ook ... Verschillen wij niet van mening. Zit er geen licht tussen, zoals wij zeggen. Ik weet niet waar u het misverstand ziet, maar volgens mij is dat niet zo. Dan, u maakt het me wel moeilijk, mevrouw Jacobsz. Want kijk, op een gegeven moment is het natuurlijk zo van, als het niet goed gaat in de jeugdzorg of er zijn geen plekken of mensen die ... Dan trekt u ook meteen aan de bel. Nu twijfelt u of we van tevoren al preventie moeten doen, terwijl u juist altijd, want zo ken ik u ook, heel druk bezig bent met preventie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12264941/1