CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

03-07 Transcript Commissie Samenleving

commissie Samenleving 21 maart 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 7 maart 2024 (alleen naar aanleiding van)25.093 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

16

kijken van waar kunnen wij dan incidenteel bijdragen in transitie. Ja, dat is iets wat zou kunnen helpen waarbij het dus inderdaad wel is, dat weet u ook, alle gemeentelijke budgetten staan onder druk, ook in uw gemeente. Dus dat vind ik een complexe vraag. En als u inderdaad kijkt, en de heer Baars zei het net, dat zat ook in technische sessie van maandag, de budgetten zijn in negen jaar gestegen, vanuit mijn hoofd, van 25 miljoen naar 45 miljoen. Dat zat in de presentatie van maandag. Ja, dat is het inderdaad de vraag, als de budgetten zo gestegen zijn en gelijktijdig de wachtlijsten ook, is geld dan de oplossing? Dus dat is natuurlijk, de oplossing is veel diverser en complexer dan alleen maar een, een bak geld. En dat is dus ook hoe we met zo'n team wachtlijsten, dus aanpak wachtlijsten van het ministerie, kijken van wat kunnen wij doen? Is het triage, zijn dat groepsaanpakken waarbij de privacy inderdaad gewaarborgd is, want dat soort dingen gebeuren al langer. Want daar kan natuurlijk ook heel veel in zitten. De voorzitter: Dan gaan we nog even naar een interruptie van mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Ja, de wethouder noemde net, is dat de oplossing? Maar wij hebben een wachtlijst met 155 kinderen die vijf maanden moeten wachten. En dat zijn niet de basis-GGZ, maar dat is dat gespecialiseerde. Dus het is niet van help mijn huisdier heeft iets.

Nee, dit zijn echte zware gevallen. En mijn vraag aan de wethouder is, wat gaat u met die wachtlijst doen en met die kinderen? Want ik kan me voorstellen hoe heftig dat is als je kind suïcidaal is en je als ouder iedere dag drie keer moet kijken of je kind er nog is. En een kind dat wacht en alleen maar denkt, niemand geeft om mij, waarom moet ik op de hulp wachten? Want dat zijn de kinderen waar we het over hebben. Wethouder Van Leeuwen: Ja kijk, twee kanten. Volgens mij, dat heb ik ook uitgesproken, de zorg deelt iedereen en crisiszorg is er altijd. Dus als het echt acute crisis is, dat is er altijd, daar wordt ruimte voor gemaakt. De wachtlijsten, ja dat is complexe problematiek en daar vindt dus die triage op plaats. Dus als inderdaad echt de veiligheid daar in het geding is, dat betekent in triage dat, ja ik leg het altijd gewoon maar het meest simpel uit, zelf als je bij de eerste hulp zit van het ziekenhuis, een slagaderlijke bloeding gaat voor iemand met een gebroken arm. En die gebroken arm is ook heel erg. Zo moet die triage bij de consortia ook plaatsvinden, want het is inderdaad die verdeling van schaarste. Als u vraagt, kan het helpen om daar incidenteel meer budget voor te maken? Ja dat kan helpen en tegelijkertijd wijs ik u erop, u heeft ook met elkaar als raad van de 25 naar 45 miljoen.

Dus is dan meer euro's de permanente oplossing? Of we moeten echt kijken naar, en dat zeg ik ook weer herhaaldelijk graag, ik leer van de consortia, als ze daar ook zeggen, soms werkt misschien een groepstraject beter dan een een-op-een-behandeling. En dat is ook de innovatie in die zorg, daar zie ik echt het afgelopen half jaar bij alle consortia heel veel goede dingen gebeuren omdat ze ook zelf aan het kijken zijn, hoe kunnen we niet meer van hetzelfde doen, maar hoe kunnen we het anders doen, wetende dat die problematiek soms ook echt heel veel heftiger is. Dat is ook zo'n casus zoals ik net zei die we nog apart gefinancierd hebben. Dus dan kom ik ook bij u terug als wij met elkaar denken als zeven gemeentes met onze organisatie, met de consortia, ja maar dit is zoiets, dit hebben we nog nooit gezien, dit moeten we echt apart gaan financieren. Ja natuurlijk kom ik bij u terug. En tegelijkertijd zien we met elkaar dat we moeten dit wel op een bepaalde manier in goede banen blijven leiden, ook financieel want u wilt ook niet met elkaar de hele gemeentebegroting omvertrekken. Dus dat is wel goed om … De voorzitter: Wethouder, we gaan even door, want anders ... Mijnheer Visser, als eerste. De heer S. Visser: Ja dank u wel, voorzitter. We zijn natuurlijk flink verdubbeld in het, nog net niet verdubbeld in het bedrag, maar er zijn van 25 naar 45 miljoen euro gegaan.

En ook de PvdA is het met de wethouder eens dat altijd meer geld niet altijd de oplossing is. Wel is het nu zo dat een gedeelte van het bedrag dat wij hebben gereserveerd niet direct naar de zorg gaat, ook niet naar de complexe jeugdzorg, maar dat een gedeelte van

17

dit geld ook wordt geïnvesteerd om die hervorming voor elkaar te krijgen op organisatorisch niveau. Wat mevrouw Scholten het ook aangaf. Hoe kijkt de wethouder daarnaar? Is er een mogelijkheid om te zeggen van, we koppelen dat los van elkaar en dan kijken we hoeveel geld er nou eigenlijk nodig is voor de organisaties binnen de consortia om deze hervorming, om deze transitie goed voor elkaar te krijgen, organisatorisch, zodat we geen geld van dit budget dat we nu hebben geïnvesteerd, waarvan denk ik van ons allemaal de hoop was dat dat zoveel mogelijk naar de zorg ging, dat dat dan nu niet naar de reorganisaties gaat, waardoor er geen mensen kunnen worden aangenomen die daadwerkelijk zorg gaan bieden. De voorzitter: Ik ben heel erg vrijelijk met hele ruime interrupties een hele ruime antwoorden, maar ik wil u toch vragen om ietsje korter te zijn, zeker met interrupties en de antwoorden. De wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Ja, ik herken niet direct dat het om heel veel strijkstokgeld zou gaan, want dat zegt u eigenlijk, wat blijft er aan de strijkstok of wat blijft er bij bureaucratie hangen. Ik zie juist dat u met elkaar heeft bepaald als meerderheid van de raad, wij gaan minder administratieve lasten, we gaan lumpsumfinanciering doen, wij vragen om minder, dus geen uurtje-factuurtje, p maal q.

En ook de jeugdhulpaanbieders die ik zie, dat zijn eigenlijk hele leane en meane organisaties. Sterker nog, soms wel organisaties dat ik denk, gaat het nog goed zo want ik zie heel veel behandelaren hele goede dingen doen, maar zit de body er nog wel omheen. Dus wat u zegt, het beeld van er gaat heel veel naar verandermanagers, dat beeld zie ik niet gelijk . Ik zie het ook gelijk, maar als u mij vraagt van kunt u in kaart brengen welke kosten er zijn om de transitie in gang te zetten en hebben we daar goed zicht op gehad met elkaar, dan kan ik dat voor u uitzoeken, dus dat kan ik toezeggen. De voorzitter: Met die toezegging heeft u nog een interruptie nodig? De heer S. Visser: Ik wilde eigenlijk zeggen, ik heb ook de afgelopen weken meerdere mensen gesproken die werkzaam zijn in de jeugdzorg, die wel aangeven van joh, er zit best wel druk en soms frustreert het dat wij geen mensen kunnen aannemen omdat we een budgetprobleem hebben. Maar als u die toezegging wil doen van een overzicht van wat blijft er wel aan de strijkstok hangen, dan zijn wij daar voor nu tevreden mee. De voorzitter: Mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Ik had technisch uitgevraagd, hoeveel fte beslaan de werkgroepen die tijdens de sessie genoemd zijn en de overlegtafel en dat is acht fte. Dus daar hebben we in ieder geval een beetje een klein beetje zicht op.

De voorzitter: Dat is geen interruptie, noch paste dit in de structuur van onze vergadering. Maar mocht u een keer nog hier rechts van mij zitten, wie weet. In ieder geval, die toezegging hebben we genoteerd, dus daar gaat de wethouder mee aan de slag. Ik had nog een interruptie van mevrouw Verhagen. Wilt u die nog plaatsen? Ja? Oké, gaat uw gang? Mevrouw Verhagen: Ja, nog steeds die vraag dat personeelstekort, is het personeel, of wil … De voorzitter: De wethouder komt daar nog op terug. Hij was nog niet klaar met zijn antwoord, komt hij op, hoor ik. Wethouder Van Leeuwen: Kijk, tegelijkertijd het is ook gewoon nogal, en dan reageer ik even op wethouder Scholten, voorzitter. Het is juist ook van belang dat mensen van het, het CJG, van de ambtelijke organisatie,

18

die juist ook actief zijn op de werkvloer, dat die ook in die werkgroepen zitten. Dus is dat extra kosten of zijn dat juist de andere mensen die je weer apart kan financieren? Daar heb ik vraagteken bij, maar dat zullen we zo goed als het kan zullen we dat in beeld brengen, want dat is ook weer het dagelijkse werk dat juist de mensen die het werk doen met elkaar kijken hoe gaan we het met elkaar in de toekomst anders doen, hoe vinden we elkaar anders? Dus dat is nog even als voorbehoud daarover. Ik ga een aantal vragen over. Zoals u weet, ik ben ook wethouder Onderwijs en daar hebben we het ook weleens over personeelstekort en het antwoord gaat voor mij soortgelijk worden. Het begint denk ik, en dat vind ik ook alweer echt heel mooi van wat ik zie, is dat wat mij betreft begint het met maatschappelijke waardering. De maatschappelijke waardering, dat dit een hele mooie sector is om in te werken, waar heel waardevol werk is. De inspreekster zei het ook al, hoe belangrijk dit werk is voor de toekomst van jongeren. Ja die maatschappelijke waardering, dat is één.

De tweede is inderdaad de werkdruk, dus hoe wordt dat ingericht? Hoe slagen we met elkaar in als samenleving, want dan kom ik toch weer bij de metafoor met al die verschillende peuken die anders dan bij de longen een stuk diffuser zitten, hoe slagen we erbij als samenleving, hoe gaat het onze samenleving, en dat vind ik echt een complex vraagstuk want dat werd al gezegd, it takes a village to raise a child, de jeugdhulp of het onderwijs, of ook de ouders zijn niet de oplossing voor alle problemen, dat zijn we als samenleving als geheel. Hoe voorkomen we nou dat die extreme exorbitante casuïstiek die een behandelaar twintig jaar geleden niet zag, dat dat weer maatschappelijk een stukje minder gaat worden. Dus hoe maken we die samenlevingen zo dat die extreme exorbitante problematiek minder wordt, maar ook dat we er vroegtijdig bij zijn dat mensen niet naar jeugdzorg komen. Daar heb ik geen passende vraag bij, maar ik merk wel dat als ik in het contact met de consortia zeg dat er sommige mensen zijn die zeggen het vak is mij te heftig geworden, want vroeger had ik ook weleens een mildere client erbij maar tegenwoordig is bijna alle casuïstiek die wij dan hier krijgen bij onze organisatie heftig.

Ja hoe we daarmee omgaan, dat is … Want u vroeg ook aan mij, is dat des gemeente of is dat des consortia? Ik zie veel consortia hun best doen om goede mensen aan zich te binden en volgens mij lukt het ook redelijk. En als er zaken zijn die ik als wethouder kan doen, dan doe ik dat ook graag. Dus dat aanbod staat daar ook in richting van de consortia. Dus dat denk ik kort over het personeelstekort. Ik ga proberen wat concrete vragen op te lossen. Vechtscheidingen, ja wij hebben het Scheidingsplein, via het Scheidingsplein zijn ook sociaal raadslieden betrokken. Mediators zitten daar niet bij en daarbij heb ik dan echt een vraag, wat wil je als overheid doen en is dan ook het jeugdhulpbudget, is dat een budget wat je dan weer extra uit wil smeren om ook nog mediators te gaan betalen in plaats van mensen die direct met kinderen aan de gang gaan. Ja, dat dat is een vraagteken en ik denk dat wij met het Scheidingsplein, onze scheidingsaanpak, dat we daarin proberen het goede te doen als overheid en proberen ook voor te lopen. Zoals ik zei, sociaal raadslieden kun je dus wel daarbij betrekken, mediators niet. Ja, dat is een keuze die we daarin gemaakt hebben en dit valt dan ook letterlijk niet onder de Jeugdwet en tegelijkertijd zie ik wel de baten daarvan.

Maar ik denk dat we daarbij een aanpak hebben en misschien is het goed dan om een keertje, misschien kunnen het we met, met elkaar doen als u daar behoefte aan heeft, ons bij laten praten, hoe werkt dat Scheidingsplein nu en wat is de systematiek die daar wel achter zit. Want uw behoefte aan hoe werkt het nou en wat kunnen we met elkaar doen, die behoefte herken ik sterk en die heb ik natuurlijk ook. Dus als we daar iets in kunnen doen als organisatie, dan doe ik dat heel graag. Even kijken, de vraag van mevrouw Van der Windt van D66 was ook nog kinderen die tussen de wal en het schip vallen. Dat heb ik al gezegd, als er zo’n casuïstiek opkomt, dan proberen we die zo goed mogelijk op te lossen met consortia of op een andere manier. Want zorgcontinuïteit is altijd het uitgangspunt geweest inderdaad. Als kinderen langjarig zorg nodig hebben, dan is dat natuurlijk ook gewoon duidelijk dat we daar met elkaar als samenleving nabij moeten zijn. Een heel aantal vragen van de heer Baars van de VVD. Het gaat om een heel groot bedrag en hebben we heel weinig grip, was eigenlijk het dilemma wat u schetste. Ja, ik denk het niet. Ik denk het niet omdat de visie die u met elkaar heeft vastgesteld en waar ook de consortia voor hebben ingetekend, en dan is het altijd even voor de mensen die nieuwer zijn in deze raadscommissie, Regiovisie

19

Jeugdhulp en ook de gunningsleidraden, die zijn juli 2022 hier in de commissie geweest. Daar staan precies die uitgangspunten in. Dus normaliseren netwerkintake, ik ga ze niet allemaal zo opdreunen, want dan vergeet ik er altijd eentje, zo werkt mijn hoofd dan. Maar in die documenten hebben zowel de inschrijvende consortia als wij als gemeente, als CJG, verbonden van dit is hoe wij het in deze regio willen doen. En dan is het altijd de vraag, is grip hebben een wethouder die op duizend voorstellen per jaar ja of nee zegt, of een gedeelde visie hebben met maatschappelijke partners die zegt, dit is de visie hoe wij samenwerken. Dan vind ik de grip van de gedeelde visie hebben en ook professionals vertrouwen dat zij daarmee het goede doen, vind ik meer grip. Maar daar kan je een hele bestuurskundige, filosofische en politicologische discussie over hebben, denk ik. De voorzitter: Ja, u steekt eerst uw hand op en dan kan er pas gesproken worden. Gaat uw gang. De heer Baars: Ja, dank u wel. U zegt we hebben van tevoren voorwaarden met elkaar afgesproken en daarmee hebben we een zak geld gegeven, we hebben een bepaalde koers met elkaar uitgestippeld. Maar wat als die koers nou gedurende het traject, dat het schip de verkeerde kant op vaart? Aan welke knoppen kan je dat nog draaien? Wethouder Van Leeuwen: Genoeg, is het korte antwoord, en het flauwe antwoord.

Nee kijk, we hebben natuurlijk, wat u ook in de technische sessie heeft gehoord, er lopen continu nu nog vijf werkgroepen. Dat gaat over aanmelden, dat gaat over onderwijs en zorg, dus daar hebben we een heel aantal gesprekken met elkaar waarbij we met elkaar de vinger aan de pols houden. Daarnaast is dit ook het dagdagelijkse werk van onze contractmanagers namens de zeven gemeentes die misschien wel dagelijks soms, misschien wel per uur, maar in ieder geval heel vaak met de jeugdzorgconsortia spreken. Het is het werk van het kernteam, dus het topambtelijk overleg waarbij de vier consortia samen met onze twee ambtelijk opdrachtgevers, ook bij u bekend, met elkaar het overleg voeren over precies deze vraag, gaan we nog met elkaar de goede kant op? Zijn er dingen die we over het hoofd hebben gezien? Zijn er dingen die we gemist hebben? Zijn er dingen die nu op de bestuurlijke tafel van de zeven wethouders moeten komen en of de zeven colleges en of de zeven gemeenteraden? Dus ja, dit is wel hoe wij met elkaar georganiseerd zijn. Dat komt ook nog bij u terug in de vorm van een verordening, want de verordening is ook om te sturen, dus hoe organiseren we het met elkaar. Dus de verordening komt ook binnenkort naar u toe, naar alle zeven gemeenteraden, waarin we gewoon zeggen, zo organiseren wij de toegang tot jeugdhulp, hoe we dat met elkaar verordenen.

En we werken natuurlijk ook nog aan, nee, dat is niet gelijk een antwoord op de vraag maar we werken ook nog aan een meer formalisering van die samenwerking tussen de zeven gemeentes. En ook daar weer, altijd de paradox en die is er echt. Meer grip, als je echt meer grip wil met administratie, met, met, met productcodes, ja ik zeg dan toch heel erg de gepercipieerde grip van meer administratieve lasten leidt tot meer administratieve lasten. Dan zit die behandelaar gewoon weer in plaats van een gesprek van 55 minuten en daarna steekwoorden opschrijven, is het 40 minuten en 20 minuten administratie invullen omdat wij dat als gemeente willen. Dus ik vind juist die samenwerking die we hebben gedaan om administratieve lasten te verlagen, ja dat is wel onze inzet geweest. Dus dat is eigenlijk de paradox en ik denk dat de manier van sturing die u met elkaar in meerderheid van de raad heeft afgesproken, dat die het eerste jaar complex was, spannend was, maar dat we nu echt wel de goede kant op gaan met elkaar. De voorzitter: Ja, nog een interruptie, mijnheer Baars. De heer Baars: Ja dank u wel, voorzitter. Ik zit me toch af te vragen of de wethouder hetzelfde ongemak voelt als ik, maar misschien omdat ik nieuwkomer ben. Je gaat van 25 naar 45 miljoen in acht jaar, de wachttijden lopen op en dan zegt u daar zijn wel degelijk knoppen waar u aan kunt draaien.

We hebben gesprekken, waar die ook toe mogen leiden, dat laten we dan in het midden, en u heeft een verordening en dat is eigenlijk, als ik

20

het lange antwoord mag samenvatten de twee knoppen waar we nu … Er worden gesprekken gevoerd op ambtelijk niveau en er komt een verordening naar u toe. Klopt dit of heb ik iets gemist? Wethouder Van Leeuwen: Dit is een bijzonder platte en korte samenvatting die ook geen recht doet, voorzitter. Uiteindelijk is wat we met elkaar hebben afgesproken, de consortia hebben de kennis en kunde om in te schatten wat voor een zorg passend is in een bepaalde casus, dat helpt consortia ook gewoon op de werkvloer het goede te doen. Tegelijkertijd en op alle niveaus, want we hebben natuurlijk wel een aantal kpi’s, dat zei de heer Hulster ook al, die komen binnenkort beschikbaar, uit hoeveel, volgens mij de lengte van het traject, hoeveel jeugd er behandeld worden, dus een aantal in wel cijfers. En natuurlijk hebben we daar gesprekken over, gesprekken ambtelijk, gesprekken bestuurlijk en als er echt dingen gebeuren of zorgen ontstaan bij aanpalende partners of als er casuïstiek komt, ja dan hebben we daar ook met elkaar bestuurlijk overleg over. Ik zoek een metafoor maar een metafoor gaat gewoon niet helpen. Ik denk dat in dit netwerk, waarbij ook een aantal van u heeft gezegd, in dit veld zijn er weinigen die het geheel kunnen overzien.

Dat wordt ook vaak gezegd ook als je het in de Tweede Kamer hoort, denk ik dat deze netwerkgerichte aanpak waarbij dus in dat het onderwijs aan boord is, de consortia aan boord zijn, het CJG aan boord is en wij als gemeente met elkaar aan boord zijn, dat dat de manier is om met elkaar voor de jeugd een gezin te maken. Dan sla ik nog even Buurts over, want veel van het preventieve aanbod valt ook onder Buurts. Want die connectie met elkaar en kijken om het zo normaal mogelijk te doen, dat is wat ons betreft de manier om het te doen. Dat neemt niet weg dat er nog steeds zorgen zijn over die wachtlijsten en over inderdaad, bijvoorbeeld dan de andere vraag die de heer Baars stelde, voorzitter, van de VVD, hoe ga je nou om tussen meer enkelvoudige zorg, meer lichte zorg en de, de mindere, de complexe casus, hoe maak je die triage? Dat is natuurlijk ook een gesprek waar we bij die aanmeldtafel en ook hoe we die triage doen in het wachtlijstbeheer waar we ook actief het gesprek over voeren. De voorzitter: Goed. U heeft nog een interruptie van mevrouw Verhagen. Mevrouw Verhagen: Begrijp ik het goed dat het personeelstekort niet op te lossen zou zijn met meer geld, want dat had met twee factoren blijkbaar te maken. Factor één was de waardering, daar gaat het meer om dan het geld. Factor twee was het werk is zo zwaar geworden dat het niet meer leuk is.

En eigenlijk heb ik dus niet iets gehoord van als we meer geld zouden besteden aan het personeel, dan is dat wel op te lossen. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Volgens mij heb ik al het dilemma mooi en duidelijk geschetst, dat werd net ook al gezegd, de budgetten zijn de afgelopen negen jaar flink toegenomen voor jeugdhulp. Hoe dat precies besteed wordt, ja ik ben er niet negen jaar lang bij geweest. De vraag is of daar euro's de manier zijn om dat op te lossen. Dat antwoord heb ik niet direct paraat. De voorzitter: Goed. U heeft een interruptie van mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Heel kort. Ik heb dezelfde vraag gesteld en u heeft een heel verhaal gehouden. Maar de wachtlijsten groeien en ik heb nog geen oplossing gezien. Hoe zorgen we ervoor dat die wachtlijst op nul komt uiteindelijk? Wethouder Van Leeuwen: De wachtlijst zal waarschijnlijk nooit nul zijn. Dat even als management der verwachtingen. Er zijn altijd aanbieders, want dat zou betekenen dat er iemand duimen zitten draaien tot er iemand komt binnenwandelen, dus de wachtlijst zal nooit nul zijn. De, de, de vraag is, hoe houden we de

21

wachtlijsten beheersbaar en dat kinderen die kunnen wachten dat die wachten en kinderen die nu geholpen moet worden dat die geholpen worden. Dat is een soort, ik deel, ik kan niet toezeggen dat de wachtlijsten nooit weggaan en dat het zo gaat werken. Dat werkt simpelweg niet op die manier. Ik proef ook een sterk inhoudelijk behoefte, hoe gaat dit dan, dus die hoe, dat is voor ons ook, wat ik al zei, dat team aanpak wachttijden wat dus inderdaad een initiatief is van onder andere het ministerie die bij ons ook aan boord zijn om dat te doen. Ik mag nooit zoveel strooien van de voorzitter met informatieve sessies of technische sessies of, of raadsmarkten, ik kan mij voorstellen, als u wil weten hoe dit precies werkt en ook in gesprek met inderdaad zo'n wachttijdenteam en consortia, als dat uw vraag is dan kunnen we dat organiseren. Ja, daar werken we aan. Dat is eigenlijk gewoon mijn voornaamste antwoord. De voorzitter: Als het, het gesprek is met, met consortia, dan hebben we sowieso een, een regionale bijeenkomst in het tweede kwartaal van dit jaar waar we sowieso nog in gesprek kunnen gaan en ook dit soort vragen kunnen stellen. Dus daar is dat misschien een mooi moment voor. Dan hoeven we daar niet nog een los iets voor te plannen. Wethouder Van Leeuwen: Ja, nog een aantal concrete vragen heb ik gemist.

De heer Visser van de PvdA, was het zo dat er soms nog geluiden waren dat consortia concurrenten waren in plaats van partners. Ja, het is een jaar van transitie geweest dus ik heb zelf ook weleens dat soort geluiden gehoord. Ik hoor ze steeds minder, eigenlijk niet. Dus ik zie dat daar inderdaad steeds meer samenwerking, het lerend effect van elkaar en ook de wil, de wens en de behoefte om samen te werken. Dus die waardering heb ik er ook echt voor want het is natuurlijk ook een complex want er was natuurlijk voorheen een soort van concurrentie, we hebben nu voor negen jaar de markt op pauze gezet, voor negen jaar zijn we lumpsum een strategisch partnerschap met elkaar aangegaan, bent u dat aangegaan met nog zes gemeentes met de consortia. Dus ik hoor dat gelukkig steeds minder en dat is ook wat ik zie als ik de mensen spreek. Dan nog de vraag onderwijs versus jeugdhulp, ja dat is ook inderdaad gewoon een, een complex probleem. Daar hebben we ook werkgroep op lopen en sterker nog, ik heb ook vandaag nog weer een sessie gehad met partners uit de jeugdhulp en het onderwijs om te kijken, hoe gaan we dit nu met elkaar doen.

Want ook daarbij is het inderdaad, hoe het ging dat is misschien niet de manier hoe we het in de toekomst moeten doen, maar hoe komen dan met elkaar tot een werkbare manier om dit samen te doen? Dus daar werken we op bestuurlijk en ambtelijk niveau met al deze partijen gezamenlijk aan. Want ook hierbij geldt weer, dit moeten we echt samen doen en het helpt niet als de ene tegen de ander zegt zo zou ik het willen en de ander zegt ja maar zo zou ik het willen en dan blijf je in een driehoek of in een vierhoek langs elkaar heen praten. Dus daar wordt ook op alle niveaus aan gewerkt. Nog een laatste concrete, mevrouw Hartman van Forum voor Democratie vroeg, zou splitsen helpen? Ja dat zie ik niet direct want wat ik al zei, ik zie in onze sector ja een aantal grote zorggroepen, maar er zijn ook vaak grote zorggroepen die een ideëel karakter hebben, die dus een, een stichting zijn, die in hun stichtingsstatuten hebben staan, als ik het in mijn eigen woorden vertel, wij zijn er om zo goed mogelijk en zo voor zo goed budget mogelijk kinderen te helpen. En daar zit weinig red tape of bureaucratie om, om zo te zeggen. En ik zie een aantal juist ook lean and mean mkb-partijen die ook alles doen om zoveel mogelijk kinderen te helpen en niet per se om daar allemaal managementlagen in te bouwen.

Dus ik zie in deze regio, zeg ik er altijd bij, vanuit de kennis die ik op dit moment heb, ik zie ook niet alles natuurlijk maar dat is natuurlijk ook waar ons contractmanagement wel op let en natuurlijk ook, dat weet u, van het brede sociaal domein en we hebben ook een aanpak waarbij we kijken naar zorgfraudeurs, hier letten wij op. En in de jeugdzorg heb ik op dit moment geen aanwijzingen dat dat mis zou gaan. Sterker nog, ik zie er allemaal partijen die naar eer en geweten proberen voor het lumpsumbudget wat ze krijgen zoveel mogelijk kinderen te helpen en zo goed mogelijk te helpen. Dus dat waren volgens mij de concrete vragen en een heel breed antwoord waarin belangrijk is denk ik dat ja, het is een zorg, want ook dat is … Oh ja, er was nog een vraag, iemand vroeg aan

22

het begin, was ik vergeten, klopt het dat de sectoren in financiële nood zijn? Volgens mij was het ChristenUnie. Ja kijk, in Nederland hebben we 60 à 65 systeemaanbieders, dat zijn de klassieke grote partijen, ik zal niet alle namen gaan noemen. Daarvan is het op dit moment zo, en dat is ook een volgend agendapunt, dat van die 60 zijn en 15 tot 20 in dezelfde situatie als het dossier waar we het straks over gaan hebben, de organisatie Kenter. Dus dat daar in deze sector, dat er systemisch binnen heel Nederland, dat die transitie en dat die overgang en die verandering, dat het gepaard gaat met financiële gevolgen en dat daar ook zorgen zijn, dat is het volgende agendapunt. Maar ja, dat is zo. Tegelijkertijd helpt het Draaiboek Continuïteit Jeugdzorg dus wel omdat met elkaar ook weer in dialoog aan te gaan. Want ja natuurlijk, dat baart mij ook zorgen dus. Over zaken in het fysieke domein lig ik een stuk minder wakker. Over de dossiers die hierin spelen wordt mijn nachtrust ook soms wel, wel minder. Want als je dus inderdaad ziet dat in deze sector van de 60 bepalende partijen waar je niet zonder kan er 15 in financieel zwaar weer zitten, ga er maar aan staan als samenleving met elkaar, want dat is gewoon voor heel Nederland wel een zorg die we met elkaar dragen. De voorzitter: Goed. Dan heeft u zo in de eerste termijn in ieder geval op agendapunt 6.1 uw beantwoording gegeven.

Ik wil u er voor de tweede termijn, voordat we daaraan beginnen, er wel even op wijzen dat we zijn heel erg ruim geweest in de spreektijden. Dus als u erdoorheen bent vandaag, dan bent u er echt doorheen zoals u dat weet. En wij hebben nu nog twee agendapunten, onder andere 6.2 over Kenter en vervolgens ook gaan we naar de tweede termijn. Mevrouw Özogul, u was als eerste? Gaat uw gang. Mevrouw Özogul-Özen: Al het zware, de gesloten hulpverlening, dat is nu ook dus naar de lichtere vorm gegaan. Hadden wij daar extra budget voor? En als tweede wil ik vragen, hoe zit het met de gesprekken die nu gaan over de financiën met de consortia? Wanneer is er duidelijkheid en wanneer krijgen wij dat teruggekoppeld? De voorzitter: Dank u wel, kort en puntig. Mevrouw Hartman. Mevrouw Hartman: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb ook enkele vervolgvragen. Ik hoor de wethouders zeggen dat er meer wordt gekeken naar preventieve maatregelen zoals @ease. Hij kaart aan dat er meer vraag is naar zorg door een complexere samenleving met bijvoorbeeld problemen en toekomstperspectief voor de jeugd zoals de rat race met prestatiedruk, onzekerheden door sociale media, de zorg dat ze geen huis kunnen krijgen. Iets waar wij het absoluut mee eens zijn, want deze zaken overlappen gigantisch, al blijft er altijd een complexe zorgvraag bestaan.

Ik wil hier absoluut geen woningnooddebat van maken, maar ik ben benieuwd hoe die preventie waar de wethouder naar refereert in de praktijk werkt. Als wij kijken naar onze politieke rol, want die hebben we, wat is hier nu daadwerkelijk preventief dat deze jongeren met elkaar, zoals bij @ease kunnen praten om steun te vinden in het feit dat ze geen huis kunnen krijgen, of een politieke keuze maken dat onze Haarlemse jeugd met prioriteit aan een woning kan komen. En hoe definieert de wethouder preventie hierin? De voorzitter: Dank u wel. Anders commissieleden? Ja, de heer Baars, gaat uw gang. De heer Baars: Ja dank u wel, voorzitter. Ik ben me toch heel even aan het verplaatsten aan de gesprekken die ik al eerder vandaag hoorde. Je zou inderdaad maar ouder zijn met een zoon die dan negen maanden lang ben je aan het wachten, sta je op die wachtlijst, kom je zelf ook thuis te zitten, dan denk je nou, wat gaat de wethouder nou doen? En ik zie ook het sentiment aan de overkant en dan hoor ik ja, er komt een verordening aan, we hebben gesprekken, er wordt hard gewerkt, we hebben netwerken. En dan denk ik ja maar, wat gaan we nou concreet doen? Komt er dan meer personeel bij, komt er meer geld bij? Op welke termijn kunnen we enigszins uitsluitsel verwachten? Als ik op de tribune zou zitten, ik kom gelukkig zelf uit een vrolijk gezin, dus ik

23

heb die zorgen helemaal niet, maar voor de mensen die daar zitten, is er niet iets wat u kan toezeggen want ik vind het eerlijk gezegd op deze manier een klein beetje onbevredigend. En ik denk dat ik zo genoeg gezegd heb. De voorzitter: Anders commissieleden die nog het woord willen voeren? Mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Een korte vraag die ongetwijfeld niet helemaal beantwoord gaat worden. Maar we hebben het over meer preventie en ook over meer doen in de sociale basis, waar ook behoorlijke druk op de ketel zit. Dus hoe gaan we nou dan zorgen dat we en preventie en wacht, ik zie bijna door de bomen het bos niet meer? De voorzitter: Goed. Anders nog commissieleden die het woord willen voeren? Nee. Wethouder, een aantal concrete vragen nog. Wethouder Van Leeuwen: Ja voorzitter, dank. Ja, voorzitter, ik vind dat de heer Baars niet helemaal recht doet aan wat ik gezegd heb. Ik heb gezegd zo’n casus, deze ken ik niet, die gaan we oplossen, wee noteren het telefoonnummer want zorgcontinuïteit is de uitgang geweest. We hebben een heel breed gesprek over wachtlijsten, dus ik vind dat u geen recht doet aan dit debat door het zo weg te zetten. Dat heb ik gezegd, is dat eruit, kan ik daarna weer rustig antwoorden. Ja u doelt even mevrouw, heb ik het goede bij de goede opgeschreven, ja.

Mevrouw Özogul, het, het Huis van Noord, het is inderdaad onze wens en ook de wetenschappelijke inzichten dat eigenlijk gesloten jeugdzorg en zeker dan weer de sluiting binnen gesloten jeugdzorg eigenlijk tot meer problemen voor jeugdigen leidt dan andere. Ja, dat is wel echt een van mijn dossiers waarbij ik geen landelijk overleg laat gaan zonder dat ik deze gemaakt heb. Dit is dus ingeboekt als bezuiniging in de Hervormingsagenda Jeugd. Wij zien, en wij ons Noord-Holland lopen voor dus wij hebben inderdaad binnen het Huis van Noord als Noord-Holland gezegd, eigenlijk noodgedwongen omdat een gesloten jeugdzorginstelling sloot, we gaan het ook echt proberen waar te maken. Dus in kleinschalige woonvormen in de wijk met intensieve begeleiding. Alleen we zien natuurlijk dat ook gewoon heel plat vastgoed, een pakhuis op een industrieterrein of in een weiland is goedkoper dan een woonhuis in een buurt in Noord-Holland. En ook de begeleiding is ook gewoon intensiever dan in zo'n grote kist in een weiland. Dus dat wordt duurder in plaats van goedkoper. Voor de maatschappij wordt het op lange termijn beter, daar zijn de inzichten wel zo dat het beter is. En tegelijk is het is soms nog zo dat we iemand toch dan buiten de regio gesloten moeten plaatsen als het echt niet anders kan.

Maar dat wat ons betreft in deze regio, en dat is dus inderdaad die ambitie, is dat echt een, een last resort vanuit het belang van het kind, het belang van de jeugdige. Ja wat ik zeg, we hebben daar dus geen extra geld voor gekregen van het rijk. Sterker nog, het rijk zei dit zal waarschijnlijk goedkoper gaan worden. Nee wat ik zeg, als wij, we zijn 42 jeugdzorgregio’s in Nederland, daar we hebben regelmatig overleg over, ook met de delegatie van ons, van de Vereniging Nederlandse Gemeenten die dan overlegt met het ministerie. Dit is een van mijn standaardagendapunten, ja jongens hartstikke leuk, als je denkt dat kleinschalige woonvormen in de buurt goedkoper wordt, ja op de lange termijn kan het qua maatschappelijk kosten misschien wel, in het hier en nu, nee. Dus dat is wel een punt waarbij ook, want uiteindelijk krijgen wij natuurlijk budget van het rijk, waar u inderdaad een terecht punt aanraakt. Want die kwetsbaren heb ik ook, als wij dit inderdaad meer gaan doen is het voor de jongeren beter, voor uw financiën, voor de financiën van de consortia slechter. En daar zit inderdaad de zorg. En u stelt ook nog een vraag over, ik heb ik heb een euroteken opgeschreven, ik weet niet meer wat uw vraag precies was. Mevrouw Özogul: Gesprekken over financiën met de consortia.

24

Wethouder Van Leeuwen: Ja die vinden plaats en via reguliere wegen zal ik dat natuurlijk bij u melden. Als het over het afgelopen jaar gaat, dan komt dat via de jaarrekening bij u, dus als er over het afgelopen jaar daar nog iets betaald moet worden, dus dat is via de P&C-cyclus. En op dezelfde manier komt het ook naar u toe voor het komende jaar. Dus als wij een begrotingswijziging nodig hebben omdat er bijvoorbeeld tussen de zeven gemeentes het toch ander verdeeld moet worden omdat er toch een indexatie heeft plaatsgevonden. U heeft de begroting 2024 vastgesteld, als ik meer geld van u nodig heb omdat daar dus inderdaad nog iets gebeurd is, dan meld ik dat via de P&C-producten die u als raad krijgt. Ja mevrouw Hartman zegt de vraag, en dan ga ik toch ook politiek reageren, moeten we dan niet de woningcrisis oplossen, want dat is beter voor jongeren. Misschien kan uw partij ook ter harte nemen dat we ook de klimaatcrisis moeten oplossen, want ik krijg altijd in één zucht door, het gaat over klimaatcrisis, het gaat over oorlog op het continent en het gaat over de huizencrisis, het gaat over het toekomstperspectief. En klimaat, daar waren voor jongeren ook heel veel belangen van belang. Dus wellicht vindt ook in de commissie Ontwikkelingen in de commissie Beheer uw partij aan de zijde van andere partijen om ook aan de klimaatcrisis samen te werken.

De voorzitter: Mevrouw Hartman. Mevrouw Hartman: Laten we nog even kijken naar wat we kunnen doen. Ik weet niet of Haarlem hier specifiek de klimaatcrisis wereldwijd kan oplossen, maar wat woningen specifiek toewijzen aan onze jeugd, dat kunnen wij wel. Dus laten we vooral gaan kijken naar wat we kunnen doen. En ik wil nog steeds antwoord op de vraag wat hier in preventie daadwerkelijk betekent. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Dan ga ik toch een beetje op de zaak vooruitlopen, want volgens mij heeft u volgende week een prachtig gesprek waarin ook dit een thema is. Ik heb hier een sheet volstaan met een stuk of dertig punten wat wij preventief allemaal doen. Dat gaat van @ease tot Kikid die voorstellingen doet op school om, om inderdaad ook onderwerpen bespreekbaar te maken. Dat gaat van VVE tot de verrijkte schooldag, dat gaat van de preventie georganiseerd door Brijder tot de kinderuniversiteit, dat gaat van Tripple Thread tot Hattrick. Dus er zijn tal van initiatieven die we natuurlijk in de sociale basis via Buurts, wat we ook langjarig aan ons verbonden hebben, waarbij we nabijheid aanbieden van jeugdbeleid of eigenlijk jeugdwerk of jongerenwerk, hoe je dat vroeger noemde, om uiteindelijk te zorgen dat ook daarbij jongeren zichzelf zo goed als mogelijk kunnen ontplooien als het kan.

En ik ga toch weer terug misschien naar waar ik begonnen ben, de podcast van de Arne Popma, de kinderpsychiater achter @ease. Aan de ene kant wil je soms dat de GGZ heel nabij is, vroegtijdig, om dan inderdaad te kijken van ja, hoe kan de jongere tijdelijk, en dan kom ik met de zandbank, als het een kleine zandbank is, tijdelijk eroverheen geholpen worden, snel, maar ook wel tijdig nabij is om, wacht deze casuïstiek dreigt echt gewoon te exploderen, te compliceren, om daar ook snel en dan wel de jeugdzorg in te komen. En daar is dus geen one size fits all. Maar wat wij met elkaar aanbieden als Haarlem proberen we dus inderdaad dat palet en dat pakket zo rijk mogelijk te maken om zoveel mogelijk jongeren hierin te helpen. De voorzitter: Goed, ik denk dat u een duidelijk antwoord hebt gegeven op de vragen. 2. Informatiebrief inzake duurzaam herstelplan Kenter Jeugdhulp en bijlage brief aan gemeenten betrokken bij Kenter Jeugdhulp De voorzitter: Gaan we denk ik door naar tweede gedeelte van dit agendapunt, namelijk 6.2, de informatiebrief inzake duurzaam herstelplan van Kenter, een brief die is gestuurd aan circa vijftig gemeenten.

25

En we hadden besloten om dit in ieder geval los van elkaar te bespreken om de scheiding er een beetje aan te brengen. De heer El Aichi had al een schot voor de boeg gedaan. Wie kan ik het woord geven? Mevrouw Van der Windt, gaat uw gang. Mevrouw Van der Windt: Ja dank u wel, voorzitter. Ja, dan zoomen we nu in eigenlijk op een grote en belangrijke partner in de jeugdzorg van deze regio, Kenter. En Kenter is in november 2022, zo lezen we in deze brief, in de zogeheten trede drie geplaatst. En dat betekent als je kijkt naar het Draaiboek Continuïteit Jeugdhulp dat er gerede twijfels zijn over de continuïteit van zorg op de middellange termijn, is één à twee jaar. En volgens dat draaiboek lig er dan een aantal belangrijke taken bij de instelling, zo moet er een herstelplan worden opgesteld en worden uitgevoerd dat binnen zes maanden tot herstel leidt. En ik constateer dat Kenter sinds november 2022, dus ruim een jaar geleden in trede drie zit en dat er nog geen herstelplan lijkt te zijn opgesteld. Wel zien we dat er één bestuurder is vertrokken en dat de andere bestuurder binnenkort gaat vertrekken. Uit technische vragen blijkt bovendien dat er geen overzicht is op het resultaat tot met november 2023 en, erger nog, dat er niet eens een begroting lijkt te zijn voor 2024.

En dan is een organisatie echt wel heel ver op drift als er in maart geen werkbegroting lijkt te zijn voor het lopend jaar. En dan vraag ik mij ook af, waarom zet de gemeente als regiogemeente geen stappen als Kenter niet voldoet aan het draaiboek? Ja, houdt de gemeente zichzelf ook wel aan, aan het stappenplan voor de regievoerende gemeente? Had er niet al een bovenregionale financiële voorziening moeten zijn? Dus ik maak me echt wel zorgen. Op grond van wat wij nu boven tafel krijgen maak ik me echt wel zorgen en dit is een belangrijke partner die echt belangrijk is voor de zorg voor een belangrijke groep kinderen. Dus ik hoop dat de wethouder me gerust kan stellen dat de gemeente daar echt actie op voert dat dit snel goed gaat. De voorzitter: Dank u wel. De heer Visser. De heer S. Visser: Ja dank u wel, voorzitter. Ja, wij kunnen kort zijn. Over de situatie met Kenter hebben wij al langere tijd zorgen, ook in de vorige periode was mijn voorganger de heer Oomkes vaak bezig met dit onderwerp. Kenter is een systeempartij die, zoals mijn collega naast mij van D66 al zegt, onmisbaar is in een complexe jeugdzorg en we zien dat er ontzettend veel tijd en energie in gaat zitten om die partner overeind te houden. En daarom kunnen wij ons als Partij van de Arbeid ook goed aansluiten bij de woorden van D66. De voorzitter: Dank u wel. Anders, vergeet uw microfoon niet uit te zetten.

Ja mevrouw Lammertse, gaat uw gang. Mevrouw Lammertse: Dank u wel, voorzitter. Wat mij vooral opviel is dat de informatiebrief over Kenter duidelijk aangeeft dat er veel werk aan de winkel is maar vrij weinig concrete informatie biedt. Het is wel heel duidelijk dat het om een zorgelijke financiële situatie gaat, die ook eigenlijk al een flink stuk langer duurt dan wenselijk en die ook bij het aanbestedingstraject al bekend was. Eigenlijk kan ik alleen maar zeggen dat wij hopen dat het herstelplan niet te lang op zich laat wachten en dat daarin ook duidelijk uitgewerkt wordt wat de eventuele gevolgen gaan zijn van die voorgenomen specialisatie van een zorgaanbod die aangegeven wordt in de brief, met name als we ook kijken naar de aantallen cliënten dat passende hulp kan ontvangen en wat de effecten gaan zijn op het zorglandschap in de regio als geheel. Dank u wel. De voorzitter: En u ook dank voor uw bijdrage. Anders commissieleden die het woord willen voeren op dit punt? Nee. Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Ja voorzitter, dank u wel. Ik deed net bij het vorige agendapunt al kort de voorzet. Ja, van de ongeveer 60 systeemaanbieders in Nederland zit 15 in een traject als deze en dat zegt iets over het

26

stelsel waar we met elkaar inzitten, hoe het stelsel gevormd is. Want soms zie je ook dat heel praktisch is dat de zorg veranderd is waardoor de grote oude panden niet meer nodig zijn en de zorg echt een draai moet maken. Maar uiteindelijk is het niet een oplossing voor alle aanbieders op dezelfde manier, ook daar geen one size fits all. In het draaiboek, want het is dus geen wet, het is een draaiboek, een draaiboek wat er gelukkig nu wel is en zes jaar geleden bij de vorige manier toen wij in moesten stappen om Kenter te pogen duurzaam financieel gezond te maken, was dat er niet. Dat draaiboek geeft houvast en het draaiboek behelst ook dat wij hierbij ondersteund worden door de Jeugd Autoriteit, dus de Jeugd Autoriteit, ook opsteller van het stuk overigens samen met andere partijen, is nauw betrokken en helpt ons ook daarbij de nodige stappen te doen. En die zien natuurlijk ook hoe dat in andere regio’s gaat en dat is nergens op precies dezelfde manier. Want ja, het vereist verschillende instellingen en dat doen we zo nauwkeurig mogelijk als het nodig is, en daar zoeken we de ruimte op als dat noodzakelijk is. Sorry voorzitter, ik had met een voorbehoud moeten beginnen, want eigenlijk had ik moeten zeggen, u heeft hier als Haarlem een unieke positie.

Ook in het draaiboek is tussen VNG, VWS en de Jeugd Autoriteit, want dat zijn de drie opstellers, is afgesproken dat er voor elke systeempartij is er één accounthoudende regio, dat is de regio Zuid-Kennemerland voor Kenter en u heeft als Haarlem de unieke situatie dat toevallig ook de voorzitter van die jeugdzorgregio ook uw wethouder is. Dus ik had eigenlijk even het voorbehoud moeten maken dat het bijzonder is dat dus de andere 49 gemeentes die kinderen in zorg bij Kenter hebben, die dus deze brief ook hebben gehad, die hebben niet de mogelijkheid met de voorzitter van de jeugdzorgregio in gesprek te gaan. Mochten ze me uitnodigen, dan zou ik daar wel op ingaan. Maar vandaar dat ik ook wel een beetje zat te dubben in de vorm, hoe uitgebreid moet en kan ik gaan antwoorden. Want dan is voor de informatiepositie van die andere 49 gemeentes en ook de andere drie gemeentes in de regio Zuid-Kennemerland, de collega's van de accounthoudende regio, die hebben een andere informatiepositie. En natuurlijk ga ik niet zeggen, ik zal het aan de accounthoudende regiovoorzitter Van Leeuwen vragen en dan bij een week weer bij u terugkomen. Maar het voorbehoud wil ik wel maken zodat u even bewust bent dat ik hier dan eigenlijk intern aan wethouder Van Leeuwen vraag voor u aan accounthoudende regio Zuid-Kennemerland waar toevallig wethouder Van Leeuwen zit, om hier antwoord op te geven.

Dus dat voorbehoud moest ik procesmatig wel maken, want dat zijn dus wel twee verschillende petten. En dat is ook, en daarom is het misschien ook wel goed dat deze onderwerpen gescheiden zijn, kijk als, bij het vorige agendapunt waarbij wij met zeven gemeenten zorg hebben ingekocht zijn we een strategisch partnerschap aangaan met een consortium. Als accounthoudende regio, kijk ik en dat geeft ook deels antwoord denk ik op de vraag van mevrouw Van der Windt., kijk ik, en dat staat ook in het Draaiboek Continuïteit Jeugdzorg, hoe kan ik bijdragen als accounthoudende regio met adviseurs om Kenter financieel duurzaam een gezonde stichting te maken die langjarig in onze regio de rol die ze kunnen vervullen, die ze kunnen vullen. Want laat duidelijk zijn, dat doen zij inhoudelijk goed en Kenter staat bekend als een partij die altijd levert, ook als er hoog complexe moeilijke zorg nodig is. Helaas is dat dus in dat langjarig financieel niet goed gegaan. Toen ik begon als wethouder kan ik wel zeggen was juist het beeld van het gaat weer goed, maar uiteindelijk ging dat toch niet goed. Dus vandaar dat we ook hebben gezegd, en dat is ook wel een antwoord op de vraag van mevrouw Van der Windt voorzitter, waarom duurt het zo lang, omdat het echt grondig moet.

Want u heeft met elkaar als raad al eerder besloten om toen geld toe te kennen, toen was eigenlijk het beeld, het lek is boven en hierna gaat het langjarig goed. Dat was ook het beeld wat de toenmalig bestuurder in mijn kennismakingsgesprek ook aangaf, wethouder, we staan nog onder verscherpt toezicht en kan dat misschien onsje minder? Nou ja, een half jaar later kwamen we dit traject in en in dit traject, en dat staat in de brief wat mij betreft heel uitgebreid en uitvoerig beschreven, zijn er verschillende conceptherstelplannen geweest, soms ambtelijk, soms heeft daar de accountant in de regio ook iets van mogen zien. Maar we hebben gezegd van ja, dit gaat wat ons betreft niet diep genoeg om echt te kijken hoe we nou Kenter financieel langjarig gezond gaan maken. Want daarvoor zit ik aan boord en daarvoor zit ik dus nu in het interim-bestuur van Kenter. Want het klopt inderdaad dat een bestuurder van Kenter weg is gegaan, er zit nu een interim-bestuur

27

en wordt nu geworven voor een nieuw bestuurder van Kenter, om met elkaar te werken aan die financieel gezonde organisatie. Daarbij staat ook in de brief geschreven, er zijn een aantal oplossingsrichtingen, oplossingsrichtingen die ik hoopvol vind omdat een heroriëntaties is, waar zijn wij nou goed in, waar zijn wij van en wat maakt dan ook dat we dat profiel langjarig uitdragen en dat we ook een financieel gezonde organisatie worden met ook werkplezier, want die komt er ook bij kijken. Jeetje, het is altijd heel frustrerend om mezelf te horen, ik denk alweer ik moet nog langzamer praten. Mevrouw …: Wie was het? De voorzitter: Ja, die staat ook genoteerd bij deze, in het komende afstemmingsoverleg reken ik op iets lekkers, heel goed. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, ik ga door. Want u vraagt heel concreet, gaat er nu snel, mevrouw Lammertse vroeg het misschien wel het meest concreet, het herstelplan moet niet te lang op zich laten wachten. Dat gevoel deel ik, want eerst was inderdaad, dat weet u nog het bericht van mei vorig jaar toen dachten we dat is vlak na de zomer gereed. Toen dachten we eind 2023 gereed en nu is er mij verzekerd, en dat is ook in het laatste bestuurlijk overleg waar ik heb gezeten wederom verzekerd, einde Q1, dus dat is voor het einde van deze maand heb ik iets om naar te kijken.

Als ik dan, ik weet nog hoe ik vroeger mijn huiswerk deed, dat betekent dat de laatste dag van maart om één voor twaalf is nog oké. Dat betekent dat de besluitvorming wellicht na die …Maar voor einde Q1 ligt er iets op mijn bureau, ligt er al iets op het bureau van de accountant van de regio waarbij natuurlijk mijn evenknieën zijn de wethouder van Haarlemmermeer en de jeugdzorgregio en mevrouw Steijn, wethouder van Velsen en van de jeugdzorg van der regio IJmond, dat zijn mijn evenknieën daarin. Daarbij worden we geadviseerd door externe adviseurs ook, dus die helpen ook mee met het herstelplan. Maar dat is wel een hele spannende fase, want in het herstelplan moet duidelijk zijn enerzijds, u kunt het allemaal nalezen in draaiboek, hoe krijgen we deze organisatie financieel duurzaam gezond, welke financiële bijdrage is daarbij nodig en dat wordt dan naar rato van aantal inwoners in zorg bij Kenter gemaakt. Dus dan gewoon wordt er geteld waar komen de kinderen vandaan en wie gaat er dan incidenteel aan bijdragen, moet er structureel een financiële paragraaf zijn en moet ook, en dat is ook heel duidelijk, het moet aan de Jeugd Autoriteit en ook aan de accounthoudende regio, dus dat is diezelfde Van Leeuwen, moet duidelijk gemaakt wat is de impact op de zorgcontinuïteit, wat is de impact op het zorglandschap en hoe kan dat al dan niet opgevangen worden.

En dat vind ik misschien nog wel de spannendste vraag. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer El Aichi. De heer El Aichi: Ja mijnheer Van Leeuwen, ik lees hier voor me in het Haarlems Dagblad van 11 oktober 2019, toen moest Kenter Jeugdhulp 1,8 miljoen terugbetalen aan de gemeente Haarlem. Uiteindelijk hoefden ze dat niet te betalen, dus ze hebben nog wat geld van ons gekregen. Met andere woorden, sinds 2019 loopt het niet goed financieel bij Kenter. In hoeverre heeft u er vertrouwen in dat het allemaal goed komt? Wethouder Van Leeuwen: Ik hoop dat het goed komt, ik heb daar op dit moment nog vertrouwen in, anders hadden we in een andere fase gezeten, want u heeft ook gezien in het draaiboek, daar zitten verschillende tredes in. En dat maakt ook wel dat het lange traject langer heeft geduurd dan het draaiboek normaal beoogt. Namelijk wat ik al zei, bij de eerste proeven van het herstelplan dacht ik van ja maar, dit gaat echt niet diep genoeg om over vier of vijf jaar niet weer hier te zitten. Dus vandaar dat ik juist heb gevraagd, dit moet echt een slag dieper, een slag grondiger, om met elkaar te komen tot een situatie waarin we er met elkaar erop kunnen vertrouwen. Dus gaat over de raad van toezicht van Kenter, de bestuurders van Kenter, de

28

cliëntenraad, de pleegouderraad, dan vergeet ik nog gewoon de ondernemingsraad en ook wij als, als bestuurders die aan tafel zitten. Wij hebben vertrouwen erin dat dit goed komt en daarom heeft het herstelplan langer geduurd. Maar wat ik zeg, ik vind dat is heel spannend. Dus ik ben heel benieuwd wat ik inderdaad, wat de accountant van de regio, Van Leeuwen, eind deze maand op het bureau krijgt, wat we daar met elkaar van kunnen vinden en welk gesprekken we daarover kunnen voeren. En dat is inderdaad, ja dat is wel heel spannend. Want ik, ik hoor soms berichten waarbij ik me ook echt zorgen maak. Berichten die ik dan niet ook herken, want er zou dan al een bepaalde weg zijn ingeslagen. Ja, dat is gewoon niet hoe we het hebben afgesproken. Stappen met zorgimpact op het zorglandschap of de zorgcontinuïteit, dat staat in het herstelplan, daarop gaan we oordelen. Maar mij bereiken ook daar zorgelijke signalen over die ik serieus neem en waar ik het dan ook met Kenter over heb, natuurlijk. Want dat is niet de volgorde die we met elkaar hebben afgesproken. De voorzitter: Goed. Het is bijna alsof u met twee persoonlijkheden naast me zit, met de wethouder en …, nou ja goed. Dan hebben we denk ik dit onderwerp zo voldoende besproken. De wethouder is heel erg uitgebreid geweest in zijn antwoord.

Het lijkt me goed om eventjes tien minuutjes pauze te houden en zie ik u graag om 22 uur 20 weer terug voor het volgende agendapunt. Nou, waar we net de kachel beneden hoger hebben gezet ga ik inderdaad nu even kijken of hij wat lager kan. Overige punten ter bespreking 8.

Voortgangsrapportage aanpak energiearmoede (RB)

De voorzitter: Dames en heren, wilt u allemaal uw plaatsen weer innemen, we gaan door. En anders gaan we gewoon daadwerkelijk beginnen. We kunnen kijken of er nog iemand mee wil vergaderen en anders gaan we gewoon daadwerkelijk beginnen. Goed ja, we gaan toch echt gewoon door. Dames en heren, agendapunt 8, de voortgangsrapportage aanpak energiearmoede. De voortgangsrapportage is ter bespreking geagendeerd voor deze vergadering en wie wil daar als eerste het woord in voeren? In de tussentijd dat wij de deur even dicht doen. Wie kan ik het woord geven? Want anders, ja mevrouw Oosterbroek, gaat uw gang. Mevrouw Oosterbroek: Wat goed, bedankt voor het woord voorzitter. Ja, nee, sociale energietransitie, echt super dat er zo'n specifiek document over de energie-uitvoering is op dit moment. Ik denk wel vanuit GroenLinks maken ons wel een beetje zorgen of het snel genoeg gaat. Aardgasvrij in 2040, we moeten toch wel wat snellere stappen zetten. En we zijn vooral heel erg geïnteresseerd in wat er staat over de zonnepanelen. We geloven dat op het moment dat we zonnepanelen bij, bij de mensen thuis kunnen realiseren, dat we ook daadwerkelijk bestedingsruimte voor mensen creëren en we hopen dat de wethouders zich daar nog extra voor willen inzetten. De voorzitter: Uitstekend, dank u wel voor uw bijdrage.

Anders commissieleden die in dit onderwerp het woord willen voeren? Ja, gaat uw gang mevrouw Wegman. Mevrouw Wegman: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn positief over de witgoedwissel die nu beschikbaar gaat worden voor alle HaarlemPas-houders. En daarnaast ook positief dat coaching en installatieservice veel gebruikt wordt, dat in de 54 procent van de huisbezoeken dit heeft geleid tot het geven van energieadvies of het installeren van energiebesparende maatregelen. Dus die twee maatregelen zie ik echt wel als iets echt de goede richting in. Echter is er wel één groep waar ik me zorgen over maak en dat zijn huurders van particuliere woningen. Een recent rapport van TNO naar energiearmoede in Noord-Holland geeft ook aan dat er aandacht nodig is voor deze groep. Velen van hen wonen in huizen die slecht of in ieder geval onvoldoende zijn

29

geïsoleerd, slechts 46 procent van deze woningen voldoet aan de isolatiestandaarden, terwijl dat rond de 95 procent is bij woningcorporaties. En dat heeft ook wel vooral te maken natuurlijk om het eigenaren ook weigeren mee te werken met installeren van besparende maatregelen, omdat het voor hen natuurlijk geen financiële noodzaak is. Wat we natuurlijk kunnen doen is beperkt, maar zijn zeker wel mogelijkheden. Andere gemeenten hebben bijvoorbeeld getoond dat het bieden van begeleiding bij een voorstel voor verduurzaming een effectieve strategie kan zijn. En hier hebben mijn collega's bij de commissie Ontwikkeling ook al reeds vragen over gesteld en daar kregen ze ook het antwoord dat er een plan wordt opgesteld om dit doel ook vooral te bereiken en we willen ook drieduizend particuliere woningen met een laag energielabel isoleren. En mijn vraag is dus aan de wethouder, vooral dus de wethouder Berkhout, wanneer we dus een uitvoeringsplan kunnen verwachten en of het mogelijk is om dit plan ook direct te koppelen aan deze discussie in deze commissie over energiearmoede. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Anders commissieleden? De heer Baars, gaat uw gang. De heer Baars: Ja dank u wel, voorzitter. Met heel veel interesse gekeken naar dit stuk, zoals jullie weten is de VVD een groenrechtse partij, althans een aantal personen daarbinnen.

Ik heb ook een groot aantal suggesties voor de wethouder die hem ongetwijfeld zullen aanspreken. Het eerste voor wat betreft de witgoedwissel zou ik zeggen ja, zet hem stop als je echt duurzaam wil zijn. Ik bedoel het vervangen van wasmachines, vaatwassers, drogers, een hele witwas van machines die gewoon nog werken en die gaan we dan vervangen voor nieuwe, ja ik bedoel veel minder duurzaam kan ik niet. Ik dacht dat ik ooit, dat ik nog voor consuminderen ging pleiten in deze tijd, ja het is ongelooflijk maar ik snap niet dat dit uit een koker van een GroenLinks of Partij voor de Dieren of Partij van de Arbeid komt. Dus ik zou bijna zeggen, doe het niet want er staan gewoon werkende apparaten en wie zegt dat nieuwe apparaten energiegebruik opheffen? Dan is er ook nog potentieel misbruik, dat hoef ik niet uit te leggen. Je stuurt de foto op van oude machine, je krijgt een nieuwe, je zet hem weer op Marktplaats, katsing, keer vier. Dus wethouder, ik zou dat vooral willen onderzoeken. Dan nog hoe gaan we een plafond inbouwen? Er komen nu 2.800 aanvragen zijn er mogelijk, maar dit aantal kan gewoon doorlopen. Het budget loopt nu al op van drieënhalve ton naar 1,7 miljoen aan nieuw witgoed. Goed, dan zijn ook nog veel effectievere maatregelen, zoals isolatie. Zoals je weet is de VVD helemaal voor, dus zet dan vooral in op die effectievere maatregelen.

Dus ik ben erg benieuwd hoe de wethouder hiernaar kijkt. Wat mij betreft zetten we het stop, want het is niet duurzaam. Er is potentieel kans op misbruik, er is geen plafond en er zijn veel effectievere maatregelen. Dus wat mij betreft gaat de witgoedmaatregel van de baan, ook omwille van het milieu en de duurzaamheid. Dus ik reken echt op de steun van de linkse en groene partijen in deze. En toen ging ik door toen, dacht ik oh, vaatwassers en drogers. En toen dacht ik, zijn dat nou primaire levensbehoeftes geworden? Moeten we daar als overheid in voorzien? En toen dacht ik ja, hoe was mijn eigen jeugd eigenlijk? Daar was helemaal geen vaatwasser, daar hadden we een hele duurzame oplossing, afwassen. En vervolgens, we hadden ook helemaal geen drogers, ik heb nog steeds geen droger. Dan kunt u zeggen u woont groot, nee hoor, ik woon met mijn vriendin in een appartement van zestig vierkante meter. Daar hang je je kleren aan een wasrekje. Dus waarom gaan we hier als overheid energieverbruikende en energie- en geldkostende apparaten bekostigen? Het is het meest bijzondere voorstel wat ik tot nu toe gezien heb. Dus als u het niet wil stopzetten, dan zou ik zeggen pas het aan, haal in ieder geval de vaatwassers en de drogers eruit, want daar heb je allerlei sociale en energiebesparende alternatieven voor. Handen uit de mouwen, zou ik zeggen.

Maar als je dan toch zegt nee, nee, nee, dat moeten we echt absoluut niet doen, het is zo belangrijk dat we alle oude machines vervangen voor nieuwe machines, dan zou ik zeggen, dus als u dat standpunt aanhoudt prima. Maar laten we dan ook echt de grootverbruikers aanpakken, de horeca. Ja ik bedoel daar heb je echt hele grote machines, daar staan ze eindeloos te wassen. Dan zou ik zeggen, laten we deze regeling dan uitbreiden want daar is pas echt winst

30

behalen. Nu zegt u ja, moet er dan geld naar de horeca toe? Nou ik kan de krantenkoppen achter elkaar voor uw voorlezen, meeste horecabedrijven weggevaagd door hogere energiekosten, winsten horeca onder druk door hoge energiekosten, et cetera, et cetera. En dan zegt u, is het onze taak om voor de horeca op te komen? Dat hebben we eerder ook gedaan bij de terraskussentjes en bij de energiescan. Dus ja, ik ben erg benieuwd naar de mening van het college over deze bijzondere witgoedregeling. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Visser. De heer F. Visser: Dank wel. U mag kiezen, u gaat mensen met een laag inkomen in Haarlem jaarlijks een paar honderd euro energietoeslag geven uit de gemeentelijke begroting of u gaat eenmalig een paar honderd euro geven voor een witgoedregeling. Beide is even effectief om de mensen bestaanszekerheid te geven. Ik kan u wel vertellen dat de witgoedregeling veel goedkoper is. Wat kiest u voor bestaanszekerheid? De heer Baars: Dit is een beetje een vals dilemma, er zijn allerlei manieren om geld te besparen en energie te besparen. Ik zie dat er nog een interruptie aankomt. De voorzitter: Ja maar maakt u eerst uw antwoord even af. Of was dat het? De heer Baars: Ja, ik vond het een beetje een ingewikkelde vraag. De vraag was of er maar twee opties zijn om energie te besparen.

Ik zou zeggen doen ze allebei niet, althans, er zijn allerlei andere manieren. Ik zou zeggen probeer te kijken hoe je dat, een budgetcoach, isoleren van woningen, er zijn veel betere alternatieven dan mensen zomaar geld geven of zomaar machines geven. De heer F. Visser: U had het namelijk over de duurzaamheid. Wij hadden vroeger ook geen wasmachine, dus ik herkende heel veel. We hadden wel een energieslurpende centrifuge, dat hadden mensen vroeger wel. En een vaatwasser is vaak juist heel duurzaam omdat je minder vaak de afwas doet en de vaatwasmachines juist heel zuinig zijn met water. Dus zou niet kunnen zijn dat juist die moderne technologie misschien zelfs nog wel zuiniger is dan vroeger. De heer Baars: Deze vraag zag ik wel aankomen. Nee, een vaatwasser is niet zuiniger dan afwassen. Afwassen is ongeveer twee keer duurzamer in ieder geval. Dus als we water willen besparen, zou ik zeggen die vaatwasser moet er in ieder geval uit. We kunnen toch niet met zijn allen waterslurpende machines gaan vervangen? De voorzitter: Mevrouw Moedt. Mevrouw Moedt: Bent u op de hoogte van het feit dat oude wasmachines bijvoorbeeld veel minder duurzaam zijn dan vervangen door een nieuwe? Dat heeft Milieu Centraal bijvoorbeeld gewoon uitgerekend. De voorzitter: De heer Baars. U weigert antwoord te … Geen antwoord, dat mag, geen probleem. Goed, ja de heer Hulster, gaat uw gang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13942337/1