CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

03-07 Transcript Commissie Samenleving

commissie Samenleving 21 maart 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 7 maart 2024 (alleen naar aanleiding van)25.093 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE SAMENLEVING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 7 maart 2024 1.

Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Dames en heren, ik heet u van harte welkom bij de vergadering van de commissie Samenleving op deze zevende dag in maart. Dank aan iedereen die op de publieke tribune zit om deze vergadering bij te wonen en uiteraard ook veel kijkplezier. Ik heb voor u als eerste weer een paar zaken voor in uw agenda's, dat zijn eigenlijk alleen maar reminders, dus als het goed staan ze er al in. Als eerste is dat het onderwijsgesprek op dinsdag 12 maart, dat gaat plaatsvinden van zeven tot halfnegen bij het Spaarne College, de aanmeldlijst hiervoor gaat rond. Twee dagen later, 14 maart, een informatiebijeenkomst vanuit de auditcommissie over de duurzaamheidsverslaglegging, ook hiervoor gaat een aanmeldlijst rond. En als laatste 20 maart op het raadhuis van Heemstede een sessie sociaal domein over de regionale woonzorgopgave en de strategische arbeidsmarktagenda. Goed, tot zover de … U wilt nu al? We zijn nog niet bij mededelingen of iets dergelijks. Een vraag over het laatste, dat mag, gaat uw gang. Mevrouw Moedt: Een vraag over het laatste, 20 maart is dat tijdens de radenbijeenkomst? De voorzitter: Het is de radenbijeenkomst. Ja, zeker, alleen dan kondigen we hier zo het stukje sociaal domein aan.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: Goed, dan ga ik met uw goedvinden naar agendapunt 2, het vaststellen van de agenda. Kan de agenda conform worden vastgesteld? Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ja, dank u wel. We hebben antwoord gekregen op een aantal technische vragen bij de rapportage Armoedefonds 2023 en daarbij werd verwezen naar een artikel 213 Gemeentewet, een onderzoek dat in mei naar ons toe zou komen. En mijn voorstel zou zijn om de bespreking van dit punt dan aan te houden totdat ook dat andere rapport beschikbaar is. De voorzitter: Helemaal goed. Ja, in ieder geval wordt het onderzoek al actief geagendeerd, ook omdat het onderdeel uitmaakt van het A-dossier. Daarvoor ontvangt u later een planning. Het is inmiddels aangekondigd dat het kinderarmoedebeleid is. Mag ik van u handen zien voor het afvoeren van dit agendapunt? Ja, mooi, dan gaan we dat doen. Dan maken we de avond wat korter. Verder, kan de agenda zo conform worden vastgesteld? Ja, ik wil u wel een waarschuwing geven vooraf, wethouder Berkhout zit beneden tot in ieder geval kwart voor tien volgens de planning. Het ligt eraan hoe lang u over het komend agendapunt vergadert of er misschien een voorstel komt om dat door te zetten naar volgende keer. Maar daar gaan we het dan zo meteen over hebben.

3.

Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Goed, dan de mededelingen. Commissieleden, zijn er? Ja, mededeling? Gaat uw gang. Mevrouw Moedt: Ik moet zo even in de commissie Ontwikkeling het woord voeren voor mijn collega Jacqueline. Dus het kan zijn dat ik even weg ben zo.

1

De voorzitter: U moet mogelijk even beneden zijn, dat kan, zeker. Mevrouw Otten, gaat uw gang. Mevrouw Otten: Is het al bekend wanneer de turnhal hier behandeld wordt? De voorzitter: Zeker weten, volgende vergadering en dat is, u bent een klein stukje mij voor, maar dat dat zou ik zo meteen benoemen. Even kijken, mededelingen van wethouders, geen mededelingen van u? Mooi. Anders mededelingen vanuit de commissie? Nee, behalve hele bijzondere geluiden vanaf de gang. Misschien dat we de deur even dicht kunnen doen. Ja, dank u wel. 4.

Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: De agenda voor de komende vergaderingen. Mevrouw Otten, u wordt op uw wenken bediend, de turnhal, daarvoor staat een ruime behandeltijd. Dus u kunt ervan uitgaan dat u in ieder geval voldoende spreektijd heeft en verder nog een aantal andere punten ook. Dan hebben we één agenderingsverzoek ontvangen van de fractie van Trots. Mevrouw Verhagen, wilt u dat nog nader toelichten of zegt u mijn agenderingsverzoek is duidelijk zo? Wacht even, als u wilt spreken, dan moet u de microfoon even aandoen, gaat uw gang. Mevrouw Verhagen: Ik denk dat het duidelijk is maar het gaat er voornamelijk om dat op het moment dat dat azc er komt, dat in ieder geval voor die tijd duidelijk is hoe we dat gaan managen hier, zoveel mensen in de stad die er toch bij gaan lopen. Hoe we de veiligheid op een of andere manier een beetje garanderen? Dat we daar toch enig inzicht in hebben. En dat kan ik uit de stukken tot nu toe niet opmaken. Dus vandaar de reden dat ik hier heel graag over zou willen overleggen. De voorzitter: Uitstekend, als u de microfoon weer uitzet gaan we kijken of er voor het agenderen van 3.1, de RIB Proces Spreidingswet en aantallen voldoende steun is. Mag ik handen zien voor steun van u? Nee, dat is onvoldoende om dat te agenderen, dus dan gaan we dat niet doen.

5.

Transcript commissie d.d. 15 februari 2024 (alleen naar aanleiding van) De voorzitter: Ga ik door naar agendapunten 5, het transcript van 15 februari 2024. Zijn er naar aanleiding van het transcript opmerkingen? Nee, mooi zo.

Overige punten ter bespreking 6.

Raadsinformatiebrief: Wachttijden in de jeugdhulp (BL)Raadsinformatiebrief: Wachttijden in de jeugdhulp (BL) 1. Raadsinformatiebrief: Ontwikkelingen complexe Jeugdhulp (BL) De voorzitter: Gaan we door naar agendapunt 6, de Raadsinformatiebrief Wachttijden in de jeugdhulp. Een groot onderwerp, we hebben er in principe ruim de tijd voor, maar hebben ook afgelopen maandag een zeer uitgebreide technische sessie gehad waardoor ik hoop dat we de techniek zoveel mogelijk op maandag hebben behandeld, dat we nu de politieke discussie kunnen voeren. Maar alvorens we dat gaan doen hebben wij twee insprekers, dat zijn mevrouw Goldenbeld en mevrouw Smit. Nee ik zie het, dat lijkt er inderdaad niet heel erg op. Als u voor naast mevrouw in de rode jas plaatsneemt, dat is de microfoon waarvan u zo meteen in mag spreken. Oh, dat is trakteren, ja, daar staat straf op hier in de commissie voor het spelen van de band. Dus wij noteren in de opmerkingen hier bij de griffier dat mevrouw Otten de volgende keer trakteert. Goed,

2

dame, heer, is het wel mijnheer Smit, klopt dat wel of ook niet? Nou, dat dat is een hele andere maar ik ga ervanuit dat dan wel klopt. In de tussentijd komen er nog een paar mensen binnen. U heeft zo meteen beiden drie minuten de tijd, de tijd kunt u hier zo zien. Wat zegt u? Ik wou al zeggen. Nee, u mag geen namen van ambtenaren noemen in uw bijdrage en verder zal ik op het moment dat de tijd over is u daar ook op wijzen. Dan mag u de zin afmaken en dan bent u klaar. Later, na beide bijdragen, is er een mogelijkheid om vragen te stellen vanuit de commissie in ieder geval. Goed, zodra u zo meteen het rechterknopje indrukt gaat uw tijd lopen en dan wens ik u veel succes. Gaat uw gang. De heer Hollenberg: Ja. Goedenavond, mijn naam is dus Marco Hollenberg, ik zit hier om toch, ik heb aangegeven om jullie mee te nemen eventjes naar de werkvloer. Ik ben zorgverlener uit Spierdijk, ik heb vijf jaar geleden samen met mijn vrouw zorgbureau De Spil opgericht om het anders te kunnen doen. Wij komen uit de instelling, daar hebben wij eigenlijk al meegemaakt dat daar heel veel wegbezuinigd is, zogenaamd het verantwoorde werken, waar wij gezien hebben dat eigenlijk de uitjes weggehaald werden in de weekenden, de vakanties. Dus we wilden het graag anders doen. We willen voor onszelf werken want er zijn heel veel kinderen die dit toch ook nodig hebben.

Wij zijn aangesloten bij het overkoepelend orgaan PlusZorg en dat is niet meegenomen in de consortia. Vijf van onze zeven cliënten komen uit deze regio, Haarlem, en zijn nu toch al zo’n vier, viereneenhalf jaar bij ons. Ik ben een vrij hechte groep en dat wordt nu uit elkaar getrokken. In 2023 hebben we nog meegemaakt, dat was een overbruggingsjaar, beschikkingen die er waren mochten aflopen, daar was nog geld voor. En terwijl wij in 2023 met ouders en elke betreffende CJG’s, met man en macht hebben geprobeerd om alles in het werk te stellen dat deze kinderen nog bij ons konden blijven is dat niet gelukt en hebben wij dus in, in februari, eind februari, te horen gekregen dat zelfs met terugwerkende kracht vanaf 1 januari niet meer betaald wordt. Wat ervoor heeft gezorgd dat wij in de vakantie, een op de andere dag de kinderen hebben moeten vertellen dat ze de volgende week er niet meer zijn. En nu is het zo dat de kinderen dus thuiszitten, ouders worden niet gehoord, consortia nemen geen contact op en wij als bedrijf ook onze bestaanszekerheid, ja die is er eigenlijk op het moment niet. En bij ons heerst alleen maar ongeloof dat in een tijd dus waar te weinig is aan zorgverleners, dat dit nu gebeurt en geen begrip. Kijk, we weten ook heel goed dat er een bezuiniging is, dat die doorgevoerd wordt.

Alleen het opzetten van consortia is naar ons idee niet anders dan het, het afschuiven van de verantwoordelijkheid. En dan ook nog werken met een lumpsum, ja dat kunnen wij niet rechtbreien. Er blijft alleen maar steeds minder geld over. Wat we nu ook zien is dat het bij consortia vastloopt. Er is geen ingang voor ons, er wordt geen geld uitgegeven en we worden niet gezien en gehoord. Maar de kinderen zitten thuis. Dank je wel. De voorzitter: En u ook dank, ik heb net vernomen dat er iets mis is gegaan in de administratie, dus dat we in plaats van twee drie insprekers hebben. Mevrouw Smit zit hier ook op de tribune dus ik zou als eerste met, met u een rondje vragen, mochten die er zijn, verduidelijkende vragen voor deze inspreker doen, dat we dan de plekken wisselen en dat dan de andere twee insprekers nog hun inspraakbijdrage kunnen doen. Zijn er vragen voor deze inspreker? De heer El Aichi, gaat uw gang. De heer El Aichi: Ja, dank u wel voor het inspreken. U had het over dat er een aantal kinderen thuis moesten zitten. Om hoeveel kinderen gaat het? De heer Hollenberg: Op dit moment drie. De voorzitter: Oké, anders nog vragen vanuit de commissie? Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ja, ik zit nu met de rug naar de inspreker toe, maar anders ben ik niet te verstaan. Dus ik kies even voor de microfoon, maar met excuses daarvoor.

Nee, mijn vraag was, zijn deze kinderen dan

3

in beeld bij, bij deze consortia? Gebeurt er iets mee of, of, of hebben de ouders ook helemaal geen idee? Ja, zijn ze verdwenen uit het systeem? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Hollenberg: Ja, met één ouder waarvan broer en zus zijn we sinds vorig jaar maart bezig met die Hyperionhelpt en moeder wordt van kastje naar de muur gestuurd, zowel wij ook. En er is nog steeds geen doorgang of nog geen steeds geen ingang. En de ervaring is ook dat de verschillende zorgverleners die wel binnen de consortia zitten ook naar elkaar wijzen en het probleem doorschuiven en eigenlijk niemand zijn verantwoordelijkheid neemt. De voorzitter: Goed, ik denk dat uw verhaal duidelijk was. En op het laatste moment komt toch een vraag van de heer Visser. Ja, gaat uw gang. De heer S. Visser: Ja, u zei net, nee dit is niet te doen, dan krijg ik last van mijn nek. U zei net dat de uitstroom van de kinderen, of in ieder geval het werk dat jullie doen, als je daarin naar de consortia stapt dat je dan vastloopt, dat jullie dan vastlopen. Kunt u aangeven waar dat dan aan ligt? Wat geven de consortia als reden dat het niet lukt? De heer Hollenberg: Ik ben als zorgverlener aangesloten bij een overkoepelend orgaan PlusZorg en om de redenen mij niet bekend zit die niet in de consortia. Maar het zou allemaal wel goed komen, want er zouden onderaannemerschappen komen. Maar die komen dus niet tot stand.

‘…’ (Buiten microfoon) De heer Hollenberg: Ja, mijn idee is geld De voorzitter: De reden ervan, ja ook daar werd antwoord opgegeven. Goed, dan zou ik nu willen voorstellen dat u de microfoon uitdrukt en dat u van plaats wisselt met mevrouw Smit. Dan gaan we hetzelfde doen, zodra u zo meteen het rechterknopje van de microfoon indrukt dan heeft u ook drie minuten de tijd en daarna doen we direct degene naast u en dan hebben we zo de drie inspraakbijdragen gehad. Gaat uw gang, als u zover bent. Mevrouw Smit: Ik lees het voor. Ik heb voor deze vergadering spreektijd aangevraagd omdat iets me ontzettend hoog zit en ik al maanden tegen een muur oploop en geen stap verder kom en met mij heel veel andere ouders van zorgkinderen. Maar vandaag vertel ik alleen mijn eigen verhaal. Een van mijn kinderen, Jonathan, 14 jaar, heeft heel veel last van zijn autisme, hij heeft ADHD en veel last van dwangmatigheden. Dit klinkt in één zin nog redelijk vriendelijk en onschuldig, maar in de praktijk heeft hij ontzettend veel aandacht, zorg en begeleiding nodig. Hij heeft geen leerplicht op dit moment omdat hij zo erg is vastgelopen op school dat het op dit moment niet haalbaar is voor hem. Hij is een jaar opgenomen geweest bij jeugd GGZ van Curium LUMC waarbij hij zes nachten per week daar verbleef en er slechts één thuis was.

Na een jaar therapie en onderzoek mocht hij daar weg, maar hij kon niet voltijd naar huis omdat hij zo ontzettend veel zorg nodig heeft en ik dat thuis niet kan bieden. We kwamen met het CJG op een constructie waarbij Jonatan elke week drie dagen thuis kan zijn bij mij, om het weekend bij zijn vader en de overige dagen bij het logeerhuis van Marco Hollenberg. Hij verbleef daar ook al voordat hij naar Curium ging, dus hij was daar bekend. Al na een aantal weken bleek dat deze zorgconstructie voor mij te zwaar was. Ik nam gedeeltelijk zorgverlof van mijn werk, ik meldde me uiteindelijk ziek. Ik heb wel heel snel aan de bel getrokken bij het CJG en we zijn toen ook

4

in gesprek gegaan met het logeerhuis, of Jonathan daar ook nog een extra nacht naartoe kon. Dit was en is zeker een mogelijkheid van hun uit, dus moest de financiering in orde gemaakt. Er is contact gezocht met het consortium in juli 2023 en in augustus is de definitieve aanvraag gedaan. Maar nu is het maart 2024, we zijn negen maanden verder maar ook na herhaaldelijk vragen, aandringen, bellen van het CJG, een bezoek van Marco aan Sparq, Kenter, is er nog steeds geen antwoord op de vraag. Er is ons ontzettend vaak beloofd dat er volgende week echt contact zou worden opgenomen, maar we wachten dus al negen maanden tevergeefs. Ondertussen heeft Jonathan nog steeds heel veel zorg en aandacht nodig en ik ben nog steeds overbelast. Zijn pgb voor het logeerhuis, hoe het nu gefinancierd wordt, loopt af op 31 maart. Het is nu 7 maart, dus dat betekent dat we niet weten of Jonathan over drie weken überhaupt nog naar het logeerhuis kan. U kunt zich wellicht voorstellen wat voor stress dit geeft voor mij, maar ook voor Jonathan zelf en zijn dwanghandelingen nemen zienderogen toe door de stress. Dus de zorg wordt nog zwaarder, nog ingewikkelder. Als dit op deze manier zo doorgaat wordt onze zorgvraag alleen maar zwaarder en kan Jonathan straks helemaal niet meer thuis wonen.

De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg, dus ik leg hier vanavond mijn vraag neer hoe nu verder. Wie van u gaat ons helpen dat Jonathan de juiste zorg krijgt, zodat straks niet de hele fragiele situatie van nu nog verder escaleert en Jonathan helemaal niet meer thuis kan zijn? De voorzitter: Dat heeft u keurig binnen de drie minuten gedaan. Mevrouw Smit: Ik heb geoefend. De voorzitter: Dat is overduidelijk te merken. Als u de microfoon even uit zet dan gaan wij de tijd resetten en zodra we dat gedaan hebben dan mag u inspreken. Dus als u een heel klein stukje naar rechts opschuift, dan kan degene naast u de microfoon pakken en zodra u de rechterknop indrukt gaat uw tijd lopen. Mevrouw Goldenbeld: Goed. Mijn naam is Charlotte Goldenbeld en ik wil met jullie graag mijn zorgen delen over de jeugdzorg. Ik ben begonnen in 1978 in de jeugdhulp in de hulpverlening, inmiddels 46 jaar lang. In die periode heb ik heel veel zien veranderen, goede dingen en slechte dingen. En wat we nu tegenwoordig zien is een complexe zorg, de samenleving is complexer geworden en ook onze zorg. Want ik wil jullie graag meenemen in wat ik doe en wat ik zie.

Ik kom merendeel in complexe gezinnen thuis waar ouders niet meer weten hoe ze met hun kinderen om moeten gaan, waar kinderen vanaf tien jaar onder mijn ogen hun ouders mishandelen, met dingen door het huis gooien, dingen kapot maken. Kinderen heel jong van vijf die dieren mishandelen, die met poep gaan smeren of over dingen gaan plassen. De zorg is stukken complexer geworden en hoe gaan wij hier als hulpverleners uiteindelijk mee om? De zorg wordt nog zwaarder als we te maken hebben met OTS’en, ondertoezichtstellingen. Want wat zien we dan? Dan hebben we te maken met ouders die al maanden op een wachtlijst staan en die uiteindelijk dan bij ons in zorg komen. In zorg, mensen willen niet, ze zijn gedwongen om bij ons in zorg te zijn, ze zijn gedwongen om met hun kinderen aan de slag te gaan. Dus wij hebben tijd nodig om vertrouwen te wekken, als dat überhaupt al kan. We hebben tijd nodig om te zorgen dat de kinderen veilig kunnen zijn en veilig kunnen opgroeien. Dit zijn één van de dingen die we tegenkomen, die ik eigenlijk dagelijks tegenkom in mijn werk. Het zijn geen uitzonderingen want de uitzonderingen zijn eigenlijk nog heftiger. Wat ik van jullie vraag is eigenlijk een hele moeilijke. Ik denk dat jullie belast zijn met hoe ga je dit financieren, hoe gaan we hier de tijd en de tijd voor de, de wachtlijst wegwerken, want daar gaat het ook over.

En een van de uitspraken, it takes a village to raise a child en wat dat inhoudt voor mij is, kinderen, ouders melden zich aan bij ons waar we eigenlijk de zorg voor dragen, waar we zorgen dat we ze weer in hun kracht zetten en wij bieden hun hulp. Maar wij hebben jullie nodig als gemeente om te zorgen dat er gelden zijn en dat we ruimte krijgen om in ieder geval de zorg te leveren dat onze kinderen die de toekomst zijn uiteindelijk rustig en veerkrachtig kunnen opgroeien. Dank je wel.

5

De voorzitter: En u ook dank. Dan is er de mogelijkheid vanuit de commissie om verhelderende vragen te stellen. Ja, mevrouw Scholten, gaat uw gang. Mevrouw Scholten: Dank u wel voor alle inspraakbijdragen. Ik ga zo meteen denk ik dat ook nog even een keer in het algemener vragen, maar is het logeerhuis in Spierdijk voor u de enige optie? Gewoon even ter verheldering. Mevrouw Smit: Het is eigenlijk wel ongeveer de enige optie. We hebben heel veel opties bekeken, heel veel is altijd de hele week weg of het is heel ver weg. Ja, er zijn heel veel opties bekeken, maar er zijn er ook niet zo heel veel. En ook omdat Jonathan intensieve zorg vraagt, zeggen ook heel veel instellingen, hij kan bij ons niet terecht. De voorzitter: Dank u, duidelijk. Ja, mevrouw Linder. Mevrouw Linder: Ja, ChristenUnie had ook nog een vraag aan u. Waar gaat het volgens u mis? Bij CJG, bij het consortium of bij de gemeente? En welk excuus krijgt u als u telkens aan de bel trekt? Mevrouw Smit: Ik trek vooral bij het CJG aan de bel, want dat is natuurlijk het eerste aanspreekpunt. En inmiddels zijn zij volgens mij net zo wanhopig als ik, want zij zitten ook bij het consortium alleen maar aan de bel te trekken en elke week weer te zeggen, kunnen jullie alsjeblieft hier nu antwoord op geven en hiermee aan de slag gaan? Dus mijn contract met het CJG is goed, maar ergens daarna loopt het vast.

Dus ik denk toch het consortium, want sinds die consortia er zijn loopt het mis. De voorzitter: Anders nog verhelderende vragen? Anders gaan we de bespreking beginnen. Ja, één vraag? Mevrouw Jacobsz: Een vraag, want we hebben vier consortia en is het nou zo dat u dan ook alle vier de consortia heeft mogen benaderen? Of hoe, hoe werkt dat precies? Mevrouw Smit: Ja, dat vraag ik me eigenlijk ook af. Volgens mij is Sparq nu het consortium wat het voor ons moet regelen. Maar wie nou bepaalt wie naar welk consortium gaat, ik heb werkelijk waar geen idee. Dus daar kan ik niets op zeggen. De voorzitter: Uitstekend. Als u de microfoon uitzet dan gaan wij hier zo de bespreking beginnen. Het antwoord was overigens in de technische sessie gegeven, de afgelopen keer. Dan weet u dat. Goed, dan gaan we het, het onderwerp bespreken, zodra iedereen weer op de plek zit waar hij moet zitten. Even kijken, we hebben hier zo in een eerder stadium een, een agenderingsverzoek over gehad en we hebben vervolgens een heleboel dingen samengevoegd. Mevrouw Scholten, mag ik u als eerste het woord geven omdat dit iets is wat u ook al een keer heeft geagendeerd? Ja, gaat uw gang. Ja, mevrouw Van der Windt Mevrouw Van der Windt: Mag ik even één ding even van de orde, want er zijn eigenlijk twee stukken hierbij, allereerst is het 6.1, dat gaat meer over de algemene jeugdzorg en dan is vervolgens 6.2 Kenter.

En wilt u het allemaal in één keer behandelen? Of zegt u we doen eerst 6.1 lekker bij elkaar en daarna 6.2 over Kenter apart? Ik zou het fijn vinden om het apart te doen, maar ik weet niet hoe de commissie daarover denkt. De voorzitter: Voor wethouder maakt het niet uit. ‘…’ (Buiten microfoon)

6

De voorzitter: Uitstekend, doen we dat als iedereen daarmee akkoord is. Ja, dan doen we het, het stukje Kenter zo direct en dan doen we nu eerst het algemene stuk. Mevrouw Scholten, gaat uw gang. Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter. We hebben het hier over een ongelooflijk complexe situatie, laten we dat vooral even heel erg duidelijk vooraf stellen. Niemand heeft hier in één keer de sleutel voor in handen en niemand heeft hier helaas ook voldoende doorzettingsmacht om alles in één klap op te lossen. Maar waar we tegenaan lopen is wel een heel groot probleem. De wachtlijsten lopen deels op, maar de wachttijden op de wachtlijst lopen enorm op. De inspreker vanavond kan daarvan getuigen. Het gaat niet altijd soepel tussen consortia en onderaannemers, er lopen mensen nu best wel vast in het systeem en dat zijn mensen die eigenlijk alle liefde, zorg en aandacht verdienen die ze zouden kunnen krijgen. Maar wie nou de oplossing hiervoor moet aandragen? Ja, voor een deel zijn wij dat, waar kunnen we als gemeente nou aan sleutelen? Moeten we toch terug naar de algemene middelen en zeggen we gaan, of naar de reserve, we gaan bijgooien, is dat niet handig? Waarom ik hem geagendeerd had is omdat met name in de commissie te bespreken.

Gaan we een zak met geld trekken of zijn er andere oplossingen? Kunnen we het ergens vinden in het omzetten van werk, als in fte's omzetten van beleid naar uitvoering. Dat is ook nog niet zo makkelijk, want je hebt geen blik hulpverleners dat je open kan trekken. Niemand heeft hier, samenvattend, de oplossing, maar we hebben misschien met zijn allen wel het begin van een idee hoe we het zouden kunnen keren, hoop ik. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik dan het woord geven? Mevrouw Verhagen, gaat uw gang. Mevrouw Verhagen: Ja ook wij, dank u wel voorzitter, ook wij vinden het een reuze schrijnende situatie. Iets wat we wel een beetje hadden voorzien eigenlijk twee jaar geleden met die hele aanbesteding, waar we ook volstrekt niet achter stonden. Vooral natuurlijk omdat er heel veel hulpverleners niet in het pakketje bij de consortia ingedeeld konden worden of wilden. Maar goed, nu zien we dan de problemen en dan is toch de vraag, wie is er nou in principe verantwoordelijk voor het oplossen van dat personeelstekort? Want als ik het goed leest, dan zijn dat toch wel alle grootste problemen, dat er gewoon te weinig mensen zijn om deze jongeren te begeleiden.

Goed, is dat nou de gemeente of zijn dat nou de consortia? Is vastgesteld wat de oorzaak nou precies is? Zijn er te weinig opgeleide hulpverleners of werken die liever ergens anders of voor zichzelf, omdat de arbeidsvoorwaarden en het salaris misschien te wensen overlaten? We weten het niet. Behoort dit niet tot de taak van die consortia om dit personeelsprobleem op te lossen? Zij hebben per slot dit aangenomen. En ja, misschien kunnen ze dat wel niet omdat het getij verlopen is en er natuurlijk veel meer kinderen in de problemen zijn gezeten, in de problemen komen. Ja, misschien moeten ze dan wel een veel grotere vuist naar de gemeente maken en zeggen ja, dit klopte niet, want de hele zaak is veranderd dus wij hebben gewoon toch echt veel meer geld nodig. Zou het met geld op te lossen zijn? Goed, wat is daarop de visie van de wethouder? Ook vragen wij ons een beetje, af hoe zit het nou precies bij Spaarnezicht waar de meest urgente gevallen toch eigenlijk terechtkomen. Is daar ook al een wachtlijst? En in dat geval, hoelang is die en hoelang is de wachttijd en hoeveel jongeren staan daarop, eventueel? De voorzitter: Ja, ik snap op zich de vragen die u stelt, maar dat zijn wel allemaal vragen die hadden beter afgelopen maandag gesteld kunnen worden. En ik snap het heel goed als de wethouder die vragen, of althans die antwoorden niet heeft over het hele technische stuk.

Dat u een visie van een wethouder vraagt, dat is meer dan terecht. Ik wilde u daar wel even op wijzen. Ja? Goed. Mevrouw Verhagen: Ik wil daar nog wel even op beantwoorden, hoe dat komt. Mijnheer Amand had daar dus geen tijd meer voor om deze vraag te stellen en die had hij dus wel graag willen stellen maandag.

7

De voorzitter: We hebben niet aan spreektijden gedaan maandag, dus die mogelijkheid was er zonder meer en we hebben meerdere rondes iedereen kansen geboden om vragen te stellen, dus die was er echt waar. Goed, wie kan ik dan? Ja, de heer El Aichi, gaat uw gang. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Om de wachtlijsten te voorkomen ontwikkelen consortia vormen van hulp waarbij cliënten groepsgewijs kunnen worden behandeld. Een vraag aan de wethouder, in hoeverre is de privacy van de cliënten gewaarborgd bij deze vorm van hulpverlening? Een nieuwe manier van werkwijze bij de doelgroep met een complexe zorgvraag zou volgens het rapport leiden tot kortere zorgtrajecten waarbij ruimte ontstaat op de wachtlijsten om de wachtlijsten weg te werken. Een vraag aan de wethouder, in hoeverre voldoet Kenter en de wettelijke eisen zorginstellingen? Het is niet de eerste keer dat Kenter in zwaar weer verkeert. De voorzitter: Mijnheer El Aichi, we zouden het zo meteen pas over Kenter hebben. De heer El Aichi: Oh, ik dacht Kenter ook. De voorzitter: Nee, we zouden eerst een algemeen stuk doen. De heer El Aichi: Ik heb een algemene verhaal, dus ik heb niet alles … De voorzitter: Oké, maar dan weet u dat u de antwoorden van Kenter misschien pas in het tweede stukje krijgt.

De heer El Aichi: Mag ik verder mijn verhaal afmaken? De voorzitter: Dan mag u verder u uw verhaal … De heer El Aichi: Dan verwacht ik de antwoorden later. Het is over het algemeen bekend dat Kenter in 2019 en in 2022 in zwaar weer verkeerde. De gemeente zijn toentertijd ruim een jaar met Kenter in gesprek. Ik kan me nog herinneren dat wij in de vorige periode Kenter moest redden. Heeft het college überhaupt nog vertrouwen in Kenter? Dank u wel. De voorzitter: Goed, en u ook dank. U heeft een interruptie voor de heer El Aichi, of wilt u gewoon uw termijn? Gaat u gang. Mevrouw Linder: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Het gaat slecht met de jeugdhulp. Ik krijg signalen dat mogelijk twee van de vier consortia financieel min of meer op de rand van de afgrond staan. Herkent de wethouder dit beeld? De wethouder schrijft over frustraties bij medewerkers, die dienen vaak nee te moeten zeggen door financiële problemen. Niet alleen medewerkers zijn wanhopig, maar de ouders ook. Ze worden van kastje naar de muur gestuurd, wat mijnheer Hollenberg van het logeerhuis als zei. Hoe wil de wethouder het probleem bij het logeerhuis oplossen? Ik hoor ook dat dat er soms ruzie wordt gemaakt tussen het Centrum voor Jeugd en Gezin en de consortia.

De consortia pleiten voor extra geld, de wethouder is in overleg, maar is dit is niet een zinloos overleg met een groot slot op de portemonnee? Het college vindt dat alles binnen de huidige financiële kaders moet. Dus waarover overlegt de wethouder eigenlijk? De consortia is gevraagd in 2023 allerlei dingen voor te schieten, de gemeente suggereerde steeds, geld is niet het issue, dat lost de problemen op. Uiteindelijk moesten de consortia het toch uit het eigen budget doen. Dat is niet goed voor het onderliggende vertrouwen. Het past niet bij het strategisch partnerschap. Hoe gaat wethouder dit

8

oplossen? Voorzitter, waarom hebben steeds meer jongeren complexe jeugdhulp nodig? Eén oorzaak lijkt met hoofd en schouder bovenaan staan, een deskundige vertelde ons dat 60 tot 70 procent van de jongeren in de jeugdhulp midden in een vechtscheiding zit en het daaruit komt. En die hulp heeft vaak ook nog eens weinig zin omdat de vechtsituatie nog niet voorbij is. Daarom wil de ChristenUnie dat het college weer gaat investeren in mediators die vechtscheidingen voorkomen of sneller helpen op te lossen. Leg de rekening niet bij kinderen en de samenleving. Kortom, zorg dat de problemen van de jongeren in een echtscheidingssituatie minder geraakt worden en zorg dat hun omgeving sneller rustig wordt, zodat de hulp efficiënter wordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Lammertse namens GroenLinks. Mevrouw Lammertse: Dank u wel, voorzitter. De reorganisatie van de complexe jeugdhulp in de regio bracht niet alleen een nieuwe financieringsopzet maar ook een nieuwe manier van samenwerken met zich mee tussen de consortia en de gemeente. Inmiddels zijn we een jaar onderweg en het is duidelijk dat er op heel veel vlakke flinke stappen zijn gezet in dat partnerschap. Toch blijkt ook duidelijk dat we er nog lang niet zijn. Met één op de vier jongeren die hulp nodig heeft, krijgt te maken met wachttijden en die kunnen oplopen tot wel acht maanden, aldus de informatiebrief.

En daarnaast hoorden we zojuist ook van insprekers dat er ook kinderen buiten de consortia en daarmee eigenlijk tussen wal en schip lijkt te vallen. Een enorm schrijnende situatie die we uiteindelijk natuurlijk allemaal zo snel mogelijk opgelost zien worden. Uit de brief blijkt dat een aantal consortia hebben aangegeven dat zij een gedeeltelijke oplossing zien in het verhogen van de lumpsumfinanciering. Het college geeft aan hier niet voor te zijn, maar ik mis hiervoor de argumentatie. Gaat het daar om een gebrek aan financiële middelen of betwijfelt de wethouder of extra budget een effectieve oplossing zal bieden? Daarnaast, er wordt aangegeven dat de aanmeldtafel nog niet optimaal werkt. Dat komt dan door een gebrek aan capaciteit en aan financiën. En hoewel het uitgangspunt uiteraard is dat elke client bij de juiste zorgaanbieder, zij het in een consortium, zij het bij een onderaannemer, geplaatst kan worden, is dat kennelijk op dit moment simpelweg niet altijd mogelijk. Dat blijkt ook uit de inspraakbijdrage die we zojuist hoorden. In hoeverre wordt er succesvol triage toegepast, waarbij de jeugdigen die de hulp het hardst en het meest acuut nodig hebben als eerste geplaatst kunnen worden? We zien uit naar vorderingen en we hopen dat het strategisch partnerschap concrete stappen zou kunnen zetten om deze schrijnende problematiek aan pakken.

We zijn daarbij ook vooral benieuwd naar het concreter maken van de in de brieven genoemde projecten die gericht zijn op de preventie en het versterken van andere vormen van hulp en ondersteuning. Dank u wel. De voorzitter: En u ook dank. Mevrouw Van der Windt, gaat uw gang. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik kan mij wel grotendeels aansluiten bij het verhaal van GroenLinks zojuist. We hebben het vandaag hier over het perceel dat gaat over zware zorg. Om ook onderscheid te maken, we hebben twee percelen, een met wat lichtere zorg en een met zware zorg en de raadsinformatiebrief die we hebben gekregen gaat over zware zorg. Bij de verplichte aanbesteding die we als regio hebben moeten doen, hebben we een keuze gemaakt voor vier consortia en D66 staat achter die keuze en heeft op zich, zich ook wel vertrouwen in de werkwijze met die vier consortia en kijkt ook wel met vertrouwen uit naar de toekomst dat dit beter gaat werken. We hebben ons gerealiseerd dat een dergelijke grote overgang niet altijd soepel zou verlopen en de informatiebrief en de technische sessie geven ons op zich het vertrouwen dat de gemeente en de regio goed contact hebben met de consortia en dat de aanloopproblemen in de komende tijd verholpen zullen gaan worden. Maar hetgeen insprekers zojuist beschrijven baart mij echt wel zorgen.

Want hoe schrijnend ook, ik begrijp dat het in deze tijd met de tekorten

9

de op de arbeidsmarkt in de zorg, dat het niet altijd lukt om direct hulp te bieden aan kinderen die met een nieuwe hulpvraag komen. Maar ik heb wel echt fundamenteel moeite met de situatie waarin kinderen, enkel omdat er een wisseling van aanbieders is, ineens uit de zorg worden gezet. De voorzitter: Dan heeft u nu een interruptie van mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Ik heb geen idee of u daar iets over weet, maar zou het ook kunnen dat er op een gegeven moment wel personeel is, maar dat de budgetten voor het jaar al op zijn? Want volgens mij is dat ook een enorm groot probleem. Dus dan zitten er eigenlijk hulpverleners te wachten op cliënten als het ware, maar het budget is op dus je kan eigenlijk niet verder. Mevrouw Van der Windt: Is denk ik iets meer een vraag voor de wethouder maar … De voorzitter: Mevrouw Van der Windt, wacht heel eventjes want er wordt een reactie gegeven vanuit de andere kant, dat is niet de bedoeling. Mevrouw Scholten interrumpeert mevrouw Van der Windt, dus die wil graag een antwoord geven en dan hoeven we niet anderen mee te horen. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Windt: Ik ben niet het college, maar het, het zou natuurlijk op zich op een gegeven moment kunnen zijn dat er niet voldoende geld, is maar op dit moment is het maart en meestal zie je dat als geld een, een rol speelt, dat dat vaak aan het einde van het jaar is, als het budget onverhoopt sneller is opgemaakt. Dus meestal zie je financiële tekortproblemen die uiten zich met name aan het eind van het jaar en als er tekorten zijn aan het begin van het jaar, dan is het meestal een tekort aan handen. Of, en dat kan ook, en dat baart mij in dit geval zorgen, aan een niet goede verdeling en niet goede inzetting van, van hulp die er wel is. Want daar kwam ik net aan toe aan dat punt, als ik verder mag gaan, voorzitter. Want ik heb wel fundamenteel moeite met de situatie waarin kinderen die al in de zorg zitten en ook zorg hebben en dat ook nodig hebben, ineens uit die zorg worden gezet omdat we een stelselwijziging hebben en naar vier consortia gaan. En van de wethouder hoor ik heel graag of de gemeente weet om hoeveel gevallen het gaat en wat de gemeente concreet gaat doen om ervoor te zorgen dat kinderen die als ware zorg kregen, aangeboden kregen, en die ook nodig hebben en blijvend nodig hebben, dat ze die zorg ook blijven krijgen.

We hebben natuurlijk onlangs gezien bij een wijziging van het leerlingenvervoer waar ook kinderen ineens uren aan het wachten waren en dat helemaal niet liep, dat de gemeente echt een stap heeft gezet om ervoor te zorgen dat er niemand tussen wal en schip zou vallen. Ja ik ben gewoon benieuwd, wat kan de gemeente doen om ervoor te zorgen dat kinderen die al in de zorg zaten niet door deze stelselwijziging tussen wal en schip vallen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Visser namens de Partij van de Arbeid. De heer S. Visser: Dank u wel, voorzitter. Ja, de zorgen over de wachtlijsten binnen de jeugdhulp is een zorg die hier leeft van politiek links tot rechts, van conservatief tot progressief en de PvdA leest en ziet ook hoe hoog de nood is bij zowel ouders, professionals, de scholen, verzorgenden die zich vaak gefrustreerd, bezorgd en regelmatig ook machteloos voelen. Omdat ik zelf ook een jeugdzorgkind ben geweest weet ik hoe belangrijk het is voor kinderen om op tijd passende jeugdzorg te krijgen. De frustratie die mensen ervaren heb ik de afgelopen maanden zelf dan ook regelmatig gevoeld. Tegelijkertijd zien we ook dat de wethouder betrokken is en hoe hard de ambtelijke staf werkt om het goed te doen. De PvdA wil dan ook bij niemand de schuld leggen, hoewel dat vaak makkelijker is om te doen als het om dit soort complexe onderwerpen gaat.

Het enige dat we graag zouden willen, is dat we zo snel mogelijk die wachtlijsten onder controle krijgen. We willen de wethouder dan ook vragen om te blijven kijken naar eventuele oplossingen om de druk van de ketel te halen. Het werken met een lumpsum zou zorgen voor een slot op de deur met betrekking tot te ver

10

oplopende kosten. Maar dat geld moet dan wel naar de zorg gaan en niet naar de organisatiekosten met betrekking tot de veranderende manier van werken. Want nu horen we soms dat er geen budget is om mensen aan te nemen bij zorgaanbieders omdat het geld naar de organisatieverandering is gegaan. Is het niet zo dat geld naar zorg zou moeten gaan en kunnen we dit niet eventueel nog scheiden? Dan moeten we misschien kijken naar een extra budget of een zak met geld richting organisaties, maar dan gaat het geld dat we nu in het lumpsum hebben in ieder geval wel naar de zorg. Ook horen we berichten vanuit aanbieders en de participatieraad dat aanbieders zichzelf soms nog als concurrenten tot elkaar verhouden, in plaats van als partners. Dit staat doorstroom van jongeren van de ene naar de andere plek in de weg. Ook zien we dat het nog onduidelijk is waar de verantwoordelijkheid van het onderwijs eindigt en waar die van de jeugdzorg begint. Daar zouden wij graag een actievere regierol zien vanuit de gemeente. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ja mijnheer Hulster, gaat uw gang De heer Hulster: Ja, dank u wel. Ja, de wachtlijst baart Actiepartij natuurlijk ook zorgen en in het bijzonder de door de inspreker geschetste situatie waarbij mensen al in zorg waren, of kinderen al in zorg waren, en door de stelselwijziging uit zorg zijn gevallen.

Het is misschien niet per se zo dat dat belangrijker is dan mensen die nieuwer in de zorg zijn, maar je zou denken dat het meer voor de hand ligt dat dat eerder opgelost zou zijn. Want dat is toch het eerste wat je doet als je de boedel overneemt dat je de boedel in ieder geval draaiend probeert te houden. Verder heb ik daar eigenlijk niet zoveel aan toe te voegen, behalve dat we in het stuk lezen dat vanaf volgend jaar er meer kpi’s beschikbaar komen en dat we daar erg naar uitkijken omdat we dan een nog wat dieper gesprek kunnen voeren, want nu wij gaan pas één ding te pakken en dat is de wachttijden en we hopen echt dat daar snel verbetering in komt. De voorzitter: Dank u wel. Anders commissieleden? De heer Baars, gaat uw gang. De heer Baars: Ja dank u wel, voorzitter. Al een hoop gezegd, dank ook aan de insprekers voor het komen. Ja, D66 zegt eigenlijk al, we hebben veel vertrouwen in de toekomst, maar nu ik me voor het eerst, of de VVD zich voor het eerst in dit dossier bijt en kijkt heb ik toch wel wat kritische vragen. Het eerste wat mij opvalt, er is een groot bedrag met geld gegeven en dat lijkt eigenlijk alsof de gemeente niet echt grip op deze situatie heeft, behalve nog meer geld bijstorten. En dat voelt heel erg onbevredigend en ik ben erg benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt.

Dan is er een personeelsprobleem, ben ik ook erg benieuwd naar de mening van het college hierover, kunnen we iets met dat personeelstekort doen? Of moeten we kijken naar de arbeidsmarkt en hopen op het beste, of heeft de gemeenteraad daar knoppen om aan te draaien? En dan komen bij het potje geld, inderdaad. Blijkbaar is er een discussie, is er wel geld, is er geen geld, moeten we meer geld besteden? Volgens mij zijn we in acht jaar tijd van, maar nu zeg ik het uit mijn hoofd, van 25 naar 45 miljoen gegaan en de wachttijden lopen op. Ja ik ben benieuwd, wethouder, hoe zich dat tot elkaar verhoudt. Dan tijdens de technische sessie, overigens erg goed georganiseerd, waarvoor dank, hoorde ik een verhaal dat we ook ambitieniveaus kunnen bijstellen. Dus dat je op een gegeven moment zegt, we kunnen deze jongeren misschien maar een zesje helpen en andere jongeren daardoor meer helpen. Vindt de wethouder dat een haalbare kaart of een, een, een goede oplossing? En zouden we eventueel kunnen prioriteren naar meer of minder complexe casussen, dus dat je meer minder complexe casussen oppakt of andersom. En tot slot hoorde ik nog een goed idee van de ChristenUnie hier links van mij, mediation bij echtscheidingen, dat vindt de VVD of ikzelf wel een goed idee, dus ik ben ook erg benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Otten.

Sorry, wacht eventjes. Mevrouw Van der Windt, u heeft een interruptie?

11

Mevrouw Van der Windt: Ja ik heb een interruptie, want ik vroeg me af hoe relateert u die mediation bij echtscheiding aan het perceel waar we het nu over hebben, de zware jeugdzorg? De heer Baars: Misschien is er ook niet eens direct een koppeling, maar ik vind dat überhaupt een goed idee. Dus misschien moeten we een motie vreemd indienen. Dat kan ook. Maar als de problematiek voortkomt uit vechtscheidingen, dan mogen we wat mij betreft daar wel serieus naar kijken. De voorzitter: Mevrouw Otten, aan u. Mevrouw Otten: Dank u, voorzitter. Ik twijfel er niet aan dat de wethouder zich ook zorgen maakt, het is een betrokken mens, maar toch heb ik wel een paar vragen voor de wethouder. We hoorden vanavond hele treurige verhalen en we kennen ze ook allemaal en de oplossing is niet makkelijk te vinden, dat realiseer ik me ook wel. Maar wethouder, heeft u toch mogelijke oplossingen voor de korte termijn en hoe, hoe ziet u dat voor zich? En wat al een aantal keren gevraagd is vanavond, heeft u ook zicht op waarom er personeelstekorten zijn? Zijn er oorzaken of speelt vooral geld en de financiën een rol? En verder zat ik zomaar eens even te denken, kan er misschien samenwerking worden gevonden elders in het land, in steden waar misschien de nood wat minder hoog is. Dank u wel. De voorzitter: En u ook dank voor uw bijdrage. Anders nog iemand? Ja, mevrouw Özogul.

Mevrouw Özogul-Özen: Vanavond hebben we het over onder andere gespecialiseerde hulpverlening. Afgelopen maandag hebben wij een technische sessie gehad en ik heb even gekeken naar de wachtlijsten. Gemiddeld is de wachtlijst ongeveer vijf maanden, iets meer of iets minder, en het aantal kinderen wat op de wachtlijst stond zijn, als ik naar de cijfers van december kijk, 155 kinderen, 155 Haarlemse kinderen die van alles een probleem hebben. En we hebben onderzoeken gezien vanuit het onderwijs en dergelijke waarbij we lezen dat kinderen suïcidaal zijn, dat de problemen erger zijn, heftiger zijn. En dat zijn juist deze kinderen die op die wachtlijst staan en vijf maanden dus moeten wachten. Wij maken ons daar zorgen om. Vandaar ook dat ik het wilde agenderen. En als we dan lezen er zijn personeelstekorten, dat zou kunnen, dat is landelijk een probleem. En het is niet alleen een probleem in de hele jeugdzorg, maar een algemeen probleem. Maar tegelijkertijd lezen wij dat er financiële tekorten zijn en dat de consortia dat ook aangeven. En mijn vraag aan de wethouder is, zij kunnen geen personeel aannemen als de financiën er niet zijn, ook al zou het personeel er wel beschikbaar zijn. Dus misschien dat het wethouder daar duidelijkheid over kan geven.

Het tweede wat ik lees is, aan de ene kant zijn we heel goed opgeschoten, aan de andere kant moeten we nog wachten en het heeft tijd nodig. Maar de kinderen op de wachtlijst hebben wat ons betreft geen tijd en die moeten eigenlijk gisteren geholpen zijn dan de wachtlijst die we hebben. Mijn vraag aan de wethouder is, zou het helpen om nu in ieder geval iets van financiën te regelen om de wachtlijst weg te werken en dan met een schone lei verder te gaan? Want er zijn gesprekken, ik begreep ook dat er financiën door de consortia zijn gevraagd, dat die gesprekken nog allemaal duren, dat neemt tijd. Maar dat we eerst het probleem oplossen en vervolgens met een schone lei de gesprekken voeren en verder kijken hoe het in de toekomst moet. De voorzitter: Dank u wel. Anders nog commissieleden? Mevrouw Hartman, gaat uw gang. Mevrouw Hartman: Ik was blijkbaar nog niet ingelogd. Voorzitter, wij kunnen ons best aansluiten bij de bijdrage van de heer Visser, want inderdaad aantoont dat deze zorg in alle politieke flanken is. We stellen al langer vraagtekens bij grootschalige zorginstanties waardoor meestal meer geld gaat naar organisaties, instanties, managers, en dan niet naar het uitvoerend personeel. Graag horen wij dan ook van de wethouders, of zoals de PvdA aankaartte, een mogelijkheid tot een splitsing van de potjes mogelijk is. En daarbij de vraag,

12

als dit inderdaad blijkt dat deze problemen gewoon met geld op te lossen zijn, of hij daar absoluut prioriteit aan wil geven? Is er een beeld van de mate waarin dit echt een financiële kwestie is om personeel aan te nemen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: En ook dank voor uw bijdrage. Mevrouw Jacobsz. Mevrouw Jacobsz: Ja, OPHaarlem is eigenlijk altijd heel positief ingesteld en we hadden eigenlijk goede hoop dat het toch zou werken. En nu met insprekers ook blijkt dat dan toch anders te lopen dan we hadden voorzien. En OPHaarlem maakt zich echt zorgen over de situatie. En inderdaad, het is nog niet echt duidelijk, hebben we nou wel of geen budget om het op die manier op te lossen? Dus dat is eigenlijk mijn vraag, want de kinderen moeten eerder gisteren dan vandaag geholpen worden. Dus, dus daar laat ik het even bij. De voorzitter: Uitstekend, dank voor uw bijdrage. Wethouder, u heeft een heleboel vragen gehad, een heleboel zorgen die er zijn en iedereen zoekt naar de oplossing. Aan u het woord. Wethouder Van Leeuwen: Ja voorzitter, ik weet dat u mij meestal maant tot snelheid maar volgens mij hebben we ruim de tijd voor dit onderwerp, dus ik wil ook ruim de tijd nemen hiervoor. Want de zorgen die u heeft geuit, sorry die de insprekers hebben geuit, die zorgen deelt het college, het hele college en ook alle betrokkenen.

En de betrokkenen zowel bij de jeugdhulppartners als bij aanpalende partij als CJG, onderwijs, sociaal werk, want ook Buurts, preventief aanpakken ga ik zo meteen wat meer over zeggen, iedereen deelt deze zorg. Ik heb sommigen die ik een op een over hierover heb gesproken getipt, een podcast, ik weet niet of u van de podcasts bent, die ik heel inzichtelijk vond was de podcast met de initiatiefnemer, een van de initiatiefnemers, van @ease, een preventief inloopspreekuur wat wij ook hier in Haarlem hebben, elke woensdag bij Flinty’s. Ik maak even gelijk reclame, waarbij dus jeugdigen met peers, met soortgenoten en leeftijdsgenoten, in gesprek kunnen gaan. Want dat is ook waar behoefte aan is, met altijd een professional aan de achterkant. Maar even die podcast van De Correspondent, Lynn Berger interviewt Arne Popma, die laat heel goed zien met een analogie van eigenlijk de longspecialist. De longspecialist had een probleem want we hadden het nooit over sigaretten in deze samenleving dertig jaar geleden. Alleen die analogie ook van ja, in dit dossier, op dit thema, de mentale gezondheid van jongeren zijn er heel veel sigaretten, zijn er heel veel sigaretten in de samenleving. Dat gaat van de prestatiesamenleving, van social media, het niet meer leren om te gaan met tegenslagen, klimaatangst, angst voor oorlog op het continent, angst voor opgroeien, kan ik wel een woning krijgen.

Dus in de afgelopen tien jaar is de samenleving complexer geworden, wat leidt tot een verslechterende mentale gezondheid van onze jeugd. Zijn er dan helemaal geen lichtpuntjes? Daar ga ik hopelijk iets over zeggen, want tegelijkertijd, er wordt wel meer over gesproken. Leidt dat altijd tot vermindering? Nee. Want soms is het ook vroegsignalering zodat uiteindelijk de heftige systematiek, de heftige diagnostiek, de heftige gevallen, misschien dat als je er eerder bij bent dat ietsje minder heftig wordt. Dat gaat zeker niet altijd lukken, want er zal altijd complexe jeugdzorg nodig blijven. Maar dat is wel wat met elkaar proberen. Daarom, en dat is ook altijd in tijden van financiële krapte en u kent allemaal hoe onze rijksoverheid met het gemeentefonds omgaat, zijn wij daar heel beducht op als college dat juist die preventieve aanpak, dus @ease, de PIT-aanpak, u kent ze allemaal vanuit de preventieve jeugd, hoe die erin zit, ik kan zo nog een tijdje doorgaan en volgens mij gaat u er ook volgende week nog met onderwijs over in gesprek, want daar komt het natuurlijk ook weer langs. Die preventieve aanpak zou inderdaad sommige dingen vroegtijdig af moet vangen, dat neemt niet weg dat de complexe problematiek, zoals ook door de insprekers besproken werd, die zal ook altijd blijven bestaan, is er altijd geweest en daar moeten we ook goed dichtbij gaan staan.

De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Scholten.

13

Mevrouw Scholten: Hebben wij goed in beeld welke jongeren hier in onze regio, in onze gemeente, echt levenslang en levensbrede zorg nodig hebben zoals denk ik de inspreker net ook benoemde? En zouden we niet misschien daar dan eerst echt een passende oplossing voor moeten vinden? Juist voor diegenen voor wie het echt niet anders kan, want ik heb de indruk dat die nu vaak tussen wal en schip raken. Wethouder Van Leeuwen: Ik kom zo terug op de vraag, dan ga ik eerst in op de casus, volgens mij, er zitten ook mensen van de ambtelijke organisatie op de tribune, laten we voor PlusZorg wel naam en telefoonnummer noteren want kijk, er is bij deze aanbesteding altijd, zorgcontinuïteit is wat u ook heeft gevraagd, wat wij hebben gevraagd. Vandaar dat nu een jaar na de aanbesteding dit boven tafel komt, ik ken deze casus persoonlijk niet, maar laten we kijken hoe we dit op kunnen lossen. Want inderdaad, het is natuurlijk het beeld dat we ofwel via onderaannemerschap dit met een consortium oplossen. Dus ik weet niet hoe dit gelopen is, maar laat mij toezeggen dat we dat met elkaar gaan uitzoeken hoe dat gelopen is.

En daarbij weet ik ook dat als wij echt zorg tegenkomen, en daar heb ik u ook eerder in de P&C-cyclus iets over gemeld, als wij echt zorg tegenkomen die wij niet hebben ingekocht bij de consortia, dus we hebben een, een casuïstiek gehad met zulke hoog complexe zorg dat we die apart hebben gefinancierd, dat heb ik toen ook u gemeld met het prijskaartje erbij. Dus daarom, dan zal ik ook bij u terugkomen als het echt nodig is. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw … Mevrouw Özogul-Özen: Ja, dank in ieder geval voor het probleem wat mevrouw tegenkomt. Ik vroeg me alleen af nu u het erover heeft, we hebben dus niet een beeld van mensen die tussen wal en schip gevallen zijn. En ik vroeg me af, zijn er meer gevallen zoals mevrouw bijvoorbeeld tegenkomt. En hoe zorgen we ervoor dat we die dan snel kunnen ondervangen? Want dit is natuurlijk heftig. Wethouder Van Leeuwen: Jazeker, dat is ook in de technische sessie natuurlijk uitgebreid aan bod gekomen. Dus, dan ga ik ook een paar vragen beantwoorden, tussen wal en schip vallen en een aantal zaken die werden gezegd over dat CJG en consortia niet goed met elkaar om zouden gaan, dat herken ik niet. Ik herken vooral dat dit echt een jaar van implementatie is geweest.

Dus waar ik ook, ik heb echt een professionalisering gezien van de consortia, een professionalisering van de samenwerkingsrelaties tussen consortia en ook tussen consortia en aanpalende partijen, zoals passend onderwijs en CJG. Gaat dan alles nu al goed? Nee, dit soort casuïstiek tussen wal en schip, ook deze week heb ik nog met verschillende partijen gesproken over een escalatieladder. Als zich bijvoorbeeld een dergelijke partij die nu een, een Haarlemse jeugdige in zorg heeft er niet uitkomt met een consortium, dan is die escalatieladder, ja uiteindelijk moeten we daar met elkaar uitkomen van hoe zorgen dan voor de juiste zorg? En dat is niet altijd goed gegaan, dat blijkt uit deze casus. Maar daar zijn we met elkaar voor aan boord om dat wel goed laten gaan. De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Even iets rechtzetten, ik heb niks over consortia gezegd. Ik geloof ook wel dat ze goed aan het werk zijn. Alleen desondanks zie je toch dat mensen tussen wal en schip vallen. En daar ging mijn vraag over. De voorzitter: Wethouder, gaat u verder. Wethouder Van Leeuwen: Ja, en die zorg deel ik en dat geldt ook voor mensen die bij mij op het inloopspreekuur komen, soms wordt het gelukkig bij ons ook ambtelijk aangedragen. Ik heb ook weleens op een vrijdagmiddag een kinderpsychiater aan de telefoon gehad die ook even met de handen in het haar zat. En

14

dat is natuurlijk gewoon omdat we met elkaar een nieuwe manier van samenwerking hebben. En ik heb ook een aantal mensen de waardering daarvoor horen uitspreken, is dat afgelopen jaar zoeken geweest, is dat best spannend geweest. Als ik dan eerder deze week nog een wethouder, vorige week was dat, een wethouder uit een andere regio sprak die zegt ja, wij hebben op dit moment nog een veld met 180 aanbieders en ik zie soms niet meer door de bomen het bos, dan is denk ik de weg die u met elkaar heeft ingeslagen, de Regiovisie Jeugdhulp die we met zeven gemeentes hebben gemaakt, de aanbesteding naar deze consortia waarbij ook is gezegd, zij weten het best hoe welke zorg de jongeren nodig hebben, zij dragen ook de verantwoordelijkheid ervoor, zij zijn de professionals. Dat is natuurlijk ook wat u vaak zegt, hoe zorgt u nou, die vraag kreeg ik net ook, hoe zorgt u nou dat inderdaad de kennis naar de zorgprofessionals gaat. Dat is precies ook dit doel, dus de consortia krijgen het geld. En ook ik ben een warm volger van Follow the Money, over zorgcowboys is het weleens gegaan, ik ben altijd heel blij in deze regio dat ik heel veel stichtingen zie die dezelfde ideële doelstelling heeft als misschien wel u van links tot rechts in de raad, namelijk het helpen op een zo goed mogelijk manier van kinderen.

Ik zie mkb'ers, dus mensen die met ziel zaligheid, met inhoudelijk passie en leiderschap kijken hoe zij de jeugdzorg ook met elkaar beter kunnen maken op een innovatieve manier via hun eigen organisatie. En ik leer ook elke dag van die partners, dus daar kan ik een aantal dingen van aangeven. Want dan komen ook bij de wachtlijsten, ik denk dat wij hier met elkaar ... Het is op dit moment heel spannend, dus inderdaad we zien die wachtlijsten oplopen, tegelijkertijd waren ook op de oude manier, en de oude manier van financieren, want de historie was p maal q met een budgetplafond, ging het ook niet altijd goed, waren er ook wachtlijsten. Wat we nu doen, we werken samen met het wachtlijstenaanpakteam, dus dat is iets van het ministerie en de inspectie, kijken van wat kunnen nu doen en hoe kunnen inderdaad ook die triage, want dat was ook een hele concrete vraag van GroenLinks, vindt er triage plaats? Ja, die vindt plaats. Kan dat nog beter? Ja, dat denk ik wel. En daar werken we dus aan en ook met wachtlijstenbeheer om dat te verbeteren. Ik zit even te kijk waar ik gebleven was ik mijn verhaal, voorzitter, sorry, ik was even van mijn à propos.

Ja de, de wachtlijsten, kijk uiteindelijk, en dat is natuurlijk ook wel het taaie en dat was ook een vraag die mevrouw Scholten stelde, zijn alle kinderen geholpen met jeugdzorg? Ja sommigen wel, sommigen die het echt nodig hebben wel en sommigen ook niet. Dus dat is weer even de, de beweging die, en dat heet dan natuurlijk in het jargon normaliseren, maar hoe zorg je dat je vroegtijdig kan praten als het wat minder met je gaat? En ik zei al, ik leer dagelijks van onze jeugdhulpaanbieders, een van de jeugdhulpaanbieders ook hier aanwezig, ik kan natuurlijk niet verklappen wie, die heeft in een folder voor nieuwe medewerkers staan, wij zien jeugdhulp als een sleepboot en kinderen die maken in hun leven, komen ze zandbanken tegen, soms zijn alleen die zandbanken dermate hoog dat je heel langdurig heel intensief begeleiding nodig hebt, soms is die zandbank wat lichter, dus dan kunnen we ook weer snel uitstappen, zodat de kinderen zelf weer eigen regie, samen met het netwerk, samen hun ouders, over hun leven hebben. Dat is zo eentje waarvan ik denk van ja jeetje, dat gaat goed. En hetzelfde als ik organisaties hoor, en het is niet meer het meest actuele woord wat u in de verordening terug gaat lezen, dat is die netwerkintake hoe we hem voorheen noemde, ik ben het nieuwe woord even kwijt.

Maar dat is dat je in het eerste gesprek eigenlijk al in kaart gaat brengen, wie is er in je netwerk? Dus is er nog een, als de ouders er niet zijn, is er nog een oom, tante, voetbaltrainer, een achterneef die wellicht ook een rol kan spelen in het welzijn van de jongeren. Dat is het complexe veld waar we met elkaar in zitten en dat is wel een dossier wat inderdaad, het is niet zo vast te houden als het aanleggen van een lantarenpaal of als een vierkante meter groen of een paar bomen, want het is een speelveld wat continu beweegt. En het is ook een speelveld waarvan de rol van de media, de rol van de ouders, de rol van social media, de mobieltjes op school, dat weet u ook, daar maken we ook een punt van, daar heb ik echt zorgen over wat dat doet met aandachtspanne en mentale gezondheid van jongeren, de overadvisering. Dus ik hoorde laatst van een onderwijsbestuurder, kunt u ook aan hen vragen, vertellen dat wij de meest overgeadviseerde regio van Nederland zijn. Dus ouders die heel erg de schooladviezen opkrikken van hun kinderen. Dat doet ook iets als dan de kinderen daarna naar een

15

ander onderwijsniveau moeten, een andere school en ook de teleurstelling krijgen van ja blijkbaar lukt mij het VWO niet. Er zitten, dat wat ik al zei, de metafoor er zijn heel veel sigaretten in deze samenleving die het maken dat het met een groot deel van onze jeugd niet goed gaat. Waar vertrouw ik wel in? Wat vind ik complex? Ik vertrouw erin dat de samenwerkingsrelatie die wij voor negen jaar met elkaar aan zijn gegaan, de zekerheid die we daarmee naar onze jeugdzorgpartners bieden, ja u bent voor de komende negen jaar onze partner in plaats van jaarlijks p maal q verdiensten te doen of jaarlijks te kijken van wie bevalt ons. Dat maakt ook de samenwerking in de verbinding, dus tussen CJG en de jeugdzorgpartners, tussen de jeugdzorgconsortia, tussen de jeugdzorg en de gemeente, maakt dat stabiel en werkbaar. Is geld, want u vraagt is geld een oplossing. Ja, die vind ik oprecht heel complex want u ziet ook met elkaar, daar heeft ook allemaal kennis van kunnen nemen, de Hervormingsagenda Jeugd waarvan eigenlijk ook de rijksoverheid zegt van ja, en ook de brancheorganisatie, dus VNG heeft getekend maar ook de brancheorganisatie van de jeugdzorg. Die hebben met elkaar gezegd van ja, het zou op den duur met minder moeten kunnen. Dat vind ik een heel spannend traject.

Vandaar dat wij ook inderdaad, wij zijn nog niet, de budgetten in deze regio, want we doen dit natuurlijk met zeven gemeentes, die worden ook nog niet minder. We kijken per jaar wat er nog bij moet, dus ook de indexering die volgens de OVA, dat is een overheidssystematiek die gevolgd wordt, wat daarbij moet. Als je mij concreet vraagt, kan incidenteel geld helpen? Ja, dat kan wel helpen. En tegelijkertijd willen ook geen perverse prikkel dat er weer meer kinderen jeugdzorg ingetrokken worden dan nodig zou zijn. Dus dat is een heel concreet antwoord op die vraag. De voorzitter: Ik ga eerst even naar mevrouw Scholten toe. Die had als eerste een interruptie. Mevrouw Scholten: Ai, nou ben ik toch kwijt … De voorzitter: Willen we dan toch even naar mevrouw Özogul eerst? Mevrouw Scholten: Wat ik me af zat te vragen, de hervormingsagenda en de hele transitie jeugdzorg ging, ging gepaard met een bezuiniging, daar gaat nu nog een bezuiniging overheen. De hele transitie jeugdzorg, net als passend onderwijs, was, je moet je hele stelsel omgooien en dat moet je eigenlijk doen met minder middelen. Maar dat omgooien kost tijd, kost geld. Is er nou niet iets voor te zeggen, zolang wij nog moeten investeren in de consortia, het moet allemaal nog lopen, we hebben nog overlegtafels, we hebben een aanmeldtafel die nog niet helemaal loopt, de eerste lijn is nog niet helemaal op orde.

Moet er dan niet inderdaad gewoon simpelweg geld bij voor die transitiefase? Dat wilde ik vragen. Wethouder Van Leeuwen: Zal ik eerst deze vraag beantwoorden, voorzitter? De voorzitter: Dat lijkt me een goed plan. Wethouder Van Leeuwen: Nee kijk ook hier, dit is wel weer de weg van de gezamenlijkheid en ook hoe organiseren we de prikkel goed. Dus we doen dit met zeven gemeentes, dus dat maakt wel al, als we dus meer geld beschikbaar gaan stellen, dan moeten wij ook naar onze andere zes partners kijken met wie we dit samen organiseren, dit vinden we de weg om te gaan op dit moment. Tegelijkertijd, en dat is natuurlijk ook alweer, zie je dat de jeugdzorgconsortia nu scherp kijken van welke zorg bieden wij nu, welke inschatting maken wij om het eind van het jaar te halen? Dus hoe delen wij onze budgetten op, welke flexibiliteit hebben we daar nog intern in, dus hoe kunnen we ook binnen onze eigen organisatie schuiven? Dat is voor hen natuurlijk ook bedrijfsmatig is dat een ongelooflijke uitdaging. Dus ook in hun schoenen, zij hebben ook best een stevige klus, net als u hier met elkaar. Maar inderdaad, als u zegt van ja kunnen wij met alle zeven gemeentes die dit gezamenlijk georganiseerd hebben, kunnen wij daar met elkaar meer gelden vrijmaken om dan incidenteel te

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13942337/1