CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen partiële herziening aansluiting N315-N768

Gemeenteraad 30 november 2022, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening aansluiting N315 – N768’30.734 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Tabel 4.6 Gebruiksfase Huidige situatie Toetsingscriterium

Rotonde

Gebruiksfase

Aanlegfase

Gebruiksfase

Aanlegfase

energieverbruik

0

0

+

--

circulaire economie en materialen

0

0

+

-

CO2-emissie

0

0

+

--

4.12

Kabels en leidingen

Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen en verbindingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. De leidingen en verbindingen zijn te verdelen in drie typen: - buisleidingen met een externe veiligheidszone; - bovengrondse hoogspanningslijnen; - overige leidingen.

52 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

De eerste twee type leidingen zijn in ieder geval planologisch relevant. Voor de overige leidingen bepaalt bevoegd gezag of deze planologisch relevant zijn. In planologisch relevante leidingen worden bijvoorbeeld de navolgende producten vervoerd: - gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen en goederen; - aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; - defensiebrandstoffen; - warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch.

4.12.1 Wettelijke grondslag Voor elk van de drie typen leidingen en verbindingen is het wettelijk gezien anders geregeld: 1 voor buisleidingen geldt een wettelijke verplichting. Voor buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van belang; 2 voor bovengrondse hoogspanningsleidingen geldt een advies van het Rijk. Hoe omgegaan moet worden met bovengrondse hoogspanningslijnen bij ruimtelijke plannen heeft het Rijk aangegeven in haar ‘Advies met betrekking tot hoogspanningslijnen’ uit 2005 met kenmerk SAS/2005183118; 3 voor de overige leidingen bepaalt bevoegd gezag of deze planologisch relevant zijn. Gewone nutsleidingen zijn meestal niet relevant. Maar voor sommige leidingen is het toch wenselijk deze in het bestemmingsplan op te nemen. Bijvoorbeeld omdat ze van groot maatschappelijk belang zijn en er grote problemen ontstaan als de leiding niet meer werkt.

4.12.2 Resultaten In of nabij het plangebied van de nieuwe rotonde zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig van de eerste twee typen. Bij het kruispunt liggen verschillende kabels en leidingen in de grond: drukriool, waterleiding, hogedruk gasleiding, middenspanning en laagspanning en datakabels. Bij de hogedruk gasleiding gaat het om een leiding van Enexis naar het Danspaleis en de naastliggende woning. Het betreft een leiding met een diameter van 32 mm en een werkdruk van ten hoogste 4 bar (werkelijk 3 bar). Deze vallen onder de derde categorie ‘overige leidingen’. De aanwezige leidingen hoeven niet te worden verlegd vanwege de aanleg van de rotonde en zorgen er op zijn huidige plek ook niet voor dat bepaalde werkzaamheden niet kunnen worden uitgevoerd. Eventueel kan het zijn dat de gasleiding verlegd moet worden. Omdat het een relatief onbelangrijke gasleiding van Enexis betreft (de leiding is niet van de Gasunie) is deze goed te verleggen. Alle aanwezige leidingen in het plangebied zorgen niet voor belemmeringen in het kader van dit bestemmingsplan, en andersom is dit bestemmingsplan ook niet belemmerend voor de aanwezige leidingen. De planologische bescherming van het vigerende bestemmingsplan is overgenomen in onderhavig bestemmingsplan.

53 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

Afbeelding 4.13 Ligging leidingenstrook

4.12.3 Conclusie Het aspect kabels en leidingen levert geen belemmeringen op voor de realisatie van het plan.

4.13

M.e.r.-beoordeling

Voor elk besluit dat betrekking heeft op een activiteit of activiteiten die voorkomen op de C- of D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.

4.13.1 Wettelijke grondslag Het voornemen van dit bestemmingsplan komt voor op de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. Er sprake is van: ‘de wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een autosnelweg of autoweg’ (categorie D1.2 Besluit m.e.r). Omdat de wijzigingen aan de N315 N768 niet over een tracélengte van vijf kilometer of meer worden gedaan, valt het voornemen onder de drempelwaarde van de D-lijst. Voor projecten onder de drempelwaarde geldt (minimaal) een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

54 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

Tabel 4.7 D-lijst van Besluit milieueffectrapportage

D 1.2

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

de wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit 4 of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van 2 rijstroken of minder tot wegen met 4 of meer rijstroken niet zijnde een, autosnelweg of autoweg

in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een weg met een tracélengte van 5 kilometer of meer

het plan, bedoeld in de artikelen 5 en 8 j° 9, tweede lid, van de Planwet verkeer en vervoer, de structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening en het plan, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet

de vaststelling van het tracé op grond van de Tracéwet door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, dan wel het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet

4.13.2 Resultaten vormvrije m.e.r.-beoordeling In het kader van voorliggend bestemmingsplan diverse (milieu)onderzoeken uitgevoerd voor alle, voor dit bestemmingsplan, relevante milieuaspecten. Uit deze onderzoeken, waarvan de uitkomsten in de paragrafen hiervoor zijn beschreven, blijkt dat het plan beperkte milieueffecten heeft. Voor bodem gelden er nog vervolgstappen: het uitvoeren van nader onderzoek voor asbest. Mocht blijken dat er gesaneerd moet worden, dan is na sanering er geen milieueffect. Op grond van deze uitkomsten wordt aan het bevoegd gezag voorgesteld om gelijktijdig met het besluit om voorliggend ontwerpbestemmingsplan vrij te geven voor inspraak, tevens te besluiten dat een verdere m.e.r.-procedure niet aan de orde is.

4.13.3 Conclusie De toetsing van de potentiële effecten van de voorgenomen ontwikkeling maakt duidelijk dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieueffecten. Er is geen noodzaak tot het opstellen van een MER.

55 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

5 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische planbeschrijving. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de algemene opzet van de planregels en een toelichting op de regels (onder andere bestemmingsregels).

5.1

Algemeen

5.1.1

Wat is een bestemmingsplan?

Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder, et cetera) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1 de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren; 2 de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsbepalingen zijn hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning tot bouwen) en regels voor het verrichten van ‘werken’ (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt: 1 het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen);. En een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: 2 het bebouwen van de gronden; 3 het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.

Andere ruimtelijke wetten en regels zoals de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van ruimtelijk beleid.

5.1.2

Over bestemmen en aanduiden

Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de regels zijn opgenomen. De toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen met behulp van een aanduiding nader worden ingevuld. Een aanduiding is een teken op de verbeelding. Dat teken kan bestaan uit een lijn, een figuur of een lettercode et cetera. Via een aanduiding wordt in de regels ‘iets’ geregeld. Dat ‘iets’ kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben.

56 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

5.1.3

Hoofdstukopbouw van de regels

De regels zijn verdeeld in vier hoofdstukken: 1 inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2); 2 bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en gebruiksregels opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn, dan worden deze ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels en gebruiksregels opgenomen die specifieker ingaan op bijvoorbeeld de bouwhoogte, situering van gebouwen en de toegestane functies. Aansluitend worden afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels opgenomen. In een enkel geval worden ruimere mogelijkheden geboden door het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsplanbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.

Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld; 3 algemene regels. In de laatste 2 hoofdstukken zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Deze bepalingen hebben betrekking op het gehele plan. Het betreffen achtereenvolgens algemene regels, zoals een anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels; 4 overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

5.2

Dit bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. Een toelichting op de bestemmingen is hierna opgenomen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen hierboven is beschreven. Tevens is aangesloten bij de meest actuele landelijke standaarden voor de regels en de verbeelding, te weten de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) en IMRO2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012). Qua inhoud en opzet is aangesloten bij recente en vergelijkbare bestemmingsplannen van de gemeente.

5.3

Toelichting op de regels

5.3.1

Inleidende regels

Begrippen die in de regels worden gebruikt en die uitleg behoeven, worden in het eerste artikel van het bestemmingsplan uitgelegd. Vervolgens bevat het tweede artikel technische regelingen om onder andere oppervlaktes, hoogtes, dieptes en breedtes te kunnen bepalen.

57 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

5.3.2

Bestemmingsregels

Om recht te doen aan het uitgangspunt dat het plan niet meer dient te regelen dan noodzakelijk is, is het aantal bestemmingen in het plan zoveel mogelijk beperkt. Ook de bijbehorende bouw- en gebruiksregels zijn waar mogelijk beperkt in aantal en in mate van gedetailleerdheid. De regels hebben voor elke bestemming dezelfde opbouw met achtereenvolgens, voor zover aanwezig, de volgende leden: - bestemmingsomschrijving; - bouwregels; - nadere eisen (indien aanwezig); - afwijken van de bouwregels (indien aanwezig); - specifieke gebruiksregels (indien aanwezig); - afwijken van de gebruiksregels (indien aanwezig); - omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (indien aanwezig); - wijzigingsbevoegdheid (indien aanwezig). Centraal staat de bestemmingsomschrijving. Daarin worden limitatief de functies en waarden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan respectievelijk worden beschermd. In een aantal gevallen geeft de bestemmingsomschrijving daarbij nog een nadere beperking in de vorm van een bestemmingscategorie of bijvoorbeeld een gebiedsbegrenzing, een maximale oppervlakte- of inhoudsmaat dan wel een beperking tot de bestaande bebouwing. De bouwregels zijn direct aan de bestemmingsomschrijving gerelateerd.

Ook de gebruiksregels zijn gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving, zij het dat deze regels zijn opgenomen in de algemene gebruiksregels in hoofdstuk 3. Hierin is bepaald dat het verboden is de onbebouwde grond en/of de daarop aanwezige bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel in strijd met het in het plan bepaalde. Bedoeld wordt een gebruik in strijd met de bestemmingsomschrijving. De afwijkings- en wijzigingsregels geven het bevoegd gezag bevoegdheden om onder voorwaarden af te wijken van een regel of onder voorwaarden het plan te wijzigen. Artikel 3 Bos Deze bestemming is hoofdzakelijk bestemd voor bos en in het geval van dit bestemmingsplan is het aanleggen van wegen en paden expliciet toegestaan om de verlegging van de Assinkweg mogelijk te maken. Artikel 4 Verkeer Deze bestemming heeft betrekking op alle verkeers- en verblijfsgebieden. Het is ruimer gelegen dan in het vorige bestemmingsplan om de nieuwe rotonde mogelijk te maken. Artikel 5 Leiding Door het plangebied loopt een leidingenstrook. Deze is aangegeven met de dubbelbestemming ‘Leiding’. Het is niet mogelijk te bouwen binnen de zone om de leiding heen die in de regels is aangegeven. Een uitzondering geldt voor (ver)nieuwbouw op de bestaande fundering.

5.3.3

Algemene regels

Hoofdstuk 3 van het bestemmingsplan bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan. Hieronder worden de algemene regels van dit bestemmingsplan toegelicht. Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Deze regel bepaalt dat er niet twee keer voor eenzelfde locatie een bouwplan kan worden ingediend.

58 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

Artikel 7 Algemene bouwregels Hierin zijn de algemene bouwregels opgenomen zoals de verplichting tot het bouwen binnen het bouwvlak en de uitleg van het bebouwingspercentage. Artikel 8 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn de algemene gebruiksregels opgenomen. Hierin is aangegeven welke functies in ieder geval in strijd zijn met het bestemmingsplan. Artikel 9 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn de algemene aanduidingsregels opgenomen t.b.v. van een obstakelvrije vliegzone. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de afwijkingsvoorwaarden beschreven. Deze afwijkingen gelden voor het hele plangebied. De ontheffingen die afwijkingen gelden voor een bepaalde bestemming zijn in het betreffende artikel van die bestemming opgenomen. Artikel 11 Algemene wijzigingsregels Voor kleinschalige afwijkingen van de planregels is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Dit biedt enige flexibiliteit aan het plan, zonder de rechtszekerheid van betrokkenen tekort te doen. Artikel 12 Strafbepaling In dit artikel is de aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden verbonden strafbepaling de werking van de wettelijke regelingen geregeld.

5.3.4

Overgangs- en slotregels

In artikel 3.2.1 en 3.2.2 van het Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Artikel 13 Overgangsrecht Uit oogpunt van behoorlijk bestuur dienen bestaande bebouwing en bestaand gebruik, welke afwijken van de in het bestemmingsplan opgenomen regels, te kunnen worden voortgezet. In deze bepaling geldt dit niet voor reeds met de vorige bestemmingsplannen strijdige situaties. De tekst van de bepaling is voorgeschreven in artikel 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 14 Hardheidsclausule Voor wat betreft de toepassing van het overgangsrecht beschreven in artikel 11 van de regels van het bestemmingsplan zijn burgemeester en wethouders bevoegd om af te wijken van deze regeling, wanneer deze voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de regels te dienen doelen. Artikel 15 Slotregel In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

59 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

6 UITVOERBAARHEID In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid en economische uitvoerbaarheid van het plan.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zijn. Dat wil zeggen dat de voorgenomen ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan zijn besproken met belanghebbenden. Voor de ombouw van de bestaande T-kruising naar een rotonde is een Ontwerpplan in Hoofdlijnen opgesteld. Dit ontwerpplan is, na vaststelling door Gedeputeerde Staten op 8 juni 2021, door de provincie Overijssel voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd, van 14 juni tot 26 juli 2021, in zowel het provinciehuis aan de Luttenbergstraat 2 in Zwolle, als in het gemeentehuis van de gemeente aan de Blankenburgerstraat 28 in Haaksbergen. Tevens was het plan ook in te zien via de provinciale website (www.overijssel.nl/aansluitingn315n768). Nadat het Ontwerpplan in Hoofdlijnen op 8 juni 2021 is vastgesteld, zijn de direct omwonenden en wijkraden per brief geïnformeerd over de terinzagelegging van het ontwerpplan. Gedurende de periode van de terinzagelegging kon een ieder één of meerdere inspraakreacties op dit plan indienen. Ter ondersteuning van de terinzagelegging is op 24 juni 2021 een digitale bijeenkomst georganiseerd. Vanwege de toen geldende coronabeperkende maatregelen kon het Ontwerpplan in Hoofdlijnen niet op de traditionele wijze via een fysieke inloopbijeenkomst worden gepresenteerd.

Eenieder die dat wilde, kon in de periode van 6 weken een reactie geven op het Ontwerpplan in Hoofdlijnen en/of de online bijeenkomst bijwonen. Hiervan is geen gebruik gemaakt en er zijn derhalve geen inspraakreacties ingediend. Om deze reden is geen reactienota opgesteld. Het Plan in Hoofdlijnen is ongewijzigd gebleven ten opzichte van het Ontwerpplan in Hoofdlijnen en is door Gedeputeerde Staten vastgesteld op 1 februari 2022. Met bovenstaande is de maatschappelijke uitvoerbaarheid voldoende verzekerd.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

6.2.1

Financiering en grondverwerving

Dit bestemmingsplan biedt de juridisch-planologische basis voor de realisatie en het gebruik van de rotonde N315 - N768. Het project is een ontwikkeling van de provincie Overijssel en de provincie Overijssel financiert de realisatie van de rotonde en de aankoop van de gronden die daarvoor benodigd zijn. Hiervoor zijn voldoende middelen beschikbaar. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van het plan voldoende verzekerd.

60 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

6.2.2

Beheer en onderhoud

Het beheer en onderhoud van de (rotonde bij de) N315 en de N768 wordt verzorgd door de provincie Overijssel.

6.3

Handhaafbaarheid

Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving van de regels in het bestemmingsplan ligt bij de gemeente. Het handhavingsbeleid van de gemeente Haaksbergen vormt de basis van de handhaving binnen de gemeentelijke grenzen. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de bescherming van mens en omgeving te waarborgen tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Bij overtreding van deze regels kan gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning. Uitvoering van bestemmingsplannen dient strikt te worden toegepast en gehandhaafd, omdat met het bestemmingsplan het waarborgen en verbeteren van het leefmilieu kan worden aangestuurd. Een recent bestemmingsplan met duidelijke en hanteerbare regels maakt handhaving eenvoudiger. Wat hierbij wel noodzakelijk is zijn eenduidige en eenvoudige bestemmingsplanbepalingen die goed werkbaar zijn.

De doeleindenomschrijving is daarbij belangrijk. Een duidelijke uitleg in de toelichting van het bestemmingsplan van de voorkomende bestemmingen kan verwarring en interpretatieverschillen voorkomen.

61 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

7 PROCEDURE In dit hoofdstuk wordt de procedure van het plan beschreven. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de voorontwerpfase, de ontwerpfase en de vaststellingsfase van het plan.

7.1

Voorontwerpfase

7.1.1

Bestuurlijk vooroverleg

Ingevolge artikel 3.1.1 (in samenhang met artikel 1.1.1, lid 2) van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), dienen Gedeputeerde Staten overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het voorontwerpbestemmingsplan is in februari 2022 voorgelegd aan de samenwerkingspartners van de provincie Overijssel, te weten: gemeente Haaksbergen en het waterschap Rijn en IJssel. Alle partijen hebben een schriftelijke reactie gegeven aan de provincie Overijssel en naar aanleiding van deze opmerkingen is het bestemmingsplan verder aangevuld en aangescherpt. Het voorontwerp maakt geen onderdeel uit van de officiële procedure voorgeschreven door de Wet ruimtelijke ordening en is daarom ook niet ter inspraak aangeboden.

7.2

Ontwerpfase

Op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening heeft het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening aansluiting N315 – N768 van vrijdag 8 juli 2022 tot en met donderdag 18 augustus 2022 voor een periode van zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Het was op papier op het gemeentehuis te bekijken en digitaal op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Dit is openbaar bekend gemaakt door het plaatsen van een publicatie in de Staatscourant. Eenieder is in de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

7.3

Vaststellingsfase

In de terinzageleggingsperiode van het ontwerpbestemmingsplan zijn geen zienswijzen ingediend. Het ontwerpbestemmingsplan is daarom door de gemeenteraad ongewijzigd vastgesteld. Het vaststellingsbesluit wordt samen met het vastgestelde bestemmingsplan na de vaststelling gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tegen het vastgestelde bestemmingsplan kan eenieder beroep instellen. Wanneer geen beroep wordt ingesteld, is het bestemmingsplan na die zes weken onherroepelijk. Het bestemmingsplan treedt in werking op de dag dat de beroepstermijn is afgelopen en er geen schorsingsverzoek (voorlopige voorziening) is ingediend. Het bestemmingsplan is onherroepelijk als er door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak is gedaan over het ingestelde beroep.

62 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

Bijlage(n)

I BIJLAGE: PLAN IN HOOFDLIJNEN

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Bijlage I | Definitief 02

Plan in Hoofdlijnen Aansluiting N315/N768

November 2021

Colofon Uitgave provincie Overijssel EDO-registratiekenmerk 2021/0100448 Datum 11 november 2021 Auteurs Mw. mr. A.R. van Driel, ir. J.K. Muntinga, ing. G. Bekkernens Status Definitief Project/kenmerk 124775/21-016.823 Inlichtingen bij Projectmanager: drs.ing. A. Zandvoort Team WKIR 06 21 12 36 78 Adresgegevens Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 038 425 48 88 www.overijssel.nl postbus@overijssel.nl

Inhoudsopgave 0.

Managementsamenvatting

7

0.1 0.2 0.3 0.4 0.5 0.6 0.7

Aanleiding Doelstelling Huidige situatie Varianten Beoordeling Voorkeursvariant: rotonde geniet de voorkeur Kosten voorkeursvariant

7 7 7 8 10 12 12

1.

Inleiding

13

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Context Doelstelling Leeswijzer

13 13 14 14

2.

Huidige situatie

15

2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.4 2.4.1 2.4.2 2.4.3 2.5 2.6 2.6.1 2.6.2 2.6.3 2.7 2.7.1 2.7.2 2.7.3 2.7.4 2.7.5 2.7.6

Beschrijving plangebied Verkeer Verkeersafwikkeling Verkeersveiligheid Ruimtelijke kwaliteit Duurzaamheid Energieverbruik Circulaire economie en materialen CO2-emissie Natuur Leefbaarheid Geluid Trillingen Luchtkwaliteit Overige aspecten Geohydrologie Archeologie (Water)bodemkwaliteit en opbouw Conventionele explosieven Kabels en leidingen Bestemmingsplan en kadastrale eigendommen

15 17 17 18 19 20 20 20 20 20 24 24 24 24 25 25 26 27 29 29 29

3.

Beleidskaders, autonome ontwikkelingen en uitgangspunten

30

3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.2

Beleidskaders Omgevingswet Omgevingsvisie Duurzaam veilig Visie Westpoort landgoed Het Lankheet Autonome ontwikkelingen

30 30 30 30 31 31

4.

Varianten

33

4.1 4.2 4.3

Variant 0: Handhaving bestaand kruispunt Variant 0+: uitbreiding naar 4-taks kruispunt Variant 1: rotonde

33 33 35

5.

Stakeholderanalyse

36

5.1 5.2 5.3

Gemeente Haaksbergen Provincie Overijssel Waterschap Rijn en IJssel

36 36 36

5.4 5.5 5.6 5.7

Rijkswaterstaat Landgoed Het Lankheet Voormalig Discotheek Danspaleis Omwonenden

36 36 36 36

6.

Beoordeling

37

6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.3 6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.3.4 6.3.5 6.4 6.4.1 6.4.2 6.5 6.5.1 6.5.2 6.5.3 6.5.4 6.6 6.6.1 6.6.2 6.6.3 6.6.4 6.6.5 6.7 6.7.1 6.7.2 6.7.3 6.7.4 6.8 6.8.1 6.8.2 6.8.3 6.8.4 6.8.5 6.8.6 6.8.7 6.8.8

Beoordelingsaspecten Samenvatting Gebruiksfase Aanlegfase Verkeer Verkeersafwikkeling Verkeersveiligheid Functioneren openbaar vervoer Oversteekbaarheid fietsers Conclusie Ruimtelijke kwaliteit Beeld vanuit omgeving en weggebruiker Conclusie Duurzaamheid Energieverbruik Circulaire economie en materialen CO2-emissie Conclusie Natuur Wnb-soorten Wnb beschermde gebieden Wnb houtopstanden NNN Conclusie Leefbaarheid Geluidbelasting Trillingshinder Luchtkwaliteit Conclusie Overige aspecten Geohydrologie Archeologie (Water)bodemkwaliteit en -opbouw Conventionele explosieven Kabels en leidingen Grondverwerving Kosten Conclusie

37 38 38 39 39 40 42 44 44 45 45 45 46 47 47 47 49 49 50 50 54 57 58 59 60 60 60 61 62 62 63 63 63 64 64 64 65 66

7.

Afweging varianten en keuze voorkeursvariant

67

7.1 7.1.1 7.1.2 7.2

Afweging varianten Gebruiksfase Aanlegfase Keuze voorkeursvariant: rotonde

67 67 68 69

8.

Nader onderzoek voorkeursvariant

70

8.1 8.2 8.3 8.3.1 8.3.2 8.3.3

Akoestisch onderzoek Vergunningenscan Stikstofberekeningen aanlegfase Uitgangspunten Resultaten Conclusie en advies

70 70 71 71 72 72

8.4 8.5 8.6

Stikstofberekeningen gebruiksfase Landschappelijke inpassing Kosten

72 73 80

9.

Ter inzagelegging en vervolgproces

81

9.1 9.2 9.3

Ter inzagelegging Zo gaat het proces verder Benodigde besluiten en vergunningen

81 81 81

Bijlagen Aantal pagina’s I

Bestaande situatie en ontwerpvarianten

4

II

Capaciteitsberekeningen

13

III

Natuur

23

IV

Aerius-berekeningen varianten

234

V

Geohydrologie

15

VI

Archeologie

25

VII

Milieuhygiënische (water)Bodemonderzoek

59

VIII

Geotechnische bodemgesteldheid

8

IX

Niet gesprongen explosieven

37

X

Kabels en leidingen varianten

3

XI

Grondverwerving varianten

2

XII

Verkennend booronderzoek archeologie

22

XIII

Akoestisch onderzoek voorkeursvariant

21

XIV

Vergunningenscan realisatie voorkeursvariant

6

XV

AERIUS-berekeningen aanlegfase voorkeursvariant

116

XVI

Landschappelijk inpassing en 3D-visualisaties voorkeursvariant

19

XVII

Uitgangspuntennotitie met ontwerp VKV

8

0.

Managementsamenvatting

0.1

Aanleiding

De provincie Overijssel wordt in 2022 de nieuwe wegbeheerder van een gedeelte van de oude N18, plaatselijk bekend als Eibergsestraat (zie afbeelding 0.1 voor de ligging van het plangebied). Door grote wijzigingen van verkeersstromen in de regio en het gegeven dat de bestaande verkeersregelinstallatie op de aansluiting van de N315 met de oude N18 (omgenummerd tot N768) aan het einde van zijn levensduur is, is onderzoek gedaan naar een toekomstbestendige en passende herinrichting van het kruipunt. In deze planstudie, het Ontwerpplan in Hoofdlijnen, zijn drie herinrichtingsvarianten voor het kruispunt beoordeeld, waarna een voorkeursvariant is bepaald. Deze managementsamenvatting geeft een beknopte weergave van de planstudie. De volledige onderbouwing alsmede de effectbeoordeling kunt u lezen in H1 t/m 9.

Afbeelding 0.1 ligging plangebied (rood omcirkeld)

0.2

Doelstelling

De doelstelling voor de planstudie is om een toekomstbestendige herinrichting van het kruispunt uit te voeren op basis van een integrale afweging van alle relevante aspecten. Voor de voorkeursvariant gelden de volgende uitgangspunten: - een toekomstbestendige en verkeersveilige inrichting; -

de ruimtelijke inpassing draagt bij aan bredere gebiedsdoelen; de Assinkweg wordt rechtstreeks op het kruispunt aangesloten voor een goede ontsluiting

-

van het landgoed en van het nieuwe hotel/bezoekerscentrum; het Danspaleis wordt herontwikkeld en wordt bij voorkeur ontsloten op het kruispunt.

0.3

Huidige situatie

Het kruispunt betreft de aansluiting van de N315 (Needseweg) en de N768 (Eibergsestraat / oude N18) en ligt tussen Haaksbergen en Eibergen. De N315 heeft een eenzijdig gelegen en in twee richtingen bereden fietspad aan de noorzijde (zie afbeelding 0.2). De N768 heeft aan beide zijden van de weg een in één richting bereden fietspad. Fietsers en voetgangers kunnen zowel aan de noordzijde als aan de westzijde van het kruispunt met verkeerslichten oversteken. Dicht bij het kruispunt liggen twee bushaltes langs de N315. De inrit van het Danspaleis takt rechtstreeks aan op de N315 en de aansluiting van de Assinkweg, thans een zandweg, bevindt zich ten noorden van het kruispunt.

124775/21-016.823 | Plan in Hoofdlijnen d.d. 11 november 2021

7

Afbeelding 0.2 Inrichting van het kruispunt met links de N315 en het Danspaleis

0.4

Varianten

Voor de planstudie zijn drie varianten ontworpen, onderzocht en beoordeeld: · Variant 0 (ook wel referentievariant): handhaven bestaande kruispunt en vervangen bestaande verkeersregelinstallatie en asfaltdeklagen (zie afbeelding 0.3); · Variant 0+: het huidige 3-taks kruispunt met verkeerslichten wordt uitgebreid met een vierde tak, de Assinkweg (zie afbeelding 0.4); · Variant 1: het kruispunt wordt omgebouwd naar een enkelstrooks rotonde, waarbij de Assinkweg en de in-/uitrit van het Danspaleis als afzonderlijke takken rechtstreeks op de rotonde worden aangesloten. De verkeersregelinstallatie komt te vervallen (zie afbeelding 0.5).

Afbeelding 0.3 Bestaande situatie (variant 0)

8

124775/21-016.823 | Plan in Hoofdlijnen d.d. 11 november 2021

Afbeelding 0.4 Uitgewerkt ontwerp van variant 0+, 4-taks kruispunt met verkeerslichten

Afbeelding 0.5 Uitgewerkt ontwerp van variant 1, enkelstrooks rotonde

124775/21-016.823 | Plan in Hoofdlijnen d.d. 11 november 2021

9

0.5

Beoordeling

Voornoemde drie varianten zijn beoordeeld op de aspecten verkeer, ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, natuur, leefbaarheid en overige aspecten zoals geohydrologie, bodemkwaliteit, kabels en leidingen en grondverwerving. Navolgend zijn de samenvattingstabellen opgenomen waarin de gebruiksfase en de aanlegfase van de verschillende varianten afzonderlijk zijn beoordeeld. Gebruiksfase Tabel 0.1 geeft een samenvatting van de beoordeling van de varianten 0+ en 1 ten opzichte van variant 0 voor het aspect verkeer, in de gebruiksfase. Tabel 0.2 geeft een samenvatting van de beoordeling van de varianten 0+ en 1 ten opzichte van variant 0 voor ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, natuur, leefbaarheid en overige aspecten, eveneens voor de gebruiksfase.

Tabel 0.1 Samenvattingstabel beoordeling gebruiksfase verkeer Beoordelingsaspect

Criterium

Variant 0

Variant 0+

Variant 1

Verkeer

verkeersafwikkeling

0

+

++

verkeersveiligheid

0

+

++

functioneren openbaar vervoer

0

-

+

oversteekbaarheid fietsers

0

+

+

Variant 0

Variant 0+

Variant 1

Tabel 0.2 Samenvattingstabel beoordeling gebruiksfase overig Beoordelingsaspect

Criterium

Ruimtelijke kwaliteit

beeld vanuit de omgeving en de weggebruiker

0

-

+

Duurzaamheid

energieverbruik

0

0

+

circulaire economie en materialen

0

0

+

CO2-emissie

0

0

+

Wnb soorten

0

0

0

Wnb beschermde gebieden

0

0

-

Wnb houtopstanden

0

--

-

NNN

0

--

--

geluidbelasting

0

0

0

trillingen

0

0

0

luchtkwaliteit

0

0

0

Natuur

Leefbaarheid

10

124775/21-016.823 | Plan in Hoofdlijnen d.d. 11 november 2021

Beoordelingsaspect

Criterium

Variant 0

Variant 0+

Variant 1

Overige aspecten

geohydrologie

0

0

0

archeologie

0

0

0

(water)bodemkwaliteit

0

+

++

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

kabels en leidingen

0

0

0

grondverwerving

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

conventionele explosieven

Aanlegfase Tabel 0.3 geeft een samenvatting van de beoordeling van de varianten 0+ en 1 ten opzichte van variant 0 in de aanlegfase. Voor de aanlegfase zijn niet alle aspecten relevant, waardoor de tabel beperkter is dan voor de gebruiksfase.

Tabel 0.3 Samenvattingstabel beoordeling aanlegfase Beoordelingsaspect

Criterium

Verkeer Duurzaamheid

Natuur

Overige aspecten

Variant 0

Variant 0+

Variant 1

verkeersafwikkeling

0

--

-

energieverbruik

0

-

--

circulaire economie en materialen

0

-

-

CO2-emissie

0

-

--

Wnb soorten

0

-

-

Wnb beschermde gebieden

0

-

-

geohydrologie

0

0

0

archeologie

0

0

0

(water)bodemkwaliteit

0

0

0

conventionele explosieven

0

0

0

kabels en leidingen

0

-

--

grondverwerving

0

--

-

Voor de gebruiksfase is variant 1, de rotonde, als meest positief beoordeeld voor wat betreft de aspecten verkeer, duurzaamheid en landschap. Voor de aanlegfase komt variant 0, de bestaande situatie, als relatief beste naar voren: overal neutraal. Voor de andere twee varianten (0+ en 1) zijn de negatieve effecten deels (voor duurzaamheid en natuur) te mitigeren door voor stil en schoon materieel te kiezen. Ook voor het verleggen van kabels en leidingen zijn de omgevingseffecten te mitigeren.

124775/21-016.823 | Plan in Hoofdlijnen d.d. 11 november 2021

11

0.6

Voorkeursvariant: rotonde geniet de voorkeur

De effecten tijdens de aanlegfase zijn tijdelijk en treden relatief kort op. Daarnaast zijn de effecten veelal te mitigeren. Voor de aanlegfase worden mitigerende maatregelen getroffen om effecten (op diersoorten) te voorkomen en/of beperken (stikstofdepositie). Daarom zijn de effecten tijdens de gebruiksfase als doorslaggevend beoordeeld. De positieve effecten op verkeer, duurzaamheid en landschap voor variant 1, de rotonde, treden op gedurende de gehele gebruiksfase. De daar tegenover staande negatieve effecten in de gebruiksfase duren circa 3 maanden, zijnde de bouwtijd voor de rotonde, en zijn zoals aangegeven veelal te voorkomen en/of te beperken. Variant 1 rotonde geniet daarmee de voorkeur. Op basis van het 2D-wegontwerp is een landschappelijke inpassing gemaakt van de rotonde. De landschappelijke inpassing is weergegeven in afbeelding 0.6.

Afbeelding 0.6 Landschappelijke inpassing

0.7

Kosten voorkeursvariant

De realisatiekosten voor de ombouw van het huidige drietaks kruispunt met verkeerslichten naar een rotonde met vier takken en een in-/uitrit naar het terrein van het voormalige Danspaleis zijn berekend op EUR 1.516.188,-- exclusief BTW. Het gaat hierbij om het totaal aan bouwkosten, grondverwervings-kosten, engineeringskosten en overige bijkomende kosten, zoals het verleggen van kabels en leidingen.

12

124775/21-016.823 | Plan in Hoofdlijnen d.d. 11 november 2021

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

De aanleiding voor het project is het besluit van Gedeputeerde Staten (GS) op 22 augustus 2017 om een planstudie uit te voeren voor de herinrichting van het kruispunt van de N315 met de N768 (kruising Danspaleis). Dit besluit van GS komt voort uit de openstelling van de nieuwe Twenteroute (rijksweg N18) tussen Varsseveld en Enschede. Door de aanleg van de nieuwe N18 heeft Haaksbergen nog twee aansluitingen op de nieuwe N18, aan de zuidzijde via de aansluiting N18/N315 en aan de noordzijde de aansluiting Stepelo op de N18. De provincie Overijssel wordt in 2022 de nieuwe wegbeheerder van een gedeelte van de oude N18, plaatselijk bekend als Eibergsestraat (zie afbeelding 1.1). In verband met de grote wijziging van verkeersstromen in de regio en het gegeven dat de bestaande verkeersregelinstallatie (VRI) op de aansluiting van de N315 met de oude N18 aan het eind van zijn levensduur is, wordt onderzoek gedaan naar een toekomstbestendige en passende herinrichting van het kruispunt. In dit Plan in Hoofdlijnen gaan we na welke inrichtingsvariant voor het kruispunt hieraan voldoet. Bij de keuze van de voorkeursvariant wordt tevens beoordeeld welke variant de meeste maatschappelijke meerwaarde oplevert voor de andere beleidsdoelstellingen van de provincie. Het plangebied is weergegeven op afbeelding 1.1: het kruispunt N315/N768 is rood omcirkeld.

Afbeelding 1.3 plangebied

1.2

Context

Mobiliteit en het borgen van regionale bereikbaarheid is een kerntaak van de provincie Overijssel. Van belang is een duurzaam en betaalbaar systeem van openbaar vervoer en een goede autobereikbaarheid. Netwerken verbinden steden, woon- en werklocaties, culturele en recreatieve voorzieningen en landelijk gebied. Een goede bereikbaarheid is hierbij een randvoorwaarde. Naast ontwikkelaar van de beleidstaak is de provincie ook uitvoerend als wegbeheerder. In dat kader beheert de provincie onder andere de provinciale wegen N315, gedeelte tussen grens Gelderland en Assinksbos, en met ingang van medio 2022 de N768, gedeelte tussen grens Gelderland en Haaksbergen (de oude N18). Op 2 mei 2018 is de nieuwe, 27 kilometer lange, autoweg N18 in gebruik genomen. De nieuwe rijksweg verbindt Varsseveld en Enschede. De nieuwe Twenteroute, zoals de weg ook wel wordt genoemd, gaat om de kernen van Eibergen, Haaksbergen en Usselo heen. Gevolg

124775/21-016.823 | Plan in Hoofdlijnen d.d. 11 november 2021

13

hiervan is dat Haaksbergen nog twee aansluitingen heeft op de N18 en dat de oude N18 wordt overgedragen aan provincies en gemeenten. De zuidelijke aansluiting Haaksbergen loopt via de N315 provinciale weg grens Gelderland-Assinksbos en de oude N18 naar Haaksbergen. Als gevolg van de aanleg van de nieuwe N18 krijgt de provincie Overijssel het wegvak tussen Eibergen vanaf de grens met Gelderland en Haaksbergen (4,8 km) in beheer. Dit wegvak heeft het nieuw provinciaal wegnummer N768 gekregen en heet provinciale weg N768 gedeelte grens Gelderland-Haaksbergen. Bij de aanleg van de nieuwe N18 en de daarbij behorende werken op het onderliggende wegennet is met het Rijk en de gemeente Haaksbergen afgesproken dat de aansluiting N315/oude N18 buiten het werk valt en dat de provincie Overijssel van het Rijk de bijdrage voor de vervangingskosten van de verkeersregelinstallatie (VRI) ontvangt. De bestaande VRI, die voor twee derde ten laste van het Rijk en voor 1/3 ten laste van de provincie viel, is einde levensduur. Gemeente en provincie willen eerst onderzoeken welke kruispuntvorm hier de best passende oplossing is, mede gelet op de gewijzigde verkeersstromen en ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. Hiertoe is door GS het besluit genomen om een planstudie uit te voeren.

1.3

Doelstelling

Doel van deze planstudie is om een toekomstbestendige herinrichting van het kruispunt uit te voeren op basis van een integrale afweging van alle relevante aspecten. De aansluiting van de N18/N315 betreft de zuidelijke aansluiting van Haaksbergen. Met de herinrichting van het kruispunt wordt ruimtelijke benadrukt dat de route N315 richting Haaksbergen de hoofdroute is en dat men dient af te slaan naar Eibergen. Voor de voorkeursvariant gelden de volgende uitgangspunten: - een toekomstbestendige en verkeersveilige inrichting; -

de ruimtelijke inpassing draagt bij aan bredere gebiedsdoelen; de Assinkweg wordt rechtstreeks op het kruispunt aangesloten voor een goede ontsluiting

-

van het landgoed en van het nieuwe hotel/bezoekerscentrum; het Danspaleis wordt herontwikkeld en wordt daarom goed ontsloten door het kruispunt.

Deze uitgangspunten worden nader toegelicht in paragraaf 3.2. Het tussenresultaat van deze planstudie is een Plan in Hoofdlijnen. Het eindresultaat van de planstudie is een Plan in Hoofdlijnen, bestaande uit: -

voorlopig ontwerp van de voorkeursvariant; onderbouwing van de keuze van de voorkeursvariant en het afvallen van de andere

-

varianten; kostenraming van de voorkeursvariant.

1.4

Leeswijzer

In de inleiding worden aanleiding, context en doelstelling van de planstudie aansluiting N315 / N768 uiteen gezet. In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie van het kruispunt met de relevante milieuthema’s beschreven. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de relevante beleidskaders, de autonome ontwikkeling alsook de uitgangspunten voor de studie beschreven. De beschouwde varianten komen in hoofdstuk 4 aan bod. In hoofdstuk 5 worden de stakeholders en hun positie belicht. Daarna worden in hoofdstuk 6 de omgevingseffecten van de beschouwde varianten beschreven. Op grond van een totaalafweging wordt in hoofdstuk 7 de voorkeursvariant gekozen en wordt de kostenraming behandeld. Tenslotte wordt in hoofdstuk 8 de procedure weergegeven waarin uiteindelijk een besluit wordt genomen door Gedeputeerde Staten over het Plan in Hoofdlijnen.

14

124775/21-016.823 | Plan in Hoofdlijnen d.d. 11 november 2021

2.

Huidige situatie

2.1

Beschrijving plangebied

Locatie (weergave van plangebied) Het kruispunt betreft de aansluiting van de N315 en de N768. Met de N315 wordt de Needseweg bedoeld en met de N768 de Eibergsestraat. Het kruispunt is gelegen tussen Haaksbergen en Eibergen. Afbeeldingen 2.1 geeft de globale ligging van het kruispunt weer.

Afbeelding 2.1 Globale weergave ligging kruispunt (topografische ondergrond)

Inrichting nabij kruispunt Het kruispunt betreft de aansluiting van de N315 (Needseweg) en de N768 (Eibergsestraat / oude N18) en ligt tussen Haaksbergen en Eibergen. De N315 heeft een eenzijdig gelegen en in twee richtingen bereden fietspad aan de noorzijde (zie afbeelding 0.2). De N768 heeft aan beide zijden van de weg een in één richting bereden fietspad. Fietsers en voetgangers kunnen zowel aan de noordzijde als aan de westzijde van het kruispunt met verkeerslichten oversteken. Dicht bij het kruispunt liggen twee bushaltes langs de N315. De inrit van het Danspaleis takt rechtstreeks aan op de N315 en de aansluiting van de Assinkweg, thans een zandweg, bevindt zich ten noorden van het kruispunt.

124775/21-016.823 | Plan in Hoofdlijnen d.d. 11 november 2021

15

Afbeelding 0.4 Inrichting van het kruispunt met links de N315 en het Danspaleis

Hoogteligging plangebied De maaiveldhoogte rond het kruispunt is weergegeven op afbeelding 2.3. De weg heeft een hoogte van ongeveer 22 meter boven Normaal Amsterdams Peil (NAP). Dit is ongeveer 0,5 tot 1 meter hoger dan de directe omgeving.

Afbeelding 2.3 Maaiveld directe omgeving van het kruispunt

16

124775/21-016.823 | Plan in Hoofdlijnen d.d. 11 november 2021

2.2

Verkeer

In de huidige situatie zijn zowel de N315 als de Eibergsestraat gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom en geldt een maximum snelheid van 80 km/u. Beide wegen sluiten op elkaar aan in de vorm van een T-aansluiting met opstelstroken, waarbij de N315 (Needseweg) haaks aantakt op de doorgaande N768 (Eibergsestraat). Het kruispunt is voorzien van een verkeerslichtenregelingsinstallatie (VRI). Openbaar vervoer De lijndiensten die momenteel gebruik maken van dit kruispunt zijn 62, 73 en 74. Alleen lijn 62 (Borculo-Enschede-Oldenzaal–Denekamp) halteert hier volgens de huidige dienstregeling en rijdt twee keer per uur. Lijn 73 (Enschede–Winterswijk) en Lijn 74 (Enschede–Doetinchem) halteren hier niet. Dus in totaal gaat het om 2 halterende bussen per uur per richting. Voor het kunnen halteren van lijn 62 liggen er twee bushaltehavens op de N315, dicht bij het kruispunt. Voor de bus in westelijke richting is er een bushaltehaven net ten westen van de inrit naar het Danspaleis en voor de bus in noordelijke richting (bus slaat bij kruispunt linksaf) is er een korte busbaan waarop de bus ook halteert. Fietsers/voetgangers Langs de N768/Eibergsestraat liggen aan beide zijden vrijliggende, in één richting bereden, (brom)fietspaden.

Het fietspad aan de westzijde is ter plaatse van de oversteek van de N315/Needseweg ingericht als een in twee richtingen bereden fietspad, om de verbinding tot stand te brengen met de eveneens in twee richtingen ingerichte fietsoversteek op de noordelijke tak van het kruispunt. Dit is vanwege het ontbreken van een fietsoversteek aan de zuidzijde van het kruispunt. Tussen de fietsoversteek op de noordelijke tak van het kruispunt en de aansluiting van de Assinkweg is het fietspad ten oosten van de Eibergsestraat ingericht als in twee richtingen bereden fietspad. Langs de N315/Needseweg ligt aan de noordzijde een in twee richtingen bereden fietspad. De sluit in de noordwestelijke hoek van het kruispunt aan op de beide fietspaden langs de N768/Eibergsestraat.

2.2.1 Verkeersafwikkeling In tabel 2.1 zijn de (afgeronde) modelintensiteiten opgenomen voor de huidige situatie (2019) en is aangegeven wat het percentage vrachtverkeer is. De cijfers zijn afkomstig uit het verkeersmodel RVM Twente van 2 juni 2020. Bewust zijn de intensiteiten uit 2019 genomen, vanwege de door het Covid-19 virus sterk afgenomen intensiteiten begin 2020.

Tabel 2.1 Intensiteiten huidige situatie 2019 Wegvak

Etmaal

Ochtendspits

Avondspits

mvt/etm

% vracht

mvt/u

% vracht

mvt/u

% vracht

N315

7.800

15,6

630

15,2

690

10,0

N768-noord

10.400

13,5

800

13,5

950

9,0

N768-zuid

5.700

13,9

430

13,7

510

9,6

De verkeersafwikkeling is voor het drukste ochtend- en avondspitsuur onderzocht en daaruit blijkt dat thans sprake is van een goede verkeersafwikkeling op het kruispunt. De berekende cyclustijd 1 is in de ochtendspits 54 seconden en in de avondspits 55 seconden. Beide zijn daarmee ruim lager dan de maximum geaccepteerde cyclustijd van 120 seconden. 1 De tijd die nodig is om alle richtingen op het kruispunt één keer groen te geven.

124775/21-016.823 | Plan in Hoofdlijnen d.d. 11 november 2021

17

2.2.2 Verkeersveiligheid De inrichting van het kruispunt en de toeleidende wegen voldoen in hoofdlijnen aan de ontwerprichtlijnen voor een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom. Bij kruispunten met verkeerslichten bestaat er altijd een kans op kop-staartongevallen door automobilisten die bijvoorbeeld de wachtrij voor het verkeerslicht te laat opmerken en het laatste voertuig in de wachtrij aanrijden. Ruim voor het kruispunt zijn grote bewegwijzeringsborden en waarschuwingsborden aanwezig, zodat de weggebruikers goed geïnformeerd worden op het naderende kruispunt met verkeerslichten. Daarnaast zorgen de verkeerslichten boven de rijstroken ervoor dat de automobilisten reeds op grote afstand de verkeerslichten kunnen zien, wat het risico op ongevallen vermindert. Ook kan roodlichtnegatie voorkomen bij gemotoriseerd verkeer als een automobilist nog probeert door groen en geel te rijden. Deze voertuigen zijn soms net te laat en rijden toch door het rode licht met vaak hogere snelheid. Een conflicterende richting krijgt dan al groen licht en een aanrijding met ernstige afloop kan het gevolg zijn, door de hoge snelheid van het voertuig dat door rood reed. Aansluitingen Assinkweg en Danspaleis De Assinkweg en de inrit naar het Danspaleis liggen op 50 á 55 meter van het kruispunt. Weggebruikers zijn vaak niet bedacht op een kruispunt of inrit zo vlak na verkeerslichten.

Ze zijn dan bezig met snelheid maken en opschakelen en verwachten niet dat een voorligger weer afremt om de Assinkweg of de inrit naar het Danspaleis in te rijden. Dit brengt ongevalsrisico’s met zich mee. Komende vanuit de Assinkweg heeft een automobilist vanwege de bosschages geen goed zicht op het (fiets)verkeer op de Eibergsestraat. Dit kan tot gevaarlijke situaties leiden als er bijvoorbeeld een (brom)fietser met hoge snelheid aan komt rijden en de automobilist deze niet ziet aankomen. Door dit beperkte uitzicht moet een automobilist zich óp het fietspad opstellen om voldoende zicht te hebben. Dit kan tot conflicten leiden en is daardoor niet wenselijk. Ter hoogte van de Assinkweg is tevens een verdrijvingsvlak in het midden van de provinciale weg aanwezig. Zowel het linksaf slaan vanaf de Assinkweg richting het kruispunt als het linksaf slaan vanaf de N768 vanuit Haaksbergen richting de Assinkweg zou dan volgens de verkeersregels niet mogen. Maar vermoedelijk gebeurt dit in de praktijk toch, gezien de bandensporen op het verdrijvingsvlak. Automobilisten die vanuit de Assinkweg en het Danspaleis linksaf slaan, de rijbaan op, komen direct op de opstelstroken voor de verkeerslichten terecht. Dit zal ingeval van een wachtrij voor de verkeerslichten het oprijden bemoeilijken, zowel wat betreft menoeuvre op zich als het uitzicht.

Mocht de wachttijd te lang worden, dan gaan weggebruikers meer risico nemen bij het oprijden, met een groter risico op aanrijdingen tot gevolg. Het zicht vanaf de inrit Danspaleis is beter dan vanaf de Assinkweg. Dit is vanwege de bossages bij de aansluiting van de Assinkweg. Daarnaast is er bij de inrit Danspaleis meer ruimte tussen het fietspad en de rijbaan, waardoor automobilisten niet op het fietspad hoeven te wachten. Fietsers en voetgangers Wat bij kruispunten met verkeerslichten altijd een risico is, is roodlicht negatie. Fietsers en voetgangers (bijv. buspassagiers die bus willen halen) hebben soms het geduld niet om te wachten en steken tóch over, terwijl het verkeerslicht op rood staat. Dit kan tot ernstige ongevallen leiden tussen de kwetsbare fietsers en voetgangers en het gemotoriseerd verkeer. De opstelruimte voor fietsers op het fietspad aan de oostzijde van de Eibergsestraat is erg beperkt, waardoor wachtende fietsers de doorgang voor doorgaande fietsers blokkeren. Dit kan tot onderlinge conflicten tussen (brom)fietsers leiden. Daarnaast zijn ook de beide, in

18

124775/21-016.823 | Plan in Hoofdlijnen d.d. 11 november 2021

twee richtingen bereden, fietsoversteken op de noordelijke en westelijke kruispunttak aan de smalle kant. Ongevallen Ondanks de hiervoor genoemde constateringen, is er in de afgelopen jaren volgens de website www.star-verkeersongevallen.nl slechts één ongeval op het kruispunt N315/N768 gebeurd. Dit betrof een ongeval met uitsluitend materiële schade, in 2017. De oorzaak van het ongeval staat niet op de website.

2.3

Ruimtelijke kwaliteit

Beeld vanuit de omgeving De N768/Eibergestraat ligt langs de rand van landgoed Het Lankheet (zie afbeelding 2.4). Deze weg markeert de overgang van het bos naar het open landschap. In de noordwestelijke hoek van het kruispunt ligt een thans niet in gebruik zijnde horecagelegenheid (het voormalige Danspaleis). Verderop liggen enkele boerderijen. Het landschappelijke beeld van het plangebied wordt gekenmerkt door het coulissenlandschap dat in Twente veel voorkomt. De kruising is ruim opgezet met opstelstroken en middengeleiders, waarbij de verkeersregelinstallatie beeldbepalend is. Langs de doorgaande weg en de aantakkende N315/Needseweg liggen (brom)fietspaden die door grasbermen worden gescheiden van de weg. Voor de aansluiting van dit type provinciale weg met een andere provinciale weg, is het passend dat het verkeer op de doorgaande route, in dit geval de doorgaande N768, voorrang heeft. Om een goede verkeerafwikkeling met de aansluitende N315 te faciliteren, is in het verleden het kruispunt voorzien van een verkeersregelinstallatie.

Afbeelding 2.4 Zicht vanuit de noordwesthoek op het kruispunt

124775/21-016.823 | Plan in Hoofdlijnen d.d. 11 november 2021

19

2.4

Duurzaamheid

Op het gebied van duurzaamheid wordt in deze paragraaf kwalitatief gekeken naar de volgende onderwerpen: energieverbruik, circulaire economie en materialen, en CO2-emissie.

2.4.1 Energieverbruik Bij energieverbruik wordt gekeken naar het energieverbruik van materieel ten behoeve van de aanleg (bouw) en het energieverbruik van elementen uit het ontwerp. In de huidige situatie is er geen sprake van aanleg, waardoor een beschouwing hiervan niet mogelijk is. Daarnaast is er in de huidige situatie evenmin sprake van energieopwekking. De verkeersregelinstallatie is juist een energieverbruiker. Het verbruik wordt geschat op gemiddeld 437 kWh/per jaar2. Openbare verlichting wordt buiten beschouwing gelaten; het energieverbruik van de lichtmasten ter plaatse van het kruispunt is vrijwel verwaarloosbaar.

2.4.2 Circulaire economie en materialen Onder circulaire economie valt het circulair toepassen van materialen. Het huidige kruispunt bestaat uit asfaltverharding, fundering, wegmeubilair en overige verharding (zoals bestrating van de vluchtheuvels). Deze materialen hebben, afhankelijk van de demontage- en recyclingmogelijkheden, een hergebruikpotentie. Dit hergebruik kan laag- of hoogwaardig zijn en binnen of buiten de projectgrenzen een herbestemming krijgen. Dit is afhankelijk van het programma van eisen, de contracteisen en de uiteindelijke uitvoering. Voor een totaalbeeld van de huidige materialenvoorraad in de verhardingsconstructie (materialenpaspoort) dient een boorkernenplan gemaakt te worden.

2.4.3 CO2-emissie De huidige (directe) CO2-emissie is afkomstig van het gemotoriseerde verkeer. Op basis van het onderzoek naar de verkeersafwikkeling (paragraaf 2.2.1) kan er aangenomen worden dat de CO2-emissie niet hoger of lager is dan een kruispunt elders. Daarnaast zorgen energieverbruikers zoals de verkeersregelinstalatie en de openbare verlichting voor indirecte emissies. De CO2-uitstoot gerelateerd aan het energieverbruik van de verkeersregelinstallatie is 207,6 kg CO2 per jaar. De CO2-uitstoot afkomstig van de openbare verlichting is verwaarloosbaar.

2.5

Natuur

Wet natuurbescherming (Wnb) soorten Om de aanwezigheid van onder de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde flora en fauna in of rondom het plangebied vast te stellen, is een bureaustudie uitgevoerd. De bureaustudie bestaat uit het raadplegen van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Aanvullend hierop zijn, als daar aanleiding voor was, verspreidingsatlassen, internetbronnen en op internet vrij verkrijgbare verspreidingsgegevens geraadpleegd. In de bureaustudie zijn ook eventueel reeds uitgevoerde natuuronderzoeken van de omgeving meegenomen. Ter verificatie van en als aanvulling op de bureaustudie is door een ecoloog van Witteveen+Bos een veldbezoek uitgevoerd op 15 mei 2020. Hierbij is het plangebied inclusief een zone van 200 meter rond het plangebied onderzocht. Soortgerichte inventarisaties en

2 Op basis van Veltman en Fernhout (2000) ‘Energieverbruik in Openbare Verlichting en Verkeersregelinstallaties’

https://publicaties.ecn.nl/PdfFetch.aspx?nr=ECN-C--00-025. Verbruik is gelijk aan het maandelijks energieverbruik van twee Nederlandse huishoudens

20

124775/21-016.823 | Plan in Hoofdlijnen d.d. 11 november 2021

tellingen van afzonderlijke dier- en plantensoorten waren geen onderdeel van het veldbezoek; wel zijn toevallige waarnemingen van soorten of verblijfplaatsen genoteerd. De bureaustudie en het veldonderzoek zijngedaan naar de volgende soorten: -

vleermuizen; grondgebonden zoogdieren;

-

vogels; amfibieën en reptielen;

-

vissen; vlinders, libellen en andere ongewervelden;

-

flora.

De resultaten van inventarisatie staan in Bijlage III Natuur. Hieronder volgt een korte samenvatting van soorten die wel zijn aangetroffen of mogelijk kunnen worden aangetroffen.

Tabel 2.2 Samenvatting bureaustudies en veldonderzoeken Soort

Bureaustudie

Veldbezoek

Vleermuizen

-

-

Laatvlieger 2 km ten oosten van het plangebied waargenomen in afgelopen vijf jaar

-

-

-

Grondgebonde n zoogdieren

-

-

-

Algemeen voorkomende soorten waargenomen in afgelopen vijf jaar: haas, konijn, vos, ree, rosse woelmuis en spitsmuis Minder algemene soorten waargenomen in afgelopen vijf jaar: boommarter, bunzing, das, eekhoorn, steenmarter en wild zwijn Het is aannemelijk dat ook andere algemene voorkomende soorten in het plangebied of de omgeving voorkomen: egel en veldmuis

-

-

-

Bomenrand langs het plangebied biedt potentie tot vlieg- en foerageergebied Potentiële verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen waargenomen in dak Danspaleis Dode boom ten noorden van Danspaleis biedt potentie voor verblijf van boombewonende vleermuissoorten Bomen langs bosrand kunnen geschikt zijn als vlieg- of foerageergebied; dit betreffen echter geen essentiële routes Hazen waargenomen in het bosperceel en de velden rond het plangebied Konijnenkeutels en muizenhol gevonden in bosperceel en velden rond plangebied Landschap vormt mogelijk leefgebied: egel, vos, ree en mol Uitwerpselen marterachtige gevonden in bosperceel Aangevreten beukennootjes gevonden in bosperceel: kan duiden op eekhoorn.

124775/21-016.823 | Plan in Hoofdlijnen d.d. 11 november 2021

21

Soort

Bureaustudie

Veldbezoek

Vogels

-

Er zijn geen (jaarrond) nesten van beschermde soorten aangetroffen in of rondom het plangebied In een straal van 3 km rondom het plangebied zijn waarnemingen bekend van broedvogelsoorten: bonte vliegenvanger, pimpelmees, boomkruiper, boompieper, zanglijster, merel en tjiftjaf In de omgeving van het plangebied zijn ook soorten waargenomen waarvan de nesten jaarrond zijn beschermd: boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, slechtvalk, tapuit, en zwarte mees.

-

In een straal van 3 km rondom het plangebied zijn waarnemingen bekend van: bastaardkikker, boomkikker, bruine kikker, gewone pad, kamsalamanders, kleine watersalamander, poelkikker, hazelworm en levendbarende hagedis

-

-

-

Amfibieën en reptielen

-

-

-

-

-

Huismussen waargenomen in de omgeving van het plangebied De omgeving van het plangebied is geschikt voor sperwer en kerkuil. Er zijn geen nesten gevonden, maar het is niet uit te sluiten dat deze in de directe nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Het plangebied kan daardoor onderdeel uitmaken van het leefgebied van deze soorten De omgeving van het plangebied is geschikt leefgebied voor overige broedvogels: koolmees, vink, groenling, pimpelmees, zwarte kraai, kauw en witte kwikstaart.

De bermen van het plangebied kunnen geschikt leefgebied vormen voor de hazelworm en levendbarende hagedis. De aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied is niet uit te sluiten. Buurserbeek is geschikt voortplantingswater voor algemeen voorkomende soort gewone pad Het bosperceel is mogelijk geschikte overwinterlocatie voor bruine kikker en gewone pad

Vissen

-

N.v.t.

-

N.v.t.

Vlinders, libellen en andere ongewervelde n

-

In een straal van 3 km rondom het plangebied zijn waarnemingen bekend van: kleine ijsvogelvlinder, gentiaanblauwtje, grote weerschijnvlinder, beekrombout, gevlekte witsnuitlibel en hoogveenglanslibel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12003519/1