CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1 (01-06-21) vastgesteld

Gemeenteraad 12 juli 2021, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1”35.766 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

76

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.4.2

Situatie in en bij het plangebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart Overijssel staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In de afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart weergegeven. Hierop zijn uitsluitend de locaties weergegeven waarbij sprake is of zal zijn van een verhoging van de personendichtheid en/of verplaatsing van een risicogevoelige functie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. De verschillende locaties zijn met blauwe sterren weergegeven.

Afbeelding 4.1

Uitsnede Risicokaart (Bron: Nederland.risicokaart.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dat de verschillende locaties van het plangebied: • zich niet bevinden binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); • zich niet bevinden binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; • niet zijn gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; • niet zijn gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Tot slot gaat voorliggende ontwikkeling niet uit van het realiseren van een risicovolle inrichting en/of risicobron.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

77

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 4.4.3

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

4.5

Milieuzonering

4.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 4.5.2

Gebiedstypen

Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Alle locaties van het plangebied zijn gelegen in het buitengebied, waarbij ter plaatse van de meeste locaties geen sprake is van een matige of sterke functiemenging. Daarom wordt in die gevallen uitgegaan van het omgevingstype “rustige woonwijk”. Ten aanzien van de locaties die zijn gelegen aan de Goorsestraat, de Eppenzolderveldweg 192-194, Eibergsestraat 258 en de Hazenweg 15a wordt opgemerkt dat hier sprake is van een zekere mate van functiemenging (wonen, agrarisch, bedrijvigheid e.d.).

Daarnaast liggen deze locatie nabij relatief drukke wegen (Goorsestaat, Hengelosestraat, N18 en/of Eibergsestraat). Gelet op het vorenstaande geldt ten aanzien

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

78

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld van deze locaties dat er sprake is van een verhoogde milieubelasting. Daarom wordt in deze gevallen uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

4.5.3

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Situatie plangebied

4.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

4.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Eibergsestraat 258 Ter plaatse van de Eibergsestraat 258 zijn de gronden voorzien van de bestemming ‘Horeca’. De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor horeca(bedrijven). Daarnaast is ter plaatse van de aanduiding ‘discotheek’ tevens een discotheek toegestaan. Hoewel ter plaatse van de Eibersestraat 258 wel een discotheek aanwezig is, is deze aanduiding abusievelijk niet opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1”. In het voorliggende bestemmingsplan wordt de juridisch-planologische situatie in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Hiermee zal op de verbeelding de aanduiding ‘discotheek’ opgenomen worden. Benadrukt wordt dat het bestemmingsvlak behorend bij de bestemming ‘Horeca’ niet wordt verlegd en/of uitgebreid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt getoetst of een discotheek ter plaatse leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening.

Een discotheek wordt op basis van de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’ aangemerkt als ‘Discotheken, muziekcafé’s’ (SBI-2008 563). Het gaat hierbij om milieucategorie 2 inrichtingen. Hiervoor geldt een grootste richtafstand van 10 meter voor het aspect geluid (uitgaande van het gebiedstype ‘gemengd gebied’). In een staal van 10 meter rondom het ter plaatse geldende bestemmingsvlak met de bestemming ‘Horeca’, zijn geen milieugevoelige functies aanwezig. Gelet op het vorenstaande is er ter plaatse van de omliggende milieugevoelige functies (bijv. woningen) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

79

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld Eppenzolderveldweg 192-194 Ter plaatse van de Eppenzolderveldweg 192-194 is uitsluitend sprake van het vastleggen van de maximaal toegestane oppervlakte aan bedrijfsgebouwen. Verder vinden er planologisch gezien geen wijzigingen plaats, waardoor er geen sprake is van (verdere) aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende milieugevoelige functies. Goorsestraat 249a Op deze locatie wordt de agrarische bedrijfsbestemming gewijzigd naar een woonbestemming met ondergeschikt een kleinschalig transportbedrijf. De functie wonen betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Daarnaast wijzigt de mate van milieugevoeligheid van de woning niet als gevolg van de omzetten van een bedrijfswoning naar een reguliere woning. Ten aanzien van het kleinschalige transportbedrijf wordt opgemerkt dat deze ondergeschikt is aan de woonfunctie. Het transportbedrijf is dermate kleinschalig dat deze goed kan plaatsvinden nabij milieugevoelige functies. Tot slot dient opgemerkt te worden dat ter plaatse de planologische mogelijkheden om een agrarisch bedrijf te exploiteren komen te vervallen. Het vorenstaande resulteert planologisch gezien in een vermindering van de milieubelasting op de omgeving.

Gelet op het vorenstaande is er ter plaatse van de omliggende milieugevoelige functies (bijv. woningen) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Goorsestraat 253 en Ellenbroekweg 20 Aan de Goorsestraat 253 worden naast de agrarische bedrijfsfunctie twee niet-agrarische bedrijven toegestaan. Het gaat hierbij om een timmer-, afbouw- en interieurbedrijf en het kleinschalige draai- en freesbedrijf. Beide bedrijven kunnen op basis van de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’ het best worden vergeleken met de functie ‘bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m2’. Het gaat hierbij om een milieucategorie 3.1 inrichting met een grootste richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid (uitgaande van het gebiedstype ‘gemengd gebied’). De afstand tussen de meest nabij gelegen woonbestemming Goorsestraat 255 en de schuren waar de bedrijfsfuncties zullen plaatsvinden bedraagt ten minste 50 meter. Hiermee wordt aan de grootste richtafstand voldaan en is er geen sprake van onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Ter plaatse van de Ellenbroekweg 20 is uitsluitend sprake van het slopen van schuren. De agrarische bedrijfsbestemming blijft gehandhaafd en komt als gevolg van het voorliggende bestemmingsplan niet dichter op omliggende milieugevoelige functies te liggen.

Hierdoor is er geen sprake van (verdere) aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende milieugevoelige functies. Hazenweg 15a Ter plaatse van de Hazenweg 15a bestaat het voornemen om een kleinschalig kampeerterrein te realiseren voor maximaal 25 kampeermiddelen. Op basis van de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’ kan een kampeerterrein het beste worden vergeleken met de functie ‘Kampeerterreinen, vakantiecentra e.d., met keuken’. Voor deze functie geldt een grootste richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid (uitgaande van het gebiedstype ‘gemengd gebied’). Op een afstand van circa 29 meter ten oosten van het beoogde kleinschalige kampeerterrein is het agrarische bedrijfsperceel Oude Boekeloseweg 121 aanwezig. Hierdoor wordt strikt genomen niet voldaan aan de richtafstand van 30 meter. Echter gaat de VNG-publicatie uit van een gemiddeld modern volwaardige inrichting. In dit geval gaat het om een (zeer) kleinschalig kampeerterrein waarbij de milieubelasting aanzienlijk minder is. Daarnaast bedraagt de feitelijke afstand tussen het kleinschalige kampeerterrein en de bedrijfswoning aan de Oude Boekeloseweg 121 circa 60 meter. Gelet op het vorenstaande is er ter plaatse van de omliggende milieugevoelige functies sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

80

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld Leemdijk 29, Zoomweg 11, Goorsestraat 154 en Weideweg 5 Ten aanzien van de ontwikkelingen aan de Leemdijk 29 (verleggen woonbestemming), Zoomweg 11 (verplaatsen woning en toevoegen compensatiewoning) en Weideweg 5 (woonerf waar uitsluitend schuren worden gesloopt) wordt opgemerkt dat de functie wonen geen milieubelastende functie voor de omgeving betreft. Er is hiermee geen sprake van enige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving. Ter plaatse van de Goorsestraat 154 is uitsluitend sprake van het slopen van schuren waarbij de planologisch mogelijkheden om ter plaatse een intensieve veehouderij te exploiteren worden opgeheven. Hierdoor kan er vanuit worden gegaan dat planologisch gezien de milieusituatie ter plaatse verbeterd. Het vorenstaande resulteert planologisch gezien in een verbetering van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woonpercelen. Marktvelderweg 14 Ter plaatse van de Marktvelderweg 14 worden vijf boerderijappartementen en een kleinschalig kampeerterrein met maximaal 25 standplaatsen mogelijk gemaakt. Ter plaatse blijven de bestaande agrarische activiteiten behouden.

Op basis van de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’ kan een kleinschalig kampeerterrein het beste worden vergeleken met de functie ‘Kampeerterreinen, vakantiecentra e.d., met keuken’. Voor deze functie geldt een grootste richtafstand van 50 meter voor het aspect geluid. De boerderijappartementen kunnen op basis van de VNG-publicatie het best worden vergeleken met de functie ‘hotels en pensions met keuken’. Voor deze functie geldt een grootste richtafstand van 10 meter voor de aspecten geur, geluid en gevaar. In een straal van 50 meter rondom het perceel zijn geen milieugevolgen functies aanwezig. Gelet op het vorenstaande is er geen sprake van aantasting van het woon- en leefklimaat van milieugevoelige objecten in de omgeving. Perceel Haaksbergen, sectie R, nummer 702 Ter plaatse van dit perceel is sprake van een ondergeschikte planologische wijziging waarbij conform het feitelijke gebruik, de bestemming ‘Natuur’ wordt omgezet naar de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’. Het vorenstaande resulteert niet in een aantasting van het woon- en leefklimaat van milieugevoelige objecten in de omgeving. Wissinkbrinkweg 58 De functie wonen betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Er is hiermee geen sprake van enige aantasting van het woon- en leefklimaat van milieugevoelige objecten in de omgeving.

Oude Boekeloseweg 112 Ter plaatse is en blijft een intensieve veehouderij toegestaan. In het voorliggende geval is sprake van een varkens- en pluimveehouderij. Op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ wordt het bedrijf aangemerkt als ‘Fokken en houden van varkens’ en ‘Fokken en houden van pluimvee - opfokkippen en mestkuiken’. De richtafstanden voor de hiervoor genoemde bedrijven komen met elkaar overeen en bedragen 200 meter voor het aspect geur, 30 meter voor het aspect stof, 50 meter voor het aspect geluid en 0 meter voor het aspect gevaar. Ten aanzien van de richtafstand voor het aspect geur wordt opgemerkt dat bij veehouderijen niet de adviesafstanden maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunningplichtige veebedrijven bepalend zijn. Hier wordt in paragraaf 4.6 nader op ingegaan. Indien het aspect geur buiten beschouwing wordt gelaten geldt een grootste richtafstand van 50 meter voor het aspect geluid. Het dichtstbijzijnde milieugevoelige object betreft een woning aan de Oude Boekeloseweg 119. Deze woning is gelegen op een afstand van circa 160 meter van het agrarisch bedrijfsperceel. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de aan te houden richtafstanden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

81

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld Het vorenstaande resulteert niet in een aantasting van het woon- en leefklimaat van milieugevoelige objecten in de omgeving. Hegeveldweg 10 De functie wonen betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Er is hiermee geen sprake van enige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving. 4.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Omgekeerd gaat het om de vraag of bestaande functies in de omgeving belemmerd worden in de bedrijfsvoering door de nieuwe milieugevoelige functies. Eibergsestraat 258 Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in het toevoegen van milieugevoelige functies op deze locatie. Een nadere toetsing wordt niet noodzakelijk geacht. Eppenzolderveldweg 192-194 Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in het toevoegen van milieugevoelige functies op deze locatie. Een nadere toetsing wordt niet noodzakelijk geacht. Goorsestraat 249a Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in het toevoegen van milieugevoelige functies op deze locatie. Wel wordt de aanwezige agrarische bestemming gewijzigd in een woonbestemming. Ten oosten van deze locatie is een agrarisch bedrijfsperceel aanwezig.

Op basis van het “bestemmingsplan Buitengebied” is hier een grondgebonden veehouderij toegestaan. Voor veehouderijen geldt de grootste richtafstand veelal voor het aspect geur. Ten aanzien van de richtafstand voor het aspect geur wordt opgemerkt dat bij veehouderijen niet de adviesafstanden maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunningplichtige veebedrijven bepalend zijn. Hier wordt in paragraaf 4.6 nader op ingegaan. Indien het aspect geur buiten beschouwing wordt gelaten, geldt een grootste richtafstand van 10 meter voor stof en geluid (uitgaande van het gebiedstype ‘gemengd gebied’). Wanneer wordt gemeten tussen de bestemmingsvlakken bedraagt de afstand circa 27 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de woning aan de Goorsestraat 249a sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast worden omliggende (agrarische) bedrijven niet onevenredig belemmerd in de ontwikkelmogelijkheden aangezien de woning ten opzichte van het geldende bestemmingsplan niet dichter op de omliggende agrarische bedrijfsbestemming gebouwd mag worden. Goorsestraat 253 en Ellenbroekweg 20 Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in het toevoegen van milieugevoelige functies op deze locaties. Een nadere toetsing wordt niet noodzakelijk geacht.

Hazenweg 15a Ter plaatse van de Hazenweg 15a wordt een kleinschalig kampeerterrein toegestaan. Het kampeerterrein betreft geen milieugevoelige functie die beschermd dient te worden tegen milieuhinder vanuit omliggende bedrijvigheid. Het gaat namelijk om een kampeerterrein waar uitsluitend tenten, tentwagens, kampeerauto’s, caravans (niet zijnde stacaravan) of gelijksoortige niet permanente kampeermiddelen zijn toegestaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

82

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld Leemdijk 29, Zoomweg 11, Goorsestraat 154 en Weideweg 5 Ter plaatse van de locaties Leemdijk 29, Goorsestraat 154 en Weideweg 5 is geen sprake van het toevoegen van milieugevoelige functies. Daarbij wordt tevens opgemerkt dat als gevolg van het verleggen van de woonbestemming behorend bij het woonperceel Leemdijk 29 er geen sprake is van (verdere) belemmering van de bedrijfsvoering behorend bij de in de omgeving voorkomende functies. Dit omdat woonpercelen van derden reeds dichter op de omliggende milieubelastende functies liggen en daardoor maatgevend zijn. In de nabijheid van de te verplaatsen woning Zoomweg 11 en de compensatiewoning is uitsluitend een begraafplaats aanwezig (Zoomweg 8). Een begraafplaats betreft een milieucategorie 1 inrichting. Hiervoor geldt een grootste richtafstand van 10 meter voor het aspect geluid. De beoogde woningen liggen op ten minste 25 meter van de begraafplaats, waarmee wordt voldaan aan de richtafstand. Het voornemen vormt daarmee geen belemmering voor de bedrijfsvoering en ontwikkelmogelijkheden ter plaatse van de begraafplaats. Daarnaast is ter plaatse van de beoogde woningen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Marktvelderweg 14 Ter plaatse van de Marktvelderweg 14 worden vijf boerderijappartementen en een kleinschalig kampeerterrein met maximaal 25 standplaatsen mogelijk gemaakt. Ter plaatse blijven de bestaande agrarische activiteiten behouden. Het kampeerterrein betreft geen milieugevoelige functie die beschermd dient te worden tegen milieuhinder vanuit omliggende bedrijvigheid. Het gaat namelijk om een kampeerterrein waar uitsluitend tenten, tentwagens, kampeerauto’s, caravans (niet zijnde stacaravan) of gelijksoortige niet permanente kampeermiddelen zijn toegestaan. Ten aanzien van de vijf boerderijappartementen wordt opgemerkt dat er in de omgeving agrarische bedrijfsbestemmingen voorkomen waar intensieve veehouderijen zijn toegestaan. Het gaat om de agrarische bedrijfspercelen aan de Weenkweg 13 en Veenhutweg 1 te Rietmolen. Op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ wordt een intensieve veehouderij aangemerkt als een milieucategorie 4.1 bedrijf, met een grootste richtafstand voor het aspect geur. Ten aanzien van de richtafstand voor het aspect geur wordt opgemerkt dat bij veehouderijen niet de adviesafstanden maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunningplichtige veebedrijven bepalend zijn. Hier wordt in paragraaf 4.6 nader op ingegaan.

Indien het aspect geur buiten beschouwing wordt gelaten geldt een grootste richtafstand van 50 meter voor het aspect geluid. Beide agrarische bedrijfspercelen liggen op ten minste 280 meter van de locatie Marktvelderweg 14. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de aan te houden richtafstanden. Gelet op het vorenstaande is ter plaatse van de boerderijappartementen sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. De (agrarische) bedrijfspercelen worden daarnaast niet (verder) in de bedrijfsvoering belemmerd. Perceel Haaksbergen, sectie R, nummer 702 Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in het toevoegen van milieugevoelige functies op deze locatie. Een nadere toetsing wordt niet noodzakelijk geacht. Wissinkbrinkweg 58 Ter plaatse van de Wissinkbrinkweg 58 bestaat het voornemen om de bestaande bedrijfswoning om te vormen tot een reguliere woning. Daarnaast wordt, in ruil voor het slopen van landschapsontsierende gebouwen, een extra woning toegestaan. Ter plaatse van de bestaande om te vormen (bedrijfs)woning wordt opgemerkt dat hier uitsluitend sprake is van een bestemmingswijziging, de functie ‘wonen’ wijzigt niet. Vanuit mag worden gegaan dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Omliggende (agrarische) bedrijven worden niet (verder) in hun bedrijfsvoering belemmerd, aangezien de huidige woning reeds maatgevend is en de toetsingsnormen niet wijzigen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

83

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld Hierna wordt voor de compensatiewoning toegelicht welke milieubelastende functies zich in de omgeving van de locatie bevinden. Opgemerkt wordt dat voor veehouderijen, op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’, de grootste richtafstand veelal voor het aspect geur geldt. Bij veehouderijen zijn echter niet de richtafstanden, maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunningsplichtige veebedrijven bepalend. In deze paragraaf zullen de richtafstanden bij veehouderijen voor wat betreft het aspect geur buiten beschouwing blijven, maar worden wel de overige milieuaspecten behandeld. In paragraaf 4.6 wordt nader ingegaan op het aspect geur. Adres Wissinkbrinkweg 57 Schoolkaterdijk 27

Functie Intensieve veehouderij Intensieve veehouderij

Milieucategorie 4.1 4.1

Grootste richtafstand 50 meter (met uitzondering van geur) 50 meter (met uitzondering van geur)

Feitelijke afstand 50 meter 260 meter

De genoemde afstanden zijn gemeten tussen de beoogde bouwlocatie van de compensatiewoning en de agrarische bedrijfspercelen van de genoemde bedrijven. Op basis van vorenstaande tabel kan geconcludeerd dat ter plaatse van de compensatiewoning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te verwachten is. Andersom worden omliggende milieubelastende functies niet belemmerd in hun bedrijfsvoering. Oude Boekeloseweg 112 Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in het toevoegen van milieugevoelige functies op deze locatie. Een nadere toetsing wordt niet noodzakelijk geacht. Hegeveldweg 10 Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in het toevoegen van milieugevoelige functies op deze locatie. Een nadere toetsing wordt niet noodzakelijk geacht. 4.5.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.6

Geur

4.6.1

Wet geurhinder en veehouderij & Activiteitenbesluit

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odeur units per kubieke meter lucht. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

84

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld Op basis van artikel 3, lid 2 van de Wet geurhinder en veehouderij worden voor bedrijfswoningen van andere agrarische bedrijven en voormalige bedrijfswoningen (beëindiging agrarisch bedrijf na 19 maart 2000), tevens de voorgenoemde vaste afstanden gehanteerd. Verder is op basis van artikel 14, lid 2 van de Wet geurhinder en veehouderij bepaald dat voor woningen die op af na 19 maart 2000 zijn gebouwd: • • •

op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij, in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij, en in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van een veehouderij,

tevens de voorgenoemde vaste afstanden worden gehanteerd. Hieronder vallen bijvoorbeeld compensatiewoningen die in het kader van Rood voor Rood-beleid of gelijksoortig beleid mogelijk worden gemaakt. 4.6.2

Situatie plangebied

Eppenzolderveldweg 192-194 Ter plaatse van de Eppenzolderveldweg 192-194 wordt uitsluitend de maximaal toegestane oppervlakte aan bedrijfsgebouwen vastgelegd. Voor het overige wordt als gevolg van het voorliggende bestemmingsplan de agrarische bedrijfsbestemming ter plaatse niet gewijzigd, waardoor verdere toetsing aan de Wgv niet noodzakelijk wordt geacht. Goorsestraat 249a Ter plaatse van de Goorsestraat 249a wordt de agrarische bedrijfsbestemming gewijzigd in een woonbestemming waarbij een kleinschalig transportbedrijf wordt toegestaan. De Goorsestraat 249 betreft het dichtstbijzijnde agrarische bedrijfsperceel waar ingevolge het “bestemmingsplan Buitengebied” een grondgebonden veehouderij is toegestaan. De afstand tussen de beide bestemmingsvlakken bedraagt circa 27 meter. Echter bedraagt de feitelijke afstand tussen de bestaande woning en dichtstbijzijnde stal circa 62 meter. Hiermee wordt voldaan aan de vaste afstand van 50 meter. Goorsestraat 253 en Ellenbroekweg 20 Op beide locaties blijven de agrarische bedrijfsbestemmingen behouden. De agrarische bedrijfsbestemmingen worden als gevolg van het voorliggende bestemmingsplan niet gewijzigd. Verdere toetsing aan de Wgv wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Hazenweg 15 Bij de locatie aan de Hazenweg 15 wordt een kleinschalig kampeerterrein voor niet meer dan 25 kampeermiddelen toegestaan.

Het is van belang om te bepalen of het kampeerterrein wordt aangemerkt als een geurgevoelig object in het kader van de Wgv. Ingevolgde artikel 1 van de Wgv is een geurgevoelig object een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik wordt gebruikt. In het voorliggende bestemmingsplan wordt onder een kampeermiddel verstaan: een tent, tentwagen, een kampeerauto of een caravan, niet zijnde een stacaravan of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor ingevolge artikel 40 van de Woningwet een omgevingsvergunning voor bouwen is vereist, één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Gelet op het vorenstaande zijn de toegestane kampeermiddelen niet aan te merken als een gebouw, waardoor het kampeerterrein niet wordt aangemerkt als een geurgevoelig object in het kader van de Wgv. Een nadere toetsing aan de Wgv wordt in dit geval dan ook niet noodzakelijk geacht.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

85

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld Leemdijk 29, Zoomweg 11, Goorsestraat 154 en Weideweg 5 In de nabijheid van de locaties Leemdijk 29, Zoomweg 11 (incl. compensatiekavel) en de Weideweg 5 zijn geen veehouderijen aanwezig. Daarbij wordt opgemerkt dat ter plaatse van de Leemdijk 29 en Weideweg 5 geen sprake is van het toevoegen van geurgevoelige functies. Ter plaatse van de Goorsestraat 154 is uitsluitend sprake van het slopen van landschapsontsierende gebouwen en het opheffen van de intensieve tak van de daar aanwezige veehouderij. Ook hier wordt geen nieuwe geurgevoelige functie toegevoegd. Marktvelderweg 14 Aan de Marktvelderweg 14 wordt naast de aanwezige (intensieve) veehouderij een kleinschalig kampeerterrein met maximaal 25 kampeermiddelen en vijf boerderijappartementen toegestaan. Zoals reeds aangegeven bij de locatie Hazenweg 15 betreft het kampeerterrein geen geurgevoelig object. De boerderijappartementen worden wel aangemerkt als milieugevoelig object. De meest nabijgelegen veehouderijen liggen op te minste 230 meter afstand van deze locatie. Gelet op de grote afstand kan er vanuit worden gegaan dat er plaatse van de boerderijappartementen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Tot slot wordt opgemerkt dat de boerderijappartementen niet beschermd zijn tegen de geurbelasting afkomstig van het agrarisch bedrijf Martkvelderweg 14 zelf, dit omdat de boerderijappartementen onderdeel uitmaken van deze inrichting (nevenfunctie bij het agrarisch bedrijf). Wissinkbrinkweg 58 Ter plaatse van de locatie aan de Wissinkbrinkweg 58 wordt een nieuwe woning toegevoegd. Tevens wordt de bestaande (bedrijfs)woning herbestemd tot een ‘reguliere’ woning. In de omgeving van deze locatie zijn een aantal veehouderijen aanwezig. Het gaat hierbij om de intensieve veehouderij aan de Wissinkbrinkweg 55-57 en de Schoolkaterdijk 27. Gelet op artikel 3 lid 2 en artikel 14 lid 2 van de Wgv dient in dit geval getoetst te worden aan de vaste afstand van 50 meter. De veehouderij aan de Schoolkaterdijk 27 ligt op circa 210 meter afstand. Hier wordt dus ruimschoots voldaan aan de vaste afstand van 50 meter. De afstand van de compensatiewoning tot aan de veehouderij aan de Wissinkbrinkweg 55-57 bedraagt ten minste 50 meter. De afstand tussen de bestaande (bedrijfs)woning en het dichtstbij gelegen emissiepunt van de veehouderij aan de Wissinkbrinkweg 55-57 bedraagt 42 meter. Hiermee wordt strikt formeel niet voldaan aan de vaste afstand van 50 meter. Echter gaat het hier om een historisch gegroeide situatie.

Daarnaast gelden dezelfde toetsingsnormen voor bedrijfswoningen en omgezette bedrijfswoningen (naar reguliere woningen). Verder doet de betreffende veehouderij mee aan de stoppersregeling en valt hiermee onder het gedoogbeleid van het Besluit huisvesting. Tot 2020 kan hier gebruik van worden gemaakt en daarna dienen de stallen buiten gebruik worden gesteld voor het houden van vleesvarkens of worden aangepast aan het Besluit huisvesting. De overige stallen liggen allen op meer dan 50 meter van de bestaande (bedrijfs)woning aan de Wissinkbrinkweg 58 en voldoen hiermee aan de vaste afstand van 50 meter. Het toekennen van een woonbestemming ter plaatse van de Wissinkbrinkweg 58 brengt geen verdere beperkingen met zich mee voor de bedrijfsvoering van de veehouderij aan de Wissinkbrinkweg 55-57. Daarnaast zal ten gevolge van de ontwikkelingen op het agrarisch erf het woon- en leefklimaat op termijn verbeteren. Oude Boekeloseweg 112 Op deze locatie blijft de agrarische bedrijfsbestemming behouden. Het bijbehorende bestemmingsvlak wordt als gevolg van het voorliggende bestemmingsplan niet gewijzigd. Verdere toetsing aan de Wgv wordt daarom niet noodzakelijk geacht. 4.6.3

Conclusie

Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoering van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

86

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld

4.7

Ecologie

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 4.7.1

Gebiedsbescherming

4.7.1.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Ten aanzien van de locaties Eibergsestraat 258, Eppenzolderveldweg 192-194, perceel Haaksbergen sectie R nummer 702 en Hegeveldweg 10 vinden geen fysieke ontwikkelingen plaats. Het gaat hier uitsluitend om (ondergeschikte) planologische wijzigingen/reparaties. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Voor de overige locaties is in onderstaande tabel de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Buurserzand & Haaksbergerveen’ weergegeven. Locatie Goorsestraat 249a Goorsestraat 253 Ellenbroekweg 20 Hazenweg 15a Leemdijk 29 en Zoomweg 11 Goorsestraat 154 Weideweg 5 Marktvelderweg 14 Wissinkbrinkweg 58 Oude Boekeloseweg 112

Afstand 6,6 km 6,9 km 7,0 km 2,2 km 0,3 km 6,1 km 5,2 km 7,4 km 3,2 km 1,9 km

Ten aanzien van de Goorserstraat 249a, Goorsestraat 253, Ellenbroeksweg 20, Hazenweg 15a, Goorsestraat 154, Weideweg 5, Marktvelderweg 14 en Oude Boekeloseweg 112 wordt opgemerkt dat gelet op de aard en omvang van de ontwikkelingen per locatie en de afstand tot het Natura 2000-gebied geconcludeerd wordt dat er geen sprake zal zijn van significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Leemdijk 29 en Zoomweg 11 Ten behoeve van de ontwikkeling aan de Zoomweg, in combinatie met de slooplocaties Goorsestraat 154 en Weideweg 11 is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 6. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten. Het stikstofonderzoek bestaat uit twee delen, namelijk een stikstofberekening voor de aanlegfase en een stikstofberekening voor de gebruiksfase. Voor de gebruiksfase is er geen sprake van rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/j. Ten aanzien van de aanlegfase is sprake van een stikstofdepositie van ten hoogste 0,05 mol/ha/j. Doordat in de aanlegfase sprake is van een tijdelijke stikstofdepositie die gelijk is aan 0,05 mol/ha/j voor een periode korter dan twee jaar, geldt landelijk de lijn dat deze geringe en tijdelijke depositie op voorhand niet leidt tot significante negatieve effecten voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Het

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

87

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld vorenstaande betekent in dit geval dat de geringe stikstofdepositie niet leidt tot een vergunningsplicht voor het aspect stikstof1. Geconcludeerd wordt dat negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling op Natura 2000gebieden zijn uitgesloten. Wissinkbrinkweg 58 Ten behoeve van de ontwikkeling aan de Wissinkbrinkweg 58 is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 7. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten. Het stikstofonderzoek bestaat uit twee delen, namelijk een stikstofberekening voor de aanlegfase en een stikstofberekening voor de gebruiksfase. Voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase is er geen sprake van rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/j. Er is hiermee in beide gevallen geen sprake van een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling op Natura 2000gebieden zijn dan ook uitgesloten. 4.7.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'-principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.

Nagenoeg alle locaties binnen het plangebied liggen buiten het concreet begrensde NNN. Uitsluitend de locatie Hegeveldweg 10 ligt gedeeltelijk binnen het NNN. In dit geval is echter uitsluitend sprake van een planologische reparatie, waar bij de juridisch-planologische situatie (weer) in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie. In voorliggend geval gaat het om het toekennen van een woonbestemming die abusievelijk is wegbestemd in het bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1”. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkelingen en het feit dat het NNN in provincie Overijssel geen schaduwwerking kent, is er geen sprake van aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. 4.7.2

Soortenbescherming

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. Ten aanzien van de Eibersestraat 258, Eppenzolderveldweg 192-194, Goorsestraat 249a, Goorsestraat 253, Ellenbroekweg 20 (bebouwing is reeds gesloopt), perceel Haaksbergen sectie R nummer 708, Oude Boekeloseweg 112 en Hegeveldweg 10 wordt opgemerkt dat hier in beginsel geen fysieke ontwikkelingen plaatsvinden waarbij bebouwing wordt gebouwd of gesloopt. Ook is er in beginsel geen sprake van het rooien en/of kappen van beplanten/bomen. Gelet op het vorenstaande wordt het uitvoeren van een ecologische quickscan niet noodzakelijk geacht. Hazenweg 15a Er vinden hier in beginsel geen fysieke ontwikkelingen plaats waarbij bebouwing wordt gebouwd of gesloopt. Ook is er in beginsel geen sprake van het rooien en/of kappen van beplanten/bomen. De standplaatsen behorend bij het beoogde kleinschalige kampeerterrein worden gerealiseerd op onbebouwde agrarische cultuurgrond. Gelet op het huidige gebruik van de gronden en het intensieve onderhoud hiervan wordt de locatie ongeschikt geacht voor beschermde flora en fauna. Het is om voorgenoemde redenen niet te verwachten dat de ontwikkeling negatieve effecten zou kunnen hebben op flora en fauna die de wet beoogd te beschermen.

Het uitvoeren van een quickscan ter plaatse

1

https://www.bij12.nl/onderwerpen/stikstof-en-natura2000/veelgestelde-vragen/ → Vergunningen vraag 10

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

88

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Overigens wordt benadrukt dat rekening wordt gehouden met de in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming opgenomen zorgplichtbepaling. Leemdijk 29, Zoomweg 11, Goorsestraat 154 en Weideweg 5 In dit geval is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 8. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste bevindingen en conclusies. De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Het betreft soorten als ree, haas, konijn en diverse algemene muizensoorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, of nesten van vogels wegnemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Mits rekening gehouden wordt met de voorgenoemde maatregelen en werkwijze is geen overtreding van de natuurwetten en natuurbeleid aan de orde. Vanuit de eisen van de natuurbescherming is het plan derhalve uitvoerbaar. Marktvelderweg 14 Er vinden hier in beginsel geen fysieke ontwikkelingen plaats waarbij bebouwing wordt gebouwd of gesloopt. Er zijn mogelijk uitsluitend inpandig werkzaamheden benodigd. Ook is er in beginsel geen sprake van het rooien en/of kappen van beplanten/bomen. De standplaatsen behorend bij het beoogde kleinschalige kampeerterrein worden gerealiseerd op onbebouwde agrarische cultuurgrond. Gelet op het huidige gebruik van de gronden en het intensieve onderhoud hiervan wordt de locatie ongeschikt geacht voor beschermde flora en fauna. Het is om voorgenoemde redenen niet te verwachten dat de ontwikkeling negatieve effecten zou kunnen hebben op flora en fauna die de wet beoogd te beschermen. Het uitvoeren van een quickscan ter plaatse wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Overigens wordt benadrukt dat rekening wordt gehouden met de in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming opgenomen zorgplichtbepaling. Wissinkbrinkweg 58 In dit geval is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 9.

Uit de quickscan blijkt dat het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten niet leidt tot wettelijke consequenties in het kader van wet- en regelgeving voor de bescherming van soorten. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden. In het kader van de zorgplicht worden geen specifieke maatregelen voorgesteld. 4.7.3

Conclusie

De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.

4.8

Archeologie & Cultuurhistorie

4.8.1

Archeologie

4.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

89

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.8.1.2 Situatie plangebied De gemeente Haaksbergen heeft het archeologische beleid vertaald in het bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1”. Ter plaatse van de locaties binnen het plangebied gelden de volgende archeologische dubbelbestemmingen; Archeologische dubbelbestemming Waarde – Hoge archeologische verwachting Waarde – Middelmatige archeologische verwachting Waarde – Lage archeologische verwachting

Archeologische onderzoeksplicht bij ingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 40 centimeter ingrepen groter dan 5.000 m2 en dieper dan 40 centimeter ingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 40 centimeter

In paragraaf 1.4 is reeds aangegeven welke archeologische dubbelbestemming(en) er per locatie geldt/gelden. Bij geen enkele locatie vinden er (nieuwe) bodemingrepen plaats waarbij de grens voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek wordt overschreden. Gelet op het vorenstaande wordt het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. Ter bescherming van eventuele archeologische waarden wordt in het voorliggende bestemmingsplan alle geldende archeologische dubbelbestemmingen overgenomen. 4.8.2

Cultuurhistorie

4.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 4.8.2.2 Situatie plangebied Binnen het plangebied bevinden zich geen cultuurhistorisch waardevolle elementen en/of cultuurhistorisch waardevolle elementen waar de voorgenomen ontwikkelingen effect op hebben. Het aspect cultuurhistorie vormt daarmee geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.8.3

Conclusie

De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.

4.9

Besluit milieueffectrapportage

4.9.1

Algemeen

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

90

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld •

•

•

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r., is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 4.9.2

Situatie plangebied

4.9.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Zoals aangegeven in paragraaf 4.7.1.1 is er geen sprake van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-2000 gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk. 4.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake is van een m.e.r-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.’ Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit de D-lijst kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Indien hierbij de drempelwaarden uit de D-lijst voor deze activiteit (o.a. 2.000 woningen of meer) wordt vergeleken met de omvang van de in dit bestemmingsplan vervatte ontwikkelingen wordt geconcludeerd dat sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en activiteiten die vele malen kleinschaliger zijn.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

91

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de aan bod gekomen milieu- en omgevingsaspecten in dit hoofdstuk en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. 4.9.3

Conclusie

Dit plan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen belangrijk nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

92

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

WATERASPECTEN

5.1

Vigerend beleid

5.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 5.1.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 5.1.3

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 5.1.4

Waterschap Vechtstromen

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta, en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober 2015 het 'Waterbeheerplan 2016-2021' vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op het: • • • 5.1.5

voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties. Waterschap Rijn en IJssel

Waterschap Rijn en IJssel werkt hierbij vanuit het Waterbeheerplan 2016-2021 waarin het taakgebied, de doelen en de maatregelen die het waterschap t/m 2021 voor ogen heeft, staan beschreven. Een kompas voor de langere termijn biedt de Watervisie 2030. Beide documenten bieden een samenwerkingsagenda voor ieder die op het gebied van water een belang of betrokkenheid heeft.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

93

Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld Het waterbeleid van het waterschap is met name gericht op een duurzame aanpak van het waterbeheer: geen afwenteling, herstel van de veerkracht van het watersysteem, streven naar een meer natuurlijker waterbeheer, zoeken naar meer ruimte voor water, water toepassen als ordenend principe middels het gebruik van waterkansenkaarten en water langer vasthouden mede door flexibeler peilbeheer. Ook het streven naar een betere waterkwaliteit als onderdeel van duurzaamheid is een belangrijk speerpunt (tegengaan van lozingen, minder belasting van het water en het zoveel mogelijk tegengaan van diffuse verontreinigingen). De twee belangrijkste onderdelen van het waterplan worden gevormd door: • •

het tekort aan waterberging in het landelijk gebied; de inpassing van inrichtingsmaatregelen binnen de maatregelen voor de Kaderrichtlijn Water.

5.2

Waterparagraaf

5.2.1

Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21 e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.2.2

Watertoetsprocedure

In het kader van het voorliggende bestemmingsplan is uitsluitend ter plaatse van de onderstaande locaties een watertoets noodzakelijk en uitgevoerd: • • • •

Hazenweg 15a; Zoomweg 11 en zuidelijk gelegen perceel; Marktvelderweg 14; Wissinkbrinkweg 58.

Voor de overige locaties geldt dat de ontwikkelingen en/of planologische wijzigingen dusdanig kleinschalig zijn en/of geen impact hebben op de waterhuishouding, dat het uitvoeren van een watertoets niet noodzakelijk wordt geacht en er geen sprake is van een waterschapsbelang. Hazenweg 15a Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het voornemen door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies voor deze locatie. Het watertoetsresultaat is bijgevoegd in bijlage 10.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10349930/1