TOE Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1 (01-06-21) vastgesteld
Tekst van het document
zichtbaar en beleefbaar mooi landschap sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel continu en beleefbaar watersysteem
Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ Het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen hebben betrekking op functies die als passend binnen de daar aanwezige ontwikkelingsperspectieven kunnen worden beschouwd. Uit hoofdstuk 5 blijkt dat er geen sprake is van enige belemmeringen van het voornemen op omliggende (agrarische) bedrijven. Het voorgenomen plan past, gelet op de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en het toestaan van functies die als passend wordt aangemerkt, binnen de ontwikkelingsperspectieven. 3.2.3.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “stedelijke laag” en de “laag van de beleving” worden in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen specifieke eigenschappen voor deze lagen gelden. 1.
De ‘Natuurlijke laag’
Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Toetsing van het initiatief aan de ‘Natuurlijke laag’ De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkelingen hebben betrekking op gronden die reeds bebouwd zijn, in gebruik als erf of bedrijfsperceel en/of zijn ingericht ten behoeve van het agrarische gebruik. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig en redelijkerwijs ook niet meer te herstellen. De ontwikkelingen hebben geen negatieve effecten op het omliggende landschap en de landschappelijke kwaliteiten en structuren. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Natuurlijke laag'. 2.
De ‘Laag van het agrarische cultuurlandschap’
In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ Het initiatief omvat verscheidene ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente Haaksbergen. De ontwikkelingen waarbij sprake is van een ruimtelijke impact gaan gepaard met een adequate landschappelijke inpassing conform de gebiedskenmerken van het agrarische cultuurlandschap. Voor de wijze van landschappelijk inpassen wordt verwezen naar hoofdstuk 2. Geconcludeerd wordt dat het voornemen een aanzienlijk impuls van de ruimtelijke kwaliteit met zich mee brengt en bijdraagt aan het sociaal vitaal houden van het landelijk gebied.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 3.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkelingen in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en het in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie 2030 Haaksbergen, Groenste Dorp van Twente
3.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad van Haaksbergen heeft op 5 maart 2014 de ‘Structuurvisie 2030, Haaksbergen: Groenste dorp van Twente’ gewijzigd vastgesteld. De structuurvisie is een toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Haaksbergen voor de periode tot 2020 en geeft een doorkijk naar 2030. De visie geeft aan hoe de gemeente omgaat met de thema’s infrastructuur, platteland, economie, wonen en duurzaamheid. Er zijn voor de komende jaren negen ambities opgenomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Verbeteren van de relatie en verzachten van de overgangen tussen dorp en buitengebied. Een sfeervol groen centrum met de Markt als stralend middelpunt. Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied. Versterken van de cultuurhistorische kwaliteit van de dorpsstructuur. Benutten van de toeristische potentie van de samenhang tussen dorp en landschap. Versterken van de veelzijdigheid van de Haaksbergse economie. Verbreden van het aanbod aan woonmilieus. Op peil houden en concentreren van het voorzieningenniveau. Verduurzamen en beleefbaar maken van het watersysteem.
In voorliggend geval zijn met name de punten 1, 3 en 5 van belang. Op deze ambities zal in de volgende subparagraaf nader worden ingegaan. 3.3.1.2 Ambitie 1: Verbeteren van de relatie en verzachten van de overgangen tussen dorp en buitengebied De gemeente streeft naar zachte harmonieuze overgangen van dorp naar landschap. Dat is nu nog niet overal het geval. Daarom wil de gemeente harde dorpsranden verzachten door het aanbrengen van beplanting en groene overgangsmilieus met kleinschalige woningbouw of bedrijvigheid in een groene setting. Met de aanleg en herstel van lanen, beken en groenstructuren willen wij de landschappelijke sfeer naar binnen halen. Ook wil de gemeente het landschap zo goed mogelijk bereikbaar maken, door het verbeteren van fiets- en wandelverbindingen. 3.3.1.3 Ambitie 3: Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied Voor de kwaliteit van het buitengebied is een gezonde plattelandseconomie van groot belang. In het reconstructieplan zijn doelen geformuleerd om de ruimtelijke structuur van de landbouw te verbeteren voor de grondgebonden landbouw en intensieve veehouderij. Er wordt ruimte geboden voor schaalvergroting en intensivering van agrarische bedrijven in het landbouwontwikkelingsgebied (L.O.G.) bij Sint Isidorushoeve.
Het overige agrarische gebied is verwevingsgebied en extensiveringsgebied. Daar wordt verbreding van de plattelandseconomie naar recreatie en toerisme, kleinschalige bedrijvigheid en lokale energieproductie gestimuleerd. Dit sluit niet uit dat op plekken die daarvoor geschikt zijn, toch nog een mate van schaalvergroting kan plaatsvinden. In vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen bieden wij mogelijkheden voor andere dan agrarische activiteiten, en het benutten daarvan voor landelijke woonmilieus, voor zover dit in harmonie met de kwaliteiten van het buitengebied gebeurt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 3.3.1.4 Ambitie 5: Benutten van de toeristische potentie van de samenhang tussen dorp en landschap De toeristisch-recreatieve sector is in Haaksbergen een belangrijke bron voor de lokale economie en werkgelegenheid. De toeristisch recreatieve sector neemt steeds meer in betekenis toe, terwijl door de economische crisis het aantal arbeidsplaatsen in de bouwsector de afgelopen jaren behoorlijk is afgenomen. Ook de betekenis van de agrarische sector neemt in toenemende mate af. De toeristisch-recreatieve sector biedt dus perspectieven voor de lokale economie. 3.3.1.5 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie 2030 Haaksbergen, Groenste dorp van Twente In de structuurvisie is in de eerste ambitie bepaald dat er wordt gestreefd naar een harmonieuze overgang van dorp en landschap. Dit kan onder andere door het aanbrengen van kleinschalige woningbouw in een groene setting. Met voorliggend plan wordt hier op ingespeeld, aangezien één van de ontwikkelingen het realiseren van een compensatiewoning aan de Zoomweg (in de overgangszone tussen dorp en buitengebied) betreft. Deze ontwikkeling draagt bij aan het verzachten van de ‘harde’ dorpsrand, onder meer door de landschapsmaatregelen die worden getroffen.
In de structuurvisie wordt daarnaast aangegeven dat een gezonde plattelandseconomie van groot belang is. Dit bestemmingsplan voorziet in verscheidene Rood-voor-Rood en VAB-ontwikkelingen. De ontwikkelingen zorgen voor een versterking van de ruimtelijke kwaliteit, doordat op meerdere locaties landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt, bestaande bebouwing wordt opgeknapt en in gebruik wordt genomen. De ontwikkelingen waarbij sprake is van een ruimtelijke impact gaan daarnaast gepaard met een adequate landschappelijke inpassing. Deze ontwikkelingen dragen bij aan de ambitie voor een gezonde plattelandseconomie. Tevens voorziet dit plan in een versterking van de toeristisch-recreatieve sector aangezien er op twee locaties een kleinschalig kampeerterrein wordt toegestaan. Tevens worden op één locatie een aantal boerderijappartementen mogelijk gemaakt. Gezien vorenstaande kan worden gesteld dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen in overeenstemming zijn met de structuurvisie. 3.3.2
KGO Beleid 2016
3.3.2.1 Algemeen De gemeente Haaksbergen heeft in mei 2016 haar eigen KGO-beleid, ‘KGO-balansmodel gemeente Haaksbergen’ vastgesteld op basis van de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel. Het betreft een beleidskader waarmee elke ontwikkeling in het buitengebied van Haaksbergen op een eenduidige wijze beoordeeld kan worden en kan leiden tot een kwaliteitsverbetering op het gebied van ruimtelijke kwaliteit passend in de structuurvisie 2030. Bestaande gemeentelijke regelingen als Rood-voor-Rood en VAB (Vrijkomende Agrarische Bebouwing) blijven in stand, maar vallen wel onder paraplu van het KGO. Afbeelding 3.3 geeft het beleidskader schematisch weer.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Afbeelding 3.3
Schematische weergave KGO-beleid Haaksbergen
3.3.2.2 KGO-Balansmodel De gemeente Haaksbergen heeft een invulmodel ontwikkeld om de kwaliteitsinvestering te waarderen ten opzichte van de ontwikkelruimte. De hoogte van de investering hangt af van: • • • •
toename van m2 bebouwing; wijziging in milieucategorie; relatie met het landelijk gebied (gebiedseigen, gerelateerd of gebiedsvreemd); uitstraling van bebouwing (versterkend, passend of afwijkend).
3.3.2.3 Toetsing initiatief aan het KGO Beleid 2016 Voorliggend bestemmingsplan voorziet in verscheidene Rood voor Rood en VAB-ontwikkelingen. De investering in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving wordt gevonden in de sloop van een meervoud aan landschapsontsierende bebouwing en de landschappelijke inpassing. Hiertoe zijn landschapsplannen opgesteld, waarvan de uitvoering door middel van een voorwaardelijke verplichting in de bestemmingsregels is geborgd. Ook het slopen is door middel van een voorwaardelijke verplichting in de regels geborgd. Alle initiatieven zijn wenselijk in het buitengebied en de gemeente heeft voor elke ontwikkeling een positief principebesluit op genomen, welke de basis vormen voor dit bestemmingsplan. Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen in overeenstemming zijn met het KGO-beleid van de gemeente Haaksbergen. 3.3.3
Rood voor Rood beleid 2015
3.3.3.1 Algemeen Op 23 september 2015 heeft de gemeenteraad van Haaksbergen het Rood voor Rood beleid 2015 vastgesteld. Dit beleid heeft als doel het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van Haaksbergen. Dit wordt met name bereikt door het slopen van landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied. Als compensatie kan onder voorwaarden een nieuwe woning in het buitengebied worden gerealiseerd. De slooplocatie, alsmede de locatie van de nieuwe woning worden landschappelijk ingepast.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
62
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 3.3.3.2 Beleidskader •
• • •
Bij de sloop van minimaal 1.000 m² aan landschapsontsierende bebouwing kan een Rood voor Rood woning van 750 m³ met een bijgebouw van 150 m² worden gerealiseerd. Voor kassen geldt de sloop van minimaal 5.000 m². Bij de sloop van minimaal 1.500 m² aan landschapsontsierende bebouwing kan een woning van 1.000 m³ met een bijgebouw van 200 m² worden gerealiseerd. Bij de sloop van minimaal 2.500 m² landschapsontsierende bebouwing kan maximaal één extra woning van 750 m³ met een bijgebouw van 150 m² worden verkregen. Bij de sloop van minimaal 3.000 m² kunnen maximaal twee woningen van 1.000 m³ met een bijgebouw van 200 m² worden gerealiseerd.
3.3.3.3 Voorwaarden Sloop • •
• • • •
•
De te slopen vierkante meters zijn afkomstig uit de gemeente Haaksbergen. Alle bebouwing op het erf met uitzondering van de (bedrijfs)woning of karakteristieke, beeldbepalende en cultuurhistorische bebouwing maar inclusief alle verhardingen, sleufsilo’s en dergelijke dienen gesloopt te worden. De te slopen bebouwing dient met vergunning te zijn opgericht. Er kunnen meerdere locaties worden gecombineerd. De minimaal te slopen oppervlakte op één locatie is 300 m². Op de slooplocatie blijft maximaal 150 m² aan bijgebouwen gehandhaafd. Uitzondering hierop is wanneer er karakteristieke, beeldbepalende of cultuurhistorische bebouwing aanwezig is. De locatie wordt landschappelijk ingepast. Hiervoor dient een erfinrichtingsplan aangeleverd te worden dat door de gemeente wordt beoordeeld. Bij realisatie van het inrichtingsplan wordt een landschapsdeskundige ingeschakeld. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de gebiedskenmerken die zijn genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel. Eerdere verplichtingen tot sloop of erfinrichting kunnen niet in de regeling worden toegepast.
Bouwlocatie • •
• • •
• •
De toegekende kavel van maximaal 1.000 m² wordt op de slooplocatie of direct aangrenzende gronden gerealiseerd. Wanneer het vanuit ruimtelijk- of milieuoogpunt niet mogelijk is om op de slooplocatie terug te bouwen kan er worden gezocht naar een locatie in twee daartoe aangewezen gebieden, te weten de Wissinkbrink en de Veldmaat, tussen de huidige kern en de Noordsingel. Er wordt voldaan aan het beeldkwaliteitsplan Buitengebied Haaksbergen. Hiervoor wordt een schetsplan van de woning, ter beoordeling, aangeleverd voordat de procedure wordt opgestart. Omliggende bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. De bouwlocatie wordt landschappelijk ingepast. Hiervoor wordt een erfinrichtingsplan aangeleverd dat door de gemeente wordt beoordeeld. Bij realisatie van het inrichtingsplan wordt een landschapsdeskundige ingeschakeld. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de gebiedskenmerken die zijn genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel. In plaats van een woning kan er onder dezelfde voorwaarden een bedrijfsmatige activiteit worden gerealiseerd. Dit kan alleen wanneer het passend is binnen het vigerende beleid. In het LOG blijft een ‘’nee tenzij’’ principe gelden waarbij de nieuwe woning nu en in de toekomst geen belemmering mag zijn voor bestaande of nieuwe bedrijven.
Overig • •
De (agrarische) bedrijfsvoering dient volledig beëindigd te worden of beëindigd te zijn en alle omgevingsvergunningen ten behoeve van milieu of bouw worden ingetrokken. De landschappelijke inrichting met bijbehorend beheer wordt voor 10 jaar vastgelegd. Dit wordt geborgd in de te sluiten anterieure overeenkomst, alsmede het bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
63
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld •
Gemengde bedrijven in het extensiveringsgebied of verwevingsgebied, waarbij de intensieve veehouderijtak wordt beëindigd, kunnen voor dat onderdeel Rood voor Rood toepassen. De bouwmogelijkheden ten aanzien van het agrarische bedrijf worden zodanig ingeperkt dat de grondgebonden veehouderijtak behouden kan blijven maar in de toekomst niet kan uitbreiden.
Maatwerk In sommige gevallen kan maatwerk worden geleverd. Het kan voorkomen dat de beschreven beleidsregels niet voldoende ruimte bieden om een gewenste ontwikkeling, waarbij een milieutechnisch of ruimtelijk probleem wordt opgelost, mogelijk te maken. Betreffende gevallen waarbij de ontwikkeling wel gewenst is, worden vooraf middels een startnotitie (buiten vastgesteld beleidskader), ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. 3.3.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Rood voor Rood 2015 In dit geval is er sprake van drie ontwikkelingen in het kader van Rood voor Rood. Het gaat hierbij om de Zoomweg 11, Wissinkbrinkweg 58 en Goorsestraat 253. De drie ontwikkelingen zijn in overeenstemming met het Rood voor Rood beleid. Dit wordt hierna nader toegelicht: Zoomweg 11 Sloop In dit geval wordt aan de Zoomweg 11, Goorsestraat 154 en Weideweg 5 respectievelijk 330 m2, 243 m2 en 519 m2 gesloopt. In totaal is hiermee sprake van een sloopoppervlak van 1.092 m2, voldoende voor het verkrijgen van een compensatiekavel. Strikt formeel dient per locatie minimaal 300 m2 gesloopt worden. Hier wordt in geval van de Goorsestraat 154 niet aan voldaan. Echter is hier sprake van een aanzienlijke kwaliteitswinst, waardoor het sloopoppervlak van 243 m2 aanvaardbaar wordt geacht. Ter plaatse is namelijk sprake van een gemengd agrarisch bedrijf, gelegen in het verwevingsgebied.
In het kader van voorgenomen ontwikkeling wordt de intensieve tak wordt opgeheven. Het opheffen van de intensieve tak zorgt voor een aanzienlijk verbetering van de milieusituatie ter plaatse. Zoals aangegeven bedraagt het totale sloopoppervlak 1.092 m2. Hiermee wordt 92 m2 meer gesloopt dan noodzakelijk is (=1000 m2). Op basis van het onderdeel ‘Maatwerk’ is het mogelijk om de zogenaamde ‘extra’ meters te gebruiken voor het vergroten van een bijgebouw. Er is voor gekozen om ter plaatse van de compensatiewoning de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen op te hogen met 30 m 2 (1/3e van 90 m2) van 150 m2 naar 180 m2. Bouwlocatie De bouwlocatie betreft een kavel van 1.000 m2, gelegen ten zuiden van het woonperceel Zoomweg 11. Hier is op basis van het Rood-voor-Rood beleid een woning van 750 m3 met een bijgebouw van 150 m2 toegestaan. Zoals aangegeven wordt ter plaatse de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen verhoogt tot 180 m2. Er zal worden voldaan aan het beeldkwaliteitsplan. Het ontwerp van de nieuwe woning zal ter beoordeling aan de welstandscommissie worden voorgelegd. Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 gaat de ontwikkeling gepaard met de landschappelijke inpassing van het geheel (bouw- en slooplocaties). Omliggende bedrijven/inrichtingen worden niet beperkt, voor een verdere toelichting hierop wordt verwezen naar hoofdstuk 4.
Overig In dit geval zijn de locatie aan de Zoomweg 11 en Weideweg 5 reeds voorzien van een woonbestemming. Ter plaatse van de locatie aan de Goorsestraat 154 blijft sprake van een agrarische bedrijfsbestemming, wordt de intensieve tak van de aanwezige veehouderij opgeheven en de maximaal toegestane oppervlakte aan bedrijfsgebouwen beperkt tot hetgeen wat nu aanwezig is exclusief de te slopen bebouwing (= 243 m 2).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
64
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld Wissinkbrinkweg 58 Sloop In dit geval wordt er totaal 1.087 m2 aan bebouwing gesloopt aan de Wissinkbrinkweg 58. Het gaat om met vergunning gebouwde bebouwing die in gebruik is geweest ten behoeve van het voormalige agrarische bedrijf ter plaatse. Daarnaast bestaat het voornemen om bij de bestaande (bedrijfs)woning 230 m 2 aan schuren te behouden, te renoveren en in gebruik te nemen als bijgebouwen bij de bestaande (bedrijfs)woning. Dit wordt mogelijk gemaakt op basis van ‘maatwerk’. De voorgenomen ontwikkeling gaat namelijk gepaard met een aanzienlijke verbetering van de milieubelasting in de omgeving, dit in verband met het opheffen van het agrarisch bedrijf ter plaatse. Tot slot wordt het geheel landschappelijk ingepast. Bouwlocatie In dit geval wordt de compensatiekavel gesitueerd ter plaatse van het voormalige agrarische bedrijfsperceel Wissinkbrinkweg 58 (slooplocatie). De bouwlocatie betreft een kavel van 1.000 m2. Hier is op basis van het Rood-voor-Rood beleid een woning van 750 m3 met een bijgebouw van 150 m2 toegestaan. Er zal worden voldaan aan het beeldkwaliteitsplan. Het ontwerp van de nieuwe woning zal ter beoordeling aan de welstandscommissie worden voorgelegd.
Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 gaat de ontwikkeling gepaard met de landschappelijke inpassing van het geheel (bouw- en slooplocaties). Omliggende bedrijven/inrichtingen worden niet beperkt, voor een verdere toelichting hierop wordt verwezen naar hoofdstuk 4. Overig In dit geval wordt de agrarische bedrijfsbestemming aan de Wissinkbrinkweg 58 opgeheven. De voormalige bedrijfswoning wordt voorzien van een woonbestemming, evenals de compensatiewoning. Goorsestraat 253 Aan de Goorsestraat 253 is een agrarisch bedrijfsperceel aanwezig. Op het agrarische bedrijfsperceel zijn drie agrarische schuren en een bedrijfswoning aanwezig. Wegens bedrijfsveranderingen heeft initiatiefnemer zich gericht op andere vakgebieden. De meest zuidelijk gelegen schuur met een oppervlakte van circa 450 m 2 is in gebruik genomen als timmer-, afbouw- en interieurbedrijf. Dit is in strijd met het geldende “bestemmingsplan Buitengebied”. De wens is om de juridisch planologische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. Besloten is om een compensatiemaatregel te leveren, waarbij minimaal 900 m2 aan landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied van Haaksbergen wordt gesloopt. Dit is in overeenstemming met het gemeentelijke Rood voor Rood-regeling van de gemeente Haaksbergen. De slooplocatie is gevonden aan de Ellenbroekweg 20.
Hier is een agrarisch bedrijfsperceel aanwezig waarbij twee schuren en een silo niet meer in gebruik zijn en ook niet meer in gebruik zullen worden genomen. Het gaat om bebouwing dat al enige tijd leeg staat en als landschapsontsierend zijn aan te merken. De gezamenlijke oppervlakte van de twee schuren en de silo bedraagt 903 m 2, voldoende om te voldoen aan de compensatiemaatregel ten behoeve van het toestaan van het timmer-, afbouw- en interieurbedrijf. 3.3.4
VAB-beleid 2011
3.3.4.1 Algemeen De gemeente Haaksbergen heeft op 6 juli 2011 het Rood voor Rood en VAB beleid 2011 vastgesteld. In dit beleidsdocument zijn de kaders voor beide regelingen weergegeven. Het Rood voor Rood beleid is nadien geactualiseerd (zie paragraaf 3.3.3). Hierna zal uitsluitend getoetst worden aan de VAB beleid. In dit bestemmingsplan zijn vier ontwikkelingen opgenomen, waarop het VAB-beleid van toepassing is. Het betreffen de ontwikkelingen aan de Goorsestraat 249a, Goorsestraat 253, Hazenweg 15a en Marktvelderweg 14.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
65
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 3.3.4.2 VAB-beleid Het hoofddoel van deze regeling is het verbeteren van de sociaal en economische vitaliteit in het landelijk gebied. Het beleid is erop gericht nieuwe economische dragers in het landelijk gebied te realiseren. Dit houdt in dat de resterende economische waarde van een VAB wordt benut voor nieuwe functies. Er worden, kortom, mogelijkheden geboden om bestaande gebouwen te hergebruiken voor andere activiteiten dan de landbouw. Het beleid gaat uit van het uitoefenen van activiteiten binnen de bestaande bebouwing en de sloop van alle vrijkomende agrarische bebouwing die niet wordt hergebruikt. Bij een combinatie van wonen en werken bij voormalige agrarische bedrijven wordt uitgegaan van de bestaande (bedrijfs)woning en er bestaat geen recht op een extra (bedrijfs)woning, ook niet als de bedrijfsbebouwing wordt of is vervreemd (verhuur of verkoop). Bij elk project dient maatwerk te worden geleverd om te bepalen welke bestemming de woning in relatie tot het bedrijf (bedrijfswoning of niet) moet krijgen. 3.3.4.3 Aard en omvang bedrijfsmatige functies
• In principe wordt alle bedrijvigheid tot een oppervlakte kleiner dan (≤) 350 m2 gezien als nevenactiviteit en daarmee toegestaan met uitzondering van: o Zorgfuncties en kinderopvang (deze vergen een nadere afweging) o horecafunctie(alleen als nevenfunctie en ondergeschikt aan de hoofdfunctie) o detailhandel(alleen als nevenfunctie en ondergeschikt aan de hoofdfunctie) o opslagen/of verwerking van chemische goederen. • In principe wordt het realiseren van bedrijvigheid met een oppervlakte boven de (>) 350 m 2 als maatwerk gezien. De vormen van hergebruik die worden toegestaan zijn afhankelijk van de (ruimtelijke) effecten op de omgeving (milieu, verkeer, landschappelijke inpasbaarheid) en de geschiktheid voor de vestiging in het landelijk gebied. • Er mag geen opslag of andere bedrijfsactiviteit buiten de gebouwen plaatsvinden. 3.3.4.4 Toetsing van het initiatief aan het VAB-beleid Goorsestraat 249a Aan de Goorsestraat 249a is een agrarisch bedrijfsperceel aanwezig. De gronden ter plaatse zijn op basis van het “bestemmingsplan Buitengebied” voorzien van de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’. Ter plaatse is echter al geruime tijd geen sprake meer van een agrarisch bedrijf, waardoor de bestemming niet meer passend is voor deze locatie. Het is daarom gewenst om de bestemming te wijzigen naar een woonbestemming.
Het wijzigen van de agrarische bedrijfsbestemming naar een woonbestemming kan mogelijk worden gemaakt op basis van de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in artikel 4.7 onder g van het “bestemmingsplan Buitengebied”. In paragraaf 3.3.5 wordt getoetst aan de betreffende wijzigingsbevoegdheid. Naast dat initiatiefnemer het agrarisch bedrijfsperceel wil omvormen naar een woonperceel, is het de wens om ter plaatse het kleinschalige transportbedrijf te exploiteren. Van de twee bestaande schuren zal de grotere schuur (circa 312 m2) in gebruik worden genomen als stalling voor vrachtwagens en als werkplaats voor kleinschalige reperaties. De andere wat kleinere schuur (circa 95 m2) blijft in gebruik als opslag/berging bij de woning Goorsestraat 249a. Gelet op de omvang van het transportbedrijf (312 m2) wordt dit gezien als een nevenactiviteit. Met het toekennen van een nieuwe passende functie voor een leegstaande schuur draagt het voornemen bij aan de verbetering van de sociaal en economische vitaliteit in het landelijk gebied en is hiermee in overeenstemming met het VAB-beleid. Goorsestraat 253 Aan de Goorsestraat 253 wordt op basis van het VAB-beleid een kleinschalig draai- en freesbedrijf toegestaan. Het bedrijf wordt ondergebracht in een bestaande voormalige agrarische schuur. Het gaat hierbij om een schuur met een oppervlakte van 440 m2.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
66
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld Het realiseren van bedrijvigheid met een oppervlakte boven de 350 m 2 wordt gezien als maatwerk. De vormen van hergebruik die worden toegestaan zijn afhankelijk van de (ruimtelijke) effecten op de omgeving (milieu, verkeer, landschappelijke inpasbaarheid) en de geschiktheid voor de vestiging in het landelijk gebied. Het draai- en freesbedrijf sluit aan bij het reeds aanwezige timmer-, afbouw- en interieurbedrijf, zij het dat ten aanzien van dit bedrijf de juridisch-planologische situatie nog in overeenstemming dient te worden gebracht met de feitelijke situatie. Daarnaast wordt het gehele erf landschappelijk ingepast, wat resulteert in een impuls van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Verder blijkt uit hoofdstuk 4 dat het beoogde draai- en freesbedrijf geen belemmering vormt voor de in de omgeving aanwezige (milieugevoelige) functies. Gelet op het vorenstaande is de ontwikkeling in overeenstemming met het VAB-beleid. Hazenweg 15a Aan de Hazenweg 15a is een woonperceel aanwezig. Het gaat hierbij om een voormalige agrarisch bedrijfsperceel waarvan, in verband met bedrijfsbeëindiging, de agrarische bedrijfsbestemming reeds is omgezet naar een woonbestemming. Het voornemen bestaat om aan de noordwestzijde, ter plaatse van onbebouwd grasland, een kleinschalig kampeerterrein te realiseren.
In een bestaand voormalig agrarische schuur worden sanitaire voorzieningen gerealiseerd. Hierbij wordt de oppervlakte van 350 m2 niet overschreden. Er is daarmee sprake van een nevenactiviteit. Het realiseren van de recreatieve functie draagt bij aan het vitaal en levendig houden van het buitengebied. Gelet op het vorenstaande is de ontwikkeling in overeenstemming met het VAB-beleid. Marktvelderweg 14 Zoals aangegeven bevindt zich aan de Marktvelderweg 14 een agrarisch bedrijfsperceel. Geconstateerd is dat in een voormalige varkensstal vijf luxe boerderijappartementen zijn gerealiseerd. Dit is niet in overeenstemming met het ter plaatse geldende “bestemmingsplan Buitengebied”. De boerderijappartementen kunnen mogelijk worden gemaakt op basis van het VAB-beleid. Het is gewenst om de juridisch-planologische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. Daarnaast bestaat het voornemen om aan de noordoostzijde van het agrarische bedrijf een boerderijcamping met 25 standplaatsen te realiseren. De sanitaire voorzieningen worden gerealiseerd in een voormalige agrarische schuur. Met het toevoegen van de recreatieve functie ter plaatse wordt bijgedragen aan een goede spreiding van recreatieve bedrijven in Haaksbergen. In het gebied rondom de Marktvelderweg 14 zijn weinig tot geen recreatieve bedrijven aanwezig.
Het ontwikkelen van een recreatieve neventak bij het agrarisch bedrijf is hierdoor logisch en draagt bij aan het vitaal en levendig houden van het buitengebied. De gezamenlijke oppervlakte van de boerderijappartementen en het gedeelte van het gebouw met de beoogde sanitaire voorzieningen behorende bij de boerderijkamping bedraagt circa 400 m 2. Gelet op de aard en omvang van de recreatieve functie in relatie tot het aanwezige agrarische bedrijf wordt dit aanvaardbaar geacht. De recreatieve functie vormt geen belemmering voor omliggende functies (zie ook hoofdstuk 4) en is bij uitstek geschikt voor het buitengebied. Gelet op het vorenstaande is de ontwikkeling in overeenstemming met het VAB-beleid. 3.3.5
Bestemmingsplan Buitengebied
3.3.5.1 Algemeen Het “bestemmingsplan Buitengebied” is vastgesteld op 2 juli 2013. Dit bestemmingsplan omvat de planologische gebruiks- en bouwregels van gronden in het buitengebied van de gemeente Haaksbergen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
67
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 3.3.5.2 Artikel 4.7 onder g In artikel 4.7 onder g is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen op basis waarvan onder voorwaarden de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ gewijzigd kan worden in de bestemming ‘Wonen’. De wijzigingsbevoegdheid luidt als volgt: Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ wijzigen: in de bestemming 'Wonen' en in de aansluitende gebiedsbestemming, met dien verstande dat: 1. 2. 3. 4. 5.
vast is komen te staan dat er geen agrarisch bedrijf meer is gevestigd; alle bestaande gebouwen binnen het voormalig agrarisch bouwperceel worden begrepen in één bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen'; de agrarische gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bebouwing door de wijziging niet onevenredig worden geschaad; het aantal woningen binnen elk bestemmingsvlak niet mag worden vergroot; het bepaalde in Artikel 30 Wonen is van overeenkomstige toepassing.
3.3.5.3 Toetsing van het initiatief aan artikel 4.7 onder g Aan de Goorsestraat 249a wordt de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’. Hierna wordt puntsgewijs getoetst aan de voorwaarden zoals opgenomen in voorgaande paragraaf. 1. 2. 3.
4. 5.
De agrarisch bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn komen te vervallen. Hier wordt aan voldaan. Verwezen wordt naar de verbeelding onderdeel uitmakend van dit bestemmingsplan. Er is geen sprake van onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden ter plaatse van omliggende/aangrenzende agrarische bedrijfspercelen. Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar paragraaf 4.5 en 4.6. Er blijft sprake van één woning met inwoonsituatie. Voor de inwoonsituatie is reeds een omgevingsvergunning verleend. In het voorliggende bestemmingsplan wordt voor wat betreft de bestemming ‘Wonen’ aangesloten op artikel 30 van het “bestemmingsplan Buitengebied”.
Gelet op het vorenstaande wordt voldaan aan de gestelde voorwaarde voor bestemmingswijziging van de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ naar de bestemming ‘Wonen’. 3.3.6
Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen & Hof van Twente
3.3.6.1 Algemeen De gemeenten Haaksbergen en Hof van Twente hebben een gezamenlijk landschapsontwikkelingsplan laten opstellen (vastgesteld mei 2005). Het landschapsontwikkelingsplan biedt een samenhangende visie op landschapskwaliteit en bouwstenen en inrichtingsprincipes voor landschapsontwikkeling. 3.3.6.2 Landschapsontwikkelingsvisie In de landschapsontwikkelingsvisie is het toekomstbeeld geschetst en de ontwikkeling per legenda-eenheid aangegeven. Hoofddoel van de visie is het onderscheid en de diversiteit tussen de landschapseenheden te vergroten en de samenhang te verbeteren met gerichte investeringen voor de toekomst. Voor de ontwikkeling van het landschap zijn in het landschapsontwikkelingsplan vier thema´s benoemd. Het gaat hierbij om: • • • •
Behoud en versterking van de waardevolle ensembles; Landschappelijke versterking van het watersysteem; Zorg voor het agrarisch werklandschap; Inpassen van kernen en routes.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
68
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 3.3.6.3 Toetsing van het initiatief aan het Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen & Hof van Twente Voorafgaand aan de uitwerking van de landschappelijke inpassing van de verschillende locaties is een zorgvuldige analyse van het landschap en de beleidsuitgangspunten uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat de verschillende ontwikkeling waarbij landschapsmaatregelen worden uitgevoerd passen binnen het Landschapsontwikkelingsplan en leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. 3.3.7
Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Haaksbergen
3.3.7.1 Algemeen Het beeldkwaliteitsplan buitengebied Haaksbergen geeft uitvoering aan de ambitie van de gemeente om meer mogelijk te maken in het buitengebied en tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen en waar mogelijk verbetering te stimuleren/eisen. De landbouw als traditionele beheerder van het landschap zit in weer en het land dreigt te verruigen en verrommelen. Dit terwijl verstedelijking, water en natuur staan te dringen om meer ruimte en kwaliteit. Doordat er zoveel tegelijkertijd verandert en doordat de functionele diversiteit alsmaar toeneemt, werkt een sectorbenadering niet meer om een goede inrichting te waarborgen. Er is een benadering nodig die verschillende sectoren integreert. De gemeente Haaksbergen wil het beeldkwaliteitsplan als aanvulling op het Bestemmingsplan Buitengebied inzetten als instrument om de ruimtelijke kwaliteit in et buitengebied te waarborgen en heeft in het plan de volgende doelstellingen opgenomen: 1. 2.
3.
het dient als instrument om sturing te geven aan nieuwe ontwikkelingen. Ruimtelijke kwaliteit is daarbij leidend; het dient als inspiratiebron en zorgt voor een breed draagvlak bij gebruikers, belanghebbenden, ambtenaren en bestuurders om de ten doel gestelde ruimtelijke kwaliteit te realiseren en te handhaven. Het maakt hen meer bewust van de streekeigen kwaliteiten van het landschap en architectuur, en geeft inspiratie hoe de (nieuwe of te wijzigen) bebouwing landschappelijk verankerd kan worden; het dient als gemeentelijk toetsingskader voor de beoordeling van welstandsaspecten van aanvragen omgevingsvergunning.
3.3.7.2 Opbouw beeldkwaliteitsplan Wabo-aanvragen of functiewijzigingen dienen aan de criteria van twee categorieën te voldoen; 1. landschapscriteria, waar de situering van de gebouwen, het erf in het landschap, en de erfinrichting deel van uit maken; 2. bebouwingscriteria, waar de hoofdvorm en maatvoering, gevelindeling, kleur- en materiaalgebruik en detaillering deel van uitmaken. De landschapscriteria zijn toegesneden op de in de gemeente Haaksbergen aanwezige landschapstypen. Volgens de Integrale gebiedsuitwerking landelijk gebied Haaksbergen - vaststelling college 11 november 2008 bestaat het landschap uit vier typen. Deze onderverdeling biedt echter een nuancering die geen wezenlijk verschil maakt voor de landschapscriteria in het beeldkwaliteitsplan. Om die reden zijn de landschapstypen terug gebracht tot twee categorieën, te weten: • •
het veldontginningslandschap; het kampen- en essenlandschap.
De bebouwingscriteria zijn onderverdeeld in categorieën, die betrekking hebben op de functie van de betreffende Wabo-aanvraag of de functiewijziging. De verschijningsvorm houdt namelijk direct verband met de functie van de bebouwing. De volgende categorieën of combinaties van categorieën kunnen van toepassing zijn: • • •
agrarische (hulp)bedrijven: stallen, loodsen en silo’s; bedrijfs- en burgerwoningen; landgoederen bestaand en nieuw;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
69
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld • • • • • •
hergebruik en nevenfuncties; recreatieve verblijfsfunctie; paardenhouderijen en -fokkerijen; aan- en uitbouwen; bijgebouwen en kleine bouwwerken; reclame-uitingen.
In afbeelding 3.4 wordt de opbouw van het beeldkwaliteitsplan schematisch weergegeven.
Afbeelding 3.4
Opzet Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Haaksbergen (Bron: gemeente Haaksbergen)
3.3.5.3 Toetsing initiatief aan Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Haaksbergen Bij nieuwe ontwikkelingen in de vorm van bebouwing binnen het plangebied wordt rekening gehouden met de beeldkwaliteitscriteria die gelden voor het gebied. Het ‘Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Haaksbergen’ verzet zich niet tegen het voorliggende bestemmingsplan. 3.3.6
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid zoals genoemd in de verschillende van toepassing zijnde beleidsnotities.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
70
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage. Opgemerkt wordt dat het voorliggende verzamelplan betrekking heeft op meerdere locaties/ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente Haaksbergen. Uitsluitend daar waar relevant wordt getoetst aan de milieuen omgevingsaspecten.
4.1
Geluid
4.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. In de Wet geluidhinder worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidsbelasting op de gevels van nog niet geprojecteerde geluidsgevoelige gebouwen die liggen binnen de geluidszone van een weg. 4.1.2
Situatie plangebied
4.1.2.1 Industrielawaai Geen van de locaties waarbij nieuwe geluidsgevoelige objecten worden toegestaan is gelegen binnen de zone van een gezoneerd bedrijventerrein. Daarom wordt niet nader op het aspect industrielawaai ingegaan. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op de in de omgeving aanwezige (individuele) bedrijvigheid. 4.1.2.2 Railverkeerslawaai Geen van de locaties waarbij nieuwe geluidsgevoelige objecten worden toegestaan is gelegen nabij een spoorweg. Daarom wordt niet nader op het aspect railverkeerslawaai ingegaan. 4.1.2.3 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •
wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
71
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld Goorsestraat 249a De locatie Goorsestraat 249a ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Goorsestraat. Het verrichten van een akoestisch onderzoek is in dit geval echter niet noodzakelijk omdat de functie van de bestaande (bedrijfs)woning, namelijk ‘wonen’, niet wijzigt. Daarnaast is in artikel 76 van de Wgh bepaald dat de geluidsbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden. Hieronder valt het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. Het beoogde kleinschalige transportbedrijf betreft geen geluidsgevoelig object in het kader van de Wgh. In paragraaf 4.5 wordt ingegaan op de effecten van het transportbedrijf op de omgeving. Goorsestraat 253 en Ellenbroekweg 20 Goorsestraat 253 De locatie Goorsestraat 253 ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Goorsestraat. Het verrichten van een akoestisch onderzoek is in dit geval echter niet noodzakelijk omdat de functie van de bestaande bedrijfswoning, namelijk ‘wonen’, niet wijzigt. Daarnaast is in artikel 76 van de Wgh bepaald dat de geluidsbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden.
Het timmer-, afbouw- en interieurbedrijf en het kleinschalige draai- en freesbedrijf betreffen geen geluidsgevoelige objecten in het kader van de Wgh. In paragraaf 4.5 wordt ingegaan op de effecten beide bedrijven op de omgeving. Ellenbroekweg 20 Ten aanzien van de Ellenbroekweg wordt opgemerkt dat hier geen nieuwe geluidsgevoelige objecten worden toegestaan. Ten aanzien van deze locatie is een nadere toetsing aan de Wgh niet noodzakelijk. Hazenweg 15a Ter plaatse van de Hazenweg 15a wordt bij het bestaande woonperceel een kleinschalig kampeerterrein mogelijk gemaakt. Standplaatsen bij een kampeerterrein zijn volgens de Wgh geen geluidsgevoelige objecten, een nadere toetsing is dan ook niet noodzakelijk. In paragraaf 4.5 wordt ingegaan op de effecten van het kampeerterrein op de omgeving. Leemdijk 29, Zoomweg 11, Goorsestraat 154 en Weideweg 5 Ten aanzien van de locaties Goorsestraat 154 en Weideweg 5 wordt opgemerkt dat hier geen nieuwe geluidsgevoelige objecten worden toegestaan. Ten aanzien van deze twee locatie is een nadere toetsing aan de Wgh niet noodzakelijk. Ter plaatse van de Leemdijk 29 wordt uitsluitend het bestaande bestemmingsvlak verlegd. De aanwezig woning blijft behouden, waardoor ook hier een nadere toetsing aan de Wgh niet noodzakelijk wordt geacht.
Ter plaatse van de Zoomweg 11 en het agrarisch perceel ten zuiden hiervan, is sprake van het verplaatsen en toevoegen van een woning. Woningen worden op basis van de Wgh aangemerkt als geluidsgevoelig object. De woningen liggen binnen de wettelijke geluidszone van de Zoomweg, Leemdijk, Waarveldweg en Buurserstraat. Ten aanzien van de Zoomweg, Leemdijk en Waarveldweg wordt opgemerkt dat het hier gaat om verkeersluwe wegen die hoofdzakelijk zijn bedoeld voor bestemmingsverkeer. De Buurserstraat betreft een wat drukkere 50 km/uur weg. Echter ligt deze weg op ten minste 150 meter afstand van de twee woningen en is er sprake van tussen liggende bebouwing (barrière werking). Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat de geluidsbelasting L DEN op de gevels van de te verplaatsen woning en toe te voegen woning lager ligt dan de ambitie/voorkeurswaarde van 48 dB. Hiermee is ten aanzien van het aspect wegverkeerslawaai sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Marktvelderweg 14 Ter plaatse van de Marktvelderweg 14 wordt bij het bestaande agrarische bedrijf vijf boerderijappartementen en een kleinschalig kampeerterrein met maximaal 25 standplaatsen mogelijk gemaakt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
72
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld Standplaatsen bij een kampeerterrein zijn volgens de Wgh geen geluidsgevoelige objecten, een nadere toetsing is dan ook niet noodzakelijk. In paragraaf 4.5 wordt ingegaan op de effecten van het kampeerterrein op de omgeving. Wat betreft de boerderijappartementen wordt opgemerkt dat deze formeel gezien niet worden aangemerkt als geluidsgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder. Echter, in specifieke situaties, kan er sprake zijn van uitzonderingen. Voorbeeld hiervan is de uitspraak ABRvS d.d. 29 februari 2012, nr. 201002029/1/T1/R2 dienen over recreatiewoningen: "Niet in geschil is dat de in het plan voorziene 350 recreatiewoningen weliswaar geen bescherming genieten ingevolge de Wet geluidhinder, maar dat dit niet betekent dat de recreatiewoningen in het geheel geen bescherming tegen geluidhinder toekomt. Gezien het feit dat de toegekende bestemming "RecreatieVerblijfsrecreatie" onder andere nachtverblijf toestaat, is naar het oordeel van de Afdeling sprake van een situatie waarin met een zekere regelmaat en gedurende langere tijd personen zullen verblijven in de recreatiewoningen.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening komt daarom aan de recreatiewoningen een zekere mate van bescherming tegen geluidhinder toe." Uit deze uitspraak blijkt dat in principe "elke situatie waarin met een zekere regelmaat en gedurende langere tijd personen zullen verblijven" als geluidgevoelig beschouwd kan worden. Dit betekent overigens niet dat deze situaties meteen grondig beschouwd dienen te worden of een hoog beschermingsniveau tegen geluid verdienen. Het geeft wel aan dat de motivering "een functie is niet geluidgevoelig" een te magere motivering is. Daarom worden de boerderijappartementen hierna nader getoetst. Rondom de Marktvelderweg 14 zijn uitsluitend wegen aanwezig waarbij sprake is van een (zeer) beperkte verkeersintensiteit. Het betreffen ontsluitingswegen die primair worden gebruikt door bestemmingsverkeer. Gelet op het vorenstaande kan er redelijkerwijs vanuit worden gegaan dat de geluidsbelasting LDEN op de boerderijappartementen lager liggen dan de ambitie/voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Hiermee is ten aanzien van het aspect wegverkeerslawaai sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wissinkbrinkweg 58 Op deze locatie wordt een nieuw geluidsgevoelig object toegestaan, namelijk de compensatiewoning. In de nabijheid rondom deze locatie zijn uitsluitend wegen aanwezig waarbij sprake is van een (zeer) beperkte verkeersintensiteit.
Het betreffen ontsluitingswegen die primair worden gebruikt door bestemmingsverkeer. Gelet op het vorenstaande kan er redelijkerwijs vanuit worden gegaan dat de geluidsbelasting LDEN op de gevels van de compensatiewoning lager ligt dan de ambitie/voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Hiermee is ten aanzien van het aspect wegverkeerslawaai sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ten aanzien van het omzetten van de agrarische bedrijfswoning Wissinkbrinkweg 58 naar een burgerwoning geldt dat de functie, namelijk ‘wonen’, niet wijzigt. In artikel 76 van de Wgh is bepaald dat de geluidsbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden. Hieronder valt het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. 4.1.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat de Wet geluidhinder geen belemmering vormt voor het plan.
4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
73
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 4.2.2
Situatie plangebied
Hazenweg 15a Ter plaatse van het beoogde kleinschalige kampeerterrein is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Op de belangrijkste resultaten wordt hierna nader ingegaan. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 2 van deze toelichting. In zowel de boven- als de ondergrond zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster is een lichte verhoging barium aangetroffen. Op basis van het onderzoek wordt een nader bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. De locatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Zoomweg 11 Ter plaatse van de gronden ten zuiden van de Zoomweg 11 is een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd. Op de belangrijkste resultaten wordt hierna nader ingegaan. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 3 van deze toelichting. Uit de onderzoeksresultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende: • • •
de bovengrond is sterk verontreinigd met koper; de ondergrond is niet verontreinigd; het grondwater is zeer licht verontreinigd met barium en zink.
Uit het nader bodemonderzoek blijkt het volgende: • •
de bovengrond van de boringen voor de horizontale afperking is niet verontreinigd met koper; de ondergrond van de boring voor de verticale afperking is niet verontreinig met koper.
Uit milieukundig oogpunt is er, na sanering van de koperverontreiniging, geen bezwaar tegen de bestemmingswijziging en de geplande nieuwbouw, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. Marktvelderweg 14 Ten aanzien van de beoogde boerderijappartementen in de voormalige varkensschuur wordt opgemerkt dat hiertoe in het verleden reeds een omgevingsvergunning is verleend voor het realiseren van boerderijkamers. Vanuit mag worden gegaan dat er in de tussentijd geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden en de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Ter plaatse van het beoogde kleinschalige kampeerterrein is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Op de belangrijkste resultaten wordt hierna nader ingegaan. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 4 van deze toelichting. In zowel de boven- als de ondergrond zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster zijn lichte verhogingen kobalt en barium aangetroffen. Tevens is in het grondwatermonster de concentratie nikkel verhoogd aangetroffen ten opzichte van de interventiewaarde. Naar aanleiding van deze verhoging is de bestaande peilbuis opnieuw bemonsterd. Uit het analysecertificaat van het her-monster blijkt dat er wederom een sterke verhoging nikkel is aangetroffen in het grondwater.
De verhoging nikkel in beide grondwatermonsters geven formeel aanleiding voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek. Echter zijn er een aantal redenen om af te zien van een nader onderzoek: • •
Er is geen eenduidige bron voor de verhogingen aan te wijzen; Zware metalen worden vaker verhoogd aangetroffen in het grondwater en kunnen van nature verhoogd voorkomen. Tevens kunnen zware metalen in concentratie sterk fluctueren.
Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De locatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
74
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld Wissinkbrinkweg 58 Ter plaatse van de beoogde locatie van de compensatiewoning is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Op de belangrijkste resultaten wordt hierna nader ingegaan. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 5 van deze toelichting. Op basis van het bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat in de grond geen van de onderzochte stoffen is aangetoond in een concentratie boven de achtergrond en/of detectiegrens. Daarnaast is het grondwater licht verontreinigd met barium, koper en zink. Gezien de vastgestelde bodemkwaliteit zijn er geen risico’s voor de volksgezondheid en/of het milieu. Voor geen van de onderzochte stoffen wordt de interventiewaarde overschreden. Gegeven de in onderhavig rapport beschreven onderzoeksresultaten, wordt de beoogde locatie van de compensatiewoning vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. 4.2.3
Conclusie
Ten aanzien van Hazenweg 15a, Marktvelderweg 14 en Wissinkbrinkweg 58 is er uit milieukundig oogpunt op basis van onderzoeksresultaten geen bezwaar tegen de voorgenomen (nieuwbouw)plannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem ter plaatse wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Ten aanzien van de beoogde woonpercelen aan de Zoomweg geldt dat na de sanering van de saneringsplichtige verontreinigingen de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik.
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);
4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
75
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.3.2
Situatie plangebied
In paragraaf 4.3.1.1 is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van de in dit bestemmingsplan vervatte ontwikkelingen en planologische wijzigingen in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat de ontwikkelingen en wijzigingen ‘niet in betekenende mate bijdragen’ aan de luchtverontreiniging. Opgemerkt wordt dat met het plan de planologische mogelijkheid voor het exploiteren van een (intensieve) veehouderij aan de Goorsestraat 249a en Wissinkbrink 58 komt te vervallen. Daarnaast wordt ter plaatse van de gemengde veehouderij aan de Goorsestrtaat 154, de intensieve tak beëindigd/afgestoten. Het vorenstaande resulteert in een (aanzienlijke) verbetering van de luchtkwaliteit ter plaatse. Tot slot wordt geconcludeerd dat geen van de ontwikkelingen wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. 4.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
4.4
Externe veiligheid
4.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; het Activiteitenbesluit.
Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •