TOE Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1 (01-06-21) vastgesteld
Tekst van het document
Zoomweg 11 en zuidelijk gelegen perceel: Waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel ontwikkeld waarmee met een aantal vragen in beeld te brengen is welke wateraspecten relevant zijn en met welke intensiteit het watertoetsproces doorlopen dient te worden. De vragen zijn gericht op de locatie van de ruimtelijke ontwikkeling en welke veranderingen er mogelijk worden gemaakt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
94
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld Voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling worden de effecten van de ontwikkeling per waterthema afgewogen. De relevante waterthema’s worden door middel van de watertoetstabel geselecteerd en dienen vervolgens, indien relevant, nader te worden toegelicht. Thema Veiligheid
Toetsvraag 1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier?
Riolering en Afvalwaterketen
1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1m3/uur? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap? 1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2500m2? 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500m2? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? 1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd?
Wateroverlast (oppervlaktewater)
Oppervlaktewaterkwaliteit Grondwateroverlast
Grondwaterkwaliteit Inrichting en beheer Volksgezondheid
Natte natuur
Recreatie Cultuurhistorie
Relevant Nee
Intensiteit# 2
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja Nee
2 2 1 1 2 1 1 1
Nee
1
1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 3. Is in het plangebied sprake van kwel? 4. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? 5. Beoogt het plan aanleg van drainage? 1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?
Nee Nee Nee Nee Nee
1 1 1 1 1
1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? 1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?
Nee
1
Nee Nee
2 1
Nee
1
Nee Nee Nee Nee Nee
2 2 1 1
Nee
2 1
Toelichting relevant waterhuishoudkundig thema Wateroverlast Het plan leidt niet tot een onevenredige toename van het verhard oppervlak. Ter plaatse wordt een schuur van circa 330 m2 en een woning van circa 100 m2 gesloopt. Hiervoor komen twee woningen met bijbehorende bijgebouwen voor terug. Voor de beoogde woningen worden uitgegaan van een oppervlakte van 150 m2 per woning. Voor de bijgebouwen wordt uitgegaan van bij elkaar 330 m2. Gelet op het vorenstaande is de verwachting dat het verhard oppervlak toe zal nemen met circa 200 m2.Er is echter voldoende ruimte rondom de beoogde woonkavels om het hemelwater ter plaatse te infiltreren. Het afvalwater wordt afgevoerd via het gemeentelijk rioleringsstelsel. Vanuit waterhuishoudkundig opzicht zijn er geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
Marktvelderweg 14 Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het voornemen door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De aard en omvang van de ontwikkeling heeft een geringe invloed op de waterhuishouding. De
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
95
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies voor deze locatie. Het watertoetsresultaat is bijgevoegd in bijlage 11.
Wissinkbrinkweg 58 Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het voornemen door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De aard en omvang van de ontwikkeling heeft een geringe invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies voor deze locatie. Het watertoetsresultaat is bijgevoegd in bijlage 12.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
96
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
HOOFDSTUK 6 6.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
6.2
Opzet van de regels
6.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 6.2.2
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
6.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
97
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld •
Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, inhoudsmaat, etc.);
•
Nadere eisen: burgemeester en wethouders kunnen nader eisen stellen aan plaats en afmetingen van de bebouwing;
•
Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn, tevens zijn hier binnen de woonbestemming voorwaardelijke verplichtingen ten aanzien van sloop en landschappelijke inpassing in opgenomen;
•
Afwijken van de bouw- en gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels en bestemming;
•
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; bepalingen omtrent het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
•
Wijzigingsbevoegdheid deze regels geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om het plan op de in de regels genoemde punten te wijzigen.
In paragraaf 6.3 worden de bestemmingen nader toegelicht. 6.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
•
•
•
•
•
•
Anti-dubbeltelregel (Artikel 13) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 14) In dit artikel zijn regels ten aanzien van bouwgrenzen nabij wegen opgenomen. Daarnaast zijn hier regels opgenomen omtrent het bouwen van geluidsgevoelige functies in geluidszones van wegen. Algemene gebruiksregels (Artikel 15) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene aanduidingsregels (Artikel 16) In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven in verband met de ter plaatse aanwezige gebiedsaanduidingen ‘luchtvaartverkeerzone’, ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied’ en reconstuctiewetzones. Algemene afwijkingsregels (Artikel 17) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.
Algemene wijzigingsregels (Artikel 18) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om het plan op de in de regels genoemde punten te wijzigen. Overige regels (Artikel 19) In dit artikel wordt aangegeven dat de wettelijke regelingen waar in de regels wordt naar verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment vaststelling van dit plan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
98
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 6.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
6.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Agrarisch (Artikel 3) Ter plaatse van de Goorsestraat 249a zijn de gronden die voorheen tot het agrarisch bedrijf behoorden bestemd met de bestemming ‘Agrarisch’. Deze gronden zijn met name bedoeld voor het agrarisch gebruik. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. De bouwhoogte van deze bouwwerken mag maximaal 5 meter bedragen. Agrarisch – Agrarisch bedrijf (Artikel 4) Ter plaatse van een aantal locaties zijn de gronden voorzien van de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’. Het gaat hierbij om bestaande agrarische bedrijven.
Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf. Aan de Goorsestraat 253 is daarnaast een timmer-, afbouw- en interieurbedrijf en een draai- en freesbedrijf toegestaan. Ter plaatse van de Marktveldeweg 14 zijn maximaal vijf boerderijappartementen toegestaan. In de bouwregels is verder voor een aantal locaties de maximaal toegestane oppervlakte aan bedrijfsgebouwen vastgelegd doormiddel van de aanduiding ‘maximum oppervlakte (m2)’. Reden hiertoe is de deelname van de betreffende agrarische bedrijven aan een Rood voor Rood of VAB-ontwikkeling, waarbij een bijdrage wordt geleverd aan het benodigde sloopoppervlak. Door het vastleggen van de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen wordt geborgd dat de gesloopte en/of te slopen oppervlak aan schuren niet kan worden teruggebouwd. In de specifieke gebruiksregels zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen voor de locaties Goorsestraat 253, Ellenbroekweg 20 en Marktvelderweg 14. De voorwaardelijke verplichtingen hebben betrekking op de aanleg en instandhouding van landschapsmaatregelen teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing van de erven.
Voor het overige is aansluiting gezocht met de regels zoals opgenomen in de ter plaatse geldende bestemmingsplan(nen), waarbij ten aanzien van de Oude Boekeloseweg 112 wordt hierbij opgemerkt dat de strikte begrenzing van de dieraantallen is losgelaten. Agrarisch met waarden – Landschap (Artikel 5) Ter plaatse van een aantal locaties zijn de gronden rondom voorzien van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’. Het gaat hierbij deels om gronden die reeds waren voorzien van deze bestemming en deels om gronden die herbestemd dienen te worden in verband met bijvoorbeeld beëindiging van het agrarisch bedrijf. Deze gronden zijn met name bedoeld voor het agrarische gebruik en het behoud, herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarde van de gronden. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
99