RGL Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1 (01-06-21) vastgesteld
Tekst van het document
g.
h.
i.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 4.4.1
Afwegingskader
Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien een evenredige belangenafweging plaatsvindt, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de externe veiligheid, de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
4.5
Specifieke gebruiksregels
4.5.1
Strijdig gebruik
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a.
b. c.
d. e. f. g. h. i. j. k.
het gebruik van stallen, waarvoor de bouwaanvraag is getoetst aan dit bestemmingsplan, indien de lichtsterkte meer dan 150 lux bedraagt dan wel de stal tussen 20.00 uur en 06.00 uur niet is voorzien van voorzieningen die de lichtuitstraling met tenminste 90% reduceren; het gebruiken of laten gebruiken van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen anders dan toegestaan als kleinschalig kampeerterrein; het gebruiken of laten gebruiken van de gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale agrarische bedrijfsvoering of de toegestane nevenactiviteit als bedoeld in 4.1 onder a sub 4; het gebruik van gronden en opstallen voor doeleinden van handel en/of andere dan agrarische bedrijfsdoeleinden of andere dan de toegestane nevenactiviteit als bedoeld in 4.1 onder a sub 4; het gebruik van opstallen ten behoeve van mantelzorg; het gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van een kampeerboerderij; permanente bewoning van boerderijkamers, boerderijappartementen en kampeerboerderij; het vergisten van mest en het verhandelen van de daarbij vrijkomende energie; het be- en verwerken van mest; het gebruik van de bedrijfswoning als woning voor een derde; het gebruik van gronden en bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch Oude
Boekeloseweg 112', indien dit leidt tot een toename van stikstofdepositie op de maatgevende voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden ten opzichte van de onherroepelijke verklaring van geen bedenkingen zoals opgenomen in Bijlage 1 op basis van de ammoniakemissie behorend bij de in de verklaring van geen bedenkingen vergunde dieren en bijbehorende vergunde huisvestingssystemen in kg/dier/jaar.
4.5.2
Aanvullende regels voor detailhandel als niet-agrarische nevenactiviteit
Voor zover de niet-agrarische nevenactiviteiten als bedoeld in 4.1 onder a sub 4, detailhandel als bedoeld in artikel 1.35 betreffen, mag bovendien binnen eenzelfde bouwperceel de verkoopvloeroppervlakte van detailhandel niet meer bedragen dan 1/3 van de totale brutovloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen ten behoeve van de nevenactiviteit en in ieder geval niet meer dan 100 m2.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 4.5.3
Voorwaardelijke verplichting Goorsestraat 253
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a.
b.
het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf', conform het bepaalde in 4.1 onder a sub 4, aan de Goorsestraat 253 zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 3 opgenomen Erfinrichtingsplan Goorsestraat 253; in afwijking van het bepaalde onder a mogen gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' aan de Goorsestraat 253 worden gebruikt conform het bepaalde in 4.1 onder a sub 4, onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden na ingebruikname van de gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 3 opgenomen Erfinrichtingsplan Goorsestraat 253 teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
4.5.4
Voorwaardelijke verplichting Ellenbroekweg 20
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a.
b.
het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken aan de Ellenbroekweg 20 conform de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 4 opgenomen Erfinrichtingsplan Ellenbroekweg 20; in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken aan de Ellenbroekweg 20 conform de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 4 opgenomen Erfinrichtingsplan Ellenbroekweg 20 teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
4.5.5
Voorwaardelijke verplichting Marktvelderweg 14
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a.
b.
4.6
het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken aan de Marktvelderweg 14 conform de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 5 opgenomen Erfinrichtingsplan Marktvelderweg 14; in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken aan de Marktvelderweg 14 conform de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 5 opgenomen Erfinrichtingsplan Marktvelderweg 14 teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.
b.
4.1 onder a sub 4 ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten, indien die bedrijfsactiviteiten naar de aard, de omvang en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de toegestane activiteiten dan wel minder invloed op de omgeving hebben; 4.1 onder b ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein, met dien verstande dat: 1. bij eenzelfde agrarisch bedrijf of voormalig agrarisch bedrijf maximaal één kleinschalig kampeerterrein gerealiseerd mag worden; 2. de afstand tot bestaande bebouwing die toebehoort aan de exploitant van het kampeerterrein niet meer dan 50 m bedraagt; 3. de afstand tot een aangrenzend perceel en/of de op dat perceel gelegen bebouwing minimaal 50 m bedraagt. Indien er vanuit milieutechnisch oogpunt geen bezwaren zijn dan kan een minimale afstand van 25 m aangehouden worden; 4. sanitaire voorzieningen binnen bestaande bebouwing wordt gerealiseerd; 5. het geheel landschappelijk wordt ingepast blijkend uit een door de gemeente; 6. parkeren plaatsvindt op het terrein van het agrarisch bedrijf; 7. parkeerplaatsen landschappelijk worden ingepast; 8. het terrein is gelegen binnen 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied';
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 9.
c.
d.
het gebruik als standplaats voor kampeermiddelen geldt per bestemmingsvlak voor niet meer dan 25 kampeermiddelen, in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; 10. stacaravans, trekkershutten en chalets niet zijn toegestaan; 11. deze bevoegdheid niet geldt voor gronden die grenzen aan gronden die bestemd zijn als 'Agrarisch met waarden - Natuur en Landschap' conform het bestemmingsplan Buitengebied en het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1'; 4.1 onder c ten behoeve van boerderijkamers en boerderijappartementen, met dien verstande dat: 1. boerderijkamers en boerderijappartementen uitsluitend zijn toegestaan in karakteristieke bebouwing en de vestiging bijdraagt aan de instandhouding en/of het herstel van de karakteristiek van de betreffende bebouwing; 2. de oppervlakte van één boerderijkamer niet meer mag bedragen dan 50 m2, met dien verstande dat de totale oppervlakte van de boerderijkamers niet meer mag bedragen dan 300 m2; 3. de oppervlakte van één boerderijappartement mag niet meer bedragen dan 75 m 2, met dien verstande dat de totale oppervlakte van de boerderijappartementen niet meer mag bedragen dan 300 m2; 4. in geval van een combinatie van boerderijkamers en boerderijappartementen mag de totale oppervlakte aan boerderijkamers en boerderijappartementen niet meer bedragen dan 300 m 2; 5.
het aantal slaapplaatsen niet meer mag bedragen dan 15; 6. het parkeren plaats vindt op eigen terrein; 7. het geheel landschappelijk wordt ingepast met gebiedseigen beplanting; 4.5.1 onder d in samenhang met artikel 4.4 onder a om nevenactiviteiten toe te staan binnen de bestaande gebouwen, met dien verstande dat: 1. toepassing niet leidt tot een groter agrarisch bouwperceel; 2. de landschappelijke kenmerken van het bouwperceel niet worden aangetast; 3. het leidt tot het behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en niet leidt tot een visuele verstedelijking of aantasting van landschappelijke waarden; 4. de bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit wordt ingepast, wat blijkt uit een in te dienen beplantingsplan/inrichtingsplan, met dien verstande dat er sprake is van de versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel; 5. de agrarische uitstraling van de bebouwing en het erf behouden blijft en waar mogelijk versterkt wordt; 6.
de nevenactiviteit plaatsvindt binnen bestaande bebouwing, met dien verstande dat sloop en nieuwbouw is toegestaan als: herbenutting van bestaande bebouwing niet mogelijk is; de ruimtelijke kwaliteit daar beter door is gediend; dat noodzakelijk is vanwege functionele en/of bouwtechnische redenen; de uitbreiding van de bebouwing aansluit op bestaande bebouwing, rekening houdend met de ontsluiting en conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel; 7. de gezamenlijke brutovloeroppervlakte van de gebouwen voor nevenactiviteiten maximaal 350 m 2 mag bedragen; 8. eventuele parkeerplaatsen landschappelijk worden ingepast; 9. er geen belemmeringen ontstaan voor functies in de omgeving; 10. de bestaande infrastructuur is berekend op de nevenactiviteit; 11. er geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; 12. er geen sprake is van buitenopslag of andere bedrijfsactiviteiten buiten de gebouwen; 13. alle gebouwen die niet worden hergebruikt worden gesloopt; 14. er geen toename plaatsvindt van het aantal woningen; 15. het gebouwen betreft welke niet minder dan 3 jaar geleden zijn gebouwd en welke niet minder dan 3 jaar in agrarisch gebruik zijn geweest; 16. het gebouwen betreft welke met een bouwvergunning dan wel omgevingsvergunning voor bouwen zijn opgericht; 17.
detailhandel uitsluitend is toegestaan als kleinschalige en ondergeschikte bijkomstigheid van de nevenactiviteit;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
e.
f.
g.
h.
i.
j.
k.
18. in aanvulling op het bepaalde onder 17 geldt dat de verkoopvloeroppervlakte van detailhandel niet meer bedraagt dan 1/3 van de totale brutovloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen en in ieder geval niet meer dan 100 m2; 19. horeca uitsluitend is toegestaan als kleinschalige en ondergeschikte bijkomstigheid van de nevenactiviteit; 20. zorgfuncties en kinderopvang niet zijn toegestaan; 21. geen bedrijven zijn toegestaan die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen vallen, gevaarlijke of explosieve stoffen of producten opslaan als onderdeel van de bedrijfsvoering; 22. het beleid Vrijkomende Agrarische Bebouwing zoals opgenomen in Bijlage 6 VAB beleid 2011 van toepassing is; 23. deze bevoegdheid niet geldt voor gronden die grenzen aan gronden die bestemd zijn als 'Agrarisch met waarden - Natuur en Landschap' conform het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1'; 4.5.1 onder e ten behoeve van mantelzorg in een aanbouw of bijgebouw bij de bedrijfswoning, mits: 1. een indicatie voor mantelzorg is afgegeven; 2. mantelzorg plaatsvindt op een oppervlakte van maximaal 100 m2, met dien verstande dat het aansluitende erf voor niet meer dan 50% mag worden bebouwd; 3. het bijgebouw een ruimtelijke eenheid vormt met de woning; 4. de tijdelijkheid van de situatie verzekerd is; 5.
het gebruik voor zelfstandige bewoning stopt wanneer geen sprake meer is van de bestaande behoefte aan mantelzorg; 4.5.1 onder f ten behoeve van een kampeerboerderij, met dien verstande dat: 1. de kampeerboerderij wordt gebruikt voor het laten overnachten van groepen personen; 2. het geheel landschappelijk wordt ingepast met gebiedseigen beplanting; 3. het perceel is gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'; 4. deze bevoegdheid niet geldt voor gronden die grenzen aan gronden die bestemd zijn als 'Agrarisch met waarden - Natuur en Landschap' conform het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1'; 4.5.1 onder i ten behoeve van het be- en verwerken van mest, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1. be- en verwerking van mest is toegestaan tot een capaciteit van maximaal 25.000 ton op jaarbasis; 2. be- of verwerking van mest van derden is niet toegestaan; 3. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; 4. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; 5. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.
4.5.1 onder j voor het gebruik van de bedrijfswoning als plattelandswoning, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1. de bedrijfswoning niet meer als zodanig in gebruik is; 2. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast. 4.5.3 en toegestaan worden dat in plaats van de bedoelde landschapsmaatregelen andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 3 genoemde landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden; 4.5.4 en toegestaan worden dat in plaats van de bedoelde landschapsmaatregelen andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 4 genoemde landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden; 4.5.5 en toegestaan worden dat in plaats van de bedoelde landschapsmaatregelen andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 5 genoemde landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 4.6.1
Afwegingskader
Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien een evenredige belangenafweging plaatsvindt, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de externe veiligheid, de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid;
in aanvulling op het bepaalde onder a tot en met d geldt voor 4.6 onder d: e. f. g. h. i. 4.7
de geschiktheid voor vestiging in het buitengebied; de aard en omvang moeten passen binnen de bestaande voormalige agrarische bedrijfsgebouwen; de mate van belemmeringen voor agrarische bedrijven; de inpasbaarheid van (voorgenomen) reclame-uitingen; de zorgplicht zoals is aangegeven in de Wet natuurbescherming. Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' wijzigen: a.
en de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende maatvoering' verwijderen, met dien verstande dat: 1. de economische haalbaarheid blijkt uit een in te dienen bedrijfsplan; 2. het bedrijf landschappelijk wordt ingepast, wat blijkt uit een in te dienen beplantingsplan/inrichtingsplan; 3. is aangetoond dat de wijziging, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied niet kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Een toename van de ammoniakdepositie van een bedrijf wordt wel toegestaan indien vast staat dat een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming, hetzij is of zal worden verleend of de voor de toename benodigde verklaring van geen bedenkingen in het kader van deze wet hetzij is of zal worden afgegeven; 4. de oppervlakte van het bouwperceel niet meer dan 1,5 ha mag bedragen; b. in de bestemming 'Wonen' en in de aansluitende gebiedsbestemming, met dien verstande dat: 1. vast is komen te staan dat er geen agrarisch bedrijf meer is gevestigd; 2. alle bestaande gebouwen binnen het voormalig agrarisch bouwperceel worden begrepen in één bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen'; 3.
de agrarische gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bebouwing door de wijziging niet onevenredig worden geschaad; 4. het aantal woningen binnen elk bestemmingsvlak niet mag worden vergroot; 5. het bepaalde in Artikel 8 Wonen is van overeenkomstige toepassing; c. en uitsluitend binnen de aaneengesloten bebouwing van een boerderij, te weten de woonruimte met aangrenzende deel of soortgelijke inpandige ruimte, één of twee extra woningen toestaan, met dien verstande dat: 1. één woning extra is toegestaan, indien de inhoud van die aaneengesloten bebouwing meer dan 1.000 m3 bedraagt, of 2. twee woningen extra zijn toegestaan, indien de inhoud van die aaneengesloten bebouwing meer dan 1.500 m3 bedraagt; met dien verstande dat voor het genoemde onder 1 en 2 geldt dat:
er sprake is van karakteristieke bebouwing; per geval de gezamenlijke inhoud van de bestaande woning en de extra woning of woningen niet
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld meer bedraagt dan de bestaande inhoud van de aaneengesloten bebouwing; de extra woning of woningen passen binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma; de extra woning of woningen bijdragen aan de instandhouding en het herstel van de karakteristiek van de betreffende voormalige boerderij; op geen van de gevels van een extra woning, bij voltooiing, de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg de ter plaatse toegestane grenswaarde krachtens de Wet geluidhinder overschrijdt; in de bestemming 'Wonen' en de direct aansluitende gebiedsbestemming en toestaan dat één of meerdere extra woningen worden gerealiseerd, met dien verstande dat: 1. voor de bouw van één woning van maximaal 750 m3 met een gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van maximaal 150 m2 minimaal 1.000 m2 aan bebouwing wordt gesloopt of 5.000 m2 aan kassen; 2. voor de bouw van één woning van maximaal 1.000 m3 met een gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van maximaal 200 m2 minimaal 1.500 m2 aan bebouwing wordt gesloopt; 3. voor de bouw van twee woningen van elk maximaal 750 m 3 met elk een gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van maximaal 150 m2 minimaal 2.500 m2 wordt gesloopt; 4.
voor de bouw van twee woningen van elk maximaal 1.000 m3 met elk een gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van maximaal 200 m2 minimaal 3.000 m2 wordt gesloopt; 5. het beleid in acht worden genomen zoals opgenomen in Bijlage 2 Rood voor Rood beleid 2015; 6. de voorkeursgrenswaarde dan wel een vastgestelde hogere grenswaarde uit de Wet geluidhinder in acht wordt genomen; 7. per locatie slechts éénmalig wordt deelgenomen aan Rood voor Rood; 8. het bepaalde in Artikel 8 Wonen van toepassing is; en de aanduiding 'bedrijf' ten behoeve van niet-agrarische nevenactiviteiten opnemen, met dien verstande dat: 1. toepassing niet leidt tot een groter agrarisch bouwperceel; 2. de landschappelijke kenmerken van het bouwperceel niet worden aangetast; 3. het leidt tot het behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en niet leidt tot een visuele verstedelijking of aantasting van landschappelijke waarden; 4. de bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit wordt ingepast, wat blijkt uit een in te dienen beplantingsplan/inrichtingsplan, met dien verstande dat er sprake is van de versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel; 5. de agrarische uitstraling van de bebouwing en het erf behouden blijft en waar mogelijk versterkt wordt; 6.
de nevenactiviteit plaatsvindt binnen bestaande bebouwing, met dien verstande dat sloop en nieuwbouw is toegestaan als: herbenutting van bestaande bebouwing niet mogelijk is; de ruimtelijke kwaliteit daar beter door is gediend; dat noodzakelijk is vanwege functionele en/of bouwtechnische redenen; de uitbreiding van de bebouwing aansluit op bestaande bebouwing, rekening houdend met de ontsluiting en conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel; 7. eventuele parkeerplaatsen landschappelijk worden ingepast; 8. er geen belemmeringen ontstaan voor functies in de omgeving; 9. de bestaande infrastructuur is berekend op de nevenactiviteit; 10. er geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; 11. er geen sprake is van buitenopslag of andere bedrijfsactiviteiten buiten de gebouwen; 12. alle gebouwen die niet worden hergebruikt worden gesloopt; 13. er geen toename plaatsvindt van het aantal woningen; 14. het gebouwen betreft welke niet minder dan 3 jaar geleden zijn gebouwd en welke niet minder dan 3 jaar in agrarisch gebruik zijn geweest; 15. het gebouwen betreft welke met een bouwvergunning dan wel omgevingsvergunning voor bouwen zijn opgericht; 16. detailhandel uitsluitend is toegestaan als kleinschalige en ondergeschikte bijkomstigheid van de nevenactiviteit; 17.
in aanvulling op het bepaalde onder 16 geldt dat de verkoopvloeroppervlakte van detailhandel niet
d.
e.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
f.
meer bedraagt dan 1/3 van de totale brutovloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen en in ieder geval niet meer dan 100 m2; 18. horeca uitsluitend is toegestaan als kleinschalige en ondergeschikte bijkomstigheid van de nevenactiviteit; 19. zorgfuncties en kinderopvang niet zijn toegestaan; 20. geen bedrijven zijn toegestaan die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen vallen, gevaarlijke of explosieve stoffen of producten opslaan als onderdeel van de bedrijfsvoering; 21. het beleid Vrijkomende Agrarische Bebouwing zoals opgenomen in Bijlage 6 VAB beleid 2011 van toepassing is; 22. er dient een directe relatie te bestaan tussen de niet-agrarische nevenactiviteit en de (hoofd)bewoner(s) van de bedrijfswoning; in een bedrijfsbestemming, een maatschappelijke bestemming of een recreatieve bestemming, met dien verstande dat: 1. toepassing niet leidt tot een groter bestemmingsvlak; 2. de landschappelijke kenmerken van het bouwperceel niet worden aangetast; 3. het leidt tot het behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en niet leidt tot een visuele verstedelijking of aantasting van landschappelijke waarden; 4.
de bebouwing ten behoeve van de vervolgactiviteit wordt ingepast, wat blijkt uit een in te dienen beplantingsplan/inrichtingsplan, met dien verstande dat er sprake is van de versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel; 5. de agrarische uitstraling van de bebouwing en het erf behouden blijft en waar mogelijk versterkt wordt; 6. de vervolgactiviteit plaatsvindt binnen bestaande bebouwing, met dien verstande dat sloop en nieuwbouw is toegestaan als: herbenutting van bestaande bebouwing niet mogelijk is; de ruimtelijke kwaliteit daar beter door is gediend; dat noodzakelijk is vanwege functionele en/of bouwtechnische redenen; de uitbreiding van de bebouwing aansluit op bestaande bebouwing, rekening houdend met de ontsluiting en conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel; 7. eventuele parkeerplaatsen landschappelijk worden ingepast; 8. er geen belemmeringen ontstaan voor functies in de omgeving; 9. de bestaande infrastructuur is berekend op de nevenactiviteit; 10. er geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; 11. er geen sprake is van buitenopslag of andere bedrijfsactiviteiten buiten de gebouwen; 12. alle gebouwen die niet worden hergebruikt worden gesloopt; 13.
er geen toename plaatsvindt van het aantal woningen; 14. het gebouwen betreft welke niet minder dan 3 jaar geleden zijn gebouwd en welke niet minder dan 3 jaar in agrarisch gebruik zijn geweest; 15. het gebouwen betreft welke met een bouwvergunning dan wel omgevingsvergunning voor bouwen zijn opgericht; 16. detailhandel uitsluitend is toegestaan als kleinschalige en ondergeschikte bijkomstigheid van de vervolgactiviteit; 17. in aanvulling op het bepaalde onder 16 geldt dat de verkoopvloeroppervlakte van detailhandel niet meer bedraagt dan 1/3 van de totale brutovloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen en in ieder geval niet meer dan 100 m2.
4.7.1
Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheden vindt een evenredige belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. b. c.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld d.
de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de externe veiligheid, de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid; in aanvulling op het bepaalde onder a tot en met d geldt voor 4.7 onder e e. f. g. h. i.
de geschiktheid voor vestiging in het buitengebied; de aard en omvang moeten passen binnen de bestaande voormalige agrarische bedrijfsgebouwen; de mate van belemmeringen voor agrarische bedrijven; de inpasbaarheid van (voorgenomen) reclame-uitingen; de zorgplicht zoals is aangegeven in de Wet natuurbescherming.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Artikel 5 5.1
Agrarisch met waarden - Landschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
de uitoefening van een agrarisch bedrijf - niet zijnde de opslag van veevoer en agrarische producten -, met uitzondering van een boomkwekerij, houtteelt-, sierteelt-, bollenteelt- of fruitteeltbedrijf; b. het weiden van vee en het verbouwen van gewassen anders dan in het kader van de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat volkstuincomplexen niet zijn toegestaan; c. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijke waarde van de gronden, zoals deze tot uitdrukking komt in het reliëf, de kleinschaligheid, de openheid, de beplantingselementen (houtsingels en houtwallen); d. infrastructurele voorzieningen: 1. die bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en op een legale wijze tot stand zijn gekomen; 2. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; e. waterhuishouding en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; f. extensieve (dag)recreatie; g. de instandhouding van landschapselementen; h. een kleinschalig kampeerterrein: 1. indien en voor zover deze bestond op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en op een legale wijze tot stand is gekomen; 2. ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein'; i.
een buitenrijbak, indien en voor zover deze bestond op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en op een legale wijze tot stand is gekomen; met daarbijbehorende: j.
k. l.
bouwwerken, geen gebouw zijnde, met dien verstande dat voorzieningen ten behoeve van buitenrijbakken, de opslag van mest, kuilvoerplaten en sleufsilo's niet zijn toegestaan, met dien verstande dat een buitenrijbak die reeds aanwezig is ten tijde van het ontwerpplan en die legaal tot stand is gekomen mag worden gehandhaafd; andere-werken; landschappelijke inpassing en/of erfbeplanting.
5.2
Bouwregels
Op de voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 5.2.1
Gebouwen
Voor een gebouw geldt dat gebouwen welke legaal aanwezig zijn op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, of die op dat moment mogen worden gebouwd, mogen worden gehandhaafd en geheel worden vernieuwd naar de omvang die zij op dat moment hadden. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 2,00 m mag bedragen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
5.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g. 5.4
de landschappelijke waarden van het gebied; het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid. Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.
b.
c.
5.2 aanhef en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van overschrijding van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' door bebouwing, met dien verstande dat: 1. de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens niet wordt overschreden; 2. de overschrijding niet meer dan 20 m bedraagt; 3. de oppervlakte van het agrarisch bouwperceel niet wordt vergroot; 4. de noodzaak hiertoe, uit hoofde van de bedrijfsvoering is aangetoond; 5. de goothoogte van een gebouw niet meer dan 6,00 m mag bedragen; 6. de bouwhoogte van een gebouw niet meer dan 10,00 m mag bedragen; 7. de bouwhoogte van een ander-bouwwerk niet meer dan 2,00 m mag bedragen; 8. de uitbreiding landschappelijk wordt ingepast, wat blijkt uit een in te dienen beplantingsplan/inrichtingsplan, met dien verstande dat er sprake is van de versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel; 5.2 aanhef en toestaan dat bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van kuilvoeropslag en andere silo's ten dienste van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' worden gebouwd op een afstand van niet meer dan 25 m van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', met dien verstande dat: 1.
kuilvoeropslag en andere silo's dan voor mestopslag, tot een gezamenlijke oppervlakte van 800 m 2 bij elk agrarisch bedrijf, en een bouwhoogte van niet meer dan 2,00 m mag worden gebouwd, met dien verstande dat: per geval de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering van situering buiten het agrarisch bouwperceel is aangetoond; in voorkomend geval Artikel 14 (Algemene bouwregels) van toepassing is; 5.2 aanhef ten behoeve van het realiseren van schuilgelegenheden, met dien verstande dat: 1. op elk afzonderlijk perceel van aaneengesloten, bij elkaar behorende gronden met een oppervlakte van niet minder dan 1 ha, niet meer dan 1 schuilgelegenheid wordt gebouwd; 2. er geen redelijk alternatief bestaat voor de schuilgelegenheid binnen het aangrenzende bouwperceel; 3. de onderlinge afstand tussen schuilgelegenheden niet minder dan 25 m bedraagt; 4. voor zover een perceel grenst aan een houtsingel, -wal of een bosrand dient de schuilgelegenheid binnen een afstand van 25 m uit die houtsingel, -wal of bosrand te worden gebouwd, dan wel voor zover een perceel grenst aan een openbare weg dient de schuilgelegenheid binnen een afstand van 100 m uit de as van die weg te worden gebouwd; 5.
de ruimtelijke kwaliteit ter plekke wordt verbeterd, wat blijkt uit een goede landschappelijk een architectonische inpassing, met dien verstande dat er sprake is van versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel; 6. de oppervlakte van een schuilgelegenheid niet meer bedraagt dan 15 m2, de goothoogte niet meer dan 2,50 m bedraagt en de bouwhoogte niet meer dan 4,00 m bedraagt; 7. in afwijking van het bepaalde onder 5.1 onder a een schuilgelegenheid tevens mag worden gebruikt ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 8. 9. d.
een schuilgelegenheid uitsluitend mag worden gebouwd met een kap met hellende dakvlakken; een gebouw uitsluitend mag worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in Artikel 14 (Algemene bouwregels); 5.2 aanhef om toe te staan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.6 van de gebruiksregels is of wordt verleend.
5.5
Specifieke gebruiksregels
5.5.1
Strijdig gebruik
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. b.
c. d. e.
het gebruiken of laten gebruiken van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen anders dan toegestaan als kleinschalig kampeerterrein; het gebruiken of laten gebruiken van de gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale agrarische bedrijfsvoering; opslag van hooirollen, hooibalen, grasrollen en grasbalen; het gebruik van gronden en opstallen voor doeleinden van handel en/of andere dan agrarische bedrijfsdoeleinden; het gebruiken of laten gebruiken van veldschuren/schuilgelegenheden voor recreatieve doeleinden.
5.5.2
Voorwaardelijke verplichting Marktvelderweg 14
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a.
b.
het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken aan de Marktvelderweg 14 conform de in lid 5.1 onder h opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 5 opgenomen Erfinrichtingsplan Marktvelderweg 14; in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken aan de Marktvelderweg 14 conform de in lid 4.1 onder h opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 5 opgenomen Erfinrichtingsplan Marktvelderweg 14 teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
5.5.3 a.
b.
Voorwaardelijke verplichting Hazenweg 15a
het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting' conform het bepaalde in 5.1 onder h zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 7 opgenomen Erfinrichtingsplan Hazenweg 15a; in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting' worden gebruikt conform het bepaalde in 5.1 onder h, onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 7 opgenomen Erfinrichtingsplan Hazenweg 15a teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
5.6
Afwijken van de gebruiksregels
5.6.1
Afwijken
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. b. c. d.
e.
f.
5.1 onder a ten behoeve van een boomkwekerij-, houtteelt-, sierteelt-, bollenteelt- en/of een fruitteeltbedrijf; 5.1 onder d ten behoeve van nieuwe fiets-, wandel- of ruiterpaden; 5.1 onder i ten behoeve van een buitenrijbak; 5.1 ten behoeve van het plaatsen van zonnepanelen voor de opwekking van energie, indien en voor zover: 1. de zonnepanelen aantoonbaar niet op een dakvlak kunnen worden geplaatst dan wel er sprake is van een dakvlak met een verschijningsvorm dat onaangetast dient te blijven; 2. de zonnepanelen landschappelijk ingepast worden volgens de gebiedskenmerken; 3. de zonnepanelen niet gebruikt worden door bedrijven die hoofdzakelijk zijn gericht op energieopwekking; 4. het grondperceel waarop de zonnepanelen staat maximaal 625 m 2 bedraagt; 5. de hoogte van de zonnepanelen maximaal 2,5 m bedraagt; 5.5.2 en toegestaan worden dat in plaats van de bedoelde landschapsmaatregelen andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 5 genoemde landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden.
5.5.3 en toegestaan worden dat in plaats van de bedoelde landschapsmaatregelen andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 7 genoemde landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden.
5.6.2
Afwegingskader
Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien een evenredige belangenafweging plaatsvindt, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de externe veiligheid, de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
5.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.7.1
Verbod
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.
het aanleggen van verharde wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen en het aanleggen van geluidswallen of geluidsschermen; verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet; het ophogen en egaliseren van gronden met meer dan 0,2 m ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld; bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 5.7.2
Uitzonderingen op verbod
Het in 5.7.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. b. c. d. e.
f. g. h. i.
werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van de goedkeuring van het plan; werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden; werken en werkzaamheden op en in gronden die binnen agrarische bouwpercelen zijn begrepen; werken en werkzaamheden als bedoeld in 5.7.1 onder a, voor zover het betreft kavelpaden en in- en uitritten; 1. met per geval een oppervlakte van niet meer dan 100 m²; 2. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; werken en werkzaamheden als bedoeld in 5.7.1 onder a, voor zover het betreft het aanleggen en verharden van wegen en/of paden ter directe ontsluiting van agrarische bouwpercelen; werken en werkzaamheden als bedoeld in 5.7.1 onder a, voor zover het betreft het aanleggen van koe- en kavelpaden; werken en werkzaamheden als bedoeld in 5.7.1 onder b, voor zover het betreft het aanleggen van poelen; werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van of via een verleende subsidie op basis van het Natuurgebiedsplan Overijssel.
5.7.3
Afwegingskader
Uitvoering van de genoemde werken en/of werkzaamheden is in strijd met de bestemming, indien daardoor dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen een onevenredige aantasting van de waarden van deze gronden kan plaatsvinden. 5.8
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' wijzigen in de bestemming: a.
'Wonen' in het kader van toepassing van de rood-voor-rood regeling in relatie tot een direct aansluitende bestemming en toestaan dat ten opzichte van het aantal op de direct aansluitende bestemming aanwezige woningen één of meerdere extra woningen worden gerealiseerd, met dien verstande dat: 1. voor de bouw van één woning van maximaal 750 m3 met een gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van maximaal 150 m2 minimaal 1.000 m2 aan bebouwing wordt gesloopt of 5.000 m2 aan kassen; 2. voor de bouw van één woning van maximaal 1.000 m3 met een gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van maximaal 200 m2 minimaal 1.500 m2 aan bebouwing wordt gesloopt; 3. voor de bouw van twee woningen van elk maximaal 750 m3 met elk een gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van maximaal 150 m2 minimaal 2.500 m2 wordt gesloopt; 4. voor de bouw van twee woningen van elk maximaal 1.000 m3 met elk een gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van maximaal 200 m2 minimaal 3.000 m2 wordt gesloopt; 5. het beleid in acht worden genomen zoals opgenomen in Bijlage 2 Rood voor Rood beleid 2015; 6. de voorkeursgrenswaarde dan wel een vastgestelde hogere grenswaarde uit de Wet geluidhinder in acht wordt genomen; 7. per locatie slechts éénmalig wordt deelgenomen aan Rood voor Rood; 8. het bepaalde in Artikel 8 Wonen van toepassing is.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 5.8.1
Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de externe veiligheid, de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Artikel 6 6.1
Bos
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
f. g. h. i.
bos; bosbouw, aanplant en houtoogst; het behoud, de bescherming en/of de ontwikkeling van de natuurwetenschappelijke en/of landschappelijke waarde; extensief recreatief en/of educatief medegebruik; infrastructurele voorzieningen; 1. zoals deze bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en op een legale wijze tot stand zijn gekomen; 2. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; de waterhuishouding, uitsluitend voor de sloten en andere watergangen zoals deze bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en op een legale wijze tot stand zijn gekomen; ontwikkeling van aldaar voorkomende watergangen, sloten, meanders en andere waterpartijen; behoud van de aanwezige zandwegen; parkeervoorzieningen;
met daarbijbehorende: j. k. l.
bouwwerken, geen gebouw zijnde; andere-werken; voorzieningen.
6.2
Bouwregels
Op de voor 'Bos' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat schuren, jachthutten en andere gebouwen die legaal aanwezig zijn op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, of die op dat moment gebouwd mogen worden, mogen worden gehandhaafd en geheel worden vernieuwd naar de omvang die zij op dat moment hadden. 6.2.1
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. b.
6.3
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 2,00 m; in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van een kunstwerk niet meer dan 4,00 m bedragen. Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g.
het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurwetenschappelijke waarden van de gronden; het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1
Verbod
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.
het aanleggen van verharde wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet, en het ophogen en egaliseren van de gronden; aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; diepploegen, zijnde het extra diep - meer dan circa 0,4 m - omploegen; bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters.
6.4.2
Uitzonderingen op verbod
Het in 6.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. b. c. d.
e. f.
werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van de goedkeuring van het plan; werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden; werken en werkzaamheden als bedoeld in 6.4.1 onder a, voor zover het betreft kavelpaden en in- en uitritten met per geval een oppervlakte van niet meer dan 100 m2, en ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; werken en werkzaamheden als bedoeld in 6.4.1 onder b, voor zover het betreft het aanleggen van poelen; werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van of via een verleende subsidie op basis van het Natuurgebiedsplan Overijssel.
6.4.3
Afwegingskader
Uitvoering van de genoemde werken en/of werkzaamheden is in strijd met de bestemming, indien daardoor dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen een onevenredige aantasting van de waarden van deze gronden kan plaatsvinden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Artikel 7 7.1
Horeca
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
horeca(bedrijven); ter plaatse van de aanduiding 'discotheek' tevens een discotheek; bed & breakfast in de bedrijfswoning en/of in een aan de bedrijfswoning aangebouwd bedrijfsgebouw, met dien verstande dat niet meer dan 4 bedden ten behoeve van bed & breakfast aanwezig mogen zijn; met daarbijbehorende: d. e. f. g. h. i. j.
gebouwen; bouwwerken, geen gebouw zijnde; andere-werken; tuinen; erven; terreinen; terrassen, met inachtneming van de volgende regels: 1. het terras moet ten dienste staan van een openbare inrichting; 2. een terras mag dagelijks geopend zijn gedurende de openingstijden van de bijbehorende openbare inrichting, met dien verstande dat als een openbare inrichting na 01.00 sluit het laatste uur op het terras geen dranken meer geschonken mogen worden of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt; 3. er dient ten alle tijden sprake te zijn van een vrije logische loopruimte voor passanten van ten minste 1,5 meter: 4. op een terras mag geen mechanisch versterkte muziek ten gehore worden gebracht; 5. de aanwezigheid van een terras en/of terrasscherm mag: de verkeersveiligheid niet in gevaar brengen; de toegankelijkheid voor hulpdiensten niet in gevaar brengen; de verkeers- en verblijfsfunctie niet belemmeren; de doorgaande logische loopruimte voor passanten niet aantasten. k. waterhuishouding en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; l. landschappelijke inpassing en/of erfbeplanting; m. parkeervoorzieningen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
41
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
7.2
Bouwregels
Op de voor 'Horeca' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 7.2.1
Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
een gebouw mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in Artikel 14 (Algemene bouwregels); de goothoogte mag niet meer dan 5,00 m bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 10,00 m bedragen; de dakhelling mag niet minder dan 15° bedragen, met dien verstande dat voor een oppervlakte van ten hoogste 100 m2 de dakhelling 0° mag bedragen; de afstand van gebouwen tot de perceelgrens mag niet minder dan 3,00 m bedragen; de gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte (inclusief de oppervlakte van de bedrijfswoning en de bij de bedrijfswoning behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen) mag niet meer bedragen dan de in onderstaande tabel vermelde bestaande oppervlakte: adres bestaande oppervlakte maximale oppervlakte Eibergsestraat 258 1.645 m2 2.060 m2
7.2.2
Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden bovendien de volgende regels: a.
b. c. d. e. f. g. h.
per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning aanwezig zijn, met dien verstande dat inwoning van de bedrijfswoning toegestaan is onder de voorwaarden dat: 1. sprake is van gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die bedrijfswoning; 2. de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling inpandig toegankelijk zijn; 3. sprake is van één hoofdtoegang (het inwoongedeelte is slechts bereikbaar via het hoofdgedeelte van de woning; het inwoongedeelte beschikt niet over een eigen achteruitgang; tuindeuren zijn wel acceptabel); 4. de bedrijfswoning de verschijningsvorm van één woning behoudt; 5. het inwoongedeelte geen eigen zelfstandige berging heeft; 6. het inwoongedeelte niet beschikt over zelfstandige nutsvoorzieningen (tussenmeters zijn wel acceptabel); 7. de gezamenlijke oppervlakte van de inwoonsituatie niet meer bedraagt dan 30% van de totale gebruiksoppervlakte van de woning; 8.
per bedrijfswoning sprake is van maximaal één inwoonsituatie; de inhoud mag exclusief kelder niet meer dan 750 m3 bedragen; de dakhelling mag niet minder dan 30° en niet meer dan 60° bedragen; de goothoogte mag niet meer dan 4,50 m bedragen; de breedte van een woonhuis dient minimaal 6,00 m te bedragen; de afstand van de bedrijfswoning tot de perceelgrens mag niet minder dan 3,00 m bedragen; een kelder dient binnen de begrenzing van de woning gelegen te zijn; bouwdelen waarvan de nok op minder dan 2,00 m uit de nok van de bedrijfswoning liggen, welke aan de bedrijfswoning zijn aangebouwd, worden beschouwd als onderdelen van de bedrijfswoning.
7.2.3
Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning
Voor aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning gelden bovendien de volgende regels: a. b. c.
aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen moeten minimaal 3,00 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan liggen; een overkapping dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan gebouwd te worden; de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m 2, waarvan niet meer dan 75 m2 aangebouwd mag zijn; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
42
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld d. e. f. g.
de goothoogte mag niet meer dan 3,25 m bedragen; de bouwhoogte van aangebouwde bijgebouwen dient minimaal 2,00 m minder dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning te bedragen; de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 5,00 m bedragen; de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3,25 m bedragen.
7.2.4
Vaste bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen ten behoeve van terrassen
Voor het bouwen van vaste bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde ten behoeve van terrassen bij openbare inrichtingen mogen uitsluitend terrasschermen en vaste (met de grond verankerde) parasols worden gebouwd, met dien verstande dat: a.
b.
ten aanzien van terrasschermen: 1. terrasschermen zijn toegestaan op gevel- en eilandterrassen behorende bij een openbare inrichting, met dien verstande dat ingeval van terrasschermen op eilandterrassen de naar de weggekeerde zijde(n) open dienen te blijven; 2. terrasschermen worden geplaatst op de terrasgrens, haaks op de gevel (niet evenwijdig aan de gevel); 3. ten aanzien van de lengte van een terrasscherm gelden de volgende bepalingen: bij terrassen met een diepte van minder dan 1,5 meter is een terrasscherm over de volledige diepte toegestaan; bij terrassen met een diepte van meer dan 1,5 meter maar minder dan 5 meter dient de laatste meter vrij te zijn van terrasschermen; bij terrassen met een diepte van meer dan 5 meter dient de laatste anderhalve meter vrij te zijn van terrasschermen; 4. de bouwhoogte van een terrasscherm mag maximaal 1,80 meter bedragen, gemeten vanaf het maaiveld, waarbij het scherm vanaf 1 meter hoogte doorzichtig dient te zijn: 5. terrasschermen mogen met de grond verankerd zijn, mits de constructie boven de bestrating demontabel en verplaatsbaar is. ten aanzien van vaste (met de grond verankerde) parasols: 1. parasols mogen op geen enkel moment lager hangen dan 2,20 meter gemeten vanaf het maaiveld; 2. de bouwhoogte van vaste (met de grond verankerde) parasols mag uitgeklapt maximaal 3 meter bedragen; 3.
de breedte van de parasol mag de grens van het terras niet overschrijden; 4. vaste parasols mogen met de grond verankerd zijn, mits de constructie boven de bestrating demontabel, inklapbaar, wegneembaar en verplaatsbaar is.
7.2.5
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor een bouwwerk geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. b. c. d.
de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen op tenminste 1,00 m achter de voorgevelrooilijn mag niet meer dan 2,00 m bedragen; de bouwhoogte van overige terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 1,00 m bedragen; de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer dan 8,00 m bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 5,00 m bedragen.
7.2.6
Afwijkende maatvoering
In afwijking van het bepaalde in 7.2.1, 7.2.2, 7.2.3 en 7.2.5, geldt dat indien een afwijkende maatvoering aanwezig is op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en deze legaal tot stand is gekomen, deze maatvoering als maximum respectievelijk minimum mag worden gehanteerd voor dat gebouw en, voor zover het goothoogten, bouwhoogten en dakhellingen betreft, voor uitbreidingen en nieuwbouw van dat gebouw. 7.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b.
het beginsel van bebouwingsconcentratie; het bebouwingsbeeld; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld c. d. e. f. g.
de landschappelijke inpassing; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
7.4
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.
7.2.1 onder b ten behoeve van een hogere goothoogte, met dien verstande dat dit niet geldt voor bedrijfswoningen, indien dat voor de bedrijfsvoering noodzakelijk of dringend gewenst is, hetgeen door de aanvrager aannemelijk dient te worden gemaakt, mits de goothoogte niet meer bedraagt dan 6,00 m en de hogere goothoogte uit een oogpunt van bebouwingsbeeld aanvaardbaar is; b. 7.2.1 onder c ten behoeve van een hogere bouwhoogte, met dien verstande dat dit niet geldt voor bedrijfswoningen, indien dat voor de bedrijfsvoering noodzakelijk of dringend gewenst is, hetgeen door de aanvrager aannemelijk dient te worden gemaakt, mits de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 12 m en de hogere bouwhoogte ter plaatse uit een oogpunt van bebouwingsbeeld aanvaardbaar is; c. 7.2.1 onder d ten behoeve van een afwijkende dakvorm, anders dan een platte dakafdekking; d. 7.2.1 onder e om toe te staan dat de afstand van de gebouwen tot de perceelgrens wordt verkleind tot 0 m; e. 7.2.1 onder f om toe staan dat de bestaande oppervlakte wordt vergroot tot niet meer dan de in de tabel van 7.2.1 onder f opgenomen maximale oppervlakte met dien verstande dat: 1. de noodzaak is aangetoond door middel van een bedrijfsplan; 2. het perceel landschappelijk wordt ingepast (passend binnen het gemeentelijk landschapsbeleid); 3.
de uitbreiding ten behoeve van de horeca landschappelijk wordt ingepast, wat blijkt uit een in te dienen beplantingsplan/inrichtingsplan, met dien verstande dat er sprake is van de versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel; 4. indien de uitbreiding van de bebouwing ten dienste van de horeca meer dan 250 m 2 bedraagt, uit een onderbouwing conform de systematiek van de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving van de provincie Overijssel is aangetoond dat de uitbreiding van de niet-agrarische nevenactiviteiten in balans is met de investeringen in de omgevingskwaliteit; f. 7.2.2 onder c om toe te staan dat de dakhelling minder dan 30º of meer dan 60º bedraagt; g. 7.2.2 onder f om toe te staan dat de afstand van de woning tot de perceelgrens wordt verkleind tot 0 m; h. 7.2.2 onder g om toe te staan dat de kelder buiten de begrenzing van de woning wordt gebouwd, met dien verstande dat de oppervlakte van de kelder buiten de begrenzing van de woning meetelt voor de oppervlakte van aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen; i. 7.2.3 onder a om toe te staan dat de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan wordt verkleind tot 0 m; j. 7.2.3 onder a en toestaan dat vrijstaande bijgebouwen voor de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan worden gebouwd; k.