RGL Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1 (01-06-21) vastgesteld
Tekst van het document
Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 13
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Bestemmingsregels Agrarisch Agrarisch - Agrarisch bedrijf Agrarisch met waarden - Landschap Bos Horeca Wonen Leiding Waarde - Hoge archeologische verwachting Waarde - Lage archeologische verwachting Waarde - Middelmatige archeologische verwachting
15 15 20 33 39 41 47 56 58 59 60
Hoofdstuk 3 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
61 61 62 63 65 66 67 68
Hoofdstuk 4 Artikel 20 Artikel 21
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
69 69 70
Bijlage regels
71
Bijlage 1
Verklaring van geen bedenkingen Oude Boekeloseweg 112
72
Bijlage 2
Rood voor Rood beleid 2015
73
Bijlage 3
Erfinrichtingsplan Goorsestraat 253
74
Bijlage 4
Erfinrichtingsplan Ellenbroekweg 20
75
Bijlage 5
Erfinrichtingsplan Marktvelderweg 14
76
Bijlage 6
VAB beleid 2011
77
Bijlage 7
Erfinrichtingsplan Hazenweg 15a
78
Bijlage 8
Erfinrichtingsplan Goorsestraat 249a
79
Bijlage 9
Erfinrichtingsplan Zoomweg 11 en ongenummerd
80
Bijlage 10
Sloopopgave Zoomweg 11, Goorsestraat 154 en Weideweg 5
81
Bijlage 11
Erfinrichtingsplan Weideweg 5
82
Bijlage 12
Erfinrichtingsplan Wissinkbrinkweg 58
83
Bijlage 13
Sloopopgave Wissinkbrinkweg 58
84
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Regels
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1' met identificatienummer NL.IMRO.0158.BP1186-0002 van de gemeente Haaksbergen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.6 aan huis verbonden bedrijf bedrijvigheid die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.7 aan huis verbonden beroep een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.8 agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, niet zijnde: een glastuinbouwbedrijf, een boomkwekerij, een champignonkwekerij, een paardenhouderij gericht op het gebruik of een wormenkwekerij; 1.9 archeologische waarde de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis; 1.10 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11 bed & breakfast een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt. Onder een bed & breakfastvoorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 1.12 bedrijf een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; 1.13 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.14 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.15 beroeps- of bedrijfsvloeroppervlakte de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep dan wel een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke, bestaand of vergund op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 1.16 bestaand de op het moment van ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en conform de op dat moment geldende regels aanwezige gebouwen/ oppervlakten/ gebruik of waarvoor een omgevingsvergunning is verleend danwel een
aanvraag om omgevingsvergunning is ingediend die kan worden verleend; 1.17 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.18 bestemmingsplan Buitengebied het bestemmingsplan Buitengebied met identificatienummer NL.IMRO.0158.BP1036-0011 van de gemeente Haaksbergen, vastgesteld op 2 juli 2013; 1.19 bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1' het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1' met identificatienummer NL.IMRO.0158.BP1138-0003 van de gemeente Haaksbergen, vastgesteld op 1 november 2017; 1.20 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.21 bijgebouw een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.22 boerderijappartement een (deel van) een (voormalig) agrarisch gebouw welke blijvend is bestemd voor een recreatief nachtverblijf, waarbij wordt overnacht in zelfstandige eenheden, waarin keuken en/of sanitair zijn ondergebracht, al dan niet in combinatie met een dagverblijf;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 1.23 boerderijkamer een (deel van) een (voormalig) agrarisch gebouw welke blijvend is bestemd voor recreatief nachtverblijf, waarbij wordt overnacht in kamers en dat, al dan niet in combinatie met een dagverblijf, beschikbaar is en waar keuken en sanitair in een gemeenschappelijke ruimte worden ondergebracht; 1.24 boomkwekerij een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van beplantingsgewassen zoals bos- en haagplantsoen, laan- en parkbomen, vruchtbomen, rozenstruiken, sierconiferen en overige sierheesters, een en ander in de vorm van vollegrondsteelt dan wel containerteelt; 1.25 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.26 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.27 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.28 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.29 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde zijn toegelaten; 1.30
bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.31 buitenrijbak al dan niet omheinde gronden, voorzien van bewerkte/aangepaste bodem waar training en africhting van paarden alsmede het recreatief berijden van paarden plaatsvindt; 1.32 containerteelt het kweken van planten/boompjes in potten op een geslotenbed-ondergrond of een openbed-ondergrond met drainage; 1.33 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.34 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 1.35 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.36 discotheek een gebouw, waarin de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk is gericht op het bieden van gelegenheid tot dansen op mechanische en/of levende muziek en het serveren van al dan niet alcoholhoudende dranken; 1.37 eilandterras terras dat losstaat van de buitengevel van de ter plaatse gevestigde openbare inrichting; 1.38 erotisch getinte vermaaksfunctie een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.39 extensieve (dag)recreatie die vormen van recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving zoals wandelen en fietsen en die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf; 1.40 gebiedseigen aan de groene omgeving en de streek gebonden; 1.41 gebiedskenmerken de verschillende typen landschappen en hun kenmerkende eigenschappen (zoals
bijvoorbeeld beschreven in de Catalogus gebiedskenmerken van de Omgevingsvisie Overijssel; 1.42 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.43 geluidsbelasting vanwege het wegverkeer de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.44 gevelterras terras dat direct tegen de buitengevel van de ter plaatse gevestigde openbare inrichting wordt geplaatst; 1.45 groene omgeving landelijk gebied, buitengebied; 1.46 grondgebonden agrarische bedrijfsvoering een agrarische bedrijfsvoering die geheel dan wel grotendeels afhankelijk is van de groeikracht van de bodem waarop het bedrijf wordt uitgeoefend;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 1.47 hogere grenswaarde een maximale waarde voor de geluidsbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, dan wel het Besluit geluidhinder; 1.48 hoofdgebouw één of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.49 horeca(bedrijf) een bedrijf, in hoofdzaak gericht op: a. het verstrekken van ter plaatse te nuttigen spijzen en/of dranken; b. het verstrekken van nachtverblijf; c. het verhuren en ter plaatse beschikbaar stellen van zaalruimten. Tot een horecabedrijf worden ook afhaalzaken en maaltijdbezorgdiensten gerekend.
Met dien verstande dat een discotheek niet is toegestaan; 1.50 houtteelt de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend de functie houtproductie op gronden die in principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt en waarvoor daartoe vrijstelling is verleend van de melding en herplantplicht ex artikel 2 en 3 van de Boswet; 1.51 huishouden een verzameling van één of meer personen die een woonruimte bewoont en daar zichzelf voorziet, of door derden wordt voorzien, in dagelijkse levensbehoeften; 1.52 intensieve veehouderij een agrarisch bedrijf of deel van een agrarisch bedrijf met tenminste 250 m2 bedrijfsvloeroppervlak dat wordt gebruikt voor veehouderij volgens de Wet Milieubeheer en waar geen melkrundvee, schapen, paarden of dieren biologisch gehouden worden en waar geen dieren worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve van natuurbeheer; 1.53 inwoning twee of meer huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q.
(verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van de inwoonsituatie niet groter mag zijn dan 30% van de totale gebruiksoppervlakte van de woning; 1.54 kampeermiddel een tent, tentwagen, een kampeerauto of een caravan, niet zijnde een stacaravan of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor ingevolge artikel 40 van de Woningwet een omgevingsvergunning voor bouwen is vereist, één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 1.55 karakteristieke bebouwing beeldbepalende en/of waardevolle bebouwing van vroegere cultuur, bewoning of nijverheid waarbij de instandhouding van de karakteristieke hoofdvorm wordt nagestreefd. Het gaat hierbij om de betekenis voor het stedenbouwkundig beeld ter plaatse of om de architectonische en/of cultuurhistorische waarde van de bebouwing; 1.56 kas een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, bloemen of planten; 1.57 kleinschalig kampeerterrein een kampeerterrein voor niet meer dan 25 kampeermiddelen gedurende de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; 1.58 kwaliteitsimpuls Groene Omgeving kwaliteitsinstrument waarmee ontwikkelingen in de Groene Omgeving tegelijkertijd leiden tot versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.
Een eenduidige bundeling van diverse regelingen als Rood-voor-rood, VAB's, landgoederen et cetera; 1.59 landschappelijke inpassing inpassing in het omringende landschap door bij de situering in te spelen op de landschappelijke kenmerken en/of door het gebruik van beplanting die past bij het landschapstype ter plaatse, om de bebouwing minder nadrukkelijk in het landschap te plaatsen; 1.60 landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; 1.61 maaiveld het oppervlak (of de hoogte daarvan) van het land of de bovenkant van het terrein dat een bouwwerk omgeeft; 1.62 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.63 mantelzorgindicatie een indicatie dat sprake is van een zorgbehoefte en een daarvan afgeleide noodzaak tot huisvesting ten behoeve van mantelzorg; 1.64 nadere eis een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder d van de Wet ruimtelijke ordening; 1.65
normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 1.66 onderkomens voor verblijf geschikte al dan niet aan de bestemming onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen; 1.67 openbare inrichting lokaliteiten zoals een hotel, restaurant, pension, café, waterpijp café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis, verenigingsgebouw, recreatieve voorziening, maatschappelijke voorziening, sportvoorziening, detailhandelsbedrijf of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte; 1.68 overkapping een bouwwerk, al dan niet aangebouwd aan een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestaande uit een slechts van boven afgesloten of afgedekte ruimte van lichte constructie zonder eigen wanden; 1.69 paardenhouderij het bedrijfsmatig, niet op agrarische productie gericht houden en stallen van paarden en pony's, met als ondergeschikte nevenactiviteit het fokken, africhten, trainen en berijden van paarden en pony's; 1.70 parasol in één voetstuk of op één steun staand uitvouwbaar zonnescherm(en); 1.71 peil a.
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c.
indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil of de hoogte van het terrein ter plaatse van de meest nabij gelegen locatie waar het water grenst aan het vaste land;
1.72 plattelandswoning een bedrijfswoning, behorend tot of voorheen behorend tot een agrarisch bedrijf, die door een derde bewoond mag worden, en die niet worden beschermd tegen de milieugevolgen van het bijbehorende agrarische bedrijf; 1.73 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding; 1.74 recreatief medegebruik een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.75 ruimtelijke kwaliteit het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ook wel het samenstel van functionele waarde, toekomstwaarde en belevingswaarde;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 1.76 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.77 stacaravan een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat mede gelet op de afmetingen kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen, ook over grotere afstanden, als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen, en dat dient voor recreatief (nacht)verblijf voor recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben;' 1.78 standplaats een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; 1.79 teeltondersteunende bebouwing bebouwing in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: a. b. c.
verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating; verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen of het voorkomen van schade door vorst;
1.80 terras een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt; 1.81 terrasscherm fysieke afscheiding tussen terras en overig openbaar gebied en/of terrassen onderling; 1.82 trekkershut een eenvoudig gebouw met beperkte inhoud en oppervlakte, bestemd voor kortdurend recreatief nachtverblijf voor personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.83 uitbouw een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.84 VAB vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing; 1.85 vaste bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde met de grond of met een gevel verankerde bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een permanent of daarmee vergelijkbaar karakter.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 1.86 veldschuur/schuilgelegenheid een overdekte ruimte die maximaal aan 3 zijden is omsloten door wanden, waarvan het/de betreffende dier(en) gebruik moeten kunnen maken in geval van weidegang, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden in zowel zomer als winter uit oogpunt van dierenwelzijn en waarbij in en nabij de schuilgelegenheid en waarbij in en nabij de veldschuur/schuilgelegenheid geen opslag is toegestaan met uitzondering van voer en stro in de veldschuur/schuilgelegenheid; 1.87 verbeelding a. de digitale verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1; b.
de analoge (papieren) kaart van het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1 met legenda en tekeningnummer NL.IMRO.0158.BP1186-0002; 1.88 verkoop vanaf boerderij de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte verkoop van eigen, ter plaatse geproduceerde, agrarische producten; 1.89 verkoopvloeroppervlakte de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel; 1.90 volkstuincomplex een terrein met een oppervlakte van tenminste 10 are waarop zich twee of meer volkstuinen bevinden; 1.91 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.92 voorkeursgrenswaarde de maximale waarde voor de geluidsbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder dan wel het Besluit geluidhinder; 1.93 wijziging een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.94 wonen het gehuisvest zijn in een woning; 1.95 woning een complex van ruimten dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden; in geval van inwoning zijn twee afzonderlijke huishoudens toegestaan; 1.96 woonhuis een gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat; 1.97 zorgbehoefte behoefte aan zorg, in het kader van beleid gebruikt voor de veronderstelde
wens en noodzaak van zorg;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
Gebouwen en bouwwerken
2.1.1
De afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse perceelsgrens:
Vanaf de buitenwerkse gevelvlakken dan wel, indien sprake is van overstekende daken met een overstekend gedeelte van meer dan 1,00 m, respectievelijk overstekken van meer dan 1,00 m, vanaf de buitenrand van het overstekende dak/de overstek, neerwaarts geprojecteerd, tot de kadastrale zijgrens van het perceel. 2.1.2
De bouwhoogte van een bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, zonnepanelen op het dak en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.1.3
De breedte van een gebouw:
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren. 2.1.4
De dakhelling:
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.1.5
De goothoogte van een bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.1.6
De inhoud van een bouwwerk:
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.1.7
De oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, overstekende daken, zonnepanelen op het dak en overkragingen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,00 m bedraagt. 2.3 Maatvoering Alle maten zijn tenzij anders aangegeven: a. b. c. d. e.
voor lengten in meters (m); voor oppervlakten in vierkante meters (m²); voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³); voor verhoudingen in procenten (%); voor hoeken/hellingen in graden (°).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 2.4 Meten Bij de toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van de lijn. 2.5 Relatie Daar waar op de verbeelding twee of meer bestemmingsvlakken, bouwvlakken en/of aanduidingsvlakken door middel van de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden, gelden die bestemmingsvlakken, bouwvlakken en/of aanduidingsvlakken bij de toepassing van deze regels als één bestemmingsvlak, één bouwvlak en/of één aanduidingsvlak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
de uitoefening van het agrarisch bedrijf - niet zijnde de opslag van veevoer en agrarische producten - met uitzondering van een boomkwekerij -, houtteelt-, sierteelt-, bollenteelt- of fruitteeltbedrijf; b. het weiden van vee en het verbouwen van gewassen anders dan in het kader van de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat volkstuincomplexen niet zijn toegestaan; c. infrastructurele voorzieningen zoals die bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en op een legale wijze tot stand zijn gekomen; d. waterhuishouding en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; e. voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, zoals (on)verharde en halfverharde wandel-, fiets en ruiterpaden; f. de instandhouding van landschapselementen, het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige landschaps- en/of natuurwetenschappelijke waarden; g. een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover deze bestond op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en op een legale wijze tot stand is gekomen; met daarbijbehorende: h. i. j. k.
bouwwerken, geen gebouw zijnde; andere-werken; landschappelijke inpassing en/of erfbeplanting; overige voorzieningen, niet zijnde voorzieningen ten behoeve van buitenrijbakken, veevoer en mest, met dien verstande dat een buitenrijbak welk reeds aanwezig is ten tijde van het ontwerpplan en legaal tot stand is gekomen mag worden gehandhaafd.
3.2
Bouwregels
Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat gebouwen welke legaal aanwezig zijn op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, of die op dat moment mogen worden gebouwd, mogen worden gehandhaafd en geheel worden vernieuwd naar de omvang die zij op dat moment hadden. 3.2.1
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. b. c.
3.3
de bouwhoogte mag niet meer dan 5,00 m bedragen; teeltondersteunende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan aansluitend aan grond met de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'; de gezamenlijke oppervlakte aan teeltondersteunende bouwwerken op grond met de bestemming 'Agrarisch' en de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' mag niet meer bedragen dan 20% van het totale bedrijfsareaal dat wordt gebruikt voor teelt in de open lucht. Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d.
het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld e. f. 3.4
de sociale veiligheid; de externe veiligheid. Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in a.
b.
c.
d.
e.
3.1 onder k ten behoeve van het gebruiken van de gronden als buitenrijbak en het aldaar bouwen van andere bouwwerken ten dienste daarvan, met dien verstande dat: 1. bij eenzelfde bedrijf niet meer dan één buitenrijbak is toegestaan; 2. de buitenrijbak in de onmiddellijke nabijheid van het betreffende agrarisch bedrijf wordt gesitueerd; 3. de bouwhoogte van lichtmasten niet meer dan 6,00 m bedraagt; 4. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde niet meer dan 1,50 m mag bedragen; 5. de ter plaatse dan wel in de directe nabijheid voorkomende landschaps- en natuurwaarden niet onevenredig worden aangetast; 6. ter bewerkstelliging van een redelijk visuele inpassing van één en ander in het landschap, eisen kunnen worden gesteld betreffende situering en afscherming door beplanting of anderszins; 3.1 onder k om toe te staan dat voorzieningen ten behoeve van opslag van veevoer worden opgericht, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2,00 m met dien verstande dat de voorziening in directe aansluiting op een perceel met de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' wordt gerealiseerd; 3.2 om toe te staan dat wordt gebouwd ten behoeve van overschrijding van de bestemming 'Agrarisch Agrarisch bedrijf' door bebouwing, niet zijnde mestopslag, kuilvoeropslag en andere silo's, met dien verstande dat: 1.
de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens niet wordt overschreden; 2. de overschrijding niet meer dan 20 m bedraagt; 3. de oppervlakte van het agrarisch bouwperceel niet wordt vergroot; 4. de noodzaak hiertoe, uit hoofde van de bedrijfsvoering is aangetoond; 5. de goothoogte van een gebouw niet meer dan 6,00 m mag bedragen; 6. de bouwhoogte van een gebouw niet meer dan 10,00 m mag bedragen; 7. de bouwhoogte van een ander-bouwwerk niet meer dan 2,00 m mag bedragen; 8. de uitbreiding landschappelijk wordt ingepast, wat blijkt uit een in te dienen beplantingsplan/inrichtingsplan, met dien verstande dat er sprake is van de versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel; 3.2 om toe te staan dat bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van kuilvoeropslag en andere silo's ten dienste van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' worden gebouwd op een afstand van niet meer dan 25 m van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', met dien verstande dat: 1.
kuilvoeropslag en andere silo's, tot een gezamenlijke oppervlakte van 800 m 2 bij elk agrarisch bedrijf, en een bouwhoogte van niet meer dan 2,00 m mag worden gebouwd, met dien verstande dat: per geval de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering van situering buiten het agrarisch bouwperceel is aangetoond; in voorkomend geval Artikel 14 (Algemene bouwregels) van toepassing is; 3.2 ten behoeve van het realiseren van schuilgelegenheden voor vee, met dien verstande dat: 1. op elk afzonderlijk perceel van aaneengesloten, bij elkaar behorende gronden met een oppervlakte van niet minder dan 1 ha, niet meer dan 1 schuilgelegenheid wordt gebouwd; 2. er geen redelijk alternatief bestaat voor de schuilgelegenheid binnen het aangrenzende bouwperceel; 3. de onderlinge afstand tussen schuilgelegenheden niet minder dan 25 m bedraagt; 4. voor zover een perceel grenst aan een houtsingel, -wal of een bosrand dient de schuilgelegenheid binnen een afstand van 25 m uit die houtsingel, -wal of bosrand te worden gebouwd, dan wel voor zover een perceel grenst aan een openbare weg dient de schuilgelegenheid binnen een afstand van 100 m uit de as van die weg te worden gebouwd; 5.
de ruimtelijke kwaliteit ter plekke wordt verbeterd, wat blijkt uit een goede landschappelijk een architectonische inpassing, met dien verstande dat er sprake is van versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 6. 7. 8. 9. 3.4.1
de oppervlakte van een schuilgelegenheid niet meer dan 15 m2 bedraagt , de goothoogte niet meer dan 2,50 m bedraagt en de bouwhoogte niet meer dan 4,00 m bedraagt; in afwijking van het bepaalde onder 3.1 onder a een schuilgelegenheid tevens mag worden gebruikt ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren; voor een schuilgelegendheid een plat dak niet is toegestaan; een gebouw uitsluitend mag worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in Artikel 14 (Algemene bouwregels). Afwegingskader
Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien een evenredige belangenafweging plaatsvindt, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de externe veiligheid, de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
3.5
Specifieke gebruiksregels
3.5.1
Strijdig gebruik
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. b.
c. d. e. 3.6
het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen; het gebruik van de gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale agrarische bedrijfsvoering; opslag van hooirollen, hooibalen, grasrollen en grasbalen; het gebruik van gronden en opstallen voor doeleinden van handel en/of andere dan agrarische bedrijfsdoeleinden; het gebruiken of laten gebruiken van veldschuren/schuilgelegenheden voor recreatieve doeleinden. Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. b. c.
3.1 onder a ten behoeve van een boomkwekerij-, houtteelt-, sierteelt-, bollenteelt- en/of een fruitteeltbedrijf; 3.1 onder c ten behoeve van nieuwe fiets-, wandel- of ruiterpaden; 3.1 onder g en toestaan dat een kleinschalig kampeerterrein bij een (voormalig) agrarisch bedrijf wordt gerealiseerd, met dien verstande dat: 1. bij eenzelfde agrarisch bedrijf of voormalig agrarisch bedrijf maximaal één kleinschalig kampeerterrein gerealiseerd mag worden; 2. de afstand tot bestaande bebouwing die toebehoort aan de exploitant van het kampeerterrein niet meer dan 50 m bedraagt; 3. de afstand tot een aangrenzend perceel en/of de op dat perceel gelegen bebouwing minimaal 50 m bedraagt. Indien er vanuit milieutechnisch oogpunt geen bezwaren zijn dan kan een minimale afstand van 25 m aangehouden worden; 4. sanitaire voorzieningen binnen bestaande bebouwing wordt gerealiseerd; 5. het geheel landschappelijk wordt ingepast blijkend uit een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; 6. parkeren plaatsvindt op het terrein van het agrarisch bedrijf; 7. parkeerplaatsen landschappelijk worden ingepast; 8. het terrein is gelegen binnen verwevingsgebied;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 9.
d.
het gebruik als standplaats voor kampeermiddelen geldt per bestemmingsvlak voor niet meer dan 25 kampeermiddelen, in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; 10. stacaravans, trekkershutten en chalets niet zijn toegestaan; 3.1 onder k ten behoeve van een buitenrijbak.
3.6.1
Afwegingskader
Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien een evenredige belangenafweging plaatsvindt, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de externe veiligheid, de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
3.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.7.1
Verbod
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c.
aanleggen van verharde wegen en paden, het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen en het aanleggen van geluidswallen of geluidsschermen; verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet; het ophogen en egaliseren van gronden met meer dan 0,2 m ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld.
3.7.2
Uitzonderingen op verbod
Het in 3.7.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van de goedkeuring van het plan; werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden; werken en werkzaamheden op en in gronden die binnen agrarische bouwpercelen zijn begrepen; werken en werkzaamheden als bedoeld in 3.7.1 onder a, voor zover het betreft kavelpaden en in- en uitritten met per geval een oppervlakte van niet meer dan 100 m2; werken en werkzaamheden als bedoeld in 3.7.1 onder a, voor zover het betreft het aanleggen en verharden van wegen en/of paden ter directe ontsluiting van agrarische bouwpercelen; werken en werkzaamheden als bedoeld in 3.7.1 onder a, voor zover het betreft het aanleggen van koe- en kavelpaden; werken en werkzaamheden als bedoeld in 3.7.1 onder b, voor zover het betreft het aanleggen van poelen; werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van of via een verleende subsidie op basis van het Natuurgebiedsplan Overijssel.
3.7.3
Afwegingskader
Uitvoering van de genoemde werken en/of werkzaamheden is in strijd met de bestemming, indien daardoor dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen een onevenredige aantasting van de waarden van deze gronden kan plaatsvinden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
3.8
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in de bestemming: a.
b.
'Wonen' in het kader van toepassing van de rood-voor-rood regeling in relatie tot een direct aansluitende bestemming en toestaan dat ten opzichte van het aantal op de direct aansluitende bestemming aanwezige woningen één of meerdere extra woningen worden gerealiseerd, met dien verstande dat: 1. voor de bouw van één woning van maximaal 750 m3 met een gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van maximaal 150 m2 minimaal 1.000 m2 aan bebouwing wordt gesloopt of 5.000 m2 aan kassen; 2. voor de bouw van één woning van maximaal 1.000 m3 met een gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van maximaal 200 m2 minimaal 1.500 m2 aan bebouwing wordt gesloopt; 3. voor de bouw van twee woningen van elk maximaal 750 m 3 met elk een gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van maximaal 150 m2 minimaal 2.500 m2 wordt gesloopt; 4. voor de bouw van twee woningen van elk maximaal 1.000 m3 met elk een gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van maximaal 200 m2 minimaal 3.000 m2 wordt gesloopt; 5. het beleid in acht worden genomen zoals opgenomen in Bijlage 2 Rood voor Rood beleid 2015; 6. de voorkeursgrenswaarde dan wel een vastgestelde hogere grenswaarde uit de Wet geluidhinder in acht wordt genomen; 7. per locatie slechts éénmalig wordt deelgenomen aan Rood voor Rood; 8.
het bepaalde in Artikel 8 Wonen van toepassing is; 'Bos', 'Natuur' en 'Water' overeenkomstig het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1'.
3.8.1
Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheden vindt een evenredige belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de externe veiligheid, de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Artikel 4 4.1
Agrarisch - Agrarisch bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
de uitoefening van het agrarische bedrijf, met dien verstande dat: 1. per bestemmingsvlak niet meer dan 1 agrarisch bedrijf is toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende maatvoering' de oppervlakte van het bouwperceel niet meer dan 1 ha mag bedragen; 3. intensieve veehouderij uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' of ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied'; 4. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf', voor zover de bestemmingsvlakken zijn gelegen op de volgende adressen, de volgende nevenactiviteiten zijn toegestaan: adres activiteit maximale oppervlakte Goorsestraat 253 - Timmer-, afbouw- en 450 m2 interieurbedrijf - Draai- en freesbedrijf
b. c.
d. e. f. g.
h. i.
440 m2 een kleinschalig kampeerterrein indien en voor zover deze bestond op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en op een legale wijze tot stand is gekomen; boerderijkamers en boerderijappartementen, indien en voor zover deze bestonden op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en op een legale wijze tot stand zijn gekomen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - boerderijappartementen' maximaal 5 boerderijappartementen zijn toegestaan; bed & breakfast in de bedrijfswoning en/of in een aan de bedrijfswoning aangebouwd bedrijfsgebouw, met dien verstande dat niet meer dan 4 bedden ten behoeve van bed & breakfast aanwezig mogen zijn; stalling van caravans, campers en boten in bestaande bebouwing; dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van ontvangstruimten ten behoeve van verkoop vanaf boerderij en rondleidingen en dergelijke; een buitenrijbak, met dien verstande dat: 1. bij eenzelfde bedrijf niet meer dan één buitenrijbak is toegestaan; 2. de buitenrijbak in de onmiddellijke nabijheid van het betreffende agrarisch bedrijf wordt gesitueerd; 3. de bouwhoogte van lichtmasten niet meer dan 6,00 m bedraagt; 4. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde niet meer dan 1,50 m mag bedragen; 5.
de ter plaatse dan wel in de directe nabijheid voorkomende landschaps- en natuurwaarden niet onevenredig worden aangetast; 6. ter bewerkstelliging van een redelijk visuele inpassing van één en ander in het landschap, eisen kunnen worden gesteld betreffende situering en afscherming door beplanting of anderszins; waterhuishouding en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; landschappelijke inpassing;
met daarbijbehorende: j. k. l. m. n. o. p.
gebouwen, niet zijnde een binnenrijhal; bouwwerken, geen gebouw zijnde; andere-werken; tuinen; erven; ontsluitingspaden; voorzieningen;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld q. r.
agrarische gronden; zonnepanelen.
4.2
Bouwregels
Op de voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat er geen teeltondersteunende kassen mogen worden opgericht. 4.2.1
Bouwwerken
Voor een bouwwerk gelden de volgende regels: a. b.
een bouwwerk mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van een reëel agrarisch bedrijf; een bouwwerk mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie.
4.2.2
Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels: a.
b. c. d. e. f. g. h. i. j.
k.
een gebouw mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in Artikel 14 (Algemene bouwregels), en met dien verstande dat uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - voorgevel' de voorgevel van het bedrijfsgebouw in of ten hoogste 2 meter evenwijdig achter de ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' weergegeven gevellijn dient te worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' bedraagt de gezamenlijke oppervlakte aan bedrijfsgebouwen ten hoogste de aangegeven oppervlakte; de goothoogte mag niet meer dan 6,00 m bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 10,00 m bedragen; de dakhelling mag niet minder dan 15o bedragen, met dien verstande dat, voor een oppervlakte van niet meer dan 100 m2 de dakhelling 0º mag bedragen; stallen mogen maximaal 1 bouwlaag bevatten ten behoeve van het houden van dieren; het gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte ten behoeve van de nevenactiviteit mag niet meer bedragen dan de in de tabel in 4.1 onder a sub 4 aangegeven maximale oppervlakte; de oppervlakte van dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van ontvangstruimten ten behoeve van verkoop vanaf boerderij en rondleidingen en dergelijke mag niet meer dan 50 m 2 bedragen; de afstand van gebouwen tot de perceelgrens bedraagt ten minste 3,00 m, danwel 0 m indien op de perceelgrens wordt gebouwd; nieuwe stallen uitsluitend mogen worden
gerealiseerd, indien de lichtsterkte binnen niet meer dan 150 lux bedraagt dan wel de stal tussen 20.00 uur en 06.00 uur is voorzien van voorzieningen die de lichtuitstraling tenminste met 90% reduceren; voor het bouwen van bedrijfsgebouwen ten behoeve van het huisvesten van vee geldt, dat slechts medewerking wordt verleend, indien is aangetoond dat de realisering van het gebouw, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied niet kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Een toename van de ammoniakdepositie van een bedrijf wordt wel toegestaan indien vast staat dat een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming, hetzij is of zal worden verleend of de voor de toename benodigde verklaring van geen bedenkingen in het kader van deze wet hetzij is of zal worden afgegeven.
4.2.3
Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden bovendien de volgende regels: a.
per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning aanwezig zijn, met dien verstande dat: 1. indien en voor zover ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan meerdere bestaande, vergunde bedrijfswoningen aanwezig waren, dit aantal bestaande, vergunde bedrijfswoningen gehandhaafd kan worden; 2. inwoning toegestaan is onder de voorwaarden dat: sprake is van gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die bedrijfswoning; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
b. c. d. e. f.
g.
de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling inpandig toegankelijk zijn; sprake is van één hoofdtoegang (het inwoongedeelte is slechts bereikbaar via het hoofdgedeelte van de woning; het inwoongedeelte beschikt niet over een eigen achteruitgang; tuindeuren zijn wel acceptabel); de bedrijfswoning de verschijningsvorm van één woning behoudt; het inwoongedeelte geen eigen zelfstandige berging heeft; het inwoongedeelte niet beschikt over zelfstandige nutsvoorzieningen (tussenmeters zijn wel acceptabel); de gezamenlijke oppervlakte van de inwoonsituatie niet meer bedraagt dan 30% van de totale gebruiksoppervlakte van de woning; per bedrijfswoning sprake is van maximaal één inwoonsituatie; de inhoud exclusief kelder mag niet meer dan 750 m 3 bedragen; de goothoogte mag niet meer dan 4,50 m bedragen; de breedte van een woonhuis dient minimaal 6,00 m te bedragen; de afstand van het hoofdgebouw tot de perceelgrens bedraagt ten minste 3,00 m, danwel 0 m indien op de perceelgrens wordt gebouwd; een kelder mag zowel binnen als buiten de begrenzing van de woning liggen, met dien verstande dat de oppervlakte van de kelder buiten de begrenzing van de woning meetelt voor de oppervlakte van aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen; bouwdelen waarvan de nok op minder dan 2,00 m uit de nok van de bedrijfswoning liggen, welke aan de bedrijfswoning zijn aangebouwd, worden beschouwd als
onderdelen van de bedrijfswoning.
4.2.4
Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning
Voor aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning gelden bovendien de volgende regels: a.
b. c. d. e. f. g.
aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen moeten in lijn met en/of achter de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan liggen, met dien verstande dat vrijstaande bijgebouwen ook voor de voorgevel van de bedrijfswoning mogen liggen; een overkapping dient achter de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan gebouwd te worden; de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 150 m 2; de goothoogte mag niet meer dan 4,25 m bedragen; de bouwhoogte van aangebouwde bijgebouwen dient minimaal 2,00 m minder dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning te bedragen; de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 7,00 m bedragen; de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 5,25 m bedragen.
4.2.5
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
de bouwhoogte van een zend- en ontvangstmast mag niet meer dan 40 m bedragen; de bouwhoogte van voedersilo's en luchtwassers mag niet meer dan 12 m bedragen; de bouwhoogte van mestsilo's mag niet meer dan 8,00 m bedragen; de bouwhoogte van sleufsilo's mag niet meer dan 4,00 m bedragen; de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen op tenminste 1,00 m achter de voorgevelrooilijn mag niet meer dan 2,00 m bedragen; de bouwhoogte van overige terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 1,00 m bedragen; de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer dan 6,00 m bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 5,00 m bedragen; teeltondersteunende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan, indien en voor zover het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' dan wel de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap'; de gezamenlijke oppervlakte aan teeltondersteunende bouwwerken op grond met de bestemming 'Agrarisch' en de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' mag niet meer bedragen dan 20% van het totale bedrijfsareaal dat wordt gebruikt voor teelt in de open lucht.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 4.2.6
Afwijkende maatvoering
In afwijking van het bepaalde in 4.2.2, 4.2.3, 4.2.4 en 4.2.5, geldt dat indien een afwijkende maatvoering aanwezig is op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en deze legaal tot stand is gekomen, deze maatvoering als maximum respectievelijk minimum mag worden gehanteerd voor dat gebouw en, voor zover het goothoogten, bouwhoogten en dakhellingen betreft, voor uitbreidingen en nieuwbouw van dat gebouw. 4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g. 4.4
het beginsel van bebouwingsconcentratie; het bebouwingsbeeld; de landschappelijke inpassing; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen. Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. b.
c.
d.
e. f.
4.2 aanhef om toe te staan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in 4.6 is of wordt verleend; 4.2 aanhef ten behoeve van het realiseren van een trekkershut, met dien verstande dat: 1. dit uitsluitend is toegestaan ter plaatse van een kleinschalig kampeerterrein; 2. niet meer dan één trekkershut mag worden opgericht; 3. de trekkershut onderdeel uitmaakt van een wandel- of fietsstructuur; 4. de afstand tot bestaande bebouwing die toebehoort aan de exploitant van het kampeerterrein mag niet meer dan 50 m bedragen; 5. de afstand tot een aangrenzend perceel en/of de op dat perceel gelegen bebouwing minimaal 50 m bedraagt. Indien er vanuit milieutechnisch oogpunt geen bezwaren zijn dan kan een minimale afstand van 25 m aangehouden worden; 6. de oppervlakte van een trekkershut niet meer dan 30 m2 mag bedragen; 7. de goothoogte van een trekkershut niet meer dan 3,00 m mag bedragen; 8. de bouwhoogte van een trekkershut niet meer dan 5,00 m mag bedragen; 9.
de ruimtelijke kwaliteit ter plekke wordt verbeterd, wat blijkt uit een goede landschappelijk een architectonische inpassing, met dien verstande dat er sprake is van versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel; 4.2.2 onder c ten behoeve van het vergroten van de goothoogte met niet meer dan 1,00 m, indien dat voor de bedrijfsvoering noodzakelijk of dringend gewenst is, hetgeen door de aanvrager aannemelijk dient te worden gemaakt, mits de hogere bouwhoogte ter plaatse uit een oogpunt van bebouwingsbeeld aanvaardbaar is; 4.2.2 onder d ten behoeve van het vergroten van de bouwhoogte met niet meer dan 2,00 m, indien dat voor de bedrijfsvoering noodzakelijk of dringend gewenst is, hetgeen door de aanvrager aannemelijk dient te worden gemaakt, mits de hogere bouwhoogte ter plaatse uit een oogpunt van bebouwingsbeeld aanvaardbaar is; 4.2.2 onder e ten behoeve van een afwijkende dakvorm, anders dan een platte dakafdekking, mits dit ter plaatse uit een oogpunt van bebouwingsbeeld aanvaardbaar is; 4.2.3 onder a ten behoeve van een tweede bedrijfswoning, met dien verstande dat: 1. een tweede bedrijfswoning nodig moet zijn in verband met: constant toezicht en verzorging van vee; toezicht en onderhoud van apparatuur ter preventie van calamiteiten; en/of
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld onregelmatige werktijden, bereikbaarheid en organisatorische efficiency; de omvang van het bedrijf zodanig moet zijn dat sprake is van een volwaardig tweepersoonsbedrijf (wat overeenkomt met een bedrijfsomvang van tenminste 120 nge), waarvan sprake is als het volledige werkgelegenheid en (binnen afzienbare tijd) een aanvaardbaar inkomen biedt aan tenminste twee arbeidskrachten; 3. aannemelijk moet zijn gemaakt dat het bedrijf de komende tien jaar als volwaardig tweepersoonsbedrijf blijft bestaan, waarbij wordt gekeken naar de bedrijfsopzet, het uitgezette pad voor bedrijfsovername, de gebouwen en stalcapaciteit, productierechten en leeftijd, opleiding en ervaring van beide arbeidskrachten; wat dient te blijken uit een ondernemersplan dat is opgesteld door een agrarische adviesinstantie; 4. de tweede bedrijfswoning een duidelijke ruimtelijke relatie moet hebben met het agrarische bedrijf, waarvan geen sprake is bij een afstand van meer dan 25 m tussen de tweede bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw, tenzij overige bebouwing of beplanting dit onmogelijk maakt; 5. op geen van de gevels van de woning, bij voltooiing, de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg de ter plaatse toegestane grenswaarde krachtens de Wet geluidhinder overschrijdt; 6.
op het perceel niet eerder vergunning is verleend voor een tweede bedrijfswoning; 4.2.3 onder b en de definitie onder 1.95 om toe te staan dat de inhoud wordt vergroot tot niet meer dan 1.000 m3 voor de huisvesting van twee huishoudens ten behoeve van inwoning van de toekomstig rustende agrariër, met dien verstande dat dit niet mag leiden tot twee afzonderlijke woningen en onder de voorwaarden dat: 1. sprake is van gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die bedrijfswoning; 2. de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling inpandig toegankelijk zijn; 3. sprake is van één hoofdtoegang (het inwoongedeelte is slechts bereikbaar via het hoofdgedeelte van de woning; het inwoongedeelte beschikt niet over een eigen achteruitgang; tuindeuren zijn wel acceptabel); 4. de bedrijfswoning de verschijningsvorm van één woning behoudt; 5. het inwoongedeelte geen eigen zelfstandige berging heeft; 6. het inwoongedeelte niet beschikt over zelfstandige nutsvoorzieningen (tussenmeters zijn wel acceptabel); 7. de gezamenlijke oppervlakte van de inwoonsituatie niet meer bedraagt dan 30% van de totale gebruiksoppervlakte van de woning; 8.
per bedrijfswoning sprake is van maximaal één inwoonsituatie; 4.2.3 onder b ten behoeve van het uitsluitend binnen de aaneengesloten bebouwing van een boerderij, te weten de bedrijfswoning met aangrenzende deel of soortgelijke inpandige ruimte, vergroten van de inhoud van de bedrijfswoning tot de totale inhoud van die aaneengesloten bebouwing, met dien verstande dat: 1. er sprake is van karakteristieke bebouwing; 2. één en ander bijdraagt aan de instandhouding en het herstel van de karakteristiek van de betreffende boerderij; 3. vooraf vaststaat dat daardoor het aantal woningen niet toeneemt; 4.2.5 onder e om toe te staan dat erf- of perceelafscheidingen worden vergroot tot een bouwhoogte van 2,00 m tot aan en voor de voorgevelrooilijn, met dien verstande dat: 1. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende beschaduwing, privacy en gebruiksmogelijkheden van die percelen; en; 2. de erf- of perceelafscheidingen overwegend doorzichtig worden gebouwd. 2.