RGL Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1 (01-06-21) vastgesteld
Tekst van het document
7.2.3 onder d om toe te staan dat de goothoogte wordt vergroot met niet meer dan 1,00 m; l. 7.2.3 onder f en g om toe te staan dat de bouwhoogte wordt vergroot tot niet meer dan 2,00 m; m. 7.2.5 onder a om toe te staan dat erf- of perceelafscheidingen tot een bouwhoogte van 2,00 m tot aan en voor de voorgevelrooilijn worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende beschaduwing, privacy en gebruiksmogelijkheden van die percelen; en 2. de erf- of perceelafscheidingen overwegend doorzichtig worden gebouwd. 7.4.1
Afwegingskader
Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien een evenredige belangenafweging plaatsvindt, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
7.5
Specifieke gebruiksregels
7.5.1
Strijdig gebruik
Tot en met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a.
het gebruik van de gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale bedrijfsvoering.
7.6
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Horeca' wijzigen: a.
in de bestemming 'Wonen' en in de aansluitende gebiedsbestemming, met dien verstande dat: 1. alle bestaande gebouwen binnen het voormalig bouwvlak worden begrepen in één bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen'; 2. het aantal woningen binnen elk bestemmingsvlak niet wordt vergroot.
7.6.1
Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheden vindt een evenredige belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Artikel 8 8.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan huis verbonden beroep; het hobbymatig houden van dieren met een bedrijfsomvang van maximaal 10 nge; bed & breakfast in de woning en/of in een aan de woning aangebouwd voormalig bedrijfsgebouw, met dien verstande dat niet meer dan 4 bedden ten behoeve van bed & breakfast aanwezig mogen zijn; d. een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover deze bestond op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en op een legale wijze tot stand is gekomen; e. boerderijkamers en boerderijappartementen, indien en voor zover deze bestonden op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en op een legale wijze tot stand zijn gekomen; f. stalling van caravans, campers en boten in bestaande bebouwing; g. landschappelijke inpassing; h. waterhuishouding en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; i. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf', indien en voor zover de bestemmingsvlakken zijn gelegen op de volgende adressen, tevens de volgende nevenactiviteiten, met dien verstande dat: 1. de activiteiten plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing; 2.
de maximale gezamenlijke bebouwingsoppervlakte die voor deze activiteit wordt gebruikt niet meer bedraagt dan de bestaande oppervlakte zoals genoemd in de tabel: adres activiteit maximale oppervlakte Goorsestraat 249a transportbedrijf 312 m2 met daarbijbehorende: j. k. l. m.
n. o.
gebouwen; bouwwerken, geen gebouw zijnde; andere-werken; buitenrijbakken, met dien verstande dat: 1. bij eenzelfde woning niet meer dan één buitenrijbak is toegestaan; 2. de buitenrijbak in de onmiddellijke nabijheid van de betreffende woning wordt gesitueerd; 3. de bouwhoogte van lichtmasten niet meer dan 6,00 m bedraagt; 4. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde niet meer dan 1,50 m mag bedragen; 5. de ter plaatse dan wel in de directe nabijheid voorkomende landschaps- en natuurwaarden niet onevenredig worden aangetast; 6. ter bewerkstelliging van een redelijk visuele inpassing van één en ander in het landschap, eisen kunnen worden gesteld betreffende situering en afscherming door beplanting of anderszins; tuinen; erven.
8.2
Bouwregels
Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 8.2.1
Hoofdgebouwen
Voor een hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. b.
c.
een hoofdgebouw mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in Artikel 14 (Algemene bouwregels); per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 woning aanwezig zijn, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximaal aantal wooneenheden' het aantal woningen niet meer bedragen dan het aangegeven aantal; inwoning van de woning is toegestaan onder de voorwaarden dat:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 1.
d. e. f. g. h.
i.
sprake is van gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning; 2. de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling inpandig toegankelijk zijn; 3. sprake is van één hoofdtoegang (het inwoongedeelte is slechts bereikbaar via het hoofdgedeelte van de woning; het inwoongedeelte beschikt niet over een eigen achteruitgang; tuindeuren zijn wel acceptabel); 4. de bedrijfswoning de verschijningsvorm van één woning behoudt; 5. het inwoongedeelte geen eigen zelfstandige berging heeft; 6. het inwoongedeelte niet beschikt over zelfstandige nutsvoorzieningen (tussenmeters zijn wel acceptabel); 7. de gezamenlijke oppervlakte van de inwoonsituatie niet meer bedraagt dan 30% van de totale gebruiksoppervlakte van de woning; 8. per bedrijfswoning sprake is van maximaal één inwoonsituatie; de inhoud exclusief kelder mag niet meer dan 750 m 3 bedragen.
de goothoogte mag niet meer dan 4,50 m bedragen; de breedte van een woonhuis dient minimaal 6,00 m te bedragen; de afstand van het hoofdgebouw tot de perceelgrens bedraagt ten minste 3,00 m, danwel 0 m indien op de perceelgrens wordt gebouwd; een kelder mag zowel binnen als buiten de begrenzing van de woning liggen, met dien verstande dat de oppervlakte van de kelder buiten de begrenzing van de woning meetelt voor de oppervlakte van aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen; bouwdelen waarvan de nok op minder dan 2,00 m uit de nok van de woning liggen, welke aan de woning zijn aangebouwd, worden beschouwd als onderdelen van de woning.
8.2.2
Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Voor aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een woning gelden bovendien de volgende regels: a.
b.
c.
d. e. f.
g.
aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen moeten in lijn met en/of achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan liggen, met dien verstande dat vrijstaande bijgebouwen ook voor de voorgevel van het hoofdgebouw mogen liggen; een overkapping dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan gebouwd te worden, met dien verstande dat ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende situering' een overkapping ook voor de voorgevel van het hoofdgebouw mag worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 150 m 2, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' de gezamenlijke oppervlakte ten hoogste de aangegeven oppervlakte bedraagt; de goothoogte mag niet meer dan 4,25 m bedragen; de bouwhoogte van aangebouwde bijgebouwen dient minimaal 2,00 m minder dan de bouwhoogte van de woning te bedragen; de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 7,00 m bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding maximale bouwhoogte de bouwhoogte mag bedragen zoals die op de verbeelding is aangegeven; de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 5,25 m bedragen.
8.2.3
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor een bouwwerk geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. b. c.
de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen op tenminste 1,00 m achter de voorgevelrooilijn mag niet meer dan 2,00 m bedragen; de bouwhoogte van overige terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 1,00 m bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 5,00 m bedragen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 8.2.4
Afwijkende maatvoering
In afwijking van het bepaalde in 8.2.1, 8.2.2 en 8.2.3, geldt dat indien een afwijkende maatvoering aanwezig is op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en deze legaal tot stand is gekomen, deze maatvoering als maximum respectievelijk minimum mag worden gehanteerd voor dat gebouw en, voor zover het goothoogten, bouwhoogten en dakhellingen betreft, voor uitbreidingen en nieuwbouw van dat gebouw. 8.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g. 8.4
het beginsel van bebouwingsconcentratie; het bebouwingsbeeld; de landschappelijke inpassing; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen. Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.
b.
c.
d.
e.
8.2 aanhef om toe te staan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder 8.6 is of wordt verleend, mits dit in overeenstemming is met de bij voorwaarden die in 8.6 onder c zijn genoemd; 8.2 aanhef ten behoeve van het realiseren van een trekkershut, met dien verstande dat: 1. dit uitsluitend is toegestaan ter plaatse van een kleinschalig kampeerterrein; 2. niet meer dan één trekkershut mag worden opgericht; 3. de trekkershut onderdeel uitmaakt van een wandel- of fietsstructuur; 4. de afstand tot bestaande bebouwing die toebehoort aan de exploitant van het kampeerterrein mag niet meer dan 50 m bedragen; 5. de afstand tot een aangrenzend perceel en/of de op dat perceel gelegen bebouwing minimaal 50 m bedraagt. Indien er vanuit milieutechnisch oogpunt geen bezwaren zijn dan kan een minimale afstand van 25 m aangehouden worden; 6. de oppervlakte van een trekkershut niet meer dan 30 m2 mag bedragen; 7. de goothoogte van een trekkershut niet meer dan 3,00 m mag bedragen; 8. de bouwhoogte van een trekkershut niet meer dan 5,00 m mag bedragen; 9.
de ruimtelijke kwaliteit ter plekke wordt verbeterd, wat blijkt uit een goede landschappelijk een architectonische inpassing, met dien verstande dat er sprake is van versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel; 8.2.1 onder d ten behoeve van het uitsluitend binnen de aaneengesloten bebouwing van een voormalige boerderij, te weten de woning met aangrenzende deel of soortgelijke inpandige ruimte, vergroten van de inhoud van de woning tot de totale inhoud van die aaneengesloten bebouwing, met dien verstande dat: 1. er sprake is van karakteristieke bebouwing; 2. één en ander bijdraagt aan de instandhouding en het herstel van de karakteristiek van de betreffende boerderij; 3.
vooraf vaststaat dat daardoor het aantal woningen niet toeneemt; 8.2.2 onder c om toe te staan dat de gezamenlijke oppervlakte wordt vergroot tot niet meer dan 250 m 2, mits een zodanig oppervlakte aan bestaande bebouwing wordt gesloopt dat sprake is van ruimtelijke kwaliteitswinst, conform het 'Rood voor Rood beleid 2015' en het 'KGO-beleid', met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; 8.2.3 onder a om toe te staan dat erf- of perceelafscheidingen tot een bouwhoogte van 2,00 m tot aan en voor de voorgevelrooilijn worden gebouwd, met dien verstande dat:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld 1. 2. 8.4.1
daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende beschaduwing, privacy en gebruiksmogelijkheden van die percelen; en de erf- of perceelafscheidingen overwegend doorzichtig worden gebouwd. Afwegingskader
Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien een evenredige belangenafweging plaatsvindt, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de externe veiligheid, de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
8.5
Specifieke gebruiksregels
8.5.1
Strijdig gebruik
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. b.
de bewoning van vrijstaande bijgebouwen; het gebruik van opstallen ten behoeve van mantelzorg.
8.5.2 a.
b.
Voorwaardelijke verplichting Goorsestraat 249a
het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf', conform het bepaalde in 8.1 onder i, aan de Goorsestraat 249a zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 8 opgenomen Erfinrichtingsplan Goorsestraat 249a; in afwijking van het bepaalde onder a mogen gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' aan de Goorsestraat 249a worden gebruikt conform het bepaalde in 8.1 onder i, onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden na ingebruikname van de gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 8 opgenomen Erfinrichtingsplan Goorsestraat 249a teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
8.5.3
Voorwaardelijke verplichting Zoomweg 11 en ongenummerd
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a.
b.
c.
het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 1' conform de in lid 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 9 opgenomen Erfinrichtingsplan Zoomweg 11 en ongenummerd; het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 2' conform de in lid 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de afgeronde sloop van de gebouwen aan de Zoomweg 11, Goorsestraat 154 en Weideweg 5 conform de in Bijlage 10 opgenomen Sloopopgave Zoomweg 11, Goorsestraat 154 en Weideweg 5; in afwijking van het bepaalde onder a mogen nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 1' conform de in lid 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 9 opgenomen Erfinrichtingsplan Zoomweg 11 en ongenummerd teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld d.
in afwijking van het bepaalde onder b mogen nieuwe gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 2' worden gebruikt conform de in lid 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de sloop van de gebouwen conform het in Bijlage 10 opgenomen Sloopopgave Zoomweg 11, Goorsestraat 154 en Weideweg 5.
8.5.4
Voorwaardelijke verplichting Weideweg 5
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a.
b.
het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken aan de Weideweg 5 conform de in lid 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 11 opgenomen Erfinrichtingsplan Weideweg 5; in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken aan de Weideweg 5 conform de in lid 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 11 opgenomen Erfinrichtingsplan Weideweg 5 teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
8.5.5
Voorwaardelijke verplichting Wissinkbrinkweg 58
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a.
b.
c.
d.
8.6
het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe bouwwerken aan de Wissinkbrinkweg 58 conform de in lid 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 12 opgenomen Erfinrichtingsplan Wissinkbrinkweg 58; het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe gebouwen aan de Wissinkbrinkweg 58 conform de in lid 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de afgeronde sloop van de gebouwen conform de in Bijlage 13 opgenomen Sloopopgave Wissinkbrinkweg 58; in afwijking van het bepaalde onder a mogen nieuwe bouwwerken aan de Wissinkbrinkweg 58 conform de in lid 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 12 opgenomen Erfinrichtingsplan Wissinkbrinkweg 58 teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; in afwijking van het bepaalde onder b mogen nieuwe gebouwen aan de Wissinkbrinkweg 58 worden gebruikt conform de in lid 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de sloop van de gebouwen conform het in Bijlage 13 opgenomen Sloopopgave Wissinkbrinkweg 58.
Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.
8.1 onder d ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein, met dien verstande dat: 1. er sprake is van een voormalig agrarisch bedrijf; 2. bij eenzelfde woning maximaal één kleinschalig kampeerterrein gerealiseerd mag worden; 3. de afstand tot bestaande bebouwing die toebehoort aan de exploitant van het kampeerterrein niet meer dan 50 m bedraagt; 4. de afstand tot een aangrenzend perceel en/of de op dat perceel gelegen bebouwing minimaal 50 m bedraagt. Indien er vanuit milieutechnisch oogpunt geen bezwaren zijn dan kan een minimale afstand van 25 m aangehouden worden; 5. sanitaire voorzieningen binnen bestaande bebouwing wordt gerealiseerd; 6. het geheel landschappelijk wordt ingepast blijkend uit een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; 7. parkeren plaatsvindt op het terrein van de woning; 8. parkeerplaatsen landschappelijk worden ingepast; 9. het terrein is gelegen binnen verwevingsgebied; 10. het gebruik als standplaats voor kampeermiddelen geldt per bestemmingsvlak voor niet meer dan 25 kampeermiddelen, in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; 11. stacaravans, trekkershutten en chalets niet zijn toegestaan;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld b.
c.
8.1 onder e ten behoeve van boerderijkamers en boerderijappartementen, met dien verstande dat: 1. er sprake is van een voormalig agrarisch bedrijf; 2. boerderijkamers en boerderijappartementen uitsluitend zijn toegestaan in karakteristieke bebouwing en de vestiging bijdraagt aan de instandhouding en/of het herstel van de karakteristiek van de betreffende bebouwing; 3. de oppervlakte van één boerderijkamer niet meer mag bedragen dan 50 m2, met dien verstande dat de totale oppervlakte van de boerderijkamers niet meer mag bedragen dan 300 m 2; 4. de oppervlakte van één boerderijappartement niet meer mag bedragen dan 75 m 2, met dien verstande dat de totale oppervlakte van de boerderijappartementen niet meer mag bedragen dan 300 m2; 5. in geval van een combinatie van boerderijkamers en boerderijappartementen mag de totale oppervlakte aan boerderijkamers en boerderijappartementen niet meer bedragen dan 300 m 2; 6. het aantal slaapplaatsen niet meer mag bedragen dan 15; 7. het parkeren plaatsvindt op eigen terrein; 8. het geheel landschappelijk wordt ingepast met gebiedseigen beplanting; 8.1 onder i, met dien verstande dat een omgevingsvergunning als bedoeld in 8.4 onder a is of wordt verleend, om nevenactiviteiten toe te staan binnen de bestaande gebouwen, indien en voor zover: 1. er sprake is van een voormalig agrarisch bedrijf; 2.
de landschappelijke kenmerken van het bouwperceel niet worden aangetast; 3. het leidt tot het behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en niet leidt tot een visuele verstedelijking of aantasting van landschappelijke waarden; 4. de bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit wordt ingepast, wat blijkt uit een in te dienen beplantingsplan/inrichtingsplan, met dien verstande dat er sprake is van de versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel; 5. de agrarische uitstraling van de bebouwing en het erf behouden blijft en waar mogelijk versterkt wordt; 6. de nevenactiviteit plaatsvindt binnen bestaande bebouwing, met dien verstande dat sloop en nieuwbouw is toegestaan als: herbenutting van bestaande bebouwing niet mogelijk is; de ruimtelijke kwaliteit daar beter door is gediend; dat noodzakelijk is vanwege functionele en/of bouwtechnische redenen; de uitbreiding van de bebouwing aansluit op bestaande bebouwing, rekening houdend met de ontsluiting en conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel; 7. de gezamenlijke brutovloeroppervlakte van de gebouwen voor nevenactiviteiten maximaal 350 m 2 mag bedragen; 8. eventuele parkeerplaatsen landschappelijk worden ingepast; 9.
er geen belemmeringen ontstaan voor functies in de omgeving; 10. de bestaande infrastructuur is berekend op de nevenactiviteit; 11. er geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; 12. er geen sprake is van buitenopslag of andere bedrijfsactiviteiten buiten de gebouwen; 13. alle gebouwen die niet worden hergebruikt worden gesloopt; 14. er geen toename plaatsvindt van het aantal woningen; 15. het gebouwen betreft die niet minder dan 3 jaar geleden zijn gebouwd en die niet minder dan 3 jaar in agrarisch gebruik zijn geweest; 16. het gebouwen betreft welke met een bouwvergunning dan wel. omgevingsvergunning voor bouwen zijn opgericht; 17. detailhandel uitsluitend is toegestaan als kleinschalige en ondergeschikte bijkomstigheid van de nevenactiviteit; 18. in aanvulling op het bepaalde onder 17 geldt dat de verkoopvloeroppervlakte van detailhandel niet meer bedraagt dan 1/3 van de totale brutovloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen en in ieder geval niet meer dan 100 m2; 19. horeca uitsluitend is toegestaan als kleinschalige en ondergeschikte bijkomstigheid van de nevenactiviteit; 20. zorgfuncties en kinderopvang niet zijn toegestaan; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
d.
e.
f.
g.
h.
i.
21. geen bedrijven zijn toegestaan die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen vallen, gevaarlijke of explosieve stoffen of producten opslaan als onderdeel van de bedrijfsvoering; 22. het beleid Vrijkomende Agrarische Bebouwing zoals opgenomen in Bijlage 6 VAB beleid 2011 van toepassing is; 8.1 onder i ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten, indien die bedrijfsactiviteiten naar de aard, omvang en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de toegestane activiteiten dan wel minder invloed op de omgeving hebben; 8.5.1 onder b ten behoeve van mantelzorg in een aanbouw of bijgebouw, mits: 1. een indicatie voor mantelzorg is afgegeven; 2. mantelzorg plaatsvindt op een oppervlakte van maximaal 100 m2, met dien verstande dat het aansluitende erf voor niet meer dan 50% mag worden bebouwd; 3. het bijgebouw een ruimtelijke eenheid vormt met de woning; 4. de tijdelijkheid van de situatie verzekerd is; 5. het gebruik voor zelfstandige bewoning stopt wanneer geen sprake meer is van de bestaande behoefte aan mantelzorg.
8.5.2 en toegestaan worden dat in plaats van de bedoelde landschapsmaatregelen andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 8 genoemde landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden; 8.5.3 onder a en c en toegestaan worden dat in plaats van de bedoelde landschapsmaatregelen andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 9 genoemde landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden; 8.5.4 en toegestaan worden dat in plaats van de bedoelde landschapsmaatregelen andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 11 genoemde landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden. 8.5.5 onder a en c en toegestaan worden dat in plaats van de bedoelde landschapsmaatregelen andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 12 genoemde landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden;
8.6.1
Afwegingskader
Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien een evenredige belangenafweging plaatsvindt, waarbij betrokken worden: a. b.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; c. de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; d. de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de externe veiligheid, de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid; in aanvulling van het bepaalde onder a tot en met d geldt voor 8.6 onder e: e. f. g. h. i. j.
de geschiktheid voor vestiging in het buitengebied; de aard en omvang moeten passen binnen de bestaande voormalige agrarische bedrijfsgebouwen; de bijdrage aan de sociaal-economische doelstellingen; de mate van belemmeringen voor agrarische bedrijven; de inpasbaarheid van (voorgenomen) reclame-uitingen; de zorgplicht zoals is aangegeven in de Wet natuurbescherming.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
8.7
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen: a.
door middel van het opnemen van aanduidingen toestaan dat één of meerdere extra woningen worden gerealiseerd, met dien verstande dat: 1. er sprake is van een voormalig agrarisch bedrijf; 2. voor de bouw van één woning van maximaal 750 m3 met een gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van maximaal 150 m2 minimaal 1.000 m2 aan bebouwing wordt gesloopt of 5.000 m2 aan kassen; 3. voor de bouw van één woning van maximaal 1.000 m3 met een gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van maximaal 200 m2 minimaal 1.500 m2 aan bebouwing wordt gesloopt; 4. voor de bouw van twee woningen van elk maximaal 750 m3 met elk een gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van maximaal 150 m2 minimaal 2.500 m2 wordt gesloopt; 5. voor de bouw van twee woningen van elk maximaal 1.000 m3 met elk een gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen van maximaal 200 m2 minimaal 3.000 m2 wordt gesloopt; 6. het beleid in acht worden genomen zoals opgenomen in Bijlage 2 Rood voor Rood beleid 2015; 7. de voorkeursgrenswaarde dan wel een vastgestelde hogere grenswaarde uit de Wet geluidhinder in acht wordt genomen; 8. per locatie slechts éénmalig wordt deelgenomen aan Rood voor Rood; b. en uitsluitend binnen de aaneengesloten bebouwing van een voormalige boerderij, te weten de woonruimte met aangrenzende deel of soortgelijke inpandige ruimte, één of twee extra woningen toestaan, met dien verstande dat: 1.
één woning extra is toegestaan, indien de inhoud van die aaneengesloten bebouwing meer dan 1.000 m3 bedraagt, of 2. twee woningen extra zijn toegestaan, indien de inhoud van die aaneengesloten bebouwing meer dan 1.500 m3 bedraagt; met dien verstande dat voor het genoemde onder 1 en 2 geldt dat
c.
er sprake is van karakteristieke bebouwing; per geval de gezamenlijke inhoud van de bestaande woning en de extra woning of woningen niet meer bedraagt dan de bestaande inhoud van de aaneengesloten bebouwing; de extra woning of woningen passen binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma; de extra woning of woningen bijdragen aan de instandhouding en het herstel van de karakteristiek van de betreffende voormalige boerderij; op geen van de gevels van een extra woning, bij voltooiing, de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg de ter plaatse toegestane grenswaarde krachtens de Wet geluidhinder overschrijdt; en de aanduiding 'Bedrijf' ten behoeve van niet-agrarische nevenactiviteiten opnemen, met dien verstande dat: in een bedrijfsbestemming, een maatschappelijke bestemming of een recreatieve bestemming, met dien verstande dat: 1. er sprake is van een voormalig agrarisch bedrijf; 2. de landschappelijke kenmerken van het bouwperceel niet worden aangetast; 3. het leidt tot het behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en niet leidt tot een visuele verstedelijking of aantasting van landschappelijke waarden; 4.
de bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit wordt ingepast, wat blijkt uit een in te dienen beplantingsplan/inrichtingsplan, met dien verstande dat er sprake is van de versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel; 5. de agrarische uitstraling van de bebouwing en het erf behouden blijft en waar mogelijk versterkt wordt; 6. de nevenactiviteit plaatsvindt binnen bestaande bebouwing, met dien verstande dat sloop en nieuwbouw is toegestaan als: herbenutting van bestaande bebouwing niet mogelijk is; de ruimtelijke kwaliteit daar beter door is gediend; dat noodzakelijk is vanwege functionele en/of bouwtechnische redenen; de uitbreiding van de bebouwing aansluit op bestaande bebouwing, rekening houdend met de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
d.
ontsluiting en conform de gebiedskenmerken zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel; 7. eventuele parkeerplaatsen landschappelijk worden ingepast; 8. er geen belemmeringen ontstaan voor functies in de omgeving; 9. de bestaande infrastructuur is berekend op de nevenactiviteit; 10. er geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; 11. er geen sprake is van buitenopslag of andere bedrijfsactiviteiten buiten de gebouwen; 12. alle gebouwen die niet worden hergebruikt worden gesloopt; 13. er geen toename plaatsvindt van het aantal woningen; 14. het gebouwen betreft die niet minder dan 3 jaar geleden zijn gebouwd en die niet minder dan 3 jaar in agrarisch gebruik zijn geweest; 15. het gebouwen betreft welke met een bouwvergunning dan wel omgevingsvergunning voor bouwen zijn opgericht; 16. detailhandel uitsluitend is toegestaan als kleinschalige en ondergeschikte bijkomstigheid van de nevenactiviteit; 17. in aanvulling op het bepaalde onder 16 geldt dat de verkoopvloeroppervlakte van detailhandel niet meer bedraagt dan 1/3 van de totale brutovloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen en in ieder geval niet meer dan 100 m2; 18. horeca uitsluitend is toegestaan als kleinschalige en ondergeschikte bijkomstigheid van de nevenactiviteit; 19. zorgfuncties en kinderopvang niet zijn toegestaan; 20.
geen bedrijven zijn toegestaan die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen vallen, gevaarlijke of explosieve stoffen of producten opslaan als onderdeel van de bedrijfsvoering; 21. het beleid Vrijkomende Agrarische Bebouwing zoals opgenomen in Bijlage 6 VAB beleid 2011 van toepassing is. de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - oale schöppe en schaapskooi' opnemen, indien en voor zover: 1. sprake is van een voormalige agrarische bedrijfslocatie; 2. sprake is van verplaatsing van een bestaande oale schöppen of schaapskooi, waarbij de aard en omvang van de oale schöppe of de schaapskooi gelijk blijft: 3. uit een inventarisatie is gebleken dat het om een waardevolle oale schöppe of schaapskooi gaat.
8.7.1
Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheden vindt een evenredige belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de externe veiligheid, de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid;
in aanvulling van het bepaalde onder a tot en met d geldt voor 8.7 onder c: e. f. g. h. i. j.
de geschiktheid voor vestiging in het buitengebied; de aard en omvang moeten passen binnen de bestaande voormalige agrarische bedrijfsgebouwen; de bijdrage aan de sociaal economische doelstellingen; de mate van belemmeringen voor agrarische bedrijven; de inpasbaarheid van (voorgenomen) reclame-uitingen; de zorgplicht zoals is aangegeven in de Wet natuurbescherming.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Artikel 9 9.1
Leiding
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de bescherming van de in de strook gelegen leidingen: met daarbijbehorende: b. c. d. e. f.
leidingzone; veiligheidszone; gebouwen; bouwwerken, geen gebouw zijnde; andere-werken.
9.2
Bouwregels
Op de voor 'Leiding' aangewezen gronden mogen, in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald, uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van de bestemming 'Leiding' worden gebouwd. 9.2.1
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. b.
de bouwhoogte van een hoogspanningsmast mag niet meer dan 40 m bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,00 m bedragen.
9.3
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 9.2 om toe te staan dat wordt gebouwd ten dienste van de andere daar voorkomende bestemming(en). 9.3.1
Afwegingskader
Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien een evenredige belangenafweging plaatsvindt, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de externe veiligheid, de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
9.3.2
Procedure
Alvorens te beslissen over een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels wordt advies ingewonnen bij de leidingbeheerder. Het advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1
Verbod
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
het egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm; het in de grond drijven van voorwerpen dieper dan 30 cm; diepploegen dieper dan 30 cm; het aanleggen van gesloten oppervlakteverhardingen; het planten van hoogopgaande bomen en/of houtopstanden die dieper (kunnen) wortelen dan 30 cm; het permanent opslaan van goederen, waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; het verrichten van grondroeractiviteiten, zoals het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage, anders dan normaal spit- en ploegwerk; het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan 2,50 m; het opslaan van materialen of stoffen, die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen opleveren.
9.4.2
Uitzondering op verbod
Het in 9.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die: a. b. c. d.
het normale onderhoud en beheer van de leiding betreffen; op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan in uitvoering zijn; voorkomen op de beplantingslijst van de leidingbeheerder; worden uitgevoerd ten behoeve van de instandhouding van de leiding(en).
9.4.3
Procedure
Alvorens te beslissen over een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt advies ingewonnen bij de leidingbeheerder. Het advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Artikel 10 10.1
Waarde - Hoge archeologische verwachting
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. 10.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
b.
c.
10.3
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,4 m: 1. het graven (inclusief het leggen van funderingen), ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en ophogen; 2. het graven of dempen van waterpartijen en watergangen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 4. het verlagen van het waterpeil in gebieden; 5. het aanbrengen of rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt slechts verleend indien de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. Alvorens het bevoegd gezag de omgevingsvergunning verleent, wint hij advies in bij een daarvoor deskundige en onafhankelijke instantie. De onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: 1. plaatsvinden in of op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden; 2. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; 3.
het normale onderhoud betreffen; 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 5. op archeologisch onderzoek zijn gericht; 6. plaatsvinden in of op een begraafplaats ten behoeve van het delven van graven. Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden met de bestemming 'Waarde - Hoge archeologische verwachting', deze bestemming wordt ontnomen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Artikel 11 11.1
Waarde - Lage archeologische verwachting
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Lage archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. 11.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
b.
c.
11.3
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte groter dan 100.000 m² en dieper dan 0,4 m: 1. het graven (inclusief het leggen van funderingen), ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en ophogen; 2. het graven of dempen van waterpartijen en watergangen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 4. het verlagen van het waterpeil in gebieden; 5. het aanbrengen of rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt slechts verleend indien de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. Alvorens het bevoegd gezag de omgevingsvergunning verleent, wint hij advies in bij een daarvoor deskundige en onafhankelijke instantie. De onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: 1. plaatsvinden in of op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden; 2. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; 3.
het normale onderhoud betreffen; 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 5. op archeologisch onderzoek zijn gericht; 6. plaatsvinden in of op een begraafplaats ten behoeve van het delven van graven. Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden met de bestemming 'Waarde - Lage archeologische verwachting', deze bestemming wordt ontnomen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Artikel 12 12.1
Waarde - Middelmatige archeologische verwachting
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Middelmatige archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. 12.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
b.
c.
12.3
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte groter dan 5.000 m 2 en dieper dan 0,4 m: 1. het graven (inclusief het leggen van funderingen), ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en ophogen; 2. het graven of dempen van waterpartijen en watergangen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 4. het verlagen van het waterpeil in gebieden; 5. het aanbrengen of rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt slechts verleend indien de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. Alvorens het bevoegd gezag de omgevingsvergunning verleent, wint hij advies in bij een daarvoor deskundige en onafhankelijke instantie. De onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: 1. plaatsvinden in of op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden; 2. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; 3.
het normale onderhoud betreffen; 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 5. op archeologisch onderzoek zijn gericht; 6. plaatsvinden in of op een begraafplaats ten behoeve van het delven van graven. Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden met de bestemming 'Waarde - Middelmatige archeologische verwachting', deze bestemming wordt ontnomen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Hoofdstuk 3 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Artikel 14 14.1
Algemene bouwregels
Bebouwingsgrenzen
Onverminderd het bepaalde in de overige regels dienen, wanneer gebouwen worden gebouwd op gronden grenzend aan de volgende bestemmingen, de volgende afstanden uit de as van de wegen in acht te worden genomen: bestemming Verkeer - 2 Verkeer - 3 Verkeer - 4 wegen binnen de gebiedsbestemming 14.2
afstand 50 m 30 m 20 m 15 m
Afwijken van de bebouwingsgrenzen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 14.1 ten behoeve van een kleinere afstand tot de as van de weg, indien dat uit stedenbouwkundig oogpunt ter plaatse aanvaardbaar is en uit overleg met de wegbeheerder blijkt dat daar uit oogpunt van het wegbeheer en de verkeersveiligheid geen bezwaar tegen bestaat. 14.3
Geluidszones langs wegen
Indien en voor zover gronden zijn gelegen binnen een zone van: 250 m ter weerszijden van een weg met een of twee rijstroken; 400 m ter weerszijden van een weg met drie of vier rijstroken; mogen toegelaten geluidgevoelige functies uitsluitend worden gerealiseerd met inachtneming van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder of een vastgestelde hogere grenswaarde.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
62
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Artikel 15 15.1
Algemene gebruiksregels
Toegestaan gebruik
Onder een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt niet verstaan: a.
b.
15.2
het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties, indien en voor zover daardoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, ontheffing of vrijstelling vereist is en deze is verleend; het aanleggen of laten aanleggen van kabels en/of leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van: 1. aardgastransportleidingen met een diameter van meer dan 4" en/of een druk van meer dan 40 bar; 2. transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie met een diameter van meer dan 4"; 3. hoogspanningsleidingen; 4. buisleidingen voor het transport van water, afvalwater of stoom met een doorsnede van 1 meter of meer en een lengte van 10 km of meer. Strijdig gebruik
Onder een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval verstaan: a. b.
15.3
het gebruik van bebouwde en onbebouwde gronden ten behoeve van een seksinrichting, behoudens in het geval dat gebruik uitdrukkelijk is toegestaan; het gebruik van onbebouwde gronden: 1. als stand- of ligplaats van onderkomens, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; 2. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden. Uitoefening 'vrij' beroep in en bij een woning
Het gebruik van een woning, waaronder begrepen een bedrijfswoning, en daarbijbehorende bijgebouwen voor de uitoefening van een 'vrij' beroep is toegestaan, met dien verstande dat de gezamenlijke brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een 'vrij' beroep, in voorkomend geval samen met de vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van beroeps- en bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 15.4, niet meer bedraagt dan 30% van de totale brutovloeroppervlakte van de betreffende woning en de daarbijbehorende bijgebouwen, en in ieder geval niet meer dan 50 m2. 15.4
Beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis
Het gebruik van ruimten binnen de woning, waaronder begrepen een bedrijfswoning, en in de daarbijbehorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van beroeps- en bedrijfsactiviteiten, andere dan een 'vrij' beroep, wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a.
b.
c.
het ondergeschikte medegebruik van de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen dient beperkt te blijven tot een ruimte (of ruimten) met een maximum totale brutovloeroppervlakte van 30% van de bruto-vloeroppervlakte van de woning en de daarbij behorende -al dan niet aangebouwde bijgebouwen, met een maximum van 50 m2; het ondergeschikte medegebruik van de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen mag niet bestaan uit detailhandel (met uitzondering van kapsalons) en/of horeca en/of kinderopvang en/of prostitutie; er dient een directe relatie te bestaan tussen het aan huis verbonden (en uit te oefenen) beroep en de (hoofd)bewoner(s) van de woning;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
63
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld d. e. f. g. h.
de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren of afbreuk doen aan de beleving van de woonomgeving; de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag er niet toe leiden dat er een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte ontstaat; de bebouwingskarakteristiek van de straat en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken wordt niet onevenredig aangetast; er mag geen blijvende onevenredige afbreuk worden gedaan aan de stedenbouwkundige structuur en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied; er mogen geen verkeersonveilige situaties ontstaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
64
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Artikel 16 16.1
Algemene aanduidingsregels
luchtvaartverkeerzone
Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone' geldt dat die gronden - naast de andere aangewezen bestemming(en) - tevens zijn bestemd voor de bescherming van de laagvliegroute van defensie. 16.1.1
Bouwregels
De bouwhoogte van bouwwerken mag niet meer dan 85 m bedragen. 16.2
reconstructiewetzone - verwevingsgebied
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' zijn specifieke regels van toepassing die zijn opgenomen bij 4.6. 16.3
reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' zijn specifieke regels van toepassing die zijn opgenomen bij 4.1. 16.4
wetgevingszone - wijzigingsgebied
16.4.1
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied' kunnen burgemeester en wethouders het plan wijzigen en de bestemming wijzigen ten behoeve van een zoutwinlocatie, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f. g.
niet meer dan 60 boorhuisjes mogen worden gerealiseerd; de bouwhoogte van een boorhuisje niet meer dan 5,00 m bedraagt; de oppervlakte van één boorhuisje niet meer dan 30 m2 bedraagt; de gezamenlijke oppervlakte van de boorhuisjes niet meer dan 1.500 m 2 bedraagt; één pompstation gerealiseerd mag worden; het aanleggen van leidingen, glasvezelkabels en stroomkabels is toegestaan; het boren van winningsputten is toegestaan.
16.4.2
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de aanduiding wijzigen in die zin dat de zone wordt aangepast indien daartoe als gevolg van wijziging in gebruik, bedrijfsvoering, regelgeving of vergunningverlening aanleiding bestaat.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
65
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Artikel 17 17.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijkingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a.
de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages in bijzondere situaties; b. de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de bij de omgevingsvergunning behorende afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt vergroot tot niet meer dan 10,00 m; e. de bestemmingsregels en toestaan dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten, overstekende daken; 3. (hoek)erkers over maximaal de halve gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen; mits de bouwvlakgrens met niet meer dan 1,50 m wordt overschreden; f.
g.
het bepaalde over de afstand van uitbouwen tot aan de voorgevel en het verlengde daarvan voor het bouwen van (hoek)erkers, mits de diepte van de (hoek)erker, gemeten uit de zijgevel, niet meer bedraagt dan 1,50 m; het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen.
17.1.1
Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de externe veiligheid, de sociale veiligheid, de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
66
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Artikel 18 18.1
Algemene wijzigingsregels
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en: a. b.
c.
nadere aanduidingen met betrekking tot de functie van de verbeelding verwijderen; de bestemmingsvlakken voorzien van nieuwe nadere aanduidingen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het bebouwingsbeeld; 2. de landschappelijke waarde; 3. de cultuurhistorische waarde; 4. de milieusituatie; 5. de verkeersveiligheid; 6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 7. de sociale veiligheid; 8. de externe veiligheid; de ligging van bestemmings-, bouw- en aanduidingsgrenzen wijzigen met dien verstande dat: 1. de bij wijziging betrokken grenzen mogen met niet meer dan 20 m worden verschoven; 2. de oppervlakte van de bij de wijziging betrokken bestemmings- en bouwvlakken en aanduidingen mag met niet meer dan 10% worden verkleind of vergroot ten opzichte van de oppervlakte vóór de wijziging; 3. de belangen en waarden die het plan beoogt te beschermen niet onevenredig mogen worden aangetast.
18.1.1
Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheden vindt een evenredige belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. b. c. d.
de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de milieutechnische, de waterhuishoudkundige, de archeologische, de ecologische en de verkeerstechnische toelaatbaarheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
67
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1” Vastgesteld
Artikel 19 19.1
Overige regels
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 19.2 a.
b.
c. d.
Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen of voor een gebruiksverandering moet, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de normen in de parkeerkencijfers in de CROW-publicatie 381 en dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. Gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a en sub b dienen na de realisatie in stand te worden gehouden. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in sub a en sub b of de bepalingen: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.