Programmabegroting 2024 en meerjarenperspectief 2025-2027
Tekst van het document
45
1.1. Binnen de uitvoeringsorganisatie worden de doelgroepen geanalyseerd om de klanten nog beter en gerichter van dienst te kunnen zijn. 2.1. Met de Stadsbank Oost-Nederland werken we ook in 2024 aan een meer klant- en resultaatgerichte dienstverlening. Hierbij hoort meer zicht op de voortgang van de trajecten en een snellere dienstverlening. Dit en meer komt aan bod in een nieuw op te stellen dienstverleningsovereenkomst. 3.1. In 2023 hebben de gemeenten ingestemd met de Hervormingsagenda Jeugd. Wij verwachten in 2024, zowel lokaal als regionaal, door te gaan met de uitvoering van de in de Hervormingsagenda opgenomen maatregelen. 3.2. Landelijk wordt gewerkt aan het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Het voornemen is kennis en expertise op het gebied van kind- en gezinsbescherming te bundelen in regionale veiligheidsteams. Ook voor de lokale toegangsteams kan het toekomstscenario gevolgen hebben. Wij volgen de ontwikkelingen om er tijdig op te kunnen inspelen. 3.3. In 2023 is de Regionale Samenwerkingsagenda opgeleverd. De Samenwerkingsagenda is langs vijf lijnen opgesteld: 1. Wonen en zorg, 2. Onderwijs en zorg, 3. Samenwerken met de sociale basis, 4. Passende ambulante zorg en 5. Gedwongen Kader. In 2024 gaan wij, zowel lokaal als regionaal, door met de uitvoering van de in de Samenwerkingsagenda opgenomen maatregelen. 3.4.
In het kader van de regionale Strategische inkoop Jeugd worden in de eerste helft van 2024 de verschillende segmenten aanbesteed en gegund. In de tweede helft van 2024 volgt de implementatie bij zowel de aanbieders als de gemeenten. Per 1 januari 2025 werken we op basis van deze nieuwe raamovereenkomsten. 3.5. In 2024 worden de geactualiseerde Verordening Jeugdhulp Haaksbergen, Nadere regels Jeugdhulp Haaksbergen en Beleidsregels Jeugdhulp Haaksbergen vastgesteld. 4.1. Huishoudelijke ondersteuning wordt in 2024 geleverd volgens de nieuwe overeenkomsten met zorgaanbieders. 4.2. In 2024 sluit Haaksbergen aan bij het regionale contractmanagement met betrekking tot de huishoudelijke ondersteuning. 4.3. In 2024 wordt de nieuwe inkoop van de Wmo maatwerkvoorzieningen dagbesteding en begeleiding afgerond. 4.4. De voorliggende voorziening voor mensen met (beginnende) dementie en hun mantelzorgers, het Odensehuis, is positief geëvalueerd. We zetten het Odensehuis in 2024 voort en onderzoeken de mogelijkheden voor structurele bekostiging en uitbreiding van het aantal dagdelen. 4.5. We willen binnen onze gemeente voldoende capaciteit voor inwoners die zijn aangewezen op Beschermd Wonen. Hiervoor gaan wij op zoek naar passende locaties en aanbieders. 4.6. De aanbesteding Wmo doelgroepenvervoer, onderdeel regiotaxi, wordt in 2024 afgerond. 4.7.
In 2024 wordt de eenjarige pilot respijtzorg uitgevoerd samen met zorgverzekeraar Menzis en de regiogemeenten. 4.8. In 2024 worden de geactualiseerde verordening maatschappelijke ondersteuning, nadere regels maatschappelijke ondersteuning en beleidsregels maatschappelijke ondersteuning vastgesteld. 5.1. Samen met de Uitvoeringsorganisatie Hengelo, Borne, Haaksbergen zorgen we dat we voldoende aanbod hebben voor de duale trajecten en dat inburgeraars een passend traject wordt aangeboden. 6.1. We zetten in op de verdere verbetering van de dienstverlening van de Noaberpoort. Onder andere op de volgende punten: In 2024 wordt een pilot project domein overstijgend werken gestart met betrekking tot indiceren door wijkverpleegkundigen. We gaan de kwaliteitsimpuls bij de frontoffice verder door ontwikkelen, gericht op het verbeteren van de brede uitvraag, preventie en meer verwijzen naar het voorliggend veld.
Programmabegroting 2024
46
Verbonden partijen Gemeenschappelijke Regeling Gezondheid (Openbaar Lichaam SamenTwente) Per 8 juli 2021 is de Gemeenschappelijke Regeling Gezondheid ingegaan. SamenTwente behartigt de belangen op het gebied van Publieke gezondheid, onder de naam GGD Twente; Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning, onder de naam Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp Twente (OZJT) en Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, onder de naam Veilig Thuis Twente (VTT). Veilig Thuis Twente (VTT) Vanaf 1 januari 2015 moet elke regio in Nederland, op basis van de Wmo 2015 en de Jeugdwet, een Veilig Thuis-organisatie hebben. Veilig Thuis Twente is voor de regio Twente het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. Veilig Thuis Twente heeft zich ten doel gesteld te komen tot het stoppen en/of verminderen van de schadelijke gevolgen van geweld in afhankelijkheidsrelaties en de veiligheid (duurzaam) te borgen. Daartoe wil VTT: - wachtlijstvrij werken en voldoende flexibiliteit (buffer) opbouwen die het mogelijk maakt om bij fluctuaties van het aantal meldingen en adviesvragen, of bij onverwachte uitval van medewerkers toch zonder wachtlijst te kunnen werken én de wettelijke doorlooptijden te behalen. - binnen de landelijk vastgestelde doorlooptijden te werken.
Speerpunten VTT: Veilig Thuis Twente heeft zich ten doel gesteld alle vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties te stoppen en/of het verminderen van de schadelijke gevolgen hiervan en de veiligheid te borgen. 1. Eén van de belangrijkste speerpunten in 2024 blijft het wachtlijstvrij werken. 2. Doorontwikkeling samenwerking in de keten, versterken netwerkpositie VTT met name ook op straf en zorg. 3. Het is een landelijke opdracht aan de Veilig Thuis organisaties om in elke regio een MDA++ aanpak te realiseren. Ook binnen het toekomstscenario krijgt MDA++ een plek. MDA++ is opgenomen als speerpunt in de regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling. 4. De komende jaren zullen we te maken krijgen met grote veranderingen in de jeugdbeschermingsketen. In het programma “Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming”, opgesteld in opdracht van de ministeries van Justitie en Veiligheid en VWS, en de VNG worden deze veranderingen beschreven. 5. Daarnaast vragen de doorlopende ontwikkelingen betreffende de samenwerking lokaal, regionale en landelijke ontwikkelingen aandacht en inzet van VTT. Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp Twente (OZJT) Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten, op grond van de Wmo 2015 en de Jeugdwet, verantwoordelijk voor de Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp aan hun inwoners.
Er is bij het Openbaar Lichaam gezondheid onder de naam Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp Twente (OZJT) een organisatie ingericht, die uitvoering geeft aan zowel de wettelijk verplichte regionale taken als aan taken waarvan de gemeenten besloten hebben deze gezamenlijk uit te voeren. In 2024 werkt het OZJT aan de volgende speerpunten: - effectuering Meerjarenperspectief OZJT - ambtelijke en bestuurlijke samenwerking - inkooptraject Jeugdhulp - contractmanagement- en beheer - jeugdbeschermingstafel - datagestuurd werken.
Programmabegroting 2024
47
Stadsbank Oost Nederland (SON) De Stadsbank Oost Nederland is een Gemeenschappelijke regeling met 21 andere gemeenten. De SON voert voor ons de dienstverlening aan inwoners met problematische schulden uit in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Regio Twente, Arbeidsmarktregio De Regio Twente is een samenwerkingsverband van de veertien Twentse gemeenten. Regio Twente vervult taken op een breed terrein, waaronder het structureel versterken van de Twentse arbeidsmarkt. Gemeenschappelijke regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo te Hengelo De Gemeenschappelijke regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo is een samenwerking van bovenstaande 3 gemeenten op het gebied van werk & inkomen, waarbij de gemeente Hengelo de uitvoeringsorganisatie is voor o.a. de Participatiewet en een aantal andere samenhangende wetten op het gebied van werk & inkomen. SWB te Hengelo De SWB is een (sociaal) leerwerkbedrijf dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleid om weer, regulier of met ondersteuning, aan het werk te kunnen. De SWB voert voor ons de voormalige Wsw-regeling uit en de arbeidsontwikkelingstrajecten voor de doelgroep van de Participatiewet. Werkplein Twente te Enschede Het Werkplein Twente is een samenwerkingsverband tussen de veertien Twentse gemeenten en UWV.
De partijen op het Werkplein werken samen op het gebied van zowel werkzoekenden- als werkgeversdienstverlening. Door middel van een gezamenlijke aanpak wordt geprobeerd mensen met een WW-uitkering, bijstandsuitkering of arbeidshandicap aan een passende baan helpen. Prestatie-indicatoren Wettelijke indicatoren Naam indicator
Eenheid
Stand Haaksbergen 2022 34
Gemiddelde van de referentie gemeenten 41****
Gestelde norm
Cliënten met een Aantal per 1.000 * maatwerk arrangement inwoners Wmo categorie hulpmiddelen en diensten Cliënten met een Aantal per 10.000 580 650**** * maatwerk arrangement inwoners Wmo Kinderen in % 4% 4% * uitkeringsgezin *** Lopende re-integratie Aantal per 1.000 6,7 8,6 * voorzieningen inwoners (15-74 jarigen) Jongeren met % van alle jongeren tot 11,4% 12,1% * Jeugdhulp 18 jaar Jongeren met % van alle jongeren tot 1,0% ** * jeugdbescherming 18 jaar Jongeren met % van alle jongeren van ** ** * jeugdreclassering 12 tot 23 jaar * Voor veel van de indicatoren geldt dat de raad de norm, die wordt nagestreefd, nog niet heeft vastgesteld. Aan het thema normering van prestatie-indicatoren wordt binnen het programma “Haaksbergen Ster(ker) in ontwikkeling” aandacht geschonken. ** Geen waarde bekend op Waartstaatjegemeente.nl. *** Peildatum 2022. **** alleen beschikbaar ten opzichte van gemiddelde Nederland.
Programmabegroting 2024
48
Extra indicatoren Naam indicator
Eenheid
Werkloosheid
% werkeloosheid
2,9%
Gemiddelde van de referentiegemeenten 2022 2,9%
Personen met een bijstandsuitkering Banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar Netto arbeidsparticipatie
Aantal per 10.000 inwoners van 15-64 jaar Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar
230
216
637,6
575,6
72,6%
1%
Werkloze jongeren
Stand Haaksbergen 2022
% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking % 16 t/m 22-jarigen
Waarde
Type waarde*
2,6% in 2024 223 in 2024 606,6 in 2022
doelwaarde
72,9%
71,8% in 2022
doelwaarde
1%
1% in 2022
doelwaarde
doelwaarde doelwaarde
Wat kost het? Begrote baten en lasten Prog.
Omschrijving programma
6 6
Sociaal domein Sociaal domein Totaal programma Sociaal domein * incl. eerste bestuursrapportage 2023
bedragen x € 1.000 Baten / Werkelij Begroot Begroot Begroot Begroot Begroot Lasten k 2022 2023 * 2024 2025 2026 2027 Baten 8.684 6.509 6.556 6.690 6.935 7.082 Lasten 27.620 28.656 29.868 30.033 29.914 30.070 -18.936 -22.147 -23.312 -23.343 -22.979 -22.988
Programmabegroting 2024
49
7. Volksgezondheid en milieu Inleiding Binnen dit programma valt de inzameling van afval. Ook het aanleggen en onderhouden van riolering en de bijbehorende rioolheffing vallen onder dit programma. Daarnaast behoren ook de werkzaamheden rondom milieubeheer, begraafplaatsen en de volksgezondheid onder dit programma. Waar doen we het voor? Haaksbergen is een gemeente waar het veilig wonen, werken en leven is. Wat willen we bereiken? - Een Haaksbergse bevolking die op zowel fysiek, mentaal als sociaal gebied gezond is. - Een optimale bescherming en duurzame benutting van de fysieke leefomgeving. - We dragen bij aan een duurzame samenleving door vermindering van de hoeveelheid afval. - We werken toe naar de doelstellingen van Afval-loos Twente. Conform het geactualiseerde beleidskader Toekomstbestendige Begraafplaatsen willen we meer inkomsten en een betere kostendekking realiseren op de begraafplaatsen.
Volksgezondheid Wat gaan we ervoor doen in 2024? - Uitvoeren van het integrale plan van aanpak 2024-2026 (GALA/SPUK), waarin de volgende onderwerpen verwerkt zijn: terugdringen gezondheidsachterstanden (waaronder Kansrijke Start), een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten, het versterken van (de verbinding met) de sociale basis, een gezonde leefstijl, versterking van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid, vitaal ouder worden, domein overstijgende inzet vanuit een regionale preventie infrastructuur. - In regionaal verband wordt, door de GGD, prioriteit gegeven aan de thema’s: mentale gezondheid, leefstijl, beschermen en vaccineren, leefomgeving. Riolering Wat gaan we ervoor doen in 2024? - We optimaliseren het risico gestuurd beheer met behulp van de verbeterde software. De verwachting is, dat deze in 2024 operationeel is. - We gaan verder met de aanleg van de regenwaterriolering in de Sterkerstraat (verbinding tussen al gerealiseerde leidingen in Werfheegde en Twijnerstraat). - We gaan verder met de realisering van de oplossing voor de wateroverlast op de Brink. - We gaan verder met de realisering van de oplossing voor de wateroverlast in de Meidoorn en omgeving. - We integreren het beleid in het GRP (Gemeentelijk Riolerings Plan) in de instrumenten van de Omgevingswet.
Afval Wat gaan we ervoor doen in 2024? - We verbeteren de communicatie- en handhavingsacties om vervuiling van afvalstromen tegen te gaan. - De grondstoffenvisie 2024-2030 wordt opgesteld, inclusief onderliggende afvalstoffenverordening en beleid.
Programmabegroting 2024
50
Milieubeheer Wat gaan we ervoor doen in 2024? - Samen met de Omgevingsdienst Twente hebben wij bij de uitvoering van de Omgevingswet, meer oog voor participatie en de ‘ja-mits’ gedachte. Een aandachtspunt is het waar mogelijk hanteren van kortere proceduretijden voor een aantal producten. - Wij gaan de uitvoering van het geactualiseerde beleidsplan voor de taken van de Omgevingsdienst Twente monitoren en werken aan verbetering van de risicoanalyse voor de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving. - We geven verdere uitwerking aan de beleidscyclus (big8) waarmee we in 2024 de dienstverlening aan de “voorkant” en heldere en rechtvaardige handhaving aan de “achterkant” verder kunnen verbeteren. Dit alles om meer en meer een verschuiving te realiseren van repressie naar preventie. - Besparing van energie is de eerste winst in de energietransitie. Vanuit de omgevingsdienst wordt verder ingezet op circulaire economie, energie en duurzaamheid. Het aantal energiecontroles bij bedrijven wordt verruimd. Hierbij zijn de erkende maatregelenlijsten leidend. - Ter voorbereiding op de Begroting 2024 heeft in 2022 een traject tot herijking van de financiering plaatsgevonden. Het doel van dit traject is tot een duurzame en reële begroting te komen met een passende financiering van de OD Twente.
Het is van belang dat de inhoud en omvang van de taakuitvoering leidend is en dat de uitvoering efficiënt blijft. - Wij geven uitvoering aan de wettelijke bodemtaken. Daarnaast werken wij samen met het Projectbureau bodemasbestsanering aan het saneren van asbest in de bodem. - Preventieve bestrijding van de eikenprocessierups binnen de bebouwde kom. - We gaan geleidelijk naar een meer natuurvriendelijke vorm van beheer en onderhoud. Begraafplaatsen Wat gaan we ervoor doen in 2024? Het bieden van meer keuzemogelijkheden voor begraven en asbestemming, waardoor onze begraafplaatsen aantrekkelijker worden. We realiseren een natuurbegraafplaats op het Waarveld en de mogelijkheid voor asbestemming op de oude begraafplaats aan de Enschedesestraat. Verbonden partijen Twente Milieu Sinds 2018 is Twente Milieu een partner van de gemeente Haaksbergen voor taken in de openbare ruimte. Twente Milieu is onder andere actief op het gebied van groen, (water)wegen, riolering, afval, evenementen en recreatieve voorzieningen. Samen met de gemeenten Almelo, Borne, Enschede, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal en Wierden is Haaksbergen aandeelhouder. Openbaar Lichaam Crematoria Twente/Crematoria Twente-Oost Nederland BV Gemeenschappelijke regeling, met openbaar lichaam gevestigd te Enschede. Instandhouden en exploiteren van crematoria in Enschede, Almelo, Borne en Oldenzaal. Twence Holding B.V.
Twence blijft inzetten op de ingeslagen transitie tot een grondstoffen- en energiebedrijf. Daarvoor worden de bestaande installaties optimaal gebruikt en verbeterd, worden er meer grondstoffen uit afval, reststromen en biomassa gewonnen en wordt er meer duurzame energie uit hernieuwbare energiebronnen opgewekt. Haaksbergen is aandeelhouder van Twence. Door Twence opgewekte duurzame energie telt, naar rato van ons aandelenbezit, mee voor de energiedoelstellingen van Haaksbergen. Omgevingsdienst Twente De Omgevingsdienst Twente geeft uitvoering aan de verplichte basistaken op grond van de artikelen 5.4, eerste lid en 5.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het Programmabegroting 2024
51
betreft in hoofdzaak de activiteiten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving milieu. Bij de uitvoering van deze werkzaamheden dient voldaan te worden aan vastgestelde normen (de kwaliteitscriteria 2.2.). Gemeenschappelijke Regeling Gezondheid (Samen Twente) Op basis van de inhoud van de gemeenschappelijke regeling is het doel, het in zijn rechtsgebied bewaken, beschermen en bevorderen van de gezondheid van en zorg verlenen aan de bevolking of specifieke groepen daarvan. Daarvoor worden de belangen behartigd op het gebied van Publieke gezondheid, onder de naam GGD Twente; Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning, onder de naam Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp Twente (OZJT) en Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, onder de naam Veilig Thuis Twente (VTT). Prestatie-indicatoren Naam indicator
Eenheid
Stand Haaksbergen 2021
Gemiddelde van de referentie gemeenten 2021
Waarde
Hoeveelheid fijn restafval per inwoner in 2030, Afvalloos Twente Afvalscheidingspercentage in 2021 op het gebied van afval en grondstoffen
Type waarde*
kg fijn restafval per inwoner
141 kg
102 kg
50 kg in 2030
*
% afvalscheiding op het gebied van afval en grondstoffen
62 %
72%
75% in 2021
*
* Voor veel van de indicatoren geldt dat de raad de norm, die wordt nagestreefd, nog niet heeft vastgesteld. Aan het thema normering van prestatie-indicatoren wordt binnen het programma “Haaksbergen Ster(ker) in ontwikkeling” aandacht geschonken.
Wat kost het? Begrote baten en lasten Prog.
Omschrijving programma
7 7
Volksgezondheid en milieu Volksgezondheid en milieu Totaal programma Volksgezondheid en milieu * incl. eerste bestuursrapportage 2023
bedragen x € 1.000 Baten / Werkelij Begroot Begroot Begroot Begroot Begroot Lasten k 2022 2023 * 2024 2025 2026 2027 Baten 6.744 6.479 7.598 7.566 7.566 7.566 Lasten 7.200 7.048 8.576 8.525 8.524 8.522 -456
-569
-978
-959
-958
-956
Programmabegroting 2024
52
8. Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Inleiding Binnen dit programma valt het grondbeleid voor woningbouw en het beleid rond ruimtelijke ontwikkelingen binnen de kernen en in het buitengebied. Waar doen we het voor? We werken aan een gezonde, duurzame en veilige fysieke leefomgeving met passende huisvesting voor alle inwoners. Ruimtelijke ontwikkeling en wonen Wat willen we bereiken? - Een juiste invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging. - De woningen bouwen waar nu en in de toekomst behoefte aan is. - Een aantrekkelijk woonaanbod dat flexibel is en past bij de verschillende doelgroepen. - Een inclusieve samenleving, waarin ieder individu passend bij zijn woonsituatie woonruimte kan vinden. Hierbij is nadrukkelijk aandacht voor samenwerking met onze maatschappelijke partners en de integratie van nieuwkomers in de diverse buurten. - Een aantrekkelijke woonomgeving. - Een actuele visie op verblijfsrecreatie. - Een vitaal platteland behouden en waar mogelijk versterken. - Behoud en herstel van het streekeigen landschap en biodiversiteit. - Ondersteunen van onze agrariërs in de transitie van het landelijk gebied. Wat gaan we ervoor doen in 2024? - Per 1 januari 2024 gaan we werken met de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging. - Wij gaan verder met het opstellen van een omgevingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente Haaksbergen.
Dit omgevingsplan moet 1 januari 2032 gereed zijn. - Wij ronden in 2024 de omgevingsvisie af. - Wij geven uitvoering aan de in 2024 geplande acties van het uitvoeringsprogramma woonvisie. De resultaten van deze acties worden ter besluitvorming voorgelegd, inclusief financiële gevolgen. - Uitvoering geven aan de prestatieafspraken met Domijn en de huurdersvereniging. - We gaan gebruik maken van actief grondbeleid bij de versnelling woningbouw. Actief grondbeleid brengt extra werkzaamheden met zich mee, dit vraagt meer personele inzet dan nu beschikbaar. - Vaststellen van de bestemmingsplannen voor het Marktplan, de voormalige schoollocaties aan de Van Brakelstraat en de Bartokstraat, het Zwarteland en andere inbreidingslocaties. Deze bestemmingsplannen maken de bouw van nieuwe woningen mogelijk. - Opstarten van de planvorming voor schoollocatie Holthuizen en de resterende, in eigendom zijnde gronden in de Wissinkbrink. - Verdere planvorming voor nieuwe woningbouwlocaties in Buurse en St. Isidorushoeve. - Verkoop van de eerste kavels in de Wissinkbrink. - Op basis van de Woondeal Twente sturen wij op een mix van woningtypen bij nieuwe ontwikkelingen. - Wij doen onderzoek naar locaties voor de huisvesting van aandachtsgroepen (zoals beschermd wonen, statushouders, ex-gedetineerden en dak- en thuislozen) op basis nog te maken regionale afspraken.
- Wij doen onderzoek naar locaties voor de huisvesting van Oekraïners en vluchtelingen. - Wij maken afspraken over een goede ruimtelijke inpassing van initiatieven op inbreidingslocaties en in het buitengebied.
Programmabegroting 2024
53
-
-
-
-
Vaststellen van de visie op verblijfsrecreatie en beleidskader om de verzoeken voor het omzetten van solitaire recreatiewoningen naar reguliere woningen te kunnen afhandelen. Wij faciliteren particuliere initiatieven in het buitengebied van Haaksbergen. We stellen een visie op voor het landelijk gebied van Haaksbergen, die wordt geïntegreerd in de omgevingsvisie en die aansluit bij de visie duurzaamheid. De visie wordt uitgewerkt in een programmastructuur, waarmee gestructureerd naar realisatie van de doelstellingen in de visie kan worden gewerkt. We stimuleren en faciliteren gebiedsprocessen. Afhankelijk van beschikbaar budget en capaciteit zetten we in op minimaal één gebiedsproces, daar waar de opgave het grootst is. We organiseren themabijeenkomsten om de transitie van het landelijk gebied te stimuleren en te faciliteren. We stellen ervencoaches beschikbaar voor ondersteuning op het boerenerf. Voor participatie in het landschap en biodiversiteit haken we aan bij provinciale mogelijkheden voor maatschappelijke groene initiatieven. Daarnaast stimuleren en faciliteren we boer- en inwonerinitiatieven op het gebied van verduurzaming landbouw, landschap en biodiversiteit. We zetten communicatie in om onze inwoners te informeren en te betrekken bij verduurzaming van de landbouw, landschap en biodiversiteit.
Duurzaamheid Wat willen we bereiken? - Succesvol duurzaamheidsbeleid dat aansluit bij de afspraken uit het Klimaatakkoord. - Uitvoering geven aan de afspraken uit het Klimaatakkoord. - Wij geven het goede voorbeeld met de verduurzaming van ons eigen vastgoed. - Wij ondersteunen maatschappelijke organisaties bij de verduurzaming. Wat gaan we ervoor doen in 2024? - We stellen een visie op voor de verduurzaming van Haaksbergen, die bouwsteen wordt van de omgevingsvisie en aansluit bij de visie op het landelijk gebied. - De visie wordt uitgewerkt in een programmastructuur, waarmee gestructureerd naar realisatie van de doelstellingen uit de visie en het klimaatakkoord kan worden gewerkt. - Wij stellen een uitvoeringsprogramma met begroting op voor de verduurzaming van ons eigen vastgoed. - Onze medewerker verduurzaming vastgoed maakt inzichtelijk welke uitdagingen stichtingen, verenigingen en andere maatschappelijke organisaties hebben om hun vastgoed te verduurzamen. Vergunningverlening Wat willen we bereiken? - Een soepele overgang van de vergunningverlening op basis van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) naar die op basis van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging (Wkb) als beide wetten per 1 januari 2024 in werking treden.
Wat gaan we ervoor doen in 2024? - We besteden aandacht aan een goede dienstverlening en advisering op het gebied van vergunningverlening als de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging per 1 januari 2024 in werking treden. Verbonden partijen Omgevingsdienst Twente We hebben een fysieke Omgevingsdienst Twente (ODT). Op milieugebied worden grotendeels alle werkzaamheden die betrekking hebben op het voorbereiden van vergunningen, behandelen van meldingen en het toezicht hierop (extern) uitgevoerd door die dienst. Wij blijven als gemeente het bevoegde gezag. Programmabegroting 2024
54
Prestatie-indicatoren
Naam indicator
Eenheid
Stand Haaksbergen 2022
Nieuw gebouwde woningen
Aantal per 1.000 woningen Percentage Percentage
Demografische druk Hernieuwbare elektriciteit Gemiddelde WOZwaarde Gemeentelijke woonlasten eenpersoons huishouden Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
Gestelde norm
7,7
Gemiddelde van de referentie gemeenten 8,9
84,7 5,1
80,1 24,2
81,0 *
302.000
317.000
**
In Euro’s
973
Geen data
In Euro’s
1021
Geen data
Maximaal 10% boven het landelijk gemiddelde Maximaal 10% boven het landelijk gemiddelde
Euro
5,0
* Voor veel van de indicatoren geldt dat de raad de norm, die wordt nagestreefd, nog niet heeft vastgesteld. Aan het thema normering van prestatie-indicatoren wordt binnen het programma “Haaksbergen Ster(ker) in ontwikkeling” aandacht geschonken. **Hiervoor wordt geen norm vastgesteld.
Wat kost het? Begrote baten en lasten Prog.
Omschrijving programma
Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Volkshuisvesting en ruimtelijke 8 ordening Totaal programma Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening * incl. eerste bestuursrapportage 2023 8
bedragen x € 1.000 Baten / Werkelij Begroot Begroot Begroot Begroot Begroot Lasten k 2022 2023 * 2024 2025 2026 2027 Baten
1.497
1.459
1.312
1.317
849
849
Lasten
4.056
4.074
4.227
4.010
3.366
3.365
-2.558
-2.615
-2.914
-2.694
-2.517
-2.515
Programmabegroting 2024
55
Paragraaf Lokale heffingen De paragraaf Lokale Heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties voor de inwoners van Haaksbergen. Lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen, dekking vindt voor haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen wordt door de raad, via de vast te stellen verordening, gedaan. De belastingverordeningen 2024 worden in december 2023 vastgesteld. Tariefsaanpassingen Wij stellen voor de OZB-tarieven voor woningen en niet-woningen in 2024 met 5,9% te verhogen. Normaal gesproken wordt het OZB-tarief gekoppeld aan de IMOC (index over de materiële overheidsconsumptie). Deze is 3,9% in 2024. In de kadernota is de afschaffing van de hondenbelasting meegenomen. Om dit te kunnen bekostigen, wordt de OZB met circa 2% extra verhoogd om de hondenbelasting (minus de te besparen perceptiekosten) te verdisconteren in de OZB. Daarnaast vindt er, zoals gebruikelijk, nog een correctie plaats in verband met de waardeontwikkelingen. Voor de overige gemeentelijke belastingtarieven wordt voor 2024 een stijging van het tarief met 3,9% voorgesteld. De tarieven voor de afvalstoffen- en rioolheffing en de overige heffingen zijn kostendekkend.
Voor de afvalstoffenheffing betekent dit dat het tarief in 2024 gemiddeld met 6,2% wordt verhoogd. Het tarief voor de rioolheffing stijgt met 8,9%. Vanwege de huidige loon- en prijsontwikkelingen zijn de kosten voor afval en riolering fors gestegen. Per saldo stijgen de woonlasten met 7,0% (zie ook onderdeel d). Vanaf 2024 wordt de hondenbelasting definitief afgeschaft. In 2023 bestond deze nog wel, maar was het tarief op nul gezet. a. Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten Overzicht opbrengsten gemeentelijke heffingen (*€ 1.000)
Begroting 2023 na wijziging
Realisatie 2022
Begroting 2024
Leges reisdocumenten, rijbewijzen, persoonsregistratie en burgelijke stand
199
204
204
Leges omgevings- en kapvergunningen
718
718
660
Begraafrechten
45
177
185
Afvalstoffenheffing
2378
2345
2486
Rioolheffing woningen / niet woningen
3605
3843
4150
Hondenbelasting
156
0
0
OZB eigenaren woningen
4058
4129
4383
OZB eigenaren niet-woningen
1822
1861
1973
OZB gebruikers niet-woningen
1106
1149
1219
Forensenbelasting
93
93
97
Toeristenbelasting
175
112
117
Reclamebelasting
0
45
45
BIZ-heffing bedrijventerreinen
87
90
90
14.442
14.766
15.609
Totaal
b. Beleid ten aanzien van de lokale heffingen Hervorming lokaal belastinggebied In het coalitieakkoord van het huidige kabinet is het volgende opgenomen: “Om een Programmabegroting 2024
56
stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten, wordt in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitgewerkt, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. Daarbij worden ook alternatieven voor de OZB en MRB (minder Rijksbemoeienis) in de beschouwing betrokken.” Daarmee is de discussie over een ruimer (lokaal) belastinggebied weer actueel. Uitbreiding kan echter in 2026 (inzet coalitieakkoord) slechts aan de orde komen als aan de geformuleerde randvoorwaarden is voldaan. Daarbij vormen met name ‘de financiële verhoudingen op orde’ en 'geen verhoging van de lastendruk’ harde ijkpunten. Groene heffingskorting De minister gaat met gemeenten in gesprek over hoe op lokaal niveau verduurzaming door huiseigenaren bevorderd kan worden en of een (verplichte) groene heffingskorting daar mogelijk aan bijdraagt. Waterzorgheffing Wateroverlast en verdroging vragen steeds meer maatregelen in de publieke ruimte. Meer percelen kunnen in de heffing worden betrokken, want van de maatregelen in de publieke ruimte heeft iedereen profijt. De huidige verordening Rioolheffing (model VNG) dekt dan niet meer de lading. Voor een eventuele invoering van de waterzorgheffing willen we samen met omliggende gemeenten optrekken vanwege de grote impact die dit heeft.
Op dit moment zijn er nog geen gemeenten die zijn aangesloten bij GBTwente, die van plan zijn dit op korte termijn in te voeren. No cure-no pay bij de uitvoering van de Wet WOZ wordt aangepakt Gemeenten moeten een vergoeding betalen als via no cure-no pay bureaus (NCNPbureaus) de WOZ-waarde van woningen en bedrijven wordt aangepast. Dat kan gebeuren wanneer NCNP-bureaus namens inwoners een bezwaarschrift indienen bij de gemeente of door een beroep bij de rechter. Dat levert die bureaus zo veel geld op, dat er sprake is van een verdienmodel. Inwoners profiteren daar niet van. Terwijl de regeling is bedoeld als kostenvergoeding voor inwoners. De enorme toename van bureaus heeft een aantal maatschappelijk ongewenste gevolgen: 1. de uitvoering van de Wet WOZ loopt vast. 2. de rechters komen te weinig toe aan andere zaken. 3. de relatie met de inwoner formaliseert. 4. in 2021 keerden gemeenten € 18.000.000 uit aan kostenvergoedingen. Naar aanleiding van deze maatschappelijk ongewenste gevolgen, hebben 15 uitvoeringsorganisaties, waaronder GBTwente, een brandbrief verstuurd naar demissionair staatssecretaris Fiscaliteit, de heer mr. Marnix van Rij. De demissionair staatssecretaris kondigde vervolgens aan maatregelen te nemen. Dit heeft hij bij de VNG Belastingconferentie op 21 en 22 maart 2023 in Arnhem (Papendal) toegelicht.
Enkele dagen later (23 maart) heeft hij een plan van aanpak naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin zijn een aantal maatregelen opgenomen die zich richten op het wegnemen van de financiële prikkel om namens belanghebbenden te procederen met alleen als doel een proceskostenvergoeding of een vergoeding van immateriële schade. De voorgestelde maatregelen zijn: 1. Standaard uitbetalen van de vergoedingen voor de WOZ (en de BPM) aan de belanghebbende. 2. Een apart regime voor het recht op een proceskostenvergoeding voor de WOZ (en de BPM). 3. Geen toekenning van proceskostenvergoeding als de WOZ-waarde (of de BPMwaarde) slechts licht wordt bijgesteld. 4. Verplicht informeel traject voor de WOZ. 5. Intensiveren van de handhavingsstrategie bij de zogenoemde parallelimport van motorrijtuigen. Programmabegroting 2024
57
6. Niet langer uitkeren van de vergoeding van immateriële schade bij de WOZ (en BPM). Met de VNG wordt gewerkt aan de verdere uitwerking van de nieuwe regels die vanaf 2024 moeten worden ingevoerd. c. Kostendekkendheid De rioolheffing en de afvalstoffenheffing mogen volgens de gemeentewet maximaal kostendekkend zijn. Ook de diverse leges die worden geheven, mogen maximaal kostendekkend zijn. Op grond van de gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Posten worden dus niet afzonderlijk op kostendekkendheid beoordeeld. De kosten van de overhead worden overeenkomstig de BBV-regels verdeeld op basis van personeelslasten. Mate van kostendekking Activiteitgroep
(bedragen x € 1.000) lasten Overhead taakvelden
Totale lasten
BTW
Heffingen (Baten)
Overige Baten
Kostendekkend heid
Totaal Baten
Afvalstoffenheffing
2.097
0
389
2.486
2.486
0
2.486
100%
Rioolheffing
3.298
240
612
4.150
4.150
0
4.150
100%
197
27
0
224
185
0
185
83%
5.592
267
1.001
6.860
6.821
0
6.821
99%
Leges algemene Dienstverlening (Leges Titel 1 Legesverordening)
445
380
0
825
204
0
204
25%
Leges dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/vergunningen (Leges Titel 2 Legesverordening)
412
306
0
718
660
0
660
92%
Leges dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn (leges Titel 3 Legesverordening)
72
61
0
133
7
0
7
5%
929
748
0
1.677
871
0
871
52%
6.521
1.015
1.001
8.537
7.692
0
7.692
90%
Begraafrechten Subtotaal Heffingen
Subtotaal Leges Totaal
Afvalstoffenheffing De kosten van de inzameling en verwerking van afvalstoffen worden betaald uit de afvalstoffenheffing. De kosten voor afvalinzameling en de inkomsten uit de afvalstoffenheffing zijn gelijkgesteld. Hiermee is de afvalstoffenheffing kostendekkend. Rioolheffing De kosten voor de riolering worden met de rioolheffing verhaald op de gebruikers van woningen en niet-woningen. De totale kosten voor riolering en de inkomsten uit de rioolheffing zijn gelijkgesteld. Hiermee is de rioolheffing kostendekkend. Begraafrechten We begroten € 224.000 aan kosten, te maken voor de begraafplaatsen en crematoria. Het gaat dan grotendeels om onderhoudskosten en nieuwe investeringen. We verwachten voor een bedrag van € 185.000 aan leges te ontvangen. Hiermee is de kostendekkendheid voor de begraafplaatsen en de crematoria 83%. Leges De leges zijn ingedeeld in drie titels: Titel 1: De leges algemene dienstverlening bestaan voornamelijk uit burgerzaken en de burgerlijke stand. Veruit het grootste deel van de inkomsten bestaat uit leges voor paspoorten en rijbewijzen. Voor een aantal tarieven binnen titel 1 geldt dat deze door het Rijk zijn gemaximeerd: paspoorten, rijbewijzen, kansspelen en wet bescherming persoonsgegevens. Titel 2: Hieronder vallen de leges voor de omgevingsvergunningen. Programmabegroting 2024
58
Titel 3: Dit betreft de leges voor evenementenvergunningen, prostitutievergunningen en de drank- en horecavergunningen. Voor alle drie titels geldt dat de gemaakte kosten hoger zijn dan de ontvangen inkomsten. d. Woonlastenontwikkeling Onder woonlasten verstaan we: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen en tarieven waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Men vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten van een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. Onderstaand overzicht geeft de hoogte van de woonlasten in Haaksbergen voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden in 2022, 2023 en 2024 weer. De uitgangspunten komen overeen met die van Coelo. Er wordt uitgegaan van een meerpersoonshuishouden met een gemiddelde woningwaarde. Woonlastenontwikkeling in Haaksbergen
Begroot 2024
Percentage stijging 2024 tov 2023
Werkelijk 2022
Werkelijk 2023
Onroerende zaakbelasting
461,67
468,60
496,25
5,9%
Rioolheffing
334,08
348,24
379,32
8,9%
Belastingsoort
Afvalstoffenheffing
224,84
215,88
229,32
6,2%
Totale woonlasten
1.020,59
1.032,72
1.104,89
7,0%
Landelijk gemiddelde 904,00 944,00 1.010,08 7,0% woonlasten ** Percentage boven 12,9% 9,4% 9,4% landelijk gemiddelde (*) Deze belastingdruk is bepaald op basis van de voorlopige tarieven. In december 2023 wordt door de vaststelling van de belastingverordeningen de definitieve belastingdruk bepaald. (**) De stijging van de landelijke gemiddelde woonlasten in 2024 is geschat op 7%.
De gemeentelijke woonlasten voor een eigenaar van een woning stijgen in 2024 met 7,0%. Voor een huurder van een woning stijgen deze met 8,0%. Wij hanteren de norm dat we met de woonlasten maximaal 10% boven het landelijk gemiddelde mogen uitkomen. Wij voldoen in 2023 en 2024 aan deze norm. e. Kwijtscheldingsbeleid Huishoudens met een inkomen op minimumniveau komen in aanmerking voor kwijtschelding van de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Kwijtschelding wordt verleend op basis van 100% van de bijstandsnorm, waarbij tevens een vermogenstoets plaatsvindt. De specifieke voorwaarden voor kwijtscheldingen staan vermeld in de verordening kwijtscheldingen. Voor 2024 is in totaal een bedrag van € 200.000 geraamd aan kwijtscheldingen.
Programmabegroting 2024
59
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen In deze paragraaf wordt beschreven hoe wij omgaan met risico’s en hoe groot het weerstandsvermogen moet zijn om eventuele financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Ook worden wijzigingen in beleid en mutaties in risico’s gerapporteerd. In deze paragraaf zijn vijf kengetallen opgenomen. Dit om de raad beter inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. In 2023 is de nieuwe nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2023 opgesteld. Deze paragraaf sluit aan op de bepalingen die daarin zijn vermeld. Weerstandcapaciteit De weerstandscapaciteit geeft aan welke middelen we hebben om onverwacht grote tegenvallers op te kunnen vangen. Het betreft buffers in het eigen vermogen of in de exploitatie, die zonder gevolgen voor uitvoering van het beleid, ingezet kunnen worden om onverwachte kosten te dekken. De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve, de post onvoorzien, de structurele exploitatieruimte en de onbenutte belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte tussen de huidige woonlasten en de lasten bij 20% boven het landelijke gemiddelde. De onbenutte belastingcapaciteit is berekend op € 695.000. De bestemmingsreserves worden in de basisberekening van de ratio weerstandsvermogen niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend.
Voor de volledigheid wordt de ratio ook berekend inclusief de bestemmingsreserves. De verwachte ontwikkeling weerstandsratio 2024 tot en met 2027
Omschrijving
(bedragen * € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Algemene reserve (31-12) incl. begrote jaarresultaat
16.326
17.814
15.723
14.169
Totaal incidentele weerstandscapaciteit
16.326
17.814
15.723
14.169
40
40
40
40
Onvoorzien Onbenutte belastingcapaciteit (structureel)
652
652
652
652
Totaal structurele weerstandscapaciteit
692
692
692
692
17.018
18.506
16.415
14.861
4.185
4.185
4.185
4.185
Ratio
4,1
4,4
3,9
3,6
Bestemmingsreserves zonder verplichtingen
876
13
13
13
Bestemmingsreserves met verplichtingen
0
0
0
0
4,3
4,4
3,9
3,6
Totaal inc. + str. weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
Ratio incl. bestemmingsreserves
Stille reserves Stille reserves (ontstaan wanneer de boekwaarde van de activa lager is dan de verkoopwaarde) worden meegenomen in de weerstandscapaciteit, als deze binnen een jaar te gelde gemaakt kunnen worden. Het gebruiken van stille reserves heeft consequenties en moet als laatste redmiddel worden gezien. Binnen de gemeente Haaksbergen is momenteel geen activa die aan deze criteria voldoet en er wordt daarom geen stille reserve toegevoegd aan de weerstandscapaciteit. Wel nemen wij voor het inzicht de stille reserves van relevante omvang, die niet binnen een jaar te gelde gemaakt kunnen worden, op in deze paragraaf. Bij de panden is de geschatte Programmabegroting 2024
60
verkoopwaarde gelijkgesteld aan de WOZ-waarde. Omvang stille reserves
( bedragen in €)
Geschatte verkoopwaarde 8.188.000 20.223.000 250.000 28.661.000
Aandelen Panden Kunstvoorwerpen Totaal
Boekwaarde
Stille reserve
645.000 6.383.000 0 7.028.000
7.543.000 13.840.000 250.000 21.633.000
Risico’s In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2023 is de ondergrens voor de risico’s vastgelegd. Deze ondergrens is bepaald op 0,25% van de algemene uitkering. Dit percentage wordt ook door veel andere gemeenten gehanteerd. De ondergrens komt hiermee uit op afgerond € 100.000. Een onverwacht nadeel tot € 100.000 wordt in beginsel binnen het programma of de post onvoorzien opgelost. Voor de Begroting 2024 zijn alle risico’s opnieuw beoordeeld. Voor de inschaling van de kans dat een risico optreedt wordt de volgende indeling gebruikt: Klasse
Kans van optreden
1
Risico
Kleiner dan eenmaal per 10 jaar
10%
2 Tussen de eenmaal per 5 jaar en eenmaal per 10 jaar
30%
3
Tussen de eenmaal per 2 jaar en eenmaal per 5 jaar
50%
4
Tussen de eenmaal per 1 jaar en eenmaal per 2 jaar
70%
5
Groter dan eenmaal per jaar
90%
Indien de kans van optreden 90% is, wordt het risico opgenomen in de exploitatie. Per risico maken we vervolgens een inschatting van het meest waarschijnlijke financiële effect als het risico zich voordoet. De risico-bedragen worden volgens onderstaande indeling verdeeld in 5 klassen: Klasse
Financiële gevolgen
1
Kleiner dan €100.000 (wordt niet meegenomen)
2
Tussen de €100.000 en €200.000
3
Tussen de €200.000 en €350.000
4
Tussen de €350.000 en €500.000
5
Groter dan €500.000
Vervolgens worden met behulp van een risicoscore, de risico’s gerangschikt en wordt inzichtelijk welke risico’s het meest belangrijk zijn om te worden beheerst. Deze risicoscore wordt bepaald door de klassen van kans en gevolg te vermenigvuldigen volgens onderstaande formule, waarbij de maximale score 25 is (5 x 5). Risicoscore = inschaling kans x inschaling financieel gevolg Risico’s ontwikkelen zich vaak in de tijd. Daarom wordt er periodiek via de paragraaf weerstandsvermogen in de begroting en jaarrekening in beeld gebracht hoe de risico’s zich ontwikkelen en vooral welke maatregelen worden genomen.
Programmabegroting 2024
61
Overzicht risico’s Omschrijving risico 0. Bestuur en ondersteuning Cyberaanval Risico Datalekken 6. Sociaal domein Lagere rijksbijdrage Inkomensdeel Aantallen Wmo en jeugdhulptrajecten Onzekerheden Sociaal Domein Reële tarieven Huishoudelijke Ondersteuning Reële tarieven Jeugdbescherming en Jeugdreclassering 8. Ruimtelijke ontwikkeling en wonen Milieuverontreiniging Grondexploitaties Diverse programma’s Calamiteiten Claims Verbonden partijen Garantstellingen Wachtgeldverplichtingen Hogere kosten aanbestedingen Schommelingen in de conjunctuur Voorziening wethouderspensioenen Benodigde weerstandscapaciteit
(bedragen in € x 1.000) Financieel gevolg
Benodigd FinanKans van Kans van Risico weerstands- Inc/Str. cieel optreden optreden score vermogen gevolg
4.000 333
10% 30%
400 100
Str. Str.
1 2
5 3
5 6
150 700 575
50% 50% 70%
75 350 403
Str. Str. Str.
3 3 4
2 5 5
6 15 20
150
70%
105
Str.
4
2
8
100
70%
70
Str.
4
2
8
500 476
10% 50%
50 238
Inc. Inc.
1 3
4 4
4 12
400 1.500 1.000 695 333 250 1.000 600
30% 50% 50% 10% 30% 70% 50% 30%
120 750 500 69 100 175 500 180 4.185
Inc. Inc. Str. Inc. Inc. Str. Inc. Inc.
2 3 3 1 2 4 3 2
4 5 5 5 3 3 5 5
8 15 15 5 6 12 15 10
Het benodigde weerstandsvermogen is berekend op € 4.185.000. Mocht bijvoorbeeld het risico van een cyberaanval zich voordoen, dan is het gevolg € 4.000.000 terwijl we voor dit risico maar 10% van dit bedrag aan benodigd weerstandsvermogen hebben opgenomen. De buffers zouden dan bij een ratio van 1 in zijn geheel dienen te worden ingezet. Om deze reden wordt met een minimale ratio van 2 gerekend. Dat wil zeggen dat de buffers minimaal tweemaal zo hoog dienen te zijn dan het benodigd weerstandsvermogen. Een groot deel van de algemene reserve is daarmee in die zin beklemd. Uitval applicaties in verband met cyberaanval (€ 400.000) Met de digitalisering van de samenleving neemt cybercrime een steeds grotere vlucht. Voorbeelden hiervan zijn het verspreiden van virussen en malware. Maar ook bijvoorbeeld DDoS-aanvallen, waarbij systemen slecht of helemaal niet meer bereikbaar zijn voor medewerkers of klanten. Uit internationaal onderzoek onder 550 organisaties kwam eerder dit jaar naar voren dat in 2022 83% van de organisaties wereldwijd hiermee te maken heeft gehad. De kosten bedroegen gemiddeld zo’n € 4.200.000. Dat is vergelijkbaar met de schade die de gemeente Hof van Twente heeft geleden bij de hack in 2020, namelijk circa € 4.000.000.
Op basis van dit internationale onderzoek en de financiële ervaring bij de gemeente Hof van Twente voeren we een financieel gevolg van € 4.000.000. Een incident van enige omvang brengt direct hoge schade met zich mee. Deels om schade te herstellen (waarvoor dure specialisten nodig zijn), maar zeker ook vanwege de (forensische) onderzoeken die moeten worden uitgevoerd om vast te stellen wat er is gebeurd en om uit te sluiten dat de aanval voortduurt. Met het uitplaatsen van IT naar Hengelo (in 2022) zijn onze systemen beter beveiligd. De kans van optreden wordt daarom bijgesteld van 50% naar 10%. Het risico op cybercrime laat zich nooit voor 100% uitsluiten. Risico datalekken (€ 100.000) Bij een datalek gaat het om ongeoorloofde of onbedoelde toegang tot persoonsgegevens. Maar ook om het ongewenst vernietigen, verliezen, wijzigen en verstrekken van persoonsgegevens. Ook hierdoor kunnen de betrokken personen namelijk schade leiden. Voorbeelden zijn het verlies van een USB-stick met niet-versleutelde persoonsgegevens, verkeerd verstuurde e-mailberichten of een cyberaanval, waarbij persoonsgegevens zijn Programmabegroting 2024
62
buitgemaakt. Een datalek is snel gemaakt, maar de impact en de kosten vallen vaak mee. Wanneer echter sprake is van een ernstig en verwijtbaar datalek, kunnen de kosten niettemin fors oplopen. Dat kunnen boetes zijn van de Autoriteit Persoonsgegevens, maar ook schadeclaims van betrokkenen. Bijvoorbeeld wanneer sprake is van identiteitsfraude. Ook kan een datalek leiden tot imagoschade. Belangrijk is bovendien dat datalekken tijdig gemeld worden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Het niet- of pas veel te laat melden kan eveneens forse boetes tot gevolg hebben. Lagere Rijksbijdrage inkomensdeel (€ 75.000) De hoogte van het inkomensdeel is van veel factoren afhankelijk. Hierdoor dragen gemeenten een financieel risico met betrekking tot de resultaten op het onderdeel bijstand. Het aantal bijstandscliënten was aanzienlijk laag. Dit houdt naar verwachting niet aan. Op dit moment zien we een stijging in het aantal bijstandscliënten en de verwachting is dat dit aantal de komende jaren blijft stijgen. De systematiek achter de Rijksbijdrage heeft een vertragend effect. Dit maakt dat achteraf een tekort mogelijk is en dat nemen we mee als risico. Wanneer de gemeente in de pas loopt met de landelijke trends is het risico kleiner, de kans van optreden van dit risico schatten wij op 50%.
Aantallen Wmo-ondersteuningstrajecten en Jeugdhulptrajecten onzeker (€ 350.000) De gemeente is verantwoordelijk voor alle vormen van Wmo en Jeugdhulp. Wij monitoren de instroom in Wmo en Jeugdhulp en het gebruik van individuele vormen nauwlettend (zowel zorg in natura (ZIN) als persoonsgebonden budget (PGB)). Wij zijn steeds beter in staat een schatting te maken van het zorggebruik. Voor 2024 zijn wij voor de Wmo in de begroting uitgegaan van een volumeontwikkeling van 2%. Dit percentage is gebaseerd op de volumeontwikkeling in de laatste jaren en de verwachte vergrijzing. Voor Jeugd zijn we uitgegaan van de geconstateerde ontwikkeling in het werkelijk aantal cliënten en de gerealiseerde kosten over 2021, 2022 en over het eerste halfjaar van 2023. Er blijft echter een kans op het moeten leveren van meer en/of duurdere zorgtrajecten dan in de begroting is opgenomen. Onzekerheden Sociaal Domein (€ 403.000) Sinds de decentralisaties in 2015 plaatsvonden, is het niet rustig geweest in het Sociaal Domein. Na de transitie, waarbij de gemeenten met (te) weinig middelen een organisatie dienden op te bouwen voor nieuwe en andere taken dan zij gewend waren te hebben, volgde de transformatie waarbij de gemeenten een grote urgentie voelden om zaken anders, beter en goedkoper, uit te voeren. De transformatie is nog steeds gaande.
Als stelselverantwoordelijke bemoeit het Rijk zich hier echter steeds nadrukkelijker mee, bijvoorbeeld via de Hervormingsagenda, het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming, maar ook via de door het Rijk geïnitieerde ombouw van grote verblijfsvoorzieningen naar veel kleinschaligere verblijfsvoorzieningen. De (financiële) gevolgen hiervan voor onze gemeente zijn niet bekend en vormen een risico. De laatste jaren zien we verder dat, vooral de grote gespecialiseerde, (systeem)aanbieders steeds meer moeite hebben om financieel rond te komen en tegelijkertijd in toenemende mate (grote) problemen hebben voldoende gekwalificeerd personeel te vinden. Gemeenten zien deze problemen en willen de aanbieders (financieel) tegemoetkomen, maar hebben te maken met dezelfde problemen. Tenslotte loopt er nog een nader verdiepend onderzoek naar reële tarieven voor voorzieningen wonen en verblijf, waarvan de effecten niet zijn in te schatten. De zorg voor onze (jeugdige) inwoners moet echter doorgaan. Dit kan betekenen dat gemeenten, om de zorg overeind te houden, aanbieders extra moeten ondersteunen. Onduidelijk is of gemeenten hiervoor door het Rijk gecompenseerd worden. We nemen een risico op van € 403.000 (70% van € 575.000). Reële tarieven Huishoudelijke Ondersteuning (€ 105.000) Naast volume ontwikkelingen zien we voor 2024 sterke verhogingen van de Cao’s.
Hierdoor worden de tarieven ook substantieel hoger; voor Huishoudelijke Ondersteuning Programmabegroting 2024
63
(HO) tot mogelijk 16,5%. Zowel voor Wmo als Jeugd moeten gemeenten volgens de AMvB reële tarieven betalen aan aanbieders. Onduidelijk is of het Rijk gemeenten hiervoor compenseert. De kostenstijging voor de HO is niet in de begroting verwerkt en vormt daarmee een reëel risico. Wij nemen, gerelateerd aan 16,5% kostenstijging, een bedrag van € 105.000 als risico op. Reële tarieven Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (€ 70.000) Naast volume ontwikkelingen zien we voor 2024 sterke verhogingen van de Cao’s. Hierdoor worden de tarieven substantieel hoger, voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot mogelijk 30%. Zowel voor Wmo als Jeugd moeten gemeenten volgens de AMvB reële tarieven betalen aan aanbieders. Onduidelijk is of het Rijk gemeenten hiervoor compenseert. De kostenstijging voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering is niet in de begroting verwerkt en vormt daarmee een reëel risico. Wij nemen, gerelateerd aan 30% kostenstijging, een bedrag van € 70.000 als risico op. Milieuverontreiniging (€ 50.000) De gemeente loopt een financieel risico bij verspreiding van gevaarlijke stoffen op gemeentelijk grondgebied bij grootschalige calamiteiten, waarbij enige spoed noodzakelijk is. Bijv. vrijkomen asbest en andere gevaarlijke stoffen. Grondexploitaties (€ 238.000) Voor de grondexploitaties wordt een benodigde weerstandscapaciteit opgenomen van € 238.000.
Een nadere onderbouwing van dit bedrag is opgenomen in de paragraaf grondbeleid. Calamiteiten (€ 120.000) Diverse risico’s ten aanzien van o.a. ongevallen, natuurrampen, storm- en elektriciteitsschade, storingen en ziektes, waarvoor wij niet zijn verzekerd. Juridische claims (€ 750.000) Wij worden in sommige kwesties gedagvaard tot schadeloosstelling. Als de schadeloosstelling door de rechter toegekend wordt, komt een deel hiervan voor onze rekening. Niet alles valt onder de dekking van onze aansprakelijkheidspolis. Daarom nemen wij een bedrag als risico op. In 2022 is er een uitspraak door het gerechtshof gedaan in de schadeclaim rood-voorrood, waarover wij in september 2022 een raadsinformatiebrief hebben gestuurd. Nu dit risico zich definitief heeft voorgedaan en de kosten in 2022 zijn genomen (Eindejaarsrapportage 2022), is dit specifieke risico verwijderd uit het overzicht met risico’s. Op grond van onze ervaring met deze zaak hebben wij er voor gekozen het algemene risico op juridische risico’s hoger te waarderen dan tot nu het geval was. Op dit moment zijn er geen juridische claims met een omvang zoals die nu is opgenomen, maar in de bedrijfsuitvoering van een gemeente is het natuurlijk niet uit te sluiten dat er soms grote juridische claims worden neergelegd.
Daarbij is het niet altijd mogelijk hangende een procedure inhoudelijk en financieel op een individuele zaak in te gaan in de paragraaf risicobeheersing of in andere openbare documenten. Met het hogere algemene juridische risico kunnen wij er dan toch rekening mee houden in onze benodigde weerstandscapaciteit. Mocht er in de toekomst een grote schadeclaim ontstaan, dan informeren wij de raad uiteraard binnen de mogelijkheden die er op dat moment zijn (rekening houdend met privacygevoelige informatie en de rechtspositie van de gemeente). Verbonden partijen (€ 500.000) Betreft het risico van alle verbonden partijen tezamen. In de paragraaf Verbonden partijen wordt hierover meer informatie gegeven.
Programmabegroting 2024
64
Garantstellingen (€ 69.000) De gemeente Haaksbergen heeft garanties afgegeven op leningen, die zijn aangetrokken door instellingen met een maatschappelijk nut zoals sportverenigingen. Er zijn een aantal zekerheden door de instellingen afgegeven, toch blijft er een financieel risico bestaan. Bij sportverenigingen wordt er vaak in samenwerken met het Waarborgfonds Sport (WFS) een garantstelling afgegeven. In het hierna opgenomen overzicht staan alle leningen vermeld waar de gemeente (deels) garant voor staat. Bij alle genoemde instellingen worden jaarlijks de jaarrekeningen beoordeeld. Er zijn momenteel geen aanwijzingen dat er bij één van de afgegeven garanties grote risico’s worden gelopen. Staat van gegarandeerde geldleningen
Nr. Naam van de geldnemer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
Tennisclub Buurse St. gem. huis St. Isidorushoeve St. Accommodatie Buurse Haaksbergse schutterij Stichting APH (HSC) SV Bon Boys Sportpark de Greune SV Bon Boys HHC Haackey Museum Buurtspoorweg Tennis & Padel Veldmaat Totaal aan garantstellingen
(bedragen afgerond in euro’s)
Restant leningen 0 25.000 74.000 55.000 117.000 35.000 0 158.000 223.000 350.000 135.000 1.172.000
Door gemeente gewaarborgd Toelichting 0 Afgelost 25.000 Via BNG 74.000 Via BNG 28.000 50% met WFS 117.000 Via BNG 18.000 50% met WFS 0 Afgelost 79.000 50% met WFS 112.000 50% met WFS 175.000 Via BNG 67.500 50% met WFS 695.500
Wachtgeldverplichting (€ 100.000) Een huidige wethouder kan uitvallen of zijn functie beëindigen, waarbij hij recht houdt op wachtgeld. Ervan uitgaande dat er geen verplichtingen ontstaan bij alle drie de wethouders, maar bij één, nemen we € 100.000 op als risico. Voorziening wethouderspensioenen (€ 180.000) Vanwege het stijgen van de rekenrente is er vorig jaar € 600.000 vrijgevallen uit de voorziening wethouderspensioenen. Het risico bestaat dat als de rekenrente daalt, we ten laste van de algemene middelen weer moeten bijstorten. Vanwege de actuele renteontwikkelingen wordt het risico momenteel laag ingeschat. We nemen een risico op van € 180.000 (30% van € 600.000). Hogere kosten aanbestedingen (€ 175.000) Door marktwerking en wisselende vraag en aanbod is op voorhand niet in alle gevallen goed in te schatten wat de kosten bij aanbestedingen worden. Hierdoor ontstaat het risico dat kosten hoger uitvallen dan vooraf is ingeschat. Bij kredieten gaat het dan om hogere structurele kapitaallasten. Bij de dienstverlening gaat het om hogere structurele bijdragen. Schommelingen in de conjunctuur (€ 500.000) Als gevolg van schommelingen in de conjunctuur kunnen zowel aan de kosten- als de opbrengstenkant onvoorziene nadelige incidentele effecten optreden. Ratio weerstandsvermogen In 2024 hebben wij een beschikbare weerstandscapaciteit van € 17.018.000.
Uit het totaaloverzicht met de risico’s blijkt dat we een weerstandscapaciteit nodig hebben van minimaal € 4.185.000. De ratio voor 2024 (excl. bestemmingsreserves) komt daarmee uit op 4,1. Programmabegroting 2024
65
Ratio weerstandsvermogen
Beschikbare weerstandscapaciteit
=
=
Benodigde weerstandscapaciteit
17.018
=
4,1
4.185
Bij non-profit organisaties wordt vaak de volgende waarderingstabel gebruikt voor classificatie van het weerstandsvermogen: Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 – 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 – 1,4
Voldoende
D
0,8 – 1,0
Matig
E
0,6 – 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Ons weerstandsvermogen wordt als ‘uitstekend’ geclassificeerd. Indien we de bestemmingsreserves meenemen in de berekening van de ratio, komen we uit op een ratio van 4,3. We streven binnen gemeente Haaksbergen een ratio van boven de 2,0 na. Om te voorkomen dat het weerstandsvermogen regelmatig moet worden aangevuld door fluctuaties in de beschikbare en/of benodigde weerstandscapaciteit, hanteren we een ondergrens 1,4. Bij een ratio van 1,4 bedraagt de weerstandscapaciteit 140% van de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit. Indien de ratio onder de 1,4 komt, wordt een voorstel aan de raad gedaan over de wijze waarop de ratio weer op het gewenst niveau van boven de 2,0 wordt gebracht. Kengetallen Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing, in aanvulling op de ratio weerstandsvermogen, een verplichte set van vijf financiële kengetallen wordt opgenomen. De kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te vangen. Bij het beoordelen van de hoogte en de ontwikkeling van de ratio’s moet gekeken worden naar de samenhang tussen ratio’s en ontwikkeling ervan in de tijd.
Overzicht kengetallen Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitatie Kengetal structurele exploitatieruimte Kengetal lokale lasten
Algeheel oordeel Kengetal 1. Netto schuldquote 2. Solvabiliteit 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Lokale lasten
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027 33% 59% 60% 60% 61% 58% 28%
51%
55%
56%
56%
54%
23% 0% 8% 113%
14% 1% 3,0% 112%
22% 1% 3,1% 109%
23% 1% 3,8% 109%
21% 0% -2,2% 109%
20% 0% -1,6% 109%
oordeel voldoende matig voldoende voldoende voldoende
ontwikkeling blijft voldoende wordt redelijk in 2025 blijft voldoende wordt onvoldoende in 2026 blijft voldoende
Programmabegroting 2024
66
Als we de ratio weerstandsvermogen en de bovenstaande kengetallen in samenhang beschouwen, constateren we dat we er momenteel redelijk goed voor staan, maar dat we er nog niet zijn. Met name de ontwikkeling van de structurele exploitatieruimte is zorgelijk. Netto schuldquote De hoogte van de schuld die een gemeente kan dragen, hangt af van de hoogte van de inkomsten. De VNG hanteert een norm van 100%. Dus wanneer de totale schuld lager is dan de jaaromzet, wordt dit als voldoende bestempeld. Tussen 100% en 130% is matig en een percentage boven de 130% is onvoldoende. Onze netto schuldquote is met 60% voldoende. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Van de langlopende leningen is voor een bedrag van ongeveer € 4.100.000 doorgeleend. Het betreft voornamelijk hypotheekleningen aan eigen medewerkers en doorgeleende gelden aan de Stichting Groot Scholtenhagen. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen komt uit op 55% en is volgens de gestelde norm voldoende. Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft de mate aan, waarmee de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Dit geeft inzicht in de mate, waarin onze gemeente in staat is op langere termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder we zijn.
Onze norm is een solvabiliteit van minimaal 20%. Dit wordt ook door de VNG geadviseerd. Een solvabiliteit kleiner dan 20% is onvoldoende, boven de 25% is voldoende. Onze solvabiliteit komt in 2024 uit op 22% en is daarmee matig. Kengetal grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Het kengetal grondexploitatie komt uit op 1%. De norm is een ratio van maximaal 25%. Onze ratio is dus voldoende. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal “structurele exploitatieruimte” geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Wij hanteren de norm van 0,5% van het begrotingstotaal. Dit percentage sluit aan bij de norm die wordt gehanteerd voor artikel 12-gemeenten. Indien de structurele exploitatieruimte ligt tussen de 0% en 0,5% van het begrotingstotaal, wordt dit bestempeld als matig. Een ratio kleiner dan 0% is onvoldoende. Onze structurele exploitatieruimte komt in 2024 uit op 3,1% en is daarmee voldoende.