CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

BW348.bijlage gewijzigde MER bijlage aangepast verzoek vvgb 8.8.22

Gemeenteraad 26 oktober 2022, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Uitspreken van het voornemen een verklaring van geen bedenkingen te verlenen ten behoeve van het realiseren van 8 zoutwinningslocaties en het onderliggende leidingentracé onder diverse voorwaarden31.380 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Totale zoutvoorraad vs. winning 15

4200

Totale voorraad

Winningsplan

Figuur 4-7: Aandeel zoutwinning vergeleken met totale zoutvoorraad (in miljoen ton).

In lijn met de marktvraag wil Nobian Hengelo de komende jaren een zoutproductie van circa 2,5 miljoen ton per jaar realiseren. Die productie komt overeen met een pekelstroom van circa 1.050 m3/uur als voeding voor de fabriek in Hengelo. Deze pekelstroom wordt gewonnen uit de productiecavernes in het Ganzebos gebied, cavernes in ‘oude’ velden die retourstromen6 verwerken en de cavernes van de winning bij Haaksbergen. Figuur 4-8, bovenste deel, geeft weer hoeveel pekel uit welke velden wordt gewonnen voor het bereiken van een jaarproductie van 2,5 miljoen ton zout. Daarbij is uitgegaan van de 8 winningsputten in Haaksbergen, aan te leggen in de periode tot 2025. Zichtbaar is dat na 2029 alleen nog pekel uit Haaksbergen wordt gewonnen. Naast een relatief klein pekelvolume uit retourstromen wordt tot 2024 wordt ook nog pekel gewonnen in Usseler Es en tot 2029 in Ganzebos. Na de genoemde jaartallen zijn Usseler Es en Ganzebos uitgeproduceerd en blijft alleen 6

Bij de booractiviteiten voor nieuwe cavernes en bij de zoutproductie in Hengelo komen materialen als boorgruis en gips vrij die in oude cavernes worden gebracht. Bij het inbrengen van die materialen in oude cavernes komt pekel vrij.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

23

Projectgerelateerd

Haaksbergen over als winningslocatie. Tussen 2023 en 2026 leveren de velden onvoldoende pekel om een zoutproductie van 2,5 miljoen ton te realiseren. In het onderste deel van Figuur 4-8 is de zoutreserve aangegeven. Afhankelijk van de in de praktijk te realiseren pekelstroom leveren de voorgenomen 8 winningsputten van Haaksbergen voldoende pekel tot ongeveer 2029, waarna ze vanaf circa 2032 ‘op’ zijn. Het beeld van Figuur 4-8 onderbouwt de noodzaak dat Nobian na 2023 de zoutwinning uit Haaksbergen nodig heeft voor continuering van het bedrijf.

Figuur 4-8: Zoutwinning per jaar en afname zoutreserve.

De hoeveelheid zout uit de 8 Haaksbergen cavernes wordt geraamd op 15 miljoen ton (8 miljoen m3 caverne volume). Zoals valt op te maken uit Figuur 4-8 (bovenste deel) is de winning uit Haaksbergen in de periode tot circa 2026 lager, omdat de cavernes verspreid over de periode tot 2025 worden aangelegd (en nog niet een maximale pekelstroom kunnen leveren) en er nog pekel uit de andere velden en door retourstromen wordt geproduceerd. Vanaf circa 2029 is de pekelwinning vrijwel volledig gebaseerd op Haaksbergen, zie ook Tabel 4-1. Tabel 4-1: Zoutproductie Productie

2024-2029

2030-2032

Tonnen zout totaal per periode uit de putten 1-8

8 miljoen

7 miljoen

Gemiddeld aantal ton per jaar uit de putten 1-8

1,3 miljoen

2,3 miljoen

Op basis van de gerealiseerde zoutproductie in het komende decennium en de marktontwikkeling na 2029, wordt bepaald waar en op welke wijze in de periode daarna pekel wordt gewonnen. In eerste

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

24

Projectgerelateerd

instantie zal hiervoor het gebied rondom Haaksbergen / St. Isidorushoeve in beeld zijn. Het aantal en de plaats van de zoutwinningslocaties zal in overleg met de omwonenden worden vastgesteld. De bestaande winning van het Rötzout in Hengelo vindt plaats aan de hand van een aantal – met het Staatstoezicht op de Mijnen afgestemde - uitgangspunten (de zogenaamde Good Salt Mining Practice) die veilige en duurzame zoutwinning borgen. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op kennis en ervaring die gedurende vele decennia van zoutwinning zijn verkregen. Voor Haaksbergen worden vergelijkbare uitgangspunten toegepast, te weten:  Stabiele en integere cavernes: het ontwerp wordt gesteentemechanisch doorgerekend op basis van resultaten van onderzoek aan kernmateriaal,  Lifecycle benadering: ontwerp wordt voorafgaand aan de winning doorgerekend met het oog op een veilige afsluiting en nazorg voor de lange termijn,  Landschappelijk ingepaste zoutwinningslocaties: inpassing gebeurt in overleg met belanghebbenden zoals omwonenden, landeigenaren, landgebruikers en de gemeente,  Zorg voor de omgeving: het veldontwerp van cavernes en de winningsactiviteiten worden zo ingericht dat schade (bijvoorbeeld door bodembeweging of lekkage) wordt voorkomen.  Beheersing van effecten: mogelijke effecten en de wijze waarop deze worden beperkt worden door onafhankelijke deskundigen beoordeeld.

 Gecontroleerde winning: monitoring van onder andere bodem- en grondwaterkwaliteit, bodemdaling, bodemtrillingen, productieparameters, oliespiegel, caverneontwikkeling (sonar) om tijdig afwijkingen te signaleren en zo nodig maatregelen te nemen. Nobian doorloopt voor al deze metingen steeds plan-do-check-act cycli om de zoutwinning gedurende de gehele levenscyclus van het veld gecontroleerd te laten verlopen.

4.6

Zoutkruip en bodemdaling

Steenzout is een bijzonder gesteente. Onder de omstandigheden die in de diepe ondergrond heersen, kan steenzout namelijk uiterst langzaam vloeien of kruipen. Onder druk van het omliggende gesteentepakket en in combinatie met de hogere temperatuur in de ondergrond kruipt het omringende zout naar de caverne en wordt deze heel langzaamaan dicht gedrukt. Het dichtdrukken van de caverne uit zich aan het maaiveld als een kom. Deze bodemdaling verloopt geleidelijk over een periode van vele tientallen jaren en het verschil tussen het diepste punt van de kom en ten opzichte van de rand is na die tijd maximaal enkele decimeters diep. De kom strekt zich aan het maaiveld uit over enkele kilometers, waardoor de daling niet zichtbaar is in het landschap. De snelheid waarmee het volume van de cavernes afneemt als gevolg van zoutkruip wordt de convergentiesnelheid genoemd, uitgedrukt in procent per jaar (volume% per jaar). In het gesteentemechanische model (IfG, 2012) zijn variabelen als de temperatuur in de caverne, de dikte, diepte en samenstelling van de zoutlaag, de dichtheden en sterkte-eigenschappen van de bovenliggende gesteente- en bodemlagen en de gesteentelaag direct onder de zoutafzetting opgenomen. De zoutkruip is bepaald op basis van laboratoriumtesten van de boorkernen van proefboring ISH-01.

Voor de afleiding van de convergentiesnelheid is rekening gehouden met de afmetingen en diepte van de cavernes en hun onderlinge ligging. Druk en temperatuur maken hiervan deel uit. Hoewel Nobian verder onderzoek doet naar de eigenschappen van kruip, convergentie, drukopbouw, permeatie en fracturing is de informatie en inzichten verkregen uit de proefboring ISH-01 voldoende voor de verkenning van de varianten binnen het MER. Alle berekeningen zijn daarom uitgevoerd met de ISH-01 data. Naast de stabiliteit van een individuele caverne, is bodemdaling afhankelijk van de onderlinge afstanden tussen cavernes en de ontwikkeling van de cavernes in de tijd. Deze dimensies (zoutkruip, ligging en ontwikkeling in de tijd) komen tot uitdrukking in de veldontwikkeling die in hoofdstuk 5 behandeld wordt.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

25

Projectgerelateerd

Er is geen gaswinning en waterwinning in het gebied rondom Haaksbergen/ Sint Isidorushoeve, waardoor geen sprake is van overlappende bodemdalingskommen. Het gebied van de bestaande zoutwinning van Nobian ligt niet in het invloedsgebied van de nieuwe zoutwinning bij Haaksbergen. Tektonische processen onder de Nederlandse bodem, als gevolg van de bewegingen van Afrika ten opzichte van de Europa, doen Nederland kantelen (Figuur 4-9). Het (noord)westen gaat omlaag, terwijl het (zuid)oosten langzaam omhoog komt. Per eeuw daalt hierdoor de bodem in het westelijk deel van het land met zo'n vijf centimeter. Het oostelijk deel van het land komt per eeuw 1 à 2 centimeter omhoog. Deze continentale beweging heeft nagenoeg geen invloed op de bodemdaling door zoutwinning in het projectgebied.

Figuur 4-9: Algehele kanteling van Nederland (Geologie van Nederland, Ruud van Hooff)

4.7

Ontwikkeling en stabiliteit van individuele cavernes

Bij het oplossen van zout in de diepe ondergrond door injectie van water ontstaat een caverne. De vorm van deze caverne wordt beheerst door de toepassing van een mijnbouwhulpstof, te weten dekenvloeistof. De dekenvloeistof blijft op de ruwe pekel drijven. Als dekenvloeistof wordt een plantaardige olie (HVO: hydrotreated vegetable oil) gebruikt, die niet mengt met water of pekel en evenmin zout oplost. Deze HVO is een REACH geregistreerd product en kent een binnen REACH gedefinieerd gebruik. Omdat het gebruik van HVO binnen Nobian (als downstream user) daarvan afwijkt (namelijk HVO als dekenvloeistof) is een daarop toegesneden Chemical Safety Report7 opgesteld. Dit rapport is gebruikt voor de registratie bij ECHA, de EU instantie die toeziet op de implementatie van REACH. Tot op heden wordt diesel als dekenvloeistof gebruikt. Op verzoek van SodM heeft Nobian samen met de twee andere zoutmijnbouwbedrijven in Nederland onderzoek gedaan naar alternatieve dekenvloeistoffen die in geval van een calamiteit minder belastend zijn voor het milieu. Dit heeft voor Nobian geresulteerd in de keuze voor HVO als geschikt alternatief voor diesel8. HVO bevat in tegenstelling tot diesel geen toxische aromatische verbindingen en zwavelverbindingen. Indien HVO door een onvoorziene gebeurtenis in het milieu komt zal dat geen ernstige gevolgen hebben voor mens en milieu.

Het gebruik van HVO heeft de instemming van SodM. 7

Lit 15: Nouryon, Chemical Safety Report for Hydrotreated Vegetable Oil (HVO), EC Number: 618-882-6, CAS Number: 928771-011, Registrant’s Identity: Nouryon Salt B.V., Hengelo. 8 Lit 18: RHDHV, Beoordeling afdekmaterialen zoutwinning Nouryon, Locatie specifieke afweging alternatieven voor het gebruik van diesel, BG8017IBRP1909041106, 4-9-2019. 2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

26

Projectgerelateerd

Door het gebruik van HVO wordt het dak van de caverne afgeschermd, wordt oplossing van het steenzout in verticale richting verhinderd en wordt de oplossing van het steenzout in horizontale richting bevorderd. Door het niveau van het olielaagje te meten en regelmatig aan te passen, is de ontwikkeling van de cavernes te sturen. De Zechstein zoutlaag bij Haaksbergen is niet overal even dik; naar de randen van het concessiegebied toe, wordt de zoutlaag dunner (zie Figuur 4-3). Daarom wordt elke caverne apart ontworpen, waarbij stabiliteit en veiligheid van de individuele caverne en het caverneveld als geheel uitgangspunten zijn. De omvang en de hoogte van een caverne wordt beperkt door de dikte van de zoutlaag en door de veiligheidsmarges die moeten worden aangehouden. Deze veiligheidsmarges worden bepaald door middel van het gesteentemechanisch model. Dit model houdt rekening met de locatie specifieke eigenschappen van het gesteente, waarvan de belangrijkste de verwachte zoutkruip is. Het model heeft aantoonbaar gemaakt dat een zoutcaverne bij Haaksbergen stabiel is wanneer de volgende marges worden aangehouden9:  Het zoutdak moet minimaal 70 meter dik zijn,  De bodempijler moet minimaal 10 meter dik zijn,  De veiligheidspijler tussen de wanden van naburige cavernes is ten minste 175 m.

Door het hanteren van deze marges zal een eventueel toekomstig gebruik van de uitgeproduceerde cavernes mogelijk zijn, zie ook paragraaf 4.9. Bovendien moeten de cavernes ook bestand zijn tegen de toenemende druk in de caverne als gevolg van kruip na afsluiten van de put. Om dit te waarborgen is de diepte waarop de caverne wordt ontwikkeld begrensd tot ca. 1100 m en het volume beperkt tot 1 miljoen kubieke meter per caverne. Om de stabiliteit van het zoutdak te vergroten wordt het bovenste deel van de caverne in een koepelvorm ontwikkeld. Dit is te vergelijken met bijvoorbeeld de koepel van de Sint Pieter in Rome. Op basis van het gesteentemechanisch model zijn de theoretische afmetingen van een caverne bepaald waarbij stabiliteit van de caverne en het veld gewaarborgd is. In vaktermen wordt dit de ‘gesteentemechanische omhulling’ genoemd. Om in de praktijk een stabiele caverne te creëren, zal de gehele caverne binnen deze gesteentemechanische omhulling moeten blijven. Figuur 4-10 toont de gesteentemechanische omhulling.

9 Lit 8: IfG June 2010, Rock Mechanical Investigations and Dimensions for the new Nouryon NaCl-Brine Production Field

Haaksbergen en Lit 9 en Lit 10: IfG, August 2012, Haaksbergen – update of cavern convergence prediction. 2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

27

Projectgerelateerd

Figuur 4-10: Gesteentemechanische omhulling

De toelichting op de legenda van Figuur 4-10 is de volgende: veldontwerp 1 gaat uit van een caverne volume van gemiddeld 2,3 miljoen m3, veldontwerp 2 betreft een volume van 1 miljoen m3. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de veldontwerpen. Zoals aangegeven is het noodzakelijk dat de caverne wordt ontwikkeld binnen de gesteentemechanische omhulling. Daarvoor is een gecontroleerde ontwikkeling van de caverne essentieel. Dit brengt een tweetal belangrijke beperkingen met zich mee. In de eerste plaats moet de uitloging in een rustig tempo verlopen, zodat de uitloging gelijkmatig in alle (horizontale) richtingen plaatsvindt en er geen preferente richting ontstaat waar zout sneller oplost. Hiermee is de uitloogsnelheid en dus ook de pekelproductiesnelheid van een caverne begrensd tot ca. 150 m3/u. Daarnaast moet elke caverne periodiek gecontroleerd worden op de ontwikkeling. De winning wordt tijdelijk gestaakt en via de put worden met een sonar metingen verricht. Zo’n meting levert een 3dimensionaal beeld op van de holruimte. Dit resultaat wordt vergeleken met de verwachte ontwikkeling van de holruimte. Zo nodig wordt de wijze van uitloging aangepast. Om pekelproductie van ruim 1000 m3/u te handhaven, ook tijdens inspectie van een caverne, moeten altijd 8 cavernes in bedrijf zijn.

Het in Haaksbergen uitgevoerde seismisch onderzoek heeft aangetoond dat er geen breuken in het zout aanwezig zijn. Wel zijn breuken in de gesteentelagen onder het Zechsteinzout aanwezig (). In de lagen boven het zout zijn geen breuken aanwezig (). Doordat er geen breuken door het zout lopen zijn eventuele complicaties tijdens de zoutwinning door de aanwezigheid van breuken niet te verwachten10. De ondergrond nabij Haaksbergen kent geen actieve breuken. Er zijn in het gebied geen aardbevingen geregistreerd11.

10 Lit 14: MWH, 2011, Seismic survey and geological model update of the Haaksbergen area of interest. 11

KNMI seismic & acoustic data portal.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

28

Projectgerelateerd

Figuur 4-11: Breuksystemen (NLog) onder het Zechstein.

Figuur 4-12: Breuksystemen (NLog) boven het Zechstein.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

29

Projectgerelateerd

Nadat de winning van zout is beëindigd, is de caverne volledig gevuld met pekel. Door de caverne te laten bestaan en de put af te sluiten wordt, in tegenstelling tot squeeze mijnbouw, bodemdaling sterk beperkt. De eventueel nog aanwezige HVO (dekenvloeistof) wordt voor ca. 80% verwijderd. Er is geen sprake van het inbrengen van stoffen die een afvalstatus (kunnen) hebben. Zoals in deze paragraaf is beschreven worden er stabiele cavernes ontworpen, uitgaande van de gesteentemechanische omhulling.

4.8

Lekkage in 2014 bij Epe, Duitsland

Bij het ontwerp van het caverneveld in Haaksbergen is, naast in een eeuw opgebouwde eigen kennis, ook gekeken naar ervaringen van anderen. Een voorbeeld daarvan is de lekkage in 2014 bij Epe (Dld). Hierbij is een zoutwinningsput ontwricht en kon olie via een opening in de put in de ondergrond stromen. Dit incident heeft, doordat het relatief dichtbij plaatsvond, de belangstelling van de omgeving. De afstand tussen het projectgebied in Haaksbergen en de winning bij Epe is circa 17 km. De ontwikkeling van cavernes bij Haaksbergen wijkt sterk af van de zoutwinning die plaatsvindt bij Epe in Duitsland. Die winning wordt uitgevoerd door het bedrijf SGW. De belangrijkste verschillen tussen de voorgenomen winning in Haaksbergen en de winning van SGW in Epe zijn:  Geologie: het Epe-zoutkussen ligt zo’n 500 meter dieper dan het Haaksbergen zoutkussen. Door de hogere gesteentedruk op die diepte kruipt het zout in Epe sneller, waardoor de bodemdalingssnelheid daar bij gelijk veldontwerp hoger zal zijn dan in Haaksbergen.  Veldontwerp: SGW werkt met een zogenaamd hexagonaal veldontwerp (zie ook paragraaf 5.2), waarbij elke caverne zes buren heeft op gelijke afstand van elkaar en van het middelpunt van de zeshoek. In Haaksbergen is gekozen voor een configuratie, waarbij elke caverne vier buren op gelijke afstand heeft in plaats van zes buren.

In de hexagonale configuratie ontstaan er meer overlappende bodemdalingscontouren en dus ook meer bodemdaling. Voor Haaksbergen is geoordeeld dat het toepassen van een hexagonaal grid tot te veel bodemdaling leidt, zodat het niet wordt toegepast.  Bodemdaling: De bodemdaling is in Epe (het is nu circa 50 jaar na start productie) aanzienlijk groter dan in Haaksbergen het geval zal zijn 50 jaar na start productie. Hierdoor krijgen de zogenaamde last cemented casings12 meer rek te verduren. De lekkage in 2014 in Epe is ontstaan doordat één van de casings het begaf.  Opslag: De lekkage in 2014 in Epe betrof ruwe olie die in een voormalige zoutcaverne was opgeslagen. In Haaksbergen zal geen opslag van olie in cavernes plaatsvinden.

4.9

Een tweede leven voor cavernes

In de omgevingsvisie (2020) van de provincie Overijssel wordt de verwachting uitgesproken dat er in de toekomst ruimte nodig is voor buffering van hernieuwbaar gewonnen energie, bijvoorbeeld in de vorm van perslucht of waterstofgas. In Nederland zijn de mogelijkheden voor ondergrondse opslag beperkt. In Noord-Nederland (bij Zuidwending en Heiligerlee) worden voormalige zoutcavernes ingezet voor de opslag van aardgas en stikstof. Het Zechstein zoutpakket bij Haaksbergen is mogelijk geschikt voor buffering/opslag van gassen als waterstofgas of perslucht. Het ontwerp van het veld en de cavernes in Haaksbergen is bedoeld voor zoutwinning, maar secundair gebruik van caverne kan worden overwogen op basis van het volgende: ■ Het zoutvoorkomen in Haaksbergen is beperkt in diepte en dikte. Hierdoor wordt het opslagpotentieel beperkt door de hoogte en de diepteligging van de cavernes (beperking van de werkdruk van een opslag). De eigenschappen van het zout zelf of het cavernevolume levert geen beperking op.

12

De last cemented casings zijn de gecementeerde verbindingen tussen het onderste deel van de casingbuizen en de zoutlaag.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

30

Projectgerelateerd

■ Om de geschiktheid van één of meerdere cavernes voor een type opslag (meestal een gas) te bepalen, moeten de nodige onderzoeken worden uitgevoerd. In het geval een externe partij geïnteresseerd is in het gebruik van de cavernes in Haaksbergen als opslag van een gas, zal die partij rekening moeten houden met de ontwerpgrenzen die door de diepte en dikte van het zoutvoorkomen in Haaksbergen van toepassing zijn. Dat heeft onder meer gevolgen voor de aan te leggen werkdruk van de gasopslag (tussen 70 en 130 bar) en vergt technische aanpassingen aan de boorput. Er zal voor zo’n secundair gebruik een volledig nieuw vergunningentraject moeten worden doorlopen en dienen er nieuwe overeenkomsten met landeigenaren gesloten te worden.

4.10 Afsluiten van een caverne Nadat een caverne de binnen het winningsplan toelaatbare afmetingen heeft bereikt, wordt de winning uit de caverne beëindigd en een eindmeting (door middel van sonar) uitgevoerd. Op deze wijze wordt de eindsituatie vastgelegd. Mocht in de toekomst besloten worden over te gaan tot buffering/opslag van gassen, dan zal de betreffende caverne (nog) niet worden afgesloten. Na de eindmeting zal gedurende een periode van één of meerdere jaren monitoring plaatsvinden waarbij de pekel in de caverne een vergelijkbare temperatuur bereikt als het omringende zoutgesteente en de pekel volledige verzadigd raakt. Uitgangspunt in ontwerp en in winning is het caverneveld zo ontwikkelen dat veilige harde insluiting mogelijk is. Harde insluiting houdt in dat in de putten van de cavernes een stop (plug) wordt geplaatst, waarna de put met cement wordt gevuld. De bovengrondse delen van de put worden verwijderd. De oorspronkelijke staat wordt hersteld. Nobian hanteert harde insluiting als uitgangspunt, omdat het risico op putlekkage wordt weggenomen en de bodemdaling geminimaliseerd wordt. Bodemdaling wordt veroorzaakt door samendrukking (convergentie) van cavernes. De drijvende kracht achter de convergentie is het drukverschil tussen de pekel in de caverne en het omliggende gesteente. Wanneer de caverne afgesloten is, zal de pekeldruk oplopen.

Een voorbeeld hiervan is gegeven in Figuur 4-13. De convergentiesnelheid neemt af, omdat er in de afgesloten caverne drukopbouw plaatsvindt die weerstand biedt aan de druk van omliggende gesteentelagen. Er ontstaat - na bepaalde tijd - een evenwicht tussen de druk in de caverne en de druk van de omliggende gesteentelagen. In die evenwichtssituatie vindt nog maar een uiterst beperkte bodemdaling plaats. De convergentie zal hierdoor steeds langzamer verlopen. Daardoor neemt ook de snelheid van de bodemdaling fors af. In Figuur 4-14 is te zien dat de convergentie-snelheid vijf jaar na afsluiting nog maar 10% bedraagt van de convergentiesnelheid tijdens de winning. Twintig jaar na afsluiting is de convergentiesnelheid onmeetbaar klein geworden. Ook de snelheid van de bodemdaling die door die caverne wordt veroorzaakt, is dan onmeetbaar klein. Voor een veilige benadering van bodemdaling wordt uitgegaan van de gemiddelde daling gedurende de periode van afsluiting tot 15 jaar na afsluiting. Dat gemiddelde wordt vervolgens gehanteerd voor de periode vanaf 15 jaar na afsluiting. Dit is een veilige werkwijze, want het gaat uit van een conservatieve benadering. Een veilige en conservatieve benadering is ook van toepassing op convergentiesnelheid. Uitgegaan wordt van de gemiddelde convergentiesnelheid gedurende de periode van afsluiting tot 10 jaar na afsluiting van de caverne.

Die convergentiesnelheid wordt aangehouden voor de periode vanaf 10 jaar na afsluiting. Deze benadering is dus al vanaf 10 jaar na afsluiting conservatief. Hierop wordt in paragraaf 5.2 verder ingegaan.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

31

Projectgerelateerd

Figuur 4-13: Pekeldruk in caverne na afsluiting (X-as tijd in jaren)

Figuur 4-14: Convergentiesnelheid na afsluiting (X-as tijd in jaren)

4.11 Monitoring bodembeweging Tijdens en na afloop van de zoutwinning vindt monitoring plaats om het optreden van bodembeweging, in dit geval bodemdaling en trilling, vast te stellen. Het monitoren van de bodemdaling wordt beschreven in het meetplan dat ingediend wordt bij het Ministerie van EZK. Het Ministerie moet het meetplan goedkeuren. Bodemtrillingen in, met name, de gesteentelagen boven het zout worden gevolgd door een seismisch meetnetwerk dat zal worden gekoppeld aan het landelijk netwerk van het KNMI. Het doel van monitoring is om vast te stellen of bodembeweging optreedt en, zo ja, in welke mate. Monitoring wordt op de volgende wijze uitgevoerd:     

Door middel van metingen aan het niveau van het maaiveld (waterpassing), De eerste waterpassing wordt voorafgaand aan het boren gedaan en vormt de nulmeting, Na start van de winning wordt periodiek een nieuwe waterpassing uitgevoerd, Deze metingen worden uitgevoerd volgens een meetplan dat zich richt tot buiten de verwachte omtrek van het bodemdalingsgebied, In de loop van 2022 wordt (voorafgaand aan het boren) een (micro)seismisch meetnetwerk geïnstalleerd waarmee direct de metingen van start gaan. De meetgegevens van dit continu metende micro seismisch meetnetwerk worden op real-time basis doorgegeven aan het KNMI. Relevante gebeurtenissen worden per kwartaal op de website van Nobian gepubliceerd, Deze meetresultaten worden tijdens de zoutwinning met de prognose vergeleken en vormen een validatie van het gesteentemechanisch model. Afhankelijk van de mate van afwijking kan bijgestuurd worden door:  De dikte van het zoutdak aan te passen.  De diameter van de caverne aan te passen.  De onderlinge afstand tussen de cavernes aan te passen. Op basis van de meetgegevens wordt de prognose geactualiseerd en zo nodig wordt het meetplan bijgesteld.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

32

Projectgerelateerd

Aanvullend op de waterpassingen heeft Nobian ook historische INSAR13 gegevens ingekocht voor het gebied Haaksbergen. Daarmee wordt de natuurlijke bodembeweging in het gebied bepaald vóór aanvang van de zoutwinning. Tijdens de zoutwinning worden actuele INSAR gegevens ingewonnen om de bodembeweging in de periode tussen de momenten van waterpassing te kunnen volgen. Door de bodembeweging met twee verschillende methoden te monitoren, wordt de betrouwbaarheid vergroot. In feite vindt op deze wijze een continue evaluatie plaats.

4.12 Mogelijke aanwezigheid olie en gas Het geologische model is gebruikt om de kans in te schatten van het aantreffen van olie en/of gas tijdens het boren van de putten14. In een bestudeerde put in de directe omgeving (HKS-01, geboord in 1950 en bedoeld om olie en/of gas op te sporen, net ten zuidwesten van Sint Isidorushoeve) zijn enkele oliesporen aangetroffen en is een H2S geur waargenomen. Bij de proefboring naar zout, ISH-01, zijn geen koolwaterstoffen waargenomen. Boven het zout bevinden zich Zechsteinkalklagen. De kans op het aantreffen van olie en/of gas is het grootst wanneer in de ondiepste delen van de kalksteenlagen wordt geboord. Deze ondiepste delen liggen boven het dikste gedeelte van het zoutkussen in een smalle zone oost tot zuidoost van Sint Isidorushoeve. Er is een theoretische kans op het aantreffen van olie en/of gas bij het boren, daarom is voor iedere boring een veiligheidsstudie (QRA15) uitgevoerd16 waarbij het plaatsgebonden- en groepsrisico zijn bepaald. Bij geen van de boorlocaties is sprake van een groepsrisico, omdat er geen personen verblijven binnen het invloedsgebied. De kleinste afstand tussen een boorlocatie en een woonhuis bedraagt 80 m. Dat is bij eerder geplande put H12 aan de orde. Om die reden maakt H12 geen deel meer uit van het project. Voor het plaatsgebonden risico is put H01 maatgevend.

Bij deze put bestaat de kans dat aardgas op de grootste diepte wordt aangetroffen. Daarmee is put H01 meer risicovol dan de andere putten. In Figuur 4-15 zijn de berekende risicocontouren aangegeven. De 10-6 contour (plaatsgebonden risico) beperkt zich tot het werkgebied van de boorlocatie. Daarmee kan worden geconcludeerd dat voor alle putten de maatgevende 10-6 risico-contour beperkt blijft tot de boorlocatie. Bij het uitvoeren van de boringen worden (preventieve) veiligheidsmaatregelen getroffen om incidenten door eventueel vrijkomend gas te vermijden. De belangrijkste maatregelen zijn in dit verband het samenstellen van de eigenschappen van de boorvloeistof (mud) om te voorkomen dat gas kan ontsnappen en de toepassing van een Blow-OutPreventer (BOP) die eventueel vrijkomend gas opvangt.

13

InSAR: Interferometric Synthetic Aperture Radar. Satellieten registreren beelden van het aardoppervlak, en deze beelden worden gecombineerd om een breed gebied te tonen, langzame verplaatsingspatronen op de grond. InSAR is een beproefde techniek om grondbewegingen in kaart te brengen met behulp van radarbeelden van satellieten in een lage baan om de aarde. 14 Lit 17: Panterra, February 2010, Evaluation of the hydrocarbon risk and associated volumes in the Z1 and Z2 carbonates over the Haaksbergen salt pillow, report no. g791. 15 Quantitative Risk Assessment: hulpmiddel om de risico’s van het gebruik van gevaarlijke stoffen inzichtelijk te maken. Een QRA brengt zowel de kansen op als de effecten van incidenten met gevaarlijke stoffen in beeld. 16 Lit 21: RHDHV, QRA zoutwinning Haaksbergen. 2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

33

Projectgerelateerd

Figuur 4-15: Berekende risicocontouren bij put H01.

Nabij de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) komen put H10 en H11. De berekende plaatsgebonden risicocontour blijft binnen het werkgebied van de boorlocatie en reikt niet tot de RWZI. De dichtstbijzijnde woning bevindt zich bij put H12. In Figuur 4-16 is te zien dat de berekende contour PR = 10-6/jaar niet buiten de zoutwinningslocatie reikt.

Figuur 4-16: Berekende risicocontouren bij put H12.

Bij de RWZI staat elektrische apparatuur opgesteld. In het theoretische geval dat er gas vrijkomt zou dit gas door de opgestelde apparatuur kunnen worden ontstoken. Daarom is een inschatting gemaakt van het risico dat een explosieve wolk de RWZI bereikt. Deze inschatting is gemaakt door uit te gaan van een aardgasboring in plaats van een zoutboring. Dit vormt een (zeer) conservatieve benadering. Bij de berekeningen is de onderste explosiegrens voor gas gebruikt (lower explosion limit, LEL17). De LEL is een effectafstand waarbij kans geen rol speelt. Van de 17

100% LEL is de laagste concentratie waarbij een gas of damp in lucht explosief is. Het is een veilige benadering door uit te gaan van de 50% LEL, omdat er dan nog geen sprake is van een explosieve concentratie.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

34

Projectgerelateerd

LEL-waarde is 50% genomen als toetsingswaarde bij de berekeningen. De berekende 50% LEL (uitgaande van een aardgasboring) reikt in het meest ongunstige geval (put H10) niet over de opgestelde installatie, maar overschrijdt wel de terreingrens (Figuur 4-17). De kans dat 50% LEL optreedt, is (veel) kleiner dan 6x10-5/jaar. Voor de volledigheid is ook de berekende 50% LEL toegevoegd voor H11 (Figuur 4-18). De berekende 100% LEL ligt buiten de RWZI. Op grond van de inschatting kan worden geconcludeerd dat er geen extern veiligheidsrisico bestaat voor de RWZI. Na overleg met omwonenden is besloten om H10 en H11 uit het project te halen.

Figuur 4-17: Berekende 50% LEL bij put H10 (buitenste cirkel).

Figuur 4-18: Berekende 50% LEL bij put H11 (buitenste cirkel).

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

35

Projectgerelateerd

5 Varianten 5.1

Inleiding

In hoofdstuk 3 zijn drie potentiële winningsgebieden beschreven en is toegelicht waarom Haaksbergen de voorkeur geniet als winningsgebied. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de verschillende mogelijkheden tot winning van het zout bij Haaksbergen. Dit MER gaat uit van het toepassen van oplosmijnbouw voor zoutwinning. Voor de uitvoering van de winning en voor de bovengrondse inrichting zijn er meerdere mogelijkheden. De mogelijkheden voor de uitvoering van de winning worden hier als variant gepresenteerd. Ook de mogelijke opties in de bovengrondse inrichting worden als varianten beschouwd. Term

Omschrijving

Referentiesituatie

De bestaande toestand en de autonome ontwikkeling

Basisalternatief

Ontwerp zoals omschreven in de startnotitie

Voorkeursalternatief

Het alternatief dat na toetsing de voorkeur krijgt

Varianten

Afgewogen opties bij het voorkeursalternatief

Mitigatie

Maatregelen ter beperking van negatieve milieueffecten

We spreken in het vervolg over zoutwinningslocaties. Zoutwinningslocaties zijn de locaties aan het maaiveld waar een diepboring is uitgevoerd (er dus sprake is van een boorlocatie) en waar een zouthuis verschijnt met rondom verharding. Honderden meters ondergronds ontstaat (enige tijd na start van de zoutwinning) een caverne. In het basisalternatief gaan we uit van zoutwinningslocaties, ondergrondse distributieleidingen en een centraal pompstation in het gebied nabij Haaksbergen. Tussen het pompstation (op bedrijventerrein Stepelerveld) en de fabriek in Hengelo worden transportleidingen voor water en pekel aangelegd. Het project zoutwinning Haaksbergen gaat uit van het realiseren van 8 zoutwinningslocaties en evenzoveel cavernes. In het winningsplan is een eindvolume van maximaal 1 miljoen m3 per caverne opgenomen. Hoewel het project uitgaat van 8 zoutwinningslocaties met een cavernevolume van elk 1 miljoen m3 heeft het vergelijken van varianten betrekking op 12 zoutwinningslocaties. De achtergrond is dat dat aansluit bij eerder uitgevoerde studies. Het feitelijk project met de 8 zoutwinningslocaties (H01 tot en met H09, met uitzondering van H06) is ten aanzien van de effecten vergelijkbaar, zo niet gunstiger dan het project met 12 zoutwinningslocaties.

Zoals eerder aangegeven is de keuze om zoutwinningslocaties H06, H10, H11 en H12 niet op te nemen in het project ingegeven door de uitkomsten van overleggen die met omwonenden zijn gevoerd. Hieronder wordt ingegaan op winningsvarianten die van elkaar verschillen in het aantal cavernes en het volume van de cavernes. Op deze wijze wordt getoetst of toekomstige voortzetting van de zoutwinning Haaksbergen tot de mogelijkheden behoort. Tabel 5-1 geeft de beschouwde varianten en de onderscheidende kenmerken weer. Binnen een variant is gekeken naar een realistische (A-variant) en conservatieve (B-variant) variant waarbij realistische en conservatieve (minder gunstige) geologische uitgangspunten zijn gehanteerd om de effecten te onderzoeken. Voor de duidelijkheid wordt het volgende opgemerkt. Een caverne met een volume van bijvoorbeeld 1 miljoen m3 levert theoretisch een zoutvoorraad van 2,15 miljoen ton. Echter, omdat de caverne altijd pekel blijft bevatten, levert een caverne van 1 miljoen m3 een winbare hoeveelheid zout (ofwel productiecapaciteit) van 1,835 miljoen ton.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

36

Projectgerelateerd

Tabel 5-1: Binnen dit MER bestudeerde varianten.

Aspect Toepassing

Variant 1

Variant 2

Referentie-variant

De gekozen variant die is aangevraagd in het winningsplan

Variant die is gebruikt om bodemdalingsprognoses te maken voor het winningsplan

Variant die is gebruikt om effecten voor de langere termijn te onderzoeken in het MER

Omvang van ontwikkeling

Enkelvoudige ontwikkeling van 12 cavernes

3 opeenvolgende fases, 12 cavernes per fase. Evaluatie en eventueel bijsturen per fase.

Richting van ontwikkeling

Vanaf Haaksbergen een beperkte ontwikkeling tot St. Isidorushoeve

Gefaseerde ontwikkeling vanaf Haaksbergen tot voorbij St. Isidorushoeve

Productiecapaciteit

Circa 22 miljoen ton

Aantal cavernes

Circa 47 miljoen ton

Circa 100 miljoen ton

12

3 x 12

Diameter cavernes

125 m diameter

Pijlerbreedte tussen cavernes

175 m

Volume per caverne Hoogte cilindrisch deel van caverne

Afgerond 1 miljoen m3

Afgerond 2,1 miljoen m3

Afgerond 1,7 miljoen m3

Vaste waarde van 125 m

Variabel en veelal groter dan 125 m, afhankelijk van lokale zoutdikte.

Variabel, afhankelijk van lokale zoutdikte.

Het caverneveld van variant 1 met 12 zoutwinningslocaties is afgebeeld in Figuur 5-1.

Figuur 5-1: Caverneveld met 12 zoutwinningslocaties

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

37

Projectgerelateerd

5.2

Winningsvarianten

In hoofdstuk 4 is ingegaan op de relatie tussen zoutwinning en bodemdaling. Samenvattend geldt het volgende:      

Door de zoutwinning ontstaan holtes in de ondergrond: cavernes; Zout is een gesteente dat onder druk langzaam vervormt; Dit zogenaamde vloei- of kruipgedrag zorgt ervoor dat een caverne heel geleidelijk wordt dichtgedrukt; Aan de oppervlakte vormt zich een bodemdalingsgebied; Door dit zogenaamde vloei- of kruipgedrag treden bodemtrillingen niet op; Binnen de vastgestelde veiligheidsmarges (de gesteentemechanische omhulling) is de stabiliteit van de caverne gegarandeerd.

De mate van bodemdaling hangt af van:   

De veldontwikkeling (welk volume zout wordt op welk tijdstip en tot op welke diepte gewonnen?); Eindsituatie veldontwerp (de ligging van en afstanden tussen de cavernes); Convergentiesnelheid (de snelheid waarmee de cavernes worden dichtgedrukt).18

In eerdere studies is onderzocht hoeveel cavernes van maximale omvang kunnen worden aangelegd in het vergunningsgebied zonder dat sprake is van overschrijding van de in de winningsvergunning toegestane bodemdaling van maximaal 50 cm in 40 jaar. De maximale omvang van een caverne wordt in dit geval bepaald door de gesteentemechanische omhulling die nog voldoet aan de randvoorwaarden, zie ook Figuur 4-10. Een eerste variant met 70 cavernes leidde tot een te grote bodemdaling en voldeed daarmee niet aan de randvoorwaarden19. Om bodemdaling zoveel als mogelijk te beperken zijn vervolgens drie maatregelen genomen20:   

Het verminderen van het aantal cavernes (van 70 naar 36); Het verminderen van de diameter van de cavernes (van 135 naar 125 m.); Het gefaseerd ontwikkelen van het caverneveld om te profiteren van leereffecten en evaluaties.

Hierbij ontstaat een veldontwikkeling zoals weergegeven in Figuur 5-2.

18 De convergentiesnelheid is ten dele afhankelijk van de eerste twee factoren die de bodemdaling beïnvloeden: productie en caverne-/veldontwerp. De sterkte-eigenschappen van het zout hebben de grootste invloed op de convergentiesnelheid. 19 Beschreven in: Lit 8: IfG, June 2010, Rock mechanical investigations and dimensioning for the new AkzoNobel NaCl-brine production field Haaksbergen en lit 5: Deep, November 2010, Development of a New Brine Cavern Field for the Hengelo Salt Plant. 20 Lit 12: KBB, September 2012, Development of a New Brine Cavern Field for Hengelo Salt Plant: Phase III Update of the Subsidence Prediction according to the Production Planning 2012

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

38

Projectgerelateerd

Figuur 5-2: Veldontwikkeling met 36 cavernes

Hierbij is gebleken dat een veld met 36 cavernes voldoet aan alle randvoorwaarden voor stabiliteit zoals beschreven in paragraaf 4.7 en leidt tot een bodemdaling die past binnen de winningsvergunning. Voor deze veldontwikkeling zijn twee bodemdalingsvarianten beoordeeld, gebaseerd op een realistische en een conservatieve convergentiesnelheid. Met de uit laboratoriumtesten herleide convergentiesnelheid is de bodemdaling voor deze veldontwikkelingen berekend21. Hierbij zijn twee varianten onderscheiden, namelijk een realistisch en een ‘worst case’ variant. We introduceren vanaf dit moment twee bodemdalingsvarianten: A22 (realistisch) en B (conservatief). Voor beide varianten geldt dus een aantal van 36 cavernes in rij-configuratie (Tabel 5-2).

21 Lit 6: Deep, March 2012, Development of a New Brine Cavern Field for the Hengelo Salt Plant. 22 Lit 12: KBB, September 2012, Development of a New Brine Cavern Field for Hengelo Salt Plant. Variant A komt overeen met scenario 3 uit dit KBB rapport, variant B met scenario 2 uit het KBB rapport.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

39

Projectgerelateerd

Tabel 5-2: Uitgangspunten en kenmerken van de twee bodemdalingsvarianten.

Aspect

Referentie variant - A

Referentie variant - B

Wijze van ontwikkeling (a)

3 opeenvolgende fases, 12 cavernes per fase. Evaluatie en eventueel bijsturen per fase.

Wijze van ontwikkeling (b)

Gefaseerde ontwikkeling van oost naar west

Productiecapaciteit

Circa 100 miljoen ton

Veldconfiguratie

Grotere onderlinge afstand door bredere ‘pijlers’, grid met 4 buren

Aantal cavernes

3 x 12

Omschrijving

Realistisch

Diameter cavernes

Conservatief 125 m diameter

Pijlerbreedte tussen cavernes Aanname zoutkruip

175 m Op basis van proefboring ISH-01 (laboratoriumtest)

Convergentiesnelheid productiefase (% /jaar)

0,227, op basis van grid met 4 buren.

Afsluiting na winning

0,252, op basis van grid met 4 buren Ja

Convergentiesnelheid nazorgfase (% /jaar)

0,032

0,05

Bodemdaling in centrum van kom na 20 jaar (m)

0,16

0,19

Bodemdaling in centrum van kom na 50 jaar (m)

0,33

0,43

Onderzoek toont dat de convergentiesnelheid na afsluiten van een caverne snel afneemt (na 10 jaar minder dan 0,01 volume%/jaar). Dit betekent dat de bodemdaling 75 jaar na aanvang van de zoutwinning nauwelijks meer zal zijn dan 50 jaar na aanvang. Als gevolg van de bodemdaling ontstaat een kom in het aardoppervlak die geleidelijk verloopt over een afstand van enkele kilometers en waarbij de bodemdaling op het diepste punt na 50 jaar gelijk is aan 33 cm is ten opzichte van de situatie bij aanvang. Figuur 5-3 en Figuur 5-4 laten de bodemdaling zien voor de twee varianten, 50 jaar na aanvang van de zoutwinning.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

40

Projectgerelateerd

Figuur 5-3: Bodemdaling bij Referentie variant A (realistisch) met 36 cavernes na 50 jaar.

Figuur 5-4: Bodemdaling bij Referentie variant B (conservatief) met 36 cavernes na 50 jaar.

Effectbepaling in dit MER De effectbepaling van bodemdaling in dit MER, zie ook hoofdstuk 7, is gebaseerd op variant Referentie variant B. In deze Referentie variant B zijn conservatieve waarden gehanteerd en is rekening gehouden met de vorming van 36 cavernes. Deze Referentie variant B vormt van de onderscheiden varianten de 2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

41

Projectgerelateerd

meest conservatieve benadering. Indien bij de effectbeoordeling blijkt dat de effecten van bodemdaling bij Referentie variant B binnen acceptabele grenzen vallen, dan is variant Referentie variant A (de realistische benadering) altijd aan de veilige kant. Van 36 naar 12 cavernes Hieronder wordt de overstap gemaakt van varianten met 36 cavernes naar varianten met 12 cavernes. De reden hiervoor is dat gekeken is hoeveel cavernes nodig zijn om gedurende een overzichtelijke periode de gewenste jaarlijkse zoutproductie te realiseren. Als redelijke termijn is aangehouden een periode tussen circa 10 tot 20 jaar. Dit is vanuit mijnbouw perspectief een overzichtelijke periode die recht doet aan de investering en maatschappelijke ontwikkelingen. Ook hier is een realistische en een conservatieve variant beoordeeld. Voor deze varianten is het maximale volume zoals mogelijk binnen de gesteentemechanische omhulling gebruikt (gemiddeld ca. 2,1 miljoen kubieke meter), Tabel 5-3. Tabel 5-3: Uitgangspunten en kenmerken van de twee bodemdalingsvarianten voor 12 cavernes.

Beschrijving

Variant 2 - A Realistisch

Variant 2 - B Conservatief

Aantal cavernes

12

Cavernediameter (m)

125

Pijlerbreedte (m) 175

(afstand tussen cavernes) Input voor kruipsnelheid

Lab test ISH-01 (evaluation well)

Veldconfiguratie

Hexagonaal met 4 buren

Convergentiesnelheid (%/jaar) 0,227

0,252

Ja

Ja, maar corresponderende cavernedruk is soft shut-in druk23 van caverne H-0224

0,032

0,05

Bodemdaling in centrum van kom na 20 jaar (m)

0,15

0,17

Bodemdaling in centrum van kom na 50 jaar (m)

0,25

0,34

(Productiefase)

Hard insluiten na productie Convergentiesnelheid (%/year) (Abandonnement fase)

Het resultaat van beide varianten is weergegeven in onderstaande Figuur 5-5 en Figuur 5-6. Deze variant (zowel 2-A als 2-B) betreft dus 12 cavernes met een gemiddeld volume van 2,1 miljoen kubieke meter en omvat een totaal van circa 47 miljoen ton zout, goed voor een periode van ca. 20 jaar zoutproductie.

23

Het langzaam laten dichtvloeien van de caverne door het ontlasten van de druk. Caverne H-02 is de op één na diepste caverne en heeft daardoor een relatief snelle convergentie. Dit is een conservatieve benadering.

24

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

42

Projectgerelateerd

Figuur 5-5: Bodemdaling bij scenario 2-A (realistisch met 12 cavernes) na 50 jaar.

Figuur 5-6: Bodemdaling bij scenario 2-B (conservatief met 12 cavernes) na 50 jaar.

De voorspelde realistische bodemdaling bedraagt 0,25 m in het centrum van het bodemdalingsgebied, 50 jaar na aanvang van de winning.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

43

Projectgerelateerd

Ter beperking van de bodemdalingseffecten en vergroting van de zekerheid rondom hard afsluiten van de cavernes (Kennisprogramma effecten mijnbouw 17, KEM-17), is een extra variant onderzocht. Die extra variant gaat uit van cavernes van maximaal 1 miljoen m3 en wordt afgezet tegen de conservatieve variant 2-B met een winningsvolume van gemiddeld 2,1 miljoen m3 per caverne (Tabel 5-4). Met de extra variant wordt de winningsperiode teruggebracht tot circa 10 jaar. De hoogte van de caverne wordt beperkt tot maximaal 125 meter. Opgemerkt wordt dat Nobian reeds vele cavernes van dergelijke omvang succesvol heeft afgesloten. Tabel 5-4: Uitganspunten en kenmerken voor 12 cavernes met maximaal 1 en gemiddeld 2,1 miljoen m3. Parameter Caverne volume

Variant 1 - B

Variant 2 - B

1 miljoen m3

Gemiddeld 2,1 miljoen m3

Cavernediameter

Maximaal 125 m

Hoogte sump

35 m Variabel, afhankelijk van lokale zoutdikte. Variërend tussen

125 m Hoogte cilindrisch deel van caverne

125 en 314 meter Hoogte koepel van caverne

62,5 m

Dikte laterale pijler

Minimaal 175 m

Dikte dakpijler (boven top koepel)

Minimaal 70 m

Dikte bodempijler (onder bodem sump)

10 m

Onderlinge afstand tussen caverne-assen

300 m

Configuratie

Hexagonaal in rijen van twee cavernes

Convergentiesnelheid (%/jaar) (Productiefase) Convergentiesnelheid (%/jaar) (Abandonment fase)

0,252

0,05

De bodemdaling van variant 1-B verloopt in eerste instantie gelijk aan de daling zoals bij variant 2-B is beschreven; de caverne groeit immers geleidelijk van nul naar het eindvolume dat in variant 1 eerder bereikt wordt. In Figuur 5-7 is voor beide varianten (1-B en 2-B) het verloop van de bodemdaling in het centrum van het bodemdalingsgebied weergegeven uitgaande van conservatieve convergentiesnelheid.

Figuur 5-7: Bodemdaling voor variant 1-B en 2-B na 50 jaar.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

44

Projectgerelateerd

Een afweging tussen de gepresenteerde winningsvarianten (variatie in aantal cavernes, caverne volume en convergentiesnelheid) leidt tot de volgende veststelling. Er blijkt dat een serie van 12 cavernes met een volume van 1 miljoen kubieke meter voorziet in de zoutbehoefte voor de komende 10 jaar. Hierbij wordt aan alle randvoorwaarden voldaan die gelden voor bodemdaling, afsluitbaarheid en nazorg. De door Nobian te realiseren zoutwinning Haaksbergen, bestaande uit Variant 1 met 12 cavernes van 1 miljoen m3 elk, is de meest conservatieve variant met het oog op bodemdaling. Deze variant biedt voldoende zout voor de komende 10 jaar.

5.3

Uitvoeringsvarianten

Ook voor de bovengrondse delen van de zoutwinning bestaan varianten. We beschouwen daarvoor de inrichting van de zoutwinningslocaties en de ligging van de transportleidingen. Daarom zijn voor het samenstellen van het voorkeursalternatief de volgende varianten beschouwd:   

Tracé van de transportleidingen, Landschappelijke inpassing zoutwinningslocaties, Ontwerp van het zouthuis voor de zoutwinningslocaties.

Tracé van de transportleidingen De nieuw aan te leggen transportleidingen verbinden het te bouwen pompstation op bedrijventerrein Stepelerveld met het bestaande pompstation Ganzebos-west aan de Eetgerinksweg bij Beckum. Dat pompstation is via bestaand leidingwerk verbonden met de zoutfabriek van Nobian aan de Boortorenweg in Hengelo. Voor het bepalen van het nieuwe tracé zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:  Zo min mogelijk door NNN25 gebied,  Doorsnijden van bos- en landbouwpercelen vermijden,  Zo min mogelijk kruising met grote wegen en watergangen,  Ondergrondse infrastructuur vermijden,  De ruimtelijke mogelijkheid die het bestemmingsplan biedt voor het tracé. Aan de hand van een GIS analyse op basis van bovenstaande uitgangspunten zijn een drietal mogelijke tracés bepaald. Deze drie tracés zijn afgebeeld in Figuur 5-8. De kenmerken van de tracés zijn globaal in Tabel 5-5 aangegeven. Tabel 5-5: Kenmerken tracés transportleidingen.

Kenmerken

Variant 1

Variant 2

Variant 3

Lengte

Kortst

Langer

Langst

Kosten (relatief)

Lager

Lager

Hoogst

Doorsnijden NNN

Ja, beperkt

Ja, beperkt

Ja

Doorsnijden infrastructuur

Niet significant onderscheidend

Doorkruisen landbouwgebied

Niet significant onderscheidend

Doorkruisen waterlopen

Niet significant onderscheidend

25 NatuurNetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur)

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

45

Projectgerelateerd

Om te komen tot het meest gewenste tracé (dat voldoet aan genoemde criteria) is het gebied per voet verkend. Met deze verfijning is bereikt dat een optimaal tracé is gevonden vergeleken met de uitkomst (kenmerken c.q. omgevingsfactoren) van de GIS analyse. De resultante daarvan is weergegeven in Figuur 5-8, rechterplaatje. Vervolgens is gekeken naar de ligging van percelen en perceelsgrenzen en het daarop zo goed mogelijk aansluiten. Zo wordt bereikt dat er zo min mogelijk bos- of landbouwpercelen worden doorsneden, hetgeen ook afgestemd is met landeigenaren. De aanpassing is weergegeven in Figuur 5-9, linker plaatje. De te kruisen wegen en watergangen zijn voor de drie varianten hetzelfde. De aanpassing die het gevolg is van de aanwezigheid van NNN-gebied is opgenomen in Figuur 5-9, rechterplaatje. Met dit tracé wordt zoveel als mogelijk NNN-gebied vermeden. Voor het realiseren van de transportleiding moeten, ongeacht de onderzochte ligging, omgevingsvergunningen worden aangevraagd.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

46

Projectgerelateerd

Figuur 5-8: Aanvankelijke leidingtracés (l.) en resultaat na voetverkenning (r.)

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

47

Projectgerelateerd

Figuur 5-9: Leidingtracés gecorrigeerd voor perceelgrenzen (l.) en NNN-gebied (r.)

Het resultaat van deze studie betekent dat er één tracé naar voren is gekomen dat afwijkt van de drie varianten waarmee is gestart. Het resulterende tracé, zoals afgebeeld in Figuur 5-9, rechter plaatje, wordt getoetst. De drie varianten waarmee is gestart hebben vergelijkenderwijs een te grote impact op NNNgebied. Landschappelijke inpassing zoutwinningslocaties Met het oog op de impact op bewoners en het landschap kunnen zoutwinningslocaties op verschillende manieren worden ingepast.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

48

Projectgerelateerd

In Tabel 5-6 is een aantal bouwstenen aangegeven. In overleg met de bewoners wordt een keuze gemaakt op welke wijze een zoutwinningslocatie wordt ‘aangekleed’. Bij de afstemming is een landschapsarchitect betrokken. Bij iedere zoutwinningslocatie wordt een hekwerk geplaatst en een greppel aangelegd voor bescherming van de putkelder. Tabel 5-6: Bouwstenen voor inpassing zoutwinningslocaties Aankleding

Geen aankleding

Wel aankleding

Kenmerk Beplanting

Geen

Ja, aansluitend op begroeing omgeving, onttrekt locatie aan het zicht

Aarden wal

Geen

Ja, onttrekt locatie aan het zicht. Hoogte in overleg met belanghebbenden

Ontwerp zouthuis Het zouthuis voor de winning bij Haaksbergen zal groter zijn dan die van de bestaande zoutwinning van het Rötzout. Bij de winning van Rötzout is sprake van cavernes die elk een lage pekelproductie hebben, terwijl bij de winning van Zechsteinzout elke caverne een (relatief) grote pekelstroom levert. Die pekelstroom vereist leidingwerk met een grotere diameter. De dimensies van het zouthuis zijn daarop afgestemd. Bij winning van het Rötzout volstaat een kleiner zouthuisje. Er zijn drie mogelijkheden c.q. varianten voor het zouthuis bij Haaksbergen:   

Eigen ontwerp van Nobian, Ontwerp van Nobian, afgestemd met de omgeving, Ontwerp op basis van ideeën uit de omgeving.

Nobian vindt het belangrijk dat de omwonenden worden betrokken bij het ontwerp. Een delegatie van omwonenden heeft punten ingebracht voor het ontwerp. Bij het proces is ook een landschapsarchitect betrokken die een ontwerp voor het zouthuis heeft voorgesteld (Figuur 5-10). Na overleg met de omwonenden is dit ontwerp definitief vastgesteld.

Figuur 5-10: Zouthuis.zoals afgestemd met de omwonenden

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

49

Projectgerelateerd

5.4

Het basisalternatief

Het basisalternatief (het vormen van 12 cavernes in Haaksbergen en de winning van zout) wordt bepaald door de in paragraaf 5.2 beschreven varianten te toetsen aan de hand van onderscheidende criteria. Deze criteria zijn benoemd en getoetst in Tabel 5-7. Roodgekleurde resultaten zijn niet acceptabel en leiden niet tot het bereiken van het doel. De groene kleur staat voor een situatie die wel acceptabel is, waarmee het doel dus wel wordt bereikt. Daarnaast levert de oranje situatie een naar verwachting acceptabel of mogelijk twijfelachtig resultaat, dan wel een minder gunstige uitkomst. Tabel 5-7: Bepaling van acceptabel situatie Scenario’s

36 cavernes van

12 cavernes van

12 cavernes van

Criteria

circa 1,7 mln m3 gemiddeld

circa 2,1 mln m3 gemiddeld

max. 1 mln m3.

Termijn zoutwinning

Lange tijdshorizon

Tijdshorizon 20 jaar

Realiteit van uitgangswaarden

Tijdshorizon 10 jaar

Gebaseerd op laboratorium gegevens uit proefboring

Mogelijkheid tot bijsturen gedurende winning

Door niet gelijktijdig alle 36 cavernes te ontwikkelen is bijsturing mogelijk

Bijsturing per definitie mogelijk door beperkte omvang van project

Bijsturing per definitie mogelijk door beperkte omvang van project

Impact op bovengrondse functies

Ruimtebeslag beperkt

Ruimtebeslag beperkt

Ruimtebeslag meest beperkt door eerder afsluiten i.v.m. kortere stabilisatietijd

Effecten van bodemdaling

0,33 (realistisch) 0,43 (conservatief)

0,25 m (realistisch) 0,34 m (conservatief)

0,13 m (realistisch) 0,17 m (conservatief)

Zekerheid van hard afsluiten (met huidige kennis)

Nog onvoldoende zeker

Nog onvoldoende zeker

Voldoende zeker

Tweede leven door derde partij (kleiner is gunstiger)

Mogelijk geschikt

Te groot volume

Geschikt volume

Acceptabel, dan wel voldoende zeker Mogelijk voldoende acceptabel dan wel minder zeker Niet acceptabel, dan wel te onzeker

Gezien het feit dat het scenario met 12 cavernes van 1 miljoen kubieke meter voldoet aan alle criteria levert dat het basisalternatief op. De kenmerken van het basisalternatief worden in het navolgende hoofdstuk nader beschreven. Zoals aangegeven bestaat de feitelijke projectomvang uit 8 cavernes van 1 miljoen m3. Het basisalternatief van 12 cavernes van 1 miljoen m3 wordt gebruikt om de effecten van het project te kunnen beoordelen aan de hand van eerder uitgevoerde studies. In paragraaf 7.4 Bodembeweging is de effectbeoordeling beschreven waarbij de conservatieve bodemdalingsvariant is gebruikt om een veilige inschatting te maken van de effecten.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

50

Projectgerelateerd

6 De voorgenomen activiteit 6.1

Inleiding

Voor de nieuwe zoutwinning worden in het gebied nabij Haaksbergen 8 putten geboord, zoutwinningslocaties, transportleidingen en een centraal pompstation aangelegd. Pekel wordt gewonnen uit meerdere cavernes. Bij de zoutwinningslocaties wordt het zout in de vorm van pekel omhoog gehaald. De pekel wordt via ondergrondse distributieleidingen naar het pompstation Stepelerveld gepompt. Vanaf dit pompstation wordt de pekel met een transportleiding langs een tussenliggend pompstation (pompstation Ganzebos-west bij Beckum, niet afgebeeld) naar de zoutfabriek van Nobian aan de Boortorenweg in Hengelo gepompt. Dit is geschetst in Figuur 6-1. Figuur 6-2 geeft het totaalbeeld van transportleidingen, distributieleidingen, pompstation, zoutwinningslocaties en cavernes. Het fotobeeld van Figuur 6-3 zoomt in op de ligging in het gebied van zoutwinningslocaties en distributieleidingen. De cirkels geven (bij benadering) de ondergrondse cavernes aan. In Figuur 6-4 is het ontwerp van het pompgebouw op Stepelerveld afgebeeld.

Figuur 6-1: Schets van de voorgenomen activiteit (niet op schaal)

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

51

Projectgerelateerd

Figuur 6-2: Ligging van transport- en distributieleidingen, pompstation, zoutwinningslocaties en cavernes.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

52

Projectgerelateerd

Figuur 6-3: Ligging van zoutwinningslocaties, cavernes en distributieleidingen.

Figuur 6-4: Ontwerp van het pompgebouw op Stepelerveld.

Het ontwerp van het pompgebouw gaat uit van het duurzame karakter van het industrieterrein Stepelerveld. De uitstraling houdt rekening met de zichtlocatie van het pompgebouw.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

53

Projectgerelateerd

6.2

Beschrijving projectfasen

Het proces van zoutwinning door oplosmijnbouw is onder te verdelen in vijf fases die elk uit verschillende activiteiten bestaan (Figuur 6-5). Het project beperkt zich tot de eerste twee fasen, de ontwerp & aanleg en productiefase. Voor de volledigheid zijn ook de vereffenings-, abandonnerings- en nazorgfase opgenomen.

Figuur 6-5: Schema van fases.

De fasen 1 tot en met 5 worden ook wel de levenscyclus van het caverneveld genoemd. Het project Haaksbergen is zodanig opgezet dat gedurende alle fasen sprake is van een veilige situatie. Voorbereidings- of aanlegfase Een zoutwinningslocatie moet zo worden ingericht dat er een zorgvuldige en efficiënte winning in het zoutvoorkomen mogelijk is. Dit wordt beschreven in een Winningsplan26, zie ook paragraaf 2.5. In de Mijnbouwwet is bepaald dat een delfstoffenvoorkomen volgens planmatig beheer ontwikkeld moet worden. Cavernes komen op vooraf vastgelegde afstanden van elkaar te liggen. Het zout dat zich tussen de cavernes bevindt – de pijlers – draagt het gewicht van de bovenliggende aardlagen, ook wel dekterrein genoemd. Deze veiligheidsafstanden worden vastgesteld om de stabiliteit van de cavernes te garanderen. Er wordt naar gestreefd om de effecten op de landschappelijke omgeving zo beperkt mogelijk te houden en de hinder voor eigenaren en gebruikers zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent dat boorlocaties, waar mogelijk, langs wegen en perceelsgrenzen of in hoeken van percelen worden aangelegd. Aan de hand van deze criteria worden de locaties van de winningsputten (de zoutwinningslocaties) vastgesteld.

26 Een winningsplan wordt opgesteld in het kader van de Mijnbouwwet en moet goedgekeurd worden door het bevoegd gezag, het Ministerie van EZK.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

54

Projectgerelateerd

Figuur 6-6: Tijdelijke boorinstallatie.

Elke zoutwinningslocatie wordt zodanig ingericht dat besturing en bewaking van het proces op afstand in Hengelo plaats kan vinden. De zoutwinningslocaties zijn niet bemand, maar worden regelmatig door personeel van Nobian geïnspecteerd. Er worden metingen gedaan en onderhoud verricht. Iedere zoutwinningslocatie wordt uitgerust met een zouthuis en een technische installatie en krijgt een vloeistofkerende vloer. De afstromende neerslag wordt in een infiltratievoorziening opgevangen. Figuur 6-7 geeft een voorbeeld van een zouthuis zoals dat wordt ingezet bij de winning van Zechstein zout. Voor winning uit Zechstein zout is zwaardere apparatuur noodzakelijk waardoor het zouthuis groter is dan de voor het Röt zout gebruikte exemplaren. Voor het boren van een winningsput wordt tijdelijk een boorinstallatie (boormast) op de winningslocatie geplaatst (zie Figuur 6-6). De boorwerkzaamheden vinden noodzakelijkerwijs continu plaats (dag en nacht). Het gebruiksklaar maken en boren van een winningsput duurt in totaal circa één maand, waarbinnen ongeveer drie weken dag en nacht geboord wordt. Tussen de zoutwinningslocaties en het Zoutbedrijf in Hengelo worden ondergrondse leidingen voor transport van water en pekel aangelegd. Voor de ondergrondse transport- en distributieleidingen worden gietijzeren buizen gebruikt die aan de binnenzijde voorzien zijn van een cementlaagje.

Dit type leidingen hebben een bewezen levensduur van vele decennia.

Figuur 6-7: Zouthuis bij winning Zechsteinzout

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

55

Projectgerelateerd

Er zijn geen onderscheidende milieueffecten die samenhangen met het ontwerp van het zouthuis. Productie- en onderhoudsfase In Figuur 6-8 is een schematische weergave van zoutwinning gegeven. Er wordt via een toevoerleiding water verpompt naar de zoutwinningslocatie en onder druk in de ondergrond gebracht. Het steenzout lost op in het geïnjecteerde water en wordt als pekel naar boven gevoerd (uitloging). De pekel wordt via een transportleiding naar het productiebedrijf gepompt. Zoals eerder opgemerkt wordt in de caverne een afdek- of dekenvloeistof ingebracht om de ontwikkelingsrichting van de caverne te sturen. In paragraaf 4.7 is aangegeven dat HVO wordt gebruikt als dekenvloeistof. De HVO wordt per tankwagen aangevoerd en via de in de boorkelder aanwezige verticale pijp in de caverne gebracht. In een volledig ontwikkelde caverne bevindt zich circa 150 m3 HVO. Er zijn geen ondergrondse distributieleidingen waarmee HVO naar de cavernes wordt aangevoerd. De inrichting is continu (24/7) in bedrijf. De gehele ontwikkeling van één caverne van 1 miljoen kubieke meter (uitlogingsfase) duurt circa 7 jaar. De caverne blijft altijd gevuld met pekel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11890761/1