CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

BW348.bijlage gewijzigde MER bijlage aangepast verzoek vvgb 8.8.22

Gemeenteraad 26 oktober 2022, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Uitspreken van het voornemen een verklaring van geen bedenkingen te verlenen ten behoeve van het realiseren van 8 zoutwinningslocaties en het onderliggende leidingentracé onder diverse voorwaarden31.380 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RAPPORT Zoutwinning Haaksbergen Milieueffectrapport Klant:

Nobian Salt B.V.

Referentie: BH5570-IB-RP-220627-1616 Status:

Definitief/09

Datum:

2 augustus 2022

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Postbus 151 6500 AD Nijmegen Netherlands Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 70 00 T +31 24 323 93 46 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Zoutwinning Haaksbergen Ondertitel: MER Haaksbergen Referentie: BH5570-IB-RP-220627-1616 Status: 09/Definitief Datum: 2 augustus 2022 Projectnaam: MER Haaksbergen Projectnummer: BH5570 Auteur(s): Marc Giesberts Opgesteld door: RHDHV Gecontroleerd door: PM, EJW Datum: 2 augustus 2022 Goedgekeurd door: PM Datum: 2 augustus 2022

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

i

Projectgerelateerd

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

ii

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

1

1.1

Algemeen

1

1.2

Aanleiding

2

1.3

Doel van de voorgenomen activiteit

3

1.4

Het projectgebied

3

1.5

Leeswijzer

4

2

Milieueffectrapportage

5

2.1

Waarom een MER?

5

2.2

Overzicht m.e.r.-procedure

5

2.3

M.e.r.-procedure stapsgewijs

6

2.4

Inspraak op het MER

6

2.5

Overige procedures (mijnbouw)

7

2.6

Besluiten en beleid

8

3

Locatie alternatieven

10

3.1

Buurse

12

3.2

Haaksbergen

13

3.3

Sluitersveld

14

3.4

Voorkeursalternatief

15

4

Achtergronden zoutwinning Haaksbergen

17

4.1

Ontstaan van zoutlagen

17

4.2

Economische betekenis

19

4.3

Geologisch onderzoek Haaksbergen

20

4.4

Geologische modellering

21

4.5

Winning van zout

23

4.6

Zoutkruip en bodemdaling

25

4.7

Ontwikkeling en stabiliteit van individuele cavernes

26

4.8

Lekkage in 2014 bij Epe, Duitsland

30

4.9

Een tweede leven voor cavernes

30

4.10

Afsluiten van een caverne

31

4.11

Monitoring bodembeweging

32

4.12

Mogelijke aanwezigheid olie en gas

33

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

iii

Projectgerelateerd

5

Varianten

36

5.1

Inleiding

36

5.2

Winningsvarianten

38

5.3

Uitvoeringsvarianten

45

5.4

Het basisalternatief

50

6

De voorgenomen activiteit

51

6.1

Inleiding

51

6.2

Beschrijving projectfasen

54

6.3

Toelichting vereffenings-, afsluit- en nazorgfase

57

6.4

Ontwikkeling cavernes

58

6.5

Omgevingscommunicatie

59

6.6

Projectplanning

62

7

Effectbeoordeling

63

7.1

Referentiesituatie en referentiejaar

63

7.2

Projectgebied en studiegebied

63

7.3

Beoordelingsschaal en beoordelingskader

63

7.4

Bodembeweging

65

7.4.1 7.4.2 7.4.3 7.4.4 7.4.5

Methodiek Referentiesituatie Effectbeschrijving (van toepassing op Productiefase en Nazorgfase) Effectbeoordeling (van toepassing op Productiefase en Nazorgfase) Mitigerende en/of compenserende maatregelen

65 65 68 74 74

7.5

Water en bodem

75

7.5.1 7.5.2 7.5.3 7.5.4 7.5.5

Methodiek Referentiesituatie Effectbeschrijving (van toepassing op de Aanlegfase en Productiefase) Effectbeoordeling (van toepassing op de Aanlegfase en Productiefase) Mitigerende en/of compenserende maatregelen

75 75 78 80 80

7.6

Natuur

80

7.6.1 7.6.2 7.6.3 7.6.4 7.6.5

Methodiek Referentiesituatie Effectbeschrijving (van toepassing op de Aanlegfase en Productiefase) Effectbeoordeling (van toepassing op de Aanlegfase en Productiefase) Mitigerende en/of compenserende maatregelen

80 82 85 89 90

7.7

Cultuurhistorie en archeologie

91

7.7.1 7.7.2 7.7.3 7.7.4 7.7.5

Methodiek Referentiesituatie Effectbeschrijving (van toepassing op de Aanlegfase) Effectbeoordeling (van toepassing op de Aanlegfase) Mitigerende en compenserende maatregelen

91 91 93 94 94

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

iv

Projectgerelateerd

7.8

Ruimte en omgeving

94

7.8.1 7.8.2 7.8.3 7.8.4 7.8.5

Methodiek Referentiesituatie Effectbeschrijving (van toepassing op Aanlegfase en Productiefase) Effectbeoordeling (van toepassing op de Aanlegfase en Productiefase) Mitigerende en compenserende maatregelen

94 94 96 97 98

7.9

Luchtkwaliteit

98

7.10

Milieuhinder

99

7.10.1 7.10.2 7.10.3 7.10.4 7.10.5

Methodiek Referentiesituatie Effectbeschrijving Effectbeoordeling Mitigerende en compenserende maatregelen

99 100 100 102 102

7.11

Hulp- en afvalstoffen

102

7.12

Energieverbruik

103

7.13

Klimaatverandering

104

7.14

Gezondheid & Veiligheid

104

7.14.1

Gezondheid

104

7.14.2

Veiligheid

105

8

Leemten in kennis & informatie en Evaluatie

109

8.1

Leemten

109

8.2

Evaluatie

109

9

Conclusie effectbeoordeling

111

Tabellen Tabel 2-1: Overzicht vergunningen en meldingen.

8

Tabel 3-1: Kenmerken per locatie alternatief.

15

Tabel 4-1: Zoutproductie

24

Tabel 5-1: Binnen dit MER bestudeerde varianten.

37

Tabel 5-2: Uitgangspunten en kenmerken van de twee bodemdalingsvarianten.

40

Tabel 5-3: Uitgangspunten en kenmerken van de twee bodemdalingsvarianten voor 12 cavernes.

42

Tabel 5-4: Uitganspunten en kenmerken voor 12 cavernes met maximaal 1 en gemiddeld 2,1 miljoen m3.

44

Tabel 5-5: Kenmerken tracés transportleidingen.

45

Tabel 5-6: Bouwstenen voor inpassing zoutwinningslocaties

49

Tabel 5-7: Bepaling van acceptabel situatie

50

Tabel 6-1: Overzicht (omgevings)communicatie

61

Tabel 6-2: Planning werkzaamheden

62

Tabel 7-1: Beoordelingsschaal

63

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

v

Projectgerelateerd

Tabel 7-2: Beoordelingskader

64

Tabel 7-3: Geohydrologische schematisatie

67

Tabel 7-4: Uitgangspunten en kenmerken Referentie Variant B.

69

Tabel 7-5: Effectbeoordeling bodemdaling

74

Tabel 7-6: Indeling van de grondwatertrappen

77

Tabel 7-7: Effectbeoordeling water en bodem

80

Tabel 7-8: Beheertypen NNN, beschrijving kwaliteit en dimensies aanlegwerkzaamheden.

86

Tabel 7-9: Effectbeoordeling natuur.

90

Tabel 7-10: Effectbeoordeling cultuurhistorie en archeologie

94

Tabel 7-11: Effectbeoordeling gebruik en omgeving

98

Tabel 7-12: Emissies naar de lucht

99

Tabel 7-13: Grenzen geluidniveaus

100

Tabel 7-14: Effectbeoordeling geluid, trillingen en licht

102

Tabel 9-1: Effectbeoordeling totaal

111

Figuren Figuur 1-1: Foto van de fabriek van Nobian te Hengelo

2

Figuur 1-2: Het projectgebied.

4

Figuur 2-1: Overzicht m.e.r. procedure

5

Figuur 3-1: Gebieden voor locatiekeuze.

12

Figuur 3-2: Profiel zoutlaag bij Buurse.

12

Figuur 3-3: Archeologie en NNN Buurse.

13

Figuur 3-4: Legenda archeologische kaart en NNN-kaart

13

Figuur 3-5: Profiel zoutkussen bij Haaksbergen.

13

Figuur 3-6: Archeologie en NNN Haaksbergen.

14

Figuur 3-7: Profiel zoutlaag bij Sluitersveld (diepte in m-mv.)

14

Figuur 3-8: Archeologie en NNN Sluitersveld

15

Figuur 4-1: Geologische kalender

17

Figuur 4-2: Profiel zoutkussen (lichtgrijs gekleurd) langs richting westnoordwest-oostzuidoost.

18

Figuur 4-3: Geologische opbouw locatie Haaksbergen

20

Figuur 4-4: Tijdelijk boorterrein proefboring ISH-01.

21

Figuur 4-5: Delen van boorkern, boring ISH-01 (schaal in cm).

21

Figuur 4-6: Geologisch model met top van het zoutkussen.

22

Figuur 4-7: Aandeel zoutwinning vergeleken met totale zoutvoorraad (in miljoen ton).

23

Figuur 4-8: Zoutwinning per jaar en afname zoutreserve.

24

Figuur 4-9: Algehele kanteling van Nederland (Geologie van Nederland, Ruud van Hooff)

26

Figuur 4-10: Gesteentemechanische omhulling

28

Figuur 4-11: Breuksystemen (NLog) onder het Zechstein.

29

Figuur 4-12: Breuksystemen (NLog) boven het Zechstein.

29

Figuur 4-13: Pekeldruk in caverne na afsluiting (X-as tijd in jaren)

32

Figuur 4-14: Convergentiesnelheid na afsluiting (X-as tijd in jaren)

32

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

vi

Projectgerelateerd

Figuur 4-15: Berekende risicocontouren bij put H01.

34

Figuur 4-16: Berekende risicocontouren bij put H12.

34

Figuur 4-17: Berekende 50% LEL bij put H10 (buitenste cirkel).

35

Figuur 4-18: Berekende 50% LEL bij put H11 (buitenste cirkel).

35

Figuur 5-1: Caverneveld met 12 zoutwinningslocaties

37

Figuur 5-2: Veldontwikkeling met 36 cavernes

39

Figuur 5-3: Bodemdaling bij Referentie variant A (realistisch) met 36 cavernes na 50 jaar.

41

Figuur 5-4: Bodemdaling bij Referentie variant B (conservatief) met 36 cavernes na 50 jaar.

41

Figuur 5-5: Bodemdaling bij scenario 2-A (realistisch met 12 cavernes) na 50 jaar.

43

Figuur 5-6: Bodemdaling bij scenario 2-B (conservatief met 12 cavernes) na 50 jaar.

43

Figuur 5-7: Bodemdaling voor variant 1-B en 2-B na 50 jaar.

44

Figuur 5-8: Aanvankelijke leidingtracés (l.) en resultaat na voetverkenning (r.)

47

Figuur 5-9: Leidingtracés gecorrigeerd voor perceelgrenzen (l.) en NNN-gebied (r.)

48

Figuur 5-10: Zouthuis.zoals afgestemd met de omwonenden

49

Figuur 6-1: Schets van de voorgenomen activiteit (niet op schaal)

51

Figuur 6-2: Ligging van transport- en distributieleidingen, pompstation, zoutwinningslocaties en cavernes.

52

Figuur 6-3: Ligging van zoutwinningslocaties, cavernes en distributieleidingen.

53

Figuur 6-4: Ontwerp van het pompgebouw op Stepelerveld.

53

Figuur 6-5: Schema van fases.

54

Figuur 6-6: Tijdelijke boorinstallatie.

55

Figuur 6-7: Zouthuis bij winning Zechsteinzout

55

Figuur 6-8: Schematische weergave zoutwinning.

56

Figuur 7-1: Hoogtekaart onderzoeksgebied

65

Figuur 7-2: Geohydrologische doorsnede onderzoeksgebied (hoogteschaal x 100)

66

Figuur 7-3: Kwel en infiltratie in de zomerperiode

67

Figuur 7-4: Te verwachten bodemdaling na 20 jaar bij 12 cavernes (conservatieve variant 2-B uit paragraaf 5.2).

68

Figuur 7-5: Te verwachten bodemdaling na 50 jaar bij 12 cavernes (conservatieve variant 2-B uit paragraaf 5.2).

69

Figuur 7-6: Scheefstand (α) en relatieve kromming (β).

70

Figuur 7-7: Berekende effect op het beekpeil t.g.v. bodemdaling na 50 jaar.

72

Figuur 7-8: Berekende inundatiezones.

73

Figuur 7-9: Verloop maaiveldhoogte en bebouwing in huidige situatie, in stappen van 0,4 meter.

73

Figuur 7-10: Leidingen en zoutwinningslocaties op bodemkaart (ontleend aan ADC Archeoprojecten).

76

Figuur 7-11: Locatie van de peilbuizen (Dinoloket, 2020)

77

Figuur 7-12: Opdeling transportleiding in noordelijke en zuidelijke sectie.

79

Figuur 7-13: Het onderzoeksgebied.

81

Figuur 7-14: Vispassage Bolscherbeek.

82

Figuur 7-15: Ligging van transportleidingen door NNN (groen).

83

Figuur 7-16: Bosschage langs perceel

83

Figuur 7-17: Ligging van het projectgebied nabij Natura 2000-gebied Buurserzand&Haaksbergerveen.

85

Figuur 7-18: Paardenwei in het projectgebied

94

Figuur 7-19: Uitbreiding bij Sint Isidorushoeve (binnen rode lijn)

95

Figuur 7-20: Uitsnede kaart bestemmingsplan bedrijventerrein Stepelerveld (fase 1).

96

Figuur 7-21: Risicomatrix met classificatie van ongemitigeerde risico’s

106

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

vii

Projectgerelateerd

Figuur 7-22: Risicomatrix met classificatie van gemitigeerde risico’s

107

Bijlagen Bijlage 1: Afkortingen en verklarende woordenlijst Bijlage 2: Ligging projectgebied Bijlage 3: Overzicht wetgeving en beleid Bijlage 4: Onderzoeken en literatuur

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

viii

Projectgerelateerd

1 Inleiding 1.1

Algemeen

Nobian Salt B.V. (voorheen AkzoNobel Salt B.V., hierna Nobian) produceert en verkoopt kwalitatief hoogwaardige zoutproducten, die worden gewonnen uit de ondergrondse zoutvoorraden in de nabije omgeving van Hengelo en Enschede. Het zout wordt verwerkt in de fabriek van Nobian in Hengelo (zie Figuur 1-1). Zout en op zout gebaseerde elektrochemie levert producten en chemicaliën die onmisbaar zijn voor de moderne samenleving en het dagelijks leven. Tweederde van alle chemische productie heeft een relatie met zout en elektrochemie. De producten van Nobian bedienen eindmarkten, variërend van bouw, reiniging, aluminium, papier, isolatie- en bouwmaterialen, tot farmaceutica, waterbehandeling, kunststoffen, transport, verf, PVC en batterijen. Onder andere chloor, maar ook andere essentiële chemicaliën die via elektrolyse uit vacuumzout worden geproduceerd, zijn cruciale schakels voor de chemische- en basisindustrie in Nederland en Europa. Zoutwinning staat aan de basis van toegevoegde waarde voor sterk geïntegreerde (chemische) clusters in Rotterdam en Delfzijl in Nederland, en Frankfurt en Bitterfeld in Duitsland. Nederlandse en Europese chemiebedrijven en daaraan verbonden clusters, en daarmee de samenleving, zijn mede afhankelijk van de zout gedreven activiteiten van Nobian. Zout is een strategische grondstof en de winning ervan is een nationaal belang.

Doordat Nederland binnen de eigen grenzen toegang heeft tot zeer zuiver zout is ons land in staat om zelf in de behoefte van vele essentiële producten te voorzien. Het is strategisch en economisch van belang om controle te hebben op belangrijke productieketens gebaseerd op zout. Dit zorgt voor minder afhankelijkheid van lange internationale productie- en leveringsketens en meer leveringszekerheid op nationaal en Europees niveau. Het is zo een belangrijke pijler onder de Nederlandse welvaart. Zoutwinning is gebonden aan geologische, economische en politieke randvoorwaarden. Het is economisch niet rendabel om zout over grotere afstanden te transporteren – en vanuit CO2-oogpunt onwenselijk. Daarbij mag chloor in Nederland in het geheel niet meer worden getransporteerd. Als gevolg hiervan zijn in de loop van de afgelopen eeuw in Nederland twee op zout gebaseerde chemieclusters ontstaan: een in Delfzijl en een in Rotterdam (Botlek). Voor de bedrijven in deze beide clusters is het door Nobian ter plekke geproduceerde chloor een onmisbaar en essentieel element in hun productieproces. De chloorfabrieken van Nobian worden ‘gevoed’ door Nobian’s zout-productielocaties in Delfzijl en Hengelo. De Nederlandse zoutwinning hangt hierdoor nauw samen met de bedrijvigheid van deze chemieclusters: zonder continuïteit van zoutwinning in Nederland hebben deze chemieclusters geen toekomst.

In totaal heeft de Nederlandse chemiesector een omzet van zo’n EUR 60 miljard en omvat het 45.000 directe banen. Tot slot vormt de oplosmijnbouw, zoals Nobian die al ruim een eeuw bedrijft, een cruciale schakel in de energietransitie en zo een belangrijke aanjager voor duurzaamheid. Immers, de toekomstige energieinfrastructuur zal behoefte hebben aan opslagcapaciteit van energiedragers (zoals waterstof) om pieken en dalen in het net op te vangen en te voorkomen dat opgewekte groene energie verloren gaat. Zoutcavernes zijn hiervoor op dit moment de meest geëigende oplossing1. Er is geen concreet plan om in de omgeving Haaksbergen tot energieopslag over te gaan. Het uitlogen van een caverne kost circa zeven jaar. Met zo’n caverne ontstaat in het Haaksbergen veld de mogelijkheid voor energieopslag. De (politieke) vraag of energieopslag in Haaksbergen in de toekomst wenselijk is valt buiten de scope van deze milieueffectrapportage.

1

TNO Rapport 2021 R11125, 22-06-2021, Ondergrondse Energieopslag in Nederland 2030 – 2050.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

1

Projectgerelateerd

In de omgeving van Hengelo bevindt het winbare zout zich in verschillende ondergrondse lagen op circa 300 tot 1600 meter diepte. Nobian wint zout door middel van oplosmijnbouw2. Dit houdt in dat water in de ondergrondse zoutlaag geïnjecteerd wordt, waardoor het zout oplost. Er ontstaan ondergrondse holtes (cavernes) op de plaats waar oorspronkelijk het zout zat. Deze holtes zijn gevuld met verzadigde pekel die door de druk van het geïnjecteerde water omhoog wordt gestuwd (zie ook Figuur 6-8). De pekel wordt vervolgens via pijpleidingen van de winningslocatie naar het zoutbedrijf in Hengelo getransporteerd. Op de locatie Hengelo wordt de pekel door indamping verwerkt tot zout.

Figuur 1-1: Foto van de fabriek van Nobian te Hengelo

1.2

Aanleiding

Nobian wint sinds 1919 zout in Twente. Zoutwinning is begonnen in Boekelo en vanaf 1933 is het wingebied verplaatst naar de omgeving van Hengelo en Enschede. Het zout wordt gewonnen door oplosmijnbouw uit een ondergronds zoutpakket op 300 tot 450 meter diepte. De hoeveelheid winbaar zout in deze gebieden is, mede door de bovengrondse beperkingen, onvoldoende om de zoutproductie op de langere termijn veilig te stellen. Het huidige wingebied kent alleen nog beperkte en versnipperde mogelijkheden van zoutwinning. De infrastructuur van Nobian is echter geschikt voor economisch en milieutechnisch verantwoorde zoutwinning en verwerking gedurende nog tientallen jaren. Zoals hierboven beschreven is de productie van chemische producten in Noordwest-Europa sterk afhankelijk van (de productie van) zout als basisgrondstof. Nobian is één van de grootste zoutproducenten in deze regio. Continuïteit van de productie is voor Nobian en haar klanten, die deel uitmaken van de chemieclusters in Nederland, Duitsland en België en voor de werkgelegenheid in de regio essentieel. Het is daarom van belang dat de zoutwinning in Twente voor de toekomst zeker gesteld wordt en een nieuw winningsgebied wordt ontwikkeld. Nobian heeft een verkenning uitgevoerd naar gebieden in de omgeving van Hengelo die in aanmerking komen voor de voortzetting van de zoutwinning.

Op basis van grootte van de zoutvoorraad en gelet op de 2

Bij de oplosmijnbouw wordt géén zogenaamde ‘squeeze methode’ toegepast.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

2

Projectgerelateerd

impact op de omgeving bestond bij Nobian een voorkeur voor de locatie nabij Haaksbergen. Begin 2011 is in het gebied een proefboring verricht, met als doel te achterhalen of de kwaliteit van het zout voldoet aan de eisen die Nobian eraan stelt. Vast is komen te staan - aan de hand van de resultaten van de proefboring en het uitgevoerde laboratoriumonderzoek - dat de kwaliteit van het zout overeenkomt met de eisen van Nobian. De keuze is daarmee gevallen op deze locatie als de nieuwe winningslocatie voor zout. Die keuze is in de notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) beschreven en toegelicht in hoofdstuk 3 van dit rapport.

1.3

Doel van de voorgenomen activiteit

Nobian heeft de volgende doelstelling geformuleerd: De zoutproductie voor de locatie Hengelo voor de middellange termijn zekerstellen op een economisch en maatschappelijk verantwoorde wijze door pekelwinning op de locatie Haaksbergen.

Met een maatschappelijk verantwoorde wijze wordt bedoeld dat veiligheid gedurende de volledige levenscyclus van het wingebied gegarandeerd is en dat de impact van de zoutwinning op de omgeving geminimaliseerd zal worden. Door middel van moderne winningstechnieken worden de effecten van bodemdaling tot een minimum beperkt. Verder wordt bij de boorlocaties en het pijpleidingtracé (tussen de winningsputten en de fabriek) rekening gehouden met de aanwezige bovengrondse functies en belangen. De beoogde zoutwinning dient ter voortzetting van het Zoutbedrijf van Nobian in Hengelo. De huidige zoutfabriek op de locatie in Hengelo is geschikt voor de marktvraag in de komende tien jaar. Het Zoutbedrijf wordt als gevolg van dit initiatief dan ook niet uitgebreid of aangepast. Rond het fabrieksterrein zullen daarom geen milieueffecten optreden, vandaar dat het rapport zich richt op de milieueffecten rond de winningslocatie. Voor de nieuwe zoutwinning is conform de Mijnbouwwet een winningsvergunning verleend en er is een winningsplan opgesteld.

1.4

Het projectgebied

Het projectgebied is gelegen ten westnoordwesten van Haaksbergen bij de kern Sint Isidorushoeve en aan weerszijden van de N18, zie bijlage 2. Het projectgebied ligt binnen het gebied waarvoor een winningsvergunning is afgegeven (Figuur 1-2). De winningsvergunning is met ingang van 19 juli 2012 door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie verleend (‘Winningsvergunning zout gebied genaamd Isidorushoeve’). De winningsvergunning omvat het gebied waar sprake is van een relatief ondiep zoutkussen in de ondergrond. De top daarvan ligt op 400 meter diepte. De dikte van het zoutpakket varieert tussen 100 en 500 meter. Het projectgebied is gekenmerkt als een landelijk gebied, waar de landbouw een belangrijke positie inneemt. Het reliëf kenmerkt zich door zwakke welvingen. De algemene gradiënt loopt af in westelijke tot noodwestelijke richting, met een hoogteverschil tussen de oost- en westzijde van ruim 10 meter. De mens heeft nadrukkelijk zijn stempel op het huidige landschap gedrukt. De omvang van de percelen, perceelscheidingen in de vorm van ondiepe greppels en jonge aanplant en het - in een groot deel van het gebied - ontbreken van bosschages geven aan dat kleinschaligheid plaats heeft gemaakt voor rationeel agrarisch landgebruik. In Figuur 1-2 is naast het winningsgebied of concessiegebied ook de projectomvang weergegeven.

Het project omvat het aanleggen van 8 zoutwinningslocaties en de tracés van de ondergrondse leidingen die de cavernes via een pompstation verbinden met de zoutfabriek in Hengelo. In eerste instantie waren 12 zoutwinningslocaties voorzien. Na overleg met omwonenden is het aantal locaties met vier verminderd. Het gaat daarbij om de zoutwinningslocaties H-06, H-10, H-11 en H-12.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

3

Projectgerelateerd

Dit MER heeft betrekking op de ontwikkeling van 8 zoutwinningslocaties (H01 tot en met H09, met uitzondering van H06) tussen Haaksbergen en Sint Isidorushoeve inclusief het realiseren van een pompstation en het verbindend leidingwerk.

Figuur 1-2: Het projectgebied.

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 gaat in op de procedure van de milieueffectrapportage. In hoofdstuk 3 zijn de locatie alternatieven beoordeeld. De achtergronden van de zoutwinning komen in hoofdstuk 4 aan de orde. Hoofdstuk 5 behandelt de wijze waarop de varianten tot stand komen. Hoofdstuk 6 beschrijft de voorgenomen activiteit in termen van kenmerken, de communicatie met de omgeving en de planning. De referentiesituatie is in hoofdstuk 7 beschreven, gevolgd door de beschrijving en beoordeling van effecten. Leemten in kennis en informatie en de evaluatie komen in hoofdstuk 8 aan bod. De conclusie is in hoofdstuk 9 opgenomen. Dit rapport heeft vier bijlagen: 1. Lijst van afkortingen en verklarende woordenlijst 2. Ligging projectgebied 3. Beleidskader 4. Uitgevoerde onderzoeken en geraadpleegde literatuur De uitgevoerde onderzoeken zijn als pdf’s (29 bestanden) toegevoegd aan het MER.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

4

Projectgerelateerd

2 Milieueffectrapportage 2.1

Waarom een MER3?

Het doel van de milieueffectrapportage is om bij de besluitvorming over projecten, plannen en programma’s het milieu een volwaardige plaats te geven. Voor het project heeft initiatiefnemer Nobian dit MER opgesteld. In het Besluit m.e.r. staat voor welke activiteiten een MER moet worden opgesteld (bijlage C), dan wel waarvoor beoordeeld moet worden of een MER aan de orde is (bijlage D). Nobian heeft er voor gekozen om de procedure voor m.e.r. te doorlopen. Ten behoeve van de omgeving wil Nobian op deze manier zorgen voor een transparant besluitvormingsproces over de activiteiten in het winningsgebied. Daarmee geeft Nobian inzicht in hoe zij effecten wil voorkomen c.q. compenseren. Voor Nobian en belanghebbenden is het van belang dat dit proces zorgvuldig doorlopen wordt. Daar hoort het zo compleet mogelijk in beeld brengen van milieueffecten bij. De milieueffectrapportage is een hulpmiddel bij besluitvormingsprocessen. Degene die bevoegd is het besluit te nemen waarvoor het MER wordt opgesteld, wordt aangeduid als het bevoegd gezag. De aanvrager van het besluit wordt de initiatiefnemer genoemd. Procedureel geldt het volgende: 1. De Wabo4 vormt het kader voor de besluitvorming over de omgevingsvergunning van de voorgenomen activiteit. De m.e.r.-procedure maakt deel uit van de vergunningverlening ingevolge de Wabo (art.

2.1 lid 1 onder e.) van de milieuvergunning voor het oprichten, veranderen of het in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk. Van toepassing zijn de categorieën 1 en 11 van het Besluit omgevingsrecht. Het bevoegd gezag is het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). 2. De Wabo is het kader voor de besluitvorming over het afwijken van het bestemmingsplan voor de voorgenomen activiteit. Het bevoegd gezag is EZK. De gemeenteraad van de gemeente Haaksbergen moet een Verklaring Van Geen Bedenkingen (VVGB) afgeven.

2.2

Overzicht m.e.r.-procedure

De m.e.r.-wetgeving kent een uitgebreide procedure (plannen en ‘grote’ vergunningen) en een beperkte procedure (‘kleine’ vergunningen). Voor dit MER heeft het bevoegd gezag besloten de uitgebreide procedure te doorlopen. Voor de uitgebreide procedure moeten nevenstaande stappen doorlopen worden (Figuur 2-1). Dit MER is opgesteld voor een project.

Figuur 2-1: Overzicht m.e.r. procedure IN = initiatiefnemer BG = bevoegd gezag MER = milieueffectrapport

3 Er wordt onderscheid gemaakt tussen de termen m.e.r. en MER: m.e.r. staat voor milieueffectrapportage en verwijst naar het

proces om tot een milieueffectrapport te komen, MER staat voor milieueffectrapport en verwijst naar het product.

4 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

5

Projectgerelateerd

2.3

M.e.r.-procedure stapsgewijs

De m.e.r.-procedure doorloopt een aantal stappen: 1. De procedure is gestart met de bekendmaking op 20 januari 2020 van het voornemen via een openbare kennisgeving in de Staatscourant. Er is een Mededeling Voornemen opgesteld, die vanaf 21 januari tot 3 maart 2020 ter visie heeft gelegen. De mededeling voornemen is te downloaden vanaf https://www.nobian.com/nl/zoutwinning/twente/actualiteiten-en-werkzaamheden/nobian-startvergunningstraject-zoutwinning-haaksbergen 2. Het Ministerie van EZK heeft de mededeling voornemen opgestuurd naar andere overheden (relevante gemeenten, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Inspectie leefomgeving en transport) en organisaties. Tevens heeft eenieder een zienswijze kunnen indienen over de inhoud van het op te stellen MER. Als vrijwillige stap heeft het Ministerie ook de Commissie voor de m.e.r. gevraagd om te adviseren over reikwijdte en detailniveau. Naast het op 25 maart 2021 uitgebrachte advies van de Commissie voor de m.e.r. is een aantal zienswijzen ontvangen. 3. Om belangstellenden zo goed mogelijk te informeren over de inhoud van de Notitie reikwijdte en Detailniveau (NRD) zijn informatiebijeenkomst georganiseerd door de initiatiefnemer (zie paragraaf 6.5). Vanaf oktober 2020 zijn meerdere informatiebijeenkomsten gehouden voor inwoners van de gemeente Haaksbergen. 4.

Het MER wordt samen met de aanvraag van de omgevingsvergunning en afwijken bestemmingsplan ter inzage gelegd. Na advies over het MER en het doorlopen van de benodigde procedures kan Nobian het project uit gaan voeren. Het MER gaat in op de milieueffecten van het project. Het bevoegd gezag evalueert de werkelijk optredende milieugevolgen zoals beschreven in de evaluatieparagraaf van het besluit. Zo nodig neemt zij aanvullende maatregelen om de gevolgen voor het milieu te beperken.

2.4

Inspraak op het MER

Over ieder MER kan eenieder zienswijzen indienen gedurende een termijn van zes weken. Het bevoegd gezag maakt deze termijn bekend via een formele publieke kennisgeving. Zo wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen over het MER, de vergunningsaanvraag en het plan naar voren te brengen. Ook de Commissie voor de m.e.r. wordt in dit stadium gevraagd om advies te geven. De inspraak kan ingaan op alternatieven, beoordelingscriteria, suggesties voor de besluitvorming. Reacties met de vermelding ‘Zoutwinning Nobian Haaksbergen’ kunnen per post of per e-mail worden gegeven aan: Ministerie EZK

Gemeente Haaksbergen

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) Directoraat-generaal Klimaat en Energie Postbus 20401 2500 EK Den Haag

Gemeente Haaksbergen Postbus 102 7480 AC Haaksbergen E-mail: gemeente@haaksbergen.nl

Procedurele vragen over de m.e.r. kunnen worden gesteld aan het Ministerie van EZK. Inhoudelijke vragen (technische aspecten, het milieu, de onderzoeken, de uitvoering, etc.) kunnen worden gericht aan de projectleider van Nobian. Nobian Nobian Salt B.V. Projectleider zoutwinning Haaksbergen Per post: Postbus 25, 7550 GC Hengelo Per email: peter.klappe@nobian.com

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

6

Projectgerelateerd

2.5

Overige procedures (mijnbouw)

In het kader van de Mijnbouwwet is een winningsvergunning (oude benaming: concessie) verkregen op 8 juni 2012. Zo’n vergunning moet gezien worden als een gebiedsreservering voor mijnbouwactiviteiten. Na verlening van deze winningsvergunning is zoutwinning door Nobian nog niet automatisch toegestaan. Onder de Mijnbouwwet is het feitelijk winnen van zout pas toegestaan nadat een zogenaamd winningsplan is goedgekeurd. Zo’n winningsplan beschrijft de aanvang, duur en wijze van de winning (o.a. ligging van de winningsputten), bodembeweging en maatregelen ter voorkomen van schade aan mens, milieu en infrastructuur. Het bevoegd gezag voor een winningsvergunning en een winningsplan is het Ministerie van EZK. Op het winningsplan is goedkeuring verkregen op 9 april 2014. Het winningsplan zal worden gewijzigd rekening houdend met de laatste mijnbouwkundige inzichten, o.a. zoals vastgelegd in de nieuwe Mijnbouwwet, en technieken. Het gewijzigde winningsplan gaat uit van de aanleg van 8 cavernes van 1 miljoen kubieke meter en het gebruik van HVO (hydrotreated vegetable oil) als dekenvloeistof (zie paragraaf 6.2).

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

7

Projectgerelateerd

2.6

Besluiten en beleid

Om het project te realiseren zijn de in onderstaande tabel opgenomen besluiten aan de orde. Tabel 2-1: Overzicht vergunningen en meldingen.

Besluit/Wet

Artikel(en)

Bevoegd gezag

Omschrijving

Status

Wabo onderdeel milieu

Art. 2.1 lid 1 onder e.

EZK

Oprichten en in gebruik nemen van een mijnbouwwerk, uitvoeren diepboringen.

Aangevraagd

EZK, Gemeente Haaksbergen adviseert

Bouwvergunning t.a.v. pompstation en zouthuizen

Aangevraagd

EZK, Gemeente Haaksbergen adviseert

Aanlegvergunning voor leidingen Haaksbergen

Aangevraagd

EZK, Gemeenteraad Haaksbergen geeft VVGB af

Aanleg en in gebruik nemen van zoutwinningslocaties

Aangevraagd

Wabo onderdeel bouwen

Wabo, aanleg leidingen Wabo onderdeel afwijken bestemmingsplan

Art. 2.1 lid 1 onder a.

Art. 2.1, lid 1 onder b

Art. 2.1 lid 1 onder c Art. 2.12 lid 1 onder a, sub 3

Wabo, plaatsen ketenpark

Art. 2.1, lid 1 onder a

Gemeente Haaksbergen

Bouwvergunning t.a.v. een tijdelijk ketenpark

Verkregen

Wabo, aanleg valvestation

Art. 2.1, lid 1 onder a

Gemeente Hengelo

Bouwvergunning en instemming rooien van bomen t.a.v. realisatie valvestation

Verkregen

Wabo, aanleg leidingen

Art. 2.1, lid 1 onder b

Gemeente Hengelo

Aanlegvergunning voor leidingen Hengelo

Verkregen

Wet natuurbescherming

Art. 2.7, lid 2

LNV

Mogelijke effecten voor soorten en natuurlijke habitats (indien nodig met passende beoordeling).

Geen noodzaak om aan te vragen

Wet natuurbescherming

Art. 4.2, lid 1

Provincie Overijssel

Melding van rooien van enkele bomen buiten bebouwde kom

Melding gedaan

EZK

Vergunning om zout te winnen in het aangegeven gebied. De aanvraag is beoordeeld op het voornemen, de kundigheid van de uitvoerder en o.m. de relatie met het planmatig beheer van delfstoffen en aardwarmte.

Verkregen

Winningsvergunning

Art. 6 Mijnbouwwet

Winningsplan

Art. 34 Mijnbouwwet en art. 25 Mijnbouwbesluit

EZK

Een beschrijving van de winningsactiviteit, de reservoirkenmerken, risico’s en beheersmaatregelen tijdens de Ingediend winning, onderhoud, abandonnering en zorg na beëindiging.

Meetplan bodembeweging

Art. 41 Mijnbouwwet en art. 30 Mijnbouwbesluit

EZK

Meetplan om eventuele bodembeweging voor, gedurende en na afloop van de In te dienen winning vast te stellen.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

8

Projectgerelateerd

Besluit/Wet

Watervergunning en/of melding

Sluitingsplan

Artikel(en)

Keur Vechtstromen of Waterwet

Art. 39 Mijnbouwbesluit

Bevoegd gezag

Omschrijving

Status

Waterschap

Vergunning voor onttrekking en lozing tijdens (bronnering) aanlegwerkzaamheden en dempen van delen van watergangen. Vergunning voor infiltratie via bergingsvoorziening tijdens productiefase.

Verleend

EZK

Beschrijving van het abandonneren van locatie en reservoir en de wijze waarop.

In te dienen op basis van generieke studie

De beoogde 8 zoutwinningslocaties zijn gelegen binnen de begrenzing van de volgende bestemmingsplannen:  Buitengebied van de gemeente Haaksbergen (vastgesteld door de raad op 2 juli 2013 en gedeeltelijk onherroepelijk op 22 april 2015);  Buitengebied van de gemeente Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1;  Buitengebied van de gemeente Haaksbergen (vastgesteld op 29 november 2000). Voor zes van de acht beoogde zoutwinningslocaties (H-03 tot en met H-09, met uitzondering van H-06 die uit het project is verwijderd) is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om zoutwinning mogelijk te maken via een wijzigingsprocedure in het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied. Voor zoutwinningslocaties H01 en H-02 geldt het ‘oude’ bestemmingsplan Buitengebied. In dit plan is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de zoutwinning mogelijk te maken. Nobian heeft ervoor gekozen om één ruimtelijke procedure te volgen om de zoutwinning op de 8 beoogde locaties mogelijk te maken en een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een zogenaamde ‘buitenplanse’ afwijking aan te vragen. Het bestemmingplan Stepelerveld (vastgesteld op 16 december 2015) staat het pompstation op het bedrijventerrein Stepelerveld toe.

Omdat de winning van het zout dieper reikt dan 100 meter beneden maaiveld, valt het gehele ondergrondse deel van de activiteit onder de Mijnbouwwet. Het van toepassing zijnde beleid is beschreven in bijlage 3.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

9

Projectgerelateerd

3 Locatie alternatieven Nobian heeft binnen het huidige concessiegebied Twenthe-Rijn als laatste winning Ganzebos fase III ontwikkeld. Ganzebos fase III is gelegen rondom Beckum en omvat in totaal 10 cavernes waarvoor de putten in de periode 2018-2020 zijn geboord. De laatste putten zijn eind 2020 in gebruik genomen. Het zout uit dit gebied wordt gewonnen uit de relatief dunne Röt zoutlaag. De Twenthe-Rijn winningsvergunningen bieden nog de mogelijkheid om de zoutwinning uit te breiden met Ganzebos fase IV. Nobian heeft er echter voor gekozen om Ganzebos fase IV niet als vervolg op Ganzebos fase III uit te voeren, maar een ander veld te gaan ontwikkelen. De redenen zijn de volgende:  Abandonnement programma: Nobian heeft met de toezichthouder SodM een programma afgestemd dat tot doel heeft om in uiterlijk 2035 het aantal uit bedrijf genomen maar nog niet afgesloten putten tot een minimum terug te brengen. Om dit plan te realiseren moeten tot 2035 jaarlijks circa 24 putten worden afgesloten. Dit is het maximum aantal dat redelijkerwijs haalbaar is vanuit veiligheid: het vraagt om zorgvuldige voorbereiding en begeleiding vanuit Nobian en betekent een belasting voor de omwonenden. Indien Nobian Ganzebos fase IV zou gaan ontwikkelen, zouden er jaarlijks 5 tot 7 putten aangelegd worden in de relatief dunne Röt-zoutlaag.

In dat geval zouden er in de komende jaren tientallen extra putten bijkomen die onderdeel zouden worden van de groep van openstaande putten. De met de SodM gemaakte afspraak zou dan niet nagekomen worden. Indien kan worden volstaan met slechts één geboorde put per jaar kan het aantal openstaande putten met 23 putten per jaar afnemen en kan voldaan worden aan het overeengekomen afsluitplan.  Risico op doorboren afsluitende lagen: De Ganzebos IV cavernes zouden relatief klein worden waardoor veel boringen noodzakelijk zouden zijn. Hierdoor zouden afsluitende bodemlagen (klei en/of leemlagen) vaker doorboord worden (hetgeen niet wenselijk is) dan in een gebied waar (veel) minder boringen noodzakelijk zijn voor eenzelfde productieniveau.  Bodemdaling: De Röt zoutlaag in het gebied voor Ganzebos fase IV ligt aanmerkelijk dieper (tot 750 m) dan in het huidig Ganzebos gebied (tot 550 m) en in Usseler Es (tot 450 m). Dit heeft tot gevolg dat de bodemdaling binnen het Ganzebos IV-gebied niet zonder meer beperkt zou blijven tot minder dan 5 cm daling per 100 jaar. Dat is de norm die Nobian hanteert voor de huidige winning van Röt zout binnen het Twenthe-Rijn veld. Bij overschrijding van die norm neemt de kans op schade toe.

 Oppervlaktebeslag: Het oppervlaktebeslag of ruimtebeslag van de huidige winning in Röt-zout is relatief hoog, vooral door lange leidingtracés en het grote aantal benodigde putten om het jaarlijkse volume aan pekel te produceren. De voorkeur gaat daarom uit naar winningsgebieden met een geringer oppervlaktebeslag en minder putten.  Geologische structuur: Bij de ontwikkeling van Ganzebos fase IV zou sprake zijn van winning in schuin gelegen zoutlagen. Het gevolg is dat cavernes zich niet altijd optimaal zouden vormen met als gevolg dat de winning uit die cavernes eerder beëindigd zou moeten worden en geen sprake zou zijn van optimaal planmatig beheer van de ondergrond. Om deze redenen is Ganzebos IV niet als een alternatief beschouwd en niet betrokken bij de uitwerking in dit MER en de daarbij uitgevoerde onderzoeken. Met Ganzebos III is het Ganzebosgebied volledig benut. Voorwaarde voor het kiezen van een geschikte locatie voor zoutwinning is de aanwezigheid van winbaar zout in de ondergrond. Primair heeft daarom een verkenning plaatsgevonden van gebieden waar zout in voldoende mate aanwezig is. Hiernaast is de voorwaarde gehanteerd dat deze gebieden op redelijke afstand van de bestaande fabriekslocatie in Hengelo liggen.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

10

Projectgerelateerd

Met deze uitgangspunten in gedachten heeft Nobian vanaf 2007 verkennend geologisch onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden voor zoutwinning in het gebied rondom Hengelo en Enschede. Daarbij is zowel gekeken naar mogelijkheden voor winning uit afzettingen van het Rötzout als uit afzettingen van het op grotere diepte gelegen Zechsteinzout. Tevens heeft Nobian de ruimtelijke inpasbaarheid met het oog op onder andere archeologische monumenten, natuurgebieden, waterwingebieden en bebouwd gebied in kaart laten brengen. Op basis van de modellering van de zoutvoorkomens en de scan van de ruimtelijke beperkingen is een eerste selectie uitgevoerd. Als voorlopige afronding van dit onderzoek zijn de bovengrondse ruimtelijke ordeningsaspecten en de ondergrondse (geologische) aspecten met elkaar gecombineerd in een geavanceerd driedimensionaal Geografisch Informatie Systeem (GIS)-model. Hiermee zijn verschillende scenario’s voor de toekomstige winning van zout ruimtelijk inzichtelijk gemaakt. In de Startnotitie5 uit 2010 is beschreven op welke wijze destijds de keuze voor de locatie Haaksbergen is bepaald.

Locaties, in het bijzonder ten noorden (Hengelo-Weerselo-Oldenzaal) en ten oosten (Enschede-Glanerbrug) van de fabriekslocatie vielen destijds al af omdat de zoutlaag ongunstig is voor zoutwinning door de dikte en/of door de diepte, of omdat er sprake was van te veel bovengrondse beperkingen, zoals bebouwing. Met name de bovengrondse beperkingen hebben zich in deze gebieden verder ontwikkeld en de gebieden nog minder geschikt gemaakt voor zoutwinning. In de mededeling voornemen (Rapport BH5570IBRP2012070804, 7 december 2020), opgesteld voor dit MER, is die keuze nader toegelicht. Voortbouwend op de Startnotitie is de vergelijking tussen de gebieden in meer detail weergegeven. Deze gebieden vormen locatie alternatieven voor de zoutwinning en zijn in dit MER verder uitgewerkt en geactualiseerd waarbij rekening is gehouden met de meest recente inzichten en ontwikkelingen, met name voor wat betreft de bovengrond. In de in 2010 uitgevoerde geologische verkenning voor uitbreiding van de zoutwinning zijn drie gebieden naar voren gekomen (Figuur 3-1). De verkenningsgebieden hebben elk een oppervlakte van circa 20 km2. Er is in elk gebied seismisch onderzoek uitgevoerd om de zoutvoorkomens in beeld te brengen. Met het uitgevoerde seismisch onderzoek zijn de zoutvoorkomens gemodelleerd. Deze geologische modellen zijn input voor de verkenning.

Deze gebieden liggen in of bij de gemeente Haaksbergen. Het gaat hierbij, in volgorde van beschikbare zoutvoorraad, om de volgende gebieden:   

Buurse (Zechsteinzout, dieper gelegen dan het Rötzout, 4,9 miljard m3 zoutvoorraad); Haaksbergen (Zechsteinzout, dieper gelegen dan het Rötzout, 2,2 miljard m3 zoutvoorraad); Sluitersveld (Rötzout, net als bij de bestaande zoutwinning, 1,4 miljard m3 zoutvoorraad)

De bovengrondse situatie is in 2021 nogmaals beoordeeld. De geologie is vanzelfsprekend onveranderd.

5 Lit 4: Startnotitie Zoutwinning zuid-oost Twente, 2010

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

11

Projectgerelateerd

Figuur 3-1: Gebieden voor locatiekeuze.

3.1

Buurse

Het gebied Buurse ligt oostelijk van Haaksbergen rondom het dorp Buurse. Het verkenningsgebied overlapt twee gemeenten: Enschede en Haaksbergen. In dit gebied bevindt zich op een diepte van ruim 1.000 m een zoutverdikking. Dit Zechstein zoutpakket heeft een maximale dikte van circa 300 meter en over een relatief groot oppervlak een dikte van ongeveer 200 m (Figuur 3-2).

Figuur 3-2: Profiel zoutlaag bij Buurse.

Het gebied Buurse is gedeeltelijk agrarisch en gedeeltelijk natuur, waarbij grote delen zijn aangewezen als NNN, een deel als Natura 2000 gebied (‘Buurserzand & Haaksbergerveen’) en er met name rondom

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

12

Projectgerelateerd

Buurse een hoge archeologische verwachtingswaarde bestaat (Figuur 3-3). De legenda is afgebeeld in Figuur 3-4.

Figuur 3-3: Archeologie en NNN Buurse.

Figuur 3-4: Legenda archeologische kaart en NNN-kaart

3.2

Haaksbergen

Het gebied Haaksbergen is gelegen rondom de kern Sint Isidorushoeve. In de ondergrond is een relatief ondiep zoutkussen aanwezig, met de bovenkant op ruim 500 meter diepte. De dikte van het Zechsteinzout pakket bedraagt circa 400 meter. De top van het zoutkussen bevindt zich ten noorden van de bebouwde kom van Haaksbergen (Figuur 3-5).

Figuur 3-5: Profiel zoutkussen bij Haaksbergen.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

13

Projectgerelateerd

Vrijwel het gehele gebied kent agrarisch grondgebruik. NNN percelen liggen op enige afstand. Met name de beekdalen in het gebied kenmerken zich door een hoge archeologische verwachtingswaarde Figuur 3-6.

Figuur 3-6: Archeologie en NNN Haaksbergen.

3.3

Sluitersveld

Sluitersveld beslaat (delen van) de gemeenten Hengelo, Enschede en Haaksbergen. De voor winning meest geschikte zoutlaag (tot 60 m. dikte) ligt daar waar de drie gemeentegrenzen elkaar raken. De Rötzoutlaag is relatief diep gelegen (600-700 m-mv.). In zuidwestelijke richting neemt de dikte van de geschikte zoutlaag snel af, tot minder dan 30 m (Figuur 3-7). De winbare laag strekt zich uit over een oppervlakte van circa 4 km2.

Figuur 3-7: Profiel zoutlaag bij Sluitersveld (diepte in m-mv.)

Het grondgebruik is voornamelijk agrarisch, een deel van het gebied is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Een relatief groot deel van het gebied heeft een middelhoge tot hoge archeologische verwachtingswaarde. Dit is weergegeven in Figuur 3-8.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

14

Projectgerelateerd

Figuur 3-8: Archeologie en NNN Sluitersveld

3.4

Voorkeursalternatief

In Tabel 3-1 zijn, samenvattend, de kenmerken per locatie alternatief weergegeven. Tabel 3-1: Kenmerken per locatie alternatief. Aspect

Buurse

Haaksbergen

Sluitersveld

Zoutreserve (meer is gunstiger)

4,9 miljard m3

2,2 miljard m3

1,4 miljard m3

Geologische zoutlaag

Zechstein

Zechstein

Röt

Diepte zoutlaag (ondiep is gunstig)

1000 - 1200 m

600 - 1000 m

600 - 700 m

Dikte zoutlaag (dik is gunstig)

200 m

400 m

60 m

Deel oppervlakte zonder voorwaarden toegankelijk voor zoutwinning (agrarisch; weilanden en akkers)

11%

75%

50%

Deel oppervlakte toegankelijk voor zoutwinning alleen onder strikte voorwaarden (onder meer door archeologische verwachtingswaarde en/of te ontwikkelen natuur, NNN)

60%

17%

32%

Deel oppervlakte niet toegankelijk

29% (vanwege bestaande NNN en Natura2000) 8% (vanwege ligging rioolwaterzuivering en ontwikkeling recreatie)

Deel oppervlakte niet toegankelijk

18% (vanwege bestaande natuur NNN en oppervlaktewater)

Deel oppervlakte niet toegankelijk Ruimtebeslag (kleiner is gunstiger)

0,4 km2

0,3 km2

0,5 km2

De verkenning leidt tot een voorkeur voor Haaksbergen. De daarbij gehanteerde criteria zijn samenvattend: zoutreserve, diepte en dikte van de zoutlaag, de toegankelijkheid aan het maaiveld en de milieu impact c.q. ruimtebeslag van de zoutwinning. Het effect op de leefomgeving en op natuur, met name ruimtelijk, bestaat uit de bovengrondse zoutwinningslocaties met zouthuis en geeft aan wat het ruimtebeslag c.q. verstoring is van de zoutwinning op het gebied. Het uiteindelijke ruimtebeslag hangt af van het aantal aan te leggen cavernes. Dat aantal 2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

15

Projectgerelateerd

wordt bepaald door de gewenste hoeveelheid te winnen zout. Hoe dikker het zoutpakket, hoe groter het te winnen volume zout uit één caverne, des te minder cavernes nodig zijn. Minder cavernes betekent minder bovengrondse zoutwinningslocaties, minder ondergrondse leidingen voor water- en pekeltransport en minder verstoring door de aanlegwerkzaamheden. Samenvattend, de uitkomst van de vergelijking is dat Haaksbergen er als meest geschikte locatie uitspringt en daarmee het voorkeursalternatief vormt:  De diepteligging gecombineerd met de dikte van het zoutvoorkomen is relatief gunstig voor de winning,  Door de dikte van het zoutvoorkomen zijn er relatief weinig cavernes nodig voor de productie van eenzelfde hoeveelheid zout en kan de lengte van ondergrondse leidingen beperkt blijven,  De cavernes kunnen bovengronds goed worden ingepast, zodat de invloed op de leefomgeving en het milieu en daarmee het ruimtebeslag relatief beperkt is.  Het heeft de kleinste invloed op beschermd natuurgebied.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

16

Projectgerelateerd

4 Achtergronden zoutwinning Haaksbergen 4.1

Ontstaan van zoutlagen

Gedurende het Perm - de geologische periode die duurde van 299 tot 251 miljoen jaar geleden – lag Nederland aan de rand van het Zechsteinbekken (laaggelegen vlakte), waarvan het centrum in het Nederlandse deel van de (huidige) Noordzee lag. Het was in onze omgeving zeer droog. Ten zuiden van Nederland lag het Varistisch Gebergte (onder meer de huidige Ardennen). Hieruit ontsprongen in iets nattere periodes rivieren die door Nederland naar het noorden stroomden. In het Zechsteinbekken wisselden zeer ondiepe zeeën af met periodes waarin zoutwoestijnen domineerden. Daarnaast waren er vulkanen actief in Drenthe, in het aangrenzende Duitsland en in het noordelijke deel van de Nederlandse Noordzee. Grootschalige gebergtevorming en bekkendaling, zoals tijdens het voorafgaande Carboon (de geologische periode van 300 tot 359 miljoen jaar geleden), kwam tijdens het Perm niet meer voor. De totale dikte van Permafzettingen loopt op van ongeveer vijftig meter in Zuid-Nederland tot enkele kilometers onder het Nederlandse deel van de Noordzee. In het Laat-Perm worden afzettingen onderscheiden van de zogenaamde Zechstein Groep. De afzettingen zijn gevormd in het Zechsteinbekken dat over Noord- en Midden-Nederland lag en zich uitstrekte van Engeland tot aan Polen. Het steenzout in de Zechstein Groep is gevormd door indamping van zeewater.

Bij het indampen van het zeewater werden achtereenvolgens kalksteen, dolomiet, gips (anhydriet), steenzout en andere zouten afgezet. Lokaal zijn ook zand- en kleisteen afgezet. Figuur 4-1: Geologische kalender

De Zechstein afzettingen manifesteren zich in de ondergrond op een opvallende manier: in de vorm van zoutkussens en zoutdiapiers. Na het Perm raakten de zoutlagen begraven onder dikke sedimentpakketten die in toenemende mate druk op het zout uitoefenden. Dit zorgde er in combinatie met tektonische activiteit voor dat het zout ging 'vloeien'. Het relatief lichte zout zocht zich een weg naar het aardoppervlak, waardoor zoutkussens en zoutdiapiers ontstonden. Ter hoogte van het huidige Twente is het Zechsteinpakket nu gelegen op circa 400 tot 1600 meter diepte. Het is één van deze zoutkussens, nabij Haaksbergen, die zich leent voor nieuwe zoutwinning. We spreken dan over de winning van Zechsteinzout. Figuur 4-2 toont een geologisch profiel van het zoutkussen bij Haaksbergen.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

17

Projectgerelateerd

Figuur 4-2: Profiel zoutkussen (lichtgrijs gekleurd) langs richting westnoordwest-oostzuidoost.

Gedurende het Trias, de hierop volgende geologische periode, zo’n 251-200 miljoen jaar geleden, lag ter plaatse van Nederland wederom een grote zee, waarbij door indamping een zoutlaag is gevormd. Dit is de Rötformatie, gelegen op een diepte variërend tussen 300 en 500 meter. De bestaande winning van Nobian in Hengelo en Enschede omvat Rötzout. Wat is steenzout? Steenzout is een indampingsgesteente, ook wel evaporiet genoemd (evaporatie = verdamping). Het wordt door de geoloog haliet genoemd, door de scheikundige natriumchloride (NaCl). Nadat water verdampt is, blijven de daarin opgeloste stoffen zoals zout achter. Ter hoogte van Nederland lag tijdens het Perm en tijdens een gedeelte van het Trias een binnenzee en er heerste een warm en erg droog klimaat. Hierdoor verdampte er veel water. Het in het water opgeloste zout bleef achter en door herhaaldelijk instromen en verdampen van nieuw zeewater ontstonden dikke zoutpakketten. Behalve uit zeewater ontstaan indampingsgesteenten ook door verdamping van (zoet) rivierwater, zoals ook nu nog te zien is in zoutmeren in Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Noord-Amerika. De samenstelling van de afgezette zouten verschilt echter sterk door de variatie in de opgeloste stoffen. Wanneer wordt steenzout gevormd? Voor het neerslaan van steenzout is een zoutconcentratie van 90 % nodig.

Om dit te bereiken zijn de volgende condities vereist:  er moet een woestijnklimaat heersen. Het moet warm en droog genoeg zijn om voldoende water te kunnen verdampen. Door het verdampen van het water wordt de zoutconcentratie hoger,  de zee moet enigszins afgesloten zijn van open zee. Wanneer het water uit de binnenzee te veel mengt met de open zee kan de zoutconcentratie in de binnenzee niet hoog genoeg worden,  er moet daarentegen wel een kleine verbinding zijn met open zee. Dit zorgt ervoor dat er toch zoutwater aangevoerd wordt. Door het neerslaan van zout in de binnenzee wordt de concentratie zout in het water weer lager. De vorming van steenzout zou ophouden wanneer er geen nieuwe aanvoer is. In Nederland werd tijdens het Trias en Perm zoutwater aangevoerd door een smalle doorgang met de open zee,  er moet weinig aanvoer van zoetwater zijn. Hoe meer zoetwater aangevoerd wordt, hoe lager de concentratie zout. Het zoute water wordt dan aangelengd. Bij een combinatie van een woestijnklimaat (verdamping) en een ondiepe zee, waar weinig rivieren in uitmonden en die in beperkt contact staat met een oceaan, kan de zoutconcentratie toenemen en kan steenzout gevormd worden. Steenzout in Nederland In het Laat-Perm (Zechstein) lag er in West-Europa een grote binnenzee, de Zechsteinzee, dat van tijd tot tijd nog net in contact stond met de oceaan.

Hier werd in totaal een kilometer dik pakket steenzout gevormd. De omstandigheden in dit toenmalige Zechsteinbekken zijn vergelijkbaar met de huidige omstandigheden in het verdampingsbekken in de Kaspische zee, de Kara Bogaz Gol, een vrijwel geheel van open zee afgesloten lagune waar nu jaarlijks een laagje van zo’n tien centimeter dik haliet wordt gevormd. Het warme droge woestijnklimaat, dat tijdens het Zechstein heerste, zorgde voor veel verdamping. Er waren weinig rivieren die zoetwater aanvoerden. Kortom, de ideale omstandigheden om indampingsgesteente te vormen. Van deze omstandigheden was in Nederland ook sprake tijdens het Midden-Trias (toen het Rötzout en het Muschelkalk-zout werd afgezet), Laat-Trias (Keuperzout) en in mindere mate tijdens de LaatJura (Malmzout).

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

18

Projectgerelateerd

4.2

Economische betekenis

Nobian in Hengelo Nobian locatie Hengelo is de voortzetting van de NV Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie (KNZ), die in 1919 in Boekelo begon met de winning van steenzout. Na de opening van het Twentekanaal werd de fabriek vanaf 1933 verplaatst naar Hengelo. Tot 2006 waren er ook, aan zout gelieerde, chemische bedrijven op de locatie. Deze zijn inmiddels gesloten en ontmanteld. Nobian maakt circa 2,5 miljoen ton zout per jaar. Het zout wordt voornamelijk gebruikt voor de productie van basischemicaliën door een proces dat chemische transformatie heet en elders plaatsvindt. De energiecentrale die deel uitmaakt van Industrial Salt levert door middel van een warmtekrachtkoppeling de stoom die nodig is voor het indampen van pekel. Daarnaast verzorgt dit bedrijf de elektrische energie, koelwater, gecomprimeerde lucht en brandbluswater voor de locatie. Er wordt tevens elektriciteit aan het openbare net geleverd. Een deel van het zout wordt doorgeleverd aan het op de locatie in Hengelo gevestigde Groupe Salins Salt Specialties waar verschillende consumptieve en veterinaire zoutproducten worden gemaakt. Tot slot is wegenzout een bekende toepassing. Met het oog op de bestaande en toekomstige marktvraag naar zout heeft Nobian een prognose gemaakt van haar behoefte aan nieuwe wincapaciteit.

Het maximaal vergunde zoutproductievolume binnen de vigerende milieuvergunning van Nobian Hengelo is 3 miljoen ton zout per jaar. Dit komt overeen met ca. 1.200 kubieke meter pekel per uur vanuit het wingebied. Doordat na 2022 de productie van pekel in de bestaande wingebieden (met name Usseler Es) wegvalt, ontstaat een gat tussen de zoutvraag uit de markt en de zoutproductie van Nobian in Hengelo. De betekenis van Nobian voor de energietransitie Nederland is bezig aan een ingrijpende energietransitie waarbij aardgas voor een belangrijk deel zal worden vervangen door duurzaam geproduceerd waterstof. Om de Nederlandse infrastructuur geschikt te maken voor waterstof moet worden voorzien in buffercapaciteit voor zowel lang als kort-cyclische variaties in vraag en aanbod. Zoals in de inleiding is beschreven speelt Nobian hierin een belangrijke rol. Nobian is de enige partij die in Noord-Nederland zoutcavernes heeft ontwikkeld ten behoeve van gasopslag. Deze kennis wordt nu ingezet om, in samenhang met productie van zout, cavernes te ontwikkelen waarbij Nobian opslagcapaciteit realiseert voor derden en zelf de vrijkomende pekel verwerkt tot duurzaam geproduceerd zout. Zoals hierboven ook al aangegeven is er op dit moment geen concreet plan om in de omgeving Haaksbergen tot energieopslag over te gaan.

Omdat het uitlogen van een caverne circa zeven jaar kost, creëert de aanleg van het Haaksbergen veld wel de mogelijkheid op een middellange termijn voor de Nederlandse overheid en de energiesector voor energieopslag in cavernes. Het besluit hiertoe ligt bij de overheid. De betekenis van Nobian voor de industrie (regionaal en Europees) Naast de zoutwinning is een grote industrie ontstaan voor verwerking van zout in diverse producten. De opgebouwde know-how en ervaring manifesteert zich in de chemische industrie in Hengelo en omstreken. Er zijn naast Nobian ook vele andere bedrijven actief. De zoutfabriek van Nobian Hengelo behoort tot de modernste en grootste ter wereld. Door samenwerking met bedrijven uit de omgeving worden synergievoordelen benut. Een voorbeeld is de energie uitwisseling met afvalverwerkingsbedrijf Twence. Door een stoomleiding wordt het surplus aan energie bij Twence optimaal benut door Nobian bij het indampen van pekel. Daarnaast levert Nobian restwarmte aan het stadsverwarmingsnet van Hengelo. In de inleiding is het belang van zout in de chemische waardeketen reeds benoemd. Zout vindt haar weg als grondstof naar andere producenten van chemische producten. Op deze wijze speelt zout een onmisbare rol in circa 60% van de processen binnen de chemische industrie.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

19

Projectgerelateerd

De betekenis van Nobian voor de regionale economie (werkgelegenheid) De zoutwinning brengt economische activiteit met zich mee in de regio. Nobian werkt bij de aanleg van infrastructuur en bij de aanleg van cavernes zoveel mogelijk met lokale aannemers. Medewerkers van Nobian komen veelal uit Twente, of vestigen zich hier. Doordat Nobian over een periode van nog eens minstens 50 jaar in deze regio zout wil winnen, gaat het om een langdurige en belangrijke bijdrage aan de regionale economie. Door de werkzaamheden van Nobian en alle toeleverende diensten zijn, naast de circa 330 arbeidsplaatsen op de productiesite, veel arbeidsplaatsen in Hengelo en omstreken gerelateerd aan de zoutwinning. Als er geen nieuw winningsgebied ontwikkeld kan worden, zal de zoutproductie op niet al te lange termijn niet meer rendabel zijn en zal de werkgelegenheid verloren gaan.

4.3

Geologisch onderzoek Haaksbergen

In het verkennende onderzoek naar de mogelijkheden voor zoutwinning is in 2007 het ondergrondmodel verbeterd door toevoeging van extra ondergrondinformatie. Er is onder andere gebruikgemaakt van geherinterpreteerde boorgegevens en van informatie uit seismische interpretaties. Seismisch onderzoek Het seismisch en geologische onderzoek (MWH, 2011) toont de aanwezigheid van een zoutkussen met een langgerekte vorm van ten westen van Sint Isidorushoeve tot vlak ten noorden van Haaksbergen. Het gemodelleerde zoutkussen in figuur 4-3 toont een langgerekte rug met een maximale dikte van circa 400 meter. De top van het Zechsteinzout ligt relatief dicht onder het maaiveld, op circa 520 meter onder NAP. Deze zoutrug bevindt zich tot 2 kilometer ten oosten van Sint Isidorushoeve.

Figuur 4-3: Geologische opbouw locatie Haaksbergen

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

20

Projectgerelateerd

Zoals in hoofdstuk 3 toegelicht kwam het gebied bij Haaksbergen als voorkeursalternatief naar voren. Daarom is in dit gebied in de periode januari maart 2011 een proefboring (met code ISH-01) gemaakt om de exacte dikte en de kwaliteit van het zout te bepalen (Figuur 4-4). Er is geboord tot een diepte van circa 975 m. De proefboring bevestigde de aanwezigheid van een zeer geschikt zoutkussen voor toekomstige zoutwinning en was daarmee zeer succesvol. Met dit resultaat viel de keuze definitief op de locatie Haaksbergen als nieuwe winningslocatie. Deze keuze is dus gebaseerd op de inpasbaarheid in de omgeving, de dikte van het zoutpakket, de ingeschatte risico’s en de kwaliteit van het zout. Tijdens de proefboring zijn boorkernen genomen, een aantal delen van de boorkern is afgebeeld in Figuur 4-5. Figuur 4-4: Tijdelijk boorterrein proefboring ISH-01.

Figuur 4-5: Delen van boorkern, boring ISH-01 (schaal in cm).

4.4

Geologische modellering

Met de verkregen onderzoeksgegevens (seismisch onderzoek en resultaten van de proefboring) is een geologisch model gemaakt. In de zomer van 2011 is een extra seismisch onderzoek uitgevoerd om nog meer kennis over het zoutkussen te vergaren. De resultaten van dit onderzoek zijn ook opgenomen in het geologische model (zie Figuur 4-6). Op basis van alle beschikbare gegevens is een betrouwbaar beeld van de ondergrond ontstaan. De nauwkeurigheid, ofwel resolutie, van het model is ongeveer 10 meter.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

21

Projectgerelateerd

Figuur 4-6: Geologisch model met top van het zoutkussen.

2 augustus 2022

MER HAAKSBERGEN

BH5570-IB-RP-220627-1616

22

Projectgerelateerd

4.5

Winning van zout

De economisch winbare hoeveelheid zout wordt bepaald door de zoutreserves in de ondergrond. Bij de zoutreserves is gelet op het aanwezige zoutvolume en de technische en ruimtelijke mogelijkheden om dit zout te winnen. Dit laatste aspect heeft betrekking op de ‘caverneveld indeling’. De caverneveld indeling is een raster met daarin de posities van de cavernes in het gebied. De locaties zijn afhankelijk van zowel de bovengrond als de ondergrond. De cavernes worden zodanig ten opzichte van elkaar gepositioneerd dat ze te allen tijde stabiel zijn en een beperkte en acceptabele bodemdaling veroorzaken. Daarnaast moeten de cavernelocaties ook passen in de bovengrondse functies. Deze combinatie bepaalt hoeveel cavernes er in een gebied kunnen ontstaan en daarmee hoeveel zout er gewonnen kan worden. De economisch winbare hoeveelheid zout van de locatie Haaksbergen hangt samen met het gebied waarvoor de winningsvergunning is verleend. We noemen dit gebied het concessiegebied. De winningsvergunning is verleend op basis van de 150 m zoutdikte-contour. Daarbinnen is het zout potentieel economisch winbaar. In dit gebied bevindt zich ruim 4 miljard ton, waarvan Nobian met dit project circa 15 miljoen ton (overeenkomend met 8 miljoen m3 caverne volume) wil winnen (circa 0,36 % van het totaal, Figuur 4-7).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11890761/1