Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 Bijlagen
Tekst van het document
Massa en vorm • • • •
6
Hoofdgebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm. Basisplattegrond van hoofdvolumes is rechthoekig. Nieuwbouw sluit qua maatvoering, schaal en massa aan op de directe omgeving. Dakopbouwen moeten duidelijk ondergeschikt zijn.
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen
Volume en dak
Per typologie woning gelden andere criteria:
Wonen aan het dorpslint • Hoofdvolume van de nieuwbouw heeft een zadeldak of een schilddak bedekt met pannen. • De noklijn heeft één richting.
Wonen aan de dorpsrand
• Hoofdvolume van de nieuwbouw heeft een zadeldak, een zadeldak met wolfseinden, of een schilddak. Deze daken zijn met pannen, zink of riet gedekt. • De noklijn heeft één richting.
Wonen op een knooperf
• Hoofdvolume van de nieuwbouw heeft een zadeldak of een zadeldak met wolfseinden. Deze daken zijn met pannen, zink of riet gedekt. • De noklijn heeft één richting. • Zonnepanelen worden als integraal onderdeel van het dak ontworpen: all-in-dakoplossing.
Gevelopbouw
• Gevels die goed zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte worden ‘open’ en representatief vormgegeven. • Hoekwoningen hebben een dubbele oriëntatie. • Symmetrie in de gevels dient voorkomen te worden, tenzij de symmetrie ontstaat door een dusdanig sterk ritme dat de voordeuren in dit ritme wegvallen. • Verticale of horizontale gevelopeningen zorgen voor variatie tussen de gebouwen.
Erven • • • • • • •
•
De erfinrichting is ondergeschikt aan waardevolle groene landschapselementen. Erfinrichting sluit aan bij de bebouwing. Rijk beplant erf met inheems gebiedseigen sortiment passend op de ondergrond. Transparante en gesloten groene overgangen van erf naar landschap welke uitsluitend bestaan uit beplantingen. Groene erfafscheidingen zijn erg belangrijk voor het aanzien van de buurt. Verhard oppervlak zoveel mogelijk beperken, toepassing van groen/ waterdoorlatende verharding. Samenspel van dakvlakken, dakgoten, regenpijpen en perceelsgoten zodanig ontwerpen dat het hemelwater zoveel mogelijk bovengronds naar de gewenste plek wordt afgevoerd. Minimaal 2 parkeerplekken op eigen erf per woning.
Beeldwaliteitsplan
7
Afbeelding 4. Referenties uitstraling erf en bijgebouwen, ingetogen materiaal, kleurgebruik en detaillering.
Afbeelding 5. Referenties lage haag 1,2 meter hoog waar mogelijk op de erfgrens.
8
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen
Bijgebouwen
• Bijgebouwen zijn ondergeschikt qua schaal, positie en vormgeving op het erf. • Bijgebouwen uitvoeren in dezelfde architectuur als de woning. • Hout wordt hoofdzakelijk gebruik voor de materialisering van de bijgebouwen en garages. • Parkeren vindt plaats op het erf in de nabijheid van de bijgebouwen. • Bijgebouwen zijn horizontale volumes. • Woningen met een geïntegreerd bijgebouw vormen één geheel en dragen bij aan de rustige uitstraling.
Erfafscheidingen
• Erfafscheidingen bestaan uitsluitend uit beplanting en zijn laag (circa 1,2 meter) waar mogelijk en hoog (circa 1,8 meter) waar nodig. • Schuttingen en metselwerk zijn niet toegestaan. • Erfafscheidingen in voortuinen bestaan uit één nader te bepalen haagsoort. • Erfafscheidingen aan achterterreinen bestaan uit hoge hagen, van een, nader te bepalen haagsoort. • Daar waar achtertuinen en eventueel zijtuinen grenzen aan de openbare ruimte worden de erfafscheidingen mee ontworpen met de woningen (op basis van het inrichtingsplan). • Erfafscheidingen zijn onderhoudsplichtig.
Parkeren
• Ontwikkelen langsparkeerzone in berm tussen nieuwe bomen langs Enschedesestraat met groen doorlatende verharding als ondergrond. • Bestaande inritten Oude Enschedeseweg opnieuw bestraten met grasbeton (landelijke uitstraling) voor inritten woningen.
Afbeelding 6. Toepassen groendoorlatend en waterdoorlatende (natuurlijke) verharding op het erf.
Beeldwaliteitsplan
9
Afbeelding 7. Toepassen groendoorlatend en waterdoorlatende (natuurlijke) verharding op het erf.
Afbeelding 8. Referenties uitstraling erf - (bij)gebouwen, ingetogen materiaal-, kleurgebruik en detaillering.
10
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen
Materiaal- kleurgebruik en detaillering
• Ingetogen materialisering. • Noklijn in één doorlopende materialisering uitvoeren. • Toepassing van natuurlijke materialen: geen ongecoate uitlogende materialen toepassen. • Dakbedekking hellende vlakken woningen dorpslint bestaat uit keramische pannen (niet geglazuurd) in aardetinten (oranje/bruin) of antraciete kleur. • Dakbedekking hellende vlakken woningen dorpsrand en knooperf bestaat uit keramische pannen (niet geglazuurd) in aardetinten (oranje/bruin) of antraciete kleur of zijn riet gedekt. • Platte daken zijn bekleed met beplanting: groen dak. • Rustige gedekte kleuren op grote vlakken, geen sterk met de omgeving contrasterende kleuren. • Gevel in donker metselwerk en/of hout. • Baksteen in aardetinten: bruin-, antraciet- en roodtinten. • Voorkeur gaat uit naar het maken van verdiepte voegen. • Geen grote oppervlakken plaatmateriaal of glanzende materialen toepassen. • Samenhangende materialisering voor erfverharding van gebakken materiaal of halfverharding. • Nieuwe bijgebouwen sluiten qua karakter, detaillering en materialisering aan bij de hoofdwoning. • Sobere detaillering en stijlkenmerken.
Donkerte
• Donkerte is een kwaliteit en dient behouden en versterkt te worden. • Buitenverlichting is bescheiden en wordt minimaal gehouden. • Verlichting van het erf vanaf de gevels van de gebouwen (naar beneden gericht) of laag bij de grond.
Afbeelding 9. Goede voorbeelden buitenverlichting: naar beneden gericht, indirect of laag bij de grond.
Beeldwaliteitsplan
11
12
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen
Laddertoets Herontwikkeling ‘Dorpsrand’ Haaksbergen Stec Groep aan Koopman – Tijhuis Projecten VOF
Lukas Meuleman & Beer Janssens 10 mei 2021
2
Laddertoets Herontwikkeling ‘Dorpsrand’ Haaksbergen 21.081
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 1.2 1.3
2
2.3 2.4
3
Uw situatie ................................................................................................ 3 Onze aanpak ............................................................................................. 3 Leeswijzer ................................................................................................. 3
Uitgangspunten 2.1 2.2
3.3 3.4 3.5 3.6
4
‘Dorpsrand’ Haaksbergen ........................................................................ 4 Plan kwalificeert zich als ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling en is Ladderplichtig........................................................................................... 5 Plangebied ‘Dorpsrand’ ligt deels buiten BSG ...................................... 5 Verzorgingsgebied is de gemeente Haaksbergen ................................. 6
Woningbehoefte 3.1 3.2
3
8
Regionale afstemming woningbouw ..................................................... 8 Vraag naar 260 woningen in periode 2021-2031 in verzorgingsgebied gemeente Haaksbergen .......................................... 8 Harde plancapaciteit biedt ruimte aan circa 140 woningen ................. 9 Behoefte in Haaksbergen aan circa 120 woningen in periode 2021-2031 ................................................................................................ 10 Locaties binnen bestaand stedelijk gebied geen geschikt alternatief voor woningbouwproject ‘Dorpsrand’ ............................... 10 Conclusie: woningbouwplan ‘Dorpsrand’ voorziet in een behoefte en leidt niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten ......... 11
Laddertoets Herontwikkeling ‘Dorpsrand’ Haaksbergen 21.081
3
1 Inleiding 1.1 Uw situatie Initiatiefnemers zijn voornemens aan de oostkant van Haaksbergen de locatie genaamd ‘Herontwikkeling Dorpsrand Haaksbergen’ (hierna: ‘Dorpsrand’) te herontwikkelen naar woningbouw. Op de planlocatie aan de Enschedesestraat 76 is momenteel een tankstation met verschillende bedrijfshallen gevestigd. Deze bedrijfshallen zijn in de afgelopen jaren verouderd en hebben (mede door de slechte staat van de bebouwing) geen toekomstperspectief op deze locatie meer. Al geruime tijd worden er daarom plannen gemaakt om deze gronden en het tegenovergelegen weiland, in z’n geheel te (her)ontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Sinds eind december 2020 is Koopman – Tijhuis Projecten VOF eigenaar van de locatie ‘Dorpsrand’ en wil de plannen die er voor deze herontwikkeling al lagen, nu verder concretiseren. Er is daarbij meerdere malen overleg geweest met omwonenden. Dit heeft geleid tot het voorliggende bestemmingsplan dat 20 grondgebonden woningen mogelijk maakt.
1.2 Onze aanpak Verplicht onderdeel van het bestemmingsplan is een toets aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna: ‘Ladder’). We toetsen in deze rapportage de behoefte en eventuele ruimtelijke effecten van het plan conform de Laddersystematiek, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro zoals die sinds 1 juli 2017 van kracht is. Daarvoor gaan we in op: 1. 2. 3.
Uitgangspunten: is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling van het voorgenomen plan? Beschrijving van de behoefte: voorziet de bouw van de woningen in het plan in een behoefte en welke kwalitatieve aspecten spelen hierbij een rol? Afweging locatiekeuze: ligt de locatie binnen of buiten bestaand stedelijk gebied (BSG)? En hoe verhoudt de ontwikkeling van het plan zich tot het principe inbreiding voor uitbreiding achter de Ladder?
De resultaten van de Laddertoets zijn uitgewerkt in het voorliggende rapport.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 gaan we in op de uitgangspunten van het plan. Hiervoor maken we een projectprofiel, analyseren we relevante beleidskaders en checken we of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling, of sprake is van bestaand stedelijk gebied en wat het ruimtelijk verzorgingsgebied is voor de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 bepalen we de kwantitatieve (en eventueel kwalitatieve) behoefte.
Laddertoets Herontwikkeling ‘Dorpsrand’ Haaksbergen 21.081
2 Uitgangspunten 2.1 ‘Dorpsrand’ Haaksbergen We bekijken de omgeving, ligging en andere kenmerken van het plan. In onderstaande tabel geven we de inhoudelijke kenmerken van het plan weer. Het plan zoals in de tabel omschreven toetsen we aan de Ladder. In de paragrafen daarna lichten we onderdelen hiervan toe. Tabel 1: Projectprofiel ‘Dorpsrand’ Haaksbergen Kenmerk Ligging & ontsluiting Huidige bestemming
Beoogde bestemming
Regionale afstemming woningbouw? Nieuwe stedelijke ontwikkeling (NSO)? Bestaand stedelijk gebied (BSG)? Ruimtelijke verzorgingsgebied Locatieprofiel
Toelichting • Het plan ligt in de gemeente Haaksbergen, aan de oostzijde van de kern Haaksbergen • Het plan is ontsloten via de Enschedesestraat en de Oude Enschedeseweg. • Het zuidelijke deel van de planlocatie ligt binnen het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen’ (vastgesteld in 2013, sinds 2015 gedeeltelijk onherroepelijk). • Het zuidelijke deel van de planlocatie heeft de enkelbestemming: Agrarische met waarden – Landschap. Daarnaast geldt de dubbelbestemming: ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’. • Het noordelijke deel van de planlocatie ligt binnen het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1’ (vastgesteld in 2017, sinds 2019 onherroepelijk). • Het noordelijke deel van de planlocatie heeft de bestemmingen: Bedrijf, Wonen, Bos en Verkeer – 4. Daarnaast geldt de dubbelbestemming: ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’. • De beoogde bestemming voor het plangebied betreft wonen. • Het plan bevat 20 woningen. • Het plan voorziet in de basis in woningen in het hogere segment voor particuliere bouw. De woningen worden op royale kavels gesitueerd. • De gemeente Haaksbergen maakt deel uit van de woningmarktregio Oost-Nederland. • De provincie Overijssel heeft samen met gemeenten in Twente (waaronder Haaksbergen) de Regionale Woonagenda Twente vastgesteld (25 maart 2021).
• Ja, het plan betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
• Het plan ligt gedeeltelijk buiten bestaand stedelijk gebied (BSG). • Het verzorgingsgebied is de gemeente Haaksbergen.
4
Laddertoets Herontwikkeling ‘Dorpsrand’ Haaksbergen 21.081
5
2.2 Plan kwalificeert zich als ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling en is Ladderplichtig De Ladder is een motiveringsvereiste voor ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. In de toelichting van het bestemmingsplan dient dan een motivering voor de Ladder te zijn opgenomen. Sinds 1 juli 2017 is de Laddersystematiek in het Besluit ruimtelijk ordening (Bro) gewijzigd. De Ladder is verankerd in artikel 3.1.6. lid 2 Bro en luidt als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” De Ladder is alleen van toepassing op een plan dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Is dit het geval, dan is een beschrijving van de behoefte nodig. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is bovendien een uitgebreidere motivering vereist, waarin wordt ingegaan op de vraag waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (NSO)? Dan is het plan dus Ladderplichtig.
Een stedelijke ontwikkeling wordt in artikel 1.1.1 onder i van het Bro gedefinieerd als: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijk voorzieningen’ In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd, jurisprudentie geeft meer duidelijkheid. Bij wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen 1 in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit betekent dat de beoogde 20 woningen in het voorgenomen plan zich kwalificeren als stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6. Bro. Van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is in beginsel sprake als het nieuwe bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk maakt en/of er een functiewijzigingen van zodanige aard plaats vindt dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De vigerende bestemming is agrarisch volgens het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen. Door hier een stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken (woningbouw), is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen dit deel van het plangebied. Voor de gronden in het plangebied waar het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen partiële herziening veegplan 1 vigeert, is sprake van een bestaande stedelijke functie: namelijk bedrijfsruimte.
In dit deel van het plangebied is naar ons oordeel dan ook geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
2.3 Plangebied ‘Dorpsrand’ ligt deels buiten BSG Voor ontwikkelingen buiten BSG is extra motivering vereist. Daarom checken we hier of het voorgenomen plan een ontwikkeling binnen BSG betreft. Artikel 1.1.1 Bro geeft als definitie: ‘Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.’ Naast de hiervoor genoemde definitie van bestaand stedelijk gebied, blijkt uit jurisprudentie dat ook de geldende bestemming van een plangebied relevant kan zijn. Geldt er bijvoorbeeld een agrarische
1
ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953 Zie ook de nieuwe Ladderhandreiking van het Rijk: www.infomil.nl
Laddertoets Herontwikkeling ‘Dorpsrand’ Haaksbergen 21.081
6
bestemming die de ontwikkeling ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca niet mogelijk maakt, dan is veelal geen sprake van BSG 2. Onderstaand figuur toont de projectlocatie (bestemmingsplan en luchtfoto) rood omlijnd. Op basis hiervan concluderen wij, dat zowel de ligging (deels) buiten het bestaand stedelijk weefsel van de kern Haaksbergen, als het nog vigerende bestemmingsplan dat geen stedelijke functie mogelijk maakt, tot de conclusie leidt dat er (voor een deel van het plan) sprake is van een ontwikkeling buiten BSG. Daarom is er voor dit plan, conform de Ladder, extra motivering nodig waaruit blijkt dat de behoefte waarin het plan voorziet al dan niet binnen BSG kan worden voorzien (zie paragraaf 3.5). Figuur 1: Ligging en bestemming ‘Dorpsrand’
Bron: Ruimtelijkeplannen.nl (2021), bewerking Stec Groep (2021).
2.4 Verzorgingsgebied is de gemeente Haaksbergen Bij de beschrijving van de behoefte aan de woningbouw in het plan, is het noodzakelijk om nader in te zoomen op de afbakening van het ruimtelijk verzorgingsgebied (c.q. de marktregio). Het gaat bij de Ladder onder meer om zorgvuldig ruimtegebruik waaronder het voorkomen van planoverschotten op de (regionale) woningmarkt. De woonconsument is niet gebonden aan gemeentegrenzen maar de praktijk wijst uit dat het gros van de verhuizingen binnen de gemeente plaatsvindt. De omvang van het ruimtelijk verzorgingsgebied verschilt per ontwikkeling en valt niet per definitie samen met de bestuurlijke regio. Voor de woningbouw van de ‘Dorpsrand’ vormt gemeente Haaksbergen het ruimtelijk verzorgingsgebied (de marktregio). We lichten dit hierna gemotiveerd toe. Circa 58% van de inkomende verhuizingen afkomstig uit de gemeente Haaksbergen zelf CBS-migratiegegevens van alle verhuisde personen van 2011 tot en met 2019 tonen aan dat circa 58% van de verhuisbewegingen binnengemeentelijk plaatsvindt 3. Zie onderstaande tabel. Daarnaast kent de gemeente Haaksbergen een verhuisrelatie met omliggende gemeenten. Zo is circa 15% van de inkomende 2 3
zie bijvoorbeeld: ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1340. Zie ook de nieuwe Ladderhandreiking van het Rijk: www.infomil.nl Dit zijn de meest actuele cijfers die beschikbaar zijn over migratie.
7
Laddertoets Herontwikkeling ‘Dorpsrand’ Haaksbergen 21.081
verhuizingen afkomstig uit gemeente Enschede. Uit de gemeenten Hengelo en Berkelland zijn circa 4% van de inkomende personen afkomstig. Circa 2% van de inkomende verhuizingen zijn afkomstig van de gemeente Hof van Twente. Tabel 2: Inkomende verhuizingen gemeente Haaksbergen 2011 t/m 2019 Categorie/gemeente Totaal verhuisde personen binnen gemeente Haaksbergen Totaal verhuisde personen van buiten gemeente Haaksbergen Enschede Berkelland Hengelo Hof van Twente Almelo Losser Deventer Verhuisde personen uit overige gemeenten Totaal aantal inkomende verhuizingen
Aantal verhuisde personen 8.865 6.295 2.225 645 600 280 185 110 105 2.145 15.160
Aandeel totale instroom 58% 42% 15% 4% 4% 2% 1% 1% 1% 14% 100%
Bron: CBS Statline (2020); bewerking Stec Groep (2021). Percentages zijn afgerond.
Figuur 2: Inkomende verhuizingen gemeente Haaksbergen 2011 t/m 2019
Bron: CBS Statline (2020); bewerking Stec Groep (2021).
Huishoudensprognoses en woonafspraken houden al rekening met reguliere migratiestromen In huishoudensprognoses zijn migratiecijfers verwerkt en daarmee is ook het stukje reguliere (boven)regionale migratie als onderdeel van de regionale behoefte meegenomen. Ofwel: in de verwachte huishoudensontwikkeling voor Haaksbergen is de reguliere regionale behoefte verwerkt. Gemeente Haaksbergen vormt het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde ontwikkeling.
Laddertoets Herontwikkeling ‘Dorpsrand’ Haaksbergen 21.081
8
3 Woningbehoefte In dit hoofdstuk beschrijven we de kwantitatieve behoefte in het verzorgingsgebied aan het voorgenomen plan. We beschrijven eerst de regionale woningbouwafspraken in de nieuwe Regionale Woonagenda Twente (2021-2025). Vervolgens beschrijven we de woningvraag in de komende tien jaar in het verzorgingsgebied (gemeente Haaksbergen). Daarna gaan we in op de (harde) plancapaciteit, om vervolgens vast te kunnen stellen of het plan voorziet in een behoefte. Daaruit blijkt dat het plan binnen het daarvoor voorgestelde verzorgingsgebied, kan voorzien in een kwantitatieve behoefte aan de beoogde 20 woningen de komende tien jaar. Hierna lichten we dit toe.
3.1 Regionale afstemming woningbouw De gemeente Haaksbergen maakt samen met andere Twentse gemeenten periodieke afspraken over de woningbouwprogrammering. In de nieuwe Regionale Woonagenda Twente (2021-2025) zijn de regionale afspraken voor de periode 2021 – 2025 vastgelegd. Hierin is onder andere opgenomen dat de regiogemeenten inzetten op het vergroten van het aanbod om de provinciale woningnood op te lossen en te sturen op kwaliteit. Tot 2030 ambieert de regio Twente om circa 20.000 tot 22.000 extra woningen toe te voegen. Er dienen nog nadere afspraken gemaakt te worden over hoe deze 20.000 tot 22.000 nieuwe woningen over de Twentse regiogemeenten worden verspreid. Een deel van deze extra vraag zal dus naar verwachting ook in Haaksbergen kunnen landen.
3.2 Vraag naar 260 woningen in periode 2021-2031 in verzorgingsgebied gemeente Haaksbergen We brengen de additionele woningvraag voor de komende tien jaar in beeld binnen het eerder afgebakende verzorgingsgebied (gemeente Haaksbergen). Hiervoor baseren we ons – conform de gangbare Laddersystematiek - op de meest actuele huishoudensprognose. Uitgangspunt is hierbij dat ieder extra huishouden zich 1-op-1 vertaalt in de vraag naar één extra woning. Om een volledig beeld van de huishoudensontwikkeling (en woningvraag) in het verzorgingsgebied te krijgen, brengen we de Primos prognoses van 2018, 2019 en 2020 in beeld 4. Onderstaande figuur toont deze prognoses tegen elkaar afgezet. Te zien is dat Primos 2020 relatief hoger ligt dan Primos 2018 en 2019. Primos 2020 ligt in lijn met de historische huishoudensontwikkeling (CBS) van de afgelopen tien jaar. Alle drie de prognoses laten op termijn een afname van het aantal huishoudens zien. We gaan bij de bepaling van de behoefte uit van Primos 2020 omdat deze prognose het meest actueel is. Bovendien blijkt uit de (historische) huishoudensontwikkeling dat de prognoses uit 2018 en 2019 mogelijk een onderschatting geven van de verwachte groei van het aantal huishoudens op korte tot middellange termijn.
De Primos-prognose is jaarlijkse een huishoudensprognose van ABF-research. De prognose baseert zich met name op (de verwachte) demografische ontwikkeling en migratie (binnenlands en buitenlands). De Primos-prognose wordt doorgaans gebruikt bij het bepalen van de behoefte aan woningbouw en is doorgaans de basis waarop regionale woningbouwafspraken worden gemaakt.
4
9
Laddertoets Herontwikkeling ‘Dorpsrand’ Haaksbergen 21.081
Figuur 3: Huishoudensontwikkeling en prognoses tot en met 2041 in de gemeente Haaksbergen 10800 10600 10400 10200 10000 9800 9600
Historische onwikkeling (CBS)
Primos 2020
Primos 2019
2041
2040
2039
2038
2037
2036
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
2021
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
9400
Primos 2018
Bron: CBS (2020), Primos 2018, 2019 & 2020, bewerking Stec Groep (2021).
Onderstaand tabel toont de ontwikkeling van de woningvraag de komende tien jaar, volgens Primos 2018, 2019 en 2020. Te zien is dat op basis van Primos 2020 een huishoudenstoename, en dus woningvraag van circa 260 woningen te verwachten is voor de periode 2021 tot 2031. Tussen 2031 en 2041 voorspelt Primos nog een afname van circa 310 huishoudens. Tabel 3: Huishoudensontwikkeling (woningvraag) in de gemeente Haaksbergen 2021 – 20241 Huishoudensprognose
Stand huishoduens 2021
Stand huishoudens 2031
Stand huishoudens 2041
Ontwikkeling 2021-2031
Ontwikkeling 2031-2041
Primos 2018 Primos 2019
10.150 10.190
10.310 10.180
10.110 9.874
+160 -10
-200 -305
Primos 2020
10.295
10.555
10.245
+260
-310
Bron: Primos 2018, 2019 & 2020, bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
OOK UIT INSCHRIJVINGEN IN GEMEENTE HAAKSBERGEN BLIJKT GROTE INTERESSE IN NIEUWBOUW Op basis van (modelmatige) prognoses blijkt een forse vraag naar woningbouw. Naast prognoses blijkt deze vraag ook direct uit de praktijk. Op basis van inschrijvingen via de gemeentelijke website van gemeente Haaksbergen, zijn momenteel 371 huishoudens op zoek naar een bouwkavel of nieuwbouwwoning (peildatum 06-05-2021). Het betreft hier betaalde reserveringen (éénmalig €100 en daarna €25 per jaar). Sinds de aankondiging en start van enkele nieuwbouwprojecten in Haaksbergen (waaronder ‘Dorpsrand’) sinds 2019, is het aantal gegadigden met 145 inschrijvingen toegenomen, waarvan 65 in het afgelopen half jaar. Dit betekent dat het aantal inschrijvingen sinds 2019 met meer dan 50% is toegenomen. De praktijk die in Haaksbergen wordt ervaren, bevestigt daarmee de verwachte vraag die uit de prognoses blijkt.
3.3 Harde plancapaciteit biedt ruimte aan circa 140 woningen De totale (netto) plancapaciteit in het verzorgingsgebied (gemeente Haaksbergen) bestaat uit ongeveer 140 woningen in harde plannen, zie ook onderstaande tabel (peildatum maart 2021). Daarnaast zijn er zachte plannen voor circa 420 woningen. Daarnaast zijn er circa 100 woningen die gesloopt worden.
10
Laddertoets Herontwikkeling ‘Dorpsrand’ Haaksbergen 21.081
Tabel 4: Aantal woningen in harde en zachte plancapaciteit Plancapaciteit Harde plannen Zachte plannen Te slopen woningen Totale netto plancapaciteit
Totaal aantal woningen in plancapaciteit 140 woningen 420 woningen 100 woningen 460 woningen
Bron: Planlijst gemeente Haaksbergen (maart 2021), bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
3.4 Behoefte in Haaksbergen aan circa 120 woningen in periode 2021-2031 Om te bepalen of de beoogde woningen in het plan kunnen voorzien in een behoefte confronteren we de additionele woningvraag met de (netto) harde plancapaciteit. De behoefte brengen we in beeld voor de tienjaarsperiode 2021-2031. Onderstaand figuur toont de eerder vastgestelde woningvraag en de totale harde plancapaciteit in het ruimtelijk verzorgingsgebied. Vervolgens wordt duidelijk wat de totale kwantitatieve additionele behoefte is in het ruimtelijk verzorgingsgebied. Door vraag en aanbod te confronteren is te zien dat er in het ruimtelijk verzorgingsgebied een totale kwantitatieve behoefte bestaat aan circa 120 woningen de komende tien jaar. De geplande 20 woningen in het voorgenomen plan ‘Dorpsrand’ voorzien zo bezien in een woningbehoefte in de periode 2021-2031 binnen het verzorgingsgebied. Wanneer de woningen in het plan in mindering worden gebracht op de totale behoefte in het ruimtelijk verzorgingsgebied, resteert er nog een woningbehoefte van 100 woningen tot 2031. Figuur 4: Vraag, harde plancapaciteit en behoefte in het verzorgingsgebied voor de periode 2021-2031 300 250
260
Kwantitatieve woningvraag komende 10 jaar
200
Netto harde plancapaciteit voor woningbouw
150 140 100 50
120 Kwantitatieve woningbehoefte komende 10 jaar
0
Bron: Primos 2020, planlijst gemeente Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
3.5 Locaties binnen bestaand stedelijk gebied geen geschikt alternatief voor woningbouwproject ‘Dorpsrand’ Binnen het verzorgingsgebied van het plan ‘Dorpsrand’ zijn locaties die gelegen zijn binnen bestaand stedelijk gebied ongeschikt voor de beoogde ontwikkeling van het project ‘Dorpsrand’. Binnen Haaksbergen liggen enkele locaties binnen bestaand stedelijk gebied (BSG) die momenteel nog onbebouwd zijn. Het plan ‘Dorpsrand’ zelf ligt deels binnen BSG en deels er buiten. Het plan kan daarbij enkel in zijn geheel (de herontwikkelingslocatie en naastgelegen uitleglocatie) worden ontwikkeld; er wordt geen ‘knip’ gelegd in de ontwikkeling. Met de herontwikkeling van de verouderde opstallen op de planlocatie wordt de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied en de omgeving vergroot. Andere locaties
Laddertoets Herontwikkeling ‘Dorpsrand’ Haaksbergen 21.081
11
binnen BSG in Haaksbergen grenzen niet aan de herontwikkelingslocatie van ‘Dorpsrand’ en zijn dus geen reëel (en geschikt) alternatief voor het plan ‘Dorpsrand’.
3.6 Conclusie: woningbouwplan ‘Dorpsrand’ voorziet in een behoefte en leidt niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten Het beoogde woningbouwplan ‘Dorpsrand’ voorziet binnen het verzorgingsgebied (gemeente Haaksbergen) in een woningbehoefte tussen nu en tien jaar. Deze behoefte blijkt uit huishoudensprognoses en wordt, gezien het huidig aantal ingeschrevenen voor nieuwbouw in de gemeente Haaksbergen, bevestigd door de interesse vanuit de praktijk. Het betreft hier een lokale behoefte: er wordt nog geen rekening gehouden met een mogelijke extra vraag vanuit de regio (Twente). Momenteel wordt er in regionaal verband samen met provincie Overijssel afgestemd of, hoe en waar de extra bovenregionale vraag kan worden gehuisvest. Een deel van deze extra vraag zal mogelijk in Haaksbergen landen. Het plan zal - gezien de latente behoefte aan woningen - naar verwachting niet leiden tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten (leegstand). Het plan ligt deels binnen bestaand stedelijk gebied en betreft deels een herontwikkeling van verouderd (bedrijfs)vastgoed. Het plan wordt als geheel ontwikkeld (herontwikkelingslocatie en uitleglocatie). Er zijn binnen Haaksbergen geen geschikte en beschikbare alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied. Het plan zal daarmee de ruimtelijke structuur van Haaksbergen versterken.
Toetsing Wet natuurbescherming Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen
Opdrachtgever: H.W. Diepemaat B.V. Enschedestraat 76 7481 CT Haaksbergen
Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl
Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:
8124 6-5-2020 T. Fokkema R. Kroeskop V. de Lenne Concept 1
© 2020 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.
Inhoudsopgave 1 1.1 2
Inleiding ....................................................................................................................................................... 5 Aanleiding ...............................................................................................................................................5 Huidige situatie en ontwikkeling ................................................................................................................. 6
2.1
Huidige situatie .......................................................................................................................................6
2.2
Voorgenomen ontwikkeling ...................................................................................................................6
3
Natuurwetgeving en -beleid........................................................................................................................ 9
3.1
Inleiding ..................................................................................................................................................9
3.2
Bescherming van soorten .......................................................................................................................9
3.3
Bescherming van gebieden .....................................................................................................................9
3.4
Bescherming van houtopstanden .........................................................................................................10
3.5
Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................................................11
4
Methode.................................................................................................................................................... 12
4.1
Inleiding ................................................................................................................................................12
4.2
Bureauonderzoek .................................................................................................................................12
4.3
Terreinbezoek .......................................................................................................................................12
5
Beschermde soorten ................................................................................................................................. 14
5.1
Planten..................................................................................................................................................14
5.2
Zoogdieren ............................................................................................................................................14
5.2.1
Vleermuizen .................................................................................................................................14
5.2.2
Overige zoogdieren ......................................................................................................................17
5.3
Vogels ...................................................................................................................................................19
5.4
Reptielen...............................................................................................................................................21
5.5
Amfibieën .............................................................................................................................................21
5.6
Vissen ....................................................................................................................................................22
5.7
Ongewervelden ....................................................................................................................................22
6 6.1
Conclusie ................................................................................................................................................... 24 Beschermde soorten.............................................................................................................................24
6.1.1
Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt ....................................................................24
6.1.2
Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt ..................................................................24
6.1.3
Algemene zorgplicht ....................................................................................................................24
6.2
Bescherming gebieden .........................................................................................................................25
6.3
Bescherming houtopstanden ...............................................................................................................25
6.4
Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................................................25
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen | Eelerwoude | 3
6.5
Uitvoerbaarheid van de plannen ..........................................................................................................25
6.6
Geldigheid rapportage ..........................................................................................................................25
Bijlage 1 Inrichtingsschets Haaksbergen ............................................................................................................... 28 Bijlage 2 Wettelijk kader natuurwetgeving ........................................................................................................... 29 Bijlage 3 vleermuizen in gebouwen ...................................................................................................................... 35
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen | Eelerwoude | 4
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens om op de locatie Enschedesestraat 76, ten noorden van de Oude Enschedeseweg, bedrijfshallen te slopen en een tankstation te saneren. Op deze locatie zal men 20 nieuwe woningen te ontwikkelen. In verband met deze voorgenomen ontwikkeling is een toetsing van de plannen aan de natuurwetgeving en het natuurbeleid noodzakelijk. Met deze toetsing moet duidelijk worden hoe de ontwikkeling gerealiseerd kan worden binnen de kaders van de natuurbescherming. Eerste stap in deze toetsing is het uitvoeren van een verkennend onderzoek. Op basis van een bureauonderzoek en een veldbezoek wordt aan de hand van aanwezige terreintypen en toevallige waarnemingen van soorten zo goed mogelijk ingeschat welke beschermde gebieden en plant- en diersoorten aanwezig (kunnen) zijn. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen. Voorliggende rapportage gaat hier verder op in.
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen | Eelerwoude | 5
2 Huidige situatie en ontwikkeling 2.1 Huidige situatie Het plangebied ligt aan de dorpsrand in Haaksbergen en grenst aan de noordkant aan de Enschedesestraat en aan de zuidkant aan de Leemdijk en Oude Enschedeseweg. Binnen het plangebied (zie afbeelding 1 voor de ligging van het plangebied) zijn bedrijfshallen aanwezig met een tankstation. De verharding en bebouwing verkeren in slechte staat en doen afbreuk aan de uitnodigende uitstraling van Haaksbergen. De bedrijfshallen dateren uit 1935 en het tankstation dateert uit 1985 (BAG viewer, 2020). De bedrijfshallen hebben momenteel een functie als opslag van diverse spullen en er is aan de westkant een winkel aanwezig. Het tankstation is momenteel in gebruik. Het plangebied is opgedeeld in 2 gebieden, het noordelijke deel bestaat uit de bedrijfshallen met tankstation en het zuidelijke deel bestaat uit een agrarisch perceel met grasland. De voorzijde van dit agrarische perceel bestaat uit een braakliggend veldje. De omgeving in Haaksbergen kenmerkt zich in het kleinschalig cultuurlandschap met diverse landschapselementen. In de omgeving van het plangebied zijn diverse lijnvormige elementen met bomenrijen, lanen en houtwallen aanwezig. Aan de overzijde van de Enschedesestraat, ten noordwesten van het plangebied is een vijver aanwezig. Binnen het plangebied zelf ontbreken echter waterelementen zoals poelen en sloten.
Het plangebied aan de zuidkant wordt voor een gedeelte omzoomd met bomenrijen. Het betreft een bomenrij met soorten als zomereik, beuk, wilg en meidoorn. Aan de oostkant van de bedrijfshallen is een grote parkeerplaats aanwezig met auto’s en vrachtwagens. Deze parkeerplaats wordt aan de noordoostkant (achterzijde) begrenst met een struweelsingel van schietwilg, meidoorn, boswilg en berk. Verlichting is aanwezig rond de bedrijfshallen en tankstation en de Enschedesestraat. In afbeelding 2 worden enkele foto’s van het plangebied getoond. Deze foto’s zijn gemaakt tijdens het veldbezoek op 24 april 2020.
2.2 Voorgenomen ontwikkeling De initiatiefnemer wil de locatie op een duurzame manier (natuurinclusief en hoogwaardig) herontwikkelen en hierin samen optrekken met gemeente, provincie en ketenpartners. De plannen van de initiatiefnemer bieden oplossingsmogelijkheden voor diverse knelpunten op verschillende schaalniveaus en onderwerpen. De initiatiefnemer wil op de percelen nieuwe woningen realiseren. Het zal in totaal gaan om 40 klimaatbestendige, duurzame woningen (Eelerwoude, 2020). Met de ontwikkeling van de 20 nieuwe woningen wordt rekening gehouden met landschap (zie ook “Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen” (Eelerwoude, 2020)). De ontwikkeling moet aansluiten op een duurzame manier van de ruimtelijke kwaliteit binnen het kleinschalig cultuurlandschap. Het driehoekige deel van het plangebied aan de noordzijde wordt in de huidige situatie al begrensd met een forse groene singel die wordt behouden en versterkt. Hierdoor krijgt de ontwikkeling een groene afronding en wordt deze in zijn geheel ingepast. Tussen de kavels komen drie nieuwe struweelsingels met een breedte van 5 meter. De bestaande singels met bomen langs de Leemdijk en haaks op de Leemdijk liggen hier al honderden jaren en deze worden versterkt (10 meter breed) zodat ze ook in de toekomst het landschap karakter en vorm blijven geven.
Op de locatie van de verdwenen esrand met beplanting zal een nieuwe structuur in de vorm van een bomenrij ook ervoor zorgen dat de ontwikkeling een groene rand krijgt en de kleinschaligheid wordt versterkt. (Eelerwoude, 2020). Een voorlopig inrichtingsplan van de voorgenomen ontwikkelingen zijn weergegeven in bijlage 1.
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen | Eelerwoude | 6
Afbeelding 1. Ligging plangebied. Boven met topografische kaart (van Aalst, 2020), onder met luchtfoto 2018 (ESRI, 2020).
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen | Eelerwoude | 7
Afbeelding 2. Impressie plangebied, situatie op 24 april 2020.
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen | Eelerwoude | 8
3 Natuurwetgeving en -beleid 3.1 Inleiding De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de relevante wetgeving en het natuurbeleid voor het plangebied.
3.2 Bescherming van soorten Het uitgangspunt bij het onderdeel soortenbescherming is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze leidt tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer er sprake is van een overtreding dient er onderzocht te worden of er een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn. Bijlage 2 gaat verder in op het wettelijk kader bij toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming. Gevolgen plangebied De wet Natuurbescherming in een nationale wet. Indien negatieve effecten worden verwacht door activiteiten of ontwikkelingen is een toetsing aan de wet Natuurbescherming noodzakelijk. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de aanwezigheid van beschermde soorten en welke effecten de voorgenomen ontwikkeling heeft op deze soorten.
3.3 Bescherming van gebieden Met het onderdeel gebiedenbescherming worden binnen de Wet natuurbescherming de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht. Activiteiten mogen geen negatieve effecten hebben op de waarden waarvoor het gebied is aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden.
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen | Eelerwoude | 9
Gevolgen plangebied Niet stikstof-gerelateerde effecten: In de directe omgeving van het plangebied ligt een Natura 2000-gebied. Op ongeveer enkele tientallen meters afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Buurserzand en Haaksbergerveen. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstof-gerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Een AERIUS-berekening is altijd noodzakelijk om de uitstoot en depositie van stikstof, en de gevolgen daarvan op Natura 2000-gebieden te bepalen. Deze noodzakelijke AERIUS-berekening wordt in een later stadium apart uitgevoerd en vormt momenteel geen onderdeel van deze toetsing.
3.4 Bescherming van houtopstanden Het omhakken of rooien van bossen is gelet op de Wet natuurbescherming niet zomaar toegestaan. Dit geldt ook bij het rooien of het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Hieronder valt ook beschadiging door vee. Onder bos wordt verstaan: • alleen bossen die buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ liggen; • alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are (1.000 m2); • bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. De gemeente stelt de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ bij besluit vast. Deze grenzen kunnen afwijken van de ‘bebouwde kom Verkeerswet’. Het besluit wordt door de provincie goedgekeurd. De grenzen zijn bij de gemeente na te vragen. De bescherming van houtopstanden kent twee belangrijke instrumenten: meldingsplicht en herplantplicht. Een kapmelding is verplicht bij de kap van bomen buiten de bebouwde kom indien kap plaatsvindt in een houtopstand. Veelal geldt een 1 op 1 herplantplicht. Provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel is er geen herplantplicht.
De voorgenomen kap van een houtopstand hoeft niet gemeld te worden als het gaat om: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom: • houtopstanden op erven of in tuinen; • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; • kweekgoed; • uit populieren of wilgen bestaande: o wegbeplantingen; o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. • het dunnen van een houtopstand; • uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst;
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen | Eelerwoude | 10
o
• • •
bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en o zijn aangelegd na 1 januari 2013. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel; het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen; het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in een goedgekeurde gedragscode.
De provincie kan een kapverbod opleggen. Mag er wel worden gekapt, dan moeten er meestal ook nieuwe bomen worden aangeplant. De provincie kan een ontheffing of vrijstelling verlenen. Dit hangt ervan af of er hiervoor een provinciale verordening is opgesteld. Mogelijk is ook een omgevingsvergunning nodig. Het aanvragen van deze vergunning en het indienen van een kapmelding moet apart van elkaar uitgevoerd worden. Gevolgen plangebied Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.
3.5 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Provincies hebben hiervoor soms een andere benaming. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Wanneer bij een ontwikkeling mogelijke effecten op het NNN denkbaar zijn, is het noodzakelijk een NNNtoetsing uit te voeren. Gevolgen plangebied Het plangebied en de directe omgeving maken geen onderdeel uit van het NNN. Het plangebied ligt op ongeveer een halve kilometer van begrensd NNN-gebied. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. Daarnaast ken het NNN in Overijssel geen externe werking.
Een toetsing aan het NNNbeleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen | Eelerwoude | 11
4 Methode 4.1 Inleiding De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van bestaande inventarisatiegegevens en een verkennend veldbezoek.
4.2 Bureauonderzoek Voor het bureauonderzoek is indien beschikbaar gebruikgemaakt van landelijke, provinciale en regionale verspreidingsinformatie; • de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) is daarnaast geraadpleegd. De NDFF heeft meer dan honderd miljoen gevalideerde waarnemingen door heel Nederland. Deze database bevat beschermde, zeldzame tot zeer zeldzame en algemeen voorkomende plant- en diersoorten in Nederland. Voor dit plangebied is een breder gebied getrokken dan het huidige plangebied en zijn er gevalideerde waarnemingen uit het gebied opgeroepen tot 10 jaar terug. • de landelijke verspreidingsinformatie uit atlassen, die deels gedateerd is, is gebruikt om na te gaan of nabij het plangebied in het verleden beschermde soorten zijn aangetroffen. Exacte locaties of data van de waarnemingen waren daarbij veelal niet bekend. Deze gegevens hebben vaak betrekking op atlasblokken (5x5 kilometer) en kunnen daardoor betrekking hebben op waarnemingen buiten het plangebied. • de flora- en faunadatabase van Eelerwoude is eveneens geraadpleegd. Eelerwoude heeft meerder onderzoeken in de nabije omgeving van Haaksbergen uitgevoerd. De data van deze onderzoeken zijn opgeslagen in deze database.
4.3 Terreinbezoek Op basis van een eenmalig veldbezoek is de geschiktheid van het onderzoeksgebied voor de verwachte soorten en/of soortgroepen beoordeeld. Het veldbezoek is overdag door R. Kroeskop uitgevoerd, ecologisch adviseur bij Eelerwoude (zie kader). Het veldbezoek is uitgevoerd op vrijdag 24 april 2020 bij gunstige weersomstandigheden. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten genoteerd.
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen | Eelerwoude | 12
Kader – Ecologisch deskundige De veldmedewerkers van Eelerwoude beschikken over een uitgebreide ervaring met de betreffende soortgroepen en voldoen aan de criteria van ‘ecologisch deskundige’. Met een ecologisch deskundige wordt bedoeld een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige:
-
op HBO- dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of
-
op MBO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of
-
als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of
-
zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied; en/of
-
zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming.
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen | Eelerwoude | 13
5 Beschermde soorten Dit hoofdstuk beschrijft de tijdens het veldbezoek waargenomen soorten, al dan niet aangevuld met gegevens uit de literatuur en andere informatiebronnen. Vervolgens worden eventuele effecten beschreven als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.
5.1 Planten Voorkomen en functie Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Wel zijn er een aantal algemeen voorkomende plantsoorten aangetroffen zoals duizendblad, kleine brandnetel, akkerviooltje, heermoes, reigersbek, paardenbloem en kamperfoelie. Om beschermde plantsoorten uit te sluiten is een deskundigenbeoordeling van de potentiële aanwezigheid van beschermde planten in het plangebied uitgevoerd op basis van een biotoopanalyse. Gelet op de aanwezige terreintypen, het beheer en de functie van het plangebied is het niet waarschijnlijk dat binnen het plangebied beschermde plantensoorten voorkomen. Veel van de beschermde soorten komen nagenoeg uitsluitend voor in natuurgebieden. Effecten en ontheffing In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Deze worden op basis van ongeschikt biotoop worden uitgesloten, waardoor geen sprake is van negatieve effecten op beschermde planten. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde flora niet noodzakelijk.
5.2 Zoogdieren 5.2.1 Vleermuizen Voorkomen en functie In het plangebied is tijdens het dagbezoek beoordeeld of de locatie geschikt is voor vleermuizen. Hierbij is onderscheid gemaakt in: verblijfplaats, vliegroute en foerageergebied. In het plangebied kunnen de volgende vleermuissoorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, watervleermuis, franjestaart gewone grootoorvleermuis en mogelijk ook meervleermuis (diverse waterrijke gebieden in de directe omgeving van het plangebied). Verblijfplaats Vleermuizen maken gedurende het jaar gebruik van een netwerk van vaste rust- en verblijfplaatsen (zie kader Vleermuisverblijfplaatsen). Deze verblijfplaatsen kunnen de volgende functies hebben: • kraamverblijfplaats; • zomerverblijfplaats; • paar- en/of baltsverblijfplaats; • winterverblijfplaats.
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen | Eelerwoude | 14
Kader - Vleermuisverblijfplaatsen Onder de vleermuizen zijn gebouw bewonende en/of boom bewonende soorten aanwezig. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn hoofdzakelijk gebouw bewonend. Rosse vleermuis en watervleermuis zijn voornamelijk boom bewonende en gewone grootoorvleermuis, franjestaart en ruige dwergvleermuis bewonen zowel bomen als gebouwen. Voorbeelden van verblijfplaatsen in gebouwen zijn ruimtes in spouwmuren en achter boeiboorden en gevelbetimmering. Holten en spleten in bomen en ruimtes achter loszittend schors zijn voorbeelden van verblijfplaatsen in bomen. Vanuit de verschillende functies van de verblijfplaats worden weer andere eisen gesteld aan bijvoorbeeld het klimaat, de toegankelijkheid en de expositie van het verblijf ten opzichte van de zon. Als kraamverblijfplaats worden meestal gebouwen en/of bomen uitgekozen waarbinnen een constant klimaat heerst. Bij gebouwen zijn dit voornamelijk woningen met een spouwmuur of een geïsoleerd dak. Sommige vleermuizen hebben aan een opening van 1-2 cm voldoende om naar binnen te kruipen. Bij bomen gaat het meestal om dikke, oude bomen met een dikke restwand.
In het plangebied zijn gebouwen aanwezig. De dakconstructie en dakbeschot van de bedrijfshallen en tankstation is geschikt voor vleermuizen om achter of onder te verblijven. Het dak van de bedrijfshallen is in dusdanige staat, dat vleermuizen via de verschoven of gebroken dakpannen het dakbeschot kunnen bereiken. Daarnaast bevatten de bedrijfshallen en tankstation spouwmuren waar vleermuizen via de open stootvoegen de tussenruimten de spouw kunnen bereiken. Vleermuizen houden doorgaans van ruimten waar een constant gunstig microklimaat heerst zonder veel tocht of andere weersinvloeden. Ruimten tussen het dak en de spouw zijn voor vleermuizen ideaal om te verblijven. In bijlage 3 wordt een visuele tekening weergegeven waar mogelijk vleermuizen zich in een gebouw ophouden. Binnen het plangebied en aan de randzone zijn zomereiken aanwezig welke voor boombewonende vleermuizen geschikt kunnen zijn om in te verblijven. In deze bomen zijn diverse spleten en holten aangetroffen waar boombewonende vleermuizen in of achter kunnen kruipen. Vleermuizen hebben doorgaans maar een kleine opening nodig om deze ruimten in bomen te bereiken. Foerageergebied en vliegroutes Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Ook de omgeving is geschikt als foerageergebied, ondermeer door de aanwezigheid van singels en luwe plekken in het plangebied.
Vleermuizen jagen doorgaans in de luwte van boomkronen om insecten te vangen. Insecten vormen de belangrijkste voedselbron voor vleermuizen. Vleermuizen gebruiken daarnaast lijnvormige elementen om zich langs te verplaatsen, zoals houtsingels, welke als vliegroute kan dienen. De bomenrijen langs de Enschedeseweg, de Leemdijk en het struweel aan de achterzijde van de bedrijfshallen (ter hoogte van de parkeerplaats) kunnen als potentiele vliegroute voor vleermuizen dienen Effecten en ontheffing Alle vleermuissoorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming met beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Het opzettelijk verstoren, vangen en doden van individuen van beschermde soorten, alsmede het beschadigen of vernielen van vaste verblijfplaatsen, inclusief de functionele leefomgeving, is verboden vanuit de Wet natuurbescherming. De functionaliteit van de verblijfplaatsen van vleermuizen dienen te allen tijde gegarandeerd te blijven (zie ook kader - Foerageergebieden en vliegroutes).
Herontwikkeling dorpsrand Haaksbergen | Eelerwoude | 15
Foerageergebied en vliegroutes Met betrekking tot het foerageergebied en de vliegroutes van de vleermuizen zal de herinrichting geen effect hebben op de functionaliteit van het gebied als zodanig, als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan. Voorwaarden om het gebied tijdens en na de inrichting te laten functioneren als vliegroute of foerageergebied voor vleermuizen zijn het handhaven van bomen en bomenrijen, de werkzaamheden uitsluitend overdag uit te voeren (met name in de actieve periode van vleermuizen- april t/m november). Men dient met de ontwikkeling rekening te houden met verlichting (zie kader verlichting). Met de inrichtingsplannen zoals weergegeven in bijlage 1 wordt het foerageergebied en vliegroutes voor vleermuizen versterkt. Vooral met het aanplanten en gebruik van inheems plantgoed, wat een hoge aantrekkingskracht heeft op inheemse insecten, zal een positief effect hebben op de leefomstandigheden van vleermuizen. Het verbinden, behouden en versterken van de aanwezige en nieuwe groenstructuren zullen een positieve bijdrage leveren aan vleermuizen die deze als vliegroute zullen benutten. Verblijfplaatsen Met betrekking tot de verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen worden geen negatieve effecten verwacht. Alle houtige opstand (en ook de zomereiken) blijven met de ontwikkelingen behouden.
Dit geldt echter niet voor de mogelijke verblijfplaatsen in de bedrijfshallen en het tankstation. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen op voorhand niet worden uitgesloten. Mogelijk treedt een negatief effect op vleermuizen op als men de bedrijfshallen en het tankstation gaat slopen.Nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen op de beoogde locatie is noodzakelijk. Het nader onderzoek moet uitsluitsel geven of er negatieve effecten zijn te verwachten en/ of men een ontheffing Wet natuurbescherming moet aanvragen. Conclusie: nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen wordt noodzakelijk geacht. Kader - Foerageergebieden en vliegroutes Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd indien bij het verdwijnen ook een verblijfplaats ongeschikt wordt. Bijvoorbeeld door het onderbreken van een vliegroute wordt een foerageergebied onbereikbaar, waardoor de vleermuizen onvoldoende voedsel kunnen vinden. Bij het verdwijnen van foerageergebieden of vliegroutes wordt derhalve onderzocht of er voldoende bereikbare alternatieven zijn. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschapselementen zoals bomenrijen en singels om zich langs te verplaatsen. Een aaneengesloten kronendak heeft hierbij de voorkeur.