Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76
Tekst van het document
Resumé Gesteld wordt dat de investeringen in ruimtelijke kwaliteit in verhouding staan tot de gevraagde ontwikkelingsruimte. De voorgenomen ontwikkeling gaat gepaard met een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering.
Artikel 2.2.2
Realisatie nieuwe woningen
Lid 1: Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Lid 4: De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggend plan voorziet in het toevoegen van 20 nieuwe woning. In paragrafen 3.2 en 3.4.3 is/wordt het voornemen getoetst aan respectievelijk de Ladder voor duurzame verstedelijking en het actuele gemeentelijke woonbeleid. Uit deze toetsing volgt dat de voorgenomen ontwikkeling voorziet in zowel kwantitatieve als kwalitatieve woonbehoefte in de gemeente Haaksbergen. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. 3.3.5.2 Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie vormgegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld Het plangebied behoort tot de ontwikkelingsperspectieven 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' en 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. In afbeelding 3.3 is een uitsnede van de omgevingsperspectievenkaart van de Omgevingsvisie opgenomen. Hierin is goed te zien hoe de ontwikkelperspectieven in het plangebied zijn verdeeld.
Afbeelding 3.3: Weergave kaart ontwikkelingsperspectief ter hoogte van het plangebied (bron: Omgevingsvisie Overijssel)
Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken Beleid De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten).
Toepassing plangebied Het noordelijke deel van het plangebied is voorzien van het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. Ter plaatse van dit deel van het plangebied is een groot oppervlak bedrijfshallen en een tankstation aanwezig. De huidige staat van onderhoud van de bedrijfspanden, de hoeveelheid verharding, alsmede de onderliggende bedrijfsbestemming en de veranderende verkeersafwikkeling als gevolg van de nieuwe N18, BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld vragen om een integrale herontwikkeling van deze locatie. Het plan voorziet dan ook in een transformatie naar woongebied waarbij, in dit deel van het plangebied, 15 nieuwe woningen worden gerealiseerd (tevens worden de drie bestaande woningen behouden). De ontwikkeling speelt op een duurzame manier in op vernieuwing en versterking van de ruimtelijke kwaliteit binnen het onregelmatige kleinschalige landschap. De bedrijfsgebouwen en -verharding verdwijnen en de vijfsprong met omgeving wordt weer onderdeel van de groene gevarieerde rafelrand om Haaksbergen.
Wonen en werken in het kleinschaligemixlandschap Beleid Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie 'Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Daarnaast gelden de algemene ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap, sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel en continu en beleefbaar watersysteem. Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief "Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap" is ruimte voor agrarische bedrijvigheid zoals melkveehouderij en akkerbouw, maar ook voor wonen.
Toepassing plangebied Dit onderdeel van het plangebied betreft een agrarisch perceel. Woningbouw betreft een functie dat passend is binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. De ontwikkeling speelt op een duurzame manier in op vernieuwing en versterking van de ruimtelijke kwaliteit binnen het onregelmatige kleinschalige landschap. Een deel van dit deel van het plangebied wordt gebruikt voor de realisatie van een vijftal woningen, waarvan er drie op een knooperf liggen. De overige ruimte wordt gebruikt voor het versterken van het agrarische cultuurlandschap. De bestaande singels met bomen langs de Leemdijk en haaks op de Leemdijk liggen hier al honderden jaren en deze worden versterkt (10 meter breed) zodat ze ook in de toekomst het landschap karakter en vorm blijven geven. Op de locatie van de verdwenen esrand met beplanting zal een nieuwe structuur in de vorm van een bomenrij er ook voor zorgen dat de ontwikkeling een groene rand krijgt en de kleinschaligheid wordt versterkt. Gesteld wordt dat voorliggend plan in lijn is met de ambities behorend bij de ontwikkelingsperspectieven 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' en 'Woon-en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'.
3.3.5.3 Hoe - Gebiedskenmerken In het provinciale beleid zijn voor alle gebieden gebiedskenmerken aangegeven. Het beleid voor deze gebiedskenmerken is vastgelegd in artikel 2.1.5 van de provinciale verordening. Hierin is bepaald dat inzichtelijk moet worden gemaakt dat voldaan wordt aan dit beleid. Wanneer in het beleid normerende uitspraken worden gedaan, voorziet het bestemmingsplan (voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen) in een bestemmingsplanregeling conform deze normerende uitspraken. Wanneer in het beleid richtinggevende uitspraken worden gedaan, voorziet het bestemmingsplan (voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen) in een bestemmingsplanregeling conform deze richtinggevende uitspraken. De gebiedskenmerken zijn opgenomen in verschillende lagen; de natuurlijke laag, de agrarische cultuur laag, de stedelijke laag en de laag van de beleving. Op basis van deze kenmerken is er ingezoomd op het plangebied en is gekeken welke specifieke kwaliteitsvoorwaarden en opgaven (normerend en richtinggevend) voor ruimtelijke ontwikkelingen van toepassing zijn.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld Natuurlijke laag De natuurlijke laag is ontstaan doordat abiotische en biotische processen inwerken op de ondergrond van bodem en geologie. Van oudsher bestaat er een sterke samenhang tussen het natuur- en watersysteem. Vervolgens heeft de natuurlijke laag plek en betekenis gekregen in het menselijke occupatieproces. Lange tijd is de natuurlijke laag sturend geweest voor een groot deel van de ruimtelijke ontwikkelingen. Mensen vestigden zich op de droge plekken en wegen werden aangelegd bij goed doorwaadbare plekken in de beek. Pas de laatste eeuw is deze samenhang door technische mogelijkheden verminderd en zijn de kwaliteiten van de natuurlijke laag aangetast. Het beter afstemmen van de ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag, kan voorkomen en er voor zorgen dat natuurlijke kwaliteiten weer medebepalend worden. In afbeelding 3.4 is een uitsnede van de gebiedskenmerken behorend bij de natuurlijke laag opgenomen. Het plangebied behoort tot de dekzandvlaktes.
Afbeelding 3.4: Weergave kaart gebiedskenmerken, natuurlijke laag (bron: Omgevingsvisie Overijssel)
"Dekzandvlakte en ruggen" De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' De randen en het zuidelijke deel van het plangebied worden gebruikt voor het versterken van het voormalige landschap. De bestaande singels met bomen langs de Leemdijk en haaks op de Leemdijk liggen hier al BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld honderden jaren en deze worden versterkt (10 meter breed) zodat ze ook in de toekomst het landschap karakter en vorm blijven geven. Op de locatie van de verdwenen esrand met beplanting zal een nieuwe structuur in de vorm van een bomenrij er ook voor zorgen dat de ontwikkeling een groene rand krijgt en de kleinschaligheid wordt versterkt. De voormalig es wordt op deze manier weer beleefbaar gemaakt. Hierdoor past de ontwikkeling binnen de ambities in de natuurlijke laag.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld Laag van het agrarisch cultuurlandschap In het agrarisch cultuurlandschap gaat het erom dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Vanuit de nederzettingen zijn de omliggende gronden ooit ontgonnen. Daardoor is er een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omringende landschap ontstaan. Afhankelijk van de stand van de techniek en de beschikbaarheid van meststoffen is door de eeuwen heen een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing gegroeid. Dit verschil in tijd geeft mede richting aan de ontwikkeling van deze gebieden. Binnen de regionale landschappen is er vaak op korte afstand sprake van verschillen: de es, de flank en het beekdal.
In afbeelding 3.5 is een uitsnede van de gebiedskenmerken behorend bij laag van het agrarisch cultuurlandschap opgenomen. Het plangebied behoort tot het oude hoevenlandschap.
Afbeelding 3.5: Weergave kaart gebiedskenmerken, laag van het agrarische cultuurlandschap, ter hoogte van het plangebied (bron: Omgevingsvisie Overijssel)
"Oude hoevenlandschap" Het oude hoevenlandschap kenmerkt zich door de verspreid liggende erven. Het landschap werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zochten. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Essenlandschap in het klein met samenhangend systeem van es/kamp, erf op de flank, natte laagtes en – voormalige – heidevelden. Ordening vanuit de erven, die de ‘organische’ vormen van landschap volgt. Spinragstructuur vanuit de erven naar de omliggende gronden en tussen de erven.
De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er volop mogelijkheden om functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen.
Toetsing van het initiatief aan de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap" Van oudsher waren de perceelsgrenzen beplant en werden voormalige essen omgeven door een groene rand die aangrijpingspunten vormden voor het behouden en versterken van het landschap. Forse nieuwe houtsingels op cultuurhistorisch waardevolle perceelsgrenzen en locaties benadrukken zichtlijnen, de kleinschalige verkaveling en de overgang van stad naar land. Hoogteverschillen in het veld worden geaccentueerd en er ontstaat een gradiënt van het besloten groene lint aan de noordzijde naar het meer open en lagergelegen buitengebied met watergang aan de zuidzijde. Hierdoor ontstaat een kleinschaliger en groener landschap met gebiedseigen karakteristieken. Het driehoekige deel van het plangebied aan de noordzijde wordt in de huidige situatie al begrensd met een forse groene singel die wordt behouden en versterkt (10 meter breed). Hierdoor krijgt de ontwikkeling een groene afronding en wordt deze in zijn geheel ingepast. Tussen de kavels komen drie nieuwe struweel singels met een breedte van 5 meter. De bestaande singels met bomen langs de Leemdijk en haaks op de Leemdijk liggen hier al honderden jaren en deze worden versterkt (10 meter breed) zodat ze ook in de toekomst het landschap karakter en vorm blijven geven.
Op de locatie van de verdwenen esrand met beplanting zal een nieuwe structuur in de vorm van een bomenrij ook ervoor zorgen dat de ontwikkeling een groene rand krijgt en de kleinschaligheid wordt versterkt. Hierdoor past de ontwikkeling binnen de ambities in laag van het agrarisch cultuurlandschap.
Stedelijke laag In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe. Efficiëntie en nabijheid zijn belangrijke vestigingsoverwegingen. Daarbij wordt kwaliteit, eigenheid en onderscheidend vermogen van de regio steeds belangrijker. Het zuidelijke deel van het plangebied (zonder arcering) behoort tot het 'informele trage netwerk'. Het noordelijke deel (bruin gekleurd) hoort bij de 'woonwijken 1955 - nu'. In afbeelding 3.6 is te zien hoe de verschillende stedelijke lagen in het plangebied zijn verdeeld.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld
Afbeelding 3.6: Weergave kaart gebiedskenmerken, de stedelijke laag, ter hoogte van het plangebied (bron: Omgevingsvisie Overijssel)
"Informele trage netwerk" Het informele trage netwerk is het ‘langzame’ netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en de natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien. Van oudsher verbonden deze routes vaak de kernen met het ommeland en met elkaar. In voorliggend plan worden de bestaande infrastructuren behouden en worden langzaamverkeersroutes niet aangetast. Het voornemen is daarmee niet in strijd met de beleidsregels aangaande het 'informele trage netwerk'.
"Woonwijken 1995 - nu" De woonwijken van na 1955 zijn grotendeels planmatig ontworpen en gerealiseerd. Dat heeft geleid tot een per wijk kenmerkende hoofdstructuur met eigen aard, maat en karakter (patroon van o.a. hoofdroutes en wegen, wooneenheden en parken en groenstructuur). De functies zijn meestal ruimtelijk van elkaar gescheiden, waarbij het behoud van eigen karakter belangrijk is. Als ontwikkelingen plaatsvinden in naoorlogse wijken dan voegt de bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt voegt de ontwikkeling zich qua aard en maat naadloos in de bebouwde omgeving. Door de bouw van de twintig woningen op het bewuste perceel wordt de stedenbouwkundige structuur ter plaatse versterkt. Hoe dit precies wordt gedaan is opgenomen in Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan behorend bij de toelichting van dit bestemmingsplan.
Laag van de beleving
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld Deze laag is het domein van de belevenis, betekenis en identiteit. De Laag van de beleving voegt eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes, maar benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De laag van de beleving heeft geen rechtstreekse doorwerking op het voorliggende plan. 3.3.6
Conclusie provinciaalbeleid
Het voorliggende ruimtelijke plan past binnen het provinciale beleid, zoals ook vastgelegd in de provinciale verordening. Het plan past binnen de geldende ontwikkelingsperspectieven en de geldende gebiedskenmerken. Ook voldoet het plan aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie 2030 Haaksbergen, Groenste Dorp van Twente
De gemeenteraad van Haaksbergen heeft op 5 maart 2014 de ‘Structuurvisie 2030, Haaksbergen: Groenste dorp van Twente’ gewijzigd vastgesteld. De structuurvisie is een toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Haaksbergen voor de periode tot 2020 en geeft een doorkijk naar 2030. De visie geeft aan hoe de gemeente omgaat met de thema’s infrastructuur, platteland, economie, wonen en duurzaamheid. Er zijn voor de komende jaren negen ambities opgenomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Verbeteren van de relatie en verzachten van de overgangen tussen dorp en buitengebied. Een sfeervol groen centrum met de Markt als stralend middelpunt. Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied. Versterken van de cultuurhistorische kwaliteit van de dorpsstructuur. Benutten van de toeristische potentie van de samenhang tussen dorp en landschap. Versterken van de veelzijdigheid van de Haaksbergse economie. Verbreden van het aanbod aan woonmilieus. Op peil houden en concentreren van het voorzieningenniveau. Verduurzamen en beleefbaar maken van het watersysteem.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In voorliggend geval zijn met name de punten 1 en 7 van belang. In de volgende alinea's volgt een beschrijving van de ambities in relatie tot voorliggend plan.
Ambitie 1 De gemeente Haaksbergen streeft naar zachte harmonieuze overgangen van dorp naar landschap. Dat is nu nog niet overal het geval. Daarom wil de gemeente harde dorpsranden verzachten door het aanbrengen van beplanting en groene overgangsmilieus met kleinschalige woningbouw of bedrijvigheid in een groene setting. Met de aanleg en herstel van lanen, beken en groenstructuren willen wij de landschappelijke sfeer naar binnen halen. De dekzandvlakte rond het plangebied is te kenmerken als een eeuwenoud kleinschalig landschap van houtwallen, essen en boerenerven met een sterke relatie tussen de natuurlijke ondergrond en de menselijke activiteiten. Van dit oude hoevenlandschap zijn nog relicten zoals houtsingels, essen en verspreid liggende erven waarneembaar in het gebied. Door ontwikkelingen in de laatste decennia is het groene kleinschalige karakter van het landschap op de overgang van dorp naar buitengebied echter afgenomen waardoor de landschappelijke kwaliteit verminderd is. Door de N18 en het verdwijnen van landschapsstructuren is de overgang van dorp naar buitengebied hard geworden in tegenstelling tot de historisch gegroeide zachtere overgang. De bedrijfshallen, parkeerterreinen en het tankstation versterken deze harde overgang en doen afbreuk aan de dorpsentree en het groene buitengebied. De korrel van deze bebouwing is te groot in relatie tot
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
41
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld de omgeving. De gemengde bebouwingslinten in het dorp en daarbuiten zijn onopvallend en bezitten over het algemeen een alledaagse kwaliteit. Dit is vanwege het feit dat de bebouwing slechts een beperkte samenhang vertoont door de menging in bouwstijl, materiaalgebruik, schaal en maat. De ontwikkeling speelt op een duurzame manier in op vernieuwing en versterking van de ruimtelijke kwaliteit binnen het onregelmatige kleinschalige landschap. De bedrijfsgebouwen en -verharding verdwijnen en de vijfsprong met omgeving wordt weer onderdeel van de groene gevarieerde rafelrand om Haaksbergen. 20 nieuwe woningen en 3 bestaande woningen vinden hun plek binnen de groene rafelrand van Haaksbergen. De gemengde bebouwingslinten in het dorp en daarbuiten zijn onopvallend en bezitten over het algemeen een alledaagse kwaliteit. De bebouwing is onderling divers (qua bouwperiode, bouwstijl, materiaalgebruik), wat een aangename variatie (korrelgrootte) oplevert, passend bij een dorp. De inrichting van het geheel met nieuwe woningen voegt zich naar deze kenmerken van het landschap rondom Haaksbergen als onderdeel van de kern én buitengebied. Met verschillende woningtypes wordt de overgang van stad naar land op een gebiedseigen pretentieloze manier vormgegeven.
De ruimtelijke verschijningsvorm van de kavels en de bebouwing is gebaseerd op de gebiedseigen karakteristieken. Hierdoor ontstaat er variatie tussen de woningen aan het groene dorpslint en de woningen op erven meer in het landschap.
Ambitie 7 Haaksbergen is een geliefd dorp. Veel mensen melden in de bewonersenquête dat ze met veel plezier in Haaksbergen wonen. De kwaliteiten die Haaksbergen heeft met het hoge voorzieningenniveau, de nabijheid van grote(re) steden als Hengelo en Enschede, en het mooie buitengebied, zorgen voor een aantrekkelijk woonklimaat voor jong en oud. Diversiteit in woningen en woonmilieus Ook Haaksbergen ontspringt de dans van ‘vergrijzing’ en ‘ontgroening’ niet: veel jongeren keren na hun studie niet meer terug naar Haaksbergen, terwijl het aandeel oudere bewoners naar verhouding toeneemt. Haaksbergen wil graag haar jongereinwoners behouden en/of haar voormalige inwoners laten terugkeren. Het is daarvoor een belangrijke opgave om het woningaanbod aantrekkelijk en gevarieerd te houden en daarnaast de voorzieningen en werkgelegenheid te bieden waarnaar de mensen op zoek zijn. Juist voor jongeren en ouderen is een goed aanbod aan passende woningen beperkt. Deze groepen hebben meestal behoefte aan wat kleinere, betaalbare woningen in de omgeving van het centrum. Bij elke ontwikkeling is aandacht nodig voor de levensloopbestendigheid van woningen, zodat ze voor alle doelgroepen (starters, senioren, gezinnen, 1-2 persoonshuishoudens) aantrekkelijk zijn.
De opgave die hiermee samenhangt, is dat mensen zoveel mogelijk in hun woonomgeving moeten kunnen blijven wonen, ook als ze zorgbehoevend worden Het plan sluit aan bij de ambitie om het aanbod aan woonmilieus te verbreden. Het plan bestaat namelijk uit een breed aanbod met zowel twee-onder-één-kappers en vrijstaande woningen. Het plan is daarnaast met name bedoeld voor doorstromers, zodat er voor jongeren en starters woningen elders in Haaksbergen beschikbaar komen. Het plan is in overeenstemming met de structuurvisie van de gemeente Haaksbergen. 3.4.2
Notitie inbreidingslocatie2025
De Notitie Inbreidingslocaties 2025 geeft een beschrijving van locaties voor potentiële herontwikkelingen in de periode tot 2025. Inbreiding is het bouwen binnen bestaand bebouwd gebied. Dit kunnen braakliggende terreinen zijn, maar het kan ook betrekking hebben op herbouw na sloop van bestaande bebouwing. Het inwonertal van Haaksbergen blijft naar verwachting redelijk stabiel in de komende jaren. Toch is er behoefte aan nieuwe woningen, omdat het gemiddeld aantal bewoners per woning verder daalt. De notitie kan een bijdrage leveren aan het realiseren van het juiste type woningen op de juiste locaties in de komende jaren. Niet alle potentiële locaties zijn benoemd. Dat is ook niet mogelijk, omdat zich in de loop van de komende jaren nieuwe locaties kunnen aandienen die momenteel nog prima functioneren in de huidige bestemming. De notitie kan bij zulke locaties echter ook prima dienen als eerste toets voor mogelijke herontwikkelingen.
Relatie tot de voorgenomen ontwikkeling In hoofdstuk 4.3 van de Notitie Inbreidingslocaties zijn een twaalftal locaties opgenomen die voor de langere
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
42
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld termijn geschikt kunnen zijn voor woningbouw. Het voorliggende plangebied is een van de twaalf locaties die in aanmerking komt voor inbreiding. Daarbij is het een vaste beleidslijn dat verzoeken tot wijziging van het bestemmingsplan ter beoordeling worden voorgelegd aan het beleidsatelier. Daarin worden initiatieven getoetst aan vigerend gemeentelijk beleid. Specifiek voor inbreidingslocaties gelden de uitgangspunten die voortvloeien uit de structuurvisie en enkele algemene uitgangspunten waarmee bij iedere inbreidingslocatie nadrukkelijk rekening moet worden gehouden. Voorliggend plan is meermaals besproken in het beleidsatelier, wat heeft geleid tot een stedenbouwkundig plan. Voor een nadere toelichting op de uitgangspunten en de toepassing op voorliggend plan wordt verwezen naar Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan behorend bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Daarbij spelen milieuaspecten ook een belangrijke rol, deze worden beschreven in Hoofdstuk 5 Milieuaspecten behorend bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Gesteld wordt dat de ontwikkeling voldoet aan de gestelde eisen van de gemeente behorend bij deze inbreidingslocatie. 3.4.3
Woonvisie: Keuzes voor de toekomst, wonen van nu naar 2020
De gemeente Haaksbergen heeft een aantal bewogen jaren op de woningmarkt achter de rug. De crisis zorgde voor een stagnatie in de woningbouwproductie en de verkoop van woningen. Daarnaast zorgen demografische ontwikkelingen voor een andere kijk op de woningmarkt. In Haaksbergen gaat de vergrijzing de komende jaren een steeds grotere rol spelen. Tegelijkertijd wil de gemeente ook voor de jongere huishoudens een aantrekkelijke woongemeente blijven. In haar visie beschrijft de gemeente de bestaande kwaliteiten, voorraden en de woon ambities tot 2020. In hoofdstuk 6 van de visie beschrijft de gemeente het uitvoeringsprogramma aan de hand van de volgende 9 thema's: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Senioren moeten kunnen blijven wonen in hun woning of woonomgeving. Toekomstige starters op de woningmarkt moeten een plek kunnen krijgen in Haaksbergen. Zorgbehoevenden moeten zoveel mogelijk in en om Haaksbergen zorg verleend krijgen. In Haaksbergen moet ruimte zijn voor een wooncarrière. Woningen moeten duurzaam worden gebouwd of aangepast. Woningcorporatie moet zich met name richten op de doelgroepen. Kaveltoelatingsbeleid. Inbreiding voor uitbreiding. Samenwerking.
In relatie tot de voorgenomen ontwikkeling zijn met name de thema's 2, 4 en 8 van toepassing. De thema's en de toepassing op voorliggend plan worden in de volgende alinea's beschreven.
Thema 2 : Toekomstige starters op de woningmarkt moeten een plek kunnen krijgen in Haaksbergen Zowel op de huur- als de koopwoningmarkt moet plaats zijn voor starters. Jongeren moeten niet gedwongen worden om te verhuizen naar elders omdat de woningen in Haaksbergen ontoereikend zijn of omdat de woonomgeving minder aan hun wensen voldoet. Hierbij moet dus niet alleen worden gekeken naar de woning op zichzelf, maar minstens zo belangrijk is de leefomgeving. Welke voorzieningen zijn voor jongeren belangrijk om ergens te gaan wonen en welke eisen stellen zij aan hun leefomgeving? In de huidige woningbouwmarkt is naar ‘massaproductie’ op kleine kavels weinig vraag. Daarom is voorliggend plan gericht op een nieuwe, unieke markt, namelijk riant wonen in een landelijke omgeving op loopafstand van het centrum. Dit betekent dat de kavels minimaal 500 m² groot zijn. Daarnaast ademt het plan, met de realisatie van forse groenstructuren, ‘groen’ uit. Doordat dit plan ruimte biedt voor doorstromers en Haaksbergernaren die een stap willen maken in hun wooncarriére ontstaat er weer meer ruimte voor starters om de 'oude' woningen van de doorstromers te kopen.
Thema 4 : In Haaksbergen moet ruimte zijn voor een wooncarrière Uit het woonwensenonderzoek is gebleken dat de Haaksbergenaren die willen verhuizen, dit binnen de eigen gemeente willen doen. Binnen de gemeente moet dus een dermate gedifferentieerd woningaanbod zijn dat het BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld mogelijk moet zijn om door te groeien. De gemengde bebouwingslinten in Haaksbergen en daarbuiten zijn onopvallend en bezitten over het algemeen een alledaagse kwaliteit. De bebouwing in dit plan is onderling divers (qua bouwperiode, bouwstijl, materiaalgebruik), wat een aangename variatie (korrelgrootte) oplevert, passend bij een dorp. De inrichting van het geheel met nieuwe woningen voegt zich naar deze kenmerken van het landschap rondom Haaksbergen als onderdeel van de kern én buitengebied. Met verschillende woningtypes wordt de overgang van stad naar land op een gebiedseigen pretentieloze manier vormgegeven. Uitgangspunt hierbij is dat de woningen volgens een hoge duurzaamheidseis worden gebouwd. De stedenbouwkundige opzet is daarnaast gericht op een optimale bezonning en voldoet aan de lokale woningbouwvraag. De ruimtelijke verschijningsvorm van de kavels en de bebouwing is gebaseerd op de gebiedseigen karakteristieken. Hierdoor ontstaat er variatie tussen de woningen aan het groene dorpslint en de woningen op erven meer in het landschap. Het plan biedt doorgroeimogelijkheden voor de Haaksbergenaren die willen verhuizen binnen eigen gemeente. Het plan voldoet daarmee uit de ambities van thema 4.
Thema 8: Inbreiding voor uitbreiding In Haaksbergen zijn op dit moment meer inbreidingslocaties dan uitbreidingsmogelijkheden. Het ontwikkelen van inbreidingslocaties heeft ook de voorkeur van de provincie. Dit is opgenomen in de prestatieafspraken. Bij inbreidingslocaties moet ook worden aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit niet verslechtert. Er moet aandacht zijn voor binnenstedelijke kwaliteit. Bij nieuwe ontwikkelingen moet een beeldkwaliteitsplan worden opgesteld, waarbij nadrukkelijk aandacht is voor inrichting van het openbaar gebied. In paragraaf 3.4.2 is de voorgenomen ontwikkeling reeds getoetst aan het gemeentelijke inbreidingsbeleid. Uit deze toetsing volgt dat de voorgenomen ontwikkeling reeds specifiek is benoemd in het inbreidingsbeleid als potentiële woningbouwlocatie. Daarnaast is in het kader van de voorgenomen ontwikkeling een beeldkwaliteitsplan uitgewerkt. Het beeldkwaliteitsplan maakt deel uit van het stedenbouwkundig plan dat is opgenomen in bijlage 1 bij voorliggende toelichting. Kortheidshalve wordt op deze plaats geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling voldoen aan de ambities van thema 8. 3.4.4
Coalitieprogramma 2018-2022 Samen duurzaam vooruit
Omdat we de inbreng van onze inwoners belangrijk vinden, hebben we voor het opstellen van onze ambities de Toekomstvisie 2030 als kompas gebruikt. De visie is voor en door inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en het gemeentebestuur opgesteld en is een uitnodiging aan de Haaksbergse samenleving als geheel om gezamenlijk de handschoen op te pakken. Het coalitie programma is afgestemd op de Toekomstvisie 2030. Het programma is opgedeeld in de thema's: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Hoog voorzieningenniveau. Sociale verbondenheid. Ruimtelijke samenhang. Koesteren van het natuurschoon. Duurzaamheid en circulaire economie. Intensieve samenwerking.
Met name thema 3 heeft een relatie met voorliggend plan. De gemeente streeft naar een evenwichtige inrichting van het Haaksbergse grondgebied. Daarbij is het van belang dat ruimtelijke ontwikkelingen elkaar niet in de weg staan maar juist opzoeken. In dit hoofdstuk beschrijft de gemeente hoe zij om wil gaan met de afwaardering van de oude N18. Deze afwaardering heeft een plek in deze ontwikkeling en er wordt samen met de gemeente Haaksbergen gezocht naar een passende oplossing om het terrein rondom de oude N18 op de juiste manier in te richten. Bij woningbouw gaat inbreiding voor uitbreiding. De gemeente ontwikkelt binnenstedelijke locaties niet zelf, maar stimuleert de markt en faciliteert dergelijke plannen richting uitvoering. Voorliggend plan sluit daarop BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld aan. Uit onderzoek van de provincie Overijssel blijkt dat de lokale vraag naar woningen aanzienlijk groter is dan het beschikbare aanbod. Dat vraagt de komende jaren extra inspanning om de achterstand in te lopen. Voorliggend plan sluit aan bij de vraag naar een meer divers woningaanbod en past daarmee binnen het coalitie programma 'Samen duurzaam vooruit'.
Conclusie gemeentelijk beleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de structuurvisie 2030, notitie Inbreiding 2025, de woonvisie en het coalitie programma 2018 - 2022. De ontwikkeling levert een bijdrage aan de gemeentelijke ambities.
3.5
Conclusie
De ontwikkeling voldoet aan de beleidskaders en ambities zoals deze zijn beschreven op Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld
Hoofdstuk 4 4.1
Waardentoets
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de waardentoets beschreven. Hieronder vallen flora & fauna, archeologie en water. Er wordt beschreven wat er is onderzocht en welke resultaten hieruit zijn gekomen. Vervolgens wordt hier een conclusie uit getrokken met betrekking tot de ontwikkeling.
4.2
Natuurwaarden
Vanaf 1 januari 2017 is in de Nederland de Wet natuurbescherming in werking getreden. De wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Met het van kracht worden van de nieuwe wet worden de provincies het bevoegd gezag. Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoed, blijft het Rijk het bevoegd gezag. De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: bescherming van soorten, bescherming van Natura 2000-gebieden en de bescherming van bosopstanden. Om de ontwikkeling aan de Enschedesestraat 76 mogelijk te maken is door Eelerwoude en flora en fauna onderzoek uitgevoerd, waarbij de ecoloog een veldbezoek heeft uitgevoerd. De belangrijkste conclusies zijn in dit hoofdstuk opgenomen, de gehele rapportage is te vinden in Bijlage 4 Natuurtoets behorend bij de toelichting van voorliggend bestemmingsplan.
Soortenbescherming Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Het betreft soorten als ree, haas, konijn en diverse algemene muizensoorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft.
Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Met de volgende soorten en/of soortgroepen dient rekening te worden gehouden. Vleermuizen Nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen wordt ter hoogte van de te slopen bedrijfshallen en te saneren tankstation (noordkant plangebied) noodzakelijk geacht. Tevens dient met de ontwikkeling rekening te houden met verlichting. Naar aanleiding van de verkennende natuurtoets is vastgesteld dat een nader onderzoek naar vleermuizen nodig is, om een duidelijker beeld te krijgen van het voorkomen van deze soortgroep binnen de plangrenzen. In voorliggend geval is door Eelerwoude een vleermuisonderzoek uitgevoerd. Het volledig onderzoeksrapport is opgenomen in Bijlage 5 Vleermuisonderzoek. Hierna wordt op de bevindingen ingegaan. Ter plaatse van het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Van de gewone dwergvleermuis is duidelijk dat de lijnvormige structuren door deze soort wordt gebruikt als vliegroute Door het behoud en het versterken van de bestaande groenstructuren worden negatieve effecten op de vliegroutes van de gewone dwergvleermuis niet verwacht. De voorgenomen ontwikkeling zorgt er juist voor de de vliegroutes toenemen in interessanter worden. Uit het vleermuisonderzoek komt naar voren dat het plangebied en de directe omgeving wordt gebruikt door diverse vleermuissoorten om te foerageren.
Ook na de geplande ontwikkelingen blijft het plangebied voor vleermuizen toegankelijk, waardoor negatieve effecten op foerageergebied zijn uit te sluiten. Het verwijderen van enkele struiken of beschoeiing is toegestaan. Het verwijderen van de struiken of beschoeiing is van BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld dusdanig kleine omvang, dat dit niet leidt tot negatieve effecten op de gunstige staat van instandhouding van de vleermuizen. Derhalve is er voldoende alternatief foerageergebied in de omgeving voorhanden. Het verwijderen van enkele struiken of beschoeiing is echter ook tijdelijk, na de ontwikkelingen zal het groen weer terugkeren in het plangebied. Het versterken van het groen en het toepassen van natuurinclusieve maatregelen die zijn beschreven in het stedenbouwkundig plan hebben mogelijk een positief effect op de vleermuizen. Om negatieve effecten op het foerageergebied zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken is het van belang dat men rekening houdt met verlichting. Daarnaast dienen de werkzaamheden uitsluitend overdag uitgevoerd te worden. In de nachtperiode is het van belang dat ook eventuele bouwverlichting niet constant blijft branden. Mits rekening gehouden wordt met de voorgenoemde maatregelen en werkwijze is geen overtreding van de natuurwetten, onderdeel soortenbescherming, aan de orde. Vanuit de eisen van de natuurbescherming is het plan derhalve uitvoerbaar.
Broedvogels Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, of nesten van vogels wegnemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.
Gebiedsbescherming
Natura 2000-gebieden Niet stikstof-gerelateerde effecten In de directe omgeving van het plangebied liggen diverse Natura 2000-gebieden. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
Stikstof- gerelateerde effecten Een AERIUS-berekening is noodzakelijk om de uitstoot en depositie van stikstof, en de gevolgen daarvan op Natura 2000-gebieden te bepalen. De stikstofdepositie van de voorgenomen ontwikkeling is inzichtelijk gemaakt met gebruik van de AERIUS calculator. De resultaten van de berekeningen zijn weergegeven in Bijlage 6 Stikstofdepositie behorend bij de toelichting van het bestemmingsplan.
Sloop- en bouwfase Met de inwerkingtreding van de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering is geen nadere onderbouwing noodzakelijk van de stikstofemissie voor de sloop- en bouwfase.
Gebruiksfase De stikstofuitstoot die ontstaat tijdens de ingebruikname van de woningen leidt tot een depositie van 0,00 mol N/ha/jaar. Het aantal vervoersbewegingen heeft geen significant negatieve invloed op de instandhoudingsdoelen van stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied en omliggende gebied maakt geen onderdeel uit van het NNN. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Van afname van areaal is geen sprake. Tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten, het NNN kent in Overijssel ook geen externe werking. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
Bescherming houtopstanden Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.
4.3
Archeologische waarden
Aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologische erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1' van de gemeente Haaksbergen is een bestemming opgenomen voor waardevolle archeologisch gebieden. In afbeelding 4.2 is te zien dat deze archeologische bestemming ook van toepassing is op het plangebied. Binnen de bestemmingsregels is een onderzoeksverplichting opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld
Afbeelding 4.2: Weergave Archeologische dubbelbestemming
Om te bepalen of er in het plangebied archeologische waarden aanwezig zijn is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 9 Archeologisch onderzoek behorend bij de toelichting van het bestemmingsplan. De belangrijkste conclusie van het onderzoek is hieronder vermeld, voor de uitleg wordt verwezen naar bijlage 9. Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de landschappelijke ligging op een grondmorene rug en de archeologische onderzoeksmeldingen uit de omgeving is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Midden-Paleolithicum tot en met het Neolithicum en een lage verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Uit het booronderzoek is gebleken dat de oorspronkelijke podzolbodem grotendeels is verdwenen en dat het gebied op grond van de aangetroffen grondwaterstand van oorsprong vrij nat moet zijn geweest en dus ongeschikt als landbouwgrond en nederzettingslocatie. Op basis hiervan is de hoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Midden-Paleolithicum tot en met het Neolithicum naar laag bijgesteld.
De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen. Tijdens een booronderzoek kon geen archeologische vindplaats worden aangetroffen, ten hoogste archeologische indicatoren die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Een waardestelling conform protocol 4003, VS06 is dan ook niet van toepassing. Op basis van het archeologisch onderzoek wordt gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op de archeologische waarden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld
4.4
Water
4.4.1
Algemeen
Het is verplicht om in elk bestemmingsplan een waterparagraaf op te nemen. In deze waterparagraaf wordt een overzicht gegeven van het beleid dat van toepassing is op het plangebied. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden aangetoond dat in het plan mogelijkheden bestaan voor een goede waterhuishouding. De toelichting van een bestemmingsplan dient, conform artikel 3.1.6, lid 1 van het Besluit ruimtelijke ordening, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op het voor dit plan relevante waterbeleid. Vervolgens is de huidige en toekomstige waterhuishoudkundige situatie van het plangebied beoordeeld. 4.4.2
Vigerend beleid
Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel) stroomgebied beheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.
Rijksbeleid Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016- 2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Met deze handelwijze is Nederland koploper en toonaangevend voorbeeld in de wereld. Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.
Provinciaalbeleid De provincie werkt nauw samen met waterschappen om haar ambities te realiseren. Hiervoor hebben de waterschappen eigen regionale waterbeheerplannen opgesteld. De Provinciale Staten hebben de wettelijke bevoegdheid tot het instellen en opheffen van waterschappen, tot regeling van hun gebied, taken, inrichting, samenstelling van hun bestuur en tot de verder reglementering van waterschappen. De manier waarop de waterschappen hun taak uitoefenen is onderhevig aan provinciaal toezicht doordat het waterbeheerplan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft. Dus de provincie stelt de regels en de waterschappen doen verder de uitvoering van het waterbeheer.
Waterschap Vechtstromen Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld Veluwe, Drents Overijsselse Delta, en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober 2015 het 'Waterbeheerplan 2016-2021' vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op het: Voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; Het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties. Waterhuishoudkundige consequenties van een plan mogen niet op de omgeving afgewenteld worden. Het waterschap streeft er naar om de ingrepen binnen een deelstroomgebied waterneutraal te houden. Wateraspecten die niet ruimtelijk relevant zijn, kunnen in het proces van de watertoets wel gesignaleerd maar niet geregeld worden.
Dit houdt in dat als iets met een specifiek instrument geregeld kan worden, het niet met een ruimtelijk plan geregeld mag worden. Belangrijke regelstellende instrumenten zijn, de Keur van het waterschap, Activiteitenbesluit, peilbesluit, gemeentelijke verordening etc.
Gemeentelijk rioleringsplan 2017-2020 Het belangrijkste doel van riolering is om bij te dragen aan de volksgezondheid. Daarnaast is riolering van belang voor de bewoonbaarheid van de leefomgeving in de zin van droge voeten en voor bescherming van het milieu. Riolering is vooralsnog onmisbaar in stedelijk gebied. De aanleg en het beheer ervan is een kostbare aangelegenheid. Reden genoeg om als gemeente een rioleringsplan (GRP) te willen hebben waarin staat aangegeven: welk beleid de gemeente voert voor de zorgplichten riolering, wat de gemeente aan rioleringsvoorzieningen heeft, hoe deze worden beheerd, inclusief beleid voor personeel en middelen, welke voorzieningen aan vervanging of renovatie toe zijn, uitbesteding, welke verbeteringen nog nodig zijn, onder meer voor wateroverlast en milieu, hoeveel dat alles kost en hoe deze kosten op de burgers en bedrijven worden verhaald. In het GRP is het hemelwaterbeleid voor nieuwbouw concreet uitgewerkt. Hierbij wordt de trits 'Vasthouden Bergen - Afvoeren' en de trits 'Schoonhouden - Scheiden - Zuiveren' gehanteerd: 1. 2. 3. 4. 5.
Hemelwater is in principe schoon en wordt zo min mogelijk verontreinigd. Infiltratie van hemelwater op de plek waar het valt is de meest logische keuze. Transport van hemelwater moet worden geminimaliseerd. Bovengrondse afvoer van hemelwater heeft, voor zover nodig, de voorkeur boven riolering. Rechtstreekse lozing van niet vervuilde oppervlakken op oppervlaktewater is vaak een goede oplossing voor straten en percelen die grenzen aan het water. 6. Samenspel van dakvlakken, dakgoten, regenpijpen en perceelsgoten zodanig ontwerpen dat het hemelwater zoveel mogelijk bovengronds naar de gewenste plek wordt afgevoerd. 7. Wadi’s verdienen de voorkeur als een centrale infiltratievoorziening nodig is. 8. Dimensionering van infiltratievoorzieningen op basis van richtlijnen voor de berging en de overloop, waarbij de berging wordt betrokken op daken plus verharding. 9. Dimensionering van retentievoorzieningen en overig oppervlaktewater in overleg met het waterschap. 10. Infiltratie kan in sommige omstandigheden leiden tot grondwateroverlast. Bovenstaande betreft een samenvatting van de concrete maatregelen. In de anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer wordt naar het GRP en de eisen daarin verwezen. De initiatiefnemer heeft zich verplicht hieraan te houden. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld 4.4.3
Waterparagraaf
4.4.3.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).
4.4.3.2 Watertoetsprocedure Op grond van artikel 12 van het Besluit op de ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen voorzien worden van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoetsproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Met behulp van een watertoets is op de website www.dewatertoets.nl op 21 april 2020 het plan getoetst aan waterbelangen en is een wateradvies opgevraagd bij waterschap Vechtstromen. Naar aanleiding van de toetsing blijkt in de voorgenomen ontwikkeling de normale procedure van toepassing. Bij het watertoetsproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Waterschap Vechtstromen kijkt wat de invloed van het plan op de waterhuishouding is en geeft een wateradvies. Daarbij toetst het waterschap het plan aan het voorkeursbeleid dat is geformuleerd. In voorliggend geval is ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling, door Roelofs een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 7. Hierna wordt ingegaan op de bevindingen.
4.4.3.3 Waterhuishoudkundig plan Verhard oppervlak nieuwe situatie Op basis van het stedenbouwkundig plan is het verhard oppervlak van daken en wegen vastgesteld. Hierbij zijn de bestaande woningen die binnen het plangebied liggen ook meegenomen. De panden lozen hun hemelwater (indien mogelijk bovengronds) op de greppels, parallel gelegen langs de wegen. Type verhard oppervlak Daken (bestaand) Daken (hellend en plat) Halfverharding Open wegverharding Gesloten verharding (fietspad) Totaal
Oppervlak (m²) 320 3.502 1.536 1.927 307 5.429
Voorstel DWA-riolering Uit het waterhuishoudkundig plan blijkt dat op basis van het rioolmodel van de gemengde riolering in Haaksbergen, aansluiting onder vrijverval goed mogelijk is.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld HWA-riool en retentie hemelwater Opgemerkt wordt dat in het waterhuishoudkundig plan van Roelofs (zie: Bijlage 7) de te realiseren bergingsopgave is berekend en een voorzet is gedaan van de wijze waarop water in het plangebied kan worden geborgen. Deze uitgangspunten zijn in het stedenbouwkundigplan (zie: Bijlage 1) nader uitgewerkt. Uitgangspunt voor een groen beeld in het plangebied is om verharding tot een minimum te beperken en daarmee wateroverlast door (piek)buiten te voorkomen en een beter microklimaat te creëren. De bergingsopgave voor dit project is 299 m³ om aan de bergingseis van 55 mm te voldoen voor een afvoerend oppervlak van 5.429 m². Waarvan 244 m³ in een wadi en 55 m³ in de watergangen. Water is een ordenend principe in dit totaalplan. Hemelwater wordt idealiter hergebruikt, bijvoorbeeld in een grijs-water circuit binnen het huis. Er dient in ieder geval voor te worden gezorgd dat hemelwater niet op het riool wordt afgewenteld. De ondergrond bestaat voornamelijk uit zand met een diepe ontwatering (GWT V-VI) waardoor deze geschikt is voor infiltratie op maaiveld. Allereerst wordt het hemelwater gebufferd op groene daken en daarna geïnfiltreerd op maaiveld in de tuinen.
Hemelwater wordt hierna vertraagd afgevoerd langs de randen van het perceel naar de lagergelegen greppels (55 m³) langs de wegen. De greppels met gras zijn deels al aanwezig langs de Oude Enschedeseweg. De nieuwe greppels versterken de radialen en het gebiedseigen beeld van de wegen op de grens van buitengebied naar dorp. Ze bieden tevens al mogelijkheden tot hemelwaterinfiltratie. De percelen in de uiterste punt van Oude Enschedeseweg liggen het laagst van het plangebied en worden ingezet als gebied voor de opvang van overtollig hemelwater van de woningen. De natuurlijke laagtes wordt versterkt (bodemhoogte +26,7 m NAP) en gaan functioneren als centrale infiltratielocatie (wadi) van 244 m³ voor piekbuien als de greppels al vol zijn. De wadi’s hebben een talud van 1:5 en de bodem ligt minimaal op 0,5 meter onder maaiveld. Hierdoor is de beschikbare hoogte voor water 30 cm De totale capaciteit van wadi’s is daarmee 268 m³ waarmee aan de bergingsopgave wordt voldaan. De zuidelijk gelegen wadi heeft een overloop naar de naastgelegen sloot op +27 m NAP. De onderstaande tabel geeft de bergingscapaciteit van de in het stedenbouwkundig plan opgenomen wadi's weer. Ruimtebeslag bergingsopgave Oppervlakte boveninsteek Oppervlakte bodem Talud Inhoud
Wadi 998 m³ 737 m³ 1:5 244 m³
4.4.3.4 Overige wateraspecten Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, invloedszone van een zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. 4.4.3.5 Conclusie Ter plaatse van het plangebied zijn voldoende mogelijkheden om hemelwater te bergen en afvalwater af te voeren. Ten aanzien van de uitwerking hiervan is in het waterhuishoudkundig plan een eerste voorzet gedaan. In de omgevingsvergunningfase kan deze (nog) concreter worden uitgewerkt.
4.5
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op natuur- en archeologische waarden en past binnen de uitgangspunten van een goede waterhuishouding.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76 vastgesteld
Hoofdstuk 5 5.1
Milieuaspecten
Inleiding
Nieuwe initiatieven hebben te maken met milieuaspecten. Een aantal van deze milieuaspecten zijn ruimtelijk relevant. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op: Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Wet geurhinder en veehouderij Bedrijven en milieuzonering Vormvrije m.e.r.-beoordeling