Bijlage 4 - Nota Inspraak en Overleg Masterplan (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Daardoor krijgen de essen meer kwaliteit dan nu in de huidige situatie en wordt het landschappelijk ingepast in combinatie met passende woningbouw. De provincie benoemt gebieden als essenlandschap, maar legt daarbij niet precies vast waar in het landschap essen liggen. De Catalogus gebiedskenmerken maakt onderdeel uit van de provinciale sturing op ruimtelijke kwaliteit door instructieregels (Afdeling 4.3. Ruimtelijke Kwaliteit) in de provinciale Omgevingsverordening. In de Catalogus Gebiedskenmerken staan aanwijzingen voor gemeenten die bij ruimtelijke plannen moeten onderbouwen dat de beoogde ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit. De provincie is van mening dat in het Masterplan op juiste wijze toepassing is gegeven aan de provinciale Catalogus Gebiedskenmerken. 2. Allereerst wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 4 ‘’Een samenhangend stedenbouwkundig concept’’. Het bestaande landschap is het belangrijkste uitgangspunt geweest om te starten met het opstellen van het Masterplan. De uitbreidingslocaties zijn in het Masterplan dusdanig uitgewerkt dat sprake is van een stedenbouwkundige samenhang die in een landschappelijk raamwerk worden ingepast. 3. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 5 ‘’Het is inbreiden en uitbreiden’’. De mogelijkheden binnen de kern laten wij niet liggen en zullen waar mogelijk tot ontwikkeling worden gebracht. 4.
Tijdens het opstellen van het Addendum is er op 18 september 2024 door Lycens een Milieu-planologische impactanalyse opgesteld. Hierin is gekeken naar: activiteiten en milieuzonering, akoestiek, archeologie, bodem, ecologie, externe veiligheid, geur en ontplofbare oorlogsresten. Deze uitkomsten zijn als uitgangspunten meegegeven bij het opstellen van het Masterplan. Bij de verdere uitwerking zullen er diverse onderzoeken moeten worden uitgevoerd die nodig zijn om de haalbaarheid van de plannen aan te kunnen tonen. Ook zal er dan worden gekeken naar de verkeersveiligheid, zodat er kan worden gekozen voor de meest veilige oplossingen. Tot slot de verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 1 ‘’Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan’’. In het vastgestelde Addendum op 27 november 2024 is de locatiekeuze gemaakt en onderbouwd. Er volgt geen nieuw onderzoek ten aanzien van locaties. Met het Masterplan wordt uitvoering gegeven aan de besluitvorming die rondom het Addendum heeft plaatsgehad door de Honesch en de Wissinkbrink als voorkeurslocaties uit te werken. 5. Zie punt 1. Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken.
38
17. Nr. Join Registratie Naam en adres inspreker Betreft gebied (19) Z/25/032198 Datum Honesch D-169349 08-11-2025 Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: De inspreker, bewoner aan de rand van het gebied Honesch, maakt bezwaar tegen de voorgenomen woningbouw ten oosten van de kern van Haaksbergen. De bezwaren richten zich op de aantasting van het cultuurhistorisch, landschappelijk en ecologisch waardevolle essenlandschap. Belangrijkste punten: • Cultuurhistorisch landschap: de Honesch maakt deel uit van het historische essenlandschap dat van groot belang is voor de identiteit van Haaksbergen. Bebouwing tast de openheid en herkenbaarheid aan en is volgens de inspreker in strijd met de Omgevingsvisie Overijssel en de Erfgoedverordening Haaksbergen. • Boerderij “De Smitterij”: deze historische boerderij vormt een beeldbepalend erfgoedobject en oriëntatiepunt. Nieuwe woningen in de directe nabijheid verstoren de ruimtelijke beleving en landschappelijke context van dit erfgoed. • Groene oostrand: het gebied Honesch vervult een belangrijke functie als groene verbinding aan de oostzijde van Haaksbergen. In plaats van bebouwing zou dit gebied ontwikkeld kunnen worden tot park- of natuurgebied dat aansluit op het park van De Blankenborgh, als onderdeel van een groene rand om het dorp.
• De ruimtelijke schade van de bebouwing weegt volgens de inspreker niet op tegen de beperkte woningbouwopgave. • De inspreker ondersteunt de zienswijze van Stichting Red het Essenlandschap Honesch, die eveneens wijst op de strijdigheid met beleid en de onomkeerbare aantasting van het landschap.
Reactie gemeente
Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: De samengevatte inspraakreactie is volledig overeenkomstig de wensen die wij uit de reactie van inspreker hebben gefilterd. Zie daarom hieronder resumerend onze reactie op de wensen van inspreker. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 1 ‘’Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan’’. De essen binnen het plangebied worden integraal betrokken bij de planvorming, de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid worden versterkt/ hersteld met esrand beplantingen, herstel van de es, zichtlijnen en routes. Daardoor krijgen de essen meer kwaliteit dan nu in de huidige situatie en wordt het landschappelijk ingepast in combinatie met passende woningbouw. De provincie benoemt gebieden als essenlandschap, maar legt daarbij niet precies vast waar in het landschap essen liggen. De Catalogus gebiedskenmerken maakt onderdeel uit van de provinciale sturing op ruimtelijke kwaliteit door instructieregels (Afdeling 4.3. Ruimtelijke Kwaliteit) in de provinciale Omgevingsverordening. In de Catalogus Gebiedskenmerken staan aanwijzingen voor gemeenten die bij ruimtelijke plannen moeten onderbouwen dat de beoogde ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit.
De provincie is van mening dat in het Masterplan op juiste wijze toepassing is gegeven aan de provinciale Catalogus Gebiedskenmerken. 2. Zie punt 1 en aanvullend daarop wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 4 ‘’Een samenhangend stedenbouwkundig concept’’. Het bestaande landschap is het belangrijkste uitgangspunt geweest om te starten met het opstellen van het Masterplan. De uitbreidingslocaties zijn in het Masterplan dusdanig uitgewerkt dat sprake is van een stedenbouwkundige samenhang die in een landschappelijk raamwerk worden ingepast. 3. Allereerst wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 6 ‘’Woonbehoefte in Haaksbergen’’. Dat er daar bovenop meer woningen nodig zijn heeft ermee te maken dat de landelijke overheid de regio Twente heeft aangewezen als groeiregio met 100.000+ meer aan inwoners en 60.000+ meer aan woningen. Zoals bij de verwijzing te lezen is, is de woonbehoefte in Haaksbergen groot. Om deze reden heeft de gemeenteraad verzocht om een Addendum op de structuurvisie op te stellen waarin aangegeven staat wat de nieuwe woon- en werkgebieden in Haaksbergen kunnen worden. Dit Addendum is in november 2024 vastgesteld. Het Masterplan is een verdere uitwerking van het Addendum. De aangewezen woongebieden binnen de Honesch zijn benodigd om te kunnen voldoen aan de te bouwen aantallen voor de woonbehoefte. Het herzien van deze plannen is niet aan de orde. 4.
Zie punt 3.
Wat wordt gewenst: De inspreker verzoekt de gemeente om: 1. Af te zien van woningbouw in het gebied Honesch; 2. De cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het essenlandschap te respecteren en te beschermen; 3. Te onderzoeken of het gebied kan worden ingericht als groen parklandschap dat aansluit bij het park van De Blankenborgh; 4. En de uitgangspunten van het Masterplan dienovereenkomstig aan te passen om het unieke Conclusie: landschap te behouden voor toekomstige generaties. De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken. 18.
Nr. Join Registratie Naam en adres inspreker Betreft gebied Z/25/032198 Datum Honesch D-169364 09-11-2025 Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: De insprekers, direct omwonenden en grondeigenaren in de Honesch, maken bezwaar tegen de aanwijzing van Honesch als woonuitbreidingslocatie. Zij voeren een breed scala aan beleidsmatige, juridische en ruimtelijke argumenten aan. Belangrijkste punten: a. Onvoldoende en ondeugdelijke locatieafweging: alternatieve bouwlocaties binnen Haaksbergen zijn volgens hen onjuist of onvolledig beoordeeld, zonder transparante en integrale onderbouwing zoals vereist onder de Omgevingswet. Eerst zouden binnenstedelijke mogelijkheden moeten worden benut.
Reactie gemeente
Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: Inspreker heeft diverse vragen gesteld. De vragen zijn samengevat en worden hieronder samengevat beantwoord. Alle onderwerpen komen aan bod: a. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 1 en 5 ‘’Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan’’ en ‘’het is inbreiden en uitbreiden’’. b. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 1 ‘’Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan’’. De essen binnen het plangebied worden integraal betrokken bij de planvorming, de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid worden versterkt/ hersteld met esrand beplantingen, herstel van de es, zichtlijnen en routes. Daardoor krijgen de essen meer kwaliteit dan nu in de huidige situatie en wordt het landschappelijk ingepast in combinatie met passende woningbouw. De provincie benoemt gebieden als essenlandschap, maar legt daarbij niet precies vast waar in het landschap essen liggen. 39
b.
c. d.
e.
f. g. h.
i.
Aantasting van het essenlandschap en natuurwaarden: woningbouw in de Honesch veroorzaakt onherstelbare schade aan het cultuurhistorisch waardevolle essenlandschap en het karakter van Haaksbergen als “groenste dorp van Twente”. De plannen zijn strijdig met de Provinciale Omgevingsverordening Overijssel, waarin dit gebied is aangewezen als cultuurhistorisch waardevol landschap. Een toereikend landschappelijk en ecologisch onderzoek ontbreekt. Onvoldoende participatie en ondoorzichtige besluitvorming: bewoners ervaren de bijeenkomsten als mededelingen (“slikken of stikken”) en niet als daadwerkelijke inspraak. Gefragmenteerde participatie: bewoners van aangrenzende deelgebieden konden niet gezamenlijk participeren, wat volgens de insprekers in strijd is met het participatiebeginsel van de Omgevingswet. Niet-naleving van bestuurlijke toezeggingen: de wethouder heeft in juli 2024 toegezegd dat nieuwe bebouwing minimaal 100 meter afstand zou houden tot bestaande woningen aan de Klaashuisstraat en Rosinkweg, en 250 meter van het dichtstbijzijnde melkveebedrijf. Het ontwerpplan wijkt hiervan af, wat in strijd is met het vertrouwensbeginsel. Onvolledige belangenafweging: essentiële aspecten zoals geluid, verkeer, luchtkwaliteit, gezondheid, waterhuishouding, natuur en sociale samenhang zijn niet integraal beoordeeld.
Procedurele gebreken, reacties op zienswijzen zijn niet tijdig of persoonlijk beantwoord. Onvoldoende onderbouwing woningbehoefte: de woningbouwopgave is volgens de insprekers niet gebaseerd op actuele, objectieve cijfers. De lokale behoefte zou lager zijn dan waarop het Masterplan is gebaseerd, waardoor het plan disproportioneel is. Daarnaast is niet duidelijk gemaakt dat binnenstedelijke ontwikkelruimte en herstructurering onvoldoende zouden zijn. Onevenredige belasting van de Honesch: de woningbouwdruk is te zwaar geconcentreerd in dit kwetsbare landschap, terwijl het gebied vanuit cultuurhistorisch oogpunt ongeschikt is voor grootschalige woonwijken.
Wat wordt gewenst: De insprekers verzoeken de gemeente om: 1. De Honesch te schrappen als woonuitbreidingslocatie; 2. Alternatieve locaties transparant en integraal te herbeoordelen conform de Omgevingswet; 3. Het essenlandschap en natuurwaarden volledig te beschermen; 4. Het participatieproces rechtmatig en integraal uit te voeren; 5. De bestuurlijke toezeggingen over minimale bouwafstanden strikt na te leven; 6. De woningbouwopgave te baseren op actuele woningbehoefteonderzoeken; 7. Een evenwichtige spreiding van woningbouw over meerdere locaties te waarborgen; 8. En de vaststelling van het Masterplan uit te stellen totdat de omgevingsvisie onherroepelijk is vastgesteld en alle genoemde punten zijn verwerkt.
De Catalogus gebiedskenmerken maakt onderdeel uit van de provinciale sturing op ruimtelijke kwaliteit door instructieregels (Afdeling 4.3. Ruimtelijke Kwaliteit) in de provinciale Omgevingsverordening. In de Catalogus Gebiedskenmerken staan aanwijzingen voor gemeenten die bij ruimtelijke plannen moeten onderbouwen dat de beoogde ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit. De provincie is van mening dat in het Masterplan op juiste wijze toepassing is gegeven aan de provinciale Catalogus Gebiedskenmerken. c. Zie punt 4. d. Zie punt 4. e. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 2 ‘’Specifieke uitgangspunten Masterplan’’. Hier is ook een tekening te vinden met de toezeggingen die zijn gedaan en hoe dit is ingepast. De toezegging tijdens de raadsvergadering van 10 juli 2024 van 100 meter is gedaan voor de woning aan de Rosinkweg (en ook de Klaashuisstraat hebben wij hierin betrokken). f. Zie punt 5. g. Vanuit het Addendum op de structuurvisie hebben alle insprekers van een inspraakreactie een brief ontvangen dat de nota van inspraak in te zien was zowel fysiek als digitaal. Dit vanwege de grootte van het document. Hierbij is voldaan aan de gestelde eisen en is iedereen in de gelegenheid gebracht om de reactie van de gemeente in te zien.
Ook zijn alle insprekers van een inspraakreactie in de gelegenheid geweest in te spreken om gehoord te worden door de commissie Ruimte van de gemeenteraad. h. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 6 ‘’Woonbehoefte in Haaksbergen’’. Dat er daar bovenop meer woningen nodig zijn heeft ermee te maken dat de landelijke overheid de regio Twente heeft aangewezen als groeiregio met 100.000+ meer aan inwoners en 60.000+ meer aan woningen. i. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 4 ‘’Een samenhangend stedenbouwkundig concept’’. De uitbreidingslocaties zijn in het Masterplan dusdanig uitgewerkt dat sprake is van een stedenbouwkundige samenhang die in een landschappelijk raamwerk worden ingepast. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 1 ‘’Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan’’. 2. Zie punt 1 en aanvullende de verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 5 ‘’het is inbreiden en uitbreiden’’. 3. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 2 ‘’Specifieke uitgangspunten Masterplan’’ en paragraaf 4 ‘’Een samenhangend stedenbouwkundig concept’’. Het uitgangspunt van het Masterplan is respecteren, handhaven en versterken van de landschappelijke kwaliteiten. Dit uitgangspunt is de basis voor het opgestelde Masterplan. 4.
Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 7 ‘’Met participatie van concept Masterplan naar ontwerp en definitief Masterplan’’. Op 27 mei 2025 heeft het college het Participatieplan ‘Masterplan Uitbreidingslocaties’ vastgesteld. Het participatieplan is vastgesteld met de principes uit de ‘handreiking participatie’ volgens de Omgevingswet. Volgens het vastgestelde participatieplan zijn alle stappen doorlopen en uitgevoerd. De informatie- en raadpleegsessies zijn allemaal gestart met een plenaire bijeenkomst om iedereen te voorzien van dezelfde basisinformatie. Na de plenaire bijeenkomsten zijn de groepen uit één gegaan in deelgebieden, omdat de groepen anders te groot zouden worden om iedereen te kunnen horen en de gelegenheid van vragen stellen te kunnen geven. De gespreksnotities zijn na elke sessie online geplaatst op onze gemeentelijke website, om iedereen te voorzien van inzicht in het verloop van de avond. Opsplitsen of ene avond de sessie deelnemen bij gebied x en andere avond bij gebied y stond éénieder vrij om te kiezen. Van procedurele gebreken is dan ook geen sprake. 5. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 2 ‘’Specifieke uitgangspunten Masterplan’’. Hier is ook een tekening te vinden met de toezeggingen die zijn gedaan en hoe dit is ingepast.
De toezegging tijdens de raadsvergadering van 10 juli 2024 van 100 meter is gedaan voor de woning aan de Rosinkweg (en ook de Klaashuisstraat hebben wij daarin betrokken). 6. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 6 ‘’Woonbehoefte in Haaksbergen’’. Dat er daar bovenop meer woningen nodig zijn heeft ermee te maken dat de landelijke overheid de regio Twente heeft aangewezen als groeiregio met 100.000+ meer aan inwoners en 60.000+ meer aan woningen. 7. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 5 ‘’Het is inbreiden en uitbreiden’’. 8. Bij de vaststelling van de Omgevingsvisie staat geen bezwaar en beroep open. De Omgevingsvisie is op 26 november 2025 vastgesteld in de gemeenteraad, waarmee dit beleidskader direct onherroepelijk is geworden. Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken.
40
19. Nr. Join Registratie Naam en adres inspreker Betreft gebied (22) Z/25/032198 Datum Honesch D-169417 12-11-2025 Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: • De insprekers zijn niet tegen woningbouw, maar vinden dat de gemeente zich – net als inwoners – aan de geldende regels en beleidskaders moet houden. Zij ervaren inconsistentie: inwoners moeten strikt aan wettelijke regels voldoen, terwijl de gemeente volgens hen afwijkt van beleid door woningbouw op een es toe te staan. • Perceel I3510 betreft een essenlandschap dat volgens eerdere beleidsdocumenten, WVGbesluiten en uitspraken van wethouders níet bebouwd zou worden. Insprekers verzoeken de gemeente toe te lichten waarom het perceel nu wel ten gunste van woningbouw wordt betrokken. • De insprekers betwijfelen of onafhankelijk landschappelijk, ecologisch en archeologisch onderzoek is uitgevoerd. Zij wijzen op de mogelijke archeologische waarde van de es en op het ontbreken van duidelijkheid over de kwaliteitsmeting van de es. • Er is volgens hen onduidelijk of effecten op Natura 2000-gebieden zijn onderzocht. • De onderbouwing van de woningbehoefte in het Masterplan wordt als onvoldoende ervaren. Volgens de insprekers is niet aangetoond dat binnenstedelijke alternatieven of andere locaties zijn onderzocht voordat voor deze es is gekozen.
Tevens wordt gewezen op inconsistenties: andere essen worden ontzien, terwijl perceel I3510 wél is opgenomen als bouwlocatie. • Het huidige WVG besluit en eerdere bestuurlijke toezeggingen sloten woningbouw op de es van perceel I3510 uit. De insprekers begrijpen niet waarom hiervan is afgeweken. Afgevraagd wordt hoe de opname van perceel I3510 zich verhoudt tot de WVG, het Addendum en eerdere uitspraken. Wat wordt gewenst: 1. Een duidelijke toelichting waarom de gemeente afwijkt van bestaand beleid en regelgeving die aangeven dat essen niet bebouwd mogen worden. 2. Inzicht in onafhankelijk onderzoek naar de landschappelijke, ecologische en archeologische waarden van perceel I3510, inclusief de wijze van kwaliteitsbeoordeling van de es. 3. Uitleg of en hoe mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden zijn onderzocht en of een passende beoordeling is uitgevoerd. 4. Een onderbouwing van de woningbehoefte en de afweging die leidde tot selectie van perceel I3510, inclusief motivering waarom binnenstedelijke alternatieven niet eerst zijn benut. Toelichting waarom andere essen worden gespaard maar perceel I3510 niet, en hoe cultuurhistorische en archeologische waarden zijn meegewogen. 5. Uitleg over hoe de opname van perceel I3510 zich verhoudt tot het geldende WVG, het Addendum en eerdere bestuurlijke uitspraken waarin deze es werd uitgesloten. 6.
Heroverweging van de planvorming voor perceel I3510, in lijn met het Addendum, het WVG-besluit en de Structuurvisie, met behoud van het essenlandschap.
Reactie gemeente
Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: De samengevatte inspraakreactie is volledig overeenkomstig de wensen die wij uit de reactie van inspreker hebben gefilterd. Zie daarom hieronder resumerend onze reactie op de wensen van inspreker. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 3 ‘’Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing’’. Bij het opstellen van het addendum is gekeken naar de bestaande kaartmaterialen. Vandaaruit was het moeilijk te beoordelen waar de es begrenzing precies ligt en wat de kwaliteit van de es is. Met de uitwerking van het Masterplan is gekeken vanuit de landschappelijke waarden en kwaliteiten. Hieruit is gebleken dat het landschappelijk gezien beter is het gehele gebied mee te nemen in de ontwikkeling van de plannen. De essen binnen het plangebied worden integraal betrokken bij de planvorming, de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid worden versterkt/ hersteld met esrand beplantingen, herstel van de es, zichtlijnen en routes. Daardoor krijgen de essen meer kwaliteit dan nu in de huidige situatie en wordt het landschappelijk ingepast in combinatie met passende woningbouw. De provincie benoemt gebieden als essenlandschap, maar legt daarbij niet precies vast waar in het landschap essen liggen.
De Catalogus gebiedskenmerken maakt onderdeel uit van de provinciale sturing op ruimtelijke kwaliteit door instructieregels (Afdeling 4.3. Ruimtelijke Kwaliteit) in de provinciale Omgevingsverordening. In de Catalogus Gebiedskenmerken staan aanwijzingen voor gemeenten die bij ruimtelijke plannen moeten onderbouwen dat de beoogde ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit. De provincie is van mening dat in het Masterplan op juiste wijze toepassing is gegeven aan de provinciale Catalogus Gebiedskenmerken. 2. Op 18 september 2024 is er door Lycens een Milieu-planologische impactanalyse opgesteld. Hierin is gekeken naar: activiteiten en milieuzonering, akoestiek, archeologie, bodem, ecologie, externe veiligheid, geur en ontplofbare oorlogsresten. En aanvullend hierop hebben wij bij de totstandkoming van het Masterplan de samenwerking gezocht met een landschapsadviesbureau. Wat betreft de waardering van de essen in dat kader verwijzen wij in het bijzonder naar hoofdstuk 2, paragraaf 1 “Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan”. Deze uitkomsten van de onderzoeken zijn meegenomen als uitganspunt bij de totstandkoming van het Masterplan. Bij het wijzigen van het Omgevingsplan zullen alle benodigde onderzoeken worden uitgevoerd om de haalbaarheid van de plannen aan te tonen. 3.
In de Milieu-planologische impactanalyse is ook gekeken naar de ligging ten opzichte van Natura 2000-gebied. In de verdere procedure tot het wijzigen van het Omgevingsplan zullen alle benodigde onderzoeken worden uitgevoerd om de haalbaarheid van de plannen aan te tonen. 4. Allereerst wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 5 ‘’Het is inbreiden en uitbreiden’’ en paragraaf 6 ‘’Woonbehoefte in Haaksbergen’’. Met betrekking tot het betrekken van perceel I3510 wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 1 “Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan”. De essen zijn niet per definitie uitgesloten van ontwikkelingen. Van belang is het versterken van de ruimtelijke kwaliteit en koppelen van meerdere opgaven. De interpretatie van de es op basis van de landschappelijke kenmerken en versterken van de herkenbaarheid is daarbij van belang. De provincie heeft op basis van het landschappelijk concept op voorhand geen bezwaar en kan meegaan in de landschappelijke denklijn met passende woningbouw in combinatie met o.a. zichtlijnen, esherstel en esrandbeplantingen met aandacht voor opgaven voor water, het landelijke karakter van de rafelrand en (recreatieve) verbindingen. Bij sommige gebieden wordt er een deel van de es ingepast in de planvorming en bij andere gebieden in zijn geheel, dit is afhankelijk van bovenstaand. 5.
Het voorkeursrecht is gevestigd op het gehele perceel, omdat tijdens het opstellen van het Addendum vooral is gewerkt vanuit de kaartlagen. Op de bestaande kaartlagen is de ligging en de kwaliteit van de essen niet goed te duiden. Met het opstellen van het Masterplan is er ‘in het veld’ gekeken naar de ligging van de essen en de kwaliteit. Daaruit is gebleken dat het de kwaliteit van de es ten goede komt om het gehele perceel mee te nemen in de uitwerking van het Masterplan. De es is geruime tijd geleden afgegraven, waardoor er minder kwaliteit wordt ervaren van de es. Daarom wordt de es in het Masterplan versterkt door het opnieuw opzetten van steilranden met gebiedseigen beplanting. Door deze versterking van de esranden worden de essen beter beleefd en komt dit de kwaliteit ten goede. 6. Zoals bij punt 4 te lezen is, is de woonbehoefte in Haaksbergen groot. Om deze reden heeft de gemeenteraad verzocht om een Addendum op de structuurvisie op te stellen waarin aangegeven staat wat de nieuwe woon- en werkgebieden in Haaksbergen kunnen worden. Dit Addendum is in november 2024 vastgesteld. Het Masterplan is een verdere uitwerking van het Addendum. 41
De aangewezen woongebieden binnen de Honesch zijn benodigd om te kunnen voldoen aan de te bouwen aantallen voor de woonbehoefte. Het herzien van deze plannen is niet aan de orde. Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken. 20. Nr. Join Registratie Naam en adres inspreker Betreft gebied (23) Z/25/032198 Datum Honesch D-169408 07-11-2025 Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: a. Keuze Honesch o Het is onbegrijpelijk en onlogisch dat woningbouwlocaties in het Honesch zijn opgenomen. o Het unieke essenlandschap moet behouden blijven; bebouwing zou een onomkeerbaar verlies betekenen. o Alternatieve locaties zijn onvoldoende onderbouwd afgevallen. o Binnen de dorpsgrenzen is nog ruimte voor inbreiding. o Twijfel of de woningbehoefte op termijn goed is ingeschat. b. Möll'npad o Het Möll'npad is een geliefd wandelrondje dat veel gebruikt wordt door inwoners en bezoekers (wandelen, hardlopen, sociale contacten). o Het pad draagt bij aan ontspanning en gezondheid van bewoners. o Er zijn woningen ingetekend op esgrond, terwijl eerder door college en raad is aangegeven dat bouwen op essen niet mag. o Het wandelpad dreigt te worden omgezet naar een route voor langzaam verkeer (fietsers, brommers, fatbikes), wat de rust en beleving verstoort.
o Er geldt een recht van overpad met meerdere grondeigenaren, wat vragen oproept over aansprakelijkheid en onderhoud. Wat wordt gewenst: Voor het Honesch en Voor het Möll'npad: 1. Dat er beter en transparanter naar alternatieve locaties wordt gekeken. 2. Dat het Honesch-essenlandschap niet wordt opgeofferd voor woningbouw. 3. Dat het belang van het pad als wandelroute wordt erkend en behouden. 4. Dat er géén woningen op esgrond naast het Möll'npad worden gebouwd en duidelijkheid komt over het provinciaal beleid inzake bouwen op essen. 5. Afgevraagd wordt hoe het zit met recht van overpad en de aansprakelijkheid bij ongevallen en verantwoordelijkheid voor onderhoud van de weg.
Reactie gemeente
Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: a. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragrafen 1, 4, 5 en 6 met betrekking tot hetgeen is toegelicht ten aanzien van: • “Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan”. Er wordt hier toegelicht dat de essen integraal in de ontwerpen zijn betrokken. • “Een logische stedenbouwkundige samenhang van de uitbreidingsplannen”. Het stedenbouwkundig concept is in een landschappelijk raamwerk ingepast waarbij essen en beekdalen integraal zijn betrokken. • “Het is inbreiden en uitbreiden”. Om in de woningbouwbehoefte te kunnen voorzien moet er op uitbreidingslocaties worden gebouwd. In het kader van besluitvorming op het Addendum is het gebied Wissinkbrink en Honesch daarvoor aangewezen. • “Woonbehoefte in Haaksbergen”. Wij zijn van mening dat de woonbehoefte van 900 meer aan woningen realistisch is geraamd. Dat er daar bovenop meer woningen nodig zijn heeft ermee te maken dat de landelijke overheid de regio Twente heeft aangewezen als groeiregio met 100.000+ meer aan inwoners en 60.000+ meer aan woningen. b. Allereerst wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 2 “Specifieke uitgangspunten Masterplan”. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop in de praktijk is beoordeeld of er al dan niet op een es wordt gebouwd. Wat betreft de kwaliteiten van het Möll’npad als recreatieve wandelroute nog het volgende.
Ook wij zijn van mening dat juist die bestaande kwaliteiten in het gebied behouden moeten blijven. Daarbij willen wij ervoor zorgen dat er nieuwe logische recreatieve verbindingen ontstaan. Het is niet alleen het pad zoals door inspreker wordt aangehaald, maar ook die nieuwe recreatieve verbindingen die ontstaan en bijdragen aan ontspanning, gezonde levensstijl en sociale contacten. Voor zover sprake is van erfdienstbaarheden zal een en ander nader worden onderzocht, daarbij is wel ons uitgangspunt dat de betreffende gronden met een openbare functie wel als zodanig in gebruik blijven. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Wij communiceren transparant over keuzes die zijn gemaakt en de zoekgebieden die voor woningbouw zijn onderzocht. Dit geldt ook wat betreft de mogelijke inbreidingslocaties die voorhanden zijn. De besluitvorming die hieromtrent plaatsvindt is eveneens openbaar. 2. Het essenlandschap wordt niet opgeofferd, maar zijn integraal bij de uitwerking van het Masterplan betrokken. Zie ook hoofdstuk 2, paragraaf 1 “Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan”. 3. Het belang van het pad wordt erkend en is eveneens integraal bij de uitwerking van het Masterplan betrokken. Het maakt onderdeel uit van nieuwe recreatieve verbindingen die tot stand komen. 4.
Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 2 “Specifieke uitgangspunten Masterplan”. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop in de praktijk is beoordeeld of er al dan niet op een es wordt gebouwd. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 3 ‘’Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing’’. Bij het opstellen van het Addendum is gekeken naar de bestaande kaartmaterialen. Vandaaruit was het moeilijk te beoordelen waar de es begrenzing precies ligt en wat de kwaliteit van de es is. Met de uitwerking van het Masterplan is gekeken vanuit de landschappelijke waarden en kwaliteiten. Hieruit is gebleken dat het landschappelijk gezien beter is het gehele gebied mee te nemen in de ontwikkeling van de plannen. De essen binnen het plangebied worden integraal betrokken bij de planvorming, de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid worden versterkt/ hersteld met esrand beplantingen, herstel van de es, zichtlijnen en routes. Daardoor krijgen de essen meer kwaliteit dan nu in de huidige situatie en wordt het landschappelijk ingepast in combinatie met passende woningbouw. De provincie benoemt gebieden als essenlandschap, maar legt daarbij niet precies vast waar in het landschap essen liggen. 42
De Catalogus gebiedskenmerken maakt onderdeel uit van de provinciale sturing op ruimtelijke kwaliteit door instructieregels (Afdeling 4.3. Ruimtelijke Kwaliteit) in de provinciale Omgevingsverordening. In de Catalogus Gebiedskenmerken staan aanwijzingen voor gemeenten die bij ruimtelijke plannen moeten onderbouwen dat de beoogde ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit. De provincie is van mening dat in het Masterplan op juiste wijze toepassing is gegeven aan de provinciale Catalogus Gebiedskenmerken. De reactie van de provincie is in hoofdstuk 3 van dit document terug te lezen. 5. Wat betreft het recht van overpad blijven die betreffende gronden met een openbare functie als zodanig in gebruik. Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken. 21. Nr. Join Registratie Naam en adres inspreker Betreft gebied (25) Z/25/032198 Datum Honesch D-169419 11-11-2025 Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: a. De insprekers erkennen de noodzaak voor woningbouw (starters, senioren, statushouders), maar hebben bedenkingen bij de aanwijzing van de Honesch als uitbreidingslocatie. b.
Zij twijfelen aan de onderbouwing van de woningbehoefte: het genoemde aantal van 1.800 woningen lijkt volgens hen niet gebaseerd op aantoonbare gegevens, en zij verwachten vanaf 2035 juist een afvlakking of daling van de behoefte. c. Volgens het gemeentelijk uitgangspunt “inbreiding gaat voor uitbreiding” zijn er volgens hen genoeg binnenstedelijke mogelijkheden, waardoor bouwen in waardevol buitengebied niet noodzakelijk is. Daarbij is hen verteld dat ook de Veldmaat opnieuw als uitbreidingslocatie wordt overwogen. d. De gemeente organiseerde op 27 oktober een informatieavond voor potentiële kopers, terwijl woningbouw in de Honesch nog niet is vastgesteld; dit wordt door de insprekers als ongewenst en prematuur gezien. e. De Buurserbeek en het omliggende landschap zijn recent met publieke middelen heringericht voor natuurherstel, waterberging en klimaatadaptatie; woningbouw aan de randen staat volgens hen haaks op deze investeringen. f. De es in de Honesch is een cultuurhistorisch en landschappelijk waardevol element. Eerdere toezeggingen ‘dat er niet op een es wordt gebouwd’ lijken niet te worden nagekomen. g. De Honesch vervult een belangrijke rol voor flora en fauna (o.a. hazen, uilen, fazanten), die afhankelijk zijn van een aaneengesloten groenstructuur. Bebouwing zou leiden tot verlies van leefgebied en versnippering. h.
Extra woningen in de Honesch zullen volgens hen leiden tot verkeersdrukte en parkeerproblemen, met name op de Morsinkhofweg, die nu al intensief gebruikt wordt. i. Samengevat vinden zij dat bouwen in de Honesch niet in balans is met landschappelijke waarden, beschikbare alternatieve locaties en de realistische woningbehoefte. Wat wordt gewenst: 1. Een onderbouwing van de gestelde woningbehoefte, inclusief de herkomst van het genoemde aantal van 1.800 woningen en de prognoses voor bevolkingsontwikkeling na 2035. 2. Een duidelijke, uitgewerkte motivatie waarom inbreidingslocaties niet voldoende mogelijkheden bieden om de bouwopgave te realiseren. 3. Toelichting waarom de Honesch tóch als voorkeurslocatie is aangewezen, terwijl alternatieven (waaronder de Veldmaat) volgens eerdere communicatie beschikbaar zijn. 4. Uitleg waarom de gemeente reeds potentiële bewoners benaderde, terwijl besluitvorming over woningbouw in de Honesch nog niet heeft plaatsgevonden.
Reactie gemeente
Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: De samengevatte inspraakreactie is volledig overeenkomstig de wensen die wij uit de reactie van inspreker hebben gefilterd. Zie daarom hieronder resumerend onze reactie op de wensen van inspreker. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 6 “Woonbehoefte in Haaksbergen”. Dat er daar bovenop meer woningen nodig zijn heeft ermee te maken dat de landelijke overheid de regio Twente heeft aangewezen als groeiregio met 100.000+ meer aan inwoners en 60.000+ meer aan woningen. 2. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 5 “Het is inbreiden en uitbreiden”. 3. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 1 “Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan”. In het Addendum op de structuurvisie zoals vastgesteld op 27 november 2024 is toegelicht waarom de Veldmaat niet is meegenomen als mogelijke uitbreidingslocatie. Belangrijkste kenmerk van een ‘goed’ dorp is dat er geen scherpe grens is tussen bebouwd gebied en de rest van het landschap. Op veel plekken in Haaksbergen zijn er al rafelige randen, wat een divers beeld oplevert. Deze geleidelijke overgang is bij de Veldmaat al duidelijk waarneembaar, waardoor hier geen grootschalige woningbouwprojecten thuis horen. Hierbij ook een verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 5 ‘’Het is inbreiden en uitbreiden’’ 4.
De reden dat de gemeente ook toekomstige bewoners benaderd is omdat het belangrijk is om woonwensen op te halen. De gevoerde participatie is niet beperkt tot bewoners in het gebied, maar wordt logischerwijs breder gevoerd (grondeigenaren, woningbouwvereniging, zorgaanbieders, etc. etc.). Wij vinden het niet prematuur en juist wenselijk om ook te luisteren naar de woonwensen van woningzoekenden. 5. De voorkeurslocaties voor woningbouw zijn vanuit de bestaande landschappelijke kwaliteiten uitgewerkt. Wij begrijpen de stelling van inspreker niet dat de plannen voor woningbouw in de Honesch haaks staan op investeringen met betrekking tot de herinrichting van de Buurserbeek. De woningbouwplannen Honesch liggen op geruime afstand van de Buurserbeek. Er is geen logische verbinding tussen de beide projecten. 6. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 2 ‘’Specifieke uitgangspunten Masterplan” en verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 3 ‘’Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing’’. Bij het opstellen van het Addendum is gekeken naar de bestaande kaartmaterialen. Vandaaruit was het moeilijk te beoordelen waar de es begrenzing precies ligt en wat de kwaliteit van de es is. Met de uitwerking van het Masterplan is gekeken vanuit de landschappelijke waarden en kwaliteiten.
Hieruit is gebleken dat het landschappelijk gezien beter is het gehele gebied mee te nemen in de ontwikkeling van de plannen. De essen binnen het plangebied worden integraal betrokken bij de planvorming, de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid worden versterkt/ hersteld met esrand beplantingen, herstel van de es, zichtlijnen en routes. Daardoor krijgen de essen meer kwaliteit dan nu in de huidige situatie en wordt het landschappelijk ingepast in combinatie met passende woningbouw. De provincie benoemt gebieden als essenlandschap, maar legt daarbij niet precies vast waar in het landschap essen liggen. De Catalogus gebiedskenmerken maakt onderdeel uit van de provinciale sturing op ruimtelijke kwaliteit door instructieregels (Afdeling 4.3. Ruimtelijke Kwaliteit) in de provinciale Omgevingsverordening.
43
Toelichting op hoe de voorgenomen bebouwing zich verhoudt tot de recente natuur- en landschapsinvesteringen rondom de Buurserbeek. 6. Een verklaring waarom het eerdere uitgangspunt dat “op een es niet wordt gebouwd” niet lijkt te worden gevolgd. 7. Duurzame borging van flora- en faunabelangen en inzicht in welke onderzoeken zijn uitgevoerd naar ecologische effecten. 8. Inzicht in hoe verkeersveiligheid en verkeersdrukte op de Morsinkhofweg en omliggende wegen worden opgelost of beperkt. 9. Verzoek om de aanwijzing van de Honesch als voorkeurslocatie te verwijderen uit het Masterplan. 10. Verzoek om schriftelijke bevestiging van ontvangst en om tijdige informatie over het vervolg van de procedure. 5.
In de Catalogus Gebiedskenmerken staan aanwijzingen voor gemeenten die bij ruimtelijke plannen moeten onderbouwen dat de beoogde ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit. De provincie is van mening dat in het Masterplan op juiste wijze toepassing is gegeven aan de provinciale Catalogus Gebiedskenmerken. 7. Allereerst wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 1 “Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan”. Daarop aanvullend wordt opgemerkt dat als onderdeel van de nadere uitwerking er nog meer aan onderzoek moet worden uitgevoerd. Het uitvoeren van ecologisch onderzoek maakt hiervan onderdeel uit. 8. De nieuwe woongebieden worden zoveel mogelijk ontsloten op de oude N18 die daarmee meer als een verdeelweg gaat functioneren. In het Masterplan is een samenhangend stedenbouwkundig concept uitgewerkt waarbij al meer concreet een hoofdstructuur zichtbaar wordt van woonvelden en daarbij passende woonsferen die recht doen aan de bestaande landschappelijke kwaliteiten in het gebied. Ook de ontsluitingsstructuur maakt hiervan onderdeel uit. De wijze waarop dit meer in detail wordt uitgewerkt is nog niet duidelijk. Wel hebben wij gemeend de nieuwe woongebieden zoveel mogelijk rechtstreeks op de oude N18 te ontsluiten om ervoor te zorgen dat de bestaande wegen zoveel mogelijk worden gespaard.
Wij zijn het met inspreker eens dat dit om een meer gedetailleerde en civieltechnische uitwerking vraagt. De parkeerbehoefte wordt in de nieuwe woongebieden opgelost door het creëren van parkeerkoffers. 9. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 1 “Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan”. Het Masterplan is de uitwerking van het Addendum. Het gebied Honesch is als onderdeel van besluitvorming rondom het Addendum als voorkeurslocatie voor woningbouw aangewezen. 10.Met het vaststellen van het Masterplan is het participatietraject niet afgerond. Hierop zal als onderdeel van nadere uitwerking van de plannen een vervolg worden gegeven. Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken.
22. Nr. Join Registratie Naam en adres inspreker Betreft gebied (26) Z/25/032198 Datum Honesch D-169418 12-11-2025 Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: a. Het Ontwerp Masterplan wordt door de gemeente gepresenteerd alsof de locaties Wissinkbrink-West en Honesch al definitief zijn aangewezen voor woningbouw, terwijl het Addendum juridisch slechts een locatieonderzoek is. Er is dus nog geen definitieve besluitvorming. b. In het Addendum is als harde randvoorwaarde opgenomen dat “essen en beekdalen zijn uitgesloten van de bouwopgave”, een uitspraak die ook meerdere malen door het college is bevestigd. Toch worden in het Masterplan woningbouwlocaties op of tegen essen voorgesteld (o.a. Honesch en gebied 24). De inspreker noemt dit strijdig met beleid, besluitvorming en eerdere toezeggingen (vraag 1). c. Het Addendum verdeelt de opgave van 900 woningen over Haaksbergen, Buurse, Sint Isidorushoeve en de Veldmaat. Echter, in het Ontwerp Masterplan wordt het grootste deel van deze opgave in Haaksbergen zelf geplaatst, terwijl de kerkdorpen en de Veldmaat vrijwel geen bijdrage meer leveren. d. Demografische prognoses van CBS/ABF/Primos laten tot 2040 een lichte groei van huishoudens zien (ca. +420) en daarna juist een krimp. Volgens de inspreker rechtvaardigt dit wél de bouw van 900 woningen tot 2040, maar niet méér én zeker niet een planmatige groei richting 30.000 inwoners.
e. De provincie verlangt bij bouwen aan de randen een 360-gradenscan en een deugdelijke afweging van álle alternatieve locaties. De inspreker vindt dat locaties zoals Kolderveld, Veldmaat en Wissinkbrink-Oost onvoldoende zijn onderbouwd in hun afwijzing.
Reactie gemeente
Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: Inspreker heeft diverse vragen gesteld. De vragen zijn in de samenvatting verwerkt en in onderstaande reactie is de beantwoording daarvan terug te lezen. Alle onderwerpen komen aan bod. a. De gemeenteraad heeft op 27 november 2024 besloten om deze gebieden als voorkeurslocatie aan te wijzen en uit te werken als woongebieden. Deze zijn wel definitief aangewezen door de gemeenteraad. Deze locaties worden daarom ook in het Masterplan nader uitgewerkt vanuit een goede landschappelijke inpassing. Er dient nog definitieve besluitvorming op het Masterplan plaats te vinden. Daarna is nog meer aan nadere uitwerking en onderzoek nodig als onderdeel van planologische procedures die nog doorlopen moeten worden. b. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragrafen 1, 2 en 4 met betrekking tot hetgeen is toegelicht ten aanzien van: • “Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan”. Er wordt hier toegelicht dat de essen integraal in de ontwerpen zijn betrokken. • “Specifieke uitgangspunten Masterplan”. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop in de praktijk is beoordeeld of er al dan niet op een es wordt gebouwd. Daarnaast wordt duiding gegeven aan de toegezegde 100 meter aan de Rosinkweg (en ook de Klaashuisstraat hebben wij hierin betrokken). • “Een logische stedenbouwkundige samenhang van de uitbreidingsplannen”.
Het stedenbouwkundig concept is in een landschappelijk raamwerk ingepast waarbij essen en beekdalen integraal zijn betrokken. Wij zijn het met inspreker dan ook niet eens dat sprake is van strijdigheid met geldend beleid, gedane toezeggingen en eerdere besluitvorming die heeft plaatsgehad. c. Allereerst wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 5 “Het is inbreiden en uitbreiden”. Daarop aanvullend wordt opgemerkt dat ook voor Buurse en Sint Isidorushoeve sprake is van woningbouwplannen. Gelet op de forse woningbouwopgave die er ligt zijn er voorkeurslocaties aangewezen waar de gemeente actief is inzet op woningbouw.
44
Het particuliere project Gebied 24 / Plan Wildenborg in het essenlandschap roept vragen op over: o hoge dichtheid (48 woningen/ha), o bouwen op cultuurhistorische en archeologisch waardevolle grond, o en een mogelijke “ruilafspraak” waarbij andere agrarische grond tot “wonen” zou worden bestemd. g. Door inspreker wordt een uiteenzetting gegeven van (eigen) onderzoek, cijfermatige analyse, conclusies en aanbevelingen. De inspreker presenteert alternatieve scenario’s (opties 2 en 3) waarin: o alle 900 woningen wél kunnen worden gerealiseerd, o de kerkdorpen en de Veldmaat de rol krijgen die in het Addendum en de Omgevingsvisie is bedoeld, o het essenlandschap van Honesch volledig wordt gespaard. Volgens de inspreker leveren deze scenario’s “alleen maar winnaars” op. f.
Wat wordt gewenst: De inspreker vraagt de gemeente om: 1. Beleidsmatige onderbouwing • Uitleg waarom het Ontwerp Masterplan tóch woningbouw op/aan essen bevat, in strijd met het Addendum, eerdere raadsuitspraken en herhaalde toezeggingen “op een es wordt niet gebouwd” (vraag 1). 2. Juridische duidelijkheid • Bevestiging dat op dit moment geen enkele locatiekeuze uit het Addendum juridisch definitief is (vraag 2). • Motivering waarom perceel S106 toch is opgenomen terwijl de raad heeft besloten dat niet te doen (vraag 5). 3. Inzicht in alternatieven • Toelichting waarom Kolderveld, de Veldmaat en de kerkdorpen niet substantieel zijn meegenomen, terwijl ze in Addendum en Omgevingsvisie expliciet worden genoemd, wanneer komt het Kolderveld bijvoorbeeld voor woningbouw in aanmerking (vragen 3, 7 en 16). • Inzicht in de volledige 360°-afweging die de provincie verlangt. 4. Demografische en kwantitatieve onderbouwing • Uitleg hoe de gemeentelijke ambitie zich verhoudt tot de prognoses waarin (vraag 4): o inwoners dalen na 2035 (vraag 8), o huishoudens dalen na 2040 en hoe worden plannen daarop aangepast (vragen 9, 14), o 900 woningen voldoende lijken voor komende 10 jaar, zowel lokale als regionale behoefte (vraag 17). • Inzicht in de basis van de groeiveronderstelling richting 30.000 inwoners (vraag 6). 5.
Verduidelijking van afspraken en processen • Openheid over: o prestatieafspraken met woningcorporatie Domijn (vraag 10), o samenwerkingen met de Diaconie PKN (vraag 11), o de status en locatie van het beloofde plan voor 1 juni 2024 (vraag 12), o eventuele afspraken binnen Plan Wildenborg (gebied 24) en de voorwaarde tot functiewijziging van agrarische grond (vraag 15). 6. Consistente omgang met essen • Bevestiging dat locaties met meer dan 30% es (zoals Wissinkbrink-Oost) daarom zijn afgevallen, en uitleg waarom die logica niet wordt toegepast op Honesch (vraag 13).
d. Wij komen samen met inspreker tot dezelfde conclusie dat de bouw van 900 woningen noodzakelijk is. Het voorliggende Masterplan is opgesteld vanuit deze woningbouwopgave. Wat betreft de woonbehoefte op de langere termijn, zowel de lokale als de regionale behoefte, wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 6 “Woonbehoefte in Haaksbergen”. e. Allereerst wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 3 “Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing”. Wij zijn het niet eens met inspreker dat als onderdeel van besluitvorming op het Addendum sprake is geweest van onvoldoende onderbouwing in het bepalen van de voorkeurslocaties. De gehele gemeente Haaksbergen is beoordeeld. Hieraan heeft een zorgvuldig besluitvormingsproces ten grondslag gelegen. f. Het particuliere project waar inspreker aan refereert betreffen de gronden omgeving Klaashuisstraat. Deze locatie maakt onderdeel uit van de voorkeurslocaties Honesch en is daarmee dus betrokken bij één integrale uitwerking van de woningbouwplannen. Het aantal precies te bouwen woning is nog niet bekend. De grootte van deze locatie is ongeveer 4 ha, dus de dichtheid is een heel stuk lager dan dat inspreker aangeeft (48 woningen per ha). Een mogelijke “ruilafspraak” van gronden die inspreker stelt heeft voor ons geen relevantie.
De grondeigenaar mag de gronden zelf tot woningbouw realiseren wanneer deze maar binnen de ruimtelijke kaders passen zoals die in het Masterplan zijn uitgewerkt. g. Verwezen wordt naar hetgeen onder de beoordeling van punt 4 van deze inspraakreactie is beschreven. Wij begrijpen dat inspreker de rekensom dusdanig maakt dat het gebied de Honesch wordt ontzien. Dit neemt niet weg dat met dit Masterplan uitvoering wordt gegeven aan de besluitvorming die recentelijk op het Addendum heeft plaatsgehad. In dat kader is besloten de beide voorkeurslocaties Honesch en Wissinkbrink tot woningbouw uit te werken. Hoewel wij idealiter ook het aantal woningen van 450 in inbreiding willen realiseren moet worden opgemerkt dat juist hierin een grote mate van onzekerheid zit. Het is zeer twijfelachtig of er voldoende inbreidingslocaties in de komende tien jaar vrijkomen die tot woningbouw kunnen worden ontwikkeld. Wij vinden het om die reden niet langer verantwoord om woningbouw in de uitbreiding uit te stellen of te vertragen. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Wij hebben als onderdeel van de participatie gemaakte keuzes altijd toegelicht. Voor het overige wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 2 “Specifieke uitgangspunten Masterplan”. En verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 3 ‘’Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing’’.
Bij het opstellen van het Addendum is gekeken naar de bestaande kaartmaterialen. Vandaaruit was het moeilijk te beoordelen waar de es begrenzing precies ligt en wat de kwaliteit van de es is. Met de uitwerking van het Masterplan is gekeken vanuit de landschappelijke waarden en kwaliteiten. Hieruit is gebleken dat het landschappelijk gezien beter is het gehele gebied mee te nemen in de ontwikkeling van de plannen. De essen binnen het plangebied worden integraal betrokken bij de planvorming, de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid worden versterkt/ hersteld met esrand beplantingen, herstel van de es, zichtlijnen en routes. Daardoor krijgen de essen meer kwaliteit dan nu in de huidige situatie en wordt het landschappelijk ingepast in combinatie met passende woningbouw. De provincie benoemt gebieden als essenlandschap, maar legt daarbij niet precies vast waar in het landschap essen liggen. De Catalogus gebiedskenmerken maakt onderdeel uit van de provinciale sturing op ruimtelijke kwaliteit door instructieregels (Afdeling 4.3. Ruimtelijke Kwaliteit) in de provinciale Omgevingsverordening. In de Catalogus Gebiedskenmerken staan aanwijzingen voor gemeenten die bij ruimtelijke plannen moeten onderbouwen dat de beoogde ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit.
De provincie is van mening dat in het Masterplan op juiste wijze toepassing is gegeven aan de provinciale Catalogus Gebiedskenmerken. 2. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 2 “Specifieke uitgangspunten Masterplan”. Hierin wordt eveneens een toelichting gegeven op de wijze waarop in de praktijk is beoordeeld of er al dan niet op een es wordt gebouwd. Wij bevestigen dat plannen pas definitief voor bebouwing in aanmerking komen wanneer juridische-planologische procedures zijn doorlopen. Zoals hierboven bij punt a is aangegeven, heeft de gemeenteraad al wel besloten over de keuze voor de voorkeurslocaties. 3. Wij hebben toegelicht dat het Masterplan een uitwerking is van het Addendum waarin reeds de keuze is gemaakt voor de voorkeurslocaties voor woningbouw. Tevens hebben wij uitleg geven van de afstemming die met de provincie plaatsvindt. Rondom de gehele gemeente Haaksbergen is gekeken naar geschikte locaties. Uit de zoekgebieden hebben twee locaties de voorkeur gekregen om daarmee aan de slag te gaan. 4. Wij hebben uitleg geven over de kwantitatieve onderbouwing die aan de woningbouwplannen ten grondslag ligt. Wij verwijzen naar hoofdstuk 2, paragraaf 6 “Woonbehoefte in Haaksbergen”. 5. De gemaakte prestatieafspraken met de woningbouwvereniging zijn openbaar. Er wordt op dit moment gewerkt aan nieuwe prestatieafspraken.
En de gemeente werkt uiteraard samen met, dan wel faciliteert, initiatiefnemers die woningbouwplannen hebben. Aan de medewerking die vanuit de gemeente wordt gegeven aan dergelijke initiatieven ligt besluitvorming ten grondslag die openbaar is. De gemeente heeft geen bemoeienis met privaatrechtelijke afspraken die onderling tussen personen of grondeigenaren worden gemaakt. 45
7. Herziening van de locatiekeuze • Verzoek om het Ontwerp Masterplan aan te passen en graag antwoorden op de vragen 1 tot en met 15.
6. De stelling van inspreker dat locaties zoals Wissinkbrink-Oost die zouden bestaan uit meer dan 30% aan esgronden om die reden zouden zijn afgevallen wordt niet door ons bevestigd. Dus de uitleg waarom deze logica niet voor de Honesch is toegepast kan dan ook niet worden gegeven. Wij herkennen ons ook niet in een dergelijke wijze waarop wij met ruimtelijke opgaven omgaan en de wijze waarop deze opgaven in het bestaande landschap wordt ingepast. De Wissinkbrink-Oost is in het Addendum opgenomen als mogelijk zoekgebied voor de industrie. 7. Wij hebben het besluitvormingsproces met betrekking tot het Addendum toegelicht. Het Masterplan is een uitwerking van de voorkeurslocaties zoals die recentelijk als onderdeel van besluitvorming op het Addendum heeft plaatsgehad. De beantwoording op de gestelde vragen is terug te lezen in deze beoordeling op zijn inspraakreactie. Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken.
23. Nr. Join Registratie Naam en adres inspreker Betreft gebied (27) Z/25/032198 Datum Honesch D-169415 11-11-2025 Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: a. Gelijke behandeling en naleving van regels o Burgers moeten zich houden aan verleende vergunningen en afspraken; de gemeente moet dat ook doen. o Er wordt getwijfeld of de gemeente zich bij de keuze voor bouwlocaties Honesch en Wissinkbrink aan bestaande beleidsregels en afspraken heeft gehouden. b. Afwijking van vastgestelde beleidsdocumenten o In de Structuurvisie 2030 en het Addendum is vastgelegd dat essen en beekdalen gevrijwaard blijven van bebouwing. o Wethouders hebben eerder uitgesproken dat er niet op essen gebouwd zou worden. o Toch worden nu plannen gemaakt voor bebouwing op esgrond (o.a. perceel i3510). Dit tast vertrouwen in de gemeente aan. c. Inconsistentie en precedentwerking o De gemeente lijkt spelregels te veranderen zonder onderbouwing. o Angst dat toestaan van bebouwing op één es leidt tot precedentwerking en verdere aantasting van omliggende essen. o Onzekerheid over hoe de provincie hierin staat en welke stukken zij heeft beoordeeld. d. Cultuurhistorische en archeologische waarden o Essen hebben cultuurhistorische en archeologische betekenis. o Vermoeden dat er archeologische vondsten aanwezig zijn op perceel i3510.
o Vragen waarom sommige essen (zoals bij Wissinkbrink West) wel buiten het plan zijn gehouden en andere niet. Wat wordt gewenst: 1. Dat de gemeente zich houdt aan mondelinge en schriftelijke toezeggingen, beleidsdocumenten en afspraken (Addendum, Structuurvisie, WVG). 2. Dat er geen bebouwing op essen plaatsvindt, conform eerdere uitspraken en beleidslijnen. 3. Dat precedentwerking wordt voorkomen en essen blijvend beschermd blijven. 4. Dat inspraakreacties serieus en gemotiveerd worden beantwoord. 5. Dat duidelijkheid komt over de rol en toetsing door de provincie.
Reactie gemeente
Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: De samengevatte inspraakreactie is volledig overeenkomstig de wensen die wij uit de reactie van inspreker hebben gefilterd. Zie daarom hieronder resumerend onze reactie op de wensen van inspreker. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Wij zijn met inspreker eens dat zowel inwoners als de gemeente zich moet houden aan regel- en wetgeving. De gemeente werkt de woningbouwplannen uit binnen de kaders van bestaande regel- en wetgeving. Het voorkeursrecht is gevestigd op het gehele perceel, omdat tijdens het opstellen van het Addendum vooral is gewerkt vanuit de kaartlagen. Op de bestaande kaartlagen is de ligging en de kwaliteit van de essen niet goed te duiden. Met het opstellen van het Masterplan is er ‘in het veld’ gekeken naar de ligging van de essen en de kwaliteit. Daaruit is gebleken dat het de kwaliteit van de es ten goede komt om het gehele perceel mee te nemen in de uitwerking van het Masterplan. De es is geruime tijd geleden afgegraven, waardoor er minder kwaliteit wordt ervaren van de es. Daarom wordt de es in het Masterplan versterkt door het opnieuw opzetten van steilranden met gebiedseigen beplanting. Door deze versterking van de esranden worden de essen beter beleefd en komt dit de kwaliteit ten goede. 2.
Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragrafen 1, 2 en 4 met betrekking tot hetgeen is toegelicht ten aanzien van: • “Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan”. Er wordt hier toegelicht dat de essen integraal in de ontwerpen zijn betrokken. • “Specifieke uitgangspunten Masterplan”. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop in de praktijk is beoordeeld of er al dan niet op een es wordt gebouwd. Daarnaast wordt duiding gegeven aan de toegezegde 100 meter aan de Rosinkweg (en ook de Klaashuisstraat hebben wij hierin betrokken). • “Een logische stedenbouwkundige samenhang van de uitbreidingsplannen”. Het stedenbouwkundig concept is in een landschappelijk raamwerk ingepast waarbij essen en beekdalen integraal zijn betrokken. 3. Allereerst wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 3 “Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing”. Met de wijze waarop de woningbouwplannen landschappelijk worden ingepast en dat essen hiervan integraal onderdeel uitmaken is de angst van precedentwerking niet gegrond. Wij herkennen ons niet in de stelling dat de gemeente zonder onderbouwing de spelregels aanpast. De keuzes die zijn gemaakt ten aanzien van de voorkeurslocaties alsmede de uitwerking die deze locaties hebben gekregen als onderdeel van het Masterplan hebben wij in diverse bijeenkomst toegelicht. 4.
Wij nemen inspraakreacties serieus en dragen zorg voor een adequate beantwoording. Bovendien worden de plannen vanuit een breed participatietraject uitgewerkt. 5. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 3 “Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing”. Ook wordt er verwezen naar hoofdstuk 3, waar de reactie van provincie terug te vinden is.
46
Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken. 24. Nr. Join Registratie Naam en adres inspreker Betreft gebied (28) Z/25/032198 Datum Honesch D-169414 08-11-2025 Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: a. Aantasting essenlandschap Honesch o Het essenlandschap is cultuurhistorisch en ecologisch waardevol. o Bebouwing leidt tot onherstelbare aantasting van ruimtelijke kwaliteit en landschappelijk karakter. b. Afwijking van bestuurlijke afspraken en beleid o Toegezegde afstand van minimaal 100 meter tot bestaande bebouwing (Klaashuisstraat/Rosinkweg) wordt niet gerespecteerd. o Gebied 23 zou volgens raadsbesluit niet worden meegenomen, maar staat toch in het Masterplan. c. Alternatieve locaties beschikbaar o Er zijn voldoende inbreidingslocaties en particuliere initiatieven die woningbehoefte kunnen opvangen zonder aantasting van essen. d. Wetenschappelijke onderbouwing o Studies wijzen op ecologische, hydrologische en cultuurhistorische bezwaren tegen bebouwing van essen. e. Waterhuishouding en grondbalans o Gesloten grondbalans leidt tot verhoging maaiveld, verstoring afwatering, grondwaterstanden en ecologische balans. o Visuele en ruimtelijke verstoring ten opzichte van bestaande bebouwing. f.