CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Nota Inspraak en Overleg Masterplan (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 28 januari 2026, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Voornemen tot het vaststellen van het ontwerp “Masterplan Uitbreidingslocaties”32.215 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Ontbrekende onderzoeken o Geen volwaardig archeologisch onderzoek en geen MER uitgevoerd. o Besluitvorming mist zorgvuldigheid en transparantie. g. Provinciale bezwaren o Provincie Overijssel heeft aangegeven dat grootschalige woningbouw in de Honesch niet past bij provinciaal beleid. o Honesch is niet aangewezen als sleutelproject. h. Landschappelijke impact o Overgang tussen bebouwing en landschap wordt niet gerespecteerd. o Plan tast open karakter van essenlandschap onherstelbaar aan. i. Verkeerskundige en infrastructurele gevolgen o Onvoldoende inzicht in verkeersdruk en infrastructuurcapaciteit. o Honesch kent drukriolering, net als Kolderveld, wat eerder reden was om daar woningbouw uit te stellen. j. Bevoegdheid gemeenteraad o Raad is bevoegd om op perceelniveau te beslissen. o Raad moet eerdere besluiten respecteren (afstand 100 m, uitsluiting gebied 23). Wat wordt gewenst: 1. Dat woningbouw in het essenlandschap van de Honesch wordt afgewezen en het Masterplan Honesch vervalt. 2. Dat de gemeente kiest voor duurzame, ruimtelijk verantwoorde alternatieven (inbreiding, andere locaties).

Reactie gemeente

Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: a. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragrafen 1 en 4 met betrekking tot hetgeen is toegelicht ten aanzien van: • “Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan”. Er wordt hier toegelicht dat de essen integraal in de ontwerpen zijn betrokken. • “Een logische stedenbouwkundige samenhang van de uitbreidingsplannen”. Het stedenbouwkundig concept is in een landschappelijk raamwerk ingepast waarbij essen en beekdalen integraal zijn betrokken. b. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 2 “Specifieke uitgangspunten Masterplan”. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop in de praktijk is beoordeeld of er al dan niet op een es wordt gebouwd. Daarnaast wordt duiding gegeven aan de toegezegde 100 meter aan de Rosinkweg (en ook de Klaashuisstraat hebben wij hierin betrokken). c. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 5 “Het is inbreiden en uitbreiden”. d. Zoals hiervoor is toegelicht worden de uitbreidingsplannen in een landschappelijk raamwerk ingepast waarbij essen en beekdalen integraal zijn betrokken. Wij zullen bij de nadere uitwerking als onderdeel van de planologische procedure ook aanvullende onderzoeken uitvoeren, onder andere ten aanzien van ecologie en hydrologie. e. Indien mogelijk willen wij werken vanuit een gesloten grondbalans.

Dit is geen doel op zich, maar vooral bedoeld om ervoor te zorgen dat het aantal transportbewegingen in verband met aan- en afvoer van grond en zand beperkt blijft. Het landschappelijk raamwerk is drager van het stedenbouwkundig concept en zorgt ervoor dat de bestaande agrarische functie samen op trekt met de nieuwe woonfunctie van het gebied. f. Wij zijn het niet eens met de stelling van inspreker dat zorgvuldigheid en transparantie ontbreekt. Het Masterplan is vanuit een vooraf vastgesteld participatietraject tot stand gekomen. De bijeenkomsten zijn openbaar en documenten worden via onze website beschikbaar gesteld. Het is juist dat er nog nadere onderzoeken moeten worden uitgevoerd. Deze onderzoeken zullen onderdeel uitmaken van planologische procedures die nog moeten worden doorlopen. g. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 3 “Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing”. De gemeente heeft afstemming gezocht met de provincie over het Addendum alsmede Het Masterplan. De denklijn die de gemeente heeft over de wijze waarop de essen integraal zijn betrokken wordt ook door de provincie ondersteunt. Wij hebben de inspraakreacties die ingaan op het essenlandschap ook aan de provincie voorgelegd. De reactie van de provincie is in hoofdstuk 3 van dit document terug te lezen.

Wij zijn dan ook van mening dat met de uitwerking die de uitbreidingsplannen in het Masterplan hebben gekregen de Honesch ook een sleutelproject moet worden. Hierover gaan wij dan ook met de provincie in gesprek. h. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragrafen 1 en 4 met betrekking tot hetgeen is toegelicht ten aanzien van: • “Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan”. Er wordt hier toegelicht dat de essen integraal in de ontwerpen zijn betrokken. • “Een logische stedenbouwkundige samenhang van de uitbreidingsplannen”. Het stedenbouwkundig concept is in een landschappelijk raamwerk ingepast waarbij essen en beekdalen integraal zijn betrokken. i. Het onderliggende wegennetwerk heeft voldoende capaciteit om de extra verkeersbewegingen als gevolg van de woningbouwplannen op te vangen. De rondweg kan prima als verdeelweg functioneren van de nieuwe woongebieden. Een civieltechnische uitwerking moet nog plaatsvinden. Bij Kolderveld gaat het om het feit dat daar een hoge druk transportleiding is gevestigd, het gaat hier niet om drukriolering. j. De stelling dat de gemeenteraad het bevoegde orgaan zou zijn om op perceelsniveau te beslissen over de invulling van het Masterplan wordt door insprekers niet onderbouwd. De stelling is onjuist. De gemeente werkt de woningbouwplannen uit in overeenstemming met de instrumenten die de Omgevingswet ons biedt.

In de Omgevingswet zijn vier soorten van omgevingsbesluiten (kerninstrumenten) opgenomen die de gemeente kan inzetten om het ruimtelijk beleid te realiseren: 1. De omgevingsvisie. De omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het beleid en de ontwikkelingen die de gemeente voor ogen heeft. De omgevingsvisie heeft een hoog schaalniveau. De gemeenteraad is bevoegd om de omgevingsvisie vast te stellen. 47

Dat bestuurlijke afspraken en raadsbesluiten worden nageleefd (afstand 100 m, uitsluiting gebied 23). 4. Dat ontbrekende onderzoeken (archeologie, MER) alsnog zorgvuldig worden uitgevoerd. 5. Dat provinciaal beleid en bezwaren serieus worden meegenomen. 3.

Het omgevingsprogramma. De omgevingsprogramma’s worden opgesteld ter uitvoering van de omgevingsvisie. Een omgevingsvisie kan meerdere programma’s bevatten. Met een programma worden onderdelen van de omgevingsvisie meer concreet gemaakt. Het is dus op onderdelen een nadere uitwerking van de omgevingsvisie. Het college is bevoegd om een programma op te stellen. 3. Het omgevingsplan. Met het omgevingsplan wordt de omgevingsvisie juridisch verankerd. In dit plan worden alle regels vastgelegd die betrekking hebben fysieke leefomgeving zoals regels omtrent de bouw van woningen. De gemeenteraad is bevoegd het omgevingsplan vast te stellen. 4. De omgevingsvergunning. Met de omgevingsvergunning wordt ervoor gezorgd dat de bouw van woningen ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. 2.

Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Er heeft reeds besluitvorming plaatsgehad waarbij de Honesch, evenals de Wissinkbrink, als voorkeurslocaties voor woningbouw zijn aangewezen. Het betreft besluitvorming rondom de vaststelling van het Addendum. Het Masterplan geeft hieraan uitvoering. 2. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 5 “Het is inbreiden en uitbreiden’’. 3. De bestuurlijke afspraken en raadsbesluiten worden gerespecteerd. Zie hoofdstuk 2, paragraaf 2 “Specifieke uitgangspunten Masterplan”. 4. Op 18 september 2024 is er door Lycens een Milieu-planologische impactanalyse opgesteld. Hierin is gekeken naar: activiteiten en milieuzonering, akoestiek, archeologie, bodem, ecologie, externe veiligheid, geur en ontplofbare oorlogsresten. Deze uitkomsten van de onderzoeken zijn meegenomen als uitganspunt bij de totstandkoming van het Masterplan. Bij het wijzigen van het Omgevingsplan zullen alle benodigde onderzoeken worden uitgevoerd om de haalbaarheid van de plannen aan te tonen. 5. Aan het besluitvormingsproces ligt een uitgebreid participatietraject ten grondslag die als onderdeel van nadere uitwerkingen zal worden voortgezet. Wat betreft afstemming met provinciaal beleid wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 3 “Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing”.

Ook wordt er verwezen naar hoofdstuk 3, waar de reactie van provincie terug te vinden is. Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken. 25. Nr. Join Registratie Naam en adres inspreker Betreft gebied (29) Z/25/032198 Datum Honesch D-169411 11-11-2025 Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: a. Uitrit tegenover eigen inrit o In het plan is een uitrit getekend recht tegenover hun eigen uitrit aan de Irenesingel. o Dit is verkeerskundig onwenselijk en strijdig met eerdere mededelingen dat ontsluiting via de Morssinkhofweg zou verlopen. b. Verplaatsen van de Irenesingel o Bewoners zijn al langer met de gemeente in gesprek over verplaatsing van de Irenesingel richting Kon. Wilhelminastraat. o Huidige situatie is onveilig (auto’s, wandelaars, fietsers samen op smalle weg, schoolgaande kinderen). o Het Masterplan moet afgestemd worden op deze verplaatsingsplannen. c. Afstand tot bestaande bebouwing o Toegezegde minimale afstand van 100 meter tot bebouwing aan de Klaashuisstraat wordt niet gerespecteerd. o In het huidige plan zijn woningen binnen deze afstand ingetekend.

Reactie gemeente

Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: De samengevatte inspraakreactie is volledig overeenkomstig de wensen die wij uit de reactie van inspreker hebben gefilterd. Zie daarom hieronder resumerend onze reactie op de wensen van inspreker. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. De nieuwe woongebieden worden ontsloten op de oude N18 die daarmee meer als een verdeelweg gaat functioneren. In het Masterplan is een samenhangend stedenbouwkundig concept uitgewerkt waarbij al meer concreet een hoofdstructuur zichtbaar wordt van woonvelden en daarbij passende woonsferen die recht doen aan de bestaande landschappelijke kwaliteiten in het gebied. Ook de ontsluitingsstructuur maakt hiervan onderdeel uit. De wijze waarop dit meer in detail wordt uitgewerkt is nog niet duidelijk. Bij deze nadere uitwerking staat voorop dat sprake moet zijn van een goede verkeerskundige oplossing waarbij ook de huidige situatie zoals de uitrit van inspreker wordt betrokken. Het stedenbouwkundig concept biedt voldoende mogelijkheden om tot een goede verkeerskundige oplossing te komen. 2. Wij kunnen ons vinden in de suggestie van inspreker om tot een integrale verkeerskundige oplossing te komen. Met de concrete uitwerking van het Masterplan zullen wij ook de verplaatsingsplannen ten aanzien van de Irenesingel betrekken. 3.

Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 2 “Specifieke uitgangspunten Masterplan”, met betrekking tot hetgeen is toegelicht ten aanzien van de toegezegde 100 meter aan de Rosinkweg en Klaashuisstraat.

48

Groenvoorziening o Er is te weinig groen opgenomen om bebouwing aan het zicht te onttrekken en afstand tot Kon. Wilhelminastraat te behouden. e. Hoogbouw o Hoogbouw past niet binnen dorps- en landschapsbeeld. o Bouwhoogte moet beperkt blijven tot 2 lagen met kap. f. Ontsluiting bij viaduct o Getekende uitrit sluit aan op talud richting viaduct. o Door hoogteverschil lijkt dit technisch en verkeerskundig onmogelijk. g. Verkeersbelasting Klaashuisstraat o Tijdens voorlichtingsavonden is gezegd dat verkeersdruk in Klaashuisstraat niet zou toenemen. o Verzoek om bevestiging dat dit uitgangspunt nog steeds geldt. d.

Wat wordt gewenst: 1. Schrappen van de uitrit tegenover hun inrit aan de Irenesingel. 2. Afstemming van het Masterplan met de plannen voor verplaatsing van de Irenesingel. 3. Respecteren van de toegezegde afstand van 100 meter tot bestaande bebouwing. 4. Meer groen opnemen in het plan, vooral bij Morsinkhofweg en hoek Kon. Wilhelminastraat/Klaashuisstraat. 5. Geen hoogbouw toestaan; maximale bouwhoogte 2 lagen met kap. 6. Duidelijkheid over ontsluiting bij het viaduct en verkeerskundige haalbaarheid. 26. Nr. Join Registratie Naam en adres inspreker Betreft gebied (30) Z/25/032198 Datum Honesch D-169412 09-11-2025 Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: a. Het opstellen van het Masterplan voor twee nieuwe woonwijken buiten de bebouwde kom (Wissinkbrink en Honesch) is volgens St. NMH voorbarig en strijdig met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. De Omgevingsvisie is bovendien nog niet vastgesteld, terwijl het Masterplan al als uitwerking daarvan wordt gepresenteerd. b. Bouwen in het buitengebied is volgens St. NMH niet noodzakelijk: landelijke en regionale onderzoeken laten zien dat miljoenen woningen binnen bestaande bebouwing of via verdichting gerealiseerd kunnen worden, zonder uitbreidingslocaties in het landschap aan te trekken (o.a. woningsplitsing, optoppen, leegstand, minder sloop). c. Nieuwe wijken stuiten volgens St.

NMH op grote belemmeringen zoals netcongestie, drinkwatertekort, stikstof, juridische procedures en vertraging. Voor de Honesch geldt daarnaast dat het gebied bestaande kwaliteiten en beperkingen heeft die woningbouw onwenselijk maken: o cultuurhistorische en archeologische waarden van het essenlandschap, o ligging nabij Natura 2000, o aantasting van de ecologische verbinding (EVZ Buurserbeek), o stikstofproblematiek, o onnodig ruimtebeslag buiten de bebouwde kom, o betere alternatieven binnen de singels. d. St. NMH wijst op onvoldoende beantwoording van eerdere zienswijzen op de Omgevingsvisie: 11 van haar 16 punten zijn afgedaan met de mededeling dat uitwerking later volgt. Nu het Masterplan die uitwerking vormt, wordt opnieuw niet ingegaan op cruciale onderwerpen.

4. De woningbouw wordt vanuit de bestaande landschappelijke kwaliteiten ingepast. De mogelijkheid om meer groen toe te voegen willen wij bij de nadere uitwerking meenemen. Wij zien hiervoor mogelijkheden in samenhang met het versterken van landschappelijke structuren. Het is niet onze bedoeling om de woongebieden te verstoppen. Daarnaast zullen wij in de nadere uitwerking ook beter motiveren wat de precieze afstand moet zijn ten opzichte van de rondweg. Dit in verband met het geluidsaspect. 5. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 4 ‘’Een logisch stedenbouwkundig concept'’ met betrekking tot hetgeen is toegelicht ten aanzien van een logische stedenbouwkundige samenhang van de uitbreidingsplannen. 6. Wij zijn van mening dat de ontsluiting op de rondweg in samenhang met de huidige verkeerskundige situatie goed oplosbaar is. Met inspreker zijn wij het eens dat een goede verkeerskundige oplossing meer is dan slechts het realiseren van een nieuwe ontsluiting op de rondweg. Een civieltechnische uitwerking volgt nog. Wat betreft de vraag over verkeersbelasting Klaashuisstraat het volgende. Het voorkomen dat de verkeersdruk in de Klaashuisstraat toeneemt is als ontwerpprincipe meegenomen. Er zal sprake zijn van toenemende verkeersbewegingen van de toekomstige bewoners in het gebied. Deze verkeersbewegingen worden allemaal gestuurd over de ontsluiting op de rondweg.

Dit geldt zowel voor het verkeer dat het woongebied inrijdt als voor uitrijdend verkeer. Er wordt uiteraard wel voorzien in een tweede ontsluiting die enkel is bedoeld indien zich noodsituaties Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen. De reactie geeft wel aanleiding om inspreker op onderdelen te betrekken bij de nadere uitwerking.

Reactie gemeente

Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: a. Allereerst wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 5 “Het is inbreiden en uitbreiden’’. Wij zijn het dan ook niet eens met inspreker dat sprake is van strijd met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Ook vinden wij dat het opstellen van het Masterplan niet voorbarig is. Het betreft een uitwerking van het Addendum op onze huidige structuurvisie. Deze maakt weer integraal onderdeel uit van de nieuwe omgevingsvisie Haaksbergen, die op 26 november 2025 door de gemeenteraad is vastgesteld. Er is juist sprake van urgentie om in voldoende woningen te kunnen voorzien. b. Allereerst wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 5 “Het is inbreiden en uitbreiden’’. Er zijn 900 woningen nodig om in voldoende woningen te kunnen voorzien voor de eigen inwoners. Door inspreker wordt gewezen op landelijke en regionale onderzoeken, wij zijn daarentegen bezig om in een lokale behoefte te voorzien. Om goed in beeld te brengen wat de woningbouwbehoefte hebben wij ook onderzoek uitgevoerd. En inmiddels treffen wij ook alweer de nodige voorbereidingen om het woonbehoefteonderzoek uit 2024 te actualiseren. Woningdelen zal maar een beperkte bijdrage leveren aan de woningbouwopgave. c.

Allereerst wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragrafen 3 en 4 met betrekking tot hetgeen is toegelicht ten aanzien van: • “Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan”. Er wordt hier toegelicht dat de essen integraal in de ontwerpen zijn betrokken. • “Een logische stedenbouwkundige samenhang van de uitbreidingsplannen”. Het stedenbouwkundig concept is in een landschappelijk raamwerk ingepast waarbij essen en beekdalen integraal zijn betrokken. Aanvullend hierop zijn wij het met inspreker eens dat er nog veel factoren zijn die om nadere uitwerking vragen zoals netcongestie en stikstof. En juist vanwege vertragende juridische procedures is het van belang dat het Masterplan spoedig wordt vastgesteld en dat daaraan verder uitvoering wordt gegeven. De Buurserbeek bevindt zich op geruime afstand van de nieuwe woongebieden. d. Door inspreker wordt verzocht om nadere beantwoording van vragen die veelal zijn afgedaan dat deze onderdeel zijn van nadere uitwerking. Dit als onderdeel van de zienswijze die door inspreker op de omgevingsvisie is ingediend.

49

Het Masterplan noemt veelvuldig “zorgvuldig”, maar volgens St. NMH ontbreekt dit juist bij: o bouwen in lobben buiten de contour, o bouwen op en tegen essen, o ontbreken van doorvertaling van rijks- en provinciaal beleid, o geen toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking, o geen aandacht voor landbouw, spuitvrije zones, bodemkwaliteit, afstandsnormen en de wisselwerking tussen nieuwe wijk en omliggend agrarisch gebied. f. De visie op de Rondweg (oude N18) wordt als onrealistisch beschouwd: de vergelijking met Usselo gaat niet op. De Rondweg blijft noodzakelijk voor verkeersafwikkeling en veiligheid. g. St. NMH toont dat binnen de bebouwde kom veel meer ruimte beschikbaar is dan in het Masterplan wordt gepresenteerd. Op vier inbreidingslocaties (A, B, C, D) samen is circa 40 hectare beschikbaar—ruim meer dan de 36,5 hectare waarop het Masterplan zich richt. h. De argumenten die de gemeente noemt om deze inbreidingslocaties niet te gebruiken (afstand tot bedrijventerrein, historische afspraken, landschapswaarden, kleinschaligheid) zijn volgens St. NMH onjuist, achterhaald of niet onderbouwd. i. St. NMH is op zichzelf niet tegen woningbouw in de Wissinkbrink; dat gebied wordt gezien als al grotendeels verloren buitengebied door de barrièrewerking van de nieuwe N18.

De Honesch daarentegen beschouwt zij als niet-onderhandelbaar vanwege de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden. e.

Wat wordt gewenst: Stichting Natuur en Milieu Haaksbergen verzoekt de gemeente om: 1. Stopzetting van het Masterplan in de huidige vorm • Het Masterplan niet vast te stellen, in elk geval niet voor de Honesch, en eerst de Omgevingsvisie vast te stellen. 2. Toepassing van zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik • Volledige naleving van de Ladder voor duurzame verstedelijking. • Eerst alle realistische inbreidingslocaties binnen de bebouwde kom benutten, inclusief de gebieden A, B, C en D (samen ± 40 ha). 3. Respecteren van het essenlandschap • Geen bebouwing op of tegen de essen van de Honesch. • Respect voor de cultuurhistorische, archeologische en landschappelijke waarden. 4. Volledige doorwerking van provinciaal en landelijk beleid • Toepassing van de OF–WAAR–HOE-afweging volgens de Omgevingsverordening Overijssel. • Correct betrekken van Catalogus Gebiedskenmerken, EVZ Buurserbeek en Natura 2000effecten. 5. Onderbouwing van keuzes en beantwoording van eerdere zienswijzen • Volledige en inhoudelijke beantwoording van eerder doorgeschoven punten uit de zienswijze op de Omgevingsvisie. • Een transparante motivering waarom alternatieve locaties binnen de bebouwde kom niet zijn meegenomen. 6.

Benoemen en onderbouwen van landbouw en omgeving • Duidelijkheid over het beoogde landgebruik tussen en rond de woonvelden (gangbaar/biologisch/extensief), spuitvrije zones, bodemkwaliteit, natuurinclusiviteit en afstandsnormen. 7. Herziening van de visie op infrastructuur • Realistische beschouwing van de verkeersfunctie van de Rondweg en effecten van het plan daarop.

Wij zullen inspreker ongetwijfeld teleurstellen omdat ook nu, als onderdeel van de beantwoording van deze inspraakreactie op het Masterplan, er soortgelijke antwoorden moeten worden gegeven. Het is nu eenmaal zo dat uitbreidingsplannen voor woningbouw, zoals hier het geval is, veel uitwerking vergen. Naarmate het proces vordert en plannen ook meer concreet worden kunnen wij vragen van inspreker vollediger beantwoorden. Maar los daarvan zijn wij altijd bereid om met inspreker in gesprek te gaan. e. De zorgvuldigheid waarover inspreker stelt dat deze ontbreekt zijn wij daarentegen van mening dat het Masterplan juist zeer zorgvuldig is opgesteld. Er zijn natuurlijk nog genoeg aspecten aan het Masterplan die nader moeten worden uitgewerkt, maar dit zegt niets over de beweerde zorgvuldigheid die zou ontbreken. Gelet op de onderwerpen die door inspreker worden herhaald volstaan wij met een verwijzing naar hetgeen hierover onder de vorige punten al is besproken. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet meer van toepassing, maar een toets aan provinciaal beleid (de OF-, WAAR- en HOE-vragen) maken wel degelijk onderdeel uit van de ruimtelijke motivering als onderdeel van juridisch-planologische procedures. f. Door inspreker wordt gesteld dat onze visie op de rondweg onrealistisch is. Dit omdat de rondweg vanwege verkeersafwikkeling en veiligheid noodzakelijk blijft.

Wij kunnen inspreker in deze redeneerlijn niet goed volgen. De betreffende rondweg heeft zijn oorspronkelijke functie als N18 verloren en met de nieuwe N18 zal deze weg ook nooit meer als zodanig dienst gaan doen. Het zal inspreker ook niet onbekend zijn dat de gemeente in de afgelopen jaren heeft gewerkt aan een afwaardering van de oude N18. In onze ogen nog altijd een afwaardering die vooral verkeerskundig is ingegeven door maatregelen te treffen die met name de snelheid beperken. Ook de rotonde nabij het voormalig tankstation met bedrijfsgebouwen is hiervan voorbeeld. Wij vinden het realistisch dat met de beoogde woningbouw in de Honesch de rondweg meer als een verdeelweg gaat functioneren. En waarbij wij zeker niet willen uitsluiten dat deze weg op onderdelen een ander profiel krijg en het asfalt verdwijnt voor bijvoorbeeld klinkers. g. Door inspreker worden vier nieuwe (inbreidings)locaties aangedragen die alternatief zijn voor de uitbreidingsplannen zoals in het Masterplan is opgenomen. Nog afgezien van de vraag of van inbreidingslocaties kan worden gesproken (drie van de aangedragen locaties liggen namelijk eveneens aan de rand van dorpskern) moet het Masterplan worden beschouwd als nadere beleidsuitwerking van het Addendum op de structuurvisie.

Met de besluitvorming op het Addendum heeft de raad de voorkeurslocaties aangewezen die voor woningbouw in aanmerking komen, te weten de gebieden Honesch en Wissinkbrink. In dat kader is ook gesproken over het zoekgebied Kolderveld en ook over het gebied de Veldmaat. Door inspreker worden deze beide gebieden weer opnieuw met gewijzigde begrenzing onder de aandacht gebracht, aangeduid met de B voor Kolderveld en de D voor de Veldmaat. Met de recentelijke besluitvorming die op het Addendum heeft plaatsgehad is in meerderheid bepaald dat hier de voorkeur niet naar uitgaat. Wat betreft de twee andere locaties die worden aangedragen benoemt inspreker terecht al de ongunstige ligging daarvan ten opzichte van het industrieterrein. Daarop aanvullend wordt opgemerkt dat locatie A als buffer wordt beschouwd tussen de noordelijk gelegen woonwijken en het zuidelijk gelegen industrieterrein. Ook locatie C direct aan de rand van het industrieterrein is daarom niet geschikt voor grootschalige uitbreiding ten behoeve van woningbouw. h. De bewering dat het standpunt van de gemeente achterhaald en/of onjuist is om de gebieden A, B, C en D niet voor woningbouw aan te wijzen wordt door inspreker niet toegelicht. Gelet op de beantwoording onder het vorige punt is zeker geen sprake van achterhaalde of onjuiste standpunten. i.

Wij nemen kennis van het standpunt van inspreker geen bezwaar te hebben tegen de beoogde woningbouwplannen in de Wissinkbrink, maar dat het gebied Honesch niet-onderhandelbaar is. Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Wij komen niet tegemoet aan de wens om het totstandkomingsproces Masterplan stop te zetten dan wel het gebied Honesch uit de plannen te laten. De Omgevingsvisie is op 26 november 2025 vastgesteld door de gemeenteraad, waarmee het direct onherroepelijk is geworden. 2. Wij herhalen ons standpunt dat het gaat om inbreiding en uitbreiding om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet meer van toepassing. Wij hebben de redenen toegelicht dat de door inspreker aangehaalde locaties niet aan de orde zijn als onderdeel van het Masterplan. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 3 “Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing” en naar hoofdstuk 2, paragraaf 5 “Het is inbreiden en uitbreiden’’. 3. Wij hebben uitgelegd op welke wijze de bestaande landschappelijke kwaliteiten integraal in het plan zijn betrokken. Ook nemen wij de provincie mee in onze denklijnen en de wijze waarop wij dit in de plannen zichtbaar hebben gemaakt. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 3 “Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing” 4.

Met betrekking tot de afstemming die de gemeente heeft met de provincie willen wij inspreker wijzen op de bevestiging die vanuit de provincie is gegeven op de wijze waarop de gebiedskenmerken in de plannen zijn betrokken. 50

De Catalogus gebiedskenmerken maakt onderdeel uit van de provinciale sturing op ruimtelijke kwaliteit door instructieregels (Afdeling 4.3. Ruimtelijke Kwaliteit) in de provinciale Omgevingsverordening. In de Catalogus Gebiedskenmerken staan aanwijzingen voor gemeenten die bij ruimtelijke plannen moeten onderbouwen dat de beoogde ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit. De provincie is van mening dat in het Masterplan op juiste wijze toepassing is gegeven aan de provinciale Catalogus Gebiedskenmerken. Ook wordt er verwezen naar hoofdstuk 3, waar de reactie van provincie terug te vinden is. 5. Wij geven een transparante toelichting op gemaakte keuzes, geven in openbare bijeenkomsten uitleg over het Masterplan en bieden direct aanwonenden en grondeigenaren de mogelijkheden om wensen kenbaar te maken. Zoals toegelicht worden de plannen steeds meer concreet uitgewerkt en daarmee kunnen mogelijk ook openstaande vragen van inspreker in een later stadium worden beantwoord. 6. Het Masterplan gaat uit van een stedenbouwkundige inpassing van de woningbouw in de bestaande omgeving. Wij houden daarbij ook rekening met bijvoorbeeld bestaande agrarische bedrijfsactiviteiten. Dit neemt niet weg dat nadere uitwerking nodig is. 7. Hieraan komen wij niet tegemoet.

Wij zijn van mening dat het Masterplan niet alleen uitgaat van een realistische infrastructurele beschouwing, maar vooral ook meer ruimtelijke kwaliteit toevoegt. Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken. 27. Nr. Join Registratie Naam en adres inspreker Betreft gebied (32) Z/25/032198 Datum Honesch D-169437 Inhoud reactie Samenvatting inspraakreactie: a. Afwijking van afspraken en beleid o Ondanks herhaalde toezeggingen dat er niet op essen en in beekdalen gebouwd zou worden, wijst het ontwerp Masterplan toch woningbouwlocaties aan in het essenlandschap van de Honesch. o Dit is strijdig met provinciaal beleid, gemeentelijke toezeggingen en eerdere raadsbesluiten. b. Waarde van het essenlandschap o Hoogleraar Spek en diverse beleidsdocumenten (Verdrag van Malta, provinciale catalogus gebiedskenmerken, cultuurhistorische kaarten) benadrukken dat het essenlandschap beschermd moet worden. o Provincie Overijssel heeft expliciet aangegeven dat planmatige woningbouw in de Honesch niet voor de hand ligt en heeft het gebied niet als sleutelproject aangewezen. c. Besluitvorming en bevoegdheid o Niet het college maar de gemeenteraad is bevoegd om het Masterplan vast te stellen. o College wijkt af van toezeggingen en raadsbesluiten, o.a.

door gebied 23 (perceel S106) toch op te nemen terwijl dit expliciet was uitgesloten. o Toegezegde afstand van 100 meter tot bebouwing Klaashuisstraat/Rosinkweg wordt niet gerespecteerd. d. Onderzoeken en participatie o Quick scan (Lycens) toont hoge archeologische en ecologische waarden en mogelijke aanwezigheid van oorlogsresten. o MER-beoordeling ontbreekt, waardoor inspraaktermijn van twee weken te kort is. o Participatieverslagen geven een onjuist of incompleet beeld van wat besproken is; feitelijk was er nauwelijks sprake van echte burgerparticipatie.

Reactie gemeente

Onze reactie op de samengevatte inspraakreactie: Inspreker heeft diverse vragen gesteld. De vragen zijn samengevat en worden hieronder samengevat beantwoord. Alle onderwerpen komen aan bod. a. Allereerst wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragrafen 1, 2, 3 en 4 met betrekking tot hetgeen is toegelicht ten aanzien van: • “Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan”. Er wordt hier toegelicht dat de essen integraal in de ontwerpen zijn betrokken. • “Specifieke uitgangspunten Masterplan”. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop in de praktijk is beoordeeld of er al dan niet op een es wordt gebouwd. Daarnaast wordt duiding gegeven aan de toegezegde 100 meter aan de Rosinkweg (en ook de Klaashuisstraat hebben wij hierin betrokken). • “Een logische stedenbouwkundige samenhang van de uitbreidingsplannen”. Het stedenbouwkundig concept is in een landschappelijk raamwerk ingepast waarbij essen en beekdalen integraal zijn betrokken. • “Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing”. De gemeente heeft afstemming gezocht met de provincie over het Addendum alsmede Het Masterplan. De denklijn die de gemeente heeft over de wijze waarop de essen integraal zijn betrokken wordt ook door de provincie ondersteunt. Wij hebben de inspraakreacties die ingaan op het essenlandschap ook aan de provincie voorgelegd.

De reactie van de provincie is in hoofdstuk 3 van dit document terug te lezen. Wij zijn dan ook van mening dat er geen sprake is van strijdigheid met provinciaal beleid en gemeentelijke toezeggingen en besluitvorming. b. Allereerst wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragrafen 1, 2 en 4 met betrekking tot hetgeen is toegelicht ten aanzien van: • “Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan”. Er wordt hier toegelicht dat de essen integraal in de ontwerpen zijn betrokken. • “Specifieke uitgangspunten Masterplan”. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop in de praktijk is beoordeeld of er al dan niet op een es wordt gebouwd. Daarnaast wordt duiding gegeven aan de toegezegde 100 meter aan de Rosinkweg (en ook de Klaashuisstraat hebben wij hierin betrokken). • “Een logische stedenbouwkundige samenhang van de uitbreidingsplannen”. Het stedenbouwkundig concept is in een landschappelijk raamwerk ingepast waarbij essen en beekdalen integraal zijn betrokken. In het vorenstaande is toegelicht dat de essen en het essenlandschap op een integrale in de ontwerpen zijn betrokken. Ook de wijze waarop de gemeente dit heeft gedaan voldoet aan provinciale beleidskaders. 51

e.

Financiële en beleidsmatige zorgen o Aankoop van gronden zonder voorkeursrecht (zoals gebied 23) is in strijd met raadsbesluiten. o Hoge kosten voor archeologisch onderzoek zijn niet meegenomen in grondexploitatie. o Gemeente leeft boven haar stand qua voorzieningen; woningbouwambitie lost dit niet op. o Er is risico dat gemeenschapsgeld verkeerd wordt besteed en dat burgers later met financiële problemen worden geconfronteerd.

Wat wordt gewenst: 1. Dat het Masterplan wordt aangepast zodat geen bebouwing plaatsvindt op essen en beekdalen. 2. Dat gebied 23 (perceel S-106) conform raadsbesluit wordt uitgesloten van verdere ontwikkeling. 3. Dat de toegezegde afstand van 100 meter tot bestaande bebouwing wordt gerespecteerd. 4. Dat alternatieve locaties voor woningbouw worden onderzocht en benut. 5. Dat gemeenschapsgeld wordt ingezet voor haalbare projecten of voorzieningen (zwembad, school), niet voor onuitvoerbare grondaankopen. 6. Dat de gemeenteraad en het college verantwoordelijkheid nemen voor het behoud van het cultuurhistorisch landschap van de Honesch.

Wij zijn dan ook van mening dat met de uitwerking die de uitbreidingsplannen in het Masterplan hebben gekregen de Honesch nu ook een sleutelproject zou moeten worden. Hierover gaan wij dan ook met de provincie in gesprek. c. De stelling dat de gemeenteraad het bevoegde orgaan zou zijn om het Masterplan vast te stellen wordt door insprekers niet onderbouwd. De stelling is onjuist. De gemeente werkt de woningbouwplannen uit in overeenstemming met de instrumenten die de Omgevingswet ons biedt. In de Omgevingswet zijn vier soorten van omgevingsbesluiten (kerninstrumenten) opgenomen die de gemeente kan inzetten om het ruimtelijk beleid te realiseren: 1. De omgevingsvisie. De omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het beleid en de ontwikkelingen die de gemeente voor ogen heeft. De omgevingsvisie heeft een hoog schaalniveau. De gemeenteraad is bevoegd om de omgevingsvisie vast te stellen. 2. Het omgevingsprogramma. De omgevingsprogramma’s worden opgesteld ter uitvoering van de omgevingsvisie. Een omgevingsvisie kan meerdere programma’s bevatten. Met een programma worden onderdelen van de omgevingsvisie meer concreet gemaakt. Het is dus op onderdelen een nadere uitwerking van de omgevingsvisie. Het college is bevoegd om een programma op te stellen. 3. Het omgevingsplan. Met het omgevingsplan wordt de omgevingsvisie juridisch verankerd.

In dit plan worden alle regels vastgelegd die betrekking hebben fysieke leefomgeving zoals regels omtrent de bouw van woningen. De gemeenteraad is bevoegd het omgevingsplan vast te stellen. 4. De omgevingsvergunning. Met de omgevingsvergunning wordt ervoor gezorgd dat de bouw van woningen ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Wat betreft de stelling ten aanzien van gedane toezeggingen verwijzen wij naar hetgeen hiervoor onder de vorige punten van deze inspraakreactie is beschreven. Qua toezeggingen wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 2 “Specifieke uitgangspunten Masterplan”. d. Het uitvoeren van nadere onderzoeken alsmede het beoordelen of er al dan niet sprake is van een MER-plichtige activiteit is onderdeel van de nadere uitwerking van de woningbouwplannen. In dat kader bedoelen wij een nadere uitwerking als onderdeel van de planologische procedures (zoals aanpassing van het omgevingsplan of via een BOPA-vergunning). De stelling van insprekers dat er geen sprake is van echte participatie nemen wij voor kennisgeving aan. Verwijzing naar hoofdstuk 2, paragraaf 7 ‘’Met participatie van concept Masterplan naar ontwerp en definitief Masterplan’’. Wij hebben overeenkomstig een door ons vooraf d.d. 27 mei 2025 vastgesteld participatieplan het proces ingericht.

Tevens zijn wij van mening dat de verslagen die hiervan zijn gemaakt een goed beeld geeft van hetgeen tijdens de bijeenkomsten is besproken. Wij hechten er waarde aan om in dit verband te benoemen dat de participatie juist zeer breed is opgepakt. Als onderdeel van burgerparticipatie zijn niet alleen grondeigenaren en direct aanwonenden uitgenodigd, maar juist ook onze inwoners die op zoek zijn naar andere huisvesting. Daarnaast hebben wij professionele partijen benaderd zoals bijvoorbeeld de woningbouwvereniging en zorgaanbieders. e. Wat betreft de financiële en beleidsmatige zorgen van insprekers het volgende. Het is vanzelfsprekend dat grondaankopen alleen plaatsvinden binnen de financiële kaders die de gemeenteraad heeft vastgesteld. De door inspreker beweerde hoge kosten voor archeologisch onderzoek die niet in de grondexploitatie zouden zijn meegenomen nemen wij voor kennisgeving aan. Daarbij merken wij op dat er nog geen sprake is van een door de gemeenteraad geopende grondexploitatie. Overigens zullen wij grondexploitaties niet openbaar maken. Dit zou niet ten goede komen aan de onderhandelingspositie van de gemeente dan wel andere daarmee samenhangende negatieve effecten. Wij nemen kennis van de overige stellingen van insprekers ten aanzien van de instandhoudingen van de voorzieningen en het verkeerd besteden van gemeenschapsgeld.

Resumerend onze reactie op de wensen van inspreker: 1. Het Masterplan gaat uit van een logisch samenhangend stedenbouwkundig concept dat op een goede manier in een landschappelijk raamwerk wordt ingepast. 2. Het betreffende perceel is vanuit het landschap integraal bij de uitbreidingsplannen betrokken. Wij vinden het uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit en het versterken van de landschappelijke elementen belangrijk dat het betreffende perceel wordt betrokken. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 1 “Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan 3. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragraaf 2 “Specifieke uitgangspunten Masterplan” met betrekking tot duiding van de gedane toezeggingen. 4. De voorkeurslocaties voor woningbouw zijn reeds in het Addendum vastgelegd. Het Masterplan is hiervan een uitwerking. Overigens blijft de gemeente aan binnenstedelijke locaties werken die voor woningbouw in aanmerking komen. Tevens wordt verwezen naar hoofdstuk 2, paragraaf 5 “Het is inbreiden en uitbreiden’’ 5. De gemeente gaat zorgvuldig om met de financiële middelen die voor grondaankopen zijn beoogd. 52

6. Verwezen wordt naar hoofdstuk 2, paragrafen 1, 2 en 3 met betrekking tot onderdelen “Locatiekeuze woningbouw en nadere uitwerking in het Masterplan”, “Specifieke uitgangspunten Masterplan” en “Afstemming provincie over locatiekeuze en landschappelijke inpassing”. Conclusie: De reactie van inspreker geeft geen aanleiding het Masterplan aan te passen, wel is het nodig om bij de verdere uitwerking van de plannen deze reactie te betrekken.

53

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16413991/1