Bijlage 1 2026-02-25 RO Oude Boekeloseweg 112 Haaksbergen v4 incl bijlagen
Tekst van het document
•
effectief
en
efficiënt
behandelen
van
afvalwater
in
de
afvalwaterzuiveringsinstallaties. Toetsing In het kader van de voorbereiding van het planvoornemen wordt het waterschap om nader toetsing inzake de waterbelangen, zie hoofdstuk 6.
4.4 GEMEENTELIJK BELEID 4.4.1
Omgevingsvisie Haaksbergen 2040 (ontwerp)
Algemeen Met de omgevingsvisie kijkt de gemeente vooruit tot 2040. In dit tijdspad werkt de gemeente aan de uitgangspunten uit de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is opgedeeld in drie hoofdthema’s: Samen sociaal, Krachtige kernen en Toekomstbestendig buitengebied. De hoofdthema’s zijn verdeeld in verschillende sub thema’s. Hiermee bieden de thema’s een goede basis om op zoek te gaan naar de juiste balans tussen het benutten en beschermen van onze leefomgeving. De uitgangspunten voor de omgevingsvisie 2040 zijn: (1) samen sociaal, (2) krachtige kernen en (3) toekomstbestendig buitengebied.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
advies gevraagd. Dit mede naar aanleiding van de digitale watertoets. Voor een nadere
25
Afbeelding 12 Uitsnede Omgevingsvisie Haaksbergen (Bron: gemeente Haaksbergen)
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
Afbeelding 11 Uitsnede Omgevingsvisie Haaksbergen (Bron: gemeente Haaksbergen)
26
Afbeelding 13 Legenda deelgebied Veldmaat Omgevingsvisie Haaksbergen (Bron: gemeente Haaksbergen)
De Veldmaat is van oorsprong een eigen kerkdorp, dat vanaf 1934 ontstaan is rond de toen Haaksbergen, maar heeft eigen winkels, scholen en een eigen verenigingsleven. Veel inwoners voelen zich dan ook echt Veldmaters, en geen Haaksbergenaren. De ontmoetingsplek is De Greune, waar ook de lokale voetbalclub zit. Veldmaat kent een groot buitengebied, dat grenst aan het Buurserzand. Het Veldmater buitengebied met zijn vele bomenrijen en houtwallen vormt de overgang van het natuurgebied Buurserzand naar het meer intensief agrarisch gebruikte buitengebied van Sint-Isidorushoeve. Hier rijdt ook de stoomtrein van het Museum Buurtspoorweg. Deze eigenschappen vormen het uitgangspunt voor de toekomstige ontwikkelingen in de Veldmaat. Over 20 jaar vormt de Veldmaat nog steeds zijn eigen dorpje binnen Haaksbergen, met eigen voorzieningen en een sterk gemeenschapsgevoel. Groene verbindingen zorgen voor fijne wandel- en fietsroutes naar het centrum van Haaksbergen en naar het buitengebied. Het buitengebied van Veldmaat is aantrekkelijk om te wandelen en fietsen, als schakel tussen Haaksbergen, het Buurserzand, Twickel en het Rutbeek. Hier is recreatie dan ook een steeds belangrijkere economische pijler geworden, naast de landbouw die verduurzaamd is met het oog op de nabijgelegen natuurgebieden.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
gebouwde Bonifatiuskerk. Het dorp is de afgelopen decennia vastgegroeid aan de kern
27
Toetsing Op basis van de omgevingsvisie kaarten geldt op locatie een grasland of akker. In relatie tot een toekomstbestendig buitengebied is er sprake van een overgangszone waar landbouw en andere functies mogelijk zijn. In dit kader is het van belang: -
Water en bodem zijn sturend;
-
Landschap met oog voor de overgangszone tussen Natura 2000-gebied Buurserzand en het landbouwgebied Sint-Isidorushoeve. Met de vele houtwallen en boomsingels kent het gebied al veel elementen van de groenblauwe dooradering.
-
Werken in het landelijk gebied;
-
Energie en warmte.
De realisatie van de tweede bedrijfswoning vindt plaats direct aansluitend op het bestaande bedrijfsperceel. De gronden zijn sinds jaar en dag in gebruik als bouwland. Dit stuk grond wordt omzoomd door natuurlijke elementen die initiatiefnemer wenst te behouden. De ontwikkeling ziet enkel toe op de realisatie van een tweede bedrijfswoning waarvoor een vormverandering van het bestemmingsvlak plaats moet vinden. Voor meer informatie zie paragraaf 1.3. In dit kader wordt een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Voor meer informatie zie paragraaf 3.3. Het plan zet in op het beschermen en versterken van de aanwezige natuur- en landschappelijke waarden. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de gemeentelijke omgevingsvisie. Voor een nadere toetsing aan overig gemeentelijk beleid, zoals het omgevingsplan en bijhorende
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
voorwaarden, zie paragraaf 1.3.
28
5 OMGEVINGSVEILIGHEID 5.1
WETTELIJK KADER
Op basis van paragraaf 5.1.2 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het waarborgen van de veiligheid. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de veiligheid gewaarborgd wordt. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van branden, rampen of crises. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: •
Activiteiten
met
gevaarlijke
stoffen
bij
bedrijven.
Dit
zijn
verschillende
milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; •
Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor);
•
Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving;
•
Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.
Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: •
Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk;
•
Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik;
•
Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven;
•
Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik;
van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Voor het project moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Een gemeente kan binnen een aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen. Ze is verplicht een besluit te nemen over het wel of niet aanwijzen van voorschriftengebieden binnen een aandachtsgebied. Locaties binnen aandachtsgebieden waar zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten moeten altijd als voorschriftengebied worden aangewezen. Een voorschriftengebied kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. In dit deel van het
aandachtsgebied
gelden
dan
aanvullende
bouweisen
voor
nieuwbouw
en
vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen.
5.2 NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE) Uit een analyse op de VEO Bommenkaart blijkt dat in de gemeente diverse vooronderzoeken naar ‘niet gesprongen explosieven’ zijn uitgevoerd. Uit de onderzoeken blijkt dat op locatie
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier
29
en in de directe omgeving geen oorlogsresten te verwachten zijn. Een nader onderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht.
5.3 SITUATIE IN EN BIJ HET PROJECTGEBIED Er moet getoetst worden aan regels omtrent externe veiligheid wanneer sprake is van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Onderhavig initiatief betreft de realisatie van een tweede bedrijfswoning bij een bestaand agrarisch bedrijf. Een bedrijfswoning betreft een kwetsbare functie (zie bijlage VI van het Bkl, bij artikel 5.3 tweede en derde lid, onder B.b). Dit betekent dat moet worden getoetst of er in de nabije omgeving sprake is van risicofactoren in het kader van
Afbeelding 14 Uitsnede kaart ‘Externe veiligheid’ Atlas Leefomgeving met aanduiding projectgebied (blauwe marker)
Stationaire risicobronnen In de nabijheid van het projectgebied zijn geen inrichtingen gelegen die wat betreft het onderdeel externe veiligheid van invloed zijn op onderhavig projectgebied. Mobiele risicobronnen De volgende mobiele risicobronnen liggen in de nabijheid van het projectgebied. Twenteroute (N18) Op circa 270 meter ten noorden van het projectgebied ligt de Twenteroute (N18). Dit is een wegvervoer-route waar vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. In dit kader is er sprake van een brandaandachtsgebied (plasbrand), een explosie aandachtsgebied en een gifwolk aandachtsgebied (300 meter). Het projectgebied is gelegen binnen het gifwolk aandachtsgebied. De overige twee veiligheidszones zijn niet van toepassing op het projectgebied omdat deze qua afstand niet tot het projectgebied komen.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
omgevingsveiligheid.
30
In het gifwolkaandachtsgebied wordt er scherper gekeken naar de veiligheid en de (zelf)redzaamheid van de mensen. Zeker met nieuw te bouwen gebouwen wordt er streng gekeken. Volgens de wetgeving horen er in dit aandachtsgebied (300 meter rondom deze weg) aanvullende bouweisen bij een nieuw te bouwen gebouw. Gezien de aard en omvang van de ontwikkelingen, in relatie tot de positie (op een zo groot mogelijke afstand en gelegen achter bestaande bedrijfsbebouwing) en het gifwolk aandachtsgebied, kan worden volstaan met
een standaard verantwoording van het
groepsrisico. Een standaard verantwoording van het groepsrisico gaat onder andere in op de zelfredzaamheid van personen binnen het projectgebied bij een calamiteit en de mogelijkheden tot het bestrijden van de gevolgen van een calamiteit binnen het projectgebied. Derhalve kan het standaardadvies van de veiligheidsregio worden toegepast. Bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid Onder bestrijdbaarheid wordt verstaan dat de hulpverleningsdiensten met de beschikbare voertuigen binnen de gestelde opkomsttijd ter plaatse zijn en de calamiteit kunnen beperken
en
bestrijden.
beschikbaarheid
van
de
De
bestrijdbaarheid
is
bluswatervoorzieningen.
afhankelijk De
van
de
planlocatie
is
bereik-
en
voor
de
hulpverleningsdiensten goed bereikbaar. Ten aanzien van zelfredzaamheid in het projectgebied geldt dat er in noodsituaties naar diverse richtingen gevlucht kan worden danwel dat er in de woning geschuild kan worden. De projectlocatie is goed ontsloten op het lokale wegennet waardoor vluchten in diverse richtingen mogelijk is. Bovendien gaat het in dit planvoornemen om bestaande woningen
Wat betreft de bouw van de woning dient in het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen (ruimtelijke bouwactiviteit en bouwtechnische deel, Bbl) zullen maatregelen getroffen moeten worden, zoals bijvoorbeeld het sluiten van ramen- en deuren, afsluiten van ventilatiesystemen, rookmelders, vluchtroutes en mogelijke andere middelen. Gezien de aard en de activiteiten van de bestemming mag aangenomen worden dat de mate van zelfredzaamheid van de personen van het projectgebied goed is. Advies veiligheidsregio De veiligheidsregio heeft in het kader van het vooroverleg kennisgenomen van het bouwplan. Vanuit brandveiligheidsoogpunt hebben zij geen bezwaar tegen het verlenen van de omgevingsvergunning met betrekking tot het omgevingsplan en van de omgevingsvergunning bouwen. Conclusie Het advies dient in acht worden genomen. Vanuit het aspect omgevingsveiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
die niet worden aangepast.
31
6 BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN Op basis van paragraaf 5.1.3 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het beschermen van de waterbelangen. In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op het effect van de ontwikkeling op de waterhuishouding.
6.1
WETTELIJK KADER
6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse
oppervlaktewater,
overgangswateren
(waaronder
estuaria
worden
verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebied beheersplannen staan
de
ambities
en
maatregelen
beschreven
voor
de
verschillende
(deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.
6.1.2
Rijksbeleid
Het Nationaal Water Programma 2022–2027 (vastgesteld op 18 maart 2022) geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaat adaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere
Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: •
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering;
•
We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte;
•
Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht.
• Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de scheepvaart, de landbouw en de natuur. Op de Noordzee moeten vele functies, waaronder de opgaven voor windenergie, natuurontwikkeling, duurzame visserij, scheepvaart en zandwinning, in balans met elkaar een plek krijgen. Om aan te geven om te gaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelde de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma 2022-2027.
6.1.3
Provinciaal beleid
Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor
ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
sectoren.
32
beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerprogramma 20222027. Het staat de komende jaren voor grote uitdagingen en blijft werken aan voldoende water (niet te veel, niet te weinig), omgaan met klimaatverandering, voldoen aan de eisen voor waterkwaliteit, de biodiversiteit versterken en daarnaast wordt gewerkt aan duurzame energie en circulair grondstoffengebruik.
6.1.4
Beleid waterschap Vechtstromen
Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur van Vechtstromen. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop
het
waterschap
omgaat
met
het
water
in
het
beheergebied.
Het
waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma sluit aan bij plannen van andere partijen zoals het Nationale waterplan (Nationaal Water Programma 2022-2027), het Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta en de Omgevingsvisie van de provincies Overijssel en Drenthe. Belangrijk uitgangspunt van het Waterbeheerprogramma is de verandering van het klimaat. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien steeds meer lokaal. Deze zomerbuien hebben vaker een zeer hoge intensiteit, wat leidt tot hoge afvoerpieken en overstromingen. Het watersysteem is nog niet goed toegerust op die verandering. Het is nu nog vooral ingericht op basis van gemiddelden - de normale beheersituatie enerzijds en het incidentele hoosbuien. Dit betekent dat het watersysteem aangepast moet worden.
Daarbij heeft het waterschap de ambitie om te komen tot een klimaatrobuuste watersysteem in 2050: een systeem dat zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht tegen een stootje kan en goed is toegerust op veranderingen en grotere weersextremen. Overeenkomstig de Watervisie 2050 heeft het waterschap de volgende hoofdlijnen aangegeven waar de komende jaren aan gewerkt wordt: Als gevolg van de klimaatverandering wil het waterschap zorgen voor meer balans tussen 'droge voeten' en het beperken van wateroverlast. Dat betekent dat water het leidende principe is voor het inrichten van de leefomgeving in plaats van andersom: water volgend aan de inrichting.
6.1.5
Gemeentelijk Water en rioleringsprogramma 2025-2030
In het WRP 2025-2030 (Water en Riolering Programma) geeft gemeente Haaksbergen aan hoe ze invulling geeft aan de wettelijke gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
voorkomen van wateroverlast anderzijds - en niet op langdurige droge periodes en
33
Afvalwater •
Gemeente Dinkelland zamelt (nagenoeg) al het huishoudelijke afvalwater en bedrijfsafvalwater in via de riolering.
•
•
De inzameling is bedoeld voor: o
bescherming van volksgezondheid (afvoer uit leefomgeving),
o
voorkomen van stankoverlast,
o
bescherming van waterkwaliteit en milieu.
Stedelijk afvalwater (dat is vuil water vermengd met hemel- en grondwater) wordt getransporteerd
naar
een
overnamepunt
en
verder
naar
de
waterzuiveringsinstallatie van het waterschap. •
Aansluiting op de riolering is vrijwel altijd verplicht voor gebouwen waar afvalwater vrijkomt, zowel in de bebouwde kom als in het buitengebied mits er riolering beschikbaar is.
•
In buitengebieden waar geen riolering is, geldt de verplichting van een Individuele BehandelingsVoorziening (IBA), met lozing van het gezuiverde water op bodem of oppervlaktewater.
Hemelwater •
Hemelwater (“regenwater”) moet zo veel mogelijk lokaal benut worden, geïnfiltreerd in de bodem of direct geloosd op oppervlaktewater.
•
Waar lokale afvoer niet voldoende is, neemt de gemeente het overtollige hemelwater in beheer, bij voorkeur gescheiden van afvalwater.
•
In oudere wijken is vaak sprake van gemengde riolering (hemel- en afvalwater samen). Overstorten vanuit deze gemengde stelsels naar oppervlaktewater komen voor.
•
De gemeente werkt aan klimaatadaptatie: grotere/stormachtige buien komen vaker in de openbare ruimte.
•
Bij nieuwe ontwikkelingen geldt het principe “water en bodem sturend”: oververharding wordt beperkt, en extra eisen worden gesteld als er risico’s zijn met hemel- en grondwaterzorgplicht.
Grondwater De gemeente heeft een beperkte rol als het gaat om grondwater. Belangrijk hierbij: •
Beïnvloeding van de grondwaterstand in de openbare ruimte, vooral waar structurele nadelige effecten optreden.
•
Aanbieden van afvoerroutes voor grondwater vanaf percelen, voor zover dit doelmatig is.
•
Overlast door grondwater of vocht meldingen van inwoners/bewoners worden serieus bekeken. Veel voorkomende oorzaken zoals bouwkundige gebreken vallen normaliter onder verantwoordelijkheid van eigenaar/gebruiker.
•
De gemeente ziet droogte ook als een aspect van grondwaterbeleid: lage grondwaterstanden leiden tot problemen (vegetatie, landbouw, bodem, etc.),
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
voor, dus er is meer behoefte aan buffermaatregelen, vergroening, infiltratie, opvang
34
waarin de gemeente beperkte invloed heeft, maar wel kan stimuleren (bijv. infiltratie hemelwater).
6.2 WATERTOETSPROCES EN WATERHUISHOUDING PROJECTGEBIED 6.2.1
Watertoets
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de ontwikkeling rekening wordt gehouden met het aspect water. Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).
6.2.2
Waterhuishoudkundige aspecten
Digitale Watertoets In lijn met de planontwikkeling is de digitale watertoets doorlopen. Uit de watertoets blijkt dat de ‘normale procedure’ van toepassing is. Echter het direct aanvragen bij Waterschap De Vechtstromen is niet mogelijk. De webpagina werkt niet. Zie navolgende afbeelding. De gemeente Haaksbergen heeft derhalve het plan in het kader van het vooroverleg voor gelegd bij het Waterschap De Vechtstromen. Dit advies wordt later separaat toegevoegd
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
als bijlage 3 behorende tot voorliggende onderbouwing.
35
Kenmerken van het watersysteem en toetsing wateraspecten De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het projectgebied (en omgeving), kunnen het beste beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: beschermde gebieden, bodem en grondwater, oppervlaktewater, hemel- en afvalwater. Beschermde gebieden Het projectgebied is niet gelegen in een beschermd gebied of attentiegebied. Bodem en Grondwater Op de planlocatie zijn geen gevallen van (grond)wateroverlast bekend. De ontwikkeling leidt niet tot wijziging van de grondwaterstand. Er wordt niet gebouwd in een gebied met een hoge grondwaterstand of kwel. Derhalve mag worden aangenomen dat er ter plaatse van de planlocatie sprake is van een voldoende diep gelegen grondwaterspiegel. Het projectgebied ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. Binnen het projectgebied vindt geen grondwateronttrekking plaats. Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn.
Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, besteed aan het voorkomen van wateroverlast. Overstromingsrisico Het projectgebied is niet gelegen binnen een overstromingsrisicogebied. Oppervlaktewater Op basis van de Leggerkaart van Waterschap De Vechtstromen is het mogelijk om de oppervlaktewateren in de omgeving van het projectgebied inzichtelijk te maken. Ter impressie zie navolgende afbeelding. Op basis van de leggerkaart van Waterschap De Vechtstromen ligt op afstand van het projectgebied een watergang. Dit profiel weergeeft de ruimte die nodig is voor toekomstige verbeteringen. Met de beoogde ontwikkeling van het projectgebied zullen geen handelingen plaatsvinden welke effect zullen hebben op andere oppervlaktewateren in de directe omgeving.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden
36
Afbeelding 15 Uitsnede leggerkaart met omgeving projectgebied
Afvalwater De realisatie van de tweede bedrijfswoning wordt aangesloten op de aanwezige afvalwater voorzieningen.
Het
een
en
ander
wordt
uitgewerkt
in
het
kader
van
de
omgevingsvergunning voor ruimtelijk bouwen (omgevingsplanactiviteit).
Door de ontwikkelingen in het projectgebied neemt het verhard en bebouwd oppervlak toe. Om wateroverlast te voorkomen wordt het hemelwater niet afgevoerd naar het rioolstelsel maar volgens de trits “vasthouden - bergen – afvoeren” behandeld. In het plan wordt hemelwater geïnfiltreerd via groenpassages. De doorworteling en het bodemleven van het groen houden de infiltratiecapaciteit op peil en zorgen voor afbraak en binding van diverse verontreinigingen. Op deze wijze wordt wateroverlast voorkomen en komt er zo min mogelijk 'schoon' hemelwater in het rioolstelsel terecht. Waterkwaliteit Het plan maakt geen functies mogelijk die tot verslechtering van de waterkwaliteit leiden. Om de kwaliteit van het water te waarborgen, wordt voorzien in de aanleg van meer graspassages. Conclusie Gezien het bovenstaande wordt het aspect waterhuishouding in voldoende mate geborgd in onderhavig plan. Ten aanzien van de waterhuishoudkundige situatie in het projectgebied worden er geen belemmeringen verwacht voor toekomstige ontwikkelingen.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
Wateroverlast
37
7
BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU
Bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties houdt het bevoegd gezag op basis van afdeling 5.1.4 van het Bkl rekening met het beschermen van de gezondheid en het milieu. Hieronder zijn de onderwerpen weergegeven waarvoor in deze afdeling instructieregels zijn gesteld en wordt aangegeven of deze relevant zijn voor dit project. Onderwerp
Relevante instructieregels Bkl
Relevant voor het project?
Kwaliteit van de
Paragraaf 5.1.4.1
Ja, zie paragraaf 7.3.
Paragraaf 5.1.4.2
Ja, zie paragraaf 7.1.
Paragraaf 5.1.4.2a
Ja, zie paragraaf 7.1.
Geluid rond luchthavens
Paragraaf 5.1.4.3
Nee, het projectgebied ligt niet nabij een luchthaven.
Trillingen
Paragraaf 5.1.4.4
Ja, zie paragraaf 7.5.
Slagschaduw van
Paragraaf 5.1.4.4a
Nee, nabij het projectgebied bevinden
buitenlucht Geluid door activiteiten Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
windturbines
zich geen windturbines.
Bodemkwaliteit
Paragraaf 5.1.4.5
Ja, zie paragraaf 7.2.
Geur
Paragraaf 5.1.4.6
Ja, zie paragraaf 7.4.
In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze het voornemen rekening houdt met bovenstaande onderwerpen. Tevens worden de aspecten ‘gezondheid’ en ‘duurzaamheid
7.1
GELUID DOOR ACTIVITEITEN
7.1.1
Wettelijk kader
In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu stelt afdeling 3.5 van het Bkl regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. De geluidsgevoelige gebouwen zijn aangewezen in artikel 3.21 van het Bkl. Het betreffen gebouwen of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met de in paragraaf 5.1.4.2 Bkl opgenomen instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.21 Bkl). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen en
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
en klimaatadaptatie’ behandeld.
38
stiltegebieden gelden op basis van artikel 7.11 Bkl specifieke regels. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties zelf de mate van bescherming tegen geluid. Geluidsgevoelige gebouwen De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.20 Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect geluid instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.2 Bkl. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
7.1.2
Situatie projectgebied
Onderhavig initiatief betreft de realisatie van een tweede bedrijfswoning bij een bestaand agrarisch
bedrijf.
Conform
Omgevingsregeling
artikel
17.5
is
het
plan
voor
wegverkeerslawaai gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de N18. Voor een
Afbeelding 16 Uitsnede kaart ‘Geluid in Nederland’ (bron: Atlasleefomgeving)
De projectlocatie bevindt zich binnen de invloedsfeer van de N18. De geluidbelasting bedraagt 50 dB. De grenswaarde voor de N18 van 53 dB wordt niet overschreden. Aangezien de standaardwaarde niet wordt overschreden, wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. Een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Aanvullende eisen zijn
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
indicatie van de geluidbelasting zie navolgende afbeelding.
39
derhalve niet noodzakelijk. Het een en ander wordt uitgewerkt in het kader van de omgevingsvergunning voor ruimtelijk bouwen (omgevingsplanactiviteit). Standaard gevelgeluidwering zal gezien de geluidbelasting op locatie voldoende zijn. In de omgeving hoeft verder niet getoetst te worden aan spoorweglawaai of industrielawaai, omdat dit niet aanwezig is nabij de projectlocatie. Daarnaast dient gekeken te worden of het mogelijk maken van een tweede bedrijfswoning op locatie negatief beïnvloed wordt door bedrijven in de omgeving, onder andere wat betreft geluidbelasting. Voor meer informatie hieromtrent zie paragraaf 7.8 Activiteiten en milieuzonering. Conclusie Vanuit het aspect geluid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
7.2
BODEMKWALITEIT
7.2.1
Wettelijk kader
Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele •
beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen;
•
evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem;
•
duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen.
Bij omgevingsplanactiviteit zal inzicht moeten worden gegeven in de bodemkwaliteit. Zo moet: •
worden beoordeeld of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming;
•
worden beschreven welke beoogde maatregelen worden getroffen;
•
in de exploitatieopzet de kosten van eventuele saneringsmaatregelen worden meegenomen.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang;
40
7.2.2
Situatie projectgebied
Onderhavig initiatief betreft de realisatie van een tweede bedrijfswoning bij een bestaan agrarisch bedrijf. De bedrijfswoning betreft een voor bodem gevoelig gebruik. Derhalve is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Een gedetailleerde weergave van de onderzoeksresultaten is weergeven in bijlage 4. Samenvattend zijn de resultaten als volgt. In de grond zijn geen verhogingen aangetroffen. Er is enkel één lichte verhoging aangetroffen in het grondwater. De boven- en ondergrond valt in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur. Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van de Regeling bodemkwaliteit en het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. Conclusie Kortom, vanuit het oogpunt van bodemkwaliteit en asbest in gebouwen bestaan er geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling.
7.3
LUCHTKWALITEIT
met het aspect luchtkwaliteit. Algemeen De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: •
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
•
het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
•
het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;
Mede door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering is het NSL na de inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook vervallen.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden
41
De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de Rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.
Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden.
2.
Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekende
mate
bijdraagt
aan
de
luchtverontreiniging.
Soms
zijn
detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Als de 3% grens voor NO2 en PM10 niet wordt overschreden, is het plan NIBM en is geen verdere toetsing aan grenswaarden vereist. Op basis van de NIBM-tool draagt de ontwikkeling ‘in betekenende mate bij’ indien de ontwikkeling 1.450 extra voertuigbewegingen per dag tot
Toetsing Onderhavig initiatief betreft de realisatie van een tweede bedrijfswoning bij een bestaand agrarisch bedrijf. Als de 3% grens voor NO2 en PM10 niet wordt overschreden, is het plan NIBM en is geen verdere toetsing aan grenswaarden vereist. Op basis van de NIBM-tool draagt de
ontwikkeling
‘in
betekenende
mate
bij’
indien
de
ontwikkeling
1.450
extra
voertuigbewegingen per dag tot gevolg heeft. Gelet op het aantal verkeersbewegingen zoals opgenomen in paragraaf 10.2 is er geen sprake van een toename van 1.450 extra voertuigbewegingen per dag. Derhalve kan worden gesteld dat het plan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de heersende luchtkwaliteit. Uitgaande van het worst-case scenario van onderhavig plan wordt de 3% grens niet overschreden. Het plan draagt dan ook ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de heersende luchtkwaliteit.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
gevolg heeft.
42
Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10). De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51 lid 2 Bkl. Gemeenten die onder agglomeraties vallen staan in artikel 2.38 Omgevingsregeling. In enkele situaties moet de luchtkwaliteit altijd worden beoordeeld: •
bij een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit’
•
bij de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter, of als een tunnel wijzigt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt;
•
bij de aanleg van een autoweg of een autosnelweg.
Het projectgebied is niet gelegen in een aandachtsgebied zoals opgenomen in artikel 5.51 lid 2 van het Bkl. Derhalve hoeft in dit kader geen nader onderzoek te worden verricht naar luchtkwaliteit. Achtergrondwaarden Het
toetsingskader
voor
luchtkwaliteit
wordt
gevormd
door
hoofdstuk
5.2
luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood en koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in Nederland met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM2,5 en PM10) van belang. De geldende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof zijn in de navolgende tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet en op plaatsen die niet toegankelijk zijn voor publiek en waar geen vaste bewoning is, zoals akkerland en de rijbaan en ontoegankelijke middenbermen
In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient bepaald te worden of de kwaliteit van de lucht ter plaatse goed genoeg is voor de realisatie van het bouwplan. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) bedroeg de concentratie PM2,5 in 2023 ter plaatse minder dan 8 µg/m³, de concentratie PM 10 tussen 14 en 16 µg/m³ en de concentratie NO2 tussen 8 en 10 µg/m³. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren door voortschrijdende technologie.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
van wegen.
43
Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. Het voorgenomen initiatief is niet bezwaarlijk in het kader van de luchtkwaliteitseisen uit het Bkl.
7.4
GEUR
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geur.
7.4.1
Wettelijk kader
Het Rijk stelt voor een aantal gebouwen specifieke regels aan geurbelasting. Een onderdeel van het tijdelijke Omgevingsplan is ook de gemeentelijke geurverordening, hierin kan worden afgeweken van de standaardnorm. Indien van toepassing dient deze te worden meegenomen in de motivering. Deze instructieregels van het Bkl voor geur zijn gericht op aangewezen geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. Voor overige gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van geurbescherming. Dat doet de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. In artikel 5.91 Bkl worden de geurgevoelige gebouwen aangewezen die in ieder geval beschermd moeten worden. Specifieke beoordelingsregels voor geur voor de milieubelastende activiteit staan in artikel 8.20 Bkl. Op industrie- en bedrijventerreinen kunnen bedrijfsmatige activiteiten voorkomen die hebben de mogelijkheid om in hun omgevingsplan eigen geurregels te formuleren. Weliswaar dienen de instructieregels uit het Bkl (artikel 5.90 tot en met 5.127 Bkl) wel te worden gevolgd. Het bevoegd gezag bepaalt hierbij zelf welke mate van geurhinder ze aanvaardbaar vindt. De vergunningverlener moet dus bij het beoordelen van het aanvaardbaar geurhinderniveau rekening houden met het omgevingsplan.
Veehouderijen In het omgevingsplan regelt de gemeente de geur van veehouderijen. In paragraaf 5.1.4.6 Bkl staan de instructieregels hiervoor. De instructieregels gelden alleen voor geur van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf op een geurgevoelig gebouw en gaan over geurnormen in het omgevingsplan, rekenen, afstandseisen en randvoorwaarden. Voor landbouwhuisdieren geldt een afstand van 50 meter buiten de bebouwde kom en een afstand van 100 meter. In het Omgevingsplan wordt onderscheid gemaakt tussen de waarden voor geur die van toepassing zijn binnen en buiten de bebouwingscontour. Deze contour wordt op termijn geometrisch begrensd in het Omgevingsplan.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
geurhinder veroorzaken. Die activiteiten zijn dan zelf een relevante geurbron. Gemeenten
44
Tabel 1: Normen voor geur bij het houden van landbouwhuisdieren met een geuremissiefactor.
7.4.2
Situatie projectgebied
Onderhavig initiatief betreft de realisatie van een tweede bedrijfswoning bij een bestaand agrarisch bedrijf. Geurhinder houden van dieren Wat betreft geurhinder van dieren moet getoetst worden aan § 5.1.4.6.3 van het Bkl. Er kan op grond van art. 12.14 van het Verzamelbesluit Omgevingswet 2022 (Stb. 2022,172), buiten de bebouwingscontour geur. De meest nabijgelegen (intensieve) veehouderijen betreffen Oude Boekeloseweg 112, 115 en 104 (huisnummer 102 is een woonperceel). Onderhavig initiatief maakt onderdeel uit van de bedrijfsvoering op locatie Oude Boekeloseweg 112 waardoor deze niet wordt belemmerd. Derhalve zijn Oude Boekeloseweg 115 en 104 de dichtstbijzijnde gelegen externe veehouderijen. Nummer 104 is op circa 350 meter afstand gelegen ten zuiden van onderhavig projectgebied. Nummer 115 is op circa 290 meter afstand gelegen ten zuidwesten van onderhavig projectgebied. Gezien de afstand en de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling leidt voorliggende ontwikkeling niet tot een belemmering. Op locatie zal sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het project voldoet dus aan de eisen van het Bkl. Mest- en voeropslagen Daarnaast gelden nog de afstandscriteria voor ‘geur door andere agrarische activiteiten dan het huisvesten van dieren’. Deze worden genoemd in §. 5.1.4.6.4 van het Bkl. Het gaat
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
worden geconstateerd dat de projectlocatie niet is gelegen in het concentratiegebied én,
45
dan om mogelijk geurhinder veroorzakende activiteiten zoals composteren of de opslag van mest: t/m 600 m3 vaste mest/champost/dikke fractie of mestbassins t/m 750 m2 of meer dan 2.500 m3 aan inhoud. Binnen 100 meter van het projectgebied bevinden zich géén veehouderijen. Er kan daarom worden constateert dat de genoemde afstanden worden gerespecteerd. Conclusie Gelet op bovenstaande motivering zal op locatie derhalve sprake zijn van een goed woonen leefklimaat en zullen de bedrijfsvoeringen ter plaatse van omliggende bedrijven door onderhavige ontwikkeling niet belemmerd worden in haar ontwikkelingsmogelijkheden.
7.5
TRILLINGHINDER
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Algemeen Trillingen kunnen optreden als gevolg van met name spoorwegverkeer. In sommige gevallen kunnen trillingen leiden tot hinder of schade aan gebouwen. Om trillinghinder en schade te voorkomen dient dit aspect onderzocht te worden bij ontwikkelingen binnen 200 meter van een spoorweg. Paragraaf 5. 1. 4. 4 van het Bkl is op hoofdlijnen van toepassing op het toelaten op een locatie van een activiteit, anders dan het wonen, die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaakt in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan. En op het toelaten van een trillinggevoelig activiteit, anders dan het wonen, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan.
Onder
andere
binnen
gebouwen
toegelaten
woonruimten
zijn
trillinggevoelig. Toetsing Het projectgebied is niet gelegen binnen gebied waarbij trillingen aan de orde zijn. Conclusie Het aspect trillingen vormt geen belemmeringen in het kader van de voorgenomen ontwikkeling.
7.6
GEZONDHEID
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
gebouw waarop trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz worden veroorzaakt door een
46
Algemeen Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet dient dit aspect breed te worden gemotiveerd. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. Toetsing Handreiking Veehouderij en volksgezondheid 2.0 Het bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO) heeft een Notitie handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid opgesteld (25 november 2016). Deze notitie bevat als hulpmiddel voor bevoegde gezagen een systematiek om de endotoxineblootstelling van omwonenden van veehouderijen te beoordelen en helpt bevoegde gezagen om vergunningaanvragen te toetsen aan de adviesgrenswaarde van 30 EU/m3 endotoxinen. De volgende uitgangspunten worden in de notitie gehanteerd: •
Uit voorzorg voorkomen dat door nieuwe aanvragen de endotoxine advieswaarde wordt overschreden en daar waar deze al overschreden wordt voorkomen dat de overschrijding toeneemt;
•
Bedrijfsontwikkeling op alle varkens- en pluimveehouderijen die leiden tot een hogere (fijnstof)emissie kunnen gevolg hebben dat nieuwe overschrijdingen ontstaan of bestaande overschrijdingen worden vergroot;
•
Bedrijfsontwikkeling in een veedicht gebied kunnen als gevolg van cumulatie van de bestaande overschrijdingen worden vergroot;
•
Andere veehouderijsectoren emitteren relatief weinig fijnstof en de bijdrage aan een mogelijke overschrijding van de adviesgrenswaarde door cumulatie is beperkt;
•
Een grote mate van overschrijding van de endotoxine advieswaarde, individueel danwel door cumulatie in een gebied, kan reden zijn om na te denken over een vermindering van fijnstof-endotoxine emissie van de veehouderij;
•
Voorzorg in het belang van de gezondheid van omwonenden is de drijfveer voor deze notitie.
Veehouderijen In de directe omgeving zijn binnen een straal van 500 meter enkele intensieve veehouderijen gelegen. Blijkens voorgaande paragraaf is de afstand dusdanig dat vanuit endotoxine wat betreft onderhavige ontwikkeling geen belemmeringen bestaan. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico op locatie.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
endotoxine uitstoot tot gevolg hebben dat nieuwe overschrijdingen ontstaan of
47
Geitenhouderijen Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen 2 km van het projectgebied liggen geen geitenhouderijen. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Spuitzones Bij boom- en fruitteelt worden vaak gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Deze middelen kunnen een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Als gevolg van de wind kunnen gewasbeschermingsmiddelen verwaaien. Dit wordt drift genoemd. Om te voorkomen dat derden als gevolg van drift in aanraking komen met gewasbeschermingsmiddelen wordt een spuitzone van 50 meter gehanteerd. Onderhavig initiatief betreft de realisatie van een tweede bedrijfswoning bij een bestaand agrarisch bedrijf. Op deze locatie wordt een bestaande varkenshouderij geëxploiteerd. Het bestaande en goedgekeurde grondgebruik van de locatie betreft agrarisch gebruik. De gronden rondom het projectgebied zijn niet in gebruik zijn voor boom- en fruitteelt en bovendien zijn deze ook niet aangewezen als boomteeltontwikkelingsgebied. Wel zijn deze naburige externe percelen agrarisch in gebruik en kan hier gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Derhalve dient een spuitzone van 50 meter worden gehanteerd. Op navolgende afbeelding is deze zone ter impressie opgenomen. Voor een gedetailleerde
Afbeelding 17 Impressie spuitzone
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
weergave, zie bijlage 5.
48
In relatie tot de spuitzone is in overleg en overeenstemming met gemeente Haaksbergen, de grondeigenaren van de betreffende percelen en initiatiefnemer, een overeenkomst afgesloten. Het betreft een overeenkomst tussen initiatiefnemer en de grondeigenaren van de betreffende percelen, waarbij een verbodsbepaling wordt opgenomen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Deze overeenkomst is noodzakelijk, omdat de ontwikkeling vanuit het ETFAL-principe enkel mogelijk is indien een buffer van (minimaal) 50 meter wordt gecreëerd op de Agrarische grond waarin geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt kunnen worden (‘de Spuitvrije Zone’), zoals aangegeven op voorgaande afbeelding en meer gedetailleerd in bijlage 5. Dit wordt als zodanig geborgd in de maatwerkvoorschriften behorende tot de Bopa-procedure. Hoogspanningsleidingen In de nabijheid van onderhavige ontwikkeling zijn geen hoogspanningsleidingen gelegen met een bestemmingsplanplichtige beschermingszone die van invloed zou kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Vanuit aspect gezondheid bestaan er geen belemmeringen voor het planvoornemen.
7.7
DUURZAAMHEID EN KLIMAATADAPTATIE
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect duurzaamheid en klimaatadaptatie. Algemeen gericht op een duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Dit houdt in, dat de wet voorziet in een ontwikkeling van de fysieke leefomgeving die tegemoetkomt aan de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Duurzame ontwikkeling is een breed begrip waar een veelheid aan onderwerpen onder kan vallen, zoals energietransitie en klimaatadaptatie. In de Nationale Omgevingsvisie is ‘ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’ als prioriteit opgenomen. Daarnaast vallen onder het begrip duurzaamheid ook onderwerpen als mobiliteit, duurzaam bouwen en biodiversiteit. Het beleid ten aanzien van energietransitie en klimaatadaptatie vloeit voort uit nationale programma's die vervolgens regionaal zijn uitgewerkt (Regionale Energiestrategie, Nationale Klimaatadaptatiestrategie). De doelstellingen die hieruit voortvloeien zijn vervolgens integraal opgenomen in het gemeentelijk beleid. Dit is weer uitgewerkt in programma's. In het Omgevingsplan zijn de beleidsdoelstellingen voorzover noodzakelijk vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties uitgewerkt in juridisch bindende regels.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
Uit de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet vloeit voort dat deze onder meer is
49
Toetsing Onderhavig initiatief betreft de realisatie van een tweede bedrijfswoning. Er wordt een nieuw woonerf gecreëerd nabij het bestaande agrarisch bedrijf. Hiertoe wordt voorzien in een landschappelijke inpassing. Initiatiefnemer draagt met de toekomstige inrichting van het erf in algemene zin bij aan duurzaamheid, door onder andere het materiaal gebruik en het bouwen conform (B)ENG. Het plan is te kleinschalig om bij te dragen aan een beter klimaat, maar is op microniveau een verbetering door de groene inpassing. Conclusie Vanuit het aspect duurzaamheid en klimaat is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
7.8
ACTIVITEITEN EN MILIEUZONERING
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect milieuzonering. Algemeen De Omgevingswet zorgt voor een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingswet worden daardoor het ruimtelijk spoor en het milieuspoor verder geïntegreerd. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen), kan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties gerealiseerd worden. Het is aan de ene kant zaak om te voorkomen dat er hinder en gevaar voor gevoelige bestemmingen ontstaat en aan de andere kant dient aan bedrijven voldoende zekerheid te worden geboden dat zij niet in hun activiteiten worden beperkt door nieuwe gevoelige
Door middel van milieuzonering kan een kader worden vastgesteld voor de toelating van milieuhinderlijke activiteiten ten opzichte van gebieden waar wordt gewoond en waar andere milieugevoelige activiteiten aanwezig zijn. Milieuzonering maakt het mogelijk om de regels in het Omgevingsplan op te nemen die voorzien in een rechtstreekse toelating van milieuhinderlijke activiteiten. In aanvulling op de standaard gebiedsgerichte instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bal kan het Omgevingsplan voorzien een extra set regels voor bedrijventerreinen en andere werkterreinen, in het bijzonder voor geluid en geur. Deze aanvullende regels vloeien voort uit de systematiek voor milieuzonering in de handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG). De VNG heeft deze handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ in oktober 2024 opgesteld. Deze handreiking vervangt de veelgebruikte publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. Hoewel de basisprincipes van milieuzonering hetzelfde blijven, is de nieuwe handreiking wezenlijk anders dan de systematiek in de uitgave uit 2009. Zo wordt in de nieuwe systematiek niet meer getoetst aan de aspecten stofhinder en gevaar, maar enkel nog aan geluid en geur.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
functies.
50
Voor een aantal situaties en gebieden is de handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ niet aan de orde: -
Industrieterreinen (geluid): In deze gebieden zijn vaak zwaardere industrieën gevestigd, daarom geldt hier op grond van het Bkl een aparte geluidregeling;
-
Milieuhinderlijke activiteiten binnen een rustig woongebied;
-
Milieuthema’s die al op een andere wijze geregeld zijn:
-
o
Luchtverontreiniging
o
Externe veiligheid en gevaar
o
Trillinghinder
o
Geur door agrarische activiteiten in het buitengebied
o
Lichthinder en spuitzones
o
De hinder door verkeer aantrekkende werking
Zware activiteiten die niet direct worden toegelaten: het gaat hier bijvoorbeeld om het exploiteren van een IPPC-installatie of projecten waarvoor een mer(beoordelings)plicht
geldt
met
een
omgevingsvergunningplicht
voor
een
milieubelastende activiteit in de zin van het Bal. Functiescheiding door uitwaartse en inwaartse zonering: Bij uitwaartse zonering wordt gezoneerd vanuit de milieuhinderlijke functies. Dit betekent dat er in een zone rondom het werkterrein milieugevoelige functies moeten worden geweerd. In het geval van inwaartse zonering vindt de zonering plaats vanuit de milieugevoelige activiteiten en daarbij zones met gebruiksruimte voor geluid en geur aan te houden per milieuhinderlijke (bedrijfs)activiteit: hoe groter de afstand tot de milieugevoelige functie, de ligging van een activiteit ten opzichte van een zone, hebben milieuhinderlijke activiteiten meer of minder gebruiksruimte. In de nieuwe handreiking wordt uitgegaan van inwaartse zonering. Voortzetting onderscheidt gemengd gebied met wonen en rustig woongebied Zoals gebruikelijk was in de ruimtelijke ordening onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), wordt ook onder de nieuwe systematiek onderscheid gemaakt tussen twee soorten woongebieden: gemengde gebieden met wonen en rustige woongebieden. Nabij een rustig woongebied wordt de beschikbare gebruiksruimte per activiteit lager gesteld dan nabij een gemengd gebied met wonen. Hierbij staat dus een extra bescherming van een rustig woongebied ten opzichte van gemengd gebied met wonen centraal.
Buitengebied Ook in het buitengebied komen activiteiten voor met gebruiksruimte voor geluid en geur. De systematiek in de handreiking kan ook in het buitengebied worden toegepast, met als kanttekening dat de in de handreiking beschreven waarden voor geur niet gelden voor agrarische activiteiten.
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
hoe groter de beschikbare milieugebruiksruimte voor geluid en geur kan zijn. Afhankelijk van
51
Opbouw in het Omgevingsplan Voor het reguleren van onder meer geluid- en geurbelasting door milieuhinderlijke activiteiten kunnen door gemeenten drie elkaar aanvullende sets van regels in het nieuwe omgevingsplan worden opgenomen: algemene bepalingen, standaard (gebiedsgerichte) omgevingsplanregels en aanvullende gebiedsgerichte omgevingsplanregels. Voor het goed functioneren van de regelingen voor geluid en geur zijn in het omgevingsplan aanwijzingen
nodig.
Zo
kan
een
gebied
bijvoorbeeld
aangewezen
worden
als
‘bedrijventerrein’ en worden de grenzen tussen ‘gemengd gebied met wonen’ en ‘rustig woongebied’ aangewezen. Ook kunnen zones worden opgenomen voor geur en geluid: basis – beperkt – en verruimd. Deze nieuwe systematiek omvat geen koppeling meer van activiteiten aan milieucategorieën per SBI-code en de daarbij horende richtafstanden. ‘Activiteiten en milieuzonering’ stuurt strakker op de gewenste omgevingskwaliteit, omdat getoetst wordt aan concrete, juridisch bindende milieuwaarden voor geluid en geur. Geluid Voor aspect geluid wordt onderscheid gemaakt tussen een drietal zones met oplopende geluidsruimte. De milieucategorieën en richtafstanden van VNG 2009 zijn voor geluid als volgt omgezet naar zones, waarden en afstanden:
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
Tabel 1 VNG - aspect geluid in rustig woongebied
52
Tabel 2 VNG - aspect geluid in gemengd woongebied
Geur De milieucategorieën en richtafstanden van VNG 2009 zijn voor geur, zoals onderstaande tabel laat zien, omgezet naar zones, waarden en afstanden. Zoals eerder toegelicht, valt, omdat een groot aantal thema’s al op een andere wijze afdoende gereguleerd is, geur door agrarische activiteiten niet onder deze toetsing.
Toetsing De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op de realisatie van een tweede bedrijfswoning bij het bestaande agrarische bedrijf. Er wordt géén nieuwe milieubelastende activiteit gestart. De ontwikkeling moet beschouwd worden als milieugevoelige functie. De projectlocatie
Ruimtelijke motivering "Oude Boekeloseweg 112 te Haaksbergen"
Tabel 3 VNG - aspect geur in rustig en gemengd woongebied
53
dient derhalve afgewogen te worden qua afstand ten opzichte van omliggende milieubelastende activiteiten. Daarnaast geldt dat op locatie sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarbij dient in dit geval uit te worden gegaan van het gebiedstype rustig landelijk gebied, overeenkomstig de categorie ‘rustig woongebied’, omdat de omgeving wordt getypeerd als een rustig agrarisch gebied waar woonfuncties en (agrarische)bedrijfsfuncties op relatief grote afstand zijn gelegen van elkaar. Het grondgebruik wordt gedomineerd door een agrarisch akkerland. Op dit moment is er ter plaatse van Oude Boekeloseweg 112 sprake van een agrarisch bedrijfsperceel waar een veehouderij is gehuisvest. Het agrarische bedrijf betreft een varkenshouderij met pluimvee. De veehouderij blijft ongewijzigd met voorliggend planvoornemen. Als onderdeel van het agrarisch bedrijf hoeft de tweede bedrijfswoning niet beschouwd te worden ten aanzien van de eigen veehouderij. De dichtstbijzijnde gelegen externe milieubelastende activiteit en dichtstbijzijnde gelegen externe milieugevoelige functie betreffen de bedrijfsactiviteiten ter plaatse van Oude Boekeloseweg 121 (melkvee), Oude Boekeloseweg 115 (melkvee) en Oude Boekeloseweg 104106 (intensief). De minimale afstand van deze bedrijven tot het projectgebied bedraagt 190 meter (afstand tot Oude Boekeloseweg 121).