CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsprogramma Deelmobiliteit versie november_Vinkhuizen.pdf

gemeenteraad 16 november 2022, gemeente GroningenBij agendapunt: e: Groningen Deelt Uitvoeringsprogramma Deelmobiliteit 2022-2030 (raadsvoorstel 14-9-22)17.822 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hierbij is het relevant om de samenwerking op te zoeken met woningcorporaties om samen met hen de kansen voor deelauto’s bij sociale huurwoningen verder te onderzoeken. Met behulp van probeeracties experimenteren we met het beschikbaar stellen van deelauto’s voor inwoners met een lager inkomen. Dat doen we door in samenwerking met aanbieders speciale tarieven aan te bieden gekoppeld aan de Stadjerspas, of door minima een strippenkaart aan te bieden voor autodelen, waarbij zij bijvoorbeeld twee ritten van 50 kilometer per maand kunnen maken. Experimenteren met een (tijdelijke) andere inrichting van de straat Eén van de belangrijkste kansen voor autodelen is de bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Een deelauto vermindert het eigen autobezit. Hierdoor ontstaat er meer ruimte in de straat. Dit willen we aan elkaar koppelen in een experiment. De realisatie van een deelauto (commercieel of coöperatief) biedt de kans om de openbare ruimte anders in te richten. De vrijgespeelde parkeerplaatsen kunnen we samen met de buurt een andere (tijdelijke) inrichting geven. Een inrichting met meer ruimte voor groen en ruimte om te fietsen, wandelen en ontmoeten, in lijn met onze ontwerpleidraad. Dit experimenten kan leiden tot nieuwe inzichten en ervoor zorgen dat bewoners anders tegen hun eigen straat aan gaan kijken.

Interne communicatie We zien de medewerkers van de gemeente als ambassadeur van onze mobiliteitsvisie en ook van de deelauto. Door medewerkers te enthousiasmeren over de kansen van autodelen groeit de kennis en daarmee ook het gebruik van de deelauto in de gemeente. De kwartiermaker deelmobiliteit staat hiervoor aan de lat en organiseert bijeenkomsten en informatiesessies om dit te bereiken. Proef keyless autodelen Particulier autodelen wordt op dit moment op verschillende manieren gefaciliteerd. De meest voorkomende versie is de samenkomst van de vraag naar en het aanbod van autogebruik via internetplatforms. Op deze platforms wordt de communicatie tussen huurder en verhuurder opgezet en de transactie voldaan. Normaliter vindt er een fysieke sleuteloverdracht plaats tussen huurder en verhuurder. Door technologische vooruitgang zien we dat deze fysieke sleutel-

28

overdracht steeds minder nodig is, en dat door het installeren van een sleutelkast de deelauto ver- en ontgrendeld kan worden via een app op de mobiele telefoon. Deze technologie vergt echter een investering van de verhuurder. De gemeente wil een pilot gaan starten waarin de gemeente voor Groningse verhuurders de kosten compenseert voor de aanschaf van de ‘Keyless technologie’ voor een periode van maximaal één jaar. Met deze pilot willen we nagaan of en op welke wijze het gebruik van de keyless technologie autodelen stimuleert.

Later Parkeren op afstand De gemeente onderzoekt wat de mogelijkheden zijn voor parkeren op afstand. De stad groeit en is volop in ontwikkeling. Door de groeiende bevolking en door bouw- of wegwerkzaamheden komt parkeren soms (tijdelijk) onder druk te staan. De gemeente onderzoekt de mogelijkheden van parkeren op afstand in combinatie met een probeeraanbod voor deelauto’s. Het inzetten van deelvervoer in (pop-up) hubs als alternatief tijdens (weg)werkzaamheden behoort hier tot een van de mogelijke oplossingen. Hiermee wordt de parkeerdruk in de stad verzacht. Daarbij moet wel goed onderzoek worden gedaan naar wat de effecten zijn op omgeving. Immers, de parkeerdruk verschuiven is geen oplossing voor de lange termijn. Wagenparken delen Deelmobiliteit biedt kansen voor het efficiënter inzetten van wagenparken van bedrijven en organisaties, waaronder de gemeente. Wanneer deze beter wordt benut zijn er minder auto’s nodig waardoor er meer ruimte ontstaat en er minder kosten worden gemaakt. Daarom verkennen we met Groningen Bereikbaar via de Werkgeversaanpak op welke manier wagenparken van bedrijven beter benut kunnen worden. Ook onderzoeken we of en hoe kan worden overgestapt naar gemeentelijke poolauto’s die gebruik maken van deeltechnologie. Om de gemeentelijke auto’s nog beter te benutten kan de gemeente er straks ook voor kiezen om het wagenpark met de derden te delen.

Medewerkers kunnen tijdens kantooruren exclusief gebruik maken van de dienstauto’s terwijl de inwoners buiten de kantooruren gebruik kunnen maken van de auto. De toegang tot de auto’s die op eigen terrein staan vormen daarbij nog wel een extra aandachtspunt. Tot slot zouden medewerkers zowel gebruik kunnen maken van deelauto’s uit de eigen vloot als deelauto’s van aanbieders in de openbare ruimte. Deelauto’s op commercieel minder interessante locaties Tot op heden zijn deelauto’s vooral in de stad te vinden en met name in wijken met een hoge dichtheid. De gebruikersgroep van de deelauto heeft een bepaalde omvang nodig voordat de deelauto als mobiliteitsconcept rendabel kan zijn voor aanbieders. Toch ziet de gemeente Groningen kansen voor het realiseren van deelauto’s in bijvoorbeeld de dorpen van de gemeente. De deelauto biedt immers mogelijkheden voor inwoners zonder eigen auto. Samen met partners onderzoeken we hoe de gemeente kan deelnemen in een mobiliteitsconcept om zo de deelauto levensvatbaar te maken in de dorpen. Daarbij onderzoekt de gemeente of het deelmobiliteit kan subsidiëren, of het deel neemt als launching customer, of bijvoorbeeld het eigen wagenpark aanbiedt.

29

2.5

Regeling bij nieuwbouw

De gemeente Groningen staat voor de uitdaging om in ongeveer 10 jaar tijd 20.000 woningen te bouwen. Het gaat hierbij niet alleen om uitleglocaties maar vooral ook om verdichting van de bestaande stad. Deze verdichting zorgt voor extra druk op de bestaande openbare ruimte. Tegelijkertijd willen bewoners het liefst wonen aan een groene straat waar ontmoeten en spelen centraal staat. Deze druk op de bestaande openbare ruimte betekent dat we keuzes moeten maken. Verschillende beleidsstukken, zoals de Mobiliteitsvisie Groningen Goed op Weg (2021), de Ontwerpleidraad Openbare Ruimte (2021), de Beleidsregel ‘Parkeernormen 2021’ en de Parkeervisie (2018) geven een duidelijke richting aan: namelijk meer ruimte voor groen, spelen, ontmoeten en dus minder ruimte voor de auto. De ontwikkeling en herontwikkeling van wijken in de stad biedt kansen om deze ambitie te verwezenlijken. Autodelen zit in de lift. Toch zijn er wereldwijd nog weinig voorbeelden te vinden waar dit concept op grote schaal geïntegreerd is in de ontwikkeling van nieuwbouwwijken. Dit komt omdat autodelen als onderdeel van gebiedsontwikkeling een relatief nieuw fenomeen is. De gemeente Groningen wil de kansen voor deelmobiliteit in nieuwbouwwijken benutten. Zo kunnen we er ook voor kiezen om minder ruimte te reserveren voor autobezit en parkeren zonder dat dit ten koste gaat van de bereikbaarheid.

In dit hoofdstuk noemen we de mobiliteitsmaatregelen die we nu, straks en later treffen om de openbare ruimte in nieuwbouwwijken te behouden voor haar bewoners. Nu

Straks

Later

Deelmobiliteit in grote ontwikkelgebieden

Inzet fonds voor mobiliteitsoplossingen

Onderzoek verdere verlaging parkeernormen

Actief aansporen toepassing deelauto’s nieuwbouw

‘Proof of concept’ sociale huur

Onderzoek naar haalbaarheid gebiedsconcessies

Zichtbare plek deelauto

Ontwikkeling toolbox langjarig aanbieden deelauto’s met partners

Voorwaarden voor reductie parkeereis Gedragscampagnes

Nu Deelmobiliteit in grote ontwikkelgebieden De gemeente organiseert het antwoord op mobiliteitsvraagstukken bij grote ontwikkelgebieden in de stad (zoals Suikerzijde en Stadshavens) op een slimme manier. Het uitgangspunt hier is dat mobiliteit voor gebruikers gegarandeerd is, maar dat betekent niet dat gebruikers altijd toegang hebben tot het gebruik van een privéauto. De gemeente stelt per ontwikkelgebied voorwaarden. Zo kan het minimumaantal parkeerplaatsen tot 20% worden verminderd indien ontwikkelaars kiezen voor deelmobiliteit. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor het realiseren van een passend concept. Daarbij kan gedacht worden aan de realisatie van een mobilteitshub met deelauto’s of andere vormen van deelmobiliteit, parkeren op afstand, een abonnement op OV en/of deelmobiliteit of een combinatie van maatregelen.

30

Het is van belang om als gemeente proactief te sturen zodat (deel)mobiliteit niet te laat aan bod komt in deze ontwikkelingen. Immers, met de juiste combinatie van middelen kan de druk op de openbare ruimte worden ontlast. Dat biedt meer kansen voor spelen, ontmoeten, groen en verblijven en voegt waarde toe aan het gebied, ook voor de ontwikkelaar. Daarbij is het van belang om toekomstige bewoners zo vroeg mogelijk te informeren over parkeeroplossingen en de mogelijkheden van deelmobiliteit, ruim voordat zij overgaan tot koop of huur. Zo maken bewoners een bewuste keuze om in een wijk te gaan wonen waar de privéauto niet langer dominant is en voor de voordeur kan worden geparkeerd. Overigens zijn niet alle ontwikkelgebieden hetzelfde. Het is van belang om verschillende mobiliteitsopties goed aan te laten sluiten bij het gebied. Dichtheid, afstand tot het centrum en de demografische samenstelling bepalen in grote mate welke vorm van deelmobiliteit aansluit bij de lokale behoefte. Actief aansporen toepassing deelauto’s nieuwbouw De gemeente Groningen informeert woningcorporaties, ontwikkelaars en projectleiders proactief over de kansen die deelauto’s bieden bij nieuwbouwprojecten. In gebieden waar betaald parkeren geldt is het al mogelijk om met de inzet van deelmobiliteit tot wel 20% te reduceren op de parkeernorm.

Daar waar goede alternatieven voorhanden zijn is een grotere reductie van het aantal aan te leggen plaatsen mogelijk, mits daar een goed mobiliteitsplan (met deelmobiliteit) tegenover staat. De gemeente kiest ervoor om bewoners van nieuwbouw geen parkeervergunning op straat meer te geven. Door de parkeervraag op eigen terrein op te lossen ontstaat er meer ruimte op straat voor andere functies zoals groen of spelen. Het stellen van een lage parkeernorm maakt het voor ontwikkelaars aantrekkelijker om te bouwen. Daartoe ontwikkelen zij een mobiliteitsplan voor onder andere deelmobiliteitsvoorzieningen. Zichtbare plek deelauto De gemeente Groningen kiest er bij de ontwikkeling van nieuwbouwwijken voor om deelauto’s een prominente plek in de wijk te geven. Daarbij is het van belang dat er voldoende deelauto’s zijn voor alle bewoners en dat de deelauto’s zich op loopafstand (ongeveer 250 meter) van woningen bevinden. Ook moeten de hubs en deelauto’s al geplaatst zijn voordat de eerste bewoners in hun woning trekken. Het plaatsen van zichtbare deelauto’s is per gebied maatwerk. Men kan kiezen voor een zichtbare plek op eigen terrein of bijvoorbeeld bij wijk- en buurthubs. Door de zichtbaarheid van deelauto’s te vergroten maken steeds meer mensen kennis met deze vorm van deelmobiliteit.

Afbeelding 10. JustGo Deelauto op zichtbare plek, House of Groningen, Paddepoel

31

Voorwaarden voor reductie parkeereis De gemeente Groningen stelt de volgende voorwaarden voor partijen die gebruik willen maken van de reductie op de parkeernorm: • Uitgangspunt is dat een reductie op de parkeernorm alleen mogelijk is wanneer er in het gebied op loopafstand (250 meter) voldoende alternatieven zijn voor de privéauto. Het gaat daarbij om zowel deelmobiliteit als hoogwaardig openbaar vervoer. Ook aantrekkelijke fietsverbindingen, een korte afstand tot voorzieningen en kortingsabonnementen op OV kunnen leiden tot een reductie op de parkeernorm. • Een reductie op de parkeernorm is alleen mogelijk in gebieden waar betaald parkeren geldt of waar dit wordt ingevoerd. Dit voorkomt dat bewoners anders alsnog in de openbare ruimte gaan parkeren. • Goede en eenduidige communicatie is essentieel. Partijen zijn verplicht om toekomstige bewoners voor koop of huur te informeren over de (on)mogelijkheden van parkeren en de alternatieven van deelmobiliteit en OV (inclusief eventuele abonnementen en kortingen). • De partij maakt een passend mobiliteitsplan waarin de onderbouwing, de afspraken en de inzet van betrokkenen (voor en na oplevering) zijn vastgelegd. Gedragscampagnes Toekomstige bewoners gaan we bewust maken van de kansen van deelauto’s. We maken duidelijk dat gebruik en niet het bezit van auto’s een cruciaal onderdeel is van nieuwbouw.

We zijn voornemens hen dan ook te betrekken bij de vorming van mobiliteitsconcepten en bijbehorende keuzes. Ontwikkelaars moeten opnemen in (anterieure) overeenkomsten hoe extra aandacht uitgaat naar een goede wervingscampagne met duidelijke informatie bij aankoop of huur, maar ook gedurende de gehele looptijd promotie, activatie en communicatie geborgd wordt als onderdeel van het deelauto concept. Dit onderdeel komt ook terug bij de gemeente brede communicatie over deelmobiliteit (zie paragraaf 2.6 Algemene maatregelen).

Straks Inzet fonds voor mobiliteitsoplossingen De gemeente Groningen onderzoekt de mogelijkheden en het draagvlak voor een mobiliteitsfonds bij gebiedsontwikkeling. Door een goede onderbouwing te geven van een reductie op de parkeernorm kunnen ontwikkelaars bij nieuwbouw ervoor kiezen om minder parkeerplaatsen te realiseren. De besparing in de aanleg van parkeerplaatsen wordt door ontwikkelaars in een fonds gestort. Niet iedere gebiedsontwikkeling is financieel aantrekkelijk voor aanbieders van deelmobiliteit om deelauto’s te realiseren. In dat geval kan een beroep worden gedaan op het mobiliteitsfonds om een onrendabele top te financieren, of om andere mobiliteitsoplossingen te stimuleren. De gemeente verdubbelt vervolgens de inleg van de ontwikkelaar. Het geld uit het fonds kan door de gemeente en ontwikkelaars worden ingezet voor de realisatie van deelauto standplaatsen, mobiliteitshubs en communicatie om deelmobiliteit onder de aandacht van de bewoners te brengen. Het fonds kan ook worden gebruikt om nieuwe gebruikers van deelmobiliteit korting te geven om zo het gebruik te stimuleren. ‘Proof of concept’ sociale huur De gemeente stimuleert aanbieders van deelmobiliteit om producten aan te bieden specifiek voor de bewoners van sociale huur. Op deze manier hebben bewoners van sociale huurwoningen ook toegang tot een auto, zonder dat zij de lasten dragen van autobezit.

Corporaties kunnen kiezen uit een concept dat past bij het gebied, financieel haalbaar blijkt en aansluit bij de wensen van (toekomstige) bewoners. Een percentage van het mobiliteitsfonds is beschikbaar om deelmobiliteit voor sociaal maatschappelijke bestemmingen te realiseren. We onderzoeken straks hoe we deze producten het beste kunnen door ontwikkelen.

32

Ontwikkeling toolbox langjarig aanbieden deelauto’s met partners De gemeente Groningen stimuleert aanbieders van deelauto’s om deelmobiliteitsproducten te ontwikkelen gericht op ontwikkelaars en woningcorporaties. Nu leveren ontwikkelaars een mobiliteitsplan waar deelmobiliteit in mee wordt genomen. Straks denkt de gemeente proactief mee met ontwikkelaars en corporaties en adviseert de gemeente om te kiezen voor producten met een goede verhouding tussen prijs, spreiding, duurzaamheid en kwaliteit. Ontwikkelaars en woningcorporaties kunnen, afhankelijk van het type ontwikkeling, producten kiezen die passend zijn bij de ontwikkeling, het gebied en de bewoner. De toolbox maakt in haar producten een onderscheid tussen: • • • •

Bestaande stad of nieuwbouw Sociale huur, vrije huur of koop Binnen of buiten gereguleerd gebied (betaald parkeren) Gemengde gebieden (zoals wonen en werken)

Later Onderzoek verdere verlaging parkeernorm Een gemiddeld huishouden in de gemeente heeft een autobezit van 0,7. Om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren stellen we ons ten doel dat het autobezit niet langer meegroeit met het inwonertal. Dit betekent, dat we gaan verkennen hoe we de parkeernorm kunnen gaan verlagen met als doel het verminderen van de impact van de auto op de openbare ruimte. Als het aanbieden van deelmobiliteit in combinatie met OV en het verlagen van de parkeernormen succesvol blijkt kan de gemeente ervoor kiezen om de parkeernormen verder te verlagen. Wanneer bewoners meer en meer vertrouwd raken met de deelauto als woonconcept en vervanging van de eigen auto kan de parkeernorm daar waar mogelijk verder worden aangepast. Op deze manier blijft de impact van de (geparkeerde) auto op de openbare ruimte beperkt terwijl de stad verder groeit. Onderzoek naar haalbaarheid gebiedsconsessies De gemeente onderzoekt de haalbaarheid en wenselijkheid van een concessie-achtige constructie per gebied. Daarbij dient extra aandacht te worden besteed aan de looptijd van de concessie, duurzaamheid en kwaliteit van het mobiliteitsconcept en het schaalniveau (stad, gemeente of regio Groningen-Assen).

Voor de voorbereiding en uitvoering van het onderzoek trek de gemeente samen op met de relevante vervoersautoriteiten, de Provincies Groningen en Drenthe en het OV-Bureau.

33

3 Deeltweewielers

34

Deeltweewielers zijn overal ter wereld in opkomst. De deeltechnologie heeft zich de laatste jaren snel ontwikkeld. Hierdoor is het mogelijk gebruik te maken van ‘slimme’ deeltweewielers die via GPS te traceren zijn en via een app online gevonden, geboekt en betaald kunnen worden. Via de app is het ook mogelijk te reguleren waar deelvoertuigen neergezet worden. In vrijwel alle grote- en middelgrote steden in Nederland zijn deeltweewielers inmiddels in de openbare ruimte te vinden, zo ook in Groningen. Eerste ervaringen met deelsnorfietsen In het voorjaar van 2020 hebben deelsnorfietsen hun intrede gemaakt in de gemeente Groningen. Op dat moment konden we als gemeente geen eisen stellen aan de aanbieders felyx en GO Sharing vanwege de harmonisatie van de Algemene Plaatselijk Verordeningen (APV’s) van de voormalige gemeente Ten Boer, Haren en Groningen. Op basis van vrijwilligheid zijn toen afspraken gemaakt met de aanbieders over de plaatsing van de deelsnorfietsen in de openbare ruimte. De fase tot de harmonisatie van de APV in 2021 hebben we daarom betiteld als pilotfase. Eind 2020 hebben we het deelsnorfietsen tijdens de pilotfase geëvalueerd. Samen met de gemeenteraad maakten we het besluit over het voortzetten van de vergunningen voor deelsnorfietsen.

Het college van B&W besloot begin 2021 dat deelsnorfietsen kunnen bijdragen aan onze ambitie om duurzaam vervoer te faciliteren dat minder ruimte inneemt. Maar, we zagen ook dat de overlast van gestalde deelsnorfietsen in de openbare ruimte groot was. Om de overlast van deelsnorfietsen te minimaliseren is sinds 1 januari 2021 voor het aanbieden van deelsnorfietsen – en ook andere deelvoertuigen – een vergunning nodig. Om daarvoor in aanmerking te komen moet voldaan worden aan de vergunningsvoorwaarden zoals die zijn opgenomen in de Nadere regels deelscooters 2021. Door het instellen van deze regels is het onder andere niet meer mogelijk om deelsnorfietsritten te beëindigen in de binnenstad, dient een gebruiker minimaal 18 jaar oud te zijn en geldt er een controleplicht voor de aanbieders op de manier waarop een deelsnorfiets geparkeerd wordt. Bovendien beoordelen we vergunningsaanvragen door middel van de vergelijkende toets. Dit maakt dat de aanbieders die het beste aantonen te voldoen aan onze gemeentelijke doelen op het gebied van duurzame (deel)mobiliteit een vergunning krijgen. Aanvragen voor een deelsnorfietsvergunning zijn in het voorjaar van 2021 beoordeeld. Op basis van de uitslag van de vergelijkende toets hebben Check Technologies B.V. en felyx Netherlands B.V.

een vergunning ontvangen voor het aanbieden van ieder maximaal 200 deelsnorfietsen voor de periode 1 mei 2021 tot en met 30 april 2023. Elektrische deelfietsen in opkomst Ook elektrische deelfietsen zijn nationaal en internationaal bezig aan een opmars. In Groningen worden sinds 2022 elektrische deelfietsen van Bird aangeboden op de vijf P+R terreinen, bij de onderwijsinstellingen RUG, Hanze Hogeschool, Alfa College, Noorderpoort en Terra, en bij de zorginstellingen UMCG en Martiniziekenhuis. De deelfiets kan een alternatief zijn voor forenzen en studenten om de laatste kilometer(s) op een eenvoudige, snelle en gezonde manier af te leggen vanaf het P+R terrein naar hun onderwijs- of werklocatie. Het is ook een manier om de stad goed bereikbaar te houden ten tijde van de grootschalige werkzaamheden ten gevolge van het project Aanpak Ring Zuid.

35

Het college van B&W heeft in maart 2022 besloten om ruimte te maken voor het aanbieden van elektrische deelfietsen. Inmiddels hebben GO Sharing en Bolt op basis van de vergelijkende toets een vergunning ontvangen voor het aanbieden van ten minste 300 fietsen voor een periode van twee jaar. De eerste fietsen zijn in september geplaatst.

3.1

Visie op deeltweewielers

De gemeente erkent de potentie van deeltweewielers. Een breed en grootschalig deeltweewielersysteem is, zeker binnen de stad, een volwaardig alternatief voor het gebruik van de eigen auto. Deeltweewielers zijn van meerwaarde voor de eerste en de laatste kilometers van de reis van deur tot deur. Ook vergroten ze de concurrentiepositie van deeltweewielers (gezamenlijk met het OV) ten opzichte van de auto. Ook het gebruik van P+R-terreinen en hubs wordt met een aanbod van deeltweewielers aantrekkelijker. Deeltweewielers bieden inwoners, forenzen en bezoekers van onze gemeente de mogelijkheid om zich flexibel en duurzaam te verplaatsen. Het maakt de keuze om met de auto naar of binnen de gemeente te reizen minder vanzelfsprekend. Door tweewielers te delen wordt de druk op de openbare ruimte door stilstaande voertuigen een stuk minder. Dit is hét moment om de kansen die deeltweewielers bieden voor duurzaam vervoer te benutten. Actieve en ruimte-efficiënte deeltweewielers geven wij daarbij de voorkeur. Deeltweewielers delen wij op in een vijftal voertuigcategorieën. Respectievelijk zijn dat de deelfiets, de deelbakfiets, de deelsnorfiets, de deelbromfiets en de deelstep. In de volgende paragrafen zullen we onze visie uiteenzetten op deze categorieën. De term ‘deelscooter’ is over het algemeen een term die verwijst naar de deelsnorfiets en de deelbromfiets.

In de wegenverkeerswet is een scooter een niet bestaande voertuigcategorie. Vandaar dat wij deze term in dit hoofdstuk buiten beschouwing laten. De deelfiets De fiets zien wij als de slimste, snelste en meest gezonde manier om je in Groningen te verplaatsen. Echter, niet iedere inwoner of bezoeker heeft altijd een fiets bij zich. De deelfiets biedt hiervoor een oplossing en geeft iedereen overal en te allen tijde de mogelijkheid om voor een betaalbaar tarief gebruik te maken van een (elektrische) fiets. Kortom, de deelfiets past helemaal bij Groningen Fietsstad. Wij zien de elektrische deelfiets als een waardevol alternatief voor het gebruik van een eigen auto in stedelijk gebied. De kracht zit hem in de ketenreis. De deelfiets kan goed gecombineerd worden met verplaatsingen met het OV en de auto via onze P+R terreinen. Ook kan de elektrische deelfiets op de grotere werklocaties, publieke hotspots en de woonwijken een alternatief zijn voor het gebruik van de auto. De deelfiets is de meest gezonde vorm van de deeltweewielers. Fietsen is een natuurlijke manier om voldoende lichaamsbeweging te krijgen en draagt daarom positief bij aan de gezondheid. Fietsen kan daarmee een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen van ziekten die hun oorzaak vinden in gebrek aan lichamelijke beweging. Ook is de deelfiets ruimte-efficiënt.

Anders dan bij andere deeltweewielers kan een deelfiets eenvoudig gebruik maken van bestaande fietsparkeervoorzieningen. Daarmee kan preventief overlast van gestalde deelfietsen worden voorkomen. We realiseren ons dat iedereen belang heeft bij het hebben van een eigen fiets, maar benadrukken ook de kansen van de deelfiets. Zo biedt de deelfiets een oplossing voor inwoners, forenzen of bezoekers die een enkele rit maken met de fiets, bijvoorbeeld naar het station. Ook vervangt de elektrische deelfiets in potentie het in bezit hebben van een dure tweede of derde (elektrische) fiets. Daardoor wordt de relatief dure elektrische fiets voor inwoners met een

36

lager inkomen ook toegankelijk omdat het deelconcept de drempel van hoge aanschafkosten wegneemt. Tot slot biedt de deelfiets ook kansen voor de openbare ruimte. Door fietsen te delen hoeven er minder fietsen in de openbare ruimte te worden gestald. Daardoor ontstaat er meer ruimte in de openbare ruimte voor wandelen, ontmoeten, spelen en groen. De deelbakfiets We zien steeds meer bakfietsen in de Groningse straten. Een groeiend aantal inwoners en ondernemers schaffen er een aan om goederen en/of personen op een duurzame manier te verplaatsen. Wij zien toegevoegde waarde in het delen van een bakfiets, want een bakfiets is relatief duur in aanschaf en wordt over het algemeen minder vaak gebruikt. Door een deelbakfiets te faciliteren maken we het voor iedereen mogelijk om gebruik te maken van een bakfiets zonder de lasten te dragen van het bezit. De deelbakfiets is tevens een duurzaam en gezond alternatief voor korte autoritten. De deelbakfiets kan bijvoorbeeld gebruikt worden om boodschappen te doen of goederen te verplaatsen. De deelbakfiets is evenals de deelfiets een actieve, en daarmee, een gezonde manier van verplaatsen. Anders dan de deelfiets is de deelbakfiets groter van omvang. Daarmee neemt het voertuig een grotere hoeveel openbare ruimte in. Het mag niet zo zijn dat de geparkeerde deelbakfiets een bron van overlast vormt op onze trottoirs.

Wij vinden daarom dat deelbakfietsen voor nu niet freefloating aangeboden mogen worden maar dat er stationbased plekken ingericht moeten worden. Hier voorzien wij een belangrijke rol voor specifieke deelmobiliteitshubs.1 Deelsnorfietsen De deelsnorfiets biedt grotendeels dezelfde voordelen als de elektrische deelfiets. Beide voertuigen kennen dezelfde maximum snelheid en hebben daarmee zo goed als dezelfde actieradius. Enkel hoeft de gebruiker van de deelsnorfiets geen actieve inspanning te leveren om zich te verplaatsen. Ook zien we dat de deelsnorfiets meer openbare ruimte inneemt dan de deelfiets. De deelfiets kan immers geparkeerd worden in bestaande fietsparkeervoorzieningen. De deelsnorfiets kan wel – in tegenstelling tot de deelfiets – twee personen tegelijkertijd verplaatsen. De deelsnorfiets is een aanvulling op de reis van deur-tot-deur in combinatie met het openbaar vervoer, op P+R terreinen en stedelijke hubs, voor zij die niet kunnen of willen fietsen. Daarmee kan het op zijn eigen manier de ketenreis versterken. Ook kan het de bereikbaarheid van wijken die verder van de binnenstad afliggen vergroten. Deelsnorfietsen zijn daarnaast elektrisch. De deelsnorfiets kan daarmee een duurzaam alternatief zijn voor de vervuilende brandstofscooters in privébezit. De deelsnorfiets vergroot het keuzepalet van voertuigen waarover inwoners van Groningen kunnen beschikken.

Maar, anders dan de deelfiets, is de deelsnorfiets een passieve vorm van verplaatsen. We zien tot op heden dat de deelsnorfiets met name ritten vervangt die normaliter gemaakt zouden worden met de eigen fiets. Ook zal de helmplicht voor snorfietsen per 1 januari 2023 ingevoerd worden. Op dit moment zijn de effecten daarvan op het gebruik van de deelsnorfiets nog onduidelijk. Wel verwachten we dat minder gebruikers bereid zijn een rit met de deelsnorfiets te maken wanneer zij een helm zullen moeten gaan dragen. Overlast van deelsnorfietsen in de openbare ruimte blijft ook een belangrijk aandachtpunt. We zien dat overlast aanhoudt, zo constateerden we ook in de ‘Rapportage met deelscooters 2021’. Uitgangspunt is en blijft dat geparkeerde deelsnorfietsen niet tot hinder mogen leiden in de openbare ruimte.

1 Deelmobiliteitshubs zijn centrale plekken in de openbare ruimte waar reizigers op of over kunnen stappen op openbaar vervoer, maar ook gebruik kunnen maken van verschillende vormen van deelmobiliteit. Vaak zijn hier ook enkele faciliteiten te vinden zoals stallingen, pakketkluizen of een taxistandplaats.

37

Deelbromfietsen De deelbromfiets zou een aanvulling kunnen zijn voor verplaatsingen over grotere afstanden, al dan niet als onderdeel van een ketenreis. Met zijn hogere maximumsnelheid (45km/u) kunnen grotere afstanden in minder tijd overbrugd worden en is het bovendien een aantrekkelijk alternatief vanuit de dorpen. Daarmee is de kans op het vervangen van ritten met de auto hoger dan met de deelsnorfiets. We zien ook de nadelen van de deelbromfiets in. We vragen ons af of een voertuig met een maximale snelheid van 45km/u thuishoort in een gemeente waar 30 km/u de norm is. De deelbromfiets hoort thuis op de rijbaan voor autoverkeer, maar dit is in de praktijk moeilijk te handhaven. Ook denken we dat de hoge snelheid van de deelbromfiets de verkeersveiligheid in het geding brengt. Voor de deelbromfiets gelden daarnaast dezelfde ruimtelijke overwegingen als voor de deelsnorfiets. Geparkeerde snor- en bromfietsen mogen niet tot overlast leiden in de openbare ruimte. Deelstep De elektrische step is op dit moment nog niet toegestaan op de Nederlandse wegen. De verwachting is dat de introductie nog tot ten minste 2024 op zich zal laten wachten. In andere Europese steden, waar de elektrische step wel is toegelaten, zien we de elektrische deelstep veelvuldig in het straatbeeld voorkomen.

De deelstep is een uitdagende en leuke manier waarmee men zich door stedelijk gebied kan verplaatsen. In stilstand neemt de deelstep een beperkte hoeveelheid ruimte in. De deelstep neemt vooral de plek in van verplaatsingen te voet of met de (deel)fiets. Deelsteps kunnen leiden tot parkeeroverlast, met name op plekken waar niet streng gereguleerd wordt. Bovendien kunnen deelsteps de verkeersveiligheid in het geding brengen. Gebruikers van deelsteps zijn vaak jong en kwetsbaar. We zien dat in andere steden vooral onervaren gebruikers betrokken zijn bij verkeersincidenten.

3.2 Aan de slag met deeltweewielers Nu

Straks Overgang van freefloating naar een hubsysteem

Vergunninghouders gaan een eerlijke prijs betalen voor het gebruik van de openbare ruimte

Inrichten van deelmobiliteitshubs op autoparkeervakken Aanbieders van deeltweewielers dragen bij aan het realiseren van voorzieningen Experiment met deelbakfietsen Faciliteren aantrekkelijk tarief deeltweewielers voor inwoners met een lager inkomen Raad gesprekspartner in het wel of niet vergunnen van deelsnorfietsen na mei 2023. Vooralsnog geen deelsteps en deelbromfietsen in Groningen

38

Experimenten en onderzoeken stimuleren naar een verbetering van deeltweewielers in Groningen

Nu Hubsystemen voor deeltweewielers We zetten in op hubsystemen voor deeltweewielers. Eerder werden deeltweewielers grotendeels freefloating aangeboden. Volgens dit systeem mochten deeltweewielers overal in de openbare ruimte geparkeerd worden volgens de regels die gelden in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens voor snorfietsen. Kortom, ze werden geparkeerd op het trottoir zolang de doorstroming niet belemmerd wordt. We zagen dat het freefloating aanbieden van deeltweewielers regelmatig tot overlast leidde. Overlast deed (en doet) overlast zich hierdoor voor. Dit zijn we aan het veranderen. Onlangs hebben we een digitale hubkaart opgemaakt. De digitale hubkaart geeft kleinschalige locaties (hubs) weer waarbinnen deeltweewielers geparkeerd moeten worden. Deze hubs concentreren zich op OV-knooppunten, fietsparkeervoorzieningen en belangrijke bestemmingen. Hiermee verwachten we (parkeer)overlast van deeltweewielers verder tegen te kunnen gaan. Voor deelfietsen hebben we dit systeem onlangs opgezet en geïmplementeerd. We werken nu verder aan het verder vormgeven en ontwikkelen van dit systeem op basis van de eerste ervaringen. Voor deelscooters namen we al eerder maatregelen. We overlegden aanwijsbare plaatsen en vakken waar deelscooters wel en niet mogen staan.

Zo sloten we onder meer de binnenstad uit en voerden we verdere wijzigingen door in wijken en buurten in overleg met bewoners, ondernemers en aanbieders. We onderzoeken nu verder op welke manier ook de deelscooters kunnen overstappen naar het hubsysteem. Het belangrijkste voordeel van het freefloating systeem is dat deeltweewielers dicht bij elke voordeur geparkeerd kunnen worden. Dit zorgt voor gemak en een kortere reistijd van gebruikers. Uitgangspositie is daarom dat de hubs op een acceptabele loopafstand van elkaar gelegen zijn zodat de voordelen van het freefloating systeem zoveel mogelijk in stand blijven. Samen met marktpartijen, belangenorganisaties en bewoners zullen we een hubkaart opstellen. Deze kaart zullen we op basis van nieuwe wensen en inzichten continu blijven ontwikkelen. Aanbieders nemen deze kaart over in het digitale servicegebied waarbinnen de deeltweewielers actief zijn.

Afbeelding 11. Impressie hubkaart voor deeltweewielers

39

Inrichten van deelmobiliteitshubs op autoparkeerplaatsen De meeste deeltweewielers kennen geen ‘natuurlijke’ toegewezen plaats in de Groningse openbare ruimte. Ze moeten geparkeerd worden op het voetpad. We zien dat het steeds drukker wordt op het voetpad. Met name geparkeerde fietsen versperren regelmatig de doorgang op het voetpad. Voetpaden zijn er voor verplaatsingen te voet, voor recreatie en voor verblijven. We willen voorkomen dat deeltweewielers deze ruimte te veel innemen. Autoparkeerplaatsen kennen een hoog ruimtegebruik en faciliteren slechts een beperkt aantal verplaatsingen. Auto’s staan een groot deel van de dag immers gewoon stil. Voor deeltweewielers geldt het tegenovergestelde, ze worden veel gebruikt in Groningen. Op meerdere plekken in de gemeente worden dagelijks tussen de 40 en 50 deeltweewielerritten beëindigd. Daarom stellen we voor om in de gehele gemeente deelmobiliteitshubs op autoparkeervakken in te richten. Het herbestemmen van autoparkeervakken voor deeltweewielers past helemaal binnen de kaders die wij stellen aan efficiënt ruimtegebruik en duurzame mobiliteit. We ontwerpen deelmobiliteitshubs op zichtbare autoparkeervakken in gebieden waar het gebruik van deeltweewielers hoog is en goede fiets- en OV voorzieningen zijn. Daarbij zoeken we ook de verbinding met plaatsen waar deelauto’s al aangeboden woren.

Ook nemen we parkeergarages en buurtstallingen mee, zodat bezoekers en bewoners zich met een deelvoertuig vanaf een hub naar hun bestemming kunnen verplaatsen. We houden er rekening mee dat deelmobiliteitshubs geen overlast mogen veroorzaken. Aanbieders van deeltweewielers dragen bij aan het realiseren van voorzieningen Wij vinden dat de aanbieders van deeltweewielers bij moeten dragen aan de realisatie van (openbare) voorzieningen waardoor de dienstverlening verbeterd wordt. Zo moeten in onze (ondergrondse) fietsenstallingen maatregelen genomen worden om het gps-signaal en het mobiele netwerk te versterken. Ook willen we dat aanbieders bijdragen aan de realisatie van openbare parkeervoorzieningen, waaronder de hubs, rekken, beugels, borden en markeringen. In de vergelijkende toetsen ontvangen aanbieders met een duidelijke toelichting op dit onderdeel meer punten. Met de vergunde partijen werken we deze plannen uit. Experimenteren met deelbakfietsen De komende periode gaan we een pilot opzetten met de deelbakfiets. Meerdere aanbieders van deelbakfietsen hebben interesse getoond in het aanbieden van deelbakfietsen in Groningen. In de pilot willen we verkennen of we ondernemers en bewoners kunnen voorzien van deelbakfietsen. We zijn ervan overtuigd dat de deelbakfiets niet freefloating aangeboden moet worden.

We willen immers niet dat deelbakfietsen leiden tot overlast op de trottoirs in onze compacte stad. We kiezen daarom voor vaste plekken in de openbare ruimte waar deelbakfietsen geplaatst moeten worden. De deelmobiliteitshubs spelen hier een belangrijke rol in. Maar we kijken ook naar andere locaties waar veel vraag is. We zetten onze consulterende gesprekken met de markt voort en maken de kaders van de pilot in de loop van 2023 kenbaar. Door middel van een vergelijkende toets zullen we één vergunning geven voor het aanbieden van deelbakfietsen. Stimuleren van samenwerking tussen grote werkgevers en kennisinstellingen, en aanbieders van deeltweewielers Onze gemeente trekt dagelijks evenveel bezoekers als dat er mensen wonen. Een groot deel van deze bezoekers komt hier om te werken en te studeren. Wij willen ervoor zorgen dat steeds meer bezoekers worden verleid tot het gebruik van de fiets of de deeltweewieler. Dit bereiken we alleen samen met onze werkgevers en kennisinstellingen.

40

Daarom willen we via de werkgeversaanpak in samenwerking met Groningen Bereikbaar afspraken maken om deeltweewielers aantrekkelijk onder de aandacht te brengen bij hun werknemers. Aanbieders kunnen ervoor zorgen dat deeltweewielers altijd te gebruiken zijn. De deeltweewielers zouden idealiter een plek krijgen op de terreinen van de werkgevers en kennisinstellingen. Faciliteren aantrekkelijk tarief deeltweewielers voor inwoners met een lager inkomen Samen met aanbieders trekken we budget uit voor inwoners met een Stadjerspas, om deeltweewielers extra aantrekkelijk te maken. De Stadjerspas is voor inwoners van de gemeente Groningen met een inkomen tot maximaal 120% van de bijstandsnorm. Raad gesprekspartner in het wel of niet vergunnen van deelsnorfietsen na mei 2023 De vergunningen van Check en felyx lopen tot en met 30 april 2023. In december 2022 delen we onze evaluatie van het gebruik van de deelsnorfiets van het kalenderjaar 2022. Daarin delen we onze wensen en bedenkingen over het al dan niet vergunnen van deelsnorfiets na 1 mei 2023. In januari 2023 neemt het college vervolgens het besluit of we wel of niet doorgaan met deelsnorfietsen na 2023 en zal hierbij de gemeenteraad consulteren. Vooralsnog geen deelsteps en deelbromfietsen in Groningen We besluiten dat we vooralsnog geen vergunningen verlenen voor deelbromfietsen en deelsteps in onze gemeente.

De deelstep vervangt met name ritten te voet of met de fiets. Dat zijn juist de actieve vormen van verplaatsen die wij op één hebben gezet in ons mobiliteitsbeleid. Ook voorzien we consequenties voor de verkeersveiligheid van met name de onervaren verkeersdeelnemers. Zodra de (deel)step toe wordt gestaan op de openbare weg zullen we een lerend beleid voeren op basis van de lessen die geleerd worden in andere Nederlandse steden. In een later stadium verkennen we dan of, en zo ja, onder welke voorwaarden, deelsteps een positieve bijdrage kunnen leveren aan ons beleid ten aanzien van duurzame mobiliteit. We vinden dat de deelbromfiets, met een maximale snelheid van 45 km/u, niet thuishoort in een gemeente waar 30 km/u de norm is. De deelbromfiets moet bovendien gebruik maken van de rijbaan voor autoverkeer, maar we twijfelen sterk aan de handhaafbaarheid van deze regels. Ook denken we dat de hoge snelheid van de deelbromfiets de verkeersveiligheid in het geding brengt, met name in en rondom de binnenstad.

41

Straks Vergunninghouders gaan een eerlijke prijs betalen voor het gebruik van de openbare ruimte De openbare ruimte wordt steeds intensiever gebruikt. De gemeente is van mening dat het gebruik door commerciële partijen is toegestaan, maar dat daar gezien de hoge druk op de openbare ruimte ook een redelijke prijs tegenover mag staan. Op dit moment heeft de gemeente echter geen juridische instrumenten om de kosten die de gemeente maakt om deeltweewielers in de openbare ruimte mogelijk te maken te verhalen op de vergunninghouders. Dit komt omdat deeltweewielers dynamisch gebruik maken van de openbare ruimte en (vaak) geen vaste plaats kennen. We onderzoeken samen met andere grote Nederlandse gemeenten op welke manier we dit anders kunnen organiseren. In de vergelijkende toetsen die we uitvoeren bij de vergunningverlening sturen we echter wel op de bijdrage van aanbieders aan de realisatie van (onder andere) voorzieningen in de openbare ruimte. Partijen die concrete plannen formuleren op welke manier zij bereid zijn kosten te delen ontvangen meer punten. Daardoor komen zij eerder in aanmerking voor een vergunning. Experimenten en onderzoeken stimuleren naar een verbetering van deeltweewielers in Groningen Deeltweewielers hebben pas sinds kort hun introductie gemaakt in Groningen. De dienstverlening zal ongetwijfeld de komende jaren verder wijzigen.

Een toenemende hoeveelheid aan data over het gebruik en gedrag van gebruikers van deeltweewielers en hun voorkeuren voor mobiliteit maakt dat het maatschappelijk nut van deeltweewielers verder vergroot kan worden. Door steeds meer te weten te komen over de mobiliteitsvraag van onze inwoners kunnen deeltweewielers intelligenter ingezet worden zodat de keuze voor de eigen auto minder aantrekkelijk wordt. De gemeente zet om deze redenen in op het stimuleren van experimenten en onderzoeken die naar het vergroten van het maatschappelijk nut van deeltweewielers.

42

4 Algemene maatregelen

43

In de afgelopen twee hoofdstukken hebben we specifieke maatregelen omschreven die we nemen om de groei van de deelauto en de deeltweewielers te realiseren en in goede banen te leiden. Naast deze acties benoemen we tot slot in dit hoofdstuk maatregelen die we nemen en toepasbaar zijn op het faciliteren van deelmobiliteit in de brede zin. Nu Communicatiecampagne Deelmobiliteit Groningen Kwartiermaker deelmobiliteit

Communicatiecampagne Deelmobiliteit Groningen Veel inwoners moeten wennen aan de komst van deelmobiliteit. We zien dat in de beginfase vooral jongere inwoners van onze gemeente ervaring opdoen met deelmobiliteit. Een deel van deze groep wordt vaak de ‘early adopters’ genoemd. Zij zijn goed op de hoogte van nieuwe diensten en enthousiast om deze uit te proberen. Voor hen is het gebruik maken van deelvoertuigen en diensten al een grotere vanzelfsprekendheid. Op dit moment bezitten deze ‘early adopters’ veelal geen eigen auto. Met de aanwezigheid van deelmobiliteit verwachten we dat zij minder snel geneigd zullen zijn een eigen auto aan te schaffen. De meerderheid van onze inwoners maakt echter (nog) geen gebruik van deelmobiliteit. Hier denken we terrein te kunnen winnen. Deze groep, de zogenoemde “volgers”, willen we bekend maken met het delen van mobiliteit. Daarom starten we een communicatiecampagne waarin we inwoners verleiden eens een rit te maken met de deelauto of de deelfiets. Dat doen we vanaf een eigen webpagina. Alles wat er mogelijk is op het gebied van deelmobiliteit in de gemeente Groningen komt daar aan het licht. Hierbij denken we ook aan het gebruiken van social media en waar mogelijk zoeken we de aansluiting bij Groningen Fietsstad.

Ook werken we samen met Marketing Groningen om een succesvol kader om bezoekers van de gemeente te wijzen op de aanwezigheid van deelmobiliteit. Veranderingen in mobiliteitskeuzes vinden vaak plaats op ‘kritieke’ momenten. Dit zijn momenten waarop er veranderingen plaatsvinden in de woon- of leefsituatie die impact hebben op de wijze van verplaatsen. Voor autobezitters geldt dat deze vaak leiden tot een bewustzijn van de kosten van een eigen auto. Hierdoor is men meer gemotiveerd om afstand te doen van de eigen auto. Voorbeelden hiervan zijn: • • • • • • • • • •

Het invoeren van betaald parkeren. Het aanvragen van een parkeervergunning. De jaarlijkse brief bij een verlenging of een betaling van een vergunning. Informatiebrief vanwege grote werkzaamheden, die mogelijk leiden tot een lagere autobereikbaarheid. Een verhuizing naar de gemeente Groningen. Het behalen van het rijbewijs. (Af)studeren. Een nieuwe baan bij een werkgever in de gemeente Groningen. Behalen van de pensioengerechtigde leeftijd. Plaatsing van nieuw aanbod van deelmobiliteit in de wijk.

In onze communicatieplannen voor deelmobiliteit zullen we zoveel mogelijk gaan sturen op deze kritieke momenten. Ook zetten we in op de volgende acties om deelmobiliteit extra in de schijnwerpers te zetten.

44

• We geven deelmobiliteit een plekje binnen lopende campagnes en projecten van de gemeente Groningen. Deelmobiliteit past goed bij de campagne Ruimte voor Jou, waar wordt gestreefd naar een aantrekkelijke, bereikbare en veilige binnenstad. Maar ook een experiment als de Leefstraten of een evenement als Let’s Gro leent zich uitstekend om bij aan te haken vanuit deelmobiliteit. • We nemen expliciet op in onze overeenkomsten met ontwikkelaars dat er extra aandacht uit moet gaan naar een goede wervingscampagne met duidelijke informatie bij aankoop of huur over de beschikbaarheid van deelmobiliteit, maar ook dat gedurende de gehele looptijd promotie, activatie en communicatie geborgd wordt. Aanstellen van een kwartiermaker deelmobiliteit De gemeente Groningen gaat een kwartiermaker deelmobiliteit aanstellen. Voor nieuwbouw is de kwartiermaker de vooruitgeschoven post die ontwikkelaars, corporaties en (toekomstige) bewoners inspireert en informeert over de voordelen en kansen van de deelauto. De kwartiermaker werkt samen met diverse teams binnen de gemeente, zoals het parkeerbedrijf, beleidsmedewerkers en de gebiedsteams. Daarnaast adviseert de kwartiermaker bij de ontwikkeling van producten van aanbieders en evalueert hij of zij de continuïteit en het succes van deze dienst.

De kwartiermaker is namens de gemeente een vast aanspreekpunt voor aanbieders, corporaties, ontwikkelaars en bewoners.

45

5 Monitoring en Evaluatie

46

Naast het uitvoeren van de genoemde maatregelen is het van belang deze zorgvuldig te monitoren en evalueren. We willen weten welke maatregelen het gewenste effect hebben om het door ons beoogde doel te bereiken: de groei van het eigen autobezit laten afvlakken ten opzichte van het groeiende inwonertal door in te zetten op deelmobiliteit. Op basis hiervan kan worden bepaald of de gestelde beleidsdoelen worden bereikt, en kunnen er beleidsaanpassingen worden ontwikkeld om de beleidsdoelen (nog) beter te realiseren. Hiervoor is het structureel inwinnen van data van belang. Door structureel data in te winnen, is de gemeente in de gelegenheid om het beleid te toetsen: hebben de beoogde maatregelen effect? Doet het wat het moet doen, en hoe effectief is het? Tegelijkertijd kan door monitoren en evalueren van de ontwikkeling van autodelen in de gemeente Groningen tijdig worden geanticipeerd op nieuwe barrières, ongewenste effecten of onvoorziene omstandigheden. Om te kunnen monitoren en evalueren is de gemeente voor een groot deel afhankelijk van data aangeleverd door deelmobiliteitsaanbieders. Daarom is het van belang dat afspraken worden gemaakt over het uitwisselen van data ten aanzien van het gebruik van voertuigen. In de vergunningen die de gemeente vergeeft zal daarom een plicht tot datadeling, rapportage en evaluatie worden opgenomen.

In de volgende paragrafen lichten we de belangrijkste prestatie-indicatoren toe waaraan het succes voor deelauto’s en deeltweewielers wordt gemeten.

5.1

Prestatie-indicatoren voor deelauto’s

Door in te zetten op de deelauto groeit het eigen autobezit niet langer mee met het groeiende inwonertal. Om de voortgang van deze doelstelling te meten formuleren we de volgende drie prestatie indicatoren. 1. Het aantal ritten per deelauto per maand We streven naar een zo hoog mogelijk gebruik van de deelauto. In theorie: hoe meer ritten er gemaakt worden met de deelauto, hoe meer ritten er met een eigen auto vervangen worden. De gemeente ontvangt deze informatie van de aanbieders. 2. Het aandeel gebruikers dat aangeeft dat de deelauto leidt tot de vervanging van een rit met de eigen auto De deelauto kan een alternatief zijn voor de eerste, tweede of wellicht derde auto die al in het bezit is. We maken eventueel samen met aanbieders een enquête die we vervolgens verspreiden onder de gebruikers. 3. Het aandeel gebruikers dat aangeeft dat de deelauto heeft bijgedragen aan het voorkomen van de aankoop van een privéauto De deelauto kan voorkomen dat men juist een eigen auto aanschaft. Ook dit gaan we na onder gebruikers door middel van een enquête. 4. Het aantal aangeboden deelauto’s en de groei daarvan We willen dat het aantal deelauto’s toeneemt en dat er een samenhangend gemeentebreed netwerk ontstaat waarbij er voor iedereen een deelauto binnen 250 meter te vinden is. De gemeente geeft commerciële deelauto’s een vergunning en monitort op deze manier deze ontwikkeling.

47

5. Het aantal unieke en actieve gebruikers van deelauto’s en de groei daarvan We streven naar een groei in het aantal gebruikers van deelauto’s. Deze informatie verzamelt de gemeente op basis van de data van de aanbieders. 6. Overlast van de deelauto Deelauto’s mogen niet leiden tot overlast door bijvoorbeeld lange stilstand. We kijken daarom naar het type en de hoeveelheid klachten dat de gemeente en de aanbieders ontvangen vanuit inwoners. 7. Gebruiksdoel en gemiddelde afstand De gemeente komt graag te weten voor welk doel de deelauto gebruikt wordt en wat de gemiddelde afstand is van de ritten die gemaakt worden. In mindere mate is dit een prestatie-indicator, maar we achten het van belang dat we weten hoe het gebruik van de deelauto zich ontwikkelt. 8. Motieven en demografische eigenschappen van gebruikers De gemeente inventariseert welke doelgroepen gebruik maken van de deelauto. Daarbij kijken we naar de motieven waarom men gebruik maakt van de deelauto, zoals het reisdoel. Ook monitoren we daarbij variabelen, zoals leeftijd en beroepsstatus, van de gebruiker. Ook dit vormt in mindere mate een prestatie-indicator, maar het geeft ons wel inzicht in de doelgroep en de mate waarin deze verandert.

5.2

Prestatie-indicatoren voor deeltweewielers

In hoofdstuk 3.1 beschreven wij onze visie op deeltweewielers. We gaven aan dat een breed en grootschalig deeltweewielersysteem, zeker binnen de stad, een volwaardig alternatief is voor het gebruik van de eigen auto. Deeltweewielers zijn van meerwaarde voor de eerste en de laatste kilometers van de reis van deur tot deur. Actieve en ruimte-efficiënte vormen van deeltweewielers geven wij daarbij de voorkeur. Op basis hiervan stellen we de volgende prestatie-indicatoren op. 1. Directe vervanging autoritten We streven naar een zo hoog mogelijke vervangingsgraad van autoverplaatsingen in het stedelijk gebied door de deeltweewielers. Om dit effect te meten vragen we gebruikers in enquêtes hoe zij de (laatste) rit anders gemaakt hadden was het deelvoertuig niet beschikbaar geweest. 2. Aantrekkelijker maken van de ketenreis Deeltweewielers kunnen inwoners en bezoekers verleiden om vaker te kiezen voor de ketenreis. Dat is een reis waarbij gebruik gemaakt wordt van OV, de P+R, deelmobiliteit en/of lopen om van deur-tot-deur te reizen. We willen ervoor zorgen dat deze keten aantrekkelijk en betrouwbaar is. De ketenreis zal dan een volwaardig alternatief zijn voor de verplaatsing met de auto. We bevragen gebruikers of, en zo ja, met welke voertuig zij hun reis met de deeltweewieler combineren in enquêtes. 3.

Het gebruik en het aantal gebruikers van deeltweewielers Deeltweewielers moeten veelvuldig gebruikt worden. We willen niet dat deeltweewielers geruime tijd stilstaan in de openbare ruimte. Dat leidt tot overlast. Een hoger gebruik betekent ook een lagere stilstand van tweewielers in privébezit in de openbare ruimte. Bovendien willen we dat deeltweewielers door veel verschillende inwoners, en uiteraard ook bezoekers, gebruikt worden. We ontvangen de gebruikscijfers van deeltweewielers van de aanbieders.

48

4. Overlast van deeltweewielers De ervaring leert dat deeltweewielers overlast in de openbare ruimte kunnen veroorzaken. Gebruikers gaan soms minder zorgvuldig om met een deeltweewieler in vergelijking met een voertuig in eigen bezit. Ze versperren de doorgang op het trottoir, worden achtergelaten op groenstroken of clusteren zich ongewenst op populaire bestemmingen. De gemeente wil overlast van deeltweewielers zoveel mogelijk tegengaan. Daarom wijzen we plaatsen in de openbare ruimte aan expliciet voor deeltweewielers en maken we een einde aan het freefloating model. Toch rest er voor de aanbieders een belangrijke taak om gebruikers te instrueren deeltweewielers op een juiste manier te parkeren in de openbare ruimte. We houden de meldingen die bij de gemeente binnenkomen nauwlettend in de gaten. Ook verplichten we de door ons vergunde aanbieders om een evaluatie met de gemeente te delen over meldingen van overlast én op welke manier (en hoe snel) ze geacteerd hebben. Tot slot onderzoekt de gemeente zelf door middel van een onafhankelijk parkeeronderzoek de mate waarin (deel)tweewielers goed, hinderlijk of verkeerd geparkeerd worden. 5. Vervanging gebruik eigen snor- en bromfietsen De gemeente staat alleen elektrische of op spierkracht aangestuurde deeltweewielers toe.

Elektrische deelsnor- en bromfietsen kunnen een duurzaam alternatief zijn voor de vervuilende snor- en bromfietsen in privébezit. We bevragen gebruikers van deze deelvoertuigen in enquêtes naar de mate waarin zij hun eigen snor- en/of bromfiets vervangen door het gebruik van deeltweewielers. 6. Gebruiksdoel en gemiddelde afstand De gemeente wil weten voor welk doel de deeltweewieler gebruikt wordt en wat de gemiddelde afstand is van de ritten die gemaakt worden. In mindere mate is dit een prestatie-indicator, maar we achten het van belang voor het begrip van de manier waarop het gebruik van de deeltweewieler zich ontwikkelt. 7. Motieven en demografische eigenschappen van gebruikers De gemeente inventariseert welke doelgroep gebruik maakt van de deeltweewieler. Daarbij kijken we naar de motieven waarom men gebruik maakt van de deeltweewieler, zoals het reisdoel. Ook monitoren we daarbij variabelen zoals leeftijd en beroepsstatus, van de gebruiker. Ook dit vormt in mindere mate een prestatie-indicator, maar het geeft ons wel inzicht in de doelgroep en de mate waarin deze verandert. Tenslotte organiseert de gemeente jaarlijks een evaluatie om het gebruik van deelauto’s en deeltweewielers te evalueren, voorwaarden bij te stellen, het draagvlak van deelmobiliteit onder bewoners te bepalen en op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen omtrent de deeltweewielers.

49

6 Data, dashboards en interoperabiliteit

50

De prestatie-indicatoren waaraan we ons deelmobiliteitsbeleid meten hebben we in het vorige hoofdstuk 5 ‘Evaluatie en monitoring’ benoemd. Om het succes te meten van het uitvoeringsprogramma hebben we volledige, betrouwbare en geanonimiseerde data nodig. Ook zien we dat data een cruciale rol speelt in de doorontwikkeling van deelmobiliteit. In dit hoofdstuk noemen we tot slot maatregelen die we nemen om zoveel mogelijk uit de data van aanbieders te halen. Nu

Straks Integraal dashboard

Onderzoek naar nieuwe mobiliteitsdata deelmobiliteit

Eén uniforme datastandaard Stimuleren interoperabiliteit Dataverzameling door aanbieders en dataprivacy

Nu Integraal dashboard Het aanbod en gebruik van deelmobiliteit willen we nauwlettend kunnen monitoren, evalueren en waar nodig bijsturen. We zetten daarom in op het beschikbaar stellen en het delen van verkeersdata, zoals we benoemden in onze mobiliteitsvisie. De verplichting tot het delen van data is daarom een voorwaarde in de vergunning met de aanbieders. Maar, door de groei van het aantal (vergunde) aanbieders willen we ons beleid kunnen toetsen in één integraal platform die deze informatie (real-time) beschikbaar stelt. Aanbieders moeten daarom geanonimiseerde verplaatsingsgegevens beschikbaar stellen met onder andere het Dashboard Deelmobiliteit van het CROW. Dit dashboard is voor gemeenten ontwikkeld om inzicht te krijgen in de prestaties van deelvoertuigen. Met het dashboard kunnen tabellen, kaarten en grafieken gemaakt worden die de prestaties van deelmobiliteit weergeven. Het dashboard geeft al veel inzichten, maar is ook nog in ontwikkeling. De gemeente steunt de doorontwikkeling van dit dashboard. Eén uniforme datastandaard Er is steeds meer data beschikbaar over de manier waarop men zich in Groningen verplaatst. We gebruiken deze data over mobiliteit om te monitoren, te leren en de openbare ruimte te beheren. Op dit moment bestaat er geen uniforme standaard voor de uitwisseling van die data.

Verschillende overheden stellen verschillende eisen aan (deel)mobiliteitsaanbieders. Dat kan effectiever én efficiënter door één uniforme datastandaard voor mobiliteit te bepalen. De gemeente zet zich daarom in om, in samenspraak met andere gemeenten en aanbieders, één datastandaard, zoals CDS-M, verder te ontwikkelen. Stimuleren interoperabiliteit Deelmobiliteit speelt een belangrijke rol bij het stimuleren van ketenvervoer. Enerzijds gebeurt dit fysiek, doordat deelvoertuigen worden aangeboden bij mobiliteitshubs, OV-knooppunten en P+R-voorzieningen. Maar anderzijds vindt dit ook voor een belangrijk deel digitaal plaats. Cruciaal is namelijk de ontwikkeling van slimme apps waarin je een reis kan plannen, boeken en betalen. Deze ontwikkeling wordt ook wel Mobility as a Service (MaaS) genoemd. We willen dat deelmobiliteitsaanbieders bij deze ontwikkeling aansluiten. Zij moeten hun digitale systeem interoperabel maken, zodat ze onderdeel kunnen uitmaken van slimme apps. Hiermee wordt bedoeld dat gebruikers van deelmobiliteit niet voor elke aanbieder een account en app nodig hebben. Door interoperabiliteit wordt het voor de gebruiker makkelijker om een keuze te kunnen maken tussen de verschillende deelvoertuigen. Ook biedt het aanbieders van MaaS-diensten de mogelijkheid om deelvoertuigen in hun aanbod te betrekken.

Interoperabiliteit is dan ook een belangrijke voorwaarde voor de verdere ontwikkelingen van mobiliteitsdiensten. Daarom eisen we in onze vergunningsvoorwaarden dat aanbieders betrokken zijn bij interoperabiliteitstrajecten en dit ook ondersteunen.

51

Dataverzameling door aanbieders en dataprivacy We zien dat deelmobiliteitssystemen een grote verscheidenheid aan data oplevert. We hebben in eerdere stadia in Nederland gezien dat deze data alleen al aanleiding is om deelvoertuigen op straat aan te bieden. Het verkopen van de data aan derde partijen vormt dan al een deel van de omzet die aanbieders realiseren. Om die reden controleert de gemeente in de vergelijkende toets hoe invulling wordt gegeven aan de manier waarop aanbieders de wettelijke regels over privacy waarborgen.

Straks Onderzoek naar nieuwe mobiliteitsdata deelmobiliteit Deelvoertuigen geven ons nieuwe data-inzichten in mobiliteit. Deze voertuigen beschikken nu, en in de toekomst nog veel meer, over unieke sensoren die belangrijke data verzamelen. De laatste aanbieders van deeltweewielers beschikken zo bijvoorbeeld over remsensoren die meten waar en wanneer gebruikers fors remmen of uitwijken. Deze data kunnen gebruikt worden om de verkeersveiligheid van onze wegen te verbeteren. De gemeente zet in op het beschikbaar krijgen van deze data en wil onderzoek naar deze nieuwe inzichten stimuleren.

52

7 Financiën

53

Om de maatregelen beschreven in dit uitvoeringsprogramma uit te kunnen voeren, zijn financiële middelen nodig. Dit is een pré voor het daadwerkelijk kunnen stimuleren van deelmobiliteit, het herwinnen van de openbare ruimte en voor het terugdringen van de CO2 uitstoot, zoals we in de mobiliteitsvisie en het coalitieakkoord beogen. Daarom is het noodzakelijk dat we voor meerdere jaren financiële middelen reserveren om continuïteit te bieden en de doelen uit dit uitvoeringsprogramma te kunnen halen. Deze financiële middelen zijn onderdeel van het deelprogramma Mobiliteit. Ze worden jaarlijks voorgelegd als onderdeel van de begrotingscyclus aan de raad. Het betreft in dit hoofdstuk enkel de financiering van projectkosten die voortkomen uit het uitvoeringsprogramma. Investeringen in interne menskracht volgen niet uit dit programma en zijn dan ook niet meegerekend in het overzicht hieronder. We stellen een Kwartiermaker Deelmobiliteit aan op basis van de Uitvoeringsmiddelen Klimaatakkoord.

7.1

Parkeren en vergunningen

De uitwerking van de maatregelen genoemd in onderdeel 2.1 ‘Parkeren en vergunningen’ is vooral een interne opgave. Het invoeren van nieuwe nadere regels, een zero-emissie regulering, een gedeelde parkeervergunning of een standplaatsvergunning voor bewonersinitiatieven is vooral iets wat we zelf moeten doen. Middelen zullen vooral nodig zijn voor het ondersteunen van bewonersinitiatieven en het inrichten van een plankaart. Voor de komende periode reserveren we daarom de volgende middelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4579/documents/72017