CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nr. 13 Aanbiedingsbrief Rekenkamerrapport Veel goede wil NPLV Groningen Noord.pdf

gemeenteraad 2 oktober 2024, gemeente GroningenBij agendapunt: m: Rekenkameronderzoek Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid Groningen-Noord (raadsvoorstel 29-8-24)40.749 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Tabel 10: Analyse van de regionale opgave, ambities en voortgang op die ambities (cijfers voor Selwerd)

Thema Kwaliteit van (sociale) leefomgeving

Kwaliteit van leven

Wonen en (fysieke) leefomgeving

Veiligheid en verantwoordelijkheid

Werk en rondkomen

Leren en talentontwikkeling

Regie en sociale steun

Vertrouwen en betrokkenheid

Terug naar inhoudsopgave

Indicator

2018

2020

2022

Doel '30-'40

Waardering prettige buurt (eens)

n.b.

6,7

7,0

> 7,5 (--)

Perceptie omgang buurgenoten (goed)

59%

58%

54%

> 70% (--)

Waardering sociale infrastructuur (tevreden)

68%

76%

69%

> 70% (+-)

Waardering kwaliteit van leven (tevreden)

79%

66%

75%

> 80% (--)

Ervaren gezondheid (goed)

87%

77%

76%

> 85% (--)

Waardering meedoen aan samenleving (goed)

66%

53%

60%

> 65% (--)

Schaalscore waardering kwaliteit woning (tevreden)

7,2

7,4

7,0

> 7,5 (--)

Waardering geschiktheid woning levensfase (eens)

81%

82%

79%

> 85% (--)

Schaalscore verloedering (hoger = meer)

4,1

4,9

4,6

< 3,5 (--)

Ervaren onveiligheidsgevoelens (ja)

35%

37%

36%

< 20% (--)

Schaalscore ervaren overlast (hoger = meer)

4,0

4,8

4,4

< 3,5 (--)

(Jonge) verdachten per 1.000 inwoners

11%

10%

n.n.b.

< 8% (-)

Niet-werkende werkzoekenden (GWU'ers)

15%

17%

15%

< 10% (--)

Minimahuishoudens (<110% sociaal minimum)

27%

28%

n.n.b.

< 20% (--)

Percepte moeite met rondkomen (ja)

15%

15%

17%

< 10% (--)

Kinderen (primair onderwijs) met risico leerachterstand

n.b.

n.b.

40%

< 20% (--)

Voortijdige schoolverlaters (VSV'ers)

5,0%

4,4%

n.n.b.

< 4% (-)

(Jong) volwassenen zonder startkwalificatie

13,8%

13,7%

n.n.b.

< 10% (-)

Perceptie hulp kunnen organiseren (neutraal, eens)

n.b.

83%

91%

> 95% (-)

Ervaren belemmeringen algemene dagelijkse levensverrichtingen (ja)

36%

47%

45%

< 40% (--)

Ervaren eenzaamheid (ja)

n.b.

32%

33%

< 30% (-)

Vertrouwen gemeentelijk bestuur (ja)

n.b.

n.b.

28%

> 35% (--)

Actief eigen buurt (ja)

27%

22%

24%

> 25% (+-)

Medeverantwoordelijk eigen buurt (ja)

82%

78%

77%

> 85% (--)

49

Monitoring bestaande programma’s gerelateerd aan NPLV Groningen-Noord Het meten en monitoren van de voortgang van bestaande programma’s en projecten in GroningenNoord – waaronder wijkvernieuwing 3.0 in Selwerd, Indische Buurt en De Hoogte en de Regio Deal Groningen Noord tranche 3 – wordt gedaan op basis van de gegevens van de Basismonitor Groningen.76 De lopende wijkvernieuwing en Regio Deal Groningen Noord zijn nog niet geëvalueerd. Bij pilots die in het kader van gebiedsgericht werken, wijkvernieuwing of de Regio Deal Groningen Noord worden ingezet, vindt na afloop evaluatie plaats. Er is geen zicht op welke manier en op basis van welke informatie de evaluatie plaatsvindt en hoe de uitkomsten daarvan worden toegepast. Wanneer evaluatie van de lopende programma’s plaatsvindt dan is dat op basis van de gegevens van de Basismonitor Groningen. De besteding van rijksmiddelen (SPUK’s) gerelateerd aan het NPLV Groningen-Noord – zoals de Rijke Schooldag/ Verlengde Schooldag, de SPUK Kansrijke Wijk, de SPUK Regio Deal Groningen Noord tranche 3 en de rijksregeling Preventie met gezag – wordt door de gemeente richting het rijk verantwoord. Voor de SPUK Kansrijke Wijk zijn er bijvoorbeeld 17 indicatoren en worden tussen het rijk en gemeenten afspraken over de monitoring nog nader uitgewerkt. Voor Preventie met gezag komt er een aparte monitoringsstructuur.

De Rijke Schooldag wordt tweemaal per jaar geëvalueerd. Het college van B en W rapporteert onder meer over wijkvernieuwing 3.0 en de Regio Deal Groningen Noord. Deze rapportages bieden vooral in verhalende zin informatie over lopende (deel)programma’s en pilots en de daarvoor ingezette rijksmiddelen, en niet in de voortgang, de resultaten, of dan wel in welke mate bewoners hierin hebben geparticipeerd en de wenselijkheid van de doorwerking (effecten) van de ingezette acties en interventies. In de langjarige monitoringsstructuur voor het NPLV Groningen-Noord zullen de informatie over monitoring en evaluatie van de daaraan gerelateerde onderdelen worden geïntegreerd.

Monitoring bewonersbetrokkenheid NPLV Groningen-Noord Het is nog onduidelijk hoe de MC de door haar gestelde ambities en doelen voor het NPLV GroningenNoord ten aanzien van bewonersbetrokkenheid (zie hoofdstuk 7) gaat monitoren. Een belangrijk aspect van bewonersbetrokkenheid is ‘het goede gesprek’ van inwoners en professionals om beschikbare data te verrijken, bevindingen te toetsen en zicht te krijgen op ervaringen van bewoners. Op welke wijze ‘het goede gesprek’ wordt gemonitord en geëvalueerd en op welke wijze informatie uit deze gesprekken in de monitoring van het NPLV Groningen-Noord wordt verwerkt, moet nog worden ontwikkeld. De ‘zeven vinkjes van Groningen-Noord’ vormen volgens de MC haar keurmerk om bewonersbetrokkenheid en inbreng van ervaringskennis van bewoners in het NPLV Groningen-Noord te borgen. De MC stelt alles wat ze doet langs de meetlat van de ‘zeven vinkjes van Groningen-Noord’ te houden en het pas goed te doen als daarbij alle zeven vinkjes kunnen worden gezet. Onduidelijk is hoe de toepassing van de ‘zeven vinkjes’ wordt gemonitord en geëvalueerd en hoe de ‘zeven vinkjes binnen de overall monitoringsstructuur passen.

8.4 Monitoring en evaluatie van de samenwerking Volgens het landelijke NPLV behoort er jaarlijks een bestuurlijk overleg plaats te vinden tussen de burgemeesters van de gemeenten met een focusgebied en het kabinet/ de minister van VRO over het functioneren van de samenwerking, de voortgang en eventuele vastlopers. De gebiedsgerichte aanpak van de focusgebieden betreft een lerende aanpak, waarbij tijdens het uitvoeringsproces tussenevaluaties plaats dienen te vinden zodat kan worden bijgestuurd. De ontwikkeling van kennis behoort met zoveel mogelijk betrokkenen in de gebieden plaats te vinden, in het bijzonder met actieve bewoners. Het landelijke NPLV geeft geen nadere kaders over wanneer en op welke wijze de samenwerking moet worden geëvalueerd.

76 Verschillende projecten in Regio Deal tranche 3, waaronder Verlengde Schooldag, Preventie en vroegsignalering, Wijkbedrijven en Basisbanen, worden volgens de gemeente op interventieniveau gevolgd.

Terug naar inhoudsopgave

50

In het Ambitiedocument, het Gebiedsplan en de aanvraag voor de Regio Deal tranche 5 (2025-2028) wordt niet aangegeven dat de NPLV Groningen-Noordsamenwerking tussen de MCT-leden wordt gemonitord en geëvalueerd.

8.5 Samenvatting • Monitoring van een integrale aanpak van situatieafhankelijke complexe meervoudige problematiek, waarbij met name ook in de uitvoering veel verschillende partijen en disciplines betrokken zijn, vergt een passende aanpak. Monitoring moet zich zowel richten op in de praktijk te realiseren/ gerealiseerde (in de tijd afgebakende) concreet geformuleerde projectmatige doelen in relatie tot de wenselijkheid van het behaalde resultaat, als op overstijgende (meerjarige) trends. • Groningen-Noord wordt al jaren zowel landelijk als lokaal gemonitord, waardoor er bij de start van het NPLV Groningen-Noord al veel informatie over verschillende onderwerpen en facetten beschikbaar was. • Het landelijke NPLV heeft een dashboard ‘Zicht op wijken’ waarin cijfers zijn opgenomen over de leefbaarheid en veiligheid van wijken op CBSwijkniveau. Er wordt gewerkt aan een landelijke NPLV monitor ‘zicht op focusgebieden’. Landelijke en lokale monitoring specifiek gericht op het NPLV Groningen-Noord moet nog op worden gezet. • De lopende programma’s die gerelateerd zijn aan het NPLV Groningen-Noord – waaronder wijkvernieuwing 3.0 (Selwerd, Indische Buurt en De Hoogte) en Regio Deal Groningen Noord tranche 3 – zijn nog niet geëvalueerd.

Pilots zijn/worden wel na afloop geëvalueerd, maar er is geen zicht op welke manier en op basis van welke informatie de evaluatie heeft plaatsgevonden/plaatsvindt en hoe de uitkomsten daarvan worden toegepast. • De reeds beschikbare monitoringsinformatie heeft geen directe correlatie met en geeft geen zicht op de resultaten en effecten van de in het kader van bestaande programma’s, waaronder

Terug naar inhoudsopgave

wijkvernieuwing 3.0 (Selwerd, Indische Buurt en De Hoogte) en Regio Deal Groningen Noord tranche 3, ingezette acties en interventies onderverdeeld naar – ook voor bewoners – herkenbaar te onderscheiden eenduidig gedefinieerde praktisch te realiseren doelen/ stappen/ projecten/ deelopgaves in de tijd. Ook worden/zijn behaalde resultaten, het effect en de bijdrage daaraan niet toebedeeld naar de te onderscheiden beslissingsgebieden van de bij die stap betrokken netwerkpartners, en is niet op te maken of dan wel in welke mate bewoners hierin hebben geparticipeerd en of het resultaat wenselijk is. Dit maakt dat een adequate evaluatie van de resultaten en effecten van de in het kader van wijkvernieuwing 3.0 en Regio Deal Groningen Noord tranche 3 ingezette acties en interventies niet mogelijk is. • Ondanks dat volgens de MC goede gegevens beschikbaar zijn, geeft het Gebiedsplan geen nulmeting of een momentopname van de huidige stand van zaken in het NPLV gebied GroningenNoord.

• De reeds beschikbare monitoringsinformatie heeft, net als voor de bestaande programma’s die in het NPLV Groningen-Noord zijn opgenomen, geen directe correlatie met en geeft geen zicht op de resultaten en effecten van de in het kader van het NPLV Groningen-Noord ingezette acties en interventies onderverdeeld naar – ook voor bewoners – herkenbaar te onderscheiden eenduidig gedefinieerde praktisch te realiseren doelen/ stappen/ projecten/ deelopgaves in de tijd. Ook worden behaalde resultaten, het effect en de bijdrage daaraan niet toebedeeld naar de te onderscheiden beslissingsgebieden van de bij die stap betrokken netwerkpartners, en is niet op te maken of dan wel in welke mate bewoners

51

hierin hebben geparticipeerd en of het resultaat wenselijk is. Dit maakt dat een adequate evaluatie van de resultaten en effecten van de in het kader van het NPLV Groningen-Noord ingezette acties en interventies niet mogelijk is. • De reeds beschikbare indicatoren en monitoringsgegevens, waaronder de 250 indicatoren van de Basismonitor, staan niet in directe relatie tot en geven geen concreet beeld van het beoogde doelbereik en de resultaten van de inzet vanuit het NPLV Groningen-Noord. • De doelen en bijbehorende streefwaarden van het NPLV Groningen-Noord zijn nog niet concreet geformuleerd en daarmee is het doelbereik onbekend. In het Gebiedsplan staat dat acht thema’s met 24 bijbehorende indicatoren zullen worden gemonitord, maar het Gebiedsplan bevat geen concrete doelen en bijbehorende streefwaarden voor de thema’s en indicatoren, waardoor monitoring op het doelbereik niet mogelijk is. • Het ‘goede gesprek’ is een belangrijk onderdeel van de monitoring en leidraad voor het leren. Op welke wijze dit gesprek plaatsvindt, wordt vastgelegd,

Terug naar inhoudsopgave

teruggekoppeld, geëvalueerd en gemonitord is niet nader gespecificeerd. Hoe de informatie uit gesprekken in het kader van participatie en de monitoring van het NPLV Groningen-Noord wordt verwerkt, is niet nader gespecificeerd. • De ‘zeven vinkjes van Groningen-Noord’ zijn het keurmerk waarmee de MC beoogd te borgen dat bewoners en de inbreng van hun ervaringskennis worden meegenomen. De zeven vinkjes zijn o.a. vragen over de wijze waarop ervaringskennis wordt meegenomen in besluitvorming, of de identiteit van de wijk voldoende is meegenomen en of er voldoende samenhang tussen de thema’s bestaat. Onduidelijk is hoe de ‘zeven vinkjes’ in de praktijk worden gehanteerd, hoe deze methodiek (in het kader van participatie) moet worden toegepast en hoe ze binnen de overall monitoringstructuur past. • Hoe de samenwerking tussen de NPLV GroningenNoord MC-leden wordt gemonitord en geëvalueerd is onbekend.

52

9. Scenario’s voor vervolgonderzoek Dit Rekenkameronderzoek is het eerste in een voorgenomen reeks van onderzoeken over het NPLV Groningen-Noord. Een van de onderzoeksvragen in dit startonderzoek richt zich op welke scenario’s er voor vervolgonderzoeken zijn te schetsen rekening houdend met de thema’s van het programma en de voorziene landelijke en lokale monitoring van het NPLV. Als eerste aanzet tot beantwoording is deze vraag aan geïnterviewden voorgelegd en zijn zij gevraagd welke onderwerpen hiervoor volgens hen in aanmerking komen.

In de gezamenlijke rapportage die later dit jaar volgt, zullen de deelnemende rekenkamers nader ingaan op scenario’s voor vervolgonderzoeken (zowel inhoudelijk als methodologisch). In die rapportage zal ook de vergelijking van de focusgebieden van Heerlen, Groningen, Lelystad en Arnhem worden gegeven. Voor een nadere invulling van eventuele scenario’s voor vervolgonderzoeken is de inbreng vanuit de raad en bewoners gewenst en zal van belang zijn dat verandering in de tijd tot andere behoeften en bijstelling van beoogde onderzoekscenario’s kan leiden.

Bijlage 12 geeft een overzicht van suggesties die door respondenten zijn gedaan. Deze zijn geordend naar thema van onderzoek. Onderwerpen die zijn aangedragen variëren van onderzoek naar de samenwerking (intern, met externe partijen), de integrale aanpak, het doelbereiking, de monitoring en de rol van de raad.

Terug naar inhoudsopgave

53

10. Conclusies en aanbevelingen In dit laatste hoofdstuk beantwoordt de Rekenkamer de centrale onderzoeksvragen, waarna met conclusies en aanbevelingen wordt afgesloten, gericht op de gemeenteraad, het college van burgermeester en wethouders en de Maatschappelijke Coalitie (MC). 10.1 Beantwoording onderzoeksvragen Deelvraag 1: Zijn de beleidsmatige en financiële uitgangspunten voor het programma voldoende duidelijk voor de gemeenteraad om zijn kaderstellende en controlerende rol te vervullen? Op dit moment zijn de beleidsmatige en financiële uitgangspunten van het NPLV Groningen-Noord niet eenduidig en controleerbaar en daarmee is het voor de gemeenteraad niet (afdoende) mogelijk zijn kaderstellende en controlerende rol te vervullen.

vastgesteld, zijn die kaders gericht op een beperkt deel van Groningen-Noord (Selwerd, Indische Buurt en De Hoogte). Bewonersbetrokkenheid en -participatie en de rol en positie van de raad zijn nog niet uitgewerkt. Hetzelfde geldt voor de financiële uitgangspunten, bijvoorbeeld welke partij wat wanneer inbrengt. Wat betreft de gemeentelijke middelen die aan (het NPLV) Groningen-Noord te koppelen zijn, vallen deze onder diverse beleidsterreinen. Deze middelen zijn in de begrotingscyclus niet eenduidig terug te vinden omdat deze over alle deelprogramma’s en twee paragrafen zijn verdeeld. Daarbij zijn de in de begrotingsdocumenten genoemde bedragen in gevallen totaalbedragen waarvan een bedrag voor het NPLV Groningen-Noord onderdeel is, en daarmee het onderscheid tussen reguliere en extra middelen voor Groningen-Noord niet (altijd) goed te maken is.

Het NPLV Groningen-Noord is een langjarig nationaal rijksprogramma in samenwerking met verschillende partijen, waaronder de gemeente Groningen. Samen met deze andere partijen, waaronder bewoners, opereert de gemeente in de wijken in GroningenNoord. Bij elkaar vraagt dit een heldere, concrete en duidelijke beleidsmatige en financiële kaderstelling waarin onder andere bewonersbetrokkenheid en participatie is opgenomen en de specifieke vereisten voor de invulling van de rol van de raad. Het moet voor de deelnemende partijen inzichtelijk zijn wie over welke beslissingsgebieden gaat; voor de gemeente en gemeenteraad welk deel het gemeentelijk beslissingsgebied is.

Deelvraag 2: Geeft de verstrekte informatie over het programma aan de gemeenteraad voldoende inzicht in de (financiële) voortgang van het programma?

Het NPLV Groningen-Noord en de praktische uitvoering ervan moet deels nog worden vormgegeven. Nog niet alle bijbehorende documenten, zoals het Uitvoeringsprogramma en de monitoringsstructuur, zijn opgeleverd. Hoewel het NPLV Groningen-Noord voortbouwt op en voor een deel een voortzetting is van bestaande eerdere initiatieven – zoals wijkontwikkeling, wijkvernieuwing 3.0 en Regio Deal tranche 3 – waarvoor de gemeenteraad kaders heeft

Hoe de raad over de voortgang van het NPLV Groningen-Noord zal worden geïnformeerd, en wat de rol en positie is van de raad binnen het NPLV Groningen-Noord, is nog niet uitgewerkt. Er is geen nulmeting uitgevoerd en hoewel er indicatoren zijn gekozen, ontbreken bijbehorende concrete doelstellingen en streefwaarden. De monitoring en evaluatie zijn nog niet ingericht. De bestaande monitoring heeft geen directe link

Terug naar inhoudsopgave

De tot op heden verstrekte informatie over het programma geeft de raad onvoldoende inzicht in de (financiële) inzet en voortgang van het programma. Gezien de doelstelling, de omvang, en de langjarige verbinding aan het NPLV Groningen-Noord moet informatie over het programma de gemeenteraad voldoende inzicht geven in de (financiële) voortgang van het programma. De informatie dient eenduidig, tijdig en controleerbaar te zijn.

54

met de in het kader van het NPLV Groningen-Noord concreet ingezette acties en interventies en de vóór het NPLV Groningen-Noord ingezette maatregelen en programma’s zijn nog niet geëvalueerd. Ook is de raad niet goed geïnformeerd over en meegenomen in de participatie en inspraak van de bewoners ten opzichte van het NPLV Groningen-Noord en de daaraan voorafgaande trajecten. Daarmee is de verstrekte informatie (nog) niet eenduidig, tijdig en controleerbaar en is het voor de raad niet mogelijk de voortgang van het programma te monitoren. Deelvraag 3: Heeft de gemeenteraad voldoende aangrijpingspunten om zijn kaderstellende en controlerende rol gedurende de looptijd van het programma te kunnen vervullen? Bij elkaar maakt dit dat de gemeenteraad nog onvoldoende aangrijpingspunten heeft om zijn kaderstellende en controlerende rol gedurende de looptijd van het programma te kunnen vervullen. Doordat de beleidsmatige en financiële kaders onduidelijk zijn, monitoring en evaluatie niet zijn uitgewerkt evenals de governance (waaronder de rol en positie van de raad), heeft de raad momenteel onvoldoende aangrijpingspunten om kaders te stellen of te controleren.

Hiermee is ook de centrale vraag beantwoord: Kan de gemeenteraad de ontwikkeling van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid GroningenNoord aan de beleidsmatige en financiële kaders toetsen? De Rekenkamer concludeert dat dit voor gemeenteraad nog niet mogelijk is. Op dit moment zijn de beleidsmatige en financiële uitgangspunten van het NPLV Groningen-Noord niet eenduidig en controleerbaar en daarmee is het voor de gemeenteraad niet (afdoende) mogelijk zijn kaderstellende en controlerende rol te vervullen. Daarnaast geeft de tot op heden verstrekte informatie over het programma de raad onvoldoende inzicht in de (financiële) inzet en voortgang van het programma. Bij

Terug naar inhoudsopgave

elkaar maakt dit dat de gemeenteraad nog onvoldoende aangrijpingspunten heeft om zijn kaderstellende en controlerende rol gedurende de looptijd van het programma te kunnen vervullen. 10.2 Conclusies Op basis van het onderzoek komt de Rekenkamer tot de volgende conclusies: 1. Het NPLV Groningen-Noord bouwt voort op eerdere aanpak in het gebied, waaronder wijkvernieuwing 3.0 en de Regio Deal Groningen-Noord tranche 3. Deze interventies zijn, met enkele uitzonderingen, niet geëvalueerd. 2. Het NPLV Groningen-Noord heeft een ambitieuze doelstelling. De concrete invulling en planning van deze doelstelling ontbreekt vooralsnog. Er zijn geen meetbare doelen met bijbehorende duidelijke rolverdeling tussen deelnemende partijen. 3. De lokale alliantie, de ‘Maatschappelijke Coalitie NPLV Groningen-Noord’ (MC), bestaat uit dertien partijen. Daarmee is de MC nog niet compleet, op dit moment ontbreken de zorgsector en de werkgevers. 4. Doordat de governance van het NPLV GroningenNoord niet op alle punten is uitgewerkt, is het onduidelijk hoe wordt geborgd dat afspraken worden gemaakt, uitgevoerd, gemonitord en verantwoord en hoe wordt gestuurd en bijgestuurd op de voortgang. 5. De voortgang van het NPLV Groningen-Noord heeft de afgelopen anderhalf jaar vanwege capaciteitsproblemen, zoals uitval van belangrijke sleutelfiguren in dienst bij de gemeente, vertraging opgelopen. 6.

Het programma wordt met name uit incidentele middelen van het rijk bekostigd, aangevuld met cofinanciering van de gemeente. De huidige verantwoording van de ingezette middelen maakt het niet inzichtelijk welke middelen voor het NPLV beschikbaar zijn gesteld. Daarbij ontbreekt ook inzicht welke middelen voor welke NPLV-doelen ingezet worden. 7. Bewonersbetrokkenheid en inspraak worden door de MC en de gemeente van essentieel belang geacht.

55

Aan bewonersbetrokkenheid worden ook wettelijke vereisten gesteld. Toch is het niet duidelijk hoe dit vorm gaat krijgen binnen het NPLV Groningen- Noord. 8. Er is veel informatie over de wijken beschikbaar. Het is nog niet duidelijk hoe die informatie gebruikt kan en gaat worden om de voortgang van het NPLV te monitoren. Er is nog geen systeem voor het meten en monitoren van de voortgang en de resultaten van in te zetten acties en interventies. Hierdoor is het niet mogelijk om op basis van een monitor te evalueren of bij te sturen. 9.  Doordat de gemeente samenwerkt met andere partijen in de wijk, is het voor de raad moeilijk te bepalen waar de gemeente verantwoordelijk voor is. Bovendien kan het voor de raad onduidelijk zijn hoe ze invloed op het beleid uit kunnen oefenen, omdat besluiten binnen het MCT worden genomen. 10. De gefragmenteerde wijze waarop de informatie over het NPLV aan de raad wordt aangeboden en wordt behandelend bemoeilijkt het verkrijgen van overzicht. 10.3 Aanbevelingen De Rekenkamer doet de volgende aanbevelingen om eraan bij te dragen dat de gemeenteraad de ontwikkeling van het NPLV Groningen-Noord aan de beleidsmatige en financiële kaders kan toetsen en om een effectieve projectmatige (netwerk)samenwerking tussen de MC-partijen te bevorderen. Ambitie en doelen NPLV Groningen-Noord 1.

MC/college: Formuleer duidelijke – voor iedereen herkenbare – en in de tijd afgebakende (eind)doelen. Toelichting: Functionele doelen, dat wil zeggen, doelen die richting geven, die helpen bij het maken van plannen, het toewijzen van middelen en gebruikt kunnen worden voor monitoren, evaluatie en verantwoording, geven een antwoord op: • Wat er specifiek (eenduidig en concreet) moet worden bereikt; • Waarom het doel moet worden bereikt; • Wie erbij betrokken zijn;

Terug naar inhoudsopgave

• Welke (onder)delen van de doelstelling essentieel zijn in de tijd; • Waar en wanneer wat moet gebeuren. 2. College/Raad: Evalueer (alsnog) de eerder in Groningen-Noord ingezette acties en interventies in het kader van de wijkontwikkeling, wijkvernieuwing en de Regio Deal Groningen Noord. Toelichting: Het NPLV bouwt voort op bestaand beleid. Uit de ervaringen van eerder uitgevoerd beleid, aangevuld met beschikbare monitoringsgegevens, kunnen lessen getrokken worden voor de verdere inrichting en uitvoering van het NPLV Groningen-Noord. Governance en organisatie 3. MC/college: Richt de afspraken, processen en structuren rondom verantwoordelijkheid en rekenschap (governance) binnen het NPLV Groningen-Noord zichtbaar, herkenbaar en eenduidig in. Toelichting: De governance is van groot belang binnen een samenwerkingsverband. Het helpt bij de besluitvorming en de verantwoording. Daarbij is het van belang dat de te behalen doelen gefaseerd in de tijd, de daartoe ingezette middelen, de informatiestromen, de belangen en invloed van de betrokkenen en de norm waaraan moet worden voldaan afdoende concreet en herkenbaar zijn gedefinieerd en transparant in- en extern worden gecommuniceerd. 4.

MC/college: Richt een effectieve projectmatige (netwerk)sturing in om de integrale aanpak van het NPLV Groningen-Noord te managen (sturen, monitoren, evalueren, bijsturen en verantwoorden) zodat op zo effectief mogelijke wijze de gezamenlijk beschikbare mensen, middelen en handelingen in worden gezet om de doelen te bereiken. Toelichting: Om de integrale aanpak te stimuleren, is het van belang dat de projectmatige sturing goed functioneert. Zorg er hierbij voor: •  Het beoogde (eind)doel onder te verdelen naar voor betrokkenen herkenbaar te onderscheiden praktisch te realiseren (sub)doelen/ stappen/ projecten/ deelopgaves in de tijd;

56

•  Zorg te dragen voor gelijkwaardige (duale) informatievoorziening; •  Zowel de individuele beslissingsgebieden van de bij die stap/project betrokken netwerkpartners, als de overlappende collectieve beslissingsgebieden van de partners onderling en die van het samenwerkingsverband als geheel in beeld te brengen; •  De bijdrage van de afzonderlijke partners aan de voortgang, het resultaat en het effect opgedeeld naar de bijbehorende beslissingsgebieden in beeld te brengen. 5. MC/college: Anticipeer op ontwikkelingen in de markt en neem maatregelen om de kans op capaciteitsproblemen te voorkomen. Toelichting: De krapte op de arbeidsmarkt is een kwetsbaarheid voor (de doorlooptijden van) het programma. Anticiperend op deze krapte, is het van belang om er zorg voor te dragen dat (dossier)kennis op herleidbare wijze wordt vastgelegd (overdracht) en dat een opvolger over de juiste mandaten en bevoegdheden beschikt. 6. MC: Betrek ook andere relevante partijen bij het NPLV Groningen-Noord, zoals de (preventieve) gezondheidszorg en werkgevers. Toelichting: Het NPLV heeft als ambitie om problemen in de wijk gezamenlijk aan te pakken. Het is om die reden van belang om de beoogde samenwerkingspartijen in de wijk op een zo vroeg mogelijk moment deel te laten nemen aan het programma. Financiën 7.

MC/college: Richt een gedegen verantwoording van het financieel management van het NPLV Groningen-Noord in. Toelichting: Een gedegen verantwoording geeft zicht op: •  De in te zetten en ingezette financiële middelen in samenhang met de realisatie van herkenbaar te onderscheiden praktisch te realiseren/gerealiseerde doelen, stappen, projecten, deelopgaves in de tijd; •  En in relatie tot bovenstaande herkenbaar te onderscheiden praktisch te realiseren/gerealiseerd

Terug naar inhoudsopgave

doel, stap, project, deelopgave in de tijd: •  Of/in welke mate de voortgang, het resultaat, het effect – en de wenselijkheid daarvan – in relatie staat tot het beoogde doel en de sociale, ruimtelijke, en functionele kwaliteit; •  De bijdrage aan het resultaat en het effect toebedeeld naar de te onderscheiden beslissingsgebieden van de netwerkpartners; •  De haalbaarheid en risico’s van te stellen/gestelde doelen (ook in relatie tot andere eisen). 8. Raad: Vraag om een paragraaf over het NPLV Groningen-Noord in de begrotingscyclus op te nemen. Toelichting: Met een aparte paragraaf over het NPLV in de begrotingscyclus kan inzichtelijk worden gemaakt welke maatregelen en aanpak zijn ingezet, tot welke resultaten deze hebben geleid, wat daarin het aandeel van de gemeente en van de andere organisaties/partijen is geweest en wat hiervoor vanuit de gemeente aan middelen is ingezet. Bewonersbetrokkenheid 9. MC/college: Geef duidelijk aan wat bewoners kunnen verwachten als het gaat om bewonersbetrokkenheid waaronder ook ‘radicale gelijkwaardigheid’, en de financiële vergoeding die zij hiervoor krijgen volgens het Ambitiedocument. 10. MC/college: Concretiseer de kaders rondom participatie in het NPLV Groningen-Noord in een participatieplan om recht te doen aan het aan bewonersparticipatie gehechte belang.

Toelichting: Richt binnen het NPLV Groningen-Noord (en in de breedte van het gehele gemeentelijk beleid) participatie en inspraak dusdanig in dat: •  Inbreng gedurende het gehele inventarisatie-, beleids-, plannings- en uitvoeringsproces, evaluatie en (bij)sturing wordt meegenomen, en minimaal plaats vindt voorafgaand aan ieder beslismoment; •  Een participatieplan inzichtelijk maakt welke keuzes en doelstellingen in welke fase aan de orde zijn met daaraan gekoppeld op welke momenten en op welke manier daar inbreng aan kan worden geleverd en communiceer en verantwoord d.m.v.

57

van een participatieverslag aan de betrokken burgerparticipanten (terug) wat er met de inbreng is/ wordt gedaan; Het participatieverslag als bijlage bij de definitieve besluitvorming wordt gebruikt zodat college en raad kunnen zien wat er met inbreng van deelnemers is gebeurd; •  Initiatieven van alle inbrengers/betrokkenen met dezelfde zorg worden behandeld; •  Participatie en communicatie transparant plaatsvinden om de vroegtijdige inbreng van (maatschappelijke) initiatieven te stimuleren, en om procesmatig en inhoudelijk verantwoording af te leggen over de afweging van alternatieven en gemaakte keuzes. 11. College: Overweeg – gezien de doelstelling en doelgroep van het NPLV Groningen-Noord en het grote belang dat de MC en de gemeente aan participatie hechten – om in de geest van de Omgevingswet en inspraakverordening alsnog het Gebiedsplan (en Uitvoeringsprogramma) ter inspraak voor te leggen. 12. MC/College: Betrek burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de verdere invulling en uitvoering van het programma. 13. MC/college: Communiceer tijdig en helder naar de inwoners over wat gefaseerd in de tijd de bedoeling is van het NPLV Groningen-Noord.

Toelichting: Tijdige en heldere communicatie maakt inwoners duidelijk hoe het NPLV Groningen-Noord zich verhoudt tot de wijk waarin de inwoner woont en de eventuele wijkvernieuwing die in die wijk gaande is, en wanneer en op welke wijze de inwoners hierin kunnen participeren. Heldere communicatie legt ook vanuit communicatie op wijkniveau de link met het NPLV Groningen-Noord en zorgt dat meer informatie over het NPLV GroningenNoord voor bewoners eenvoudig te vinden is. 14. Raad: Ga periodiek na of (bewoners)participatie en inspraak op adequate wijze overeenkomstig de beleidsmatige en wettelijke kaders zijn meegenomen.  onitoring en evaluatie/verantwoording M 15. MC/college: Kies voor monitoring die zicht geeft op de wenselijkheid van het behaalde resultaat van ingezette acties, aanpak en interventies gericht op concreet geformuleerde in de tijd afgebakende in de

Terug naar inhoudsopgave

praktijk te realiseren en gerealiseerde projectmatige doelen, alsook op overstijgende (meerjarige) trends. Bedeel de behaalde resultaten, het effect en de bijdrage daarbij toe naar de te onderscheiden beslissingsgebieden van de bij die stap betrokken netwerkpartners. 16. MC/college: Evalueer, mede aan de hand van het onder 15 gestelde, periodiek de effectiviteit en het doelbereik van het NPLV Groningen-Noord (effectevaluatie). Evalueer daarbij tevens periodiek de onderlinge samenwerking binnen het NPLV GroningenNoord (procesevaluatie). 17. MC/college: Zorg per wijk voor een duidelijke meting van de stand van zaken gekoppeld aan doelen gefaseerd in de tijd. Breng alsnog de stand van zaken bij aanvang van het NPLV Groningen-Noord in beeld. Positie gemeenteraad 18. College: Expliciteer in stukken aan de raad (collegebrieven, beleidsstukken, raadsvoorstellen) de samenhang met Groningen-Noord en het NPLV Groningen-Noord. 19. Raad: Bepaal welke informatie de raad van het college verwacht in het kader van het NPLV GroningenNoord: in welke gevallen wil de raad informatie ontvangen, wensen en bedenkingen geven of besluiten. 20.

College en raad: Ga en blijf in gesprek en maak afspraken over wat in het kader van het NPLV Groningen-Noord – maar ook in algemene zin – verstaan dient te worden onder ‘ingrijpende gevolgen’ waarover de raad op grond van artikel 169 Gemeentewet om wensen en bedenkingen moet worden gevraagd. 21. Raad: Bespreek onderling welke rol de raad wil bij het NPLV Groningen-Noord wil hebben en hoe daar invulling aan te geven. Toelichting: De raad kan op verschillende manieren intensiever betrokken zijn, bijvoorbeeld in de vorm van een werkgroep of klankbordgroep NPLV Groningen-Noord. 22. Raad: Organiseer jaarlijks een technische/ beeldvormende sessie over het NPLV Groningen-Noord over de te realiseren en gerealiseerde resultaten, de wenselijkheid daarvan, de opvolging en de positie van de inwoners en de gemeente daarin.

58

Verslag gesprek in kader bestuurlijk wederhoor Aanwezig: Eelco Eikenaar (wethouder sociale wijkvernieuwing/armoedebestrijding en lid Maatschappelijke Coalitie NPLV Groningen-Noord); Rik van Niejenhuis (wethouder fysieke wijkvernieuwing/ruimtelijke ordening en lid Maatschappelijke Coalitie NPLV Groningen-Noord); Barbara Brink (voorzitter Rekenkamer Groningen); Simone Steenbeek (secretaris onderzoeker Rekenkamer Groningen). Datum: 27 juni 2024

Startonderzoek naar NPLV Groningen-Noord Barbara Brink licht het onderzoek toe. Volgens haar betreft het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid Groningen-Noord (hierna ‘programma’) een complex vraagstuk. Het programma en vooral de samenwerking tussen de partijen en met de bewoners is ambitieus. Het was interessant om de startfase van het programma te onderzoeken, ook omdat we het programma langjarig gaan volgen. Uitgangspunt van dit onderzoek was in hoeverre het programma voor de raad inzichtelijk is, wetende dat alles in de startfase zit. Er is een breed onderzoekskader gebruikt gebaseerd op wettelijke normen en kennis aangaande participatie, transparantie, behoorlijk bestuur en publiek private samenwerkingen. Het rapport is volgens de wethouders goed te volgen en veel zaken zijn herkenbaar. Bijvoorbeeld dat het programma in ontwikkeling is en er nog veel zaken en kaders moeten worden uitgewerkt. Soms zit daar volgens Eelco Eikenaar sterker het perspectief van de systeemwereld in, omdat de Rekenkamer redeneert vanuit de raad. De systeemwereld moet niet dominant worden ten opzichte van de bewonerswereld, stelt hij. De werkelijk is niet in kaders te vatten. Voor de ambities van de MC is meer nodig dan dat. Een Rekenkameronderzoek in deze fase noemt Rik van Niejenhuis heel interessant.

Hij is geïnteresseerd in de uitkomsten van de samenwerking met andere rekenkamers, het gezamenlijke rekenkamerrapport en wat NPLV-gemeenten van elkaar kunnen leren. Hoewel het in het rapport wel wordt genoemd, miste Van Niejenhuis bij de conclusies de context van de startfase van het programma. Simone Steenbeek

Terug naar inhoudsopgave

geeft aan dat deze context in het rapport en bij de beantwoording van de vragen wordt geschetst. Volgens Brink is de startfase van het programma het uitgangspunt van de samenvatting, maar mogelijk had dat bij de conclusies nogmaals benoemd kunnen worden. Van Niejenhuis vertelt dat een deel van de door de Rekenkamer opgemerkte lacunes inmiddels door de Maatschappelijke Coalitie (MC) in het Uitvoeringsprogramma is uitgewerkt. Dat wordt begin juli vastgesteld. Bewonersbetrokkenheid Eikenaar vertelt dat de rol van de inwoners binnen het Maatschappelijke Coalitie-team (MCT) in ontwikkeling is. Daar een kader of proces aan opleggen maakt de kans groot om als MC bewoners te passeren in plaats van er beter bij te betrekken. Tegelijk betekent dit dat het nu nog vaag is. Kaders alleen zijn niet voldoende om de ambities rondom bewonersparticipatie te bereiken. Met een participatieverordening bereik je bepaalde bewoners, maar de MC wil juist de bewoners bereiken die daar normaalgesproken niet mee worden bereikt. Volgens Brink zit daar wel een gedachte achter over hoe de MC inwoners van Groningen-Noord wil betrekken en die kan de MC op papier zetten. Ze noemt de ambitie rondom bewonersparticipatie spannend, maar dat de Rekenkamer niet zo goed grip krijgt op hoe de MC en de gemeente die ambitie waar gaan maken. Dat is de essentie van de aanbevelingen rondom bewonersbetrokkenheid (nr.

9 t/m 14). Volgens Eikenaar moet de MC samen met de bewoners, en de inwoners die lid zijn van het MCT, vorm geven aan die betrokkenheid. Dat is nu nog vaag en concretiseert zich langzaam. Daarbij zit er spanning tussen de werkwijze van de gemeente Groningen en hoe bewoners werken. De gemeente heeft strakke structuren en een eigen werkritme. Steenbeek geeft aan dat de aanbevelingen over bewonersbetrokkenheid juist tot doel hebben om voor inwoners helder te krijgen welke mogelijkheden er zijn om aan het programma deel te nemen en input te

59

leveren. De door de MC gebruikte terminologie zoals radicale gelijkwaardigheid en het belang dat zowel de MC als de gemeente hechten aan bewonersparticipatie wekken veel verwachtingen. Om inwoners te betrekken die geen betrokkenheid voelen, is het belangrijk het proces inzichtelijk te maken en handvatten te bieden hoe het wel kan. Eikenaar vertelt dat in het Uitvoeringsprogramma ook de ambitie staat om meer aan community organising te doen, zodat inwoners weer over hun eigen wijk gaan. Inwoners moeten meer te zeggen krijgen ten opzichte van de organisaties in de MC. Van Niejenhuis geeft aan dat de MC dit nog beter moet uitwerken. Daarbij zijn volgens Steenbeek aanbevelingen 9 en 10 relevant en kan een participatieplan een geschikt middel zijn. Met voortschrijdend inzicht kan dat participatieplan worden aangepast. Eikenaar noemt het met de bewoners opstellen van een participatieplan voor het NPLV een hele goede suggestie. De inwoners die lid zijn van het MCT vragen zich volgens Van Niejenhuis af wat hun positie hierin is; alleen boodschappers naar de wijken toe of kunnen ze meer doen? En hoe kunnen zij uitvoering geven aan wat er is bedacht zonder dat ze een eigen organisatie hebben? Een idee dat nadere invulling behoeft is het ter beschikking stellen van middelen aan de inwoners uit het MCT waarmee zij activiteiten met bewoners kunnen organiseren en meer slagkracht krijgen.

Ook hierin zijn de inrichting en werkwijze van de MC niet klaar. Eikenaar vindt het betrekken van bewoners het belangrijkste doel, zodat ze weer eigenaarschap voelen over hun wijk. Dat is het moeilijkste van het programma volgens Eikenaar, gezien in de huidige samenleving die heel individualistisch is en vanuit organisaties die dat niet gewend zijn. Indicatoren en monitoring Van Niejenhuis noemt dat in het Uitvoeringsprogramma meer indicatoren staan dan in het Gebiedsplan. Sommige indicatoren zijn vanzelfsprekend en gerelateerd aan de bestaande wijkvernieuwingsplannen

Terug naar inhoudsopgave

die met de bewoners zijn opgesteld. Brink vraagt in hoeverre de monitoring gebaseerd is op het cijfermatige; als je in de praktijk van indicatoren afwijkt moet je dat wel kunnen onderbouwen. Volgens Van Niejenhuis gaat het niet alleen om het cijfermatige. Er is veel ruimte om met de bewoners dingen te ondernemen die niet direct tot indicatoren herleidbaar zijn. Voor de raad is het wat betreft monitoring en voortgang complexer, omdat de MC over haar eigen indicatoren en Uitvoeringsprogramma gaat. Vanuit de MC laten de wethouders de raad zien wat het Uitvoeringsprogramma gaat opleveren, en dat het past binnen de kaders van de raad en binnen het gemeentelijke coalitieakkoord. De raad kan er vervolgens iets van vinden en het enigszins beïnvloeden. Brink stelt dat het vanuit het perspectief van de raad van belang is inzicht in de financiële bronnen te hebben en te weten waar je als raad kan sturen. Inzicht in financiële middelen Eikenaar stelt dat het NPLV Groningen-Noord financieel ingewikkeld is. Het programma is afhankelijk van het rijk, maar krijgt alleen incidentele rijksmiddelen. Gezien de ambities en looptijd van het programma is dat een probleem. Het MCT en de gemeente proberen dit probleem te negeren omdat je anders alleen kortstondige projecten kunt opzetten. De gemeente zet zelf extra structurele middelen in.

Van Niejenhuis noemt dit een verschil tussen politiek en realiteit. Het rijk maakt afspraken voor een langere periode, terwijl er maar voor een paar jaar geld is. Maar om je doelen te behalen moet je een stip op de horizon zetten en worden er voor de langetermijn afspraken gemaakt. Dat geldt ook voor de MC en voor het programma. Eikenaar noemt het inzichtelijk maken van de financiële bronnen goede aanbevelingen (nr. 7 en 8). Van Niejenhuis noemt dat het op detailniveau inzichtelijk maken wat er extra naar Groningen-Noord gaat geen politiek debat moet worden over de wenselijkheid van die extra inzet, zonder te reflecteren over de overkoepelende ambitie voor de noordelijke wijken.

60

Maar op hoofdlijnen kan de inzet zeker in beeld worden gebracht. Eikenaar schetst dat er naast structurele middelen voor wijkvernieuwing beleidsbreed extra’s naar Groningen-Noord gaan. Dat is deels inzichtelijk te maken, maar het tot op de euro inzichtelijk maken van de extra inzet voor Groningen-Noord is volgens hem technisch lastig. De extra inzet wordt wel in de begroting en jaarrekening genoemd. Steenbeek geeft aan dat je wel in beeld kunt brengen wat er aan middelen naar Groningen-Noord gaat en wat dat bijdraagt aan de ambities voor het gebied. De informatie die er wel is, staat nu verspreid over de diverse programma’s en paragrafen in de begroting en jaarrekening. Het als raadslid krijgen van overzicht vergt veel doorzettingsvermogen. Eikenaar en Van Niejenhuis beamen dit. Voor het programma en voor GroningenNoord ingezette middelen kunnen volgens Eikenaar beter in beeld worden gebracht. Verband expliciteren met Groningen-Noord en het programma Eikenaar stelt dat met het programma wordt ingezet op elders effectief en succesvol gebleken programma’s, zoals Kansrijk Groningen. Die aanpak is gebaseerd op onderzoek. De resultaten en effectiviteit daarvan worden doorlopend gemonitord. Dit is niet direct gekoppeld aan de rapportage over het programma, maar het programma investeert er wel in.

Brink stelt dat de MC moet kunnen uitleggen wat ze doet, welke inspanning er worden geleverd en wat dat voor het programma oplevert. Uit het onderzoek maakt de Rekenkamer op dat de link met het programma, bijvoorbeeld in stukken voor de raad, niet altijd duidelijk is. Brink noemt dit een gemiste kans om zichtbaar te maken wat je doet. Steenbeek stelt dat het voor raadsleden inzichtelijk kan zijn expliciet de link met Groningen-Noord en/of het NPLV Groningen-Noord te noemen (aanbeveling 18). Eikenaar geeft aan dat het verband vaak als bekend wordt verondersteld, maar is het met de aanbeveling eens om dit te gaan expliciteren.

Terug naar inhoudsopgave

Programmaorganisatie en samenwerking Volgens Eikenaar is het belangrijk te beseffen dat de gemeente Groningen een grote partij is binnen het programma. Het is volgens hem van belang dat er tussen de MC-partijen meer balans komt. De gemeente wil de andere partijen, waaronder inwoners, meer ruimte geven en in gezamenlijkheid vorm geven aan het programma. Dat kan wanneer de gemeente minder dominant is. Van Niejenhuis vertelt over plannen om een programmadirecteur aan te trekken die voor alle MC-partijen zal werken. De programmadirecteur wordt eigenaar van de programma-ambities en indicatoren en zal de partijen aanspreken op het nakomen van toezeggingen. Steenbeek vraagt de wethouders wat zij vanuit dat perspectief vinden van de aanbevelingen over het stellen van heldere doelen en het inrichten van een effectieve samenwerkingsstructuur (nr. 1, 3 en 4). Dat vergt immers duidelijke afspraken over wie welke verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft, wie welke informatie heeft en wie per onderdeel van het programma voor wat gemandateerd is. Van Niejenhuis en Eikenaar beamen het belang hiervan en volgens Eikenaar is de MC hier nu ook mee bezig. Volgens Eikenaar is het doel van het aanstellen van een programmadirecteur ook het onafhankelijker positioneren van het Programmabureau Wijkontwikkeling en Wijkvernieuwing (PWW).

De programmadirecteur versterkt ook de positie van de inwoners, omdat hij voor alle MC-partijen waaronder de inwoners werkt. Daarnaast wil de MC in haar eigen programmateam dat onder de directeur komt te hangen, iemand namens de bewoners zitting laten nemen om hun positie te versterken. Bewoners worden nu nog indirect vertegenwoordigt door gemeentemedewerkers uit de gebiedsteams. Het sterker vertegenwoordigen van de inwoners, is een belangrijk doel voor de MC maar zover is het nog niet. Dat is volgens Brink ook wat de Rekenkamer signaleert: de MC-partijen geven aan dat de positie van bewoners heel belangrijk is, maar het komt nog niet terug. Volgens Eikenaar is vastleggen alleen niet genoeg. Het is nodig om oprecht mensen bij

61

het programma betrekken. Dat vraagt volgens Eikenaar om een cultuurverandering. Een dagelijkse missie om dat bij iedereen tussen de oren te krijgen en het niet te accepteren als het anders gaat. Steenbeek stelt dat de aanbevelingen juist bij kunnen dragen aan andere manier van werken. Naast duidelijke doelen, afspraken en een participatieplan is het belangrijk periodiek de uitkomsten van het programma en de onderlinge samenwerking te evalueren, en waar nodig bij te stellen. Als MC moet je ergens beginnen, dingen proberen en vervolgens bijsturen. Volgens Eikenaar is het van belang dat, hoe het programma verder ook wordt ingericht, de partijen echt met elkaar in contact treden zodat in gezamenlijkheid aan het NPLV Groningen-Noord vorm kan worden gegeven. Daarvoor is het wezenlijk dat bewoners in de positie worden gebracht om dat te kunnen doen door bewoners vanuit de MC een vorm van macht en invloed te geven.

Terug naar inhoudsopgave

62

Bijlagen Bijlage 1: Verbijzondering onderzoeksvragen Wat betreft het landelijke programma: 1. W  at zijn de beleidsmatige en financiële uitgangspunten van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV)? In welke mate zijn deze al opgenomen in lopende programma’s van de rijksoverheid (bijvoorbeeld de Regio Deals), wat is nieuw/toegevoegd en wat moet nog nader ontwikkeld/gespecificeerd worden? 2.In welke mate en op welke manier zijn de doelstellingen/programma’s van de lokale stedelijke vernieuwingsprogramma’s verbonden met de landelijke doelstellingen en landelijke programma’s? 3. Welke landelijke geldstromen zijn er voor het programma? Voor welke periode lopen deze geldstromen?  at betreft de lokale programma’s: W 4. Wat is de lokale opgave en op welke wijze zijn deze opgaven onderling vergelijkbaar? 5. Wat zijn de lokale beleidsmatige uitgangspunten? 6. Welke thema’s en speerpunten staan centraal in de lokale programma’s?  at betreft de organisatie: W 7. Wie zijn betrokken in de alliantie? Hoe is het programmabureau dan wel de programmaorganisatie ingericht? 8. Wat is de (juridische) status en de positie van de alliantie? En van het programmabureau? 9. Op basis van welke afspraken wordt er gewerkt in de alliantie en het programmabureau? Wie heeft welke verantwoordelijkheden en aan wie wordt verantwoording afgelegd? 10.

W  at is de rol van de gemeente? Is de afbakening van de rol van de gemeente en die van het programma duidelijk? Wat betreft het betrekken van de doelgroep: 11. Op welke manier is de doelgroep betrokken? Hoe worden bewoners geïnformeerd over het programma? Hoe worden ideeën opgehaald bij bewoners? Hoe worden bewoners gestimuleerd actief te zijn in het programma en eraan bij te dragen? Wat is de rol van de doelgroep in het alliantie-overleg? Wat betreft de financiën: 12. Hoe zitten de financiën van het programma in elkaar? Wat betekent dit voor de gemeentefinanciën? 13. Welke  documenten krijgt de raad? Hoe is het programma herkenbaar in de begroting en andere P&C-documenten? 14. Wat is dan de rol van de raad bij de financiën? Wat betreft de monitoring en onderzoek: 15. Welke monitoring/onderzoek is er op dit moment door het rijk voorzien, met welke focus en voor welke (groepen van) bewoners en stakeholders? 16. Welke monitoring/onderzoek wordt gedaan vanuit het programma zelf? 17. W  at is het doel van de monitoring/onderzoek? 18. Wat vindt de raad belangrijk voor het volgen van het programma? Welke informatie vindt de raad nodig om de eigen rol goed te kunnen vervullen?

Terug naar inhoudsopgave

63

 at betreft de governance: W 19. Wat is de rol van de gemeenteraad, van het college van B en W, van de alliantie en van de rijksoverheid wat betreft de kaderstelling, de sturing en de controle op het programma? Hoe verhouden deze rollen zich ten opzichte van elkaar? 20. Hoe is de raad betrokken bij/ geïnformeerd over het vaststellen van de beleidsmatige en financiële uitgangspunten? 21. Hoe wordt de raad geïnformeerd over de inhoudelijke en financiële voortgang van het programma? Is deze informatie adequaat om zijn controlerende rol te vervullen? 22. Is de raad zelf actief geweest om inzicht te krijgen in het programma en om zijn kaderstellende, sturende en controlerende rol in te vullen? Wat betreft vervolgonderzoek: 23. Welke onderwerpen/invalshoeken zijn interessant voor vervolgonderzoek(en) over dit langjarige programma voor de gemeenteraden?

Terug naar inhoudsopgave

64

Bijlage 2: Geïnterviewden N. Alkema R. Asschert C. Bloemhoff F. Brander E. Eikenaar W. Meijerman R. van Niejenhuis M. Rutgers K. Schuiling S. Thunnissen P. Wijnsma

Terug naar inhoudsopgave

Gebiedsmanager Oude Wijken, lid Programmateam NPLV, gemeente Groningen Programmamanager wijkvernieuwing, waaronder NPLV, gemeente Groningen Wethouder onderwijs, lid Maatschappelijke Coalitie-team, gemeente Groningen Strategisch beleidsadviseur Wijkvernieuwing en -ontwikkeling, waaronder NPLV, gemeente Groningen Wethouder sociale wijkvernieuwing, lid Maatschappelijke Coalitie-team, gemeente Groningen Programmamanager a.i., o.a. NPLV, gemeente Groningen Wethouder fysieke wijkvernieuwing, lid Maatschappelijke Coalitie-team, gemeente Groningen Projectsecretaris Wijkvernieuwing en -ontwikkeling, waaronder NPLV, gemeente Groningen Burgemeester, voorzitter Maatschappelijke Coalitie-team, gemeente Groningen Concernadviseur strategie, waaronder wijkvernieuwing en NPLV, gemeente Groningen Gebiedsmanager West, lid Programmateam NPLV, gemeente Groningen

65

Bijlage 3: Geraadpleegde bronnen Documenten Gemeente Groningen • Aanvraag Regio Deal Groningen Noord tranche 5 (oktober 2023). • College van B en W aan gemeenteraad, ‘Ambitiedocument maatschappelijke coalitie voor Groningen-Noord Ter informatie’ (11 april 2023). • College van B en W aan gemeenteraad, ‘Gebiedsplan maatschappelijke coalitie Groningen-Noord Wensen en bedenkingen’ (29 november 2023) • College van B en W aan gemeenteraad, ‘Lobby Stedelijke Vernieuwing Manifestgemeenten’ (26 mei 2021). • College van B en W aan gemeenteraad, ‘Ontwerp-omgevingsvisie The Next City’ (21 maart 2018). • College van B en W aan gemeenteraad, ‘Plan van aanpak Preventie met gezag ter informatie’ (19 juli 2023). • College van B en W aan gemeenteraad, raadsvoorstel ‘Koersdocumenten wijkvernieuwing’ (16 januari 2018). • College van B en W aan gemeenteraad, raadsvoorstel ‘Uitvoeringsprogramma’s wijkvernieuwing’ (11 november 2019). • College van B en W aan gemeenteraad, ‘Stand van zaken participatiebeleid en hoe verder. Ter bespreking’ (19 juli 2023). • College van B en W aan gemeenteraad, ‘Stand van zaken problematische jeugdgroepen ter informatie’ (9 november 2022). • Gemeente Groningen, college van B en W aan gemeenteraad, ‘Terugblik start ‘Wijkontwikkeling Selwerd op uitnodiging’’ (18 september 2019).

• College van B en W aan gemeenteraad, ‘Toekenning Specifieke Uitkeringen Kansrijke Wijk ter informatie’ (10 januari 2024). • College van B en W aan gemeenteraad, ‘Verbreding wijkvernieuwing en presentatie uitvoeringsprogramma’s 2023 ter bespreking’ (23 november 2022). • ‘Het begint in Groningen. Voor wat echt van waarde is. 2022-2026 coalitieakkoord gemeente Groningen’ (2022). • ‘Omgevingsvisie Levende ruimte’ (vastgesteld 26 januari 2022). • OR aan gemeentesecretaris, ‘Advies inrichting Programmabureau Wijkvernieuwing en Wijkontwikkeling (PWW)’ (25 april 2022). • ‘Programmabureau Wijkontwikkeling en Wijkvernieuwing Inrichtingsdocument’ (11 februari 2022). • ‘Uitvoeringsprogramma 2019-2020. Beknopte toelichting wijkvernieuwing de Hoogte/ Indische buurt’ (2 september 2019) 1-22. • ‘Uitvoeringsprogramma 2019-2020. Beknopte toelichting wijkvernieuwing Selwerd’ (2 september 2019) 1-22. • Wethouders Eikenaar en Van Niejenhuis aan gemeenteraad, ‘Mededeling dagmail lopende aanvragen NPLV’, Dagmail griffie (1 februari 2024). • Wethouders Eikenaar, Van Niejenhuis en Bloemhoff aan gemeenteraad, ‘Dagmail Regiodeal Groningen-Noord’, Dagmail griffie (9 februari 2024). Maatschappelijke Coalitie NPLV Groningen-Noord • ‘Samen verder. Gebiedsplan NPLV Groningen-Noord’ (november 2023). • ‘Van ambitiedocument naar een programmaplan voor Groningen-Noord’ (z.d.).

• ‘Wijkvernieuwing op z’n Gronings. Een ambitieuze aanpak in Groningen-Noord op basis van radicale gelijkwaardigheid’ (april 2023).

Terug naar inhoudsopgave

66

Overig • Minister van VRO aan Tweede Kamer, ‘Voortgang Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid’ (12 juni 2023). • Ministeries van BZK en VRO, ‘Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid’ (juli 2022). • VROM-raad, Stad en stijging. Sociale stijging als leidraad voor stedelijke vernieuwing (oktober 2006). Websites (Benaderd 30 april 2024 tenzij anders aangegeven) Gemeente Groningen • Gemeente Groningen, Algemene inspraakverordening Groningen 2005 • Gemeente Groningen, Basismonitor Groningen • Gemeente Groningen, Begroting 2017 • Gemeente Groningen, Gebiedsjaarplan Oude wijken 2023 • Gemeente Groningen, Groninger wijkvernieuwing • Gemeente Groningen, Het Gronings model voor wijk- en dorpsdemocratie • Gemeente Groningen, Kompas van Groningen • Gemeente Groningen, Langetermijnagenda gemeenteraad • Gemeente Groningen, Leidraad participatie • Gemeente Groningen, meningsvormende raadssessie over wijkvernieuwing 28 juni 2023 • Gemeente Groningen, meningsvormende raadssessie over Gebiedsplan NPLV januari 2024 • Gemeente Groningen, Politieke Woensdag gemeente Groningen Stand van zaken participatiebeleid en hoe verder 20 september 2023 • Gemeente Groningen, Uitleg over het kompas • Gemeente Groningen en wijkorganisaties, Bewonersconvenant Overig • Aanpak Vogelaarwijken mislukt • Bewonerscoöperatie GoeieBuurt U.A., inspraakreactie bij meningsvormende

raadssessie over Gebiedsplan NPLV 10 januari 2024 • Code maatschappelijke participatie • Doorbraaknetwerk Groningen  • Gemeente Nijmegen, Participatiebeleid voor het ruimtelijk domein Gemeente Nijmegen • Hele lijst probleemwijken bekend  • Informatiepunt Leefomgeving, Inspraak en rechtsbescherming bij de Omgevingswet • Intranet gemeente Groningen, Nieuw programmabureau gebiedszaken en wijkvernieuwing • Intranet gemeente Groningen, Wijkontwikkeling & wijkvernieuwing (benaderd 6 maart 2023) • Leefbaarometer  • Minister Ollongren en gemeente Groningen sluiten Woondeal: snel 20.000 woningen erbij  • Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Samenspel van een moderne overheid met de energieke samenleving • NOS, 800.000 mensen wonen in een slechte buurt • Platform Cultureel Erfgoed Groningen, inspraakreactie (brief) bij Politieke Woensdag gemeente Groningen • Platform participatie, Zienswijzenprocedure

Terug naar inhoudsopgave

67

• Stand  van zaken participatiebeleid en hoe verder 20 september 2023 • Raad van State, Overgangsrecht Omgevingswet bij vervolgbesluiten ruimtelijke plannen • Raad van State, stroomschema bij Overgangsrecht Omgevingswet bij vervolgbesluiten ruimtelijke plannen • Rijksoverheid, Gedragscode openbaar bestuur • SNN, Programma JTF 2021-2027 • VNG, Aan de slag met participatie – handreiking 2.0 • VNG, De BOPA • VNG, Nieuwe bevoegdheden bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteit en participatie • VNG, Voorbeeld participatieverordening • Vogelaarwijken  eisen macht • Winsemius:  1 miljard per jaar voor achterstandswijken • Winsemius  slaat alarm over probleemwijken • Woondeals  maken balans op in nieuw magazine

Terug naar inhoudsopgave

68

Bijlage 4: Inspraak en rechtsbescherming Omgevingswet Inspraak en rechtsmiddelen Omgevingswet Tabel 11 beschrijft voor enkele belangrijke besluiten op grond van de Omgevingswet of zienswijzen, bezwaar en beroep mogelijk zijn. Vooroverleg is een buitenwettelijk instrument en staat dus niet in het schema. Een voorlopige voorziening aanvragen is in principe mogelijk bij alle besluiten waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn.77 Tabel 11: Schema inspraak en rechtsmiddelen Omgevingswet

Besluit

Zienswijzen over ontwerpbesluit

Bezwaar

Beroep bij de rechtbank

Beroep/ hoger beroep bij de ABRvS78

Handhavingsbesluit

-

Ja

Ja

Ja

Instructie

-

-

Ja

Ja

Instructieregels

-

Ja

Ja

Ja

Maatwerkvoorschrift

-

-

-

-

Omgevingsplan

Ja

-

-

Ja

Omgevingsvisie

Ja

-

-

-

Omgevingsvergunning reguliere procedure

-

Ja

Ja

Ja

Omgevingsvergunning uitgebreide procedure

Ja

-

Ja

Ja

Omgevingsverordening

Ja

-

-

-

Ontheffing van Instructieregels

-

Ja

Ja

Ja

Peilbesluit

Ja

-

Ja

Ja

Programma, aangewezen in de Omgevingswet

Ja

-

Nee, tenzij*

Nee, tenzij*

Projectbesluit

Ja

-

-

Ja

Uitvoeringsbesluit van een projectbesluit (korte procedure)

Ja

-

-

Ja

Uitvoeringsbesluit van een projectbesluit (uitgebreide procedure)

-

Ja

-

Ja

Voorbereidingsbesluit

-

-

-

-

Voorkeursbeslissing voor een projectbesluit

Ja

-

-

-

Waterschapsverordening

Ja

-

-

-

*Bij een programma is alleen beroep mogelijk tegen een beschrijving van een activiteit waardoor die activiteit is toegestaan. Zie artikel 1 van bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht, zoals gewijzigd door de Invoeringswet. 77 Informatiepunt Leefomgeving, Inspraak en rechtsbescherming bij de Omgevingswet. 78 Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Terug naar inhoudsopgave

69

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) en participatie De VNG heeft een brochure over de nieuwe bevoegdheden van de raad bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) en participatie. Figuur 6 is een infographic van de VNG over de BOPA.79 Figuur 6: BOPA infographic VNG 80

Overgangsrecht en de Omgevingswet Bijgaand stroomschema behorend bij de uitspraak van de Raad van State van 27 maart 2024 geeft op hoofdlijnen en voor de meest voorkomende gevallen aan hoe overheden moeten handelen bij een besluit na 1 januari 2024 over een ruimtelijk plan. 81 Wro: Wet ruimtelijke ordening; Ow: Omgevingswet; Vovv: Verzoek om voorlopige voorziening. Figuur 7: Overgangsrecht bij nieuwe besluiten na 1 januari 2024 over een ruimtelijk plan (op hoofdlijnen) Nieuw ambsthalve 6:19-besluit gedurende procedure ABRvS

Wro

Nee

Ow

Schorsing geheel plan

Nieuw besluit na 1/1/24 over: • • • • •

Bestemmingsplan Inpassingsplan Exploitatieplan Uitwerkingsplan Wijzigingsplan

Vovv Nieuw besluit ná vernietiging plan(deel) ABRvS

Vernietiging volledig plan

Wro

Alleen vernietiging geschorst plandeel

Wro

Vernietiging volledig plan

Ow

(gedeeltelijke) vernietiging plan

Ow

Vovv binnen beroeps termijn

Verzoek om voorlopige voorziening (vovv) ingediend én ingewilligd tegen besluit dat vernietigd werd?

Schorsing plandeel

Ja

Nieuw besluit o.g.v. artikel 8:51a Awb

Wro

Vovv buiten beroeps termijn

Geen gedeeltelijke of gehele schorsing plan

79 VNG, Nieuwe bevoegdheden bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteit en participatie. 80 VNG, De BOPA 81 R  aad van State, stroomschema bij Overgangsrecht Omgevingswet bij vervolgbesluiten ruimtelijke plannen. Terug naar inhoudsopgave

70

Bijlage 5: Informatie en raadsvoorstellen wijkvernieuwing en aanpak Groningen-Noord Overzicht van informatie aan de raad, waaronder door de raad behandelde collegebrieven en raadsvoorstellen in relatie tot wijkvernieuwing, de aanpak van Groningen-Noord en het NPLV Groningen-Noord. Tabel 12: Overzicht met informatie aan de raad in relatie tot wijkvernieuwing en NPLV Groningen-Noord

Nr.

Datum

Wat

Onderwerp

Behandeld

Besluit

Behandeld

Besluit

1

27-10-2016

Collegebrief

Nieuwe impuls wijkvernieuwing

16-11-2016 (commissie Ruimte en Wonen (R&W)

Geen vragen, advies ‘t.k.n.’

30-11-2016 (raad)

Geen opmerkingen

2

16-01-2018

Raadsvoorstel

Koersdocumenten wijkvernieuwing

07-02-2018 (commissie R&W)

Conformstuk raad

21-02-2018 (raad)

Vastgesteld conform

3

13-09-2018

Collegebrief

Wijkvernieuwing en de ongedeelde stad; wijkvernieuwingsplannen voor o.a. Selwerd en Indische Buurt/ De Hoogte

03-10-2018 (commissie R&W)

1-minuut interventie raad

31-10-2018 (raad)

T.k.n. (besluit n.v.t.). Motie 3 (terugkeergarantie) en 4 (woonlastengarantie) verworpen. Motie 5 (borgen zekerheid en zeggenschap bij wijkvernieuwing) aangenomen.

4

13-09-2018

Raadsvoorstel

Uitvoeringsprogramma’s wijkvernieuwing

02-10-2019 (commissie R&W)

1-minuut interventie raad

30-10-2019 (raad)

Aangenomen. Motie 1 (WIJS studenten betrekken bij de wijkvernieuwingsplannen) en motie 3 (beter betrekken bewoners bij wijkvernieuwingsplannen) aangenomen. Motie 2 (huurders duidelijkheid en zekerheid verschaffen over gevolgen wijkvernieuwingsplannen) verworpen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4907/documents/83119