CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Bomenplan Groningen inspraaknota.pdf

gemeenteraad 28 januari 2026, gemeente GroningenBij agendapunt: 6a: Bomenplan Groningen (raadsvoorstel 10-12-2025)22.200 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Tweede punt op blz. 42 De gemeente Groningen bezit 26,7% van het totale gemeenteoppervlak, terwijl 73,3% in par culier eigendom is. Om weloverwogen keuzes te kunnen maken over te nemen maatregelen, is het belangrijk om zowel de verhouding tussen openbaar en privaat eigendom (al het eigendom dat niet van de gemeente Groningen is) als de kroondekking op beide type gronden in kaart te hebben. Uit de groenanalyse blijkt dat private gronden een boomkroonbedekking van 8,9% hebben, tegenover 16,3% voor het stedelijke openbare gebied. Op private gronden in het stedelijk gebied geldt dat 45,8% van de oppervlakte uit groen bestaat. Dit betre alleen grassen en struiken in tuinen. Het percentage bomen in private tuinen betre 8,9% Hieruit blijkt dat het van belang is om 22

2) We ze en met dit Bomenplan in op s muleren en faciliteren van onze inwoners om hun tuin te vergroenen. Dit doen we deels al via o.a. onze groenpar cipa e medewerkers, Steenbreek, het NK Tegelwippen, klimaatsubsidie en de samenwerking met MeerBomenNu en de Straatboer. Vanuit Het bomenplan gaan we hier extra op in ze en. Zie onder andere maatregelen 13 t/m 18 uit het Ac eplan. We realiseren ons dat dit een complex en langdurig proces is, waarbij gedragsverandering en ruimte in tuinen een rol spelen. Daarom kiezen we voor een aanpak die inspireert en faciliteert, in plaats van verplich ngen op te leggen. Dit

te investeren in par culier bomen bezit. Ik denk dat ik dit nog onvoldoende terug kan vinden in het ac eplan. In daden maar ook in financiële middelen. Dit is een ingewikkelde maar wel veel winst te halen.

betekent dat we blijven zoeken naar effec eve manieren om inwoners te ondersteunen, ook in financiële zin waar mogelijk, bijvoorbeeld via subsidies en het beschikbaar stellen van (gra s) bomen.

52. Ik heb meer de vraag of de bomen voor ons huis ook vervangen worden omdat deze hars afgeven en veel troep ( en dus plakkerige inloop) in huis en tuin geven. Auto moet elke week door de wasstraat. Wanneer wordt dit opgelost?

Bij de keuze van boomsoorten proberen we overlast zoveel mogelijk te beperken, maar blad, honingdauw, vruchten of zaden op auto’s en straat zijn niet volledig te voorkomen. Dit hoort bij een groene en lee are omgeving. We realiseren ons dat overlast vervelend kan zijn, maar deze is al jd seizoensgebonden en dus jdelijk.

23

4. Inspraakreac es van organisa es en gemeentelijke reac e daarop 1. Zienswijze Patrimonium Graag kom ik met iemand van de gemeente om te kijken/ overleggen waar er bomen wel of niet geplant kunnen worden. Dit in rela e tot het bomenplan, is daar ook een soort kaart van bedacht waar bomen gewest zijn o.i.d.

Reac e gemeente: De exacte loca es voor nieuwe bomen worden niet in het Bomenplan vastgelegd. Het plan gee rich ng en beschrij de uitgangspunten. Bij de uitwerking op project- en gebiedsniveau bepalen we waar bomen wel of niet geplant kunnen worden, zie in het ac eplan de ac es: ‘6. We brengen poten eel geschikte groeiplaatsen per buurt in beeld’ en ’24. Bomenstructuurkaart’. In dat proces worden stakeholders van het gebied betrokken, waaronder woningcorpora es.

2. Zienswijze Waterschap Noorderzijlvest Hartelijk voor deze kennisgeving. In het voortraject zijn we als waterschap betrokken geweest. Goed om terug te lezen dat rela es tussen bomen en (grond)water zijn beschreven. En ook de posi e van bomen ten opzichte van watergangen in verband met onderhoud. We kunnen van harte instemmen met dit Bomenplan, een zienswijze is vanuit waterschap Noorderzijlvest niet aan de orde.

Reac e gemeente: We zijn blij met deze instemmende reac e op ons concept bomenplan en bedanken het Waterschap voor hun bijdrage.

24

3. Zienswijze Nijestee - 1 Kunt u aan geven wat u van Nijestee als organisa e verwacht met het geformuleerde bomenplan. - bij nieuwbouw wordt een omgevingsplan opgesteld dat voldoet aan de eisen op het gebied van flora en fauna. Er wordt vulling gegeven aan onderwerpen als hi e stress, de omgang met hemelwater conform de hemelwater verordening. - in de bestaande wijken is in de tuinen van de woningen gezien hun beperkte diepte geen plek voor bomen. Reac e gemeente: Het Bomenplan legt geen verplich ngen op aan woningcorpora es. Het plan gee rich ng en uitgangspunten voor een groenere en klimaatbestendige leefomgeving. Bij nieuwbouwprojecten gelden vanaf 1 december 2025 de groennormen van de gemeente. Deze normen beva en ook een bomennorm en kunnen van toepassing zijn wanneer een buitenplanse omgevingsplanac viteit (BOPA) wordt aangevraagd. Wij verduidelijken dit in de tekst over de bomennorm (paragraaf 4.2.5). Daarnaast geven we in het Bomenplan aan dat we uitvoering blijven geven aan de presta eafspraken. Dat betekent dat we inze en op het informeren, faciliteren en betrekken van bewoners. Het gaat hierbij niet alleen om bomen aan te planten, maar ook om bewustwording van de waarde van bomen en betrokkenheid bij bomen in de openbare ruimte.

4. Zienswijze Nijestee - 2 Bij deze wil ik opmerkingen plaatsen op het Bomenplan Groningen, want als ik het goed lees gaat dit ons als sector belemmeren in onze opdracht en crea viteit. Wij als Nijestee proberen in al onze loca es evenwicht te vinden in wonen en groen. Rekening houden met de func es die onze loca es kunnen bieden voor een goede leef en woonomgeving. Maar één func e staat voor ons boven aan en dat is het bieden van betaalbare woonruimte. In het bomen plan vallen mij dan ook direct 3 punten op. 1.2.2. – Rela e met Groennormen. De groennormen stellen vast hoeveel groen minimaal aanwezig moet zijn in projecten en borgen dit juridisch. Ze omva en groen op daken, maaiveld, gevels en kruidenrijke groenvakken. Bomen hebben een aparte norm binnen deze groennormen ………. 1.3.1. – Waarom een Urban Forrest Master plan? De gedachte is dat alle bomen, zowel gemeentelijk als par culier, collec ef bijdragen aan het lee limaat in de gemeente. Daarmee zijn par culiere bomen dus ook onderdeel van dit beleid. 2.2. – Doelstelling. Wat is boomkroonbedekking? Elke boom hee een ‘Kroon’, het geheel aan takken en bladeren boven de stam. Wanneer we een boom van bovenaf bekijken, zien we het oppervlak van de kroon. Door de kroonbedekking van alle bomen in de buurt op te tellen en te vergelijken met het totaal grondoppervlak, verkrijgen we een percentage boomkroonbedekking.

Dit omvat alle bomen in de gemeente, zowel op openbaar als privéterrein. 25

Deze 3 ar kelen suggereren dat de loca es van ons een juridische verplich ng krijgen voor het creëren van een uiteindelijke boom kroonbedekking van minimaal 30%. Is dit haalbaar ik denk het niet, gezien alle verplich ngen die we al hebben of oplegt krijgen is dit onmogelijk. Dus dit juridische aspect zou je voor onze sector niet moeten willen. Niet dat we geen bomen willen planten, want wij zoeken al jd een evenwicht in onze ontwerpen en gebieden, maar dit Juridische aspect zal het evenwicht verstoren en onbetaalbaar maken. Ik vraag mij wel af of jullie dit voorgelegd hebben aan onze bestuurders van de sector gezien het veel betekend. Je zou het moeten voorleggen, gezien wij veel oppervlak hebben in Groningen. Reac e gemeente: Bij het opstellen van het bomenplan zijn woningcorpora es betrokken. Ook bij het opstellen van de Groennormen is input van woningcorpora es opgehaald. We gaan ervan uit dat betrokkenen zelf beoordelen of en wanneer de inhoud van het Bomenplan intern gedeeld moet worden. Het Bomenplan zelf legt geen verplich ngen op, maar gee rich ng en uitgangspunten voor een groenere en klimaatbestendige leefomgeving. Als we een gezonde leefomgeving willen realiseren moet iedereen meedoen.

Dit betekent niet dat we iets gaan opleggen, maar dat we inze en op inspireren en faciliteren van inwoners en organisa es om bij te dragen aan het behouden en aanplanten van bomen, zoals beschreven in hoofdstuk 4.2.6. Bij nieuwbouwprojecten en projecten waarvoor een BOPA wordt aangevraagd gelden vanaf 1 december 2025 de groennormen (h ps://gemeente.groningen.nl/groennormen) van de gemeente, waarin ook een norm over boomkroonbedekking zit. Wij verduidelijken dit in de tekst over de bomennorm (paragraaf 4.2.5). Naast betaalbare woningen is het realiseren van een gezonde leefomgeving essen eel. Wij ze en in op klimaatrechtvaardigheid; iedereen moet kunnen wonen in een klimaatbestendige omgeving. We zien dat dit nu niet al jd eerlijk verdeeld is: juist in wijken waar mensen minder draagkrach g zijn, liggen vaak de kwetsbare loca es. Een gezonde leefomgeving is pas compleet als er structureel ruimte is voor groen en bomen, vanwege hun bewezen bijdrage aan mentale en fysieke gezondheid, biodiversiteit en klimaatadapta e. Verder gaan we ervan uit dat het klimaat warmer wordt voor Nederland, maar begrijp van de NOS dat deze voorspelling ook de andere kant op kan gaan.

Citaat: “Wat zijn de effecten als de AMOC s lvalt? Als de AMOC echt s lvalt, zal het in Nederland en een groot deel van de Noord-Europese landen voor een periode van 30 tot 50 jaar niet langer opwarmen, maar juist a oelen. Deze a oeling zal twee tot drie keer zo sterk zijn als de huidige opwarming. Maar als de uitstoot van broeikasgassen door blij gaan, zal ook het klimaat hier op een gegeven moment weer gaan opwarmen. Dit proces vindt dus niet van de ene op de andere dag plaats, maar zal entallen jaren duren.”

26

Dus het is goed om een goed evenwicht te organiseren met alle func es die een stad nodig hee , maar een betaalbare woonruimte is voor ons als sector prior 1.

Reac e gemeente: Vooralsnog gaan we uit van de huidige wetenschappelijke inzichten: het klimaat wordt warmer en extremer, met meer hi e en droogte. Mocht nieuwe kennis aanleiding geven tot aanpassing, dan herijken we het Bomenplan. Ongeacht temperatuurveranderingen blij een groene omgeving met bomen essen eel voor gezondheid, biodiversiteit en klimaatadapta e. Het doel van 30% boomkroonbedekking over 50 jaar is gebaseerd op deze brede baten. Het plan zoekt een evenwicht tussen alle func es die een leefomgeving nodig hee , waarbij betaalbare woonruimte prioriteit blij voor woningcorpora es. Hieronder heb ik twee tekeningen van ons bezit toegevoegd en aangeven wat de gevolgen zijn voor ons als dit plan juridisch wordt vastgelegd. Zoals je ziet blij er weinig ruimte over voor alle andere func es die een gebied lee aar maken. Dus mijns inziens is het plan zoals er nu ligt onhaalbaar. Het terrein aan de Boerhaavelaan hebben we afgelopen jaar klimaatbestendig ingericht. Maar leggen we nu dit bomen plan naast ons ontwerp dan gaan wij langer na niet voldoen aan de 30% kroonbedekking in de toekomst wat juridisch wel wordt opgelegd. Dus elk gebied vraagt zijn eigen invulling.

27

Reac e gemeente: Het Bomenplan legt geen juridische verplich ng op om 30% boomkroonbedekking per loca e te realiseren. De 30% is een langetermijndoelstelling op buurtniveau voor 2075, niet een eis voor individuele projecten. We willen dit bereiken door meerdere maatregelen: het toevoegen van bomen in de openbare ruimte, het verbeteren van groeiplaatsen zodat bomen groter en gezonder worden, en het betrekken van bewoners en organisa es. De enige juridische borging ligt in het omgevingsprogramma Groennormen, dat vanaf 1 december 2025 van kracht is (h ps://gemeente.groningen.nl/groennormen). Deze normen gelden alleen bij nieuwbouw uitbreiding en projecten waarvoor een BOPA wordt aangevraagd. De norm van 30 % geldt alleen bij nieuwbouw uitbreidingen waarvoor een BOPA wordt aangevraagd. Voor inbreidingsloca es geldt boomnorm 1: een toename van 1% ten opzichte van het huidige kroonbedekkingspercentage van de buurt. Voor Corpus den Hoorn (12,24% in 2022) betekent dit een doel van 13,24% op het onbebouwde deel binnen het projectgebied. Op een terrein van 824 m², waarvan 459 m² onbebouwd, moet circa 61 m² kroonbedekking worden toegevoegd. Dit kan bijvoorbeeld met één grote boom (zoals een linde), drie bomen van tweede groo e (bv veldesdoorn) of negen bomen van derde groo e (bv hazelaar).

Alle vooroverleggen, privaatrechtelijke afspraken en aanvragen omgevingsvergunning die vóór 1 december 2025 zijn ingediend, blijven ongewijzigd.

5. Zienswijze IVN Groningen-Haren werkgroep Stadsecologie Het concept Bomenplan is een goed begin voor een langetermijnvisie en geeft noodzaak en urgentie aan. De wethouder stelt in haar voorwoord: ‘Dit bomenplan is een totaalplan voor alle bomen en het groen in onze hele gemeente, zowel publiek als par culier.’ Voor zo’n stellige uitspraak is het concept echter vaak nog te vrijblijvend en beslaat het bijna uitsluitend gebieden die voornamelijk bebouwd zijn. Verder, zoals helaas bij veel gemeentelijke beleidsnota’s, is er niet eerst met betrokken instan es en burgers, geëvalueerd wat er nu goed gaat en waar verbetering nodig is. Reac e gemeente: Het Bomenplan is opgesteld op basis van gesprekken (en schri elijk) met een breed scala aan betrokkenen, waaronder bewonersgroepen, organisa es en professionals. We hebben niet expliciet gevraagd naar wat nu goed gaat en waar verbetering nodig is, maar deze punten zijn in onze ogen voldoende naar voren gekomen jdens het par cipa eproces. De input uit deze gesprekken is verwerkt in het plan. 1. Boomkroonvolume (BKV) Kern van het plan is het boomkroonoppervlak(BKO). Een betere methode is, volgens het Normins tuut Bomen, het boomkroon volume (BKV). Daarvoor hebben zij de Bomennorm ontwikkeld. Deze norm brengt in kaart hoeveel BKV er nodig is voor een gezonde leefomgeving.

Het BKV gee de kwaliteit en de waarde van de boom aan: de mate waarin de boom ecosysteemdiensten levert. Volume gee ook een beter beeld van het formaat van de boom. 28

Het in het Bomenplan gewenste percentage boomkroonoppervlak(30%) kan volgens het Normins tuut Bomen worden doorgerekend naar BKV. Het BKO is, volgens het Bomenplan, in de afgelopen jaren gegroeid. In dezelfde periode is naar onze mening (op het oog!) de boomkroondichtheid (=hoeveelheid blad) kleiner (=minder blad) geworden. Wij pleiten daarom voor het aanvullen van het Bomenplan met het boomkroon volume (BKV). Reac e gemeente: Het Bomenplan hanteert boomkroonbedekking (BKO) als maatstaf, omdat dit op buurtniveau momenteel het meest betrouwbaar en toepasbaar is, ook voor par culiere bomen. De doelstelling van 30% BKO in 2075 is gebaseerd op wetenschappelijke onderbouwing en vormt een rich nggevend doel. Het Normins tuut Bomen hee een methode ontwikkeld om BKO door te rekenen naar boomkroonvolume (BKV). De gemeente Groningen was betrokken bij onderzoek naar de samenhang tussen de Landelijke Bomennorm (sturen op boomkroonvolume) en de groennormen uit de Handreiking Groen in en om de Stad (GIOS) (sturen op boomkroonbedekking) en hoe deze op straat- of buurtniveau kan worden toegepast. Op dit moment zien we nog geen meerwaarde om BKV structureel te meten, vanwege grote varia es tussen jaargangen. We volgen deze ontwikkeling nauwgezet en sluiten niet uit dat BKV in de toekomst aanvullend wordt gebruikt, bijvoorbeeld bij bouwprojecten of kapvergunningen.

Voor monitoring op lange termijn blij BKO de meest stabiele indicator. 2. Biodiversiteit In een eerdere versie van het concept Bomenplan werd de nadruk gelegd op biodiversiteit, waarin het bredere ecosysteem en de onderlinge rela es centraal stonden. Wij vinden dat die aandacht voor biodiversiteit in het huidige concept jammer genoeg is verminderd terwijl wij in onze eerdere reac e aangaven dat juist een bredere ecologische visie noodzakelijk is, waarin biodiversiteit niet alleen wordt gekoppeld aan boomaanplant, maar ook aan struiken, kruiden, bodembedekkers en fauna. Reac e gemeente: De aandacht voor biodiversiteit en het bredere ecosysteem is niet verminderd ten opzichte van de versie die we met u hebben gedeeld op 24 februari 2025. Hoofdstukken zijn verplaatst of verduidelijkt, maar de inhoudelijke lijn is gelijk gebleven. Soortendiversiteit, ecologische samenhang en de handreiking voor het biodivers inrichten van groeiplaatsen zijn onveranderd onderdeel van het plan. In de uitwerking besteden we nadrukkelijk aandacht aan de samenhang tussen bomen, struiken, kruiden en andere vegeta e, a ankelijk van de ruimtelijke context. Dit gebeurt onder andere via de handreiking ‘Biodivers inrichten van groeiplaatsen’. 3. Industrieterreinen Dit plan gaat over het bebouwde gebied waar industrieterreinen ook onder vallen. (zie pag. 32 van Groningen Bomenplan Participatieproces).

Het centrale doel om minimaal 30% boomkroonbedekking in 2027 te realiseren betreft alleen de woonbuurten (zie Bomenplan pag. 10) terwijl industrieterreinen en bedrijventerreinen vaak de grootste hitte-eilanden vormen. Aan de ambitie uit het coalitieakkoord om de groenste bedrijventerreinen van Nederland te

29

realiseren (pag. 59 Bomenplan) worden geen concrete doelen gesteld. Juist die hitte-eilanden worden in dit bomenplan onvoldoende opgepakt. Reac e gemeente : Met woonbuurten bedoelen we ook werkbuurten. Dit is niet duidelijk in de tekst en passen we aan. 4. Parken De positie van de parken blijft onduidelijk. Sommige parken zoals het Noorderplantsoen, Coenderborg en Sterrenbos lijken tot een woonbuurt gerekend te worden en b.v. het Stadspark wordt aangemerkt als landelijk gebied (zie pag. 33). Dat geeft een vertekend beeld wat betreft de boomkroonbedekking. Reactie gemeente: We hebben de buurtindeling aangesloten bij de buurtindeling van het CBS. De gebiedstypen zijn gebaseerd op de Handreiking Groen in en om de Stad (GIOS) van het Rijk en de daaropvolgende gebiedstypen studie van Arcadis in opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Iedere indeling en methode kent zijn beperking. Het Noorderplantsoen en het Stadspark vallen beide als park in het geheel in één CBS buurt. In tegenstelling tot het Sterrenbos, waar het park onderdeel is van een grotere buurt. Om deze reden zijn het Noorderplantsoen en Stadspark in de uitwerking aangeduid als ‘park en buitengebied’ en onder andere de Sterrenbosbuurt ‘ruim en luw’. Deze indeling is richtinggevend, maar niet absoluut; bij de uitwerking kijken we altijd naar de specifieke context van een gebied. 5.

Bossen en Landelijk gebied Helaas beslaat het concept Bomenplan niet bossen en landelijk gebied. Onze ervaring is dat ook voor die gebieden opname in het Bomenplan noodzakelijk is. Reac e gemeente: Onze focus ligt op het vergroten van de boomkroonbedekking in bebouwde gebieden, waar de impact op de lee aarheid het grootst is. In het landelijk gebied en bossen zijn bomen ook belangrijk, maar spelen bomen en groen een andere rol zoals het bevorderen van biodiversiteit, voor sociale en produc eve func es en het versterken van landschappelijke structuren. Daarom vallen bomen in het landelijk gebied en bomen in parken grotendeels buiten de scope van dit plan als het gaat om het behalen van 30% kroonbedekking. 6. Ondergroei De ecologische waarde van ondergroei (struiken, dichte beplanting, heggen) als schuilplaats voor vogels en zoogdieren wordt wel genoemd (pag. 34), maar er wordt geen uitwerking aangegeven. Onze Singels bijvoorbeeld bevatten een brede middenberm met een prachtige laan van vnl. kastanjebomen, maar verder alleen kort gras en nauwelijks ondergroei (alleen krokussen e.d. in het voorjaar). Er is daardoor te weinig schuilplaats voor diverse vogelsoorten, egels en andere dieren. De waarde van ondergroei wordt te vaak niet gezien of juist negatief gewaardeerd in verband met zichtlijnen of sociale veiligheid.

Bij de uitvoering dient, volgens de nota, terecht gestuurd te worden op ecologische samenhang en biodiversiteit, maar dit aspect verdient in samenhang met het bomenplan meer uitwerking. Bij de inrichting van een gebied staan bomen niet op zich, maar ook andere elementen van een groene omgeving. 30

Reactie gemeente: De ecologische waarde van ondergroei komt onder andere terug in de acties : verbeteren van groeiplaatsen en het opstellen van een handreiking voor het biodivers inrichten van groeiplaatsen, waarbij ook wordt ingezet op de samenhang met onderbegroeiing.

7. Houtopstanden en APVG Afgelopen tijd zijn op meerdere plaatsen in de stad grote oppervlaktes houtopstanden inclusief bomen verwijderd. In de huidige APVG wordt alleen rekening gehouden potentieel monumentale bomen van 35 jaar en ouder die een goede levensverwachting hebben en met monumentale bomen van 50 jaar en ouder. Alle andere bomen in houtopstanden die jonger zijn dan 35 jaar, “zijn vogelvrij”. Als de gemeente bomen werkelijk op waarde wil schatten dan dient in de eerste plaats de APVG aangescherpt te worden om te voorkomen dat houtopstanden met bomen die niet (potentieel) monumentaal zijn, gekapt worden. Reactie gemeente: In Groningen zijn bomen beschermd via de APVG en bijbehorende beleidsregels. Voor bomen met een stamdiameter groter dan 20 centimeter (gemeten op 1,30 meter hoogte) is een kapvergunning nodig. Kleinere bomen vallen niet onder deze vergunningsplicht. Voor grotere beplantingsvakken geldt een aparte regel. Bij ruimtelijke ontwikkelingen kan een vergunning worden aangevraagd voor het verwijderen van zo’n houtopstand via een omkadering van het gebied. Daarbij moet duidelijk worden aangegeven welk gebied het betreft en hoeveel vierkante meter groen verdwijnt. Voor zulke projecten is een Boom Effect Analyse (BEA) verplicht. Deze analyse laat zien wat de gevolgen zijn voor het groen en hoe dit wordt gecompenseerd.

Als er monumentale of mogelijk monumentale bomen in het gebied staan, moeten die apart worden vermeld. Voor kleinere vakken (minder dan 100 m²) geldt de vergunningsplicht alleen voor bomen met een stamdiameter groter dan 20 centimeter. Het uitgangspunt van het Bomenplan is behoud van bestaande bomen en groeiplaatsen waar mogelijk. We herijken de APVG uiterlijk in 2027 om deze beter te laten aansluiten op de ambitie van meer kroonbedekking en biodiversiteit. 8. Kap Indien kap onvermijdelijk is dan dient dit ten minste gecompenseerd te worden met gelijke BKO en/of BKV. Reac e gemeente: Bij ruimtelijke ontwikkelingen geldt herplantplicht naar boomkroonvolume. Als hier niet aan voldaan kan worden dan moet er financieel gecompenseerd worden door een stor ng in het groencompensa efonds. Als het niet gaat om een ruimtelijke ontwikkeling dan geldt een 1 op 1 herplantplicht. Hierbij kan in uitzonderlijke gevallen worden afgeweken van de herplantplicht, bijvoorbeeld als er sprake is van een te kleine tuin voor het formaat boom.

31

9. Nieuwe bomen Nieuwe bomen in de stad, worden vaak opgekweekt in zg. “boompotten”(vergrote bloempotten) zoals in de Grunobuurt of ondergrondse groeiplaatsen zoals op de Grote Markt. Deze vormen geïsoleerde eilandjes en dragen amper bij aan de verhoging van de biodiversiteit. Bomen in combinatie van struiken en kruiden dienen zowel boven- als ondergronds veel meer de ruimte te krijgen om uit te groeien tot een volwaardig ecosysteem. Reac e gemeente: Waar mogelijk kiezen we in de eerste plaats voor volwaardige groeiplaatsen die ruimte bieden voor bomen, struiken en ander ondergroei. Op loca es met veel gedeelde func es, zoals de Grote Markt, is dit niet al jd haalbaar. Daar zorgen bomen in ondergrondse construc es toch voor schaduw en verkoeling. Biodiversiteit wordt versterkt via andere groene inrich ng. 10. Specifieke bomen IVN Groningen-Haren pleit voor het specifiek bomen planten die van belang zijn voor de ontwikkeling van ectomycorrhiza-vormende paddenstoelen, zoals eik, beuk, populier en berk. Reac e gemeente: We erkennen het belang van schimmels en bodemleven voor een robuust ecosysteem. Het Bomenplan schrij geen specifieke boomsoorten voor, maar bij soortkeuze en inrich ng van groeiplaatsen houden we rekening met de ecologische samenhang, biodiversiteit en klimaatadapta e, afgestemd op de ruimtelijke context.

In de handreiking voor het biodivers inrichten van groeiplaatsen besteden we aandacht aan de samenhang tussen bomen, struiken, ander vegeta e en schimmelnetwerken.

11. Groene alternatieven Het doel van 30% BKO is niet overal haalbaar. Dit in verband met soms dichte bebouwing en aanwezigheid van kabels, buizen e.d. Wel wordt het planten van bomen ook boven kabels in bepaalde gevallen mogelijk. Het is realistisch om te stellen dat het planten van bomen in een versteende omgeving niet altijd mogelijk is. Jammer is dat de nota geen aandacht geeft aan het creëren van alternatieven, met name verticaal groen (gevel begroeiing), geveltuintjes en groene daken. Juist op versteende plaatsen, waar bomen niet geplant kunnen worden, kunnen geveltuintjes, gevelbegroeiing en groene daken uitkomst bieden. Niet alleen de biodiversiteit is ermee gediend, ook het welbevinden van mensen door natuurlijke, vriendelijke uitstraling en verkoeling. We constateren dat vooral groene gevels nog weinig of geen aandacht krijgen in het gemeentelijk beleid, in de architectuur, bij woningbouwprojecten en bij vernieuwing van bestaande wijken.

32

Reac e gemeente: Dit plan richt zich op bomen, omdat dit nog een hiaat was in het bestaande Groenplan. We erkennen dat 30% boomkroonbedekking niet overal haalbaar is, zoals ook benoemd in het plan (p. 33). Waar bomen niet mogelijk zijn, ze en we in op alterna even. In het Groenplan Vitamine G en de Klimaatagenda is hier aandacht voor. In onze communica e benadrukken we het brede belang van groen, inclusief alterna even waar bomen niet mogelijk zijn. Daarnaast s muleren we inwoners via de subsidieregeling voor klimaatadapta e om gevelgroen en groene daken toe te passen. 12. Compensatie voor minder BKO De ondergrens van 30% BKO kan niet voor elke buurt worden gehaald. Dat zou volgens het concept gecompenseerd dienen te worden met ander functioneel groen. Dit zou dan gaan om zeker 55% aan groen. Op welke manier is dat dan wel haalbaar en wordt hier dan ook een plan voor gemaakt? Reac e gemeente: Het streven naar 30% boomkroonbedekking blij rich nggevend, maar wordt benaderd met realisme én met de inten e om waar nodig func oneel groen als volwaardig alterna ef in te ze en. Daarbij sluit het Bomenplan aan bij Europese richtlijnen: de Natuurherstelwet stelt dat 10% kroonbedekking aanvaardbaar is wanneer 45% ander klimaatgroen aanwezig is, zoals groene daken en gevelbegroeiing.

Voor deze alterna even is nu geen apart plan, maar bij de gebiedsgerichte uitwerking kijken we gericht naar wat per buurt mogelijk is om een groene, klimaatbestendige omgeving te realiseren. 13. Oude bomen Het Bomenplan benadrukt bomen die bijdragen aan een groeiend BKO. Maar ook oude, langzaam groeiende bomen hebben een grote ecologische waarde, bij voorbeeld als leefgebied voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Wij zouden graag zien dat (monumentale) bomen betere bescherming krijgen. Reac e gemeente: We delen de opva ng dat oude en langzaam groeiende bomen een grote ecologische waarde hebben. Het Bomenplan benadrukt behoud en bescherming van bestaande bomen en groeiplaatsen (ac elijn 1, paragraaf 4.1). Monumentale bomen krijgen extra bescherming via de APVG en bijbehorende beleidsregels. Daarnaast werken we volgens de Herijking Zorgplicht Bomen, waarin ecologische waarde en levensduur leidend zijn. Er is dus geen wijziging nodig; dit aspect is al verankerd in beleid en uitvoering. 14. Verankering groen beleid in organisatie De afgelopen periode zijn er vele gemeentelijke groen-beleidsnota’s verschenen, zoals Vitamine G, GES, Landschapsbiografie, SWING, Beleidskader Natuurinclusief bouwen, Kadernota Stadspark, Agenda voor het landelijk gebied, Hunzevisie, kadernota Stadspark, Nota zandwegen, etc.

Al die groene beleidsnota’s moeten in de praktijk, de uitvoering en het beheer worden geïmplementeerd en ook nog geïntegreerd: Dat betekent voor met name Stadsbeheer, maar ook voor Stadsontwikkeling, grote veranderingen. De ervaring van de afgelopen tijd leert dat er tussen beleid en uitvoering grotere gaten zijn ontstaan. Onze zorg voor deze gaten hebben we, samen met de Natuur- en Milieufederatie Groningen, al eerder kenbaar gemaakt in het Gemeentelijke Natuuroverleg. 33

Wij pleiten voor meer geïntegreerde aandacht voor de groene verankering in de gehele gemeentelijke organisatie en ook bij aparte werkorganisaties (=op afstand van de gemeentelijke organisatie). Reac e gemeente: Hier hebben we aandacht voor. Daarom is dit bomenplan een samenwerking tussen de afdelingen Stadsontwikkeling en Stadsbeheer. Ten aanzien van de overgang naar waardengestuurd beheer (SWING) houden we rekening met een meerjarig transi eproces omdat geïnvesteerd moet worden in kennisontwikkeling en in het werven van voldoende geschoold personeel. Ook de afstemming tussen beheer, ontwikkeling en andere direc es vraagt meer aandacht en inzet. 15. Ecologen Voor het opstellen en voorbereiden van al die vele groene beleidsnota’s werken er bij Stadsontwikkeling vele ecologen. Bij Stadsbeheer werkt slechts één ecoloog. De doorvertaling van al dat beleid naar de uitvoering vergt naar onze mening meer inbreng van ecologische kennis en ervaring bij Stadsbeheer. Reactie gemeente: We begrijpen het belang van ecologische kennis in de uitvoering. Binnen de gemeentelijke organisatie werken ecologen van Stadsontwikkeling al mee aan projecten van Stadsbeheer en geven advies bij uitvoering. Het Bomenplan borgt dit via integrale samenwerking (actielijn 3), waarbij kennisdeling tussen beleid en uitvoering structureel plaatsvindt. 16.

Participatie Het aan de voorkant betrekken van bewoners en organisaties bij planvoorbereiding en beheer is vaak niet meer dan een formaliteit. De hoge verwachtingen in de gemeentelijke participatienota (‘s) worden nog lang niet gehaald Hooguit blijft het bij het ‘ophalen van wensen’ zoals de gemeente het zelf noemt. Samen met betrokken partijen en burgers plannen maken, zoals in de participatienota staat, is nog ver weg. Dit leidt tot wantrouwen, juridische procedures en WOO-verzoeken, wat niet alleen schadelijk is voor de beeldvorming, maar ook extra kosten en vertragingen veroorzaakt. Het zou goed zijn om in het Bomenplan en het bijgevoegde Actieplan de participatie duidelijker en transparanter op te nemen. Reac e gemeente: Par cipa e is een belangrijk uitgangspunt van het Bomenplan. De Urban Forest Master Plan methode is juist bedoeld om bewoners en organisa es ac ef mee te nemen in de planvorming. Daarom zijn vertegenwoordigers van bewonersorganisa es en groene partners vanaf het begin betrokken en is het concept breed gedeeld. Tegelijker jd moeten we als gemeente het algemeen belang en gezondheid meewegen, wat soms leidt tot keuzes die niet voor iedereen wenselijk zijn. Par cipa e is niet volledig geconcre seerd in het plan, omdat dit per buurt verschilt en verder wordt uitgewerkt in samenwerking met corpora es, WIJ-teams en lokale bewonersini a even.

Zo sluiten we aan bij bestaande buurtgroenplannen en organiseren we par cipa e op maat.

34

17. Prioriteit 1 of 2 In het Actieplan worden bij alle activiteiten een prioriteit (1 of 2) aangegeven. Wat die 1 of 2 betekent is niet aangegeven. Reactie gemeente: Dat klopt. De prioriteitskolom in de actielijst had niet opgenomen moeten worden. Deze was verwijderd op de eerste pagina, maar hierbij zijn we de opvolgende pagina’s van de actielijst vergeten. De prioritering staat in de dashboards en daarbij is ook de uitleg opgenomen. We verwijderen de prioriteitskolom uit de actieagenda. 18. Kaarten Kaartmateriaal is moeilijk te interpreteren, b.v. afbeelding 4, pag. 41. Bij boomkroonbedekking per woonbuurt is het verschil tussen “0-5% van totaaloppervlak” niet te onderscheiden van “Buurt met een andere functie dan wonen of werken”. Reactie gemeente: Klopt, dit passen we aan. De legenda en kleurcontrasten worden verbeterd zodat de categorieën duidelijk te onderscheiden zijn. 19. Tekst De tekst op pag. 42 is niet consistent: ‘De gemeente Groningen bezit 26,7% van het totale gemeenteoppervlak, terwijl 73,3% in par culier eigendom is. Om weloverwogen keuzes te kunnen maken over te nemen maatregelen, is het belangrijk om zowel de verhouding tussen openbaar en privaat eigendom (al het eigendom dat niet van de gemeente Groningen is) als de kroondekking op beide type gronden in kaart te hebben.

Uit de groenanalyse blijkt dat private gronden een boomkroonbedekking van 8,9% hebben, tegenover 16,3% voor het stedelijke openbare gebied. Op private gronden in het stedelijk gebied geldt dat 45,8% van de oppervlakte uit groen bestaat. Dit betre alleen grassen en struiken in tuinen. Het percentage bomen in private tuinen betre 8,9%.” Het oppervlak van de gemeente dat in eigendom van de gemeente is, is mede op aangeven door ons, behoorlijk teruggebracht. We zijn benieuwd hoe nu de 26,7% is onderbouwd. De onderstreepte tekstgedeelten zijn strijdig. Reactie gemeente: Het benoemde percentage van 26,7% sluit aan op de groenanalyse van Terra Nostra uit 2023. We begrijpen dat de tekst verwarrend is. We verduidelijken de tekst op pagina 42. 20. Onderschriften Onderschriften bij foto’s en afbeeldingen kloppen niet altijd: b.v. op pag. 33: ‘De groene zand- en fietspaden in de buurt van Haren zijn een favoriete bestemming voor inwoners van de omgeving’. Bedoeld zal zijn: ….. voor veel stadjers en inwoners van de wijde omgeving. Ook b.v. op pag. 42 is het onderschri verwarrend: ‘Het percentage resterende percentage is dus de boomkroonbedekking in private ruimte.’ ?? Reac e gemeente: We kunnen ons vinden in deze opmerking. We passen de onderschri en op pagina 33 en 42 aan op basis van het voorstel. 35

6. Zienswijze Bewonersorganisa e Rivierenbuurt Groningen Als bewonersorganisatie Rivierenbuurt Groningen zouden wij en veel bewoners graag zien dat bij het weghalen van bomen wegens ziekte of andere redenen er niet gewacht wordt met herplant tot de hele straat aan de beurt is, maar er tussentijds standaard een andere kleine boom of struik komt ter opvulling van het groen (tenzij bewoners zich opwerpen voor een eigen invulling). Nu moet er soms jaren tegen een lege plek aan worden gekeken. Stadsbeheer belooft in gesprekken wel dat zij aan vervanging zal doen, maar in de praktijk gebeurt dit al jaren niet. Graag zouden we zien dat dit onderdeel wordt van het beleid in plaats van dat wij hier steeds zelf achteraan moeten. Reac e gemeente: We begrijpen de wens om lege plekken na het verwijderen van bomen snel op te vullen. Het huidige beleid richt zich op herplant, maar vaak wordt dit gekoppeld aan herinrichtingsprojecten om e iciëntie en kwaliteit te waarborgen. Helaas kunnen we niet alle straten in één keer aanpakken, ook vanwege beschikbare middelen. Dit kan inderdaad betekenen dat vervanging soms langer duurt.

7. Zienswijze S ch ng Landelijk Gebied Haren We hebben kennisgenomen van het aangepaste Bomenplan Groningen, concept (1e edi e). Het doel om meer bomen in bebouwde gebieden te plaatsen vinden we lovenswaardig. Ook wij vinden hoe meer bomen en groen des te beter. Talrijke onderzoeken beves gen dat bomen en groen een goed effect op het welbevinden van mensen hebben. In z’n algemeenheid vinden we het Bomenplan ambi eus. Het straalt maakbaarheid uit. Echter, we weten niet hoe het klimaat zich gaat ontwikkelen en hoe bomen zich daarin zullen houden. Meebewegen en koesteren wat er nog is en uitbreiden waar dat mogelijk is, lijkt ons vooral op z’n plaats. Als je afgelopen jaren ziet hoe moeizaam een nieuwe boom zich ontwikkelt en hoeveel (soorten) bomen (jong en oud) het loodje hebben gelegd. Onze dank spreken we uit voor de zorgvuldige beantwoording op onze zorgen, vragen en opmerkingen van onze reac e d.d. 16 maart 2025 op het voorgaande concept Bomenplan 2025. Ook over het aangepaste Bomenplan 2025, concept (1e edi e) en de beantwoording op onze reac e hebben we nog steeds zorgen, vragen en aanbevelingen.

Dat betre voornamelijk: 1) Discrepan e tussen gemeten resultaten en waarneming; 2) Impact klimaatverandering op bomen; 3) Boomkroonbedekking urban èn rural; 4) Vergelijking met eerder verzamelde gegevens; 5) In planvorming behoud van bomen verplicht; 6) Enkele opmerkingen; Beknopte samenva ng.

36

1)Discrepan e tussen gemeten resultaten en waarneming Onze grootste zorg is nog steeds de zichtbare verslechtering van boomkronen zowel in het landelijk gebied van Haren als binnen de bebouwde gebieden. Zoals we in onze reac e van 16 maart 2025 al schreven zien we dat sinds 2019 de boomkronen in toenemende mate transparanter worden, je ziet steeds meer lucht door de boomkronen heen. Het van oudsher dichte bladerdak, dat als een deken boven wegen en bospaden hing, is er niet meer. De verslechtering van de boomkronen betre zowel oude als jonge bomen. Opmerkelijk is dan ook dat in het Bomenplan staat dat de boomkroonbedekking in de gemeente toeneemt (p41). O zich is dat niet zo vreemd, want inherent aan bomen is dat takken/twijgen groeien en stammen dikker worden, niet voor niets is snoeien noodzakelijk om compacte boomkronen te krijgen/houden. De boomkroonbedekking zegt niet alles over de dichtheid (kwaliteit) van boomkronen. De gesignaleerde discrepan e hee naar onze mening te maken met het feit dat uitgegaan wordt van alleen boomkroonbedekking, dat is dus exclusief de boomkroondichtheid en -volume. Het lijkt erop dat door het niet meten van de dichtheid en volume van de kroon, de toenemende verslechtering van boomkronen is gemist.

Ook uit de literatuur over boomkroonbedekking is op te maken dat de kroondichtheid en -volume bij boomkroonbedekking doorgerekend moet worden om een goed beeld te krijgen van het formaat en de waarde van de boom. Voor het vaststellen van het boomkroonoppervlak zijn de verschillende versies van AHN2 (2009), AHN3 (2019) en AHN4 (2022) (Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN), h ps://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ ) gebruikt. Tussen deze versies van deze hoogteviewer zijn opmerkelijke verschillen. Met AHN2 (2009) kun je nog maar beperkt inzoomen, het wordt snel onscherp. In de resolu e van AHN3 (2019) is veel verbeterd en in die van AHN4 (2022) nog weer meer. Als je de boomkronen in AHN3 (2019) en AHN4 (2022) met elkaar vergelijkt dan kun je bij veel bomen/boomgroepen zien dat al in 2022 er meer transparan e in bomenkronen is ontstaan, dus minder kroondichtheid. Ook zie je dat er nogal wat bomen gesneuveld zijn. Vooral de visualisa e DSMSta sch (terrein met objecten zoals bomen en panden) van AHN3 en AHN4 geven daarvan een aardig beeld. In hoeverre de hogere resolu e van AHN4 in de observa e een rol speelt is niet met zekerheid te zeggen. Volgens de planning moet AHN5 nog dit jaar beschikbaar komen. Wellicht is in deze versie de verslechtering van boomkronen duidelijker te zien.

SLGH: We pleiten ervoor dat het meten van de boomkroonbedekking inclusief boomkroondichtheid en -volume gebeurt, zodat er geen discrepan e meer is tussen remote (AHN) meten en zichtbaar waarnemen. Ook schouwen van boomkronen en gegevens van de bomen over de afgelopen vijf/zes jaar zouden kunnen bijdragen om een beter beeld van de kroondichtheid en -volume te krijgen.

37

Reac e gemeente: Het Bomenplan hanteert boomkroonbedekking (BKO) als maatstaf, omdat dit op buurtniveau momenteel het meest betrouwbaar en toepasbaar is, ook voor par culiere bomen. De doelstelling van 30% BKO in 2075 is gebaseerd op wetenschappelijke onderbouwing en vormt een rich nggevend doel. Het Normins tuut Bomen hee een methode ontwikkeld om BKO door te rekenen naar boomkroonvolume (BKV). De gemeente Groningen was betrokken bij onderzoek naar de samenhang tussen de Landelijke Bomennorm (sturen op boomkroonvolume) en de groennormen uit de Handreiking GIOS (sturen op boomkroonbedekking) en hoe deze op straat- of buurtniveau kan worden toegepast. Op dit moment zien we nog geen meerwaarde om BKV structureel te meten, vanwege grote varia es tussen jaargangen. We volgen deze ontwikkeling nauwgezet en sluiten niet uit dat BKV in de toekomst aanvullend wordt gebruikt, bijvoorbeeld bij bouwprojecten of kapvergunningen. Voor monitoring op lange termijn blij BKO de meest stabiele indicator. Daarnaast is ook het boomkroonvolume voor dezelfde periode in beeld gebracht; dit laat een s jging van circa 5% zien tussen 2019 en 2022.

2) Impact klimaatverandering op bomen Al jaren is bekend dat de klimaatverandering met bijbehorende verdroging van de bodem over de hele linie veel doet met bomen. Ook in verschillende hoofdstukken van het Bomenplan wordt klimaatverandering genoemd en is te lezen wat het effect daarvan op bomen en bodem is. Zo wordt op p19 aangegeven dat de meeste bomen moeite hebben met langdurige droogte en sterk wisselende grondwaterstanden en dat dat hun condi e en weerstand vermindert. Op p35 staat dat bij groeiplaatsen bodem en water sturend zijn. Op p49 wordt droogte bij oorzaken van verminderde condi e van bomen genoemd, helaas is die niet opgenomen in de opsomming. Je zou verwachten dat in hoofdstuk 4 (Wat gaan we doen) ook wordt ingegaan op het risico van verdroging voor bomen en welke onderzoeken, experimenten of maatregelen daarvoor in gang worden gezet. Dat is niet het geval. Pas op p60 (4.3.3. Samenwerken met andere overheden) is te lezen dat de gemeente Groningen de invloed van klimaatverandering en de impact van droogte op de kwaliteit van bomen en groen gaat onderzoeken. Ook in andere groene nota’s zijn geen maatregelen te vinden. Alleen in het provinciale programma Transi e Landelijk Gebied (Deelgebiedsplan Gorecht, Toekomst Landelijk Gebied Groningen, programma Transi e Landelijk Gebied) worden maatregelen en ini a even genoemd.

SLGH: De klimaatverandering met de verdroging van de bodem hee in de landelijke en bebouwde gebieden voor menig boom zichtbaar gevolgen. Het lijkt ons dan ook opportuun dat de aanpak van dit probleem al in het begin van het Bomenplan prominent aan de orde komt (en niet pas op p60). Tevens dat daarbij aangegeven wordt op welke wijze dat gaat gebeuren en de planning ervan. Sinds 2024 en 2025 kun je in het landelijk gebied overal zien dat de gemeente Groningen de waterafvoer verbetert: er worden sloten verdiept, duikers vrijgemaakt, waterpu en lager aangelegd, enz. Dat vinden we van groot belang. Daarentegen is tot op heden geen enkele maatregel genomen noch onderzoek in gang gezet om regenwater beter vast te houden, terwijl in vele publica es te lezen is hoe belangrijk dat is voor de levensvatbaarheid van bomen. Het zou niet misstaan als in het Bomenplan een aantal experimenten en maatregelen worden genoemd om het regenwater beter vast te houden, m.n. op de Hondsrug en op de flanken ervan.

38

Reac e gemeente: Ten jde van het schrijven van het bomenplan is een verkenning gedaan naar de effecten van droogte door klimaatverandering. De eerste resultaten beves gen het vermoeden dat veel bomen gevoelig zijn voor droogte en poten eel risico lopen op uitval. Er zijn echter veel factoren die invloed hebben op het werkelijke risico. Om hier beter op te kunnen sturen, is aanvullend onderzoek nodig. Dit onderzoek en mogelijke (pilot) maatregelen wordt verder uitgewerkt in onze klimaatagenda. Bij de ac e Groeiplaatsverbetering is droogte onderdeel van de bredere analyse: waarvoor zijn de bomen kwetsbaar, waar liggen kansen voor verbetering en bij wie?

3) Boomkroonbedekking urban èn rural Het doel van het Bomenplan is om in 2075 minimaal 30% boomkroonoppervlak in de gehele gemeente te hebben. Pas op p33 is te lezen dat dit doel alleen geldt voor bebouwde gebieden en niet voor het landelijk gebied en parken. Ook wordt niet aangegeven dat dat te maken hee met het karakter, de iden teit, waarde en func e van het landelijk gebied (en parken). Vervolgens wordt op p34 duidelijk gemaakt dat voor het landelijk gebied wel dezelfde voorwaarden gelden als voor bebouwde gebieden. SLGH: Voor het landelijk gebied (en parken) is het doel om het boomkroonoppervlak tot minimaal 30% niet aan de orde. Wel is de instandhouding van het boomkroonoppervlak (uitgaan van peildatum 2019) van groot belang. We vragen ons af waarom dat geen uitgangspunt is in het Bomenplan. In dat geval zou ook het boomkroonoppervlak van het landelijk gebied (en parken) gemonitord kunnen worden en indien nodig maatregelen worden getroffen. Door dezelfde systema ek te hanteren voor zowel bebouwde als voor landelijke gebieden (en parken) kan het Bomenplan gaan gelden voor alle bomen en het groen, als totaalplan, zoals wethouder Mirjam Wijnja zegt in het voorwoord. Ook wordt het daarmee veel logischer dat de voorwaarden (p34) ook voor het landelijke gebied opgaan.

Verder zou dan ook passend zijn om de onder tel van het Bomenplan uit te breiden met rural: Een Urban èn Rural Forest Master Plan. Verder pleiten we ervoor dat in Bomenplan wordt opgenomen dat het aanzicht van bomen langs wegen, in parken en groenstructuren in het landelijk gebied gehandhaafd blij en waar mogelijk versterkt wordt en dat verjonging daarop afgestemd blij (zie o.a. Bomenbeleidsplan Haren, 2010). Ook zien we graag dat als uitgangspunt wordt opgenomen dat als er een boom/bomen in een bomenrij uitvalt, onmiddellijk de andere bomen worden beschermd. Dit is met name van belang bij beuken omdat die geen zon op hun stam kunnen verdragen. Langs de Zuidlaarderweg is op twee plekken te zien hoe desastreus dat uitpakt. Reac e gemeente: Het Bomenplan richt zich op bebouwd gebied; daar geldt de doelstelling van 30% boomkroonbedekking. Voor parken en landelijk gebied monitoren we de boomkroonbedekking wel, maar we geven hier nu geen sturing aan. Als blijkt dat de kroonbedekking afneemt dan kunnen we daar eventueel maatrelen tegen nemen. Het plan is flexibel en maatregelen/ac es kunnen worden aangepast op basis van nieuwe inzichten. Dat neemt niet weg dat instandhouding van het huidige boomkroonoppervlak in deze gebieden van groot belang is. Wij zullen dit toevoegen aan de tekst over het landelijk gebied op pagina 33.

A ankelijk van de soort moeten we soms bomen beschermen tegen zonnebrand. Dat is onderdeel van ons boombeheer en nemen we daarom niet op in het Bomenplan. 39

4) Vergelijking met eerder verzamende gegevens Op p35 is te lezen dat gegevens worden verzameld over de kwaliteit (algehele staat, condi e, vitaliteit, mogelijke gebreken en factoren als kleine groeiplaatsen) en op p57 dat een tool wordt ontwikkeld waarmee per situa e een toekomstbeeld van de boomkronen kan worden gevisualiseerd. SLGH: We zijn van stellig mening dat het verzamelen van gegevens niet vanaf 0 moet gebeuren, maar vanaf de afgelopen vijf/zes jaar. Door dit te doen kan over een langere periode inzichtelijk worden wat de effecten van de klimaatverandering op het boomkroonoppervlak en de boomkroondichtheid is. Voor 2019 waren de bomen nog in een goede condi e. Reac e gemeente: We erkennen dat historische data waardevol is voor trendanalyses, bijvoorbeeld om effecten van klimaatverandering inzichtelijk te maken. Op pagina 35 beschrijven we wat nodig is om zicht te hebben op de kwaliteit van ons bomenbestand, niet op wat er al is. Waar mogelijk benu en we bestaande gegevens, maar in sommige gevallen zijn we a ankelijk van meer recente gegevens. 5) In planvorming behoud van bomen verplicht Op een aantal pagina’s is te lezen dat het Bomenplan een Beleidskader is en een bouwsteen in het omgevingsprogramma. In de Bijlagen van het Bomenplan punt 3 wordt over integrale afweging van bomen met projecten gesproken.

Echter ook daarmee blij het behoud van bomen nog steeds vrijblijvend, dus niet verplichtend. SLGH: Er zijn in de gemeente oneindig veel voorbeelden te zien dat economische en maatschappelijk belangen boven het behoud van bomen gaan, bij iedere ontwikkeling leggen de bomen als eerste het loodje. Zelfs monumentale. In het voorwoord van het Bomenplan zegt wethouder Mirjam Wijnja: ‘Bomen zijn investeringen in de toekomst waarvan de waarde niet in geld is uit te drukken.’ Laat dit dan ook zo zijn. Laat het uitgangspunt van de gemeente zijn: bij ieder (nieuw) plan/project niet de bomen kappen, maar bomen inpassen in plannen, zodat ze behouden blijven. Tijdens de planvorming moet die verplich ng al worden meegenomen. Ons dringende verzoek is dan ook dat deze verplich ng als uitgangspunt opgenomen wordt in het Omgevingsplan en de Omgevingsvisie. Bomen zijn goed voor ons aller welzijn. Reac e gemeente: Het uitgangspunt van het Bomenplan is behoud van bestaande bomen waar mogelijk. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is een Bomen Effect Analyse (BEA) verplicht, waarin het inpassen van bomen in plannen centraal staat. Alleen wanneer behoud niet haalbaar is, wordt gekeken naar compensa e. De meeste gevallen waarin bomen zijn gekapt voor nieuwe ontwikkelingen dateren van vóór dit college en vóór het vastleggen van het huidige beleid waarin het belang van bomen zwaar weegt.

6) Enkele opmerkingen: Verrassend om een aantal keer in het Bomenplan te lezen dat ‘de gemeente steeds groter wordt’ of ‘de gemeente groeit’. SLGH: Naar ons idee ontbreekt in het Bomenplan een evalua e over wat in de huidige werkwijze goed werkt en niet goed werkt/beter kan. 40

Reac e gemeente: Die analyse hebben we niet uitvoerig uitgewerkt in dit plan, maar was wel een belangrijk onderdeel hiervan. Met als resultaat het bomenplan zoals het er nu ligt. P11 en p47: Een flexibeler vervangingsbeleid van bomen (APVG). SLGH: Dit baart ons zorgen. Houdt dit in dat het nog makkelijker voor de gemeente wordt om bomen te kappen? Juist in deze jd van klimaatverandering is het belangrijk om (zo lang mogelijk) te behouden wat er (nog) aan bomen is, ook al doen ze het wat minder goed. . Reac e gemeente: Het doel van een flexibeler vervangingsbeleid is niet om het kappen van bomen makkelijker te maken. Het gaat erom dat we bomen die nog niet volgroeid zijn, maar niet meer verder groeien en geen bijdrage leveren aan vergroening, biodiversiteit of klimaatadapta e, kunnen vervangen door gezonde bomen in een goede groeiplaats. Uitgangspunt blij dat bestaande bomen zo lang mogelijk behouden worden. Dit principe is verankerd in het Bomenplan en de APVG. P42: De gemeente Groningen bezit 26,7% van het totale gemeenteoppervlak. SLGH: Dit percentage lijkt ons erg hoog. Graag aangeven wat als gemeenteoppervlak daarin is meegenomen, zodat duidelijk wordt hoe dit percentage berekend is. . Reac e gemeente: 26,7% van de totale grondoppervlakte van de gemeente Groningen (circa 19801 hectare) is in eigendom van de gemeente.

Het overige is het grondeigendom van inwoners, bedrijven, Prorail, Rijkswaterstaat etc.

P47: A eelding 9, Shannons Diversity Index. SLGH: Het Noordlaarderbos hee tussen de 20 en 30 soorten bomen. In dat aantal zijn de varia es niet meegeteld. Graag aanpassing van de kleur van het Noordlaarderbos op het kaartje. Reac e gemeente: De analyses ten aanzien van de soortendiversiteit kunnen we alleen uitvoeren op basis van de gegevens over onze eigen bomen. Dit is niet duidelijk. We verduidelijken dit in de bijschri van a eelding 9 op pagina 46.

41

P57: De gemeente Groningen gaat inwoners en organisa es inspireren en faciliteren om bij te dragen aan het behouden en aanplanten van bomen. SLGH: Graag aangeven hoe dat gaat gebeuren, welke afdeling dat gaat dat doen en of de resultaten ervan geëvalueerd/gemeten worden. Reac e gemeente: Het Bomenplan is een langetermijnvisie voor 50 jaar en gee daarom geen gedetailleerde uitwerking per wijk. Hoe inwoners en organisa es worden geïnspireerd en gefaciliteerd, werken we uit op maat in de uitvoering, omdat elke buurt en situa e anders is. In het Ac eplan is opgenomen dat Stadsontwikkeling hiervoor verantwoordelijk is, uiteraard in samenwerking met Stadsbeheer. Het resultaat wordt zichtbaar in de toename van boomkroonbedekking, al duurt het enige jd voordat dit meetbaar is. p59: Samenwerken met groene organisa es en stakeholders. SLGH: Graag aangeven welke organisa es en stakeholders dat zijn, ook welke gemeentelijke afdeling daarvoor verantwoordelijk is en of en hoe burgers over de gespreksonderwerpen worden geïnformeerd. Reac e gemeente: In het Ac eplan staat ook beschreven wie verantwoordelijk is per ac e. In de prak jk zullen we de meeste ac viteiten in samenwerking tussen beide afdelingen uitvoeren, maar we hebben wel een eindverantwoordelijker/aanjager aangewezen.

Beknopte samenva ng - We constateren dat er discrepan e is tussen de remote (AHN) gemeten toename van het boomkroonoppervlak en de zichtbare waarneming van de verslechtering van boomkronen. Door ook de boomkroondichtheid en -volume in het meten van het boomkroonoppervlak mee te nemen, zou deze discrepan es kunnen worden voorkomen. - Graag zouden we het probleem van de klimaatverandering met verdroging bodem voor bomen en mogelijke experimenten en maatregelen prominenter en in het begin in het Bomenplan opgenomen willen zien. - Het landelijk gebied en de parken lenen zich niet voor het doel om minimaal 30% boomkroonbedekking te bereiken. Wel is voor het landelijk gebied (en parken) de instandhouding van het boomkroonoppervlak (peildatum 2019) van groot belang. Als dit uitgangspunt wordt, zou in de onder tel van het Bomenplan het woord rural toegevoegd kunnen worden. Daarmee wordt in een oogopslag duidelijk dat het Bomenplan voor alle bomen in de gemeente geldt. - Het baart ons zorgen dat een flexibeler vervangingsbeleid (APVG) wordt voorgestaan. Het behouden en beschermen van bomen, ook al doen ze het minder, zou uitgangspunt moeten zijn. - We constateren dat een evalua e van het huidige werkwijzen ontbreekt. Vertrekpunt daarvan zou naar onze mening moeten zijn: wat goed werkt handhaven en wat niet goed of onvoldoende werkt wijzigen.

Ook zouden we graag zien dat de gegevens die verzameld gaan worden te vergelijken

42

-

zijn met gegevens van vijf/zes jaar geleden. Dit verzoek wordt vooral ingegeven door het feit dat de effecten van klimaatverandering op bomen zo’n vijf/zes jaar geleden al begon. Verder vragen we ons af of een dergelijk allesomva end Bomenplan in de prak jk uitvoerbaar kan zijn. Bij (nieuwe) projecten/plannen delven bomen al jd het onderspit. Ons dringende verzoek is dat al jdens planvorming het behoud van bomen ingepast wordt. We hopen dat in het defini eve bomenplan onze zorgen, vragen en aanbevelingen worden verwerkt.

8. Zienswijze S ch ng Heermoes en Zevenblad S ch ng Heermoes en Zevenblad* steunt het Bomenplan Groningen als inspirerend en belangrijk voor een groenere, klimaatbestendige stad. Voor een realis sche en duurzame uitvoering missen echter enkele cruciale punten. 1. Beheer en budget De beoogde 30% kroonbedekking levert grote ecologische winst op, maar vraagt ook meer beheer. Naarmate bomen groeien, nemen bladval, zaadverspreiding en takbreuk toe, met risico op verstoppingen (riool) en gladheid, vooral in de binnenstad. Om het huidige onderhoudsniveau te behouden, is structurele uitbreiding nodig in personeel, materieel en budget. In het plan ontbreekt aandacht voor deze beheeropgave en financiële borging. Reac e gemeente: Het onderhoudsniveau van groen, bestra ng, straatmeubilair en andere objecten in de openbare ruimte wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld. In woonwijken geldt voor het onderdeel ‘schoon’ meestal niveau C (ma g), terwijl in de binnenstad niveau A (goed) wordt gehanteerd. Dit BORG-niveau bepaalt hoeveel inzet nodig is. Niet alle extra bomen komen in verharding te staan, waardoor we verwachten dat de extra onderhoudsinzet beperkt blij en binnen de huidige begro ng kan worden opgevangen. 2. Boomvolume als beleidsmaat Naast kroonbedekking verdient ook boomvolume een vaste plaats in beleid en monitoring.

Volume zegt meer over werkelijke groene massa en verkoelingscapaciteit, vooral in gebieden met beperkte ruimte. Wij adviseren om boomvolume structureel te betrekken bij aanplant, beleid en budge ering.

43

Reac e gemeente: Het Bomenplan hanteert boomkroonbedekking (BKO) als maatstaf, omdat dit op buurtniveau momenteel het meest betrouwbaar en toepasbaar is, ook voor par culiere bomen. De doelstelling van 30% BKO in 2075 is gebaseerd op wetenschappelijke onderbouwing en vormt een rich nggevend doel. Het Normins tuut Bomen hee een methode ontwikkeld om BKO door te rekenen naar boomkroonvolume (BKV). De gemeente Groningen was betrokken bij onderzoek naar de samenhang tussen de Landelijke Bomennorm (sturen op boomkroonvolume) en de groennormen uit de Handreiking GIOS (sturen op boomkroonbedekking) en hoe deze op straat- of buurtniveau kan worden toegepast. Op dit moment zien we nog geen meerwaarde om BKV structureel te meten, vanwege grote varia es tussen jaargangen. We volgen deze ontwikkeling nauwgezet en sluiten niet uit dat BKV in de toekomst aanvullend wordt gebruikt, bijvoorbeeld bij bouwprojecten of kapvergunningen. Voor monitoring op lange termijn blij BKO de meest stabiele indicator. 3. Circulair gebruik van biomassa Bladval en snoeiafval zijn grondstoffen, geen afval. Het plan zou een helder circulair kader moeten bieden voor lokale verwerking en hergebruik. Wij adviseren:  lokale verwerking van schoon bladmateriaal  scheiding van vervuild straatblad  beperking van transportafstanden  voorkoming van vervuilde compoststromen (zoals bij Stainkoeln).

 De gemeente moet kwaliteitsnormen (zoals Keurcompost A) hanteren en bronscheiding  toepassen om vervuiling met zwerfvuil en/of microplas cs te voorkomen. Zo krijgt de circulaire ambi e van het UFMP geloofwaardige invulling. Reac e gemeente: Dit onderwerp valt buiten de scope van het Bomenplan, dat zich richt op behoud, aanplant en kwaliteit van bomen. Het verzoek over circulair gebruik van biomassa leggen we neer bij de afdeling die verantwoordelijk is voor beleid en uitvoering van Circulariteit. 4. Communica e over ecologisch beheer Het (gedeeltelijk) laten liggen van blad is ecologisch waardevol: het versterkt bodemleven en boomgezondheid. Dit vraagt om duidelijke communica e, omdat een natuurlijker straatbeeld soms als ‘onverzorgd’ wordt gezien. Goede uitleg en par cipa e vergroten begrip en draagvlak. Reac e gemeente: Wij zijn het eens met deze reac e. Voor een deel communiceren wij hier al over via onze verschillende kanalen en middelen, maar dit zullen we ook blijven doen en uitbreiden.

44

5. Urgen e en uitvoeringstempo De voortdurende evalua e in het plan is waardevol; wij adviseren deze te blijven uitbreiden en nieuwe technologieën te omarmen. Het UFMP gaat momenteel lineair rich ng 30% boomkroondekking, terwijl stedelijke opwarming exponen eel toeneemt. Dit vraagt om vroeg jdige, stevige investeringen in aanplant om het uiteindelijke effect op verkoeling, lee aarheid en kroonbedekking te realiseren. Het huidige klimaat maakt het onzeker welke soorten bomen lang meegaan, waardoor samenstelling en aantallen regelma g moeten worden aangepast. Nauwe samenwerking met kwekers en externe experts is daarom essen eel. Het plan mag dit sterker benadrukken, inclusief de implica es voor het huidige en toekoms ge budget. Reac e gemeente: Het Bomenplan is een dynamisch beleidskader. We herijken periodiek op basis van nieuwe inzichten en technologieën. De doelstelling van 30% boomkroonbedekking blij rich nggevend, maar we sturen adap ef: bij veranderende klimaatomstandigheden passen we soortkeuze en aantallen aan. Samenwerking met kwekers en experts is onderdeel van de uitvoering zoals beschreven in paragraaf 4.3.2. De ac es tot en met 2030 zijn gebaseerd op beschikbare middelen. Als blijkt dat de groei onvoldoende is, herijken we het ac eplan en zoeken we naar aanvullende middelen. 6. Herkomst van bomen Het plan vermeldt niet waar nieuwe bomen vandaan komen.

Wij pleiten voor lokaal of regionaal gekweekte, biologisch geteelde bomen uit NoordNederland of aangrenzende regio’s. Dat beperkt CO₂-uitstoot, voorkomt ziektes en bevordert lokale aanpassing. De gemeente kan hiervoor samenwerken met regionale kwekers of een eigen kwekerij ontwikkelen. Ook uitheemse, klimaatrobuuste soorten zouden bij voorkeur regionaal worden gekweekt.

Reac e gemeente: We erkennen het belang van biologisch en regionaal gekweekt plantmateriaal. De gemeenteraad hee hierover op 17 juli 2024 de mo e ‘Gifvrij, iedereen blij’ aangenomen. Deze mo e is verwerkt in ons beleid: vanaf september 2025 worden bloembollen, kruidenma en en -mengsels gifvrij ingekocht, en vanaf 2028 herzien we de raamovereenkomst voor bomen, heesters en vaste planten om strengere eisen op te nemen. Tot die jd werken we met leveranciers die minimaal PlanetProof-gecer ficeerd zijn. Het opze en van een eigen gemeentelijke kwekerij vraagt om specialis sche kennis, geschikte grond en een zeer grote schaal om aan onze diversiteit en volumes te voldoen. Dit is op dit moment niet realis sch. Daarom ze en we vooral in op de samenwerking met bestaande kwekerijen en onderzoeken we hoe we als gemeente de markt kunnen s muleren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5414/documents/91556