CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Bomenplan Groningen inspraaknota.pdf

gemeenteraad 28 januari 2026, gemeente GroningenBij agendapunt: 6a: Bomenplan Groningen (raadsvoorstel 10-12-2025)22.200 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

45

9. Zienswijze dhr. Oei - allergoloog (op persoonlijke tel) 1. Inleiding Als allergoloog onderschrijf ik het belang van stedelijk groen voor klimaatadapta e, lee aarheid en biodiversiteit. Ik waardeer dat in de recente versie van het Bomenplan meer aandacht is voor gezondheid en allergie — een duidelijke verbetering ten opzichte van het eerdere concept. Toch blij de wetenschappelijke onderbouwing van dit onderdeel beperkt en worden sommige conclusies onjuist geïnterpreteerd of onvoldoende genuanceerd weergegeven. 2. Onjuiste en onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing In het plan wordt verwezen naar “Zurhake & Zurhake (2025)”; dit betre een journalist van de NOS en geen wetenschappelijke publica e. Daarnaast wordt verwezen naar een Fins onderzoek waaruit zou blijken dat contact met natuur het risico op allergie verlaagt. Dat onderzoek (Hanski et al., PNAS, 2012) maakte deel uit van het zogenoemde biodiversity hypothesis-programma. De studie beschreef dat kinderen die in contact kwamen met diverse microbiele omgevingen (bosgrond, planten, bodemorganismen) een rijker huid- en darmmicrobioom hadden en minder allergische ontstekingsreac es vertoonden. Het betrof echter een breder volksgezondheidsprogramma, waarin ook aandacht was voor: • verbeterde astma-zorg in de eerste lijn, • rookpreven e, • beperking van luchtvervuiling, • en s mulering van buitenspelen en gezonde leefs jl.

De auteurs concludeerden niet dat meer bomen planten op zichzelf leidt tot minder allergie. De gegevens laten juist zien dat de soortensamenstelling bepalend is: blootstelling aan hoge concentra es allergeen pollen (zoals van berk of els) verhoogt juist het risico op klachten.Daarbij is relevant dat in Finland de prevalen e van berkenpollenallergie (≈ 25–30 %)ruim tweemaal zo hoog is als in Nederland (≈ 10–12 %), terwijl in zuidelijke landen als Portugal de prevalen e < 2 % bedraagt (D’Amato et al., Allergy, 2007).Het aanplanten van meer berken of elzen zal daarom naar verwach ng niet leiden tot minder, maar tot meer allergische klachten. 3. Huidige situa e: hoge aanwezigheid van allergene boomsoorten Volgens Tabel 2 van het Bomenplan bestaat circa 9 % van het gemeentelijke bomenbestand (ongeveer 11 000 bomen) uit hoog-allergene soorten: de ruwe berk (Betula pendula) en de zwarte els (Alnus glu nosa). Deze soorten produceren miljarden pollen per boom per seizoen en behoren tot de belangrijkste veroorzakers van hooikoorts, astma-exacerba es en voedselgerelateerde kruisreac es in Noordwest-Europa. De bestaande oververtegenwoordiging van deze soorten impliceert dat verdere aanplant niet wenselijk is vanuit volksgezondheidsperspec ef.

Bij toekoms ge herplant en bijstelling van de Groninger Bomenlijst verdient het aanbeveling om de GGD of andere publieke gezondheidsinstan es structureel te betrekken, zodat gezondheidsaspecten — waaronder pollenallergie — even zwaar wegen als ecologie en klimaatadapta e. 4. Gezondheidseffecten en maatschappelijke impact 46

Boompollen van berk en els veroorzaken niet enkel hooikoorts, maar ook astmaexacerba es, verminderde arbeidsproduc viteit en kruisreac eve voedselallergieen (bijv. appel-, hazelnoot-, wortel- of sojavariant), die in sommige gevallen kunnen leiden tot anafylaxie. Volgens het RIVM en NRC bedragen de maatschappelijke kosten van hooikoorts in Nederland circa € 3 miljard per jaar aan zorg- en produc viteitsverlies (RIVM 2019; NRC 2018). De gezondheidslast van boompollen vormt daarmee een relevante volksgezondheidsfactor die in stedelijk groenbeleid integraal moet worden meegenomen. 5. Pollenproduc e en drempelwaarden Een volwassen ruwe berk (Betula pendula) produceert gemiddeld 1 – 5 × 10⁹ pollen per seizoen (Helander & Savolainen, Grana, 1997). Een volwassen zwarte els (Alnus glu nosa) produceert naar scha ng 2 – 8 × 10⁹ pollen per seizoen (Damialis et al., Science of the Total Environment, 2017; Šaulienė et al.,Aerobiologia, 2014). Gezamenlijk produceren deze circa 11 000 bomen in Groningen 2 × 1013 – 7 × 1013 pollen per jaar (20 – 70 biljoen pollen). Klinische onderzoeken tonen aan dat allergische symptomen bij gevoelige personen optreden vanaf 30–50 pollen/m3, en dat vrijwel alle pa enten klachten ontwikkelen bij ≥ 50 pollen/m3 (D’Amato et al., Allergy, 2007; Ran o-Leh maki et al., Aerobiologia, 1991).

De huidige boomverdeling veroorzaakt dus reeds een aanzienlijke pollenbelas ng die ruim boven de symptoma sche drempel ligt. Elke nieuwe aanplant van een berk of els betekent miljarden extra pollen per seizoen die aan de stedelijke lucht worden toegevoegd, met directe gevolgen voor de gezondheid van inwoners met een pollenallergie. 6. Langetermijnbelang van soortkeuze De keuze van een boomsoort bepaalt de gezondheidseffecten voor meerdere genera es: bomen staan decennialang, terwijl het verwijderen van volwassen allergene soorten maatschappelijk en ecologisch ongewenst is. Investeren in laag-allergene soorten is daarom een preven eve maatregel die structureel bijdraagt aan een gezondere stedelijke leefomgeving. 7. Keuze van boomsoorten: balans tussen biodiversiteit en volksgezondheid Veel ecologen waarderen berken en elzen als zogenoemde waardplanten die een belangrijke rol spelen in de stedelijke biodiversiteit. Die ecologische waarde wordt erkend, maar biodiversiteit mag niet prevaleren boven volksgezondheid wanneer soorten aantoonbaar grote hoeveelheden allergeen pollen produceren. Een gezonde stad vereist een evenwicht tussen ecologie en gezondheid. Het s muleren van laag-allergene, bij voorkeur inheemse alterna even is goed te combineren met biodiversiteit. Bij elke herplant of nieuw aanplantproject moet de allergeniteit van boomsoorten expliciet worden meegewogen.

Zo wordt niet alleen de ecologische, maar ook de medische duurzaamheid van het bomenbestand versterkt. 8. Conclusie en aanbevelingen 1. Schrap niet-wetenschappelijke verwijzingen: Verwijder journalis eke bronnen zoals Zurhake & Zurhake (2025) uit het plan. 47

2. Corrigeer interpreta e van het Finse onderzoek: Verwijs compact naar het onderzoek van Hanski et al. (PNAS, 2012) en benadruk dat dit onderdeel was van een breder gezondheidsprogramma, niet van een aanplantbeleid. 3. Voeg een paragraaf toe over gezondheid en prevalen e allergie: Beschrijf expliciet de volksgezondheidsimpact van allergene boomsoorten en de gescha e prevalen e van pollenallergie in Groningen (10–15 % van de bevolking). 4. Betrek de GGD structureel: De GGD dient ac ef betrokken te worden bij het bomenbeleid en bij de Groninger Bomenlijst om gezondheid even zwaar te laten wegen als ecologie. 5. Beperk verdere aanplant van allergene soorten: Vermijd uitbreiding van Betula pendula en Alnus glu nosa; gebruik laag-allergene alterna even zoals beschreven in het Bomenkompas (LUMC). 6. Slotopmerking: Deze zienswijze is opgesteld op persoonlijke tel, op basis van mijn medische en wetenschappelijke deskundigheid als allergoloog. Mijn werkgever, DC Klinieken, is niet betrokken bij deze zienswijze en hee geen enkel belang bij de aanplant of beperking van specifieke boomsoorten binnen de gemeente Groningen. Referen es (APA 7e edi e) • Damialis, A., Traidl-Hoffmann, C., Treudler, R., Mosges, R., Menzel, A., & Bergmann, K.-C. (2017). Climate change and pollen allergies. Science of the Total Environment, 599–600, 209–224.

h ps://doi.org/10.1016/j.scitotenv.2017.04.008 • D’ Amato, G., Cecchi, L., Bonini, S., Nunes, C., Annesi-Maesano, I., Behrendt, H., Liccardi, G., Popov, T., & Van Cauwenberge, P. (2007). Allergenic pollen and pollen allergy in Europe. Allergy, 62(9), 976–990. h ps://doi.org/10.1111/j.1398-9995.2007.01393.x • Hanski, I., von Hertzen, L., Fyhrquist, N., Koskinen, K., Torppa, K., Laa kainen, T.,… Haahtela, T. (2012). Environmental biodiversity, human microbiota, and allergy areinterrelated. PNAS, 109(21), 8334–8339. h ps://doi.org/10.1073/pnas.1205624109 • Helander, M. L., & Savolainen, J. (1997). Birch pollen produc on, year-to-year varia on and distribu on. Grana, 36(5), 300–304. h ps://doi.org/10.1080/00173139709362611 • NRC (2018, 26 april). Hooikoorts kost ons drie miljard euro per jaar. h ps://www.nrc.nl/nieuws/2018/04/26/hooikoorts-kost-ons-drie-miljard-europer-jaara1600970 • Ran o-Leh maki, A., Koivikko, A., Kupias, R., Makinen, Y., & Pohjola, A. (1991). Significance of sampling height of airborne par cles for aerobiological informa on. Allergy, 46(1), 68–76. h ps://doi.org/10.1111/j.1398-9995.1991.tb00825.x • RIVM (2019). Hooikoorts en luchtkwaliteit. Rijksins tuut voor Volksgezondheid en Milieu. h ps://www.rivm.nl/hooikoorts • Šaulienė, I., Veriankaitė, L., Šukienė, L., & Kainulainen, S. (2014). Annual varia on of airborne pollen in Lithuania: Betula and Alnus genus.

Aerobiologia, 30(1), 1–12. h ps://doi.org/10.1007/s10453-013-9312-5 • LUMC (2021). Bomenkompas – Allergievriendelijke beplan ng. Leiden University Medical Center. h ps://www.lumc.nl/over-hetlumc/maatschappelijkerol/ bomenkompas/ • Gemeente Groningen (2024). Bomenplan Groningen (conceptversie).

48

Reac e gemeente: We zijn verheugd met deze inhoudelijk sterke zienswijze vanuit medisch perspec ef. De aandacht voor gezondheid en allergie sluit goed aan bij de verbreding van het Bomenplan, waarin gezondheid explicieter is meegenomen. We waarderen de onderbouwing en de sugges es voor verdere verdieping. Onderstaand geven we een reac e op de in de zienswijze opgesomde conclusie en aanbevelingen. 1. Schrap niet-wetenschappelijke verwijzingen De verwijzing naar Fins onderzoek is bedoeld als illustra e van bredere gezondheidsinzichten en is niet gebaseerd op een specifieke boomsoort of aanplantbeleid. De journalis eke bron is zorgvuldig gekozen en biedt maatschappelijke context. Er is daarom geen aanleiding om deze te schrappen. We hebben de bronvermelding aangepast zodat duidelijk is dat het om een nieuwsar kel gaat. 2. Corrigeer interpreta e van het Finse onderzoek Wij snappen dat het niet duidelijk in de tekst staat. We hebben de tekst aangepast zodat er geen verwarring is over dat er specifiek die soorten bomen is wat we willen aanplanten.

We verplaatsen deze zin “Tegelijker jd laat recent onderzoek in Finland zien dat contact met natuurlijk groen, zoals aarde en planten, het immuunsysteem van kinderen versterkt en het risico op allergieën en astma verlaagt” verplaatst naar het einde van de alinea en vervangen deze zin: “Dit pleit voor het versterken van natuurlijk groen op bijvoorbeeld schoolpleinen” voor deze: “Juist op plekken waar kinderen veel jd doorbrengen, zoals schoolpleinen, onderstreept dit het belang van een groene inrich ng, waarbij gezondheid vanuit meerdere invalshoeken wordt meegewogen.” 3. Voeg een paragraaf toe over gezondheid en prevalen e allergie Wij zijn van mening dat er met de paragraaf waar de zienswijze naar verwijst voldoende ingaat op allergeniciteit, vooral ook in verhouding tot andere onderwerpen. We hebben geprobeerd het bomenplan zo compact mogelijk te houden. 4. Betrek de GGD structureel De sugges e om de GGD structureel te betrekken bij soortkeuze en bomenbeleid onderschrijven we als rich nggevend voor verdere samenwerking tussen ecologie en volksgezondheid. Bij de totstandkoming van het bomenplan is de GGD uitgenodigd mee te denken. Wij hebben geen zienswijze ontvangen op het bomenplan, maar wel op het Omgevingsprogramma Groennormen. De gegeven input sluit aan bij deze zienswijze en nemen we mee in de verdere uitvoering.

De Groninger bomenlijst (bevat ook gegevens over mate van overlast en allergieën) en het Bomenkompas van het LUMC dienen als hulpmiddel voor het kiezen van boomsoorten bij de gemeentelijke projecten. 5. Beperk verdere aanplant van allergene soorten We leggen niet vast welke boomsoorten wel of niet mogen worden geplant. Wel nemen we allergeniciteit mee in de soortkeuze op plekken waar veel mensen samenkomen, zoals scholen, pleinen en zorginstellingen. Daarnaast adviseren we inwoners en professionals over geschikte soorten, onder andere via de Groninger Boomsoortenlijst. 49

10. Zienswijze Waterbedrijf Groningen De 3 punten m.b.t. bomen in rela e tot nutsvoorzieningen zoals genoemd in paragraaf 4.3 zouden we graag anders geformuleerd zien vanuit Waterbedrijf Groningen. Ons voorstel is onderstaand weergegeven: 1. We planten een boom terug op de plek waar een boom is verwijderd, hierbij houden we wel rekening met de bestaande ondergrondse infrastructuur. 2. We planten een boom op een nieuwe loca e. Hierbij houden we rekening met bestaande ondergrondse kabels- en leidingen. Waar mogelijk is oplossingsgericht maatwerk nodig, hierbij gaan we voor de maatschappelijk laagste kosten. 3. We planten bomen in het kader van een wijkvernieuwing of andere grootschalige aanpak. We benu en deze kans om de ondergrond integraal in te richten samen met nutspar jen waarbij er de mogelijkheid is om nieuwe werkwijzen te testen. Reac e gemeente: We waarderen de betrokkenheid van Waterbedrijf Groningen en de sugges es voor herformulering. De huidige tekst is bewust gekozen om de gemeentelijke uitgangspunten helder en consistent te houden binnen het bredere kader van het Bomenplan. We erkennen dat maatschappelijke kosten én baten meewegen: een groene, biodiverse en klimaatrobuuste leefomgeving levert aanzienlijke voordelen op voor gezondheid, lee aarheid en klimaatadapta e.

Hoewel we de tekst niet aanpassen, blijven we bij uitvoering zoeken naar maatwerk en integrale oplossingen in samenwerking met nutspar jen, zeker bij grootschalige ingrepen zoals wijkvernieuwing.

11. Zienswijze Ex nc on Rebellion Groningen Dit hee me geschokt, dat dit nu weer in het nieuwe plan komt! Niet kiezen voor een inheemse boom, is kiezen voor de kleur groen als natuur. In andere Gemeentes in Nederland kan het wel, alleen inheems kiezen. Door dit nu niet te doen, geef je een vrijbrief voor exoten plant. Heel erg zonde! Kies ecologisch groen! Kies andere kwekers er is wel genoeg! Er wordt weer gekozen voor eventuele plant van boom exoten. Er moet echt gekozen worden voor alleen inheems. Anders geef je een vrijbrief voor verkeerde beplan ng keuzes, dat is enkel de kleur groen planten. In andere Gemeentes in Nederland kan het wel, bijv. Leiden. Dit moet echt verandert worden, anders is er weer een plan wat vanaf het begin af aan al niet deugt. De werkelijkheid is ietwat genuanceerder? Inheems kan iets uitgebreid worden met ook nabij bestaand? Zuid Europa, een plataan bied niet veel voor biodiversiteit maar is wellicht beter bestand tegen hi e en droogte. Een bomenlijst is ook niet gezien, wie maakt deze? 50

Ik was een beetje te kort door de bocht en miste de nuance en dat is niet de manier. Daarom een bestand dat wellicht bij kan dragen bij de boomkeuzes. Er zijn meerdere bomenlijsten rond biodiversiteit die elkaar ook weer tegenspreken, (Ecologische bomenregister van Leiden, Groene Bomenlijst van Natuur en Milieu, bomentabel.nl) ik deel de eerste en hieronder een link naar een symposium op donderdag. Doe je best, doe het goede! h ps://bomentabel.nl/over-de-site/ Ondermeer van de WUR Universiteit Wageningen Waar ze meewerken in Leiden en meer steden in Nederland h ps://natuurenmilieu.nl/app/uploads/Groene-bomenlijst-2023-Natuur-Milieu.pdf Een beknoptere lijst, wat zijn gewoon goede bomen. Ik lees in dit plan geen betrokkenheid van een goede ecoloog. Groeiplaatsen van bomen worden verbetert door kleine "bosjes" te planten. Dit houdt in een boom met enkele struiken en/of lagere ecologische beplan ng. Ik zie niks staan over investeren in de medewerkers die het onderhoud doen. Dat is erg van belang. Ik zie mooie plaatjes, ik zie dat er veel werk is verricht, ik zie vooruitgang in uitgaan van boomkronen en investeren in bomen laten staan, i.p.v. stammen tellen. Ik zie een te kort aan adequate kennis om echt iets goed te doen voor biodiversiteit, natuur en dus de bewoners van de stad.

Reac e gemeente: We begrijpen de wens om uitsluitend inheemse soorten te gebruiken. Het Bomenplan kiest echter voor een bredere benadering: inheems hee de voorkeur waar dat ecologisch en ruimtelijk passend is, maar we sluiten niet uit dat ook soorten uit nabijgelegen klimaatzones worden toegepast. Dit is nodig om bomen te laten overleven in een warmer en droger klimaat en om de kroonbedekking op lange termijn te waarborgen. Bij de soortkeuze kijken we niet alleen naar biodiversiteit, maar naar het bredere geheel: hi estress, klimaatbestendigheid, intensief gebruik van openbare ruimte, onderhoud en beleving. Niet elk aspect van biodiversiteit hoe in elk plantvak aanwezig te zijn als het grotere geheel klopt. Ecologen zijn betrokken geweest bij het opstellen van het bomenplan. Dit zie je onder andere terug in ons voornemen om een handreiking voor het biodivers inrichten van groeiplaatsen op te stellen (ac e 11,). Daarnaast benoemen we soortendiversiteit als voorwaarde voor een gezonde boomkroonbedekking, de ecologische waarde van kruidenrijke graslanden en ecologische oevers en waarom daar juist geen bomen gewenst zijn en het uitgangspunt om dood hout te laten liggen waar dat verantwoord is. Daarnaast werken we samen met deskundige partners.

In de Groninger Bomenlijst waar wij mee werken, kun je op de waarden van bomen selecteren om zo tot een weloverwogen keuze voor de betreffende loca e te komen. Ook niet inheemse soorten bieden soms toch ecologische meerwaarde, bijvoorbeeld als drachtplant of nectarplant. We maken deze afwegingen zorgvuldig en transparant, met oog voor het algemeen belang en toekoms ge genera es.

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5414/documents/91556