Bijlage 5 Bijlagen bij de toelichting.pdf
Tekst van het document
6
Figuur 2.4. In het gebouw van de autogarage zijn kieren en gaten aanwezig die mogelijk ingangen vormen naar verblijfplaatsen van vleermuizen.
2.3.2 Overige zoogdieren Het voorkomen van verblijfplaatsen van de meeste overige beschermde zoogdiersoorten, zoals de boommarter, otter en waterspitsmuis, kan op voorhand worden uitgesloten op basis van verspreidingsgegevens (bron: NDFF) en habitateigenschappen (ontbreken grote boomholten en burgten, ruigten en geschikte, permanente wateren binnen de invloedsfeer). Uitzondering hierop is de steenmarter. De gebouwen in het plangebied zijn toegankelijk voor steenmarters, een soort die op basis van het habitat niet zomaar kan worden uitgesloten. Toch zijn er van deze soort geen sporen aangetroffen. De verwachting is dan ook dat er in de gebouwen binnen het plangebied geen steenmarters verblijven. Dit kan echter niet volledig worden uitgesloten, omdat sporen zich vaak in gebouwen zelf bevinden. Binnen het plangebied kunnen tevens andere lichter beschermde (vrijgestelde) zoogdiersoorten voorkomen, zoals de huismuis.
De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan niet op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten op vliegroutes en/ of foerageergebieden van vleermuizen binnen en/of vlak buiten het plangebied kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van steenmarters in het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Naar alle waarschijnlijkheid komen er tevens andere lichter beschermde zoogdiersoorten voor die onder deze vrijstelling vallen. Voor deze soorten geldt slechts de zorgplicht (zie Bijlage I).
7
2.4 Vissen, reptielen & amfibieën en ongewervelden Het voorkomen van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde soorten van de overige diergroepen kan op voorhand worden uitgesloten op basis van verspreidingsgegevens (NDFF) en habitateigenschappen. Door de afwezigheid van geschikt voortplantingswater in en buiten het plangebied, is het uitgesloten dat er in het plangebied beschermde amfibieën, vissen, mollusken of libellen(larven) voorkomen. Het voorkomen van andere beschermde ongewervelden kan worden uitgesloten, bijvoorbeeld op basis van de afwezigheid van waardplanten van beschermde vlindersoorten. Voor andere, meer algemene, (vrijgestelde) soorten die in het plangebied aangetroffen kunnen worden, zoals gewone pad of kleine watersalamander, geldt de zorgplicht (Bijlage I).
Het voorkomen van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten uit de overige diergroepen kan op voorhand worden uitgesloten. In het plangebied komen naar alle waarschijnlijkheid licht beschermde soorten voor, zoals verschillende soorten amfibieën. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling in geval van ruimtelijke ontwikkelingen, maar geldt wel de zorgplicht (zie Bijlage I).
2.5 Gebiedsbescherming Tijdens de bureaustudie zijn geen vormen van gebiedsbescherming naar voren gekomen die betrekking hebben op het plangebied. Het plangebied valt niet onder de EHS/NNN of Natura2000 en is niet aangewezen als ganzenfoerageergebied of weidevogelgebied.
Voor wat betreft het plangebied is er geen sprake van gebiedsbescherming.
2.6 Houtopstanden Als er een houtareaal wordt gekapt van meer dan 10 are (1000 m2) of een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom kan er sprake zijn van een meld- of herplantingsplicht. In het geval van de beoogde werkzaamheden worden er geen bomen gekapt. Hierdoor vallen deze werkzaamheden niet onder een meld- of herplantingsplicht.
8
Er is geen sprake van een meld- of herplantplicht, omdat er geen bomen worden gekapt.
3 SAMENVATTING EN CONCLUSIES 3.1 Overzicht beschermde soorten In onderstaand overzicht worden de aangetroffen en potentieel aanwezige beschermde soorten en hun beschermingsstatus binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden samengevat. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfsplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die vaste verblijfplaatsen in stand houdt. In dit overzicht zijn alleen die soorten opgenomen, waarvoor het plangebied onderdeel vormt van hun leefgebied en/of levenscyclus, en waarop eventueel in de toekomst geplande werkzaamheden van negatieve invloed kunnen zijn. Tabel 3.1 Overzicht van aangetroffen en potentieel voorkomende beschermde flora en fauna in het plangebied. Soortgroep
Soort
Aanwezigheid
Art. 3.1 Art. 3.5
Vogels
Algemene broedvogels
Mogelijk
X
Vogels
Gierzwaluw+ huismus
Mogelijk
X
Zoogdieren
Vleermuizen
Mogelijk
Zoogdieren
Steenmarter
Mogelijk
Divers
Divers
Ja
Art. 3.10
Vrijgesteld
X
X
Advies Werken buiten broedseizoen. Anders Broedvogelcheck Nader onderzoek verblijfplaatsen Nader onderzoek verblijfplaatsen. Voorkomen lichtuitstraling boven Reitdiep. Anders Nader onderzoek vliegroute
X
Nader onderzoek
X
Zorgplicht
3.2 Effectbespreking en aanbevelingen Het project kan naar ons inzien doorgang vinden, mits men zich houdt aan de hieronder volgende aanbevelingen.
3.2.1
Algemene broedvogels
Binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen vogels tot broeden komen waarvan de nesten alleen in de broedtijd beschermd zijn. We adviseren daarom om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt over het algemeen de periode van 15 maart-15 juli aangehouden. Afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden kunnen soorten echter eerder of later in het jaar tot broeden komen. Wat van belang is, is of er sprake is van een broedgeval. Zo ja, dan is deze altijd beschermd. Eventueel kan voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck worden uitgevoerd, zodat in delen van het plangebied waar geen verstoring op kan treden reeds tijdens het broedseizoen kan worden gewerkt.
3.2.2 Jaarrond beschermde nesten (gierzwaluw) Tijdens het veldbezoek zijn kieren en gaten in de autogarage aangetroffen die een verblijfplaats voor gierzwaluw kunnen vormen. Er wordt aanbevolen nader onderzoek uit te voeren om het voorkomen van verblijfplaatsen (nestlocaties) van gierzwaluwen binnen het plangebied vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Dit dient te gebeuren middels een onderzoek dat plaatsvindt aan de hand van drie avondbezoeken (conform datumgrenzen SOVON, begin juni tot half juli).
9
Indien er verblijfplaatsen van gierzwaluwen worden vastgesteld, dient er voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd.
3.2.3 Jaarrond beschermde nesten (huismus) Tijdens het veldbezoek zijn kieren en gaten in de autogarage aangetroffen die geschikte nestlocaties voor de huismus kunnen vormen. Er wordt aanbevolen nader onderzoek uit te voeren om het voorkomen van verblijfplaatsen (nestlocaties) van huismussen binnen het plangebied vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Dit dient te gebeuren middels een onderzoek dat plaatsvindt aan de hand van twee of vier bezoeken (conform datumgrenzen SOVON, begin april tot 20 juni). Indien er verblijfplaatsen van huismussen worden vastgesteld, dient er voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd.
3.2.4 Vleermuizen In het gebouw van de autogarage zijn kieren en gaten aangetroffen waarin verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig kunnen zijn. Omdat onder de Wet natuurbescherming alle verblijfplaatsen van vleermuizen beschermd zijn, adviseren we om de aanwezigheid van verblijfplaatsen in de loods uit te sluiten, dan wel vast te stellen. Dit dient te gebeuren middels een onderzoek dat plaatsvindt aan de hand van vier veldbezoeken, verdeeld over twee bezoeken in de kraamtijd (15 mei-15 juli) en twee bezoeken in de paartijd (15 augustus-1 oktober). De onderzoeksmethodiek is vastgelegd in het Vleermuisprotocol, opgesteld door het ministerie van EZ, Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging. Het Reitdiep vormt vlak buiten het plangebied waarschijnlijk een essentiële vliegroute en/of foerageergebied voor soorten als de meervleermuis. Door de bescherming die deze elementen dragen onder de Wet natuurbescherming, adviseren wij om negatieve effecten op de mogelijke vliegroute en/of foerageergebied boven het Reitdiep te voorkomen. We adviseren daarom om tussen zonsondergang en zonsopkomst lichtuitstraling van fel licht in de richting van het Reitdiep te voorkomen. Wanneer het voorkomen hiervan niet mogelijk is, bevelen wij nader onderzoek aan om het voorkomen van een essentiële vliegroute en/of foerageergebied vast te stellen, dan wel uit te sluiten.
Dit dient te gebeuren middels een onderzoek bestaande uit twee veldbezoeken (1 april-15 augustus) waarvan één veldbezoek in de kraamperiode (15 mei-15 juli) en eventueel één veldbezoek in de ochtend.
3.2.5 Steenmarter Het is niet uit te sluiten dat de steenmarter binnen het plangebied verblijft. Omdat de steenmarter in Groningen behoort tot de niet-vrijgestelde soorten is het van belang vast te stellen of er in het plangebied vaste verblijfplaatsen aanwezig zijn. We adviseren daarom om tijdens het nader onderzoek naar de aanwezigheid van verblijven van vleermuizen in het plangebied speciaal aandacht te besteden aan deze soort. Indien er tijdens dit nader onderzoek steenmarters worden waargenomen, dient te worden vastgesteld of deze in gebouwen binnen het plangebied verblijven. Zo ja, dan dient er voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd.
3.2.6 Zorgplicht Er kunnen enkele, meer algemene, soorten voorkomen in het plangebied waarvoor een vrijstelling geldt in geval van schade aan deze soorten (bv huismuis). Op deze soorten is de zorgplicht van toepassing. Deze kan tot uiting worden gebracht door zo te werken dat dieren de kans krijgen om te vluchten naar habitat buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden of dieren (zoals vrijgestelde amfibieën) naar een dergelijke habitat te verplaatsen.
10
Voor de voorwaarden waaraan de vrijstellingen moeten voldoen in het kader van de soorten waarvoor een vrijstelling geldt, wordt verwezen naar Bijlage I.
3.3 Overzicht vervolgstappen De uitvoering van voornoemde plannen kan zonder bezwaren doorgang vinden binnen de kaders van de vigerende natuurwetgeving, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Jaarrond beschermde nesten: Nader onderzoek aanwezigheid verblijfplaatsen huismus en gierzwaluw. Broedvogels : Werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart-15 juli). Is dit niet mogelijk? dan voor aanvang werkzaamheden broedvogelcheck uitvoeren. Vleermuizen: Nader onderzoek verblijfplaatsen. Hiernaast voorkomen lichtuitstraling richting Reitdiep. Is dit niet mogelijk? nader onderzoek vliegroute/foerageergebied Licht beschermde en vrijgestelde soorten: naleven van de zorgplicht.
11
4 LITERATUUR EN BRONNEN Literatuur Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (red), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Natuur van Nederland 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Bronnen internet Kaarten provinciale natuurbeheerplannen Bij12 https://flamingo.bij12.nl/pnl-viewer/app/PNLNatuurbeheerplan Kennisdocument Huismus Bij12 https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal Ravon http://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie Sovon https://www.sovon.nl/nl Synbiosys Alterra kaartenmachine Natura 2000-gebieden http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek.aspx Verspreidingsatlas planten FLORON http://www.verspreidingsatlas.nl/planten Zoogdiervereniging www.zoogdiervereniging.nl
12
BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING De wettelijke bescherming van natuurwaarden valt in grote lijnen uiteen in drie delen: soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden.
Wnb Soortbescherming De Wet natuurbescherming draagt onder andere zorg voor de bescherming van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten. De wet bevat een aantal verbodsbepalingen die ervoor moeten zorgen dat de gunstige staat van instandhouding van alle in het wild levende dier- en plantensoorten zal blijven gewaarborgd. De Wet natuurbescherming verdeelt beschermde soorten in twee groepen, de Europees beschermde soorten en de nationaal beschermde soorten. De eerste groep bestaat uit strikt beschermde soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (art. 3.1 en 3.5). De Vogel- en Habitatrichtlijn zijn richtlijnen van de Europese Unie waarin wordt aangegeven welke diersoorten en welke typen natuurgebieden door de lidstaten dienen te worden beschermd. In de tweede categorie staan de overige (nationaal) beschermde soorten (art. 3.10). Binnen de Wet natuurbescherming vullen Europese en nationale wetgeving elkaar aan. De Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) genieten een iets zwaardere bescherming dan de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). Zo geldt voor de nationale soorten geen verbod op het verstoren, iets wat wel het geval is bij de Habitatrichtlijnsoorten. Ook zijn de belangen waaronder ontheffing aangevraagd mag worden, voor de nationaal beschermde soorten uitgebreider dan voor de habitatrichtlijnsoorten.
Vogels en verstoring Voor alle inheemse vogelsoorten geldt dat het verboden is om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Ook is het verboden om vogels opzettelijk te storen. Dit is echter niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Dit kan dus ook tijdens het broedseizoen het geval zijn, als kan worden aangetoond of beargumenteerd dat de verstoring geen negatieve effecten heeft op (de kansen van) het broedsucces. Of dit van toepassing is hangt af van meerdere factoren, zoals de biologie van een soort, de fase van de broedtijd waarin het broedpaar zich op dat moment bevindt (zoals balts, nestbouw, eieren of jongen) en de mate van verstoring. Een ter zake kundige ecoloog kan in voorkomende gevallen bepalen wat wel of niet geldt als wezenlijke verstoring. In aanvulling op bovenstaande wordt er door de provincies een lijst met vogelsoorten gehanteerd, waarvan de nesten jaarrond bescherming genieten. Binnen deze categorie wordt onderscheid gemaakt in soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5).
Vrijgestelde soorten provincie Groningen Hoewel de Wet natuurbescherming een nationale wet is, kunnen de provincies (als de bevoegde gezagen) soorten aanwijzen die vrijgesteld kunnen worden van de beschermde status, als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de via de Verordening Wet natuurbescherming door de provincie Groningen vrijgestelde soorten (zoogdieren en amfibieën). De verordening van de Provinciale Staten van Groningen is te vinden op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-6952.html.
-1-
Tabel 1. Vrijgestelde soorten Verordening Wet natuurbescherming provincie Groningen.
Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ree Molmuis Ondergrondse woelmuis Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Woelrat
Amfibieën Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker
Voorwaarden vrijstellingen Zoals gezegd zijn de vrijstellingen onder het bevoegd gezag van de provincie Groningen, en zijn hiermee geen onderdeel van de Wet natuurbescherming zelf. De provincie heeft de soorten zoals die genoemd zijn in bovenstaande tabel niet zonder meer vrijgesteld, hier zijn voorwaarden aan verbonden. Ten eerste is het van belang dat er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is. Ten tweede gelden de vrijstellingen, niet in alle situaties. Deze zijn alleen van toepassing als de geplande werkzaamheden onder één van de volgende noemers vallen: a. in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. in het kader van bestendig beheer en onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. Ten derde is een aantal specifieke voorwaarden opgesteld (Bijlage I van de Verordening). Hierbij geldt dat indien sprake is van vangen of doden, alleen gebruik mag worden gemaakt van de in de verordening genoemde middelen en methoden.
Dit is vooral van toepassingen bij de vrijgestelde zoogdieren. Indien deze in winterslaap zijn en ze worden gevangen, dan moet alles er aan gedaan worden om ervoor te zorgen dat de overlevingskansen niet worden verminderd als gevolg van het vangen en verplaatsen. Voor amfibieën is het belangrijk te vernemen dat indien deze in winterslaap zijn, het niet is toegestaan ze te vangen (en verplaatsen). Indien bovengenoemde soorten voorkomen binnen een plangebied, is een ontheffing voor deze soort dus niet nodig.
-2-
Zorgplicht art 1.11 Wnb Echter, dit is niet nodig omdat nog steeds een inspanning wordt geleverd om deze soorten zo min mogelijk schade te doen, zoals is omschreven in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, meer algemeen bekend als de zorgplicht. Hoewel overtredingen niet strafbaar zijn gesteld, kan het uitvoeren van de zorgplicht wel worden gehandhaafd door toepassing van een bestuursdwang. Dat betekent dat de uitvoerende gedwongen kan worden herstelacties uit te voeren.
Wnb Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming houdt in dat gebieden met belangrijke natuurwaarden wettelijk zijn beschermd. Het gaat hierbij om het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en Natura 2000-gebieden.
Natura 2000-gebieden Projecten of activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor, of verband houden met, het beheer van de natuurwaarden van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) en mogelijk negatieve effecten hebben op deze waarden, dienen vanuit de Wet natuurbescherming getoetst te worden. Deze toetsing vindt enkel plaats in het geval de uitvoering van een project plaatsvindt binnen de invloedssfeer van een N2000-gebied en verwacht wordt dat deze uitvoering (mogelijk) negatieve effecten heeft op soorten of habitattypen waarvoor het N2000-gebied is aangewezen.
Wnb Houtopstanden De Boswet is in 2015 gewijzigd en per 1 januari 2017 opgenomen in de nieuwe Wet Natuurbescherming. Die wet zal op den duur weer (beleidsneutraal) in de Omgevingswet opgenomen worden. De voor gemeenten belangrijkste wijziging van de wet is de beperking in het stellen van regels ten aanzien van houtopstanden buiten de begrenzing zoals aangegeven op de kaart Begrenzing Bebouwde kom Boswet. Dit heeft effect op o.a. gemeentelijk kapbeleid. De provincie heeft, als bevoegd gezag, een provinciale verordening opgesteld voor de uitvoering van de Wet Natuurbescherming. Dat is in overleg met de Groningse gemeenten gedaan. De APV, afd. 3 Het bewaren van houtopstanden, oftewel de kapverordening, vormt de basis voor het nader uitgewerkte kapbeleid. Tevens zijn in de APV regels opgenomen ten aanzien van de Bomenlijst. De bescherming van arealen bos en houtopstanden valt dus onder de Wnb, mochten deze groter zijn dan 10 are (1000 m2) of bestaan uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom. De gemeente hanteert soms voor ‘buiten de bebouwde kom’ een andere begrenzing dan voor de Weg- en verkeerswet. Bij twijfel kan hierover bij de gemeente informatie worden aangevraagd.
Als de houtopstand groter dan 10 are is of bestaat uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom, dan is er een meld- en herplantingsplicht van hetzelfde areaal bos binnen drie jaar na het kappen hiervan. Niet alle boomsoorten vallen onder deze wetgeving. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd, indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd.
-3-
NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur Strikt genomen valt de EHS/NNN niet onder de Wet natuurbescherming aangezien dit bepaald wordt door de provincies en niet door het Rijk. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) maakt onderdeel uit van het rijksbeleid voor het creëren en vormgeven van een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De provincies krijgen echter zelf de gelegenheid om dit naar eigen inzicht zo goed mogelijk aan te wijzen, inrichten en beheren. Indien een ruimtelijke ingreep binnen de begrenzing van het NNN plaatsvindt moet een 'nee, tenzij' procedure worden doorlopen en zal bij doorgang van de ingreep in de regel compensatie en mitigatie noodzakelijk zijn.
-4-
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 66
Bijlage 4
Nader Onderzoek Wet natuurbescherming
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 67
Br i ef rap p ort a ge N a d er O n d er zo ek Fr i es es tra at we g 2 2 9 t/m 2 31 t e G ro ni n g en
Rho Adviseurs T.a.v. dhr. J. Posthu mus Druifstreek 72-C 8911 LH LEEUWARCEN
D a t um Kenm erk Pr oje c tn r . Bet re f t
29 oktober 2019 RHO-NOFRIE 19049 Nader onderz oek Wet natuurbeschermi ng – Friesestraatweg 229 t/m 231 te Groningen
Gea c ht e heer P os th u m us ,
BUREAU FAUNAX Badweg 40 B 8401 BL Gorredijk 0 5 13 - 4 3 5 0 2 4 info@faunax.nl www.faunax.nl
Op 1 mei jl . he b be n w e he t ver zoe k ge kr eg en om e c ol ogi s c h na der on der zoe k ui t te vo ere n na ar de aa nwe zi g hei d v a n j aar ro nd b es che r mde nes te n va n de h ui sm us en de gi erz wa lu w, ev e na ls ver b li jf p la at se n v a n vl eer mui ze n i n he t p la ng e bi ed Fri es est raa tw e g 22 9 t / m 231 t e G ro ni ng e n . Di t na der o nd erz oe k i s ui t gev oer d co nf or m d e s y ste ma ti e k va n he t Vlee rm ui s pr ot o co l 201 7 e n de i n ve n tari sa ti e p rot o co ll e n v a n B IJ1 2 . M i dde ls deze b ri ef no ti ti e wi l i k u gr aa g o p de h oo gt e bre n ge n va n de res ul ta te n va n di t o nd erz oe k .
Ti jd e ns h et na d er o nde rzoe k zi j n gee n ja arro n d bes ch erm de n es t e n v an de hui s m us e n gi e rzw al uw , gee n ver b li jf p la ats e n va n vl eer mui ze n e n ge en stee n mar te rs a an ge tr of fen . Ne ga ti e ve e ffe ct e n va n de vo or ge no me n wer kza am he de n op j aa rro nd b es che rm de ne st en en v er bli jf p laa tse n v a n vl eer mui ze n w or de n ui tg esl o t e n. Vo or de vo o r t ga n g v a n h et pro je c t be te ke n t di t , da t e r va nui t de W et na t u ur bes c her mi n g (Wn b) gee n ve rv ol gs ta p pe n no di g zi j n . Me t i na c ht ne mi n g va n ra nd vo orw aar de n be noe m d i n d e eco l ogi s c he qui c ks ca n (wer ke n b ui t en broe ds ei zoe n en n a lev en zo rg p li c h t, zi e ra p p or t 1 90 4 9) , k u n ne n de s lo o pwe rk zaa mhe de n do or ga n g vi n d en . I k hoo p u zo v ol do en de t e he b be n geï nfo rm eer d . U k u n t ui t era ar d a l ti j d m et vra ge n bi j o ns ter ec h t. Me t vri e n de li j ke gr oe t,
Ro bi n F o k ker B ure a u Fa u naX © Bureau FaunaX. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX (2019). Briefrapportage nader onderzoek Wet natuurbescherming Friesestraatweg 229 t/m 231 te Groningen, oktober 2019. Rapport 19049, Bureau FaunaX, Gorredijk. Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX, verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.
Br i ef rap p ort a ge N a d er O n d er zo ek Fr i es es tra at we g 2 2 9 t/m 2 31 t e G ro ni n g en
Methodiek H et v lee rm ui ze n o nde r zoe k heef t bes t aa n ui t een o nd erz oe k na ar de aa nwe zi g hei d va n ver b li jf p laa ts en e n i s ui t gev oer d co nf or m he t V le erm ui s pr o to co l 20 17 (Vle erm ui s va k ber aa d Ne twe r k Groe n e B ure a us & Zoo g di er vere ni gi ng , 20 17) . I n to ta al heef t di t o n der zoe k be staa n ui t ac h t o n der zo ek r o nd en ve rd ee ld ov e r de kr aam p eri o de ( 1 5 mei -1 5 ju li ) e n d e pa ar peri o de ( 1 5 a u gus t us - 1 o k to ber) , m e t e en mi ni ma le p eri o de va n 1 0 da ge n t usse n be zoe k en i n he tz elf de de el ge bi e d . Afh an k eli j k v a n d e so o rt ver b li j ve n vl eer m ui z en i n b ome n ( zoa ls ros se v lee rm ui s , wat er vl eer mui s , bos v le erm ui s e n fra nj es taar t) , i n ge bo uwe n (ge wo ne dwer g vl eer m ui s, l aa tv l i eger , mee rv lee rm ui s) of zo we l i n bo me n e n g ebo u we n (r ui ge dwer g vl eer m ui s, gr oo t oor vl eer mui s e n baa rd vl eer mui s ) . D e m ees te soor te n ma ke n ge br ui k v a n ee n n et we rk va n ve rb li j f pl aa tse n. Het o nd erz oe k heef t zi ch s pe ci fi e k geri c ht o p di e s oor te n wa arv a n ma g wo rd en aa nge n ome n da t ze i n ge bo uwe n (k u n ne n) ve rb li j ve n. A l le ro nd en z i jn o nd er gu ns ti ge weers oms ta n di g he de n ui tge vo er d.
Voor de d et ermi na ti e v an v lee rm ui ze n i s ge br ui k g em aa k t v a n e en ba t de te c tor va n he t ty p e D 240X Pe tt erso n me t op n ame a p par at u ur me t zow el he te ro dy ne a ls ver tra ag de o p na mem og eli j k he de n . De son ar ge lui de n zi j n gea na lys eer d me t ges pe ci a li see rde sof tw are ( p ro g ram ma ‘B a tso u nd ’) . Da ar naas t i s er ge b r ui k ge maa k t va n e en ve rre ki jk er e n een li c ht st er ke za kl am p . De o nd erz oe ke n na ar d e aa nw ezi ghei d va n ver bli jf p laa tse n va n gi e rz wal u we n e n hui s m usse n zi j n ui t ge v oer d co nfo rm de i n ve n tari s ati e pro to c ol le n va n B i j1 2. He t gi erz wa l uw on de rzo ek heef t bes ta a n ui t ee n t erri tori um k ar teri n g i n de pe ri o de t usse n 1 j u ni ( voo r d ez e da t u m zi j n n og ni et al le br oe dv oge ls aa nw e zi g) e n 1 5 ju li ( n a deze d at u m vli e ge n de jo ng en ui t) . H et pl an g ebi e d i s dri e keer o nd e rzo ch t , me t ee n t usse n li g ge nd e peri od e va n mi ni ma al ti en d ag en . Mi ni ma al éé n va n de on der zoe k ro nd en i s ui tg ev oer d t usse n 20 ju n i en 7 j uli , wa n neer de ka ns o p de aa nwezi g hei d v an j on g en he t gr oo ts t i s.
De v el db ezo ek e n v o nd en st eeds te ge n zo nso nd er ga ng pl aa ts ( over h et a lg eme en t uss en ci r ca 2 1 :00 e n 2 2 :30 ), w an n eer de ka ns o p he t i nv li e ge n v a n vo ge ls he t gr oo ts t i s. He t h ui sm uss en o n d erzo ek h eef t p laa ts ge vo n de n a an d e ha n d va n twe e o c ht en db ezo e ke n i n d e peri o de 1 a pri l - 1 5 m ei . B ei de o nd erz oe ke n zi j n z ov ee l m og eli j k o n de r g u ns ti ge we erso ms ta ndi g he de n ui t ge vo erd , bi j d ro o g weer en me t wei ni g wi nd . Ee n te l li ng bi j la n g du ri g k o ud e n na t weer i s zi nl oos ; de br o edv og el s zi j n d an e ld e r s of zi t te n s ti l o p he t n est . Het o nd erz oe k na ar ve rb li jf p la ats e n v a n d e s t een mar te r i s ti j de ns de be zoe ke n vo or he t v le er mui ze no n derz oe k ui t ge voe rd . Hi er bi j i s e xt ra aa nd ac h t bes tee d t a an d e aa nwezi g hei d v an d e s t een mar te r e n eve n t uee l ge dra g va n de s tee n m art er da t o p d e aa nwezi g hei d v an ee n ver b li jf p laa ts d ui dt .
Resultaten Het p l an ge bi e d i s o p v ersc hi ll e nde d at u ms be zo ch t on de r g oe de weers oms t a n di g he de n (ta be l 1. 1). Ti j de ns de on der zoe k e n zi j n ge en jaar ro nd bes c her mde nes te n va n de gi er zwa l uw of h ui smus aa n ge tr offe n . Te n ti j de va n de twe e bez oe ke n voo r he t vl eer mui ze no n derz oe k i n de p aar pe ri o de i s bei de ke re n ee n foera ge re nd e g ewo n e d wer gv lee rm ui s waar ge no me n a a n d e a c ht erzi jde va n Fri eses tra a twe g 23 1 o n der ee n a a n h et g eb ou w ge mo n te erd e la n taa r n. B i j de ve ld be zoe ke n zi j n e c h t e r g ee n ver b li jf p la ats e n va n vl eer m ui ze n vas t ges te ld . V er moe d wor dt , da t he t ver b li jf va n de w aar ge n ome n f oera ger e nde g ewo ne d wer gv lee rm ui s zi c h i n de o m li g ge n de ge bo uwe n b evi n dt . Te n ti j de n va n de be zoe k en vo or he t vl eer mui ze no n derz oe k zi j n gee n s te en ma rt e r s aa ng et roff e n.
Br i ef rap p ort a ge N a d er O n d er zo ek Fr i es es tra at we g 2 2 9 t/m 2 31 t e G ro ni n g en
Tabel 1.1.: Details veldbezoeken nader onderzoek vleermuizen .
On de rz oek Hui s mus Gi er zwa l uw
Vlee rm ui z en
Da t um 24 -a pr - 20 1 9 15 -mei -2 01 9 20- ju n -20 1 9 3-j u l- 201 9 15 -j u l- 201 9 24 -mei -20 1 9 20- ju n -20 1 9 03-se p- 20 1 9 18 -se p- 20 1 9
B egi n-ei n dti jd 10: 30 - 11 :30 09 :00 - 10 :00 21 :00 - 2 2 :30 21 :00 - 2 2 :30 21 :00 - 2 2 :30 03: 4 5-0 5 :4 5 22 :00 -00 :00 20 :20 -2 2 : 20 19 : 45 -2 1 :4 5
Zo n o p / on de r N. v .t . N. v .t . 22 :0 6 o n der 22 :0 5 o nd er 21 : 56 o nd er 05 :3 3 o p 22 :0 6 o n der 20 :2 4 o n der 19 : 49 o nd er
ver b li jf p laa ts en Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Vervolgstappen Op g ro nd v an he t ui t g evoe rd e na der o nd erz o ek k an d e a an wezi g hei d v a n j aar ro nd bes c her mde nes te n va n de h ui sm us en de gi e rzwa l uw , e ve na ls ver b l i jfp l aa tse n va n vl eer mui ze n e n de st ee nm ar ter o p de lo ca ti e Fri eses tra a twe g 22 9 t / m 2 31 wo rde n ui t ges l ot en . Na de re ve rvo l gst a p pe n zi j n ni e t va n toe p assi ng . H et v e rdi e n t de op mer ki n g da t er we l r eke ni n g geh o ud en di e n t te wor de n me t de z or g pli c ht e n de bro ed p eri o de va n vo ge ls w aar va n de n est en g een ja a rr on de b esc he r mi n g ge ni e te n , maar we l bes c her md zi jn ti jd ens d eze p eri o de zoa ls be n oem d i n ra p po rt 1 90 4 9 . Afh an k eli j k v a n d e so o rt en me te oro l ogi s c he oms ta n di g he de n loo p t de br oed p eri o de va n 1 5 m aar t to t 1 5 j u li . W an ne er hi er re ke ni n g m ee ge ho u de n w ord t k u n ne n de wer kza am he de n va n ui t ec ol ogi s c h pe rs pe cti ef do or ga ng vi n de n.
De aa nw ezi g hei d va n v erb li j fp l aa tse n va n vl e erm ui ze n e n s tee nm ar t ers e n jaar ro nd bes ch erm de n este n va n de h ui s mus e n gi er zwa l uw bi n ne n h et p la n ge bi ed ka n o p b asi s va n he t ui tg ev oer de na der o nd erz oe k w or d en ui t ges l ot en . Ui t voeri n g b ui t e n h et bro eds ei zo en : Ti j de ns de ui tv oeri n g v a n d e voo rg en om en wer k zaa mhe de n di e n t s le c hts r eke ni n g geh o ud en t e w ord en me t de z or g pli c h t e n de br oed pe ri o de va n vo ge ls waar va n de n est en g ee n jaar ro n de bes c her mi n g ge ni e te n , maa r w el b esc he rm d z i jn ti jde ns de ze p eri o d e. De ze pe ri od e loo p t gr ofwe g va n 1 5 m aar t to t 1 5 j u li .
Bijlage 5
Watertoets
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 71
datum 21-3-2019 dossiercode 20190321-34-20151
STANDAARD WATERPARAGRAAF Plan: Friesestraatweg 229-231
-----------------------------------------------------------------------------Algemene projectgegevens: Projectomschrijving: Het gaat om de ontwikkeling van een appartementencomplex met daarin 162 woningen aan de Friesestraatweg 229-231. Daarbij zal ook een halfverdiepte parkeergarage gerealiseerd worden. Oppervlakte plangebied: 9000 m2 Toename verharding in plangebied: Nee m2 Kaartlagen geraakt: Ja -----------------------------------------------------------------------------Aanvrager / initiatiefnemer: Naam: Stephany Lie Organisatie: Rho Adviseurs Postadres: Postbus 150 PC/plaats: 3000 AD Rotterdam Telefoon: 0102018623 Fax: E-mail: stephany.lie@rho.nl Gemeente Groningen Contactpersoon: Jan klok Telefoon: E-mail: jan.klok@groningen.nl -----------------------------------------------------------------------------Resultaten van deze Digitale Watertoets -----------------------------------------------------------------------------Dit plan heeft invloed op de waterhuishouding en/of raakt de belangen van het waterbeheer. Deze Uitgangspuntennotitie beschrijft de relevante wateraspecten op basis van geraakte kaartlagen en beantwoorde vragen. LET OP: Het doorlopen van deze digitale watertoets is geen aanvraag voor een Watervergunning. Onze conclusie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de (ruimtelijke) planvormingsfase.
U dient zelf na te gaan welke vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. -----------------------------------------------------------------------------Waterbeleid Noorderzijlvest
-----------------------------------------------------------------------------Juridisch kader In het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is het verplicht plannen te toetsen op wateraspecten. Het doel van de watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten . Missie Waterschap Noorderzijlvest staat voor veilig, voldoende en schoon water. Wij creëren hiermee een basis voor een gezonde en toekomstbestendige leef-, woon- en werkomgeving in Groningen en Noord-Drenthe. Vigerend beleid Het beleid van waterschap Noorderzijlvest is verwoord in het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 en in de Notitie Water en Ruimte 2013. Veilig, voldoende en schoon water Het waterschap ziet het zorgen voor veiligheid als één van de belangrijkste opgaven, nu en in de toekomst. In een snel veranderende omgeving als gevolg van klimatologische en demografische ontwikkelingen willen wij hier invulling aan geven. Een stijgende zeespiegel en meer en heviger afwisselende perioden van regen en droogte vragen om robuuste oplossingen. Ons regionaal watersysteem is een zoveel mogelijk natuurlijk functionerend watersysteem dat klimaatbestendig, veerkrachtig en gezond is.
Verder is dit watersysteem in staat om de belangen en functies die afhankelijk zijn van voldoende ecologisch gezond en schoon water zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn. Aanpassingen in het waterbeheer creëren een omgeving waar mens en dier op een gezonde wijze gebruik van kunnen maken. Het watersysteem is onlosmakelijk onderdeel van de bebouwde omgeving én het landelijk gebied. Uitgangspunten van het waterschap en alle betrokkenen bij het treffen van waterhuishoudkundige maatregelen zijn: Het vasthouden, bergen en afvoeren van water (trits: kwantiteit) Het schoon houden, scheiden en zuiveren van water (trits: kwaliteit) Borgen integrale afweging Provincies en gemeenten zorgen voor een integrale afweging en leggen deze vast in provinciale beleidsplannen en streekplannen, respectievelijk structuur- en bestemmingsplannen. -----------------------------------------------------------------------------Geraakte kaarten in plangebied: -----------------------------------------------------------------------------Regionale kering Het betreft hier een veiligheids- en beschermingszone rondom de regionale keringen. Deze beschermingszone geldt tot 4 m buiten het centrale deel van de waterkering. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient hier nadrukkelijk rekening mee gehouden te worden.
Bij nieuwe bestemmingsplannen dient deze zone te worden opgenomen (met een functieaanduiding) op de plankaart en in de regels. Voor het uitvoeren van werkzaamheden binnen de kern- en beschermingszone is een Watervergunning nodig. Meer informatie over Watervergunningen is te verkrijgen via vergunningen@noorderzijlvest.nl -----------------------------------------------------------------------------WATERADVIES Waterschap Noorderzijlvest -----------------------------------------------------------------------------Afvoer van riool- en hemelwater Grondwater Houdt bij nieuwe ontwikkelingen rekening met de drooglegging. Om grondwateroverlast te voorkomen kunt u werken met de volgende indicatieve droogleggingsnormen.
Drooglegging
Woningen met kruipruimte
1,30 m
Woningen zonder kruipruimte
1,00 m
Gebiedsontsluitingswegen
0,80 m
Erftoegangswegen
0,80 m
Groenstroken / ecologische zones 0,50 m Meer informatie kunt u vinden in paragraaf 5.3 Grondwater van de notitie Water en Ruimte 2013. -----------------------------------------------------------------------------SAMENVATTEND -----------------------------------------------------------------------------Op basis van de antwoorden op de vragen en geraakte kaartlagen volgt uit deze Digitale Watertoets dat een normale procedure gevolgd moet worden. Wij nemen hierover binnen twee weken contact met u op. Het kan zijn dat wij u extra informatie toesturen of een afspraak met u maken om de wateraspecten in uw plan toe te lichten. Mocht u aanvullende informatie hebben of nog krijgen met betrekking tot deze watertoets (schetsontwerpen, relevante documentatie etc.), raden wij u deze per mail op te sturen naar advies@noorderzijlvest.nl onder vermelding van de unieke code, te vinden aan het begin van deze notitie. Met de extra informatie kunnen we een nog beter passend advies geven over uw specifieke situatie. De beleidsdocumenten Water en Ruimte 2013 en het Waterbeheerprogramma 2016-2021 zijn te benaderen via de volgende links: https://www.noorderzijlvest.nl/producten/plannen-beleid/water-ruimte-notitie https://www.noorderzijlvest.nl/producten/plannen-beleid/waterbeheerprogramma Voor meer informatie over het watersysteem in uw plangebied kunt u terecht op: https://geo.noorderzijlvest.nl.
U vindt hier het beheerregister van het hele oppervlaktewatersysteem met stromingsrichtingen en kunstwerken en de ligging van primaire- en regionale keringen. Er is ook informatie over de afvalwaterketen zoals RWZI s, rioolpersleidingen en rioolgemalen te vinden. Bij eventuele vragen kunt u eveneens contact opnemen met het waterschap Noorderzijlvest via het telefoonnummer 050-304 8911 of via advies@noorderzijvest.nl De uitkomst van deze Digitale Watertoets is 1 jaar geldig. ------------------------------------------------------------------------------
-----------------------------------------------------------------------------www.dewatertoets.nl
Bijlage 6
Onderzoek waterhuishouding
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 75
VERKENNEND ONDERZOEK Waterhuishouding Dykstaete
Reitdiep Groningen 72201905 Definitief Vazet Realisatie B.V. 20-1-2020
Opdrachtgever
Vazet Realisatie B.V.
Contactpersoon Telefoon Email
Bert de Leeuw 06-52629418 bdleeuw@vazet.nl
Datum Status
20-1-2020 Definitief
Projectcode
72201905
Opsteller Controleur Datum
J. Neumann K. Blankenvoort 20-1-2020
Stegehuis Infra Advies | Ontwerp | Projectmanagement
Zutphenstraat 28 7575 EJ Oldenzaal +31 (0)541 769 057
info@stegehuisinfra.nl www.stegehuisinfra.nl
STEGEHUIS INFRA
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding 1.1
Aanleiding
4
1.2
Situatie
4
1.3
Doel
4
1.4
Methode
4
Plansituatie 2.1
4
5
Hoogteligging
5 5
2.1.1
Peilen
5
2.1.2
Oppervlakte water
5
2.2 3
4
Bodemsamenstelling
Randvoorwaarden en uitgangspunten
6 7
3.1
Berging
7
3.2
Verwerking
7
Verkenning mogelijkheden
8
4.1
Hemelwater vasthouden voor benutting
8
4.2
(in-) Filtratie van afstromend hemelwater
8
4.3
Hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater
8
4.4
Hemelwater afvoeren naar RWZI
8
Aanpak van het hemelwatersysteem
9
5.1
Berging
9
5.1.1
Toegangspad naar fietsenberging en woningen
9
5.1.2
Dak en binnentuin
9
5.2
Aanvullende berging en afvoer
10
5.2.1
Vertraagde afvoer
10
5.2.2
Capaciteit
10
6
Conclusie
11
7
Bijlage
12
7.1
Bijlage 1
12
7.2
Bijlage 2
13
Verkennend onderzoek - Waterhuishouding Dykstaete
3
1 Inleiding In de Reitdiepzone vindt een verandering plaats van industrie/handel naar wonen. Er zijn inmiddels meerdere wooncomplexen gerealiseerd en nieuwe woningbouwontwikkelingen opgestart. De oorspronkelijke handelszone is grotendeels verleden tijd. Ook Vakgarage Veldma Jansen en het aanwezige benzinestation zijn voornemens om naar elders te verplaatsen. Hierdoor komt deze locatie vrij voor herontwikkeling naar wonen in de Reitdiepzone.
1.1
Aanleiding
Voor de ontwikkeling van 153 appartementen in een Carré-achtig gebouw met een binnentuin dient de waterhuishouding af te worden gestemd op de omgeving. Het doel is het bergen en het gebruiken van het hemelwater op een zo duurzaam mogelijke wijze.
1.2
Situatie
Het nieuwbouwplan is gesitueerd aan de oostzijde van de Friesestraatweg te Groningen en ten westen van het oppervlakte water het Reitdiep.
FIGUUR 1 SCHETS APPARTEMENTEN COMPLEX
1.3
Doel
Het doel van het verkennend onderzoek naar de waterhuishouding van het te ontwikkelen complex is de neerslag op een duurzame wijze te gebruiken en wanneer nodig af te voeren.
1.4
Methode
De werkwijze die gehanteerd gaat worden zal bestaan uit een inventarisatie van het plangebied met hierin onder andere de hoogteliggingen, peilen, grondwaterstand en bodemopbouw. Hierop volgend worden de gestelde voorwaarden wat betreft de waterhuishouding uiteengezet op basis van aangeleverde bestanden en beleidsdocumenten die het plangebied aangaan. Deze voorwaarden staan ten grondslag voor het formuleren van de uitgangspunten voor het project. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten wordt een wijze van het benutten van het water en wanneer noodzakelijk het afvoeren behandeld. De methode zal gericht zijn op een water- en een klimaat robuust systeem. Hiervoor worden vier mogelijkheden aangedragen met de bijbehorende voor- en nadelen. De mogelijkheden zijn: • • • •
hemelwater vasthouden voor benutting; (in-) filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI.
Uit de mogelijkheden volgt een aanpak die ook gedetailleerd zal worden toegelicht op basis van de gegevens van het plangebied.
4
STEGEHUIS INFRA
2 Plansituatie 2.1
Hoogteligging
De maaiveldhoogte van het plangebied varieert tussen de +0,35 m NAP aan de Friesestraatweg zijde en +1,75 m NAP ter plaatse van de kering. In de nieuwe situatie zal deze opgehoogd zijn naar +2,00 m NAP na zetting.
FIGUUR 2 AHN H OOGTE KAART
2.1.1
Peilen
Uit nabij liggende peilbuizen blijkt dat de grondwaterstand tussen de 0,88 en 1,10 m-mv is gelegen. Dit is een momentopname en is niet per definitie representatief. Ten noorden van het plangebied vindt een grondwaterstandmonitoring plaats waarbij een stijghoogte van 0,91 m-mv is gemeten. Deze grondwaterstand komt overeen met de grondwatertrap III. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) is 0,40 m-mv en de laagste grondwaterstand bedraagt tussen de 0,80 en 1,20 m-mv.
2.1.2
Oppervlakte water
Het plangebied is gelegen aan het Reitdiep dat behoort tot het beheergebied van Waterschap Noorderzijlvest en Hunze en Aa’s. Het Reitdiep is een hoofdwatergang en vaarverbinding en heeft een waterpeil van +0.53 m NAP. Het waterpeil ligt hoger dan het maaiveldniveau van het plangebied. Lozing van hemelwater onder vrij verval is alleen mogelijk van terreinen en daken hoger dan + 1.60 m NAP. De maximale waterstand die kan optreden in het Rietdiep is berekend op + 1.50 m NAP. Binnen het plangebied zelf bevindt zich geen oppervlakte water.
Verkennend onderzoek - Waterhuishouding Dykstaete
5
2.2
Bodemsamenstelling
Als in Dinoloket een digitaal boorprofiel genomen wordt binnen het plangebied blijkt de bodemsamenstelling voor het grootste deel uit klei te bestaan. Tijdens een sonderingsonderzoek ‘61191279 IJB Geotechniek GB2’ werd dit overwegend bevestigd. Een andere veel voorkomende grondsoort in de bovenste lagen is leem. Beide lagen lenen zich matig tot zeer slecht voor infiltratie.
FIGUUR 3 B ODEMOPBOUW (D INOLOKET , 2019)
6
STEGEHUIS INFRA
3 Randvoorwaarden en uitgangspunten 3.1
Berging
Voorwaarde die is gesteld voor het plangebied is dat er per vierkante meter verhard oppervlak 60 mm hemelwater geborgen dient te worden. Deze 60 mm komt overheen met de hoeveelheid neerslag dat valt over een periode van 60 minuten tijdens een bui T=100. Op basis van het gemaakte ontwerp is de hoeveelheid verhard oppervlak berekend. In de onderstaande tabel wordt dit weergegeven. De bijbehorende tekenen is opgenomen in bijlage 1. T ABEL 1 VERHARD OPPERVLAK
verharding Trottoir Dak Binnenplaats Totaal
Oppervlak (m2) 497 3371 1398 5266
Hieruit kan afgeleid worden dat op basis van 5266 m2 en 60 mm berging er in totaal 316 m3 (5266*0,06) geborgen dient te worden. Het werkelijke oppervlak, groen en verharding, van de binnentuin is 2669 m2, echter dient het groen op de binnentuin niet gerekend te worden tot het verhard oppervlak.
3.2
Verwerking
Gegeven is dat de Friesestraatweg gaat beschikken over een door de gemeente Groningen aan te leggen HWA-riool met een verwerkingscapaciteit voor een bui T=10. Dit komt neer op circa 31 mm neerslag in 60 minuten. Dit is niet voldoende capaciteit om de geëiste 60 mm te verwerken en vraagt dus om een bergingsmogelijkheid met mogelijk een vertraagde lozing op het riool.
Verkennend onderzoek - Waterhuishouding Dykstaete
7
4 Verkenning mogelijkheden In onderstaande paragrafen wordt weergegeven welke mogelijkheden er zijn voor het beheersen van het hemelwater.
4.1
Hemelwater vasthouden voor benutting
Deze mogelijkheid wordt benaderd volgens het concept Aquabase (https://www.aquabase.info/). Dit concept, of vergelijkbaar, faciliteert het bergen van het water onder de bestrating in een laag met een grotere steenslag die beschikt over een groot poriënvolume. In het geval van het project aan de Friesestraatweg leent zich de gehele binnentuin goed voor het toepassen van berging tussen de bestrating en het dak van de parkeergarage. Naast de bergende functie wordt middels dit concept het opgeslagen hemelwater gebruikt voor het bewateren van de beplanting op het dak tijdens drogere periodes. Dit gebeurt door capillaire werking. Tijdens natte periodes of intense buien zal het water overstorten op het hemelwaterriool onder de Friesestraatweg en afvoeren met een debiet dat de T=10 grens niet overschrijd.
4.2
(in-) Filtratie van afstromend hemelwater
De bodemopbouw binnen het plangebied, zoals weergegeven op figuur 4, bestaat voornamelijk uit klei en leemachtige grond dat onder de categorie holocene afzetting valt. Kenmerkend voor deze grond is dat het zich slecht leent voor infiltratie van het hemelwater. Hierbij bevindt zich de gemiddelde hoogste grondwaterstand 40 cm onder het maaiveld. Een infiltratiekrat dient tenminste een dekking van 70 cm te hebben. Ook wanneer deze dekking niet toegepast wordt, voldoet een krat die een hoogte heeft van 60 cm niet. Alternatieven (bijvoorbeeld, IT-riolering) hebben niet voldoende capaciteit om het hemelwater te kunnen bergen en vervolgens te laten infiltreren.
4.3
Hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater
Indien hemelwater wordt geloosd op het Reitdiep dient 10% van het afvoerend oppervlak te worden gecompenseerd in het peilgebied, waarvan het Reitdiep onderdeel uitmaakt. In de huidige situatie vindt geen lozing van hemelwater op het Reitdiep plaats. In de nieuwe situatie afvoeren naar het Reitdiep betekent een extra belasting van het watersysteem van waterschap Hunze en Aa’s, waarvoor dus compensatieverplichting geldt. Voorgaand aan het lozen dient een bergingsvoorziening de piek van de neerslag op te vangen en tijdelijk te bergen.
4.4
Hemelwater afvoeren naar RWZI
Het afvoeren van het hemelwater is mogelijk met een maximale belasting van een Bui T=10 op het hemelwatersysteem van de openbare ruimte die gelijktijdig wordt gerealiseerd met de realisatie van dit plan. Het tekort aan capaciteit dient door middel van een buffer opgeslagen te worden in een het projectgebied. Deze mogelijkheid is opgenomen in hoofdstuk 5; aanpak van het hemelwatersysteem. Na verkenning is gebleken dat alleen optie 4.1 en 4.4 geschikt zijn binnen de projectscope. Waarbij voor optie 4.4 geen nadere uitleg benodigd is en voor optie 4.1 de opvolgende hoofdstukken een uitleg weergeven. De keuze voor het verder uitwerken van optie 4.1 is gebaseerd op de duurzame mogelijkheid van het toepassen van het hemelwater voor de beplanting en de meer onderhoudsvriendelijke benadering van het bergen van het water, gezien het beperkt gebruiken van leidingen.
8
STEGEHUIS INFRA
5 Aanpak van het hemelwatersysteem De te behandelen aanpak voor het bergen en het verwerken van het hemelwater is een combinatie van het vasthouden en het gebruiken van de neerslag, met hiernaast de mogelijkheid tot het vertraagd afvoeren naar het nieuwe HWA-riool.
5.1
Berging
De benodigde berging en te verwerken hemelwater middels vertraagd afvoeren, zoals berekend in paragraaf 3.1, komt neer op afgerond 316 m3.
5.1.1
Toegangspad naar fietsenberging en woningen
Het toegangspad aan weerszijden van het complex binnen de perceelgrenzen worden op-één-oor gelegd. Hiermee watert deze verharding af naar het groen waar een greppel aangelegd wordt. Dit is ter plaatste van waar zich in de huidige situatie nog verharding bevindt. Door deze aanpak dient 497 m2 (29,82 m3) niet geïntegreerd te worden op de hierboven benoemde constructie.
5.1.2
Dak en binnentuin
Het gros van het verhard oppervlak, van 4769 m2, resulteert in een benodigde berging van 286 m3. Met het concept van Aquabase, een waterbufferende verhardingsopbouw, (https://www.aquabase.info/) (of gelijkwaardig) kan dit gefaciliteerd worden boven het bitumen dak van de parkeergarage en onder de bestrating. De opbouw van het waterbufferende pakket, van boven naar onder, bestaat uit de volgende de componenten: • • • • • • •
Straatwerk; Vleilaag (straatlaag van fijn split); Geotextiel (ten behoeve van scheiding vleilaag en systeemvulling); Systeemvulling/steenslag (waterbergende fundering); Pocketwapening t.b.v. versteviging van het funderingspakket; Geotextiel en/of non-woven (t.b.v. bescherming bitumendag); Bitumendak (wanneer mogelijk geïntegreerd met beschermingslaag).
Het watervoerende component in deze constructie is de steenslag met een poriënvolume van 35% met een dikte van 20 cm. Het concept kan op de gehele binnentuin met een oppervlakte van 2669 m2 toegepast worden. Dit resulteert in een bergingscapaciteit van circa 187 m3 voor het aangesloten dak en de binnentuin. De resterende 99 m3 dient middels vertraagde afvoer naar het riool van de Friesestraatweg verwerkt te worden. De maximale vulling van het waterbufferende concept zal na 21 minuten bereikt zijn, zoals weergegeven op onderstaande grafiek.
Vollooptijd waterbufferende fundering 250 200
m3
150 T=100 capaciteit aquabase
100 50 0 0
10
15
20
25
30
FIGUUR 4 BUI T=100 EN CAPACITEIT AQUABASE Verkennend onderzoek - Waterhuishouding Dykstaete
9
5.2
Aanvullende berging en afvoer
Gezien de waterbergende functie van de binnentuin niet de gehele benodigde vraag naar berging kan faciliteren, dient er een aanvullende oplossing gevonden te worden. Deze oplossing ligt in het vertraagd afvoeren naar de HWA-riolering van de Friesestraatweg in combinatie met mogelijk extra berging om de overtollige toestroom van hemelwater op te vangen. 5.2.1 Vertraagde afvoer Gegeven is dat er capaciteit is om een bui T=10 te mogen afvoeren naar het nieuwe HWA-riool van de Friesestraatweg. Met een totaal aangesloten verhard oppervlak op het waterbufferende concept van 4769 m2. Bij een bui T=10 wordt er gerekend met 31 mm neerslag over een periode van 60 minuten. De gemiddelde intensiteit over een periode van 60 minuten per vierkante meter komt neer op 0,0086 l/s/m2. Het maximaal af te mogen voeren debiet komt neer op 0,041 m3/s (aangesloten verhardoppervlak * l/s/m2/1000). Om deze gegeven capaciteit in zijn volste te benutten is middels een Chezy berekening de aansluitleiding bepaald. Dit op basis van het verhang, diameter buis en materiaal (voor uitwerking zie bijlage 2). Hieruit blijkt dat een debiet van 0,0408 m3/s behaald kan worden met een PVC ø315 mm en een verhang van 1:1000 of als alternatief PVC ø250 mm met een verhang van 1:250.
5.2.2
Capaciteit
Voor het berekenen van de extra te realiseren bergingscapaciteit dient berekend te worden hoe groot het overschot van neerslag ten opzichte van de afvoer is. In de paragraaf 4.1.2 is berekend dat de waterbufferende berging zijn maximum heeft bereikt na circa 20 minuten bij een bui T=100. De bui heeft theoretisch gezien op dat moment een intensiteit van 0,0064 l/s/m2, wat neer komt op een af te voeren debiet van het aangesloten verhard oppervlak van 0,0305 m3/s. Over het verdere verloop van de bui zal de intensiteit enkel afnemen. T ABEL 2 BUI INTENSITEIT VOOR DAK EN BINNENPLAATS
Minuten Intensiteit Eenheid 15 0,0307 m3/s 20 0,0305 m3/s 25 0,0302 m3/s 30 0,0299 m3/s Op basis van deze cijfers kan geconcludeerd worden dat het af te voeren debiet, met de intensiteit die een bui T=100 heeft na verloop van 20 minuten voor het aangesloten oppervlak, de maximale capaciteit van het aangesloten HWA riool niet overschrijd. Het systeem is klimaat robuust gezien de resterende beschikbare capaciteit van de vertraagde afvoer naar het nog aan te leggen HWA-riool. Ook is er nog een mogelijkheid om meer verharding toe te passen. Hieruit valt te concluderen dat het systeem met behulp van het waterbufferende pakket en een vertraagd afvoer voldoet aan de gestelde eisen.
10
STEGEHUIS INFRA
6 Conclusie Voor de ontwikkeling van een appartementencomplex aan de Friesestraatweg te Groningen dient het aan te leggen verhard oppervlak gecompenseerd te worden met 60 mm berging voor het hemelwater. Tevens is de mogelijkheid beschikbaar om vertraagd af te voeren met een intensiteit wat overeenkomt met een bui T=10. Het te bergen en vertraagd af te voeren aantal kubieke meters komt neer op 316 m3. Middels een oplossing waarbij het hemelwater geborgen wordt onder de straatlaag van de binnentuin en bovenop het dak van de parkeergarage kan een bergingscapaciteit van 187 m3 gerealiseerd worden. Het hemelwater afkomstig van het verhard oppervlak van de wandelpaden wordt naar groenstroken geleid en dient hierdoor niet geborgen te worden in het waterbufferende pakket van de binnentuin. De berging van de binnentuin zal met een bui T=100 met circa 20 minuten gevuld zijn. De resterende 99 m3 hemelwater zal vertraagd, met een intensiteit van een bui T=10, afgevoerd dienen te worden. Dit komt neer op een beschikbaar debiet van 0,041 m3/s. Middels een PVC ø315 mm met een verhang van 1:1000 kan er gebruik gemaakt worden van 0,0408 m 3/s, echter stort de berging van de binnentuin over met een maximaal debiet van 0,0305 m3/s. Dit betekent dat het systeem klimaat robuust is en/of dat er nog ruimte is om een grotere hoeveelheid verharding aan te leggen.
Geconcludeerd kan worden dat het te ontwikkelen complex met bijbehorende verharding door middel van de benoemde bergings- en verwerkingsmogelijkheden voldoet aan de eisen van de gemeente Groningen.
Verkennend onderzoek - Waterhuishouding Dykstaete
11
7 Bijlage 7.1
12
Bijlage 1
STEGEHUIS INFRA
7.2
Bijlage 2
Verkennend onderzoek - Waterhuishouding Dykstaete
13
Stegehuis Infra Advies en projectmanagement Zutphenstraat 28 7575 EJ Oldenzaal +31 (0)541 769 057 info@stegehuisinfra.nl www.stegehuisinfra.nl
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 90
Bijlage 7
Geluidsonderzoek
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 91
Stationsweg 2 8011 CZ ZWOLLE T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl www.cauberghuygen.nl K.v.K 58792562 IBAN NL71 RABO 0112 075584
Nieuwbouw appartementen Reitdiep; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Datum Referentie
7 juli 2020 04858-45999-06
Referentie Rapporttitel
04858-45999-06 Nieuwbouw appartementen Reitdiep; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Datum
7 juli 2020
Opdrachtgever
Vazet realisatie Stationsweg 2 8011 CZ ZWOLLE De heer J.P. van Hattum
Contactpersoon
Behandeld door
De heer ing. D. Haveman Cauberg Huygen B.V. Stationsweg 2 8011 CZ ZWOLLE Telefoon 088-5152505
Nieuwbouw appartementen Reitdiep; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
04858-45999-06 7 juli 2020 Pagina 1
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Locatiebeschrijving
5
3
Wettelijk kader
7
3.1 3.1.1 3.1.2 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6
Wet geluidhinder Systematiek grenswaarden en verzoek tot hogere grenswaarden Begrip (dove) gevel Toetsingskader wegverkeerslawaai Geluidzone Toetsingsgrootheden Grenswaarden Aftrek conform artikel 110g Wgh Correctie conform artikel 3.5 Reken- en Meetvoorschrift 2012 Cumulatie geluidbronnen
7 7 7 8 8 8 9 9 10 10
4
Uitgangspunten onderzoek
11
4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5
Algemeen Rekenmethode Rekenmodel Bodemgebieden Waarneempunten Wegverkeersgegevens Schermen, wegdekverharding en rijsnelheid Overige rekenparameters:
11 11 11 12 12 12 13 13
5
Resultaten en beoordeling
14
5.1 5.2 5.3 5.4
Rekenresultaten per weg Beoordeling Wet geluidhinder Toets woningen Binnentuin
14 15 17 18
6
Afweging maatregelen en aanvraag hogere waarden
19
6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.3
Algemeen Benodigde maatregelen ter reducering van de geluidbelasting Maatregelen aan de bron Maatregelen in het overdrachtsgebied Maatregelen aan de ontvangzijde Cumulatieve geluidbelasting
19 19 19 20 20 21
7
Gebouwgebonden maatregelen
23
7.1 7.2 7.3
Algemeen Geluidabsorberende plafonds (maatregel A) 1,2 m hoge gesloten galerijborstwering (maatregel B)
23 23 23
Nieuwbouw appartementen Reitdiep; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
04858-45999-06 7 juli 2020 Pagina 2
7.4 7.5 7.5.1 7.5.2 7.6
90% gesloten galerijen (maatregel C) Semi besloten loggia’s (maatregel D) Loggia’s aan de Friesestraatweg (zuidwestgevels) Loggia’s in de zijgevels (zuidoost en noordwestgevels) Dove gevels (maatregel E)
23 24 24 25 26
8
Conclusie
27
Bijlagen Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV Bijlage V
Invoergegevens rekenmodel Rekenresultaten geluidbelasting per weg Rekenresultaten cumulatieve geluidbelasting Gebouwgebonden maatregelen geluid Geluidwering gevel loggia
Nieuwbouw appartementen Reitdiep; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
04858-45999-06 7 juli 2020 Pagina 3
1
Inleiding
In opdracht van Vazet realisatie heeft Cauberg Huygen een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd voor 153 nieuw te bouwen appartementen aan het Reitdiep in Groningen. Het akoestisch onderzoek dient ter onderbouwing van het bestemmingsplan en als basis voor de aanvraag van de hogere grenswaarden ingevolge de Wet geluidhinder. In deze rapportage worden de geluidbelastingen ter plaatse van de woningen inzichtelijk gemaakt. Onderzocht is of er voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde, vervolgens of hogere waarden krachtens de Wet geluidhinder kunnen worden aangevraagd en waar zo nodig maatregelen moeten worden toegepast.
Nieuwbouw appartementen Reitdiep; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
04858-45999-06 7 juli 2020 Pagina 4
2
Locatiebeschrijving
Het plangebied ligt tussen de Friesestraatweg en het Reitdiep, zoals weergegeven in figuur 2.1. In de bedrijvenstrook langs de Friesestraatweg is de (zware) industrie de afgelopen jaren verdwenen. Er ontstaat hierdoor ruimte voor transformatie van bedrijven naar woningbouw. Het huidige tankstation en garagebedrijf gevestigd aan de Friesestraatweg 231 zal plaats maken voor 153 nieuw te bouwen appartementen.
Figuur 2.1:
Ligging plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Het appartementengebouw heeft een U-vorm. Ingesloten door de verschillende bouwdelen is een binnentuin gelegen. Een impressie van het appartementengebouw is weergegeven in figuur 2.2.