CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Bijlagen bij de toelichting.pdf

gemeenteraad 27 januari 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: g: Vaststelling bestemmingsplan Friesestraatweg 231 (raadsvoorstel 18 december 2020)19.676 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Friesestraatweg 231 te Groningen versie vastgesteld

Friesestraatweg 231 te Groningen

identificatie

planstatus

identific atiec ode:

datum:

NL.IMRO.0014.BP645Friesestrw231-vg01

s tatus :

concept 11-03-2020

voorontwerp

projec tnummer:

20-08-2020

ontwerp

20181323

02-12-2020

vastgesteld

opdrac htleider:

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 2

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting

5

Bijlage 1

Archeologisch onderzoek

7

Bijlage 2

Stikstofdepositieberekeningen

39

Bijlage 3

Quickscan ecologie

43

Bijlage 4

Nader Onderzoek Wet natuurbescherming

67

Bijlage 5

Watertoets

71

Bijlage 6

Onderzoek waterhuishouding

75

Bijlage 7

Geluidsonderzoek

91

Bijlage 8

Concept advies Externe veiligheid omgevingsdienst

219

Bijlage 9

Advies brandweer Groningen

237

Bijlage 10

Herbemonstering bodemonderzoek

241

Bijlage 11

Historisch bodemonderzoek

261

Bijlage 12

Windhinderonderzoek

273

Bijlage 13

Bezonningsstudie

281

Bijlage 14

Samenvatting en beantwoording inspraakreacties

289

Bijlage 15

Samenvatting en beantwoording overlegreacties

299

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 3

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 4

Bijlagen bij de toelichting

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 5

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 6

Bijlage 1

Archeologisch onderzoek

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 7

Groningen, Friesestraatweg 229-231 (Gemeente Groningen, Gr.)

Een Archeologisch Bureau- en inventariserend veldonderzoek Definitief Steekproefrapport 2019-03/07

Groningen, Friesestraatweg 229-231 (Gemeente Groningen, Gr.)

Een Archeologisch Bureau- en inventariserend veldonderzoek Definitief Steekproefrapport 2019-03/07

Groningen, Friesestraatweg 229-231 (Gemeente Groningen, Gr.) Een Archeologisch Bureau- en inventariserend veldonderzoek Een onderzoek in opdracht van Rho Adviseurs voor Leefruimte Dhr. J.J. Posthumus Steekproefrapport 2019-03/07 ISSN 1871-269X Status: definitief Auteurs: J.S. van der Heul MA, archeoloog. Autorisatie: dr. J. Jelsma, senior KNA-archeoloog/ prospector (actorreg. nr. 3545 3178) Goedgekeurd (per e-mail) door de bevoegde overheid gemeente Groningen, dhr. R. Kruisman MA (gemeente archeoloog) d.d. 1 mei 2019

De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en SIKB-BRL 4000. Bij dit onderzoek zijn protocollen 4002 en 4003 van toepassing. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, april 2019 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Hogeweg 3 9801 TG Zuidhorn telefoon internet e-mail kvk

050 – 5779784 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214

Inhoud Samenvatting

Administratieve gegevens van het plangebied

1. Inleiding........................................................................................................................... 1 • 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01)..........................................................................1 • 1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02)..................................................................................3 2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06).....................................................................................4 • 2.1 Bronnen................................................................................................................. 4 • 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)...........................................................................4 • 2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04)....................................................................................8 • 2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03).....................................................................11 • 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05)..................................................13 3.

Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05)......................................................................................14 • 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01)...............................................................14 • 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03).............................................................15 4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07)..............................................................................17

Gebruikte bronnen

Lijst van figuren en tabellen

Appendix I: Archeologische periode-indeling Appendix II: Boorstaten Appendix III: Laagbeschrijvingen

Samenvatting De Steekproef heeft voor Rho Adviseurs voor Leefruimte, vertegenwoordigd door de heer J.J. Posthumus, een archeologisch bureau en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Friesestraatweg 229-231 te Groningen, gemeente Groningen, provincie Groningen (zie Figuur 1). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van een appartementencomplex. Hiervoor zal de huidige bebouwing, bestaande uit een tankstation en garage worden gesloopt en zal de bodem tot een nog onbekende diepte worden uitgegraven voor een parkeergarage en de fundering. Deze werkzaamheden kunnen mogelijk aanwezige archeologische waarden bedreigen. Uit het bureauonderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied vindplaatsen bekend zijn uit de ijzertijd/Romeinse tijd. Zogenaamde brandhorizonten rond de Stad Groningen kunnen duiden op bewoning uit deze periode. Historische kaarten tonen vanaf de 18e eeuw tot en met circa 1930, een boerderij op circa 100 meter ten zuiden van het plangebied. De top van de bodem is niet meer gaaf. Bij de twee boringen langs het Reitdiep aan de noordzijde van het plangebied was deze verstoord met recent puin, glas en metaal tot circa 70-100 centimeter onder het maaiveld. Op de overige boorlocaties bleek zand te zijn opgebracht tot een diepte van tussen de 100 en 190 centimeter onder het maaiveld.

Onder deze recent opgebrachte en verstoorde laag is de bodem intact. Deze bestaat uit een kleipakket met fosfaatvlekken en humeuze vlekken. Eén boring (boring 5) bestond uit een zeer siltig zand met kleilagen, dit zandige karakter kan duiden op resten van de oever van de waterloop. In het kleipakket is een enkele vondst uit de nieuwe tijd B gedaan, een scherf faience. Mogelijk is deze afkomstig van de boerderij die vanaf de 18 e eeuw ten zuiden van het plangebied lag. In de onderliggende natuurlijke kwelder zijn geen resten aangetroffen die wijzen op eerdere bewoning in de ijzertijd of Romeinse tijd.

Selectie-advies door senior KNA-archeoloog/prospector dr. J. Jelsma In het plangebied zijn onvoldoende indicatoren aangetroffen die kunnen duiden op bewoning in de pre- of protohistorie. Eén vondst uit de nieuwe tijd is gedaan. In de nieuwe tijd lag er ten zuiden van het plangebied een boerderij. Het is niet aannemelijk dat de scherf duidt op bewoning in het plangebied die niet op oude kaarten staat. Het advies luidt om geen verder archeologisch vervolgonderzoek te doen en het plangebied vrij te geven. Indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dient hiervan direct melding te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de bevoegde overheid, de gemeente Groningen, dhr. R. Kruisman, gemeente archeoloog.

Administratieve gegevens van het plangebied Tabel 1: Groningen, Friesestraatweg 229-231: Administratieve gegevens. Provincie

Groningen

Gemeente

Groningen

Plaats

Groningen

Toponiem

Friesestraatweg 229-231

Kadastraal nummer

GNG00 L 2389, 2390

Centrumcoördinaat onderzoeksgebied

231.388 / 583.440

Oppervlakte van het onderzoeksgebied

ca. 0,83 ha

Bestemmingsplan

archeologische waarde 2

Soort onderzoek

bureau- en inventariserend veldonderzoek

Bevoegde overheid

Gemeente Groningen: dhr. R. Kruisman, gemeente archeoloog.

Opdrachtgever

Rho Adviseurs voor Leefruimte Dhr. J.J. Posthumus Druifstreek 72-C 8911 LH Leeuwarden

Onderzoeksmeldingsnummer

4677754100

Uitvoerder

De Steekproef bv

ISSN-nr.

1871-269X

Steekproef projectcode

2019-03/07

Geplande verstoringsdiepte

onbekend

Maximale diepte onderzoek

300 centimeter -Mv

NAP-hoogte maaiveld

ca. 0,8 meter NAP

Huidig grondgebruik

tankstation en garage

Datum veldwerk

16-4-2019

Beheer en plaats documentatie

De Steekproef bv / DANS / Gemeente Groningen

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01) De Steekproef heeft voor Rho Adviseurs voor Leefruimte, vertegenwoordigd door de heer J.J. Posthumus, een archeologisch bureau en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Friesestraatweg 229-231 te Groningen, gemeente Groningen, provincie Groningen (zie Figuur 1). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van een appartementencomplex. Hiervoor zal de huidige bebouwing, bestaande uit een tankstation en garage worden gesloopt en zal de bodem, tot een nog onbekende diepte, worden uitgegraven voor een parkeergarage en de fundering. Deze werkzaamheden kunnen mogelijk aanwezige archeologische waarden bedreigen. In verband met de toekomstige wijziging van het bestemmingsplan is in overleg met de Gemeente Groningen een archeologisch onderzoek gedaan om de archeologische waarde vroegtijdig in kaart te brengen. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het veldonderzoek wordt deze verwachting getoetst.

1

Figuur 1: Groningen, Friesestraatweg 229-231: Uitsnede van de topografische kaart. Bron: www.opentopo.nl.

2

1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02) Het plangebied ligt aan de oostzijde van de Friesestraatweg in het noordwesten van de stad Groningen (gemeente en provincie Groningen). Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het Reitdiep, de gekanaliseerde Aa (zie Figuur 1 en 2). Het grootste deel van het terrein is nog in gebruik als (auto)garage en tankstation. Echter aan de randen van het plangebied is het terrein vrij van bebouwing, maar is het terrein wel bestraat met asfalt en tegels. Volgens informatie van het Kabels en Leidingen InformatieCentrum (KLIC) liggen er kabels en leidingen in het westelijk deel van het plangebied, aansluitend aan de gebouwen (KLIC Melding: 19G121714).

Figuur 2:

Groningen, Friesestraatweg 229-231: Luchtfoto van het plangebied met de kabels en leiding (KLIC melding: 19G121714) . Bron: Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK).

3

2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06) 2.1 Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Eén van de bronnen is ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. Een andere bron is Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), een dienst van de overheid met open-datasets van actuele geo-informatie. 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)

Figuur 3:

Groningen, Friesestraatweg 229-231: Hoogtekaart van het plangebied. Bron: Actueel Hoogtebestand Nederland 2 (AHN).

4

Het huidige Reitdiep is de gekanaliseerde loop van de Aa. Het plangebied ligt in het beekdal van de Aa en is op de paleogeografische reconstructie van omstreeks 9000 vC van Vos en De Vries uit 2013 te zien (zie Figuur 4). Met toegang tot vers water en goede jacht- en visgronden was het beekdal, een gunstige plek voor menselijke activiteiten in de steentijd. Als gevolg van de temperatuurstijging in het Holoceen (circa 10.000 jaar geleden begonnen de ijskappen te smelten en steeg de zeespiegel. Hierdoor werd het landschap steeds natter en met name bij de al natte delen zoals rivieren en meren, ontstonden grote veenmoerassen. Hierdoor was het plangebied niet toegankelijk voor de mens. Het beekdal van de Aa is al omstreeks 5500 vC veranderd in een veenmoeras (zie Figuur 4). Door het actiever worden van de zee omstreeks 3850 vC kon deze verder landinwaarts doorbreken. Overstromingen en doorbraken slaan grote delen van het veen in de noordelijke kuststreek weg. Klei werd afgezet waardoor een groot vruchtbaar kweldergebied ontstond (zie 100 nC, Figuur 4). In de middeleeuwen wordt de invloed van de zee beperkt door de bedijking. Op de bodemkaart van Groningen ligt het plangebied in een gebied van kalkarme knippoldervaaggronden (Code kMn63c, zie Figuur 5). De bodem bestaat voornamelijk uit zavelachtige klei. Geomorfologisch is de bodem een vlakte van getijde afzettingen.

De hoogte van het plangebied is circa 0,8 meter boven NAP aan de westzijde. Langs de dijk aan het Reitdiep ligt het maaiveld hoger, namelijk circa 1,6 meter boven NAP (zie Figuur 3).

5

Figuur 4:

Groningen, Friesestraatweg 229-231: Paleogeografische reconstructies van het landschap in de wijde omgeving van het plangebied. Bron: Vos en De Vries 2013.

6

Figuur 5:

Groningen, Friesestraatweg 229-231: Bodemkaart van het plangebied. Bron: Clingenborg 1990.

7

2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04) Alle bekende archeologische waarden tot ongeveer een halve kilometer rondom het plangebied zijn weergegeven in Figuur 6 en opgenomen in Tabel 2. Het plangebied ligt voor een groot deel in een eerdere onderzoeksmelding (2473362100, zie Figuur 6). Deze melding was een tracé-onderzoek voor de aanleg van kabels langs de ringweg van Groningen. Boringen in het onderzoek toonden een ophogingspakket aan van circa één meter. Aangezien de geplande verstoring niet dieper ging was verder onderzoek niet noodzakelijk (Bakker 2015). Ten noordwesten van het plangebied werd langs de Friesestraatweg booronderzoek gedaan (2098398100). Hieruit bleek dat er nog een grote verwachting voor intacte grondsporen was nabij de wierde (buiten kaartbereik, Tulp en Jelsma 2005). In het aansluitende terrein werden bij een ander booronderzoek (2146332100) wel vegetatieniveaus en brandlagen ontdekt, maar vondsten werden er niet gedaan. Vervolgonderzoek was vanwege het ontbreken van bewoningssporen niet noodzakelijk (Bongers 2007). Bij opgraving langs het Reitdiep, nabij het Blauw Borgje, werden de resten gevonden van de middeleeuwse dijken (2327992100, Huis in 't Veld 2011).

De vondsten en sporen die bij dit onderzoek zijn gedaan zijn gemeld onder hetzelfde nummer (2327992100) en bestaan uit scherven aardewerk, baksteen en greppels, sloten en kuilen, uit voornamelijk de nieuwe tijd. Ten zuiden van het plangebied werden bij booronderzoek (2117359100) een verstoorde bovenlaag en natuurlijke kleilagen aangetroffen, waarna geen vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden (Woltinge en Jelsma 2006). Ten zuidoosten hebben achtereenvolgens een booronderzoek (2375409100) en proefsleuvenonderzoek (2378666100) plaatsgevonden. Na het proefsleuvenonderzoek waren er echter geen aanwijzingen voor bewoning (wel agrarische activiteiten) en werd de vindplaats niet behoudenswaardig geacht (Krol 2013b). Verder naar het oosten in de wijk Paddepoel was er na een booronderzoek (2347180100) en een proefsleuvenonderzoek (2340538100) geen voldoende aanleiding voor verder onderzoek ( De Roller 2012; Buitenhuis en Wullink 2011). Ten noordoosten van het plangebied werd een booronderzoek uitgevoerd bij de tentamenhal van de universiteit (4575597100). Bij dit onderzoek werden resten van een oeverwal, vegetatieniveaus en een mogelijke woonlaag uit de late middeleeuwen/nieuwe tijd aangetroffen. Vervolgonderzoek werd geadviseerd in de vorm van proefsleuven. Dit advies werd door de gemeente Groningen overgenomen (Fens 2018).

Langs de Zernikelaan werd bij een booronderzoek (4576844100) een intacte bodem met vegetatielagen aangetroffen. Vanwege de beperkte werkruimte werd verder onderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding geadviseerd (Huis in 't Veld 2018). Bij een booronderzoek op het Zernike terrein een nieuwe tijds gracht aangeboord (4576844100). De meeste vondstmeldingen in de wijk Paddepoel zijn ten oosten van het plangebied gedaan. Hier werden huisplaatsen gevonden op wierden vanaf de late ijzertijd tot de Romeinse tijd (3026705100, 3026705100, 3161221100, 3169233100 en 3172749100).

8

Figuur 6: Groningen, Friesestraatweg 229-231: Archeologische waarden rondom het plangebied. Voor de omschrijving zie Tabel 2 Bron: Archis 3.

9

Tabel 2:

Groningen, Friesestraatweg 229-231: Archeologische waarden rondom het plangebied. Voor de ligging zie Figuur 6. Voor dateringen zie Appendix.

Onderzoeksmeldingen Zaaknummer

Omschrijving

2098398100

Booronderzoek, grote kans op grondsporen nabij rotonde. Vervolgonderzoek indien deze niet worden veiliggesteld in situ. Tulp en Jelsma 2005.

2117359100

Booronderzoek, verstoorde (puin) bovenlaag en natuurlijke kleilagen. Geen vervolgadvies. Woltinge en Jelsma 2006.

2146332100

Booronderzoek, vegetatieniveaus en brandlaagjes. Geen resten van bewoning. Geen vervolgonderzoek. Bongers 2007.

2201436100

Quickscan Oranjewoud, rapport digitaal niet beschikbaar.

2327992100

Definitief onderzoek. Resten laat middeleeuws dijklichaam (aanleggen Reitdiep). Huis in 't Veld 2011

2340538100

Proefsleuvenonderzoek. Geen nederzettingssporen, geen vervolgadvies. De Roller 2012.

2347180100

Booronderzoek voor tracé. Bodemverstoringen niet dieper dan opgebrachte grond. Geen vervolgadvies. Buitenhuis en Wullink 2011.

2375409100

Booronderzoek. Vegetatieniveaus tonen mogelijk geschikt voor bewoning. Proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Krol 2013a.

2378666100

Proefsleuvenonderzoek. Vegetatieniveaus en middeleeuwse sloot. Agrarische activiteiten, geen behoudenswaardige vindplaats. Krol 2013b.

2473362100

Booronderzoek. Tracé ringweg, ophogingspakket van 1 meter, geen vervolgadvies. Bakker 2015.

4575597100

Booronderzoek. Deel met oeverwal vervolgadvies in de vorm van proefsleuvenonderzoek. Fens 2018.

4576844100

Booronderzoek. Vegetatieniveaus in gehele gebied, vervolgadvies in de vorm van archeologische begeleiding. Huis in 't Veld 2018.

Vondstmeldingen Zaaknummer

Omschrijving

2327992100

Dijk uit late middeleeuwen en oudere sporen (sloten, geul en kuilen. Kleiwinningskuilen uit 17e/18e eeuw.

3026705100

Paddepoel III onderzoeken in 1964, locatie met meer dan zes huisplaatsen, vroeg Romeinse tijd.

3161221100

Paddepoel III, Wierde met drie-schepig huis (later 2 huizen) en spiekers, late ijzertijd tot midden-Romeinse tijd B.

3169233100

Fragmenten van houten kommen en schalen, nabij vindplaats van Paddepoel III, vroeg Romeinse tijd tot midden Romeinse tijd.

3172749100

Paddepoel II, sporen van bewoning op twee wierden, vroeg Romeinse tijd.

4562969100

Gracht aangeboord, nieuwe tijd.

10

2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03) Het plangebied ligt ingesloten tussen de Friesestraatweg en het Reitdiep. Het eerste deel van het Reitdiep tot Dorkwerd stamt uit 13e eeuw. Na de aanleg van het Reitdiep en de dijken was er echter weinig bebouwing in het plangebied. Een pad over de dijk langs het water is het meest noemenswaardig (zie Figuur 8, 1901 en 1933). Het gebied is lange tijd in gebruik als landbouwgrond of weiland voor de enkele boerderijen langs het Reitdiep. Echter vlak ten zuiden van het plangebied (circa 100 meter), stond vanaf het begin in de 18e een boerderijplaats. Op de kaart van Teijsinga uit 1730-36 is deze al afgebeeld. In Figuur 7 is het plangebied weergegeven op een uitsnede van de Hottingerkaart uit 1788-92, ook hier is de zuidelijk gelegen boerderij duidelijk te zien. Het plangebied was in deze periode in gebruik als weiland voor deze boerderij. Deze boerderij heeft nog tot in de jaren dertig hier gestaan (zie Figuur 8, boven). Vanaf de jaren zeventig is er echter een sterke groei van de stad Groningen, ten oosten ontstaat dan de woonwijk Paddepoel en ten westen Vinkhuizen. Het duurt echter tot de jaren tachtig voordat ook bebouwing in het plangebied komt. Deze bebouwing bestaat uit de huidige autogarage (zie Figuur 2 en 8).

Figuur 7: Groningen, Friesestraatweg 229-231: Uitsneden van de Hottingerkaart uit 1788-92. Een boerderijplaats ligt circa 100 meter ten zuiden van het plangebied.

11

Figuur 8: Groningen, Friesestraatweg 229-231: Uitsneden van vier historische topografische kaarten uit 1901, 1933, 1976 en 1982. Bron: www.topotijdreis.nl.

12

2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Groningen ligt het plangebied niet in een archeologisch beschermd gebied. Vanwege de bestemmingsplanwijzigingen kan archeologisch onderzoek als voorwaarde in het bestemmingsplan worden opgenomen. In dat geval geldt er een archeologische waarde 2; verplichting voor onderzoek voor verstoringen groter dan 200m 2 en dieper dan 0,3m beneden maaiveld. In dit kader en de schaal van de bodemingrepen is echter op advies van de gemeente Groningen alvorens de daadwerkelijke bestemmingsplanwijzigingen een archeologisch onderzoek gedaan om mogelijke archeologische waarden in het plangebied in kaart te brengen. Op basis van de voorgaande paragrafen is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld dat tijdens het veldonderzoek is getoetst (zie Tabel 3). In de omgeving van het plangebied zijn vindplaatsen bekend vanaf de ijzertijd. In de middeleeuwen is het Reitdiep aangelegd, resten uit deze periode kunnen worden verwacht. Aanwijzingen voor het agrarisch gebruik van het land in de omgeving zijn veelal in de vorm van brandlagen en vegetatieniveau's aangetroffen. Tabel 3: Groningen, Friesestraatweg 229-231: specificatie archeologische verwachting. datering:

ijzertijd – nieuwe tijd

complextype:

nederzettingssporen, agrarische activiteiten, dijkresten

omvang:

gehele plangebied

diepteligging:

onder bouwvoor, onder opgebrachte/vergraven grond

gaafheid en conservering:

onbekend

locatie:

hele terrein

uiterlijke kenmerken:

vegetatieniveaus, brandlagen, ophogingspakket (middeleeuwen) archeologische materiaal (o.a. aardewerk scherven, botresten, houtresten, metaal).

mogelijke verstoringen:

recente bebouwing en sloten

13

3. Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05) 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01) Het veldwerk is uitgevoerd op 16 april 2019. Er zijn zes boringen gedaan (zie Figuur 9) rondom de huidige autogarage. De onderlinge afstand tussen de boringen is, vanwege de kabels en leidingen en het gebouw, circa 30 tot 60 meter. De boring zijn zoveel mogelijk over het plangebied verspreid om de bodemopbouw representatief in kaart te brengen.

Figuur 9:

Groningen, Friesestraatweg 229-231: Locatie van de boringen. De boringen zijn rondom de huidige autogarage gezet. Bron: Publieke Dienstverlening op de kaart.

14

!

"

!#

$% && '

&&&

"() * +, -

.-

#

+ ) % 2

"

+. . .+ +/ 0 . *. 0 . 1. 0 .*

.+

# * 3 . 4) %#

" .3

1 " .11 &

+

2

5 "

0+

0) %#

55 ! . 6 2

*

7

+ . +/ "0+.3

' 5

,

! " .+

+ 3

4) %# +

0) %# &

0) %#

5 5

.5 5 55 & 5 "0+.+

!,

0 ./

13

3

5 ) %#

5 8

55

! 0 .11 5 + #

5

+ 0) %#

+1

9

"0 . 1

5

55

+1

+/

" '

!# "

7

: &

"

. ;

5

6

+<

*, $

# 5 5

55

+/

.7

/0

-

+ -

,9

5 +

+

0+1

+3

.5

!

Figuur 10: Groningen, Friesestraatweg 229-231: Vondst 1, scherf van faience uit de nieuwe tijd B. De vondst werd gedaan bij boring 2 op een diepte tussen de 130 en 170 centimeter onder het maaiveld.

16

4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07) Belangrijkste resultaten Uit het bureauonderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied vindplaatsen bekend zijn uit de ijzertijd/Romeinse tijd. Zogenaamde brandhorizonten rond de Stad Groningen kunnen duiden op bewoning uit deze periode. Historische kaarten tonen vanaf de 18 e eeuw tot en met circa 1930, een boerderij op circa 100 meter ten zuiden van het plangebied. De top van de bodem is niet meer gaaf. Bij de twee boringen langs het Reitdiep aan de noordzijde van het plangebied was deze verstoord met recent puin, glas en metaal tot circa 70100 centimeter onder het maaiveld. Op de overige boorlocaties bleek zand te zijn opgebracht tot een diepte van tussen de 100 en 190 centimeter onder het maaiveld. Onder deze recent opgebrachte en verstoorde laag is de bodem intact. Deze bestaat uit een kleipakket met fosfaatvlekken en humeuze vlekken. Eén boring (boring 5) bestond uit een zeer siltig zand met kleilagen, dit zandige karakter kan duiden op resten van de oever van de waterloop. Brandhorizonten en brandlaagjes zijn niet aangetroffen in de boringen. In het kleipakket is een enkele vondst uit de nieuwe tijd B gedaan, een scherf faience. Mogelijk is deze afkomstig van de boerderij die vanaf de 18e eeuw ten zuiden van het plangebied lag.

In de onderliggende natuurlijke kwelder zijn geen resten aangetroffen die wijzen op eerdere bewoning in de ijzertijd of Romeinse tijd. Selectie-advies door senior KNA-archeoloog/prospector dr. J. Jelsma In het plangebied zijn onvoldoende indicatoren aangetroffen die kunnen duiden op mogelijke bewoning in het verleden. Eén vondst uit de nieuwe tijd is gedaan. In de nieuwe tijd lag er ten zuiden van het plangebied een boerderij. Omdat er vlak ten zuiden bewoning bekend is, is het niet aannemelijk dat de scherf duidt op bewoning in het plangebied die niet op oude kaarten staat. Het advies luidt om geen verder archeologische vervolgonderzoek te doen en het plangebied vrij te geven. Indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dient hiervan direct melding te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de bevoegde overheid, de gemeente Groningen, dhr. R. Kruisman, gemeente archeoloog.

17

Gebruikte bronnen

ARCHIS 3. www.zoeken.cultureelerfgoed.nl Bakker, A.M. 2015. Beknopt bureauonderzoek: Ring Groningen, kabeltracé. Archeodienst Rapport 641. Archeodienst Noord, Groningen. Bongers, J.M.G. 2007. Groningen: Reitdiephaven (Gr.) Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek. Steekproefrapport 2007-02/03. De Steekproef, Zuidhorn. Buitenhuis, H. & A.J. Wullink. 2011. Een archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen in het geplande traject voor de RegioTram te Groningen (Gr). ARC-Rapporten 2011-138. ARC, Groningen. Clingeborg, A.E. 1990. De bodem in en rond de stad Groningen. In: J.W. Boersma, J.F.J. van den Broek & G.J.D. Offerman (red.). Groningen 1040, Archeologie en Oudste Geschiedenis van de Stad Groningen: 17-32 Uitgeverij Profiel, Bedum & Stichting Archeologisch Onderzoek Martinikerkhof Groningen, Groningen. Fens, R.L. 2018. Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen Uitbreiding Aletta Jacobshal, Rijksuniversiteit Groningen, Groningen. Antea-rapport 2017/164. Antea Group Archeologie, Heerenveen. Huis in 't Veld, J.Y.. 2011. De dijken van het Reitdiep. Een archeologisch onderzoek bij een nieuwe fietsbrug over het Reitdiep te Groningen (GR). ARC-Rapporten 2011-122. ARC, Groningen. Huis in 't Veld, J.Y.. 2018. Plangebied Zernikelaan in Groningen, gemeente Groningen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek.

RAAP-notitie 6238. RAAP, Weesp. Krol, T.N. 2013a. Archeologisch bureau- en booronderzoek Noorderkroon te Groningen (GR). MUG-publicatie 201289. MUG Ingenieursbureau, Leek Krol, T.N. 2013b. Archeologisch proefsleuvenonderzoek Noorderkroonstraat te Groningen, gemeente Groningen (GR) MUG-publicatie 2012-113. MUG Ingenieursbureau, Leek Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1. www.SIKB.nl. 2018. Centraal College van Deskundigen Archeologie. Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK). www.pdok.nl Roller, G.J. de,. 2012. Archeologisch proefsleuvenonderzoek Trefkoel, Antaresstraat te Groningen, gemeente Groningen (GR). MUG-publicatie 2011-126. MUG Ingenieursbureau, Leek. Tulp, C. & J. Jelsma. 2005. Groningen, Reitdiepplein/ Reitdiephaven:Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek. Steekproef-rapport 2005-02/12. De Steekproef, Zuidhorn. Vos, P. & S. de Vries. 2013. Paleogeografische Kaarten van Nederland, tweede generatie (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Op 11 april 2014 gedownload van www.archeologieinnederland.nl Woltinge, I. & J. Jelsma. 2006. Groningen, Brivec-locatie (Gr.) Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek. Steekproef-rapport 2006-05/01. De Steekproef, Zuidhorn.

Lijst van figuren en tabellen Figuren 1 Topografische kaart 2 Luchtfoto plangebied 3 Hoogtekaart 4 Paleogeografische reconstructie 5 Bodemkaart 6 Archeologische kaart 7 Uitsnede Hottingerkaart 8 Historische topografische kaarten uit 1901, 1933, 1976 en 1982. 9 Locatie boringen 10 Foto scherf faience

Tabellen 1 Administratieve gegevens 2 Archeologische waarden rondom het plangebied 3 Archeologische verwachting 4 Selectievoorstel vondst

Appendix I: Archeologische periodes paleolithicum: paleolithicum vroeg: tot 300.000 BP paleolithicum midden: 300.000 - 35.000 BP paleolithicum laat: 35.000 BP - 8.800 vC paleolithicum laat A: 35.000 - 18.000 BP paleolithicum laat B: 18.000 BP - 8.800 vC mesolithicum: mesolithicum vroeg: 8.800 - 7.100 vC mesolithicum midden: 7.100 - 6.450 vC mesolithicum laat: 6.450 - 4.900 vC neolithicum: neolithicum vroeg: 5.300 - 4.200 vC neolithicum vroeg A: 5.300 - 4.900 vC neolithicum vroeg B: 4.900 - 4.200 vC neolithicum midden: 4.200 - 2.850 vC neolithicum midden A: 4.200 - 3.400 vC neolithicum midden B: 3.400 - 2.850 vC neolithicum laat: 2.850 - 2.000 vC neolithicum laat A: 2.850 - 2.450 vC neolithicum laat B: 2.450 - 2.000 vC bronstijd: bronstijd vroeg: 2.000 - 1.800 vC bronstijd midden: 1.800 - 1.100 vC bronstijd midden A: 1.800 - 1.500 vC bronstijd midden B: 1.500 - 1.100 vC bronstijd laat: 1.100 - 800 vC

pleistoceen: 2,5 miljoen - 10.000 BP elsterien 475.000 - 410.000 BP saalien 200.000 - 130.000 BP weichselien 116.000 - 10.000 BP holoceen: 10.000 - heden vC = voor Christus nC = na Christus BP = before present; present = 1950

ijzertijd: ijzertijd vroeg: 800 - 500 vC ijzertijd midden: 500 - 250 vC ijzertijd laat: 250 - 12 vC romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: 12 vC - 70 nC romeinse tijd vroeg A: 12 vC - 25 nC romeinse tijd vroeg B: 25 - 70 nC romeinse tijd midden: 70 - 270 nC romeinse tijd midden A: 70 - 150 nC romeinse tijd midden B: 150 - 270 nC romeinse tijd laat: 270 - 450 nC romeinse tijd laat A: 270 - 350 nC romeinse tijd laat B: 350 - 450 nC middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: 450 - 1.050 nC middeleeuwen vroeg A: 450 - 525 nC middeleeuwen vroeg B: 525 - 725 nC middeleeuwen vroeg C: 725 - 900 nC middeleeuwen vroeg D: 900 - 1.050 nC middeleeuwen laat: 1.050 - 1.500 nC middeleeuwen laat A: 1.050 - 1.250 nC middeleeuwen laat B: 1.250 - 1.500 nC nieuwe tijd: nieuwe tijd A: 1.500 - 1.650 nC nieuwe tijd B: 1.650 - 1.850 nC nieuwe tijd C: 1.850 – heden

Algemeen

Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlakte-haarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. Voorbeelden hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.

Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderij-plattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erf- of akkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als romeinse munten, mantelspelden en scherven romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.

Vondsten uit de middeleeuwen en later bestaan voornamelijk uit scherven aardewerk, waaronder importaardewerk, munten en metalen voorwerpen (zoals mantelspelden, spijkers), resten van aardewerkproductie, metaalbewerking, wolbewerking etc. Belangrijke gebouwen (bijvoorbeeld kerken en borgen) werden van baksteen / kloostermoppen gebouwd.

Appendix II: Boorstaten Groningen Friesestraatweg 229-231

(cm)

(cm)

05

150

150

04 100

01

06

02

100

03

50

50

0

0

-50

-50

-100

-100

-150

-150

-200

-200

Appendix III: Laagbeschrijvingen Groningen Friesestraatweg 229-231 01 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring

: 231365 : 583415 : 96 : Actueel Hoogtebestand Nederl. : 16-4-2019

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 100 zand zwak siltig, grijs-geel, 5y6/2, opgebrachte grond 100 - 140 klei uiterst siltig, zwak humeus, grijs-bruin, 5y3/1, spoor plantenresten, Opm.: Schoon 140 - 160 klei sterk siltig, blauw-grijs, 10y4/1, spoor plantenresten 160 - 175 klei sterk siltig, zwak humeus, blauw-grijs, 2,5gy3/1, spoor fosfaatconcreties, Opm.: Humus vlekken, concentratie op 168 175 - 185 klei sterk siltig, zwak humeus, blauw-grijs, 7,5y2/1, spoor plantenresten 185 - 195 klei sterk siltig, blauw-grijs, 2,5gy4/1, spoor fosfaatvlekken 195 - 235 klei zwak zandig, blauw-grijs, 10y5/1 235 - 245 klei sterk siltig, zwak humeus, blauw-grijs, 7,5y2/1, Opm.: Humus vlekken 245 - 300 klei uiterst siltig, blauw-grijs, 5y5/1, zandlagen, Opm.: Kwelder 02

X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring

: 231393 : 583401 : 93 : Actueel Hoogtebestand Nederl. : 16-4-2019

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 120 zand zwak siltig, grijs-geel, 5y6/2, opgebrachte grond 120 - 130 klei uiterst siltig, zwak humeus, grijs-bruin, 5y3/1, spoor plantenresten, Opm.: Puinbrokjes 130 - 170 klei uiterst siltig, zwak humeus, grijs-bruin, 7,5y4/1, spoor fosfaatvlekken, Opm.: Humeuze vlekken, Vondst 1 170 - 195 195 - 210 210 - 300

klei sterk siltig, zwak humeus, grijs-bruin, 5y2/1, spoor plantenresten, Opm.: Humeuze vlekken, foto boring tot 210 klei uiterst siltig, grijs-bruin, 2,5gy4/1 klei uiterst siltig, blauw-grijs, 10y5/1, spoor plantenresten, zandlagen, Opm.: Kwelder 03

X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring

: 231423 : 583419 : 80 : Actueel Hoogtebestand Nederl. : 16-4-2019

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 120 zand zwak siltig, grijs-geel, 5y6/2, opgebrachte grond 120 - 140 klei uiterst siltig, zwak humeus, grijs-bruin, 5y3/1, spoor plantenresten, Opm.: Ophogingslaag, puinrestjes 140 - 190 klei uiterst siltig, zwak humeus, grijs-bruin, 7,5y4/1, spoor plantenresten, Opm.: Humeuze vlekken 190 - 260 klei uiterst siltig, blauw-grijs, 10y5/1, spoor plantenresten, zandlagen, Opm.: Kwelder 04

X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring

: 231438 : 583454 : 122 : Actueel Hoogtebestand Nederl. : 16-4-2019

Lithologie

1/2

Appendix III: Laagbeschrijvingen Groningen Friesestraatweg 229-231 Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 70 klei uiterst siltig, grijs-bruin, 5y3/1, vergraven, Opm.: Recent puin, glas, plastic

70 - 110 110 - 135 135 - 180 180 - 215 215 - 275 275 - 300

klei uiterst siltig, grijs-bruin, 5y4/2, spoor roestvlekken, Opm.: Zandlagen op 90 klei uiterst siltig, zwak humeus, grijs-bruin, 7,5y4/1, zandlagen, Opm.: Humeuze vlekken klei uiterst siltig, grijs-bruin, 5y2/1, zandlagen klei uiterst siltig, matig humeus, grijs-bruin, 7,5y3/1, weinig plantenresten klei uiterst siltig, zwak humeus, grijs-bruin, 5y2/1, spoor plantenresten, Opm.: Humeuze vlekken klei uiterst siltig, blauw-grijs, 5y2/1, zandlagen, Opm.: Kwelder 05

X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring

: 231401 : 583494 : 177 : Actueel Hoogtebestand Nederl. : 16-4-2019

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 40 zand zwak siltig, bruin, 5y3/1, vergraven, Opm.: Recent puin, glas, plastic 40 - 100 klei uiterst siltig, grijs-bruin, 5y4/2, spoor plantenresten, spoor roestvlekken, Opm.: Puinbrokjes 100 - 125 klei sterk zandig, grijs-bruin, 5y2/1, spoor plantenresten, zandlagen 125 - 165 klei uiterst siltig, zwak humeus, grijs-bruin, 5y2/1, spoor plantenresten 165 - 180 zand uiterst siltig, grijs-bruin, 2,5y6/2, spoor roestvlekken, kleilagen 180 - 200 zand uiterst siltig, grijs-bruin, 10y5/1, kleilagen 200 - 210 zand uiterst siltig, grijs-blauw, 5gy5/1, kleilagen 210 - 215 zand uiterst siltig, zwak humeus, blauw, 5gy5/1, kleilagen, Opm.: Humeuze laag 215 - 300 zand uiterst siltig, grijs-blauw, 5gy5/1, kleilagen 06

X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring

: 231369 : 583473 : 94 : Actueel Hoogtebestand Nederl. : 16-4-2019

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 15 geen monster Opm.: Beton 15 - 190 zand zwak siltig, grijs-geel, 5y6/2, opgebrachte grond 190 - 200 klei sterk siltig, sterk humeus, bruin, 2,veel plantenresten 200 - 220 klei uiterst siltig, zwak humeus, grijs-bruin, 5y4/1, spoor plantenresten, Opm.: Humeuze vlekken 220 - 300 klei uiterst siltig, zwak humeus, grijs-bruin, 5y2/1, spoor plantenresten, zandlagen, Opm.: Kwelder

2/2

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 38

Bijlage 2

Stikstofdepositieberekeningen

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 39

Postbus 150, 3000 AD Rotterdam

memo

Telefoon: 010-2018555 Fax: 010-4121039 E-mail: info@rho.nl

Plan:

Friesestraatweg 229-231 te Groningen

Onderwerp:

Stikstofdepositieberekeningen

Datum:

18 oktober 2019

Auteur:

J. Posthumus

Doelstelling Aan de Friesestraatweg 229 en de Friesestraatweg 231 te Groningen staat de bebouwing van een autogarage inclusief tankstation. Het plan is om de bebouwing te slopen en vervolgens 166 appartementen te bouwen. Voor deze ontwikkeling moet worden beoordeeld of deze significante effecten heeft voor de stikstofdepositie binnen daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden. Met het programma AERIUS Calculator is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. Uitgangspunten Nabij Groningen liggen twee natuurgebieden, namelijk het Leekstermeergebied en het Zuidlaardermeergebied. In deze gebieden zijn geen stikstofgevoelige habitatten aanwezig. Op grotere afstand liggen wel stikstofgevoelige natuurgebieden, namelijk het Drentsche Aa-gebied (12 kilometer), Norgerholt (20 kilometer) en de Bakkeveense Duinen (22 kilometer). Voor deze gebieden geldt dat de kritische depositiewaarde (KDW) overschreden is. Een kleine toename zou theoretisch tot negatieve effecten kunnen leiden. In deze memo wordt daarom uitgegaan van een drempelwaarde van 0,00 mol/ha/jaar op deze gebieden. Gebruiksfase In de gebruiksfase is er sprake van gebouwgebonden emissies en van emissie als gevolg van een verkeer aantrekkende werking.

Gebouwgebonden emissies ontstaan door gasgebruik. Dit is voor de woningen op de projectlocatie niet meer toegestaan. Alle woningen moeten gasloos worden gebouwd, waarmee deze in de gebruiksfase op zichzelf niet tot een toename van stikstofdepositie. Het project heeft wel invloed op de verkeersintensiteit in de omgeving. Voor dure appartementen woningen geldt op basis van de CROW-kentallen een richtwaarde van maximaal 7,5 mvt/etmaal per woning. Uitgaande van een richtwaarde van 7,5 mvt/etmaal en een totaal van 166 woningen, leidt het project tot een verkeertoename van maximaal 1.245 mvt/etmaal. De ingevoerde verkeersroute (tot de plek waar dit opgaat in het heersende verkeersbeeld) is weergegeven in de AERIUS berekening. Aanlegfase In de aanlegfase is er sprake van de inzet van zwaar materieel en de aanvoer van materiaal met vrachtwagens. Deze aanlegfase heeft, zij het tijdelijk, ook een potentieel effect op de stikstofdepositie. De inzet van materieel is gebaseerd op de cijfers van vergelijkbare plannen. De gefaseerde aanlegfase zal minimaal 2 jaar duren. Voor zwaar materieel wordt uitgegaan van een brandstofverbruik van gemiddeld 25 liter en voor licht materieel 10 liter per uur. Voor de sloop wordt ervan uitgegaan dat er gedurende 4 weken, 40 uur per week zwaar materieel op de locatie aanwezig is. Voor het transport wordt uitgegaan van 20 m 3 per vrachtwagen.

Het totaal aantal m3 is bepaalt door de het bvo maal verdiepingshoogte van 3 meter en een verhouding lege ruimte/vast gebouw van 75%/25%. Dit komt neer op (5.500 *3*25%) 4.125 m3 en 206 transporten. De ontwikkelaar heeft een overzicht van de gemiddelde inzet van machines en vrachtwagens in de bouwfase gegeven. Voor de bouwfase wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten:

blz. 1

Bron Zwaar materieel

Licht materieel

Transport zwaar

Transport licht

Onderdeel Appartementen Sloop Bouw-woonrijp Appartementen

Inzet 18 uur per app 160 uur totaal 540 uur per ha 5 uur per app

Aantal 166 0,9 ha 166

Inzet totaal 2.988 uren 160 486 uren 830

Brandstofverbruik 74.700 l 4.000 l 12.150 l 8.300 l

Bouw-woonrijp Appartementen Sloop Bouw-woonrijp Appartementen

130 uur per ha 10 uur per app 206 10 uur per ha 70

0,9 ha 166 206 0,9 ha 166

117 1.660 206 9 11.620

1.170 l n.v.t.

In AERIUS wordt per jaar berekend. De aantallen kunnen daarom door 2 worden gedeeld. Het totale brandstofverbruik komt op 100.320 liter. Per jaar is dit 50.160 liter. Zwaar transport komt op (1.875/2) 938 vrachtwagens per jaar en licht transport op (11.629/2) 5.850 mvt/jaar. Voor de berekening maakt het niet uit of er 10 kleine of 1 grote machine aan het werk is. Het gaat om de hoeveelheid brandstof en de STAGE klasse (in dit geval IV, bouwjaar 2014). Voor de aanlegfase wordt daarom ‘Materieel’ ingevoerd met een gebruik van 50.160 liter per jaar. De jaarlijkse 938 vrachtwagens voor aanvoer van materiaal komen neer op gemiddeld 2 á 3 vrachtwagens per dag. Een dergelijk aantal gaat direct op het heersende verkeersbeeld en is dus berekent langs de randen van het projectgebied. Het personenvervoer van werklieden en aanvoer van klein materiaal (16 mvt/etmaal) is weg te strepen tegen de 1.245 auto’s per etmaal in de gebruiksfase. Daarom is aanlegfase met de gebruiksfase gecumuleerd. Resultaten Ingevoerde bronnen In AERIUS zijn de volgende bronnen ingevoerd: 1. mobiele machine, stage klasse IV, 50.160 liter brandstof per jaar; 2. wegverkeer binnen bebouwde kom, zwaar verkeer, 938 mvt/jaar; 3. wegverkeer binnen bebouwde kom, licht verkeer, 1.245 mvt/etmaal.

Figuur 1

Ingevoerde bronnen

Rekenresultaten

blz. 2

Uit de berekening van de depositie blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr. In figuur 2 is de berekende depositie op de dichtstbijzijnde rekenpunten weergegeven (groene kader).

Figuur 2

Uitsnede AERIUS calculator, Ligging natura 2000 inclusief rekenpunten en uitkomsten depositietoename

Conclusie Uit de berekeningen blijkt dat de toename van de stikstofdepositie op de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden niet boven 0,00 mol N/ha/jaar uit komt. Hiermee is aangetoond dat het project, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied niet kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. De Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het project niet in de weg. Het is met het oog op potentiele effecten van de stikstofdepositie niet nodig om voor dit project een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen.

blz. 3

Bijlage 3

Quickscan ecologie

vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Friesestraatweg 231 te Groningen 43

2019 Natuurtoets Rho Adviseurs Friesestraatweg 229-231 te Groningen

++

COLOFON BUREAU FAUNAX Badweg 40 B 8401 BL Gorredijk 0513-435024 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus

Natuurtoets Rho Adviseurs Friesestraatweg 229-231 te Groningen Gorredijk, april 2019 In opdracht van: Rho Adviseurs Uitvoering: Bureau FaunaX Veldwerk en rapportage: Dhr R. Fokker Autorisatie: Dhr. E. P. de Boer Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied

© Bureau FaunaX. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX (2019). Natuurtoets Rho Adviseurs/ Friesestraatweg 229-231 te Groningen. Rapport 19049. Bureau FaunaX, Gorredijk.

Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.

INHOUDSOPGAVE 1.

2

INLEIDING ..................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding ..................................................................................................................... 1

1.2

Doel ...............................................................................................................................2

1.3

Onderzoeksopzet ..........................................................................................................2

1.4

Karakteristiek plangebied en planvoornemen ............................................................. 3

RESULTATEN QUICKSCAN ...........................................................................................4 2.1

Flora .............................................................................................................................. 4

2.2

Vogels ............................................................................................................................5

2.3

3

Jaarrond beschermde vogelnesten ................................................................5

2.2.2

Overige (broed)vogelsoorten .........................................................................5

Zoogdieren ................................................................................................................... 6 2.3.1

Vleermuizen .................................................................................................. 6

2.3.2

Overige zoogdieren ........................................................................................7

2.4

Vissen, reptielen & amfibieën en ongewervelden ....................................................... 8

2.5

Gebiedsbescherming .................................................................................................... 8

2.6

Houtopstanden ............................................................................................................ 8

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ...............................................................................9 3.1

Overzicht beschermde soorten ................................................................................... 9

3.2

Effectbespreking en aanbevelingen ............................................................................. 9

3.3 4

2.2.1

3.2.1

Algemene broedvogels .................................................................................. 9

3.2.2

Jaarrond beschermde nesten (gierzwaluw).................................................. 9

3.2.3

Jaarrond beschermde nesten (huismus) ..................................................... 10

3.2.4

Vleermuizen ................................................................................................. 10

3.2.5

Steenmarter .................................................................................................. 10

3.2.6

Zorgplicht ..................................................................................................... 10

Overzicht vervolgstappen ............................................................................................ 11

LITERATUUR EN BRONNEN ....................................................................................... 12

BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING ................................................................................. - 1 Wnb Soortbescherming ......................................................................................................- 1 Vogels en verstoring .................................................................................................- 1 Vrijgestelde soorten provincie Groningen ...............................................................- 1 Voorwaarden vrijstellingen ..................................................................................... - 2 Zorgplicht art 1.11 Wnb............................................................................................. - 3 Wnb Gebiedsbescherming ................................................................................................ - 3 Natura 2000-gebieden ............................................................................................. - 3 Wnb Houtopstanden ......................................................................................................... - 3 -

NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur ............................................. - 4 -

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Men is voornemens op Friesestraatweg 229 en 231 te groningen de bestaande gebouwen te slopen en hier een woongebouw te realiseren. Bij deze quickscan wordt er vanuit gegaan dat er geen bomen in het plangebied worden gekapt en dat de oever van het Reitdiep niet wordt aangepast. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid, onder meer in relatie tot de natuurwetgeving. Voor meer informatie over de Wet natuurbescherming en de handelswijze wordt verwezen naar Bijlage I. Zo dient te worden onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000), alsook in het kader van houtopstanden. Om hierin inzicht te krijgen wordt in eerste instantie een ecologische quickscan uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt een inschatting gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer van het project aanwezige beschermde natuurwaarden en de effecten van de voorgenomen plannen op deze waarden.

Figuur 1.1. Het plangebied aan de Friesestraatweg te Groningen (rood gemarkeerd).

1

1.2 Doel Deze ecologische beoordeling geeft, voor zover mogelijk, antwoord op de volgende vragen: 1. 2. 3. 4. 5.

Komen binnen het plangebied (biotopen van) onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten voor? Komen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden beschermde natuurgebieden voor? Wat zijn de mogelijke effecten van de werkzaamheden op deze beschermde natuurwaarden en -gebieden, zowel tijdens de realisatie als na afloop hiervan? Voor welke soorten en hun leefgebied wordt de wet mogelijk overtreden en in hoeverre kunnen overtredingen vermeden, dan wel verzacht worden? Wat zijn de te ondernemen vervolgstappen met betrekking tot het voorkomen van schade aan beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden?

Voor het beantwoorden van deze vragen zijn, naast de verzamelde gegevens tijdens het veldonderzoek, ook andere bronnen geraadpleegd. Zie hiervoor de bronnenlijst in hoofdstuk 4.

1.3 Onderzoeksopzet Soorten In opdracht van Rho Adviseurs heeft Bureau FaunaX het planvoornemen door middel van een ecologische quickscan getoetst aan de natuurwetgeving. Deze quickscan heeft bestaan uit een bureaustudie en een veldbezoek gebaseerd op ecologisch inzicht (expert judgement). Een ecologische quickscan of beoordeling is meestal de eerste stap van ecologisch onderzoek en is bedoeld om een inschatting te maken van de mogelijke effecten op eventueel aanwezige beschermde flora en fauna en/of natuurgebieden binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het veldonderzoek voor deze quickscan is uitgevoerd op vrijdag 22 maart 2019 en vond plaats onder winterse weersomstandigheden (10°C, windkracht 2, vrijwel geheel bewolkt). Dit onderzoek bestond uit een visuele inspectie van het plangebied, waarbij is gelet op de aanwezigheid van (of sporen van) beschermde soorten en op de eventuele aanwezigheid van geschikt leefgebied van deze soorten. Gebieden - Natura 2000 Behalve dat onderzocht wordt welke soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen voorkomen, wordt ook gecontroleerd of er sprake kan zijn van negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt middels een grove analyse op basis van de geplande werkzaamheden en de relevante afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden.

Houtopstanden Onder de Wet natuurbescherming worden ook houtopstanden beschermd. Er wordt gecontroleerd in welke mate er sprake is van kap en of hier een meld- en/of herplantplicht aan de orde kan zijn. Overige gebiedsbescherming Naast de Wet natuurbescherming zijn er nog meer regelgevingen die ingaan op het beschermen van de natuur in Nederland. Dit zijn veelal provinciale stukken, al dan niet als uitvoeringsorgaan vanuit rijksbeleid. Het gaat hierbij om regelgeving omtrent de Ecologische Hoofdstructuur, ganzengedooggebieden en weidevogelgebieden. Deze toetsing stipt kort aan of er sprake kan zijn van een conflict tussen de provinciale regelgevingen en het geplande initiatief. 2

1.4 Karakteristiek plangebied en planvoornemen Het onderzochte plangebied bestaat uit een autogarage met enkele parkeertereinen en een tankstation. Aan de oostkant van het plangebied bevindt zich de oever van het Reitdiep, welke langs het plangebied stroomt. Het plangebied grenst aan de oostkant aan de Friesestraatweg en de N370. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door de bebouwde kom van Groningen. Het planvoornemen bestaat uit het verwijderen van de bestaande gebouwen en het tankstation, waarna deze vervangen worden door een woongebouw. Er wordt vanuit gegaan dat er geen bomen gekapt zullen worden en dat de oever van het Reitdiep niet wordt veranderd.

Figuur 1.2. Impressie van het plangebied.

3

2 RESULTATEN QUICKSCAN 2.1 Flora De vegetatie van het plangebied wordt vooral gevormd door beplanting op de oever van het Reitdiep, waaronder enkele bomen (gewone es). De oever van het Reitdiep bestaat uit een voedselrijke ondergrond met algemenere plantensoorten als paarse dovenetel, ooievaarsbek (spec.), witte klaver, straatgras, Engels raaigras, smalle weegbree, speerdistel, kleefkruid, klaver, braam, grote brandnetel en reuzenbereklauw. Hiernaast zijn ook op de parkeerplaatsen van het plangebied planten aanwezig. Het gaat hierbij vooral om pionierssoorten zoals straatgras. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen, noch is het geschikte biotoop hiervoor aanwezig. De onder de Wnb beschermde plantensoorten stellen veelal kritische eisen aan hun standplaatsen. Aan deze eisen wordt binnen het plangebied niet voldaan. 

De aanwezigheid van beschermde plantensoorten kan uitgesloten worden op basis van habitateigenschappen.

Figuur 2.1. Impressie van de flora in het plangebied met v.l.b.n.r.o.: grote brandnetel, smalle weegbree, witte klaver en reuzenbereklauw.

4

2.2 Vogels 2.2.1

Jaarrond beschermde vogelnesten

Nesten van vogelsoorten die jaarrond beschermd zijn bevinden zich over het algemeen in volgroeide bomen en/of bossen, zoals ooievaarsnesten of horsten van roofvogels. Vaak worden oude kraaien- of eksternesten gebruikt door roofvogels. De bomen in het plangebied zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. Deze zijn echter niet aangetroffen, op basis waarvan het voorkomen op voorhand kan worden uitgesloten. Voor de autogarage daarentegen geldt dat de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten niet op voorhand kan worden uitgesloten. In dit gebouw bevinden zich namelijk potentiële nestlocaties van de huismus en de gierzwaluw in de vorm van gaten en kieren waarin deze soorten tot broeden kunnen komen (figuur 2.2). Al hoewel de gierzwaluw een voorkeur heeft voor hogere gebouwen, kan het voorkomen op basis van de hoogte van het gebouw niet op voorhand worden uitgesloten.

Figuur 2.2. potentiële verblijfplaatsen voor de gierzwaluw en de huismus.

2.2.2 Overige (broed)vogelsoorten Naast jaarrond beschermde nesten is het plangebied ook beoordeeld op waarden voor broedvogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. Deze nesten zijn uitsluitend beschermd tijdens het broedproces. Ten tijde van de quickscan werden soorten als de roodborst, pimpelmees en scholekster aangetroffen. Deze soorten kunnen potentieel in het plangebied tot broeden komen. Vooral de oever van het Reitdiep waar veel riet en bossages aanwezig zijn biedt veel mogelijkheden voor broedvogelsoorten zoals de meerkoet (figuur 2.3). Hoewel deze oever binnen het planvoornemen niet aangepast zal worden, kunnen de werkzaamheden binnen het plangebied potentiële broedende vogels verstoren.

5

Hiernaast vindt de soort scholekster vaak broedgelegenheid op platte daken. De autogarage is voor deze soort geschikt. Tijdens het veldbezoek nam er zelfs een exemplaar plaats op het dak van de autogarage.

Figuur 2.3. De oever van het Reitdiep biedt mogelijkheden voor broedvogels.

 

Het voorkomen van verblijfplaatsen van huismussen en gierzwaluwen in het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Binnen en vlak buiten het plangebied kunnen vogels tot broeden komen waarvan de nesten weliswaar geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn tijdens het broedproces.

2.3 Zoogdieren 2.3.1

Vleermuizen

Vleermuizen verblijven in Nederland over het algemeen in bomen, in gebouwen of in andere kunstmatige bouwwerken. In de bomen binnen het plangebied zijn geen holten aangetroffen, waardoor het voorkomen van verblijfplaatsen in bomen op voorhand kan worden uitgesloten. In het gebouw van de autogarage zijn wel kieren en gaten aangetroffen die als ingangen naar verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen fungeren (figuur 2.4). Tevens kan niet uitgesloten worden dat de spouwmuren van dit gebouw toegankelijk zijn. Hierdoor kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in gebouwen binnen het plangebied niet worden uitgesloten. Naast verblijfplaatsen van vleermuizen, kunnen ook vliegroutes en/of foerageergebieden van vleermuizen een beschermde status hebben als deze van essentieel belang zijn voor het in stand houden van een verblijfplaats. Als vliegroute worden afhankelijk van de soort waterlichamen, bosranden, bomenlanen of gebouwen gebruikt. Het Reitdiep dat ten oosten langs het plangebied stroomt, vormt waarschijnlijk een essentiele vliegroute en/of foerageergebied voor soorten als de meervleermuis. Dit correspondeert met meerdere waarnemingen van deze soort binnen 200 meter van het plangebied en boven het Reitdiep (bron: NDFF). Negatieve effecten op essentiële vliegroutes of foerageergebieden kunnen daarom niet op voorhand worden uitgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4151/documents/59262