Bijlage 11 Hoofdraport Milieu effect rapportage Suikerfabriekterrein Groningen.pdf
Tekst van het document
Het gecombineerde tweede en derde watervoerende pakket bestaat uit fijn tot uiterst grof zand. Dit pakket is opgesplitst in twee delen. Voor het ondiepe deel is de doorlatendheid hoger dan van het diepere deel (vanaf circa 170 meter beneden maaiveld). Binnen het gecombineerde tweede en derde watervoerende pakket kunnen kleilagen voorkomen.
53 (149)
Figuur 4.12 Schematische Bodemopbouw Deelgebied Noord (bron: IF Technology)
4.5.3 Riolering Binnen het plangebied liggen verschillende soorten rioolsystemen. In het oostelijke deel van de straat de Peizerweg ligt een drukriool dat het afvalwater van de aanliggende percelen in oostelijke richting afvoert. 4.5.4 Autonome ontwikkeling Op het gebied van water worden geen autonome ontwikkelingen verwacht, anders dan dat de maatregelen uit het maatregeldocument voor het KRW-waterlichaam HoendiepAduarderdiep na 2021 zijn uitgevoerd. 4.6
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
4.6.1 Landschap Het plangebied ligt ingeklemd tussen Hoogkerk en Groningen en wordt grotendeels omringd door stedelijke gebieden (bedrijventerreinen en woonwijken). Een groot deel van het plangebied zelf heeft, met name ten zuiden van de spoorlijn, nog een open karakter, met verspreid struweel/bosschages en open water. Ten noorden van de spoorlijn heeft het gebied in de huidige situatie een relatief besloten karakter door de aanwezigheid van struweel, bosschages en de vloeivelden/waterbassins. Het oostelijke deel van het plangebied is nu in gebruik voor tijdelijk wonen en werken en evenementen (Voorterrein) en als bedrijventerrein (Hoendiep-Zuid). Het plangebied wordt in oost-westrichting doorsneden door de verhoogde gelegen spoorlijn Groningen – Leeuwarden. De Landschapskwaliteitsgids van de provincie Groningen geeft een beeld van de landschapstypen in de provincie. Het plangebied ligt in het landschapstype ‘Wegdorpenlandschap op laagveen’. De agrarische percelen hebben van oorsprong een blokverkaveling / strokenverkaveling. Deze is op de historische kaart uit de periode 1819 –
54 (149)
18295 goed zichtbaar. In de loop van de tijd is dit patroon in het gebied minder zichtbaar geworden door de aanleg van vloeivelden, waterbassins, struweel / bosschages en een verdere verfijning van het slotenpatroon. De verfijning van het slotenpatroon is reeds zichtbaar op een Minuutplan uit 1832. Niet alle delen van het voormalige fabriekseigendom waren voor de suikerproductie in gebruik genomen. Grote delen van de voormalige Polder ‘De Verbetering’ in Deelgebied Zuid bevatten dan ook nog steeds de Middeleeuwse polderverkaveling. Het Hoendiep wordt beschouwd als een karakteristieke watergang in het landschapstype ‘Wegdorpenlandschap op laagveen’. Het zeefgebouw op het Voorterrein is aangemerkt als structuurbepalende bebouwing. Een object aan de noordzijde van het Hoendiep dat is aangemerkt als structuurbepalende bebouwing is inmiddels verdwenen. Aan de zuidkant ligt langs de Peizerweg lintbebouwing met woningen van voor 1950. Eén boerderij in dit bebouwingslint is aangemerkt als een structuurbepalende bebouwing.
Figuur 4.13 Landschappelijke waarden (Bron: Landschapskwaliteitsgids prov. Groningen)
4.6.2 Cultuurhistorie Het plangebied ligt ten oosten van de rug van Tynaarlo en ten westen van de Hondsrug, in het stroomgebied van de Drentse Aa. In het deelrapport Cultuurhistorische analyse en waardestelling (RAAP, 2019, zie bijlage 7) is een analyse gemaakt van de cultuurhistorische ontwikkeling van het plangebied. Binnen het plangebied zijn volgens RAAP vier thema’s relevant om de cultuurhistorische ontwikkeling van het gebied te omschrijven:
5
Huguenin 1819 – 1829, bron: Cultuurhistorische waardenkaart, Erfgoed, gemeente Groningen
55 (149)
Kreken en wierden In geomorfologisch opzicht is een groot deel van het onbebouwde deel van de gemeente Groningen als ‘vlakte van getijdeafzettingen’ te classificeren. In dit gebied zijn derhalve soortgelijke krekenpatronen met wierden te verwachten. Van alle gebieden in Groningen waar de verkaveling het vroegere krekenpatroon echter oversnijdt, kan het reliëf in het plangebied als één van de meest uitgesproken voorbeelden worden aangewezen. Zowel de grote als kleine kreken zijn hier op hoogtebeelden nog erg goed zichtbaar. In de gemeente Groningen zijn daarnaast nog enkele wierden herkenbaar die dateren uit de Middeleeuwen. De ‘Hege Vier’ is de meest zuidelijke wierdenconcentratie binnen de gemeente Groningen. Landschap / laatmiddeleeuwse ontginningen Het plangebied is één van de laatste gebieden in de omgeving van Groningen die, vermoedelijk in de 13e eeuw, in cultuur werd gebracht en waarin de ontwatering nog in de eeuwen daarna geleidelijk verbeterd werd. Het is een relatief uniek gebied in de gemeente Groningen. De oude ontginningsas Eelde-Dorkwerd (destijds Wolvedijk genoemd) kruist het plangebied noord-zuid. Deze as is nu nog aanwezig als de Campinglaan ten zuiden van het spoor en de Suikerlaan ten noorden va. De Peizerweg is een belangrijke oost-west route, evenals het Hoendiep (voorheen: Hoensloot) met de begeleidende infrastructuur.
De Peizerweg werd vroeger aangeduid als ’Drentsche Laan’ en vormde de verbinding met noordwest Drenthe en het (zuid)oosten van Friesland. In het zuidelijk deel van het plangebied is de laatmiddeleeuwse verkaveling nog goeddeels intact, terwijl deze ter plaatse van de vloeivelden en de bebouwde zones in het oosten grotendeels verdwenen is. Relevant voor de structuur is de toename van de bebouwing langs de Peizerweg. In de 19e eeuw lagen er langs de Peizerweg slechts enkele boerderijen. Het merendeel lag langs de zuidzijde, buiten het plangebied. Het enige oude erf binnen het plangebied is in de huidige situatie niet meer aanwezig. Suikerunie Het onderzoeksgebied is de afgelopen eeuw voor een groot deel in gebruik geweest bij de SuikerUnie en zijn voorganger. In 1913 werd de ‘Friesch-Groningsche Coöperatieve Beetwortelfabriek’ gebouwd aan het Hoendiep. Om zand te kunnen bergen dat bij het wassen van de bieten vrijkwam, waren grote terreinen noodzakelijk. Het eerste vloeiveld werd direct aan het Hoendiep aangelegd. Kenmerkend waren de dammen die het bassin in meerdere compartimenten indeelden. Voor 1962 werd dit eerste vloeiveld naar het noorden toe uitgebreid. De laatste dammen in het oudste vloeiveld lagen er nog in 1971 en verdwenen in het decennium daarna. Toen ontstond de grote plas zoals die nog altijd aanwezig is.
Na de Tweede Wereldoorlog werden meerdere grote terreinen aangekocht en als vloeiveld ingericht. De suikerfabriek in Groningen werd in 2008 gesloten. Het merendeel van de bedrijfsgebouwen is daarna gesloopt, een klein (monumentaal) deel staat nog. Tweede Wereldoorlog De Duitse bezetter liet tijdens de oorlogsjaren enige verdedigingswerken rond de stad Groningen optrekken. Het betrof vooral bunkers, mitrailleurnesten van hout en aarde, prikkeldraadversperringen en betonnen antitankmuren. Bij de suikerfabriek werd in 1945 korte tijd gevochten. Frans-Canadese troepen werden hier door FLAK-afweergeschut vanaf de suikerfabriek onder vuur genomen. Canadese tanks en artillerievuur vanuit het Stadspark wisten het Duitse geschut uit te schakelen. Op dat moment konden de Canadezen de fabriek gebruiken om de brug over het Hoendiep onder vuur te nemen. Van de structuren uit de Tweede Wereldoorlog zijn aan het maaiveld nog enkele loopgraven in het reliëf herkenbaar, is een deel van een afwateringssloot als anti-tankgracht gebruikt en nog aanwezig, en zijn nog drie bouwwerken (een bunker en twee bakstenen bouwwerken) bij de vloeivelden aanwezig.
56 (149)
Figuur 4.14 Cultuurhistorische waarden in Deelgebied Zuid (Bron: gemeente Groningen)
De overblijfselen van kreken en wierden in het plangebied zijn door de provincie Groningen niet aangemerkt als aardkundige waarden. 4.6.3 Archeologie Er is een onderzoek uitgevoerd naar de archeologie waarden op het Suikerfabriekterrein (RAAP 2017, opgenomen in Tauw 2017, zie bijlage 6). De bevindingen worden hieronder kort samengevat weergegeven. Aan de zuidwestzijde van het plangebied ligt de archeologische zone ‘Rug van Tynaarlo’. Het gaat om de noordelijke uitloper van een smalle zandrug, die parallel aan de Hondsrug loopt. In de zone op en rond de zandrug zijn archeologische sporen te verwachten uit de gehele prehistorie. De oudste sporen zijn te verwachten in en op de zandrug zelf, gezien het feit dat zandruggen in de Steentijd aantrekkelijk zijn geweest voor bewoning. Waar de pleistocene ondergrond is afgedekt door de veenlaag kunnen de vindplaatsen goed geconserveerd zijn, waarbij zelfs nog organisch materiaal terug te vinden is. Het grootste deel van het plangebied is van oorsprong een veengebied. Het veengebied in het plangebied maakt deel uit van een groter veengebied dat ligt tussen het Drents plateau en de mariene kleiafzettingen ten noorden ervan, en is globaal gelegen ten zuiden en zuidwesten van de stad Groningen. Ondanks dat dit natte veengebied niet geschikt leek voor bewoning, zijn er toch aanwijzingen voor menselijke aanwezigheid.
In het plangebied ligt namelijk een fossiel krekensysteem met daarin een perceel met vier 'veenterpjes', in de volksmond ook wel 'de hege vier' genoemd. Deze veenterpjes lijken de meest noordelijke van een grotere groep van veenterpjes in het genoemde veengebied, dat zich ook over een groot gebied van Drenthe uitstrekt. De meeste van deze veenterpjes zijn verdwenen met het graven van het Paterswoldse meer en het Hoornse Meer. Deze vier veenterpjes lijken de laatst overgeblevenen in de gemeente Groningen en zijn daarom aangewezen als gemeentelijk archeologisch monument. Recent onderzoek in 2015 heeft een vijfde veenterpje ten noorden van de 'hege vier' aangetoond. Dit terrein is bij het monument gevoegd.
57 (149)
Figuur 4.15 Archeologische waarden in het plangebied (Bron: Cultuurhistorische waardenkaart, Erfgoed, Gemeente Groningen)
Figuur 4.16 Het krekenpatroon en de ligging van “De Hoge Vier” in het zuidelijke deel van het plangebied (Bron: RAAP, 2017)
58 (149)
Voor Deelgebied Noord is (ter voorbereiding op de bestemmingsplanprocedure) archeologisch booronderzoek uitgevoerd (RAAP, augustus 2019, zie bijlage 8). In dit onderzoek zijn enkele archeologische indicatoren aangetroffen. Voor zowel de dekzandzone als het krekenstelsel is een indicatieve archeologische verwachtingskaart opgesteld (zie figuur 4.17 en 4.18). Zowel voor de dekzandzone als voor het krekenstelsel hebben grote delen van het onderzochte gebied een middelhoge of hoge verwachting. Voor de hoog gelegen rug van Tynaarlo en de oostelijk daarvan gelegen rug is de verwachting hoog voor nederzettingssporen uit de periode steentijd-bronstijd. De lager gelegen delen zijn minder kansrijk, maar gezien de aanwezigheid van een (podzol)bodem was hier wel bewoning mogelijk. Vanwege de diepteligging worden hier echter alleen vindplaatsen uit het mesolithicum en laat paleolithicum verwacht. Voor dit gedeelte is de verwachting middelhoog. Binnen de delen van de vloeivelden waar de bodem is verstoord tot in het dekzand of de keileem zullen eventuele vindplaatsen sterk zijn aangetast. Voor deze delen is de verwachting laag.
Figuur 4.17 Archeologische verwachtingskaart dekzandzone
Ondanks dat het gebied in gebruik geweest is als vloeiveld, blijkt het krekenstelsel aan de oostzijde van het plangebied goed bewaard te zijn gebleven en is daarmee net zo waardevol als het nog herkenbare deel ten zuiden van de spoorlijn. Het krekenstelsel is niet aanwezig in de westelijke helft van het plangebied.
59 (149)
Figuur 4.18 Archeologische verwachtingskaart krekenstelsel
Deelgebieden Hoendiep-Zuid en Voorterrein zijn volledig bebouwd (Hoendiep-Zuid) of bebouwd geweest (Voorterrein). Aangenomen kan worden dat de bodem hier verstoord is door activiteiten tijdens de bouw. Mogelijk zijn delen van het oorspronkelijke maaiveld nog onverstoord. Dit is een leemte in kennis. 4.6.4 Autonome ontwikkeling In de autonome situatie worden geen veranderingen verwacht die van invloed zijn op het landschap en de cultuurhistorische en archeologische waarden in het plangebied. 4.7 Natuur Voor het gehele plangebied is een onderzoek uitgevoerd om de huidige ecologische waarden in beeld te brengen (Waardenburg, 2019, bijlage 9A). Er is nader onderzoek uitgevoerd naar de effecten op de Geoorde Fuut (Altenburg&Wymenga, 2020, bijlage 9B) en de Watervleermuis (Regelink, 2020, bijlage 9C). Tevens zijn de effecten op Natura 2000 onderzocht (Sweco, 2020, bijlage 9D). Hieronder volgt een beschrijving van de aanwezige waarden. 4.7.1 Beschermde gebieden Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. In een straal van ca 10 km van het plangebied bevinden zich drie Natura 2000-gebieden; het Leekstermeergebied (1,8 km naar het zuidwesten), het Zuidlaardermeergebied (7,5 km naar het zuidoosten) en het Drentse Aa gebied (10,5 km naar het zuidoosten).
Het plangebied ligt op circa 1,2 km afstand van de rand van het dichtstbijzijnde NNN-gebied in de provincie Groningen. Dit betreft een weidevogelgebied bij Leegkerk, ten noordwesten
60 (149)
van het plangebied (tussen de Leegeweg en het Aduarderdiep). Op ca 1,1 km afstand ligt de rand van het dichtstbijzijnde NNN-gebied in de provincie Drenthe. Het gaat hier om het uitgestrekte laagveen/moeras/merengebied van het Leekstermeer en de Onlanden, gelegen aan weerszijden van de N372 tussen Groningen en Peize. De Natura 2000-gebieden en NNN-gebieden in de omgeving zijn weergegeven in figuur 4.19.
Figuur 4.19 Ligging plangebied (rode contouren) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en NNNgebieden (Bron: Waardenburg, 2019).
De gemeente Groningen heeft een eigen stedelijk ecologisch beleid. Dit is vastgelegd in het beleidsdocument Groene Pepers. Belangrijk onderdeel van het ecologisch beleid van de gemeente is de zogenaamde Stedelijke Ecologische Structuur (SES). Op de SES-kaart 2014 is één watergang binnen het plangebied aangemerkt als “ecologische waterverbinding”. Dit is de Hoogkerkstertocht, die oostwest door Deelgebied Zuid loopt). Daarnaast is gemaal De Verbetering (op het Voorterrein) aangemerkt als knelpunt in de “ecologische waterverbinding” langs de hoofdwatergang die (grotendeels buiten het plangebied) vanuit het Stadspark naar het Hoendiep loopt. Op de SES-kaart 2014 zijn daarnaast gebieden en structuren aangewezen die nog ontwikkeld moeten worden tot
61 (149)
ecologisch gebied of ecologische verbinding. In 2020 wordt de SES geactualiseerd (en gaat dan GES heten: Gemeentelijke Ecologische Structuur). In deze actualisatie worden de GES en de Structuurvisie voor het Suikerfabriekterrein inhoudelijk goed op elkaar afgestemd. Het resultaat hiervan wordt verwerkt in de GES.
Figuur 4.20 Uitsnede van de kaart Stedelijk ecologische structuur (SES), vastgesteld in 2014
4.7.2 Beschermde soorten en rode lijstsoorten Voor een gebied tot 500 meter rondom het plangebied is een bronneninventarisatie uitgevoerd naar de aanwezigheid van (beschermde) planten en dieren (Waardenburg, 2019). In het plangebied komen verschillende soorten vogels voor. Met name in het noordelijk deel van het plangebied (ten noorden van de spoorlijn) zijn veel verschillende soorten aanwezig. Dit komt mede doordat het gebied nu beperkt toegankelijk is voor mensen, waardoor het hier relatief rustig is. Het zuidelijk deel van het plangebied is interessant voor diverse ganzen, akker- en weidevogels. Ook buiten het broedseizoen komen in het plangebied veel watervogels voor, zoals slobeend, smient, kuifeend, tafeleend, krakeend, wintertaling en zomertaling. Steltlopers gebruiken de vloeivelden als slaapplaats en foerageergebied in de periode voorafgaand en volgend op het broedseizoen. Ook is het gebied voor diverse zangvogels van belang als overwinteringsgebied of als foerageergebied, zoals voor gierzwaluw. Figuur 4.21 geeft een overzicht van waarnemingen binnen de verschillende deelgebieden van enkele bijzondere vogelsoorten.
62 (149)
Figuur 4.21 Waarnemingen van enkele bijzondere vogelsoorten in 2018 (Bureau Waardenburg, 2019)
Uit nader onderzoek is gebleken dat de voormalige vloeivelden/gronddepots een belangrijk broedgebied vormen voor de Geoorde Fuut. In 2018 hebben er 66 broedparen van de Geoorde Fuut. Dit is 38% van de Groninger populatie en 13% van de Nederlandse populatie (situatie 2017/2018). (A&W, 2020) In het plangebied komen mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen voor in de bakstenen gebouwen op het terrein van de suikerfabriek. Deze bakstenen gebouwen blijven gehandhaafd, en het gebruik als verblijfplaats is om die reden niet nader onderzocht. De bunkers in het plangebied zijn wel onderzocht, maar hier zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. In de bomen in het plangebied zijn geen holten aangetroffen die gebruikt kunnen worden als verblijfplaats voor vleermuizen. Wel is het hele gebied geschikt als foerageergebied voor zes soorten vleermuizen. Vastgesteld is dat gewone dwergvleermuizen de ruigte langs het spoor gebruiken als vliegroute. Tevens is het aannemelijk dat de groenstrook langs het Hoendiep ook als vliegroute gebruikt kan worden door verschillende soorten. Door middel van zenderonderzoek is in de zomer van 2019 het gebruik van het plangebied door Meervleermuis en Watervleermuis onderzocht (Regelink, 2020). Beide soorten hebben hun verblijfsplaatsen elders, maar foerageren regelmatig boven de waterpartijen op het Suikerfabriekterrein.
63 (149)
Verspreid in het gebied zijn verschillende amfibieën aangetroffen, waaronder groene kikker en de streng beschermde poelkikker. Vooral in sloten die zich kenmerken door een rijke watervegetatie en een gevarieerde oevervegetatie komt de poelkikker in grote aantallen voor. Deze sloten bevinden zich voornamelijk zuiden van het spoor (Deelgebied Zuid). In het plangebied zijn geen beschermde soorten planten aangetroffen. Op basis van het veldonderzoek en de verspreidingsgegevens is het voorkomen van beschermde soorten planten uitgesloten. Wel zijn enkele soorten van de Rode Lijst in de omgeving waargenomen. Zo zijn in het SES-gebied PURE in het zuidwesten van het plangebied in 2016 soorten aangetroffen als blauwe knoop, klokjesgentiaan, moeraswolfsmelk, spitsfonteinkruis en stijve ogentroost. In het plangebied zijn 12 soorten libellen aangetroffen, waaronder geen beschermde soorten zitten. Het voorkomen van beschermde libellen in het plangebied is op basis van het veldonderzoek en verspreidingsgegevens uitgesloten. Hetzelfde geldt voor dagvlinders. Wel is in de nabijheid van het plangebied één waarneming gedaan van de Rode lijst soort groot dikkopje. Verder zijn in het plangebied 17 andere dagvlindersoorten aangetroffen. De aanwezigheid van (beschermde) reptielen en vissen kan op voorhand worden uitgesloten. Deze komen niet in de directe omgeving voor.
Geschikt habitat zoals vennen en geschikte sloten/wateren ontbreken in het plangebied. Alle deelgebieden zijn geschikt als leefgebied voor vos, ree, haas, konijn, marterachtigen, muizen en ratten. De stenen gebouwen op het terrein van de suikerfabriek zijn geschikt als verblijfsplaats van steenmarter. 4.7.3 Autonome ontwikkeling In de autonome ontwikkeling zullen de beheerders van Natura 2000, NNN-gebieden en SES-gebieden werken aan het behouden en waar nodig verbeteren van de natuurkwaliteit. Er zijn geen autonome ontwikkelingen voorzien die van invloed zijn op de natuurwaarden in het plangebied. 4.8
Duurzaamheid
4.8.1 Energietransitie In de referentiesituatie vinden activiteiten plaats Hoendiep Zuid en het Voorterrein, en deels in Deelgebied Noord. Op Hoendiep-Zuid zijn meerdere bedrijven gevestigd. Op het Voorterrein is ook bebouwing aanwezig, deels tijdelijk van aard. In Deelgebied Zuid heeft het Terra een tijdelijk onderwijsgebouw in gebruik. Op de genoemde locaties wordt energie gebruiken voor o.a. ruimteverwarming, verlichting en productieprocessen. Er zijn geen gegevens bekend over de omvang van dit energiegebruik, en ook niet over de mate waarin deze energie duurzaam wordt opgewekt. 4.8.2 Klimaatadaptatie In de Stresstest Klimaatadaptatie (Sweco, 2018) zijn analyses uitgevoerd naar hittestress, droogte, wateroverlast en overstromingen in de stad Groningen. Hierbij is o.a. gebruik gemaakt van gegevens van de landelijke database www.klimaateffectatlas.nl. De bevindingen uit deze Stresstest t.a.v. het Suikerfabriekterrein worden hieronder kort samengevat weergegeven.
64 (149)
Hittestress en droogte In de deelgebieden Hoendiep-Zuid en Voorterrein is reeds bebouwing en verharding aanwezig. Deze gebieden kunnen overdag opwarmen en ook ’s-nachts relatief warm blijven. In Deelgebieden Noord en Deelgebied Zuid is vooral sprake van groen en water en is hittestress niet aan de orde. Ten aanzien van droogte worden er op het Suikerfabriekterrein geen verlagingen van de grondwaterstand als gevolg van klimaatverandering verwacht. Wel kan de bodemopbouw (met veen en klei) gevoelig zijn voor ongelijkmatige zettingen, waardoor schade aan gebouwen kan optreden. Wateroverlast Wateroverlast kan ontstaat door zware buien. Alleen in deelgebied Hoendiep-Zuid is er enige kans op wateroverlast door water op straat, en bij één pand is er kans op wateroverlast door water dat het gebouw in stroomt. In de overige deelgebieden is er met de huidige inrichting geen risico op wateroverlast. Overstromingen Het huidige Suikerfabriekterrein ligt grotendeels op ca NAP 0 meter. Het maaiveld van het Deelgebied Zuid is nog wat lager dan andere deelgebieden. Rondom de voormalige vloeivelden in Deelgebied Noord en Deelgebied Zuid liggen wallen die enkele meters boven het maaiveld uitstijgen.
Hieronder is weergegeven welke waterdiepte er in het plangebied ontstaat bij een overstroming door respectievelijk het doorbreken van de primaire keringen (waaronder de zeedijken) en het doorbreken van regionale keringen (langs kanalen). Er is gebruik gemaakt van de kaarten op www.klimaateffectatlas.nl en gekeken naar de prognose voor het jaar 2050. Overstroming vanuit zee: Na het doorbreken van de primaire keringen is de maximale overstromingsdiepte in Deelgebied Noord en Deelgebied Zuid ca 2 meter. Deelgebieden Hoendiep Zuid en het Voorterrein blijven droog. De spoorlijn ligt relatief hoog en droog, de waterdiepte is hier ca 0,50 meter.
Figuur 4.22 Waterdiepte bij doorbreken primaire keringen (o.a. de zeedijken)
Overstroming vanuit kanalen: Bij het doorbreken van regionale keringen ontstaat een overstromingsdiepte tussen de 2 en 5 meter in Deelgebied Zuid. Dit deelgebied kan overstromen door water dat vanuit het zuiden komt (waar het van het hoger gelegen Drents Plateau af stroomt). Opvallend is dat de spoorlijn een scheiding vormt: Deelgebied Noord
65 (149)
blijft droog. In deelgebied Hoendiep zuid kan op enkele plekken een waterdiepte van maximaal 2 meter ontstaan. Het Voorterrein blijft droog.
Figuur 4.23 Waterdiepte bij doorbreken regionale keringen (langs kanalen)
4.8.3 Autonome ontwikkeling In de autonome ontwikkeling zal het energiegebruik in het plangebied niet wezenlijk veranderen. De klimaatverandering zal naar verwachting doorzetten en dit kan leiden tot toenemende klimaatgerelateerde effecten (t.a.v. hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen).
66 (149)
5
Effectanalyse
5.1
Werkwijze effectanalyses
Algemeen In de hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de milieueffecten van de Structuurvisie voor het gehele Suikerfabriekterrein behandeld, en in hoofdstuk 7 op de milieueffecten van het bestemmingsplan voor Deelgebied Noord. In beide hoofdstukken worden de milieueffecten van het planvoornemen voor de Structuurvisie resp. het bestemmingsplan Deelgebied Noord (zie hoofdstuk 3 van dit MER) vergeleken met de referentiesituatie waarin dit voornemen niet wordt uitgevoerd (zie hoofdstuk 4 van dit MER). De analyses sluit qua detailniveau aan bij het detailniveau van het betreffende plan. Op de navolgende pagina is het beoordelingskader voor de analyse van milieueffecten weergegeven. Dit beoordelingskader is overgenomen uit de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In het beoordelingskader is aangegeven welke milieuaspecten relevant zijn, op welke criteria zal worden getoetst en op welke wijze dat zal gebeuren. In hoofdstuk 6 en 7 zal per criterium de werkwijze verder worden toegelicht. Voor elk criterium wordt op basis van de effectanalyse een effectbeoordeling uitgevoerd. Voor die beoordeling wordt de volgende schaal gehanteerd. Score ++ + 0/+ 0 0/--
Sterk positief effect Positief effect Beperkt positief effect Neutraal Beperkt negatief effect Negatief effect Sterk negatief effect
Waar negatieve milieueffecten aan de orde zijn, wordt onderzocht of er maatregelen mogelijk zijn om de effecten te verzachten (mitigeren) of te compenseren. Specifiek Voor de Structuurvisie worden de milieueffecten van 3 alternatieven (Laag, Midden en Hoog) geanalyseerd. Om herhaling van teksten te voorkomen, wordt de effectanalyse en beoordeling alleen uitgevoerd voor het alternatief ’Midden’ met 3.750 woningen. Nadat dit alternatief volledig is geanalyseerd en beoordeeld, wordt kort geanalyseerd of de alternatieven met 2.500 en 5.000 woningen leiden tot meer/minder of andere milieueffecten, en zo ja, of de effectbeoordeling voor deze alternatieven ook anders is. Op deze wijze ontstaat er voor alle alternatieven een goed beeld van de milieueffecten. Voor het bestemmingsplan wordt één alternatief (met 750 woningen) geanalyseerd. Voor de duidelijkheid wordt opgemerkt wordt dat het bestemmingsplan ook deel uitmaakt van het Structuurvisie-gebied, waardoor enige ’overlap’ in de effectanalyses optreedt.
67 (149)
Beoordelingskader (bron: NRD)
68 (149)
5.2 Werkwijze gevoeligheidsanalyses en realisatiefase Na de analyses voor Suikerfabriekterrein en Deelgebied Noord wordt in hoofdstuk 8 een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd voor drie scenario’s (Aanpak Ring West, Publiekstrekker Voorterrein en De Held III). In hoofdstuk 9 wordt nog specifiek gekeken naar effecten in de realisatiefase. Voor de analyses in hoofdstuk 8 en 9 geldt dat bovenstaande beoordelingskader niet van toepassing is, maar alleen aandacht wordt besteed aan de relevante milieu-aspecten. Er wordt ook geen effectbeoordeling (score) toegekend. De analyses zijn bedoeld om extra milieu-informatie te vergaren die relevant kan zijn voor de besluitvorming over Structuurvisie en het bestemmingsplan.
Hoendiep nabij de aansluiting op westelijke ringweg
69 (149)
6
Effecten Structuurvisie Suikerfabriekterrein
6.1
Verkeer en vervoer
6.1.1 Toetsingscriteria Voor het thema verkeer en vervoer worden de volgende aspecten onderzocht: • • •
Bereikbaarheid gemotoriseerd verkeer Bereikbaarheid langzaam verkeer en OV Verkeersveiligheid
6.1.2
Effectbeschrijving en -beoordeling: alternatief Midden (3.750)
Bereikbaarheid gemotoriseerd verkeer De realisatie van een nieuw stadsdeel zal er toe leiden dat er meer autoverkeer ontstaat. De gemeente streeft ernaar om de verkeerseffecten op omliggende wegen te beperken door een goede spreiding van het verkeer. Om die reden zijn in het plan meerdere nieuwe ontsluitingswegen opgenomen. In het achtergrondrapport Verkeer (bijlage 1) is met behulp van het verkeersmodel van de gemeente Groningen inzichtelijk gemaakt hoe het verkeer zich over het wegennet gaat verdelen na uitvoering van de voorgenomen activiteit. Tevens is in dit rapport beoordeeld of de verkeerstoenames mogelijk tot knelpunten leiden. Infrastructuur en verkeersintensiteiten Door middel van enkele centrale wijkverzamelwegen wordt het Suikerfabriekterrein voor gemotoriseerd verkeer aangesloten op het omliggende wegennet. Dit gebeurt op 7 plaatsen (gebiedsentrees). Ten noorden van het spoor worden gebiedsentrees gerealiseerd bij het Hoendiep (twee entrees via 2 nieuwe bruggen) en de Johan van Zwedenlaan noord. Ten zuiden van het spoor worden twee gebiedsentrees gerealiseerd op de Johan van Zwedenlaan zuid, één op de Peizerweg ter plaatse van de Hunsingolaan en één op de Suikerlaan. In figuur 6.1 zijn de gebiedsentrees (inclusief intensiteiten) weergegeven. In figuur 6.2 is weergegeven welke intensiteiten zijn berekend voor omliggende wegen.
Figuur 6.1 Locaties hoofdontsluitingen wijk en etmaalintensiteiten werkdag
70 (149)
Figuur 6.2 Verandering verkeerstromen rondom het plangebied
71 (149)
Door de aanleg van diverse nieuwe ontsluitingsroutes, wordt het verkeer verspreid over verschillende wegen. Het verkeer zal zich vooral oriënteren op de Ring Groningen en de A7, die fungeren als het hoofdwegennetwerk naar bestemmingen elders in de stad en het ommeland. Duidelijke toenames worden verwacht op Hoendiep-oost, de Johan van Zwedenlaan zuid en de Ring West zuid. De Johan van Zwedenlaan zuid (nabij de aansluiting A7 Hoogkerk) krijgt in dit alternatief bijna twee keer zo veel verkeer te verwerken als in de autonome situatie. Een afname van het verkeer wordt verwacht bij Hoendiep-west. Gebiedsvreemd verkeer lijkt deze wegen in dit alternatief te mijden als gevolg van de toegenomen verkeersdrukte op Hoendiep-oost. Een afname van gebiedsvreemd verkeer wordt ook op de andere hoofdwegen rondom het plangebied verwacht, dit leidt echter niet tot een afname van het totaal aantal verkeersbewegingen. Verkeersafwikkeling De toename van de verkeersbewegingen op de meeste wegen rondom het plangebied leidt er toe dat op enkele kruispunten de verkeersafwikkeling verslechtert. In alle gevallen zijn het kruispunten waar de afwikkeling in de referentiesituatie ook al een aandachtspunt is. Het gaat om de volgende kruispunten: 1. 2. 3. 4.
Rotonde Johan van Zwedenlaan – Hoendiep; Rotondecomplex Aansluiting A7 Hoogkerk Kruispunt Atoomweg – Hoendiep – Energieweg-oost; Peizerweg, ter hoogte van het Woonforum.
1 3 4
2 Figuur 6.3 Locaties waar verkeersafwikkeling verslechtert als gevolg van toename verkeersbewegingen (rode bollen)
De rotonde Johan van Zwedenlaan – Hoendiep wordt in zowel de ochtend- als de avondspits zodanig druk, dat er wachtrijvorming ontstaat. Ook ontstaan er wachtrijen op het rotondecomplex aansluiting A7 Hoogkerk.
72 (149)
Ook het voorrangskruispunt Atoomweg – Hoendiep – Energieweg-oost wordt drukker. Vooral het linksafslaand verkeer (op alle takken) dat via het middeneiland wordt afgewikkeld, ondervindt daardoor vertraging. Dit kan tot stagnatie leiden. Daarnaast ontstaat er stagnatie op de Peizerweg, ter hoogte van het Woonforum. De avondspits levert hier in combinatie met bezoekers aan de meubelboulevard en winkels stagnatie op. Het vele in- en uitrijdende verkeer zorgt voor stagnatie in de doorgaande verkeersstroom. In de autonome situatie treedt deze vertraging voor het eerst op in de avondspits. Alternatief Midden leidt ertoe dat de verkeersafwikkeling verslechtert op enkele kruispunten en rotondes waar de verkeersafwikkeling in de referentiesituatie reeds een aandachtspunt is. Ook na realisatie van Alternatief Midden zijn omliggende gebieden en locaties nog steeds bereikbaar. Gelet op het voorgaande worden de effecten van Alternatief Midden beoordeeld als negatief (-). Bereikbaarheid langzaam verkeer en OV De ontwikkeling van het Suikerfabriekterrein leidt tot een aanpassing van het fietspadenstructuur in het plangebied en een toename van het aantal fietsers in de omgeving van het plangebied. Ook het gebruik van openbaar vervoer (OV) zal toenemen.
Onderzocht is wat het effect is van de ontwikkeling van het Suikerfabriekterrein voor de bereikbaarheid voor fietsers en de bereikbaarheid van OV. Bereikbaarheid fiets In de voorgenomen activiteit zal het plangebied fietsvriendelijk worden ingericht conform de ambities van de gemeente Groningen op dit vlak. Dit door middel van een fijnmazig netwerk van fietsroutes richting de omliggende wijken en het centrum van Groningen. In figuur 6.4 is het hoofdnetwerk van fietspaden weergegeven zoals dat in de structuurvisie wordt voorzien. Het plangebied wordt hierin voorzien van een fijnmazig netwerk waarbij de meeste fietsroutes worden gescheiden van het autoverkeer. Op diverse plekken wordt aangesloten op het stedelijk fietsnetwerk waarbij de aanwezige infrastructurele barrières worden geslecht (Ring West, spoorlijnen, Hoendiep, verhoogde ligging Johan van Zwedenlaan). De belangrijkste nieuwe fietsroutes zijn: • Oost-west: een nieuwe fietsverbinding richting binnenstad (fietstunnel onder de Ringweg en het spoor door) en richting Hoogkerk (ongelijkvloerse fietsverbinding onder de Johan van Zwedenlaan door) die vanwege de centrale ligging in het plangebied een belangrijke meerwaarde heeft voor het fietsverkeer van en naar de omliggende wijken en het centrum van Groningen.
• Noord-zuid: een extra noord-zuid fietsverbinding over het kanaal Hoendiep en onder het spoor Groningen-Leeuwarden door. Deze verbinding heeft belangrijke meerwaarde voor het fietsverkeer van en naar de omliggende wijken Vinkhuizen/De Held en het Stadspark.
73 (149)
Figuur 6.4 Fietsverbindingen in het plangebied (Bron: Structuurvisie Suikerfabriekterrein)
Bereikbaarheid Openbaar vervoer Het plangebied wordt doorsneden door het spoor naar Leeuwarden en ten oosten grenst het gebied aan de spoorlijn naar Delfzijl. De ligging in een kruispunt van spoorwegen is nu vooral een barrière om het gebied te bereiken, maar deze ligging is ook een grote kans voor een structurerende werking van het OV, bekend als Transport Oriented Development (TOD). TOD houdt in dat OV-gebruik wordt gestimuleerd door het OV en het ruimtelijk ontwerp integraal te plannen. Concreet wordt in de Structuurvisie ruimte gecreëerd voor een nieuw treinstation in het hart van het Suikerfabriekterrein (zie rode cirkel in figuur 6.4). Dit extra treinstation wordt gezien als nieuw OV knooppunt dat een belangrijke rol kan gaan spelen in de bereikbaarheid van het westelijk deel van de stad Groningen. Verknoping vindt plaats door middel van een nieuwe HOV verbinding tussen P+R Hoogkerk en Zernike en goede fietsverbindingen. Hiermee is dit station niet alleen zeer positief voor de bereikbaarheid het plangebied zelf, maar ook voor Hoogkerk en de westelijke wijken van Groningen. Verder wordt voor het gebied ten noorden van de spoorlijn Groningen-Leeuwarden aansluiting gezocht met de bestaande buslijn (stadslijn 8), die door het plangebied geleid zal worden.
Het gebied ten zuiden van de spoorlijn kan gebruik maken van de hoogfrequente busverbinding tussen Hoofdstation en P+R Hoogkerk via de HOV-as West langs de zuidrand van het gebied, met haltevoorzieningen nabij de Kring en de Hunsingolaan. Wel zal het autoverkeer op de Peizerweg toenemen, ook op het deel van de Peizerweg waar HOV en autoverkeer beide de rijbaan delen (tussen Hunsingolaan en het Stadspark). Dit kan negatieve effecten op de HOV-as hebben.
74 (149)
Resumerend: In de voorgenomen activiteit zal het plangebied fietsvriendelijk worden ingericht conform de ambities van de gemeente Groningen op dit vlak. Er wordt voorzien in een extra noord-zuid fietsverbinding en een extra oost-west fietsverbinding met de omliggende wijken en het centrum, zo veel mogelijk gescheiden van autoverkeer. Deze verbindingen hebben tevens een belangrijke meerwaarde voor de omliggende wijken. Ook wordt voorzien in ongelijkvloerse kruisingen De realisatie van een nieuw treinstation in het hart van het plangebied biedt grote kansen voor om het gebied optimaal in te richten op bereikbaarheid met het openbaar vervoer. In het plangebied wordt ruimte gecreëerd voor een nieuw treinstation, dat vanuit een groot gebied goed bereikbaar zal zijn per voet, fiets en bus. Gelet op het voorgaande scoort alternatief Midden ten aanzien van bereikbaarheid voor langzaam verkeer en OV sterk positief (++). Verkeersveiligheid Duurzaam veilig In gebieden waar aan weerszijden van de weg mensen verblijven (zoals woonwijken) vinden veel oversteekbewegingen plaats. Drukke wegen door verblijfsgebieden zijn om die reden niet gewenst. In algemene zin ligt de grens hiervoor bij ca 4.500-5.000 mvt/etm.
De rijsnelheid en het aandeel vrachtverkeer, bussen en doorgaand verkeer is hierbij ook relevant, evenals de inrichting (breedte wegprofiel, zichtlijnen, locatie en vormgeving oversteeklocaties). Een bestaande weg in verblijfsgebied is de Hunsingolaan – Eemsgolaan die door de wijk Buitenhof loopt. De ontwikkeling van het Suikerfabriekterrein leidt niet tot een relevante toename van verkeersintensiteiten op deze weg (neemt iets af van 5.400 naar 5.200 mvt/etm op het drukste deel (het noordelijk deel van de Hunsingolaan)). Langs de nieuwe ontsluitingswegen binnen het plangebied zal ook stedelijk verblijfsgebied ontstaan. Doordat er meerdere wegen worden aangelegd, zal het verkeer zich spreiden over diverse routes. Hierdoor blijven de intensiteiten op de nieuwe ontsluitingswegen onder de 4.500 - 5.000 mvt/etm. Oversteken langzaam verkeer In en rondom het plangebied komen er vele oversteekbewegingen voor fietsverkeer en voetgangers. In algemene zin neemt door de groei van het aantal bewoners en het aantal auto’s ook de kans op aanrijdingen toe. Bij de inrichting van het plangebied en de omliggende wegen zal de gemeente rekening moeten houden met de verkeersveiligheid. De bestaande en nieuwe fietsroutes kruisen op diverse locaties met de hoofdwegenstructuur voor gemotoriseerd verkeer. In de voorgenomen activiteit wordt op diverse plaatsen voorzien in ongelijkvloerse kruisingen.
Door de sterke toename van het verkeer op de omliggende wegen zal de oversteekbaarheid voor fietsverkeer op gelijkvloerse kruisingen verslechteren. Dit kan afbreuk doen aan de aantrekkelijkheid van het fietsnetwerk wat mogelijk een beperkt negatieve invloed heeft op het fietsgebruik. Hieronder worden de locaties benoemd die bijzondere aandacht verdienen omdat ter plaatse de oversteekbaarheid en verkeersveiligheid naar verwachting zal verslechteren. Het oostelijke deel van het Hoendiep tussen Diamantlaan en de Ringweg wordt aanmerkelijk drukker. De kruising met Hoendiep-Diamantlaan-Energieweg is geregeld met een VRI. Dit geldt niet voor de kruising met Hoendiep-Atoomweg-Energieweg. Het oversteken van fietsers vanuit het plangebied naar de noordkant van de weg Hoendiep is een aandachtspunt vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid. De Peizerweg tussen Hunsingolaan en Stadspark wordt aanmerkelijk drukker (van ca 6.000 mvt/etm naar ca
75 (149)
9.000 mvt/etm). Op dit wegvak is sprake van zowel autoverkeer als frequent busverkeer op de HOV-as west. De bestaande fietsoversteken over de Peizerweg richting Stadspark en Buitenhof worden hierdoor onveiliger. Het zuidelijke deel van de Johan van Zwedenlaan (ten zuiden van nieuwe ontsluitingswegen vanuit het Suikerfabriekterrein) wordt in het alternatief Midden aanmerkelijk drukker (van ca 5.000 mvt/etm naar ca 9.500 mvt/etm). Fietsers op de Doorfietsroute richting Leek steken ter plaatse van de rotondecomplex aansluiting A7 Hoogkerk de Johan van Zwedenlaan over. Daarnaast zijn er enkele bestaande fietsoversteken (fietspad De Verbetering en de doorsteek richting de Zuiderweg). Op alle genoemde oversteeklocaties zal de oversteekbaarheid en veiligheid verslechteren. Resumerend: de hoeveelheid autoverkeer en het aantal oversteekbewegingen in en rondom het plangebied neemt toe. Het gelijkvloers oversteken van drukker wordende wegen door fietsers en voetgangers vormt een belangrijk aandachtspunt vanuit het oogpunt van oversteekbaarheid en verkeersveiligheid. Zonder het treffen van goede maatregelen is het de verwachting dat negatieve effecten op de verkeersveiligheid zullen optreden. De effectbeoordeling is daarom negatief (-).
6.1.3 Alternatievenvergelijking In tabel 6.1 is weergegeven of een alternatief voor het aspect verkeer en voervoer anders wordt beoordeeld bij toepassing van een alternatief. De kolom ‘Beoordeling Midden (3.750)’ geeft de beoordeling weer zoals hierboven beschreven. In de kolommen daarna worden de alternatieven laag (2.500) en hoog (5.000) naast elkaar gezet. Indien de keuze voor een ander alternatief leidt tot een andere effectbeoordeling, is die beoordeling roze gekleurd. Tabel 6.1 Beoordeling alternatieven Verkeer en vervoer
Beoordeling Midden (3.750)
Alternatieven Laag (2.500)
Hoog (5.000)
Bereikbaarheid gemotoriseerd verkeer
-
-
-
Bereikbaarheid langzaam verkeer en OV
++
++
++
Verkeersveiligheid
-
-
-
Ten aanzien van het gemotoriseerd verkeer zijn in onderstaande tabel de verkeersbewegingen van de drie alternatieven naast elkaar gezet. Ondanks dat het verschil in verkeerbewegingen varieert van een paar procent meer of minder tot circa 15% meer of minder, verandert dit niet het algemene beeld van de verkeersafwikkeling. De verwachte verslechtering van de doorstroming op kruisingen verandert niet, de mate van congestie zal wel enigszins toe- dan wel afnemen. Alternatief Laag en Hoog scoren daarom vergelijkbaar met alternatief Midden. Tabel 6.2 Verandering verkeerstromen rondom het plangebied in de drie alternatieven
Locatie Hoendiep-west Hoendiep-oost J van Zwedenlaan noord J van Zwedenlaan zuid Peizerweg Hunsingolaan Diamantlaan Ring West midden Ring West zuidzijde
Autonoom 8.000 14.700 8.100 4.900 13.500 6.000 2.100 51.800 69.800
Laag 7.100 18.300 9.000 7.500 15.500 5.800 2.600 52.500 74.600
Midden 6.900 20.400 9.800 8.900 16.300 5.800 2.900 52.700 75.800
Hoog 6.800 21.400 10.300 10.100 17.000 5.800 3.000 53.000 76.800
76 (149)
Het fietspadennetwerk en het OV-netwerk zal in de alternatieven Laag en Hoog niet veranderen ten opzichte van alternatief Midden. Ook in de andere alternatieven is het de ambitie om een treinstation te realiseren. Wel kan gesteld worden dat in alternatief Hoog (met 1.250 meer woningen dan in Midden) de onderbouwing voor realiseren van een nieuw station nog steviger wordt. Dit is verder niet positiever beoordeeld. De alternatieven scoren daarom gelijk op het gebied van bereikbaarheid langzaam verkeer en OV. Ten aanzien van verkeersveiligheid geldt dat in de verschillende alternatieven de intensiteiten kleiner/groter zijn, maar dat de gesignaleerde knelpunten dezelfde zijn. Voor de verkeersveiligheid wordt daarom niet verwacht dat meer of minder woningen/ arbeidsplaatsen leidt tot minder/meer ongevallen. Alle alternatieven worden beoordeeld als negatief (-) 6.1.4 Mitigerende en compenserende maatregelen Er zijn meerdere maatregelen die met het oog op verkeer en vervoer genomen kunnen worden: Verkeersafwikkeling Op de rotonde Johan van Zwedenlaan–Hoendiep, rotondecomplex Aansluiting A7 Hoogkerk, kruispunt Atoomweg–Hoendiep–Energieweg-oost en op de Peizerweg ter hoogte van het Woonforum zal de verkeersafwikkeling verslechteren. Er is nader verkeerskundig onderzoek nodig om deze effecten beter in beeld te brengen.
Daarbij dient ook onderzocht te worden welke mogelijkheden er op deze 4 punten zijn om de verwachte problemen op deze locaties op te lossen of verbeteringen aan te brengen. Verkeersveiligheid Fietsoversteken Johan van Zwedenlaan veilig vormgeven en inrichten. Bij voorkeur een nieuwe ongelijkvloerse fietsverbinding realiseren in de richting van Hoogkerk, ten zuiden van spoor Groningen-Leeuwarden. Fietsoversteken Hoendiep richting Vinkhuizen en Peizerweg richting Stadspark en richting Buitenhof veilig vormgeven en inrichten. OV Tegengaan negatieve effecten op HOV-as West door toename autoverkeer gemengd met busverkeer op Peizerweg tussen Hunsingolaan en Stadspark/Campinglaan.
77 (149)
6.2
Leefomgevingskwaliteit
6.2.1 Toetsingscriteria Voor het thema leefomgevingskwaliteit worden de volgende toetsingscriteria gehanteerd: • • • • • •
Verkeerslawaai Industrielawaai Geurhinder Luchtkwaliteit Externe veiligheid Gezondheid
6.2.2
Effectbeschrijving en -beoordeling: alternatief Midden (3.750)
Verkeerslawaai Wegverkeerslawaai - bestaande woningen De realisatie van het Suikerfabriekterrein leidt tot een verandering van verkeersintensiteiten op bestaande wegen rondom het plangebied. Een toename van verkeersintensiteiten kan leiden tot een toename van geluidbelasting op bestaande woningen. Met een modelberekening is onderzocht is in welke mate de verandering van verkeersintensiteiten op het omliggende wegennet leidt tot een verandering van de geluidbelasting op bestaande woningen langs drukke wegen. In het rapport Verkeerslawaai (zie bijlage 2) zijn de uitgangspunten voor de modellering toegelicht. De geluidbelastingen op de woningen zijn ingedeeld volgens de systematiek van de Gezondheid Effect Screening (GES). Hierbij zijn de geluidbelastingen ingedeeld in verschillende GES-scores die de “milieugezondheidskwaliteit” uitdrukken. De GES-scores en de betekenis zijn toegelicht in onderstaande tabel. Tabel 6.3: GES-scores wegverkeerslawaai
Naast de GES scores zijn er grenswaarden vanuit de Wet geluidhinder. De GES-scores sluiten hier op aan. Zo zijn voor binnenstedelijk gebied (waar in het onderzoeksgebied sprake van is) de volgende grenswaarden vastgesteld:
78 (149)
• • •
Toelaatbare geluidbelasting: Maximale hogere waarde woningen Maximale hogere waarde woonschepen
48 dB 63 dB 53 dB
Als onderzoekgebied is gekeken naar de wegen waar sprake is van een toe- of afname van de verkeersintensiteit van ten minste 10%. Het onderzoeksgebied is in onderstaand figuur weergegeven met de rode wegen.
Figuur 6.5 Onderzoeksgebied wegverkeerslawaai (rode wegen, blauw is plangebied)
Uit een vergelijking tussen alternatief Midden en de autonome ontwikkeling volgt dat er na realisatie van alternatief Midden een verschuiving optreedt naar hogere GES-scores. De geluidbelasting neemt op omliggende woningen toe met circa 0 tot 2 dB. In totaal verschuiven 85 woningen naar een hogere GES-score. In het onderzoeksgebied gaat het om circa 3% van het totaal aantal onderzochte woningen. Het percentage per GES-score verschilt sterk (van maximaal 30% afname tot circa 4% toename). De grote procentuele veranderingen ontstaan doordat in die GES-score in de referentiesituatie reeds relatief weinig woningen zitten. Een verandering van enkele tientallen woningen leidt dan al snel tot een grote procentuele verandering. Omdat in totaal 3% van de woningen verschuift naar een hogere GES-score en een deel daarvan in de GES-score 6 (onvoldoende) terecht komt, wordt het effect hiervan beoordeeld als negatief (-).
79 (149)
Tabel 6.4: Vergelijking GES-scores wegverkeerslawaai autonome situatie en alternatief Midden
Wegverkeerslawaai - nieuwe woningen Voor de nieuwe woningen binnen het Suikerfabriekterrein is de positie nog niet bekend dus kan de gevelbelasting nog niet berekend worden. Wel zijn geluidcontouren bepaald voor de ontsluitingswegen die door het plangebied lopen.6 Deze zijn weergegeven in figuur 6.6.
Figuur 6.6 Geluidcontouren wegverkeerslawaai Alternatief Midden
Uit de contouren blijkt dat voor de eerstelijns bebouwing langs de 50 km/u wegen in Deelgebied Noord en Deelgebied Zuid sprake is van gevelbelastingen rond de 60 dB (GESscore 5 – zeer matig). Waarschijnlijk kan wel worden voldaan aan de maximale hogere waarde van 63 dB. De nieuwe woningen in de deelgebieden Hoendiep-Zuid en Voorterrein Deze geluidcontouren zijn ’vrije veld’ contouren, die geen rekening houden met afscherming door bebouwing. In de praktijk zal een genuanceerder geluidbeeld ontstaan als het gebied bebouwd raakt. De eerstelijns bebouwing langs de ontsluitingswegen zal relatief veel geluid ontvangen. Anderzijds zullen afgeschermde gebieden ontstaan waar de geluidbelasting juist aanmerkelijk lager uitvalt. 6
80 (149)
zullen vooral geluidbelasting ondervinden van bestaande wegen, net name de Westelijke Ringweg, Energieweg-Oost en het Hoendiep. In deze deelgebieden zullen naar verwachting ook gevelbelastingen boven de 63 dB (GES-score 6 – onvoldoende) optreden. Gelet op het voorgaande treden er voor nieuwe woningen ook negatieve effecten op door wegverkeerslawaai van nieuwe en bestaande wegen. Spoorweglawaai - nieuwe woningen Voorts is de geluidbelasting van de bestaande spoorlijn op de nieuwe woningen in het plangebied onderzocht. In de rapportage Verkeerslawaai zijn de uitgangspunten voor de modellering toegelicht. Een belangrijk uitgangspunt is dat er de berekening rekening wordt gehouden met een mogelijke toekomstige toename van de geluidbelasting (en opzichte van de referentiesituatie) van 3dB. Deze toename kan worden veroorzaakt doordat het aantal treinen en de rijsnelheid kunnen toenemen als gevolg van een mogelijke toekomstige spoorverdubbeling in het plangebied.7 De geluidbelastingen op de woningen zijn ingedeeld volgens de systematiek van de Gezondheid Effect Screening (GES). Hierbij zijn de geluidbelastingen ingedeeld in verschillende GES-scores die de “milieugezondheidskwaliteit” uitdrukken. De verdeling van deze scores wijkt af van de verdeling die wordt gehanteerd voor wegverkeerslawaai. De GES-scores en de betekenis voor railverkeer zijn toegelicht in onderstaande tabel.
Tabel 6.5: GES-scores railverkeerslawaai
Op grond van de berekeningen is een kaart van het plangebied gemaakt met de geluidbelastingen die overeenkomen met de GES-scores 0 en 1 (groen) 3 (geel) en 6 en hoger (rood). Het kaartbeeld in hieronder weergegeven. In de eerste ca 40 meter vanaf het spoor is de milieugezondheidskwaliteit onvoldoende (GES-score 6 en hoger), in de zone van ca 40 tot ca 80 meter is de milieugezondheidskwaliteit vrij matig (GES score 3), de rest van het plangebied is de milieugezondheidskwaliteit goed (GES-score 0 en 2). Hieruit volgt dat bij de bouw van nieuwe woningen nabij het spoor hoge geluidbelastingen op die woningen kunnen optreden. Dit leidt tot een negatief effect.
7 Het realiseren van een station in het plangebied zal ertoe leiden dat een deel van de treinen (namelijk de treinen
die halteren op het nieuwe station) met een lagere snelheid door het plangebied rijdt. Deze lagere snelheid zal dan leiden tot een afname van de geluidbelasting op woningen langs het spoor. In de berekeningen is deze eventuele lagere snelheid niet meegenomen (worst case-benadering)
81 (149)
Figuur 6.7 Geluidcontouren railverkeer
Resumerend zijn er effecten op de leefomgevingskwaliteit van bestaande en nieuwe woningen als gevolg van verkeerslawaai. Dit effect treedt op een groot aantal locaties op en leidt tot een verschuiving van bestaande woningen naar hogere GES-scores en tot het realiseren van nieuwe woningen op locaties met hoge GES-scores. Het effect wordt daarom beoordeeld als negatief (-). Industrielawaai In de Structuurvisie wordt alleen gesproken over lichtere bedrijfsactiviteiten. Deze activiteiten kunnen mogelijk tot geluidhinder leiden voor direct omliggende geluidgevoelige functies binnen het plangebied. Alleen in Deelgebied Zuid kunnen nieuwe bedrijfsfuncties worden gerealiseerd op korte afstand van bestaande geluidgevoelige bestemmingen (woningen) aan de noordzijde van de Peizerweg. Hier bestaat dus een (beperkte) kans op geluidhinder voor bestaande woningen door nieuwe bedrijfsmatige activiteiten. In het onderzoek Industrielawaai (Gemeente Groningen, 3 februari 2020, bijlage 3A) is berekend hoe de zone kan worden geactualiseerd. In delen van het Suikerfabriekterrein zijn nieuwe woningen voorzien binnen deze geactualiseerde zone industrielawaai. Dit geldt voor een groot deel van het Voorterrein, het westelijke en oostelijke deel van Deelgebied Noord en het oostelijke deel van Deelgebied Zuid.
Bouwen binnen deze zone industrielawaai kan mogelijk toegestaan worden zonder dat dit leidt tot beperkingen voor de bedrijven, maar dit zal dan wel gevolgen hebben voor de leefkwaliteit voor de nieuwe bewoners. Dit risico geldt vooral bij grotere bouwhoogtes, omdat de afscherming van (bestaande en nieuwe) lagere gebouwen, verhoogd liggende infrastructuur etc. dan een kleinere rol speelt. De geluidbelastingen zullen zich voordoen in de GES-scores 3 (vrij matig, 48-52 dB) en 5 (zeer matig, 53-62 dB).
82 (149)
De overige bedrijven rondom het plangebied leiden niet tot geluidhinder voor nieuwe woningen op het Suikerfabriekterrein. De richtafstand van 50 meter tot een categorie 3.2 bedrijf aan het Hoendiep kan naar verwachting net gehaald worden. Resumerend zijn er mogelijke effecten op de leefomgevingskwaliteit van bestaande en nieuwe woningen als gevolg van industrielawaai. Dit effect kan bij nieuwe woningen vooral optreden bij grotere bouwhoogtes. Het effect wordt beoordeeld als negatief (-) Geur In de Structuurvisie en het bestemmingsplan worden alleen lichtere bedrijfsactiviteiten toegestaan. Deze activiteiten kunnen mogelijk tot geurhinder leiden voor direct omliggende geurgevoelige functies binnen het plangebied. Alleen in Deelgebied Zuid kunnen nieuwe bedrijfsfuncties worden gerealiseerd op korte afstand van bestaande gevoelige bestemmingen (woningen) aan de noordzijde van de Peizerweg. Deze bedrijfsfuncties zullen echter geschikt zijn om te mengen met de woonfunctie. Dat deze nieuwe bedrijfsfuncties geurhinder veroorzaken voor bestaande woningen buiten het plangebied wordt niet verwacht. Nieuw te bouwen woningen kunnen geurhinder ondervinden van bestaande bedrijven in de omgeving. De IMR-contour van de Suikerfabriek Hoogkerk ligt net niet over het plangebied. De nieuw te bouwen woningen zullen dus buiten deze contour blijven.
In de noordwesthoek heeft een klein deel van het plangebied GES-score 3 (matige geurhinder). In de Structuurvisie is hier een groenstrook voorzien, en worden geen woningen toegevoegd. De geur van de Suikerfabriek Hoogkerk zal in het nieuwe woongebied waarneembaar zijn, maar de geurhinder zal binnen aanvaardbare niveaus blijven. Resumerend zijn effecten op de leefomgevingskwaliteit van bestaande en nieuwe woningen als gevolg van geurhinder niet aannemelijk. De nieuwe bedrijvigheid is geschikt voor menging met de woonfunctie, en zal naar verwachting geen geurhinder buiten het plangebied veroorzaken. Nieuwe woningen liggen buiten geurhindercontouren van bestaande bedrijven. De beoordeling voor geurhinder is neutraal (0). Luchtkwaliteit Onderzocht is of de verandering van verkeersintensiteiten op het omliggende wegennet leidt tot een verandering van de luchtkwaliteit. Er is gekeken naar de concentraties NO 2, PM10 en PM2,5. Onderzocht is of er een verschuiving plaatsvindt van het aantal woningen in bepaalde concentratieklassen. De luchtkwaliteit waarmee woningen te maken hebben zijn ingedeeld volgens de systematiek van de Gezondheid Effect Screening (GES). Hierbij is de luchtkwaliteit ingedeeld in verschillende GES-scores die de “milieugezondheidskwaliteit” uitdrukken. De GES-scores en de betekenis zijn toegelicht in onderstaande tabel.
83 (149)
Tabel 6.6: GES-scores wegverkeerslawaai
Naast de GES scores zijn er grenswaarden vanuit de Wet milieubeheer. Deze zijn opgenomen in paragraaf 4.3.4. Als onderzoeksgebied is gekeken naar wegen waar sprake is van een toe- of afname van de verkeersintensiteit van ten minste 10%. Het onderzoeksgebied is in figuur 6.5 weergegeven. Uit een vergelijking tussen alternatief Midden en de autonome ontwikkeling volgt dat er na realisatie van alternatief Midden een toename optreedt van de concentraties NO 2. De toename in concentraties NO2 verschilt van 1-4 µg/m3. Deze toename zorgt er voor dat er als gevolg daarvan een verschuiving optreedt van adressen naar hogere GES-scores. In totaal omvat het aantal adressen dat naar een hogere klasse verschuift 2,5% van het totaal aantal adressen. Tabel 6.7: Vergelijking GES-scores NO2 autonome situatie en alternatief Midden
Voor PM10 en PM2,5 treedt weliswaar een beperkte toename van de concentraties op, er verschuiven geen adressen naar een hogere GES-score. De toename is dan ook zeer gering (respectievelijk 0,4 en 0,2 µg/m3). Voor alle drie de onderzochte stoffen geldt dat ook na ontwikkeling van het Suikerfabriekterrein de concentraties ruim onder de grenswaarden voor de jaargemiddelde, uurgemiddelde en vierentwintig-uurgemiddelde concentraties uit de Wet milieubeheer blijven.
84 (149)
Resumerend zijn er beperkte effecten op de leefomgevingskwaliteit als gevolg van de verandering van de luchtkwaliteit. Het beperkte effect treedt met name op voor NO 2, maar voor alle onderzochte stoffen geldt dat de concentraties ruim onder de grenswaarden blijven. Het effect wordt daarom beschouwd als beperkt negatief (0/-). Externe veiligheid Door de toename van het aantal kwetsbare objecten (woningen, scholen, etc.) kan de kans op slachtoffers bij een ongeval met gevaarlijke stoffen toenemen. Het plangebied ligt binnen de risicocontouren van de N370 (plaatsgebonden risico en groepsrisico), spoorlijn Groningen-Sauwerd (groepsrisico) een aardgasleiding (groepsrisico en belemmeringszone). Beoordeeld is of de planontwikkeling leidt tot een toename van het aantal kwetsbare objecten binnen de PR10-6 contour of een toename van het groepsrisico. Uitgangspunt is dat de belemmeringenzone van de buisleiding vrij blijft van bebouwing. Deze zone is daarom niet meegenomen in de effectbeoordeling. Plaatsgebonden risico De contouren van het Plaatsgebonden risico (PR) van de N370 ligt op 12 meter van de weg, en daarmee net over het plangebied. Ook de PR-contour van het LPG tankstation aan de Energieweg ligt voor een deel binnen het plangebied (Hoendiep-Zuid). Voor beide PRcontouren geldt een verbod om hierbinnen kwetsbare bestemmingen zoals woningen te bouwen.
Binnen deze PR-contouren kunnen geen kwetsbare bestemmingen worden toegevoegd. Er ontstaat daardoor geen verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie. Groepsrisico Op het Voorterrein en Hoendiep-Zuid verblijven in de referentiesituatie ook groepen mensen langdurig (bedrijven, studentenhotel en tijdelijke huizen) nabij de risicobronnen N370 en spoor Groningen-Sauwerd. Rondom de aardgasleiding die noord-zuid door het plangebied loopt, verblijven nu weinig mensen. Na realisatie van nieuwe bebouwing op het Voorterrein Hoendiep Zuid en Deelgebied Noord zal de aanwezigheid van mensen in het GRinvloedsgebied van de genoemde 3 risicobronnen toenemen. De Omgevingsdienst Groningen heeft voor enkele risicobronnen een berekening uitgevoerd om het groepsrisico te bepalen binnen het plangebied van het Suikerfabriekterrein (zie bijlage 5A). Daarbij is uitgegaan van het alternatief Hoog (5.000 woningen). Uit de berekening blijkt dat het groepsrisico vanaf de spoorlijn Groningen – Sauwerd met meer dan 10% toeneemt. Het groepsrisico overschrijdt echter niet de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico als gevolg van de N370 neemt met minder dan 10% toe en ook daar wordt de oriëntatiewaarde niet overschreden. Ditzelfde geldt voor de buisleidingenzone, ook daar is sprake van een toename van het groepsrisico, maar wordt de oriëntatiewaarde niet overschreden.
Dit leidt tot een negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie. Resumerend treden er effecten op voor het nieuwe woongebied als gevolg van de risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het nieuwe woongebied ligt deels in het invloedsgebied van het groepsrisico vanwege de N370, het spoor Groningen-Sauwerd en de aardgasleiding. Het effect wordt beoordeeld als negatief (-). Gezondheid Onder leefomgevingskwaliteit is gekeken naar effecten als gevolg van geluidhinder, luchtkwaliteit, geur en externe veiligheid. Al deze effecten samen kunnen effect hebben op de gezondheid van bewoners.
85 (149)
Buiten het plangebied zullen tientallen woningen verschuiven naar een hogere GES score voor het aspect verkeerslawaai. Daarmee verslechtert de gezondheidssituatie voor die woningen. Binnen het plangebied zullen ook hoge GES-scores 5 en 6 voor verkeersgeluid (wegverkeer en spoor) voorkomen bij woningen langs de 50 km/u ontsluitingswegen en de spoorlijn en bij woningen in de nabijheid van de weg Hoendiep en de westelijke ringweg. Voor industrielawaai geldt dat er extra woningen worden gebouwd op locaties met GESscores 3 en 5. Als gevolg van de toename van de verkeersintensiteiten nemen de concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 in en rond het plangebied beperkt toe. Deze toename leidt er alleen bij NO 2 toe dat er adressen verschuiven van de GES-score 2 naar de GES-score 3. Vanuit het aspect geur wordt geen gezondheidseffect verwacht. Er worden geen woningen toegevoegd in het gedeelte van het plangebied met GES-score 3. Voor externe veiligheid geldt dat het LPG-tankstation (met beperkte GES-6 contour) zal worden verwijderd en de gezondheidssituatie van de nieuwe woningen niet meer zal beïnvloeden. In een zone van 200 meter vanaf de westelijke ringweg zullen extra woningen in GES-score 2 (redelijk) komen te liggen (vooral op het Voorterrein, deels op Hoendiep Zuid).