CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 Hoofdraport Milieu effect rapportage Suikerfabriekterrein Groningen.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 26 mei 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 2: Structuurvisie De Suikerzijde bestemmingsplan De Suikerzijde deelgebied Noord en het MER De Suikerzijde (raadsvoorstel 21-4-2021)29.613 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Te nemen besluiten

Wro en Omgevingswet De gemeente zal voor het Suikerfabrieksterrein een Structuurvisie in de zin van de Wet ruimtelijk ordening (Wro) vaststellen. Ter uitvoering van deze Structuurvisie wordt, nog onder de Wro, een bestemmingsplan vastgesteld voor Deelgebied Noord. Samen met dit bestemmingsplan zullen op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) ook hogere waarden worden vastgesteld. Bij de verdere doorontwikkeling zal naar verwachting de Omgevingswet van toepassing zijn. Voor latere deelgebieden zal in beginsel een omgevingsplan worden vastgesteld. Vergunningen Voor de uitvoering van de plannen is een groot aantal vergunningen nodig, van diverse bevoegde gezagen. Hieronder zijn enkele belangrijke vergunningen genoemd (lijst is niet uitputtend bedoeld). In deze vergunningprocedures zal meer in detail worden gekeken naar mogelijke milieueffecten. Activiteit Ontgrondingen Grondwateronttrekkingen Saneren ernstige bodemverontreiniging Effecten op beschermde soorten Aanpassen waterhuishouding, verleggen waterkering Bouwen gebouwen, bruggen, e.d.

Vergunning (huidige wetgeving) Ontgrondingsvergunning Grondwateronttrekkingsvergunning Goedkeuring saneringsplan

Bevoegd gezag Provincie Groningen Provincie Groningen Provincie Groningen

Ontheffing Wet natuurbescherming Watervergunning

Provincie Groningen Waterschap Noorderzijlvest Gemeente Groningen

Omgevingsvergunning onderdeel bouwen

25 (149)

3

Voorgenomen activiteit

3.1 Beschrijving voorgenomen activiteit In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen activiteit beschreven. De voorgenomen activiteit bestaat uit het realiseren van een gemengd stedelijke gebied op het Suikerfabriekterrein. De ontwikkeling gebeurt in meerdere fases. In een Structuurvisie wordt het gemeentelijke beleid vastgelegd voor de lange termijn ontwikkeling van het gehele Suikerfabriekterrein. De Structuurvisie heeft vanwege de lange looptijd een wat globaler en indicatiever karakter. Het eerste deelgebied dat in een bestemmingsplan wordt uitgewerkt is Deelgebied Noord. Hierin is het structuurvisiebeleid uitgewerkt en geconcretiseerd. In par. 3.1.1 zal het Suikerfabriekterrein als geheel aan de orde komen en in par. 3.1.2. Deelgebied Noord. 3.1.1 Suikerfabriekterrein In 2008 sloot de Suikerfabriek van Groningen. In 2010 heeft de gemeente Groningen het terrein van de Suikerfabriek gekocht. Het Suikerfabriekterrein is onderdeel van de westzijde van Groningen, samen met Hoogkerk en de wijken Vinkhuizen, De Held, Reitdiep, Gravenburg en de Buitenhof. Doel is dat hier een stadsdeel ontstaat waar wonen, werken, ontspannen en ontwikkelen centraal staan. In de omgevingsvisie ‘Next City’ van de gemeente Groningen worden strategische keuzes voor de toekomstige ontwikkeling van de stad gemaakt met het oog op de groei van Groningen en met het accent op de fysieke leefomgeving.

Een belangrijke strategische keuze is dat de gemeente die groei op wil vangen in het bestaande stedelijke gebied. Het leidende principe van de compact stad wordt voorgezet en het landelijk groen wordt ontzien. De gemeente kiest voor verdichting en voor transformatie van voormalige bedrijventerreinen en industriegebieden in de bestaande stad. Het terrein van de voormalige Suikerfabriek past uitstekend in deze strategie. Als uitwerking van de Next City is een Structuurvisie voor het Suikerfabriekterrein opgesteld. Met deze Structuurvisie wordt richting gegeven aan het transformeren van het voormalige bedrijventerrein naar een gemengd stedelijk gebied met een mix van wonen, werken en voorzieningen.De uitgangspunten van de Structuurvisie zijn: • • • • •

De Structuurvisie is de basis voor een volwaardige ontwikkeling van een nieuw stadsdeel dat kan voorzien in de groeiende ruimtebehoefte van de Groninger bevolking en economie; De Structuurvisie gaat uit van een planning die nog aanpast kan worden, zonder vastgesteld eindplaatje; De Structuurvisie biedt een ruimtelijk raamwerk waarin verschillende flexibele programma’s en waarbij tijdelijke initiatieven en kansrijke voorstellen de ruimte krijgen zich permanent te bewijzen; Het Structuurvisiegebied wordt bezien vanuit de binnenstad: de ontwikkelings-as begint bij de Westerhaven en eindigt in het hart van het Suikerfabriekterrein; Er worden goede verbindingen gemaakt met de gebieden rondom het Structuurvisiegebied. Het voormalige fabrieksterrein vormde tot nu toe een witte, ontoegankelijke ‘vlek’ op de kaart. De gemeente wil het gebied inzetten als schakel in het weefsel van stad, dorp, wijken en linten. De gemeente geeft prioriteit aan langzaam verkeer en openbaar vervoer, en wil het gebied van betekenis laten zijn in het recreatieve netwerk;

26 (149)

•

• • •

De gemeente ziet het Structuurvisiegebied als een stedelijk gebied, met een herkenbare structuur en eenzelfde diversiteit als in de binnenstad en de Hortusbuurt, maar met een ondergrond die verkleurt van compact, stenig en robuust (en industrieel erfgoed) op het oostelijk gelegen voorterrein naar landschappelijk met groen en water in het westelijk gelegen gebied; Er wordt gebruik gemaakt van de kernkwaliteiten als belangrijke onderdelen van het gebied: het landschap, het water, industrieel erfgoed en de kades; De gemeente zet in op leefkwaliteit en een duurzame ontwikkeling, waarbij rekening wordt gehouden met klimaatverandering en ruimte wordt geboden aan nieuwe vormen van energie- en watervoorziening, voedselproductie en duurzaam ruimtegebruik. De gemeente zet zich in voor een gezonde bevolking in een gezonde leefomgeving. Daarnaast streeft de gemeente naar ongedeelde wijken en dorpen, om een verdere toename van tweedeling in de maatschappij tegen te gaan. Op het Suikerfabriekterrein wil de gemeente hieraan bijdragen door het ruimtelijke en het sociale domein aan elkaar te verbinden.

Figuur 3.1 Structuurvisie (concept)

Programma Het Suikerfabriekterrein zal worden ontwikkeld tot een gemengd stedelijk gebied. Naast wonen worden ook andere passende functies toegelaten, zoals horeca, detailhandel, onderwijs, zorg, cultuur en/of lichte bedrijvigheid geschikt voor functiemenging. De Structuurvisie formuleert het gemeentelijke beleid voor het Suikerfabriekterrein voor een

27 (149)

lange periode (ca 30 jaar). In deze periode wil de gemeente flexibel kunnen inspelen op veranderingen in de behoefte aan wonen, werken en voorzieningen. Dit heeft als gevolg dat er geen vastomlijnd programma is. Voor deze MER-studie wordt uitgegaan van 2.500 – 5.000 woningen en 2.000 - 3.000 arbeidsplaatsen. Bij de planvorming is vanaf het begin naar mogelijke milieueffecten gekeken en daar zoveel mogelijk rekening mee gehouden. Zo is er bijv. bij de situering van bouwvelden rekening gehouden met hindercontouren van wegen en bestaande industrieterreinen, met de inpassing van bekende archeologische waarden. Mobiliteit In het Suikerfabriekterrein staat de fiets op 1, het openbaar vervoer op 2, en het autoverkeer op 3. Er wordt een groot aantal snelle en veilige fietsverbindingen aangelegd en het plangebied wordt goed aangesloten op het busnetwerk. Ook wordt geanticipeerd op de mogelijke toekomstige aanleg van een treinstation. Infrastructuur langzaam verkeer De gemeente wil de planontwikkeling benutten om de omliggende wijken beter met elkaar te verbinden. Er zijn in alle richtingen fietsverbindingen voorzien. Van oost naar west loopt een snelfietsroute van Hoogkerk naar de binnenstad door het plangebied, richting binnenstad loopt deze door een fietstunnel onder het spoor Groningen-Sauwerd door.

Voor de verbinding met Vinkhuizen zijn vier locaties voorzien om het Hoendiep te kruisen (waarvan twee uitsluitend voor langzaam verkeer). Onder het spoor Groningen-Leeuwarden door komt ook een fietsverbinding. Infrastructuur OV De gemeente heeft de wens om in het hart van het Suikerfabriekterrein een nieuw treinstation te realiseren. Als een station wordt gebouwd zal waarschijnlijk een extra spoor nodig zijn. Hiervoor is ruimte beschikbaar aan de zuidzijde van het huidige spoor. Infrastructuur wegverkeer De gemeente streeft ernaar om de verkeerseffecten op omliggende wegen te beperken door een goede spreiding van het verkeer. Op het Voorterrein en Hoendiep Zuid worden de bestaande ontsluitingswegen benut, in Deelgebied Noord en Deelgebied Zuid worden in totaal 6 nieuwe ontsluitingswegen voorzien, en deze twee Deelgebieden worden ook onderling met elkaar verbonden met een tunnel (voor auto en bus). Groen en blauw Aan de westzijde van Deelgebied Noord en Deelgebied Zuid komt een grote parkzone. Deze zone kan recreatief gebruikt worden maar dient ook als ecologische verbinding tussen het Stadspark in het zuiden en Westpark in het noorden. In Deelgebied Zuid is voorts een robuuste groenblauwe zone voorzien langs de bestaande Hoogkerkstertocht.

Bouwvelden De invulling van de bouwvelden zal later worden ingevuld, op een wijze die past bij het betreffende deelgebied en rekening houdend met aangrenzende functies. Op het Voorterrein zal het Zeefgebouw een prominente plek behouden. Energievoorziening De energievoorziening moet nog worden uitgewerkt. Vooralsnog denkt de gemeente aan ontwikkeling van meerdere collectieve Warmte Koude Opslag (WKO)-systemen die het grondwaterpakket tussen ca 60 en 290 meter diepte benutten. Op dit moment is nog niet

28 (149)

duidelijk hoeveel water de WKO in het plangebied per jaar gaat verpompen. De inschatting is dat in het hele Structuurvisie gebied de hoeveelheid ca 8 mln m 3 kan bedragen. 3.1.2 Deelgebied Noord Voor Deelgebied Noord is een stedenbouwkundig plan opgesteld, dat als basis dient voor het op te stellen bestemmingsplan. Hieronder wordt een korte weergave gegeven van de ruimtelijk-functionele structuur.

Figuur 3.2 Stedenbouwkundig plan Deelgebied noord

Programma De gemeente wil met het eerste bestemmingsplan ruimte bieden voor maximaal 750 woningen en 750 arbeidsplaatsen. Het deelgebied is in omvang zo groot dat er meer programma in past. In de ruimtelijke structuur uit het Stedenbouwkundigplan is hierop geanticipeerd. Zodra meer bekend is hoe het gebied zich na de eerste stap gaat ontwikkelen, wil de gemeente later, via aparte procedures, het aantal woningen en de voorzieningen in Deelgebied Noord vergroten. Mobiliteit In Deelgebied Noord staat de fiets op 1, het openbaar vervoer op 2, en het autoverkeer op 3. Er wordt een groot aantal snelle en veilige fietsverbindingen aangelegd en er wordt door het plangebied een goede busverbinding aangelegd. Ook wordt in Deelgebied Noord geanticipeerd op de mogelijke toekomstige aanleg van een treinstation. Infrastructuur langzaam verkeer De gemeente wil de planontwikkeling benutten om de omliggende wijken beter met elkaar te verbinden. Richting Hoogkerk wordt een fietsverbinding onder de Johan van Zwedenlaan voorzien, en richting Vinkhuizen een fietsverbinding over het kanaal en de weg Hoendiep. Richting het zuiden wordt rekening gehouden met ongelijkvloerse fietsverbinding naar Deelgebied Zuid door later te realiseren tunnel onder het spoor.

Infrastructuur wegverkeer Deelgebied Noord wordt ontsloten met nieuwe verbindingswegen die aantakken op het Hoendiep, de Energieweg en de Johan van Zwedenlaan. De aansluiting op het Hoendiep wordt voorzien van een verkeersregelinstallatie. Ter plaatse van de Energieweg sluit de nieuwe weg aan op de bestaande weg. Bij de Johan van Zwedenlaan wordt de aansluiting gemaakt met een rotonde. Voor de verbindingen met het Hoendiep en de Energieweg

29 (149)

worden nieuwe bruggen over het Hoendiep aangelegd. Richting het zuiden wordt rekening gehouden met ongelijkvloerse autoverbinding naar Deelgebied Zuid. Deze nieuwe infrastructuur kan ook benut worden door het openbaar vervoer (bus). Groen en blauw Aan de westzijde van Deelgebied Noord komt een park, als verbindend groen hart in combinatie met het recreatiegebied van Hoogkerk. Er zijn routes voor langzaam verkeer vanuit het park richting binnenstad en Hoogkerk. In de hoofdopzet van het nieuwe stadsdeel worden zowel in oost-west als in noord-zuid richting groene straten, lanen en singels gemaakt. Net als de bouwvelden heeft de basisstructuur van straten en pleinen een zekere overmaat. Zo ontstaat ruimte voor een groenblauw netwerk. Het park voorziet in een ecologische verbinding van noord naar zuid: van de landerijen rondom Leegkerk en het Westpark naar – zodra de ontwikkeling ten zuiden van het spoor start – Polder Bangeweer, het Stadspark en de Onlanden. De ambitie is een klimaatbestendig stadsdeel. Er wordt gezorgd voor voldoende (groene) openbare ruimte om hevige regenval op te vangen, het water vast te houden en de afvoer te vertragen. Water en vooral de vele bomen in de openbare ruimte zorgen voor verkoeling.

Bouwvelden De bouwvelden hebben in principe een overmaat, die de gelegenheid geeft om verschillende binnenterreinen te maken (pleinen, hoven, velden) Ook maakt deze overmaat een combinatie van gebouwtypen mogelijk: stadshuizen, vrijstaande woningen, collectieve blokken, hoogteaccenten. Er is ruimte voor het mengen van wonen en werken (kantoren en bedrijven) als ook de combinatie met een recreatieve invulling (zoals een moestuin). De bouwvelden bieden flexibiliteit voor de invulling, ook op de langere termijn. Energievoorziening De energievoorziening moet nog worden uitgewerkt. Vooralsnog denkt de gemeente aan ontwikkeling van één of meerdere collectieve Warmte Koude Opslag (WKO)-systemen die het grondwaterpakket tussen ca 60 en 290 meter diepte benutten. Op dit moment is nog niet duidelijk hoeveel water de WKO in het plangebied per jaar gaat verpompen. De inschatting is dat in Deelgebied Noord met 750 de hoeveelheid ca 3 mln m3 kan bedragen. 3.2 Te onderzoeken alternatieven en scenario’s Structuurvisie In de NRD en de Nota van Antwoord is beschreven welke alternatieven en scenario’s in het MER worden onderzocht. Deze worden hieronder beschreven. zoals in par. 3.1 reeds is beschreven wil de gemeente een gemengd stedelijk gebied realiseren, waarin woningen, bijpassende bedrijvigheid en (maatschappelijke) voorzieningen door elkaar heen voorkomen.

30 (149)

3.2.1 Alternatieven Suikerfabriekterrein De Structuurvisie formuleert het gemeentelijke beleid voor het Suikerfabriekterrein voor een lange periode (ca 30 jaar). In deze periode wil de gemeente flexibel kunnen inspelen op veranderingen in de behoefte aan wonen, werken en voorzieningen. Dit heeft als gevolg dat de MER-alternatieven niet bestaan uit een vastomlijnd programma. Om in dit MER toch milieueffecten in beeld te kunnen brengen is voor elk alternatief een indicatief programma bepaald. Dit programma kan worden gezien als een representatieve invulling van het betreffende alternatief, maar andere invullingen zijn nadrukkelijk niet uitgesloten. In het verkeersonderzoek is het indicatieve programma vervolgens omgezet in enkele concrete aannames t.a.v. de typen bedrijvigheid en de verdeling over de deelgebieden (zie bijlage 1 bij verkeersonderzoek). Deze aannames zijn enkel gedaan om onderzoekstechnische redenen, en kunnen niet worden gezien als vaststaande gegevens. Een invulling die niet overeenkomt met deze aannames is mogelijk. Wel zijn de aannames zoveel mogelijk als reële worst case gedaan, zodat de verkeerseffecten ook als reële worst case kunnen worden beschouwd. Hieronder wordt de inhoud van de alternatieven kort weergegeven.

Alternatief Laag: gemengd stedelijk gebied met 2.500 woningen In alternatief Laag worden verspreid over het Suikerfabriekterrein 2.500 woningen gerealiseerd en 2.000 arbeidsplaatsen. De gemiddelde bebouwingsdichtheid (gebouwen per ha) is iets lager dan bij de andere alternatieven. Alternatief Midden: gemengd stedelijk gebied met 3.750 woningen In alternatief Midden worden verspreid over het Suikerfabriekterrein 3.750 woningen gerealiseerd en 2.500 arbeidsplaatsen. De gemiddelde bebouwingsdichtheid (gebouwen per ha) zit tussen de andere twee alternatieven in. Alternatief Hoog: gemengd stedelijk gebied met 5.000 woningen In alternatief Hoog worden verspreid over het Suikerfabriekterrein 5.000 woningen gerealiseerd en 3.000 arbeidsplaatsen. De gemiddelde bebouwingsdichtheid (gebouwen per ha) is iets hoger dan bij de andere alternatieven. 3.2.2 Bestemmingsplan Deelgebied Noord Het eerste formele plan voor de nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied, is een bestemmingsplan voor een deelgebied met 750 woningen en 750 arbeidsplaatsen in Deelgebied Noord. Voor deze ontwikkeling wordt geen ander alternatief onderzocht. 3.2.3 Gevoeligheidsanalyses Op en nabij het Suikerfabriekterrein zijn plannen in ontwikkeling. De uitvoering hiervan is nog onzeker. Niettemin is voor deze ontwikkelingen in het kader van dit MER een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd.

Hieronder wordt beschreven voor welke ontwikkelingen dit is gedaan. Grootschalige publiekstrekker Voorterrein In dit scenario wordt uitgegaan van een publieksaantrekkende functie op het Voorterrein. Deze functie zal een sterke verkeersaantrekkende werking hebben. Er is geanalyseerd welke extra verkeerseffecten kunnen optreden en tot welke extra milieuhinder dit kan leiden. Aanpak Ring West De Aanpak Ring West houdt in dat de gelijkvloerse kruispunten in de Westelijke Ringweg worden vervangen door ongelijkvloerse aansluitingen. Voor de ontsluiting van de woongebieden in Groningen-west is een nieuwe verbinding voorzien tussen de Diamantlaan

31 (149)

en de Ringweg. Er is geanalyseerd welke verkeerseffecten optreden als de plannen voor Suikerfabriekterrein en Aanpak Ring West beide worden uitgevoerd. De Held III Toekomstig woongebied De Held III omvat circa 1.600 nieuwe woningen. De Held III heeft een nieuwe wijkontsluitingsweg die aan de noordzijde aansluit op de Friesestraatweg en aan de zuidzijde op de Siersteenlaan. Er is geanalyseerd welke verkeerseffecten optreden als de plannen voor Suikerfabriekterrein en voor De Held III beide worden uitgevoerd. Spoorverdubbeling en station In de NRD is benoemd dat een gevoeligheidsanalyse wordt uitgevoerd voor een station en/of een spoorverdubbeling. De bouw van een nieuw station (en de daarvoor mogelijk benodigde aanleg van een extra spoor bij het station) is in dit MER opgenomen in het planvoornemen, en de effecten hiervan worden daarom beschreven in hoofdstuk 6 van dit MER. Een gevoeligheidsanalyse is daarom niet meer van toepassing. 3.2.4 Realisatiefase Het Suikerfabriekterrein ligt in bestaand stedelijk gebied. Rondom het terrein liggen woningen, deze kunnen tijdens de lange realisatiefase hinder ondervinden. Om dit in beeld te brengen zijn enkele specifiek analyses uitgevoerd naar hinder in de realisatiefase.

32 (149)

4

Huidige situatie en autonome ontwikkelingen

4.1 Inleiding In het MER zijn drie situaties belangrijk: de huidige situatie, de referentiesituatie en de situatie waarin de voorgenomen activiteit uit hoofdstuk 3 is uitgevoerd. De huidige situatie is de situatie zoals het nu is, de referentiesituatie is de huidige situatie aangevuld met de nu autonome ontwikkelingen. In dit MER worden de effecten van de voorgenomen activiteit onderzocht. De effecten van de voorgenomen activiteit worden vergeleken met de referentiesituatie. In het recente verleden was de situatie op en rond het Suikerfabriekterrein nog heel anders dan nu. Voor 2008 was de Suikerfabriek nog volop in werking. Tijdens de bietencampagne zorgde het productieproces in de fabriek zelf voor milieubelasting voor de omgeving (zoals geur en geluid). Ook het gebruik van de uitgestrekte vloeivelden in Deelgebied Noord en grondbergingen in Deelgebied Zuid had impact op de omgeving (vooral geur). Verder reden er tijdens de campagne ruim 1200 vrachtwagens per dag naar de Suiker Unie. Deze vrachtwagens kwamen vooral uit Friesland en Drenthe richting Groningen en namen bij de Westelijke Ringweg de ingang van de fabriek. Na 2008 is het gebied in een ‘pauzestand’ gekomen: een tijdelijke situatie tussen het vroegere industriële gebruik en de toekomstige functie als gemengd stedelijk gebied. In dit MER worden de effecten beoordeeld ten opzichte van deze pauzestand.

Herstart van de Suikerfabriek of de vestiging van andere grootschalige industriële activiteit past niet in het gemeentelijke beleid en is daarom geen autonome ontwikkeling. Door de effecten te beoordelen ten opzichte van de pauzestand, wordt de effecten relatief negatief ingeschat (worst case). Een vergelijking van de toekomstige functie als gemengd stedelijk gebied met de vroegere industriële functie wordt in dit MER niet gemaakt. Indien deze vergelijking wel zou worden gemaakt, zouden de effecten van de voorgenomen activiteit minder negatief en deels zelfs positief zouden zijn (voorbeeld door substantiële afname geurhinder). Het Suikerfabriekterrein bestaat uit 4 deelgebieden. Hieronder wordt per deelgebied de huidige situatie beschreven.

• Voorterrein: Dit is het voormalige fabrieksterrein van de Suiker Unie waar het productieproces plaatsvond. Het terrein is ca 14 ha en grotendeels verhard. Tot 2030 is het voorterrein verhuurd aan derden. Zij zijn verantwoordelijk voor beheer en invulling van het terrein. Na 2030 stoppen de tijdelijke activiteiten en zal het terrein worden herontwikkeld door de gemeente. • Deelgebied Noord: Dit deelgebied is ca 53 ha en ligt tussen het spoor en het kanaal Hoendiep. Momenteel zijn hier oude vloeivelden aanwezig. AOC Terra heeft delen van het gebied in tijdelijk gebruik. • Deelgebied Zuid: Dit deelgebied is ca 80 ha groot en omvat de zuidelijke vloeivelden en het overige gebied ten zuiden van de spoorlijn. Hiertoe behoren tevens de voormalige droogbedden en de aan de percelen van de Peizerweg grenzende weilanden. • Deelgebied Hoendiep-Zuid: Dit gebied van ca 10 ha is reeds bestaand stedelijk gebied. Er is veel verharding en bedrijfsbebouwing aanwezig.

33 (149)

4.2 Verkeer en vervoer Voor de beschrijving van de huidige situatie voor verkeer en vervoer wordt uitgegaan van de situatie zoals die zich in 2016 voordeed. Voor 2016 is gekozen omdat voor dit jaar een betrouwbaar en gevalideerd model beschikbaar is. Er is gebruik gemaakt van de rapportage Verkeer van Goudappel (zie bijlage 1 bij dit MER). 4.2.1

Gemotoriseerd verkeer

Huidige infrastructuur gemotoriseerd verkeer In het oostelijk deel van het plangebied (deelgebieden ‘Voorterrein’ en ‘Hoendiep Zuid’) ligt al (auto)infrastructuur die gebruikt wordt voor de ontsluiting van de bestaande activiteiten. Het Voorterrein is te bereiken via de huidige aansluiting op de westelijke Ringweg en de Suikerlaan. De Suikerlaan wordt alleen gebruikt door een beperkte hoeveelheid bestemmingsverkeer (enkele tientallen mvt/etmaal). Deelgebied Hoendiep-Zuid wordt ontsloten door de Energieweg. Ter plaatsen van de beide uitgangen van de Energieweg rijden respectievelijk 700 en 2.200 motorvoertuigen (mvt) per etmaal. De uitgang nabij Ring West wordt het meest gebruikt vanwege de gunstige ligging ten opzichte van de hoofdinfrastructuur van Groningen. De overige deelgebieden zijn niet ontsloten voor gemotoriseerd verkeer (met uitzondering van onderhoudspaden, ontsluiting van tijdelijke functies etc.). Rondom het plangebied van het Suikerfabriekterrein liggen gebiedsontsluitingswegen die tevens de begrenzing vormen voor de toekomstige planontwikkeling (zie ook figuur 4.4). Aan de noordzijde is dat het Hoendiep, aan de westzijde de Johan van Zwedenlaan, aan de zuidzijde de Peizerweg die ter plaatse van woonwijk De Buitenhof overgaat in de Hunsingolaan. Op het Hoendiep varieert de verkeersdruk tussen de 7.300 en 13.000 mvt/etmaal.

Nabij Ring West is de verkeersintensiteit op het Hoendiep het hoogst. Op de Johan van Zwedenlaan varieert de verkeersdruk tussen de 5.500 en 7.900 mvt/etmaal. Nabij het Hoendiep is de verkeersintensiteit op de Johan van Zwedenlaan het hoogst. Op de Peizerweg rijden 10.600 mvt/etmaal ter hoogte van de aansluiting met Ring West. De Hunsingolaan wordt gebruikt door ca 5.000 mvt/etmaal. De Diamantlaan wordt dagelijks gebruikt door circa 1.700 mvt. Verkeersafwikkeling De inrichting van de wegen voldoet voor de aantallen voertuigen die daar in de huidige situatie gebruik van maken. Op basis van modelonderzoek worden de volgende aandachtspunten geconstateerd in de huidige situatie: •

• •

Ter hoogte van de rotonde Hoendiep – Johan van Zwedenlaan kan in de spitsperioden filevorming ontstaan. Op dit kruispunt hebben fietsers voorrang op het gemotoriseerde verkeer, wat ten koste gaat van de beschikbare capaciteit voor het gemotoriseerde verkeer. Het kruispunt Diamantlaan – Hoendiep – Energieweg is voorzien van een verkeersregelinstallatie (VRI), waar in de spitsperioden wachtrijen kunnen ontstaan. Het kruispunt Atoomweg – Hoendiep – Energieweg-oost heeft soms moeite om het verkeer op de zijtakken te verwerken. Dit zorgt soms voor filevorming in de ochtend- en avondspits.

Het Hoendiep en de Johan van Zwedenlaan zijn de aangewezen routes voor de aanvoer van bieten en afvoer van suiker, pulp, betacal en bietengrond van en naar de suikerfabriek in Hoogkerk. De suikerbieten worden in een periode van 150 dagen (ca 5 maanden) in het

34 (149)

najaar aangevoerd naar de suikerfabriek in Hoogkerk. De afvoer van suiker gaat het hele jaar door, met ca 100 vrachtwagens per dag. Momenteel wordt onderzocht of er alternatieve rijroutes zijn. In dit MER is nog uitgegaan van de huidige situatie. Het vrachtverkeer van en naar de suikerfabriek Hoogkerk is in het Groningen-Plus Dynamisch-model verdisconteerd in de werkdaggemiddelde intensiteiten op de toe- en afvoerwegen. In deze intensiteiten zijn de ‘pieken’ van de suikerfabriek Hoogkerk dus meegenomen. 4.2.2 Langzaam verkeer en openbaar vervoer Groningen heeft een uitgebreid hoofdfietsnetwerk (zie onderstaande uitsnede van Fietsstrategie Groningen). Ten noorden en ten zuiden van het plangebied liggen routes die deel uitmaken van het netwerk hoofdfietsroutes (via het Hoendiep NZ en de Peizerweg). De route Peizerweg is tevens onderdeel van de regionale Doorfietsroute tussen Roden/Leek, P+R Hoogkerk en het centrum van Groningen . Deze aanduiding heeft met name betrekking op het verbeteren van de herkenbaarheid van deze route. Daarnaast zijn er concrete plannen voor het realiseren van twee ontbrekende schakels, namelijk een nieuwe fietsroutes tussen het plangebied en het centrum van Groningen aan de zuidzijde van het Hoendiep (via een nieuwe spooronderdoorgang) en een noord-zuid fietsroute tussen Vinkhuizen en Stadspark via het plangebied.

Naast deze hoofdroutes zijn in het plangebied al enkele fietspaden aanwezig, zoals het fietspad door polder de Verbetering in het verlengde van de Peizerweg en de fiets/voetgangersbrug over het Hoendiep richting het Voorterrein.

Figuur 4.1 Fietsnetwerk (bron: Fietsstrategie Groningen 2019-2025)

Ten zuiden van het plangebied ligt parallel aan de Peizerweg de HOV-as West met een hoogfrequente busverbinding tussen het Hoofdstation en P+R Hoogkerk en verder (Q-link lijnen 3 en 4 richting Roden en Leek en Q-liners richting Drachten/Heerenveen). Ook ten

35 (149)

noorden van het plangebied rijden bussen over het Hoendiep, zoals lijn 8 van Centrum naar Hoogkerk, lijn 18/182/183/184 van Vinkhuizen naar P+R Hoogkerk en de streeklijn 139. Er lopen geen busverbindingen over het Suikerfabriekterrein zelf. De spoorverbinding Groningen – Leeuwarden loopt in oost-westelijke richting door het plangebied (enkel spoor). Er is momenteel geen station in de directe omgeving.

Figuur 4.2 Bestaande buslijnen rondom plangebied (stand december 2019, bron Qbuzz)

4.2.3 Verkeersveiligheid In de figuur 4.3 zijn de locaties weergegeven waar de afgelopen 5 jaar een (geregistreerd) verkeerongeval heeft plaatsgevonden. Locaties met ongevallenconcentraties zijn de rotonde Hoendiep – Johan van Zwedenlaan en de kruising Hoendiep – Energieweg oost – Atoomweg. Verspreid over het Hoendiep, Johan van Zwedenlaan en Peizerweg (oostelijk deel) zijn ook meerdere ongevallen geregistreerd. De ongevallen vinden meestal plaats bij uitritten en locaties waar overgestoken wordt en bij drukke wegvakken en rotondes/kruisingen (kop-staart-botsingen). Dit betreffen ongevallen met zowel auto’s onderling als tussen auto’s en fietsers. Ten tijde van de bietencampagne is sprake van extra verkeersbewegingen op het Hoendiep. Uit de ongevallenregistratie van de laatste 5 jaar (2014-2019) blijkt echter niet dat het bietenverkeer een rol speelt in de ongevallen op dit wegvak. Op het oostelijk deel van de Peizerweg zijn de ongevallen gerelateerd aan een groot aantal in- en uitritten op korte afstand en een concentratie van publiekstrekkers in de vorm van perifere detailhandel (bouwmarkten, woonwinkels en tuincentra).

36 (149)

Op basis van de hoeveelheid ongevallen worden geconcludeerd dat het Hoendiep tussen rotonde Johan van Zwedenlaan en ring West en de oostelijk deel Peizerweg tot Ring West wegen zijn met een verhoogd ongevallen risico (o.b.v. de hoeveelheid ongevallen).

Figuur 4.3 Geregistreerde ongevallen (bron: VIA Statistiek 2014-2019)

4.2.4

Autonome ontwikkelingen

Gemotoriseerd verkeer Op de wegen rondom het Suikerfabriekterrein zal sprake zijn van een autonome verkeersgroei. In het verkeeronderzoek is modelmatig berekend welke verkeersgroei wordt verwacht. Op de Ring West is een sterke toename van verkeer zichtbaar. Op het onderliggend wegennet valt op dat zowel de Peizerweg als het Hoendiep nabij de Ring drukker worden. Een belangrijk gevolg van deze autonome ontwikkeling is de verdere toename van verkeer op de in de huidige situatie al zwaar belaste rotonde Hoendiep-Johan van Zwedenlaan. De Johan van Zwedenlaan wordt de komende jaren steeds belangrijker als toegangsroute vanaf de A7 voor Hoogkerk en de (nieuwe) woongebieden aan de westzijde van de stad Groningen.2

2

Dit toenemende belang van de Johan van Zwedenlaan is niet direct terug te zien in de intensiteiten in de tabel. Dit komt doordat in de modellering van de autonome ontwikkeling ook de verbetering van het Vrijheidsplein als onderdeel van Aanpak Ring Zuid is meegenomen. Deze verbetering zorgt ervoor dat de Johan van Zwedenlaan wordt ontlast, omdat verkeer makkelijker via het Vrijheidsplein de Westelijke Ring kan bereiken. Tegenover dit effect (=minder auto’s op Johan van Zwedenlaan) staat het effect dat er aan de westkant van Groningen extra woningen gebouwd worden (=meer auto’s op Johan van Zwedenlaan).

37 (149)

In figuur 4.4 zijn de wijzigingen in de verkeersstromen rondom het plangebied weergegeven.

Figuur 4.4 Verandering verkeerstromen rondom het plangebied in de autonome situatie

38 (149)

De verandering in verkeersintensiteiten leidt tot de onderstaande gevolgen: •

• • •

De rotonde Johan van Zwedenlaan wordt ten opzichte van 2016 zwaarder belast in de spitsperiodes. De voorrangssituatie beperkt hier de doorstroming van het gemotoriseerd verkeer, waardoor filevorming optreedt. Er zijn plannen om de voorrangssituatie aan te passen (fietsers uit de voorrang) De kruising Diamantlaan-Hoendiep-Energieweg is in 2030 zwaarder belast,. Op het rotondecomplex aansluiting A7 Verder komt in 2030 de verkeersafwikkeling Hoogkerk verder onder druk te staan. Op de Peizerweg ter hoogte van de aansluiting met Ring West ontstaat enige vertraging in de afwikkeling van het verkeer (met name in de avondspits).

Langzaam verkeer en openbaar vervoer In de autonome situatie zal de fietstunnel tussen het Voorterrein en de Zeeheldenbuurt gereed komen. Hierdoor ontstaat een rechtstreekse en snelle fietsverbinding tussen het Suikerfabriekterrein en de binnenstad. 4.3

Leefomgevingskwaliteit

4.3.1 Verkeerslawaai In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich woningen en woonboten (in het Hoendiep), deze worden als geluidgevoelig worden beschouwd. In de huidige situatie ondervinden deze geluidgevoelige objecten hinder van verkeerslawaai als gevolg van de bestaande wegen, zoals het Hoendiep, de Peizerweg, de Johan van Zwedenlaan en de U.T. Delfiaweg. In het kader van het MER is geen berekening gemaakt van de huidige geluidbelasting op deze geluidgevoelige objecten. In paragraaf 4.3.8 is wel ingegaan op de verwachte geluidbelasting in de autonome situatie. De effectbeoordeling in hoofdstuk 6 en 7 vindt namelijk plaats ten opzichte van die autonome situatie. 4.3.2 Industrielawaai Het plangebied grenst aan vier industrieterreinen: Hoogkerk Oost, Hoendiep, Peizerweg en Kranenburg (zie figuur 4.5). Van de bedrijfsgebieden rondom het plangebied zijn HoogkerkNoord, Hoogkerk-Oost en een deel van de Peizerweg gezoneerde industrieterreinen. Voor deze terreinen is in de rapportage ‘Onderzoek naar de geluidbelasting op geluidgevoelige bestemmingen vanwege industrieterreinen Groningen-West-Hoogkerk’ (Gemeente Groningen, 3 februari 2020, bijlage 3A) onderzocht welke feitelijke geluidbelasting door industrielawaai ontstaat op het plangebied.

Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) is berekend waar de 50 dB(A)-contour (ten hoogst toelaatbare geluidbelasting) en de 55 dB(A)-contour (maximale hogere waarde) liggen. Figuur 4.6 geeft weer welke contouren uit de modelberekening komen. Het betreft hier contouren op 36 meter hoogte (omdat deze bouwhoogte mogelijk wordt toegestaan en de contouren op grotere hoogte verder reiken zijn dan op lagere hoogte). Uit de rekenresultaten blijkt dat de 50 dB(A)-contour (op 36 m hoogte) aanzienlijke delen van Deelgebied Noord en het Voorterrein bestrijkt. Ook delen van Deelgebied Zuid liggen binnen deze contour.

39 (149)

Figuur 4.5 Bedrijfsgebieden rondom en deels in het plangebied (plangebied is rode contour). Bron: Bedrijfslocaties Groningen, gemeente Groningen d.d. 04-12-2019.

Figuur 4.6 Berekende 50 en 55 dB(A)-contour op 36 m hoogte. Bron: Gem. Groningen 2020

40 (149)

Voor de niet-gezoneerde industrieterreinen is apart in beeld gebracht welke geluidcontouren deze geven binnen het plangebied (zie rapportage Gemeente Groningen, bijlage 3B). In het onderzoek is op basis van de bestemmingsplannen voor deze terreinen en op basis van richtwaarden in beeld gebracht met welke geluidcontouren rekening gehouden moet worden. Uit dit onderzoek blijkt dat een milieucategorie 3.2-bedrijf aan het Hoendiep 151 op grond van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering een richtafstand van 50 meter heeft. Deze 50 meter raakt net de meest noordelijke rand van Deelgebied Noord van het Suikerfabriekterrein. De richtafstanden van andere bedrijven reiken niet tot in het plangebied van het Suikerfabriekterrein. 4.3.3 Geur Bedrijven rondom het plangebied kunnen zorgen voor geurhinder van nieuw te bouwen woningen op het Suikerfabriekterrein. Voor de Suikerfabriek in Hoogkerk is een zogenoemde IMR-contour (IMR=Integratie Milieu en Ruimtelijke ordening) vastgesteld. Geur is het belangrijkste hinderaspect van deze contour. De IMR-contour ligt op de westrand van het plangebied van het Suikerfabriekterrein, zie figuur 4.7.

Figuur 4.7 IMR contour Suikerfabriek Hoogkerk

In de onderstaande figuur 4.8 is de GES-scores (zie voor uitleg van GES-scores paragraaf 4.3.6) voor de suikerfabriek Hoogkerk weergegeven (bron: website Staat van Groningen, beheerd door de Provincie Groningen). Voor geur worden alleen de GES-scores 3 (matig), 4 (vrij matig) en 6 (onvoldoende) gehanteerd. Het meest noordwestelijke deel van het plangebied voor het Suikerfabriekterrein heeft GES-score 3, de rest van het plangebied is niet ingedeeld maar gunstiger dan GES-score 3.

41 (149)

Figuur 4.8 GES-scores Groningen-West (bron: Provincie Groningen)

De gemeente heeft ook andere mogelijk geurhinderlijke bedrijven (de bestaande kartonfabriek De Halm in Hoogkerk-Oost en het geplande Crematorium Hoendiep tussen het Westpark en het Hoendiep) beschouwd. Voor deze bedrijven gelden vergunningvoorschriften (De Halm) en algemene regels (Crematorium) ter voorkoming van geurhinder. Voor beide locaties geldt dat bestaande woningen dichter bij de bedrijven liggen dan de nieuw geplande woningen op het Suikerfabriekterrein, en dus maatgevend zijn voor eventuele geurhinder. Geurhinder voor woningen op het Suikerfabriekterrein wordt niet verwacht. 4.3.4 Luchtkwaliteit De bepalende stoffen voor luchtkwaliteit zijn fijnstof (PM2,5 en PM10) en stikstofdioxide (NO2). De concentraties van deze stoffen dienen te voldoen aan de grenswaarden conform bijlage 2 van de Wet milieubeheer weergegeven (zie tabel 4.1). Tabel 4.1 Grenswaarden NO2 en PM10 NO2 µg/m3 PM10 µg/m3 Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie 40 40 Uurgemiddelde concentraties 24-uurgemiddelde concentratie 200 50

PM2,5 µg/m3 Jaargemiddelde concentratie 25 N.v.t. N.v.t.

In het kader van het MER is geen berekening gemaakt van de huidige luchtkwaliteit in en rondom het plangebied. In paragraaf 4.3.8 is wel ingegaan op de verwachte luchtkwaliteit in de autonome situatie. De effectbeoordeling in hoofdstuk 6 en 7 vindt namelijk plaats ten opzichte van die autonome situatie.

42 (149)

Uit de concentratiekaarten van het RIVM3 blijkt dat in de huidige situatie de achtergrondconcentraties PM10, PM2,5, en NO2 ruim onder de grenswaarden liggen. 4.3.5 Externe veiligheid Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is dit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), voor transportroutes het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor hogedruk aardgastransportleidingen het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Onderscheid is gemaakt in plaatsgebonden risico, groepsrisico en plasbrandaandachtsgebied. In figuur 4.9 zijn de risicobronnen in en rondom het plangebied weergegeven.

Figuur 4.9 Risicobronnen in en nabij Suikerfabriekterrein (bron: risicokaart.nl)

In onderstaande tabel 4.2 zijn de meest relevante risicobronnen samengevat weergegeven en is aangegeven welke risicocontouren daarvoor gelden. Contouren die voor de planontwikkeling relevant zijn, zijn oranje weergegeven. De groen weergegeven contouren vallen buiten het plangebied. Onder de tabel wordt per type risicocontour beschreven welke risicobronnen er in de omgeving aanwezig zijn en wat de relevantie daarvan is voor het plangebied. Bij het opstellen van de tabel is gebruik gemaakt van 2 onderzoeken van de Omgevingsdienst Groningen naar de effecten op externe veiligheid (zie bijlage 5A en 5B).

3

Bron: RIVM versie 02 november 2018. https://www.rivm.nl/gcn-gdn-kaarten/concentratiekaarten

43 (149)

Tabel 4.2 Risicobronnen en relevante afstanden (oranje: in plangebied, groen: niet in plangebied) Risicobron Afstand tot Afstand tot PR GR PAG Overige zones plangebied Deelgebied SFT Noord Westelijke Ring 0m 650 m 12 880 m 0m 30 m (N370) m (Veiligheidszone 3*) Spoor 690 m 700 m 5m 4.000 30 m 30 m Groningen (1.500)** (Veiligheidszone 3*) Sauwerd A7 250 m 1.100 m 0m 48 m 0m N.v.t. Aardgasleiding 0m 0m 0m 70 m N.v.t. 5m (belemmeringenstrook) LPG tankstation 0m 450 m 35 150 m N.v.t. N.v.t. Hoendiep m * Geconsolideerde omgevingsverordening februari 2019 ** Bij de Omgevingswet hoort het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bkl (artikel 5.12, lid 4) maakt de beleidsmatige keuze het gifwolkaandachtsgebied te begrenzen op 1,5 km. Vanuit risicogericht denken sluit Veiligheidsregio Groningen, vooruitlopend op het van kracht worden van deze wetgeving, al aan op deze afkapgrens.

Plaatsgebonden risico Bij de N370 is in de Omgevingsverordening aangegeven dat een plaatsgevonden risico 10 -6 contour op 12 meter vanaf de weg ligt. Omdat de weg grenst aan het plangebied, ligt deze contour over het plangebied. Bij de spoorlijn ligt de contour op 5 meter vanaf het spoor. Omdat het spoor op circa 40 meter van het plangebied vandaan ligt, blijft de risicocontour buiten het plangebied. Voor de A7 is in het Basisnet aangegeven of er sprake is van een plaatsgebonden risicoplafond (de PR 10-6 contour). Hiervan is geen sprake. Uit een risicoberekening met het programma CAROLA blijkt dat de gasleiding die in het plangebied ligt geen PR 10-6 contour heeft. Wel ligt er aan weerszijde van de leiding een belemmeringenstrook van 5 meter, waarbinnen niet gebouwd mag worden. In het plangebied ligt één inrichting met een risicocontour van 10 -6 per jaar, dit is het LPG tankstation aan de Energieweg. Aan de westkant van de Johan van Zwedenlaan zijn op het bedrijventerrein twee risicovolle inrichtingen aanwezig, de PR-contouren van deze bedrijven liggen buiten het plangebied van het Suikerfabriekterrein. Groepsrisico Voor de A7 en de spoorlijn Groningen-Sauwerd is in het Basisnet aangegeven of er sprake is van een groepsrisico-plafond (= een 10-6 risicocontour). Het groepsrisico-plafond ligt op 48 meter van de A7.

Het plangebied ligt op ruim 250 meter van de weg dus buiten dit groepsrisico-plafond. Voor de spoorlijn Groningen-Sauwerd geldt geen groepsrisico-plafond. Rondom de Westelijke Ringweg (N370) ligt een groepsrisico-invloedsgebied van 880 meter. Dit invloedsgebied ligt deels binnen het plangebied van het Suikerfabriekterrein (HoendiepZuid, Voorterrein en Deelgebied Noord). Langs de spoorlijn Groningen-Sauwerd ligt een groepsrisico-invloedsgebied van 4.000 meter. Dit invloedsgebied ligt daarmee over het plangebied van het Suikerfabriekterrein.

44 (149)

Voor het LPG tankstation aan de Energieweg geldt voor het groepsrisico een invloedsgebied van 150 meter. Dit invloedsgebied ligt voor een deel binnen het plangebied (Hoendiep-Zuid en Voorterrein). Voor de aardgasleiding geldt een groepsrisico-invloedsgebied is van 70 meter. Dit invloedsgebied ligt over het oostelijk deel van Deelgebied Noord en het westelijke deel van het Voorterrein. Plasbrandaandachtsgebied Voor de spoorlijn tussen Groningen en Sauwerd geldt een plasbrandaandachtsgebied van 30 meter. Deze zone ligt buiten de grens van het plangebied. Er geldt geen plasbrandaandachtsgebied voor de N370 en de A7. Overige zones Rondom de buisleiding die noord-zuid door het plangebied ligt, ligt een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerzijde van de buisleiding. Binnen deze zone mag niet worden gebouwd en geldt een aanlegvergunningenstelsel. Veiligheidszone 1 en 2 zijn meegenomen onder de kopjes ‘Plaatsgebonden risico’ en ‘Groepsrisico’. Veiligheidszone 3 is een zone van 30 meter vanaf de buitenste wegkanten van de wegen / vanaf de buitenste spoorstaven van de spoorbundel van het doorgaand verkeer. Het spoor Groningen – Sauwerd ligt op meer dan 30 meter van het plangebied, de westelijke ringweg op minder dan 30 meter.

45 (149)

Kader: uitleg begrippen Externe Veiligheid Plaatsgebonden Risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het PR wordt geografisch weergegeven door risicocontouren langs de transportroute. Aan het PR is een wettelijke grenswaarde van 10 –6 verbonden, een jaarlijkse kans van één op de miljoen. Binnen de PR 10 –6 contour bestaat een kans groter of gelijk aan 1 op de miljoen om als individuele burger bij continue en onbeschermde aanwezigheid te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De PR 10 -6 contour wordt bij basisnetroutes het PR-plafond genoemd. De ligging van de PR 10–6 contour leidt tot een veiligheidszone rond risicovolle locaties en transportassen, wat consequenties heeft voor het ruimtegebruik. De begrippen ‘kwetsbaar object’ en ‘beperkt kwetsbaar object’ spelen een rol bij de toetsing van het PR aan de normen. Voorbeelden van dit soort objecten (kwetsbaar) zijn woningen in woonwijken, ziekenhuizen en (beperkt kwetsbaar) kampeerterreinen tot 50 personen.

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute in één keer slachtoffer wordt van een ongeval. Het groepsrisico geeft de aandachtspunten op een transportroute aan waar zich mogelijk een ramp met veel slachtoffers kan voordoen en houdt rekening met de aard en dichtheid van de bebouwing in de nabijheid van de transportroute. Het groepsrisico wordt weergegeven in een fN-curve waarin op de verticale as de cumulatieve kans op het aantal doden per jaar en op de horizontale het aantal doden logaritmisch is weergegeven. Voor het GR geldt geen norm maar een ‘oriëntatiewaarde’ (OW). Het groepsrisico dient te worden verantwoord indien het: • is gelegen tussen 0,1 en 1 maal de oriëntatiewaarde en tussen de referentie en toekomstige situatie met meer dan tien procent toeneemt, of • hoger is dan 1 maal de oriëntatiewaarde én tussen de referentie en toekomstige situatie toeneemt. Plasbrandaandachtsgebied Met het basisnet is een nieuw begrip geïntroduceerd: het PAG oftewel plasbrandaandachtsgebied. Hiermee wordt voor basisnet routes waarover substantiële hoeveelheden brandbare vloeistoffen vervoerd (kunnen) worden een zone van 30 meter naast de infrastructuur geïntroduceerd.

Binnen deze zone dient bij het realiseren van nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten rekening gehouden te worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Deze plasbrand kan ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een tankwagen. In de zone gelden daarom op grond van het Bouwbesluit 2012 aanvullende bouweisen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Veiligheidszones provinciaal basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen De provincie Groningen heeft in de omgevingsverordening de volgende veiligheidszones opgenomen: • Veiligheidszone 1 provinciale wegen: zone langs wegen in verband met plaatsgebonden risico. • Veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciaal basisnet Groningen: bevat een nadere verantwoording van het groepsrisico en biedt inzicht in de manier waarop rekening is gehouden met het advies van de Veiligheidsregio Groningen. • Veiligheidszone 3 transport: veiligheidszone rondom wegen en spoorwegen in verband met de bescherming van minder zelfredzame personen. Deze zone is bepaald op 30 meter vanaf de buitenste wegkanten van de wegen / vanaf de buitenste spoorstaven van de spoorbundel van het doorgaand verkeer. Belemmeringenstrook buisleidingen Voor onderhoud aan de leidingen moet een belemmeringenstrook van minimaal 4 of 5 meter aan weerzijde van de leiding worden vrijgehouden.

In deze strook geldt een bouwverbod en een aanlegvergunningenstelsel. Voor aardgasleidingen met een druk > 40 bar bedraagt de belemmeringenstrook 5 meter.

46 (149)

4.3.6 Gezondheid Bij de effectbeoordeling wordt gekeken naar de effecten van de voorgenomen activiteit op de bestaande woningen rondom het plangebied. Voor deze woningen geldt dat ze in de huidige situatie reeds in een stedelijk gebied staan met naast woonwijken ook bedrijven, industrie, grote wegen en buisleidingen. Voor het bepalen van de gezondheidssituatie is in dit MER gebruik gemaakt van de Gezondheid Effect Screening (GES). In de GES is de milieusituatie (geluidbelasting, luchtkwaliteit, geur en externe veiligheid) ingedeeld in verschillende GES-scores die de “milieugezondheidskwaliteit” uitdrukken. In het onderstaande schema is de basisindeling van de GES-scores weergegeven. Deze indeling is voor diverse milieuaspecten nader uitgewerkt. In paragraaf 6.2 en 7.2 wordt is bij het behandelen van de effecten op de leefomgevingskwaliteit nader ingegaan op de GES-score per milieuaspect.

4.3.7

Autonome ontwikkelingen leefomgevingskwaliteit

Verkeerslawaai Voor de geluidgevoelige objecten (woningen/woonboten) rondom het plangebied is een berekening gemaakt van de verwachte geluidhinder in de autonome situatie. Deze berekening is uitgevoerd op basis van de verkeersintensiteiten zoals beschreven in paragraaf 4.2.4. In bijlage 2 is een rapportage Verkeerslawaai opgenomen. Hierin worden de werkwijze en resultaten meer in detail beschreven. Uit de geluidberekeningen blijkt dat van de onderzochte adressen nagenoeg alle woningen te maken hebben met een geluidbelasting van 48 dB of hoger. De maximale belasting op woningen is 69 dB. In hoofdstuk 6 (6.2.2) en 7 (7.2.2) zijn de geluideffecten van het voornemen als gevolg van verkeerslawaai afgezet tegen de berekende autonome geluidhinder. In die paragrafen zijn ook tabellen opgenomen waarin het aantal adressen per geluidklasse in de autonome situatie is weergegeven. Voor spoorlawaai geldt dat in de autonome ontwikkeling het project Extra Sneltrein Groningen-Leeuwarden (ESGL) is uitgevoerd. Dit project leidt tot toename van het aantal treinen dat door het plangebied rijdt. Industrielawaai Voor Hoendiep-Zuid geldt dat in de autonome ontwikkeling de huidige bedrijvigheid hier blijft bestaan. Ook de bedrijven rondom het plangebied zullen in beginsel aanwezig blijven.

Geur Op het gebied van geur worden in de autonome situatie geen veranderingen verwacht ten opzichte van de huidige situatie.

47 (149)

Luchtkwaliteit Voor de autonome situatie is een berekening uitgevoerd om te bepalen wat de luchtkwaliteit is (zie het onderzoek Luchtkwaliteit in bijlage 4). Uit deze berekening blijkt dat voor zowel fijnstof (PM2,5 en PM10) en stikstofdioxide (NO2) de concentraties ruim onder de grenswaarden liggen. Voor NO2 is de maximaal berekende concentratie 20,7 µg/m3. Voor PM10 is de maximale concentratie die is berekend 15,3 µg/m3 en voor PM2,5 8,3 µg/m3. In hoofdstuk 6 (6.2.2) en 7 (7.2.2) zijn de effecten van het voornemen op de luchtkwaliteit afgezet tegen de berekende autonome luchtkwaliteit. In die paragrafen zijn ook tabellen opgenomen waarin het aantal adressen per luchtkwaliteitsklasse in de autonome situatie is weergegeven. Externe veiligheid Op het gebied van externe veiligheid worden in de autonome situatie geen veranderingen verwacht ten opzichte van de huidige situatie. Gezondheid Uit de berekeningen voor verkeerslawaai en luchtkwaliteit blijkt dat deze gezondheidssituatie voor adressen in het studiegebied in de autonome situatie varieert van GES-scores 2 tot 7 (redelijk tot ruim onvoldoende) voor verkeerslawaai en met GES-scores 3 en 4 (vrij matig resp. matig) voor luchtkwaliteit. Voor industrielawaai gelden voor het plangebied GES-scores van 3 (vrij matig) en 5 (zeer matig). Voor geur en externe veiligheid zijn GES-contouren aangegeven op de site Staat van Groningen.

Voor geur geldt dat het uiterste noordwestelijke deel van het plangebied in GES-score 3 (matig) ligt. Voor Externe Veiligheid heeft een zone van 200 meter vanaf de westelijke ringweg GES-score 2 (redelijk) en een zone van ca 35 m rondom het LPG tankstation de GES-score 6 (onvoldoende). 4.4

Bodem

4.4.1 Bodemopbouw Voor het Suikerfabriekterrein is een onderzoek uitgevoerd waarin ook gekeken is naar de bodemopbouw en -kwaliteit (Tauw, 2017, zie bijlage 6). Het gebied bevindt zich in een veen-/kleigebied dat in het westen wordt begrensd door de rug van Tynaarlo en meer naar het oosten door de Hondsrug. Een groot deel van de bodem bestaat uit veen op zand. Gemiddeld bevindt de zandlaag zich op een diepte van 6 á 8 meter beneden maaiveld. De vloeivelden bevinden zich in de polder ‘De Verbetering’, een gebied waar sterk verschillende bodemsoorten samenkomen. De bovengrond kan bestaan uit zowel lichte tot zware klei, fijn zand of veen. De ondergrond kan zowel uit zware klei als veen of zand bestaan. Klei op veen of klei op zand is echter overheersend in het gebied. Bij de aanleg van de vloeivelden is grond opgebracht voor de vorming van de dijken rond elk vloeiveld. De voormalige vloeivelden zijn op het maaiveld aangebracht. Beide bassin-soorten kunnen een diepte van 5 meter hebben. Op het fabrieksterrein bestond de oorspronkelijke bovengrond uit opgebrachte lagen zand met diverse bijmengingen. De ondergrond bestaat uit overwegend (zware) klei met plaatselijk eerst een veenlaag. 4.4.2 Bodemkwaliteit In het verleden zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naar vervuiling in de bodem en in het grondwater.

Uit dat onderzoek blijkt dat er verspreid over het gebied locaties zijn waar sprake is van vervuiling als gevolg van het industriële gebruik als suikerfabriek. Dit speelt zich met name af op het voorterrein. Verder is er in een deel van de noordelijke vloeivelden

48 (149)

en één van de zuidelijke vloeivelden sprake van vervuiling. Voor het bepalen van de bodemkwaliteit is het plangebied onderverdeeld in 4 deelgebieden (zie figuur 4.10):

• • • •

Het voorterrein van de Suikerfabriek De noordelijke vloeivelden De zuidelijke vloeivelden Stortplaats de Halm

Figuur 4.10 Deelgebieden onderzoek bodemkwaliteit Suikerfabriekterrein

Het voorterrein is het voormalige fabrieksterrein van de Suiker Unie waar het productieproces plaatsvond. Het terrein is grotendeels verhard. Het fabrieksterrein omvat ook de voormalige locaties van de bietenontvangst (noordoostelijk deel), parkeerterrein met portiersloge (zuidoostelijk deel), productielocatie (middelste deel) en opslagterrein (westelijke deel). De deellocatie heeft een oppervlakte van circa 15 hectare. Het gebied kent zowel (potentiële) knelpunten ten aanzien van de bodemkwaliteit in de grond als in het grondwater. De knelpunten ontstaan met name door verhoogde waarden van metalen, minerale olie en/of vluchtige aromaten. Verder is een groot deel van het terrein asbestverdacht. Verspreid over deellocatie 2 (noordelijke vloeivelden) is sprake van minerale olie, zware metalen, PAK’s, PCB’s en bestrijdingsmiddelen in de grond, tarragrond 4 en/of voormalig slib van de bezinkvijvers. Dit is vastgesteld middels een grootschalig locatiedekkend onderzoek. De gehalten overschrijden de achtergrond- of interventiewaarde. De paden met puinverharding en dempingen van watergangen zijn mogelijk asbesthoudend.

4

Tarragrond is een restafval product dat in dit plangebied afkomstig is van de bietenverwerking in de Suikerfabriek.

49 (149)

Ook in de zuidelijke vloeivelden (deelgebied 3 in figuur 4.10) is sprake van minerale olie, zware metalen, PAK’s, PCB’s en bestrijdingsmiddelen in de grond en voormalige waterbodem. Ook hier overschrijden de gehalten de achtergrond- en interventiewaarde. In het noordwesten van het plangebied ligt de voormalige stortplaats de Halm, welke in gebruik was tussen 1960 en 1991. Het stortgedeelte binnen het plangebied van het Suikerunieterrein heeft een oppervlakte van 1,4 hectare. De exacte dikte van het stortpakket en de deklaag ter plaatse is niet bekend. Het stortmateriaal is verontreinigd met zware metalen en cresolen. In het grondwater in de stort zijn zware metalen en minerale olie in concentraties boven de interventiewaarde aangetoond. De bodem waarmee het stortmateriaal is afgedekt bevat verhoogde gehalten van zware metalen. Gelet op de periode waarin de stortplaats in gebruik was, kan worden aangenomen dat er asbest aanwezig is. Deelgebied Noord Voor Deelgebied Noord is op 14 juni 2019 een inventarisatie uitgevoerd naar de aanwezigheid van gegevens over de bodemkwaliteit bij de gemeente Groningen. Hierbij is gebruik gemaakt van informatie zoals opgeslagen in het bodeminformatiesysteem (BIS) van de gemeente Groningen. Bodemverontreiniging kan bestaan uit bronverontreiniging of diffuse verontreiniging.

Bronverontreiniging Eventuele bronverontreiniging wordt veroorzaakt door huidige of voormalige bedrijfsfuncties en/ of dempingen en ophogingen met verontreiniging. Bij een geval van ernstige bodemverontreiniging zijn de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft ernstig verminderd. Een bodemsanering is dan nodig om de locatie weer geschikt te maken voor het beoogde gebruik. Uit de BIS-inventarisatie blijkt dat één locatie met een ernstige bodemverontreining aanwezig, dit is de voormalige stortplaats De Halm. Uit het BIS blijkt dat sanering van deze locatie is aangemerkt als "niet spoedeisend”. Drie andere locaties bevatten lichte tot matige bodemverontreiniging. Tabel 4.3 Beschikbare bodeminformatie (BIS) geïnventariseerd op status en vervolg Locatiecode Locatienaam Vervolgtaak Vervolg Statusoordeel Na Wet bodemander 1987 bescherming kader GR001403374 Van Voldoende Niet ernstig, Nee (noordelijkdeel Heemskerckstra onderzocht Ja¹ licht tot matig SU-terrein) at vml nummer verontreinigd 101 Suikerunie GR001403163 Halmstraat nabij Monitoring Ernstig niet Nee nr 3, stortplaats Ja¹ spoedeisend GO001401777 Hoendiep, Voldoende Niet ernstig, Nee demping deel onderzocht Ja¹ licht tot matig vloeiveld verontreinigd GO001401466 Hoogkerk, Voldoende Niet ernstig, Nee kadastraal C, onderzocht Ja¹ licht tot matig percelen langs verontreinigd spoorbaan

Categorie

Stedelijk gebied

Stedelijk gebied Stedelijk gebied Stedelijk gebied

¹ Onderzoek komt pas in beeld bij locatieontwikkelingen

50 (149)

Diffuse bodemverontreiniging In de loop van de tijd zijn op allerlei manieren puinhoudend materiaal, kooldeeltjes en ander afval in de bodem terechtgekomen. Bewoning, bedrijvigheid en ook neerslag van luchtverontreiniging heeft op vele plaatsen de bodem belast. Dit heeft mogelijk geleid tot diffuse, niet tot een bron te herleiden, bodemverontreiniging. De gemeente Groningen heeft voor haar gehele grondgebied een bodemkwaliteitskaart opgesteld. Deze bodemkwaliteitskaart geeft inzicht in de diffuse bodemkwaliteit. De bodemkwaliteitskaart is onderdeel van de 'Nota Bodembeheer: Beleidsregels voor de toepassing van grond en baggerspecie op landbodem'. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt, dat de verwachte gemiddelde waarde binnen het plangebied voldoet aan de norm: 'wonen en op delen industrie' (bodem normering Besluit bodemkwaliteit). 4.4.3 Autonome ontwikkeling Op het gebied van bodemopbouw en bodemkwaliteit worden geen relevante autonome ontwikkelingen verwacht die van invloed zijn op het plangebied. 4.5

Water

4.5.1 Oppervlaktewaterkwantiteit en -kwaliteit Groningen is een waterrijke stad en het water in de stad is zeer divers. Het plangebied ligt in het beheergebied van waterschap Noorderzijlvest. In het plangebied liggen enkele primaire watergangen (Hoendiep, Elmersmatocht en Hoogkerkstertocht, zie figuur 4.11-1). Aan weerszijden van het Hoendiep ligt een regionale kering (zie figuur 4.11-2). Het gehele gebied wordt bemalen en uitgeslagen op de boezem (Hoendiep) door het gemaal ‘de Verbetering’. Dit gemaal bemaalt het water van het gebied van circa 20 km² groot ten zuiden van het Hoendiep. Het gemaal is hiermee een belangrijk gemaal van het Waterschap Noorderzijlvest. Bij de ontwikkeling van het gebied moet rekening gehouden worden met de bereikbaarheid van dit gemaal.

Hoendiep richting Hoogkerk (links ligt Deelgebied Noord)

51 (149)

Figuur 4.11-1 | Uitsnede van de Legger van Waterschap Noorderzijlvest. Zichtbaar zijn o.a. primaire (blauw) en secundaire watergangen (rood)

Figuur 4.11-2 | Uitsnede van de Legger van Waterschap Noorderzijlvest. Zichtbaar is de regionale waterkering aan weerszijde van Hoendiep (groene lijn)

Het oppervlaktewater van de vloeivelden wordt gezien als bedrijfsmatige terreininrichting. De vloeivelden maken geen onderdeel uit van het watersysteem van het peilgebied.

52 (149)

De kwaliteit van het oppervlaktewater en slib is onvoldoende bekend om vrij te kunnen geven voor de ontwikkeling van het gebied voor wonen en recreatie. Een waterbodemonderzoek en een oppervlaktewateronderzoek kan worden uitgevoerd om de kwaliteit vast te stellen. Kaderrichtlijn Water (KRW) Het Hoendiep maakt onderdeel uit van het KRW-waterlichaam Hoendiep-Aduarderdiep (NL34M101) (Bron: Waterschap Noorderzijlvest). In het maatregelendocument voor dit waterlichaam is aangegeven wat de kwaliteit is van het waterlichaam en welke maatregelen er voor de periode 2016 – 2021 worden voorzien. Voor dit waterlichaam is voorzien dat voor circa 2,5 km natuurvriendelijke oevers wordt ingericht. 4.5.2 Grondwaterkwantiteit en -kwaliteit Voor het Suikerfabriekterrein is een onderzoek uitgevoerd waarin ook gekeken is naar het grondwater (Tauw, 2017). De grondwaterstand op het terrein varieert van circa 0,5 m -mv tot 1,5 m -mv, afhankelijk van de terreinhoogte die varieert van circa 0,60 m -NAP op de vloeivelden tot circa 0,20 m +NAP op het fabrieksterrein. In eerdere onderzoeken is het verhang van de grondwaterstanden op het fabrieksterrein bepaald (0,5 %). In de klei zorgt dit voor een zeer minimale grondwaterstroming in de ordegrootte van millimeters per jaar.

In de opgebrachte zandlagen op het fabrieksterrein kan hangwater voorkomen en bij hoge grondwaterstanden kan er sprake zijn van enige (af)stroming van oppervlakkig grondwater. Op de locatie is sprake van een overwegend zuidelijke grondwaterstromingsrichting. Vanuit de Grondwaterkwaliteitskaart van Groningen zijn er grondwaterverontreinigingen in de omgeving van het voorterrein (deellocatie 1) bekend die de bodem van het plangebied negatief kunnen beïnvloeden. Het gaat om verontreinigingen met 1,2-dichlooretheen (Cis) en vinylchloride (Vc) in het freatisch grondwater en eerste watervoerend pakket, waarbij mogelijk een pluim de terreingrens overschrijdt. Verder is bekend dat er van nature verhoogde concentraties arseen in het grondwater voorkomen. Voor de WKO’s is ook het diepere grondwater relevant. In opdracht van de gemeente heeft IF Technology heeft een schematische weergave gemaakt van de bodemopbouw van Deelgebied Noord en directe omgeving. Hierbij zijn de Grondwaterkaart van Nederland, Regionaal Geohydrologisch Informatie Systeem (REGIS) en het DINOLoket gehanteerd In onderstaande figuur is de geschematiseerd bodemopbouw weergegeven. Er worden een aantal watervoerende pakketten en scheidende lagen aanwezig. Lokaal zijn verschillen aanwezig. Het eerste watervoerende pakket bestaat uit zeer fijn tot matig grof zand. Dit pakket heeft een dikte van circa 25 meter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4226/documents/62146