Bijlage 1 Zienswijzenverslag (anoniem).pdf
Tekst van het document
Vijver G is ook ondiep, maar is duidelijk té ondiep. De luchtfoto van Google toont veel groeisels op het wateroppervlak. Volgens de luchtfoto van Bing is deze vijver al grotendeels dichtgegroeid met struiken. Deze vijver is dus ook ongeschikt als foerageergebied voor watervleermuizen. 14.16
Het huidige wateroppervlak van 21, 5 ha wordt door 14 ha “open water” gecompenseerd Het huidige wateroppervlak van de vijvers op het Suikerunieterrein ten noorden van het spoor omvat volgens Regelink 11,33 ha foerageergebied van hoge kwaliteit en 10,18 ha van gemiddelde kwaliteit. Dat is tezamen 21,5 ha. Volgens Regelink kan het oppervlak aan water met een gemiddelde foerageerkwaliteit worden gecompenseerd met de helft minder wateroppervlak met een hoge foerageerkwaliteit.
In de rapportage van Regelink Ecologie & Landschap is een onderbouwing opgenomen van de compensatieopgave. Daarbij wordt ervan uit gegaan dat ondiepere delen van de vloeivelden 1:1 gecompenseerd moeten worden en diepere delen 1:0,5. Bij de globale metingen van de waterdieptes zoals die in het rapport staan, kom je dan inderdaad op ruim 16 ha compensatiegebied. Zoals onder 14.15 is aangegeven 75
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
Dat leverde voor het compensatiegebied de eis van wateroppervlak van 11,33 + (0,5 x10,18) = 16,42 ha kwalitatief hoogwaardig ondiep water op.
14.17
voorstel
zijn inmiddels gedetailleerdere metingen van de waterdiepte beschikbaar. Deze geven een iets andere verhouding tussen diepere en ondiepere delen en geven ook aan dat een deel van het water inmiddels in verland. Deze 16 ha zijn sindsdien gereduceerd in 14 ha, op basis van Er is dus op dit moment minder water beschikbaar dan betere metingen. Nadere details over deze wijziging ontbreken. waar het rapport eerder nog van uit ging. Zodoende komen we op 14 ha compensatiegebied. Deze verschillen met het bijbehorende kaartmateriaal zijn ook met u besproken tijdens eerder overleg. Tevens wordt dit verschil onderbouwd in de ontheffingaanvraag die inmiddels is ingediend bij de provincie Groningen. Volgens de gemeente bevat het eerste compensatiegebied dat ten De vloeivelden ten zuiden van het spoor die heringericht De zienswijze leidt zuiden van het spoor wordt aangelegd, een wateroppervlak van worden voor compensatiegebied 1 zijn in de huidige niet tot aanpassing 6,3 ha. Wij menen dat dit gebied de vleermuizen hoogstens 4 ha situatie niet of slechts zeer marginaal geschikt als van de stukken compenserend wateroppervlak zal bieden. foerageergebied voor vleermuizen. Zoals u ook al schetst is het grootste deel verland of dichtgegroeid met Dit compensatiegebied ontstaat door het uitgraven van de meest waterplanten. Ook het vloeiveld waarop één van de westelijke vier oude vloeivelden.
gezenderde Watervleermuizen is waargenomen was grotendeels dichtgegroeid ten tijde van het onderzoek Het eerste, meest westelijke vloeiveld is volledig verland. en groeide in de loop van de zomer nog verder dicht. Deze vloeivelden vormen dus geen essentieel Het tweede vloeiveld (aangeduid als vijver I in de tekening met diep en ondiep water) heeft een deel open water, dat volgens het foerageergebied. Eventueel marginaal gebruik van de vloeivelden hoeft dan ook niet te worden onderzoek van Regelink gebruikt werd door één gezenderde gecompenseerd. Uw stelling dat er 0,9 ha moet worden watervleermuis. afgetrokken van het wateroppervlak onderschrijven wij VWG heeft eerder aangegeven, dat dit het deels van de dan ook niet. windrichting afhangt, waar precies gefoerageerd wordt. Het VWG schat het nu al door de vleermuizen in gebruikte deel van vijver I Daarnaast geeft u aan dat slapende watervogels en nestelende Geoorde futen belemmerend werken en het op 0,9 ha. Dat gebied kan niet meetellen als compensatiegebied oppervlak aan foerageergebied voor vleermuizen verder voor het verlies van de vloeivelden ten noorden van het spoor. reduceren. U suggereert dat er in totaal slechts 4 ha 76
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
Het derde vloeiveld ligt op de luchtfoto van Google vol kroos en zal momenteel op zijn best zeer beperkt bruikbaar zijn.
effectief oppervlak over blijft van de 6,7 ha open water. Wij onderschrijven dit niet.
Het vierde gebied is volgens de luchtfoto’s van Google en Bing ook Zoals in de beantwoording van zienswijzen 14.1 en 14.10 volledig verland en onbruikbaar als foerageergebied. aangegeven is er geen reden om aan te nemen dat er in de nieuwe compensatiegebieden meer watervogels Na ontgraving is het compensatiegebied als geheel ongeveer 12,8 zullen zijn dan in de huidige situatie waar de watervogels ha. Onderstaande kaart laat de voorgestelde inrichting van het en vleermuizen naast elkaar voorkomen. Daarnaast is gebied zien. Het wateroppervlak in het compensatiegebied is niet het zo dat Geoorde futen geen drijvende nesten hebben alleen voor vleermuizen. Het moet ook ruimte bieden voor het midden op open water maar de nesten in de oeverzone nestelen van geoorde futen en ‘s nachts slapende watervogels. maken tussen de oever- en moerasplanten. Deze VWG brengt nogmaals de opmerking van Waardenburg (pag. 46) vormen dus evenmin een obstakel voor de vleermuizen. in herinnering: “Grote delen van de vloeivelden worden gebruikt door watervogels als slaapplaats; watervogels ’s avonds op het De oevervegetatie is nodig om enerzijds voor windluwte water zijn potentiële obstakels voor vleermuizen.” te zorgen, anderzijds om ervoor te zorgen dat er een rijke macrofauna tot ontwikkeling kan komen. In het De lichtgrijze gebieden op de kaart (Regelink, pag.
40) zijn bedoeld ontwerpen voor beide compensatiegebieden is uitvoerig voor nesten van geoorde futen. Volgens de detailkaart van het aandacht besteed aan het scheppen van de Schetsontwerp Ecologische Vloeivelden wordt in een deel van uitgangspositie voor de ontwikkeling van een robuuste deze gebieden pitrus geplant en zullen idealiter nesten van futen oevervegetatie. op het water drijven: daardoor wordt een dergelijke zone onbruikbaar voor foeragerende watervleermuizen. Tenslotte noemt u het aanleggen van hoge dijken in compensatiegebied 1 als mogelijke belemmering voor Zelfs zonder slapende watervogels ziet het VWG op de schets reeds aanwezige beplanting. Zoals bij alle ruimtelijke (Regelink, pag. 40), hoogstens 5 ha wateroppervlak als effectief projecten van de gemeente Groningen is een foerageergebied voor water- en meervleermuizen. Na aftrek van uitgebreide inventarisatie uitgevoerd van de aanwezige de 0,9 ha dubbeltelling komen wij op hoogstens 4 ha effectieve bomen en houtopstanden, een zogenoemde Bomen watercompensatie voor de vleermuizen. Effect Analyse (BEA). Hierin wordt onder meer aangegeven of de bomen en houtopstanden bij de Bij het uitdiepen van het eerste compensatiegebied worden hoge voorziene ruimtelijke ingrepen duurzaam kunnen blijven dijken om het herinrichtingsgebied opgeworpen (zie voortbestaan. Indien dat niet het geval is, moet een onderstaande foto).
De luwte van de dijken zal er zeker aan kapvergunning worden aangevraagd voor de bijdragen om het beschikbare wateroppervlak tot een 77
voorstel
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
hoogwaardig foerageergebied voor water- en meervleermuizen te betreffende bomen en houtopstanden. Bomen en maken. houtopstanden op de locatie van compensatiegebied 1 die niet duurzaam konden blijven bestaan, zijn inmiddels Het Schetsontwerp Ecologische Vloeivelden voor de herinrichting gekapt. Voor de bomen en houtopstanden die nu nog geeft echter alleen een indicatie van wat er aan bestaande aanwezig zijn, geldt dus dat ze wel duurzaam kunnen begroeiing is. Er is niet uit af te leiden of hoe hoog de bestaande blijven bestaan ook na afronding van de begroeiing is, of de bestaande begroeiing de verhoging van de werkzaamheden. dijken zal overleven. 14.18
Meer in het algemeen: het herinrichtingsplan voor het eerste compensatiegebied geeft geen indicatie van tijdige aanplant van bomen, brandnetels en bramenstruiken waardoor de nieuwe dijken eenzelfde kwaliteit en kwantiteit aan opgaand struweel krijgen als de dijken in het noordelijke foerageergebied van de vleermuizen.
Op het moment van schrijven wordt er gewerkt aan de aanleg van het eerste compensatiegebied. De verwachting is dat de aanleg voor het actieve vleermuisseizoen van 2021 is afgerond.
Het grootste deel van de eerder aanwezige bomen en struiken wordt behouden. In die zin is er dus al veel Ook een beheersplan ontbreekt. Dat is dringend gewenst gezien groen aanwezig dat onder meer voor luwte kan zorgen de voorkeur bij de gemeentelijke groenbeheerders om bomen tot maar ook voor macrofauna. Onderdeel van de 5 meter op te kronen en de voorkeur van stadsplanners om leuke werkzaamheden is ook de aanplant van nieuwe bomen doorkijkjes en paadjes voor mensen naar het water te maken. en struiken. Zoals gebruikelijk worden die in het winterhalfjaar aangeplant voordat het groeiseizoen start. Dat houdt in dat ze nog dit jaar voor de lente worden ingeplant. Op dit moment werken wij aan het vastleggen van de gewenste vorm van beheer om het gebied ook daadwerkelijk in beheer te kunnen nemen. Uitganspunt hierbij is dat het op een natuurlijke manier wordt beheerd. Dat houdt onder meer in, dat in principe niet wordt gesnoeid tenzij het echt noodzakelijk is vanuit ecologisch perspectief. Het opkronen van bomen waaraan u refereert, vindt plaats in het stedelijk gebied 78
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
en dan vooral langs wegen waar verkeer onder bomen door moet kunnen rijden. Het maken van doorkijkjes is vooral iets voor een parkachtige omgeving in de buurt van bebouwing. Van zowel verkeer onder bomen door als van een parkachtige omgeving bij woningen is hier geen sprake. De bijbehorende manieren van beheer zijn hier dus niet van toepassing. 14.19
Het tweede compensatiegebied Hoendiep Noord, dat de gemeente voorstelt aan te leggen, omvat volgens het ontwerpvoorstel 7,3 ha open water. Binnen het eerste compensatiegebied op het zuidelijke deel van het Suikerunieterrein wordt effectief maar 4 ha wateroppervlak voor foeragerende vleermuizen gerealiseerd. Om het totaal van minimaal 14 hectare compenserend wateroppervlak voor de vleermuizen te realiseren, moet er volgens ons bij Hoogkerk Noord minstens 10 hectare wateroppervlak extra worden gerealiseerd, met een zeer hoge kwaliteit vergelijkbaar met de plassen op het Suikerunieterrein ten noorden van het spoor. Open water alleen is niet genoeg. Zoals eerder aangegeven is zeer hoogwaardig foerageergebied uitsluitend haalbaar als er voldoende voedsel is en het water moet structureel schoon, glad, luw, en donker zijn. Het compensatiegebied dient bij alle windrichtingen buitengewoon veel luwte te bieden.
Wij gaan uit van het aanleggen van 6,7 ha effectief open De zienswijze leidt water in compensatiegebied 1 (zie hiervoor de niet tot aanpassing beantwoording van zienswijze 14.17). Daardoor blijft 7,3 van de stukken ha compensatieopgave over voor compensatiegebied 2. In het eerdere ontwerp van het compensatiegebied (van 26 november 2020) hebben wij inmiddels, onder meer naar aanleiding van uw eerdere opmerkingen, aanpassingen doorgevoerd. Zie hierbij ook de beantwoording van zienswijze 14.4. Luwte is dus geborgd in het nieuwe ontwerp en ook voedselbeschikbaarheid en schoon water zijn opgenomen in de plannen.
Zoals aangegeven in de beantwoording van zienswijzen 14.1, 14.10 en 14.17 gaan we ervan uit dat watervogels en nesten van de Geoorde fuut niet ten koste gaan van bejaagbaar oppervlak voor vleermuizen. Tevens is voor beide compensatiegebieden uitvoerig aandacht besteed Het ontwerpvoorstel van 26 november 2020 voldoet niet aan deze aan het zorgvuldig ontwerpen van een oevervegetatie compensatie-eisen. Het wateroppervlak is te klein en het water die voor vleermuizen de broodnodige macrofauna kan krijgt slechts langs de wegen, aan de zuid- en aan de oostzijde, genereren. marginale luwte. Aan de noord- en westkant wordt helemaal geen luwte geboden, omdat de weidevogels op de aangrenzende 79
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
weilanden er daar niet van houden. De noordranden van het compensatiegebied krijgen “rafelranden”, rietkragen, begroeiing van pitrus en plas-drasachtige stukken met kris-kras moeras en laagwatervegetatie, ten behoeve van weidevogels en de nestgelegenheid voor geoorde futen. Het VWG herhaalt nogmaals dat plas-drasachtige gebieden die geweldig zijn voor futen het wateroppervlak onbruikbaar maken voor foeragerende watervleermuizen. Verder moet er ook weer ruimte zijn voor de slaapgelegenheid voor watervogels, die ook van het Suikerunieterrein verjaagd worden.
Verder is er in de ontwerpen voor de compensatiegebieden juist voor vleermuizen bewust gekozen voor de ‘rafelranden’. Door een oever met een grilliger patroon, met inhammen en hoekjes, ontstaat meer beslotenheid en afwisseling. Deze variatie zorgt ervoor dat er meerdere microklimaten ontstaan wat de kans vergroot dat de individuen een eigen plek kunnen vinden om te foerageren. Ten tweede zal een afwisselende oever meer insecten produceren waardoor op een kleiner oppervlak een groter jachtsucces gehaald wordt, wat leidt tot kleinere jachtterritoria per individu. De rafelranden zijn dus in plaats van een ‘aftrekpost’ op de oppervlakte een essentieel onderdeel van de compensatie.
Het WVG schat dat er door de rafelranden en plas-drasachtige stukken ongeveer 1,3 ha aan foerageergebied voor watervleermuizen verloren gaat. Effectief biedt het ontwerpvoorstel theoretisch dus 6 ha foerageergebied voor de watervleermuizen, waar er 10 ha nodig is, maar open water De Ruskeveenseplas zoals door u aangehaald, is niet het zonder luwte biedt geen weerbestendig foerageergebied van april eindbeeld van het tweede compensatiegebied. De tot en met oktober voor watervleermuizen. Ruskeveenseplas heeft bijvoorbeeld in het geheel geen hogere begroeiing rondom het water staan, heeft geen Het voorgestelde compensatiegebied, en in het bijzonder de eilandjes met begroeiing die de wind breken en bevat noord en westzijde, zou aardig lijken op de Ruskenveenseplas. niet of nauwelijks oevervegetatie. Dat is in het ontwerp Deze plas is door Regelink (Regelink, pag. 17) als ongeschikt voor compensatiegebied 2 wel het geval. Het compensatiegebied beoordeeld omdat hij te groot is, maar vooral compensatiegebied als geheel is daarmee ook groter dan ook omdat deze plas in zeer open gebied ligt en onbeschut tegen de 7,3 ha open water die vanuit de compensatie nodig is. de wind is. De aanwezigheid van luwte een absolute vereiste voor De adviezen van Regelink Ecologie & Landschap zijn een foerageergebied voor watervleermuizen. hierin nadrukkelijk meegenomen en ook doorgesproken.
Daarom stelt Regelink ook nadrukkelijk bij de eisen t.a.v. de inrichting van een compensatiegebied: “Om de waterpartijen in de windluwte te houden worden struwelen, bosschages en (solitaire) bomen aangeplant. Door dit met inheems en autochtoon plantmateriaal te doen worden tevens tal van
Met de aanleg van beide compensatiegebieden wordt uiteindelijk meer open water aangelegd dan de compensatieopgave aangeeft. In compensatiegebied 1 wordt 6,7 ha aangelegd en in compensatiegebied 2 7,8 ha. Bovendien is door de inrichting van beide gebieden 80
voorstel
Nr.
14.20
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
inheemse insecten geholpen. Wat weer gunstig bijdraagt aan het voedselaanbod voor vleermuizen (Regelink, pag. 27). Derhalve zullen daadwerkelijke compensatiegebied(en) (…) groter moeten zijn (dan alleen het wateroppervlak) om de waterpartijen landschappelijk in te kunnen passen (Regelink, pag. 25).
er naar verwachting meer ruimte voor met name Watervleermuizen door de grillige oevers. En door de inrichting kunnen naar verwachting ook andere soorten profiteren zoals insecten, vogels en amfibieën.
De VWG heeft een overzicht gemaakt van luwte gevende structuren in de huidige situatie en in de voorgestelde compensatiegebieden. De structuren zijn verdeeld naar de windrichtingen waarvoor zij luwte bieden en zijn gebaseerd op de afmetingen van de dijken rond en in de vloeivelden op het Suikerunie terrein:
In de beantwoording van zienswijze 14.11 hebben wij aangegeven dat dijken en hogere bomen als voordeel hebben dat ze voor windluwte zorgen, maar als nadeel dat ze ook voor schaduw zorgen en voor ‘vervuiling’ van het wateroppervlak. In de ontwerpen voor de compensatiegebieden hebben we daarom gekozen voor lagere begroeiing aan de oevers van het water en ook voor (schier) eilandjes die de wind breken.
Langs de waterpartijen op het noordelijke Suikerunieterrein ligt 4770 meter aan 4-5 meter hoge dijken, waarvan grote delen bedekt zijn met struweel van twee meter hoge bramenstruiken en/of met opgaande begroeiing die 10-12 meter boven de dijk uitsteekt. De vrij kale zuidelijke dijk van 240 meter behoort tot de uitzonderingen. Het westelijke vloeiveld op het Suikerunieterrein ten zuiden van het spoor, heeft een wateroppervlak waar watervleermuizen
Verder geeft u aan dat er volgens u een groot verschil is tussen de huidige lengte aan luwte gevende structuren en de nieuwe lengte aan deze structuren in de compensatiegebieden. De absolute lengtes kunnen echter niet 1-op-1 vergeleken worden. In de huidige situatie is het zo dat ook niet op elk moment de volledige lengte van de structuren benut wordt. Er wordt slechts van een deel van het gebied gebruik gemaakt afhankelijk van de windrichting. Bovendien zijn de huidige vloeivelden vrij groot zonder structuren in het midden van de vloeivelden. Dat maakt dat er een groot deel van het wateroppervlak niet gebruikt kan worden omdat er te veel wind is, onafhankelijk van welke kant de wind komt. In de compensatiegebieden zijn deze structuren binnen het open water er wel. Dat maakt dat een groter gebied in de luwte ligt onafhankelijk van de windrichting. De lengte aan oever is dan minder 81
voorstel
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Nr.
Inhoud zienswijze kunnen foerageren van 0,9 ha. Hierom heen ligt ongeveer 380 meter talud en dijk, van een vrij matige kwaliteit, want deels laag en weinig begroeid. Het totaal aan luwte gevende structuren in de huidige situatie komt neer op ca. 4500 meter dijk en hoog struweel voor luwte in een gebied met een zeer hoge foerageerkwaliteit en 650 meter aan talud en dijken met een vrij matige “luwtekwaliteit”, ofwel omdat ze marginaal begroeid zijn ofwel omdat ze erg laag zijn. Dat is in totaal 5150 meter van overwegend zeer hoge kwaliteit.
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
belangrijk, want het gaat uiteindelijk om bejaagbaar oppervlakte. Daarnaast moet er niet alleen gekeken worden naar de kwantiteit van de luwte biedende structuren maar ook naar de kwaliteit.
In de beantwoording van zienswijze 14.19 is aangegeven dat er bewust voor is gekozen om oevers aan te leggen met een grilliger patroon en om ook meer besloten ‘hoekjes’ te creëren. Op die manier maximaliseren we niet alleen de oeverlengte en zorgen we voor een zo hoog mogelijke macrofaunaproductie, maar voorkomen Het geplande eerste compensatiegebied in het westelijke deel van we ook onderlinge concurrentie. Watervleermuizen zijn het Suikerunieterrein ten zuiden van het spoor volgens onze territoriaal ook binnen een kolonie. Dat houdt in dat schatting 1730 meter voor watervleermuis relevante structuren. wanneer vleermuizen elkaar snel tegenkomen zoals bij (dit is aangegeven op de tekening op pagina 24 van de zienswijze, een lange overzichtelijke oeverlengte, er een conflict gebaseerd op de detailinformatie in de Schets van de ecologische ontstaat. Er is dan feitelijk minder ‘ruimte’ voor herinrichting 4 vloeivelden). Plekken, waar watervleermuizen - als vleermuizen om er te foerageren zelfs als het er windluw gevolg van de voorzieningen voor geoorde futen - slechts op een is en er voldoende voedsel is. Door de oevers grilliger te vrij grote afstand tot enig en laag struweel kunnen foerageren, maken en hoeken te creëren, kunnen dieren uit het zicht zijn niet meegerekend. van elkaar foerageren en ontstaan deze conflicten niet of minder en wordt het jachtsucces groter.
Het is overigens geenszins zeker dat deze 1730 meter dijk en struweel een hoge kwaliteit luwte zullen bieden. Het herinrichtingsplan voor het eerste compensatiegebied toont op meerdere plaatsen dat er geen aaneengesloten hoog opgaand struweel en bomen is en/of de begroeiing op erg lage eilandjes staat. 14.21
Bij een bespreking over dit tweede compensatiegebied is geopperd dat de gebouwen en bomen langs het tweede compensatiegebied luwte konden bieden. Het betreft hierbij de
We gaan er van uit dat de luwte in het ontwerp van compensatiegebied 2 voldoende geborgd is. Voor de nadere uitleg wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 14.4. 82
De zienswijze leidt tot aanpassing van de stukken
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
bebouwing langs het Hoendiep c.q. de Vierverlatenweg. Langs de Johan van Zwedenlaan staan geen gebouwen of bomen. •
•
•
•
voorstel Paragraaf 4.6.2 (inclusief bijlage 21) van de toelichting van het bestemmingsplan is geactualiseerd.
De gebouwen aan de zuidzijde van het Hoendiep ten oosten van de afslag Hoendiep zijn ca. 8 meter hoog en staan ca. 20 meter van de weg. De “windschaduw”, oftewel het luwtegebied achter een harde structuur is horizontaal even lang als een gebouw hoog is (zie pag. 5). Deze reikt dus tot op 8 meter van de gebouwen. De gebouwen hebben dus geen functie voor de luwte voor watervleermuizen in het voorgestelde geplande compensatiegebied, dat op 30 meter van de gebouwen begint. De gebouwen ten westen van de afslag Hoendiep liggen op 40 meter van de Vierverlatenweg achter een dijk van ca. 4 meter hoog. Noch de gebouwen, noch de dijk bieden luwte in het compensatiegebied. De jonge bomen in de berm tussen weg en fietspad zijn Elzen, met kronen van 2-4 meter doorsnede en de takken tot op 3-5 meter hoogte verwijderd (opgekroond), staan op 15-20 meter afstand van elkaar. Ze staan te ver van het compensatiegebied om luwte te bieden. Op het talud van de huidige sloot langs het gebied staan groepjes opslag van bomen met stammen van 15-20 cm, die in het verleden zijn afgezaagd. De opslag is ongeveer 3 meter hoog, en zal effectief tot op een paar meter vanaf de kant aan luwte voor het compensatiegebied kunnen bieden. De groepjes staat op aanzienlijke afstanden van elkaar.
Verder staat er één niet zo hoge, maar wel uitgegroeide wilg die bij zuidenwind als enige een enkele luwe plek van 5-10 vanaf het talud luwte kan bieden.
83
Nr.
Inhoud zienswijze •
14.22
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
De drie solitaire grote bomen bij de rotonde zijn 5-6 meter opgekroond en bieden daardoor ook op zijn best marginale luwte over een paar meter langs de rand van het tweede compensatiegebied.
Volgens de metingen metingen van de VWG ligt de berm langs de weg 1,75 meter boven de huidige waterspiegel.
Het eerdere ontwerp van compensatiegebied 2 (versie De zienswijze leidt 26 november 2020) zoals met u besproken, is tot aanpassing van aangepast, mede n.a.v. uw reactie van 11 januari 2021 de stukken Volgens het ontwerpvoorstel van 26 november 2020 komen er op dit ontwerp. De zienswijze die u heeft ingestuurd langs de oostzijde (Johan van Zwedenlaan) en de zuidzijde bevat inhoudelijk dezelfde punten als die u in uw reactie Paragraaf 4.6.2 (Hoendiep en Vierverlatenweg) struiken van 3-4 meter hoog. van 11 januari heeft weergegeven en houdt dus nog (inclusief bijlage geen rekening met de aanpassingen in het ontwerp. We 21) van de Afgaande op ontwerpvoostel (26 nov. 2020) kunnen de struiken gaan ervan uit dat de luwte in dit nieuwste ontwerp toelichting van het langs de Johan van Zwedenlaan, haaks op het water gemeten, drie voldoende geborgd is. bestemmingsplan tot vier meter breed worden. Aangezien ze 3-5 meter van de rand is geactualiseerd. van het water staan, kunnen deze struiken, afhankelijk van de Omdat de sloot langs de Vierverlatenweg voor keuze van het plantmateriaal, een strook van 10 meter luwte op waterafvoer in stand moet worden gehouden, wordt nog het water opleveren. Helaas gaapt er na elke strekkende tien tot een lage dijk aangelegd tussen deze sloot en het open twaalf meter struiken een gat ca. drie meter. water van het compensatiegebied.
De beplanting Langs het Hoendiep c.q. de Vierverlatenweg is de ruimte voor struiken, haaks op het water gemeten, ongeveer de helft van het huidige talud en het fietspad, dus 1,50-2 meter. Ze mogen uiteraard niet over het fietspad groeien, dus moeten ze regelmatig stevig worden teruggesnoeid. Wij hebben er geen vertrouwen in dat hier zich een insectenrijke oever met veel luwte op het water kan ontwikkelen.
(struweel met enkele bomen) komt op deze lage dijk te staan. Er is daarmee geen gevaar voor overhangende takken op het fietspad door de afstand tussen aanplant en fietspad en de ruimtelijke afscheiding door een sloot. Er is voldoende ruimte om een robuuste groenstrook aan te leggen. Zoals aangegeven bij de beantwoording van zienswijze 14.11 zijn forse rietkragen in principe voldoende om luwte op het water te creëren. Desondanks doen we meer om de luwte te borgen. De groenstructuren die aangelegd worden zijn robuust en bestaan uit struweel en bomen. Het doel van de aanplant is echter niet om 84
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
een volledig dicht scherm te maken en het wateroppervlak 100% windluw te maken. En feitelijk ook het gebied af te sluiten van de omgeving. Vanuit compensatiedoeleinden is dat niet nodig. Om te zorgen voor een goede landschappelijke inpassing zijn er daarom hier en daar openingen in de groenstructuur aanwezig. De exacte plaats van inplanten is op basis van het schetsontwerp niet te bepalen en wordt in detail opgenomen in het bestek van de aannemer. Daarbij wordt de aanplant zodanig geplaatst dat een goede balans wordt gevonden tussen ecologische functionaliteit, landschappelijke inpassing en duurzame aanplant. 14.23
De VWG stelt als tweede compensatiegebied in Hoogkerk Noord, dat serieuze, hoogwaardige compensatie biedt voor de water- en meervleermuizen en geoorde futen die afhankelijk zijn van de huidige plassen op het Suikerunieterrein ten noorden van het spoor, ongeveer zo voor:
Wij gaan er van uit dat wij een compensatie van 14 ha De zienswijze leidt open water moeten aanleggen voor foerageergebied niet tot aanpassing voor vleermuizen. Dit is de vereiste compensatie voor van de stukken het bestemmingsplangebied (deelgebied noord). Wij leggen uiteindelijk iets meer open water aan dan deze vereiste, namelijk 14,5 ha. (zie hiervoor ook o.a. de Een gebied van ongeveer 16 hectare, omgeven door in totaal 1700 beantwoording van de zienswijzen 14.17 en 14.19). Dit is strekkende meter dijken, die minstens 4 meter boven de exclusief de inrichting rondom het open water en de waterspiegel uitsteken, met begroeiing van bomen en struiken die eilanden. De her in te richten gebieden zijn dus in totaal overwegend tot 10-12 meter boven de dijken uitsteken. Deze veel groter dan de 14 ha open water alleen. dijken bieden aan de binnenkant luwte. Het toepassen van hogere dijken met daarop hoge Binnen in het gebied liggen eenzelfde soort dijken die aan twee beplanting zoals door u voorgesteld wordt, is volgens kanten luwte geven tot een totaal van ca. 700 strekkende meter, ons voor vleermuizen niet per se een voordeel. In de die (omdat ze aan twee kanten luwte geven) goed zijn voor 1400 beantwoording van zienswijze 14.11 is aangegeven dat meter luwte.
Dit ontwerp levert 1700 + 1400 meter = 3100 meter schaduw en ‘vervuiling’ van het wateroppervlak nadelig hoogwaardige luwte gevende structuur op. De buiten- en kunnen zijn. En bij een dergelijk ontwerp is er niet of binnendijken mét de hoog opgaande begroeiing zorgen dan in het nauwelijks sprake van een oevervegetatie of 85
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
tweede compensatiegebied bij alle windrichtingen voor voldoende luwte en foerageergebied voor de water- en meervleermuizen. De hoge bomen langs en op de dijken bieden luwte tegen de wind en lichte regen en schermen bij volle maan het licht af.
plasdraszones die essentieel zijn voor de beschikbaarheid van macrofauna.
De buiten- en binnendijken mét de begroeiing zorgen dan in het tweede compensatiegebied samen bij alle windrichtingen voor voldoende luwte en foerageergebied voor de water- en meervleermuizen. De hoge bomen langs en op de dijken bieden luwte tegen de wind en lichte regen en schermen bij volle maan het licht af.
Het toepassen van 4 meter hoge dijken met daarop 1012 meter hoge begroeiing is absoluut onwenselijk. Enerzijds uit landschappelijk oogpunt: een dergelijk ontwerp zou ervoor zorgen dat het gebied ver boven alle structuren in de omgeving uit steekt en dat geen enkele rekening wordt gehouden met cultuurhistorische waarde en landschappelijke inpassing. Anderzijds is dit ook onwenselijk met het oog op de weidevogels die in het gebied voorkomen. Hoog opgaande structuren zorgen voor verstoring van weidevogels tot op grote afstanden van die structuren. Het weidevogelgebied buiten compensatiegebied 2 wordt daarmee sterk negatief beïnvloed. Los van het feit dat we deze verstoring vanuit ecologisch opzicht niet wenselijk
Verder is een belangrijk nadeel van uw voorstel dat door het compartimenteren van het gebied met tussenliggende dijken, er veel meer kans is op Aangenomen dat in het eerste compensatiegebied ook 1730 kroosvorming (dit heeft u zelf ook al aangehaald in meter hoogwaardige luwte gevende structuren zouden worden zienswijze 14.10). Daarnaast zou de compartimentering gerealiseerd komt dan het totaal ter compensatie voor het verlies gunstig kunnen zijn in verband met de luwte, maar voor van de foerageergebieden van het noordelijke Suikerunieterrein Meervleermuizen blijft er mogelijk een te klein oppervlak over. Deze vleermuizen hebben meer ruimte op 3100 + 1730 = 4830 meter luwtestructuren. nodig om rond te vliegen. En aangezien de compensatie Het ontwerp komt daarmee aardig in de buurt van het huidige ook nadrukkelijk nodig is voor Meervleermuizen, hebben totaal aan luwte gevende structuren: ca. 4500 meter dijk en hoog wij daar in onze ontwerpen ook rekening mee struweel voor luwte in een gebied met een zeer hoge gehouden. In ons ontwerp voor de foerageerkwaliteit en 650 meter aan talud en dijken met een vrij compensatiegebieden hebben wij dus geen matige “luwtekwaliteit”. compartimentering opgenomen.
De dijken van vier meter hoog hebben een minimale breedte van 8 meter aan de voet hebben. Samen met eventuele sloten en natuurlijke minder steile oevers zullen deze dijken in de orde van 3 ha ruimte in beslag nemen (8 meter breed x 3100 meter lang = 2,5 ha). Oeverbegroeiing, rietkragen, pitrus en ruimte voor geoorde futen en overnachtende watervogels nemen nog eens
86
voorstel
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
minstens 2 ha. Zo ontstaat 16 ha min 5,5 ha = 10-11 ha kwalitatief vinden, zou er daarmee ook een grote hoogwaardig foerageergebied voor de water- en eervleermuizen. compensatieverplichting voor weidevogels bij komen. In dit ontwerp is uiteraard nog niet de compensatie van de zuidwestelijke vloeivelden opgenomen, waar men op langere termijn ook huizenbouw beoogt. Dat vraagt dan nog een extra gebied van ca 3 ha en 800 meter luwte gevende structuren. In feite zou daardoor de rest van de weide bij Hoogkerk Noord in beslag genomen worden.
Zoals in de beantwoording van zienswijze 14.20 is aangegeven denken we dat het zinvoller is om in te zetten op een goede kwaliteit van de oevers en van de compensatiegebieden als geheel dan op het precies proberen te compenseren van elke strekkende meter dijk met begroeiing. Voor het project De Suikerzijde beogen we niet om in de toekomst de meest zuidwestelijke vloeivelden te bebouwen. Dit gebied blijft bestaan als compensatiegebied 1. Op de locatie van de zuidoostelijke vloeivelden is wel woningbouw gepland. Dit is echter nog zo ver in de toekomst, dat we daar nu met de compensatie niet op vooruit lopen. Wanneer gewerkt wordt aan de ontwikkeling van de plannen daar, wordt allereerst een actualisatie van het onderzoek uitgevoerd alvorens de compensatieopgave wordt bepaald.
14.24
Water- en meervleermuizen zijn lichtschuw. Kort samengevat moet voorkomen worden dat er op het foerageergebied meer dan ca. 0,1 Lux kunstlicht valt. Bij eerdere ontwikkelingen in de stad is dit aspect van mitigatie en compensatie in de planning én uitvoeringsfase over het hoofd is gezien ten nadele van de vleermuizen. Daarom heeft de VWG de lichtsterktes langs het voorgestelde compensatiegebied Hoogkerk Noord in kaart gebracht.
De tolerantie van vleermuizen, en specifiek watervleermuis en meervleermuis, met betrekking tot verlichting is een complex verhaal. U noemt 0,1 lux als een soort tolerantiegrens. Voor zover bij ons bekend is dit echter geen hard onderbouwde of leidende waarde. Vaak worden tolerantiewaarden van 0,5 tot 1,0 lux aangehouden bij projecten. Ook deze waarden zijn niet hard onderbouwd of leidend. Er kan dus niet met onderzoeksgegevens uit 87
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
Ten zuiden van het compensatiegebied varieert de lichtsterkte direct onder de straatlampen en bomen in de middenberm van 8 tot 2 Lux. Op de rand van het weiland, waar het compensatiegebied zou beginnen varieert de lichtsterkte van 0,9 tot 0,6 Lux. Waar het weiland toegankelijk was kon pas op 10 meter achter het begin van het weiland 0,1 Lux gemeten (zie onderstaande tabel).
de literatuur hard onderbouwd worden wat wel en niet nadelig is voor vleermuizen. En zelfs als daar wel duidelijkheid over zou bestaan, zeggen gemeten waarden vaak relatief weinig. Zonder aanvullende informatie over de manier van meten als richting, moment van de nacht, type meter, gekalibreerd of niet, etc. is er weinig over te zeggen. De genoemde waarden van 0,5 tot 1,0 lux zijn wel afgeleid uit diverse onderzoeken. Bij gebrek aan een harde tolerantiegrens, nemen wij deze waarden dan ook wel mee in ons verlichtingsplan. Wij gaan er bij het aanleggen van de compensatiegebieden van uit dat het zo donker mogelijk moet zijn in het gebied en streven dus bijvoorbeeld niet naar 0,5 lux als hard getal.
De lamp langs het fietspad van de Johan van Zwedenlaan is veel lager dan de straatlampen angs het Hoendiep en geeft daardoor op grondniveau veel meer licht, namelijk 23 Lux. Bij de rand van het huidige talud, boven de sloot rond het weiland, was de lichtsterkte 1,1 Lux. Afgaande op de plattegrond van het compensatievoorstel zou de berm versmald worden en daardoor zou de lichtsterkte op de rand van het talud hoger worden. Gezien deze lichtsterktes dient de begroeiing langs de rand van het compensatiegebied
De door u actuele gemeten waarden zeggen niet zoveel over de toekomstige situatie. Er komen immers bosschages en bomen langs de randen te staan die de verlichting afschermen. Wat gunstig is, is dat uit uw metingen blijkt dat de lichtintensiteit vanaf de lichtbronnen richting het compensatiegebied wel snel afneemt. Wij verwachten daarom ook dat de geplande aanplant, de resterende uitstraling (grotendeels) weg zal nemen. Wij gaan daarbij de situatie monitoren. Als we vaststellen dat er toch nog relatief veel lichtuitstraling is binnen het gebied, kunnen we inderdaad zorgen voor (nadere) afscherming van het gebied of het beter richten van de aanwezige verlichting.
88
voorstel
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
zodanig dicht, hoog en breed te zijn, dat deze begroeiing zelfs in het vroege voorjaar als er nog niet veel blad aan struiken en bomen zit, het licht van de straatlantaarns voldoende afschermen. Te overwegen is om de lampen langs het fietspad van de Johan van Zwedenlaan van een kapje te voorzien dat de uitstraling in de richting van het gebied aanzienlijk kan verminderen. Afdoende afscherming van de verlichting is uiteraard geen enkel probleem als het tweede compensatiegebied zou worden ingericht als aangegeven in zienswijze 12.24. 14.25
Bij ontheffingen Wnb dienen relevante grote infrastructurele veranderingen in de omgeving in de beoordeling te worden betrokken, om te voorkomen dat er herhaalde storing van essentieel leefgebied wordt veroorzaakt of versnippering van de leefgebieden. Zie ook Regelink, pag. 25: “Bij het opknippen van de compensatieopgave moet voorkomen worden dat er te veel snippers ontstaan, die later onder verdere staduitbreiding weer onder druk komen te staan.” De gemeente beoogt op het Suikerunieterrein ten noorden van het spoor een nieuwe stadswijk met veel woningen te realiseren, en in een later stadium ook op het deel ten zuidenoosten van het spoor huizen te bouwen (Regelink, pag. 6). Verder plant de gemeente ten oosten en ten noorden van het compensatiegebied Hoogkerk Noord een uitbreiding van de stad met woningbouw en andere stedelijke voorzieningen. De oostelijke voormalige vloeivelden op het Suikerunieterrein ten zuiden van het spoor worden door Regelink ook als essentieel foerageergebied voor water- en meervleermuizen beschouwd.
U refereert aan het rapport van Regelink Ecologie & De zienswijze leidt Landschap waarin het opknippen van de niet tot aanpassing compensatieopgave en de duurzaamheid van deze van de stukken gebieden wordt genoemd. Het punt dat in het rapport gemaakt wordt (p. 25), is dat voorkomen moet worden dat er een groot aantal heel kleine compensatiegebiedjes wordt aangelegd. En dat de locatie van de compensatie zorgvuldig moet worden bekeken om te voorkomen dat de compensatiegebieden later weer verplaatst moeten worden. Met het ontwerpen en het bepalen van de locatie van de compensatiegebieden hebben wij hiermee ook rekening gehouden. Er worden twee grotere gebieden aangelegd op locaties waar in de toekomst geen ontwikkelingen gepland zijn. Dat wil niet zeggen dat er rondom deze gebieden geen ontwikkelingen zullen plaatsvinden. Zoals u aangeeft worden er in de toekomst huizen gebouwd ten noorden en ten zuiden van het spoor en ook voor De Held III ten noorden van compensatiegebied 2. Deze 89
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
“Gezien het aantal dieren in de kolonies, het consequente gebruik van het plangebied en het aanbod aan geschikte foerageerlocaties in de omgeving van het plangebied mag aangenomen worden dat zowel de vloeivelden aan de noordzijde als aan de zuidzijde van het spoor van essentieel belang zijn voor de kraamkolonies van watervleermuis. De waterpartijen in het plangebied zijn dan ook een essentieel foerageergebied voor de watervleermuis en van belang voor het duurzaam blijven voortbestaan van kraamkolonies en daarmee de lokale populatie” (Regelink, pag. 15).
ontwikkelingen moeten dus nadrukkelijk rekening houden met de aanwezigheid van de compensatiegebieden. Voor de woningbouw ten noorden van het spoor wordt er in de plannen vanzelfsprekend al rekening gehouden met de compensatiegebieden. Zo komt er een robuuste vliegverbinding in de vorm van één van de huidige bassins en nieuw water vanaf het Hoendiep tot aan het spoor. Deze route wordt in de huidige situatie al gebruikt en wordt dus opgenomen in de plannen. Voor andere ontwikkelingen geldt een soortgelijke opdracht om de functionaliteit van de compensatiegebieden te borgen.
Het VWG sluit zich hierbij aan. De oostelijke vloeivelden ten zuiden van het spoor zien er door de combinatie van open water én de dijken met veel wilgen aantrekkelijk uit voor water- en meervleermuizen. Bovendien beoogt de reeds in gang gezette herinrichting van de westelijke vloeivelden deze nog aantrekkelijker te maken voor deze vleermuizen, zodat de oostelijke en westelijke vloeivelden ten zuiden van het spoor als één geheel kunnen gaan fungeren.
Zoals in de beantwoording van zienswijze 14.17 is aangegeven worden de vloeivelden die worden heringericht voor compensatiegebied 1 niet beschouwd als essentieel foerageergebied. De overige drie vloeivelden ten zuiden van het spoor, meer naar het oosten, zijn wel essentieel foerageergebied. Indien deze in de toekomst heringericht worden ten behoeve van 1. Is ooit overwogen bij wijze van alternatief de noordelijke woningbouw, moet dit nader onderzocht worden en vloeivelden als ontwikkelde natuur met alle vogels en moet mogelijk gezocht worden naar aanvullend vleermuizen met rust te laten en de stadsuitbreiding meer in compensatiegebied. Op dit moment zijn er nog geen het zuidelijke deel van het Suikerunieterrein te realiseren? concrete plannen voor invulling op deze locatie. 2. Als de plannen ongewijzigd blijven, waarom wordt er dan niet Wanneer deze ontwikkelingen in voorbereiding zijn, nu al rekening mee gehouden dat er voor de vleermuizen die wordt hier een aparte procedure voor gevoerd. op de westelijke vloeivelden foerageren ook compensatie nodig zal zijn? Het alternatief dat u noemt om de noordelijke vloeivelden met rust te laten en de woningbouw ten zuiden van het spoor te realiseren is geen werkelijk alternatief. Er is namelijk geen sprake van of het ene deel ontwikkelen of het andere. Aan beide zijden van het 90
voorstel
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
spoor worden woningen gebouwd. Bovendien willen we juist het gebied ten noorden van het spoor– gezien de korte afstand ten opzichte van de binnenstad – inzetten voor een stedelijk woonmilieu, met hogere dichtheden aan woningen en maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Het gebied ten zuiden van het spoor leent zich daar op dit moment aanzienlijk minder voor, met barrières als het spoor en het bedrijventerrein Peizerweg. Daarom hebben we in 2018 ook de keuze gemaakt om de ontwikkeling aan de noordkant van het spoor te beginnen. Zelfs met het ontwikkelen van het gehele terrein, is er naar verwachting nog altijd een woningtekort in de stad. Andere ontwikkellocaties in de stad worden al ten volle ingezet en vormen dus ook geen alternatief. 14.26
De uitbreiding van de stad van de woonwijk de Held in de richting van Hoogkerk roept de volgende vragen op:
De voorgenomen ontwikkelingen van De Held III maken geen onderdeel uit van de structuurvisie of het bestemmingsplan en vallen dus feitelijk buiten deze 1. Kan deze uitbreiding ten koste gaan van de procedure. De ontwikkelingen zijn bovendien nog in de watervleermuiskolonie gevestigd aan de Leegeweg? voorbereidingsfase waardoor veel zaken nog niet te Bijvoorbeeld door de verstoring bij de bouwwerkzaamheden? beantwoorden zijn. Desondanks antwoorden we hier zo Het behoud van de essentiële vliegroute over de sloot achter inhoudelijk mogelijk. de Groenhof is van levensbelang voor het behoud van de kolonie aan de Leegeweg. Dit kan alleen worden bereikt door De ontwikkelingen voor De Held III gaan niet ten koste alle kunstlicht op deze route structureel - zonder tijdelijke van de watervleermuiskolonie aan de Leegeweg. Elk uitzonderingen - te vermijden. initiatief, dus ook dat van De Held III, moet voldoen aan 2. Als eerst alleen de noordelijke vloeivelden gecompenseerd de Wet natuurbescherming. Het vernietigen van worden met de aanleg van het tweede compensatie gebied verblijfplaatsen van vleermuizen is dus niet toegestaan. Hoogkerk Noord en daarna de rest van het weiland de enige 91
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Nr.
Inhoud zienswijze optie voor meer vleermuiscompensatie is, wordt het al aangelegde compensatiegebied danig verstoord. Dat lijkt ons in strijd met de eerste ontheffing. 3. Weidevogels zijn niet ons specialisme. Maar wij weten wel dat de predatie van weidevogels vooral gebeurt door steenmarters. Steenmarters vestigen zich ook in nieuwbouwwijken. Waarom wordt er dan niet nu al rekening mee gehouden dat het voortbestaan van de weidevogels op het “compensatieweiland” Hoogkerk Noord door de geplande stadsuitbreidingen op den duur onmogelijk wordt? 4. Gezien het feit dat het hele weiland bij Hoogkerk Noord nodig zal zijn om het essentiële foerageergebied op het terrein van de Suikerunie te compenseren, vragen wij ons af of overwogen is dat weiland voor woningbouw in te richten. Het plan van Winsemius om veel serieuzere, grotere en voor weidevogels robuustere gebieden in te richten lijkt ons meer succesvol dan het tot mislukken gedoemde ontwerpvoorstel om én weidevogels én geoorde futen én slapende watervogels én twee soorten vleermuizen in een te klein gebied te proppen.
standpunt burgemeester en wethouders Hiermee wordt dus rekening gehouden in de planvorming van ontwikkelingen. Het is nu nog onzeker op welke termijn er in De Suikerzijde woningbouw plaatsvindt ten zuiden van het spoor. Wat de compensatieopgave is vanuit die ontwikkeling, is daarom nog onzeker. We kunnen dus niet vooruitlopen op wat er zal gebeuren bij aanleg van extra compensatiegebied. Duidelijk is dat we ons aan de Wet natuurbescherming moeten houden en aan de voorwaarden uit ontheffingen. En er zijn ongetwijfeld mogelijkheden om bestaande gebieden uit te breiden zonder verstoring van de aanwezige natuurwaarden. Vanuit de ontwikkelingen voor De Held III, wordt nadrukkelijk gekeken naar weidevogels. Er wordt gekeken naar onder andere compensatiemogelijkheden en het duurzaam voortbestaan van populaties. Predatie is daar een onderdeel van. Zoals in het antwoord op de zienswijze 14.25 is aangegeven is nog onduidelijk wanneer de woningbouw ten zuiden van het spoor gerealiseerd wordt en welke compensatie daarvoor nodig is vanuit de Wet natuurbescherming. We willen daarom niet vooruit lopen op het inrichten van het hele weilandengebied bij Hoogkerk als compensatiegebied. Het weilandengebied bij Hoogkerk inrichten voor woningbouw is geen optie. In het Groenplan Vitamine G is dit gebied (aangeduid als Lob Hoogkerk-Hoendiep-
92
voorstel
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders Westpolder) aangewezen als zoekgebied voor het versterken van het lokaal ecologisch netwerk (blz. 35). Het compensatiegebied bij Hoogkerk wordt aangelegd voor vleermuizen en geoorde fuut. Voor deze soorten wordt open water met daarom heen een groeninrichting aangelegd. Om negatieve effecten van deze herinrichting op weidevogels te minimaliseren, worden in het weilandengebied direct naast het nieuwe open water maatregelen getroffen voor weidevogels. Deze moeten het weilandengebied in kwalitatieve zin verbeteren voor weidevogels. Het weidegebied dat over blijft direct naast het nieuw aan te leggen open water en meer naar het westen is weliswaar beperkt in omvang maar biedt voldoende ruimte aan de door u genoemde soorten. Er is in het nieuwe ontwerp een scheiding aangebracht tussen het compensatiegebied dat bedoeld is voor vleermuizen en geoorde fuut en het weilandengebied voor weidevogels. Het gebied voor weidevogels wordt relatief beperkt aangetast door het project De Suikerzijde. Slapende watervogels zijn geen doel, maar komen naar verwachting vanzelf zoals dat in de huidige vloeivelden ook het geval is. Wij onderschrijven uw mening dat een robuust weidegebied voor weidevogels beter is dan een klein gebied.
Daarom gaan we ook in gesprek met onder meer de provincie Groningen om over duurzame en robuuste oplossingen voor de weidevogels na te denken. Dit is vooral relevant in het kader van de Held III en andere ontwikkelingen aan de westkant van de stad. Voor het project De Suikerzijde gaan we uit van de compensatie 93
voorstel
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
voor weidevogels zoals nu opgenomen in de ontheffing. Dat houdt een kwaliteitsimpuls in bij het compensatiegebied 2 in Hoogkerk en een kwantitatieve compensatie bij Leegkerk. 14.27
Het VWG leest in het Rapport van Regelink, pag. 23-24: “De waterpartijen worden niet gelijktijdig gedempt. De ontwikkeling start aan de oostkant van het gebied aan de noordzijde van het spoor. Na aanleg van het eerste compensatie gebied worden de eerste drie bassins gedempt, of verondiept. Of het dempen of verondiepen wordt hangt af van de hoeveelheid vrijgekomen grond uit het bouwrijp maken van het eerste deel van het gebied. In een latere fase worden de overige bassins gedempt. Ruim daarvoor moet het tweede compensatiegebied en de optimalisatie van waterpartijen in de omgeving gereed zijn.”
De fasering is zo dat de meest oostelijke vloeivelden worden gedempt ten behoeve van de bouwrijpfase van fase 1. Het dempen van de vloeivelden vindt pas plaats nadat een ontheffing van de Wet natuurbescherming is verkregen. Er is dus geen sprake van activiteiten die in strijd zouden zijn met de Wet natuurbescherming.
De verwachting is dat het dempen van de eerste vloeivelden plaats vindt in het najaar van 2021. Op dat moment is er al enige tijd een compensatiegebied ten zuiden van het spoor beschikbaar. In het actieve seizoen van 2022 krijgen vleermuizen dus voor het eerst te De VWG begrijpt hieruit dat de gemeente de drie meest oostelijke maken met een wijziging in hun huidige vijvers D, E en F (Regelink, pag. 38) ten noorden van het spoor wil foerageergebied. Het compensatiegebied, dat dan gebruiken om van de overtollige grond af te komen, die zal inmiddels enige tijd tot ontwikkeling heeft kunnen vrijkomen bij het bouwrijp maken van het nog oostelijker deel van komen, is groter dan de compensatieopgave die geldt het Suikerunieterrein. De VWG vraagt zich af of deze fasering niet voor het dempen van deze eerste bassins. De ingreep is in strijd met de Wet natuurbescherming is. dus relatief beperkt en het compensatiegebied heeft zich al kunnen ontwikkelen zoals u aangeeft. Omdat de Nieuw aangelegde gebieden hebben tijd nodig om zich te situatie hier vergelijkbaar is met de huidige bassins qua ontwikkelen; er gaat een aantal jaren overheen voordat de inrichting en lokale omstandigheden en omdat er al compensatiegebieden van eenzelfde kwaliteit zijn als de huidige volgroeid groen aanwezig is, is de verwachting dat de gebieden (Regelink, pag. 27-28). ontwikkeltijd ook beperkt zal zijn.
Uiteindelijk beslist het bevoegd gezag (de provincie Groningen) hierover bij het De noordelijke vloeivelden zijn van essentieel belang voor drie beoordelen van de ontheffingsaanvraag. kolonies watervleermuizen en twee kolonies meervleermuizen, die mede gezien de ontwikkelingen elders in de stad vrijwel geen kant meer op kunnen. De aanleg van het eerste 94
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
compensatiegebied is niet het criterium voor het begin van de sloop van een essentieel foerageergebied zoals de noordelijke vloeivelden. Het primaire criterium is of voldoende vleermuizen het aangelegde, ingerichte en ontwikkelde compensatiegebied gebruiken.
Zoals in de beantwoording van zienswijze 14.15 is aangegeven, kan niet aan het aantal stippen op de kaart worden afgelezen in welke mate de vloeivelden ieder op zich worden gebruikt. De compensatieopgave wordt daarom niet bepaald op basis van de aanwezigheid van de vleermuizen in ieder vloeiveld maar aan de hand van Het is de VWG onduidelijk hoe dat gebruikscriterium zal worden wateroppervlak en waterdiepte. Zoals hierboven toegepast: moet bij een vervolgonderzoek in het genoemd, is het eerste compensatiegebied groter dan compensatiegebied worden aangetoond dat de gezenderde de compensatieopgave voor de eerste te dempen vleermuizen uit alle kolonies komen? Wordt de komende jaren vloeivelden. Daarbij willen wij in 2021 ook beginnen met met warmtecamera’s het aanwezige aantal vleermuizen bij de aanleg van het tweede compensatiegebied. In 2022 diverse weersomstandigheden (en niet alleen bij supermooi weer) zijn dan beide compensatiegebieden beschikbaar. Het bijgehouden? tweede compensatiegebied heeft dan nog geen tijd gehad om zich te ontwikkelen. Daarom wordt met het De eerste drie bassins, (de vijvers D, E en F (Regelink, pag. 38)) dempen van de overige vloeivelden ook gewacht tot het vertegenwoordigen in oppervlakte én in populariteit bij de tweede compensatiegebied zich heeft kunnen vleermuizen duidelijk minstens de helft van het essentiële ontwikkelen. foerageergebied.
Volgens de redenatie van Regelink zou het compensatiegebied voor deze drie bassins de helft van 14 ha Monitoring is onderdeel van de ontheffingsaanvraag. Er wateroppervlakte moeten omvatten, dus minstens 7 ha. wordt vooral ingezet op het bepalen van de geschiktheid van de compensatiegebieden. Zo wordt bijvoorbeeld de aanwezigheid van macrofauna bemonsterd. Zoals u aangeeft, is het meten van de aan- of afwezigheid (zeker in de beginfase van het project), geen indicator om te bepalen of de compensatiegebieden al dan niet geschikt zijn. Indien er nog geen wijzigingen hebben plaatsgevonden in de huidige situatie, is er immers voor Een complicerende factor is dat de vleermuizen volgens Regelink de vleermuizen geen reden om naar nieuwe gebieden te trekken. Maar dat betekent niet dat deze nieuwe een voorkeur hebben voor de noordzijde van de noordelijke gebieden ongeschikt zijn. Vanzelfsprekend wordt ook de plassen. Dat is bij noordenwind zeker het geval, maar het is ook van belang dat het voor de vleermuizen van de diverse kolonies de activiteit van de vleermuizen onderzocht zowel in het huidige gebied als in de nieuwe gebieden. Het is aan het Maar zoals de VWG heeft aangetoond zal het compensatiegebied ten zuidoosten van het spoor de vleermuizen slechts 4 ha wateroppervlak als foerageergebied bieden (zie zienswijze 14.17).
De bassins kunnen dus niet aangetast worden vóórdat het tweede compensatie gebied aangelegd, ingericht en ontwikkeld is en aantoonbaar door voldoende vleermuizen wordt gebruikt.
95
voorstel
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
eerste foerageergelegenheid bij aankomst op het bevoegd gezag om te beoordelen of de door ons Suikerunieterrein is. Waarom zou een kraamvrouwtje dat toch al voorgestelde monitoring voldoende is. haast heeft, speciaal nog eens een halve kilometer verder naar het Het tweede compensatiegebied ligt inderdaad zoals u nieuwe zuidelijke compensatiegebied vliegen, als er aan de aangeeft gunstig voor twee van de drie noordkant een rijk gevulde dis is? Watervleermuisverblijfplaatsen. Met name voor de De locatie van het tweede compensatiegebied Hoogkerk Noord meest noordelijke kolonie kan dit gebied belangrijk zijn biedt in dat opzicht meer kansen voor snelle in gebruik name omdat het vliegtijd scheelt en deze kolonie aan de rand omdat het voor de meeste vleermuizen waar het om gaat, van het vliegbereik zit ten opzicht van het projectgebied ruimtelijk even of nog makkelijker te bereiken is, want dichterbij van De Suikerzijde. Maar het tweede compensatiegebied heeft naar verwachting inderdaad ook meer tijd nodig hun verblijfplaatsen. om zich te ontwikkelen omdat in de huidige situatie nog Maar vergeleken met het eerste zuidoostelijke helemaal geen opgaande begroeiing aanwezig is.
compensatiegebied - een bestaand vleermuizengebied dat vooral Daarom willen we dit gebied ook zo spoedig mogelijk geoptimaliseerd wordt – zal het veel meer tijd kosten voordat dit aanleggen zodat er zoveel mogelijk tijd is voor de totaal nieuwe tweede compensatiegebied een ontwikkeling van dit gebied voordat alle vloeivelden foerageermogelijkheid kan bieden die zelfs maar in de buurt komt binnen De Suikerzijde worden gedempt. Overigens kan van de kwaliteit van het huidige gebied. de ontwikkeling van dit gebied snel gaan. Elders in de stad hebben we een situatie gehad waarbij een geheel nieuwe vijver zonder enige begroeiing binnen één seizoen al gevonden werd door Watervleermuizen en waar de spontaan opgekomen begroeiing van wilgen na één jaar al een hoog groen scherm rondom de hele vijver had gevormd.
14.28
De VWG is graag bereid verder mee te denken om de gebieden zo Uw eerder gemaakte opmerkingen zijn waar mogelijk al De zienswijze leidt goed mogelijk in te richten, en daarmee later veel kostbare tijd en in een nieuw ontwerp verwerkt. Dit ontwerp is inmiddels niet tot aanpassing geld vanwege juridische procedures te besparen. samen met een onderbouwing als ontheffingsaanvraag van de stukken ingediend bij de provincie Groningen. Aan de basis kunnen dus nu geen aanpassingen meer worden gedaan. 96
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
Indien er concrete ideeën zijn voor de verdere invulling van bijvoorbeeld de beplanting, zijn wij graag bereid daarover verder met u in gesprek te gaan.
15
Stadsvogelwerkgroep van Avifauna Groningen (SVWG)
15.1
SVWG geeft aan dat zij in haar zienswijze ingaat op het natuurinclusief bouwen en groen inrichten in het ontwerpbestemmingsplan en de nieuwe stadswijk en wat de SVWG daar onder verstaat. Inzake de compensatie van de Geoorde fuut (geen stadsvogelsoort) en de Stedelijke Ecologische Structuur sluit (de SVWG van) Avifauna zich aan bij de zienswijze van de Natuur en Milieufederatie Groningen. De SVWG verzoekt tot het opnemen van een regel in het bestemmingsplan dat bij nieuwbouw in de Suikerzijde standaard nestkasten voor in ieder geval gierzwaluw en huismus en verblijfplaatsen voor vleermuizen worden ingebouwd. Voor de aantallen per (appartementen)gebouw dan wel woning verwijst de SVWG naar de afspraken die in het Soort Managementplan gemaakt zijn tussen gemeente en vijf woningbouwverenigingen inzake natuurinclusief bouwen voor deze soorten in nieuwbouw. Met deze regel wordt afgedwongen dat ook projectontwikkelaars en aannemers voor particuliere bouw in de Suikerzijde deze voorzieningen standaard aanbrengen.
15.2 BP
Voor de beantwoording van de zienswijze van de Natuur en Milieufederatie Groningen wordt verwezen naar zienswijzenummer 22.
De zienswijze leidt Voor een reactie op natuurinclusief bouwen verwijzen niet tot aanpassing wij naar de beantwoording bij 3.3. van de stukken De gemeente werkt aan een generieke aanpak op het gebied van natuurinclusief bouwen voor de hele gemeente. Wij willen hetgeen u voorstelt daarom nu niet vastleggen in regels. In deelgebied Noord hebben we dit thema op het niveau van het deelgebied uitgewerkt door uit te gaan van een robuuste en groene openbare ruimte. Dat betekent een nieuw park, een natuurvriendelijke oever langs het Hoendiep, aandacht voor biodiversiteit en veel groen in de straten en singels. Ook binnen de bouwvelden zien we dit thema terug, in het groene (semi-) openbare gebied. 97
Nr.
Inhoud zienswijze
standpunt burgemeester en wethouders
voorstel
15.3
De SVWG verzoekt tot het opnemen van een regel in het bestemmingsplan dat alle toekomstige schuren, garages en andere platte daken standaard een vegetatiedak krijgen. Goed voor klimaatadaptatie (hittestress en wateroverlast), biodiversiteit (o.a. zaden en insecten als voedsel voor stadsvogels), welbevinden van de mensen en bewustwording van deze items voor de toekomstige bewoners; De SVWG pleit ervoor om in het ontwerpbestemmingsplan onder subparagraaf 4.6.2 Groen een item over natuurinclusief bouwen op te nemen, waarin de gemeente aangeeft wat onder wordt verstaan en hoe zij daar in dit geval mee omgaat. Niet wachten op eventueel toekomstig beleid maar verwijzing naar een nieuwe regel in bestemmingsplan. Indien de gemeente inderdaad zulke hoge ambities ten aanzien van groen, klimaat, biodiversiteit etc in dit plan heeft, dan kan zij die ambities alleen maar ten uitvoer brengen door meer met regels op dit gebied te werken. Anders blijft het bij ambities en wordt de burger van Groningen mogelijk een worst voor gehouden.
Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijze 15.2.
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de stukken
Zoals aangegeven werkt de gemeente aan een generieke aanpak voor natuurinclusief bouwen. De (bouw)plannen voor De Suikerzijde sluiten daar vervolgens op aan. Natuurinclusief bouwen gaat overigens niet alleen over het bouwen van gebouwen. Met de uitwerking van de openbare ruimte zien we veel ecologische kansen ontstaan, bijvoorbeeld met een natuurinclusieve vegetatie als stimulans voor alle vormen van biodiversiteit: van betere vestigingsmilieus voor insecten, (kleine) zoogdieren tot vogels. De gemeente is verantwoordelijk voor de aanleg van de openbare ruimte en is en blijft hiervan de eigenaar en beheerder. Het bestemmingsplan is gebaseerd op het stedenbouwkundig plan. In het bestemmingsplan is aangegeven dat voorafgaand aan de daadwerkelijke ontwikkeling van het gebied de gemeente de beeldkwaliteit van de openbare ruimte en van de bouwvelden verder gaan uitwerken. Waar nodig wordt dit gekoppeld aan de gemeentelijke Welstandsnota (bouwen). Voor het aanpassen van de welstandsnota geldt dat hiervoor besluitvorming nodig is bij de gemeenteraad, inclusief een inspraakprocedure.