CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Scholenplan Gro Up 2024-2039.pdf

gemeenteraad 15 mei 2024, gemeente GroningenBij agendapunt: e: Scholenplan Gro Up 2024 - 2039 (raadsvoorstel 27-3-2024)32.082 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het opleidingsniveau van beide ouders; Het herkomstland van de moeder; De verblijfsduur van de moeder in Nederland; Het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school; Of de ouders in de schuldsanering zitten.

Deze scores worden openbaar gepubliceerd en kunnen wij daarom ook gebruiken om mee te nemen in het realiseren van een impuls voor kansengelijkheid. Ruimtebudget Scholen met een achterstandsscore (zowel basisscholen als scholen in het voortgezet onderwijs) bieden we extra ruimte om deze beter te faciliteren om zorg en ondersteuning op hun school te kunnen (laten) aanbieden en/ of om onderwijs in kleinere groepen aan te kunnen bieden. We nemen in het Scholenplan vooralsnog een ‘ruimtebudget’ op van maximaal: 1,15 m2 bvo19 (=23%) extra per leerling op een school met een achterstandsscore en een verruiming van de vaste voet van maximaal 25 m2 bvo (= ruim 10%). Toekenning van dit extra ruimtebudget is maatwerk per school. Het extra ruimtebudget moet de kansengelijkheid bevorderen, aanvullende ondersteuning en aanvullende activiteiten (zoals inzet van NPO-gelden) faciliteren en bijdragen aan het beperken van de doorverwijzing naar het SBO en (V)SO.

We vragen de betreffende scholen een plan in te dienen voor de toekomstbestendige inzet van deze extra ruimte: waarvoor wordt de aanvullende ruimte ingezet en hoe wordt gewaarborgd dat deze ruimte ook op lange termijn juist hiervoor inzetbaar blijft? De komende jaren onderzoeken we vanuit de ingediende en gerealiseerde plannen wat echt nodig is om kansengelijkheid te bevorderen en scherpen we het ‘ruimtebudget’ aan tot een ruimtenorm die we vervolgens opnemen in de Verordening, als aanvulling op de wettelijke zorgplicht van de gemeente. In de in Bijlage II opgenomen tabellen zijn de achterstandsscores weergegeven van de basis- en voortgezet onderwijsscholen.

2.3.3 Extra ruimte voor scholen met een hoog praktijkgericht uitstroomprofiel Leerlingen worden in het primair onderwijs zo goed mogelijk voorbereid op het voortgezet onderwijs. Het voortgezet onderwijs biedt leerlingen de mogelijkheid om praktijk- of theoretisch gericht onderwijs te volgen. Tussen beide typen onderwijs is een palet aan keuzemogelijkheden in de verhouding tussen praktijk en theoretisch gericht onderwijs. Het spreekt voor zich dat voor praktijkgericht onderwijs andere methoden en faciliteiten nodig zijn dan voor theoretisch gericht onderwijs. Timmeren, metselen, lassen of verzorgen leer je niet van achter je bureau/ laptop. Er is een schoolomgeving nodig die een afspiegeling is van de werkelijke situatie in de praktijk. In verhouding tot het theoretisch onderwijs stelt dit andere voorwaarden aan huisvesting. Ruimtebudget Opvallend is dat de huisvesting van scholen in het primair onderwijs over het algemeen sterk overeenkomt met huisvesting van scholen die theoretisch onderwijs aanbieden in het voortgezet onderwijs. De huisvesting en faciliteiten van scholen in het primair onderwijs is onvoldoende afgestemd op de behoefte van de praktijkgerichte leerling in het primair onderwijs. We hanteren in het Scholenplan een extra ruimtebudget voor basisscholen waarvan meer dan 30% van de leerlingen een praktijkgericht uitstroomprofiel heeft.

Hiervoor wordt vooralsnog een ruimtebudget van 100 m2 bvo toegevoegd aan de vaste voet. Dit kan worden ingezet voor het realiseren van een praktijk- of handvaardigheidslokaal. Om aanspraak te kunnen maken op dit extra ruimtebudget vragen we de betreffende scholen een plan in te dienen voor de toekomstbestendige inzet van de extra ruimte. Ook voor deze impuls wordt de komende periode op basis van de ingediende plannen en opgedane ervaringen het ruimtebudget aangescherpt tot

19 BVO = Bruto Vloer Oppervlak

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

19/91

een formele ruimtenorm die in de huisvestingsverordening zal worden opgenomen. In de in Bijlage III opgenomen tabel zijn de uitstroomprofielen weergegeven van alle basisscholen waarvan meer dan 30% van de leerlingen een praktijkgericht uitstroomprofiel heeft, gesorteerd van hoog naar laag voor praktijk-, speciaal-, beroeps- en kader-onderwijs.

2.3.4 Ruimte voor een inclusiever onderwijsaanbod Uit de in januari 2023 georganiseerde werkbijeenkomst over de visie op onderwijs en onderwijshuisvesting is door schoolbesturen de behoefte geuit om regulier en (voortgezet) speciaal onderwijs gezamenlijk te huisvesten, om inclusiever onderwijs maximaal te kunnen faciliteren. Gezamenlijke huisvesting biedt kansen om leerlingen op maat onderwijs aan te bieden, expertise met elkaar te delen en voorzieningen in het gebouw te delen. De gemeente wil initiatieven voor huisvesting die een inclusiever onderwijsaanbod mogelijk maken graag stimuleren. Hiervoor wordt in de tranche 2024-2027 van het Scholenplan 2024-2039 een voorziening opgenomen waar met passende initiatieven op ingeschreven kan worden. Aan het indienen van plannen voor deze voorziening wordt een termijn gekoppeld. Het deel van de voorziening dat niet is toegekend aan ingediende initiatieven, vervalt aan het eind van deze termijn en zal weer aan het budget voor andere huisvestingsvoorzieningen worden toegevoegd.

2.3.5 Kwaliteit onderwijsgebouwen In het Scholenplan 2020-2039 ‘Investeren in onderwijs’ zijn diverse functionele en technische kwalitatieve uitgangspunten opgenomen, die ook voor de actualisatie van het Scholenplan nog steeds aan de orde zijn. Zo wordt de basis nog steeds gevormd door het Wetsvoorstel onderwijshuisvesting: renovatie als Kwaliteitskader Ruimte OK, dat in 2023 is volwaardig alternatief geactualiseerd. Het programma van eisen Frisse Scholen (geactualiseerd in 2021) is geïntegreerd in In de huidige wetgeving is (levensdit Kwaliteitskader, en is daarmee ook onderdeel duurverlengende) renovatie geen gemeentelijke van het Kwaliteitskader. verantwoordelijkheid. Momenteel wordt een

2.3.6 Duurzame schoolgebouwen: energieprestatie

wetsvoorstel voorbereid waarin renovatie, die de levensduur van een gebouw met minimaal 25 jaar verlengt, is opgenomen als voorziening in huisvesting. In dit Scholenplan wordt, vooruitlopend op die wetgeving, levensduur verlengend renoveren gelijkwaardig aan nieuwbouw als huisvestingsmaatregel ingezet. Doelstelling is om de levensduurverlengende renovatie op het kwaliteitsniveau van nieuwbouw te realiseren, waardoor deze gelijk aan nieuwbouw voor een toekomstige levensduur van minimaal 40 jaar zorgt.

Nieuw te realiseren schoolgebouwen in de gemeente Groningen zijn minimaal energieneutrale gebouwen (ENG) en gasloos. Energieneutrale gebouwen dragen bij aan de klimaatambitie van de gemeente Groningen om een CO2-neutrale gemeente te zijn. Bij levensduurverlengende renovatie van schoolgebouwen is ‘Bijna energieneutraal’ (BENG) en gasloos de ondergrens en is het streven om energieneutraal (ENG) en gasloos te zijn. In aansluiting op de resultaten van het door Hevo in 2022 (zie ook paragraaf 3.2) uitgevoerde onderzoek naar CO2-neutrale onderwijshuisvesting voeren we alleen huisvestingsmaatregelen uit die maximaal bijdragen aan deze doelstelling. Alleen door de – qua kwaliteit en duurzaamheid – slechtst presterende gebouwen door nieuwbouw te vervangen, of grootschalig en levensduurverlengend te renoveren, wordt het maximale resultaat voor de verduurzamingsopgave gehaald. De in het (vorige) Scholenplan 2020-2039 opgenomen beperktere maatregelen ‘technische en functionele upgrade’ en ‘verduurzamen’ (beperkte verbetering van energieprestatie) komen daarom te vervallen. Tot het moment dat een schoolgebouw in aanmerking komt voor vervanging of levensduurverlengende renovatie zijn de schoolbesturen zelf verantwoordelijk om de duurzaamheidsingrepen uit te voeren die op de korte termijn genomen kunnen worden en zich, in relatie tot de resterende levensduur, terugverdienen.

Dit betreft de EML-maatregelen (Erkende Maatregelenlijst) en andere kortetermijnmaatregelen zoals het plaatsen van PV (zonne)-panelen. Als nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie leidt tot een grotere elektriciteitsaansluiting op de locatie hebben we te maken met de huidige beperkingen van het energienet. De netbeheerders TenneT en Enexis hebben netcongestie afgeroepen voor de gemeente Groningen. Zij managen de netcongestie, met centraal daarin de maatregel een stop in te voeren op nieuwe grootverbruikersaansluitingen (> 3 x 80A) en uitbreidingen van bestaande grootverbruikersaansluitingen en/of daarbij gecontracteerd transportvermogen. Daarnaast levert de netcongestie ook een beperking op voor het terug kunnen leveren van opgewekte energie door PV-panelen aan het net. Concreet betekent dit dat nieuwe aanvragen op een wachtlijst

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

20/91

komen. Nog niet duidelijk is wanneer er weer ruimte op het elektriciteitsnet zal zijn. De ambitie om overal energieneutrale gebouwen te maken komt daarmee onder druk te staan. Deze situatie zal naar verwachting tot 2030 aanhouden.

2.3.7 Duurzame schoolgebouwen: circulaire gebouwen De gemeente Groningen streeft naar een volledig circulaire economie. Nederland heeft een landelijke ambitie gesteld om in 2030 50% minder grondstoffen te gebruiken, en om in 2050 een 100% circulaire economie te zijn. Voor circulair bouwen en circulaire gebouwen betekent dit dat we gebouwen ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken zonder natuurlijke hulpbronnen uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te passen. Dit vraagt om toekomstbestendige gebouwen, die flexibel en multifunctioneel zijn en gebouwd worden voor een lange levensduur. En dat betekent dat gebouwen zoveel mogelijk bestaan uit bio-based materialen en bouwelementen die volledig losmaakbaar en herbruikbaar zijn. Vooruitlopend op de te wijzigen wetgeving over onderwijshuisvesting beschouwen wij levensduurverlengende renovatie als een volwaardig en duurzaam alternatief voor vervangende nieuwbouw. Bij renovatie wordt immers een groot deel van de materialen van het bestaande gebouw een nieuw of langer leven gegund, wat bijdraagt aan de circulariteitsambitie van de gemeente Groningen. Het beleid op circulariteit is momenteel in ontwikkeling en zal van toepassing zijn op de toekomstige ontwerpopgave voor het onderwijs.

De Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Gemeente Groningen De onderwijswetgeving (Wet op het primair onderwijs (WPO), Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en de Wet op de expertisecentra (WEC)) is uitgewerkt tot lokale regelgeving in de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Gemeente Groningen. Deze Verordening beschrijft onder andere de wijze van berekenen van de ruimtevraag en het ruimteaanbod van (bewegings)onderwijshuisvesting. Ook beschrijft de Verordening de formele regels die gelden bij het aanvragen en toetsen van voorzieningen in de onderwijshuisvesting. De Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Groningen dient als ‘juridisch vangnet’ voor situaties waarin het Scholenplan niet voorziet.

Ruimtenormering In 2021 is de Verordening na overleg met de schoolbesturen geactualiseerd aan de modelverordening van de VNG. Bij vaststelling van de geactualiseerde Verordening is met de schoolbesturen afgesproken om voor de ruimtenormering voor het voortgezet onderwijs vooralsnog uit te gaan van de oude ruimtebehoefteberekening, en eerst te onderzoeken wat de impact is van de nieuwe ruimtenormen. In het Scholenplan is daarom ook deze oude ruimtebehoefteberekening gehanteerd. Het onderzoek naar de gevolgen van de nieuwe ruimtenormeringen wordt in de loop van 2024 uitgevoerd en besproken in het BBO.

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

21/91

3. Terugblik 2020-2023 Het vorige Scholenplan is begin 2020 vastgesteld. De afgelopen vier jaar is er hard gewerkt aan de voorbereiding en uitvoering van de nieuwbouw en vernieuwing van de onderwijshuisvesting. Ook is er, zoals vermeld in paragraaf 2.3.7, met Hevo een onderzoek uitgevoerd naar de maatregelen die nodig zijn om te komen tot CO2-neutrale onderwijshuisvesting. Daarnaast is de totstandkoming van het vorige Scholenplan geëvalueerd. In voorliggend hoofdstuk wordt teruggeblikt op de afgelopen vier jaar.

3.1 Recent opgeleverde en lopende projecten De afgelopen vier jaar is hard gewerkt aan de voorbereiding en uitvoering van de projecten die in het Scholenplan 2020-2039 voor de tranche 2020-2023 waren opgenomen en ook aan projecten die al in voorbereiding of uitvoering waren. In deze paragraaf wordt de stand van zaken van deze projecten weergegeven. De actuele voortgang van de projecten is ook te volgen op de website van het Scholenplan Gro Up: https://www.scholenplan-gro-up.nl/. Vertraging Er zijn de afgelopen vier jaar al veel goede, mooie, nieuwe scholen gebouwd. Herontwikkeling van scholen is een ingewikkeld proces waarbij veel input nodig is van onder meer de gebruikers van de scholen (toekomstperspectief, onderwijsvisie, gebruikswensen) en andere disciplines zoals verkeer, cultuurhistorie, stedenbouw, circulariteit, energie etc. Tegelijkertijd is er beperkte capaciteit van inzet van mensen, adviseurs en (vak)mensen, is de ruimte voor tijdelijke huisvestering beperkt en hebben we te maken met bestemmingsplanprocedures, bezwaren, extreme stijging van bouwkosten en de schaarste en soms niet beschikbaar zijn van bouwmaterialen. Daarnaast constateren we dat ook de beperkte capaciteit, aanstelling van nieuwe directeuren of bestuurders of bij scholen of schoolbesturen soms zorgen voor vertraging.

3.1.1 IKC Borgman Ebbinge In 2020 is IKC Borgman Ebbinge in gebruik genomen. Dit gebouw biedt huisvesting aan de Borgmanschool en kinderopvang van SKSG.

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

22/91

3.1.2 MFA de Wiardt In het voorjaar van 2021 is MFA de Wiardt in gebruik genomen. Dit gebouw biedt huisvesting aan De Tamarisk, kinderopvang van Kids First en Forum Groningen

3.1.3 KC Ten Boer In oktober 2020 is het kindcentrum Ten Boer in gebruik genomen. Dit gebouw biedt huisvesting aan OBS De Huifkar, CBS De Fontein en kinderopvang van Kids2B.

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

23/91

3.1.4 IKC Borgman Oosterpark In augustus 2021 is IKC Borgman Oosterpoort in gebruik genomen. Dit gebouw biedt huisvesting aan de Borgmanschool en kinderopvang van SKSG.

3.1.5 De Poort – school met de bijbel Vanwege aardbevingsproblematiek zou De Poort oorspronkelijk door de NCG worden versterkt inclusief een verduurzaming en verkleining van het gebouw. Met bijdrage van het schoolbestuur is besloten tot vervangende nieuwbouw, waarbij de oppervlakte van het gebouw passend is gemaakt voor het leerlingenaantal. Het gebouw is in het 2e kwartaal van 2023 in gebruik genomen.

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

24/91

3.1.6 Driebondschool (Engelbert) In Engelbert is naast MFC Engelbert de nieuwbouw gerealiseerd voor de Driebondschool. Hiermee is een cluster ontstaan van onderwijs, kinderopvang (in het MFC) en sport. De nieuwbouw is begin 2023 door de Driebondschool in gebruik genomen.

3.1.7 Het Mozaïek – School met de Bijbel Vanwege de structurele stijging van het leerlingenaantal als gevolg van nieuwbouwprojecten in Haren is de school uitgebreid met één lokaal. Daarnaast is het gebouw technisch en functioneel gerenoveerd en verduurzaamd tot een gasloos, fris en energieneutraal gebouw, waarmee het gebouw uit 1971 weer helemaal bij de tijd is. Het gerenoveerde schoolgebouw is begin april 2023 in gebruik genomen.

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

25/91

3.1.8 Gymzalen Korreweg en De Meet In november 2019 is de gymzaal Korreweg afgebrand. Deze gymzaal werd overdag gebruikt voor het onderwijs en in de avonduren verhuurd door Sport050 aan sportverenigingen en groepen. Het herbouwen van de gymzaal op de oude plek bleek geen reële optie, omdat er dan grote bouwkundige aanpassingen moesten worden gemaakt aan de twee naastliggende schoolgebouwen. De nieuwe gymzaal is daarom naast de bovenbouwschool van OBS Karrepad gerealiseerd met de hoofdentree vanaf de Korreweg. De nieuwe gymzaal is eind 2022 in gebruik genomen. In november 2020 is gymzaal De Meet aan de Mellenssteeg 18 in Haren afgebrand. Er is een nieuwe gymzaal gebouwd op de huidige plek. Naast dat de gymzaal gasloos en energieneutraal is gebouwd, is circulariteit en natuur inclusief bouwen onderdeel van de nieuwbouwopgave van de gymzaal. De nieuwe gymzaal is in januari 2024 in gebruik genomen

3.1.9 Peter Petersenschool (Haren) Na toekenning van het voorbereidingskrediet in september 2019 is gestart met de uitwerking van de plannen voor de uitbreiding van de Peter Petersenschool aan de Rummerinkhof in Haren. In februari 2022 is een uitvoeringskrediet beschikbaar gesteld voor de uitbreiding. Na de nodige aanbestedingsperikelen als gevolg van de marktsituatie na het uitbreken van de Oekraïne-oorlog, is de realisatie in april 2023 gestart. De uitbreiding van de Peter Petersenschool is eind januari 2024 opgeleverd en is na de voorjaarsvakantie, eind februari 2024 in gebruik genomen.

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

26/91

3.1.10 IKC Groenewei In de nieuwbouwwijk Groenewei in Meerstad is OOG samen met SKSG per 1 augustus 2020 in tijdelijke huisvesting gestart met IKC Groenewei. De nieuwbouw van de permanente huisvesting wordt direct na de meivakantie 2024 in gebruik genomen. In het gebouw bevindt zich ook een sportzaal (dubbele gymzaal) van Sport050 met extra ruimte, die buiten de onderwijsuren gebruikt gaat worden voor binnensport.

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

27/91

3.1.11 Brinkschool (Haren) In september 2019 is door de raad een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld voor vervangende nieuwbouw van de Brinkschool, samen met de besluitvorming over de uitbreiding van de Peter Petersenschool, beide aan de Rummerinkhof in Haren. In samenwerking met OBS Brinkschool en Stichting Kinderopvang Haren (SKH) wordt momenteel de laatste hand gelegd aan het ontwerp voor een nieuw integraal kind centrum (IKC Rummerinkhof) aan de Rummerinkhof 8 in Haren. De omgevingsvergunning is inmiddels definitief. De gemeenteraad van de gemeente Groningen behandelt het realisatiekrediet voor IKC Rummerinkhof in juni 2024. Naar verwachting starten de bouwactiviteiten na de zomervakantie 2024. Om ruimte te maken voor het nieuwe IKC Rummerinkhof wordt het oude schoolgebouw aan de Rummerinkhof (voormalig Zernike Junior College) gesloopt. Als alles volgens plan verloopt kan het nieuwe IKC Rummerinkhof in de eerste helft van 2026 in gebruik worden genomen. De Brinkschool maakt nu nog gebruik van het oude schoolgebouw van het Zernike Junior College voor de tijdelijke huisvesting van acht bovenbouwgroepen (5 t/m 8). SKH verzorgt er de buitenschoolse opvang. Vanaf de zomervakantie 2024 gaan de bovenbouwgroepen van de Brinkschool en SKH, voor de duur van de bouwperiode, tijdelijk gebruik maken van de voormalige basisschool De Linde aan de Hertenlaan 21 te Haren.

De onderbouw groepen (1 t/m 4) blijven tijdens de bouwperiode op de locatie Oude Brinkweg. Om de acht bovenbouwgroepen van de Brinkschool bij elkaar te kunnen huisvesten aan de Hertenlaan 21 is een extra tijdelijk lokaal nodig. Uitgangspunt is dat het extra tijdelijke lokaal na gebruik door de Brinkschool weer wordt verwijderd.

3.1.12 Erasmusschool In het Scholenplan 2020-2039 was geconstateerd dat het wenselijk is om de Erasmusschool te verplaatsen naar een andere locatie. Het gebouw aan de Van Heemskerckstraat kent een ruimtetekort en voldoet in kwalitatieve zin niet. Door nieuwbouw van woningen in de wijk waar de school gesitueerd is, dreigt de bereikbaarheid van de school, en daarmee ook de verkeerssituatie voor de wijk, problematisch te worden. Voor de verplaatsing was een budget opgenomen voor eventuele functionele gebouwaanpassingen van een andere nader te bepalen onderwijslocatie voor de Erasmusschool. Op dit moment wordt nog met het schoolbestuur gesproken over de oplossingsrichtingen voor de huisvesting.

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

28/91

3.1.13 CBS de Wieken (Huis van Ten Post) CBS de Wieken krijgt als onderdeel van het scholenprogramma vervangende nieuwbouw. De school zal gehuisvest worden in het nieuw te bouwen Huis van Ten Post.

3.1.14 De Huifkar Woltersum De Huifkar Woltersum krijgt als onderdeel van het scholenprogramma vervangende nieuwbouw.

3.1.15 De Kleine Wereld De Kleine Wereld is gehuisvest op de locaties S.S. Rosensteinlaan 21 en Celebesstraat 35. In het Scholenplan 2020-2039 was voor de S.S. Rosensteinlaan 21 een transformatie opgenomen en voor de Celebesstraat 35 vervangende nieuwbouw. Het leerlingenaantal van de Kleine Wereld is echter de afgelopen jaren relatief sterk afgenomen tot 116 leerlingen in 2021. Daarom heeft VCOG begin 2023 besloten de Kleine Wereld na het schooljaar 2023-2024 op te heffen. In nauwe samenwerking met de overige scholen/schoolbesturen is voor elk kind een geschikte nieuwe school gevonden. Het schoolgebouw aan de S.S. Rosensteinlaan blijft voorlopig in gebruik voor onderwijs aan nieuwkomers. De Celebesstraat valt bij beëindiging van het gebruik voor onderwijs terug aan de gemeente en kan eerst voor tijdelijke huisvesting voor projecten uit het Scholenplan worden ingezet.

3.1.16 Brederoschool Van Ketwich Verschuurlaan Bij de verhuizing van De Tamarisk naar de nieuwbouw in MFA De Wiardt in het voorjaar van 2021 is de vrijgekomen locatie aan de Van Ketwich Verschuurlaan teruggevallen aan de gemeente en toegevoegd aan de ‘ijzeren voorraad’. In het Scholenplan 2020-2039 was een technische upgrade voorzien om dit gebouw geschikt te maken voor huisvesting van een andere school. Het gebouw is door OOG met budget van de gemeente levensduur verlengend gerenoveerd, om het gebouw geschikt te maken als tweede locatie voor de huisvesting van de Brederoschool. Deze tweede locatie is per juni 2022 in gebruik genomen.

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

29/91

3.1.17 Katholieke Daltonschool Bisschop Bekkers In het Scholenplan 2020-2039 is gezien de slechte kwaliteit van het schoolgebouw voorzien in vervangende nieuwbouw voor de Bisschop Bekkersschool. Naast nieuwbouw is in het plan ook rekening gehouden met de herbestemming van het bestaande bouwdeel met twee bouwlagen, waardoor sprake is van een vernieuwbouw. Na een architectenselectie is in april 2023 gestart met het ontwerpproces voor de vernieuwbouw. In het plan is naast ruimte voor onderwijs en kinderopvang een multifunctionele gymzaal opgenomen. Deze multifunctionele gymzaal kan ook gebruikt worden als speellokaal voor de onderbouw en voor school- en wijkbijeenkomsten. Het nieuwe gebouw sluit aan bij de gebiedsgerichte aanpak in de Noordelijke wijken. Verwacht wordt dat in het derde kwartaal van 2024 gestart kan worden met de bouw, zodat de school in het derde kwartaal van 2025 in gebruik kan worden genomen. Tijdens de realisatie zal het gebouw aan de Bessemoerstraat 6 gebruikt worden voor tijdelijke huisvesting.

3.1.18 Heerdstee Christelijke basisschool voor Daltononderwijs De Heerdstee is gehuisvest in Beijum. In het Scholenplan is voorzien in vervangende nieuwbouw voor De Heerdstee, die vanwege een bovengemiddelde achterstandsscore prioriteit heeft gekregen. De Heerdstee heeft de afgelopen jaren een scherpe daling van het aantal leerlingen laten zien. Inmiddels lijkt het leerlingenaantal te stabiliseren, onder andere naar aanleiding van een aanscherping van de onderwijskundige visie en schoolconcept, en de instroom van nieuwkomers. Er is overcapaciteit bij de scholen in de wijk Beijum vanwege een afnemend aantal leerlingen op wijkniveau. Daarom is ingezet op bestuurlijk overleg tussen de twee schoolbesturen van de in Beijum aanwezige scholen (VCOG en OOG), om verschillende (gezamenlijke) huisvestingsvarianten te inventariseren.

3.1.19 Nassauschool (bovenbouw) De Nassauschool is gehuisvest op twee locaties: de Nassaulaan 5 en de Graaf Adolfstraat 73. Omdat er voor de Nassauschool volgens de leerlingenprognoses binnen afzienbare tijd een ruimtetekort zou ontstaan, is er in het Scholenplan 2020-2039 een uitbreiding voorzien. Daarnaast is voor het gebouw aan de Nassaulaan, gezien de slechte gebouwkwaliteit, een levensduurverlengende renovatie opgenomen. De locatie aan de Graaf Adolfstraat bestaat uit vier losse gebouwen, waarvan het oudste gebouw dateert uit 1932 en de status heeft van gemeentelijk monument. De andere gebouwen zijn aanzienlijk jonger dan 40 jaar. In het Scholenplan 2020-2039 is voorzien dat de aanpassingen voor deze locatie voor rekening van het schoolbestuur zijn.

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

30/91

Voor de onderwijskundige visie en het daaruit volgende functionele en ruimtelijke programma wordt door VCOG met een externe huisvestingsadviseur onderzoek verricht. De locaties laten weinig tot geen ruimte voor uitbreiding. VCOG beraadt zich vooralsnog op het gewenste programma voor een uitbreiding en functionele aanpassing. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek zal een businesscase worden opgesteld, waarin met een objectieve gebouwscan de in het Scholenplan opgenomen maatregelen worden herijkt en de projectkaders voor de verdere voorbereiding worden vastgelegd. Een definitief programma wordt gezamenlijk met VCOG opgesteld.

3.1.20 Quintusschool In het Scholenplan 2020-2039 was geconstateerd dat de Quintusschool in Glimmen kampt met een ruimtegebrek. Daarom is de school uitgebreid met een tijdelijk lokaal dat begin 2023 in gebruik is genomen.

3.1.21 IKC Meeroevers De Meeroeversschool is in 2012 gestart in tijdelijke huisvesting in de wijk Meeroevers in Meerstad. Door het toenemende leerlingenaantal is de tijdelijke huisvesting in meerdere fasen uitgebreid. Na de locatiekeuze voor de permanente huisvesting van het IKC in de wijk Gruno-De Wierden is in 2022 in samenspraak met vertegenwoordigers van de school(bestuur), kinderopvang en bureau Meerstad een ‘getekend programma van eisen’ opgesteld, waarin een eerste ruimtelijke vertaling is gemaakt van het programma en de ruimtelijke uitgangspunten zijn verwoord. Partijen hebben samen de ambitie om met de nieuwbouwontwikkeling van IKC Meeroevers een uitstekende, zo niet de best mogelijke onderwijshuisvesting te realiseren. In een uitgebreide architectenselectie is na beoordeling van vijf schetsplannen een architect geselecteerd en is in september 2023 begonnen met het ontwerpproces. Het ontwerpproces van het gebouw verloopt parallel aan het ontwerp van het stedenbouwkundig plan van de wijk Gruno-De Wierden. Eind 2023 zijn de ruimtelijke procedures gestart. Bij voorspoedig verloop van het ontwerpproces en de ruimtelijke procedures kan eind 2024 het uitvoeringskrediet worden aangevraagd, waarna de nieuwbouw kan starten. Streven is de nieuwbouw eind 2025/begin 2026 in gebruik te kunnen nemen.

3.1.22 De Wegwijzer In het Scholenplan 2020-2039 is voorzien in vervangende nieuwbouw voor De Wegwijzer. De Wegwijzer is gelegen in de wijk Selwerd. Om een positieve impuls te geven aan de wijk Selwerd is ervoor gekozen de vervangende nieuwbouw prioriteit te geven. De nieuwbouw behelst een school voor 300 leerlingen en ruimte voor kinderopvang. De mogelijkheden voor een gymzaal worden onderzocht. Er wordt ingezet op multifunctioneel gebruik van de school door de wijk.

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

31/91

Momenteel wordt de ruimtelijke verkenning uitgevoerd en stelt de school een ruimtelijk functioneel programma van eisen op. Hiermee kan in juni 2024 de architectenselectie starten, zodat in 2025 het ontwerpproces kan worden doorlopen.

3.1.23 Maartenscollege en GSV In het Scholenplan 2020-2039 was voor het Maartenscollege voorzien in vervangende nieuwbouw van het oudbouwgedeelte dat begin jaren ’60 gerealiseerd is. De in Groningen Zuid op drie locaties gevestigde Groningse Schoolvereniging (GSV) heeft de wens gehuisvest te worden op één locatie. Op basis van uitgevoerde onderzoeken is geconstateerd dat het niet mogelijk is om in Groningen Zuid een unilocatie voor de GSV te realiseren. Na uitvoering van een haalbaarheidsonderzoek voor de onderwijshuisvesting in Groningen Zuid is besloten te starten met de planvorming om de huisvesting voor het Maartenscollege, International School Groningen (ISG, en onderdeel van het Maartencollege) en de GSV te clusteren tot een campus met een doorgaande leerlijn van 0 tot 18 jaar voor internationaal en tweetalig onderwijs. De afgelopen periode is het haalbaarheidsonderzoek aangevuld met een modellenstudie. Daarnaast is een verkennend ontwerponderzoek uitgevoerd en is een Programma van Uitgangspunten opgesteld. Deze resultaten worden onderdeel van de businesscase voor de campusontwikkeling. In het vierde kwartaal van 2023 is gestart met de Europese aanbesteding voor de architect. In het derde kwartaal van 2024 worden de overige adviseurs geselecteerd. De aanvraag van het uitvoeringskrediet wordt verwacht in het derde kwartaal van 2025.

Planning is om gefaseerd te bouwen (3 fasen). De ingebruikname van laatste fase van de campus is gepland in het tweede kwartaal van 2029.

3.1.24 Zernike Montessori Lyceum en OBS Joseph Haydn De verplaatsing van de GSV naar het Campus in Haren zal ervoor zorgen dat de locatie Sweelincklaan 4 vrijkomt. Dit biedt de mogelijkheid om het ruimtetekort van OBS Joseph Haydn en het Montessori Lyceum aan de Helper Brink 30 op te kunnen lossen. Omdat de verplaatsing van de GSV nog enige jaren zal duren, is tijdelijke huisvesting nodig om de groei van het aantal leerlingen van het Montessori Lyceum op te kunnen vangen. Samen met het schoolbestuur zijn hiervoor diverse locatiescenario’s onderzocht. Er is gekozen voor tijdelijke huisvesting op het middenterrein van het Montessori Lyceum aan de Helper Brink 30. Hiermee is voor deze school een unilocatie gerealiseerd. De vrijkomende (tijdelijke) onderwijslocatie Semmelweisstraat wordt dan ingezet voor het Montessori Vaklyceum. De tijdelijke huisvesting aan de Helper Brink 30 is in het najaar 2023 geplaats en eind 2023 in gebruik genomen.

3.1.25 Zernike Montessori Vaklyceum Bij het Zernike Montessori Vak lyceum aan de Vondellaan 83 zijn de oude semipermanente units van slechte kwaliteit recent verwijderd. Vanwege de veranderende arbeidsmarkt en de krimp van het aantal studenten heeft het kabinet het programma Sterk Beroepsonderwijs20 gelanceerd. Dit programma streeft doelen na die moeten zorgen voor een toekomstbestendig, gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van beroepsonderwijs. Naast het versterken van de samenwerking tussen VMBO en Mbo-scholen en het aanbieden van doorlopende leerlijnen is het derde punt van Sterk Beroepsonderwijs “De Nieuwe Leerweg”. OOG zal zich verder oriënteren op De Nieuwe Leerweg (voorheen GL & TL). Naast bestaande praktijkgerichte programma’s zullen ook nieuwe programma’s ontstaan. Gelet op deze nieuwe ontwikkelingen moet OOG een visie ontwikkelen op de toekomst van de huisvesting van het Montessori Vaklyceum. Naast het gebouw aan de Vondellaan maakt het Vaklyceum ook gebruikt van een gebouw aan de Van Iddekingeweg. De combinatie van deze twee gebouwen raakt de grenzen van de functionaliteit en zorgplicht. Er is in beide gebouwen sprake van kantines en ondersteunende ruimtes, terwijl er een gebrek aan (vak)lokalen is. Op dit moment is vanwege de sloop van de tijdelijke units, een derde locatie, aan de Semmelweisstraat, tijdelijk in gebruik genomen.

De onderwijskundige visie en het daaruit volgende functionele en ruimtelijke programma wordt door OOG met ondersteuning van een architectenbureau opgesteld. Gelijktijdig wordt op basis van het programma een herijking van het haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd.

20 https://www.sterkberoepsonderwijs.nl/

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

32/91

3.1.26 Fiduciaschool De Fiduciaschool is een school voor speciaal basisonderwijs (SBO) gehuisvest op twee locaties. Om de leerlingengroei op te vangen is naast de hoofdlocatie aan de Distributiestraat een dislocatie aan de Canadalaan in gebruik. De hoofdlocatie is een gebouw uit de jaren ’60 van de vorige eeuw en scoorde in het Scholenplan 2020-2039 op alle aspecten onvoldoende. Daarom was in het Scholenplan in 2023 nieuwbouw voorzien. De nieuwbouw moet voldoende capaciteit bieden om na ingebruikname de dislocatie te kunnen afstoten. Daarom is deze dislocatie, ondanks de hoge prioritering, niet opgenomen in het huisvestingsplan (zie paragraaf 5.3.1.2). De Fiduciaschool wil graag samenwerken met regulier basisonderwijs. Op dit moment is de Fiduciaschool bezig met haar visie voor het SBO in combinatie met het reguliere basisonderwijs. Van daar uit zal worden onderzocht hoe en waar een dergelijke combinatie kan plaatsvinden.

3.1.27 Prof. W.J. Bladergroenschool In 2022 hebben de Bladergroenschool en Fiduciaschool een plan gemaakt om samen te gaan werken op de locatie van de Bladergroenschool. In 2023 heeft de Fiduciaschool aangegeven toch geen toekomst te zien in de voorgestelde samenwerking. Daarom is de Bladergroenschool zich nu aan het beraden de wijze waarop ze hun onderwijsconcept willen vormgeven. Voor de Prof. W.J. Bladergroenschool, een school voor speciaal onderwijs van RENN4, was in het Scholenplan 2020-2039 vervangende nieuwbouw opgenomen, omdat het gebouw op diverse aspecten als kwalitatief onvoldoende is beoordeeld. Er wordt in 2024 een inventariserend en ontwerpend onderzoek uitgevoerd naar de toekomstmogelijkheden van het gebouw.

3.1.28 School Suikerzijde Via het Programma onderwijshuisvesting 2022 is een voorbereidingskrediet toegekend voor de ontwikkeling van een eerste primair onderwijslocatie in de nieuwe wijk Suikerzijde. Een aanvraag van OOG voor het stichten van een nieuwe school in Suikerzijde in de planperiode 2022-2025 is door de rijksoverheid gehonoreerd. Het programma biedt huisvesting aan maximaal 450 leerlingen, 4 groepen kinderopvang en één gymzaal. In een studie van de locatie is een ruimtelijke vertaling van het programma naar een structuuropzet binnen het stedelijke karakter van de wijk gemaakt. De uit de studie naar voren gekomen kwalitatieve verbeterpunten voor het programma van het IKC Suikerzijde en de openbare ruimte zijn verwerkt in de stedenbouwkundige uitgangspunten. Zo zijn onder andere de verkeersstromen rond de school verlegd en is de aansluiting tussen de school en het openbare Singelplein autovrij gemaakt. Hierdoor kan het Singelplein mede worden ontworpen voor het gebruik als extra buitenruimte voor de schoolkinderen en de buitenschoolse opvang. BV Suikerzijde zal bij de verdere ontwikkeling van de woonblokken rond het Singelplein (maatschappelijk) programma reserveren voor het verder activeren van het plein en de inrichting ontwerpen op het gebruik door de het IKC Suikerzijde en de wijk.

Een projectmanager voor het ontwerptraject en de uitvoering van het IKC Suikerzijde is al geselecteerd. In 2024 zullen een architect en adviseurs worden geselecteerd. De planning is vooralsnog dat een voorstel voor een realisatiekrediet in de 2e helft van 2025 aan de raad kan worden voorgelegd ten behoeve van een ingebruikname in de loop van 2027.

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

33/91

3.2 CO2-neutrale onderwijshuisvesting In november 2017 hebben de Groningse schoolbesturen op de Klimaattop Noord Nederland een intentieverklaring getekend om zich in te zetten voor het energieneutraal maken van alle schoolgebouwen in de gemeente Groningen. In 2021 hebben ze gezamenlijk besloten een inventarisatie uit te laten voeren naar de benodigde inspanningen die vereist zijn om de onderwijshuisvesting CO 2-neutraal te maken. Dit onderzoek is in 2022 door Hevo uitgevoerd. De raad is hier op 22 februari 2023 met een brief (nr. 74434-2023) over geïnformeerd.

3.2.1 Scenario’s In gezamenlijk opdrachtgeverschap (gemeente en schoolbesturen) heeft Hevo een modelmatig onderzoek naar drie verschillende lange termijnscenario’s uitgevoerd. -

Scenario IHP: in dit scenario is weergegeven in welke mate de maatregelen volgens het Scholenplan 2020-2039 bijdraagt aan een CO2-neutrale onderwijshuisvesting. Scenario 2035: dit scenario geeft aan welke inspanning vereist is om de onderwijshuisvesting in de gemeente Groningen vóór 2035 CO2-neutraal te maken. Scenario 2050: dit scenario gaat uit van een CO2-neutrale onderwijshuisvesting in 2050 (conform nationaal klimaatakkoord).

Voor elk scenario is op basis van kengetallen de benodigde investering geraamd. Hierbij zijn project specifieke kosten als een resterende boekwaarde, tijdelijke huisvesting of aanpassing van de verkeersomgeving niet meegerekend. Het is daarmee niet één op één te vergelijken met het huidige Scholenplan. In de volgende paragraaf worden de uitkomsten voor de lange termijnscenario’s toegelicht. Naast het doel om CO2-neutraal te worden, is in het onderzoek ook in beeld gebracht welke maatregelen op de relatief korte termijn uitgevoerd kunnen worden. Dit zijn maatregelen die zich – binnen de resterende levensduur van het pand – terugverdienen. Denk hierbij aan de wettelijk verplichte EML (erkende maatregelenlijsten). Met de schoolbesturen is afgesproken dat naast de verplichte EML-maatregelen, ook ‘de zichzelf, binnen de resterende levensduur van het pand, terugverdienende maatregelen’ worden uitgewerkt en door hen zelf planmatig uitgevoerd. Naar verwachting zijn dit vooral zonnepanelen.

3.2.2 Lange termijn verduurzaming Uit het onderzoek van Hevo blijkt dat verduurzaming van schoolgebouwen alleen haalbaar is als we scholen nieuw bouwen (zie ook paragraaf 2.3.6) of volledig aanpakken tot (bijna) nieuwbouw kwaliteit (vernieuwbouw) of een combinatie hiervan. Voorbeeld is de Bisschop Bekkersschool (zie paragraaf 3.1.17). De in het vorige IHP opgenomen maatregelen ‘technische en functionele upgrade’ en ‘verduurzamen’ (beperkte verbetering van energieprestatie) dragen onvoldoende bij aan de verduurzamingsopgave en komen daarom te vervallen. Om scenario 2050 te halen en alle gebouwen die voor 2010 gerealiseerd zijn te vervangen, is het nodig om voor vijf schoolgebouwen per jaar (ver)nieuwbouw te realiseren. We gaan er daarbij vanuit dat de gebouwen die in 2050 nog jonger dan 40 jaar zijn, door het betreffende schoolbestuur worden verduurzaamd tot het niveau ENG. Om scenario 2035 te realiseren moet er fors versneld worden en moeten er ca. twaalf schoolgebouwen per jaar worden verduurzaamd en dus worden vervangen of vernieuwd. Ter indicatie wat deze versnelling betekent: de afgelopen vier jaar zijn twee nieuwe schoolgebouwen per jaar opgeleverd. Bij verduurzaming en dus volledige nieuwbouw of vernieuwbouw is er ook tijdelijke huisvesting noodzakelijk.

Op dit moment zijn er hiervoor twee tijdelijke schoolgebouwen beschikbaar: de Bessemoerstraat 6 in Paddepoel en de Hertenlaan 21 in Haren. Vanwege sluiting van de Kleine Wereld is de verwachting dat de locatie Celebesstraat 35 ook beschikbaar komt als tijdelijke huisvesting. Tijdelijke huisvesting voor het voortgezet onderwijs is, gezien de omvang van deze scholen, helemaal een uitdaging. Momenteel is daarvoor geen pand beschikbaar. Om tempo te kunnen maken is dus ook hiervoor tijdelijke huisvesting noodzakelijk. In hoofdstuk 6 komen we hierop terug.

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

34/91

3.2.3 Opgave voor Scholenplan 2024-2039 Om het scenario 2050 te halen, is het nodig om het uitvoeringstempo te verdubbelen. Om deze ambitie en het gewenste tempo voor CO2 neutrale scholen te halen is het daarom nodig om naast de voorbereiding van de projecten voor de eerstkomende vier jaar (2024-2027) nu ook al te starten met de voorbereiding van projecten uit de daaropvolgende periode (2028 en verder). Hierdoor kunnen we snel bijschakelen wanneer er projecten vertragen en kunnen we overall tempo blijven maken om het benodigde vervangingsvolume te kunnen realiseren.

3.3 Evaluatie Scholenplan 2020-2039 Na vaststelling van het Scholenplan 2020-2039 door de raad in 2020 hebben we met de schoolbesturen het proces van de totstandkoming van het Scholenplan geëvalueerd. Ook hebben we op verzoek van enkele schoolbesturen van vijf gebouwen de scores herijkt. De bevindingen hebben geleid tot de volgende aanpassingen voor de actualisatie van het Scholenplan: ▪ ▪

▪ ▪

De gebouwleeftijd weegt mee bij de prioritering van de schoolgebouwen: naarmate een schoolgebouw ouder is, moet deze eerder in aanmerking komen voor een huisvestingsmaatregel; De beoordeling is objectiever. De gebruikerservaring heeft in het vorige Scholenplan zwaar meegewogen in de prioritering. Dit is als niet wenselijk gezien, omdat de gebruikerservaring veelal subjectief is. Om de objectiviteit te waarborgen, worden in het nieuwe Scholenplan de beoordelingen van de schoolgebouwen voorafgaand aan vaststelling van het Scholenplan door een onafhankelijke partij getoetst. De sociale prioritering is geïntegreerd in de totale beoordelingssystematiek. Hierdoor is het voor schoolbesturen duidelijk wat de impact van de sociale prioritering is op de totale prioritering. De schoolbesturen krijgen bij het nieuwe Scholenplan volledig inzage in de beoordelingen van de schoolgebouwen van andere besturen, zodat ze een onderlinge vergelijking kunnen maken met andere schoolgebouwen.

De verwerking van deze bevindingen en aanbevelingen in het toetsingskader voor de bestaande gebouwen is nader toegelicht in hoofdstuk 4.

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

35/91

4. Beoordeling schoolgebouwen en prioritering Bij de actualisatie van het scholenplan is de beschikbare capaciteit van de schoolgebouwen getoetst en zijn alle schoolgebouwen opnieuw beoordeeld. De capaciteit is getoetst aan de verwachte ruimtebehoefte op basis van leerlingenprognoses. De wijze waarop deze toetsing is uitgevoerd is toegelicht in paragraaf 4.1. Bij de beoordeling van de schoolgebouwen is aangesloten bij de voor het Scholenplan 2020-2039 gehanteerde beoordelingssystematiek. Zoals aangegeven in paragraaf 3.3 is de beoordeling op onderdelen bijgesteld. Het toetsingskader is toegelicht in paragraaf 4.2. De beoordeling en weging zoals opgenomen in het toetsingskader leidt tot een score per gebouw. Op basis van deze scores is een totaalprioriteringsoverzicht ontwikkeld van alle onderwijslocaties in de gemeente, waarvoor een maatregel nodig is. De prioritering is toegelicht in paragraaf 4.3.

4.1 Toetsing capaciteit In de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Groningen zijn ruimtenormen voor onderwijshuisvesting opgenomen. Deze normen gaan uit van een vast oppervlak (vaste voet) per school, voor het voortgezet onderwijs aangevuld met een vaste voet per aangeboden onderwijsrichting/-profiel en daarnaast een aantal m2 per leerling die afhankelijk is van het soort onderwijs. De gemeente laat regelmatig de leerlingenprognoses actualiseren. Op basis van de meest recente leerlingenprognoses (2022) is berekend wat de normatieve ruimtebehoefte is voor de verschillende scholen en is vastgesteld of de huisvesting nu en in de toekomst nog steeds toereikend is voor het aantal te huisvesten leerlingen. Schoolbesturen kunnen een aanvraag doen voor uitbreiding indien er sprake is van een structureel tekort, en de in de Verordening opgenomen drempelwaarde is overschreden en er in in de directe omgeving geen passende oplossing beschikbaar is. Het extra ruimtebudget voor scholen met een achterstandsscore (zie paragraaf 2.3.2) en scholen met een hoog uitstroomprofiel (zie paragraaf 2.3.3) is niet meegenomen in de toetsing van de capaciteit. Deze worden in een volgende actualisatie van het Scholenplan meegenomen, zodra deze extra ruimte is geformaliseerd in een aanvullende ruimtenorm in de Verordening.

4.2 Toetsingskader kwaliteit Het toetsingskader geeft weer hoe de verschillende schoollocaties inhoudelijk zijn beoordeeld, om daarmee te komen tot een prioritering van huisvestingsmaatregelen. Het toetsingskader is op 2 oktober 2023 door het BBO vastgesteld. Het toetsingskader is hieronder weergegeven.

4.2.1 Gebouwkwaliteit Om de door de gebruiker ervaren kwaliteit van de schoolgebouwen te inventariseren, is dezelfde vragenlijst gebruikt als voor het Scholenplan 2020-2039. De onderlinge weging van de verschillende kwaliteitscriteria is mede naar aanleiding van de evaluatie van het vorige Scholenplanproces bijgesteld en is op 20 maart 2023 door het BBO vastgesteld. De vragenlijsten voor de beoordeling van de gebouwkwaliteit zijn door de schoolbesturen ingevuld. Na doorrekening van de scores van de vragenlijsten volgt daaruit een prioritering op basis van de kwaliteit. De prioritering is in paragraaf 4.3 weergegeven. In de evaluatie van het vorige Scholenplan -proces (zie ook paragraaf 3.3) is door de schoolbesturen aangegeven dat de beoordeling niet altijd als objectief is ervaren. In dit Scholenplanproces wordt de objectiviteit van de kwaliteitsbeoordeling als volgt gewaarborgd: ▪

▪

Bij de uitvraag hebben we gevraagd om de vragenlijsten door de huisvestingsadviseurs van de schoolbesturen, samen met de directeuren van de scholen in te laten vullen. Daarmee is ervoor gezorgd dat er voldoende deskundigheid is om de vragenlijsten objectief te kunnen invullen. De schoolgebouwen waarvan de verwachting is dat deze op basis van de totale prioritering uitkomen in de eerstvolgende twee tranches, (2024-2027 en 2028-2031) én de schoolgebouwen die in het vorige Scholenplan in de tweede tranche (2024-2027) uitkwamen, zijn tijdens het Scholenplanproces ook onafhankelijk beoordeeld door ICSadviseurs. Na toetsing zijn twee beoordelingen (dus die van de school

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

36/91

▪ ▪

en die van ICSadviseurs) met elkaar vergeleken. Van enkele schoolgebouwen zijn substantiële afwijkingen in positieve en negatieve zin met de huisvestingsadviseurs van het betreffende schoolbestuur besproken, waarna de score van deze gebouwen op een aantal onderdelen is bijgesteld. Door deze brede beoordeling is ook een goed vergelijk tussen diverse schoolgebouwen ontstaan. Waar sprake is van grote of niet goed uitlegbare verschillen, was het mogelijk om de klankbordgroep mee te laten kijken met de beoordeling. Dit is niet nodig gebleken. Alle beoordelingen van alle gebouwen zijn voor alle schoolbesturen inzichtelijk. Zo kunnen schoolbesturen een onderling vergelijk maken met andere schoolgebouwen en dit onderling met elkaar bespreken.

4.2.2 Gebouwleeftijd Door het BBO is – op basis van de evaluatie van het vorige Scholenplanproces – de opdracht gegeven om het bouwjaar mee te laten wegen als onderdeel van het bepalen van de prioritering van de schoolgebouwen. In overleg met de klankbordgroep is hiervoor een score bedacht, waarbij de score voor het bouwjaar lineair oploopt van 0 punten voor gebouwen van 40 jaar en jonger tot maximale punten voor schoolgebouwen van 60 jaar en ouder (referentiejaar = 2024). In geval van een eerder uitgevoerde renovatie wordt bij gebouwen waar dit aan de orde was, gekeken wat de aard en omvang van de meest recente renovatie is geweest en in hoeverre dit van invloed is op de resterende levensduur en daarmee op de score voor het aspect leeftijd. De beoordeling in geval van renovatie is dus maatwerk. Bij een volwaardige levensduurverlengende renovatie krijgt het gebouw punten vanaf een leeftijd van 20 jaar na renovatiejaar, met een maximale score vanaf een leeftijd van 40 jaar na het renovatiejaar.

4.2.3 Energieverbruik Het energieverbruik weegt beperkt mee in de prioritering. Uit een analyse van de beschikbare data van het energieverbruik is gebleken dat het werkelijke energieverbruik slechts in beperkte mate als indicator voor de mate van duurzaamheid van het pand kan worden gebruikt. Enerzijds wordt dit veroorzaakt door vervuiling in de data, omdat er in sommige gevallen meer ruimten, functies en gebouwen op de energieaansluiting zijn aangesloten dan alleen de onderwijsruimte (bijvoorbeeld een gymzaal). Anderzijds blijkt dat een gebouw met moderne gebouwinstallaties niet per definitie een gunstiger energieverbruik heeft. Zo kan de aansturing van actieve installatiecomponenten bijvoorbeeld meer energie vragen dan een schoolgebouw met alleen natuurlijke ventilatie. Ook is de (stook)gedragscomponent van invloed op het energieverbruik. Het specifiek energieverbruik weegt daarom niet mee. De energieprestatie is wel als onderdeel van de vragenlijst voor de gebouwkwaliteit opgenomen. Daarnaast is het in de regel zo dat gebouwen ouder dan 40 jaar slechtere energieprestaties hebben. Deze komen door hun leeftijd eerder in aanmerking voor maatregelen.

4.2.4 Sociale prioritering In het Scholenplan 2020-2039 is op basis van een achterstandsscore op wijkniveau bepaald welke basisscholen een impuls nodig hadden. Daarmee is in het Scholenplan aan een basisschool in een wijk met veel achterstand een urgentie toegekend en zijn deze basisscholen in de uitvoeringsagenda naar voren gehaald. Met de actualisatie van het Scholenplan is deze sociale prioritering geïntegreerd in het toetsingskader. Hierbij kijken we niet meer naar een gemiddelde achterstandsscore per wijk, zoals in het Scholenplan 2020-2039, maar naar de individuele achterstandsscore van de basisscholen (zie Bijlage II ). Aan deze sociale prioriteit geven we in het geactualiseerde Scholenplan concreet invulling door scholen voor het basisonderwijs met een achterstandsscore voorrang te geven en per definitie na 40 jaar in aanmerking te laten komen voor een huisvestingsmaatregel. We passen daarbij een drempelwaarde toe voor de kwaliteit van het gebouw. Daarmee voorkomen we dat onnodig wordt geïnvesteerd in schoolgebouwen van redelijk tot goede kwaliteit. Deze drempelwaarde bedraagt 30 punten. Dat betekent dat schoolgebouwen met achterstandsscore alleen in aanmerking komen voor een huisvestingsmaatregel als het gebouw op kwaliteit slechter scoort dan 30 uit maximaal 70 punten.

Deze huisvestingsmaatregel kan dan vervangende nieuwbouw zijn, maar kan ook, zeker als de technische kwaliteit nog toereikend is, een levensduurverlengende renovatie zijn, die het gebouw weer terugbrengt op (nagenoeg) nieuwbouwkwaliteit.

4.2.5 Weegfactoren toetsingskader In afstemming met de klankbordgroep hebben we met een gevoeligheidsanalyse naar de impact van de toe te passen weegfactoren bepaald dat kwaliteit voor 70% meeweegt en de gebouwleeftijd voor 30%. Scholen met een achterstandsscore komen, zoals aangegeven, bij voorbaat in aanmerking voor een

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

37/91

huisvestingsmaatregel, mits de gebouwkwaliteit boven de genoemde drempelwaarde is beoordeeld. Een toelichting op de beoordelingscriteria en weegfactoren is toegelicht in Bijlage IV

4.3 Prioritering De toepassing van het toetsingskader heeft geleid tot een prioritering van alle schoolgebouwen. Deze prioritering is op 11 december 2023 door het Breed Besturen Overleg vastgesteld. De prioritering is als Bijlage IX 7.Bijlage IX bijgevoegd. De prioritering is richtinggevend en niet maatgevend. In de per stadsdeel/ kern en/ of sector na vaststelling van het Scholenplan op te stellen uitvoeringsprogramma’s worden maatregelen verder geconcretiseerd. Daarbij is niet alleen de prioriteit, maar ook de praktische uitvoerbaarheid bepalend. Zo zal bijvoorbeeld het tempo van de vernieuwing van gebouwen voor het voortgezet onderwijs voornamelijk bepaald worden door de organisatorische en logistieke mogelijkheden om de scholen tijdens de (ver)bouwwerkzaamheden elders te kunnen huisvesten. Een voorzichtige inschatting is dat in praktische zin naar verwachting maximaal twee VO-scholen gelijktijdig kunnen worden gebouwd of gerenoveerd, mits er voldoende schuifmogelijkheden zijn. Daarnaast kunnen koppelkansen tussen onderwijshuisvestingsopgaven onderling en met andere ontwikkelingen leiden tot het afwijken van de prioritering. Als het uitvoeringsprogramma in prioritering substantieel afwijkt van de vastgestelde prioritering, dat wordt deze, voorzien van een inhoudelijk advies van de klankbordgroep, ter vaststelling aan het BBO voorgelegd.

De organisatie- en besluitvormingsstructuur voor de uitvoering van het Scholenplan Gro Up wordt na vaststelling van het Scholenplan nader uitgewerkt. Sociale prioritering Zoals omschreven in paragraaf 4.2.4 komen scholen voor het basisonderwijs met een achterstandsscore per definitie na veertig jaar in aanmerking voor een huisvestingsmaatregel, mits de zij op kwaliteit boven de drempelwaarde van 30 punten zitten. Er zijn elf schoollocaties van scholen met een achterstandsscore die ouder dan veertig jaar zijn. Voor vier van deze schoollocaties is de planvorming al gestart, op basis van de in het vorige Scholenplan al toegekende sociale prioriteit en als onderdeel van het versterkingsprogramma aardbevingsbestendigheid. De schoolgebouwen van de overige scholen met een achterstandsscore zijn nagenoeg allemaal van een dusdanige kwaliteit, dat deze niet boven de genoemde drempelwaarde uitkomen. Een van de schoollocaties krijgt op basis van de kwaliteitsscore ook daadwerkelijk prioriteit en komt hoger in de prioritering uit. In hoofdstuk 5 gaan we hier verder in op het uit de prioritering voortkomende huisvestingsplan. Meerdere gebouwdelen Het kan om meerdere redenen wenselijk zijn om de renovatie of vervanging van verschillende gebouwdelen integraal aan te pakken.

Wanneer dit het geval is wordt de prioritering van het totaal van gebouwdelen van de betreffende school bepaald door het gewogen gemiddelde van de verschillende prioriteitsscores, waarbij de scores gewogen worden naar gebouwomvang.

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

38/91

5. Huisvestingsplan 2024-2039 5.1 Algemeen De in paragraaf 4.3 weergegeven prioritering wordt in dit hoofdstuk, samen met de gemeentelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende huisvestingscapaciteit, uitgewerkt in het Huisvestingsplan voor de periode 20242039. Daarvoor wordt per onderwijssector (bo, sbo, (v)so en vo) toegelicht wat de huidige situatie is en welke huisvestingsmaatregelen er nodig zijn om de scholen goed en passend te blijven huisvesten. Hierbij wordt concreet voor de eerste vier jaar aangegeven voor welke locaties maatregelen nodig zijn. Richtlijn bij het bepalen van de totale omvang van de huisvestingsmaatregelen voor de periode 2024-2039 is een vervangings-/vernieuwingsvolume van ca. 20.000 m2 bvo onderwijshuisvesting (exclusief accommodaties voor bewegingsonderwijs en kinderopvang) per tranche van vier jaar. Mede gezien de impact en complexiteit van de maatregelen voor de scholen voor voortgezet onderwijs bestaat het risico dat er onvoldoende tempo wordt gemaakt met de realisatie van de vervangingsopgave.

Om voldoende voortgang te kunnen maken in de totale vervangingsopgave wordt daarom niet alleen gestart met de voorbereiding van de projecten voor de eerste vier jaar maar wordt ook al gestart met de voorbereiding van een aantal projecten voor het (speciaal) basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs uit de periode 2028–2031, aangevuld met enkele projecten voor het voortgezet onderwijs, die een samenhang hebben met projecten in de periode 2024-2027. Hierdoor kunnen we snel bijschakelen wanneer er projecten die in de eerste vier jaar gepland zijn, vertragen. Wanneer deze projecten in de periode 20242027 nog niet tot uitvoering worden gebracht, dan hebben deze een voorrangspositie in de eerstvolgende actualisatie van het Scholenplan. De totale omvang van de vooruitlopend op te pakken projecten van 2028 tot 2031 bedraagt eveneens ca. 20.000 m2 bvo (exclusief accommodaties voor bewegingsonderwijs en kinderopvang). Huisvestingsmaatregelen In het huisvestingsplan is per wijk/ kern of sector weergegeven voor welke schoolgebouwen in de periode 2024-2027 is voorzien dat deze een uitbreiding nodig hebben vanwege een ruimtetekort en welke schoolgebouwen op grond van hun gebouwkwaliteit en gebouwleeftijd voor nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie in aanmerking komen.

Deze schoolgebouwen worden aangevuld met de projecten uit de periode 2028 en verder, waarvan de voorbereiding alvast wordt opgestart. De huisvestingsmaatregelen voortkomend uit de gebouwkwaliteit en leeftijd, zijn nog niet gespecificeerd. Dit kan zowel een levensduurverlengende renovatie als vervangende nieuwbouw zijn. De afweging en keuze van de meest geschikte maatregel wordt na vaststelling van het Scholenplan gemaakt. Die keuze is o.a. afhankelijk van de functionele en technische kwaliteit van het huidige gebouw, de beschikbare ruimte (overmaat/tekort), een eventuele monumentale status en de mogelijkheden voor fasering van verschillende maatregelen in de wijk/kern of sector (schuifplannen). Zoals aangegeven in paragraaf 2.3.6, hanteren we alleen maatregelen die leiden tot nieuwbouwkwaliteit in de vorm van (vervangende) nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie, omdat alleen deze maatregelen voldoende bijdragen aan een CO2-neutrale onderwijshuisvesting. In geval van levensduurverlengende renovatie moet het gebouw na renovatie in principe energieneutraal zijn. De in het Scholenplan 2020-2039 opgenomen maatregelen ‘technische en functionele upgrade’ en ‘verduurzamen’ worden in het Scholenplan 20234-2039 niet toegepast.

In principe komt een schoolgebouw alleen voor nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie in aanmerking wanneer het gebouw meer dan 40 jaar oud is én eventuele renovatie meer dan 20 jaar geleden is uitgevoerd. Wanneer eerder een kwaliteitsverbetering van een schoolgebouw nodig is, dan is het schoolbestuur verantwoordelijk voor het uitvoeren van deze maatregel en draagt zij de kosten.

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

39/91

IJzeren voorraad Er zijn diverse schoolgebouwen die worden beschouwd als de ‘ijzeren voorraad’ voor onderwijshuisvesting. Deze gebouwen kunnen worden ingezet om tijdelijke pieken in de behoefte aan onderwijshuisvesting op te vangen, evenals voor tijdelijke huisvesting tijdens renovatie- of nieuwbouwwerkzaamheden. Deze gebouwen worden in dit Scholenplan buiten beschouwing gelaten.

5.2 Basisonderwijs Onderwijscapaciteit In de gemeente Groningen zijn in totaal 58 basisscholen gevestigd, die gebruik maken van in totaal 79 schoolgebouwen. De totale onderwijscapaciteit van de scholen in het basisonderwijs bedraagt ca. 110.000 m2 bvo. Leerlingenprognoses en ruimtebehoefte De basisscholen in de gemeente Groningen tellen op teldatum 1 oktober 2023 in totaal 14.128 leerlingen21. De gemeente laat periodiek leerlingenprognoses opstellen om een beeld van de leerlingenaantallen op de lange-termijnontwikkelingen te krijgen. De meest recente prognose is van 2022. Deze prognoses zijn gebaseerd op lange-termijn demografische ontwikkelingen, geplande woningbouw en de bestaande belangstelling voor scholen. Deze prognoses houden geen rekening met toekomstige verschuivingen van belangstelling tussen scholen en moeten daarom als indicatief worden beschouwd. Voor de periode tot en met 2029 gaat de prognose uit van een daling van het leerlingenaantal van 14.128 in 2024 (teldatum 1 oktober 2023) naar ongeveer 13.950 leerlingen in 2029. Vanaf 2030 wordt een stijging van het aantal leerlingen in het basisonderwijs verwacht naar ongeveer 14.350 leerlingen in 2039.

Per wijk of kern zijn er aanzienlijke verschillen. Zo is in Beijum, Centrum/ Oude wijken, Lewenborg/ Oosterhoogebrug, Ten Boer en Haren sprake van een aanzienlijke leerlingendaling, terwijl in Meerstad en Gravenburg/ De Held/ Reitdiep als gevolg van nieuwbouwontwikkelingen een toename van het aantal leerlingen wordt geprognosticeerd. De ontwikkelingen per wijk zijn in onderstaande figuur weergegeven.

21 https://duo.nl/open_onderwijsdata/primair-onderwijs/aantal-leerlingen/

Scholenplan Gro Up 2024-2039 gemeente Groningen

40/91

De normatieve ruimtebehoefte voor het basisonderwijs in de gemeente Groningen bedraagt op peildatum 1 oktober 2023 ca. 83.000 m² bvo. In onderstaande grafiek is per wijk en kern de beschikbare onderwijscapaciteit afgezet tegen de normatieve ruimtebehoefte.

Duidelijk zichtbaar is dat over het geheel de capaciteit in alle wijken en kernen normatief gezien voldoende is om de leerlingen op de scholen passend te huisvesten. In Meerstad/Driebond ontstaat op termijn een tekort als gevolg van een toename van het aantal leerlingen. Richting 2033 gaat hier een tekort ontstaan dat daarna verder toeneemt. Dit betekent dat beschikbare onderwijscapaciteit in de nabije toekomst moet worden uitgebreid. In Bijlage V is per wijk en kern een vergelijk weergegeven van de capaciteit van de aanwezige schoolgebouwen en de normatieve ruimtebehoefte (o.b.v. telling oktober 2023 en prognose 2038) voor de in deze gebouwen gehuisveste scholen. Stichtingsnorm en opheffingsnorm Vanuit de rijksoverheid worden aan gemeenten normen opgelegd voor het mogen stichten en moeten sluiten van een school. De stichtingsnorm voor de gemeente bedraagt 220 leerlingen. Voor de minimale omvang van de bestaande scholen is voor de gemeente Groningen gekozen voor een gesplitste opheffingsnorm: ▪ ▪

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4903/documents/80776