CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Gebiedsvisie Healthy Ageing Campus.pdf

gemeenteraad 18 februari 2026, gemeente GroningenBij agendapunt: 5p: Healthy ageing campus stedenbouwkundig plan (raadsvoorstel 14-1-26)26.835 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

44

Gebiedsvisie

45

Thema Landschap

Groennorm De groennorm uit het ‘Ontwerp-omgevingsprogramma groennormen’ wordt gehanteerd. Het Bodenterrein valt in zone C2 met groennorm 1: 16% en groennorm 2: 20%. Het UMCG/RUG-terrein ligt in zone C1 met groennorm 1: 7% en groennorm 2: 10%. Voor beide gebieden geldt de ondergrens van de bandbreedte. De boomnorm is voor beide gelijk. Voor de groenopgave voor het Bodenterrein geldt: • Groennorm 1: 16% (op daken, maaiveld of gevel) • Boomnorm 1: huidig percentage boomkroonbedekking + 1% Het Bodenterrein is 44.930 m² groot. In de gebiedsvisie is 12387,21m2 als maaiveldgroen opgenomen (28%). Groendaken voegen 18% toe, en vergroende binnentuinen nog eens 5%. De boomkroonbedekking wordt in totaal 21%, met in totaal 171 bomen, waarvan 117 nieuw. Voor de groenopgave voor het UMCG/RUG geldt: • Groennorm 1: 7% (op daken, maaiveld of gevel) • Boomnorm 1: huidig percentage boomkroonbedekking + 1% Het UMCG/RUG-terrein is 221.362 m² groot. In de gebiedsvisie is 52.513 m² als maaiveldgroen opgenomen (24%). Groendaken voegen 9% toe en groene binnentuinen 5%. De boomkroonbedekking wordt 13%, met in totaal 502 bomen, waarvan 418 nieuw.

Groenkaart

Bomenkaart

Waternorm De hemelwaterverordening vereist dat bestaande bouw water zoveel mogelijk op eigen terrein bergt; overtollig water mag naar riool of openbare ruimte. Bij nieuwbouw gelden richtlijnen zoals perceelgrootte en de tijd waarin berging weer leeg moet zijn. Voor het Bodenterrein en UMCG/RUG-terrein zijn twee onderdelen berekend: 1) De nieuwe, bestaande gebouwen en binnentuinen (50%) en 2) De verharding. Voor de wateropgave is bepaald om 70 liter per m2 op te vangen. Door het te vermenigvuldigen met de berekende oppervlaktes resulteert dit in een wateropgave van xx m3. Aanvullende uitgangspunten: • Groene daken op nieuwbouw hebben een bergingscapaciteit van 71 liter per m2. Een retentiekrat van c. 85 mm dikte heeft een effectieve bergingscapaciteit van circa 71 liter per m2. • Voor de binnentuinen is gerekend met een verhardingspercentage van 50%. • In beide gebieden wordt waterberging op maaiveld onderzocht, onder andere via wadi’s. Op het Bodenterrein is ruimte voor hemelwaterberging, mits groene daken met een stevige waterretentielaag worden toegepast. Hier kunnen we 1.455 m3 water bergen. Het UMCG/RUG-terrein is sterk versteend met een hoge dichtheid gebouwen en dakoppervlak. De gevraagde 70 liter per m² bij hevige regen valt niet binnen het gebied op te vangen. Maatwerk is nodig voor de waterberging. Op dit terrein is de wateropgave 10.851 m3.

Hier kunnen we 4.907 m3 water bergen. Healthy Ageing Campus, Groningen

Bestaande en nieuwe bebouwing

46

Verharding en zoekgebieden voor wadi’s

Gebiedsvisie

47

Thema Sociaal netwerk

Botsingskans vergroten De centrale pleinen fungeren als de plek waar alles samenkomt: een plek voor ontspanning, ontmoeting en kruisbestuiving. De doordachte functiemix draagt bij aan kennisdeling en -ontwikkeling. Op de campus ontstaan verschillende sferen • Stadsplein • Noordplein • Innovatieplein • Zorgplein

‘Sticky places’ met botsingskans

Er vindt een menging van functies plaats, geclusterd rondom deze sferen. Publiekstrekkers, buurtvoorzieningen en campus voorzieningen worden strategisch aan deze pleinen geplaatst, gekoppeld aan de verschillende langzaam verkeer routes over de campus: • Binnenring Anthonius Deusinglaan • Binnenring door de gebouwen • Verlengde Walstraat Beweging stimuleren Een healthy ageing environment is een (fysieke) omgeving die zich er op richt om het welzijn van de gebruikers van de campus te bevorderen en stress te verminderen. Het doel hiervan is dat mensen hierdoor sneller genezen of, in ieder geval, dat de (fysieke) omgeving de situatie van ziek zijn niet vervelender maakt. Daarnaast is het ook een omgeving waarin je gezond ouder kan worden. Bewegen en sporten vormen een essentieel onderdeel van een gezonde leefomgeving. Door de voetganger centraal te stellen, nodigen we mensen uit om meer te bewegen. Meer dagelijkse beweging draagt bij aan gezondheid en veerkracht. De campus biedt aantrekkelijke (wandel)routes en comfortabele fietsverbindingen met de omliggende buurten. Informele speelaanleidingen, sport- en spelvoorzieningen in het groen en een inclusieve buitenruimte nodigen uit tot actief gebruik. De singels en kanalen vormen daarbij een waardevol decor voor wandel- en sportroutes, zwemplekken en rustige verblijfplaatsen aan het water.

De functies in de gebouwplinten en in de openbare ruimte zijn daarnaast zo gesitueerd dat interactie en uitnodiging gestimuleerd wordt.

Openbare ruimte die uitdaagt tot actief bewegen

Legenda Primaire looproute Secunddaire looproute Actieve plint Plein Campus voorzieningen Publiekstrekkers Buurt voorzieningen Springpunt - toegang tot het water Zwemmen Freerunpark Speeltuin voor kinderen van 7 t/m 14 jaar Raamwerkkaart sociaal netwerk

Healthy Ageing Campus, Groningen

48

Gebiedsvisie

49

Zicht op Innovatieplein

Thema Gebouwde omgeving

Koesteren en versterken van de huidige gebouwen De campus laat een duidelijke cultuurhistorische groei zien. Aan de Oostersingel staan kleinschalige paviljoens in het groen, aan de Petrus Campersingel grootschalige paviljoens in het water en in het hart van de campus grote structuren zoals het Centraal Medisch Complex en de Zusterkliniek met het Anda Kerkhoven Centre. Vanaf beide flanken van de campus is er een geleidelijke groei van laag naar hoog, waardoor een zachte overgang met de stad ontstaat. In het hart liggen de grootste gebouwaccenten; aan de randen reageren karakteristieke schijven hierop. Modernistische principes aan de Petrus Campersingel en de Noordpunt, zoals kopgevels, gevelverspringingen en de relatie met tuinen, versterken de ruimtelijke kwaliteit. Aan de Oostersingel vormen de kleinschalige gebouwen een decor voor de hoogbouw. Beeldbepalende gebouwen en gemeentelijke monumenten combineren we met moderne nieuwbouw, dit maakt de campus aantrekkelijk en zorgt dat Groningers zich ermee verbonden voelen. We zetten dus in op de ‘collage’ van gebouwen. De samenhang van schijven in het noorden en oosten van de campus koesteren en versterken we. De paviljoens aan de Oostersingel zetten we weer in het groen. In het hart van de campus zetten we in op hoogteaccenten.

De termen ‘uitwisseling, botsingskans en cohesie’ worden letterlijk toegepast bij de herontwikkeling van bestaande gebouwen. Erfgoed op de campus In het bestemmingsplan Gebouwd Erfgoed zijn verschillende gebouwen en objecten op de campus aangeduid als karakteristiek. Het voornemen is om deze status te wijzigen naar gemeentelijk monumentaal, zodat de gebouwen de bescherming krijgen die past bij hun schoonheid. Er zijn enkele uitzonderingen op deze regel vanwege het te ontwikkelen programma. Deze uitzonderingen zijn op de kaart aangegeven in roze en behouden de status karakteristiek. Dit betekent dat bij nieuwbouwontwikkelingen onderzoek moet worden gedaan naar het behoud van deze bouwdelen.

onderwijs en voor aanvullende functies gaat fungeren als een fijnmazig netwerk van ontmoetingsplekken. De relaties tussen binnen en buiten, entrees en plint zijn daarin enorm belangrijk: daar waar het gebied op ooghoogte wordt beleefd! Transparante plinten laten zien wat er binnen gebeurt, tegelijkertijd nodigt het uit om naar buiten te gaan. Transparante plinten worden voornamelijk ingezet aan de binnenring en de pleinen. Op andere plekken, zoals aan de Oostersingel, is dit niet noodzakelijk. Een goede verbinding met de tuinen en het groen echter wel. Het vergroten van de botsingkans Toevallige ontmoetingen spelen een cruciale rol bij het uitwisselen van ideeën en het ontstaan en delen van kennis. Om deze ‘botsingskans’ te vergroten, is het belangrijk om plekken te creëren die ontmoeting stimuleren: ‘sticky places’. Dit zijn uitnodigende plekken waar mensen vertragen, blijven hangen en met anderen in contact komen, al dan niet gepland. Het ontwerp van zulke plekken vraagt om zorgvuldige aandacht voor de inrichting van transparante plinten, aantrekkelijke buitenruimtes, goed verbonden routes voor langzaam verkeer en strategisch geplaatste knooppunten en zichtlijnen. Ook het programma speelt hierin mee: het moet uitnodigen tot interactie. Zoals een café of een jeu de boule baan op het plein.

Met het faciliteren van een botsingkans versterken we de synergie tussen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven en stimuleren we de gezamenlijke innovaties.

Erfenis van het uitbreidingsplan 1926

Tijdens het interbellum en in de wederopbouwperiode De stedenbouwkundige situatie maakt echter sloop breidde het Algemeen Provinciaal, Stads- en Academisch Ziekenhuis sterk uit, waarbijhet de zoneoude tussen het noodzakelijk van het hogere bouwdeel van oorspronkelijke ziekenhuiscomplex en de Petrus farmaceutisch laboratorium. De bijzondere glas-inCampersingel werd volgebouwd met paviljoens. De gebouwen uit de jaren voor en kort na de Tweede loodgevel van dit bouwdeel zalmeeste worden opgenomen in de Wereldoorlog zijn allang verdwenen. Alleen het Zusterhuis (1932), het Ketelhuis (1943) en een gedeelte van de nieuwbouw. Interne Kliniek en het Bacteriologisch Instituut (Triade, 1952-59) bleven bewaard. Door uitbreidingen en interne verhuizingen verdichtte het oudste deel van het ziekenhuis

Adressering van gebouwen aan de openbare sterk, waardoor de landschappelijkeruimte kwaliteit afnam. Van de groene middenstrook tussen het oude en het nieuwe deel is De kracht van de gebouwen willen we terug zien in de niets over. openbare ruimte. We geven oude en nieuwe gebouwen een duidelijke adressering en entrees in de openbare ruimte. We ontwerpen gebouwen waarin zichtbaar is wat er binnen gebeurt. Door zoveel mogelijk gebouwplinten in te richten met voorzieningen voor zowel de stad als de campus, versterken we de verbinding tussen de campus en haar omgeving. Het samenspel van buitenruimte, (semi-)publieke gebouwen voor zorg, onderzoek en Healthy Ageing Campus, Groningen

Het zusterhuis is een potentieel gemeentelijk monument

Erfgoed op de campus

52 SteenhuisMeurs

21

Gebiedsvisie

53

Thema Gebouwde omgeving

Rust / Reuring / Ruis Functiemenging zien we als cruciaal voor de gewenste interactie en sociale veiligheid. Maar we willen voorkomen dat alles overal kan. Daarom organiseren we dit soort milieus in drie zones. Rust is waar je geconcentreerd kan werken, studeren, wonen of ontspannen. De Oostflank van de campus wordt de rustige kant, waar een serene werkomgeving kan ontstaan. Hier kunnen labs en innovatieve werkplekken landen. Labs vragen om concentratie, niet om reuring. Doorwaadbaarheid wordt hier rustig en groen vormgegeven. Ook vindt je deze rust-zone rondom de woningen op het Bodenterrein en in de tuinen aan de Oostersingel. Reuringplekken nodigen uit tot (on) verwachte ontmoetingen op gebouw-, bouwblok- en campusniveau. Hoewel de Oostersingel rust kent, is het ook een plek voor ontmoeting en verbinding met de stad. Daarnaast vindt op de binnenring en de verschillende ‘sticky places’ reuring plaats. Hier is het van belang om een fijne omgeving te creëren waar uitwisseling van kennis en diensten, kruisbestuivingen en ontmoetingen optimaal tot hun recht komen. De logistieke en operationele kant van zorg en onderwijs organiseren we in een ruis-zone. Zonering Het programma voor de Healthy Ageing Campus volgt een duidelijke ordening van functies in zones. Zorg vindt plaats in het zuiden, onderwijs in het noorden van de campus.

Onderzoek vindt plaats op semi-openbare locaties, zodat er voldoende rust en veiligheid bestaat om onderzoek uit te voeren. Om de verbinding met de stad te versterken, realiseren we aan de randen van de campus een functiemix. We voegen alleen woningbouw toe op het Bodenterrein en in het westen van de Noordpunt, vanwege de restricties omtrent de Kernenergiewet. We voegen woningen toe in alle segmenten. Innovatie vindt overal op de campus plaats. De Healthy Ageing Campus is een broedplaats voor innovatie en kennisvalorisatie op het gebied van Healthy Ageing en MedTech. Campus gerelateerde voorzieningen, zoals een Living Lab, Simulatiecentrum, Start-up incubator en BioMed&Tech Hub, zien we landen aan het Verlengde Walstraat of aan het Noordplein en Innovatieplein. Op deze locaties creëren we hoogwaardige entrees aan de openbare ruimte. Hier verbinden we publieke en private functies, maar ook zorg, onderwijs, onderzoek en innovatie. Zo maken we het aantrekkelijk voor bedrijven met een ‘access to clinic’-profiel, R&Dpartijen en strategische partners om hier te landen. Bestaande faciliteiten worden optimaal gebruikt en we ontwikkelen nieuwe open en inspirerende werk- en ontmoetingsruimtes. Onderzoeksfuncties plaatsen we in de buurt van de huidige zorg- en onderzoeksfaciliteiten.

A

B

H G

C

F Transparante gebouw plint

E D

Actieve gebouw plint Programma begane grond

A

Voorzieningen De Healthy Ageing Campus is een plek voor kennisontwikkeling. Functiemenging wordt ingezet ter bevordering hiervan. Door programma te mengen, wordt aan nieuwe ontwikkelingen de juiste context geboden. De slimme functiemix rond de ‘sticky places’ zorgt gedurende de dag en week voor reuring – en daarmee ontmoeting. We zien voornamelijk publiek programma landen aan de pleinen, met name in de plinten van de gebouwen. Dit programma is soms bedoeld voor de bredere stad, soms exclusief voor bewoners, studenten en medewerkers. De plinten zijn actief, transparant, afwisselend en flexibel. Ze zorgen voor interactie tussen binnen en buiten en brengen levendigheid op de pleinen. Daarnaast kunnen aan de pleinen mooie, uitnodigende entrees gerealiseerd worden. Aan het Stadsplein komt een nieuwe plek om te recreëren en een duik te nemen in het Oosterhamrikkanaal. Het Freerun park verplaatsen we naar de nieuwe tuin van de Libertas flat.

B

H G

C

F E D Legenda Wonen Stadverzorgend Werken Voorzieningen Onderzoek

Programma eerste verdieping

Healthy Ageing Campus, Groningen

54

Gebiedsvisie

55

Thema Gebouwde omgeving

Programma In totaal kunnen we circa 132.000m2 bvo toevoegen op de campus. Dit is inclusief het nieuwe logistieke plein, de nieuwbouw van het CLDR en te handhaven paviljoen oude UCP en exclusief de monumentale gebouwdelen Zusterhuis en Triade gebouw. Het volgende programma wordt gerealiseerd: • Werken en onderzoek (incl. CLDR)= circa 64.000 m2 • Stads en campus voorzieningen = circa 27.500 m2 • Wonen = circa 40.500 m2

Bouwen in hout

Op het grondgebied van UMCG en RUG wordt circa 87.500m2 nieuwe programma ontwikkeld. Het grondgebied van de gemeente heeft circa 44.500m2 ontwikkelruimte. De Vrydemalaan voelt heel stedelijk aan. De hoogbouw in de vorm van de Libertas-toren draagt hieraan bij. Op het Bodenterrein en het Noordpunt zien we daarom een mix van stadsvoorzieningen en wonen. Op het Bodenterrein zullen de stadsvoorzieningen landen aan het Stadsplein in de middelste twee bouwblokken. In de Noordpunt realiseren we deels wonen en campusvoorzieningen. Wonen is toegestaan in het westelijk bouwblok. In het oostelijke bouwblok worden logistiek, campus en werk voorzieningen ingepast. Het logistiek centrum wordt ingepast in de kelder en de begane grond van het bouwblok. ADL4, het historische labgebouw met de karakteristieke schoorsteen wordt deels hergebruikt, zoals voorheen gedaan is met het Ketelhuis.

Ensemble gebouwen

3d perspectief vanuit het noordoosten

In de Oostflank wordt het CLDR van maximaal 34.600 m2 lab programma gerealiseerd. In de Oostflank is het verder mogelijk om het Zusterhuis en het Triade-gebouw te herontwikkelen met behoud van de historische bebouwing in combinatie met nieuwbouw.Doordat het huidig logisitek centrum verplaatst wordt, ontstaat hier ruimte voor nieuwe functies. Zo kan het mortuarium naar deze plek verplaatsten zodat er meer ruimte ontstaat bij het Verlengde Walstraat. Aan deze oost-west verbinding faciliteren we bijzondere gebouwen. De vereiste voor een goede campus is groei- en uitbreidingsmogelijkheden. We ontwikkelen bouwvelden en gebouwen zodanig dat ze op termijn van functie kunnen veranderen. Dit betekent dat gebouwen en infrastructuur zo ontworpen worden dat ze eenvoudig aangepast kunnen worden aan veranderende behoeften in de toekomst, bijvoorbeeld door het wijzigen van de functie van een ruimte, de toevoeging van een extra verdieping, en het aanpassen van parkeeroplossingen.

De Verlengde Walstraat in verbinding met de stad

Healthy Ageing Campus, Groningen

3d perspectief vanuit het westen

56

Gebiedsvisie

57

Zicht op Bodenterrein

Ruimtelijke principes

Om de samenkomst van stedelijk leven, gezondheid en technologische vooruitgang te realiseren hebben we 10 ruimtelijke principes ontworpen. Deze principes zijn kenmerkend voor de Healthy Ageing Campus. Kennisontwikkeling vereist goede publiek toegankelijke ruimte Het doel van de Healthy Ageing Campus is kennisontwikkeling, kennisvalorisatie en kennisdeling rondom het thema ‘meer gezonde jaren’. De campus is een interactiemilieu, waar uitwisseling van ideeën en kennis tussen mensen plaatsvindt door ontmoeting. Daarom is een goede publiek toegankelijke ruimte essentieel. Hoe de onderverdeling van publieke ruimtes eruit kan komen te zien, is te zien in de nolli kaart hiernaast. Verbondenheid van campus en stad Kennis- en ideeënuitwisseling beperkt zich niet alleen tot de campus zelf. Door een goede interactie met de omliggende stad is op de Healthy Ageing Campus ontwikkelde kennis toegankelijk en bereikbaar, en kan de campus ook als leefstijlcoach fungeren en bijdragen aan de gezondheid van alle Groningers. Toevallige ontmoetingen kunnen bovendien leiden tot onverwachte en multidisciplinaire oplossingen. Dus is het een bijzondere kwaliteit dat de Healthy Ageing Campus een stedelijke campus is met goede verbindingen met de stad.

Bestaand

Bestaand

Bestaand

Nieuw

Nieuw

Nieuw

Nolli kaart Een nolli kaart maakt geen onderscheid tussen bebouwde en onbebouwde ruimte, maar tussen privaat en publiek. Op de Healthy Ageing Campus willen we de openbare ruimte nog meer toegankelijk maken door de ruimtes publieker te maken (waar het kan) en goede interne verbindingen te realiseren.

Verwijderen van ‘add-ons’ In de loop der tijd zijn er veel structuren tegen de gebouwen van de campus ‘aangeplakt’. Dit heeft geresulteerd tot niet alleen het verlies van originele vormen van gebouwen, zoals van het Centraal Medisch Centrum, maar ook tot een slechte oriëntatie aan en een verromeling van de openbare ruimte. Door de ‘add-ons’ te verwijderen zetten we de gebouwen weer mooi en scherp in het groen. De verloren vierkante meters plaatsen we in te ontwikkelen gebouwen.

Ordenen van fietsparkeren Op de Healthy Ageing Campus zijn veel fietsen geparkeerd op maaiveld. Dit zorgt voor een onoverzichtelijke en rommelige omgeving, voornamelijk bij het Universitair Centrum Psychiatrie, ingang Noord en de Hoofdingang. Zoveel mogelijk fietsparkeren op maaiveld wordt ondergebracht in (inpandige/gebouwde) fietsenstallingen. Door het fietsparkeren grotendeels uit het straatbeeld te laten verdwijnen, ontstaat er meer plek voor groen en kwaliteit. Voor kort parkeren zullen er enkele plekken beschikbaar zijn rondom de gebouwen van de campus.

De campus als stelsel van kwalitatieve, toegankelijke ruimtes Voor het campusconcept wordt de kwaliteit van de publiek toegankelijke ruimte vooropgesteld. Zij bestaat als raamwerk van kwalitatieve publieke verblijfsruimtes uit een binnenring, groene buitenring en oostwestverbindingen over en langs de campus. Vergroening voor verblijfskwaliteit De publiek toegankelijke ruimte zal zo groen mogelijk worden ingericht, waarbij het groen moet bijdragen aan biodiversiteit, een robuuste ecologie en klimaatadaptatie – maar bovenal bedoeld is voor een goede verblijfskwaliteit in zomer en winter. Een manier om meer groen te realiseren is het verwijderen en verplaatsen van ongewenste objecten in de openbare ruimte, zoals het verwijderen van ‘add-ons’ en het verplaatsen van geparkeerde fietsen op maaiveld. De binnenring als verblijfsruimte De binnenring is de structurerende, centrale route van de Healthy Ageing Campus en heeft de voetganger als hoofdgebruiker. Zij dient de oriëntatie op de campus en faciliteert de ontmoetingen. Aan de binnenring liggen de pleinen, publieke voorzieningen, voorkanten en hoofdentrees van gebouwen. Deze hebben een duidelijke architectonische expressie en zijn onderscheidend van eventuele subentrees.

Healthy Ageing Campus, Groningen

60

Gebiedsvisie

61

Ruimtelijke principes

De pleinen zijn als onderdeel van de binnenring ‘sticky places’; zij nodigen uit te vertragen, verblijven en ontmoeten. Vijf pleinen geven de leefwerelden van zorg, wetenschap, ondernemerschap en het publieke stedelijke leven een plek. De campusvoorzieningen bevinden zich aan deze pleinen. Plinten verhogen de levendigheid van de pleinen Aan de pleinen worden actieve plinten toegepast, zoals afgebeeld in de kaart hiernaast. Deze plinten zijn actief, transparant, afwisselend en flexibel. Ze zorgen voor interactie tussen binnen en buiten en brengen levendigheid op de pleinen. De buitenring als verbindend groen De buitenring is de ontspannen, groene overgangszone naar de directe omgeving van de Healthy Ageing Campus en de aansluiting op de grotere groenblauwe stadsstructuren. Deze rustzone is duidelijk aangegeven in het kaartje op de pagina hiernaast. Hier is ruimte voor rust, beweging, flora, fauna en klimaatadaptatie, wat beleefbaar is vanaf de campus, maar ook voor de rest van de stad. De inrichting van de buitenring is afgestemd op het grotere groenblauwe raamwerk van de stad.

Bestaand

Bestaand

Bestaand

Nieuw

Nieuw

Nieuw

Nieuwe plinten versterken de openbare ruimte De gebouwen op de Healthy Ageing Campus hebben geen duidelijke adressering aan de openbare ruimte. De kracht van de gebouwen van de Healthy Ageing Campus willen we terug zien in de openbare ruimte, met name aan de binnenring en de pleinen. We geven oude en en nieuwe gebouwen een duidelijke adressering en entrees. De relaties tussen binnen en buiten, entrees en plint zijn daarin enorm belangrijk: daar waar het gebied op ooghoogte wordt beleefd! Transparante plinten laten zien wat er binnen gebeurt, tegelijkertijd nodigt het uit om naar buiten te gaan.

Rust/ Reuring / Ruis Functiemenging zien we als cruciaal voor de gewenste interactie en sociale veiligheid. Maar we willen voorkomen dat alles overal kan. Daarom organiseren we dit soort milieus in drie zones. Rust is waar je geconcentreerd kan werken, studeren, wonen of ontspannen. Reuringplekken nodigen uit tot (on)verwachte ontmoetingen op gebouw-, bouwblok- en campusniveau. De logistieke en operationele kant van de universiteit en het ziekenhuis organiseren we in een ruiszone. Met deze werkwijze kunnen we sturen op kwaliteit en geven we langdurige richting aan zowel vastgoed als openbare ruimte.

Nieuwe functies Het programma voor de Healthy Ageing Campus volgt een duidelijke ordening van functies in zones. Zorg vindt plaats in het zuiden, onderwijs in het noorden van de campus. Onderzoek vindt plaats op locaties waar voldoende rust en veiligheid bestaat om onderzoek uit te voeren. Om de verbinding met de stad te versterken, realiseren we aan de randen van de campus een functiemix. Innovatie vindt overal op de campus plaats.

Functionele dwarsverbanden gaan oost-west De oost-westverbindingen zijn de doorgaande lijnen die de verschillende delen van de stad met elkaar en met de campus verbinden. Ze zijn bij uitstek de plekken op de campus waar verschillende soorten mensen en mobiliteit samenkomen, en vormen de logische entrees van de campus. Ook hier zien we nieuwe campusvoorzieningen landen. Op de Healthy Ageing Campus zelf is het gemotoriseerd verkeer, inclusief logistiek, ondergeschikt aan en daarom zo min mogelijk van invloed op de verblijfskwaliteit van de publiek toegankelijke ruimte. Het autovervoer en -transport worden op aangewezen plekken en zo veel mogelijk uit het zicht georganiseerd. Een zorgvuldige functiemix bevordert kennisontwikkeling en -deling De Healthy Ageing Campus is een plek voor kennisontwikkeling; functiemenging wordt ingezet ter bevordering hiervan. Door secuur programma te mengen zoals in de rechter kaart op de pagina hiernaast, wordt aan nieuwe ontwikkelingen de juiste context geboden. De slimme functiemix rond de ‘sticky places’ zorgt gedurende de dag en week voor reuring – en daarmee ontmoeting. Continuïteit voor identiteit en aantrekkelijkheid Om als campus aantrekkelijk en economisch robuust te zijn, is het belangrijk een onderscheidende identiteit te hebben en een sterk merk te zijn.

Als stadscampus is de Healthy Ageing Campus logischerwijs onderdeel van de bestaande context, wat maakt dat zij altijd voortborduurt op en recht doet aan het heden en het verleden. Dit bevordert de herkenbaarheid, aantrekkelijkheid en duurzaamheid van de Healthy Ageing Campus. Healthy Ageing Campus, Groningen

62

Gebiedsvisie

63

Deelgebieden

De legenda op de naastgelegen pagina geeft inzicht in deze randvoorwaarden, waaronder bouwmassa, programmering, oriëntatie, klimaatadaptieve opgaven en de gewenste relatie met de openbare ruimte. Studie gebouwvolumes In de huidige verkaveling zijn de bouwblokken echter compacter van opzet. Dit is het gevolg van verschillende ruimtelijke randvoorwaarden, zoals het behoud van het bestaande profiel van de Vrydemalaan, de continuïteit van de groene oever langs de Oosterhamrikkade, de benodigde ruimte voor het kruispunt bij de Bloemsingel en de wens om gebouwen met erfgoedwaarde te behouden. Op het Bodenterrein variëren de bouwkavels van circa 50 x 50 meter tot circa 35 x 60 meter. Kavels met een footprint van circa 35 x 60 meter bieden ruimte voor bijzondere gebouwtypologieën, vergelijkbaar met de bebouwing in het gebied Overhoeks in Amsterdam.

Oostflank

Algemene principes Essentiekaart De algemene principes die geldend zijn voor de essentiekaart kunnen samengevat worden als volgt: nterr ei

n

Architectuur • De gebouwen staan stevig op de grond. • De gebouwen hebben een duidelijk adres aan de centrale openbare ruimtes (pleinen en ringen). • De gebouwen krijgen levendige plinten aan deze openbare ruimtes. • Voordeuren rondom de openbare ruimte.

Bode

Ontwikkelperspectief De gebiedsvisie voor de Healthy Ageing Campus is een integrale benadering van de gebiedsontwikkeling en biedt een toekomstperspectief richting 2040. Voor elk van de vier deelgebieden op de campus wordt een ontwikkelperspectief geschetst. Daarbij gelden voor de doorontwikkeling van bestaande gebouwen dezelfde uitgangspunten als voor nieuwbouw, zoals verankerd in de gebiedsvisie. Op basis van de themakaarten voor mobiliteit, landschap, sociaal netwerk en gebouwde omgeving volgen specifieke randvoorwaarden voor de te ontwikkelen bouwvelden.

Noordpunt Zuidpunt

Mobiliteit • Onderzoek naar de inpassing van het logistiek plein • Realiseren passende fietsparkeervoorzieningen afgestemd op de doelgroep • Voor het auto parkeren kan de parkeergarage Boterdiep gebruikt worden • Informele route (binnendoor) van de pleinen richting het water van Oosterhamrikkanaal. Landschap • Groene daken. • Aantrekkelijke binnentuinen. • Water infiltratie (vasthouden van water). • Versterken van de biodiversiteit (vergroenen). Duurzaamheid • Bij voorkeur low tech gebouwen (minder installaties). • Gebouwen anticiperen op gescheiden HWA en VWA op de riolering. • Gebouwen aansluiten op WKO systeem.

De vier deelgebieden

In de uitwerking van de ontwikkelperspectieven zijn twee varianten gevisualiseerd: • Een variant met oplopende bouwhoogtes van 3 tot 5 lagen, met een hoogteaccent van 10 lagen; • Een variant met een gelijke bouwhoogte van 5 tot lagen, georganiseerd in een U-vorm. Beide varianten kennen een vergelijkbaar bouwvolume.

Legenda essentiekaart

Healthy Ageing Campus, Groningen

64

Gebiedsvisie

65

Studie gebouwvormen

Ontwikkelperspectief Noordpunt

Essentiekaart Noordpunt (legenda zie pagina 65)

Kwadrant gegevens Oppervlakte bouwveld C: ca. 6.250 m2 Gebouwhoogte: 4-6 bouwlagen Plinthoogte: ca. 6 m Hoogteaccent: ca. 30m Totaal m2 bvo: ca. 21.500 m2 Geen woningen Oppervlakte bouwveld D: ca. 2.050 m2 Gebouwhoogte: 3-5 bouwlagen Plinthoogte: ca. 3,5m Hoogteaccent: ca. 32m Totaal m2 bvo: ca. 10.500 m2 Woonfunctie mogelijk Bebouwing C Dit grote bouwkavel biedt ruimte voor tal van ontwerpoplossingen. In het hart van de campus, gelegen aan het dynamisch Noordplein, krijgen onderwijs en/of werkfuncties een duidelijk adres. Levendige gebouwplinten omzoomen het logistieke plein dat aan de zijde Antonius Deusinglaan een plek kan krijgen. De uitrit van het vrachtverkeer vindt ter plaatse van de markante schoorsteen aan de Vrydemalaan plaats. Een inventarisatie van de exacte benodigde m2 logistiek (inclusief ruimtebeslag huidige afvalstation) moet nog plaatsvinden. De laagbouw van het oude farmaceutische laboratorium wordt behouden en krijgt een nieuwe functie. De bijzondere glas in lood gevel van het te Healthy Ageing Campus, Groningen

Variabele bouwhoogte met hoogte accenten

slopen deel wordt in de nieuwbouw opgenomen. Nieuwe gebouwen worden rondom een rustige binnentuin (en een opgetild groen dek boven het logistieke plein) georganiseerd. Het ensemble van gebouwen kan een samengesteld karakter hebben (ontwikkeld in verschillende fasen). Langs de binnentuin wordt door het bouwveld een informele wandelroute doorgetrokken, vergelijkbaar met het Anda Kerkhoven Centre kan dit binnen het gebouw zijn. Hierdoor krijgt de binnenring een verbinding met het water.

Alternatief bouwblokken in gelijke hoogte

Referentie publieke ruimte en bebouwing

Bebouwing D Het kleinere bouwkavel moet gezien worden in de reeks van kleine en grote gebouwen in een tuin met groene hagen (en restanten hekwerk met erfgoedwaarde) langs de Oostersingel / Bloemsingel. Het gebouw heeft een markante uitstraling aan de zijde van het kruispunt en heeft een vrije vorm. Hoofdentrees liggen aan het straatje tussen het Noordplein en de Vrydemalaan. Een hoogteaccent kan een duidelijke markering bieden aan de zijde van de Vrydemalaan. Deze hoogbouw staat nooit op zichzelf maar dient in samenhang ontworpen te worden. Wanneer de binnentuin grenst aan de openbare ruimte wordt deze afgezoomd met een mooi hekwerk of tuinmuur.

66

Gebiedsvisie

67

Studie gebouwvormen

Ontwikkelperspectief Oostflank

Essentiekaart Oostflank (legenda zie pagina 65)

Nieuwbouw in tuin met schijfwerking aan singel

Alternatief behoud en hergebruik bestaande gebouwen in tuin

Referentie publieke ruimte en bebouwing Kwadrant gegevens Oppervlakte bouwveld A: ca. 5.850 m2 Gebouwhoogte: 2-3 bouwlagen Plinthoogte: ca. 4,5m Hoogteaccent: ca. 27m, inspelen op ritme van schijven langs de singel Totaal m2 bvo nieuwbouw: ca. 8.250 m2 Hergebruik bestaande gebouwen Geen woningen Extra brug over singel voor enkel voetgangers Oppervlakte bouwveld B: ca. 4.950 m2 Gebouwhoogte: 2-3 bouwlagen Plinthoogte: ca. 4,5m Hoogteaccent: ca. 27m, inspelen op ritme van schijven langs de singel Totaal m2 bvo: ca. 9.750 m2 Hergebruik bestaande gebouwen Geen woningen Inpandige / gebouwde fietsenstalling circa 600 plaatsen Minimaal aantal benodigde autoparkeer plekken op maaiveld (indicatie 6 stuks)

Healthy Ageing Campus, Groningen

Oppervlakte bouwveld CLDR: ca. 7.450 m2 Gebouwhoogte: max. 40m zijde PTCG max. 18,5m zijde binnenring en Innovatieplein max. 14 m zijde wetering Plinthoogte: ca. 6m Hoogteaccent: 40m, louter aan de ‘ kop’ van het hoogbouwdeel mag deze hoogte bereiken Totaal m² bvo nieuwbouw: ca. 35.000 m2 Onderzoek hergebruik bestaande gebouwen Geen woningen Inpandige / gebouwde fietsenstalling: 1.500 plekken

68

Gebiedsvisie

69

Ontwikkelperspectief Oostflank

Bebouwing A De bestaande bebouwing heeft erfgoedwaarde. Het behoud van het Zusterhuis (tijdlaag 1925-1945) maakt de historische gelaagdheid van de Healthy Ageing Campus zichtbaar. De hoogbouw van de Zusterflat blijft als het mogelijk is behouden.De schijfwerking haaks op het water en het groen van de Petrus Campersingel blijft ook in eventuele nieuwbouw behouden. Op het binnenterrein kan een nieuw (laboratorium) gebouw geplaatst worden, het gebouw begeleidt een informele route zowel door de tuin als langs het Innovatieplein richting de singel. Het ensemble van oude en nieuwe gebouwen worden in samenhang ontworpen. Oud en nieuw kan architectonisch ‘botsen’ of ‘versmelten’. Aan de drie publieke zijden komen herkenbare entrees. Bebouwing B De bestaande bebouwing heeft erfgoedwaarde. Het behoud van het Triade gebouw (tijdlaag 1945-1955) aan de randen maakt de historische gelaagdheid van de Healthy Ageing Campus zichtbaar. De hoogbouw van het Triade gebouw op het binnenterrein blijft als het mogelijk is behouden, de schijfwerking haaks op het water en het groen van de Petrus Campersingel blijft ook in eventuele nieuwbouw behouden. Op deze ontwikkellocatie aan de binnenring ligt een belangrijke opgave in het creëren van een aantrekkelijke inpandige/ gebouwde fietsenstalling van circa 600 stallingsplekken. Deze stalling dient ook voor de gebruikers/bezoekers van het UCP.

De informele route langs het water en de nieuwe tuin van de UCP wordt in stand gehouden. Het ensemble van oude en nieuwe gebouwen worden in samenhang ontworpen, oud en nieuw kan architectonisch ‘botsen’ of ‘versmelten’. Aan de twee publieke zijden komen herkenbare entrees.

Bebouwing ‘CLDR’ De bestaande bebouwing heeft erfgoedwaarde. Het bouwveld valt (grotendeels) over een cultuurhistorisch waardevol gebouw (het oude UCP), met een ritmiek en oriëntatie van bestaande gevelwanden die een relatie met de groenblauwe zone van de Wetering aangaan. Er is onderzoek nodig naar mogelijkheden voor behoud van de binnen het bouwveld gelegen waardevolle gebouwdelen om de historische gelaagdheid van de Healthy Ageing Campus zichtbaar te houden. De cultuurhistorische waarde van het meest zuidoostelijk gelegen paviljoen blijft behouden. De wetering heeft een waterbergende functie. Het huidige watervolume moet behouden blijven. Indien het watervolume op deze plek af zou nemen, moet dat zo dichtbij mogelijk teruggebracht worden. De maximale bouwhoogten zijn bepaald op basis van de relaties die de bouwdelen met de omringende bebouwing en omgeving aangaan. Het gebouw staat volledig op de rooilijn van de binnenring en het plein, waardoor deze buitenruimten door dit volume worden gedefinieerd. Het gebouw heeft zoveel mogelijk transparantie in de plint voor een goede relatie tussen begane grond en maaiveld. De hoofdentree is gelegen aan het (toekomstige) plein. De binnentuin is een groen landschap met een hoge gemeenschappelijke gebruikswaarde.

Het gebouw heeft doorgangen naar de binnentuin: aan de zijde van het toekomstige plein, en aan de binnenring, en indien mogelijk ook aan de zijde van het Maggie’s Center/ PTCG. Deze doorgangen zijn op de begane grond. De 1500 plekken voor fiets- en scooterparkeren bevinden zich inpandig.

De paviljoenen van het oude UCP in het groen van de wetering

Healthy Ageing Campus, Groningen

70

Studie gebouwvormen

Ontwikkelperspectief Bodenterrein

Ensemble van gebouwen Het Bodenterrein vormt een schakel tussen de lange lijn van de Oosterhamrikkade (met bijbehorende nieuwe gebiedsontwikkelingen) en wordt middels de nieuwe buiten- en binnenring sterk verbonden met de Healthy Ageing Campus. Vanaf het noordoosten krijgt de stedelijke fietsroute langs het water een nieuwe brug richting de binnenstad, met zicht op de Martinitoren. De bestaande bomen van de Vrydemalaan blijven behouden. Meer en veilige oversteken zorgen ervoor dat het Bodenterrein en campus als één gebied gaan werken. Er ontstaan drie bouwvelden: Aan de oostzijde kan een bouwplot gerealiseerd worden waar nieuwbouw en de bestaande Libertas toren een gezamenlijke stadstuin omarmen. Deze tuin kan in de avond en nacht afgesloten worden en kan het bestaande free-run park opnemen. Een hoogteaccent markeert de stedelijke plek aan het water. Voorzieningen in de plint begeleiden de route van de binnenring naar het stadsplein. Een ranke voetgangersbrug in verlengde van de binnenring verbindt. Het middelste bouwplot is opgespannen tussen twee bruggen en heeft een compacte gebouwdiepte (circa 35m). De typologie van een gesloten bouwblok met binnenhof ligt hier niet voor de hand. De gebiedsontwikkelaars worden uitgedaagd hier een bijzonder gebouwtypologie (atrium, collectieve middengang, U-vorm, etc.) te ontwerpen.

Hiermee wordt het palet aan type woonvormen op de campus verrijkt. Dit speelt in op het aantrekken van verschillende doelgroepen. De plinten richten zich op het Stadsplein, als fijne plek aan het water. Hier kan een groter stedelijke voorziening landen (ook binnen de gebouwen). Op mooie zomerdagen zal het Stadsplein druk bezocht worden, de inrichting van de openbare ruimte speelt hierop in (o.a. tijdelijke fietsparkeerplekken). De gebouwen krijgen een alzijdig karakter, hoofdentrees liggen rondom. In het midden is ruimte voor een hoger bouwdeel, inspelend op de ritmiek van gebouwhoogtes op de campus in de stad. Essentiekaart Bodenterrein (legenda zie pagina 65)

Kwadrant gegevens Oppervlakte bouwveld E+F+G+H: ca. 9.400 m2 Gebouwhoogte: oplopend 3-5-7 bouwlagen Plinthoogte: ca. 3,5m Hoogteaccent: ca. 32 en 40m Totaal m2 bvo: ca. 44.500 m2 Met name woningbouw Tevens locatie voor stadsvoorzieningen en ruimte voor functie werken Nieuwe fietsbrug voor doorgaande fiets route Extra brug over kanaal voor enkel voetgangers

Healthy Ageing Campus, Groningen

Variabele bouwhoogte met hoogte accenten

Alternatief bouwblokken in gelijke hoogte

Referentie publieke ruimte en bebouwing

Het meeste zuidelijke bouwplot ligt in de reeks van kleine en grote gebouwen in een tuin met groene hagen langs de Oostersingel / Bloemsingel. Het gebouw heeft een markante uitstraling aan de zijde van het kruispunt en heeft een vrije vorm. Het gebouw krijgt een alzijdige oriëntatie op deze mooi plek in de bocht van het water. Een hoogteaccent is mogelijk bij de aanlanding van de nieuwe fietsbrug. Hoofdentrees liggen aan de stedelijke fietsroute. Een groen binnenhof biedt ontspanning. Wanneer de binnentuin grenst aan de openbare ruimte wordt deze afgezoomd met een mooi hekwerk / tuinmuur.

72

Gebiedsvisie

73

Ontwikkelperspectief Zuidpunt

Zuidpunt Op oude foto’s is te zien hoe het CMC tussen het bestaande stadsweefsel is opgebouwd. Het karakteristieke witte gebouw volgt het structuurplan uit de jaren ’70 en is ontworpen door architect Kruisheer. In de jaren ’90 krijgt het ziekenhuis een nieuwe hoofdentree aan het Hanzeplein, met een markante luifel van architect Patijn. Door dominante infrastructuur en veel verharding komt deze entree echter nauwelijks tot zijn recht. Aan de oost- en westzijde is door aanbouwen, noodgebouwen en fietsenstallingen een sterke verrommeling van de openbare ruimte ontstaan. De gebiedsvisie zet in op een herpositionering van het UMCG in een groene campus. Rondom het gebouw komen groene tuinen (buitenring) die het uitzicht vanuit de patiëntenkamers verbeteren, ontspanning bieden voor medewerkers en patiënten uitnodigen tot een ommetje. Herkenbare entrees ontsluiten zowel de buitenring als de binnenring, en maken de tuinen van binnenuit zichtbaar.

centraal, en hoe de verschillende programmaonderdelen zich daartoe verhouden. De binnenring van het Centraal Medisch Complex krijgt een eenduidige inrichting met herkenbare beplanting, verharding, kleur en vorm, in aansluiting op de buitenring, in aansluiting op de van de Antonius Deusinglaan. De compositie van lage historische gebouwen (metselwerk) met de setback van het hogere witte structuralistische gebouw wordt versterkt door de vergroening van de tussenruimte, ingericht als verblijfsruimte. Het historische hekwerk markeert de klimaatadaptieve siertuinen, zonder de campus af te sluiten.

Het ziekenhuis is de komende jaren een continue bouwplaats. Voor het programma U35 is ruimte nodig voor tijdelijke voorzieningen, zoals OK’s, bouwdirectie en aannemersverkeer. Naast de verbetering van de interne verkeersstructuur via een hoofdcircuit (de binnenring), stelt de gebiedsvisie de kwaliteit van de buitenruimte Uitsnede plankaart - Ontwikkelperspectief Zuidpunt (legenda zie pagina 65)

Referentie publieke ruimte en bebouwing

In aansluiting op het Transformatieplan Structuurontwerp UB35 richt de gebiedsvisie zich op een sterke positionering van het UMCG-gebouw binnen de nieuwe groene campus. De binnenring van het Centraal Medisch Complex sluit naadloos aan op het netwerk voor langzaam verkeer. Bouwdelen oriënteren zich met uitnodigende plinten en entrees op de openbare ruimte. Waar mogelijk krijgen bestaande gebouwen met platte daken, vooral de lage bouwdelen, een groen dak. Opgave • Zoveel mogelijk groen en ruimte voor waterberging; • Zo min mogelijk verharding t.b.v. brandweer, kleine autobusjes en taxi standplaatsen bij ingang Oostersingel; • Inpassing circa 600 gebouwde fietsparkeerplekken in groene setting Oostersingel (footprint ci12m*37,5m of 15m*30m); • Inpassing 200 fietsparkeerplekken op maaiveld aan Oostersingel – Hanzeplein; • Inpassing 400 gebouwde fietsparkeerplekken t.b.v. nieuw ingerichte Verlengde Walstraat (footprint ci12m*25m of 15m*20m);

Healthy Ageing Campus, Groningen

• Verplaatsen mortuarium naar huidige locatie logistiek plein; • Inzetten op actieve / levendige plinten aan nieuw ingerichte Verlengde Walstraat; • Inpassing minimaal aantal benodigde parkeerplekken op maaiveld (indicatie 6 stuks auto/ambulance bij ingang noord) (indicatie 17 stuks taxi/autobusjes bij ingang Oostersingel); • Vergroening van Hanzeplein tot gebruiksvriendelijk Zorgplein; • Behoud en inpassing van karakteristieke gebouwen met erfgoed waarde.

74

Gebiedsvisie

75

Sleutelprojecten

Om de gewenste ruimtelijke kwaliteit van de campus in 2040 te realiseren, zijn enkele gerichte ingrepen nodig. Zo is het verplaatsen van het logistieke plein essentieel om de Verlengde Walstraat te transformeren tot een aantrekkelijke en veilige route voor voetgangers en fietsers. Ook het zorgvuldig positioneren en vormgeven van fietsenstallingen draagt bij aan een overzichtelijke en uitnodigende openbare ruimte. Daarnaast is het van belang de identiteit van de verschillende pleinen te versterken, zodat zij als verbindende schakels functioneren tussen bestaande en nieuwe gebouwen. Dit biedt ruimte voor het maken van duidelijke en goed toegankelijke hoofdentrees. Verder wordt ingezet op het versterken van het groene, lommerrijke karakter van de buitenring, met plekken om te verblijven en tot rust te komen. Tegelijk wordt gewerkt aan de herkenbaarheid en verblijfskwaliteit van de binnenring, zowel in de buitenruimte als in de entrees en plinten van de gebouwen, om zo de samenhang en het uitnodigende karakter van de campus als geheel overtuigend neer te zetten.

De sleutelprojecten die deel uitmaken van de gebiedsvisie zijn: 1. Zorgplein 2. Innovatieplein 3. Noordplein 4. Stadsplein 5. Verlengde Walstraat 6. Binnenring 7. Essentie buitenring Petrus Campersingel 8. Essentie buitenring Oostersingel De sleutelprojecten worden uitgewerkt in de volgende fase, na vaststelling van de gebiedsvisie. De realisatie van de sleutelprojecten zorgt ervoor dat er een stevig raamwerk van verbindingen en pleinen wordt neergezet. Binnen dit kwalitatieve raamwerk kunnen deelgebieden verder uitgewerkt worden. Voor het Bodenterrein, Noordpunt en Oostflank zal een stedenbouwkundig plan opgesteld worden.

2

4 3

8

7

6 5

8

1

Sleutelprojecten

Healthy Ageing Campus, Groningen

76

Gebiedsvisie

77

Vervolg Essentie Zorgplein De huidige inrichting van het Hanzeplein is ontstaan vanuit complexe verkeersstromen, waardoor ingrijpende aanpassingen op korte termijn niet mogelijk zijn. Een quick win is het versmallen van de westelijke halve maan naar één rijbaan, waardoor ruimte ontstaat voor wachtende taxi’s. De fietsenrekken worden verplaatst naar beide zijden van de hoofdentree, met maaiveldrekken voor kort bezoek en gebouwde stallingen voor langdurig gebruik. De vrijkomende kwadranten kunnen groen worden ingericht, met langs de halve maan een dubbele bomenrij voor een aantrekkelijker zicht vanuit de entreehal van het UMCG. Voor een écht groen, rustig en patiëntvriendelijk zorgplein is meer nodig. Verdere stappen zijn onderzoek naar het optimaliseren van de parkeergarage (inclusief kiss & ride en taxi’s) om bovengronds minder verharding nodig te maken. Ook biedt herontwikkeling van de overzijde, zoals het GGD-gebouw en de plinten, kansen voor extra ruimte ‘op straat’. De ambitie is een directe relatie tussen gebouwen en parkruimte, waarbij het groen ook echt gebruikt wordt. De grote maat van het plein maakt bovendien verdichting aan de zuidzijde mogelijk (zie ‘invloedsgebied’ in kaartje p. 11). Essentie Innovatieplein Het Innovatieplein is dé plek voor ontmoeting, interactie en kennisuitwisseling.

Het plein is groen en uitnodigend ingericht, met een mix van formele en informele ziten ontmoetingsplekken die levendigheid stimuleren. Het Zusterhuis, het zuidoostelijke paviljoen van het voormalige UCP en het nieuwe CLDR-gebouw vormen samen de pleinwanden en activeren mede de ruimte. De uitwisseling van medewerkers tussen de omliggende gebouwen zorgt voor voldoende reuring op het plein. Denk hierbij aan een mogelijke kantine in het paviljoen van het voormalige UCP, die mensen uitnodigt om naar buiten te komen. Essentie Noordplein Het Noordplein is een levendig plein dat de stad Groningen verbindt met de Healthy Ageing Campus. Het maakt deel uit van de binnenring en vormt tegelijk een schakel in de buitenring met de gordel van tuinen. De openbare ruimte op en rond het Noordplein wordt op een zorgvuldige en esthetische manier ingericht, waarbij gebruik, klimaatadaptatie, duurzaamheid en beheer hand in hand gaan. Het Noordplein is ingericht voor voetgangers en nodigt uit tot verblijf. Fietsers worden subtiel naar de stallingen geleid via beplantingsvakken en logische paden. De omliggende (semi-)publieke gebouwen versterken de levendigheid en hebben elk een eigen tuin die bijdraagt aan de diversiteit van de ruimte. Door de transparante plinten loopt de publieke ruimte van buiten naar binnen door.

Het plein sluit bovendien goed aan op het busstation Bloemsingel en is een herkenbare toegang tot de campus. Looproutes langs de randen houden het midden vrij voor gebruik. Hoogteverschillen, schaduwrijke bomen en zitplekken vergroten de verblijfskwaliteit. Healthy Ageing Campus, Groningen

Essentie Stadsplein Op het Bodenterrein, aan de zuidzijde van het Oosterhamrikkanaal, ontstaat een bijzonder Stadsplein gelegen aan het water. De openbaar toegankelijke kade wordt in ere hersteld volgens het historische karakter van het Oosterhamrikkanaal. Een ranke voetgangersbrug, als verlengde van de binnenring, verbindt de campus met de overzijde van het kanaal en maakt deze plek goed bereikbaar. De plinten van de omliggende gebouwen openen zich naar het Stadsplein en bieden ruimte voor stedelijke voorzieningen. Het plein biedt ruimte voor recreatie en waterplezier, met onder andere een plek om te zwemmen in het kanaal. Dit maakt het Stadsplein tot een levendige ontmoetingsplek aan het water. Op zomerse dagen zal het hier bruisen van de activiteit; de inrichting van de openbare ruimte speelt hierop in met onder meer tijdelijke fietsparkeerplekken en uitnodigende verblijfsruimtes. Essentie Verlengde Walstraat De Verlengde Walstraat wordt gedomineerd door verkeer en mist verblijfskwaliteit. Ondanks intensief gebruik door voetgangers en fietsers ontstaan er regelmatig conflicten tussen verschillende verkeersstromen. De route wordt een aantrekkelijke, veilige en groene verbinding door de campus, waar fietsers te gast zijn. Gebouwen liggen in het groen, krijgen een helder adres en levendige, actieve plinten aan de route.

Om de stadsroute meer kwaliteit en openheid te geven, verhuist het mortuarium naar de locatie van het huidige logistieke centrum, met behoud van de aansluiting op het ondergrondse tunnelsysteem. Fietsenstallingen op maaiveld maken plaats voor inpandige of gebouwde voorzieningen, zowel in het bestaande bruggebouw als op een nieuwe locatie bij het huidige logistieke plein. De slagbomen aan de campusentree kunnen worden verwijderd. Essentie Binnenring De binnenring vormt de centrale, structurerende route van de campus en verbindt zorg en onderwijs, van het Oosterhamrikkanaal tot het Hanzeplein. Langs deze route liggen de vier pleinen, publieke voorzieningen, hoofdentrees en de voorkanten van gebouwen. De voetganger staat centraal. De binnenring krijgt een herkenbare, eenduidige inrichting met herkenbare beplanting, verharding, kleuren en inrichtingselementen.

en het beperken van verharding. • Mogelijkheid voor een informele wandelroute door de binnentuinen. • Alzijdige gebouwen in een groene setting. • Groene daken op de laagbouw tussen de beddenhuizen. • Zorgvuldige inpassing van een mogelijke logistieke hub aan de oostzijde van het CMC. • Minimale inzet van asfalt en een zo compact mogelijke toerit. Essentie Buitenring Oostersingel Langs de Oostersingel en Bloemsingel worden de historische paviljoenstructuren in het groen hersteld, in de vorm van een collectie van tuinen. Deze tuinen hebben een sterke relatie met het aangrenzende programma in de gebouwen en openbare ruimte. Door een gevarieerde en actieve programmering kunnen de tuinen van identiteit ‘verkleuren’, passend bij de behoeften van de verschillende gebruikers van de campus. Belangrijke opgaven: • Rommelige fietsenstallingen op maaiveld opruimen. • Zo min mogelijk asfalt toepassen, met een compacte toerit voor taxi’s en minimaal parkeren van auto’s en busjes op maaiveld. • Tuinen herstellen en vergroenen met diverse, kleurrijke beplanting. • Verblijfswaarde vergroten door wandelroutes, zitgelegenheden en een uitnodigende buitenruimte te creëren. • Cultureel erfgoed, zoals villa’s, zorgvuldig behouden en waarderen. • Programma verrijken in wisselwerking met de stad, waarbij bijzondere gebouwen worden benut voor unieke functies.

• Integrale opgave voor waterberging, boombeplanting en het beperken van verhard oppervlak. • Monumentale hekwerken omarmen bijzondere kruiden bloementuinen. • Op termijn: de Oostersingel verbeteren voor fietsers en voetgangers met meer groen, een herkenbare bushalte, versterkte verbindingen en veilige oversteekplaatsen.

Richting een ontwikkelstrategie De gebiedsvisie vormt de basis voor het opstellen van een ontwikkelstrategie. In deze strategie vertalen we de gebiedsvisie naar een stedenbouwkundig plan, inclusief planning, fasering en businesscase. Deze stap is essentieel om enerzijds de spelregels voor vastgoedontwikkeling op de campus vast te leggen, en anderzijds om een investeringsbegroting op te stellen, inclusief een dekkingsvoorstel voor de aanpassing van de infrastructuur en de inrichting van het openbaar gebied. De kaders voor de ontwikkeling van de Healthy Ageing Campus worden vastgelegd in het omgevingsplan. Dit omgevingsplan vervangt het bestemmingsplan Bodenterrein-UMCG uit 2010.

Essentie Buitenring Petrus Campersingel De buitenring is een ontspannen groene overgangszone met ruimte voor beweging, flora, fauna en klimaatadaptatie. De inrichting van de buitenring is afgestemd op het grotere groenblauwe raamwerk van de stad. Belangrijke opgaven: • Koesteren van het beschermd stadsgezicht en het cultuurhistorisch waardevolle paviljoenensemble. • Versterken van de wisselwerking tussen de binnentuinen en de wetering. • Verbinden van het groen, van de singel tot aan de binnenring. • Integrale opgave voor waterberging, boombeplanting 78

Gebiedsvisie

79

IV.

Bijlage: Stedenbouwkundig Programma van Eisen

Historie

Sinds 1903 is de Healthy Ageing Campus gevestigd aan de Oostersingel in Groningen. De eerste paviljoens waren gelegen aan de rand van de historische stad, op de voormalige vestigingswerken en met uitzicht op de weilanden. Het ziekenhuis, ontstaan uit een fusie in 1851, bouwde voort op eerdere initiatieven om medici in de armenhuizen op te leiden. Naast patiëntenzorg speelden onderwijs en onderzoek een belangrijke rol. Geleidelijk breidde het ziekenhuis zich uit tot het huidige geïntegreerde complex. De stadsuitbreidingen van Groningen groeiden om het complex heen, waardoor het ziekenhuis als een eiland in de stad kwam te liggen. Sinds de jaren zestig is nieuwbouw alleen nog mogelijk door verdichting of sloop, wat een voortdurende cyclus van interne verhuizingen, sloop en modernisering in gang zette. In 120 jaar van permanente doorontwikkeling van de Healthy Ageing Campus zijn verschillende fases te onderscheiden: Fase 1 Paviljoens in het groen (1898-1925); Fase 2 Uitbreiding paviljoensziekenhuis (1925-1955); Fase 3 Structuurplan (1955-1975); Fase 4 Masterplan (1975-1997). De onderstaande tekst is een samenvatting van de Erfgoedstrategie Healthy Ageing Campus Groningen (maart 2025) van Steenhuismeurs. Zie bijlage 1 voor de uitgebreide cultuurhistorische analyse van Steenhuismeurs.

Fase 1 Paviljoens in het groen (1898-1925) De Vestingwet van 1874 maakte een einde aan de vestinggordel rond Groningen, wat ruimte gaf voor stadsuitbreiding naar een plan van L.A. Brouwer. Aan de oostzijde van de stad werd in 1893 grond gereserveerd voor de nieuwbouw van het Algemeen Provinciaal, Stads- en Academisch Ziekenhuis (APSAZ), dat tot dan toe gevestigd was aan het Munnekeholm. Door de vergraving van de vestinggracht ontstond een kanaal dat de oostgrens van het terrein markeerde. Architect J.J. van Nieukerken ontwierp een parkachtig ziekenhuisterrein met negen vrijstaande paviljoens,

verbonden via tunnels. Deze opzet, geïnspireerd door 18e-eeuwse inzichten na de brand in het Hôtel-Dieu in Parijs, moest hygiëne en ventilatie verbeteren en het besmettingsgevaar beperken. Ziekenhuizen in de toekomst moesten voortaan worden uitgevoerd als ‘un machine à traiter les malades’. Dit vergde een specifieke opzet: situering buiten het stadsgewoel, een fysiek en mentaal gezonde omgeving voor de patiënt, monumentale architectuur en bovenal ventilatie en maatregelen tegen besmettingsgevaar. De paviljoens, elk ingericht als zelfstandig mini-ziekenhuis, lagen in een lommerrijke omgeving die diende als lustoord voor patiënten. Deze opzet is te zien in de afbeelding hieronder. De opzet vroeg echer veel ruimte, kende een complexe logistiek en bracht hoge bouw- en exploitatiekosten met zich mee.

met daaromheen nieuwe paviljoens, ontsloten via deze weg. Dit is te zien in de afbeelding rechtsboven.

Langs het Verbindingskanaal, dat de oude vestingcontouren volgde, stonden de paviljoens meestal in noord-zuidrichting. Grotere klinieken hadden een H-vormige plattegrond. Het terrein werd omgeven door hekwerk en groen, wat het parkachtige karakter versterkte. Fase 2 Uitbreiding paviljoensziekenhuis (1925-1955) In 1916 besloeg het ziekenhuisterrein 4,7 hectare, maar de groeiende ruimtebehoefte leidde in 1918 tot een aanpassing van het uitbreidingsplan. Het Verbindingskanaal zou worden gedempt en vervangen door een singel, met ruimte voor woningbouw aan de oostzijde en zo’n 10 hectare extra voor het ziekenhuis aan de westzijde. Tussen 1928 en 1930 werd een doorlopende bouwwand gerealiseerd, die samen met de singel in 2000 werd aangewezen als beschermd stadsgezicht. Architect H. Hoekstra ontwierp het stedenbouwkundig plan voor de uitbreiding, waarbij de paviljoenopzet werd voortgezet. Centraal kwam een 50 meter brede groenstrook, omgeven door een ringweg

De ontdekking van penicilline (1928) maakte compactere, hogere ziekenhuisbouw mogelijk doordat het besmettingsgevaar afnam. Tegelijk bleef het streven naar een ‘healing environment’ centraal staan. Het paviljoentype bleef tot ver na de Tweede Wereldoorlog gebruikelijk, ook in Groningen, al groeiden de paviljoens in omvang, hoogte en vaak in functie. Tijdens het interbellum en in de wederopbouwperiode breidde het APSAZ sterk uit, waarbij de zone tussen het oorspronkelijke ziekenhuiscomplex en de Petrus Campersingel werd volgebouwd met paviljoens. Door uitbreidingen en interne verhuizingen verdichtte het oudste deel van het ziekenhuis sterk, waardoor de landschappelijke kwaliteit afnam. Van de groene middenstrook tussen het oude en het nieuwe deel is niets over. Fase 3 Structuurplan (1955-1975) In de naoorlogse jaren zette de groei van het ziekenhuis sterk door, terwijl er voor nieuwbouw nauwelijks ruimte op het ziekenhuisterrein beschikbaar was. In 1955 werd een structuurplan opgeleverd door de architecten Hoekstra en Westerhout.

Om grip te krijgen op de toekomst ontwikkelde medisch rijksadviseur J. Wester vanaf 1967 een standaardprogramma dat schaalvergroting stimuleerde, wat botste met de Groningse wens voor kleinschaligheid en een autoluwe binnenstad (Doelstellingennota 1972). In tegenstelling tot de toen gangbare trend om ziekenhuizen naar de stadsrand te verplaatsen, besloot het AZG op de bestaande locatie te blijven, omdat uitbreiding hier mogelijk was zonder de zorg te onderbreken. Deze keuze sloot aan bij de visie van de stichting Ziekenhuis Menselijk en Modern, die streefde naar centralisatie met behoud van menselijke maat. Architect Jan Kruisheer en Team 4 Architecten ontwierpen in 1975

In de zorg was er een tendens om patiënten niet meer op specialistische eilanden te behandelen, maar de specialisten bij de patiënt samen te brengen. Operatiekamers en röntgenapparaten werden te duur en te specialistisch om ze in iedere kliniek te handhaven. Het alternatief was centralisatie. Dat gold, uit oogpunt van efficiëntie, ook voor de beddenhuizen. Toch hielden architecten vast aan de paviljoenopzet, uit kritiek op massale ziekenhuizen en vanwege de bestaande structuur in Groningen, waar ombouwen kostbaar en onpraktisch zou zijn. Na goedkeuring van het structuurplan, kregen Hoekstra en Westerhout de rol van supervisor. Het structuurplan omvatte negen bouwprojecten, waarvan uiteindelijk vijf werden uitgevoerd. Overige bouwprojecten uit de jaren zestig werden ad hoc gerealiseerd. Tussen 1950 en 1965 groeide het ziekenhuis sterk, waarbij de beperkte ruimte leidde tot hoogbouw, met torens tot 13 verdiepingen. Tegelijkertijd maakte het groeiende autobezit steeds meer buitenruimte tot parkeerterrein, waardoor de menselijke schaal en de groene kwaliteit van het ziekenhuis als ‘healing environment’ steeds meer onder druk kwamen te staan. Deze situatie is te zien in de afbeelding rechtsonder. Het structuurplan van 1955 was bij oplevering eigenlijk al verouderd. Alleen de meest urgente bouwprojecten kwamen van de grond, maar de voorgestelde structurele ingrepen bleven uit.

Fase 4 Masterplan (1975-1997) In de jaren zestig groeide de twijfel over de paviljoenopzet. Efficiëntere zorg vroeg om centralisatie

1902; Plan van tuinen en wegen

Healthy Ageing Campus, Groningen

van operatiekamers, radiologie, poliklinieken en beddenhuizen in één compact ziekenhuis. Tegelijkertijd werd, onder invloed van rijksbeleid, de scheiding tussen universiteit en ziekenhuis aangescherpt. Dit werd zichtbaar in de naamswijziging naar Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG) in 1971 en in de ruimtelijke keuzes.

82

Gebiedsvisie

Het ziekenhuis in 1937

Ziekenhuis maart 1972

83

een ontwikkelingsplan met drie zones: het Centraal Medisch Complex (CMC), flanken met patiëntenzorg en het Medisch Wetenschappelijk Centrum (MWC) aan de noordzijde. Een grid van binnenstraten, ondergrondse tunnels en een 7,80-meter maatsysteem moesten flexibiliteit en helderheid bieden. In de afbeelding hieronder is te zien hoe het CMC geland is in de paviljoenopzet. In de jaren tachtig werd het plan aangepast om kosten te besparen en beheer te vereenvoudigen. De open binnenstraten werden overkapt, entrees beperkt en ondergronds parkeren geschrapt. Zo kreeg het complex een gesloten karakter, met parkeerplaatsen rond het gebouw. Architectencombinatie AAA-AZG ontwierp het CMC, de poliklinieken en negen beddenhuizen. Binnen kregen de straten een lichte sfeer, met winkels, kunst en terrassen; buiten werd gekozen voor een strakke gevel met witte aluminium platen. In 1988 voegde Wytze Patijn een hoofdingang met luifel en ondergrondse parkeergarage toe, waardoor het terrein heringericht kon worden en enkele historische gebouwen behouden bleven. In 1997 werd het ziekenhuis voltooid. Sinds 2005 vormt het UMCG — voortgekomen uit de fusie van AZG en de medische faculteit — een belangrijke kennis- en zorgcampus. Het masterplan uit 1975 vormt nog altijd de basis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5416/documents/92094