CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Afweegonderzoek bijlagen 1van2 Memo historische besluiten en uitgangspunten GKB.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 22 september 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 4: Bewonersvariant vervanging Gerrit Krolbrug (gesprek met Gerrit Krolbrug comité)33.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

beschreven op een aantal kenmerken. Van die varianten zijn er (gelet op

transparante manier gebeuren. De conclusies van

uitspraken van gemeente, provincie en inmiddels ook RWS) nog twee

deze trechtering staan in de afweegnotitie en niet

over: de 4,5 meter en de 3 meter. Variant 1 en Variant 2 derhalve. Het is

in de beoordelingsnotitie.

goed om die varianten naast elkaar te zetten. De toevoeging in de afwegingen van andere varianten maakt het proces onnodig ondoorzichtig.

Inpassing komt hier niet terug aangezien dit een

Kijken we dan naar de verschillen dan gaat het in de tabel naast de

beoordelingscriterium is, geen functionaliteit zoals

hoogte over het hellingspercentage.

de tabel weergeeft.

Opgemerkt zij dat we de inpassing in de omgeving niet terugzien in deze tabel. Gerrit Krolbrug Comité

Een kanttekening past bij de keuze voor de inrichting van de weg over de

Bijlage 8

4,5

In de gezamenlijke ontwerpsessies is door

brug. Daarvoor is in de bewonersvariant uitgegaan van de keuze die door

verkeerskundigen toegelicht waarom deze

de gemeente naar verwachting worden gemaakt op grond van zijn

weginrichting het beste is. Het Gerrit Krolbrug

concept Mobiliteitsvisie. In het commentaar op die visie is door het GKB-

Comité heeft met de uitwerking van de variant

comité en verschillende bewoners- en belangenorganisaties aangegeven

daarmee ingestemd en tevens aangeven dat voor

dat de keuze, ook waar het de kruisingen aan beide zijden van de brug

de uitwerking van de bewonersvariant dient te

betreft, door de gemeente moet worden gemaakt op basis van

worden uitgegaan van een fietsstraat.

verkeerskundig verantwoorde uitwerkingen van de visie. Gerrit Krolbrug Comité

Op p. 9 wordt de context beschreven. Die is eenzijdig gericht op de

Bijlage 8

9

U doet hier onterechte uitspraken over de

aannames van Rijkswaterstaat en die worden met verwijzingen naar niet

kwaliteit van het rapport, de expertise van

harde, in elk geval niet doorslaggevende maatstaven gerationaliseerd. De

RHDHV en de werkwijze van Rijkswaterstaat. Hier

op de volgende pagina’s opgenomen tabellen zijn vervolgens inkoppertjes.

is een beschrijving gegeven van de feitelijke

Daar worden de planken gemaakt van het dikke hout dat eerder is

situatie.

gezaagd.

19

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* Gerrit Krolbrug Comité

De scores op p. 11 in tabel 5 en de beoordelingen op de p. 12 tot en met

Bijlage 8

11-16

De hier vermelde conclusies zijn gebaseerd op

15 geven op onderdelen een onjuist beeld. Dat geldt mutatis mutandis

expertise van RHDHV en onafhankelijke

ook voor de deelconclusie op p. 16. Op basis van de werkelijke cijfers valt

metingen.

t.a.v. de passeerbaarheid geen voorkeur uit te spreken voor variant 1 of 2 Gerrit Krolbrug Comité

Op de pp. 17 – 24 komt de nautische veiligheid in beeld. De hoogte van

Bijlage 8

17-24

Nautische veiligheid wordt door diverse aspecten

de brug en de introductie van een bochtverruiming wegen flink in dit

bepaald, op al die aspecten wordt ingezet om de

kader. Daarvoor wordt verwezen naar het Beleidskader Maritieme

veiligheid te verbeteren en te borgen. Uit de risico

Veiligheid. Daarvan is door de directeur Maritieme Zaken van het

inventarisatie van de HLD blijkt dat het aanvaren

ministerie, het stuurgroeplid mevrouw Meijer, aangegeven dat dat kader

van objecten het grootste risico vormt.

geen afwegingskader of ontwerprichtlijn vormt. Ook nautische uniformiteit

De brughoogte heeft een directe koppeling met

wordt herhaald benoemd. In het afweegonderzoek wordt dit echter terecht

de kans op aanvaren en de mate van

aangemerkt als een wens.

gevolgschade. Een lagere brug heeft een grotere

De kans op een aanvaring is overigens niet groot. Elders is, ook door de

kans op aanvaren met grote gevolgschade dan

minister, gewezen op de factoren die meer dan de hoogte van de bruggen

een hogere brug. Een lage brug draagt hierdoor

bijdragen aan veiligheid. Die liggen zoals bekend op het vlak van de

dus niet bij aan het verbeteren van de nautische

kwaliteit van de bemanning, de bediening van de sluizen en de bruggen,

veiligheid.

een gebrekkige communicatie en signalering, een onvoldoende veiligheidsbewuste cultuur bij de scheepvaart en het niet benutten van beschikbare technische en technologische middelen en - zeer belangrijk een onvoldoende zorgvuldige reisvoorbereiding door de kapitein. De conclusie op p. 24 dat voor variant 1 geldt dat deze variant niet bijdraagt aan het voorkomen of verkleinen van de grootste nautische risico’s op het Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl is een flinke overdrijving en in elk geval van relatief gering gewicht. Gerrit Krolbrug Comité

Op pp. 25 – 29 passeren verschillende aspecten op het hoofdthema

Bijlage 8

25-31

Het is voor projecten vereist om te toetsen of

‘Comfort en toegankelijkheid langzaam verkeer’ de revue Op p. 30 is in

comfort en toegankelijkheid binnen de richtlijnen

tabel 12 de beoordeling van de kansrijke varianten op dat hoofdthema

valt. Daarbij geldt dat een minder steile helling

weergegeven.

comfortabeler is dan een steilere helling.

Wat direct opvalt is dat het hellingspercentage, behoudens voor de situatie tussen huidig maaiveld en bovenzijde nieuwe brug, niet als

Bij de uitwerking van de 4,5 meter variant (indien

onderscheidend wordt aangemerkt, omdat het in alle gevallen binnen de

deze gekozen wordt) kan nog worden gekeken

genormeerde bandbreedte zou vallen. Dat de helling conform een zekere

naar verlaging van het hellingspercentage.

norm is, is een uiterst formeel aspect. Immers elke fietser, behoudens de

Daarvoor is nog voldoende ruimte aan beide

zeer geoefende of elektrisch flink ondersteunde, ervaart duidelijk het

zijden van de brug.

verschil tussen een helling van 1,75 % en een van 2,5. Dat geldt ook voor voetgangers. En zeker voor minder mobiele brugpassanten. Dat komt, zij het minimaal, wel tot uiting als (in de tabel op p. 31) het comfort voor de fietser, de voetganger en de minder valide bruggebruiker wordt gewogen. Het is daarbij onthutsend om vast te stellen dat de opstellers van het 20

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* document de mate waarin voetgangers en minder validen een comfortabele afwikkeling op de Gerrit Krolbrug wordt geboden in alle varianten hetzelfde laten scoren. Gerrit Krolbrug Comité

Eveneens onthutsend is de score over het gebruik van de vaste

Bijlage 8

34-36

De hier benoemde conclusies zijn juist. Het gaat

fiets/loopbruggen. Variant 1 scoort op dat punt als enige een dubbele min,

in deze beoordeling over de verwachte mate van

dus als slechtste. Op p. 34 wordt dat feitelijk herhaald. De

gebruik van de fietsloopbruggen. Daarbij is de

fiets/loopbruggen komen 2,19 meter hoger te liggen dan nu (nu 7,91 -

verwachting dat het gebruik afneemt naar mate

straks 9,1). Deze door RWS gewenste doorvaarthoogte bij geopende brug

de te overbruggen hoogte groter is. Als de

wordt ook in de bewonersvariant gerealiseerd. Dat daardoor de trappen op

gebruiker inschat dat er beperkte tijdswinst te

de brug langer worden dan nu komt door deze, niet uit variant 1

halen is, dan zal deze wachten in plaats van de

voortvloeiende vrije doorvaarthoogte van 9,1 meter. Het is dit kader

fietsloopbruggen gebruiken. Dit betekent dat bij

ongerijmd om als argument in te brengen dat de laagste brug de langste

een lage brug, waarbij de te overbruggen hoogte

trap nodig heeft. Een volstrekt hypothetische veronderstelling dat deze

van de fietsloopbruggen groter is, men vaker zal

langere fiets/loopbrug tot onveiligheid zou leiden omdat minder mensen

kiezen voor wachten in plaats van gebruiken,

die zouden gebruiken als ze moeten wachten (p. 36) versterkt het

waarmee het gebruik lager is dan nu.

gezochte karakter van dit argument. Dat klemt temeer daar met dit gegeven dubbel wordt gescoord: het heet in het voordeel te zijn van de

Hierbij moet vermeld worden dat de

hoge brug en in het nadeel van de 3 meter variant. Dit is op meerdere

doorvaarthoogte van minimaal 9,1 meter

gronden aan te merken als ondeugdelijk en onjuist.

(exclusief toeslagen) in geopende toestand een Europees afgesproken maatvoering over doorvaarthoogtes voor vaarwegen van een klasse Va.

Gerrit Krolbrug Comité

Dat variant 2 op het punt van verkeersveiligheid (tabel op p. 32) het

Bijlage 8

32

Zie het antwoord op vragen van de Fietsersbond.

hoogst scoort is even onvoorstelbaar als irrelevant. Van dit aspect moet gezegd worden dat het sterk aan de gemeente is om aan de verkeerskundige situatie die ontstaat uitwerking te geven (in het kader, zoals eerder gezegd, van de Mobiliteitsvisie). Een verband tussen verkeersveiligheid en de hoogte van de brug is er wel op een ander vlak. Dat komt in de tabellen niet terug: de verschillende, steeds diverser wordende weggebruikers gaan de brug op en af op verschillende snelheden: hoe hoger de brug hoe meer dit aspect voor onveiligheid zorgt. Anders gezegd, aan de hand van een praktische situatie: bij een brug van 3 meter is het hellingspercentage richting de brug 1,75%, over een beperkte afstand. Dat is voor fietsers te doen. Bij een brug van 4,5 meter moet je in de Antillenstraat al meer omhoog, en vervolgens moet je een scherpe bocht maken. Daardoor raak je bijna al je snelheid kwijt en dan krijg je meteen 2,5% voor de kiezen. Grote kans dat je dan af moet stappen of in elk geval vaart verliest. Dan word je achterop gereden door fietsers en e-bikes op de Korreweg die juist snelheid 21

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* proberen te houden om die brug op te komen. In de plussen en minnen van het afweegonderzoek zie je zoiets niet terug! De opzienbarende conclusie dat alle kansrijke varianten in een eindsituatie voorzien die comfortabel en toegankelijk is voor langzaam verkeer is onjuist en wordt in elk geval door ons dus niet gedeeld. Gerrit Krolbrug Comité

Niet ter zake is deze formulering (eveneens op p. 32): “De sterk positieve

Bijlage 8

32

beoordeling voor variant 1 bij de zwaarte van de helling voor fietsverkeer

De formulering is niet geheel correct verwoord. Dit wordt aangepast.

komt omdat de zwaarte van de helling dusdanig beperkt is dat verkeerskundig gezien niet wordt gesproken van een helling, maar vals plat (net als in de huidige situatie)”. Daarmee wordt feitelijk gesteld dat de sterk positieve beoordeling van variant 1 aangaande de hellingzwaarte slechts een semantische oorzaak heeft. Gerrit Krolbrug Comité

Aandacht verdient ook de constatering dat windhinder geen factor is (of

Bijlage 8

28

In de ontwerpfase van de varianten voor het

anders door Lefier moet worden afgevangen, een op zich discutabele

schetsontwerp is door de architecten een expert

verwijzing). Dat de windhinder geen factor is, is een conclusie die niet

judgement gemaakt over windval. Daaruit blijkt

gebaseerd is op enig onderzoek. Op p. 28 lezen we dat ter zake een

dat er mogelijk sprake is van windval langs het

‘expert judgement’ nodig is. Ook door het project is dat onderkend. Het

nieuwe gebouw van Lefier. Vanwege de

windonderzoek dat in ons land tot normering heeft geleid concentreerde

vormgeving van het gebouw met een breder deel

zich op voetgangers. Betrokken experts geven aan dat fietsers flink

onderin, wordt de windval langs de toren

gevoeliger zijn voor windhinder en dat dit meer aandacht verdient.

gebroken op dit deel alvorens het op de grond komt. Daarnaast is de windhinder langs en over het kanaal niet significant meer dan nu vanwege het beperkte stijgingsniveau van +0,2 (bij 3,0 meter), +1,5 (bij 4,5 meter) en +2,9 meter in de hoogste variant. In de uitwerking van de voorkeursvariant naar een voorlopig ontwerp wordt door de architecten hier nogmaals naar gekeken en indien nodig gezocht naar mitigerende maatregelen.

Gerrit Krolbrug Comité

Bij een eerder plan voor hoogbouw op de plek van de brugwachterswoning Bijlage 8

28

Zie het antwoord op vragen van de Fietsersbond.

bleek uit het windonderzoek dat vlak voor de brug onacceptabele windsnelheden als gevolg van de hoogbouw zouden ontstaan met voor fietsers onacceptabele veiligheidsconsequenties (evenwicht verliezen, omver geblazen worden). Er is een direct verband tussen de veiligheid voor fietsers, maar ook voor voetgangers en minder validen, vlak voor en op de brug. De fietser is gediend is met een zo laag mogelijke helling gelet op het ervaringsfeit dat fietsers bij een hogere helling langzamer gaan rijden waardoor hun instabiliteit toeneemt. De hoogbouw van Lefier van meer dan 30 meter 22

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* hoogte rechtvaardigt een windonderzoek. Dat is zoals gezegd nog niet verricht, in elk geval zijn de uitkomsten niet gerapporteerd. Niet tijdens (laat staan na) maar vóór het afwegingsstadium had dat onderzoek gedaan moeten zijn. In de huidige situatie staan er nog veel bomen aan de oever bij het gebouw van Lefier maar als aan de eis van RWS m.b.t. de zichtlijnen tegemoet wordt gekomen, zal de begroeiing in de bocht verdwijnen of erg laag worden. De windhinder zal daardoor aanzienlijk toenemen. Door bij windhinder voor alle varianten een nul-score op te nemen, wordt de indruk gewekt dat de zwaarte van de helling, de hoogte van de taluds en de hoogte van de brug niet van belang zijn voor de windhinder. In de Afweegnotitie staat windhinder consequent onder comfort vermeld, maar het veiligheidsaspect zou ook vermeld moeten worden én gewogen. Gerrit Krolbrug Comité

P. 36 is hiervoor al genoemd vanwege de daar vermelde volledig

Bijlage 8

36

De tekst in van de afweegnotitie is correct. De

hypothetische veronderstelling dat een langere fiets/loopbrug het gebruik

lengte van de trap van de fietsloopbrug zegt, net

ontmoedigt. Dat zet de conclusie op die pagina (“Qua comfort heeft een

als de te overbruggen hoogte, iets over de

doorvaarthoogte van 3,0 meter de voorkeur, maar vanuit

verwachte mate van gebruik van de

verkeersveiligheid tijdens en na brugopeningen een doorvaarthoogte van

fietsloopbruggen. Hiervoor geldt hetzelfde als bij

4,5 meter.”) in een wel heel bijzonder perspectief. Er lijkt gezocht te zijn

de te overbruggen hoogte. Als de gebruiker

naar dik hout om toch nog wat planken van te zagen.

inschat dat er beperkte tijdswinst te halen is, dan zal deze wachten in plaats van de fietsloopbruggen gebruiken.

Gerrit Krolbrug Comité

Gerrit Krolbrug Comité

Het mag niet verrassen dat het woongenot het best gediend is met variant

Bijlage 8

37

De weging is hier correct gelet op de beperkte

1, zo lezen we. De erkenning daarvan blijft echter aan de zuinige kant,

impact (=1,5 meter hoger bij de brug) op de

ook doordat variant 2 geacht wordt maar beperkt tot een verslechtering

omgeving van variant 2. De aanpassingen van het

van het woongenot te leiden. Veel omwonenden en zeker die op de

talud en de omgeving bij variant 2 beginnen pas

Korreweg nummer 340 tot en met 362 zullen die conclusie niet delen. Dit

halverwege het huidige talud en op het einde van

punt dient zwaarder meegewogen moeten worden.

het gebouw Korrezoom.

Hoewel als het gaat om landschappelijke inpassing van de nieuwe Gerrit

Bijlage 8

43

De conclusie over een hoger talud en impact op

Krolbrug de voorkeur uitgaat naar variant 1 zien we toch weer het nodige

de zichtlijnen van de schipper zijn niet correct.

dikke hout. Op p. 43 heet het: “De hogere ligging van de rijbaan geeft de

Een hogere brug verbetert de zichtlijnen vanwege

verkeersdeelnemers meer zicht op de omgeving en de ligging van de weg

het toenemende zicht onder de brug door.

in het landschap.” Nog meer dik hout op p. 43: ”Voor het doorzicht over het kanaal vanaf kades geldt dat hoe groter de doorvaarthoogte, hoe positiever de beoordeling. Het vergroten van de doorvaarthoogte betekent dat de ruimte tussen het water en de onderzijde van de brug toeneemt. Naarmate die afstand toeneemt, verbetert het zicht over het kanaal.” Bedoeld wordt: hoe hoger de brug hoe beter het uitzicht van boven en hoe makkelijker je er onder door kijkt. Evident dat aan deze argumenten geen 23

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* gewicht kan worden toegekend. Overigens: bij een brug van 4,50 meter verslechtert het benodigde talud aan weerszijden het zicht van een schipper op de vaarweg. Gerrit Krolbrug Comité

Ook de constatering op p. 44 t.a.v. de Aansluiting bij ruimtelijke plannen

Bijlage 8

44 e.v.

De hier benoemde argumentatie en scores

en visies is er één zonder gewicht. Hier is sprake van een dubbeltelling als

kloppen. Alle varianten sluiten aan bij de

ten aanzien van de inpassingsvisie HLD gesteld wordt dat alleen de

mobiliteitsvisie door de keuze voor de inrichting

varianten met een doorvaarthoogte van 4,5 of 5,7 meter en een tafelbrug

als fietsstraat.

sterk positief scoren. De argumentatie dubbelt met die voor de nautische veiligheid. De constatering dat de varianten 1 en 2 gelijk scoren t.o.v. de Mobiliteitsvisie bestrijden we ten zeerste. In onze zienswijze op de Mobiliteitsvisie (die wij in grote lijnen omarmen) hebben wij dat duidelijk gemotiveerd. Het is desalniettemin goed om te zien dat op het thema Inpassing in de omgeving al met al toch de voorkeur wordt gegeven aan variant 1. Gerrit Krolbrug Comité

Algemene uitgangspunten als gevolg van de brug zijn niet onderscheidend

Bijlage 5

1

en moeten als zodanig benoemd worden.

Dit zijn ontwerpuitgangspunten die voor alle varianten gelijk zijn. In het ontwerpboek staan deze omdat het de kaders zijn van het ontwerp. In het afweegonderzoek worden de varianten vergeleken, niet in het ontwerpboek.

Gerrit Krolbrug Comité

MIRT-planuitwerking: onderaan bij de 1e bullit toevoegen: “en gedragen Bijlage 5

Algemeen

wordt door de omgeving”.

De keuze voor een voorkeursvariant is een bestuurlijke keuze en geen keuze door de omgeving. Toevoeging is niet overgenomen.

Gerrit Krolbrug Comité

Afweegonderzoek

variantenstudie:

1e

alinea

toevoegen:

“voor

de Bijlage 5

1

bewonersvariant is geen voorkeur voor het type brug. Het best passende

Dit wordt toegevoegd bij de beschrijving uitgangspunten bewonersvariant.

type dat realiseerbaar is (bestuurlijk, financieel, technisch, juridisch) kan worden uitgevoerd. Gerrit Krolbrug Comité

Ten aanzien van het afweegkader verwijzen wij naar het

Bijlage 5

1

De stuurgroep Groninger bruggen heeft u

Verificatierapport (RHDHV, versie S3 dd. 23-7-2020) bij PD-

gevraagd om in de consultatieperiode te reageren

0024, PRE-00084 Afstemming stakeholders: “Het beoordelingskader dient

op de eindversie van het afweegonderzoek en het

in afstemming met de stakeholders nader te worden uitgewerkt”. Voor onze

afweegkader.

input verwijzen wij naar een separate notitie met onze inbreng t.a.v. het afweegkader. Gerrit Krolbrug Comité

Bij het doel staat “het realiseren van een bochtverruiming …enz”. De

Bijlage 5

2

Het realiseren van een bochtverruiming is

gegevens ontbreken op welk besluit en op welke grond de doelstelling

onderdeel van de opdracht van het project en

“realiseren bochtverruiming” is gebaseerd. In het afweegkader en in de

opdracht aan Rijkswaterstaat.

uitgangspunten van 14 september 2020 wordt de bochtverruiming niet genoemd. Gezien de

Het uitvoeren van een MKBA is naar onze mening

grote consequenties zou de bochtverruiming een apart MKBA of apart

niet nodig. De consequenties van de

ontwerpblok moeten zijn. 24

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* bochtverruiming zijn beperkt. De verplaatsing van de ligplaats is nodig ook zonder bochtverruiming. Gerrit Krolbrug Comité

Wij willen tekst toevoegen met een functionele beschrijving en uitleg van

Bijlage 5

2

Wij ontvangen graag een concrete tekst voor de

de bewonersvariant. Er dient een nieuwe versie van het ontwerpboek te

functionele beschrijving om op te nemen inclusief

komen waar de drie hoogtevarianten grafisch en tekstueel op dezelfde

paginanummer.

wijze gepresenteerd worden. Daarin kan deze beschrijving worden opgenomen. Gerrit Krolbrug Comité

Beide ontwerpboeken worden geïntegreerd.

Bij de 1e bullit staat dat de hellingbaan richting Korreweg eerder begint en Bijlage 5

4

Voor alle varianten is de bochtverruiming het

daardoor een positief effect op de nieuwe weghoogte heeft. Echter, de

startpunt om de locatie van de nieuwe brug te

bewonersvariant heeft geen (nauwelijks) een hellingbaan, daarom is deze

bepalen.

beschrijving van het resultaat van de verschoven vaarweg hier niet relevant en hoort o.i. daarom ook niet thuis in de ontwerpuitgangspunten. Gerrit Krolbrug Comité

Bij de 2e bullit wordt gesteld dat “de uitstulping” komt te vervallen, dit is

Bijlage 5

4

Tekstuele verduidelijking wordt toegevoegd: gaat

echter maar deels waar. De westelijke uitstulping bij de Noordzeebrug

om uitstulping waar huidige landhoofd GKB op

t.g.v. de huidige ligplaatsen blijft gewoon bestaan. Op die plek wordt de

staat.

oorspronkelijke wachtplek ineens de nieuwe oever. Daardoor ontstaat een abrupte knik of sprong van de vaarweg en tevens een plotselinge verbreding van de vaarweg van 54 naar 64 meter. Ten oosten van de GKB ontstaat een nieuwe abrupte knik en uitstulping waar de nieuwe opgeschoven oeverlijn ineens overgaat in de oorspronkelijke. Als gevolg van de verplaatsing van de oevers wordt tweemaal het kanaal plotseling 10 meter breder om vervolgens over enkele honderden meters weer te versmallen naar 54 meter. Gerrit Krolbrug Comité

Bij de 1e bullit staat dat de hellingbaan richting Korreweg eerder begint en Bijlage 5

4

Dit is correct. De ligplaats moet altijd verdwijnen.

6

Wordt aangepast - tekening is een schematische

daardoor een positief effect op de nieuwe weghoogte heeft. Echter, de bewonersvariant heeft geen (nauwelijks) een hellingbaan, daarom is deze beschrijving van het resultaat van de verschoven vaarweg hier niet relevant en hoort o.i. daarom ook niet thuis in de ontwerpuitgangspunten. Gerrit Krolbrug Comité

Op de tekening is niet goed te zien waar de huidige brug en het huidige

Bijlage 5

wegdek ligt. Dat is voor een goed inzicht in de verschillen tussen de

suggestie van verschil tussen huidige brug en de

huidige brug en de bewonersvariant noodzakelijk. Graag vervangen door

variant.

een tekening waarin dit wel goed zichtbaar is. Bijv. door de diverse onderbroken lijnen onderscheidender (bijv. in kleur) te maken en een legenda toe te voegen Gerrit Krolbrug Comité

Zoals aangegeven werden we tijdens het overleg met de stuurgroep 17

Bijlage 5

7

Het plaatje is aangepast. Het gaat overigens niet

juni jl. verrast door middengeleiders in de rijbaan. Wij hebben hier helaas

om een middengeleider, maar om een verhoogde

niet in de ontwerpsessies over kunnen spreken, hoewel wij hebben

overrijdbare middenstrook. Tussen ontwerpboek

gevraagd om het wegprofiel. In de ontwerpsessies gaf het project aan dat

en addendum zit inconsistentie tussen onderste

details als wegprofiel niet in deze fase thuishoren. Op de tekening is deze

afbeelding op pagina 9. Dit wordt aangepast. 25

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* middengeleider overigens niet zichtbaar, alleen een middenstrook van 70 cm. Onze eerste reactie op dit punt is dat deze middengeleiders in ieder geval een geleidelijke overgang moeten hebben, dus geen steile randen, en overrijdbaar moeten zijn. We gaan er van uit dat de beide hoge brugvarianten eenzelfde wegprofiel hebben, we zien dat graag nog in de nieuwste tekeningen van de hoge varianten terug Gerrit Krolbrug Comité

Opmerking: uit deze tekst kan worden opgemaakt dat de fietsstraat

Bijlage 5

8

Korreweg ook zal worden uitgevoerd met een middengeleider.

Dat klopt. Het gaat overigens niet om een middengeleider, maar om een verhoogde overrijdbare middenstrook. Dit wordt in de VOfase verder uitgewerkt.

Gerrit Krolbrug Comité

De tekst “bk. Brugdek 2,33m” onder de tekening is niet duidelijk, graag

Bijlage 5

9

toelichting Gerrit Krolbrug Comité

Bewonersvariant overzicht uitgangspunten: wij hebben voor wat betreft

Wordt aangepast naar bovenkant brugdek 3,30m +NAP en drie rustplateaus

Bijlage 5

11

Wordt toegevoegd.

Bijlage 5

12

Correct, die verbinding ontbreekt in de

de bewonersvariant geen voorkeur voor het type brug. Het is ons niet bekend of dit voor de uitgewerkte tekeningen verschil maakt. Anders bij Brugtype naast tafelbrug ook hefbrug noemen. Gerrit Krolbrug Comité

Het voetpad met trapje naast Wessel Gansfortcollege ontbreekt. Dit is ook het geval op blz. 27, 34 en 36. Verder lijkt de keerwand bij de Stamstraat

visualisatie. Wordt toegevoegd. De keerwand is

iets te ver door te lopen Gerrit Krolbrug Comité

Gerrit Krolbrug Comité

Aansluiting brug op stadzijde, 6e bullit: “er een (groter) hoogteverschil

correct. Bijlage 5

13

bewonersvariant. Het gebouw van Lefier is een

van de bewonersvariant maar het gevolg van de verleende

feit waarmee gerekend wordt in alle varianten.

omgevingsvergunning voordat besluitvorming over de brug bekend was.

Het gebouw is daarmee uitgangspunt voor het

Lefier was op de hoogte van dit risico. Deze tekst aanpassen of weghalen.

bepalen van consequenties.

Hier staat per abuis doorvaarthoogte 4,50m vermeld. In de inleidende

Bijlage 5

14

tekst opnemen: De nieuwbouw van Lefier kan niet maatgevend zijn voor De tekst over de parkeervakken en containers lijkt niet te kloppen. Dit Bijlage 5

Doorvaarthoogte is aangepast in meest recente versie. Voor opmerking over Lefier zie vorig

de beoordeling van de varianten. Gerrit Krolbrug Comité

Dit is een consequentie bij de

ontstaat tussen Korreweg en de nieuwbouw van Lefier”. Dit is geen gevolg

antwoord. 17

De tekst is correct.

13/19

Hierover is met u in de diverse ontwerpsessies

probleem doet zich voor bij de 5,7m variant en o.i. niet bij de 4,5m en 3,0m varianten Gerrit Krolbrug Comité

Wiens wens is het om de St. Eustatiusstraat voor auto’s af te sluiten? Is Bijlage 5 niet duidelijk in de tekst. Het is niet per se een wens bij de bewonersvariant

gesproken en is afgesproken de St.

maar waarschijnlijk is het veiliger als er geen wachtend afslaand

Eustatiusstraat af te sluiten in verband met de

autoverkeer de fietsers kan ophouden. Gerrit Krolbrug Comité

Zie de opmerking bij blz. 7: Wordt er op de Korreweg fietsstraat eveneens Bijlage 5

verkeersveiligheid. 21

De Korreweg tussen de Oosterhamriklaan en de

een (overrijdbare) middengeleider aangebracht? De gehele fietsstraat

Ulgersmaweg wordt op een en dezelfde manier

tussen Oosterhamriklaan en Hunzeboord moet op dezelfde manier worden

ingericht. De verdere invulling van de fietsstraat

uitgevoerd zodat auto’s achter de fietsers blijven en hun snelheid aanpassen

komt in de VO-fase aan de orde. Het gaat 26

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* overigens niet om een middengeleider, maar om een verhoogde overrijdbare middenstrook. Gerrit Krolbrug Comité

De kenmerken en de tekening laten een groot verschil zien in hoogte van

Bijlage 5

23

tot de inpassing in de omgeving. Het

Hoe worden dit soort verschillen in het uiteindelijke ontwerpboek en

ontwerpboek is geen vergelijking maar enkel een

afweegkader inzichtelijk gemaakt en gewogen/beoordeeld? Gerrit Krolbrug Comité

Dit wordt in de afweegnotitie beoordeeld in relatie

de keerwand in de bewonersvariant ten opzichte van de hoge varianten.

De aansluiting van het fietspad op de Ulgersmakade is geen fraaie

beschrijving van de varianten. Bijlage 5

26

Dit wordt in de VO-fase verder uitgewerkt. Voor

oplossing, dit is een veel te scherpe (haarspeld-)bocht voor de fietsers die

nu is aanpassing niet nodig aangezien de bocht

noordwaarts willen. Met behoud van max. 1,75% helling kan het fietspad

zelf niet een rol speelt in de afweging.

langs het erf van Lefier lopen zodat deze bocht flauwer wordt (evt. aansluiting iets noordelijker op het westelijke Heerdenpad). Graag aanpassen Gerrit Krolbrug Comité

De keerwand langs het Heerdenpad is aan de schoolkant vanwege

Bijlage 5

28

Aan beide kanten is gekozen voor een keerwand

eigendomskwestie begrijpelijk maar aan de andere zijde ontstaat een

aangezien een glooiend talud te ingrijpende

ongewenst hoogteverschil met de groenstrook naast het voetpad. Liever

gevolgen heeft (hogere kosten, kappen alle

het glooiende talud langs de Ulgersmaweg doortrekken langs het

aanwezige bomen, etc.)

Heerdenpad. Gerrit Krolbrug Comité

Hier staat per abuis doorvaarthoogte 4,50m vermeld.

Bijlage 5

30,31

Wordt aangepast.

Gerrit Krolbrug Comité

Op deze vogelvlucht impressie haalt een auto een fietser in.

Bijlage 5

35

Ook op een fietsstraat kan een auto een fietser

Dat past niet bij een inrichting als fietsstraat.

inhalen. Dit is niet aangepast

27

Projectgerelateerd

A5

Bijlage 5

17 augustus 2021

Ontwerpboek varianten nieuwe Gerrit Krolbrug

AFWEEGONDERZOEK VARIANTENSTUDIE

BG9965IBRP2108171559

80

MIRT-planuitwerking

Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek BG9965 - definitieve versie - 17.08.2021

RoyalHaskoningDHV

ZJA Zwarts & Jansma Architecten

BoschSlabbers Landschapsarchitecten

INHOUDSOPGAVE

1. Inleiding Achtergrond Gerrit Krolbrug 4 Doel, opgave en afbakening project 5 Projectgebied en opgave 6 Ontwerpboek: variantenstudie Gerrit Krolbrug 7

2. Uitgangpunten Bestuurlijk vastgelegde uitgangspunten 9 Ligging vaarweg 10 Locatie brug 11 Hoogte ne type brug 3.00m 12 Hoogte brug - variant 4.50m 13 Hoogte brug - variant 5.70m 14 Breedte brug 15 Erftoegangsweg/ fietsstraat 16

3. Analyse Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl 18 Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl: kunstwerken 19 Gerrit Krolbrug binnen HLD 20 Unieke historische locatie 21 Landschappelijke hoofdstructuren 22 Stedelijke structuren 23 Verkeer en routing 24 Beschrijving huidige Gerrit Krolbrug 25 Een karakteristiek hybride brugsysteem 26 Conclusie analyse 27

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

4. Visie en Ontwerpuitgangspunten Visie 29 Fietsloopbruggen 30 Architectuur 32 Constructie 34 Type brug 35 Landschap 37 Verkeer 38 Beeldkwaliteit landschap 39 Beeldkwaliteit architectuur 40

5. Variantenstudie brug Variantenstudie brug 42 Variant 1: Doorvaarthoogte van 3.00m met tafelbrug en twee fietsloopbruggen

43

Variant 2: Doorvaarthoogte van 4.50m met tafelbrug en twee fietsloopbruggen

70

Variant 3: Doorvaarthoogte van 4.50m met hefbrug en twee fietsloopbruggen

97

Variant 4: Doorvaarthoogte van 5.70m met tafelbrug en twee fietsloopbruggen

124

Variant 5: Doorvaarthoogte van 5.70m met hefbrug en twee fietsloopbruggen

151

Variant 6: Doorvaarthoogte van 5.70m met tafelbrug zonder fietsloopbrug

178

2/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

1. INLEIDING

• Achtergrond Gerrit Krolbrug • Doel en afbakening project • Projectgebied en opgave • Ontwerpboek: variantenstudie Gerrit Krolbrug

1. INLEIDING

Achtergrond Gerrit Krolbrug

MIRT-Planuitwerking Op 21 februari 2007 heeft Rijkswaterstaat namens de Minister van IenW opdracht gegeven aan de provincies Fryslân en Groningen voor het uitvoeren van een planstudie Vaarweg Lemmer – Delfzijl Fase 2. De planstudie naar de vervanging van de Gerrit Krolbrug in de stad Groningen en het aanpassen van de vaarweg aan weerszijden van de nieuwe brug is hier een onderdeel van. In het BO MIRT 2019 is op 13 november 2019 door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de provincie en gemeente Groningen besloten om binnen de planstudie naar de vervanging van de Gerrit Krolbrug een Afweegonderzoek variantenstudie uit te voeren om zo te komen tot een maakbare voorkeursvariant. Deze aanpak is vastgesteld in de stuurgroep drie Groninger bruggen (Rijkswaterstaat, Ministerie Infrastructuur en Waterstaat, gemeente Groningen en provincie Groningen) en moet leiden tot: • Een voorkeursvariant voor de inrichting van de vaarweg en voor de nieuwe brug die bestuurlijk, financieel, technisch en juridisch realiseerbaar is en gedragen wordt door de omgeving; • Het vastleggen en onderbouwen van de voorkeursvariant voor de inrichting van de vaarweg en de nieuwe brug in een projectbeslissing.

Afweegonderzoek variantenstudie Tijdens het BO-MIRT van 13 november 2019 is ook het Bestuurlijk VoorkeursAlternatief (BVA 2019) vastgesteld. Mogelijke varianten voor de Nieuwe Gerrit Krolbrug binnen het BVA 2019 zijn opgebouwd uit vier ontwerpblokken: weginrichting, aantal en positie van de fiets-loopbruggen, type brug en doorvaarthoogte. Daarbij hebben de ontwerpblokken type brug en doorvaarthoogte nauwe samenhang met nautische veiligheid. De combinatie van de ontwerpblokken resulteert in 15 mogelijke varianten voor de nieuwe Gerrit Krolbrug binnen het BVA 2019. Er is een proces doorlopen om vanuit de 15 mogelijke varianten een aantal kansrijke varianten te selecteren op basis van de uitwerkingen van de ontwerpblokken. De voorkeursvariant voor de inrichting van de vaarweg vormde uitgangspunt voor alle varianten voor de nieuwe Gerrit Krolbrug. Dit proces, de uitwerking van de varianten en de selectie van de voorkeursvariant is verwoord en verbeeld in de rapportage “MIRT-Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Afweegonderzoek variantenstudie, definitieve versie van 17 augustus 2021”. In opdracht van het DirectoraatGeneraal Luchtvaart en Maritieme zaken (DGLM) aan RWS en met

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

instemming op 13 november 2019 van de stuurgroep drie Groninger bruggen, worden binnen het BVA 2019 twee varianten onderzocht voor de doorvaarthoogte van het beweegbare deel van de nieuwe Gerrit Krolbrug: • 4,00 meter Maatgevende HoogWaterstand voor de Scheepvaart (MHWS), in gesloten toestand, na optreden bodemdaling; • 5,50 meter MHWS, in gesloten toestand, na optreden bodemdaling.

“MIRT-Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug - Afweegonderzoek variantenstudie 17 augustus 2021”.

Er zijn twee correcties uitgevoerd op de hoogte: een uniformiteitscorrectie voor minimale doorvaarthoogte om het beweegbare deel van de nieuwe Gerrit Krolbrug gelijk te maken met de bruggen van Aduard en Dorkwerd en een correctie voor optredende bodemdaling. Na toepassing van deze correcties zijn in het Afweegonderzoek variantenstudie de volgende twee doorvaarthoogtes onderzocht, passend binnen het BVA 2019: • 4,50 meter MHWS; • 5,70 meter MHWS.

De gemeenteraad van Groningen heeft het college per motie op 7 oktober 2020 opgeroepen alsnog de

Bewonersvariant In 2020 heeft het Gerrit Krolbrug Comité (GKB-C), waarin bewonersorganisaties Hunze Van Starkenborgh en Beijum en het wijkoverleg Korrewegwijk zijn vertegenwoordigd, een variant ingediend als alternatief voor de varianten horende bij het BVA 2019; de Bewonersvariant.

Bewonersvariant als te onderzoeken variant op te nemen in de MIRTPlanuitwerking. Op 7 december 2020 heeft de Tweede Kamer, middels de motie Lacin c.s., de regering verzocht gehoor te geven aan de oproep van omwonenden en verschillende organisaties om varianten voor een lagere brug op te nemen als mogelijkheid voor verdere uitwerking in de MIRT-Planuitwerking. Naar aanleiding van beide moties is door de stuurgroep drie Groninger bruggen besloten om de Bewonersvariant in het Afweegonderzoek variantenstudie op te nemen en op dezelfde wijze te

onderzoeken als de varianten binnen het BVA 2019. De ontwerpen van de Bewonersvariant uit het ontwerpboek zijn gebruikt bij de beoordeling van de varianten. De kansrijke varianten binnen het BVA 2019 plus de Bewonersvariant zijn integraal beoordeeld op basis van het afweegkader. In het afweegkader zijn alle relevante beoordelingsaspecten opgenomen die van belang zijn om een goede inhoudelijke afweging te kunnen maken en een voorkeursvariant te bepalen.

De varianten binnen het BVA 2019 zijn uitgewerkt in het voorliggende “Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek 17 augustus 2021”. De uitwerkingen uit het Ontwerpboek zijn gebruikt bij de afweging van de diverse varianten. De afweging van de varianten is beschreven in de rapportage

4/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

1. INLEIDING

Doel, opgave en afbakening project

Het doel van het project Vervanging Gerrit Krolbrug is:

Het doel van de MIRT-planuitwerking is:

Afbakening planuitwerkingsfase:

Ontwerpboek variantenstudie:

•

•

In deze paragraaf wordt het doel van de planuitwerkingsfase uitgewerkt in een gefaseerde projectaanpak.

Doel van het ontwerpboek variantenstudie: • Het ontwerpboek variantenstudie is bedoeld om de basisprincipes en de belangrijkste effecten van de verschillende varianten middels grafische weergave in beeld te brengen • De varianten betreffen functionele ontwerpen die inzichtelijk maken welke kansen en problemen er ontstaan en welke opgaven er liggen bij verdere uitwerking. • De varianten in het ontwerpboek leggen o.a. de basis voor de Afweegnotitie waarin de verschillende varianten tegen elkaar afgewogen worden. • Het ontwerpboek draagt door de visuele kracht bij aan het nemen van een beslissing t.b.v. de voorkeursvariant. • Na keuze van de voorkeursvariant zal deze verder uitgewerkt worden in het VO (fase 3).

•

•

Het vervangen van de beweegbare Gerrit Krolbrug inclusief twee vaste fietsloopbruggen door een variant passend binnen het bestuurlijk voorkeursalternatief passende binnen de functionaliteit van een klasse Va vaarweg (zie uitgewerkte functionaliteit in programmaplan Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl); Het realiseren van een bochtverruiming in de vaarweg opdat het kanaal in breedte, bochtstraal en onderwaterprofiel voldoet aan de vastgelegde functionaliteit; Het inpassen van de aanlandingen van de Gerrit Krolbrug binnen de bestaande bebouwde omgeving.

•

•

•

Het komen tot een voorkeursvariant die bestuurlijk, financieel, technisch en juridisch realiseerbaar is en gedragen wordt door de omgeving; Het vastleggen en onderbouwen van de voorkeursvariant in een dossier ten behoeve van de projectbeslissing inclusief voortoets en gate-review; Het opstellen van de juridische producten ten behoeve van de projectbeslissing. Dit zijn onder andere het projectplan waterwet, M.e.r.-beoordeling en bestemmingsplan; Het zo veel mogelijk parallel uitvoeren van alle voorbereidende werkzaamheden voor de realisatie.

De volgende fasen worden onderscheiden: • Fase 1: Analyse planstudie en opgeleverde gegevens provincie Groningen; • Fase 2: Uitvoeren variantenstudie bestuurlijk voorkeursalternatief; • Fase 3: Integrale voorkeursvariant inclusief voorontwerp; • Fase 4: Besluitvormingsproces voorkeursvariant en projectbeslissing; • Fase 5: Voorbereiding realisatie (Esthetisch Programma van Eisen (EPvE) en Groen Programma van Eisen (GPvE)). Dit ontwerpboek is onderdeel van fase 2.

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

5/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

-0.20 -0.02

1. INLEIDING

-0.22

Hunzedijk

-0.19

Projectgebied en opgave -0.23 0.40+

EIGENDOM 'VERENIGING VOOR CHRISTELIJK ONDERWIJS LIUDGER'

0.05-

0.35+

rd oo b e nz u H

0.33+

0.00

0.35+ 0.32+

0.46+

Binnen deelproject 1 dient voor de volgende raakvlakken een optimale variant ontwikkeld te worden: • De aansluiting van het fietspad richting Ulgersmakade: afsluiten of realiseren alternatief; • De aansluiting Ulgersmaweg; realiseren van een verkeersveilige oplossing en onderzoeken of kruising verplaatst kan worden; • Aansluiting Sint Eustatiusstraat en Westindischekade: afschalen naar aansluiting alleen voor fietsers; • Aansluiting Antillenstraat: onderzoek naar volledige aansluiting meenemen.

0-

0.23+

0.75+

0.81+

1.13+

0.57+

0.92+

0.40+

0.75+

l

EIGENDOM LEFIER 1.25+

1.83+

1.15+

1.4

0.50+

(ka de )

0.90+

0.33+

0.63+

P

Sta rke nb org hka naa

0.50+

0.50+

0.40+

EIGENDOM P.J. ONNES

EIGENDOM ENEXIS

EIGENDOM STICHTING NIJESTEE (GRON)

0.78+

1.21+ 1.84+

1.93+ 1.57+

1.96+

2.12+

weg Ulgersma

0.75+

0.70+

1.35+

0.87+ 0.74+

1.10+

0.25+

We stin dis che kad e

WP 0.700.77+

rrit

0.40+

Kro lbr ug

2.38+

EIGENDOM OFFRINGA ONROEREND GOED

0.80+

WP 0.70-

Ge

1.20+

1.30+

1.10+ 1.30+

Op basis van het gewijzigde voorkeursalternatief, zijn er nog mogelijkheden waar naar gekeken moet worden. Dit zijn: • de soort brug (hefbrug versus tafelbrug); • de locatie van de fietsbruggen (aan beide zijden, enkel links of enkel rechts); • de optimalisatie van de doorvaarthoogte naar de doorvaarthoogte conform Richtlijnen vaarwegen (5.50m MHWS na correctie voor toekomstige bodemdaling, in plaats van 4.25m MHWS na correctie voor toekomstige bodemdaling).

St

2.74+

1.46+

Eu sta tius s 1.38+

1.31+

1.15+

1.50+

1.46+

EIGENDOM LEFIER

4.15+

tra at

1.77+

Lefier =1.15+

1.83+ 1.74+

1.70+

1.70+

1.15+

1.47+ 1.37+

1.49+

1.62+

An tille n

1.60+

g

Het studiegebied van deelproject 1 kent de volgende begrenzing: • kruising Korreweg – Oosterhamriklaan; • aansluiting AntillenstraatKorreweg; • aansluiting Westindischekade/Sint Eustatiusstraat – Korreweg; • aansluiting Hunzeboord op Ulgersmaweg; • aansluiting Heerdenpad op Ulgersmaweg Het projectgebied wordt per variant aangepast aan het invloedsgebied van de desbetreffende variant, dit kan groter en kleiner uitvallen het studiegebied uitvraag.

Deelproject 2 beslaat het realiseren van de nieuwe Gerrit Krolbrug als nieuwe beweegbare oeververbinding. In het bovenaanzicht omvat het studiegebied van deelproject 2 het beweegbaar deel inclusief de landhoofden, rijijzers en stootplaten alsook de oeverconstructies onder het beweegbare deel. Voor de effectieve verkeersruimte op het beweegbare deel wordt uitgegaan van maximaal 7.20meter (exclusief voetpaden) passende bij een fietsstraat. Dit sluit aan op het plan van de Korreweg als fietsstraat.

Ulg ers ma we g

Ko rre we

Het ontwerpboek bevat de resultaten van onderzoek naar deelproject 1 en 2 conform vraagspecificatie:

Van

W

He erd enp ad

0.27+

1.48+

0.88+ 1.36+

P-gar

stra at

EIGENDOM LEFIER

1.38+

ca. 3.00+

1.23+

Oo ste rha mr ikla an

1.28+ 1.23+

0.97+

1.06+

1.10+

1.12+

1.04+

Ve

EIGENDOM LEFIER

0.93+ 0.98+

project 0.95+

0.89+

onderwerp

0.95+

opdrachtgever datum

0.89+

bestandsnaam 0.82+

Projectgebied conform Vraagspecificatie 0.67+

Projectgebied zoals aangeduid in de Vraagspecificaties (16 jan 2020)

0.50+

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

6/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

Middelburg Oude Vlissingseweg 1 4336 AA Middelburg 0118-592288 middelburg@bsla.nl boschslabbers.nl

1. INLEIDING

Ontwerpboek: variantenstudie Gerrit Krolbrug Design loop 3

Design loop 4

Inpassing vaarweg

Doorvaarthoogte Inpassing aansluitende infrastructuur

Aantal en positie fietsbruggen

Type brug

Integrale afweging

Overzicht van de Design loops in Fase 2

Design Loop 1 (Deelproject 3) Vaarwegverruiming, zichtlijnen scheepvaart, wachtvoorziening scheepvaart, ligplaats Ulgersmakade

Design Loop 2 (Deelproject 1 en 2) Doorvaarthoogte, impact op aanlanding (alignement), inpassing, omgeving en aansluitende infrastructuur

m

m

7

5,

4,

Het plangebied is in deze fase in drie deelprojecten verdeeld (aansluitende wegen, Gerrit Krolbrug en vaarweg), die door middel van vijf opeenvolgende design loops zijn bestudeerd. Deze design loops hebben zich gewijd aan de thema’s: • inpassing vaarweg, • doorvaarthoogte, • aantal/positie fietsloopbruggen, • type brug (tafel of hefbrug)

Design loop 2

5

Het ontwerpboek gaat in op het schetsontwerp van de Gerrit Krolbrug en maakt onderdeel uit van Fase 2 van het project MIRT planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug te Groningen.

Design loop 1

ge

Design Loop 3 (Deelproject 1 en 2) s rech t

ee

en

fie t

één

tw

rech t één

ee

le

en

tw

(al

ge

links

Aantal en positie fietsbruggen, impact op inpassing, omgeving en aansluitende infrastructuur

één

s

en

links één

Het ontwerpboek is gebruikt bij de beoordeling van de kansrijke varianten in de Afweegnotitie. Dit betreft 5 varianten binnen het BVA 2019 plus de bewonersvariant. Deze 6 kanrijke varianten zijn in het ontwerpboek verder uitgewerkt.

se

rs

op

br

ug

)

9

10 11

tafelbru g

g tafelbru

8

tafelbru g

tafelbru g

g tafelbru

tafelbru g

7

12 13

tafelbrug

6

hefbrug

5

hefbrug

4

hefbrug

3

hefbrug

2

hefbrug

1

hefbrug

hefbrug

Type brug, impact op ruimtelijke inpassing, omgeving en functionaliteit

tafelbru g

Design Loop 4 (Deelproject 2)

14

15

Integrale afweging

Aanpak tot de eventuele varianten d.m.v. design loops

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

7/204

1-15

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

2. UITGANGSPUNTEN

• Bestuurlijk vastgelegde uitgangspunten • Ligging vaarweg • Locatie brug • Hoogte brug • Breedte brug • Erftoegangsweg / fietsstraat

3.

2. UITGANGSPUNTEN

Het zo veel mogelijk parallel uitvoeren van alle voorbereidende werkzaamheden voor de realisatie.

Rijkswaterstaat Noor Nederland

De aanpak bestaat uit de volgende stappen:  Uitvoeren variantenstudie bestuurlijk voorkeursalternatief;  Bepalen integrale voorkeursvariant inclusief voorlopig ontwerp;  Besluitvormingsproces voorkeursvariant (gemeenteraad en minister) en opstellen projectbeslissing;  Voorbereiding realisatie.

Bestuurlijk vastgelegde uitgangspunten

Datum 23 maart 2020

Het uitgangspunt voor de variantenstudie is het volgende bestuurlijke voorkeursalternatief (BVA). Dit kent de volgende uitgangspunten, afgezet tegen de huidige brug en het BVA van 2017: Op 31 maart 2020 is er een besluitvormingsmoment geweest voor het vastleggen van hoofdmaten van de brug. De toen besloten uitgangspunten staan in deze tabel onder de kolom ‘BVA 2019’ weergegeven.

Uitgangspunten

Specifiek wordt in de komende bladzijdes door middel van een rood sterretje (*) verwezen naar gegevens uit de uitgangspuntennotitie om aan te geven welke gegevens een bestuurlijk geaccordeerde status hebben.

Minimale doorvaarthoogte MHWS

BVA 2017

BVA 2019

Delta 1719

Doorvaartbreedte

21,8

54

54

0

Minimale doorvaarthoogte MHWS

2,33

4,0

4,0

0

oneindig

9,1

9,1

0

6,91

9,1

9,1

0

Breedte brug

8

16

11,2

-4,8

Breedte fietsloopbruggen

2,5

2,5

2,5

0

Wegbreedte

5,0

6,0

7,20

+1,2

Voetpad (tweezijdig)

1,50

1,00

1,50

+1,0

Fietspad (tweezijdig)

0

2,50

0

-5,0

na optreden bodemdaling (gesloten) na optreden bodemdaling (open) Minimale doorvaarthoogte fietsloopbruggen MHWS na optreden bodemdaling

NB aanpassing uitgangspunten: • Het uitgangspunt voor trottoirbreedte is 2.00m incl. opsluiting. • Uitgangspunt voor hellingpercentages betreft 2% voor de hogere variant en 2,5% voor de lage variant. Dit is tijdens de design loops besproken en vastgelegd. (BG9965TPMI2011301512 verslag 2e interne sessie, d.d. 17-09-2020)

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

Huidige brug

Constructie/overig weg

-

3,00

1,00

-2,0

Helling auto’s

-

5,0%

5,0%

0

Helling fietsers

-

2,5%

2,5%

0

Historisch overzicht besluitvorming en uitgangspunten nieuwbouw Gerrit Krolbrug 31 maart 2020

In de variantenstudie wordt gekeken hoe de inrichting van de weg op de brug, uitgaande van een erftoegangsweg zo goed mogelijk kan worden vormgegeven.

9/204

5 BVA Gerrit Krolburg in relatie tot andere bruggen op het Van Starkenborghkanaal en vastgelegde functionaliteit In het Eindrapport planstudie Gerrit Krolbrug spoor A uit 2017 (en 2015) worden de volgende argumenten gegeven waarom de brug niet op de huidige hoogte kan blijven en tenminste 4 meter moet zijn: Pas vanaf doorvaarthoogtes van 4 meter zal het merendeel van de recreatievaart alsmede een beperkt deel van de beroepsvaart gefaciliteerd kunnen worden zonder brugopening, en zal er een merkbaar positief effect ontstaan ten opzichte van het huidig aantal brugopeningen; Het benodigd aantal brugopeningen per dag is zodanig groot dat er druk ontstaat op het scheepvaartbelang ten aanzien van een vrije doorvaart, MIRT Planuitwerking waardoor het risico op vertraging in de doorstroming van het Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen scheepvaartverkeer te groot wordt.

-0.20

2. UITGANGSPUNTEN

-0.02 -0.22

Ligging vaarweg -0.19

-0.23 0.40+

0.05-

0.35+ 0.33+

0.00

0.35+ 0.32+

0.46+

0.50+

0.50+

0.57+

0.92+

Nie

uw

e lo

cat

1.10+

0.40+

0.78+

1.21+

e lo

ie o

0.50+

1.25+

1.83+

1.15+

uw

Dit heeft als resultaat: • dat de zuidelijke oever rondom de brughoofd ca. 10m naar het noorden opschuift. De hellingbaan richting de Korreweg begint hiermee eerder en heeft een positief effect op de nieuwe weghoogte bij aansluiting op woningen. Aan beide zijden van de brug wordt de afstand tot de huidige kanaaloever geleidelijk minder. • dat de uitstulping rondom de aanlanding van de Gerrit Krolbrug aan de noordzijde komt te vervallen. • de er een nieuwe locatie voor de ligplaatsen moet worden gezocht buiten het projectgebied

0.40+

0.75+

Nie

1.4

0-

0.23+ 0.75+

0.81+

1.13+

0.90+

0.33+

0.63+

P

Als resultaat van design loop 1 (zie Afweegnotitie) wordt de vaarweg 54m breed en ca. 10m opgeschoven in noordelijke richting.

W

0.27+

1.84+

cat

ie o

1.93+ 1.57+

1.96+

0.75+

2.12+

0.70+ 1.35+

eve

0.87+ 0.74+

r

2.38+

eve

r

0.25+

0.80+

WP 0.700.77+ 0.40+ 1.20+ WP 0.70-

1.30+

1.10+ 1.30+

1.38+ 1.31+

2.74+

1.46+

1.15+ 4.15+

1.50+ 1.46+

1.77+ Lefier =1.15+ 1.83+ 1.74+

1.70+

1.15+

1.70+

1.47+ 1.37+

1.49+

1.62+

1.60+ P-gar

1.48+

1.38+ ca. 3.00+

0.88+ 1.36+ 1.23+ 1.28+ 1.23+ 0.97+

1.06+

1.10+

1.12+

1.04+

Ve

0.93+ 0.98+

project 0.95+

0.89+

onderwerp

0.95+

opdrachtgever datum

0.89+

bestandsnaam 0.82+

Nieuw locatie vaarweg rondom Gerrit Krolbrug

13 oktober 2020

BG9965TPNT2005070817 – Advies vaarweg – v3.0

13/37

0.67+

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

0.50+

10/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

Middelburg Oude Vlissingseweg 1 4336 AA Middelburg 0118-592288 middelburg@bsla.nl boschslabbers.nl

-0.20

2. UITGANGSPUNTEN

-0.02 -0.22

Locatie brug -0.19

-0.23 0.40+

0.05-

0.35+ 0.33+

0.00

0.35+ 0.32+

0.46+

0.23+

0-

hu nie idige b uw e b rug rug 0.50+

0.75+

0.81+

1.13+

0.90+

0.33+

0.63+

0.92+

1.21+ 1.84+

0.57+

0.40+

0.75+ 0.50+

1.25+

1.83+

1.15+

As

1.93+ 1.57+

As

1.96+

1.4

0.50+

P

De nieuwe brug wordt uitgelijnd op de as van de Korreweg en het Heerdenpad. In de huidige situatie ligt deze ter hoogte van de brug net buiten de as.

W

0.27+

0.40+

0.78+

0.75+

2.12+

0.70+ 1.35+

0.87+ 0.74+

2.38+

1.10+

0.25+

0.80+

WP 0.700.77+ 0.40+ 1.20+ WP 0.70-

1.30+

1.10+ 1.30+

1.38+ 1.31+

2.74+

1.46+

1.15+ 4.15+

1.50+ 1.46+

1.77+ Lefier =1.15+ 1.83+ 1.74+

1.70+

1.15+

1.70+

1.47+ 1.37+

1.49+

1.62+

1.60+ P-gar

1.48+

1.38+ ca. 3.00+

0.88+ 1.36+ 1.23+ 1.28+ 1.23+ 0.97+

1.06+

1.10+

1.12+

1.04+

Ve

0.93+ 0.98+

project 0.95+

0.89+

onderwerp

0.95+

opdrachtgever datum

0.89+

bestandsnaam 0.82+

Uitlijnen nieuwe Gerrit Krolbrug op Korreweg en Heerdenpad

Middelburg Oude Vlissingseweg 1 4336 AA Middelburg 0118-592288 middelburg@bsla.nl

0.67+

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

0.50+

11/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

boschslabbers.nl

Doorvaarthoogte brug - variant 3.00m

3000 6700

9700

2. UITGANGSPUNTEN 1.75%

1.75%

-700 +NAP

(en type brug)

• •

• •

3000 6700

1.75%

1.75%

-700 +NAP *

54000 *

Profiel brug dichte toestand Schaal 1:500

Minimale doorvaarthoogte MHWS in gesloten of open toestand

2.8m (gesloten)

9.1m (open)

Uniformiteitstoeslag HLD (zie memo ugp en historie)

-

0.4m = 9.5m

Bodemdaling

afgerond 0.2m = 3.0m afgerond 0.2m = 9.7m

Toeslag voor zetting

0

0

MHWS scheepvaart

-0.7

-0.7

3000 6700

• •

3000 6700

•

9700

•

Hoogwaterniveau -0.70 N.A.P. Doorvaarthoogte brug gesloten toestand 3.00 m t.o.v. MHWS Uitgangspunt is behoud hoogte bovenzijde brugdek Aanname brugdikte 0.80m -1.00m, gerekend met 1.00m Bovenzijde brugdek 3.30m N.A.P. Doorvaarthoogte fietsloopbruggen op 9.70m MHWS Aaname brugdikte fietsloopbruggen 0.50m Vanuit RWS is er een voorkeur voor een tafelbrug i.v.m. uniformiteit, beheer & onderhoud en landschappelijke inpassing. Vanuit bewoners is geen sterke voorkeur voor een type brug. Er wordt uitgegaan van een tafelbrug Zie onderstaand schema voor nadere specificaties

9700

• •

9700

54000

1.75%

1.75%

-700 +NAP *

Profiel brug open toestand Schaal 1:500 1.75%

54000 * 1.75%

-700 +NAP

54000 Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

12/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

9700

2. UITGANGSPUNTEN

Doorvaarthoogte brug - variant 4.50m

4500 5200

3000

3000

2.5%

2.5%

-700 +NAP

• • • • •

9700

• •

*

Hoogwaterniveau -0.70 N.A.P. Doorvaarthoogte brug gesloten toestand 4.50m t.o.v. hoogwaterniveau Aanname brugdikte 0.80m -1.00m, gerekend met 1.00m Bovenzijde brugdek resulteert in 4.80m N.A.P. Doorvaarthoogte fietsloopbruggen op 9.70m Aaname brugdikte fietsloopbruggen 0.50m Zie onderstaand schema voor nadere specificaties

4500 5200

3000 2.5%

3000

54000

2.5%

*

*

-700 +NAP

*

54000 *

Profiel brug dichte toestand Schaal 1:500

Toeslag voor zetting (brug word dus hoger aangelegd dan 4.5m, 5.7m of 9.7m) MHWS scheepvaart

4.0m (gesloten)

5.5m (gesloten)

9.1m (open)

9700 4500 5200

3000

Bij ons bekende minimale doorvaarthoogte MHWS in gesloten of open toestand Uniformiteitstoeslag HLD (zie memo ugp en historie) Bodemdaling

*

* 0.36m, afgerond 0.3m = 4.3m 0.17m, afgerond 0.2m = 4.5m 0

n.v.t.

0.4m = 9.5m

0.17m, afgerond 0.2m = 5.7m 0

0.17m, afgerond 0.2m = 9.7m 0

‐0.7

‐0.7

‐0.7

3000

2.5% *

2.5%

*

-700 +NAP *

3000 9700 4500 5200

*

3000

54000 *

Profiel brug open toestand 2.5% Schaal 1:500

2.5%

-700 +NAP

54000

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

13/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

9700

2. UITGANGSPUNTEN

Doorvaarthoogte brug - variant 5.70m

5700 4000

3000

3000

-700 +NAP

• • • • •

9700

• •

Hoogwaterniveau -0.70 N.A.P. Doorvaarthoogte brug gesloten toestand 5.70m t.o.v. hoogwaterniveau Aanname brugdikte 0.80m -1.00m, gerekend met 1.00m Bovenzijde brugdek resulteert in 6.00m N.A.P. Doorvaarthoogte fietsloopbruggen op 9.70m Aaname brugdikte fietsloopbruggen 0.50m Zie onderstaand schema voor nadere specificatie

5700 4000

3000

*

2%

2%

3000

54000 2% *

2% *

*

-700 +NAP*

54000*

Profiel brug dichte toestand Schaal 1:500

Toeslag voor zetting (brug word dus hoger aangelegd dan 4.5m, 5.7m of 9.7m) MHWS scheepvaart

4.0m (gesloten)

5.5m (gesloten)

9.1m (open)

* 0.36m, afgerond 0.3m = 4.3m 0.17m, afgerond 0.2m = 4.5m 0

n.v.t.

0.4m = 9.5m

0.17m, afgerond 0.2m = 5.7m 0

0.17m, afgerond 0.2m = 9.7m 0

‐0.7

‐0.7

‐0.7

9700

Bij ons bekende minimale doorvaarthoogte MHWS in gesloten of open toestand Uniformiteitstoeslag HLD (zie memo ugp en historie) Bodemdaling

5700 4000

3000

3000 2% *

2% *

*

-700 +NAP*

5700 4000

9700

3000

54000*

3000

Profiel brug open toestand 2% Schaal 1:500

2%

-700 +NAP

54000

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

14/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

Twee fietsloopbruggen

Wegbreedte: 7.20m Breedte voetpad (tweezijdig): 2.00m (inclusief evt. trottoirbanden) Nuttige breedte van de fietsloopbruggen: 2.50m

*

9700

*

4500

•

54000

• •

NB. nuttige breedte is gedefinieerd als de breedte tussen de balustrades.

Dwarsdoorsnede Schaal 1:200

2500

1200 2000 250 3000

700

3000 250 2000 1200

2500

1200 2000

7200

2000 1200

-700 +NAP*

2500

2500

3000

9700

Aangezien de doorvaarthoogte voor het hoofdprincipe en de breedte van de trappen niet uitmaakt, staat hier de plattegrond en de dwarsdoorsnede van de lagere variant weergegeven. Deze uitgangspunten zijn allemaal ook toepasbaar op de hogere variant.

Fiets-/loopbrug

Breedte brug

beweegbare brug

Fiets-/loopbrug

2. UITGANGSPUNTEN

1200 2000250 3000

700

3000 250 20001200

2500 9700

2500

4500

Plattegrond Schaal 1:200

-700 +NAP

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

15/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen -700 +NAP

2. UITGANGSPUNTEN

Erftoegangsweg fietsstraat

Uitgangspunt voor herinrichting van de Korreweg is een erftoegangsweg ingericht als fietsstraat, waar automobilist en fietser gebruikmaken van dezelfde rijbaan. Er wordt hierbij uitgegaan van gelijke maatvoering als op de brug: • Rijbaanbreedte 7.20m • Breedte voetpad (tweezijdig): 2.00m (inclusief opsluiting)

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

16/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

3. ANALYSE • Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl (HLD) • Gerrit krolbrug binnen HLD • Unieke historische locatie • Landschappelijke hoofdstructuren • Stedelijke structurenProfielen • Verkeer en routing • Conclusie Analyse landschap • Beschrijving Gerrit Krolbrug • Een karakteristiek hybride brugsysteem

3. ANALYSE

Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl

Eén van de belangrijkste beleidsstukken die effect hebben op de ruimtelijke inpassing en kwaliteit van de nieuwe Gerrit Krolbrug over het Van Starkenborghkanaal is het document ‘Hoofdvaarweg LemmerDelfzijl - inpassingsvisie’. Deze inpassingsvisie beschrijft de ruimtelijke inpassing van de gehele hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl.

HOOFDVAARWEG LEMMER-DELFZIJL I N PA S S I N G S V I S I E - E I N D C O N C E P T

In het ontwerpboek worden de onderdelen benoemd die van belang zijn voor het inpassen van de nieuwe Gerrit Krolbrug en de aanpassing van de vaarweg en omgeving.

20 juli 2020

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

18/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

3. ANALYSE

Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl : Kunstwerken langs de HLD vanuit de inpassingsvisie HLD

Zoals al beschreven in de inleiding, maken het Van Starkenborghkanaal en de Gerrit Krolbrug onderdeel uit van de Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl (HLD). De HLD is een belangrijke schakel in het vaarroutenetwerk van Nederland. Deze vaarroute wordt opgewaardeerd om een veilige en duurzame doorvaart mogelijk te maken voor schepen van klasse Va/ RWS klasse M8 (Maatgevend Groot Rijnschip). Bij de opwaardering van de Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl worden langs de gehele vaarweg verschillende projecten aangepast. Om de ruimtelijke kwaliteit in al deze projecten te kunnen borgen en omwille van de samenhang is er een overkoepelende inpassingsvisie in opdracht van Rijkwaterstaat (RWS) opgesteld. Het doel van de inpassingsvisie is een zorgvuldige ruimtelijke inpassing en vormgeving van de voorgenomen maatregelen en het realiseren van meerwaarde voor de omgeving. De inpassingsvisie geeft het gewenste ruimtelijke streefbeeld weer van de drie kanalen die samen de HLD vormen. Ook de aanpassingen aan het Van Starkenborgh kanaal en de nieuwe

Gerrit Krolbrug vallen binnen deze inpassingsvisie. De belangrijkste kaders en uitgangspunten uit dit document, specifiek van toepassing op het ontwerp van het kunstwerk van de nieuwe Gerrit Krolbrug worden in het ontwerpboek herhaald.

40

Prinses Margriettunnel 1976

Prinses Margriettunnel 1976

Aquaduct Mid-Fryslan 1993

Aquaduct Mid-Fryslan 1993

Fonejachtbrug 2005

Brug Burgumerdaam 2015

Fonejachtbrug 2005

Brug Burgumerdaam 2015

Brug Kootstertille 1950

Brug Kootstertille 1950

Brug Blauwverlaat 1984

Brug Blauwverlaat 1984

Sluis Gaarkeuken 1975

Sluis Gaarkeuken 1975

Tafelbrug Dorkwerd 2013 1.

Hoge vaste bruggen en basculebruggen

2.

Boogbruggen

3.

Ophaalbruggen

4.

Tafelbruggen en draaibruggen

5.

Aquaducten

6.

Sluiscomplexen

Tafelbrug Zuidhorn 2017

Prinses Margrietsluis 1952

Brug Gaarkeuken 1980 Sluis Terherne1950

Brug Gaarkeuken 1980

Paddepoelsterbrug 2018 *

Paddepoelsterbrug 2018 *

*

*

Niet meer aanwezig

Niet meer aanwezig

Tafelbrug Aduard 2018

Sluis Terherne1950 Tafelbrug Aduard 2018

Gerrit Krolbrug 1936 Prinses Margriet brug 1995 Hendrik Bulthuis Aquaduct 2014

Prinses Margriet brug 1995 Hendrik Bulthuis Aquaduct 2014

Spoorbrug Grou 2001

Woldbrug 1967

Driebondsbrug 1996

Bloemhofbrug 1967

Spoorbrug Zuidhorn 2017

Spoorbrug Zuidhorn 2017 Spoorbrug Grou 2001

Brug Oude Schouw 1951

Gerrit Krolbrug 1936

Woldbrug 1967

Zeesluis Farmsum 1958 inclusief twee bruggen

Zeesluis Farmsum 1958 inclusief twee bruggen

Brug Schuilenburg, bj. onbekend

Brug Schuilenburg, bj. onbekend Brug Oude Schouw 1951

Dit geeft goed de eenheid, maar ook zeker verscheidenheid weer van de verschillende kunstwerken.

Driebondsbrug 1996 Walfridusburg 2000

Bloemhofbrug 1967

Brug Stroobos 2006Walfridusburg 2000

Vaste brug Zuidhorn 2015

Brug Stroobos 2006

Noordzeebrug 2012

Vaste brug Zuidhorn 2015

Brug Uitwellingerga 1939

Noordzeebrug 2012 Brug Eibersburen 2008

Brug Eibersburen 2008

Busbaanbrug 1985

Busbaanbrug 1985

IJSSELMEER

IJSSELMEER

PRINSES MARGRIETKANAAL

PRINSES MARGRIETKANAAL

Eelwerderbrug 1992

Borgbrug 1967

Oostersluis 1990 inclusief twee bruggen

Brug Spannenburg 1950

Brug Spannenburg 1950

Borgbrug 1967

Oostersluis 1990 inclusief twee bruggen

Brug Uitwellingerga 1939

Specifiek voor het Van Starkenborgh kanaal worden de volgende kaders meegegeven: ‘Te zien is dat er per kanaal een paar dominante brugtypen te onderscheiden zijn, die mede de identiteit van het kanaal bepalen. Denk aan de kenmerkende ophaalbruggen bij het Eemskanaal, de hoge basculebruggen van het Prinses Margrietkanaal en de tafelbruggen op het Van Starkenborghkanaal. ‘

Tafelbrug Dorkwerd 2013

41

Tafelbrug Zuidhorn 2017

Prinses Margrietsluis 1952

In de inpassingsvisie is een overzicht weergegeven van kunstwerken over de gehele Hoofdvaarweg LemmerDelfzijl.

R U I M T E L I J K E A N A LY S E

H+N+S · Hoofdvaarweg lemmer-delfzijl

VAN STARKENBORGHKANAAL

VAN STARKENBORGHKANAAL

EEMSKANAAL

Eelwerderbrug 1992

EEMSKANAAL

EEMS

EEMS

Inpassingsvisie Hoofdvaarweg Lemmer - Delfzijl, Hoofdstuk 2.8 blz. 41

en: ‘Op lokaal niveau zijn er vervolgens een aantal specifieke opgaven die op zichzelf staan, zoals de Gerrit Krolbrug in de binnenstad van Groningen.’

Afweegonderzoek variantenstudie, onderdeel ontwerpboek

19/204

MIRT Planuitwerking Vervanging Gerrit Krolbrug Groningen

3. ANALYSE

Gerrit Krolbrug - binnen de HLD

In de inpassingsvisie (versie 20 juli eindconcept) worden vier leidende principes op de ruimtelijke kwaliteit van de hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl weergegeven.

1. Blik van de schipper

2. Identiteit en verscheidenheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4294/documents/64075