CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Afweegonderzoek bijlagen 1van2 Memo historische besluiten en uitgangspunten GKB.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 22 september 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 4: Bewonersvariant vervanging Gerrit Krolbrug (gesprek met Gerrit Krolbrug comité)33.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Een goede duiding van de aspecten die een rol spelen bij nautische veiligheid is ook van belang bij de afweging tussen de verschillende varianten.

05.7.2021

Samenvatting bestuurlijke gespreksronde voorjaar 2021

Pg.03

Thema 4: Belang van inpassing van de bruggen in de omgeving Voor de belanghebbenden heeft de inpassing van de bruggen in de omgeving betrekking op meerdere aspecten. Vanuit de gebruikers en de omgeving het om het toevoegen van ruimtelijke kwaliteit aan de directe omgeving waar de brug wordt gerealiseerd, een brug die goed toegankelijk is voor alle beoogde gebruikers, het voorkomen of verminderen van de barrièrewerking van de vaarweg, een goede koppeling met de ambities uit de Hunzevisie en het beperken van de impact op de omwonenden. Vanuit de gebruikers van de vaarweg gaat het bij de inpassing juist om het realiseren van een duidelijk zichtbare brug. Dit omdat een te gecamoufleerde brug tot twijfel kan leiden bij schippers en daarmee tot nautisch onveilige situaties.

Projectgerelateerd

A4

Bijlage 4

17 augustus 2021

Nota van antwoord consultatieronde

AFWEEGONDERZOEK VARIANTENSTUDIE

BG9965IBRP2108171559

79

Nota van antwoord consultatieronde variantenstudie Gerrit Krolbrug Definitief 19 augustus 2021

1 Inleiding Van 5 juli 2021 tot en met 26 juli 2021 heeft de stuurgroep Groninger Bruggen de betrokken stakeholders bij de Gerrit Krolbrug uitgenodigd om een reactie te geven op de conceptstukken van de variantenstudie Gerrit Krolbrug. Ook zijn partijen uitgenodigd om eventuele inzichten mee te geven over het afweegkader in de afweegnotitie zodat de stuurgroep deze kan betrekken bij de door hen te maken bestuurlijke afweging over de voorkeursvariant. De met de stakeholders gedeelde stukken zijn: Afweegonderzoek variantenstudie Gerrit Krolbrug; Bijlage 1: Memo historische besluiten en uitgangspunten GKB; Bijlage 2: Duurzaamheidsrapportage GKB; Bijlage 3: Samenvatting bestuurlijke gesprekken GKB; Bijlage 4: Ontwerpboek variant I en II GKB; Bijlage 5: Addendum ontwerpboek variant III GKB; Bijlage 6: Notitie vaarweg; Bijlage 7: Kansendossier; Bijlage 8: Notitie beoordeling kansrijke varianten GKB. Deze consultatieronde is geen officiële zienswijzeprocedure, maar heeft als doel opmerkingen of aanvullingen op de conceptstukken op te halen en deze mee te nemen bij de besluitvorming over de voorkeursvariant Gerrit Krolbrug op 24 augustus 2021. Deze nota van antwoord bestaat uit twee paragrafen. In de eerste paragraaf is opgenomen welke stakeholders zijn uitgenodigd tot een reactie en welke voorkeur voor een variant zij hebben aangegeven indien zij gereageerd hebben.

In paragraaf twee worden ingediende opmerkingen en (tekstuele) suggesties van stakeholder opgesomd en van een reactie voorzien. 2 Uitgenodigde stakeholders en voorkeur per stakeholder voor een variant De volgende stakeholders zijn uitgenodigd om een reactie te leveren op de stukken: Gerrit Krolbrug comité; Bewonersorganisaties; Werkgroep Groningen toegankelijk; Lefier; Schuttevaer; VBNO (geen reactie); Groningen Seaports (geen reactie); Groninger Landschap (geen reactie); Natuur en Milieufederatie Groningen (geen reactie); Fietsersbond; Waterschap Noorderzijlvest (geen reactie). Niet elke stakeholder heeft gebruik gemaakt van de extra consultatieronde. De mening van deze stakeholders is eerder opgehaald in de stakeholderronde (zie Memo samenvatting en conclusies bestuurlijke gespreksronde). De volgende partijen hebben gereageerd met hun voorkeur voor een variant: Stakeholder

Voorkeursvariant

Onderbouwing

Gerrit Krolbrug comité /

Variant 3,0 meter

Het is de door hun ingediende variant. Zij zijn van mening

bewonersorganisaties

dat deze variant het beste scoort op comfort, inpassen en verkeersveiligheid. Zij stellen daarbij dat er geen verschil in brugopeningen zit en daarmee gevolgen voor de doorstroming van het kruisend verkeer.

Lefier

Variant 4,5 meter

Samenvattend bestempelt het rapport in par. 9.4 na een integrale afweging de varianten met een doorvaarthoogte van 3,0 en 5,7 m. allemaal als “onwenselijk” en blijft een brug op 4,5 m. over als enige acceptabele scenario. Wij kunnen ons goed vinden in deze conclusie. Nogmaals, de

1

Stakeholder

Voorkeursvariant

Onderbouwing nadrukkelijke voorkeur van Lefier gaat uit naar een tafelbrug op 4,5 m. hoogte.

Schuttevaer

Variant 5,7 meter

Wij onderschrijven de conclusies zoals weergegeven in de studie. Belangrijkste uitgangspunt is nautische veiligheid en eenduidigheid in beeld vanuit de schipper gezien onder alle weersomstandigheden en alle momenten van de dag. BLN als vertegenwoordiger van de beroepsvaart hecht grote waarde aan uniformiteit van de verschillende bruggen qua hoogte, het plannen van een brug die dus afwijkt (naar beneden) is een verslechtering van de situatie op dit kanaal. We zijn dus voor een brughoogte van 5.7m (als beste variant), plaats 2: minimaal echter 4,5m als eerste/ laatste brug in een serie op dit traject. Een minstens zo belangrijke voorwaarde is de zichtbaarheid van de brug onder alle omstandigheden, verwerkt tussen 2 hoge fiets/loopbruggen heeft elk ontwerp een mate van verhoogd risico op aanvaringen, de laagste variant de grootste kans op aanvaringen. Het spreekt dus voor zich dat de beroepsvaart niet kiest voor de lage variant, dit is een verslechtering van de situatie die ook nu al niet wenselijk was. Aanvullend, de beroepsvaart heeft de voorkeur voor een hefbrug en niet een tafelbrug vanuit het uitgangspunt van snelheid, minder storingsgevoeligheid en lagere onderhoudskosten.

Fietsersbond

Variant 3,0 meter

Fietsersbond Groningen heeft zich beperkt tot vooral fietszaken en sluit zich verder aan bij het Gerrit Krolbrugcomité.

Werkgroep Groningen Toegankelijk

Variant 3,0 meter

Bij comfort en toegankelijkheid wordt gekeken naar CROW en Gemeentebeleid. Daardoor scoren de 3,0 m en 4,5 m vaak gelijk, maar dat is misleidend als je kijkt naar gebruikersperspectief: een lager hellingspercentage is comfortabeler, voor mensen met ‘langzame wielen’. Wie meerdere keren over de brug moet, is gebaat bij een verbinding die de minste energie kost. Dat is de verbinding met het laagste hellingspercentage. Die heeft bovendien het voordeel dat omrijden naar de Ulgersmakade niet nodig is. Wij kijken daarbij niet alleen naar de helling van de brug, maar ook naar die van de toevoer (zij)wegen van de Korreweg. Hellingbanen zijn per definitie een barrière voor ‘langzame wielen’ en bij vorst een risico i.v.m. gladheid. Van de varianten kost de bewonersvariant, de 3 m brug, in alle opzichten de minste energie en is daarom vanuit onze optiek het meest toegankelijk.

2

3

Ingediende opmerkingen en (tekstuele) suggesties

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* Werkgroep Groningen

Een belangrijk punt dat in geen enkel scenario uitgewerkt wordt, is het

toegankelijk

zorgen voor een veilige looproute voor blinden/slechtzienden.

AN

N.v.t.

Dit moet nog gebeuren. In de uitwerking van de schetsontwerp naar een voorlopig ontwerp van de voorkeursvariant wordt hier aandacht aan besteed.

Werkgroep Groningen

Van de varianten kost de bewonersvariant, de 3 m brug, in alle opzichten

AN / bijlage 8

N.v.t.

toegankelijk

de minste energie en is daarom vanuit onze optiek het meest

Inderdaad heeft de bewonersvariant het laagste hellingspercentage. Bij de uitwerking van de

toegankelijk.

voorkeursvariant in een voorlopig ontwerp kan gekeken worden of bij de variant op 4,5 meter een lager hellingspercentage kan worden gehaald, indien dat de toegankelijkheid verbetert. Daartegenover staat dat een brug van 3 meter meer open zal staan dan de hogere brug varianten en in dat opzicht minder passeerbaar en toegankelijk is.

BLN Schuttevaer

In geen van de ontwerpen wordt een aandachtspunt meegenomen die ons

AN / bijlage 8

N.v.t.

Het is correct dat het radarbeeld verder

inziens ontbreekt en zeer belangrijk is: het radarbeeld van deze situatie

onderzocht moet worden. Bij het uitwerken van

bij slecht zicht. O.i. heeft dit ook gevoerd tot het ongeluk die voorjaar.

het schetsontwerp naar een voorlopig ontwerp

Meerdere ervaren schippers (ervaren op deze route) gaan uit van hun

ontwerpen van de voorkeursvariant, wordt nog

kennis van de situatie, in het algemeen vertrouwt de schipper op zijn

aanvullend onderzoek gedaan naar het

reisvoorbereiding en het ondersteunende beeld onderweg, zoals in zicht

radarbeeld. De uitkomsten worden verwerkt in

als op radarbeeld. Met 2 hoge bruggen en een tussenliggende brug, al

het voorlopig ontwerp.

naar ontwerp laag of hoger en dus altijd te openingen (variant 3,0m) tot minder vaak te openen (4,5-5,7m) moet dit aandachtspunt worden meegenomen in de besluitvorming van de nieuwe brug. Wij hebben ook vernomen dat deze situatie ook door het personeel van varende vloot RWS wordt ondervonden tijdens hun vaartochten op dit kanaal BLN Schuttevaer

BLN Schuttevaer

Wij pleiten derhalve dus voor een enkele brug, geen loop/ fietsbruggen.

AN/bijlage 8

N.v.t.

Vanwege de grote hoeveelheid fietsers en on

Deze situatie is uniek in varend Nederland, vele steden kennen bruggen

onveilige situatie bij een gesloten brug of een

met meerdere openingen en vergelijkbare verkeerssituaties, daar is geen

openende brug te voorkomen, zijn deze hoge,

sprake van een fiets/loopbrug. Weglaten van fiets en loopbruggen is dus

vaste bruggen nodig. Weglaten is vanuit het

ons pleidooi.

wegverkeer geen optie, enkel bij 5,7 meter.

Een vlotte doorstroming is van groot belang, daar hoort een helder beeld van de situatie bij, geen complexe hoog/ laag situatie en snelle

AN/bijlage 8

N.v.t.

Dit wordt meegenomen bij de uitwerking van het schetsontwerp naar een voorlopig ontwerp.

brugopeningen (teneinde wachttijd te verminderen). Eventueel een signaal te plaatsen ruim voor de bruggen (vanuit land/ weggebruiker zijde

3

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* gezien welke aangeeft dat de brug open is en er dus een alternatieve route gekozen kan worden). Bewonersorganisatie

We verzoeken de stuurgroep in de informatieverstrekking aan de raad

Oosterparkwijk

expliciet (zwart op wit) duidelijk te maken waarom de nieuwe brug voor

N.v.t.

N.v.t.

De stuurgroep heeft dit punt meegegeven aan de wethouder voor bespreking van de stukken met

Buurtoverleg

de gemeenteraad niet sturend is voor andere verkeerskundige keuzes in

de gemeenteraad.

Professorenbuurt-Oost

het oostelijk deel van de stad. Lees: dat de nieuwe brug geen argument is

Woonschepen

om te kiezen voor een ontsluitingsweg door de Oosterhamrikzone.

Oosterhamrikkanaal Fietsersbond

Zorg (dat jullie trots op je werk kunnen zijn en tegelijk) dat het begrijpen

AN en de acht

van de inhoud niet lijdt onder onjuist opschrijven: haal de spellingcontrole

bijlagen

N.v.t.

De definitieve stukken zullen nog worden gecontroleerd op spelfouten.

erover en lees dan alles nog één keer zorgvuldig na. (Zie bv ‘geen mening’ waar is bedoeld ‘geen menging’ van soorten vaarverkeer; nummers: de nummering van de tabellen – eronder en in de tekst, verwijzing van voetnoot naar bladzijnummer; onnodige komma’s; ‘Engelstalige’ spaties in aaneengeschreven woorden zoals risico()gestuurde; ...) Fietsersbond

Gesprekken tussen Stuurgroep en belanghebbenden: Fietsersbond

AN (en Bijlage 3)

23

Dit wordt verwerkt in de definitieve stukken.

Bijlage 4

17 (en

Dit wordt verwerkt in de definitieve stukken.

Groningen wordt hier genoemd, maar ontbreekt in de samenvatting in Bijlage 3. Daar moet in die bijlage minstens een opmerking over gemaakt worden. Fietsersbond

Heerdenpad word recreatief genoemd, maar is dat niet: het is een forensenfietspad naar de stad. Op blz. 18 wordt dan weer wel gezegd dat

18)

dit een hoofdfietsroute is... (Overigens wordt de Hunzeloop/-meander hier voor een groot deel Hunzeboord genoemd… maar de Hunzeboord is een recreatief fietspad naar de stad, ook door veel forensen gebruikt, tussen Pop Dijkemaweg en Ulgersmaweg/GKB.) Fietsersbond

“Het Noordwestelijke deel van de Ulgersmaweg (kade) is daarnaast een belangrijke doorfietsroute (regionale fietspaden met comfort en voorrang).

Bijlage 4

18

Deze teksten komen uit de gemeentelijke stukken over de fietsroutes.

Ook de Van Eesterenlaan heeft[e] een groot belang als verbindende fietsroute.” Hebben de opstellers hier gefietst en gemeten? ► De gemakkelijkste weg tussen GKB en Boterdiepsbrug is vanaf GKB meteen linksaf, rechtsaf voor Wessel Gansfoortcollege langs, door fietsdoorsteek naar Wijdeveldstraat, rechtsaf door Rietveldlaan en linksaf over Van Eesterenlaan. Deze route wordt ook gebruikt als doorsteek naar Beijum door fietsers die het hoge viaduct in het Heerdenpad over de oostelijke ringweg willen mijden (bv vanaf Van Eesterenlaan via Berlageweg – Granpré Molièreweg – Beijumerweg of Zadelpad). 4

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* Fietsersbond

Duur brugopeningen: dit is o.a. afhankelijk van het brugtype en moet

Bijlage 8

14

voldoen aan de Europese richtlijnen. Maar hoeveel verschilt dit tussen hef-

Er is geen significant verschil in openingstijd tussen een hef- en tafelbrug.

en tafelbrug en is dat veel of weinig? Als het verschil aanzienlijk is, willen we natuurlijk liefst de brug die het snelst open en dicht gaat, zeker bij een lage brug. Fietsersbond

“De ligging van het kanaal wijzigt daarbij niet.” Maar juist bij Groningen

AN

31

Het verleggen van de vaarweg is niet overwogen

zit er een knik in. Is er overwogen om het deel dat door de stad loopt

bij het vaststellen van de keuze tot opwaardering.

buitenom te leggen? Levert dit wellicht voor de toekomst bij andere

Landelijk wordt er zelden gekozen om een kanaal

kanalen een leerpunt?

om te leggen vanwege de hoge kosten en de enorme impact op de natuur.

Fietsersbond

Aansluiting op overig wegennet in plangebied, onderdeel

AN

55

Er zou nog een andere verkeersinvulling gekozen

Ulgersmaweg/Heerdenpad:

kunnen worden. Uit de ontwerpateliers blijkt dat

-Hier ontbreekt Ulgersmakade.

een rotonde op deze locatie de meest veilige

-In het huidige SO is hiervoor de ruimte voor een rotonde gereserveerd,

oplossing is.

waarmee niet is vastgelegd dat het een rotonde moet worden. Fietsersbond

Passeerbaarheid voor wegverkeer: hier telt de hoogte niet mee? Een

AN

57

Passeerbaarheid gaat over de mate waarin de

(overgaanbare = ‘dichte’) brug met een lagere hoogte is voor fietsers toch

brug ongestoord gepasseerd kan worden. Hoe

altijd makkelijker passeerbaar? Maar dat zou onder comfort vallen… Een

lager de variant hoe vaker de brug open hoe

ja/nee-aanpak is alleen toegepast bij het wel of niet aanwezig zijn van

slechter de passeerbaarheid.

loopbruggen. Fietsersbond

Conformiteit aan richtlijnen voor comfort en toegankelijkheid: er wordt

AN

61

Het is voor projecten vereist om te toetsen of

slechts getoetst of het hellingspercentage en de zwaarte binnen de

comfort en toegankelijkheid binnen de richtlijnen

bandbreedte voor comfortabele fietshelling is. Maar daarnaast geldt dat

valt. Daarbij is het zo dat een minder steile

een lagere, minder steile en minder zware helling voor fietsverkeer altijd

helling comfortabeler is dan een steilere helling.

comfortabeler zijn. Waarom is dat niet ten opzichte van elkaar bij de verschillende bruggen gewaardeerd met plussen en minnen?

De 3,0 meter variant valt buiten de bandbreedte.

De 3,0 m hoge brug doet het qua zwaarte zelfs beter dan binnen de

De ondergrens van de bandbreedte is opgenomen

bandbreedte; moet dat dan niet anders geformuleerd worden?

omdat onder dit punt de helling geen extra comfort meer oplevert vanwege de beperkte hoek.

Fietsersbond

Vals plat wordt niet bepaald door zwaarte:

Bijlage 8

27

Dit wordt aangepast.

Uit Ontwerpwijzer Fietsverkeer \Ontwerpwijzer bruggen voor langzaam verkeer van CROW, 5.5.1, Aanbeveling, onder figuur 5.17: Ondergrens: De begrenzing van de bandbreedte ‘meer windhinder/comfortabeler’ is gebaseerd op Z = 0,0333 met een maximum van 6,67% en een minimum van 1,25%. Nog kleinere hellingspercentages zijn niet zinvol, deze gelden

en 32

als vals plat. ► Vals plat wordt dus bepaald door het hellingspercentage.

5

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* ► 1,75 % is geen vals plat. (Dit is de huidige situatie en die bij de 3 m hoge brug.) Fietsersbond

Comfort fietsverkeer – windhinder: het gaat over de windhinder in de

AN

62

Welke bomen moeten wijken in het kader van de

toekomst, zonder de huidige bomen die moeten wijken voor zicht op de

zichtlijnen, welke bomen moeten wijken vanwege

kanaalbocht. Waar zijn de gegevens van het expert judgement?

de bouw van de nieuwe brug en fietsloopbruggen en welke bomen terug komen wordt bij de uitwerking van het voorlopig ontwerp bepaald. In de ontwerpfase van de varianten voor het schetsontwerp is door de architecten een expert judgement gemaakt over windval en zijn de conclusies in de tekst van het afweegonderzoek verwerkt. Daaruit blijkt dat er mogelijk sprake is van windval langs het nieuwe gebouw van Lefier. Echter, vanwege de vormgeving van het gebouw met een breder deel onderin, wordt de windval langs de toren gebroken op dit deel alvorens het op de grond komt. Daarnaast is de windhinder langs en over het kanaal niet significant meer dan nu vanwege het beperkte stijgingsniveau van +0,2 (bij 3,0 meter), +1,5 (bij 4,5 meter) en +2,9 meter in de hoogste variant. In de uitwerking van de voorkeursvariant naar een voorlopig ontwerp wordt door de architecten hier nogmaals naar gekeken en indien nodig gezocht naar mitigerende maatregelen.

Fietsersbond

In OB4 wordt de trap bij de loopbruggen op hellingspercentage 25% (1:4)

OB4

OB4:

Hierbij gaat het om de combinatie van het

gesteld, omdat dat bij fietsenstallingen als goed beloopbaar wordt

(en OB5)

26+27

hellingspercentage met rustplateaus. In de

(OB5: 9)

ontwerpateliers is gekeken naar de

ervaren. Hier is echter een verschil: de trappen zijn buiten, en bij de lagere beweegbare bruggen zijn er steeds meer trappen achter elkaar,

toegankelijkheid. Daarbij moet ook vermeld

eveneens een verschil met fietsenstallingen. Moeten de trappen in zo’n

worden dat de fietsloopbruggen aanvullend zijn

reeks wel even steil zijn? Het is het hoogste percentage uit de

en geen 100% alternatief voor de fietsverbinding

Ontwerpwijzer Fietsverkeer \Ontwerpwijzer bruggen voor langzaam

over het beweegbare deel.

verkeer van CROW. Daar staat bij V53: helling trap met fietsgoot tussen 16 en 25 %. Graag een simulatie waaruit blijkt dat ook de langste

In de uitwerking van de voorkeursvariant naar

trappenreeks goed beloopbaar is. Is dat niet zo dan graag een aanpassing

een voorlopig ontwerp zal de mogelijkheid voor

naar een lager hellingspercentage.

een simulatie nader worden overwogen.

6

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* Fietsersbond

Gebruiksgemak vaste fiets-loopbruggen: dit gebruiksgemak ontbreekt

AN

62

geheel bij ontbreken van de loopbruggen, dit moet dus als zeer negatief

Het is niet van toepassing omdat in deze variant geen fietsloopbruggen zijn.

beoordeeld worden – hoezo is het niet van toepassing? Fietsersbond

Verkeersveiligheid. Hier wordt niet gekeken naar het hellingspercentage

AN

63

Dat een hogere brug tot een toename van de

2,5 % vanaf de 4,5 m hoge brug (of de langere helling met 2% vanaf de

snelheid bij afdaling leidt is correct. Dat zullen we

5,7 m hoge brug) waardoor het fietsverkeer (waaronder

aanpassen.

brommers/scooters) bij afdaling makkelijk een hogere snelheid krijgt dan bij de 3,0 m hoge brug. Fietsersbond

Verkeersveiligheid tijdens en direct na brugopeningen: deze is niet goed

AN

63

bij de 3,0 m hoge brug? Graag een simulatie waaruit dit blijkt.

De mate waarin een variant bijdraagt aan het bewerkstelligen van een rustiger verkeersbeeld tijdens en direct na brugopeningen is positief voor de verkeersveiligheid. Onderscheidende factoren hierin zijn het aantal brugopeningen (minder brugopeningen is minder conflictmomenten tijdens en direct na brugopeningen) en het gebruik van de vaste fiets-loopbruggen (hoe meer mensen gebruik maken van de fiets-loopbruggen) hoe veiliger de situatie direct na brugopeningen door een lagere verkeersdruk). Uit deze analyse blijkt dat hoe lager de variant, hoe lastiger het gebruik van de fietsloopbruggen en hoe vaker de brug open staat. Daarmee scoort de laagste variant het slechtst.

Fietsersbond

Bij de 3,0 m hoge brug wordt de rotonde met 4 richtingen – nl ook voor

AN

63

Het verschil zit in het aantal aantakkingen op de

de Ulgersmakade – als minder veilig beoordeeld, waarschijnlijk omdat

rotonde. Door een vierde aantakking zijn er meer

sommige fietsers van de GKB af daar tegen de richting in zullen willen

kruisende bewegingen met een hoger risico.

rijden in plaats van ¾ rond. Maar bij de hogere bruggen moet dit

Daarmee is deze rotonde minder veilig dan een

fietsverkeer via de Hunzeboord omrijden, waarbij naar de GKB toe een

rotonde met drie aantakkingen. Bij de

weg met auto’s moet worden overgestoken en de rotonde ook ¾ rond

vormgeving in het voorlopig ontwerp van de

moet worden genomen. En is de doorgang onder de brug sociaal veilig?

voorkeursvariant wordt, indien er een doorgang door de brug komt, aandacht besteedt aan de sociale veiligheid.

Fietsersbond

Verkeersveiligheid op kruising met aansluitende wegen, kruising

AN (en OB4 en

Ulgersmaweg/Heerdenpad/Ulgersmakade: de kruising moet meer

OB5)

63

gebruik van de fietsstraat door alle gebruikers,

ruimtegebruik krijgen (grotere straal), dan is er een veiligere rotonde

inclusief vrachtverkeer overeenkomstig de CROW

mogelijk. Fietsersbond

Verkeersveiligheid op kruising met aansluitende wegen, kruising

De straal van de rotonde is passend bij het

richtlijnen. AN

63

Bij verkeersveiligheid wordt gekeken naar het

Antillenstraat wordt neutraal gewaardeerd bij de 3 en 4,5 m hoge

aantal kruisende verkeersstromen en niet naar

bruggen, maar hier geldt nogal een verschil: de helling in de Antillenstraat

het comfort. Dat betekent dat bij varianten 7

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* is 1,1% of 4% en de helling op de brug is 1,75% of 2,5%. In het tweede

waarin dezelfde verkeersstromen blijven (bij 3,0

geval (4,5 m hoge brug) moeten fietsers dus een steile helling omhoog,

en 4,5) er geen verandering optreedt ( 0). De

dan een bocht maken waardoor ze snelheid verliezen terwijl ze moeten

hoge variant scoort in verkeersveiligheid beter

invoegen in een fietsersstroom die probeert vaart te houden tot bovenaan.

omdat, door de afsluiting van de straat voor

Dit zal voor meer instabiliteit zorgen dan bij de 3 m hoge brug en is dus

autoverkeer, er minder kruisende bewegingen

minder veilig, maar dit verschil blijkt niet uit de waardering. Of de 5,7 m

plaatsvinden.

hoge brug hier zelfs positief moet scoren is onduidelijk: is het veiliger om vanuit stilstand in te voegen in een fietsersstroom die vaart probeert te houden tot bovenaan? Dit is weliswaar op een minder steile helling (2%), maar snelheid 0 is ook minder dan in de andere gevallen. Fietsersbond

Comfort fietsverkeer vs Comfort voetgangers en minder validen:

Bijlage 8

32 en 33

Dit zal worden gecorrigeerd.

AN

63

In de beoordeling zijn deze twee zaken uit elkaar

Deze stukken tekst lijken gelijk en gaan beide over fietsers, klopt dat wel? Fietsersbond

Gebruiksgemak van de vaste fiets-loopbruggen: hier wordt alleen naar de traplengte gekeken. Maar het totale hoogteverschil over de loopbruggen

gehaald. Het gaat hier sec om het gebruiksgemak

wordt op verschillende manieren overbrugd, hoe deze te vergelijken? In

van de fietsloopbruggen. In de afweging worden

het ene geval is er meer helling en in het andere geval meer trap. Bij

alle beoordelen in verhouding tot elkaar gebracht.

meer trap hoort meer brugopeningen. Bij minder brugopeningen moet je wel altijd een hogere helling opfietsen, ook als de trappen naar de loopbrug niet gebruikt hoeven worden. Fietsersbond

Verkeersveiligheid bij rotonde aan ommelandzijde zou beter zijn. Maar

AN

64

In de ontwerpateliers zijn, samen met

werkt een rotonde goed op een fietsstraat waarbij auto’s maar één kant

stakeholders, diverse ontwerpen bekeken voor de

op mogen? Graag een simulatie.

kruising. Daarbij is altijd gezocht naar de oplossing met de minst kruisende verkeersstromen zodat de verkeersveiligheid het hoogste is. Uit alle studies en ateliers blijkt dat een rotonde het beste scoort.

Fietsersbond

Aansluiting bij ruimtelijke plannen en visies. Hier staat in feite: ANDERS

AN

67

IS BETER. Dit is een drogreden.

Hier wordt bedoeld dat de varianten met een hoogte van 4,5 of 5,7 meter aansluiten bij de bestaande ruimtelijke plannen van gemeente en rijk.

Fietsersbond

Bij de milieueffecten staat een verkeersveiligheidsaspect dat eerder

AN

68

Deze tabel richt zich op de milieueffecten of

ontbrak: door de hoge ligging van de rijbaan bij de hoogste bruggen is de

indirecte oorzaken daarvan. De aangehaalde

(daal)snelheid van fietsverkeer bij deze varianten mogelijk te hoog.

daalsnelheid is ook als aandachtspunt genoemd in de deelconclusie bij verkeersveiligheid.

Gerrit Krolbrug Comité

Voor het afweegonderzoek als geheel en voor de bijlagen

Alle stukken

N.v.t.

U stelt dat hierover geen bestuurlijke

(waaronder de hierna niet in detail te becommentariëren bijlagen 1,2,3, 6

besluitvorming heeft plaatsgevonden. Dat is niet

en 7) geldt dat er verschillende momenten van bestuurlijke besluitvorming

correct. Waar in de stukken verwezen wordt naar

worden aangehaald. Die betreffen veelal besluiten t.a.v. de

bestuurlijke besluitvorming zijn dit besluiten

werkzaamheden die door het project zijn uitgevoerd. Besluiten over de

genomen door het college van B&W of de Minister 8

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* ambtelijke voorbereiding dus. Ook worden meermaals uitgangspunten

van IenW. Voor de minister geldt dat dit soms

genoemd die inmiddels niet meer relevant zijn en in elk geval de

gemandateerde (ambtelijke) besluiten zijn.

naderende besluitvorming door de overheidsorganen niet a priori binden.

Ditzelfde geldt voor de uitgangspunten. Er is

In de stukken duiken wel steeds verwijzingen op naar die zogeheten

geen sprake van het schaden van vertrouwen of

bestuurlijke besluitvorming en naar de uitgangspunten. Die maken het

een onbehoorlijk afweegproces.

voor de stakeholders en beslissers moeilijk om de juiste afwegingen te maken. Dat schaadt het vertrouwen in een behoorlijk afweegproces. Gerrit Krolbrug Comité

Bijlage 7 verdient in dat licht nog apart vermelding: hoe dat tot stand is

Bijlage 7

54

In paragraaf 8.1 komt een korte beschrijving van

gekomen, is niet bekend. De financiële onderbouwing van de 3,0 m

de wijze waarop het kansendossier tot stand is

variant ontbreekt en de weging van de kansen ontbeert een objectieve

gekomen alsook de wijze waarop selectie heeft

grondslag. Een verantwoorde besluitvorming kan niet zonder duidelijkheid

plaatsgevonden. Ten aanzien van de financiële

ter zake.

onderbouwing zijn de kosten toegevoegd voor alle varianten.

Gerrit Krolbrug Comité

Onnodig verwarrend is het dat het afweegonderzoek wordt voorgelegd

AN

N.v.t.

inclusief varianten die niet daadwerkelijk (meer) in beeld zijn.

De notitie is een beschrijving van het gehele proces, van start tot einde. Daarin wordt gestart met alle mogelijke varianten op basis van het bestuurlijk voorkeursalternatief die getrechterd worden naar kansrijke varianten.

Gerrit Krolbrug Comité

Wij concentreren ons in ons commentaar op de varianten 3m en 4,5m.

AN

N.v.t.

De stelling dat er weinig moeite is gedaan om het

Van groot belang bij die afweging (maar feitelijk in alle afwegingsteksten)

nadeel weg te nemen om de bewonersvariant uit

is de constatering dat weinig moeite is gedaan om het nadeel weg te

te werken, wordt niet herkend. Er is geïnvesteerd

nemen dat de bewonersvariant later is uitgewerkt. Alleen daarom al is het

in werksessies en diverse overleggen met de

niet juist om van bestuurlijk vastgestelde uitgangspunten (en varianten

stuurgroep om de bewonersvariant op inhoud en

daarop) te spreken. De bewonersvariant was ten tijde van die

procesmatig uit te werken. Daarnaast zijn alle

‘vaststelling’ niet in beeld. In de stukken wordt ook regelmatig gesproken

stukken herschreven om de bewonersvariant in

over kansrijke varianten. Dat zijn er dan vijf. De bewonersvariant wordt

de stukken mee te nemen. Dat de

dan niet opgevoerd als kansrijke variant. Wij hebben daar, zonder

bewonersvariant op een andere wijze tot stand is

resultaat, over gereclameerd. Dat kan de gedachtenvorming van

gekomen is een feit dat benoemd moet worden.

stakeholders beïnvloeden. Dat uiteindelijk de bewonersvariant in een apart

Verder is in de afweging de bewonersvariant op

boekwerk, met de aanduiding Addendum, is opgenomen versterkt het

eenzelfde wijze meegenomen. De 5,7 meter

beeld.

variant is serieuze variant aangezien het aanzienlijke positieve effecten op de nautische veiligheid, scheepvaart en aantal brugopeningen heeft. Als laatste wordt bij de definitieve stukken het addendum en het ontwerpboek samengevoegd.

Gerrit Krolbrug Comité

Door de gemeentelijke en provinciale bestuurders in de stuurgroep is

Bijlage 4 en 5

N.v.t.

Hiertoe is in de stuurgroep niet besloten.

notabene nadrukkelijk gevraagd om de varianten samen te voegen in één document. Technisch stond daarbij uiteraard niets in de weg. 9

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* Gerrit Krolbrug Comité

De uitwerkingstekst zoals die in het Addendum is opgenomen behoefde

Bijlage 5

N.v.t.

ook nog aanpassingen. Wij hebben de inhoud van die aanpassingen

Deze opmerkingen zijn in deze tabel opgenomen inclusief de wijze hoe hiermee wordt omgegaan.

vastgelegd in onze brief van 28 juni 2021 aan het Project. Bijgevoegd als bijlage A. De correcties zijn niet opgenomen in het Addendum. Gerrit Krolbrug Comité

De vergelijkbaarheid van de varianten is ongelijk en dat is vooral nadelig

AN

N.v.t.

Sinds de opname van de bewonersvariant zijn alle

voor de bewonersvariant, variant 1. Dat uit zich onder meer als een

stukken herschreven en aanpast. Wat betreft het

bepaald element in de bewonersvariant als een minpunt wordt gezien.

laatste punt worden de stukken nagelezen en

Waar het bij variant 1 bij die constatering blijft, wordt bij minpunten van

waar nodig aangepast.

de andere varianten vaak opgemerkt dat in de volgende fase naar een oplossing wordt gezocht. Gerrit Krolbrug Comité

Gerrit Krolbrug Comité

Ook uit het verdere commentaar zal blijken dat wij op meerdere

N.v.t.

N.v.t.

Het doorlopen proces is zorgvuldig en met grote

momenten menen dat het proces ter zake van het afweegonderzoek

aandacht voor de omgeving gebeurd. De

ernstige tekortkomingen vertoont. Daardoor bestaat ons inziens het

bestuurlijke ronde van de stuurgroep langs de

gevaar dat de belangen van de bewoners en van de overige gebruikers

stakeholders heeft duidelijk gemaakt waar er nog

van de toekomstige brug en omgeving onvoldoende worden meegenomen

aandacht nodig is. Dit is in de voorliggende

in de afwegingen.

stukken verwerkt.

Het hiervoor genoemde commentaar van het Gerrit Krolbrug op het

N.v.t.

N.v.t.

Het commentaar dat verwerkt zou worden is

afweegkader, alsook het commentaar op de door het project uitgebrachte

verwerkt. Het overige commentaar dat toegezegd

versie van de bewonersvariant is, ondanks eerdere toezeggingen, niet

is te verwerken, wordt verwerkt na de

verwerkt in de stukken. Het project heeft het comité laten weten dat dit

consultatieronde. Dit is door het project in

zo nodig zou gebeuren na de consultatiefase. Dat betekent dat

afstemming met de stuurgroep besloten.

stakeholders en beslissers ten behoeve van hun afwegingen niet de juiste en volledige informatie is voorgelegd. Een ernstige en verwijtbare tekortkoming in het proces. Gerrit Krolbrug Comité

Op p. 4 wordt het eindrapport planstudie GKB spoor A uit 2017

Bijlage 1

N.v.t.

Deze tekst is een onderbouwing voor het

aangehaald wat betreft de argumenten voor een brug van tenminste 4

bestuurlijk voorkeursalternatief (BVA). In lijn met

meter. Intussen is met harde cijfers aangetoond dat een brug van 4 (4,5)

de MIRT-procedure is dit BVA het startpunt voor

meter even vaak opengaat voor de beroepsvaart als een lagere brug. Het

de MIRT-planuitwerking. Dit is daarmee een

aantal brugopeningen voor recreatievaart mag geen argument zijn voor

correcte weergave van de historische

een hoge brug. Het gaat om een beperkt aantal vaarbewegingen,

besluitvorming.

bovendien gedurende slechts 3-4 maanden per jaar. Het aantal dagelijkse bruggebruikers (nu ten minste 15.000) overstijgt het belang van de

De feiten en tellingen over de brughoogte en de

recreatievaart. Voor de recreatieve vaarweggebruikers zijn aanvullende

hoogte van scheepvaart zijn anders dan u hier

maatregelen mogelijk, zoals het advies voor een andere vaarroute.

stelt, zoals al eerder met u gedeeld. De hoogte van de brug is van invloed op het aantal brugopeningen. Dat geldt voor een brug van 4,5 meter (-35%) en logischerwijs nog meer voor een brug van 5,7 meter (-75%).

10

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* Daarbij gaat het hier niet om de passage van de recreatievaart, maar om het voorkomen van gelijktijdige passage van recreatie- en beroepsvaart bij een brugopening. Door dit te voorkomen wordt de nautische veiligheid aanzienlijk verbeterd. Een andere vaarroute is een overweging. De vraag is of dit veel zal opleveren gezien de beperkingen in deze alternatieve vaarroutes en de consequenties voor de verkeerskundige doorstroming in de stad. Gerrit Krolbrug Comité

Ten onrechte wordt de indruk gewekt dat bij veel brugopeningen een vrije

AN

4

doorvaart in het geding zou zijn. Dat is onjuist: de brug gaat altijd open

(exclusief toeslagen) kan een beperkt deel van de

voor beroepsvaart! Gerrit Krolbrug Comité

Aangegeven worden de elementen die volgens het rapport Verbeteren

De tekst is correct. Bij een brug van 4,0 meter beroepsvaart zonder brugopening passeren.

Bijlage 1

N.v.t.

Het rapport haalt de drie oorzaken van

veiligheid HLD uit 2018 noodzakelijk zijn om de veiligheid te verbeteren.

aanvaringen op de HLD aan. Daarbij is de

In dat rapport staan maatregelen op het gebied van het gedrag van

volgorde van opsomming geen prioritering van

schippers en verkeersmanagementmaatregelen bovenaan, maar op p. 5

oorzaken. Zoals het rapport beschrijft is het een

van bijlage 1 staat de infrastructuur als eerste genoemd, met name

samenspel tussen alle drie de oorzaken.

eenduidigheid, hoogte en doorvaartbreedte. Onterecht wordt de suggestie gewekt dat de infrastructuur de belangrijkste oorzaak van aanvaringen op

Niet enkel in Friesland is sprake van incidenten

de HLD is. In het rapport blijkt tevens dat de meeste aanvaringen

tussen recreatievaart en beroepsvaart. Dit komt

plaatsvinden in Friesland (waar zich, anders dan in Groningen, ook de

ook in Groningen voor.

problemen met recreatievaart voordoen). Het is inmiddels genoegzaam bekend dat er geen enkele relatie is tussen aanvaringen en de hoogte van

Er is een relatie tussen de hoogte van de brug en

een brug. De suggesties op dat vlak zijn suggestief. In serieuze artikelen

het aantal aanvaringen. De recente aanvaring van

en in onderzoek, ook van de kant van Rijkswaterstaat zelf, en van

de brug bij Aduard laat dit zien: een lagere brug

bijvoorbeeld Schuttevaer en de Onderzoeksraad voor Veiligheid, komt

van orde 3,0 meter had hier door het rammen via

telkens hetzelfde beeld naar voren bij vaarincidenten: het gaat in

de scheepsboeg geleid tot een aangevaren en

beduidende mate om menselijke fouten in verschillende vormen en

kapot brugdek in plaats van de geringe schade nu

gradaties. Schippers erkennen dat ook zelf.

veroorzaakt door de stuurhut. Daarbij zijn de maatregelen niet uitwisselbaar, zoals dat ook niet op het (droge) wegennet het geval is: een minder veilige inrichting van de weg kan en zal niet gecompenseerd worden door een aangescherpt rijbewijs.

11

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* Gerrit Krolbrug Comité

Uit de tekst op p. 1 blijkt dat het element bochtverruiming later ingevoegd

Bijlage 4

1, 2

De bochtverruiming is opgenomen in het door de

is in de plannen. Het element wordt wel ‘out of the blue’ in de eerste

Minister van IenW vastgestelde bestuurlijk

kolom op p. 2 genoemd als één van de doelen van het vervangingsproject.

voorkeursalternatief voor de Gerrit Krolburg. Dit

Wie die keuze heeft gemaakt, met welk recht en of dit is voorgelegd aan

is een uitgangspunt voor de MIRT-planuitwerking.

college en raad van Groningen is niet duidelijk. Dat is een tekortkoming in de procesgang.

Het college van B&W heeft in de brief uit 2019 in reactie op de aanpak voor de MIRTplanuitwerking hiervan kennis genomen en ingestemd.

Gerrit Krolbrug Comité

In de laatste alinea wordt gesteld dat na de constatering over de niet-

Bijlage 4

1,2

Dit zijn studies en geen bestuurlijk vast te stellen

maakbaarheid door de gemeente studies naar de inpasbaarheid zijn

stukken. De niet-maakbaarheid is bestuurlijk

gedaan. Deze studies ‘Ruimtelijke verkenning GKB’ en ‘GKB in een ander

besloten.

perspectief’ hebben, zo wordt tussen haakjes vermeld, niet de status van vastgestelde documenten. Gerrit Krolbrug Comité

Onder verwijzing naar het Verificatierapport (RH DHV, versie S3 dd. 23-7-

N.v.t.

N.v.t.

Met het bespreken van de uitwerking van de

2020) merken we op dat het bij de uitwerking van het beoordelingskader

varianten en het delen van de consequenties

heeft ontbroken aan de in het rapport verordonneerde afstemming tussen

hiervan in de bestuurlijke ronde, diverse

alle stakeholders.

ontwerpateliers en themasessies, is hier invulling aan gegeven.

Gerrit Krolbrug Comité

Voor onze input verwijzen wij naar een separate notitie met onze inbreng

N.v.t.

N.v.t.

destijds een conceptversie van het afweegkader

vanuit het project gemeld dat de input niet werd meegenomen omdat die

toegezonden. Het afweegkader is sindsdien, net

zich op een oude (bij ons als enige bekende en net door het project zelf

als vele andere conceptversies van documenten,

verstrekte) versie van het afweegkader richtte. Gerrit Krolbrug Comité

In het kader van openheid en transparantie is

t.a.v. het afweegkader (bijlage B). Na het indienen daarvan werd ons

Het Projectgebied (studiegebied genoemd) klopt niet. Het GKB comité

aangepast. AN

9

heeft het project hier al eerder op gewezen: de Oosterhamriklaan hoort

In figuur 4 is dit studiegebied naar aanleiding van uw eerdere opmerking aangepast.

eveneens bij het projectgebied aangezien bij de 5,7m variant de kruising Korreweg / Oosterhamriklaan moet worden opgehoogd (i.v.m. de lange helling). Gerrit Krolbrug Comité

In de laatste alinea van de Inleiding wordt gesteld dat op basis van het

AN

4

voor een doorvaarthoogte van minimaal 4,0

optimalisatie van de doorvaarthoogte van 4,5m MHWS naar 5,5m MHWS.

meter (exclusief toeslagen). Door het woord

Dit veronderstelt dat er al een keuze is gemaakt voor 4,5m en dat na die

minimaal moet er gekeken worden of een hogere

keuze alsnog een brug van 5,5m gebouwd kan worden. Op zijn minst

doorvaarthoogte mogelijk is, beter passend bij

wordt die suggestie gewekt. Helder moet zijn dat dit niet aan de orde is en

een klasse Va vaarweg. Dit betekent niet dat er al

kan zijn. Gerrit Krolbrug Comité

Deze passage refereert aan de keuze uit het BVA

gewijzigde voorkeursalternatief nog gekeken moet worden naar de

Op p. 4 lezen we niets over het tot stand komen van de 3,0m variant. Feit

een keuze gemaakt is. AN

4

In paragraaf 2.4 is dit beschreven.

is dat de 3,0m variant eerst na aandringen door de Gemeenteraad van Groningen en de Tweede Kamer is uitgewerkt. Die uitwerking vond plaats 12

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* nadat de Designloops waren afgerond waaruit de 5 als kansrijk

Het afweegkader is los van de designloops of

aangemerkte varianten zijn gedestilleerd. Dit is een belangrijke

varianten opgesteld en is daarmee geen

constatering. De bevindingen uit de designloops zijn gebruikt als

onderbouwing van het afweegkader. Er ontbreken

onderbouwing van het afweegkader, daardoor ontbreken in dit

daarmee geen relevante bevindingen.

afweegkader relevante bevindingen m.b.t. een 3,0m variant. Gerrit Krolbrug Comité

De inhoudsopgave van de Uitgangspunten begint met de Bestuurlijk

AN

5

Eerder bent u al geïnformeerd dat in het

vastgelegde uitgangspunten. Eerder hebben we al een kanttekening

bestuurlijk overleg Groningse bruggen van 13

geplaatst bij de term bestuurlijk vastgesteld. Deze uitgangspunten wijken

november 2019 gemeente Groningen en provincie

bijvoorbeeld fors af van de door de gemeenteraad van Groningen

Groningen ingestemd hebben met het gewijzigde

vastgestelde voorkeuren. De raad heeft echter geen enkele rol gespeeld

bestuurlijk voorkeursalternatief (BVA) 2019 en de

bij de wijzigingen van het door haar vastgestelde ontwerp van de nieuwe

aanpak van de MIRT-planuitwerking voor de

GKB.

Gerrit Krolbrug. In december 2019 heeft het college van B&W Groningen het BVA 2019 bevestigd aan Rijkswaterstaat per brief. De gemeenteraad is hierover geïnformeerd met de brief van mei 2019 en het memo horende bij de mobiliteitsvisie zoals aangeboden aan de raad in oktober 2019

Gerrit Krolbrug Comité

We wijzen er met nadruk op dat op 31 maart 2020 pas de zogeheten

AN

6

Dit is niet correct. Op 13 november 2019 zijn de

bestuurlijk vastgelegde uitgangspunten over de hoofdmaten van de brug

uitgangspunten voor de MIRT-planuitwerking

zijn beschreven. Dit is ruim een maand nadat de bewoners de 3,0 m

bestuurlijk besloten. Op 31 maart 2020 is het

bewonersvariant bij het project hebben ingeleverd. In deze

memo Historische besluiten en uitgangspunten

‘besluitvorming’ is dus de 3,0m variant feitelijk op voorhand uitgesloten.

afgerond, dat enkel een opsomming is van de genomen besluiten en vastgestelde uitgangspunten.

Gerrit Krolbrug Comité

Als burgers van de gemeente Groningen wijzen wij er op dat meer

AN

6

Dit is niet correct. Wij verwijzen u naar reactie 1

besluiten in dit project zijn genomen buiten de gemeenteraad om. Het

in [Antwoorden openstaande vragen Gerrit Krol

BVA 2017 is destijds door de gemeenteraad vastgesteld. Het besluit tot

Comité plangebied en uitgangspuntennotitie] van

stoppen van de uitvoering van die 2017 variant en de belangrijke

maart 2021. Hierin is aangegeven dat:

wijzigingen daarna, met name van de uitgangspunten, is niet door de gemeenteraad vastgesteld.

‘De besluitvorming heeft niet enkel plaatsgevonden in het directeurenoverleg. De volgende stappen zijn doorlopen: Het directeurenoverleg van 11 november 2018 was voorbereidend aan het bestuurlijk overleg MIRT 2018. In dit overleg is besloten is uit te gaan van een erftoegangsweg (erftoegangsweg/fietsstraat). Vervolgens zijn de gemeente Groningen en Rijkswaterstaat aan de slag gegaan om te bepalen welke stappen gedaan moeten worden binnen de MIRT-systematiek om tot 13

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage*

-

-

-

-

-

Gerrit Krolbrug Comité

De tabel die op p. 6 wordt getoond bevat een “Historisch overzicht

Bijlage 4

6

een nieuwe voorkeursvariant en een zorgvuldige uitvoering te komen. In mei 2019 heeft het college B&W de gemeenteraad geïnformeerd over stand van zaken aanpak bruggen Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl over de wijzigingen bij de Groningse bruggen. In oktober 2019 heeft het college B&W een memo gemaakt aan gemeenteraad over stand van zaken bruggen Van Starkenborghkanaal. (als bijlage bij brief aan raad over integrale mobiliteitsvisie) In het BO MIRT 2019 is door de minister van IenW, de provincie en gemeente Groningen besloten om een variantenstudie te doen om zo te komen tot een maakbare voorkeursvariant; In het bestuurlijk overleg Groningse bruggen van 13 november 2019 stemmen gemeente Groningen en provincie Groningen in met het gewijzigde bestuurlijk voorkeursalternatief (BVA) 2019 en de aanpak van de MIRTplanuitwerking voor de Gerrit Krolbrug; In december 2019 heeft het college van B&W gemeente Groningen het BVA 2019 bevestigd aan Rijkswaterstaat per brief.’

De tabel is gelijk aan die uit bijlage 1. Daar is

besluitvorming en uitgangspunten nieuwbouw Gerrit Krolbrug 31 maart

geen sprake van aanpassingen of aanvullingen.

2020’. In de tekst links van de tabel staat vervolgens een ‘NB’ waar latere

Het volgen van de procedure is nodig omdat de

aanpassingen in worden toegelicht, inclusief een wijziging van de

hier vermelde uitgangspunten slechts een

trottoirbreedte en het hellingpercentage. Daarbij word verwezen naar een

startpunt zijn van het ontwerpen. Binnen deze

verslag van een gebeurtenis van bijna een half jaar later (17-09-2020).

uitgangspunten is nog veel variantie mogelijk.

Steeds wordt gesuggereerd of letterlijk gesteld dat het om vastgestelde c.q. bestuurlijk geaccordeerde uitgangspunten gaat. Het zijn echter niet meer dan uitgangspunten die de in het overleg aanwezige partijen hebben afgesproken voor de ontwerpfase: maak een ontwerp met die en die kenmerken. Het zijn geen eisen die aan de te bouwen brug zijn gesteld. De verdere procedure die is gevolgd was dan immers overbodig geweest. Gerrit Krolbrug Comité

Het gebruik van deze, alleen al vanwege het stadium van het proces

Algemeen

N.v.t.

Dit is een kwalificatie aan zowel het project als de

misplaatste kwalificaties, is ook in meer of mindere mate exemplarisch

stuurgroep die niet herkend wordt en waar

voor teksten elders: het lijkt er soms op dat teksten zijn geschreven met

afstand van wordt genomen. Een dergelijke

het oog op een gewenste uitkomst.

opmerking past niet bij de intensieve samenwerking in de afgelopen periode. 14

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* Gerrit Krolbrug Comité

Tijdens de ontwerpsessie op 21-04-2021 werd vanuit het project

Bijlage 4

9

De analyse is niet juist. Een eerste schets van de

aangegeven dat de benodigde breedte voor de brugconstructie 4,8 meter

bewonersvariant kende een bredere brug door de

was. Dat bleek een onjuiste voorstelling van zaken: in het ontwerpboek

gescheiden fietsstroken. Bij een bredere brug zou

staat nu dat 2x1,20 = 2,40 meter nodig is. Dit verschil is van belang

de boogconstructie niet aan de buitenzijde

omdat de benodigde breedte voor de techniek de beperkende factor was

gesitueerd kunnen worden in verband met de

bij een ontwerp met gescheiden rijbanen. De totale brugbreedte is nu

stijfheid van de brug. De boogconstructie zou

13,60 meter terwijl er een maximale brugbreedte mogelijk is van 16,40

hierdoor tussen de rijbaan en de fietspaden

meter. Daarmee is niet duidelijk gemaakt dat voor de robuuste nieuwe

moeten worden gesitueerd, waardoor het nodig

brug die 80 jaar mee moet niet voor de maximale breedte is gekozen.

zou zijn om naast de brugconstructie een beschermingsconstructie aan te brengen met aan beide zijden een breedte van 0,4 meter. Ook zou het dan nodig zijn om een schampkant aan de buitenzijde van de brug te moeten maken met een leuning met een breedte van 0,4 meter. Dit resulteert in de 4,8 meter zoals aangehaald (0,4 schampkant met leuning + 0,4 bescherming + 1,2 boogconstructie + 0,4 bescherming + 0,4 bescherming + 1,2 boogconstructie + 0,4 bescherming + 0,4 schampkant met leuning). Bij een uitvoering met een fietsstraat kan de boogconstructie aan de buitenzijde worden gesitueerd met de leuning hierin geïntegreerd. Dit is de 1,20 meter reservering aan beide zijden zoals opgenomen in het ontwerpboek.

Gerrit Krolbrug Comité

Het document Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl – inpassingsvisie d.d. 20 juli

Bijlage 4

12

De Inpassingsvisie is bestuurlijk door

2020 dat op p. 12 wordt genoemd is geen onderwerp geweest dat in het

Rijkswaterstaat vastgesteld. De visie is tot stand

participatieproces, dat ongeveer halverwege 2020 stil kwam te liggen, aan

gekomen in samenwerking met provincies,

de orde is geweest. De status van het document (‘Eindconcept’) is

waterschappen, natuurorganisaties en

bijzonder en verdraagt zich niet met de kwalificatie “Eén van de

gemeenten.

belangrijkste beleidsstukken die effect hebben op de ruimtelijke inpassing en kwaliteit van de nieuwe Gerrit Krolbrug over het Van Starkenborghkanaal”. Dat geldt ook voor het begrip ‘visie’. Een verwarring scheppende insteek in het afwegingsproces. Gerrit Krolbrug Comité

Er wordt flink wat tekst gebruikt om de GKB en omgeving te

Bijlage 4

13-16

De hier benoemde teksten zijn overgenomen

karakteriseren. De mate van concreetheid van die beschrijvingen varieert.

teksten uit beleidsdocumenten over ruimtelijke

Sommige begrippen zijn ronduit zweverig te noemen, zoals het begrip

kwaliteit en vormgeving. Voor deze onderwerpen

ruimtelijke kwaliteit. Daarin neemt vormgeving een belangrijke plaats in,

hanteren zowel Rijkswaterstaat als gemeente

zo lezen we. Onder punt 3 staat: “Vormgeving is geen doel op zich maar

kaders die hier op hoofdlijnen worden

voegt waarde toe aan de kwaliteit van onze leefomgeving vanuit de

beschreven. 15

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde”. Het is niet duidelijk wat met dergelijke verfraaitaal wordt beoogd. Dat geldt ook voor het in dat verband genoemde “leidende principe hiërarchie en samenhang in kunstwerken”. Gerrit Krolbrug Comité

Het lijkt een rationalisatie van het gegeven dat “de HLD in drie delen

Bijlage 4

13-16

Zie vorig antwoord.

Bijlage 4

17-18

De hier gebruikte kwalificaties komen uit

wordt geknipt met een eigen identiteit per deel wat betreft brugtypen”. Over de bruikbaarheid van welk type brug dan ook zegt het, ondanks de suggestieve context, niets. Uit dezelfde teksten kan worden afgeleid dat juist de plek van een specifieke brug het ontwerp van die brug bepaalt. Gerrit Krolbrug Comité

Naast de voorgaande niet feitelijke beschrijvingen passeren ook meer zakelijke gegevens de revue. Niet alle zijn juist. Zo wordt op p. 17 het

bestaande beleidsdocumenten van de gemeente

Heerdenpad ten onrechte aangeduid als “landschappelijk recreatief

en zijn correct. In het kansendossier is gekeken

fietspad”, terwijl het de belangrijkste fietsverbinding is tussen de wijk

naar kansen voor alle varianten, maar sommige

Beijum (met tienduizenden inwoners) en de andere delen van de stad. De

kansen zijn niet haalbaar bij de variant op 3,0

Van Eesterenlaan daarentegen heeft niet het op p. 18 geopperde, grote

meter.

belang als verbindende fietsroute (en zeker niet als afslag van het Heerdenpad). Ook is niet altijd duidelijk wat bepaalde aanduidingen concreet betekenen. Zo wordt de kruising GKB een functionele verbinding genoemd, met “ontbrekende samenhang”. Ook de betekenis en de bedoeling van de aanduiding “Ontbrekende schakels binnen de kanaaloever” is niet duidelijk. Dat geldt ook voor de tekst over wandelverbindingen. Anderzijds worden in het onderzoek wel kansen benoemd (bijlage 7) die verband lijken te houden met deze kwalificaties. De suggestie is dat een brug van 4,5m of hoger, waarover het hier gaat, de kans biedt om samenhang aan te brengen en schakels te realiseren waaraan het nu ontbreekt. Edoch, als we er vanuit gaan dat een nieuwe brug als ruimtelijke ingreep mogelijkheden biedt om verbeteringen aan te brengen dan geldt dat voor elke brug, van welke hoogte dan ook. Gerrit Krolbrug Comité

In de laatste alinea op p. 19 staat dat de vaarweg klasse Va breder en

Bijlage 4

19

Dit klopt. Een opwaardering zou vragen om

hoger zou moeten. Dat laatste, hoger, klopt niet. Er worden in de

bruggen te verhogen naar enkel vaste bruggen

RVW2020 alleen hoogte-eisen gesteld aan vaste bruggen, beweegbare

van minimaal 9,1 meter.

bruggen moeten in geopende stand een minimale doorvaarthoogte hebben (9,70 meter). Gerrit Krolbrug Comité

Overigens is ook de doorvaartbreedte in alle ontwerpen niet conform de

Bijlage 4

N.v.t.

Zie voorgaand antwoord.

RVW2020. In een vaarweg klasse Va met een normaal profiel horen in principe alleen vaste bruggen (van 9,70 meter). Beweegbare bruggen met

De opmerking over maatwerk wordt gedeeld. Het

veel smallere doorvaartbreedte horen bij een zogenaamd krap profiel, wat

maatwerk vraagt om een brug op een hoogte zo

overigens zou aansluiten bij het aantal vaarbewegingen op dit deel van de

dicht mogelijk bij de 9,1 meter. Dat dit in een 16

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* vaarweg (<15.000/jaar). Uiteraard is een vaste Gerrit Krolbrug van 9,70

stedelijk gebied als de stad Groningen lastig is,

meter op deze plek onmogelijk.

beseffen wij. Daarom is gekozen om de brug te

Het voorgaande toont aan dat voor een brug op deze plek maatwerk nodig

leggen op een hoogte die zo maximaal mogelijk

is en dat de richtlijnen hier niet leidend kunnen zijn. Dit komt in het hele

de nautische veiligheid borgt: een brug van

ontwerpproces onvoldoende naar voren door het voortdurend verwijzen

minimaal 4,0 meter (exclusief toeslagen) opdat

naar allerlei visies, richtlijnen en uitgangspunten.

dead stop scenario’s met grote gevolgen worden voorkomen.

Gerrit Krolbrug Comité

Op p. 20 staat dat passerende schippers bij de Busbaanbrug en de Gerrit

Bijlage 4

20

De suggestie dat Rijkswaterstaat haar uitspraken

Krolbrug belemmerd zicht ervaren. Dat staat, zo lezen we, in de

niet berust op feiten maar op opvattingen, wordt

inpassingsvisie HLD, 20 juli 2020. De uitspraak berust dus op een

niet herkend. Uit het onderzoek naar de vaarweg

opvatting (een visie) van Rijkswaterstaat en niet - al wordt dat wel

door een extern bureau en uit interviews met

gesuggereerd - op feiten. De feiten bewijzen overigens het tegendeel.

schippers blijkt dat er belemmerd zicht is. Deze visie van de gebruikers van de vaarweg, van de schippers(-belangenorganisaties) is door hen zelf met u gedeeld.

Gerrit Krolbrug Comité

Opmerkelijk is de omschrijving van de GKB als een “stadsbruggetje”

Bijlage 4

20

Er wordt hier bedoeld dat de brug goed past bij

(laatste alinea): “Door de kleinere maat en hoogte en de opeenstapeling

de stedelijke omgeving maar nadrukkelijk niet bij

aan elementen past de GKB wel beter bij de maat en schaal van de fietser

het gebruik waar hij voor bedoeld is: een veilige

en een stadsstraat als de Korreweg en oogt ze in haar huidige vorm meer

oversteek over een hoofdvaarweg van klasse Va.

als een ‘stadsbruggetje’ ín - en als onderdeel van - het stadsweefsel, dan een grote zelfstandige en afstandelijke brug die boven het stadsweefsel uitreikt.” We laten dit fragment graag voor zichzelf spreken. Gerrit Krolbrug Comité

Op p. 21 staat dat er een grote kans ligt voor het creëren van rust en

Bijlage 4

21

Een vervanging van een dergelijke brug gaat om

overzicht voor zowel de omgeving als de vaarweggebruiker. Die kans ligt

het afwegen van alle belangen, ook die van de

er door het voornemen tot vervanging inderdaad, maar is op zich niet van

schippers. Het is daarmee zoeken naar een

invloed op de keuze voor een bepaalde variant. Wel zal een hoge brug de

optimum tussen alle belangen.

omgeving eerder verstoren dan verbeteren. Het verkeers- en gebiedsbeleid van de gemeente Groningen is voor veel van de genoemde aspecten doorslaggevender dan de vervanging van de brug. De visie zoals verwoord op p. 23 draagt voor het omgevings- en verkeersbeleid een flink aantal bruikbare elementen aan. Voor veel van de in de Kansennotitie genoemde onder werpen geldt hetzelfde. De gemeente kan het verkeersen omgevingsbeleid impulsen geven nu er een nieuwe brug komt. Daarvoor geldt: hoe minder verstorend de brug zelf hoe meer kansen. 18b. Onder Verkeer en routing op p. 21 lezen we: "De Korreweg en Heerdenpad is een kwalitatieve en comfortabele fietsroute die behouden en versterkt dient te worden”. Het comfort zal bij de 4,5m minder zijn dan bij de 3m variant en daarmee ook de kwaliteit. Zeker voor minder mobiele

17

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* mensen en kinderen (dat laatste is met 3 scholen in de directe omgeving zeer relevant). Gerrit Krolbrug Comité

Aan de op p.24 beschreven verschuiving van de vaarweg, 10 meter naar

Bijlage 4

24

Voor de redenering en argumentatie ontbreekt de

het noorden, besteden we afzonderlijk aandacht in onze notitie over de

cijfermatige onderbouwing. Voor het bepalen van

bochtverruiming. Bottomline daarvan: een bochtverruiming is niet nodig.

de noodzaak en grootte van de bochtverruiming is een ontwerpproces en modellering aan ten grondslag geweest. Hiervoor zijn een rekenblad en formules nodig die niet zijn geleverd.

Gerrit Krolbrug Comité

Merk op dat de breedte tussen de liggers van de brugleuning slechts 11,2

Bijlage 4

30

Dit is 11,20 exclusief constructie.

Bijlage 4

34

De uitwerking van deze variant is door

meter is. Gerrit Krolbrug Comité

Wat er onder het kopje ‘Toepassen rotonde’ wordt gesteld, behoeft de aandacht van verkeerskundigen. De hoogte van de brug is één van de

verkeerskundigen gedaan. Uit die analyse blijkt

factoren die op het vlak van fietsveiligheid eisen stelt aan de inrichting en

dat dit de beste oplossing is. Zie ook de

vormgeving van de kruisingen. Uitwerking van de aansluitingen met

antwoorden op vragen van de Fietsersbond.

behulp van verkeerskundigen is in alle gevallen vereist. Onder meer de Fietsersbond is daar duidelijk over. Gerrit Krolbrug Comité

Dit geldt ook voor een eventuele rotonde naar de Ulgersmakade en vice

Bijlage 4

40-41

Zie vorig antwoord. Daarbij wordt nog verder in

versa en voor de route vanaf de Ulgersmakade naar de brug. De hier

detail deze situaties uitgewerkt door ontwerpers

beschreven ideeën geven aanleiding tot zorg. We herhalen de noodzaak

en verkeerskundigen bij de uitwerking naar een

om na de keuze voor de brug met deskundigen uitwerking te geven aan

voorlopig ontwerp van de voorkeursvariant.

de dan vereiste verkeerskundige inrichting. Veiligheid van alle weggebruikers staat daarbij voorop. Ook de veiligheid en het comfort van voetgangers vraagt om een deskundige uitwerking. Ook met het oog op minder mobiele en mindervalide passanten (rolstoel, rollator, stok, slecht ter been). De geschetste inrichtingen bepalen niet de keuze voor een variant. Gerrit Krolbrug Comité

De kansrijke varianten binnen het BVA 2019 plus de bewonersvariant zijn

Bijlage 4

4

De tekst in de bijlage is niet correct. Het

in een integrale afweging met elkaar vergeleken op basis van een

afweegkader is onafhankelijk van de varianten

afweegkader. In bijlage 4 lazen we op p. 4 dat het afweegkader tot stand

opgesteld. Wij begrijpen dat de tekst nu deze

is gekomen tijdens de designloops van de 4,5 en 5,7 meter varianten. Dat

suggestie wekt. Deze tekst passen wij aan.

betekent dat in het afweegkader geen aspecten zijn meegenomen vanuit het ontwerpen van de 3,0 meter variant, deze lage variant is immers pas na de designloops uitgewerkt. Het is eerder opgemerkt. Ook zijn er geen aanpassingen gedaan aan de uitgangspunten zoals vermeld in de tweede kolom. Dit heeft per definitie effect op de beoordeling van de 3,0 meter variant, de afweging zal niet gelijkwaardig zijn en de aspecten voor de afweging zullen onvolledig zijn. Gerrit Krolbrug Comité

Op p. 1 van bijlage 8 staat direct in de Inleiding dat het eerste deel van het Afweegonderzoek heeft geleid tot de selectie van kansrijke varianten.

Bijlage 8

1

In de afweegnotitie is onderbouwd hoe er getrechterd is naar kansrijke varianten. Deze 18

Stakeholder

Commentaar/aandachtspunt van stakeholder

Naam document Pagina

Terugkoppeling

of bijlage* Deze niet onbelangrijke aanloop is genomen in de black box van de

trechtering is besproken met de bestuurders. De

ambtelijke voorbereiding. Een niet-transparant voortraject dus.

opmerking dat de ambtelijke organisatie haar keuzes niet goed met de bestuurders afstemt is onjuist.

Gerrit Krolbrug Comité

Op p. 2 staat: Tijdens het doorlopen van het proces met Rijkswaterstaat,

Bijlage 8

2

In het proces met de omgeving tijdens de

de gemeente Groningen en de omgeving is het Afweegkader verder

bestuurlijke ronde is stil gestaan bij de voor alle

verfijnd, aangepast en aangevuld. Bij de afweging van de kansrijke

partijen relevante belangen en afwegingen.

varianten zijn daarmee alle aspecten meegenomen die van belang zijn

Vervolgens is gecheckt of al deze belangen in het

voor de verschillende stakeholders binnen het project. Dat is niet juist. De

afweegkader een plek vinden. De weging en

drie genoemde partijen zijn niet alle stakeholders en in elk geval is de

beoordeling van de criteria in het afweegkader is

inbreng van de bewoners- en belangenorganisaties, vertegenwoordigd

aan de experts en de bestuurders.

door het GKB-comité, niet meegenomen. Gerrit Krolbrug Comité

Op p. 4 en p. 5 staan in tabel 2 de als kansrijk aangemerkte varianten

Bijlage 8

4,5

De wijze van trechtering moet op een

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4294/documents/64075